CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2025

RAAD 7 november 2024, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Begroting 2025-202827.054 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Begroting 2025 | 74

Algemene reserve grondbedrijf Met de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2023 is in 2024 € 107.000,- toegevoegd aan de reserve. Reserve kapitaallasten investeringen maatschappelijk nut De geraamde onttrekking in 2025 van € 276.000,- betreft de vrijval om de kapitaallasten te dekken van de investeringen in fietspad Haghorst deel 1 en 2, aanleg sportboulevard Den Donk, aanpassing spoorwegovergang Blokshekken, parkeerterrein ’t Seuverick, Roonsestraat en fietspad Noordzijde spoor. Reserve voormalige voetbalkantines Conform het raadsbesluit bij de jaarrekening 2019 is deze bestemmingsreserve gevormd. De afwikkeling van 2 voetbalkantines heeft plaatsgevonden. Reserve brede school en sporthal Haaren In Haaren is deze reserve gevormd om een deel van de kosten van de bouw van de sporthal en brede school te dekken. Er vinden structurele onttrekkingen plaats. Reserve erfpacht brede school Haaren In Haaren is deze reserve gevormd om de rentelasten te dekken voor de in erfpacht uitgegeven ondergrond van de school. Reserve Aanpak wachtlijsten Vanuit de algemene uitkering zijn incidentele middelen ontvangen, die bij de Berap 2021 zijn geoormerkt voor het project “aanpak wachtlijsten en verdringing”. Het doel is om te zorgen dat de regio Hart van Brabant in 2030 wachtlijstvrij is. De middelen worden daarom de komende jaren gefaseerd ingezet.

In de Berap 2022 is besloten hiervoor een bestemmingsreserve te vormen. Reserve versnelling woningbouw Op 16 juni 2021 heeft de raad een motie aangenomen over het versnellen van de woningbouw. Er is een Programmaplan Versnellingsteam “Versneld bouwen in Oisterwijk” opgesteld. Bij de Berap 2022 is hiervoor een bestemmingsreserve ingesteld. De bestemmingsreserve wordt de komende jaren ingezet. Reserve Plan aanpak crises Bij de berap 2022 is een bestemmingsreserve voor aanpak crises ingesteld. Er spelen verschillende ontwikkelingen in de wereld en in Nederland. Ook inwoners in Oisterwijk ervaren hiervan de gevolgen. Er is een reserve gevormd om de gevolgen van deze crises te verzachten voor de inwoners. Bij de jaarrekening 2023 is besloten om deze bestemmingsreserve vrij te laten vallen ten gunste van de algemene reserve. Reserve Opvang ontheemden/Vluchtelingen De raad heeft in de vergadering van 19 september 2024 de bestemmingsreserve gevormd. De storting betreft het overschot van rijksmiddelen voor de opvang ontheemden Oekraïne vanuit 2023.

Begroting 2025 | 75

Voorzieningen Hieronder is een overzicht opgenomen van alle voorzieningen in 2025. Stand Toevoe 01-01-ging Bedragen * € 1.000 2024 Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s 4.269 25 Voorziening APPA Voorziening achterstallig onderhoud 3.604 wegen 83 Voorziening personeel algemeen 711 Voorziening spaarverlof 66 Voorziening Regeling vervroegd uittreden 8.733 25

Onttrek -king

Stand 31-122024

250 600

4.044 3.004

46 66 962

37 711 0 7.796

25

Voor bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen 1.885 954 1.000 Voorziening beheerplan riolering 1.885 954 1.000

1.839 1.839

Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden 0 Voorziening egalisatie tarieven riolering 0 0 0 Voorziening ter egalisatie van kosten Voorziening sportaccommodatie Den Donk Totaal

196

144

144

Toevoe -ging

Onttrek -king

Stand 31-122025

25

25 1.700

4.044 1.304

37

1.762

0 711 0 6.059

899 899

1.000 1.000

1.738 1.738

0 0

0

0

0 0

196

147

147

196

196

144

144

196

147

147

196

10.814

1.123

2.106

9.830

1.072

2.909

7.993

Toelichting Hieronder is per voorziening een toelichting opgenomen van de mutaties in 2024 en de verwachte mutaties in 2025. Voorziening pensioenen voormalige wethouders (APPA) De voorziening is ondergebracht bij twee pensioenverzekeraars. Voor de oud- wethouders, die een uitkering ontvangen uit de Appa voorziening, worden elk jaar nieuwe berekeningen voor de zogenaamde doelvermogens gemaakt. Mutaties zijn het gevolg van nieuwe berekeningen en het uitkeren van de pensioenen. Voorziening spaarverlof Voor het spaarverlof, zoals dit vanaf 2022 van toepassing is, moet voor de verplichting een voorziening worden opgenomen, omdat hier sprake is van een spaarsaldo dat in de tijd, naar verwachting, niet van gelijke omvang zal zijn wat betreft toevoegingen en opnamen van spaarverlof. Voorziening personeel algemeen In 2019 is een nieuwe voorziening personeel gevormd voor te betalen uitkeringen bij ontslag. De verplichtingen lopen tot en met 2025. Voorziening achterstallig onderhoud wegen In 2022 heeft voor het eerst een uitgebreide (beeld)inventarisatie plaatsgevonden van alle wegen in de gemeente Oisterwijk. Hier bleek dat er achterstallig onderhoud aan wegen is voor € 3,7 mln. Hiervoor is volgens de regelgeving een voorziening gevormd. De verwachting is dat in de loop van 2026 het achterstallig onderhoud is uitgevoerd.

Begroting 2025 | 76

Voorziening Regeling Vervroegd Uittreden In 2023 is de voorziening Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) gevormd. De gemeente vormt een voorziening voor de financiële verplichting die de gemeente tegenover de ex-werknemer en de fiscus heeft op basis van deze regeling Voorziening beheerplan riolering De dotatie aan de voorziening wordt gebruikt om een deel van de vervangingsinvesteringen conform het programma Water en Riool te dekken. Voorziening egalisatie tarieven riolering Bij de vaststelling van het Programma Water is er een voorziening egalisatie tarieven riolering gevormd, om ongewenste schommelingen in tarieven te voorkomen. Voorziening sportaccommodatie Den Donk Er is in 2020 een nieuwe voorziening voor het groot onderhoud van Den Donk gevormd. De stortingen en onttrekkingen vinden plaats aan de hand van het meerjarenonderhoudsplan.

Meerjarenbalans 2025 – 2028

Jaar rekening 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Immateriele vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Totaal Vaste activa

0,6 68,6 3,8 73,0

0,4 95,3 2,5 98,2

0,6 73,4 3,8 77,8

0,6 81,9 3,8 86,3

0,5 84,3 3,8 88,6

0,5 93,3 3,8 97,6

Voorraden Uitzettingen - vorderingen < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal Vlottende activa

4,2 14,9 0,5 12,9 32,4

-1,9 13,3 0,0 1,0 12,4

2,4 11,9 0,5 6,0 20,8

0,5 11,9 0,5 6,0 18,9

0,8 11,9 0,5 6,0 19,2

3,0 11,9 0,5 6,0 21,4

105,5

110,6

98,6

105,2

107,8

119,0

Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schulden > 1 jaar Totaal Vaste passiva

28,2 10,8 48,8 87,8

19,7 10,0 63,6 93,3

22,2 10,8 51,7 84,7

21,1 10,8 59,4 91,3

20,6 10,8 62,6 93,9

19,7 10,8 74,6 105,0

Netto vlottende schulden < 1 jaar Overlopende passiva Totaal Vlottende passiva

5,4 12,3 17,7

6,9 10,4 17,3

5,4 8,5 13,9

5,4 8,5 13,9

5,4 8,5 13,9

5,4 8,5 13,9

105,5

110,6

98,6

105,2

107,8

118,9

(Bedragen x € 1.000.000)

Begroting 2025 | 77

Toelichting op de meerjarenbalans Materiele vaste activa De begrote investeringen in 2024 en 2025 zijn in totaal € 29 miljoen. Dat is o.a. voor wegen en riool, Staalbergven, openbare verlichting, onderwijshuisvesting, en sportpark Stokeind. Voorraden De begrote post onderhanden werk grondbedrijf (OHW) daalt licht. Het aantal grexen dat wij open hebben staan loopt terug en ook het bedrag per grex. Het afsluiten van de grexen zelf duurt iets langer. Een min post voor OHW wil zeggen dat er eerst verkoopfacturen worden verstuurd (dat zijn opbrengsten) en daarna pas de kosten worden gemaakt. Dat speelt bij de kolom begroting 2024. Uitzettingen - vorderingen < 1 jaar Het saldo van schatkistbankieren van € 3 mln. eind 2023 valt vrij en wordt ingezet voor de investeringen of herfinanciering af te lossen leningen. Eigen vermogen en voorzieningen De mutaties in de reserves en voorzieningen wordt hierboven in detail toegelicht. Vaste schulden > 1 jaar De investeringen worden gedeeltelijk gefinancierd door het aangaan van langlopende leningen. Kengetallen Alle gemeenten moeten een tabel met financiële kengetallen opnemen in de begroting en de jaarstukken. Deze cijfers geven de gemeenteraad een globaal inzicht in de verwachte financiële ontwikkelingen in de gemeente.

