CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Concept- Begroting 2025 en MJB 2026-2028

RAAD 30 mei 2024, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Jaarrekening 2023 en ontwerpbegroting 2025 WSD - AANVAARD13.993 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting

2025 Financiële

meerjarenraming 2026 t/m 2028

Begroting WSD 2025 Financiële Meerjarenraming WSD 2026 t/m 2028

Boxtel, 27 maart 2024

WSD Postbus 173 5280 AD Boxtel tel. 0411–650 111

Inhoud

Beleidsbegroting 1. Algemene toelichting op de begroting en meerjarenraming

4

2. Verbonden partijen

10

3. Weerstandvermogen

13

4. Financiering

18

5. Onderhoud kapitaalgoederen

18

6. Rechtmatigheid

18

7. Wet Open overheid

19

Begroting 2025 en Financiële meerjarenraming 2026-2028 8. Begroting 2025 en Financiële meerjarenraming 2026-2028

20

9. Uitgangspunten en toelichting

22

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Gemiddelde bezetting WSD 2023 - 2028 Bezetting niet-gesubsidieerd personeel (NGA) 2023-2028 Investeringsoverzicht 2023-2028 Ontwikkeling voorzieningen 2023-2028 Overzicht leningen en rente en afschrijvingen 2023-2028 Overzicht bijdragen gemeenten in de bestuurs- en indicatiekosten 2024-2025 Ontwikkeling bestemmingsreserves 2023-2028 Specificatie onttrekking bestemmingsreserves 2025 A. Uitgangspunten B. Ontwikkeling algemene reserve 10. Overzicht taakvelden 2025 11. Specificatie incidentele baten en lasten 2024-2028

2

Beleidsbegroting WSD

3

1. Algemene toelichting op de begroting en meerjarenraming

1.1. Inleiding Het is een onrustige tijd waarin de diverse crises elkaar opvolgen en ons allemaal meer of minder raken en om aandacht vragen. Er zijn een groot aantal ontwikkelingen waar we mee te maken hebben. Naast de oorlog in Oekraïne en de Gazastrook die effect hebben op de europese en wereldeconomie zijn er ook op allerlei andere vlakken crisissituaties. Van stikstofcrises en energiecrises tot aan de persoonlijke crisis waar onze medewerkers doorheen gaan door de behoefte aan bestaanszekerheid. Al deze onderwerpen bepalen in meer of mindere mate hoe we ons als WSD ontwikkelen en welke keuzes we maken om ons steeds weer aan te passen aan de wisselende omstandigheden. Met de inzet van alle medewerkers en onze stakeholders is dat boven verwachting goed gelukt. Enerzijds ontwikkelt WSD zich naar een steeds wendbaardere organisatie en anderzijds houden we samen met onze gemeenten vast aan onze missie en koers. De kern daarvan is zoveel mogelijk mensen die erop aangewezen zijn te ondersteunen in hun ontwikkeling naar en in werk. Deze begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 is opgesteld vanuit de vastgestelde koers “Gezamenlijk Doorontwikkelen” en de uitwerking hiervan in de gemeentelijke lokale plannen.

1.2. Missie en Visie WSD WSD maakt het verschil voor mensen. Wij geloven in een maatschappij waarin iedereen volwaardig en naar vermogen kan meedoen. Daarom kunnen en willen we niet accepteren dat er mensen zijn die niet volwaardig kunnen participeren, enkel en alleen omdat ze een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Op basis van deze visie heeft het bestuur WSD als missie meegegeven: het matchen, inzetten en ontwikkelen van zoveel mogelijk mensen die vallen onder de Participatiewet. WSD maakt dit gemakkelijk en aantrekkelijk voor gemeenten en werkgevers. Samen creëren wij duurzame kansen in werk. Al meer dan 65 jaar voert WSD diverse wettelijke regelingen uit op het gebied van toeleiding naar en in werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat gebeurt in opdracht van de negen samenwerkende gemeenten Best, Boxtel, Meierijstad, Nuenen, Oirschot, Oisterwijk, Sint-Michielsgestel, Son en Breugel en Vught. Het doel dat WSD nastreeft is ontwikkeling van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar zo regulier mogelijk werk. Dat is de politieke opdracht vanuit de wet en van onze gemeenten. WSD hanteert hier leerwerk en praktijkleerlijnen waarin mensen zich in en door werk verder ontwikkelen. De professionals van WSD hanteren de methode “sturen als zelfsturing” om medewerkers zoveel mogelijk in hun kracht te zetten.

