Bijlage 2a - Bijlagenboek Schoolstraat 67 te Moergestel 20240325
Tekst van het document
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
BRO Schoolstraat 67, 5066 ED Moergestel Gebruiksfase vrijstaande woning Gebruiksfase van een nieuwe vrijstaande woning op de locatie Schoolstraat 67 te Moergestel
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RXs1KZWVuGiq 30 november 2023, 15:42 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Gebruiksfase nieuwe woning - Beoogd Gebruiksfase nieuwe woning - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RXs1KZWVuGiq (30 november 2023)
2024 -
76,1 g/j
2,8 kg/j
2/7
Projectberekening
Gebruiksfase nieuwe woning (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1
Wonen en Werken | Woningen | Gebruiksfase nieuwe woning Verkeersnetwerk
RXs1KZWVuGiq (30 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
76,1 g/j
2,8 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RXs1KZWVuGiq (30 november 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase nieuwe woning" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RXs1KZWVuGiq (30 november 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Gebruiksfase nieuwe woning, Rekenjaar 2024 1
Wonen en Werken | Woningen
Naam Gebruiksfase Uittreedhoogte nieuwe woning Warmteinhoud Locatie X:140635,22 Spreiding Y:394301,22 Oppervlakte 0,23 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Wegverkeer gebruiksfase noord X:140122,28 Y:394636,31 1.343,09 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
1,0 m 0,000 MW 1m
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Wegverkeer gebruiksfase zuid X:140562,75 Y:394312,56 284,00 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RXs1KZWVuGiq (30 november 2023)
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 2,3 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,5 kg/j Hoogte - - NH₃ 62,9 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
8,6 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /maand 0,0 /maand 16,0 /maand 0,0 /maand
In file
10,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 10,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 0,5 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,1 kg/j Hoogte - - NH₃ 13,3 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
8,6 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /maand 0,0 /maand 16,0 /maand 0,0 /maand
In file
10,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 10,0 % 0,0 %
6/7
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RXs1KZWVuGiq (30 november 2023)
7/7
Bijlage 2
AERIUS-berekening Bouwfase
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
BRO Schoolstraat 67, 5066 ED Moergestel Bouwfase vrijstaande woning Bouwfase van een nieuwe vrijstaande woning op de locatie Schoolstraat 67 te Moergestel
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RdP9X278VMed 30 november 2023, 15:42 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Bouwfase nieuwe woning - Beoogd Bouwfase nieuwe woning - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RdP9X278VMed (30 november 2023)
2023 -
0,5 kg/j
14,5 kg/j
2/7
Projectberekening
Bouwfase nieuwe woning (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Bouwfase nieuwe woning 4 Anders... | Anders... | Stationair draaien bouwverkeer Verkeersnetwerk
RdP9X278VMed (30 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,5 kg/j 10,0 g/j 4,5 g/j
13,8 kg/j 0,6 kg/j 0,2 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RdP9X278VMed (30 november 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bouwfase nieuwe woning" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RdP9X278VMed (30 november 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Bouwfase nieuwe woning, Rekenjaar 2023 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Bouwfase nieuwe woning X:140635,22 Y:394301,22 0,23 ha
Sloopkraan
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
Naam
Stageklasse
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik
391 l/j 391 l/j
Laadschop/shovel Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
157 l/j
Betonstorter Graafmachine Betonstorter Hijskraan Trilplaat Vorkheftruck Hoogwerker
RdP9X278VMed (30 november 2023)
Draaiuren AdBlue verbruik
20 u/j
23 l/j
Stof Emissie
NOₓ NH₃
