CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Gebiedsvisie Ruysbossche Loop

RAAD 27 februari 2025, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Gebiedsvisie Ruysbossche Loop - aangenomen17.682 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Haaren

5. VISIE EN RAAMWERK

5. VISIE EN RAAMWERK

Visie

Huidig landgebruik Noord-Brabant (provincie N-Brabant, 2022)

89

90

Kansen en consequenties voor de woningbouw In het stedelijk gebied zal er vooral sprake zijn van hybride oplossingen, een mix van natuurlijk en technisch. Ook hier kan gekeken

Een nieuwe balans, een holistische aanpak Deze vraagstukken oppakken werkt het beste in samenhang. Door nog beter dan in het verleden de onderlinge verbinding te zoeken natuur en cultuur. Waar kan welk ruimtegebruik worden gecombineerd, waar kunnen functies elkaar versterken en waar moeten onderlinge risico’s worden vermeden? Denk aan de relatie tussen water- en bodemgesteldheid en wat we bovengronds willen doen, maar ook hoe wonen en werken in samenhang kunnen bijdragen aan een aantrekkelijke omgeving. Een herijking van

de relatie tussen gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde is nodig om de fysieke en sociale grenzen te kunnen bepalen. Belevingswaarde is daarin een bijzondere drijvende kracht in de ruimtelijke ontwikkeling; de opleving van de belangstelling voor erfgoed en cultuurhistorie in de afgelopen jaren zijn wat dit betreft geen toeval. Zaken als regionale identiteit en lokale historie winnen aan gewicht.

‘‘We dienen nog beter dan in het verleden de onderlinge verbinding te zoeken tussen natuur en cultuur.’’ - Planbureau Leefomgeving-

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Kansen en consequenties voor de landbouw In het agrarisch gebied vraagt dit om klimaatbestendig landbouw; vormen die passen bij de draagkracht van het bodem- en watersysteem. Dit vraagt soms om verandering in teelt, of het toepassen van bufferstroken (geleidelijke overgangszones) op de oevers. Binnen het gebied van de Ruysbossche Loop betekent dit dat er kansen liggen voor extensieve vormen van landbouw en natuurbeheer. Denk aan graas-dieren, biobased bouwmaterialen en agroforestry i.c.m. waterberging. De enkeerdgronden van de Belverse akkers zijn zeer vruchtbare gronden, die beschikbaar moeten blijven voor grondgebonden landbouw voor (intensieve) voedselproductie. Door toenemende weersextremen dient hier wel onderzocht te worden of aangepaste teelten gewenst zijn.

worden naar mogelijkheden om water vast te houden en de infiltratie te verhogen, bv. middels halfverharding en vergroening. De afweging waar wel en niet gebouwd mag worden dient daarnaast gestoeld te zijn op het bodem- en watersysteem. De Signaleringskaart Brabant geeft aan dat het westelijk deel van Haaren geschikt en afweegbaar is voor verstedelijking op basis van het bodem- en watersysteem. Het onderzoeksgebied is aangeduid als ‘beperkt geschikt’. Grondig onderzoek naar de bodem en investeringen op technisch vlak zijn nodig om duurzame verstedelijking hier mogelijk te maken. Wel geven deze locaties kansen om een nieuw type woonmilieu te creëren waarin ‘nat wonen’ en een architectuur van biobased materialen een plek kan krijgen. De bodem van de beek zelf is aangeduid als ongeschikt voor verstedelijking en dient bebouwing-vrij te blijven.

In de gebiedsvisie Ruysbossche Loop is gepoogd om deze zaken in samenhang te bezien. Het opgestelde raamwerk is opgebouwd uit verschillende facet-kaarten, waarin overlappende kaartlagen aanwezig zijn. Dit geeft een duiding van de onderlinge relaties en invloeden die er in het gebied aanwezig zijn en maakt het mogelijk om een holistische visie uit te dragen voor de toekomst van de Ruysbossche Loop.

bron: PBL, 2024

5. VISIE EN RAAMWERK

5. VISIE EN RAAMWERK

bepalende groenblauwe structuren in het landschap. Door ruimte te bieden aan het water worden ze versterkt en dragen ze bij aan het klimaatadaptief maken van het stedelijk gebied. In de hogere gronden ligt de focus op het vasthouden van water, naarmate je meer naar de flanken en de beek gaat, verschuiven de maatregelen geleidelijk naar bergen en vertraagd afvoeren.

91

telijke disciplines en de raad is op verschillende thematieken positie ingenomen. Deze positionering leidt tot 4 sturende principes voor het raamwerk:

1. Een klimaatrobuust bodem- en watersysteem

2. De ecologische verbinding versterken via een natte

als fundament

parelketting Het bodem- en watersysteem van de Ruysbossche Loop is de basis waarop ontwikkelingen afgewogen worden.

Door veranderingen in inrichting en gebruik over de tijd is de biodiversiteit in dit gebied sterk achteruit gegaan. Het raamwerk stuurt op het versterken van de ecologische verbinding van de Ruysbossche Loop tussen de noordelijk- en zuidelijk gelegen delen van Natuur Netwerk Brabant.

Het raamwerk hanteert een zonering, waarbij elke zone verschillende spelregels en/ of kansen heeft. Dit betekent voor de landbouw een duiding van duurzame gebruiken en teelten binnen het beekdal. De genoemde onderdelen zijn bedoeld ter inspiratie om de landbouw-transitie concreet te maken.

In samenwerking met het Waterschap zet het raamwerk in op een strategie van een natte parelketting. Dit betekent onder andere vernatting van de grond, het toevoegen van natte natuur en een ander beheer en vormgeving van de oevers.

5. VISIE EN RAAMWERK

Voor de woningbouw betekent dit een zonering die duiding geeft waar het wel of niet afweegbaar is om te bouwen, en in welke vorm.

92

WATER EN KLIMAAT

LANDBOUW

WONINGBOUW

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Het raamwerk van de Ruysbossche Loop is opgebouwd vanuit de sterktes, zwaktes, kansen en uitdagingen die de analyse aan het licht bracht. Tijdens sessies met de amb-

De parelketting zorgt daarmee niet alleen voor een versterking van de biodiversiteit, maar maakt het dal ook weerbaarder tegen klimaatextremen en voegt aantrekkelijke natte natuur toe om te beleven.

WATER EN KLIMAAT

BIODIVERSITEIT

RECREATIE

5. VISIE EN RAAMWERK

Principes

93

3. Oorspronkelijke landschappelijke elementen

4. Passend verbinden en verblijven.

terugbrengen Door intensivering en opschaling van de landbouw zijn een heel aantal oorspronkelijke landschappelijke elementen verloren gegaan.

Hoe mensen kunnen wonen, werken, verblijven en bewegen krijgt binnen het raamwerk vorm als onderdeel van de herkenbare identiteit van het gebied. De cultuurhistorische kenmerken en - structuren van de Ruysbossche Loop zijn sturend voor de manier waarop er gewoond en gerecreeerd wordt.

Het terugbrengen van elementen zoals broekbosjes, singels en hakhout maken de identiteit van het gebied weer herkenbaar, verhogen de biodiversiteitswaarde en bieden een aantrekkelijk landschap om recreatieve routes langs te leggen, rekening houdend met bestaande zichtlijnen.

RECREATIE

CULTUURHISTORIE

WONINGBOUW

RECREATIE

5. VISIE EN RAAMWERK

CULTUURHISTORIE

De typische openheid, orientatiepunt van de kerk, Frankische driehoeken, zichtlijnen en doorzichten, typering van de linten, positie van de kern en de oorspronkelijke kerkepaden dragen bij aan het verhaal van Haaren en diens Ruysbossche Loop.

5. VISIE EN RAAMWERK

BIODIVERSITEIT

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Principes

94

95

Raamwerkkaart Zonering

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Noenes

Zone A Dekzandrug + dekzandvlakte

A*

Zone A* Let op, door wijzigingen over de tijd zijn er plekken waar het hoge grondwater toch wat overlast zou kunnen veroorzaken Zone B Beekdalhelling + beekdalbodem

B*

Zone B* Let op, door wijzigingen over de tijd zijn er plekken waar het hoge grondwater hier toch maar beperkt aanwezig is

96

Let op, deze kaart is illustratief en doet geen uitspraken over exacte percelen.

Legenda

Beekdalbodem Beekdalhelling

Watersysteem Beek + oevers

Dekzandvlakte

Natte parel

Dekzandrug

Hoog grondwater

Duurzame agrarische transformatie

Persleiding

Nieuwe bossages &

Overstort

singels

Dorpsrand

Bestaand groen

Openheid landschap

Oriëntatiepunt

Natuur Netwerk Brabant Geurcirkel

Zichtlijn gewenst

Voorzieningenzone

Zichtlijn behouden

500m voorzieningen

Duiker Hotspots Frankische driehoek

!

