Bijlage 2 met bijlage 2b - BP Schoolstraat te Moergestel
Tekst van het document
4.14 Spuitzones gewasbescherming Voor afstanden tot locaties waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt gelden geen wettelijk vastgelegde eisen. In de jurisprudentie wordt echter uitgegaan van een spuitzone van 50
Hoofdstuk 4
50
meter14. Binnen deze zone mag in beginsel geen gevoelige functie worden gerealiseerd. Ingevolge vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State kan gemotiveerd worden afgeweken van de richtafstand van 50 meter op grond van locatiespecifiek onderzoek15. Juridisch-planologisch gezien zijn de gronden meteen ten oosten van het plangebied aangewezen voor grondgebonden agrarische bedrijven. Bij grondgebonden agrarische bedrijven worden potentieel gewasbeschermingsmiddelen aangewend. Feitelijk gezien is echter geen sprake van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Dit laatste is aannemelijk aangezien betreffende agrarische gronden in gebruik zijn als weiland/grasland. Daar komt bij dat aan de Schoolstraat reeds bestaande gevoelige objecten zijn gelegen waarmee rekening gehouden dient te worden bij de aanwending van gewasbeschermingsmiddelen. Er bestaan hiermee geen belemmeringen met betrekking tot het aspect spuitzones gewasbeschermingsmiddelen.
4.15 M.e.r.-plicht Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Dit kan gedaan worden door middel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden is het opstellen van een milieueffectrapport (MER) nodig.
Doorwerking projectgebied De omvang van het planinitiatief blijft ver onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden van 100 hectare of 2000 woningen. Desondanks kan het verplicht zijn een vormvrije m.e.r. beoordeling uit te voeren als er sprake is van een zogenaamde stedelijk ontwikkelingsproject. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft in haar uitspraak van 18 juli 2018 duidelijk gemaakt dat ook een behoorlijke wijziging niet gekwalificeerd hoeft te worden als een stedelijk ontwikkelingsproject (ECLI:NL:RVS:2018:2414). De ABRvS spreekt uit dat het begrip ruimte laat voor interpretatie en afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval. Volgens de ABRvS spelen onder andere de aard en omvang van een ontwikkeling een rol bij de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Bij de beantwoording van deze vraag is niet doorslaggevend of er sprake is van aanzienlijke negatieve milieugevolgen (zie ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694). De Afdeling bevestigt dit laatste nog eens in een uitspraak van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348). In een uitspraak van 15 januari 2020 (201901439/1/R1 (ECLI:NL:RVS:2020:100)) werd geoordeeld dat “de ontwikkeling van de twaalf vrijstaande woningen die in het plan is voorzien, gelet op
14
15
Zie bijvoorbeeld ABRvS 23 september 2009 (ECLI:NL:RVS:2009:BJ8308), ABRvS 16 december 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:3018), ABRvS 30 maart 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:855) en ABRvS 18 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4299). Dit wordt bijvoorbeeld expliciet aangegeven door de ABRvS in een uitspraak van 18 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4299).
Hoofdstuk 4
51
de omvang ervan, niet kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.”. In onderhavige situatie gaat het om de bouw van 1 woning na sloop van reeds bestaande bebouwing. Gelet op geringe omvang is hier geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Om deze reden is het uitvoeren van een (vormvrij) m.e.r.-beoordeling niet nodig.
Hoofdstuk 4
52
5.
JURIDISCHE PLANOPZET In dit hoofdstuk wordt de juridische opzet van het bestemmingsplan beschreven.
5.1 Inleiding Het bestemmingsplan is een juridisch bindend plan dat bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, waarbij de regels de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden regelen en de verbeelding de rol heeft van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave, verantwoording en onderbouwing van het bestemmingsplan en als uitleg bij de verbeelding en regels. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat het bestemmingsplan langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld. Dit brengt met zich mee dat het bestemmingsplan digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moet worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan het bestemmingsplan moet voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP 2012 kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.
Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld in overeenstemming met de SVBP 2012 en wordt op de voorgeschreven wijze digitaal beschikbaar gesteld.
5.2 Regels De verschillende hoofdstukken De regels zijn, overeenkomstig de SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van de regels. Artikel 2 betreft de wijze van meten, waarin is aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. In dit hoofdstuk zijn per bestemming regels opgenomen voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de gronden. In het vervolg van de ze paragraaf wordt nader ingegaan op de bestemmingen die voorkomen binnen het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Het betreft regels die voor het hele plangebied of voor verschillende bestemmingen van toepassing zijn. In dit hoofdstuk zijn onder andere de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels en algemene afwijkingsregels opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.