Ook moet er in de jaarstukken een toelichting worden gegeven op de onderlinge verhouding tussen deze kengetallen en wat dat betekent voor de financiële positie van de gemeente. De kengetallen die in de begrotingjaarstukken moeten staan, zijn: 1A. Netto schuldquote: Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. 1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen: Dit kengetal wordt zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden, omdat bij leningen onzekerheid bestaat of ze allemaal worden terugbetaald. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter. 2. Solvabiliteit: Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. 3.

Structurele exploitatieruimte: Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, Begroting 2025 | 78

betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. 4. Grondexploitatie: De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. 5. Belastingcapaciteit: Dit cijfer geeft inzicht in hoe de gemeentelijke woonlasten zich verhouden tot het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente mogelijk meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze.

1A netto schuldquote 1B netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Jaar rekening 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

44%

65%

46%

56%

60%

72%

40%

64%

42%

52%

56%

68%

2

Solvabiliteitsrisico

27%

18%

23%

20%

19%

17%

3

Structurele exploitatieruimte

8,1%

0,4%

1,9%

2,1%

1,4%

1,0%

4

Grondexploitatie

4,9%

-1,8%

2,3%

0,5%

0,8%

3,1%

5

Belastingcapaciteit

110%

niet bekend

niet bekend

niet bekend

niet bekend

niet bekend

Toelichting op de kengetallen De schuldquote (nr. 1A en 1B) loopt minder snel op door de verwachte spreiding van investeringen over de toekomstige jaren. Geld voor investeringen lenen wij voor een groot gedeelte bij de bank. De solvabiliteit (nr. 2) is door het overschot in de jaarrekening 2023 toegenomen. Door de verwachte investeringen de komende jaren zal hij weer gaan dalen. Doordat de gemeente meer geld leent (vreemd vermogen), neemt de ratio af. De structurele exploitatieruimte (nr. 3.) is in de jaarrekening 2023 hoog door het overschot in de jaarrekening 2023. Grondexploitatie (nr. 4) heeft in het algemeen een laag percentage. De ratio daalt in 2024 naar 1,8% % in begroting 2024. Een onderhandenwerk dat negatief is, wil zeggen dat er eerst verkoopfacturen worden verstuurd en daarna pas de kosten komen. De belastingcapaciteit (nr 5.) is de belastingdruk in Oisterwijk afgezet tegen de gemiddelde landelijke belastingdruk. De landelijke belastingdruk is voor 2024 en 2025 niet bekend op waarstaatjegemeente.nl. Daarom kan dit percentage niet worden berekend.

Begroting 2025 | 79

Paragraaf Financiering Deze paragraaf vloeit voort uit bepalingen van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Deze wet beoogt het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van decentrale overheden en het beheersen van financiële risico’s. Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat in ieder geval de beleidsvoornemens van het risicobeheer van de financieringsportefeuille genoemd worden in deze paragraaf. Deze financieringsparagraaf is zowel voor de begroting als voor de programmarekening, in samenhang met de financiële verordening, een belangrijk instrument voor het transparant maken, het sturen, het beheersen en het controleren van de financieringsfunctie.

De rentevisie voor de komende vier jaar De wet Financiering decentrale overheden (Fido) beoogt de risico’s die gemeenten lopen bij financiering te beperken. Hiervoor is het in het najaar van 2021 vastgestelde Treasurystatuut van toepassing. Belangrijke elementen zijn: Kasgeldlimiet Onzekerheid over de toekomstige te betalen rente op de korte termijn brengt een risico met zich mee. In de Wet Fido is een kasgeldlimiet vastgelegd om het renterisico bij decentrale overheden te beheersen door een grens te stellen aan financiering op korte termijn. Dit betekent dat de korte schuld voor gemeenten maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mag bedragen. De korte schuld bestaat uit de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rente-typische looptijd korter dan één jaar en de schuld in rekening-courant en is bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. Renterisiconorm Voor de lange termijn wordt de renteonzekerheid uitgedrukt in het renterisico. In de Wet Fido is een renterisiconorm voor decentrale overheden vastgelegd. Het uitgangspunt van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op langlopende schulden (leningen met een looptijd van langer dan één jaar). Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen.

Hiermee wordt voorkomen, dat een groot deel van de leningen tegelijk opnieuw moeten worden afgesloten, met het risico van snel oplopende rentelasten. De renterisiconorm is bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dat wil zeggen dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Hierbij is een minimumbedrag bepaald van € 2,5 miljoen.

Visie college Het college onderschrijft het belang van een adequate beheersing van rentekosten, zeker nu de rente het afgelopen jaar opgelopen is. De bepalingen van de wet Fido en het treasurystatuut vormen het uitgangspunt van het handelen. De rente vormt een redelijk onberekenbare factor en is nauwelijks te sturen. Daarom staan wij op het standpunt dat we optimaal gebruik moeten maken van de mogelijkheden die de wet Fido biedt, uiteraard met inachtneming van de hiervoor genoemde limieten. Meer dan het rentepercentage van een moment is voor ons van belang om de gemiddelde rente in de loop van de jaren zo laag en zo stabiel mogelijk te houden.

Begroting 2025 | 80

Kasgeldlimiet (Bedragen x € 1.000)

Begrotingstotaal (totaal lasten)

2024

2025

102.390

102.815

Percentage regeling

8,5%

8,5%

Kasgeldlimiet

8.703

8.739

Toelichting De kasgeldlimiet voor de gemeente bedraagt € 8.739.000,-. Bij het opnemen van kasgeldleningen wordt rekening gehouden met deze limiet. We beoordelen periodiek of herfinanciering van onze leningenportefeuille tot de mogelijkheden behoort.

Renterisiconorm (Bedragen x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

2028

1. Renteherzieningen

0

0

0

0

0

6.174

5.488

7.987

4.487

4.487

2. Aflossingen 3. Renterisico (1 + 2)

6.174

5.488

7.987

4.487

4.487

102.390

102.815

97.873

97.063

98.028

20%

20%

20%

20%

20%

4. Renterisiconorm

20.478

20.563

19.574

19.413

19.606

5a. Ruimte onder renterisiconorm (4 > 3)

14.304

15.075

11.886

14.926

15.119

5b. Overschrijding renterisiconorm (3 > 4)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

4a. Begrotingstotaal 4b. Percentage regeling

Toelichting Volgens de huidige prognose zal de gemeente voor het begrotingsjaar 2025 – 2028 onder de renterisiconorm blijven.