R

Recreatieve routes

Verdichting wonen

Bestaande recreatie

Zoekgebied erftransformatie Primair zoekgebied wonen Secundair zoekgebied wonen

5. VISIE EN RAAMWERK

5. VISIE EN RAAMWERK

Zone C Beek & oevers + bufferzone

97

Landbouw Woningbouw

6

Biodiversiteit Cultuurhistorie

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Recreatie

98

Het raamwerk uitgewerkt in facetten. De facetonderdelen worden uitgelegd middels spelregels (kaders), beschrijvingen (verduidelijking) en referenties (inspiratie).

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Klimaat en watersysteem

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Facetten en spelregels

IN DIT HOOFDSTUK

99

A B

C A

WATER EN KLIMAAT

LANDBOUW

WONINGBOUW

BIODIVERSITEIT

6. FACETTEN EN SPELREGELS

CULTUURHISTORIE

100

RECREATIE

ZONE B BEEKDALBODEM EN BEEKDALHELLING

ZONE C - BEEK + OEVERS

rand van het beekdal, overgang dorp/ buitengebied

de beekdalvormige laagte met hoge grondwaterstanden

huidige ligging van de beek, oevers en overgangszone

- inzetten op infiltratie van water in de bodem - ontharden en vergroenen - overstort: gescheiden stelsel

- inzetten op waterberging - vernatting, vergroten van de sponswerking - stuwen in haakse sloten

- meer ruimte geven aan het water, afvlakken van oevers - inzetten op vertraagd afvoeren

- geschikt voor het telen van bouwmateriaal - west dorpsrand: kleinschalige vormen van voedselproductie - oost agrarisch lint: extensieve veehouderij, droogteresistente soorten - gewasrotatie en strokenteelt

geschikt voor het telen van bouwmateriaal - natte teelt voor voedselproductie, grondstoffen of voedergewassen - voedselbos

- geschikt voor het telen van bouwmateriaal middels natte teelt middels oevervegetatie - overgangszone tussen de beek en het agrarische land

- bodem is geschikt voor woningbouw (primair /secundair) - kleinschalig en landschappelijk - transformatie van bedrijvigheid aan lint naar wonen - extra woningen op het erf of net achter het lint - erftransformatie: bijzondere woonvormen - bij fluctuerend hoge grondwaterstand zone A*: ‘nat wonen’ - niet bouwen boven persleiding

- bodem is niet geschikt voor woningbouw, te onderzoeken op zone B*, waar de grondwaterstand nu nog beperkt overlast veroorzaakt: ‘nat wonen’ - wonen in voedselbos - niet bouwen boven persleiding

- bodem is niet geschikt voor woningbouw - vrijlaten van elke vorm van bebouwing

- toevoegen van singels, houtwallen en hakhout - heggen en wallen inzetten als natuurlijke erfafscheiding - struweelbeplanting

- natte natuur ontwikkeling - toevoegen van poelen, wadi’s, broekbosjes, singels en hakhout - versterken bestaand Natuur Netwerk Brabant

- extensief oeverbeheer, - afvlakken van oeverhellingen - toevoegen van singels - maatregelen t.b.v. ecoduiker - natte parelketting als EVZ - plasdras zones in bochten

- landschappelijke elementen van het oorspronkelijke cultuurlandschap terugbrengen, zoals laanbeplanting, broekbosjes, singels en hakhout

- landschappelijke elementen van het oorspronkelijke cultuurlandschap terugbrengen - zichtlijnen op de beek behouden en/of toevoegen

- wandelroutes in de vorm van oversteken en ommetjes maken het beekdal beleefbaarder

- wandelroutes in de vorm van oversteken en ommetjes maken het beekdal beleefbaarder

- behouden van zichtlijnen vanaf het dorp op het beekdal - waar mogelijk toevoegen van nieuwe zichtlijnen - openheid van Frankische driehoek behouden - afwisseling open/gesloten van erven behouden - inzetten op wandelroutes en fietspaden om beleefbaarheid vanaf de kern op de beek te versterken, koppelen aan bestaande routes - transformatie en verkleuring van boerenerven - kleinschalige initiatieven

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

spelregels per zone

ZONE A - RAND OP DEKZANDRUG/ DEKZANDVLAKTE

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Samenvatting van

101

Facet Klimaat en GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

watersysteem Zonering Zone A Dekzandrug + dekzandvlakte

A*

Zone A* Let op, door wijzigingen over de tijd zijn er plekken waar het hoge grondwater toch wat overlast zou kunnen veroorzaken Zone B Beekdalhelling + beekdalbodem

B*

Zone B* Let op, door wijzigingen over de tijd zijn er plekken waar het hoge grondwater hier toch maar beperkt aanwezig is

Let op, deze kaart is illustratief en doet geen uitspraken over exacte percelen.

Legenda

Beekdalbodem Beekdalhelling Dekzandvlakte

102

Dekzandrug

Watersysteem

Hoog grondwater

Beek + oevers

Overstort

Natte parel

6. FACETTEN EN SPELREGELS

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Zone C Beek & oevers + overgangszone

Duiker Dorpsrand

103

Facet

Spelregels

watersysteem

Dekzandrug

•

•

Zone B

Inzetten op versterke infiltratie en beperken water-afvoer, inzetten op waterbesparing Droogteminnende soorten toepassen, of soorten die veerkrachtig zijn om droogteperiodes op te vangen

Beekdalbodem

•

Beekdalhelling Zone B Beekdalhelling + beekdalbodem

• •

Zone B* Let op, door wijzigingen over de tijd zijn er plekken waar het hoge grondwater hier toch maar beperkt aanwezig is

B*

Hoog grondwater

•

Natte parel

Zone A

6. FACETTEN EN SPELREGELS

A*

104

Water bergen en vasthou- • den door het vergroten van de sponswerking. Aanleggen van wadi’s, poelen en natte natuur (‘natte parels). Koppeling met de landbouwtransitie: door de hoge grondwaterstanden • en natte karakter is dit gebied geschikter voor natte teelten en extensieve veehouderij Stuwen toevoegen aan haakse sloten om in te kunnen spelen op periodes van piekbuien of droogte (te snelle afvoer voorkomen).

LET OP! Bij uitvoering van de vernattings-strategie kunnen de grondwaterstanden in zone A* en B* in de toekomst verder stijgen dan in de huidige situatie het geval is. Daarnaast zou rondom de duiker onder de Haarendijk wateroverlast plaats kunnen vinden bij toekomstig hogere grondwaterstanden of piekafvoeren door extremer weer

Water vertraagd afvoeren Inzetten op een overgangs-zone (van minimaal 10, waar mogelijk 25 meter) naast de beek, om ruimte te creëren voor het water en tot klimaatrobuuste oevers te komen. In deze zone natte natuur laten landen als overgang tot agrarisch land. Het water mag meer ruimte krijgen om hier en daar te overstromen Inzetten van een oeverstrategie om de afvoer van de beek verder te vertragen. De oeverstrategie zet enerzijds in op het extensiever beheren van de oever, anderzijds

op het aanpassen van de oever naar een afgevlakte helling met oeverbeplanting, zodat de beek ondieper is, het water vertraagd wordt en horizontaal de ruimte krijgt.

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Belversche Akkers

Zone C Dekzandvlakte

•

Dekzandrug

•

Zone A Dekzandrug + dekzandvlakte

•

Zone A* Let op, door wijzigingen over de tijd zijn er plekken waar het hoge grondwater toch overlast zou kunnen veroorzaken

•

Inzetten op infiltratie & berging Minder verharding en meer groen in stedelijk gebied Klimaatrobuust inrichten (bijvoorbeeld vergroenen, ontharden). Hierdoor kan het water langzaam infiltreren in de grond. Overstort: omzetten naar gescheiden stelsel

Beekdalbodem Watersysteem

• •

Zone C Beek & oevers + overgangszone

Hoog grondwater

•

Hoog grondwater Dorpsrand Overstort

•

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Klimaat en

105

De beek de ruimte geven

Klimaat en

Vroeger kon dit systeem de weersextremen (zoals wateroverlast en droogte) goed opvangen. Van oudsher was Noord-Brabant een natte provincie, waarin de dorpen en gehuchten verbonden waren via beken. Maar na 1850 is het landgebruik in de beekdallandschappen steeds meer losgaekoppeld van het bodem- en watersysteem, waardoor extremen moeilijk op te vangen zijn.

watersysteem

DE BEEK DE RUIMTE GEVEN

Beek+oevers Meer ruimte voor het water

Door klimaatverandering nemen de weerextremen alleen nog maar toe (zeer natte of zeer droge periodes). Door het beeklandschap klimaatrobuust te maken kunnen we de negatieve gevolgen tegengaan. Voor het watersysteem betekent dit dat je uitgaat van: water besparen,

De zones van het beekdal vasthouden, bergen, aanpassen en afvoeren. De overgang tussen de beken en de rest van het landschap is meer geleidelijk. De beken zijn minder diep, slingeren waar mogelijk meer en grenzen niet meer direct aan akkers of weilanden maar gaan middels bufferzones (minimaal 10, waar mogelijk 25m) geleidelijk erin over. Ze krijgen meer ruimte, waardoor het water zich in natte periodes in de breedte kan verspreiden. Ook ontstaan er kleine natte ecosysteempjes in de bochten.

