CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Meerjarenperspectief Grondexploitaties 2025

RAAD 2 juli 2026, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Meerjarenperspectief grondexploitaties 2025 - Aangenomen15.768 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Meerjarenperspectie f Grondexploitaties

1

Inhoudsopgave

6.1.

De Leye (Beekdalpark)................................................... 17

1.

Managementsamenvatting....................................................... 3

6.2.

KVL-terrein................................................................... 21

2.

Inleiding................................................................................5

6.3.

KVL studiegebied........................................................... 24

3.

4.

5.

6.

2.1.

Doel Meerjarenperspectief Grondexploitatie........................ 5

6.4.

’t Hopveld.....................................................................26

2.2.

Meerjarenperspectief

tot

6.5.

Beekdal 2.0 Haaren....................................................... 28

gemeentelijke budgetcyclus..........................................................5

6.6.

Pannenschuur Buiten..................................................... 29

2.3.

Aanpak.......................................................................... 6

6.7.

Bedrijfsweg...................................................................32

2.4.

Leeswijzer...................................................................... 6

Grondexploitatie

in

relatie

7.

Bestuurlijke ambitie en Beleid.................................................. 8

Risicomanagement en weerstandsvermogen............................. 34 7.1.

Conjuncturele risico’s..................................................... 34

7.2.

Projectgebonden risico’s en beheersmaatregelen................34

3.1.

Bestuursakkoord 2021 - 2026........................................... 8

3.2.

Besluit begroting en Verantwoording.................................. 8

3.3.

SRBT Woondeal 2022 – 2030............................................ 8

8.1.

3.4.

Woonzorgvisie en uitvoeringsprogramma 2022 – 2027..........9

grondexploitaties.......................................................................39

3.5.

Kadernota grondbeleid 2019............................................. 9

8.2.

Saldi gemeentelijke grondexploitaties...............................39

3.6.

Doelgroepenverordening 2023.......................................... 9

8.3.

Verloop kasstroom......................................................... 39

3.7.

Nota kostenverhaal 2023 en programma kostenverhaal 2026 9

8.4.

Winstnemingen............................................................. 40

Trends en ontwikkelingen....................................................... 10

8.5.

Resultaat op Netto Contante Waarde................................ 40

8.

Resultaten........................................................................... 39 Ontwikkeling

van

de

boekwaarde

gemeentelijke

4.1.

Landelijke ontwikkelingen woningbouw............................. 10

8.6.

Conclusie Grondbedrijfsfunctie........................................ 40

4.2.

Regionale ontwikkelingen woningbouw............................. 11

8.7.

Aanbevelingen.............................................................. 40

4.3.

Lokale ontwikkelingen woningbouw.................................. 12

4.4.

Ontwikkeling bedrijventerreinen...................................... 12

9.

Bijlage grondexploitatie overzichten........................................ 42

Uitgangspunten.................................................................... 14 5.1.

Financiële parameters.................................................... 14

5.2.

Plankostenraming.......................................................... 15

Gemeentelijke grondexploitatieprojecten..................................17

2

1. Managementsamenvatting

(nieuwbouw)prijsdruk tot gevolg. In 43,3% van de verkopen wordt opnieuw overboden. De gemiddelde verkooptijd loopt terug.

Doel Meerjarenperspectief Grondexploitatie Het Meerjarenperspectief Grondexploitatie wordt ieder jaar vastgesteld.

Financiële parameters

Het verschaft een actueel beeld van de bedrijfseconomische situatie van

Alle grondexploitaties worden jaarlijks herzien. Hierbij worden de

de grondgebruiksfunctie en draagt bij aan het verschaffen van inzicht. Dit

volgende parameters gehanteerd:

is nodig om tot een betere besluitvorming te komen. Bestuurlijke ambities en beleid Het voeren van grondbeleid kan bijdragen aan de realisatie van bestuurlijke ambities. Grondbeleid staat niet op zichzelf, het heeft veel raakvlakken met andere beleidsvelden en vormt hiermee meer een kapstok waarmee een bijdrage geleverd kan worden aan de doelen die in de verschillende beleidsvelden geformuleerd zijn. Trends en ontwikkelingen Door de aanhoudende krapte, dalende hypotheekrente, stijgende lonen en ruimere leennormen is de verwachting dat de woningprijsstijging ook in 2025 aanhoudt. Door deze aanhoudende prijsstijgingen komt de betaalbaarheid van woningen verder onder druk te staan.

Gemeentelijke grondexploitaties De gemeente had op 1-1-2025 nog 7 grondexploitaties. Per 31-12-2025 worden er

4

afgesloten.

Per

1-1-2026

resteren

nog

3

lopende

grondexploitaties.

De focus ligt op betaalbare woningbouw. Door de gemeente Oisterwijk wordt hier actief op gestuurd. 35% van de woningen moet op grond van de Woonzorgvisie bestaan uit sociale huur- en sociale koopwoningen, 40% bestaat uit betaalbare koopwoningen < € 420.000 en huurwoningen voor het middensegment. 25% van de nieuwbouwwoningen mag worden gerealiseerd in het segment boven de € 420.000. De gemeente volgt hiermee de SRBT Woondeal. Het

maximeren

van

de

VON

prijzen

heeft

tot

gevolg

dat

de

nieuwbouwwoningen kleiner worden. Door het geringe aanbod op de markt (125 koopwoningen, februari 2026) voor bestaande woningen neemt de vraag naar nieuwbouwwoningen toe, met een opwaartse

Van de grondexploitaties die per 31-12-2025 zijn afgesloten zijn er 3 verlieslatend gebleken. Dit zijn: -

Beekdal 2.0

-

’t Hopveld

-

KVL studiegebied

De grondexploitatie Bedrijfsweg liet een winstpotentie zien.

3

Van de resterende grondexploitaties zijn er 2 winstgevend en 1 verlieslatend. Voor de grondexploitatie KVL-terrein geldt dat het verlies op NCW-waarde afgerond 6 miljoen bedraagt Per project De Leye KVL Pannenschuur buiten

Jaarrekening 2025 € €

69.610 126.500 207.449

Totaal

€

403.559

De resterende kavels in Pannenschuur Buiten kunnen vanaf 2026 worden uitgegeven. Over de gehele portefeuille is het verlies minder groot geworden. Dit wordt veroorzaakt door een stijging van de grondprijzen ten opzichte van het vorige jaar, en een daling van de plankosten welke zijn toegerekend aan de verschillende grondexploitaties. Het totale tekort op basis van Netto Contante Waarde is per 31 december 2025 € -3.543.088 miljoen. Op 31-12-2024 bedroeg de NCW nog € -5.898.569. Dit verschilt € 2.355.481 miljoen.

Conjuncturele risico's Stijging omslagrente over de portefeuille Stijging materiaalkosten door externe heffingen Totaal

1.000.000 1.000.000

De conjuncturele risico’s zijn opgenomen in de algemene risicoreserve van de gemeente Oisterwijk. De

projectgebonden

risico’s

zijn

onderverdeeld

in

verschillende

categorieën, waarbij gekeken is naar de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet en de impact die dit heeft op het project. Op deze manier ontstaat er een gewogen risicobedrag per project. Conclusie Grondbedrijfsfunctie De positie van het grondbedrijf vraagt doorlopend aandacht. Van de 7 grondexploitaties zijn er 4 verlieslatend. Op netto contante waarde bedraagt het verlies per 31-12-2025 € 3.543.088 Op eindwaarde bedraagt het verlies € 3.664.828. Van de nog 4 lopende grondexploitaties in 2026 bedraagt het negatieve resultaat op contante waarde € 376.368. Voor de complexen die nu als verlieslatend worden gezien is een voorziening getroffen. Voor de Bedrijfsweg is naar alle waarschijnlijkheid geen verliesvoorziening nodig, omdat hier alleen sprake is van niet gerealiseerd opbrengsten zonder dat er moet worden afgeboekt. Voor Pannenschuur Buiten is geen voorziening getroffen. De algemene reserve van het grondbedrijf is verhoogd om hiermee het saldo van de projectgebonden risico’s te kunnen dekken. Aanbevelingen Het is van belang om de komende jaren strak te sturen op de

Risico’s binnen de grondexploitaties In het kader van de herziening van de jaarrekening 2025 is per project gekeken

naar

Projectgebonden

projectgebondenrisico’s

zijn

en

beïnvloedbaar

conjuncturele door

het

risico’s.

nemen

beheersmaatregelen. Conjuncturele risico’s zijn niet beïnvloedbaar.

van

grondbedrijfsfunctie. De kostenkant moet beter in beeld gebracht worden. De opbrengstenkant moet periodiek worden gewaardeerd. Er moet meer grip komen op de schattingsonzekerheden en daar waar mogelijk moeten grondexploitaties worden afgesloten.