Overzicht van opgenomen geldleningen (Bedragen x € 1.000)

Start jaar

Loop tijd

NWB (1065)

2013

12

1,914

1.000

0

19

1.000

0

BNG (1068)

2018

15

0,915

5.100

0

47

567

4.533

NWB (1069)

2018

15

0,970

5.400

0

52

600

4.800

BNG (1070)

2019

30

0,180

12.500

0

23

500

12.000

BNG (1071)

2020

10

0,060

7.200

0

4

1.200

6.000

Haaren BNG

2016

10

1,020

3.500

0

36

0

3.500

BNG (1074)

2022

15

2,464

8.666

0

214

667

8.000

Herfinanciering

2025

10

3,050

9.000

9.000

291

954

8.046

52.366

9.000

685

5.488

46.879

Totaal langlopende geldleningen

Rente Saldo % 01-01-25

Nieuw

Rente Aflossing kosten

Saldo 31-12-25

Begroting 2025 | 81

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf treft u een overzicht aan van de beleidsuitgangspunten voor het onderhoud van kapitaalgoederen in de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. Daarbij is gekozen voor een voldoende onderhoudsniveau en bijbehorend budget om de voorzieningen in stand te kunnen houden. Het beleid over deze kapitaalgoederen is verwerkt in beheerplannen die voor verschillende kapitaalgoederen zijn opgesteld. Beleidskaders In april 2023 is de Integrale Visie Openbare ruimte vastgesteld. Op basis van deze visie is in 2023 gestart met het opstellen van de beleidsnota’s Wegen, Openbare verlichting, Wegmeubilair, Civieltechnische kunstwerken en Groen. Daarnaast is in 2023 het Programma Water en Riolering (PWR, ter vervanging van het v-GRP) vastgesteld en zijn beheerplannen op het gebied van Groen en Wegen vastgesteld. De beheerplannen vormen de basis voor de meerjaren onderhouds- en investeringsplanningen. Beleid

Jaar Herziening

Integrale Visie Openbare Ruimte

2023

Kadernota Rood (Wegen, Openbare verlichting, Wegmeubilair, Civieltechnische kunstwerken) Leidraad Toegankelijke Openbare Ruimte Oisterwijk

2024

Programma Groen (start Q3 2023)

2024

Programma Water en Riolering (voorheen V-GRP)

2023

Groenbeheerplan

2023

Beheerplan wegen Kadernota vastgoed

2023 2025

Nota Rationeel Gebouwenbeheer

2024

2025

Het beleid, zoals in bovenstaande beleidsnota’s opgenomen, wordt geactualiseerd indien daar noodzaak is. Infrastructuur Binnen de gemeente beheren we ongeveer 2,44 miljoen m² aan wegverharding. Hiervan bestaat ongeveer 31% uit asfalt, 63% uit elementen en 1% uit beton. Daarnaast beheren we ongeveer 22 kilometer onverharde wegen. Het college hanteert de genormeerde beheerkostensystematiek volgens de stichting CROW (Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en Verkeerstechnieken). Op basis van deze norm worden de kwaliteitsniveaus weergegeven van de wegen. Voor onze gemeente geldt dat we beheren op onderhoudsniveau B (‘voldoende’) en voor de centrumgebieden een onderhoudsniveau A (‘goed’). In 2025 werken we verder aan het inlopen op de achterstand in planmatig onderhoud. In deelprojecten voeren we op allerlei plaatsen in de gemeente herstelwerkzaamheden uit. Een aantal straten worden groter aangepakt. Dit geldt bijvoorbeeld voor onder andere de Bosweg, Begroting 2025 | 82

Kuiperstraat, D’n Duyp en Kerkplein. Ook krijgt de hoofdinfrastructuur extra aandacht. In 2025 krijgt de Akkerweg groot onderhoud. Ook wordt dit jaar de gehele as Bedrijfsweg – Sprendlingenstraat – Laarakkerweg voorzien van een nieuwe toplaag. Voor dit jaar gaat het naast de reconstructieprojecten- om een investering van grofweg 2,0 miljoen euro. Naast deze reparaties en renovaties werken we verder aan diverse reconstructieprojecten. Zo gaan onder andere de Gemullehoekenweg, Kantstraat en Burgemeester Verwielstraat in uitvoering en bereiden we de reconstructie van de Schoutenbuurt, de Heusdensebaan-Zuid en de Haarenseweg-Zuid voor. Openbare Verlichting In de gemeente staan ongeveer 8.300 lichtmasten die onder ons beheer vallen. Onze openbare verlichting heeft als functie het openbare leven zo goed en veilig mogelijk te laten functioneren. Een groot deel van het huidige verlichtingsareaal bestaat nog uit oude gasdruklampen of PLLlampen. Deze verbruiken aanzienlijk meer energie dan LED. Daarom investeren we dit jaar in het ombouwen van deze oude lampen naar energiezuinige Ledlampen. Een deel van deze verlichting, met name rondom natuurgebieden, parken en parkeerplaatsen wordt ‘slim’ waarbij verlichting bijvoorbeeld alleen (fel) brandt als dat nodig is. In combinatie met bovenstaande werkzaamheden vervangen we ook tientallen oude masten en reduceren we het aantal.

We investeren meer dan 2,1 miljoen euro in deze werkzaamheden waarmee het overgrote deel van het areaal voor de komende ca. 15 jaar op orde hebben. Civieltechnische Kunstwerken Onder onze civieltechnische kunstwerken vallen ongeveer 48 bruggen, vlonders en geluidschermen. Iedere 4 jaar voeren we een inspectie uit aan alle kunstwerken. Hierbij toetsen we op veiligheid, constructies en de instandhouding voor de langere termijn. Met de opgehaalde gegevens wordt een meerjaren-onderhoudsplanning samengesteld die we vervolgens aanbesteden in een raamovereenkomst voor de komende 4 jaar. In 2025 voeren we een nieuwe inspectie uit, waarmee we voor 2026-2029 een nieuwe raamovereenkomst opstellen. Dit jaar voeren we nog planmatig onderhoud uit aan onze kunstwerken conform het meerjaren-onderhoudsprogramma 2023-2026. De bruggen Aboomsestraat en Heizenschedijk bleken eind 2022 bij inspectie sporen van bezwijking te vertonen. Om de bruggen zo goed mogelijk open te houden voor het verkeer zijn noodmaatregelen toegepast. Het afgelopen jaar werkten we aan de voorbereidingen. Dit jaar vervangen we de beide bruggen. Groen De gemeente Oisterwijk heeft circa 40.000 bomen in eigendom en beheer, circa 234.780 m² aan openbaar groen in de vorm van heesters en beplantingen, 42 ha gazon en 200 km bermen en sloten.

De hoofdlijnen voor het beleid voor de openbare ruimte is opgenomen in de 2023 vastgestelde Visie Openbare Ruimte. Ook ten aanzien van het groen zijn hierin beleidskaders opgenomen. Begin 2025 wordt een nieuw Groenprogramma vastgesteld waarin deze kaders verder zijn uitgewerkt.

Begroting 2025 | 83

In de begroting zijn budgetten opgenomen voor beheer en onderhoud van de bomen en de overige beplantingen en gazons. Hierbij is uitgegaan van de in 2023 vastgestelde onderhoudsniveaus: • Voor de centrumgebieden kwaliteitsniveaus A. • De rest van de bebouwde kom kwaliteitsniveau B. • Bosplantsoen en ruig gras op kwaliteitsniveau C. In 2025 zetten we de in 2023 ingezette koers voor het meer wijkgericht en integraal grootschalig onderhoud voort. We concentreren ons op het wegwerken van de achterstand in onderhoud door meer integraal en wijkgericht te werken en vanuit een investering grootschalig te vernieuwen. Riolering en water De huidige rioolstelsels bestaan bij benadering uit: • Hoofdriool incl. putten • Sloten en duikers • Huisaansluitingen • Kolken incl. leiding • Hoofdgemalen • Minigemalen • Retentievijvers • Infiltratie voorzieningen - kratten • Infiltratiekelders

208,6 km 204,1 km 12.500 stuks 14.325 stuks 19 stuks 449 stuks 42 stuks 225 m2 5 stuks

Het onderhoud en beheer hieraan is gewaarborgd volgens het vastgestelde Programma Water en Riolering 2023-2027 (PWR) welke in 2023 door de raad is vastgesteld. De hydraulische werking van alle rioolstelsels in gemeente Oisterwijk zijn berekend in het Basis Rioleringsplan. Hieruit zijn aanbevelingen gekomen ter verbetering van de werking. Gefaseerd worden deze of andere verbeteringen doorgevoerd, waar mogelijk in combinatie met gepland onderhoud of uit kwaliteitsoogpunt geplande vervangingen. De recente geschiedenis leert ons dat gemeenten extra inspanningen moeten verrichten om water vast te houden in de bodem in tijden van droogte, maar ook moeten zorgen voor een goede afwatering tijdens hevige perioden van regenval. Op diverse plaatsen binnen de gemeente Oisterwijk liggen in bebouwde omgeving onderhoudsopgaven in de openbare ruimte. Dit zijn natuurlijke momenten waarop klimaat adaptieve maatregelen financieel het meest aantrekkelijk getroffen kunnen worden. Wijkgericht zijn er ’masterplannen’ opgesteld om hemelwater gestructureerd te transporteren en waar mogelijk te infiltreren. Afhankelijk van het voordoen van onderhoudsopgaven wordt het ontworpen stelsel gerealiseerd.