Hoofdstuk 5
53
De verschillende bestemmingen Bestemming ‘Wonen – Bungalows en Villa’s’ De geldende bestemming ‘Wonen – Bungalows en Villa’s’ is uitgangspunt geweest voor de regels van deze bestemming. Wel zijn ze zodanig aangepast dat er binnen het plangebied maximaal 2 vrijstaande woningen zijn toegestaan. Naast de bestaande woning mag dus 1 nieuwe woning worden gebouwd binnen de op de verbeelding aangegeven aanduidingsvlakken. Ook zijn er regels opgenomen over dove gevels, gevelgeluidwering en de aanleg van een geluidwerende voorziening in de achtertuin. Zo wordt een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd kijkend naar het geluid vanwege wegverkeer. Dubbelbestemming Waarde – Archeologie 5 De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ is opgenomen voor het gehele plangebied. De regeling is overgenomen uit het gemeentelijk ‘Beleidsplan Archeologie’. Dubbelbestemming ‘Waarde-Cultuurhistorie’ Deze bestemming lag al op plangebied en heeft specifiek betrekking op de bescherming van de naast het plangebied gelegen molen als werktuig en als beeldbepalend cultuurhistorisch waardevol element. Zoals in paragraaf 4.12 is beschreven is door de initiatiefnemer met de molendeskundige overleg gevoerd over de zogenaamde molenbiotoop. Daar is uit voortgekomen, dat onder voorwaarden de molendeskundige akkoord kan gaan met de bouw van de nieuwe woning met de eis deze voorwaarden ook juridisch te borgen.
Dat is gedaan door de nu algemene dubbelbestemming specifiek te maken, toegespitst op het perceel van initiatiefnemer: 1. Door de nieuwe dubbelbestemming in samenhang met artikel 3 is geborgd, dat a. de bestaande en nieuwe woning alleen zijn toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven aanduidingsvlakken en b. de maximale goot- en bouwhoogte van de bestaande en nieuwe woning niet meer mogen bedragen dan 3,3 en 6,3 m. 2. De aan-, uit- en bijgebouwen mogen niet hoger zijn dan 3 meter. Dit is een beperking ten opzichte van de gebruikelijke regeling. 3. Het omgevingsvergunningsstelsel voor het beplanten met bomen, heesters en andere hoog opgaande beplanting is aangescherpt. 4. De regels zijn aangevuld met een voorwaardelijke verplichting. Het in gebruik nemen en houden van de bestaande en nieuwe woning, is slechts toelaatbaar, indien daardoor geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de belangen van de molen als werktuig en als beeldbepalend element. Wat onder een onevenredige afbreuk valt is nader geconcretiseerd conform de wensen van de molendeskundigen.
Hoofdstuk 5
54
6.
UITVOERBAARHEID In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.1.1 Financieel-economische haalbaarheid Onderhavig bestemmingsplan maakt een bouwplan mogelijk dat is bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro. Op grond daarvan is de gemeenteraad verplicht om voor het wettelijk kostenverhaal een exploitatieplan vast te stellen in de zin van artikel 6.12, eerste lid, Wro. De raad kan besluiten daarvan af te zien wanneer het wettelijk kostenverhaal wordt verzekerd met een anterieure grond exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, Wro juncto artikel 6.24 Wro. De uitvoering van de ontwikkeling is volledig voor rekening en risico van initiatiefnemer. Met deze initiatiefnemer heeft de gemeente een anterieure grondexploitatieovereenkomst gesloten zoals bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, Wro juncto artikel 6.24 Wro. Met die overeenkomst is verzekerd dat alle wettelijk te verhalen kosten die de gemeente maakt, worden verhaald op de initiatiefnemer. Eventuele kosten voor de inrichting en overige voorzieningen zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Op grond daarvan kan de gemeenteraad afzien van het vaststellen van een exploitatieplan, omdat het verhaal van de kosten anderszins is verzekerd. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden: Omgevingsdialoog; Vooroverleg; Vaststellingsprocedure. 6.2.1 Omgevingsdialoog Er is door de initiatiefnemer een omgevingsdialoog georganiseerd. In het kader van deze omgevingsdialoog zijn direct omwonenden benaderd door de initiatiefnemer. Hierbij is door de initiatiefnemer een
Hoofdstuk 6
55
toelichting gegeven op de voorgenomen ontwikkeling. Voor een (geanonimiseerd) verslag van de omgevingsdialoog wordt verwezen naar de bijlagen. 6.2.2 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het ontwerpbestemmingsplan is toegezonden aan de vooroverlegpartners. 6.2.3 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure heeft het ontwerp van dit bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage gelegen voor het inbrengen van zienswijzen. Gelijktijdig met de plaatsing van de kennisgeving is het ontwerpbestemmingsplan langs elektronische weg toegezonden aan de reeds betrokken gemeenten, provincie, waterschappen en uitvoeringsdiensten van het Rijk. In deze periode zijn 3 zienswijzen kenbaar gemaakt. Deze zienswijzen zijn in een nota van zienswijzen samengevat en van een reactie van de gemeente voorzien. De nota is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.
