CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a Koersdocument Oostflank mei 2024 schoon

RAAD 27 juni 2024, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Definitieve vaststelling Koersdocument Oostflank - GEAMENDEERD AANVAARD31.259 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

op hoofdlijnen. Gezien er nog geen concrete

de ontwikkeling Oostflank als ook de SRBT geldt

deelgebieden betrokken, sommige partners

is dit onmogelijk. Het is echter ondoenlijk om

plannen en maatregelen onder liggen is het nog

dat de doorvertaling, gericht op de uitvoering

enkel in specifieke deelgebieden. Middelen:

alle financiering bij vaststelling al geregeld te

niet exact uit te rekenen. Er kunnen nog vele

plaatsvindt in samenwerking met Rijk, Provincie,

Voor transitie van het landelijk gebied zal

hebben. Voor het koersdocument is het daarbij van

scenario’s van toepassing zijn. In de komende jaren

Waterschappen.

waar nodig ten aanzien van middelen met

wezenlijk belang dat dit plan past in de geest van

zal dit voor elk project uiteraard nader uitgewerkt

name worden ingezet op middelen vanuit het

het NPLG (Nationaal Programma Landelijk gebied),

worden.

Rijk (Nationaal Programma Landelijk Gebied),

het voorontwerp Brabants Programma Landelijk

de provincie (Brabants Programma Landelijk

Gebied en de in wording zijnde nota Ruimte van

Als iets conform de Koers wordt uitgewerkt maar er

Gebied, Bossenstrategie), de GGA’s en de

de provincie Noord Brabant, en derhalve voor

blijkt geen enkel zicht te zijn op budgetten en/of

waterschappen.

medefinanciering vanuit de aanzienlijke Rijks

een realistisch verdienmodel en/of er ontstaat geen

Mobiliteit: de projecten in deze transitielijn

middelen NPLG in aanmerking komt, alsmede

zicht op maatregelen om onevenredige economische

zijn altijd via een spinnenwebstructuur op

provinciale budgetten voor natuurbeheer en

schade (bij uitwerking van de deelontwikkelingen)

een of andere manier met elkaar verbonden.

natuurherstel (LPN en BPLG).

te ondervangen (bij uitwerking van de

Samenwerking met partijen De komende jaren willen we verder samenwerken met diverse betrokken partijen in het gebied. Partijen als: Provincie Noord-Brabant, Waterschap, Natuurmonumenten, Brabants Landschap, Brabantse

5

Milieufederatie, Buitengebied management, ProRail, SRBT, Van Gogh Homeland, Stichting

deelontwikkelingen) dan zullen de consequenties

Daarom wordt altijd alles teruggekoppeld

Duinboeren, boomtelers, Treeport Haaren, ZLTO, BPG, Stichting Duurzaamheidsvallei dorpsraden, Biodiversiteitsteam Oisterwijk, projectontwikkelaars, dorps-, buurt- en wijkraden en de dorpen.

via een integraal mobiliteitsoverleg tussen

Er kunnen grote bandbreedtes bestaan in scenario’s

ervan voor de Koers in beeld gebracht worden, in

beide gemeenten. Daarnaast wordt binnen de

waarin de koers kwalitatief wordt vertaald in

beeld gebracht worden. Waar nodig zullen alsdan

verschillende deelprojecten samengewerkt

concrete ontwikkelingen. Visies in deze mate van

ambities worden bijgesteld.

met specifieke partners, waaronder andere

abstractie worden in de regel niet doorgerekend.

gemeentes en provincie (N65). Middelen: Voor de diverse transities op het gebied betrokken partijen worden opgehaald

Deze aanpak is schematisch weergegeven in een

of gekoppeld zijn aan (woningbouw)

organisatieschema, welke is uitgewerkt voor de drie verschillende transitielijnen. Dit schema is een eerste concept dat samen met alle partners verder uitgewerkt kan worden. Twee tot drie keer per jaar zal er een bestuurlijk overleg plaatsvinden tussen de twee gemeentes. Bestuurlijk wordt hierbij afstemming gezocht met de Gebiedsgerichte aanpak (GGA) gebieden Kampina en Loonse en Drunense Duinen. De GGA’s leveren op hun beurt operationeel input aan de opgaven voor het landelijk gebied. De dorps- wijk- en/of buurtraden leveren met name operationeel input aan de opgaven op het gebied van mobiliteit, wonen en werken met aandacht voor de maatschappelijke voorzieningen. Voor de drie transitielijnen geldt het volgende: 4

