CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 (geanonimiseerd) - Rapportage 'Prognose Openluchtbad Staalbergven' d.d. 14 juni 2024 van Hospitality Group (aangepaste versie)

RAAD 19 september 2024, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Toekomst zwembad Staalbergven - VERWORPEN10.358 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

30

gebied zoveel vennen, natte heiden en broekbossen aanwezig zijn. In het zwemgedeelte van het Staalbergven is ooit een ponton aangelegd en is het ven rondom het ponton verdiept. Hierdoor is een lek ontstaan is deze slecht doorlatende laag. De watertekorten worden aangevuld doordat oppervlakkig grondwater uit de bos- en heideomgeving wordt aangetrokken. Dit water is voedselarm en bevat ijzer, wat in staat is om fosfaat aan zich te binden. Hierdoor blijft de fosfaatbeschikbaarheid op een zeer laag niveau. Hiermee is de volgende situatie ontstaan. In de winter lopen de stikstofconcentraties in de waterlaag te hoog op vanwege de stikstofaanvoer uit de lucht. Hierdoor ontwikkelen zich algen op de waterbodem en op de bijzondere vegetatie. Deze ontwikkelen zich niet verder omdat de fosfaatbeschikbaarheid in de waterlaag erg laag blijft. Dit is echter wel een precair evenwicht; de conditie van de planten is niet optimaal vanwege de dunne algenlaag. Indien er ook algen in de waterlaag gaan groeien ontstaat er een negatieve spiraal: de planten krijgen onvoldoende licht om te fotosynthetiseren, hierdoor kunnen ze onvoldoende zuurstof in de bodem pompen, er kan dan fosfaat uit de zuurstofloze bodem naar de waterlaag gaan, die vervolgens de algenbloei versterkt, wat de planten verder verzwakt. Voor de venvegetatie zijn er dus twee grote risico’s aan het zwemgebruik:

1) Daar waar zwemmers over de waterbodem lopen verdwijnt de venvegetatie 2) Indien zwemmers voedingsstoffen aanvoeren (wat vooral gebeurt door urineren), kan het ven in de hierboven beschreven negatieve spiraal raken. Overigens moet dan wel onderscheid worden gemaakt tussen het zwemgedeelte en de rest van het ven. Het ven lekt in het zwemmersdeel en in 2018 is ook geconstateerd dat er een waterstroom vanuit het ven was richting dit deel. Problemen in het zwemgedeelte slaan hiermee niet direct over naar het vengedeelte; er is wateruitwisseling tussen beide delen, maar deze is beperkt.

Inschatting invloed toekomstig zwemgebruik De invloed van beide hierboven genoemde factoren is sterk verschillend. Het oppervlak watervegetatie dat door betreding verdwijnt is min of meer evenredig met de gebruiksintensiteit. In de huidige situatie is er een kaal gedeelte aanwezig op de meest belopen plekken. Dit zal bij een gelijke gebruiksintensiteit ongeveer zo blijven. Veel moeilijker is het om de risico’s in te schatten van de aanvoer van extra voedingsstoffen. Het al dan niet ontstaan van een meer troebele situatie is afhankelijk van een veelheid aan factoren. Zo wordt de concentratie aan voedingsstoffen niet alleen bepaald door het urineren van zwemmers, maar ook door stikstofdepositie uit de lucht, aanvoer van voedingsstoffen via het grondwater, uitwisselingsprocessen met de waterbodem, aanvoer via ganzen en aanvoer door inwaaiende boombladeren. Daar bovenop zijn er ook diverse processen die juist voor afvoer of vastlegging van voedingsstoffen zorgen, zoals aanvoer van ijzer via het grondwater, opname van voedingsstoffen door waterplanten en stikstofafvoer via bacteriële processen (nitrificatie/denitrificatie). Deze opsomming is verre van uitputtend. Wel wordt hiermee

31

duidelijk dat het, zonder gedetailleerd onderzoek, niet mogelijk is om een getal of grenswaarde aan te geven voor een theoretische maximale belasting. De realiteit is eerder dat het systeem al aan de bovengrens zit van wat het aan kan, getuige ook het verdwijnen van waterlobelia in het verleden en de aanwezigheid van algen op de planten en waterbodem. Daarmee is er nu al een reëel risico op perioden met verminderd doorzicht en sterk verminderde vitaliteit van de venvegetatie. Het ontstaan van dergelijke perioden is vaak afhankelijk van een samenloop van omstandigheden. Bijvoorbeeld een storm in een periode met warm water, waardoor bodemdeeltjes opwervelen en voedingsstoffen in de waterlaag terecht komen. Een goed uitgangspunt zou daarom zijn dat het gebruik als zwemwater niet leidt tot een verhoogd risico op vermesting.

Advies zwemgebruik & venvegetatie De bijzondere venvegetatie kan in principe samengaan met het gebruik van een deel van het ven als zwemwater. Wel brengt dit risico’s met zich mee voor de vegetatie, waardoor het goed zou zijn om de twee volgende indicatoren in de gaten te houden:

1) De kale zandbodem als gevolg van het zwemgebruik moet zich niet verder uitbreiden, dus moet beperkt blijven tot de ondiepe delen grenzend aan het “strand” van het zwemgedeelte. 2) Te sterke aanvoer van voedingsstoffen komt waarschijnlijk snel tot uiting in het teruglopen van het doorzicht in het zwemgedeelte. Het is aan te raden om in het zomerseizoen frequent (dagelijks of enkele malen per week) het doorzicht te meten en bij een teruglopend of onvoldoende doorzicht (< 1 meter) het zwemgebruik tijdelijk te staken. Verder kunnen er diverse dingen gedaan worden om vermesting te voorkomen. Het eerste is het plaatsen van voorlichtingsborden waarop de gevolgen van urineren in het water worden uitgelegd, dit in combinatie met het aanbieden van goede sanitaire voorzieningen. Het tweede is het samenwerken met Natuurmonumenten in het verjagen van de ganzen en kokmeeuwen van het ven, en het ven onaantrekkelijk maken voor broedende en ruiende ganzen. Ook beperking van de bosopslag op de oevers en de scheiding tussen zwem- en vengedeelte draagt bij aan een voedselarmer ven. Zo lang de kritische depositiewaarde voor stikstof overschreden wordt, is het zaak om elke andere potentieel vermestende activiteit nauwlettend te volgen en liefst zo veel mogelijk te beperken. Tenslotte moet nog vermeld worden dat het Staalbergven van nature een tamelijk wisselend waterpeil heeft.

Hierdoor vallen delen van de oever in de zomer droog; de resulterende doorluchting van de bodem draagt bij aan het voedselarm houden van het ven. Het huidige beleid om zeer terughoudend te zijn met het oppompen en inlaten van grondwater kan dus het beste worden voortgezet.

32

Literatuur

-------------- & -------------, 2019. Invloed van recreatief gebruik op het Staalbergven. B-WARE rapport 19.046.19.96. In opdracht van Hospitality Group. -------------- & -------------, 2024. Prognoses Openluchtbad Staalbergven. Hospitality Group rapport 240000.d01.RM/TR

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14438428/4