4

2. Inleiding

2.2. Meerjarenperspectief Grondexploitatie in relatie tot gemeentelijke

Voor u ligt de Meerjarenperspectief Grondexploitatie. Het MPG wordt ieder

budgetcyclus

jaar geactualiseerd. Hierin worden de gemeentelijke grondexploitaties

In de gemeentelijke budgetcyclus wordt voorafgaand aan ieder boekjaar

behandeld. Dat zijn exploitaties waarbij de gemeente voor eigen rekening

een meerjarenbegroting opgesteld. Na afloop van een boekjaar vindt de

en risico haar gronden ontwikkelt.

verantwoording over dat jaar plaats in de jaarrekening.

2.1. Doel Meerjarenperspectief Grondexploitatie

Voor de grondexploitaties geldt dat deze aan het begin van elk jaar

De doelen van het Meerjarenperspectief Grondexploitatie (MPG) zijn: -

Het

jaarlijks

verschaffen

bedrijfseconomische grondbedrijfsfunctie.

van

situatie Per

project

een

actueel

beeld

van

worden geactualiseerd voor de jaarrekening. Dit houdt in dat de de

boekwaarden (de gemaakte kosten en de gerealiseerde opbrengsten) van

van

de

gemeentelijke

het voorgaande jaar worden verwerkt, dat de ramingen en de planningen

worden

de

programmatische

worden aangepast en dat andere nieuwe inzichten worden meegenomen.

uitgangspunten geactualiseerd en geüniformeerd weergegeven; -

-

-

De gehanteerde peildatum is altijd 1 januari van het lopende jaar.

Bijdragen aan efficiëntie in besluitvorming, doordat op één moment door de raad alle exploitaties worden geactualiseerd en vastgesteld.

In

Op basis van dit integrale beeld kan het gemeentebestuur nieuwe

grondexploitatieberekeningen, de financiële gevolgen van alle projecten

het

MPG

worden,

op

basis

van

de

geactualiseerde

investeringsbeslissingen of nieuw ruimtelijk beleid afwegen;

binnen de grondbedrijfsfunctie opgesomd.

Inzicht verschaffen in de risico’s binnen de projecten alsmede inzicht verschaffen in de totale gekwantificeerde risico’s voor de gehele

Omdat het MPG dient als toelichting op de jaarrekening kan de informatie

portefeuille van het grondbedrijf;

in de jaarrekening beperkt gehouden worden. Bij de controle van de

Het mogelijk maken van heldere en gemotiveerde keuzes. Het MPG is

jaarrekening wordt door de accountant onder meer gebruik gemaakt van

bij uitstek een sturingsinstrument. Op basis van de optelling van de

dit MPG.

projecten (programmatisch en financieel) kunnen keuzes worden gemaakt

over

prioriteiten

om

beter

aan

te

sluiten

bij

beleidsdoelstellingen en financiële mogelijkheden.

Het MPG wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Met de vaststelling van het MPG worden de volgende besluiten genomen: 1.

Het

MPG

vormt

een

kader

voor

besluiten

met

financiële

en

programmatische gevolgen.

Vaststellen van de budgetten per 1 januari van het lopende jaar van de individuele activiteiten en projecten;

2.

Vaststellen van de in het MPG opgenomen risicoanalyse;

3.

Vaststellen van de hoogte van de minimaal benodigde risicoreserve.

Niet alleen de stand van zaken per project is van belang, ook de integrale afweging tussen projecten in relatie tot de te treffen voorzieningen en het weerstandsvermogen speelt een belangrijke rol. In een apart hoofdstuk wordt

uitgebreid

ingegaan

op

de

cumulatieve

risico’s

van

de

grondexploitaties.

5

2.3. Aanpak

2.4. Leeswijzer

Voor de samenstelling van het MPG 2025 is de gehele portefeuille van het grondbedrijf doorgelicht. De stappen die gezet zijn om te komen tot de

Hoofdstuk 3 Bestuurlijke ambitie en beleid

actualisatie van de grondexploitaties en het MPG zijn:

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de bestuurlijke ambitie en de

-

Controleren en, in voorkomende gevallen, corrigeren van de in 2025

hoofdlijnen van het gemeentelijk beleid. Het gaat daarbij vooral om het

geboekte kosten en opbrengsten;

vastgestelde grondbeleid, maar ook het volkshuisvestingsbeleid komt aan

Verwerken van de gecontroleerde en, in voorkomende gevallen,

de orde.

-

gecorrigeerde

geboekte

kosten

en

opbrengsten

in

de

grondexploitaties; -

Verklaren

van

verschillen

Hoofdstuk 4 Trends en ontwikkelingen tussen

raming

en

daadwerkelijke

De algemene trends en ontwikkelingen worden in dit hoofdstuk

gerealiseerde kosten en opbrengsten;

besproken. Hierbij wordt in zijn algemeenheid ingegaan op de landelijke

Actualiseren van de ramingen (kosten en opbrengsten) aan het

trends waarna wordt geschetst welke ontwikkelingen in Oisterwijk worden

grondgebruik en programma;

voorzien.

-

Verwerken van de ‘Rekenparameters Grondexploitaties 2025’;

-

Verwerken van de laatste inzichten met betrekking tot fasering en

Hoofdstuk 5 Uitgangspunten

doorlooptijd ten aanzien van kosten (uitvoering van werken en

De algemene uitgangspunten per grondexploitatie worden in dit hoofdstuk

werkzaamheden) en opbrengsten (verkopen bouwkavels);

behandeld, waarbij wordt ingegaan op de wijze waarop de gemeente

Aanpassen van de tekstuele beschrijving per project.

Oisterwijk omgaat met de indexatie in de grondexploitaties.

-

Per project zijn alle uitgangspunten getoetst op houdbaarheid en zijn de

Hoofdstuk 6 Gemeentelijke grondexploitatieprojecten

inzichten financieel vertaald en gefaseerd in de tijd. Aan de hand van

In dit hoofdstuk worden de lopende gemeentelijke grondexploitaties

uitgaven en inkomsten per jaar zijn kasstromen zichtbaar gemaakt.

behandeld. Per project wordt een korte omschrijving gegeven, de ligging

Voorzienbare tekorten op eindwaarde en winstnemingen op basis van het

van het project wordt op een kaart aangegeven en er zijn tabellen waarin

voortgangspercentage zijn per project inzichtelijk gemaakt. Ook de

het ruimtegebruik is vermeld. Verder worden het programma, de

onvoorziene risico’s zijn per project beoordeeld. Aan de hand daarvan is

kasstroom, de risico’s en de beheersmaatregelen voor het desbetreffende

het benodigde weerstandsvermogen bepaald.

project aangegeven. Van projecten waarvan alle werken en werkzaamheden in het verslagjaar zijn afgerond wordt in het MPG nog eenmaal verslag gedaan, ter verantwoording. Aan de raad wordt gevraagd om deze af te sluiten. In de hierop

volgende

jaren

worden

deze

niet

meer

meegenomen

en

beschreven in het MPG.

6

Hoofdstuk 7 Resultaten In dit hoofdstuk worden de kasstromen van alle lopende grondexploitaties getotaliseerd. Hiermee ontstaat inzicht in de totale kasstroom en daarmee in de liquiditeitspositie van de gemeente. Ook een actueel beeld van de winsten en verliezen van de grondexploitaties worden hier beschreven. Hoofdstuk 8 Risicomanagement en weerstandsvermogen Het voeren van gemeentelijke grondexploitaties en grondverwerving door de gemeente brengen risico’s met zich mee, zowel door de hoge investeringen als door de lange looptijden. Het risicomanagement van de grondexploitaties zorgt ervoor dat financiële tegenvallers niet ten koste gaan van de andere initiatieven, ambities en investeringen van de gemeente. De actuele stand van zaken is te lezen in hoofdstuk 7.

7

3. Bestuurlijke ambitie en Beleid

o

in het geval van projectfinanciering van een grondexploitatie:

De bestuurlijke ambitie en het beleid zijn in verschillende beleidsstukken

het rentepercentage van de direct aan de grondexploitatie

vastgelegd. De relevante stukken worden kort behandeld.

gerelateerde financiering; o

3.1. Bestuursakkoord 2021 - 2026

indien er geen sprake is van projectfinanciering van een grondexploitatie: de omslagrente conform de notitie Rente

De gemeente Oisterwijk bestaat per 1 januari 2021 uit de kernen Haaren Heukelom, Moergestel en Oisterwijk. Het Bestuursakkoord 2021 – 2026

van de commissie BBV. -

Het treffen van een afboeking of een voorziening gebeurt bij een

geeft richting voor het maken van keuzes in de komende jaren. Het

negatief grondexploitatiesaldo direct ter grootte van dit volledige

akkoord is vooral op hoofdlijnen, zodat er voldoende ruimte is om in te

saldo.

spelen op wat er de komende jaren op ons afkomt. Dit akkoord biedt houvast om in de raadsperiode 2021 – 2026 de juiste keuzes te maken,

3.3. SRBT Woondeal 2022 – 2030

om te werken aan een nieuw perspectief voor Oisterwijk, Moergestel,

In deze woondeal zijn afspraken gemaakt over de ambities op het gebied

Heukelom én Haaren.

van wonen, de samenwerking, monitoring en sturing op afspraken en de kritische succesfactoren en gewenste ondersteuning. De volgende

3.2. Besluit begroting en Verantwoording

afspraken zijn daarbij relevant:

Het is wettelijk vastgelegd dat gemeenten jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken moeten

betaalbaar wonen verder uit en maken regionaal afspraken over het

begroting

en

kwantitatief en kwalitatief aandeel dat gemeenten in deze opgave

verantwoording (BBV). Voor de verantwoording van het gevoerde

nemen en over de versnelling die hierin mogelijk is en verwerken dit in

vastgelegd

in

het

gemeenten

Gemeenten en corporaties in de SRBT-regio werken de opgave

de

hieromtrent

Voor

-

is

regelgeving

opstellen.