Naar aanleiding van de zienswijzen is het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd vastgesteld.
Hoofdstuk 6
56
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 2: Stikstofonderzoek Bijlage 3: Quickscan Flora en fauna Bijlage 4: Sporenonderzoek Bijlage 5: Waterparagraaf Bijlage 6: Verantwoording hoogte groepsrisico Bijlage 7: Omgevingsdialoog Bijlage 8: Nota van zienswijzen (PM)
Hoofdstuk 6
57
Regels
Hoofdstuk 6
59
Schoolstraat 67 te Moergestel
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
4 11
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
13
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemming Wonen - Bungalows en Villa's Waarde - Archeologie 5 Waarde - Cultuurhistorie
13 18 21
Hoofdstuk 3
Algemene regels
23
Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
23 24 26 27 28
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
29
Artikel 11 Artikel 12
Overgangsrecht Slotregel
29 30
2
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
Regels
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.2
Plan
Het bestemmingsplan 'Schoolstraat 67 te Moergestel' met identificatienummer NL.IMRO.0824.BPSchoolstraat67-VA01 van de gemeente Oisterwijk. 1.3
aanbouw en uitbouw
een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6
aan-huis-gebonden beroep
een aan-huis-gebonden beroep is een vrij beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig of ontwerp-technisch gebied, dat in een woning, aanbouw en uitbouw, maar geen bijgebouw, door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Hiertoe worden in ieder geval gerekend de activiteiten, zoals genoemd in de Staat van Activiteiten. 1.7
achterste perceelsgrens
de van de weg af gekeerde grens van een perceel; indien meerdere zijden van het perceel van de weg afgekeerd zijn, wijst het bevoegd gezag een achterste perceelsgrens aan. 1.8
archeologisch deskundige
een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke en als zodanig geregistreerde deskundige op het gebied van archeologisch onderzoek, in het bezit van een opgravingsbevoegdheid.
4
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
1.9
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.10
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied in het bodemarchief voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten in het verleden. 1.11
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.12
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein. 1.13
bestaand aantal woningen
het op het tijdstip van het ter visie leggen van het ontwerp van dit plan legaal aanwezige of vergunde aantal woningen dan wel woningen die reeds door middel van een ruimtelijke procedure mogelijk zijn gemaakt. 1.14
bestaande bouwwerken
bouwwerken die bestaan of kunnen worden gebouwd op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; dan wel bouwwerken die reeds vergund zijn dan wel bouwwerken die reeds door middel van een ruimtelijke procedure mogelijk zijn gemaakt op het tijdstip van tervisielegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan. 1.15
bestaand gebruik
het op het tijdstip van het in werking treden van dit plan aanwezig of vergunde gebruik van grond en opstallen. 1.16
bestaande maten
afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand kunnen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; dan wel bouwwerken die reeds vergund zijn dan wel bouwwerken die reeds door middel van een ruimtelijke procedure mogelijk zijn gemaakt op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan. 1.17
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
5
1.18
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.19
bevoegd gezag
bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.20
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.21
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.22
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge deze regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.23
bouwperceelsgrens
een grens van een bouwperceel. 1.24
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.25
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.26
bruto vloeroppervlak
de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten. 1.27
bijgebouw
een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.28
cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en/of historische gaafheid.
6
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
1.29
dakkapel
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst en de afstand tot de nok, goot en zijgevels ten minste 0,5 meter bedraagt. 1.30
dakopbouw
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst. 1.31
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop en de mogelijkheid ter plaatse te betalen), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf. 1.32
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, internetwinkels en bankfilialen. 1.33
dove gevel
a. een gevel zonder te openen delen met uitzondering van die delen van de gevel die niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte of b. een gevel waar ter hoogte van te openen delen specifieke bouwkundige geluidsmaatregelen zijn getroffen, zoals SilentAir voorhangschermen of afsluitbare loggia's. 1.34
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.35
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.36
hoofdverblijf
de plaats die fungeert als het centrum van sociale en maatschappelijke activiteiten van betrokkene, die voor permanente bewoning geschikt is en tenminste bestaat uit een keuken, woon-, was- en slaapgelegenheid, zijnde een gebouw of een deel van een gebouw dat: a. of door eenzelfde persoon of huishouden gebruikt wordt als woonruimte op een wijze die, ingevolge het bepaalde in artikel 24 tot en met 31 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, noopt tot inschrijving van de bewoner(s) in de basisadministratie van de gemeente waarin dat gebouw is gelegen; b. of indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres is waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten; met dien verstande dat van een gebruik