Voor de volgende gebieden is een masterplan opgesteld: • Oisterwijk Baerdijk zuid • Oisterwijk centrum • Oisterwijk zuidoost • Haaren Noord Tevens wordt er gewerkt aan een masterplan voor de wijk Oostelvoortjes te Moergestel. De doelstelling hiervan is om wijkgericht te investeren in een robuuste hemelwaterafvoer structuur.

Begroting 2025 | 84

Gebouwen De gemeente Oisterwijk heeft ruim vijftig vastgoedobjecten in eigendom die door ons worden beheerd. Alle gebouwen voldoen aan de afgesproken conditieniveaus. Voor het beheer van deze objecten gebruiken we beheerplannen. Deze zijn in drie categorieën ingedeeld: correctief onderhoud, structureel planmatig onderhoud en incidenteel planmatig onderhoud. Deze plannen worden periodiek. De in de begroting opgenomen budgetten worden gebaseerd op deze beheerplannen. We zijn gefaseerd bezig met het verduurzamen van de vastgoedportefeuille. Hierbij maken we zoveel mogelijk gebruik van externe subsidiebronnen en maken we zoveel mogelijk werk met werk.

Begroting 2025 | 85

Paragraaf Grondbeleid Doelstelling Doelstelling van het grondbeleid is de integrale benadering van gebiedsontwikkelingen. Hiermee wordt aangesloten op de belangrijkste doelen van het coalitieakkoord. Door deze integrale benadering staat het rendement centraal dat de gemeente maatschappelijk wil realiseren door middel van ruimtelijke ontwikkelingen. Dit rendement wordt afgezet tegen het financieel rendement van de ruimtelijke ontwikkeling op de gemeentebegroting. Zo ontstaat er een afwegingskader dat het gemeentebestuur in staat stelt om weloverwogen beslissingen te nemen over verschillende ruimtelijke ontwikkelingen. De kaders zijn vastgelegd in de kadernota Grondbeleid die in 2019 is vastgesteld door uw raad. De kadernota wordt in 2025 herzien en afgestemd op de Omgevingswet. Ook in de nieuwe kadernota zullen integraliteit en flexibiliteit het uitgangspunt zijn binnen het grondbeleid. Daarnaast worden de komende jaren ook de thema’s duurzaamheid, wonen en economie meegenomen. Dat wil zeggen dat ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Oisterwijk in ieder geval op deze drie thema’s in beeld moeten brengen op welke wijze ze bijdragen aan de doelen die voor deze onderwerpen gesteld worden. Afhankelijk van de locatie kan het zijn dat er wordt afgeweken van deze beleidsthema’s, door toevoeging van extra thema’s of onttrekking van een thema.

Het grondbeleid is faciliterend aan deze beleidsthema’s. Dit betekent dat niet alleen naar de financiële gevolgen van een ontwikkeling zal worden gekeken, maar ook naar de maatschappelijke impact. Tot slot worden de doelstellingen als volgt geformuleerd: • Invloed uitoefenen op het ruimtegebruik, opdat op diverse beleidsterreinen van de gemeente een gewenst maatschappelijk rendement gerealiseerd kan worden. • Het realiseren van een zo goed mogelijk integraal resultaat in een ruimtelijke ontwikkeling, dat bestaat uit de optimale mix van maatschappelijk en financieel rendement. • Een kader scheppen waardoor het gemeentebestuur in staat wordt gesteld om op basis van het integrale resultaat van de ruimtelijke ontwikkeling, keuzes te maken over: − De rol die de gemeente zelf wenst aan te nemen om een ontwikkeling gerealiseerd te krijgen. − De gewenste maatschappelijke doelen versus de daarmee verband houdende financiële gevolgen voor de gemeente. − De verschillende scenario’s om tot ontwikkeling van een locatie/gebied te komen. − Eventueel noodzakelijke prioriteringen voor verschillende ontwikkelmogelijkheden. • Duidelijkheid verschaffen over processen, spelregels en kaders die de gemeente hanteert in gebiedsontwikkelingen.

Kaders Hieronder noemen wij kort de kaders zoals deze gelden in de kadernota Grondbeleid 2019: Inzicht in rendement van gebiedsontwikkelingen • Grondbeleid geeft inzicht in de gevolgen van een gebiedsontwikkeling. Dit is belangrijk omdat dit inzicht gebruikt kan worden om verschillende scenario’s die mogelijk zijn voor een bepaalde locatie op een goede manier te kunnen beoordelen en om prioriteiten voor een ontwikkeling af te wegen. • Grondbeleid geeft een kader voor de verschillende ambities die samen moeten komen in een ontwikkeling door deze met elkaar in verband te brengen en afwegingen daarin mogelijk te maken. Begroting 2025 | 86

•

Doordat de aanleiding van een ontwikkeling als uitgangspunt wordt genomen, kan voorafgaand aan besluitvorming over een ontwikkeling in beeld worden gebracht welke ambities de gemeente Oisterwijk daadwerkelijk hiermee wil realiseren. Dit stelt de gemeente ook in staat om de juiste vragen te stellen aan partijen die willen ontwikkelen en hierdoor een goed overwogen besluit te kunnen nemen.

Situationeel grondbeleid • Per gebiedsontwikkeling wordt via een afwegingskader tot een advies gekomen voor een door de gemeente aan te nemen rol. Doordat de gemeente per gebiedsontwikkeling een rolkeuze dient te maken voert de gemeente situationeel grondbeleid. Juridische instrumenten • Bij voorkeur resultaten op het gebied van grondaankopen bereiken op minnelijke (vrijwillige) basis. • Wanneer dit niet mogelijk blijkt de publiekrechtelijke instrumenten Wet voorkeursrecht gemeenten en/of de Onteigeningswet inzetten. • Kostenverhaal eigen projecten via marktconforme verkoopprijzen grond en kostenverhaal bij projecten derden bij voorkeur via een anterieure overeenkomst. • Wanneer bij projecten derden niet tot overeenstemming kunnen komen dit alsnog afdwingen door publiekrechtelijk kostenverhaal. Bepalingen bij gronduitgifte • De verkoop/uitgifte van gemeentegrond wordt, waar mogelijk, afgestemd op de gewenste programmering uit het meest actuele woningbehoefteonderzoek (aantallen, soort woningen, planning, doelgroepen). • Bij de uitgifte wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de prioritaire maatschappelijke thema’s die genoemd zijn in hoofdstuk 4 van deze nota; wonen, duurzaamheid (inclusief groen) en economie. Afhankelijk van de locatie zijn meer/minder thema’s mogelijk. Verder wordt rekening gehouden met demografische factoren en veranderingen in de markt.

• Bij grondverkoop voor woningen voor bijzondere doelgroepen en/of bedrijven wordt het antispeculatiebeding toegepast (aangegeven in de algemene verkoopvoorwaarden). Het college kan, gemotiveerd, ontheffing hiervoor verlenen. • Uiteindelijke bestemming van de grond wordt bepaald door afweging van alle opties en prioriteitstelling. Bij de besluitvorming wordt dit aangegeven. Financiële kaders • Hanteren van de voorschriften volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). • Transparant grondbeleid tijdens de planning en control cyclus (PPN, begroting en de jaarrekening). Grondprijzen • De gemeente hanteert bij verkoop/uitgifte van grond op het betreffende beleid afgestemde marktconforme grondprijzen. • Eworden De richtprijzen (Grondprijzenbrief) worden voor verkoop van (diverse categorieën) woningen, bedrijfskavels, groen– en reststroken via een raadsinformatiebrief ter kennisname aangeboden aan de raad. In de grondprijzenbrief worden bandbreedtes aangegeven maar de definitieve grondprijs wordt o.b.v. taxatie bepaald. Voor sociale huurwoningen worden vaste grondprijzen gehanteerd conform prestatieafspraken met de woningbouwcorporatie. Het streven is de Grondprijzenbrief medio 2024 aan het college voor te leggen en de raad te informeren. Begroting 2025 | 87

Risico’s en weerstandsvermogen • Voor niet voorzienbare/moeilijk kwantificeerbare risico’s binnen de grondexploitaties wordt, op basis van een jaarlijkse actuele risicoanalyse, de gewenste reserve bepaald. • Om de risico’s zoveel mogelijk te beperken worden, waar nodig, beheersmaatregelen genomen. • Jaarlijks bij de begroting en jaarrekening worden voorstellen gedaan over de hoogte van de algemene bedrijfsreserve grondbedrijf. Jaarlijks worden risico-analyses uitgevoerd.