Landelijk gebied: binnen deze transitielijn worden 6 deelgebieden onderscheiden, waar Tilburg & Oisterwijk ofwel samen aan werken of waar elke gemeente afzonderlijk

ontwikkelingen. 6

Wonen en werken: de projecten in deze transitielijn kunnen, binnen de kaders gesteld in het koersdocument, per gemeente individueel uitgewerkt worden. Uiteraard vindt in het bestuurlijk overleg terugkoppeling plaats van de status van de projecten. Middelen: Voor de deelprojecten op het gebied

Kostendrager

THEMA LANDELIJK GEBIED 400 ha geheel herbestemmen van agrarisch naar natuur, afwaardering gronden. Dit kan misschien goedkoper door te kijken naar goede combinaties van bos & boomteelt. ca. 30-40 mio Realisatie natuur (bos) ca. 4 mio Beekdalherstel Nader uit te werken Totaal ca. 35 - 45 mio THEMA MOBILITEIT

Station incl. toebehoren (aankoop gronden, parkeren, overgangen etc.) Aanpassingen station Oisterwijk incl. onderdoorgang spoor Aanleg mobiliteitshubs Tilburg (P&R, fietsparkeren, laadpunten, deelauto's etc)

ca. 40 mio ca. 10-15 mio ca. 1 mio

2x fietstunnel/recroduct

ca. 8 mio

van wonen zal voor middelen met name gekeken worden naar de desbetreffende ontwikkelaars en woningbouwcorporaties en waar mogelijk worden eventuele subsidies aangetrokken, zoals de Woningbouwimpuls (WBI) en eventuele andere Rijkssubsidies. Er zijn enkele top-items gedefinieerd die voor de uitvoering geen grenzen kennen/over grenzen heengaan en daarmee in alle deelgebieden en deelprojecten een rol krijgen: water, natuur- & biodiversiteit, cultuurhistorie en recreatie. Daar

De ze Er ta zi be jn l i ge s e en en re gr ch ov te e n ee aa r n ste te i on nsc tl ha en t en tin . g.

van mobiliteit zullen middelen bij diverse

Aanpak en middelen

(snel)fietspaden Maatregelen autoluw centrum Udenhout Verlengde Koningsoordlaan

ca. 4 mio ca. 0,3 mio ca. 3 mio Totaal ca. 66 - 71 mio

NPLG/BPLG en LPN middelen van Rijk en provincie NPLG/BPLG en LPN middelen van Rijk en provincie Waterschap de Dommel en provincie

Kosten Rijk/Prorail. Mogelijk gemeentelijke bijdrage nodig vanuit Tilburg. Kosten Rijk/Prorail/Gemeente Oisterwijk Kosten grotendeels Gemeente Tilburg In nadere kostenverdeling gemeente Tilburg en Oisterwijk, mogelijk bijdrage bovenwijks, mogelijk bijdrage Rijk en provincie. Kosten beide gemeenten, mogelijk bijdrage bovenwijks, mogelijk provinciale bijdrage. Kosten gemeente Tilburg, bijdrage bovenwijks Kosten gemeente Tilburg, bijdrage bovenwijks

THEMA WONEN, WERKEN, RECREEËREN

Het uitgangspunt is dat ontwikkelingen op het gebied van wonen en werken zoveel mogelijk vanuit de opbrengsten de kosten kunnen dekken. Dit zal bij de verdere planuitwerkingen moeten blijken. De hoge ambities op het gebied van betaalbare woningbouw maakt dit uitdagend en wellicht zullen we hier als gemeentes (binnen de eigen gemeente) ook iets in bij moeten dragen. In de businesscase van deze ontwikkelingen horen ook investeringen in binnenplanse mobiliteitsmaatregelen en binnenplanse landschapsontwikkeling én een bijdrage aan bovenwijkse voorzieningen. Op het gebied van recreatie zou het mogelijk kunnen zijn dat de gemeentes moeten investeren. Dit is echter op basis van de huidige koers nog niet te ramen.

waar voor deze items overkoepelend afstemming wordt gevraagd zullen we dit uiteraard zoeken.