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
7
als hoofdverblijf voorts wordt geacht sprake te zijn wanneer buiten het zomerseizoen (dat loopt van 1 mei tot 1 oktober) in een kalenderjaar ter plaatse meer dan 70 maal nachtverblijf wordt gehouden en door betrokkene niet aannemelijk is of kan worden gemaakt, dat elders over een hoofdverblijf kan worden beschikt. 1.37
huishouden
de bewoning door een persoon of meerdere personen in de vorm van een vast samenlevingsverband, niet zijnde kamerverhuur, logies voor arbeidsmigranten of een bijzondere woonvorm, van een woning. 1.38
kamerverhuur
het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij het kenmerk is 1.39
kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
activiteiten die in een woning door een bewoner op bedrijfsmatige wijze worden uitgeoefend, voor zover sprake is van een inrichting type A, zoals bedoeld in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past. 1.40
logies voor arbeidsmigranten
het bedrijfsmatig verblijf en/of nachtverblijf (altijd voor meerdere nachten) aanbieden, waarbij de betreffende persoon het hoofdverblijf elders heeft, waarbij geen sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en onderlinge verbondenheid, ongeacht of arbeidsmigranten hetzelfde werk verrichten, dezelfde nationaliteit delen en gezamenlijk de huishouding doen. 1.41
mantelzorg
het bieden van zorg aan eenieder die aantoonbaar hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband. 1.42
nieuwe woning
woningen en woonwagens die niet tot het bestaande aantal woningen behoren, zoals bedoeld in 1.13, dan wel woningen die niet bestaan of niet kunnen worden gebouwd ingevolge een omgevingsvergunning volgens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan, niet zijnde de herbouw van een bestaande woning. 1.43
normaal onderhoud
het onderhoud, dat gelet op de bestemming, regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de desbetreffende bestemming behoren. 1.44
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
8
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
1.45
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak. 1.46
permanente bewoning
gebruik van een gebouw door eenzelfde persoon of eenzelfde huishouden op een wijze die ingevolge het bepaalde in de artikelen 24 tot en met 31 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens noopt tot inschrijving in de basisadministratie van de gemeente Oisterwijk. 1.47
peil
a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de kruin van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan. 1.48
perceel
een aaneengesloten stuk grond dat een eenheid vormt in gebruik. 1.49
Staat van Activiteiten
de Staat van Activiteiten die deel uitmaakt van deze regels (bijlage 1). 1.50
voorgevel
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.51
voorgevelrooilijn
de naar de weg gekeerde voorgevel over meerdere percelen; indien meerdere gevels naar de weg gekeerd zijn, wijst het bevoegd gezag een voorgevel aan. 1.52
voorste bouwgrens
de naar de weg gekeerde bouwgrens; indien meerdere grenzen van het bouwvlak naar de weg gekeerd zijn, wijst het bevoegd gezag een voorste bouwgrens aan. 1.53
voorste perceelsgrens
de naar de weg gekeerde grens van een perceel; indien meerdere zijden van het perceel naar de weg gekeerd zijn, wijst het bevoegd gezag een voorste perceelsgrens aan. 1.54
vrijstaande woning
een woning waarbij het hoofdgebouw niet direct is verbonden met een naastgelegen hoofdgebouw en waarvan geen van de beide zijgevels van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelgrens staan.
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
9
1.55
water
een werk al of niet overdekt, dienend om in het openbaar belang water te ontvangen, te bergen, af te voeren en toe te voeren, de boven water gelegen taluds, bermen en onderhoudspaden daaronder mede verstaan. 1.56
woning
een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.57
waterhuishoudkundige voorzieningen
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen en inlaten. 1.58
zijdelingse perceelsgrens
de grens tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt.
10
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2
bouwhoogte van een antenne-installatie
a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. 2.3
bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. Met dien verstande dat de nok van een dakopbouw als bouwhoogte geldt indien de dakopbouw ten minste 2/3 van de breedte van het dakvlak beslaat. 2.4
breedte, lengte en diepte van een gebouw
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren. 2.5
dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6
goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot/de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; indien een bouwwerk met betrekking tot deze constructiedelen over verschillende hoogten beschikt, wordt als volgt gemeten: a. indien zich aan de voorgevelzijde een goot/druiplijn, boeiboord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel bevindt, wordt uitgegaan van de hoogte van een goot/druiplijn, boeiboord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel aan de voorgevelzijde; b. indien zich - ingeval van een lessenaarsdak - aan de voorgevelzijde van het gebouw geen goot/druiplijn, boeiboord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel bevindt, wordt uitgegaan van de laagste hoogte; c. indien zich op het dak een dakkapel dan wel dakopbouw bevindt die tenminste 2/3 van de breedte van het dakvlak beslaat, wordt gemeten vanaf peil tot aan de goot/druiplijn van de dakopbouw of de dakkapel. 2.7
inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
11
2.8
oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.9
vloeroppervlakte
de gebruiksoppervlakte volgens NEN2580.