A

B C

Het klimaatrobuuster inrichten van het beekdalsysteem heeft een aantal doelstellingen: - toename van de grondwatervoorraad - toename water infiltratie - afvoer van de beek reduceren - beekdal vernatten - zuivering van het water, schoon en gezond water

B A

•

ZONES BEEKDAL Beek+oevers Beekdalbodem en -helling Bestaande dorpskern/lint

• BEEK MET NATTE NATUUR IN DE BOCHTEN

A

B

•

De beek en oevers is zone C. Hier willen we vooral zorgen voor voldoende, vertraagde waterafvoer. Het afvoeren moet niet te snel gebeuren, anders heeft het beekdal een verdrogende werking op de omgeving. Het water mag wat meer ruimte krijgen om hier en daar te overstromen. Het waterschap vergoedt hier geen schade meer; overstromen hoort erbij.

•

Let op: door aanpassingen over de tijd zijn er uitzonderingsplekken (A* en B*) ontstaan, waardoor het grondwater soms lager of hoger staat dan op basis van geomorfologie verwacht wordt. Verdiepende bodemonderzoeken zijn voor specifieke ontwikkelingen altijd nodig.

•

De overstorten in het gebied dienen waar mogelijk gescheiden stelsels te worden om de waterkwaliteit te waarborgen.

Voor een klimaatrobuust watersysteem verdelen we de ruimte grenzend aan de beek in in 3 zones:

DE SPONSWERKING VAN HET BEEKDAL

GEKANALISEERDE BEEK

grondwaterstanden en het grondgebruik dienen op elkaar afgestemd te zijn.

C

B

A

De dorpsrand op hoge grond, zone (A) waar we vooral willen zorgen voor een betere infiltratie van water. Dit helpt ook bij minder water op straat bij piekbuien. Onttrekkingen zijn niet meer vanzelfsprekend. De kwaliteit van het water dient gewaarborgd te worden doordat mest en bestrijdingsmiddelen niet meer uitgespoeld mogen worden. De flanken van het beekdal, zone B, waar we vooral willen werken aan beter water bergen, vasthouden, en vertraagd afvoeren door wadi’s, poelen en natte natuur aan te leggen. De A

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Facet

B C

B

A

106

OEVERSTRATEGIE

6. FACETTEN EN SPELREGELS

6. FACETTEN EN SPELREGELS

OVERGANGSZONE NATTE NATUUR

107

6. FACETTEN EN SPELREGELS

108

HET OORSPRONKELIJKE BEEKDALLANDSCHAP 6. FACETTEN EN SPELREGELS

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

bron: Peatlands.org

109

Facet Landbouw

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Noenes

Zonering Zone A Dekzandrug + dekzandvlakte

A*

Geschikt voor natte teelten, zoals de lisdodde. Daarnaast geschikt voor kruidenrijk hooiland.

Zone A* Let op, door wijzigingen over de tijd zijn er plekken waar het hoge grondwater toch wat overlast zou kunnen veroorzaken Zone B Beekdalhelling + beekdalbodem

B*

Zone B* Let op, door wijzigingen over de tijd zijn er plekken waar het hoge grondwater hier toch maar beperkt aanwezig is

Geschikt voor semi-natte teelten, extensief hooiland en intensievere teelten richting de flanken grenzend aan het Kampenlandschap.

Zone C Beek & oevers + overgangszone

Kampen landschap

beekdal rand

Voedselrijke eerdgronden (cultuurgrond). Geschikt voor intensieve teelten.

110

Let op, deze kaart is illustratief en doet geen uitspraken over exacte percelen.

Legenda

Beekdalbodem Beekdalhelling

Watersysteem Beek + oevers

Dekzandvlakte

Natte parel

Dekzandrug

Hoog grondwater

!

Geurcirkel

Natte teelten

Struweelhagen of landschapselementen terugbrengen

Duurzame agrarische transformatie

Extensief hooiland

Inzetten op droogteresistente gewassen

Zoekgebied erftransformatie

Mengen van teelten

6. FACETTEN EN SPELREGELS

6. FACETTEN EN SPELREGELS

beekdal bodem

111

Spelregels

Landbouw

Belversche Akkers

•

Dekzandrug

•

Zoekgebied erftransformatie

• •

Geurcirkel Duurzame agrarische transformatie

•

•

•

Zone A

6. FACETTEN EN SPELREGELS 112

Beekdalbodem

•

Beekdalhelling

•

Zone B Beekdalhelling + beekdalbodem Zone B* Let op, door wijzigingen over de tijd zijn er plekken waar het hoge grondwater hier toch maar beperkt aanwezig is

B*

• • •

Hoog grondwater Natte parel

•

Geschikt voor telen van • bouwmateriaal Natte teelt inzetten voor: voedselproductie, grondstoffen of voedergewassen Gewassen: populier, hakhout, vlak, lisdodde, riet, struikjes Nieuwe landbouwmethode: voedselbos Combineren met natuurontwikkeling door natte • parels, struweelhagen en broekbosjes. Overgangszone aanleggen tussen beek en agrarisch land middels natte natuur. Stuwen toevoegen aan haakse sloten om in te kunnen spelen op periodes van piekbuien of droogte (te snelle afvoer voorkomen).

LET OP! Bij uitvoering van de vernattings-strategie kunnen de grondwaterstanden in zone A* en B* in de toekomst verder stijgen dan in de huidige situatie het geval is. Er zijn dan t.b.v. duurzame landbouw in ieder geval extra maatregelen nodig vanwege de hoge grondwaterstand. Daarnaast zou rondom de duiker (bottleneck) onder de Haarendijk wateroverlast plaats kunnen vinden bij toekomstig hogere grondwaterstanden of piekafvoeren door extremer weer.

Zone C Dekzandvlakte

•

Dekzandrug

•

Zone A Dekzandrug + dekzandvlakte

A*

Zone B

Zone A* Let op, door wijzigingen over de tijd zijn er plekken waar het hoge grondwater toch overlast zou kunnen veroorzaken Hoog grondwater Zoekgebied erftransformatie

• • •

•

Geschikt voor telen van bouwmateriaal West dorpslint: kleinschalige voedselproductie Oost agrarisch lint: extensieve veehouderij, extensief hooiland Gewassen: wilg, gras, hakhout, moestuin, boomgaard Nieuwe landbouwmethodes: brede gewasrotatie, strokenteelt en boslandbouw i.c.m. akkerbouw Boerenerven zijn zoekgebied voor transformatie middels recreatie en erfwonen.

Beekdalbodem

•

Watersysteem

• •

Zone C Beek & oevers + overgangszone

Hoog grondwater

•

Geschikt voor het telen van bouwmateriaal Gewassen: populier, hakhout, vlas, lisdodde, riet Overgangszone aanleggen tussen beek en agrarisch land middels natte natuur. Oevers extensief beheren door agrariërs 6. FACETTEN EN SPELREGELS

!

Geschikt voor het telen van bouwmateriaal Vormen van voedselproductie Droogteresistente teelten Gewassen: bv. hennep, olifantsgras, schimmel, loofbomen, fruitbomen, intensieve vormen van aardappel, ui, wortel, asperge etc. Nieuwe landbouwmethodes: brede gewasrotatie, strokenteelt en boslandbouw i.c.m. akkerbouw Boerenerven zijn zoekgebied voor transformatie; middels recreatie en erfwonen Bestaande erven waar mogelijk transformeren naar duurzamere vormen. Specifiek focus op agrarische bedrijven met sterke impact op de luchtkwaliteit

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Facet

113

LANDBOUW ZONES Bufferzone beek van 25m plus buffer voor natte natuurparels Zone voor natte teelten Zone voor semi-natte teelten