106

107

De ze ui ka ts a pr rt ak is en i l ov lus er tr ex ati ac ef te en pe d rc oe el t g en e . en

Landelijk Gebied

Landelijk gebied A - de leemkuilen + overgangszone 500m rondom de leemkuilen en langs Udenhout B - zone tussen B-E, Oisterwijk en Udenhout C - zone tussen Haaren en Oisterwijk tot aan leemkuilen en N65 D - zone rond Biezenmortel E - randzone van ca. 500m langs de Brand (GGA Loonse en Drunense Duinen) F - randzones van ca. 500m Oisterwijse Vennen & Kampina Dit zijn grove contouren om het onderscheid tussen de gebieden duidelijk te maken. De exacte contouren worden in overleg met de beide GGA's bepaald. 108

Organisatieschema

109

BEGRIPPENLIJST

BEGRIPPENLIJST Enkele relevante begrippen uit het koersdocument worden hieronder nader geduid. Dit zijn nadrukkelijk niet alle opgenomen (en tevens relevante) begrippen in het koersdocument. KOERS/KOERSDOCUMENT: De koers en het koersdocument is een sturende richting op basis van de maatschappelijke kansen, opgaven en urgenties die gemeentes met het gebied op willen de komende jaren tot 2040. Het is geen juridisch planologisch kader. Het koersdocument is een bouwsteen, stimulerend en richtinggevend kader voor verdere beleidvorming. LAGENBENADERING: Een manier van het maken van keuzes ten behoeve van de koers, waarbij de onderste laag (de fysieke ondergrond) van natuur, water, bodem en cultuurhistorie voorwaarden stelt aan de middelste laag (de netwerk laag) van infrastructuur en beide lagen vervolgens weer voorwaarden stellen aan de bovenste laag (de occupatielaag) van het grondgebruik op het gebied van wonen, werken en recreëren. LANDSCHAPSECOLOGISCHE VERBINDINGSZONES: Dit zijn brede zones in het bestaande landschap waarin de natuurwaarden worden gestimuleerd (door o.a. toevoeging van landschapselementen). We zorgen met de landschapsecologische zonering voor een robuuste en betere verbinding tussen de bestaande natuurgebieden en een samenhangend natuurnetwerk, waardoor diverse diersoorten beter kunnen migreren.

NATUURINCLUSIEVE LANDBOUW: De bedoeling hiervan is het leveren van een bijdrage aan de achterliggende doelen op basis van feitelijke waarnemingen voor en tijdens de transitie. Dit betekent dat we met deze landbouw een bijdrage willen leveren aan de volgende doelen: - De biodiversiteit omhoog - Schoner water (incl. stedelijk water), inclusief het zover als mogelijk terugdringen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. - Tegengaan van verdroging - Dieper liggend water omhoog (tbv drinkwater en beschikbaarheid in de zomer; zoek naar alternatieve oplossingen) - Natuurgebieden ontlasten en verbinden (zie o.a. Versailles van het Noorden) De definitie kent geen vast omlijnd eisen pakket en dit willen we ook niet. In de gebiedsprocessen willen we dit type landbouw stimuleren en gezamenlijk gebiedsgewijs kijken wat nodig is, haalbaar is en hoe we daar gezamenlijk naar toe kunnen. We laten ons hierbij inspireren door de definitie die BoerenNatuur heeft geformuleerd voor het begrip natuurinclusieve landbouw: “een economisch rendabel landbouwsysteem dat voedsel en gewassen produceert, in balans met de natuurlijke omgeving, natuurlijke hulpbronnen integreert in de bedrijfsvoering en zorgt voor biodiversiteit op en rond het bedrijf.” ONDERZOEKSGEBIED/POTENTIELE ONTWIKKELLOCATIE WONEN: Locaties die nog nader onderzocht moeten worden op geschiktheid voor woningbouw.

ONTWIKKELINGSGEBIED/ONTWIKKELLOCATIE WONEN: Locaties waarbinnen de gemeente zich inzet om woningbouw toe te staan.

110

111

Bijlage BIJLAGE 1 Relevant overheidsbeleid Hieronder een overzicht van relevant overheidsbeleid. Dit is geen limitatieve lijst. Enkele citaten uit sommige beleidsstukken zijn hier opgenomen. Dit betreft nadrukkelijk geen samenvatting of uitputtend overzicht. De stukken zijn integraal kaderstellend.