12
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Bestemming Wonen - Bungalows en Villa's
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - Bungalows en Villa's' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in een woning in een omgeving met bungalows en villa's op ruime en groen ingerichte percelen; b. het behoud en herstel van gazons en/of beplanting, voor zover de gronden zijn gelegen tussen de voorste perceelsgrens en de voorste bouwgrens; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen parkeervoorzieningen, tuinen, toegangswegen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 3.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 3.2.1
Algemeen
Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. deze gronden zijn bestemd voor de bouw van: 1. hoofdgebouwen; 2. aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen; 3. overkappingen; 4. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. b. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd worden; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen binnen en buiten het bouwvlak gebouwd worden; d. het gezamenlijk bebouwd oppervlak per bouwperceel aan gebouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan 40% van het totale oppervlakte van het bouwperceel met een maximum van 350 m2. 3.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. binnen het plangebied zijn maximaal 2 woningen toegestaan: 1. de bestaande woning alleen binnen de specifieke bouwaanduiding - bestaande woning'; 2. een nieuw te bouwen woning alleen binnen de specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning toegestaan; b. er mogen uitsluitend vrijstaande woningen gebouwd worden; c. de goot- en bouwhoogte van de bestaande woning mag niet meer bedragen dan de bestaande gooten bouwhoogte op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan; d. de goot- en bouwhoogte van de nieuw te bouwen woning mag niet meer bedragen dan 3,3 en 6.3 m. 3.2.3
Aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van een aanbouw en uitbouw, bijgebouw en overkapping gelden de volgende regels: a. de afstand van een aanbouw en uitbouw, bijgebouw en overkapping tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 3 m; b. een aanbouw en uitbouw, bijgebouw dan wel een overkapping dient in, of ten minste 1 m uit de achterste perceelsgrens gebouwd te worden; c. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m.
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
13
3.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels a. de bouwhoogte van bewegwijzering en overig straatmeubilair mag niet meer bedragen dan 4,5 m; b. de bouwhoogte van lichtmasten en overige masten mag niet meer bedragen dan 10 m; c. de bouwhoogte van muren en terreinafscheidingen achter de voorgevel van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 2 m; d. de bouwhoogte van muren en terreinafscheidingen voor de voorgevel van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 1 m; e. de bouwhoogte van vrijstaande antennes mag niet meer bedragen dan 15 m; f. de bouwhoogte van pergola's mag niet meer bedragen dan 2,75 m; g. de bouwhoogte van speelvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 3 m; h. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 1 m. 3.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.4 onder d en toestemming geven voor het bouwen van 2 m. hoge muren en andere terreinafscheidingen voor de voorgevel van hoofdgebouwen, mits de verkeerskundige en stedenbouwkundige situatie ter plaatse dat mogelijk maakt. 3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Algemeen
Met betrekking tot het gebruik geldt de volgende regels: a. zelfstandige bewoning van bijgebouwen is niet toegestaan. 3.4.2 Uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen, dienstverlening en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten Uitoefening van aan-huis-gebonden beroep, dienstverlening en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten is uitsluitend toegestaan in een woning met inachtneming van de volgende regels: a. er is één activiteit per woning toegestaan; b. de activiteit is in zijn uiterlijke verschijningsvorm ondergeschikt aan de woning en de woonomgeving; c. de activiteit naar omvang ondergeschikt is aan het wonen en neemt niet meer dan 40% van de vloeroppervlakte van de woning en totaal niet meer dan 80 m2 in beslag; d. de activiteit wordt hoofdzakelijk verricht door de bewoner, mogelijk ondersteund door ten hoogste 1 medewerker; e. er is geen sprake van een ontoelaatbare publieks- of verkeersaantrekking, mede in verband met eventueel reeds in de directe nabijheid aanwezige beroepsvestigingen; f. er is of kan voldoende worden voorzien in parkeergelegenheid voor werknemers en bezoekers; g. er vindt geen detailhandel plaats, anders dan ten behoeve van ter plaatse vervaardigde of gebruikte goederen; h. op geen andere wijze wordt hinder of overlast veroorzaakt; i. de activiteit is niet toegestaan in een bijgebouw. 3.4.3
Zelfstandige uitoefening aan-huis-gebonden beroep
Zelfstandige uitoefening van aan-huis-gebonden beroep is toegestaan in een woning, met inachtneming van de volgende regels: a. per woning is er tussen de activiteiten naar aard en omvang samenhang, zodanig dat deze behoren tot één zelfstandig aan-huis-gebonden beroep; b. de activiteit is in zijn uiterlijke verschijningsvorm ondergeschikt aan de woning en de woonomgeving; 14
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