Dumper/kiepbak Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
Trilplaat
13,8 kg/j 0,5 kg/j
20 u/j
23 l/j
NOₓ NH₃
10 u/j
9 l/j
NOₓ NH₃
Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, 12 l/j SCR: nee
8 u/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
156 l/j
8 u/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
313 l/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
156 l/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
391 l/j
NOₓ NH₃ 9 l/j
NOₓ NH₃
16 u/j
19 l/j
NOₓ NH₃
8 u/j
9 l/j
NOₓ NH₃
20 u/j
23 l/j
NOₓ NH₃
Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, 15 l/j SCR: nee
10 u/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
67 l/j
10 u/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
86 l/j
NOₓ NH₃ 4 l/j
NOₓ NH₃
10 u/j
5 l/j
NOₓ NH₃
2,4 kg/j 93,8 g/j 2,4 kg/j 93,8 g/j 1,1 kg/j 37,7 g/j 0,3 kg/j 0,0 kg/j 1,0 kg/j 37,4 g/j 1,7 kg/j 75,1 g/j 1,0 kg/j 37,4 g/j 2,4 kg/j 93,8 g/j 0,4 kg/j 0,0 kg/j 0,4 kg/j 16,1 g/j 0,6 kg/j 20,6 g/j 6/7
Projectberekening
2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Bouwverkeer bouwterrein X:140654,68 Y:394293,42 117,12 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Bouwverkeer X:140566,89 Y:394304,13 264,86 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 4
Max. snelheid
Anders... | Anders...
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Naam Stationair draaien Uittreedhoogte bouwverkeer Warmteinhoud Locatie X:140635,22 Spreiding Y:394301,22 Oppervlakte 0,23 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
0,0 m 0,000 MW 0m
Links Rechts NOₓ 42,3 g/j Type scherm - - NO₂ 10,2 g/j Hoogte - - NH₃ 0,0 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
0,0 /jaar 0,0 /jaar 50,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 100,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 0,1 kg/j Type scherm - - NO₂ 27,8 g/j Hoogte - - NH₃ 4,0 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
In file
1.000,0 /jaar 0,0 /jaar 50,0 /jaar 0,0 /jaar
10,0 % 0,0 % 10,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
0,6 kg/j 10,0 g/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/ RdP9X278VMed (30 november 2023)
7/7
Bijlage 3 Quickscan Flora en fauna
66
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
Quickscan flora en fauna Schoolstraat 67 te Moergestel Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid <Status>
colofon
titel rapport Quickscan flora en fauna Schoolstraat 67 te Moergestel datum 4 december 2023 projectnummer P04142 opdrachtgever Particulier BRO projectleider WdR opgesteld door RdM interne controle MvdS bron Kaft RdM
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
Inhoudsopgave 1
Inleiding Werkwijze quickscan flora en fauna
3 3
2
Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie
4 4 4
3
Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Toetsing beschermde houtopstanden
6 6 6 7
4
Toetsing soortenbescherming Vogels Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelde diersoorten Vaatplanten
8 9 9 10 10 10 10 10 11
5
Conclusie Advies
12 12
6
Samenvatting Geraadpleegde bronnen
14 15
maandag 4 december 2023
2
1 Inleiding Quickscan flora en fauna Schoolstraat 67 te Moergestel
1
Inleiding
Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de realisatie van een woning en het opsplitsen van één perceel, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
1
Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 25 augustus 2021 tussen 16.00 – 17.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 16°C, half bewolkt, zonder neerslag, met een noordenwind van 3 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
maandag 4 december 2023
3
2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Schoolstraat 67 te Moergestel
2
Planbeschrijving
Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van de plaats Moergestel, onderdeel van de gemeente Oisterwijk. Ten zuiden van het plangebied is de A58 gelegen. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit een perceel met een woning, bijgebouwen en twee inritten. Daarnaast is er een tuin aanwezig met een vijver. Op luchtfoto’s is duidelijk dat een deel van het opgaand groen, met name aan de zuidrand van het plangebied, recentelijk verwijderd is. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.
Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)
Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
Toekomstige situatie De initiatiefnemer is voornemens om de woning te behouden maar een gedeelte van de bijgebouwen te slopen, het perceel te splitsen en binnen het plangebied één nieuwe woning aan de rechterzijde van de bestaande woning op te richten. Het bijgebouw ten zuidoosten van de woning en de aangrenzende carport en afdak worden gesloopt. De nieuwbouw betreft een schuurwoning.. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.
Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied
maandag 4 december 2023
4
2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Schoolstraat 67 te Moergestel
Figuur 5: Vijver in het westen van de tuin
Figuur 6: Greppel langs zuidgrens perceel
Figuur 4: Te behouden boom aan de oostkant van het perceel
Figuur 7: Te slopen bijgebouw
maandag 4 december 2023
Figuur 8: Te verwijderen overkapping tussen woning en bijgebouw
Figuur 9: Begroeiing en grens naastgelegen perceel
5
3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Schoolstraat 67 te Moergestel
3
Toetsing gebiedsbescherming
Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Kampina & Oisterwijkse Vennen”, bevindt zich op circa 1,8 kilometer afstand ten noorden van het projectgebied (zie figuur 10). Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Daar de voorgenomen ontwikkeling de uitbreiding van een bedrijf betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten. Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet uit te sluiten.
Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening dient uit te wijzen of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt.
maandag 4 december 2023
Uit vervolgonderzoek met een AERIUS-berekening (deze is als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd) zijn bij de bouw- en gebruiksfase geen depositieresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden.
Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.
Figuur 10: Ligging NNB (groen) en Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 250 meter ten oosten van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities
6
3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Schoolstraat 67 te Moergestel
Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt en er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde. Wel dient, indien er bomen gekapt gaan worden, rekening gehouden te worden met het gemeentelijke kapbeleid.
maandag 4 december 2023
7
4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Schoolstraat 67 te Moergestel
4
Toetsing soortenbescherming
De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:
Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde
maandag 4 december 2023
soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.
Tabel 1
Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de
Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten
Vogels (artikel 3.1 Wnb)
Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)
Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
-
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
-
-
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
8
4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Schoolstraat 67 te Moergestel
jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.
Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 14 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).
maandag 4 december 2023
Op het terrein is geschikte bebouwing aanwezig voor huismussen. Er is ruimte aanwezig onder de dakpannen en langs de dakranden waardoor er geschikte openingen aanwezig zijn voor huismussen om in te vliegen. Gezien de aanwezigheid van de overkapping aan beide kanten van het gebouw is er onvoldoende ruimte voor gierzwaluwen om in te vliegen. Voor een soort als kerkuil is er geen geschikte invliegopening aanwezig. Bij de werkzaamheden worden geen potentiële nesten in woningen rondom het plangebied aangetast. Er blijft ten alle tijden voldoende in- en uitvliegmogelijkheid aanwezig. In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning, grasmus, tjiftjaf en houtduif tot broeden komen. Toetsing Bij sloop van het gebouw bestaat de kans dat er één of meerdere nesten van de huismus verloren gaan. Nesten van de huismus zijn jaarrond beschermd. Middels een vervolgonderzoek dient duidelijk te worden of zich onder de daken van de gebouwen nesten van de huismus bevinden. Op basis van het vervolgonderzoek wordt bepaald of er bij uitvoering van de sloop sprake is van overtreding, en of het treffen van maatregelen en een ontheffingsprocedure aan de orde is alvorens er mag worden gesloopt.