RIJK: Kamerbrief Water en Bodem sturend, 25 november 2022 pdf (overheid.nl)

RIJK: Ontwerp Nationaal Programma Landelijk gebied d.d. 15 december 2023 Ontwerp Nationaal Programma Landelijk Gebied (overheid.nl)

RIJK: NPLG – handreiking versie februari 2024 Handreiking_voor_de_gebiedsprogrammas_NPLG_versie_feb_2024.pdf

PROVINCIE: Brabantse Omgevingsvisie 2018 Omgevingsvisie - Provincie Noord-Brabant

PROVINCIE: Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK) 30 juni 2023 Belangrijkste energie-infrastructuur voor middellange termijn geselecteerd - Provincie Noord-Brabant

Structurerende keuzes van de provincie In het Ruimtelijk Voorstel zijn tien ‘structurerende principes’ gepresenteerd die samen richting geven aan een integrale ontwikkelrichting voor Brabant op weg naar 2050. Deze ontwikkelrichting vormt geen blauwdruk voor Brabant en is ook nog niet af. Brabant is immers voortdurend in ontwikkeling. Het inspelen op en integraal vormgeven aan opgaven is een continu proces. Deze integrale ontwikkelrichting is een eerste aanzet die de provincie in de komende tijd samen met haar partners een stap verder wil brengen. De tien structurerende principes zijn: • Herstel van het water- en bodemsysteem in en tussen polders, beekdalen, flanken en ruggen; • Water en bodem zijn sturend voor alle ruimtelijke ontwikkelingen; • Een rijk verleden aan cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten geeft richting aan de toekomst; • Verbetering en versterking van natuurgebieden en het natuurnetwerk; • Goede landbouwgronden met ruimte voor duurzame hoogproductieve en extensieve natuurinclusieve landbouw; • Vraag en aanbod van energie zo dicht mogelijk bij elkaar; • Inzet op sterke clusters en sectoren voor een concurrerend en aantrekkelijk vestigingsklimaat; • Realiseren van een schaalsprong in stedelijkheid; • Beter, frequenter en sneller verbonden steden; • Inzet op verduurzamen van bestaande dorpen en steden.

WATERSCHAP: Waterbeheerprogramma 2022-2027, Waterschap de Dommel Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving (sim-cdn.nl)

WATERSCHAP: Handelingsperspectief, Waterschap de Dommel 15 februari 2023 Microsoft Word - Nota Handelingsperspectief watertransitie-AB 150223 (sim-cdn.nl) Extra toelichtende afbeelding vanuit het waterschap:

PROVINCIE: Ruimtelijk voorstel Brabant 19 december 2023 Hoe willen we dat Brabant eruit ziet in 2050? - Provincie Noord-Brabant

PROVINCIE: Voorontwerp BPLG 26 maart 2024 Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG) - Provincie Noord-Brabant Kopie van enkele relevante passages: Structurerende keuzes van het Rijk Het kabinet heeft in het Ontwikkeldocument NPLG (handreiking versie maart 2023) alle provincies een aantal ‘structurerende keuzes’ meegegeven om ruimtelijk uit te werken in de gebiedsprogramma’s. Ook de kabinetsbrief ‘Water en Bodem sturend’ van 25 november 2022 geeft richtingen mee. De voor Brabant relevante structurerende keuzes van het kabinet uit beide documenten kunnen als volgt worden samengevat: • • • • • • • •

112

Structurerende keuzes om water en bodem sturend te laten zijn voor de ruimtelijke ontwikkeling; Overgangsgebieden rondom stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, waarin het landgebruik en waterpeil een bijdrage moeten leveren aan natuurherstel; Bufferzones langs beekdalen op hoge zandgronden; Inpassing areaal agrarische natuur/nieuwe natuur; Ruimte voor waterberging; Waterbeschikbaarheid van verzilte gebieden; Invulling van 10 procent groenblauwe dooradering; Bescherming landbouwgrond.

113

REGIO: Woondeal SRBT (Stedelijke Regio Breda – Tilburg) maart 2023 Regionale woondeal gesloten met Rijk, provincie, gemeenten en corporaties - Regio Hart van Brabant (regiohartvanbrabant.nl)