c. de activiteit naar omvang ondergeschikt is aan het wonen, dus niet meer dan 40% van de vloeroppervlakte van het gebouw; d. er is of kan voldoende worden voorzien in parkeergelegenheid voor werknemers en bezoekers; e. er vindt geen detailhandel plaats, anders dan ten behoeve van ter plaatse vervaardigde of gebruikte goederen; f. op geen andere wijze wordt hinder of overlast veroorzaakt. 3.4.4
Huisvesting voor mantelzorg
Huisvesting voor mantelzorg is toegestaan, met inachtneming van de volgende regels: a. huisvesting voor mantelzorg is binnen de bestemming zonder meer toegestaan in een hoofdgebouw of in een aanbouw, uitbouw dan wel bijgebouw; b. huisvesting voor mantelzorg is toegestaan in de vorm van een extra huishouden op hetzelfde perceel; dit wordt niet aangemerkt als woning of als zelfstandige bewoning; c. de oppervlakte voor huisvesting van mantelzorg bedraagt ten hoogste 30 m2 met dien verstande dat de in lid 3.2.1 onder d genoemde oppervlakte niet mag worden overschreden; d. huisvesting voor mantelzorg is toegestaan indien sprake is van medische noodzaak, onderschreven door een zorgdeskundige en uitsluitend gedurende de periode dat mantelzorg noodzakelijk is. 3.4.5
Logies en ontbijt
Verstrekking van logies en ontbijt is uitsluitend toegestaan in een woning, met inachtneming van de volgende regels: a. de activiteit is in zijn uiterlijke verschijningsvorm ondergeschikt aan de woning en de woonomgeving; b. per woning zijn ten hoogste twee eenheden/kamers voor ieder ten hoogste twee personen toegestaan; c. er is geen sprake van een ontoelaatbare publieks- of verkeersaantrekking, mede in verband met eventueel reeds in de directe nabijheid aanwezige andere functies/activiteiten; d. er is of kan voldoende worden voorzien in parkeergelegenheid voor bezoekers; e. op geen andere wijze wordt hinder of overlast; f. een tweede huishouden of huisvesting van arbeidsmigranten zijn als vorm van logies en ontbijt niet toegestaan; g. de activiteiten zijn niet toegestaan in een bijgebouw. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1 Uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen, dienstverlening en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in een bijgebouw Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4.2 onder i voor het toestaan van de activiteiten in een bijgebouw, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. voldaan wordt aan het bepaalde in lid 3.4.2 onder a tot en met h; b. verzekerd wordt dat geen verzelfstandiging van de activiteit plaatsvindt; c. onder het bepaalde als bedoeld onder b wordt aangemerkt een bijgebouw op een afstand van ten minste 3 meter van de bestemming Verkeer of een gesloten privaatrechtelijke overeenkomst waarin is overeengekomen dat geen zelfstandige activiteit gaat plaatsvinden. 3.5.2
Logies en ontbijt in een bijgebouw
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4.5 onder g voor het toestaan van de activiteiten in een bijgebouw, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. voldaan wordt aan het bepaalde in lid 3.4.5 onder a tot en met f; b. de logieseenheden voldoen tevens aan het bouwbesluit inzake logiesfunctie;
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
15
c. afwijking mag worden verleend voor bijbehorende voorzieningen voor verblijf, zoals sanitaire voorzieningen; d. verzekerd wordt dat geen verzelfstandiging van de activiteit plaatsvindt; e. onder het bepaalde als bedoeld onder b wordt aangemerkt een bijgebouw op een afstand van ten minste 3 meter van de bestemming Verkeer of een gesloten privaatrechtelijke overeenkomst waarin is overeengekomen dat geen zelfstandige activiteit of logies voor arbeidsmigranten gaat plaatsvinden. 3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.6.1
Verbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming als bedoeld in lid lid 3.1 onder b zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. werkzaamheden die voorzien in het verharden van in totaal meer dan 10% van het perceel; b. werkzaamheden die strekken tot de realisatie van oprijdpaden die breder zijn dan 2 meter en die naar bestaande garages lopen. 3.6.2
Uitzondering op het verbod
Het in 3.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op onderstaande werken en werkzaamheden: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; b. reeds in uitvoering zijnde werken of werkzaamheden op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. werken en werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 3.6.3
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning
De werken of werkzaamheden als bedoeld in sublid 3.6.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor het groene karakter niet onevenredig wordt of kan worden aangetast. 3.7
Voorwaardelijke verplichting dove gevels
Ter waarborging van een goed woon- en leefklimaat voor de nieuwe woning, zoals bedoeld in artikel 3.2.2, onder a geldt de volgende voorwaardelijke verplichting: a. de gevels aan de oost-, west- en zuidzijde van de woning dienen op de verdieping te worden uitgevoerd als een dove gevel. Deze dove gevels dienen ook in stand te worden gehouden.
3.8
Toetsingsregel gevelgeluidwering
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van de nieuwe woning, als bedoeld in artikel 3.2.2 onder a, kan uitsluitend worden verleend indien de karakteristieke geluidwering van de gevels (zie NEN 5077), die een 'gecumuleerde geluidsbelasting van 53 dB of meer' hebben, ten minste gelijk is aan het verschil tussen de gecumuleerde geluidsbelasting van omliggende wegen en 33 dB (binnenniveau). Dit dient te blijken uit een bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de woning te overleggen bouwkundig akoestisch onderzoek.