Besluit

grondbeleid zijn aanvullende regels vastgelegd in de Notitie grondbeleid in begroting en jaarstukken 2023. Deze notitie is een actualisatie van de

lokaal beleid en prestatieafspraken. -

Gemeenten en corporaties matchen de lokale planvoorraad om de

Notitie grondbeleid uit 2019 vanwege de invoering van de Omgevingswet.

geplande maar nog niet aan locaties gebonden sociale huurwoningen

Toepassing met ingang van de jaarrekening 2024 is mogelijk maar niet

te koppelen aan concrete plannen.

verplicht. Voor de tussenliggende periode is de notitie uit 2019 leidend

-

aangevuld met het addendum uit december 2022 inzake warme gronden.

We spreken af dat per gemeente 30% in de sociale huur wordt gerealiseerd en 40% in middeldure huurwoningen en/of betaalbare koopwoningen bij nieuwe plannen met als doel de onder 1 uit te

De belangrijkste regels met betrekking tot grondexploitaties zijn: -

Het startpunt van een Bouwgrond in exploitatie (BIE) is het

werken opgave te realiseren. -

Er is een inspanningsverplichting dat gemeenten bestaande zachte

raadsbesluit met de vaststelling van de grondexploitatie.

planvoorraad, waar mogelijk en noodzakelijk omvormen zodat 30% in

-

De looptijd van een grondexploitatie is maximaal 10 jaar.

de

-

Een grondexploitatie wordt minimaal jaarlijks geactualiseerd.

huurwoningen en/of betaalbare koopwoningen met als doel de onder

-

De kosten die aan grondexploitaties kunnen worden toegerekend vallen onder de kostensoortenlijst.

-

De toegerekende rentelasten moeten als volgt worden bepaald:

sociale

huur

wordt

gerealiseerd

en

40%

in

middeldure

1 uit te werken opgave te realiseren. -

Gemeenten

zetten

erop

in

om

de

nieuwbouw

van

sociale

huurwoningen te beleggen bij de woningcorporaties. Wanneer de in de 8

gemeente actieve corporatie(s) om een passende reden niet kunnen

3.6. Doelgroepenverordening 2023

leveren, worden eerst door de corporatie de andere corporaties in de

Met deze verordening vormden we de wettelijke basis voor het doorvoeren

woningmarktregio gevraagd om de nieuwbouw op te pakken conform

van gemeentelijk woonbeleid. We legden daartoe in de verordening de

de regionale intentieverklaring. Pas als dat ook niet succesvol is, kan

volgende relevante zaken vast:

de sociale huur door een belegger opgepakt worden.

-

3.4. Woonzorgvisie en uitvoeringsprogramma 2022 – 2027

-

De definities van de woningbouwcategorieën; sociale huur, sociale koop, middeldure huur en woonzorgvoorziening.

In deze visie wordt de ambitie op het gebied van wonen en zorg uitgesproken. In het uitvoeringsprogramma wordt aangegeven hoe de

De doelgroepen voor de woningbouwcategorieën; sociale huur, sociale koop, middeldure huur en woonzorgvoorziening + betaalbare koop.

-

De prijsgrenzen (zowel huur als koop) voor de woningbouw-

realisatie van de visie plaatsvind op basis van effectiviteit, efficiëntie,

categorieën;

beschikbare capaciteit en draagvlak. De woonzorgvisie bevat de volgende

woonzorgvoorziening + betaalbare koop.

speerpunten:

-

sociale

huur,

sociale

koop,

middeldure

huur

en

De instandhoudingstermijn voor de woningbouwcategorieën; sociale

-

Meer woningen bouwen, op natuur-inclusieve wijze.

-

Nieuwbouw is betaalbaar en gericht op doorstroming.

-

Woningen van duurzame kwaliteit.

-

Plek bieden aan bijzondere doelgroepen.

woonbeleid, waaronder de woonzorgvisie Oisterwijk 2022 – 2027, per

-

Prettig wonen voor mensen met een zorgvraag.

woningbouwlocatie een afweging te maken ten aanzien van de

-

Gemixte, groene wijken voor een inclusieve samenleving.

-

Gemiddeld 35% sociale huur- en koopwoningen, deze ambitie overstijgt de SRBT Woondeal.

huur, sociale koop, middeldure huur en woonzorgvoorziening + betaalbare koop. -

De bevoegdheid voor het college om op basis van het vigerend

samenstelling van het woningbouwprogramma. -

Een meldingsplicht voor eigenaren/verhuurders van sociale en middeldure

huur

woningen,

woonzorgvoorzieningen

en

sociale

koopwoningen. 3.5. Kadernota grondbeleid 2019 Het uitgangspunt van de kadernota is een integrale benadering van

3.7. Nota kostenverhaal 2023 en programma kostenverhaal 2026

gebiedsontwikkelingen. Hierdoor staat het rendement dat de gemeente

In december 2023 stelde de gemeenteraad ook de “Nota kostenverhaal en

maatschappelijk wil realiseren centraal. De doelstellingen van het

financiële bijdragen gemeente Oisterwijk 2023” vast. Deze nota is gericht

grondbeleid hebben vooral betrekking op het bereiken van een optimaal

op de wettelijke regeling over kostenverhaal en financiële bijdragen in de

resultaat. De gemeente maakt op grond van de nota per ontwikkeling een

Omgevingswet, maar bevat ook een aantal beleidskeuzes voor toepassing

keuze voor een meer actieve regierol of een meer reactieve regierol.

van de wettelijke regeling. In het “Programma kostenverhaal en financiële bijdragen gemeente Oisterwijk 2026” is de financieel-cijfermatig kant uit van het kostenverhaal en financiële bijdragen uitgewerkt.

9

4. Trends en ontwikkelingen In dit hoofdstuk worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen

Wat betreft de huurmarkt blijkt recent betaalbaarheidsbeleid ineffectief:

aangestipt die op dit moment worden voorzien. Deze trends en

door de Wet Betaalbare Huur verdampt bestaand aanbod. Tegelijkertijd

ontwikkelingen

hebben recente programmeringsvoorschriften voor nieuwbouw een

worden

meegenomen

bij

de

herziening

van

de

grondexploitaties.

bemoeilijkend en daarmee vertragend effect. Het verlies aan betaalbare huurwoningen

wordt

momenteel

niet

opgevangen

door

de

4.1. Landelijke ontwikkelingen woningbouw

nieuwbouwproductie (EIB, 2025). Stijgende vastgoedprijzen houden

In de Outlook grondexploitaties 2026 wordt aangegeven dat de vraag naar

daarnaast de druk op de huursector hoog (De Nederlandsche Bank, 2025).

nieuwbouwwoningen hoog blijft. Voor de bouw- en vastgoedsector biedt

Hiermee houdt de krapte in de huursector in 2026 aan. Het sentiment

dit kansen. Toch blijft de realisatie achter. Vergunningenproblematiek,

onder vastgoedbeleggers is gematigd positief.

stikstofruimte

en

beperkte

netcapaciteit

zorgen

voor

vertraging

(Rabobank, 2025). In de eerste acht maanden van 2025 zijn er ruim

Met de wet ‘Versterking regie volkshuisvesting’ wil het rijk gemeenten

40.000 woningen bijgekomen. Dat is 8,2% minder dan in dezelfde periode

meer sturing geven op de hoeveelheid, locatie en doelgroep van de

in 2024. De doelstelling van 100.000 nieuwe woningen in 2025 is daarmee

woningbouw. De overheid zoekt tegelijkertijd naar versoepelingen van

onhaalbaar (ABN AMRO, 2025).

bouwprocedures om woningbouw te versnellen en goedkoper te maken. De commissie STOER adviseert de regering hoe regeldruk kan worden

Tegelijkertijd neemt het aantal gestarte bouwprojecten toe, waardoor

verminderd.

verwacht wordt dat het aantal nieuwe woningen in 2026 weer zal stijgen (ABN AMRO, 2025). De trend is dat het absolute aantal nieuwe projecten

Per 1 januari 2026 wordt de NHG en betaalbaarheidsgrens verhoogd naar

afneemt, terwijl projecten in omvang gemiddeld groter worden (NVM,

respectievelijk €470.000 en €420.000. De NHG-grens voor woningen met

2025). Ondanks de toename van bouwstarts blijft de geprognotiseerde

aanvullende

productie achter bij de beleidsdoelstellingen. Het aantal vergunningen is

(Rijksoverheid, 2025).

energiebesparende

maatregelen

bedraagt

€498.200

nog te laag om op het woningtekort in te lopen (Expertisecentrum Woningwaarde, 2025).