REGIO: Ontwikkelstrategie SRBT oktober 2023 Link volgt

REGIO (EN RIJK): Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 26 oktober 2023 Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant - Provincie Noord-Brabant 5 ontwikkelprincipes • Bodem en water als basis voor de verstedelijking. • Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking. • Nieuwe woningen versterken bestaande stad en dorp. • Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp. • Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarden voor en circulaire economie De stedelijke regio Breda Tilburg heeft als onderdeel van NOVEX Stedelijk Brabant tot 2040 een opgave van ongeveer 80.000 woningen en ongeveer 70.000 -80.000 extra arbeidsplaatsen. De regio wil deze woningbouwopgave inzetten om een noodzakelijke systeemsprong te maken. De regio is namelijk relatief uitgestrekt en de interactiemilieus van Breda en Tilburg - nodig voor innovatie van de economische topsectoren - zijn nog te weinig verbonden met de over de regio verspreide economische clusters. Die verbinding moet zowel qua fysieke infrastructuur (m.n. OV) als qua netwerk en ecosysteem van stedelijke innovatiehotspots en incubators die ondersteunend zijn aan de innovatiekracht van de productielocaties op industrieterreinen en platteland worden versterkt.

De stedelijke regio Breda Tilburg zet daarom in op het intensiveren van bestaand stedelijk gebied, versterking van de multimodale connectiviteit om daarmee de stedelijke interactiemilieus impulsen te geven en de bestaande dorpen leefbaar te houden. De systeemsprong gaat uit van een integrale aanpak en omvat tevens een sprong naar een robuust en klimaatadaptief water-, bodem-, natuur- en energiesysteem. Op deze manier zijn we in staat de brede welvaart voor alle inwoners van de regio te verhogen en eerlijk, inclusief over stad en land te verdelen. De verstedelijkingsopgave in de SRBT is daarmee ook een sociaalmaatschappelijke opgave. (Inter-)nationale schakel- en kennispositie De stedelijke regio Breda Tilburg heeft een internationale schakelpositie in het stedelijk Netwerk van Nederland via water (zeehaven), spoor (HSL), weg en buisleidingen. De strategische ligging tussen de zee, de Randstad, Antwerpen, Brainport Eindhoven en Chemelot, belangrijke economische clusters en energievoorzieningen, in combinatie met aantrekkelijke steden en dorpen in een aantrekkelijk en gevarieerd landschap (drie nationale parken) en topleisure-attracties als de Efteling en Beekse Bergen, vormen de basis voor de ruimtelijke keuzen van de regio.

Naast de geografische schakelpositie onderscheidt de SRBT zich van andere regio’s door een unieke combinatie van kennis en kunde op het gebied van toegepaste, mensgerichte digitale technologieën. We noemen dit Human Centered Innovation (HCI). In de SRTBT-regio komen ‘alfa’ (gedragswetenschappen, juridisch-ethische vraagstukken, vrijetijdswetenschappen, creatieve industrie, verbeelding) en ‘bèta’ (AI, data, gaming, immersive technology, robotica) bij elkaar en versterken elkaar. Met de Universiteit van Tilburg, BUas, NLDA en de Avans en Fontys Hogescholen als focuspunten, maar ook bij MBO-instellingen als Curio en ROC Tilburg heeft een sterke kennisbasis. Het benutten van die basis en de transitie naar een kennisintensieve, digitale en circulaire economie vraagt om een diversiteit van werkmilieus die meer dan vroeger met elkaar verbonden zijn. Stedelijke innovatiemilieus, fieldlabs, campussen en klassieke bedrijventerreinen moeten in de SRBT met elkaar een innovatie ecosysteem gaan vormen. Het mobiliteitssysteem moet daarop worden afgestemd.

114

Stedelijke interactiemilieus en mobiliteit Het zwaartepunt van de systeemsprong en groeien naar meer stedelijkheid ligt in de oost-west band van verstedelijking, in het midden van de stedelijke regio inclusief Oosterhout en Waalwijk. Centrumsteden zijn Breda en Tilburg. We zetten in op hoogstedelijke en stedelijke mixmilieus in de spoorzones en binnensteden van Breda en Tilburg. Zo draagt de verstedelijking bij aan de economische kracht van deze regio en het aantrekken van talent. Op deze plaatsen zetten we in op stedelijke klimaatadaptatie en duurzaam verplaatsen (voet, fiets, bus en trein). Daarmee blijft er op regionale schaal ruimte om te verplaatsen per (vracht)auto. De geconstateerde spanning tussen de opgave van wonen in de spoorzones en het gebruik van het spoor voor het vervoer van gevaarlijke stoffen speelt nadrukkelijk ook in SRBT en vraagt om handelingsperspectief. De groeiende mobiliteitsvraag vangen we zo veel mogelijk op door het beter benutten van de huidige systemen en infrastructuur w.o. de stations, door het versterken van de assen Breda-Oosterhout-Gorinchem-Utrecht en Tilburg-Waalwijk met (nieuwe) HOV/BRT-hubs en door met de verstedelijkingskeuzes bij te dragen aan gedragsverandering en het tegengaan van mobiliteitsarmoede.