16
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
3.9
Voorwaardelijke verplichting geluidwerende voorziening
Ter waarborging van een goed woon- en leefklimaat voor de nieuwe woning, zoals bedoeld in artikel 3.2.2, onder a geldt de volgende voorwaardelijke verplichting: a. Voordat de woning in gebruik wordt genomen dient een geluidwerende voorziening aangelegd en in stand te worden gehouden langs de zuidelijke perceelsgrens vanaf de bestaande bebouwing op het zuidelijk gelegen perceel tot de achterste perceelsgrens met een hoogte van minimaal 2 meter. Bij toepassing van een scherm dient deze geheel gesloten te worden uitgevoerd met een minimale massa van 10 kg/m².
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
17
Artikel 4 4.1
Waarde - Archeologie 5
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie - 5' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden. 4.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 4.2.1
Bouwen
a. Op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 4.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m; b. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. 4.2.2
Voorwaarden
Indien uit het in lid 4.2.1 onder b genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen of kunnen worden verstoord, kunnen het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 4.2.3
Bouwverbod
Indien uit het in lid 4.2.1 onder b genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in lid 4.2.2 genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de vergunning geweigerd. 4.2.4
Uitzonderingen
Het bepaalde in 4.2.1 onder b, 4.2.2 en 4.2.3 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: a. vervanging, vernieuwing, vergroting of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil, wordt uitgebreid binnen een afstand van maximaal 3 m van de bestaande fundering; b. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m²; c. een bouwwerk waarvoor de graafwerkzaamheden om het bouwwerk te plaatsen niet dieper reiken dan 0,5 m onder peil.
18
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1
Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 5 zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen, verlagen of afgraven van de bodem, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 0,5 m; b. het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 0,5 m; c. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt; d. het verlagen of het verhogen van het waterpeil; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt waarbij de breedte van deze werken tenminste 1,25 m bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 0,5 m; f. het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 0,5 m; g.
het aanleggen van bos of boomgaard, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 0,5 m; h. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 0,5 m, waartoe ook wordt gerekend het verwijderen van bestaande funderingen, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt. 4.3.2
Uitzondering op het aanlegverbod
Het in lid 4.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b. c. d.
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 4.2 in acht is genomen; ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
4.3.3
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning
a. de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden wordt verleend, indien is gebleken dat de in lid 4.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal; b. voor zover de in lid 4.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning één of meerdere van de volgende voorschriften wordt verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties;
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
19
c. de vergunning wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. 4.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen door de bestemming ‘Waarde Archeologie 5’ geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
20
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
Artikel 5 5.1
Waarde - Cultuurhistorie
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Cultuurhistorie aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming van de molen als werktuig en als beeldbepalend cultuurhistorisch waardevol element. 5.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. er wordt geen bebouwing opgericht met een bouwhoogte van meer dan 0 meter, met dien verstande dat: 1. de maximaal toelaatbare goot- en bouwhoogte van de bestaande en nieuwe woning als bedoeld in artikel 3.2.2 onder a sub 1 en 2 niet meer mogen bedragen dan 3,3 en 6.3 m; 2. voor aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen een maximale hoogte geldt van 3 meter. 5.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 5.2 indien: a. de vrije windvang of het zicht op de molen al zijn beperkt vanwege aanwezige bebouwing en de windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt vanwege de nieuw op te richten bebouwing; b. toepassing van de in lid 5.2 bedoelde maten de belangen in verband met de nieuw op te richten bebouwing onevenredig zouden schaden.
5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1
Verbod zonder omgevingsvergunning
Het is op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het beplanten met bomen, heesters en andere hoog opgaande beplanting; b. het ophogen van gronden. 5.4.2
Uitzonderingen op het verbod
Het verbod van lid 5.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal beheer of onderhoud ten dienste van de bestemming betreffen; b. reeds op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn; c. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor ingevolge deze regels een omgevingsvergunning voor afwijken is verleend; d. het beplanten met bomen, heesters en andere opgaande beplanting die als zij volgroeid zijn, niet hoger zijn dan 3 m met in achtneming van het bepaalde in lid 5.5.