Transparant grondbeleid Het toepassen van de kadernota grondbeleid van de gemeente Oisterwijk door onder andere: • Jaarlijks de grondexploitaties te actualiseren en door de raad vast te laten stellen ten behoeve van de begroting. • Verantwoording afleggen over de financiën en voortgang van de grondexploitaties in de paragraaf grondbeleid en in een afzonderlijk document bij de jaarrekening. • Actuele risico-inventarisatie KVL en De Leye en inschatting van de risico’s van de overige exploitaties. Het weerstandsvermogen van het grondbedrijf wordt telkens bij de jaarrekening hierop afgestemd.

Belangrijkste ontwikkelingen grondexploitaties Zoals aangegeven in de kadernota Grondbeleid worden de grondexploitaties jaarlijks geactualiseerd. Bij de actualisatie kijken wij naar mogelijke wijzingen op de onderdelen kosten en opbrengsten, rente, (woning)programma en de planning. Op de grotere en langlopende exploitaties kijken wij ook naar indexeringen van kosten en opbrengsten. De laatste actualisatie hebben wij gedaan op basis van de werkelijke cijfers tot en met de jaarrekening 2022. Door de fors toegenomen bouwkosten zijn de kosten voor 2023 met 14% geïndexeerd, voor de jaren 2023 tot en met 2026 met 3,5% en voor de jaren vanaf 2027 met 2%. De opbrengstindexering zijn op 2% gezet. De rente is volgens de geldende spelregels van BBV aangepast en de planning van de kosten en opbrengsten is bijgesteld. De waardering vindt plaats op basis van netto contante waarde. Een aantal grondexploitaties zijn verslechterd vanwege de indexering van 14% op de kosten en door het opnemen van hogere plankosten, 30% over de nog te maken kosten exclusief verwerving. Deze post stond niet goed geraamd in een aantal grondexploitaties en is daarom toegevoegd. Daarnaast zijn de grond uitgifteprijzen niet geactualiseerd voor het jaar 2023. Op grond van de BBV dient er over een boekjaar van een grondexploitatie winst of verlies genomen te worden.

Voor verliesgevende grexen worden voorzieningen gevormd. Hieronder wordt per project de belangrijkste wijzigingen weergegeven. Pannenschuur Buiten In Pannenschuur Buiten zijn inmiddels alle zelfbouw kavels van fase I overgedragen aan de kopers en zijn de opbrengsten gegenereerd. Er volgt nog een verkaveling van de laatste 5 kavels, die op dit moment nog in een stankcirkel liggen. De opbrengsten van deze kavels zijn geraamd op € 0,9 mln. De voorbereidingen om het bestemmingsplan te wijzigen zijn reeds gestart en het gesprek met de eigenaar van het uit te plaatsen bedrijf wordt op constructieve wijze gevoerd, maar is nog niet afgerond. Verwacht wordt de opbrengsten in 2024 en 2025 te kunnen genereren. Volgens de regelgeving (POC methode) hebben wij voor € 0,2 mln. aan winstnemingen in 2023 moeten nemen. Begroting 2025 | 88

Bij de actualisatie is ervan uitgegaan dit project eind 2025 af te sluiten. KVL - Terrein Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State is het bestemmingsplan voor de realisatie van 27 appartementen aangepast en opnieuw ter inzage gelegd. Vaststelling van het bestemmingsplan is in december 2024 voorzien. De ontwikkeling van het perceel aan de Gasstraat – Ambachtstraat wordt in 2024 uitgewerkt en de grondwaarde van het plan zal middels een taxatie worden bepaald. De taxatie dient als indicatie voor de nog te voeren onderhandeling met de marktpartij. Voor dit gedeelte van het plan zal naar alle waarschijnlijkheid een nieuwe grondexploitatie worden opgesteld. Wanneer alle gegevens bekend zijn zal de grondexploitatie door de Raad worden vastgesteld. De resterende werkzaamheden zijn geïnventariseerd en conform huidige parameters geraamd. De laatste geactualiseerde grondexploitatie resulteert in een contante waarde van € 6,5 miljoen negatief. Dit is ten opzichte van de grondexploitatie vorig jaar een stijging van het tekort met € 0,04 miljoen. Studiegebied (naast KVL) In 2021 zijn de werkzaamheden in het kader van de herinrichting door de gemeente afgerond en het lag dan ook in de verwachting dat deze grondexploitatie eind 2021 zou worden afgesloten.

Bij de geraamde opbrengsten staat nog wel een rekening open van de marktpartij met wie was overeengekomen dat hij over een periode van zes jaar (een deel van) de parkeeropbrengsten zou afdragen aan de gemeente. De marktpartij bleek vanwege de bijzondere omstandigheden van de coronapandemie haar betalingsverplichtingen niet na te (kunnen) komen, waardoor een betalingsregeling diende te worden getroffen. De grondexploitatie blijft openstaan totdat het totaal met de marktpartij overeengekomen bedrag is ontvangen. Gelet op de gesloten overeenkomst, ligt het in de lijn der verwachtingen dat de nog te ontvangen opbrengsten zullen worden ontvangen. Verder zijn alle werkzaamheden afgerond. Locatie de Leye In opdracht van de raad is in september 2022 de opbrengstpotentie van een aantal scenario’s van het vastgestelde concept Beekdal Park in hoofdlijnen en kengetallen doorgerekend en gepresenteerd. Hieruit is een voorkeursvariant met voldoende sociale huur en betaalbare koopwoningen gekozen. Dit scenario wordt thans met Leystromen ruimtelijk vertaald in een stedenbouwkundige uitwerking. In de voorkeursvariant is het programma 43% sociale woningbouw en 34% betaalbare koop. Bij de actualisatie is een post Planschade toegevoegd en is er rekening gehouden met het Programma Kostenverhaal 2024 waardoor per saldo de kosten toenemen met € 400.000.

Het verwachte resultaat op contante waarde is € 89.000 positief. Uitbreiding bedrijventerrein (Bedrijfsweg) Op dit moment zijn er op de bestaande bedrijventerreinen geen kavels van de gemeente meer beschikbaar. In 2019 heeft de gemeente een onderzoek laten uitvoeren met als doel inzicht te krijgen in de leegstand op bestaande bedrijventerreinen, de behoefte vanuit de lokale markt naar uitbreiding- of verplaatsingsmogelijkheden, etc. Daarbij is er ook aandacht geschonken aan de mogelijkheden van invulling / revitalisering van de bestaande bedrijventerreinen. Uit het onderzoek blijkt dat er de komende jaren behoefte is aan uitbreidingsmogelijkheden. De resultaten zijn in 2021 aan de raad gepresenteerd en op basis daarvan is om een aanvullend onderzoek gevraagd. De conclusie van het aanvullend onderzoek is eveneens dat er 8 ha bedrijventerrein nodig is om aan de uitbreidingsvraag te voldoen. De bevindingen van dit Begroting 2025 | 89

onderzoek zijn in SRBT verband aan de raad voorgelegd. Zolang deze discussie loopt, blijft de Bedrijfsweg gelabeld als een bedrijventerrein. De herziene grondexploitatie sluit op een positief resultaat van € 2,0 miljoen positief. Verschil hier is dat de vorige grondexploitatie uitging van lage civieltechnische kosten per vierkante meter en er geen afdracht volgens het Programma Kostenverhaal in zat. Deze zijn beiden nu opgenomen in de grondexploitatie wat het verschil verklaart met de vorige grondexploitatie. In 2024 zal er gewerkt worden aan de nadere uitwerking van de grondexploitatie met bijbehorende kosten en opbrengstenramingen. Beekdal (Haaren) De grondexploitatie Beekdal is in 2021 aan de gemeente Oisterwijk overgedragen. Op de locatie Beekdal is een sporthal gesloopt en is een nieuw bestemmingsplan vastgesteld. Er is in 2021 een grondreserveringsovereenkomst met Woningcorporatie Woonveste en een CPO-initiatief Stichting Beekdal 2.0 afgesloten. Afgesproken is dat Woningcorporatie Woonveste zeven sociale huurwoningen realiseert. Stichting Beekdal 2.0 ontwikkelt op locatie zeven middeldure of dure woningen. De grondexploitatie is geactualiseerd en heeft een klein negatiever resultaat wat wordt veroorzaakt door het hoger uitvallen van de kosten voor het woonrijp maken en een hogere raming voor de plankosten.