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Zone voor droge teelten

114

Beekdalbodem Het beekdal wordt klimaatrobuuster gemaakt door het toevoegen van natte natuurparels, en het creëeren van een bredere overgangszone (waar mogelijk 25m) langs de beek. Het nieuwe watersysteem is ingericht op het langer vasthouden van water. Het gebied grenzend aan de beek wordt door het jaar heen natter. De zone aan de beek zal zich het beste gaan lenen voor natte teelten die gebruikt kunnen worden als isolatiemateriaal, veevoer of geperst bouwmateriaal. Voorbeeldgewassen zijn lisdodde en riet. De randen van de natte zone lenen zich voor semi-natte teelten en extensief hooiland met extensieve veehouderij. De Belverse akkers / Kampenlandschap Onder het esdorpen- en kampenlandschap worden de overgangen tussen hoog en laag verstaan, meestal de dekzandvlakten. Deze gronden werden vanaf de middeleeuwen gebruikt voor zowel veeteelt als akkerbouw. Bemesting door de eeuwen heen heeft de Eenkeerdgronden als resultante. Op deze gronden zien we vandaag de dag intensieve vormen van teelten, waarbij de grote onttrekking van grondwater voor deze teelten, en het vele gebruik aan chemische middelen deze gronden weinig klimaatadaptief- en biodovers maakt. Voor de toekomst blijft dit landschap zeer geschik voor intensieve teelten. Clustering hier maakt dat in het beekdal extensiever ver-

bouwd zou kunnen worden. Wel is het verstandig om te onderzoeken of er verbouwd kan worden met meer droogteresistente gewassen, om overmatig beregenen en daarmee overmatige onttrekking van grondwater tegen te gaan. Lokaal water bergen voor droge periodes en precisie beregening zouden andere oplossingen kunnen zijn voor drogere perioden. Bedrijfsmodellen kunnen grotendeels in stand blijven bij wat ze nu zijn. Akkers op de randen Biodiversiteit langs de akkerranden kan vergroot worden met ingrepen in de oevers; zoals het terugbrengen van laanbeplanting, het niet-maaien van walkanten om bloemen en planten de ruimte te geven, en akkerranden met struweelbeplanting in te richten. Verder is het waardevol om de transitie naar extensieve methodes en biologische bestrijdingsmiddelen in te zetten. Huidige bestrijdingsmethoden brengen de gezondheid van mens en dier in gevaar, omdat deze middelen terecht komen in ons grondwater. De resultante van wateren bodemgestuurd werken Binnen de doorsnede van de Ruysbossche loop zien we dat als gevolg van het toepassen van een klimaatrobuuster systeem van infiltratie en vertraagde afvoer, de bodem natter blijft. Op deze plekken is in de toekomst een andere wijze van landbouw bedrijven passender. Met natte teelten, of met extensief hooiland. Op

andere plekken, zoals binnen het Kampenlandschap met haar rijke Eerdgronden, blijft intensieve landbouw juist heel passend. Om droogteproblemen in de toekomst te voorkomen, kan gewerkt worden aan lokale waterbuffering in dit gebied of het werken met droogteresistentere gewassen. Men zou ervoor kunnen kiezen in het Kampenlandschap verder te intensiveren, om zo gronden naast de beek te extensiveren. Door variatie in de teelten aan te brengen (strokenlandbouw) en houtwallen of struweelhagen toe te voegen, is in het Kampenlandschap een sprong te maken in de biodiversiteitsverbetering, zonder in dit gebied aan productie te verliezen. Brede gewasrotatie (4-6 jaar) houdt de bodem gezond en helpt ziektes en plagen bestrijden zonder in te boeten aan productiecapaciteit.

wilg, gras, hakhout, appelboom, aardappel, ui, wortel, asperge

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Landbouw

Water- en bodemgestuurd werken

populier, hakhout, vlas, lisdodde, appelboom, bessenstruik

hennep, sorghum, olifantsgras, schimmel, loofbomen, appelbomen, aardappel, ui, wortel, asperge

WATER EN BODEM GESTUURD WERKEN

Natte teelten

Extensief hooiland Struweelhagen of landschapselementen terugbrengen Inzetten op droogteresistente gewassen

INTENSIEF VS EXTENSIEF

Mengen van teelten

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Facet

115

LANDBOUW ZONES Bufferzone beek van 25m plus buffer voor natte natuurparels Zone voor natte teelten Zone voor semi-natte teelten Zone voor droge teelten

Biobased bouwmaterialen

In de 20e eeuw is de landbouw door kunstmatige inputs en maatregelen op het vlak van landinrichting en watermanagement meer ‘los van de grond’ komen te staan. De omslag naar een circulaire of kringloop landbouw biedt de mogelijkheid om de verloren gegane band met de streek (in termen van bodem- en watersysteem en daarop aangepaste teelten) weer aan te halen. Niet uit nostalgische overwegingen, maar uit toekomstgerichte urgentie. We kunnen weer terugbewegen naar een streekeigen landschap, wat weer aansluit wat de bodemconditie te bieden heeft.

Het huidige typisch Brabantse landschap bestaat uit hoger gelegen delen waar zich bos en heide natuur bevindt, en hoger gelegen gronden waar grootschalige en intensieve landbouw plaatsvindt. De lager gelegen delen zijn de beekdalen en flanken. Op de overgangen van laag naar hoog zijn de dorpen gebouwd.

Door nieuwe methodes te introduceren, ontstaan er kansen om de productie te

INSPIRATIE VOOR DE INTRODUCTIE VAN NIEUWE LANDBOUWMETHODES

boslandbouw i.c.m. akkerbouw

6. FACETTEN EN SPELREGELS

voedselbossen

116

koppelen aan natuurontwikkeling. De verschillende zones in het beekdal bepalen mogelijke methode-transities. Beekdalbodem • •

aquatische natuur natte grondstoffen

Op de randen •

(semi-)natte voedergewassen (semi-)natte voedselteelt voedselbossen

• •

Kampenlandschap • •

‘Streekeigen teelten’ zouden in dit geval zijn: wilgen, hakhout, vlas, lisdoddes, populieren, hennep, grassen, schimmels, en vlas. Hiervan kan isolatiemateriaal worden gemaakt, maar ook OSB, gevelplanken, hars/olie en panelen.

droge teelt in stroken droge teelt met brede gewasrotatie extensieve veehouderij i.p.v.intensief

•

natte grondstoffen

aquatische natuur

ONDERZOEKSGEBIED

NU de randen

beekdal

kampenlandschap

ZONE SEMI-NATTE TEELTEN

ZONE NATTE TEELTEN

ZONE DROGE TEELTEN

natte voedergewassen natte voedselteelt

strokenteelt

extensieve melkveehouderij

Binnen het onderzoeksgebied zijn een aantal van deze zones relevant voor het verbouwen van biobased bouwmaterialen: de randen,

het beekdal en het Kampenlandschap van de Belverse akkers.

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Landbouw

Nieuwe landbouwmethodes introduceren

brede gewasrotatie

TOEKOMST

oogst: - knotwilg - gras - hakhout

oogst: - populier - hakhout - vlas - lisdodde

oogst: - hennep - sorghum - olifantsgras - loofboom - schimmel

bouwproducten: - isolatie - wilgentenen - OSB

bouwproducten: - gevelplanken - isolatie - OSB

bouwproducten: - hars en olie - isolatie - OSB - mycellium panelen

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Facet

117

Facet Woningbouw

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Noenes

Zonering Zone A Dekzandrug + dekzandvlakte

A*

Zone A* Let op, door wijzigingen over de tijd zijn er plekken waar het hoge grondwater toch wat overlast zou kunnen veroorzaken Zone B Beekdalhelling + beekdalbodem

B*

Zone B* Let op, door wijzigingen over de tijd zijn er plekken waar het hoge grondwater hier toch maar beperkt aanwezig is

118

Let op, deze kaart is illustratief en doet geen uitspraken over exacte percelen.

Legenda Beekdalbodem

Beek+oevers

Dorpsrand

Oriëntatiepunt

Zoekgebied erftransformatie

Beekdalhelling

Hoog grondwater

Openheid landschap

Voorzieningenzone

Primair zoekgebied wonen

Dekzandvlakte

Frankische driehoek

Zichtlijn gewenst

500m voorzieningen

Secundair zoekgebied wonen

Dekzandrug

Geurcirkel,

Zichtlijn behouden

Verdichting wonen

Duiker

Persleiding

6. FACETTEN EN SPELREGELS

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Zone C Beek & oevers + overgangszone

119

Belversche Akkers

•

Dekzandrug Zoekgebied erftransformatie

Geurcirkel

•

Openheid landschap

Zone A

• Dekzandvlakte

•

Dekzandrug Zone A Dekzandrug + dekzandvlakte

A*

•

Zone A* Let op, door wijzigingen over de tijd zijn er plekken • waar het hoge grondwater toch overlast zou kunnen veroorzaken Hoog grondwater Primair zoekgebied wonen