Verwacht wordt dat de woningprijzen op korte en middellange termijn zullen blijven stijgen, zij het minder sterk dan in 2025. Tegelijkertijd ziet

De eisen aan betaalbaarheid en binnenstedelijk bouwen komen tot uiting

Metafoor dat door de mismatch tussen vraag en aanbod een afwijkende

in het aanbod: het aantal appartementen neemt toe, terwijl het aantal

prijsontwikkeling ontstaat tussen appartementen en grondgebonden

grondgebonden woningen terugloopt. Tegelijkertijd resulteren stijgende

woningen. Het aanbod appartementen op de woningmarkt neemt sterker

bouwkosten en kleinere woningoppervlakten in hogere prijzen per

toe

vierkante meter voor de consument (NVM, 2025). Door stabiele

eengezinswoningen blijft echter groot. Dit resulteert in een sterkere

prijsontwikkeling van nieuwbouw ten opzichte van de sterke prijsstijging

prijsontwikkeling

van bestaande bouw liggen de prijzen van nieuwe en bestaande

appartementen.

dan

het

aanbod van

grondgebonden grondgebonden

woningen. woningen

De

ten

vraag opzichte

naar van

koopwoningen momenteel dichter bij elkaar dan ooit (Expertisecentrum Woningwaarde, 2025). 10

Wanneer we kijken naar de transactieprijzen, zien we dat er na de harde 4.2. Regionale ontwikkelingen woningbouw

prijsstijging in 2021 en het begin van 2022 er in de eerste drie kwartalen van 2023 een daling was van de woningprijzen. Hierbij daalde de prijzen van vrijstaande woningen het hardst. Vanaf het 4e kwartaal waren de transactieprijsontwikkelingen van alle woningtypen weer positief. De transactieprijsontwikkeling steeg naar een hoogte van circa 14% in kwartaal 3 van 2024, waarna het weer een dalende trend inzette. Per het 4e kwartaal van 2025 is de transactieprijsontwikkeling per m² t.o.v. een jaar eerder 5,9%.

Nederland is ingedeeld in verschillende gebieden. Dit wordt de COROPindeling genoemd. Deze indeling wordt gebruikt voor analytische doeleinden. Gemeente Oisterwijk is gelegen in COROP-gebied MiddenNoord-Brabant, bestaande uit de gemeenten: Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk. Wanneer we dit gebied analyseren blijkt dat het aantal gerealiseerde transacties van alle woningtypen sinds

Het beschikbare aanbod is in de periode tot eind 2021 sterk afgenomen in

het 2020 geleidelijk is gedaald. Sinds het eerste kwartaal van 2024 lijkt

Midden-Noord-Brabant. Op het dieptepunt in het 3e kwartaal van 2021

hier een omkeer in te zijn, waarbij er weer een stijgende trendlijn

werden er slechts 470 woningen aangeboden, wat leidde tot een extreme

zichtbaar is. In het laatste kwartaal van 2025 heeft het hoogste aantal

kraptefactor van slechts 1,6.

transacties plaatsgevonden sinds 2020. De hoeveelheid transacties in het laatste kwartaal van 2025 ligt 16% hoger dan het laatste kwartaal in

Vanaf dat dieptepunt steeg de indicator tot 3,7 in het derde kwartaal van

2024.

2022. Vervolgens daalde de trend naar 1,8 in het 4e kwartaal van 2025. Daarmee vertoont het COROP-gebied een vergelijkbare krapte als op landelijk niveau. Over diezelfde periode vertoonde de nationale woningmarkt een krapte van 1,6 in het 3e kwartaal van 2021. De krapte op de nationale markt steeg echter minder sterk, namelijk tot 2,7 in het 3e kwartaal van 2022, vergeleken

met

het

COROP-gebied.

De

trend

van

de

nationale

11

woningmarkt lag in het 4e kwartaal van 2025 in lijn met het COROPgebied. Deze krapte is zichtbaar in bovenstaande figuur, waarin het totale

De woonzorgvisie 2022–2027 beschrijft een ambitie tot realisatie van

aantal aangeboden woningen is weergegeven. Na een periode van minder

1.500 woningen. De woningbehoefte die Oisterwijk kent, is vergelijkbaar

aanbod in 2021, bereikte het woningaanbod in het 4e kwartaal van 2022

met die in verschillende gemeenten in Midden-Brabant.

een piek van meer dan 1000 woningen. Vanaf 2023 was er een afkoeling in de markt zichtbaar, een ontwikkeling die we ook op landelijk niveau zagen. Pas in het 2e kwartaal 2025 begon het woningaanbod weer te stijgen. Een soortgelijke trend is zichtbaar in de verkooptijd van woningen. Begin

2023 zagen we een hoge piek, waarna de verkooptijd opnieuw is gaan dalen door het toenemende marktvertrouwen. Per het 4e kwartaal van 2025 staat de gemiddelde verkooptijd van 27 dagen, wat erop wijst dat veel woningen nog steeds binnen enkele dagen na plaatsing worden verkocht. Deze tijd is nodig voor de makelaar/verkoper om de verkoop af te ronden. 4.3. Lokale ontwikkelingen woningbouw De

gemeente

Oisterwijk

heeft

te

maken

met

een

flink

vestigingsoverschot, zowel vanuit Tilburg als van buiten de regio. Het op een gezonde manier faciliteren van deze groei is een flinke opgave, vooral om een goede balans te realiseren in woningtypes en prijsniveaus. Met name de ontwikkeling van een passend aanbod van sociale en middeldure huur, en sociale en betaalbare koopwoningen is een speerpunt dat meerdere uitdagingen met zich meebrengt.

In de grafiek is te zien dat sinds het 2e kwartaal van 2022 het aantal transacties in de gemeente Oisterwijk stapsgewijs flink is afgenomen tot een dieptepunt in het 2e kwartaal van 2022. Vanaf het 3e kwartaal van 2022 lijkt het aanbod echter weer stapsgewijs toe te nemen, met enige schommelingen van de hoeveelheid transacties per kwartaal in 2025.

4.4. Ontwikkeling bedrijventerreinen In 2022 is de Nederlandse economie volledig hersteld van de coronadip, met een sterke groei sinds 2021. Noord-Brabant groeide zelfs boven het landelijk gemiddelde. Hoewel het BBP in 2023 iets minder sterk toenam door economische onzekerheid, stijgende kosten en personeelstekorten, steeg het BBP in 2024 met 0,9% en wordt voor 2025 een stijging van 1,9% verwacht volgens De Nederlandsche Bank.

12

Uit de monitor Feiten en cijfers Brabantse bedrijventerreinen 2025 van de Provincie

Noord-Brabant

blijkt

dat

de

verwachte

vraag

naar

bedrijventerreinen groter is dan het huidige aanbod. Met de nu gemaakte regionale afspraken en vastgestelde plannen kan ongeveer 83 % van de verwachte ruimtevraag tot en met 2040 worden ingevuld. Als regio’s er bovendien voor kiezen alleen regionaal gebonden grootschalige logistiek te faciliteren, stijgt deze invulling tot 90 %, maar blijft er nog een structureel tekort aan beschikbare grond bestaan, vooral voor logistieke functies. De omvang van het vastgestelde en geprogrammeerde aanbod is in de afgelopen vier jaar vrijwel gelijk gebleven op circa 900 hectare, terwijl het totale planaanbod juist daalt. Dit komt onder andere doordat het lastiger wordt geschikte locaties te vinden en omdat juridische procedures nieuwe plannen vertragen. Voor specifieke regio’s zoals Hart van Brabant is het aanbod momenteel niet toereikend om aan de volledige verwachte vraag tot 2040 te voldoen. Alleen wanneer ook vraaggerichte plannen worden gerealiseerd, komt het aanbod dichterbij de benodigde ruimte. Deze beperkte beschikbaarheid van uitgeefbare bouwgrond leidt er toe dat grondprijzen van bouwkavels voor bedrijventerreinen toenemen. Gemeenten beschikken over relatief weinig plancapaciteit, terwijl de uitbreidingsvraag vanuit het bedrijfsleven hoog blijft. Dit leidt ertoe dat bouwkavels op strategische locaties sneller worden uitgegeven en tegen hogere prijzen in de markt worden gezet.