Op contante waarde zal het project sluiten met een tekort van € 94.000. ’t Hopveld De grondexploitatie is overgenomen van de gemeente Haaren. In totaal zijn er 7 kavels in het project. De laatste bedrijfskavel is in 2024 bij de notaris gepasseerd. De woonkavel staat bij de makelaar te koop die een aantal jaar geleden ook betrokken was. Er is lichte interesse vanuit de markt voor de kavel. De civieltechnische kosten en plankosten zijn opnieuw geraamd. Er heeft bij de civieltechnische kosten een verlaging plaatsgevonden en de plankosten zijn toegenomen. Op contante waarde sluit de grondexploitatie met een tekort van € 669.000.

Financiën KVL Bij KVL zijn, onderverdeeld in twee risicoclusters, vier risico’s onderkend. Het totale risicobedrag heeft een omvang van € 280.000,- en is als volgt over de clusters verdeeld: • Baten € 195.000,• Kosten € 85.000,Ten opzichte van vorig jaar is het risicobedrag van € 280.000,- gelijk gebleven. Dit komt doordat de kosten nagenoeg gelijk zijn gebleven, en de opbrengsten naar 2024 zijn verschoven. De afname is integraal, maar aan de kostenzijde zijn de risico’s met name verschoven van extra kosten wegens planvertraging naar extra kosten vanwege de inrichting van de openbare ruimte. De Leye De grondexploitatie is 1 januari 2024 geactualiseerd, waarbij rekening is gehouden met een aantal extra kostenposten zoals onder andere planschade. Het resultaat van de grondexploitatie is daarbij teruggelopen naar ongeveer € 89.000,- positief op contante waarde. Dit planresultaat is beperkt om in de toekomst eventuele risico’s te kunnen opvangen mochten deze zich voordoen.

Begroting 2025 | 90

Een nadere risicoanalyse van de geactualiseerde grondexploitatie geeft zeven risico’s, verdeeld over drie risicoclusters. Het (gewogen) risico van de clusters is ingeschat op € 405.000,-, verdeeld als volgt: • Kosten € 70.000,• Programma & Procedures € 85.000,• Markt € 250.000,Overige De grondexploitaties De Leye, Bedrijfsweg en Pannenschuur Buiten hebben op basis van de laatst bekende gegevens een verwacht positief eindresultaat. De grondexploitaties Beekdal en ‘t Hopveld, overgenomen van Haaren, zijn vanaf 2021 jaar aan het grondbedrijf toegevoegd. Beide grondexploitaties hebben een negatief eindresultaat. Voor de grondexploitaties met een verwacht negatief eindresultaat zijn, conform de BBV voorschriften, verliesvoorzieningen getroffen. Bij de jaarrekening 2023 is voor de risico’s van de overige exploitaties een bedrag gereserveerd. Dit bedrag is op basis van de nieuwe cijfers bijgesteld. Opgemerkt moet worden dat dit jaar de verliesvoorzieningen van alle grondexploitaties op netto contante waarde zijn berekend. Dit is conform de BBV voorschriften.

Resultaten op Netto Contante Waarde Getallen x 1.000 en afgerond

Grondexploitatie

Beekdal 2.0 ’t Hopveld De Leye

Boekwaarde 31-12-2023

Te maken Einde looptijd kosten tot einde looptijd

Te realiseren

Netto contante

opbrengsten tot

waarde bij

einde looptijd

einde looptijd

80

31-12-2025

178

0

-94

-1.225

31-12-2025

339

867

-669

-685

31-12-2028

3.734

4.519

89

KVL Terrein

-8.561

31-12-2025

1.545

3.382

-6.462

Pannenschuur

-155

31-12-2026

156

937

587

Bedrijfsweg

-328

31-12-2029

4.634

7.243

2.023

-2.759

31-12-2025

KVL Studiegebied Totalen

-13.633

30

494

-2.206

10.616

17.442

-6.732

Toelichting • Het eindtotaal van de (verwachte) verliesgevende grondexploitaties (KVL en Studiegebied, Beekdal en Hopveld) zijn weergegeven. Voor de genoemde bedragen zijn voorzieningen aanwezig. • De rentelasten zijn geactualiseerd, dit betreft een geringe positieve wijziging van 0,65% naar 0,55%. • Voor de Leye is ten opzichte van de begroting 2023 het resultaat met € 0,4 mln. gedaald door toevoeging van planschade en afdracht Bovenwijks conform het Programma Kostenverhaal.

Overzicht kosten en opbrengsten per project In onderstaande tabel worden per project de toekomstige kosten in beeld gebracht. Er is reeds 87% van de kosten gerealiseerd. Voor de Bedrijfsweg en De Leye, die nog nader uitgewerkt Begroting 2025 | 91

moeten worden, zijn nog weinig kosten gemaakt. De kosten volgen doorgaans de planning en is van 2024 t/m einde looptijd van de projecten geraamd.

Nog te realiseren kosten over de looptijd Bedragen x € 1.000 Kosten Grondexploitatie

2024

2025

Beekdal 2.0

148

26

’t Hopveld

282

37

De Leye

282

446

KVL Terrein

746

655

2026

146

2027

2028

1.140

2029

stijging

Rente

Totaal

4

0

178

1.352

7

13

339

370

-2

3.734

48

96

1.545

Pannenschuur Buiten

61

57

33

7

-2

156

Bedrijfsweg

346

921

1.687

1.068

161

48

365

38

4.634

0

30

30

1.865 2.142 1.866

2.208

1.513

48

801

173

10.616

KVL Studiegebied Totalen

0

In onderstaande overzicht worden de nog te genereren opbrengsten in beeld gebracht. Er is reeds 76% van de opbrengsten gerealiseerd. Het restant van de opbrengsten wordt voornamelijk na 2024 gerealiseerd.

Nog te realiseren opbrengsten over de looptijd Bdragen x € 1.000 Opbr. Grondexploitatie

2024

2025

Beekdal 2.0

0

’t Hopveld

425

425

559

2.735

De Leye KVL Terrein

2026

3.209

Pannenschuur

405

Totalen

82

399

1.066

3.964

2028

2029

1.070

495

Bedrijfsweg KVL Studiegebied

2027

Stijging

Totaal

0

0

17

867

240

4.519

88

3.382

37

937 7.243

336

2.013

3.355

1.007

532 13

494

4.040

3.083

3.355

1.007

927

17.442

Winstprognose grondbedrijf Sinds 2017 zijn de BBV voorschriften voor de wijze van (tussentijdse) winstneming bij de grondexploitaties gewijzigd. In het kort moet het percentage gerealiseerde kosten en het percentage gerealiseerde opbrengsten worden losgelaten op de totale winstraming van het project, de zogenaamde Percentage of Completion (PoC)-methode. Op basis van de PoC-methodiek worden ieder jaar voor de grondexploitaties met een positief eindresultaat de (tussentijdse) winsten berekend en opgenomen. Winstnemingen worden doorgaans verwerkt in de jaarrekening nadat de jaarlijkse herziening van de grondexploitaties heeft plaatsgevonden. Vanaf 2025 wijzigt de methode van winstneming binnen het grondbedrijf. De PoC methode hierboven uitgelegd vervalt dan. Vanaf 2025 mag dan alleen winst worden genomen bij het afsluiten van de grondexploitatie.