Op basis van sporenonderzoek door MIECON (als aparte bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd) blijkt dat er geen sporen van nesten onder de pannen aangetroffen is en het plangebied niet in gebruik is door broedvogels.
dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis, tweekleurige vleermuis en meervleermuis. Het te slopen gebouw bevat geschikte rust- en verblijfplaatsen voor een vleermuizensoort in de vorm van dakranden en andere openingen naar ruimtes onder het dak of in de spouw. De nieuwbouw zal geen potentiële verblijfplaatsen in de directe omgeving aantasten. De achtertuinen kunnen dienen als foerageergebied en vliegroute. Toetsing Bij de sloop bestaat de kans dat er één of meerdere verblijfplaatsen van een vleermuissoort verloren gaan. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd. Middels een vervolgonderzoek dient duidelijk te worden of zich in de te slopen bebouwing verblijfplaatsen van een vleermuissoort bevinden. Op basis van het vervolgonderzoek wordt bepaald of er bij uitvoering van de sloop sprake is van overtreding, en of het treffen van maatregelen en een ontheffingsprocedure aan de orde is alvorens er mag worden gesloopt. Op basis van sporenonderzoek door MIECON (als aparte bijlage bij de toelichting gevoegd) blijkt dat op geen enkele locatie sporen zijn aangetroffen die wijzen op gebruik door vleermuizen. De aanwezige spouwmuur is geïsoleerd, waardoor er geen potentiele verblijfplaatsen binnen de te slopen bebouwing aanwezig zijn.
Er zijn wel aanwijzingen gevonden van verstorende factoren in het plangebied. Wel dient licht gericht of uitschijnend op oppervlaktewater en opgaand groen te worden vermeden om verstoring met betrekking tot foerageergebied en vliegroutes te voorkomen.
Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone
9
4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Schoolstraat 67 te Moergestel
Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten bunzing, hermelijn, wezel, steenmarter, boommarter, eekhoorn, das en bever voor. Gezien de binnenstedelijke ligging en de beperkte omvang, betreft het hier geen essentieel habitat voor de betreffende kleine marterachtigen.
Daarnaast wordt voor de kleine marterachtigen bij voorbaat geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht, aangezien het plangebied kleiner dan 1 hectare betreft en bij de werkzaamheden geen leefgebied in potentie doorsneden wordt (Bouwens, 2017). Er zijn geen holen of nesten in de grond of in de bomen aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil- of nestplaats voor een steenmarter of boommarter. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen. De aanwezigheid van das, bever en andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van
maandag 4 december 2023
de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de hazelworm, muurhagedis en levendbarende hagedis. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten. Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander.
Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde rugstreeppad, poelkikker, heikikker, vinpootsalamander, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Aan oppervlaktewater is enkel de vijver in de achtertuin aanwezig, welke behouden blijft. De vijver ligt in
zeil, en bevat vissen. Hierdoor is aanwezigheid van beschermde soorten in de vijver redelijkerwijs uitgesloten, waardoor bij voorbaat geen overtreding plaats zal vinden. Algemene soorten als bastaardkikker en kleine watersalamander zouden eventueel (incidenteel) wel in het plangebied voor kunnen komen. Deze zijn echter vrijgesteld. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing. Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen. Vissen Het aanwezig oppervlaktewater binnen het plangebied biedt geen geschikt habitat voor beschermde vissoorten. In de directe omgeving van het plangebied zijn tevens geen waarnemingen bekend van beschermde vissoorten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.
Ongewervelde diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van gentiaanblauwtje, grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, veldparelmoervlinder, beekrombout, bosbeekjuffer, gevlekte witsnuitlibel, oostelijke witsnuitlibel, sierlijke witsnuitlibel, speerwaterjuffer en
10
4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Schoolstraat 67 te Moergestel
teunisbloempijlstaart. De dichtstbijzijnde waarneming is op een kilometer afstand van het plangebied en betreft een waarneming van een bosbeekjuffer uit 2019 in een woonwijk ten noorden van het plangebied. De rest van de waarnemingen komen uit de Kampina & Oisterwijkse Vennen. Al deze soorten stellen zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Zo zijn er geen waardplanten van de betreffende vlinders aanwezig (klokjesgentiaan, boswilg, iep, kamperfoelie). De waardplant van veldparelmoervlinder is mogelijk wel aanwezig. Deze soort heeft echter een bosrijke omgeving nodig, welke niet aanwezig is. De libellen en juffers zijn niet in de vijver te verwachten, gezien de aanwezigheid van vis. Daarnaast komen deze soorten voor bij specifieke omstandigheden zoals gebufferde vennen of verlandingszones. Deze zijn niet aanwezig. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig.