• •

Secundair zoekgebied wonen Dorpsrand Zichtlijn gewenst Zichtlijn behouden

• •

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Oriëntatiepunt

120

Voorzieningenzone

•

500m voorzieningen Verdichting wonen

•

Bouwen alleen aan de linten of binnen het bestaande woonerf om open akkerlandschap te behouden. Zoekgebied erftransformaties naar kleinschalige woonvormen icm verduurzaming. Geen reguliere woningbouw of grootschalige nieuwe functies die landbouw en/ of wonen volledig vervangen (e.g industrie). Bodem is geschikt voor woningbouw Zone A* hoge grondwaterstand: zoekgebied wonen op palen/vlonders/drijvend. Zoekgebied wonen: kleinschalig en landschappelijk wonen. Bijdragen aan landschappelijke kwaliteit Transformeren van bedrijvigheid aan het lint naar wonen Dorpsrand: extra woning(en) op het erf of net achter het lint Primair zoekgebied: korte afstand tot voorzieningen en huidig beperkte openheid van landschap Secundair: lange afstand tot voorzieningen, open landschap Het lint niet volledig dicht bouwen, maar doorkijkjes behouden of toevoegen De woningopgave lossen we allereerst op binnen het stedelijk gebied middels verdichten. Inbreiding voor uitbreiding. Initiatieven rondom het beekdal zijn een volgende afweging. Beperkte verharding: zoveel als mogelijk groen en ontharden

Zone B Beekdalbodem

•

Beekdalhelling Zone B Beekdalhelling + beekdalbodem

B*

Zone B* Let op, door wijzigingen over de tijd zijn er plekken waar het hoge grondwater hier beperkt aanwezig is

•

Hoog grondwater Primair zoekgebied wonen Secundair zoekgebied wonen

•

• • Zone C Beekdalbodem Watersysteem

Zone C Beek & oevers + overgangszone

• • •

• In principe niet geschikt voor woningbouw, eventueel op de overgang naar de beekdalflanken waar de hoogste grondwaterstand nog niet kritisch is (zone B*). Dit vraagt om diepgaander, locatiespecifiek bodemonderzoek. Zone B* zoekgebied: middels aangepast ‘nat’ • wonen in natte natuur met poelen en wadi’s. Bv. met wonen op palen, drijvend wonen of wonen op vlonders. Mogelijkheid tot combineren van wonen en natuurontwikkeling door wonen in/rond een (nat) voedselbos Primair: korte afstand tot voorzieningen en kern, huidig beperkte openheid Secundair: lange afstand tot voorzieningen en kern, open landschap Woningbouw is niet geschikt Natte zone, alleen geschikt voor natuur of extensieve landbouw De directe zone rondom de beek en de oevers moeten vrijgelaten blijven van elke vorm van bebouwing

Hoog grondwater

Special Frankische driehoek

•

Persleiding

•

LET OP! Bij uitvoering van de vernattings-strategie kunnen de grondwaterstanden in zone A* en B* in de toekomst verder stijgen dan in de huidige situatie het geval is. Er zijn dan t.b.v. woningbouw in ieder geval extra maatregelen nodig vanwege de hoge grondwaterstand. Daarnaast zou rondom de duiker onder de Haarendijk wateroverlast plaats kunnen vinden bij toekomstig hogere grondwaterstanden of piekafvoeren door extremer weer

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Woningbouw

Spelregels

De Frankische driehoek dient vrijgelaten te blijven van elke vorm van bebouwing om de beleefbaarheid te waarborgen Boven de persleiding dient niet gebouwd te worden

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Facet

121

•

WONEN BIJ DE BOER

•

•

NETWERK VAN ERVEN

Beek+oevers Zoekgebied erftransformatie

6. FACETTEN EN SPELREGELS

ZOEKGEBIED ERFTRANSFORMATIE

122

waardevolle openheid landschap

Erftransformaties Erftransformaties van agrarische kavels zijn een wenkend perspectief voor stoppende agrarische bedrijven, bv. t.b.v. kleinschalige woningbouw en klimaat, biodiversiteit en sociale doelstellingen. De opgaves in het landelijk gebied voor stikstof, natuur en water zijn groot. Veel agrarische bedrijven zullen de bedrijfsvoering moeten aanpassen. Bij deze transitie zullen erven, gronden en landschapselementen geheel of gedeeltelijk een andere functie krijgen. Het is nodig om perspectief te bieden voor deze agrarische bedrijven, zodat zij op hun gronden nieuwe levensvatbare activiteiten kunnen ontplooien. Leegstand, verloedering of illegaal gebruik liggen anders op de loer. De betreffende agrariers, maar ook burgers, hebben vaak mooie ideeën over de herinrichting. Wonen bij de boer Het biedt de initiatiefnemer de mogelijkheid om op een duurzame manier door te

gaan met het agrarische bedrijf. De transitiekosten kunnen worden opgevangen door kleinschalige woningbouwontwikkeling op het erf (‘erfwonen’). Verder kan dit bij vitale boerenbedrijven zorgen voor duurzamere landbouw en stimuleert het herstel van de relatie tussen stad en land, en tussen mens en voedsel. Het biedt dus perspectief voor een stoppende of krimpende boerenbedrijven. In deze vorm komt het agrarische bedrijf samen met wonen. Overbodige bedrijfsbebouwing is gesloopt of getransformeerd. De nieuwe woningen zijn geclusterd op het terrein. De architectuur past bij het beeld van de boerderij en het buitengebied. Op locaties dichtbij dorpen is deze vorm van erfdelen een mooie optie, maar wel onder voorwaarden: • •

het behouden van cultuurhistorische onderdelen behoud van de bestaande kenmerken van de boe-

•

renerven en landelijke uitstraling geen reguliere woningbouw, maar ontworpen met het oog op sociale interactie, gedeelde voorzieningen en gevoel van verbondenheid tussen bewoners geclusterde woningbouw en bijzondere woonconcepten, zoals samenwonen voor jongeren, mantelzorg of nabuurschap het agrarische lint heeft een aantrekkelijk halfopen karakter. De bestaande erfgrenzen vormen de basis, de afwisseling tussen openheid van het landschap en omkaderde erven dient behouden te worden. vervanging van een schuur of bedrijfsgebouw tot woningen of recreatie is mogelijk

•

•

•

• •

combinatie van functies is mogelijk, zoals een boerderijwinkel i.c.m. woningen. het toevoegen van een bijgebouw op het bestaande erf is mogelijk, mits landschappelijk ingepast woningen buiten het bestaande erf in het open landschap zijn niet toegestaan grootschalige woningbouw is niet toegestaan grootschalige functies die landbouw en/of wonen volledig vervangen zijn niet toegestaan

Netwerk van erven Binnen het beekdal zijn er kansen voor het bundelen van erven en agrarische percelen. Grondeigenaren werken samen aan een toekomstvisie voor de omge-

ving. Op sommige plaatsen kan wonen niet landen in het buitengebied, bv. door natuur of wegen. In dit geval kan het wenselijk zijn om locaties te bundelen. Twee of meer boeren werken samen om tot een optimale herinrichting te komen. De bebouwing wordt dan op een strategische locatie ontwikkelt, zoals dichtbij de kern, met goede aansluitingen of bestaande infrastructuur. De natuurontwikkeling vindt ook op een strategische locatie plaats, bv. aansluitend bij bestaande natuur of EVZ (in dit geval de beek). Het agrarisch landschap maakt dan plaats voor hoogwaardige natuur. De samenwerking tussen boeren vergroot de kansen van natuur- en woningontwikkeling in het buitengebied.

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Woningbouw

Zoekgebied erftransformaties

OUDE SITUATIE

NIEUWE SITUATIE

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Facet

123

WONEN BIJ DE BOER

VAN BOER TOT BORD

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

bron: Vliervelden

BEHOUD VAN AGRARISCH OPZET

COMBINATIE VAN FUNCTIES OP HET ERF

124

SCHUUR VERVANGEN VOOR WONINGEN

6. FACETTEN EN SPELREGELS

6. FACETTEN EN SPELREGELS

BOUWEN BINNEN HET BESTAANDE ERF

125

•

daarnaast kan op de ruimte achter het lint nieuwbouw ingezet worden in de vorm van erfwonen.

•

de woningen dienen een zachte overgang te maken van de kern naar het buitengebied

•

als derde optie is het toevoegen van een extra (mantel) zorg woning op een bestaand erf bespreekbaar. Daarbij dient wel het onderscheid tussen hoofdgebouw en bijgebouw zichtbaar te zijn.