Begroting 2025 | 92

Paragraaf Verbonden partijen Visie en beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen Verbonden partijen voeren meestal gemeentelijke taken uit met een groot politiek belang. Ze leveren een bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen. Participatie in verbonden partijen levert gemeenten niet alleen voordelen op, maar ook financiële en bestuurlijke risico’s. Om voordelen optimaal te benutten en risico’s te beheersen is aandacht voor de sturingsrelatie en risicobeheersing bij verbonden partijen belangrijk. Een partij wordt beschouwd als een verbonden partij als de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft in die partij. Er worden vier categorieën van verbonden partijen onderscheiden, te weten: 1. Gemeenschappelijke regelingen 2. Vennootschappen 3. Stichtingen en verenigingen (niet van toepassing in Oisterwijk) 4. Overige verbonden partijen (niet van toepassing in Oisterwijk)

Begroting 2025 | 93

Gemeenschappelijke regelingen GGD Hart voor Brabant, gevestigd te Tilburg Doelstelling Publiek belang en reden voor deelname

Het bewaken, beschermen en bevorderen van de volksgezondheid. - Uitvoeren van de Wet publieke gezondheid (Wpg), die de gemeente verplicht tot het instellen en in stand houden van een gezondheidsdienst (incl. een bijdrage bij het opschalen bij grote incidenten). - Toezichtstaken Wet kinderopvang. - Taken voor gemeentelijke lijkschouwer die de Wet op de lijkbezorging noemt. - Diensten voor de openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ) - Toezichtstaken die de wet maatschappelijke ondersteuning 2015 noemt. -

Wijze van samenwerking

De taken van de GGD zijn ondergebracht in het basispakket en in de plustaken. Het basispakket vloeit voort uit wettelijke verplichtingen en uit de keuzes van het Algemeen Bestuur en vormt naar omvang een verplicht pakket. De afname van plustaken door een gemeente is vrijwillig. De GGD levert bouwstenen aan voor de vier jaarlijkse vaststelling van het regionale gezondheidsbeleid, de regionale nota publieke gezondheid 2024-2027.

Zeggenschap van de gemeente

Gemeenschappelijke regeling van negentien gemeenten Het Algemeen Bestuur heeft negentien leden, van elke gemeente één collegelid met één stemrecht. Het Dagelijks Bestuur heeft zes of zeven leden, de voorzitter daaronder inbegrepen.

Financieel belang

De inwonersbijdrage 2025 voor Oisterwijk bedraagt € 478.770,- voor het basispakket (exclusief plustaken). Dit is gebaseerd op een inwonersaantal van 32.964. Het geprognotiseerde eigen vermogen begin 2025 bedraagt € 4.459.000,Het geprognotiseerde vreemd vermogen begin 2025 bedraagt € 7.533.000,-. Het exploitatieresultaat 2023 bedroeg € 394.000,- negatief

Overige relevante gegevens en risico’s

Verdere samenwerking met RIVM/VWS en andere GGD-en inzake infectieziektebestrijding. Afstemmen WMO met werkzaamheden GGD (uitvoering regionaal en lokaal gezondheidsbeleid). Vergroten van de veiligheid in samenwerking met de veiligheidsregio’s.

Begroting 2025 | 94

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, gevestigd te Tilburg Doelstelling

Uitvoering van alle vergunning-, toezicht- en handhavingstaken (VTH) op het gebied van milieu die behoren tot het verplichte basistakenpakket, aanpak van ketenvraagstukken en milieucriminaliteit (regio-overstijgende taken) en uitvoering van verzoektaken van gemeenten en provincie (milieutaken die niet tot het basistakenpakket behoren).

Publiek belang en reden voor deelname

Iedere gemeente is verplicht een groot aantal milieutaken (de zogenaamde basistaken) uit te laten voeren door een omgevingsdienst. Voor de gemeente Oisterwijk is dat de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. Dit biedt de volgende voordelen: • Er is een kritische massa georganiseerd die het mogelijk maakt om te beschikken over de vereiste menskracht en deskundigheid. • Geen verschil meer in de aanpak van de handhaving en behandeling van burgers en bedrijven. • De mogelijkheid om omgevingsproblemen aan te pakken die afzonderlijke besturen te boven gaan. • De informatiehuishouding- en uitwisseling stroomlijnen voor de aanpak van de zware en georganiseerde milieucriminaliteit.

Wijze van samenwerking

De juridische verankering is geregeld via een Gemeenschappelijke Regeling.

Zeggenschap van de gemeente

Aan de Gemeenschappelijke Regeling nemen 27 gemeenten en de provincie deel. Deze 28 partners zijn vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Wethouder Eric Logister is afgevaardigde van de gemeente Oisterwijk in het algemeen bestuur.

Financieel belang

De (voorlopige) bijdrage van de gemeente Oisterwijk in de door het AB op 6 september 2023 vastgestelde begroting 2024 van de OMWB bedraagt € 925.000,-. De definitieve invulling van de bijdrage vindt plaats aan de hand van het bestuurlijk vast te stellen werkprogramma 2024 en de eindafrekening gebeurt op basis van de werkelijk afgenomen producten en diensten. Het exploitatieresultaat 2022 bedroeg € 583.000,- positief. Het eigen vermogen begin en ultimo 2022 bedroeg resp. € 2.918.000,- en € 3.614.000,-. Het vreemd vermogen begin en ultimo 2022 bedroeg resp. € 3.285.000,- en € 3.458.000,-.

Overige relevante gegevens en risico’s

De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden

Begroting 2025 | 95

Veiligheidsregio Midden– en West Brabant, gevestigd te Breda Doelstelling

De Veiligheidsregio is ingesteld om de crisisbeheersing en rampenbestrijding in ons land te verbeteren, zodat burgers beter beschermd worden tegen de risico’s van brand, rampen en crisis.

Publiek belang en reden voor deelname

De deelname is verplicht op basis van de bestaande regelingen, zoals de Wet Veiligheidsregio’s.

Wijze van samenwerking

Onder de basistaken van de Veiligheidsregio behoren het in stand houden van een brandweer, de bijbehorende meldkamerfunctie en het organiseren van rampenbestrijding en crisisbeheersing. In het programmaplan van de Veiligheidsregio zijn daarnaast een aantal thema’s gedefinieerd waar extra aandacht voor is.

Zeggenschap van de gemeente

In de Veiligheidsregio nemen 24 gemeenten deel. De gemeente Oisterwijk wordt vertegenwoordigd door de burgemeester, die net als de andere gemeenten één stem heeft in het algemeen bestuur. Daarnaast is de burgemeester lid van het dagelijks bestuur met de portefeuille middelen.

Financieel belang

De bijdrage van de gemeente Oisterwijk aan de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant in 2024 is € 1.957.588,-. Het exploitatieresultaat 2023 bedroeg € 801.000,- positief. Het eigen vermogen begin en ultimo 2023 bedroeg resp. € 16.476.000,- en € 6.724.000,-.

Overige relevante gegevens en risico’s

Er is een risico op ongewenste budgetoverschrijdingen. Het eventuele aandeel van Oisterwijk hierin is echter dermate klein dat dit specifieke risico voor onze gemeente te verwaarlozen is. Daarnaast is er gezien het huidige financiële beleid geen reden om deze risico’s als onaanvaardbaar te beschouwen.

Begroting 2025 | 96

Sociale werkvoorziening WSD, gevestigd te Boxtel Doelstelling

De Wet sociale werkvoorziening uitvoeren.

Publiek belang en reden voor deelname

Deelname aan de gemeenschappelijke regeling WSD maakt volwaardige participatie mogelijk.

Wijze van samenwerking

De gemeenschappelijke regeling levert in opdracht van de gemeente Oisterwijk een aantal gesubsidieerde arbeidsplaatsen, die op voorhand zijn bepaald in een contractspecificatie.

Zeggenschap van de gemeente

Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling bestaat uit het Algemeen Bestuur (AB) en het Dagelijks Bestuur (DB). Het AB bestaat uit een raadslid per deelnemende gemeente; voor de gemeente Oisterwijk is dit Mevr. S. Kroon. Er zijn negen deelnemende gemeenten met elk één stemrecht. Het DB bestaat uit een wethouder per deelnemende gemeente. Voor de gemeente Oisterwijk is dit Dhr. Dankers.