Uit onderzoek blijkt dat medewerkers het meest tevreden zijn als ze op een reguliere plek werken en dat dit vaak ook financieel het meest voordelig is. Het blijft vanzelfsprekend dat WSD ook altijd een plaats biedt aan mensen die aangewezen zijn op beschutte werkplekken met veel begeleiding.

1.3. Gezamenlijk doorontwikkelen en lokale plannen De invoering van de Participatiewet in 2015 heeft stevige gevolgen voor gemeenten en WSD. Daarom is in 2014 besloten om gezamenlijk een traject in te gaan om de koers van WSD opnieuw te bepalen. Na een gedegen proces met een doorlooptijd van bijna 4 jaar is in juli 2020 de nieuwe koers vastgesteld die is uitgewerkt in een drietal pijlers. De Gemeenschappelijk Regeling WSD blijft de basis voor de samenwerkende tien (inmiddels negen) gemeenten. De basisdienstverlening van WSD richt zich op inwoners met de achtergrond Wsw en de nieuwe doelgroepen Participatiewet. De ontwikkeling van de basisdienstverlening van de gemeenschappelijke regeling wordt beschreven onder de hierna genoemde punten een en twee. Aanvullend voor onze doelgroepen in het Sociaal Domein worden plusdiensten ontwikkeld. Dit is hieronder beschreven in punt drie: 1. Ontwikkel gezamenlijk de lokale infrastructuur door. Gemeenten zijn unaniem in hun wens om de krachten van WSD zo lokaal mogelijk te bundelen met andere maatschappelijke partners. Door een intensievere en nabije 4

samenwerking verwachten we dat we beter kunnen gaan inspelen op de behoefte van inwoners. We werken gezamenlijk toe naar het stapsgewijs ontwikkelen van een zo veel mogelijk lokale (en fysieke) infrastructuur, onder gelijktijdige afbouw van de centrale infrastructuur. Dit is onderdeel van de basisdienstverlening die met tien deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling wordt overeengekomen. De lokale infrastructuur heeft het open karakter van een ‘supermarkt’ en heeft als doel om niet alleen lokale oplossingen te bieden aan inwoners maar ook om een bijdrage te leveren aan een inclusieve samenleving. Dit kan bijvoorbeeld doordat het een plek of netwerk is waar inwoners terecht kunnen voor advies of voorlichting, voor een kop koffie, voor het bekijken van vacatures, voor groepsbijeenkomsten etc. We stellen voor dat op basis van de lokale uitgangssituatie afspraken gemaakt worden over de verschijningsvorm van deze lokale infrastructuur, over welke organisaties hierin deelnemen en hoe de onderlinge rolverdeling is. Hierbij haken we zoveel mogelijk aan bij de al aanwezige of te ontwikkelen sociale en gemeentelijke infrastructuren in de gemeenten. 2. Ontwikkel een WSD breed expertisecentrum.