•

de ontwikkeling dient bij te dragen aan de landschappelijke kwaliteit

•

de bebouwing heeft geen duidelijke ‘achterkant’, de woningen keren zich niet tegen het buitengebied, maar oriënteren zich ge• lijkwaardig naar de kern als naar buiten

ZOEKGEBIED VERDICHTEN

Beek+oevers Bestaande dorpskern/lint In/uitbeiden dorpskern Primair zoekgebied wonen Secundair zoekgebied wonen

6. FACETTEN EN SPELREGELS

HET LINT NIET VOLLEDIG DICHTBOUWEN, MAAR DOORKIJKJES MOGELIJK MAKEN

126

toevoegen van doorzichten dichte bebouwing zonder doorzichten zicht op de kerk (indicatief)

Inbreiding voor uitbreiding In de regel dient inbreiding voor uitbreiding te gaan. In de huidige situatie zijn de gronden aan de westzijde van Haaren geschikter om te bebouwen dan het beekdal. Hier loopt een initiatief aan de Tempeliersweg, naar inschatting voor 50-60 woningen. Daarnaast is de mogelijkheid om verder te verdichten op de naastgelgegen open akker binnen het stedelijk gebied en middels het transformeren en verdichten in de kern. Voor de woningbehoefte die dan nog overblijft, kunnen er kleinschalige kansen voor woningbouw in het beekdal ingezet worden. Deze uitbreidingen vinden plaats aan de rand van de bestaande kern. De locaties dienen een passend woonprogramma te bieden voor Haaren, met extra focus op starters en ouderen. De ontwikkeling bestaat uit het woonprogramma en bijbehorende landschappelijke elementen, die een passende overgang vormen tussen de rand van de kern en het omliggende landschap. Primair en secundair zoekgebied Er wordt onderscheid gemaakt tussen een primair

zoekgebied en secundair zoekgebied binnen het gebied van de Ruysbossche Loop. De bodemgesteldheid gecategoriseerd in zone A/B en C bepaald allereerst of gronden geschikt zijn om te bebouwen en dus onderdeel zijn van het zoekgebied. Daarnaast zijn een aantal aspecten van belang: • • •

de afstand tot voorzieningen openheid en doorkijkjes mogelijk houden, het lint dient niet dicht te slibben voorrang aan bestaande bouwconcentraties, waar de mogelijkheid ligt om randen af te ronden

•

•

het is mogelijk om bestaande plattelandswoningen te splitsen (e.g. gedeelde bewoning) de nieuwe woningen liggen aan de dorpsrand, ze dienen aan te sluiten bij de bestaande infrastructuur. de ontwikkeling staat niet op zichzelf, maar is verweven.

Inrichting en beeldkwaliteit • in het algemeen is het van belang om op de dekzandruggen en vlaktes niet te veel verharding toe te passen om infiltratie mogelijk te laten. Denk aan vergroening, ontharding, halfverharding of de inzet van infiltratiekratten onder verharde oppervlaktes. •

de zoekgebieden geven de mogelijkheid om woningen aan het lint toe te voegen, mits er voldoende zicht naar het achtergelegen beekdal mogelijk is.

•

laat het dorp niet naar buiten ontwikkelen, maar ontwerp van buiten naar binnen; ontwerp het dorpsaanzicht

•

zorg voor entrees met volwaardige dimensies en/of kwaliteit, ook wanneer de ontwikkeling achter het lint (‘op de tweede rang’) gebouwd wordt. de woningen dienen gebouwd te zijn met een streekeigen materialisatie

het lint dient niet volledig dichtgebouwd te worden, maar bestaande doorkijkjes dienen behouden te worden en waar mogelijk nieuwe toegevoegd te worden

BEHOUD VAN DOORKIJKJES

LANDSCHAPPELIJK WONEN

DORPSE STEDENBOUWKUNDIGE OPZET

•

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Woningbouw

Inbreiding en uitbreiding

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Facet

ZO MIN MOGELIJK VERHARDING

127

Woningbouw

Wonen in een voedselbos

‘Nat wonen’ ZOEKGEBIED ‘NAT’ WONEN

ZOEKGEBIED WONEN IN EEN VOEDSELBOS

Beek+oevers Zoekgebied wonen in een voedselbos Bestaande groenstructuren / Park Ruysbosch

Op de primaire zoeklocatie in de nabijheid van het reeds bestaande Park Ruijbosch is er de mogelijkheid om een heel nieuwe vorm van agroforestry en wonen te combineren: een grondeigenaar transformeert een deel van zijn grondgebied naar een voedselbos. Dit productieve bos is een bron van inkomsten. Kleinschalige woningbouw in het bos bekostigt de opstartfase van een productief voedselbos. Overige (bedrijfs)bebouwing wordt gesloopt. Een klein aantal woningen staat geclusterd in

het bos, met beperkte hoeveelheid infrastructuur. Het productiebos kan bijdragen aan de reeds aanwezige ecologische verbindingszone van Park Ruijbosch en de beek. Binnen dit gebied maken bewoners gebruik van en helpen bij het onderhoud van het voedselbos, die volledig toegankelijk is voor bezoekers uit de omgeving.

Binnen de zones A* en B* is woningbouw afweegbaar in de vorm van ‘nat wonen’. Hier dient uitgebreid bodemonderzoek aan vooraf te gaan, om de precieze stand van het grondwater en de draagkracht van de bodem inzichtelijk te maken (nu en in de toekomst). Wonen op deze natte flanken vraagt om een aantal ontwerpprincipes: •

Beek+oevers

•

Primair zoekgebied wonen Secundair zoekgebied wonen

Hoog grondwater

•

•

BIOBASED MATERIALEN

waterberging dient op de kavel opgelost te worden en waar mogelijk uitgebreid waar mogelijk bouwmethode koppelen aan biobased materialen uit de omgeving de kans om de ontwikkeling gelijk op te laten gaan met het ontwikkelen van natte natuur als biodiversiteitshotspot voeg onverharde wandel-

•

•

• •

• •

routes toe om de beleefbaarheid van het beekdal te versterken pas een passend bouwsysteem toe, door opgetilde woningen, vlonderwoningen, woningen op palen of drijvende woningen maak een zachte bebouwingsrand, geen harde scheiding tussen rood en groen bouw niet met de rug naar het landschap zorg voor een organische verkaveling, met landelijke sfeer en zichtlijnen op de beek zet in op zo min mogelijk verharding, of indien nodig halfverharding laat de inrichting van de openbare ruimte zo veel als mogelijk een landschap, sluit daarbij aan op de bestaande beekdalvegetatie en biotoop.

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Facet

VLONDERWONINGEN

6. FACETTEN EN SPELREGELS

WONEN OP PALEN

128

KLEINSCHALIGE WOONCLUSTERS IN HET VOEDSELBOS

6. FACETTEN EN SPELREGELS

KLEIN AANTAL WONINGEN GECLUSTERD IN EEN (NIEUW) BOS

VLONDERWONINGEN

129

Woningbouw

Biobased bouwmaterialen Door de teelt en het gebruik van biobased bouwmaterialen en grondstoffenproductie kan weer worden aangesloten bij wat de bodemconditie te bieden heeft. De architectonische toepassing van deze producten kan benadrukt worden in het gebruik van de streekeigen, lokaal verbouwde (land)bouwmaterialen.

130

Voorbeelden van biobased teelten die ingezet kunnen worden voor bouwmateriaal zijn: • • • • • • • • • •

‘‘De architectuur benadrukt het gebruik van de streekeigen, lokaal verbouwde materialen’’

wilgen, hakhout vlas riet populier lisdodde hennep, olifantsgras stro schimmels.

6. FACETTEN EN SPELREGELS

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Dit zal leiden tot het teruggrijpen op meer traditionele bouwmethodes, en resulteert in een veel kleinere milieubelasting gedurende de bouw. Dat hoeft niet altijd te betekenen dat dit ook een meer traditionele architectuur tot gevolg heeft. Hieronder staan enkele voorbeelden van recente ontwerpen gebouwd met traditionele methoden.

In Facet Landbouw is een aanduiding gegeven van de mogelijke materialen die binnen het beekdalsysteem van Ruysbossche Loop en omgeving geteelt zouden kunnen worden. Hier is dus een koppeling mogelijk tussen woningbouw en lokale teelt.

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Facet

bron: Biobased bouwen Oirschot

INSPIRATIE BIOBASED ARCHITECTUUR

131

Facet GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Biodiversiteit

Kamsalamander

Modderkruiper

Kleine ijsvogelvlinder

132

Let op, deze kaart is illustratief en doet geen uitspraken over exacte percelen.