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
21
5.4.3
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning
De werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien daardoor geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de belangen van de molen als werktuig en als beeldbepalend element. Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden te beslissen, wint het bevoegd gezag hieromtrent schriftelijk advies in bij de molendeskundige. 5.5
Voorwaardelijke verplichting bescherming molen
a. Het in gebruik nemen en houden van de bestaande en nieuwe woning als bedoeld in artikel 3.2.2 onder a, is slechts toelaatbaar, indien daardoor geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de belangen van de molen als werktuig en als beeldbepalend element. b. Er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de belangen van de molen indien: 1. achter de bestaande en nieuw te bouwen woning in (zuid)oostelijke richting geen bomen aanwezig zijn. De daar aanwezige boom, ten tijde van de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan, is gerooid; 2. de maximale hoogte van de op het terrein aanwezige beuk mag niet meer bedragen dan 6,3 m; 3. de rond de tuin aanwezige laurierheg niet hoger is dan 2 m; 4. de overige aanwezige hoog doorgeschoten struiken en bomen zijn gerooid; 5. de nieuwe tuininrichting een open karakter heeft. Dit betekent dat: de nieuw te planten bomen en struiken in volgroeide staat de hoogte van 3 m niet overschrijden te meten vanaf peil, zoals gedefinieerd in artikel 1.47 sub b; de nieuw te planten bomen en struiken niet in rijen of groep geplant mogen worden maar zoveel mogelijk separaat; aan de zijde pal voor de molen bomen of hoog opgroeiende struiken niet zijn toegestaan; 6. de bestaande aanbouw met dakopbouw direct ten noorden van het aanduidingsvlak 'nieuwe woning toegestaan' is gesloopt op het moment dat de nieuwe woning in gebruik wordt genomen.
22
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelbepaling
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
23
Artikel 7 7.1
Algemene bouwregels
Afwijking bouwgrenzen
De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt; b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt. 7.2
Bestaande maten
7.2.1
Bouwregels
a. Voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. b. In geval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. c. Op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing. 7.2.2
Afwijken van de bouwregels
a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2.1 onder b voor: 1. het toestaan van herbouw van een gebouw met dezelfde oppervlakte of kleiner, indien de afstand tot perceelsgrenzen: gelijk blijft of wordt verkleind bij een maximum maat; gelijk blijft of wordt vergroot bij een minimum maat; 2. het toestaan van uitbreiding van een gebouw tot ten hoogste de maximum diepte of oppervlakte, indien de afstand tot perceelsgrenzen: gelijk blijft of wordt verkleind bij een maximum maat; gelijk blijft of wordt vergroot bij een minimum maat; b. Afwijking als bedoeld onder a is toegestaan voor zover geen sprake is van een onevenredige aantasting van: 1. de woonsituatie; 2. het straat- en bebouwingsbeeld; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
24
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
7.3
Ondergronds bouwen
7.3.1
Ondergrondse bouwwerken
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak met dien verstande dat ondergrondse bouwwerken ten behoeve van openbare voorzieningen zowel binnen als buiten een bouwvlak gerealiseerd mogen worden; b. het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak boven het peil; c. de oppervlakte van ondergrondse bouwwerken wordt bij de in hoofdstuk 2 opgenomen oppervlaktematen meegeteld voor zover niet op dezelfde plaats boven peil een gebouw aanwezig is; d. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3 meter onder peil, met dien verstande dat een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 meter onder peil gebouwd mag worden. 7.3.2
Afwijking
Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in lid 7.1 onder c omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden. 7.3.3
Bouwen van zwembaden
Op een perceel is ten hoogste 1 niet-overdekt zwembad toegestaan, met inachtneming van de volgende regels: a. het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel van een hoofdgebouw of het verlengde daarvan en op een afstand van ten minste 3 meter van de zijdelingse en van de achterste perceelsgrens; b. het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut; c. de oppervlakte van het zwembad mag maximaal 100 m² bedragen; d. de diepte van het zwembad bedraagt maximaal 3 meter onder peil.
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
25
Artikel 8 8.1
Algemene afwijkingsregels
Maten en bouwgrenzen
Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is - bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. de overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
26
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
Artikel 9 9.1
Algemene wijzigingsregels
Overschrijding bestemmingsregels
Het bevoegd gezag kan de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.
Bestemmingsplan "Schoolstraat 67 te Moergestel" (vastgesteld)
27
Artikel 10 10.1
Overige regels
Waarborgen voldoende parkeer- en laad- en losgelegenheid
Ten behoeve van het voorzien in voldoende parkeer- en laad- en losgelegenheid, gelden de volgende regels: a. bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of afwijken, dient tenminste voldaan te worden aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen, zoals opgenomen in de op 24 augustus 2016 vastgestelde 'Nota Parkeernormen 2016' van de gemeente Oisterwijk; b. indien het gebruik van een gebouw en/of gronden daar aanleiding toe geeft, dient te worden voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen; c. het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder a en toestaan, dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien en in stand wordt gehouden op eigen terrein, indien: 1. er voldoende parkeergelegenheid in openbaar gebied is, of; 2. er door andere omstandigheden mede verband houdende met de aard en omvang van de nieuwe functie of het bouwwerk zoals dubbelgebruik, aanwezigheidspercentages en fietsgebruik volstaan kan worden met een lagere norm; 3. afwijken van de regels zoals bedoeld onder c. is slechts mogelijk indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de parkeersituatie in de openbare ruimte; de woon- en leefsituatie; d.