13

5. Uitgangspunten

De verwachting is dat de kosten voor grond-, weg- en waterbouw (GWW) in

2026

gematigd

blijven

stijgen.

Na

de

uitzonderlijk

sterke

Het bepalen van de financiële parameters varieert per specifieke

kostenstijgingen in eerdere jaren lijkt de markt zich te stabiliseren, al

parameter. Per parameter worden de gehanteerde bronnen, de bepaling

blijven structurele factoren zoals loonkosten en energieprijzen zorgen

en het resultaat omschreven.

voor opwaartse druk. Voor 2026 wordt uitgegaan van een kostenstijging van 3%.

5.1. Financiële parameters Plankosten index Het renteomslagpercentage

De

plankosten

bij

gemeenten

omvatten

zowel

de

kosten

voor

De rente wordt berekend aan de hand van de voorschriften in het BBV en

planologische- en/of adviesproducten als de personele inzet die nodig is

is gelijk aan de daadwerkelijk door de gemeente betaalde rente. De rente

voor een gebiedsontwikkeling. Hierbij gaat het om de kosten voor de

voor het jaar 2025 is bepaald op 0,3%.

werkzaamheden van zowel intern als extern personeel. De ontwikkeling van deze kosten wordt beïnvloed door de situatie op de arbeidsmarkt en

Disconteringsvoet

algemene economische condities, zoals het inflatiecijfer.

De disconteringsvoet is het rekenpercentage dat gebruikt wordt om toekomstige kasstromen contant te maken. De disconteringsvoet over

De vakbonden hebben eind 2025 een akkoord bereikt met de Vereniging

2025 is 2,0%.

Nederlandse

Gemeenten

Samenwerkende

(VNG)

Gemeentelijke

en

de

Organisaties

Werkgeversvereniging (WSGO)

over

een

GWW en overige kosten

loonsverhoging voor gemeenteambtenaren tot april 2027. Per 1 april 2025

Om inzicht te krijgen in de bouwkostenstijging is Bouwkostenindex.nl

stegen de lonen met 2,00%, gevolgd door een extra verhoging van 1,85%

(BKI) geraadpleegd. De GWW-bouwkostenindex van BKI houdt rekening

op 1 oktober 2025. Op 1 januari 2026 zijn de salarisschalen 35 euro

met kosten voor arbeid en materiaal en is een gewogen gemiddelde van

nominaal omhoog gegaan. Aankomend jaar zullen de salarisschalen

prijsstijgingen van de onderliggende kosten. Ook wordt gekeken naar de

stijgen met 1,25% per 1 juli en met 1,60% op 1 januari 2027.

GWW-aanbestedingsindex. Bij deze index zijn ook marktinvloeden meegenomen. Het GWW-bouwkostenindex van bouwkostenindex laat een

Na de extreme inflatie in 2022 is de inflatie weer gestabiliseerd, met dit

stijging in bouwkosten over 2025 zien van 2,8%. De aanbestedingsindex

jaar een inflatiecijfer van 3,3%. Het CPB verwacht dat de inflatie in 2026

van BKI hanteert een GWW-stijging van 2,5%.

verder afneemt, maar dat kerninflatie alsnog enkele jaren hoger blijft dan normaal. Dit heeft onder andere te maken met geplande btw-

Als secundaire bron is gebruik gemaakt van de indexen van BDB

verhogingen. (CPB, 2025)

bouw(kosten)data. BDB hanteert meerdere indexen voor verschillende productgroepen, zoals GWW algemeen, Woonrijpmaken en Kunstwerken.

Hoewel de inflatie op goederen is afgevlakt, blijft de prijsdruk bij

De stijgingen in deze productgroepen zijn respectievelijk 3,6%, 4,2% en

arbeidsintensieve diensten relatief hoog. De index cao-lonen van het CBS

4,5%.

laat een voorlopige gemiddelde stijging van 4,7% zien. Loonstijgingen binnen de publieke sector werken hierdoor structureel door in de 14

plankosten. Om deze reden wordt verwacht dat de plankosten en VTU-

Ook

in

het

middenhuursegment

is

sprake

van

een

beperkte

kosten op korte en middellange termijn zullen toenemen. Hierdoor is er

grondwaardeontwikkeling. Sinds de invoering van regulering is de

gekozen om de plankosten met 4,0% te laten stijgen in 2026. Dit betekent

mogelijkheid om kostenstijgingen door te berekenen beperkt. In het

dat de plankosten de komende jaren sterker zullen stijgen dan het

sociale woningbouwsegment blijven de grondwaarden over het algemeen

langjarig inflatiegemiddelde van 2% dat door de Europese Centrale Bank

stabiel, mede doordat opbrengsten en grondprijzen veelal via langjarige

nog steeds als langjarige doelstelling wordt aangehouden.

afspraken zijn vastgelegd.

Grondwaarde

Per saldo wordt een verdere stijging van de grondwaarden verwacht op

De residuele grondwaarden zijn in 2025 opnieuw gestegen, als gevolg van

korte, middellange en lange termijn, met verschillen tussen woningtypen

hogere verkoopprijzen van nieuwbouwwoningen in combinatie met een

en segmenten. De sterkste stijging wordt voorzien in de vrije sector,

minder sterke toename van de bouwkosten. Voor 2026 wordt verwacht

terwijl voor betaalbare koopwoningen en gereguleerde huursegmenten

dat deze ontwikkeling doorzet, zij het in een gematigder tempo dan in

wordt uitgegaan van een meer behoudende ontwikkeling.

2025. Door het hefboomeffect werkt de prijsontwikkeling van woningen sterker door in de grondwaarde dan de stijging van de bouwkosten.

Gelet op de voorgaande ontwikkelingen worden de volgende financiële parameters gehanteerd:

In de vrije sector blijft er ruimte om kostenstijgingen door te rekenen in de VON-prijzen. Hierdoor nemen de residuele grondwaarden in dit segment verder toe, met name bij grondgebonden woningen waar de vraag structureel groter is dan het aanbod. Voor appartementen is de ruimte beperkter. Hogere bouwkosten, kleinere woningoppervlakten en een toenemend aanbod zorgen ervoor dat de grondwaardestijging hier beperkt blijft. In

het

betaalbare

koopsegment

is

de

grondwaardeontwikkeling

gematigder. Door de indexering van de betaalbaarheidsgrens naar € 420.000 blijft de ruimte om stijgende bouwkosten door te rekenen beperkt. Ontwikkelingen in dit segment worden steeds vaker gekenmerkt door kleinere woningen, waardoor de absolute verkoopprijzen minder sterk stijgen. De prijs per vierkante meter neemt wel toe, wat leidt tot een beperkte stijging van de residuele grondwaarde. Voor woningen die ruim onder

de

betaalbaarheidsgrens

grondwaardestijging gering.

liggen,

is

de

ruimte

voor

5.2. Plankostenraming De plankosten worden opgedeeld in de externe en interne plankosten en worden per GREX op eenzelfde manier geraamd. Externe plankosten De externe plankosten drukken direct op de GREXEN. Facturen van externen

en

onderzoekskosten

worden

op

de

GREX

geboekt

(geactiveerd). Facturen van onderzoekskosten worden direct geboekt.

15

Facturen van externe inhuur worden door de Teamleider geaccordeerd en

Het op deze manier verkregen budget wordt op een logische manier in de

door FIN doorgeboekt op de juiste GREX.

GREX gefaseerd.

Interne plankosten

Op het moment dat een nieuwe GREX wordt geopend dan wordt een

Ook voor interne plankosten worden in de GREX uren opgenomen. Omdat

plankostenscan uitgevoerd. Het op basis van deze scan verkregen budget

er in Oisterwijk geen uren worden geschreven door interne medewerkers

wordt geconfronteerd met het in de GREX opgenomen percentage van

worden deze uren ook niet één op één doorbelast. Als gevolg hiervan

30% en indien nodig bijgesteld. Deze methode werkt niet bij lopende

blijven de plankosten in een GREX voor een groot gedeelte staan. Deze in

GREXEN omdat de plankostenscan ook een deel van de kosten meeneemt

de GREX opgenomen plankosten worden ieder jaar verder naar het einde

die al gemaakt zijn.

toe gefaseerd. Op het moment dat een GREX wordt afgesloten worden de resterende budgetten (waaronder de plankosten) gezien als voordeel. Er

Indien er in de toekomst uren worden geschreven, worden deze afgeboekt

zijn immers minder kosten gemaakt als dat verwacht werd.

van de opgenomen plankosten.