Financieel belang

De WSD werkt binnen het budget voor de Sociale Werkvoorziening en Participatie dat de gemeente Oisterwijk meerjarig beschikbaar heeft voor de doelgroep. De beschikbare bedragen worden bij elke circulaire van het rijk herzien. Het bedrag voor Sw voor 2024 bedraagt op basis van de meicirculaire 2023 € 3.954.000,-. De bijdrage in bestuurs- en indicatiekosten voor 2024 voor Oisterwijk bedraagt € 26.050,-. Het exploitatieresultaat 2022 bedroeg € 2,9 miljoen positief, voor mutaties reserves. Het eigen vermogen begin en ultimo 2022 bedroeg resp. € 29.757.000,- en € 29.395.000,-. Het vreemd vermogen begin en ultimo 2022 bedroeg resp. € 4.632.000,- en € 8.234.000,-.

Overige relevante gegevens en risico’s

Per 1 januari 2015 is de Participatiewet van kracht. Dit betekent dat de Sociale Werkvoorziening op slot is en er geen nieuwe instroom in de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) meer mogelijk is. Dit betekent dat het aantal Wsw medewerkers bij WSD vanaf 1 januari 2015 door natuurlijke uitstroom afneemt (geraamde uitstroom 2022 is 6% van het huidig personeelsbestand). De financiering van de Wsw loopt vanaf 1 januari 2015 via de Participatiewet (integratiefonds) en is dus geen apart budget meer. De huidige Gemeenschappelijke regeling is opgericht om de Wet Sociale Werkvoorziening uit te voeren voor de deelnemende gemeenten. Op basis van de lokale plannen en daarbij horende nieuwe risico-inschatting bekijkt het dagelijks bestuur van de WSD in 2024 welke algemene reserve van de WSD aangehouden kan worden.

Begroting 2025 | 97

Hart van Brabant, gevestigd te Tilburg. Doelstelling

Een netwerksamenwerking van Brabantse gemeenten om vanuit het publieke domein de ontwikkeling van de regio Midden-Brabant – uitgaande van het beginsel van lokale autonomie – te faciliteren en stimuleren. Maatschappelijke uitdagingen op gebied van Mens & Samenleving, Economie en Leefomgeving & Milieu worden gezamenlijk opgepakt.

Publiek belang en reden voor deelname

Schaalgrootte is nodig op verschillende, gemeentegrens overstijgende, thema’s om toekomstgericht te zijn. Grote maatschappelijke opgaven zoals in het sociaal domein kunnen alleen opgepakt worden in samenwerking. Net als de grote opgaven op gebied van milieu en energiegebruik.

Wijze van samenwerking

Een gezamenlijk opgestelde kernagenda is uitgangspunt voor diverse uitvoeringsprojecten. Hierop sturen portefeuillehouders (bestuurders uit deelnemende gemeenten) werkgroepen aan. Gemeenschappelijk overleg vindt plaats op de Hart van Brabant-dag, die vier keer per jaar plaatsvindt. Op deze dag is bestuurlijke vertegenwoordiging van alle gemeenten in Midden-Brabant aanwezig.

Zeggenschap van de gemeente

Het aantal deelnemende gemeenten is elf. Elke gemeente heeft één gelijke stem. Alle burgemeesters vormen het algemeen bestuur. Er is een dagelijks bestuur met vertegenwoordiging van enkele gemeenten.

Financieel belang

De bijdrage van de gemeente Oisterwijk in 2024 is € 149.000,- (€ 4,51 per inwoner). Het geprognotiseerde eigen vermogen 2024 bedraagt € 103.000,-. Het geprognotiseerde vreemd vermogen 2024 bedraagt € 1.732.000,-.

Overige relevante gegevens en risico’s

N.v.t.

Begroting 2025 | 98

Midpoint Brabant, gevestigd te Tilburg. Doelstelling

Als economisch samenwerkingsprogramma van Midden-Brabant fungeert Midpoint Brabant als schakel tussen bedrijven, overheden (inclusief de samenwerkende gemeenten van Regio Hart van Brabant), onderwijs- en kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. Dit wordt een multihelix samenwerking genoemd. Hiermee worden maatschappelijke uitdagingen op gebied van economie gezamenlijk opgepakt en wordt de ontwikkeling van de regio Midden-Brabant gefaciliteerd en ondersteund.

Publiek belang en reden voor deelname

Schaalgrootte is nodig op verschillende, gemeentegrens overstijgende, thema’s om toekomstgericht te zijn. Midpoint Brabant heeft drie hoofdtaken: ecosysteemontwikkeling en programmamanagement, projectontwikkeling en -realisatie, en start-up en mkb-dienstverlening.

Wijze van samenwerking

De elf gemeenten in de gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant (RHvB) werken samen aan economische thema’s binnen Midpoint Brabant. De portefeuillehouders (bestuurders uit deelnemende gemeenten) sturen op de inhoud. Gemeenschappelijk overleg vindt met name plaats op de Hart van Brabant-dagen, die 4 keer per jaar plaatsvinden. Op deze dag is bestuurlijke vertegenwoordiging van alle deelnemende gemeenten in Midden-Brabant aanwezig.

Zeggenschap van de gemeente

Vanaf 2025 verandert de governance van Midpoint Brabant (onder voorbehoud van positieve besluitvorming door de deelnemende colleges en gemeenteraden). De aansturing en financiering van Midpoint Brabant vanuit de deelnemende gemeenten wordt via Regio Hart van Brabant (RHvB) ingericht. Regio Hart van Brabant neemt deel in de stichting Midpoint Brabant en benoemt een aantal bestuurders van deze stichting. Door de wijzigingen in governance worden de inhoud van de kernagenda RHvB en de financiële bijdrage aan Midpoint Brabant via de begroting van RHvB aan elkaar gekoppeld.

Financieel belang

De bijdrage van de gemeente Oisterwijk in 2025 is geprognosticeerd op € 167.469 (€ 4,70 per inwoner en een bijdrage van € 12.467 aan de Stimuleringsregeling Maatschappelijke Innovatie). De volledige begroting bedraagt voor 2025 € 5.866.215.

Overige relevante gegevens en risico’s

N.v.t.

Begroting 2025 | 99

Stadsgewest ‘s-Hertogenbosch Doelstelling

Het beheer van de gesloten stortplaats De Vlagheide, behartiging van de belangen van het Stadsgewest, alsmede de zogeheten contractgemeenten binnen de Bestuursraad van het Provinciale Nazorgfonds.

Publiek belang en reden voor deelname

In verband met de opsplitsing van de gemeente Haaren is de gemeente Oisterwijk toegetreden tot de GR Stadsgewest ’s-Hertogenbosch. Gemeente Oisterwijk is daarom nu formeel deelnemer van deze GR.

Wijze van samenwerking

GR Stadsgewest ’s-Hertogenbosch

Zeggenschap van de gemeente

1,62%

Financieel belang

In 2020 is reeds een gedeelte van de risico’s verlaagd doordat het negatieve eigen vermogen van het stadsgewest is verlaagd. De kosten hiervoor, zijn destijds nog ingebracht door de voormalige gemeente Haaren. De bijdrage van de gemeente Oisterwijk bedraagt in 2025 € 5.546,(gebaseerd op inwoneraantal oude gemeente Haaren). Het geprognotiseerde eigen vermogen 2024 bedraagt -€ 1.518.000,-. Het geprognotiseerde vreemd vermogen 2024 bedraagt € 2.500.000,-.

Overige relevante gegevens en risico’s

Tussen provincie en exploitanten van de vuilstortplaatsen is afgesproken dat het huidige convenant zal worden verlengd tot 2029. Hiermee zal de overdracht van de vuilstortplaats aan Vlagheide in Schijndel niet eerder dan in 2029 worden overgedragen aan de provincie. Het doel hiervoor is tweeledig. Allereerst zal met de huidige rekenrente het doelvermogen dusdanig hoog zijn dat dit tot onevenredige kosten voor de deelnemende gemeenten zal leiden. Ten tweede is er een onderzoek gestart voor kostenverlaging van de nazorg. Er is een overlegstructuur opgezet met meerdere werkgroepen (juridische zaken, techniek, financiën en lobby voor nieuwe wetgeving). De jaarlijkse lasten van het beheer van de stortplaats worden vanaf 2021 gedekt uit een bedrag per inwoner. Onderliggende verdeelsleutel is het inwonertal per 1 januari 1998 (datum in liquidatie gaan van het Stadsgewest). De bijdrage neemt de komende jaren af.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14571258/1