Het goederenvervoer versterken we door ontwikkelingen te concentreren rond multimodale plekken, door het versterken van havens en het geschikt maken van vaarwegen voor hogere vaarklassen. De kennisclusters (Kennis-as Tilburg en Innovatiekwartier Breda) zijn van belang voor de innovatiekracht van de hele regio. Deze kennisclusters willen we beter verbinden met de economische clusters (zoals Moerdijk, Waalwijk, Amercentrale, Oosterhout, Maritiem cluster Werkendam, Zundert) die meer aan de randen van de regio liggen, o.a. door verbetering van de OV-structuur. Ook realiseren we meer gevarieerde en stedelijke woonmilieus rond de stations van Tilburg Reeshof, Gilze-Rijen, Etten-leur, Zevenbergen en Oisterwijk en bij HOV-HUBs in Waalwijk en Oosterhout. Deze stations en dat van Lage Zwaluwe worden omgebouwd tot mobiliteitshubs voor het achterland. Ook de kernen Berkel-Enschot, Goirle, Vlijmen, Bavel, Ulvenhout, Prinsenbeek en Terheijden zijn vanwege hun nabijheid van stations onderdeel van de stedenband. Hier willen we inzetten op intensivering van HOV. Steeds met nadrukkelijke aandacht voor bycicle oriented development Revitaliseringsopgave naoorlogse wijken De naoorlogse wijken en buurten bieden kansen voor verdichting, met name in stedelijke gebieden op korte afstand van OV-knooppunten, maar ook in de dorpen elders in de regio.

Vergrijzing en huishoudensverdunning heeft negatieve gevolgen voor het voorzieningenniveau en daarmee de leefbaarheid. Daarom zetten we in op het versnellen van de woningbouw in combinatie met het verrijken, verduurzamen en vergroenen van de bestaande wijken. Hier is de hefboom in de bestaande voorraad groot. Samen met de woningbouwcorporaties geven we de naoorlogse woonwijken meer prioriteit en gaan we aan de slag om onze buurten aantrekkelijk, duurzaam en vitaal te houden. Dorpenstrategieën De dorpenstrategien vormen een zeer wezenlijk onderdeel van de ontwikkelstrategie SRBT. Deze moeten de gemeenten nadrukkelijk gaan helpen en niet beperken in het realiseren van de specifieke opgaven in dorp en kleine kern. In de dorpen in het zuiden, het midden en het noorden van de regio zetten we in op het opgang brengen van doorstroming in de woningmarkt door het toevoegen van woonmilieus in die aansluiten bij veranderende behoefte (met name de groei van het aantal één en twee persoonshuishouden) en de leefbaarheid. We onderzoeken strategieën voor verdichting, transformatie en het mixen en kleinschalig uitbreiden met koppelkansen ter versterking van de leefbaarheid en het dorpse karakter . In de centrumdorpen zetten we in op het in stand houden van de voorzieningen en (nieuwe vormen van) OV bereikbaarheid en/ of nieuwe vormen van gedeelde mobiliteit.

In de dorpen in het kleigebied vraagt waterveiligheid aandacht in relatie tot nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de dorpen op het zand zetten we in op verstedelijking in combinatie met het langer vasthouden van water (versterken sponsfunctie). Powerport Moerdijk De opgave om te komen tot energietransitie heeft grote impact op Moerdijk. Het betreft de ontwikkeling van Powerport Moerdijk (o.a. aanlandingspunt voor windenergie van zee op land) in combinatie met de transitie naar een meer circulaire economie (o.a. Deltacorridor). De regio zet met rijk en provincie in op een integrale (de pilot MIEK beperkt zich tot versnelling en infra) en gebiedsgerichte aanpak en ontwerptafel voor de nationale opgave van Powerport Moerdijk incl. energieknoop Amercentrale i.r.t. de verstedelijking in SRBT (het gebied