Met name op het gebied van plankosten ontstaat er hierdoor een onjuist beeld. De kosten worden immers wel gemaakt, maar niet doorbelast. Dit is onwenselijk. Om één op één een juist beeld te kunnen schetsen moet er ook door interne medewerkers uren worden geschreven. Door de accountant is meerdere malen gewezen op de verplichting om ook interne uren toe te rekenen aan GREXEN. Op dit moment wordt door het management bekeken of, hoe en vanaf wanneer er uren worden geschreven op zowel de GREXEN als op de facilitaire projecten. Ook in het kader van het project woningbouwversnelling is het wenselijk om de uren daadwerkelijk te verantwoorden. Methode om plankosten te ramen Op dit moment is er geen referentiegetal voor de hoogte van de op te nemen plankosten op te baseren. Dit getal verschilt per gemeente. Als uitgangspunt wordt per 1-1-2025 aangenomen dat

de hoogte van de

plankosten ca. 30% van de kosten van het bouw- en woonrijpmaken bedraagt. Eerder verschilde dit per GREX en werd deze post zoals gezegd niet belast met de interne uren.

16

6. Gemeentelijke grondexploitatieprojecten 6.1. De Leye (Beekdalpark) Projectomschrijving De gemeente Oisterwijk wil op de locatie van het voormalig zwembad De Leye inclusieve, toekomstbestendige woningbouw ontwikkelen waarin samen leven en ontmoeten een belangrijke plek krijgt. Het project beoogt maximaal 87 woningen en een maatschappelijke of commerciële voorziening

te

bouwvolumes.

realiseren. In

één

Het

van

programma

de

is

verdeeld

over

vier

bouwvolumes

worden

door

de

woningbouwcorporatie 25 sociale huurwoningen gerealiseerd. Voor de overige maximaal 62 woningen en het gebied ertussen zoeken we een ontwikkelaar. Het plan speelt in op vergrijzing (het ouder worden) van de samenleving en de vermaatschappelijking van de zorg. We kiezen op deze locatie voor het ‘wonen van de toekomst’. Gebouwen en inrichting van het gebied vormen een geheel waarmee een woonleeflandschap kan ontstaan.

Impressie van de ontwikkeling Beekdalpark

Wonen, elkaar ontmoeten en voor elkaar zorgen staan centraal.

Daarbij moet rekening gehouden worden met: -

het principe van een woonzorglandschap;

De stedenbouwkundige visie bij dit concept gaat uit van vier bouwblokken

-

een bouwprogramma met ca 50% sociale huur- en koopwoningen;

-

minimaal een financieel neutraal resultaat;

-

een beperking van parkeren op maaiveld.

in een parkachtige omgeving waarbij ontmoeting zowel binnen als buiten centraal staat. De gebouwen vormen samen een geheel in de groene omgeving en hebben een mooie relatie met elkaar en met het beekdal. Er komen maximaal 87 woningen in de vorm van appartementen en patiowoningen. Opdracht gemeenteraad De gemeenteraad heeft zich enkele jaren geleden al uitgesproken over een aantal voorgelegde scenario’s. Het college heeft daarbij de opdracht gekregen om met de ruimtelijke en financiële uitgangspunten een ontwikkelscenario uit te werken.

Op 30 mei 2024 stelde de gemeenteraad het bestemmingsplan met het bijbehorende beeldkwaliteitsplan voor Beekdalpark vast waarin deze uitgangspunten vastgelegd zijn. Programma Wij zijn in overleg met woningbouwcorporatie Leystromen over de sociale huurwoningen in het plan. Leystromen ontwikkelt gebouw 2 (noordoost) waarin 25 sociale huurappartementen gerealiseerd worden.

17

De overige maximaal 62 woningen worden door een ontwikkelaar gerealiseerd. Dit wordt een mix van goedkope, betaalbare en vrije sector

De ontwikkelaar kan op basis van deze overeenkomst zijn plan verder

woningen. Er komen twee appartementengebouwen en een blok met

uitwerken

patiowoningen.

voorbereidingen voor de bouw. Ondertussen zal de ontwikkelaar ook in

tot

een

vergunningsaanvraag

en

starten

met

de

gesprek gaan met omwonenden en toekomstige bewoners over de Het parkeren wordt grotendeels in een ondergrondse parkeergarage

plannen en over de ontmoeting binnen het plangebied. De daadwerkelijke

opgelost. En daarnaast komen er nog parkeerplaatsen op maaiveldniveau.

bouw zal naar verwachting begin 2027 van start gaan.

Behalve woningen komen er in het plan ook een ontmoetingsruimte en een ruimte voor een commerciële maatschappelijke voorziening.

Voortgang In het voorjaar van 2025 is het voormalig zwembad en sportcentrum De Leye gesloopt. Intussen is de sloop afgerond en is er alleen nog gebroken puin achtergelaten op het terrein. Het fietspad heeft in het najaar van 2025 een nieuw tracé gekregen. Het nieuwe tracé van het fietspad ligt langs het gebouw van Thebe en langs het beekdal. Het achtergelaten puin is gedeeltelijk gebruikt voor de fundering van het nieuwe fietspad. Het overige deel van het puin kan gebruikt worden bij de realisatie van de woongebouwen. In september 2025 zijn we gestart met de aanbesteding om een ontwikkelaar te selecteren voor deze locatie. Er was veel animo. In de eerste fase schreven elf ontwikkelaars in. We beoordeelden de eerste inschrijvingen en selecteerden vijf ontwikkelaars die een plan mochten

Foto van april 2025: de sloop was in volle gang en de materialen werden zorgvuldig gescheiden

maken voor de locatie. Op basis van de aanbesteding hebben wij een ontwikkelaar geselecteerd met een plan wat voorziet in 13 sociale koopwoningen, 27 betaalbare woningen en 14 vrije sector woningen. Daarnaast bevat het plan ook 2 maatschappelijke ruimtes en 100 parkeerplaatsen waarvan 74 ondergronds. Met Leystromen en de ontwikkelaar zijn gesprekken gevoerd om te komen tot een overeenkomst.

18

Verschillenanalyse

-

Opbrengsten zijn anders benoemd dan in de oorspronkelijke

In de verschillenanalyse worden verschillen groter dan € 25.000

grondexploitatie en komen niet overeen. Dit verklaart het verschil bij

toegelicht.

goedkoop appartementen koop en duur appartementen koop. -

Kosten

1-1-2025

1-1-2026

Verschil

Verwervingen

€

422.517

€

422.517

€

-

Onderzoek en milieukosten

€

-

€

-

€

-

Sloopkosten

€

175.000

€

302.675

€

127.675

Saneringskosten

€

-

€

-

€

-

Grondwerk

€

-

€

2.127

€

2.127

Bouwrijp maken

€

145.179

€

-

€

-145.179

Woonrijp maken

€

2.170.632

€

€

-522.983

1.647.649

Toelichting

C iviele constructies en kunstwerken

€

383.848

€

205.132

€

-178.716

Tijdelijk beheer gronden en opstallen

€

-

€

-

€

-

Plankosten

€

620.125

€

434.665

€

-185.460

Voorbereiding en toezicht

€

343.562

€

211.207

€

-132.355

Planschade

€

-

€

-

€

-

Bovenwijkse voorzieningen

€

-

€

-

€

-

Fondsvorming

€

-

€

-

€

-

Fiscale kosten

€

-

€

-

€

-

Overige kosten

€

1.754

€

7.462

€

5.708

Rente boekwaarde

€

40.565

€

42.711

€

2.146

Opbrengsten

1-1-2025

Goedkoop appartementen koop

€

612.000

€

-612.000

Duur appartementen koop

€

3.960.000

€

-3.960.000

Overig (patiowoningen)

€

€

-

1-1-2026

Verschil

-

Woningbouw

€

5.600.533

Subsidies

€

20.719

-

De uitkomst van de tender is veel hoger dan dat de gemeente had voorzien op basis van de Grondprijsbrief 2025. Hierdoor ontstaat er een hogere opbrengst van € 1.028.533.

Is tegelijk met bouwrijp maken aanbesteed

Lagere kosten doordat in projectontwikkelaar dit doet Lagere kosten doordat in projectontwikkelaar dit doet

de

tender

de

de

tender

de

Gaat op basis van percentages over bouwwoonrijp maken Gaat op basis van percentages over bouwwoonrijp maken

Projectgebonden risico’s Voor iedere grondexploitatie wordt een risicoanalyse gemaakt waarin de projectgebonden risico’s inzichtelijk worden gemaakt. In de analyse worden een aantal standaard risico’s benoemd. De risico’s worden geraamd op basis van kans x impact. Het (gewogen) risico voor deze grondexploitatie is ingeschat op € 88.214 en is als volgt verdeeld: Omschrijving

Toelichting

Uitkomst tender

Sloop en bouwrijp maken zijn in één werk gegund. Hierbij is de bebouwing gesloopt, de op het perceel aanwezige verharding verwijderd evenals een deel van het groen. Daarna is het perceel uitgevlakt.