Er zullen tijdens de werkzaamheden geen negatieve effecten optreden.
soorten zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. Dennenorchis komt voor in dennenbossen, drijvend waterweegbree in stromende wateren en kruipend moerasscherm in overstromende weilanden en langs kreken en beken. Dit is binnen het plangebied niet aanwezig. Gezien het aanwezige biotoop van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten. De werkzaamheden zullen ook geen negatieve effecten hebben op vaatplanten.
Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten bekend als dennenorchis, drijvende waterweegbree en kruipend moerasscherm. De waarnemingen komen uit de Kampina & Oisterwijkse Vennen. Daarnaast stellen deze
maandag 4 december 2023
11
5 Conclusie Quickscan flora en fauna Schoolstraat 67 te Moergestel
5
Conclusie
Advies
Werkzaamheden aan waterlichamen dienen in beginsel te worden uitgevoerd in de periode van half augustus tot 1 november, met een voorkeur voor de maand oktober. Dit is namelijk de periode tussen de voortplanting en de winterrust van vissen en amfibieën. Bovendien hebben water- en oeverplanten in deze periode zaad gezet. In de maanden november en december kunnen deze werkzaamheden eveneens plaatsvinden mits de winterrust van vissen en amfibieën nog niet is ingetreden (afhankelijk van weersomstandigheden), een en ander ter beoordeling van een deskundige. Op plaatsen waar bijvoorbeeld de voortplanting van de kamsalamander, poelkikker en rugstreeppad wordt vermoed, dienen werkzaamheden pas na 1 oktober te worden uitgevoerd.
Voor algemeen voorkomende broedvogels (waarvan het nest gedurende broedperiode beschermd is) dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden: Voer de snoeiwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 juli, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden te worden totdat de werkzaamheden zijn afgerond. Indien werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, dient door een deskundig ecoloog onderzocht te worden of broedende vogels ter plaatse aanwezig zijn.
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen:
Uit het sporenonderzoek blijkt dat het plangebied niet in gebruik is als vaste rust- of verblijfplaats van vleermuizen, broedvogels of andere beschermde soorten planten of dieren; Licht gericht of uitschijnend op oppervlaktewater en opgaand groen dient te worden vermeden om verstoring van met name vleermuizen te voorkomen. Dit zowel in de bouwfase als in de toekomstige situatie; Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
maandag 4 december 2023
Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels), maar ook voor vogels, om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen). Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. Ook voor mogelijke aanwezigheid van egel en vestiging van de rugstreeppad dient de zorgplicht in acht te worden genomen.
Voorkom opslag van materialen waaronder dieren kunnen gaan verblijven. Het ontstaan van poeltjes en plassen op het terrein dient gedurende het zomerhalfjaar (vanaf april) te worden voorkomen. Als deze soorten worden waargenomen, dienen zij zichzelf in veiligheid te kunnen brengen.
12
5 Conclusie Quickscan flora en fauna Schoolstraat 67 te Moergestel
Indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden.
maandag 4 december 2023
13
6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Schoolstraat 67 te Moergestel
6
Samenvatting
Tabel 2
In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.