115

Moerdijk-Drimmelen-Geertruidenberg e.o.), waarbij de kansen, opgaven en impact van de energietransitie en grondstoffentransitie (circulariteit) op de het landschap en de verstedelijking in beeld worden gebracht. Landschap, natuur en landbouw in de stedelijke regio SRBT Het investeren in de kwaliteit van het landschap, in combinatie met een klimaatrobuust watersysteem, zien we als belangrijke randvoorwaarde voor de systeemsprong in stedelijkheid en een klimaatadaptieve stedelijke regio. Blauw-groene dooradering tot diep in stad en dorp draagt ook bij aan een gezonde regio. We versterken de relatie tussen het buitengebied en de steden en de dorpen en bouwen op plekken die verantwoord zijn vanuit een duurzaam watersysteem. We zetten in op ruimte voor landschappelijke verbindingen (groene scheggen) als geleding van het bebouwd gebied, groene buffers tussen de dorpen en steden en de ontwikkeling van stadsregionale landschapsparken bijvoorbeeld tussen, Etten-Leur en Breda, Breda – Gilze en Rijen en Oosterhout, Gilze en Rijen en Tilburg, Hilvarenbeek-Tilburg, Loon op Zand-Tilburg (Pauwels) en tussen Waalwijk, Drunen en ’s-Hertogenbosch die de steden en dorpen beter verbinden met de omliggende natuurgebieden. Deze parken zorgen bovendien voor een betere ecologische verbinding tussen de zandgronden ten zuiden van de stedenband en de kleigebieden ten noorden daarvan.

De concrete zonering, plekken en invulling voor de ‘landschapsparken’ en ‘scheggen’ en’ ‘buffers’ worden door partijen nog nader bepaald en uitgewerkt. De landbouw zien we daarbij als belangrijke drager en beheerder van het landschap, gericht op een doorontwikkeling van agrarische gebieden naar natuurinclusieve en duurzame voedselproductielandschappen, grondstoffenproductielandschappen en natuurlandschappen. Samenwerken als 1 overheid We werken als negentien regio-gemeenten en vier waterschappen de komende periode samen met Rijk en provincie aan uitvoeringsafspraken voor duurzame verstedelijking in de SRBT. Richting het BO MIRT 2023 werken we o.a. verder aan concrete afspraken met het Rijk over de systeemsprong, over het regionale multimodale mobiliteitssysteem, over het water-, bodem- natuur- en energiesysteem en de economische innovatie van de regio. Als BZK-pilot RIA willen we in 2023 ook de publiek-private samenwerking, (co) financieringsstrategieën, regionale fondsvorming verder onderzoeken en vormgeven

REGIO: Concept Meerjarig Multimodaal Mobiliteitspakket, maart 2024 Concept Meerjarig Multimodaal Mobiliteitspakket - Regio Hart van Brabant (regio-hartvanbrabant.nl)

BIJLAGE 2 Grondwater convenant 2021-2027 Samenwerken aan grondwatervoorraad - Provincie Noord-Brabant Hieronder enkele uit het grondwaterconvenant 2021-2027. Dit betreft nadrukkelijk geen samenvatting of uitputtend overzicht. Strekking Convenant De uitdaging de komende jaren zit erin hoe partijen samen en met elkaar nieuwe, slimme en andere oplossingen vinden die goed zijn voor ons kostbare grondwater en goed zijn voor inwoners van Brabant, landbouw, natuur en bedrijven. Partijen zijn ervan overtuigd dat met de strekking van dit convenant en de werkafspraken uit dit convenant zij samen die oplossingen vinden en zo werken aan herstel van de grondwaterbalans in Brabant. In dit convenant maken partijen afspraken tot eind 2027 hoe de grondwaterbalans in Brabant te herstellen en te bewaken. Deze afspraken richten zich op vijf bouwstenen:

Het streven is door alle inspanningen van de partijen om in 2027 de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand ten opzichte van referentiejaar 2002 (zoals ook in de Europese Kaderrichtlijn Water wordt gehanteerd) 10 cm hoger te hebben in de lagere, peilgestuurde en in sommige gevallen nu al natte delen van Brabant, tot zeker 35 cm op de hoger gelegen infiltratiegebieden. Partijen helpen gebruikers in het gebied om zich aan te passen aan de veranderende omstandigheden. Als partijen zien dat er door de hogere grondwaterstanden per saldo onevenredig nadeel of onacceptabele schade optreedt voor één of meerdere gebruikers, dan is nadeelcompensatie het uitgangspunt. Hierbij houden partijen en gebruikers voor ogen dat dit andere locaties betreft dan waar nu al droogteschade wordt gecompenseerd door waterbedrijven en de provincie. 2. Minder grondwater gebruiken inclusief minder verdampen; Gewenst effect 2027 Partijen hebben door inzet op het vergroten van de grondwatervoorraad (zie bouwsteen 1) en inzet op minder grondwatergebruik ervoor gezorgd dat aanvulling en onttrekking van grondwater in 2027 meer in balans is en een positieve trend laat zien. Dit betekent dat de optelling van alle aanvullingen tenminste gelijk is aan de optelling van alle onttrekkingen gerekend over iedere periode van twee jaar.