-

Bouwrijp maken is meegenomen in de sloop.

-

Woonrijp maken het budget is naar beneden bijgesteld omdat een

Projectspecifieke risico's - Ruimtelijk / planologisch - Organisatorisch - Juridisch - Financieel / Commercieel - Bestuurlijk / politiek / maatschappelijk - Technisch / raming - Programma Totaal

De leye € 49.610 € 20.000 € 18.604 € 88.214

groot deel van deze kosten door de ontwikkelaar wordt gedragen. De gemeente maakt alleen het deel woonrijp waarin de wadi en het

Hierbij wordt rekening gehouden met:

fietspad is gelegen. Dit gebied blijft ook in eigendom en beheer bij de

-

het ondergronds parkeren.

gemeente, terwijl het resterende deel van het perceel wordt overgedragen aan de toekomstige eigenaren die het gebied ook gaan

Vertraging door ruimtelijke /planologische planaanpassing vanwege

-

Hogere organisatorische kosten omdat er meer en vooral sneller

beheren.

dingen geregeld moeten worden dan oorspronkelijk voorzien. Daarbij

-

Civiele constructies worden op dit moment niet voorzien.

is de complexiteit hoger, zodat er meer externe deskundigheid moet

-

Plankosten

en

voorbereiding

en

toezicht

zijn

opgenomen

percentage over de uit te voeren werkzaamheden. Deze kosten vallen lager uit.

worden ingehuurd.

als -

Hogere kosten voor externe juridische bijstand door toegenomen complexiteit.

19

In hoofdstuk 7 wordt specifiek ingegaan op het risicomanagement en het weerstandsvermogen. Kanttekeningen Voor dit project gelden de volgende kanttekeningen / onzekerheden: -

-

De grondexploitatie geeft de stand weer per 1-1-2026. De gunning is op dit moment nog niet definitief omdat er nog bezwaren kunnen komen van de drie partijen die het project niet gegund hebben gekregen. Er vinden wisselingen plaats in het projectteam. Hierdoor gaat kennis verloren en verloopt de planvorming minder voorspoedig. De civieltechnische investeringen aan de Baerdijk, de Vloeiweg en in mindere mate de retentiebekken drukken geheel op deze grondexploitatie, terwijl de investeringen niet alleen voor dit plangebied worden gedaan maar de kern Oisterwijk in zijn geheel ten goede komen. Hierbij worden de bepalingen uit de Nota en het Programma kostenverhaal niet gevolgd.

Resultaten Door de herziening van de opbrengsten en een lage inschrijving op de sloopkosten en kosten van bouwrijp maken is het resultaat op contante waarde

verbeterd

met

een

voorlopig

winstgevend

resultaat

van

€ 2.104.758. Bij de jaarrekening 2024 werd het resultaat nog geschat op € 246.000. Het positieve resultaat zal bij de jaarrekening worden verwerkt.

20

6.2. KVL-terrein Nijverheidsweg-west Projectomschrijving

De tweede ontwikkellocatie is gelegen aan de Nijverheidsweg-west.

De ontwikkeling van het KVL-terrein is nagenoeg gereed. Er zijn nog twee

Binnen

locaties die ontwikkeld moeten worden.

ontwikkeld. Het bestemmingsplan is recent onherroepelijk geworden. Er is

het

project

worden

27

appartementen

door

Leystromen

reeds een overeenkomst met Leystromen gesloten over de ontwikkeling Gasstraat- Ambachtstraat

van deze locatie. Door Leystromen wordt in overleg met de gemeente een

De eerste locatie heeft betrekking op de ontwikkeling van het perceel aan

aanvraag omgevingsvergunning ingediend. De ontwikkeling neemt meer

de Gasstraat – Ambachtstraat. De gronden binnen het projectgebied zijn

tijd in beslag dan voorzien, omdat partijen in onderling overleg het plan

deels eigendom van de gemeente. Voor dit plandeel wordt nog gekeken

deels hebben aangepast waardoor optimalisaties konden plaatsvinden.

hoe deze grond tot ontwikkeling gebracht kan worden. Omdat de rest van het gebied bijna is voltooid, is het vanuit financieel oogpunt verstandig om deze locatie uit de huidige grondexploitatie te halen. Hierdoor kan de huidige exploitatie worden afgerond. Hoewel er het afgelopen jaar intensief is gesproken over deze locatie is er nog geen besluit genomen over de verdere ontwikkeling met woningbouw en/of andere functies. Dit betekent dat de ontwikkeling blijft zoals die in de grondexploitatie is voorzien. Zolang er geen definitieve keuze is gemaakt blijft deze locatie onderdeel van de grondexploitatie KVL.

21

Verschillenanalyse

Voor iedere grondexploitatie wordt een risicoanalyse gemaakt waarin de

De resterende werkzaamheden zijn geïnventariseerd en conform huidige

projectgebonden risico’s inzichtelijk worden gemaakt. In de analyse

parameters

grondexploitatie

worden een aantal standaard risico’s benoemd. De risico’s worden

resulteert in een contante waarde van € 5,8 miljoen verlieslatend. Dit is

geraamd op basis van kans x impact. Het (gewogen) risico voor deze

ten opzichte van de grondexploitatie vorig jaar een daling van het tekort

grondexploitatie is ingeschat op € 126.500 en is als volgt verdeeld:

geraamd.

De

laatste

geactualiseerde

met € 0,35 miljoen. Kosten

1-1-2025

Verwervingen

€

17.456.840

Onderzoek en milieukosten

€

-

Sloopkosten

€

Saneringskosten

€

Grondwerk Bouwrijp maken

9.843.637

1-1-2026

Verschil

€

€

-

€

-

€

17.456.840

€

-

-

€

-

€

-

€

-

€

944.611

€

2.328

3.354.757

€

3.358.053

€

3.296

1.152.221

€

1.152.221

€

-

€

521.021

€

550.372

€

29.351

€

4.372.298

€

4.388.060

€

15.762

Voorbereiding en toezicht

€

82.244

€

66.534

€

-15.710

Planschade

€

-

€

-

€

-

Bovenwijkse voorzieningen

€

-

€

-

€

-

Fondsvorming

€

-

€

-

€

-

Fiscale kosten

€

-

€

-

€

-

Overige kosten

€

293.430

€

293.430

€

-

Rente boekwaarde

€

4.223.302

€

4.250.627

€

27.325

Opbrengsten

1-1-2025

1-1-2026

Verschil

Opbrengsten woningbouw

€

28.996.104

€

29.182.477

€

Opbrengsten niet woningbouw

€

1.428.089

€

1.428.089

€

Subsidies

€

5.173.276

€

5.175.101

€

-

€

€

-

€

942.283

Woonrijp maken

€

C iviele constructies en kunstwerken

€

Tijdelijk beheer gronden en opstallen Plankosten

9.843.637

Toelichting

Er wordt rekening gehouden met de volgende risico’s voor het KVL terrein: -

ontbreken van een projectleider voor het gehele gebied. -

Juridisch risico vanwege het feit dat de overeenkomsten nog niet zijn gesloten.

-

Financieel risico in de afname van de gronden KVL fase Noord De waarde van de gemeentegrond is afhankelijk van de te realiseren functie. Dit kan aanmerkelijk lager zijn dan waar nu rekening mee wordt gehouden in de grondexploitatie.

Toelichting 186.373

Organisatorisch risico vanwege het wisselen van projectleiders en het

-

Hogere grondopbrengsten sociaal

-

De raming voor civieltechnische werkzaamheden kan hoger uitpakken doordat er wijzigingen kunnen worden aangebracht in de plannen. Dit

1.825 Geindexeerd

In de verschillenanalyse worden verschillen groter dan € 25.000

kan hogere kosten met zich meebrengen.

toegelicht. -

Er worden hogere opbrengsten voorzien dan oorspronkelijk geraamd,

In hoofdstuk 7 wordt specifiek ingegaan op het risicomanagement en het

vanwege het bijstellen van de grondprijzen op basis van de

weerstandsvermogen.

Grondprijsbrief 2026. Kanttekeningen Projectgebonden risico’s Omschrijving Projectspecifieke risico's - Ruimtelijk / planologisch - Organisatorisch - Juridisch - Financieel / Commercieel - Bestuurlijk / politiek / maatschappelijk - Technisch / raming - Programma Totaal

Voor dit project gelden de volgende kanttekeningen / onzekerheden: -

KVL 30.000 30.000 54.000 12.500 126.500

-

De grondexploitatie geeft de stand weer per 1-1-2026. De grondexploitatie is voor een groot deel afgerond, de gemeente heeft nog een beperkte grondpositie. Voor dit stuk is de gemeente nog zoekende naar een passende invulling. Er zijn meerdere projectleiders betrokken bij de grondexploitatie KVL-terrein. Dit maakt het minder overzichtelijk.