Legenda Watersysteem Beek + oevers

Natte parel

Nieuwe bossages

Duiker

Nieuwe singels

Overstort

Bestaand groen

Hotspots

6. FACETTEN EN SPELREGELS

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Hermelijn

Natuur Netwerk Brabant 133

Belversche Akkers Bestaand groen

Zone B •

Natuur Netwerk Brabant

•

•

•

Toevoegen van laanbeplanting, bosjes en singels aan de randen en rondom erven. Behoud van openheid van bolle akkers. Biodiversiteit in dit gebied kan vergroot worden met ingrepen zoals het terugbrengen van laanbeplanting en het niet-maaien van walkanten om bloemen en planten de ruimte te geven. Bewoners enthousiasmeren voor inheemse beplanting bij erfafscheidingen Behouden en versterken van bestaand NNB

Nieuwe bossages

•

Nieuwe singels

•

Bestaand groen

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Overstort

• •

Singels, houtwallen en hakhout toevoegen. Heggen en wallen als erfafscheiding Akkerranden met struweelbeplanting inrichten. Overstort inrichten als gescheiden stelsel t.b.v. waterkwaliteit

•

Nieuwe singels Natte parel

•

Hotspots Natuur Netwerk Brabant Watersysteem

•

Zone C

Zone A

134

Nieuwe bossages

Beek & oevers + overgangszone

•

Hotspots

• Natuur Netwerk Brabant

•

Duiker

•

•

Aquatische natuur ont• wikkeling, toevoegen van poelen en wadi’s, broekbosjes, singels en hakhout Het toevoegen van natte parels om ook de landbouwgrond achter de oever te laten vernatten. Natte parels zijn kleine, natte ecosysteempjes van wadi’s en poelen. Ze dienen niet verder dan 400m uit elkaar te liggen. Dit biedt een aantrekkelijk leefgebied voor onder andere de kamsalamander, de kleine ijsvogelvlinder, de modderkruiper en de hermelijn. Behouden en versterken van bestaand NNB van park Ruijbosch Het aanleggen van een natte parelketting die als ecologische verbinding dient tussen de NNB zones. Aquatische natuur ontwikkeling Extensief oeverbeheer en afvlakken van de oeverhellingen. Dit creëert een natuurlijke bufferzone (minimaal 10, waar mogelijk 25 m) waar planten en dieren kunnen leven en creëert hiermee een aanzienlijke biodiversiteitsverbetering. Waar mogelijk kan de beek meer slingerend door het landschap gaan, waardoor er kleine natte ecosystemen (‘plas dras zones’) in de bochten kunnen ontstaan. De huidige duiker is een knelpunt voor de verplaatsing van sommige doelsoorten; maatregelen nemen tot ecoduiker.

LET OP! De intekening van nieuwe singels en bossages is een suggestie

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Biodiversiteit

Spelregels

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Facet

135

Biodiversiteit EXTENSIEF OEVERBEHEER

Oeverstrategie

Oeverbeheer is een belangrijke schakel in het versterken van de ecologie langs de Ruysbossche Loop. Een eerste stap is om de helling van de steile oever af te vlakken, en deze helling vrij te laten van begrazing of van maaien. Zo ontstaat een flauwe oever en plasdraszones, een natuurlijke overgangszone waar planten en dieren kunnen leven. Deze maatregel creëert een aanzienlijke biodiversiteitsverhoging.

In de geleidelijke gradiënten die ontstaan kunnen verschillende dieren en planten leven, net als in de plas-draszone op de oeverrand.

Natte parelketting

NATTE PARELKETTING VAN POELEN EN BOSSAGES, VERBONDEN DOOR DE BEEK

Zie ook de bijlage voor verdere adviezen rondom oever beheer in de Quickscan uitgevoerd door Van Helvoirt.

Beek+oevers

Beek+oevers

INTENSIEF OEVERBEHEER, STEILE HELLINGEN

Duiker

Natte parels Bossages Hotspots

OVERGANGSZONE NATTE NATUUR KAMSALAMANDER

EXTENSIEF OEVERBEHEER: HELLING AFGEVLAKT

We zien de beek als een ketting van ecosysteempjes. De natte ‘parelketting’ begint met het lijnelement van de beek (de ketting). De beek heeft een beschermingszone van 15m. Daarnaast willen we de beek extra ruimte geven (overgangszone: minimaal 10, waar mogelijk 25m) om de hiervoor benoemde oeverstrategie en plasdraszones toe te passen. Waar mogelijk kan de beek meer slingerend door het landschap gaan, waardoor er kleine natte ecosysteempjes in de bochten ontstaan. Stapstenen vormen de kralen van de parelketting. Dit zijn kleine, natte ecosysteempjes van wadi’s en poelen die niet verder dan 400m uit elkaar liggen. Verschillende soorten, zoals de kamsalamander, kunnen zich hier vestigen. Ook de kleine ijsvogelvlinder, de modderkruiper en de hermelijn zouden zich op termijn (opnieuw) in het gebied kunnen vestigen.

Langs de ‘parelketting’ bevinden zich ook enkele vlakken: natte gebieden waar de Ruysbossche loop buiten haar oevers kan treden en waar een brede diversiteit aan soorten een plek heeft gevonden (park Ruijbosch en Bos Brabants Water). Op de lange termijn is het interessant om te onderzoeken of we meer van dit soort natte ‘vlakken’ kunnen laten ontstaan. Deze bevorderen de sponswerking. De vlakken houden water langer vast in droge periodes en zorgen voor langzame infiltratie van water in natte periodes. Op deze manier wordt het gebied van de Ruysbossche loop weerbaarder tegen weers-extremen.

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Facet

PARK RUYSBOSCH HEEFT EEN HOGE ECOLOGISCHE WAARDE

MODDERKRUIPER

136

6. FACETTEN EN SPELREGELS

6. FACETTEN EN SPELREGELS

OEVERSTRATEGIE

KLEINE IJSVOGELVLINDER

HERMELIJN

POEL ALS MOGELIJKE STAPSTEEN

137

KLEINE PARELMOERVLINDER ICARUSBLAUWTJE RUIGE ZEGGE KRUIPEND ZENEGROEN RUIGE ZEGGEt.h Waargenomen soorten KLEVERIGE OGENTROOST

KNELPUNTEN

Beek+oevers Duiker Overstort

Er zijn twee duidelijke knelpunten wat betreft de biodiversiteit: de duiker aan de Haarendijk, en de overstort nabij het Park Ruijbosch. De duiker is een probleem voor vissen, amfibieën en kleine (zoog)dieren die nabij het water leven. De kleine (zoog) dieren en amfibiëen kunnen zich in theorie ook over land verplaatsen, alleen lopen ze aan de Haarendijk het risico overreden te worden. Vissen hebben wel last van de duiker zelf, bijvoorbeeld door hogere stroomsnelheden en de afwezigheid van schuilplekken. Een ecoduiker, waarbij looprichels voor dieren zijn toegevoegd, is een oplossing. Idealiter loopt de oever door in de duiker.

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Een overstort is een systeem dat ervoor zorgt dat bij een hevige regenbui het rioolsysteem niet onder druk komt te staan, en loodst bij een hevige bui water in de beek. Een

138

DROOG-NATTE ECODUIKER BRON: WATERSCHAP HUNZE EN AA’S

overstort is een probleem voor vissen en andere waterdieren, omdat het storten stressreacties bij dieren kan veroorzaken, en bovendien omdat het zuurstofpeil in het water kan dalen door het storten van organisch materiaal in het water. Beter regenwaterbeheer in het bebouwd gebied (ontharden en hiermee beter infiltreren, afkoppelen van woningen, zelfs het bewust maken van bewoners) kan gunstig effect hebben. Bij voorkeur dienen er maatregelen genomen te worden om te komen tot gescheiden stelsels t.b.v. de waterkwaliteit van de beek.

Reeds aanwezige soorten

Park Ruijbosch

KLEINE PARELMOERVLINDER GROOT DIKKOPJE

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Biodiversiteit

Knelpunten biodiversiteit

RUIGE ZEGGE KLEVERIGE OGENTROOST KLEINE PARELMOERVLINDER WEIDEBEEKJUFFE GROOT DIKKOPJE KRUIPEND ZENEGROENWEIDEBEEKJUF

KLEVERIGE OGENTROOST GROTE RATELAAR

WEIDEBEEKJUFFE KRUIPEND ZENEGROEN KLEVERIGE OGENTROOST WEIDEBEEKJUFFE WEIDEBEEKJUF Algemeen GROTE RATELAAR GROOT DIKKOPJE - Maatregelen lijk) nog aan Algemeen Kleverige Ogentroost Grote Ratelaar Weidebeekjuffer - ter Schonings- Maatregelen nemen bevordere om paaigeb lijk) nog aanwezige populatie grot KRUIPEND ZENEGROEN IJSVOGEL - Natuurlijke - Schonings- en maaibeheer extens WEIDEBEEKJUFFE GROOT DIKKOPJE die al in gem om paaigebied te creëren. KRUIPEND ZENEGROEN ICARUSBLAUWTJE ICARUSBLAUW IJSVOGEL opties. me GROTE RATELAARoevers aanleggen, - Natuurlijke - Educatie: die al in gemeentelijk eigendomagz zoals een be opties. Algemeen Kruipend Zenegroen Groot dikkopje ren van het Maatregele -Icarusblauwtje Educatie: agrariërs -betrekken. Div meters lijk) nogpara aa zoals een beter watergangenbehe GROOT DIKKOPJE HOOIBEESTJE - - Vrijwilligers Schoningsren van het maaibeheer in een zo ICARUSBLAUWTJE GROTE RATELAAR GROOT DIKKOPJE om paaigeb meters parallel aan debijvoorbeeld loop. KLEINE PARELMO HOOIBEESTJE KLEINE PARELM IJSVOGEL - Natuurlijke - Vrijwilligers betrekken bij monitor Algemeen die al‘Park in ge bijvoorbeeld de werkgroep Maatrege Waargenomen soorten t.h.v. opties.