Tabel 3
Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen
Gebiedsbescherming
Afstand tot gebied
Sprake van aantasting
Vervolgtraject
Bijzonderheden / opmerkingen
Natura 2000
Ca. 1,8 km
Nee
Uit AERIUS-berekening blijkt dat er geen drempelwaarden worden overschreden
Geen externe verstorende factoren
Natuurnetwerk Nederland
Ca. 250 m
Nee
-
Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk
Houtopstanden
-
Nee
-
Niet van toepassing
Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen
Soortgroep
Broedvogels
Vleermuizen
Potentieel aanwezig
Sprake van overtreding
Vervolgtraject / maatregelen
Bijzonderheden / opmerkingen
Algemeen
Ja
Te voorkomen
Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf
Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus
Jaarrond beschermd
Ja
Nee
Uit sporenonderzoek blijkt dat er geen nestplaatsen binnen het plangebied aanwezig zijn
-
Verblijfplaatsen
Ja
Nee
Uit sporenonderzoek blijkt dat er geen verblijfplaatsen binnen het plangebied aanwezig zijn -
-
Foerageerhabitat
Ja
Te voorkomen
Vliegroutes
Ja
Verlichting gericht en uitschijnend op opgaand groen vermijden
Verlichting kan een negatief effect hebben op foerageer- en vliegroutefuncties
Grondgebonden zoogdieren
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de egel
Reptielen
Nee
Nee
-
-
Amfibieën
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de gewone pad
Vissen
Nee
Nee
-
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
-
Vaatplanten
Nee
Nee
-
-
maandag 4 december 2023
14
6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Schoolstraat 67 te Moergestel
Geraadpleegde bronnen Algemene Literatuur Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.
Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)
Provinciale websites Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant Brabant.nl (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant) Dassenwerkgroepbrabant.nl (gegevens das in NoordBrabant) Kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank (grenzen beschermde gebieden)
Algemene websites Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten) Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden) Floron.nl (soortgegevens planten) Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen) Sovon.nl (soortgegevens vogels) Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden) Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten) Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen) Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)
maandag 4 december 2023
15
6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Schoolstraat 67 te Moergestel
Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen
www.bro.nl | info@bro.nl
maandag 4 december 2023
T +31 (0)77 373 06 01
16
Bijlage 4 Sporenonderzoek
84
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
SPORENONDERZOEK SCHOOLSTRAAT 67, MOERGESTEL In opdracht van BRO
SPORENONDERZOEK SCHOOLSTRAAT 67, MOERGESTEL
1
Colofon: Titel: Opdrachtgever: Opgesteld door: Auteur: Status: Versie: Datum:
Sporenonderzoek Schoolstraat 67, Moergestel BRO MIECON BV Dr. F.J.A. Kuenen concept 1 dinsdag 28 september 2021
SPORENONDERZOEK SCHOOLSTRAAT 67, MOERGESTEL
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding................................................................................................... 4
2.
Werkwijze ................................................................................................ 5
3.
Gebouwbeschrijving .................................................................................... 6 3.1.
Carport.............................................................................................. 6
3.2.
Bijgebouw .......................................................................................... 6
3.3.
Schuur............................................................................................... 9
4.
Resultaten .............................................................................................. 10
5.
Conclusie ............................................................................................... 11
6.
Aanbevelingen ......................................................................................... 12 6.1.
Vleermuizen...................................................................................... 12
6.2.
Broedvogels ...................................................................................... 12
SPORENONDERZOEK SCHOOLSTRAAT 67, MOERGESTEL
3
1. INLEIDING
Aan de Schoolstraat 67 te Moergestel staat een woning met enkele bijgebouwen. De bijgebouwen wil men voor een deel slopen en vervangen voor nieuwbouw. Om dit mogelijk te maken is in het voortraject een quickscan uitgevoerd. Hierin is geoordeeld dat de te slopen delen mogelijk vaste rust- of verblijfplaatsen van vleermuizen en huismussen kunnen bevatten en dat een nader onderzoek noodzakelijk is. Voorliggende rapportage betreft een verslag van een nadere inspectie van de bebouwing met speciale aandacht voor broedvogels en vleermuizen.