Partijen werken de komende jaren samen uit hoe het gebruik van de grondwatervoorraad in Brabant verdeeld wordt over de verschillende gebruikersgroepen (drinkwater, industrie, landbouw, natuur en inwoners). Voor nu en in de toekomst. Met daarbij heldere regels (verdringingsreeks grondwater) voor die momenten (droogte) dat de grondwatervoorraad niet meer toereikend is inclusief de impact hiervoor voor de verschillende grondwatergebruikers. En een actief monitoringssysteem dat past bij de voorgenomen maatregelen om de effecten in brede zin te kunnen volgen. 3. Ruimtelijke aspecten om dat te kunnen doen of gevolgen te beperken; De ruimtelijke ordening van Brabant stuurt zowel op het vasthouden en infiltreren van water om het grondwater aan te vullen als op het regionale gebruik van water. 4. Innovatie —nieuwe uitdagingen vragen om nieuwe oplossingen; a. Partijen zetten innovatiefondsen en ontwikkelkracht in om de hiervoor benodigde transitie te versnellen en economisch haalbaar te maken; b. Partijen doen een beroep op (landelijke) kennisinstellingen en innovatieve ondernemers om kennis en inzichten in te brengen zodat ook wetenschap en bedrijfsleven kunnen bijdragen aan het succes van dit convenant; c. Landbouw en waterschappen verkennen samen welke technische innovaties er zijn om minder grondwater te gebruiken inclusief andere gewaskeuze in het kader van BBWP.

In 2022 worden deze innovaties op kleine schaal toegepast met als doel dat succesvolle innovaties in 2027 beschouwd worden als standaard (best practice); d. Terreinbeheerders verkennen samen met waterbeheerders hoe de dynamiek in snel veranderende weersomstandigheden en de voorgestane verhoging van de grondwaterstand doorwerkt n de realisatie van de natuurdoeltypen. 5. Governance —waar hebben we elkaar nodig de komende jaren. Partijen hebben geconstateerd dat de bestaande governance van het grondwater positief-kritisch tegen het licht moet worden gehouden. Hiervoor hebben partijen afgesproken om een onafhankelijke adviescommissie droogte in te stellen.

1. Meer water vasthouden in het hele watersysteem en meer aanvoeren om uiteindelijk ook meer te infiltreren dan wel anders te benutten; Gewenst effect 2027 Partijen willen dat het (regen)water in hoger gelegen gebieden niet wordt afgevoerd, maar zoveel als het kan wordt vastgehouden en infiltreert naar het grondwater, waardoor de grondwaterstanden structureel hoger zijn en kwelstromen zich herstellen.

116

117

Colofon Dit document is gemaakt in opdracht van en in nauwe samenwerking met Gemeente Tilburg en Gemeente Oisterwijk, door Strootman Landschapsarchitecten en Urhahn Stedenbouw & Strategie.

Al het beeldmateriaal: © Strootman Landschapsarchitecten & Urhahn Stedenbouw & Strategie, tenzij anders aangegeven. Sommige beelden zijn afkomstig van internet, daarvan is het beeldrecht soms onduidelijk. Rechthebbenden kunnen contact opnemen met Gemeente Tilburg. Teksten: © Gemeente Tilburg en Oisterwijk.

Mei 2024

Gemeente Tilburg

Gemeente Oisterwijk

Urhahn stedenbouw

Strootman

Postbus 90155

Postbus 10101

en strategie

Landschapsarchitecten

5000 LH Tilburg

5060 GA Oisterwijk

Henri Polaklaan 42

Funenpark 1D

www.tilburg.nl

www.oisterwijk.nl

1018 CT Amsterdam

1018 AK Amsterdam

T. 14 013

T. (013) 529 13 11

www.urhahn.com

bureau@strootman.net

T. (020) 421 74 40

T. (310) 204 19 41 69

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14188225/1