lijk) nog aa - Educatie: Park Ruijbosch Hooibeestje Ijsvogel Kleine Parelmoervlinder - zoals Schonings een b GROTE RATELAAR omvan paaige KLEINEren PARELMO het IJSVOGEL GROTE RATELAAR Natuurlijk KLEVERIGE OGEN KLEVERIGE meters OGE par Algemeen HOOIBEESTJE die al in ge - ter Vrijwilligers - Maatregelen nemen bevorde RUIGE ZEGGE Algemeen opties. ‘Quic bijvoorbee lijk) nog aanwezige populatie gro - Maatregelen nemen-ter Educatie: bevorderi aang - Schonings- en maaibeheer exten lijk) nog aanwezige populatie grot zoalsding een om paaigebied te creëren. - Schonings- en maaibeheer renextensi van he IJSVOGEL schon Ruige Zegge - Natuurlijke oevers aanleggen, me KLEVERIGE OGEN om paaigebied te creëren. meters pa HOOIBEESTJE die al in gemeentelijk eigendom IJSVOGEL KRUIPEND ZENEG - Natuurlijke oevers KRUIPEND aanleggen, met ZEN - Vrijwillige opties. die al in gemeentelijk eigendom zi bijvoorbee WEIDEBEEKJUFFER (V) - Educatie: agrariërs betrekken. Di opties. Lange termijn: grond zoals een beter watergangenbeh - Educatie: agrariërs betrekken. Dive (plaatselijk) wee ren van het loop maaibeheer in een zo zoals een beter watergangenbehe karakter geven, meters parallel aan de loop.bij vo HOOIBEESTJE ren van het maaibeheer in een zon 1832. - Vrijwilligersuit betrekken bij monito KRUIPEND ZENEG meters parallel aan de loop.

HOOIBEESTJE bijvoorbeeld deGROOT werkgroep ‘Park DIKKOPJE GROOT DIKKOP 139 - Vrijwilligers betrekken bij monitor bijvoorbeeld de werkgroep ‘Park R WEIDEBEEKJUFFER (M)

ADVIES, LANGE TERMIJN EN ‘QU

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Facet

Facet Cultuurhistorie

140

Zichtlijnen gewenst

Oriëntatiepunt

Zichtlijnen behouden

Frankische driehoek

6. FACETTEN EN SPELREGELS

6. FACETTEN EN SPELREGELS

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Noenes

Recreatieve routes over oude kerkepaden en waardevolle paden

141

Let op, deze kaart is illustratief en doet geen uitspraken over exacte percelen.

Legenda Beek + oevers

Nieuwe bossages

Dorpsrand

Nieuwe singels

Openheid naar het landschap

Bestaand groen

Historische cultuurlandschap Nieuwe bossages

•

Nieuwe singels Bestaand groen Beek + oevers

•

Frankische driehoek

•

Beleving van het beekdal Beek + oevers Dorpsrand

• •

Openheid naar het landschap Zichtlijnen gewenst

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Zichtlijnen behouden

142

•

Het terugbrengen van een aantal originele landschapselementen (singels, houtwallen, broekbosjes) maakt de cultuurhistorie van het gebied weer herkenbaar. Bovendien wordt de biodiversiteit in het gebied verhoogt met het terugbrengen van deze originele landschapselementen. De heg zelf functioneert als een kleine biotoop. de herkenbaarheid van de Frankische driehoek middels openheid en begeleiding van bomenrijen dient behouden en beschermd te worden

Bestaande zichtlijnen in het beekdal tot de beek behouden. Nieuwe doorzichten introduceren door het openbreken van de dorpsrand (bijvoorbeeld door het gebruik van lage(re) erfafscheidingen) De openheid van het landschap en de afwisseling van open en gesloten aan het agrarische lint beschermen en behouden

Culturele elementen Oriëntatiepunt

•

Frankische driehoek Recreatieve routes over oude kerkepaden en waardevolle paden

• •

•

Het terugbrengen van doorsteekjes over het beekdal. Deze maakten van origine onderdeel uit van oude kerkepaden. Deze oversteken dienen zoveel als mogelijk aan te sluiten op bestaande recreatieve en cultuurhistorisch waardevolle routes. Behouden van zichtlijnen op het orientatiepunt van de kerk Behouden van de openheid en herkenbaarheid van de Frankische driehoek, dit betekent dat deze niet dichtgebouwd mag worden.

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Cultuurhistorie

Spelregels

LET OP! De intekening van nieuwe singels en bossages is een suggestie

6. FACETTEN EN SPELREGELS

Facet

143

Cultuurhistorie HISTORISCHE CULTUURLANDSCHAP

Beek+oevers Frankische driehoeken Nieuwe bossages Nieuwe singels Bestaand groen

Historisch cultuurlandschap

Beleving van het beekdal

Kleinschalige verkaveling De landbouw is door ruilverkaveling productiever en grootschaliger geworden. De historische, kleinschalige verkaveling is hierdoor in het landschap verloren gegaan. Dit heeft onder andere invloed op verschraling van de bodemkwaliteit en biodiversiteit. Verder is ook het landschap over de tijd ingericht als watermachine, onder andere door het kanaliseren van de beek en ruilverkavelingen.

De Ruysbossche loop heeft een unieke positie, nabij de dorpskern van Haaren. Helaas is het beekdallandschap van de Ruysbossche loop niet overal toegankelijk en beleefbaar. De entree naar het beekdallandschap vanaf de dorpskern is niet duidelijk en voelt niet uitnodigend aan. Het dorpslint slibt bovendien steeds verder dicht en daarmee komt het beekdal steeds meer geïsoleerd te liggen.

Landschapselementen Het terugbrengen van een aantal oorspronkelijke landschapselementen helpt bij het klimaatrobuuster maken van het beekdal en versterkt daarnaast de recreatieve kwaliteiten van het gebied. Belverse akkers Dit is een kleinschalig, halfopen landschap met een onregelmatige agrarische verkaveling en veel groene

elementen: singels, houtwallen en laanbeplanting. Het gebied kenmerkt zich door bolle akkers. Van oorsprong was er een open es, begrensd door hakhoutbosjes. Doelstelling is het bewaren en versterken van dit halfopen coulissenlandschap. Ruysbossche Loop Dit is een kleinschalig landschap waar de beek doorheen meandert. Singels begrenzen de beek op een haakse- of parallelle wijze. Andere kenmerkende elementen van het beekdallandschap zijn:

DOORKIJKJES NAAR HET BEEKDAL

Beek+oevers Openheid naar het landschap Zichtlijnen gewenst

• • • • • •

weelderige oeverzone grasland natte broekbosjes hakhout heggen en houtkanten t.b.v. erfafscheiding poeltjes

Zichtlijnen behouden

Daarom zijn er vanuit de dorpskern een aantal zichtlijnen aangeduid die behouden moeten blijven. Ook vanaf het open beekdal zijn er een aantal belangrijke zichtlijnen die vrij gelaten dienen te blijven. Er is met name veel waardering voor het zicht van het buitengebied op de kerktoren (St.

Lambertuskerk). Door op enkele gewenste plekken de rand meer open te breken en doorzichten te creëeren, zal dit bijdragen aan de beleefbaarheid van het beekdal vanaf de dorpskern. Aan de oostzijde ligt een meer agrarisch lint met een afwisseling van geslotenheid (door boerenerven) en openheid naar het landschap. Het open karakter en de doorzichten vanuit de Roonsestraat en de Frankische Driehoek op het gebied van de Ruysbossche Loop worden daarnaast sterk gewaardeerd. Dit open agrarische landschap dienen we in stand te houden en te versterken.

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Facet

DE AFWISSELING TUSSEN OPEN EN GESLOTEN BEHOUDEN OP HET AGRARISCHE LINT

144

RUYSBOSSCHE LOOP

Bomenrij

Bos

Hakhout

Solitaire boom

Clumbs

Singels

Houtwal

6. FACETTEN EN SPELREGELS

6. FACETTEN EN SPELREGELS

BELVERSE AKKERS

Poel OPENHEID VAN DE FRANKISCHE DRIEHOEK

DE KERKTOREN ALS ORIENTATIEPUNT

145

Facet Recreatie

146

GEBIEDSVISIE RUYSBOSSCHE LOOP

Let op, deze kaart is illustratief en doet geen uitspraken over exacte percelen.

Legenda Beek + oevers

Nieuwe bossages

Natte parel

Nieuwe singels Bestaand groen

R

Zichtlijn gewenst

Oriëntatiepunt

Gedenkbos

Zichtlijn behouden

Frankische driehoek

Verblijfsplek

Bestaande recreatie

Recreatieve routes over oude kerkepaden en waardevolle paden

Zoekgebied erftransformatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15072898/1