SPORENONDERZOEK SCHOOLSTRAAT 67, MOERGESTEL
4
2. WERKWIJZE Het sporenonderzoek ter plaatse is uitgevoerd op donderdag 23 september, 2021. Een sporenonderzoek is niet afhankelijk van de weersomstandigheden. Alle te slopen delen zijn nauwkeurig onderzocht op aanwezigheid van kieren, gaten en andere potentiele wegkruipmogelijkheden voor beschermde soorten. Als een opening werd gevonden, dan werd deze van dichtbij visueel onderzocht met behulp van een felle zaklamp. Indien dit geen uitsluitsel geeft, is een endoscoop ingezet. Hiermee kan tot een meter diep in de wand worden gekeken. Wanneer vleermuiskeutels worden aangetroffen, dan worden deze veiliggesteld voor latere DNA-analyse.
SPORENONDERZOEK SCHOOLSTRAAT 67, MOERGESTEL
5
3. GEBOUWBESCHRIJVING Het hoofdgebouw betreft de te behouden woning. Het onderzoek heeft zich hier niet specifiek op gericht maar er is wel gelet op aanwijzingen die duiden op gebruik door vleermuizen. Tussen het huis en de bijgebouwen is een carport aanwezig.
3.1. Carport De carport biedt plaats aan meerdere auto’s. Het betreft een grote overkapping die aan de onderzijde glad is afgewerkt. Aan twee zijden sluit de carport aan op bebouwing. De muren zijn wit afgewerkt waardoor het in principe eenvoudig is om sporen aan te treffen. De wanden en de boeiboorden zijn geïnspecteerd op aanwezigheid van sporen die wijzen op gebruik door beschermde soorten. Nergens zijn geschikte openingen aangetroffen die geschikt zijn als toegang tot vaste rust- of verblijfplaatsen van vleermuizen of vogels.
Kenmerkende afwerking van carport, kieren en gaten ontbreken.
3.2. Bijgebouw Het bijgebouw is opgetrokken uit steen en heeft een dak met dakpannen. De muren zijn voorzien van een spouwruimte maar deze is geïsoleerd met een schuimmateriaal. Het dak is geïnspecteerd vanaf het platte dak van de carport. Op meerdere plekken zijn enkele pannen gelicht om zodoende een goed beeld te krijgen van de spouwmuur. Vanuit de tuin is zijn de geveldelen van het bijgebouw verder geïnspecteerd. Ook de schuur is daarbij meegenomen. Wat bij het bijgebouw opvalt is dat de overstek en de wanden zijn voorzien van sfeerverlichting. Wanneer deze verlichting aan is, dan heeft dit een sterke verstorende werking op vleermuizen. Dit komt ook overeen met het volledig ontbreken van sporen. Ook zijn op de woning en op de oostgevel van het bijgebouw felle bouwlampen aanwezig. Deze kunnen ook een sterk verstorende werking hebben. De lamp aan het bijgebouw is een kwiklamp. Met name wanneer deze lamp lange tijd ’s nachts aan is, dan kan deze een sterke aantrekkende werking hebben op nachtvlinders, muggen, en andere vliegende insecten. Dit zou in theorie de vleermuizen kunnen aantrekken uit de omgeving maar een kwiklamp is dermate fel dat vleermuizen geen vaste rust- of verblijfplaats zoeken in de directe omgeving.
SPORENONDERZOEK SCHOOLSTRAAT 67, MOERGESTEL
6
Opening in de punt van de westgevel van het bijgebouw. In de opening is enkel spinrag aangetroffen. De opening bevindt zich relatief laag boven het platte dak van de carport. Bovendien komt de opening uit in de geïsoleerde spouw. Er is geen sprake van een vaste rust- of verblijfplaats van vleermuizen.
Enkele pannen van het bijgebouw zijn ten behoeve van de inspectie verwijderd om inzicht te verschaffen in de opbouw van het gebouw. Sporen ontbreken. De spouwmuur is geïsoleerd zoals op de volgende foto te zien is.