Resultaten

22

Het resultaat op contante waarde is met circa € 345.000 verbeterd naar een negatief resultaat op contante waarde van € 5.898.000. De getroffen verliesvoorziening zal hierdoor met € 345.000 afnemen. Door goed te sturen op de civieltechnische inrichting en plankosten zal dit tekort in de toekomst naar verwachting rond dit bedrag blijven.

23

6.3. KVL studiegebied Projectomschrijving In 2021 zijn de werkzaamheden in het kader van de herinrichting door de gemeente afgerond en het lag dan ook in de verwachting dat deze grondexploitatie eind 2021 zou worden afgesloten. Bij de geraamde opbrengsten staat nog een niet gerealiseerde opbrengst voor het parkeerterrein open. Ten aanzien van dit parkeerterrein is met de marktpartij een overeenkomst gesloten waarin is overeengekomen dat deze marktpartij over een periode van zes jaar (een deel van) de parkeeropbrengsten zou afdragen aan de gemeente om zo de koopsom van het parkeerterrein te voldoen. Het terrein is door de gemeente wel overgedragen aan de ontwikkelaar. Voortgang De gemeente en de ontwikkelaar hebben een overeenkomst gesloten. Daarbij bestaat geen onenigheid over het bedrag wat de ontwikkelaar moet betalen, wel bestaat er discussie op de termijn waarop moet worden betaald. Omdat de werkzaamheden in het plangebied zijn afgerond kan de grondexploitatie per 31-12-2025 worden afgesloten.

24

Verschillenanalyse

Resultaten

Er zijn geen wijzigingen in de grondexploitatie groter dan € 25.000

Het resultaat op contante waarde is nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte

KVL studiegebied

van vorig jaar. Het projectresultaat is € 2,2 miljoen verlieslatend.

Kosten

1-1-2025

1-1-2026

Verwervingen

€

€

-

Onderzoek en milieukosten

€

-

€

-

€

-

Sloopkosten

€

203.604

€

203.604

€

-

Saneringskosten

€

-

€

-

€

-

Grondwerk

€

-

€

-

€

-

Bouwrijp maken

€

770.143

€

770.143

€

-

Woonrijp maken

€

458.254

€

458.254

€

-

C iviele constructies en kunstwerken

€

423.038

€

423.038

€

-

Tijdelijk beheer gronden en opstallen

€

2.002

€

2.002

€

-

Plankosten

€

735.143

€

739.774

€

4.631

Voorbereiding en toezicht

€

-

€

-

Planschade

€

-

€

-

Bovenwijkse voorzieningen

€

-

€

-

Fondsvorming

€

-

€

-

Fiscale kosten

€

-

€

-

Overige kosten

€

25.476

€

25.476

€

-

Rente boekwaarde

€

105.601

€

113.987

€

8.386

Opbrengsten

1-1-2025

1-1-2026

Verschil

Opbrengsten woningbouw

€

1.453.029

€

1.456.070

€

3.041

Opbrengsten niet woningbouw

€

22.195

€

22.195

€

-

Subsidies

€

112.793

€

112.793

€

-

1.115.460

€

Verschil

1.115.460

Toelichting

Toelichting

Alle civieltechnische werken zijn afgerond, de opbrengsten nog niet ontvangen Deze grondexploitatie kan per 31-12-2025 worden afgesloten. Alle civieltechnische werkzaamheden binnen dit projectgebied zijn afgerond. Er is geen reden meer om deze grondexploitatie open te houden.

Kanttekeningen Voor dit project gelden de volgende kanttekeningen / onzekerheden: -

De grondexploitatie geeft de stand weer per 1-1-2025. Omdat een groot deel van de grondexploitatie al is afgerond, wordt de grondexploitatie per 31-12-2025 afgesloten, waarbij de grondwaarde voor het parkeerterrein aan de grondexploitatie wordt toegevoegd.

25

6.4. ’t Hopveld Projectomschrijving Het plangebied bestaat uit het bestaande bedrijventerrein 't Hopveld en de omliggende gronden. Het bedrijventerrein 't Hopveld ligt aan de noordoostzijde van de kern Haaren. Het bedrijventerrein is onderdeel van een overgangsgebied tussen het dorp en het agrarisch landschap en ligt zoals veel andere delen van Haaren ingeklemd tussen verschillende linten aan de Helvoirtseweg, Kantstraat en de Oude Baan. Voortgang Deze grondexploitatie is afkomstig uit de voormalige gemeente Haaren. In totaal zijn er zeven kavels in het resterende project geprojecteerd. Vijf hiervan zijn bedrijfskavels, één kavel is een gemengde bedrijfs-woonkavel en één kavel is een woonkavel. In 2024 is bedrijfskavel D. met een oppervlakte van 3.082 m² verkocht. De opbrengst bedroeg € 480.792 exclusief BTW. Hiermee zijn alle bedrijfskavels binnen de grondexploitatie verkocht. Op dit moment is er nog één woningbouwkavel direct beschikbaar. Deze woningbouwkavel wordt aangeboden via een plaatselijke makelaar voor een bedrag van € 469.000 VON. Er heeft zich een aantal belangstellenden gemeld bij de makelaar maar dit heeft nog niet geleid tot een verkoop van de kavel. De werkzaamheden

binnen deze grondexploitatie zijn nagenoeg

afgerond. 1 kavel is nog niet verkocht, maar is wel gereed. We brengen deze kavel voor getaxeerde waarde over naar de balans van de gemeente. Het

restant aan nog

uit

te

voeren

infrastructurele

werken wordt in 2026 in de reguliere exploitatie van de gemeente uitgevoerd.

De

kosten

daarvan

zijn

ten

laste

van

deze

GREX gereserveerd. De grondexploitatie kan per 31-12-2025 worden afgesloten.

26

Verschillenanalyse Medio 2026 zal het laatste gedeelte woonrijp gemaakt worden, hiervoor is

Projectgebonden risico’s

een raming aangeleverd. Er is een bedrag opgenomen voor nog te betalen

Omdat alle werkzaamheden zijn uitgevoerd, is deze grondexploitatie per

kosten. De grondexploitatie is eind 2025 afgesloten.

31-12-2025

afgesloten.

Hierdoor

vervallen

ook

alle

opgenomen

projectgebonden risico’s. Kosten

1-1-2025

1-1-2026

Verschil

Verwervingen

€

€

1.971.466

€

Onderzoek en milieukosten

€

-

€

-

Sloopkosten

€

23.764

€

23.674

€

-90

Saneringskosten

€

14.750

€

14.750

€

-

Grondwerk

€

-

€

-

Bouwrijp maken

€

560.655

€

560.655

€

-

Woonrijp maken

€

583.665

€

322.148

€

-261.517

C iviele constructies en kunstwerken

€

410.765

€

410.765

€

Tijdelijk beheer gronden en opstallen

€

98.330

€

98.330

€

-

Plankosten

€

50.451

€

-

€

-50.451

Geen kosten meer

Voorbereiding en toezicht

€

36.036

€

-

€

-36.036

Geen kosten meer

Planschade

€

-

€

-

€

-

Bovenwijkse voorzieningen

€

-

€

-

Fondsvorming

€

-

€

-

Fiscale kosten

€

-

€

-

Overige kosten

€

239.917

€

249.533

€

9.616

Rente boekwaarde

€

544.439

€

546.718

€

2.279

Opbrengsten

1-1-2025

1-1-2026

Verschil

Opbrengsten woningbouw

€

607.000

€

508.000

€

-99.000

Opbrengsten niet woningbouw

€

2.829.896

€

2.829.896

€

-

1.966.861

Toelichting 4.605

Kanttekeningen Voor dit project gelden de volgende kanttekeningen / onzekerheden: Geen kosten meer

-

-

De grondexploitatie geeft de stand weer per 1-1-2026.

-

De gemeente heeft er in het verleden voor gekozen om een makelaar in te zetten bij de verkoop van percelen. Dit verloopt niet soepel. Het kavel is al drie keer teruggekomen. De makelaar geeft aan dat de procedure bij de gemeente onduidelijk is, waardoor er te veel onzekerheden zijn voor aspirant kopers.

Toelichting Oncourante kavel, stond in verkoop maar geen geinteresseerden

-

De gemeente stelt beleid en een procedure op om de verkoop van kavels aan particulieren in eigen beheer te kunnen laten plaatsvinden.

In de verschillenanalyse worden verschillen groter dan € 25.000

Resultaten

toegelicht.

De grondexploitatie sluit met een geprognotiseerd verlies van € 415.254,

-

Civiele constructie en kunstwerken zijn te ruim geraamd naar huidig

in 2024 was het verwachte verlies nog € 659.174. Het resultaat is

inzicht. Alle civieltechnische werkzaamheden zijn afgerond. Deze

positiever doordat de kosten voor het woonrijp maken lager zijn

grondexploitatie is overgenomen van de voormalige gemeente

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17011314/1