SPORENONDERZOEK SCHOOLSTRAAT 67, MOERGESTEL
7
Bovenaanzicht van de spouwmuur. De isolatie is hier goed te zien. Ruimte voor vleermuizen ontbreekt.
Kwiklamp aan de oostgevel van het bijgebouw. Dergelijke lampen branden erg fel en hebben een sterk verstorende werking op vleermuizen.
SPORENONDERZOEK SCHOOLSTRAAT 67, MOERGESTEL
8
Sfeerverlichting onder de overstek. Dit type verlichting is over de gehele achterzijde van de bebouwing te vinden. Deze hebben een sterk verstorende werking.
3.3. Schuur De schuur die achter het bijgebouw ligt is voorzien van metalen dakplaten met aan de onderzijde isolatieplaten. Tussen de platen en het isolatiemateriaal ontstaan zeer hoge temperaturen waar vleermuizen en andere dieren niet tegen bestand zijn. Er is verder in de schuur geen sprake van geschikte plekken om weg te kruipen. Bovendien kent de schuur een relatief hoge verstoringsgraad waardoor de geschiktheid nog lager is.
Bovenzijde van de schuur. Deze is afgewerkt met metalen profielplaten.
SPORENONDERZOEK SCHOOLSTRAAT 67, MOERGESTEL
9
Binnenzijde van de schuur. Deze is in gebruik en kent een relatief hoge verstoringsgraad. Het plafond is voorzien van isolatieplaten. Er is geen ruimte voor vleermuizen.
4. RESULTATEN
Op geen enkele locatie zijn sporen aangetroffen die wijzen op gebruik door vleermuizen. Er zijn gaan potentiele verblijfplaatsen aangetroffen. Er zijn wel aanwijzingen gevonden van verstorende factoren in het plangebied.
Felle lampen aan het woonhuis voorkomen vestiging van vleermuizen in het bijgebouw en carport.
SPORENONDERZOEK SCHOOLSTRAAT 67, MOERGESTEL
10
5. CONCLuSIE
Het plangebied is niet in gebruik als vaste rust- of verblijfplaats van vleermuizen, broedvogels of andere beschermde soorten planten of dieren.
SPORENONDERZOEK SCHOOLSTRAAT 67, MOERGESTEL
11
6. AANBEVELINGEN Op dit moment is het plangebied niet geschikt voor vleermuizen. Ook voor broedvogels zijn de mogelijkheden zeer beperkt. Door eenvoudige in grepen zijn de mogelijkheden voor broedvogels en vleermuizen sterk te vergroten. Hieronder volgen enkele aanbevelingen.
6.1. Vleermuizen • •
•
Door verlichting in de tuin tot een minimum te beperken worden de mogelijkheden al sterk vergroot. Bij de nieuw te bouwen woning kunnen mogelijkheden voor vleermuizen worden ingebouwd. Dit kan ook op heel eenvoudige wijze door bijvoorbeeld achter gevelbetimmering of boeiboorden minimaal 20 mm ruimte vrij te laten en deze ook toegankelijk te maken via kleine openingen aan de onderzijde van enkele centimeters. Inbouwen van vleermuiskasten in de spouw. De spouw kan dan worden geïsoleerd maar vleermuizen kunnen er nog wel gebruik van maken.
6.2. Broedvogels •
Door dakpannen te gebruiken met meer reliëf (OVH of vergelijkbaar) en het achterwege laten van vogelschroot kunnen huismussen en gierzwaluwen broeden onder het dak. Met de moderne dakplaten is er geen kans op negatieve effecten. Mocht men toch vogelschroot willen toepassen, dan is het raadzaam deze pas onder de tweede rij pannen toe te passen.
SPORENONDERZOEK SCHOOLSTRAAT 67, MOERGESTEL
12
Bijlage 5 Waterparagraaf
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
97
Onderbouwing wateraspect Schoolstraat 67 te Moergestel