WSD heeft zich in de loop van de experimenten ontwikkeld tot expertisecentrum, waar inen externe projectleiders, beleidsmedewerkers en uitvoerenden gezamenlijk innoverende vormen van dienstverlening hebben ontwikkeld. Daarbij anticiperend op verandering in weten regelgeving binnen het brede sociale domein. Tevens wordt vanuit dit centrum de lobby naar landelijke gremia vorm en inhoud gegeven. Bijvoorbeeld op de mogelijkheden om tot cao-afspraken te komen of de gevolgen van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) af te wenden. Deze expertise en lobby wordt door alle gemeenten gewaardeerd en als belangrijke meerwaarde van de GR gezien. Het advies is dan ook om dit expertisecentrum verder door te ontwikkelen tot een community voor trajectconsulenten van WSD, casemanagers en beleidsmedewerkers van gemeenten. Expertise en kennis worden daar gedeeld en nieuwe innovatieve producten en diensten worden ontwikkeld. Er vinden (wekelijks) bijeenkomsten plaats om elkaar te versterken, de solidariteit van de GR te voeden en bij te dragen aan de professionaliteit van de deelnemers. Dit biedt ook een basis om te zorgen dat we maximaal complementair zijn aan elkaar en de uitvoering efficiënt en effectief vorm wordt geven. Daarnaast investeert WSD maximaal in haar aanwezigheid binnen het lokale netwerk van elke gemeente.

En waar mogelijk in de ontwikkeling van een ‘supermarkt’, zoals hiervoor omschreven. WSD laat haar trajectconsulenten voor en op locatie bij gemeenten werken, waarbij hun onderlinge samenhang en de verankering met WSD geborgd blijft middels de community. Ook het expertisecentrum is onderdeel van de basisdienstverlening die met de deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling wordt overeengekomen. 3. Ontwikkel de plusdiensten verder door. De plusdiensten zijn de zogenaamde re-integratiediensten die de gemeenten bij WSD inkopen. De re-integratiediensten zijn als producten beschreven in de dienstenportfolio van WSD. Per dienst is beschreven voor welke doelgroepen het product geschikt is, het doel wat we willen bereiken met de inzet van het product, de looptijd etc. De afspraken over inkoop van diensten regelen gemeenten en WSD gezamenlijk in een contractspecificatie. In de contractspecificatie noemen we dan alleen het product en wat het kost. Casemanagers kopen op basis van het dienstenportfolio en de contract-specificatie producten in en dat is dan het traject voor die klant. Op deze wijze leveren we maatwerk voor de klanten. WSD en gemeenten ontwikkelen voortdurend gezamenlijk nieuwe diensten. Basis daarvoor is de vraag vanuit gemeenten. Ontwikkeling van nieuwe diensten gebeurt grotendeels vanuit het expertisecentrum.

5

1.4. Algemene toelichting op de begroting en meerjarenraming Koers en Lokale plannen Het Algemeen bestuur van WSD heeft na een uitgebreide ambtelijke en bestuurlijke voorbereiding in juli 2020 de koers “Gezamenlijk doorontwikkelen” vastgesteld. Vervolgens zijn de negen gemeenten samen met WSD gestart met het opstellen van lokale plannen. In deze lokale plannen wordt invulling gegeven aan de lokale verankering van WSD, afstemming van de prioriteiten van de gemeenten en het aanpassen van de organisaties van WSD en de gemeenten aan de nieuwe samenwerking. De lokale plannen zijn binnen elke gemeente uitvoerig besproken in de colleges en raden. Volgens het oorspronkelijk koersplan vindt in de periode 2021 tot en met 2025 de uitvoering van de lokale plannen plaats. Het gaat om het opzetten en verder uitbouwen van de samenwerking met de gemeenten om de basis dienstverlening vorm te geven, het opzetten van het gezamenlijke expertisecentrum “De Kenniskompanie” en het optimaliseren van de plusdiensten. Met de keuze van de gemeenten en het bestuur voor het “break even scenario” ligt er een financieel fundament onder deze plannen en de begroting. En hoewel het landelijke speelveld van de Participatiewet (PW), inclusief de beschikbare macrobudgetten en de budgetverdeling instabiel is, is door de keuze van de gemeenten één van de grootste onzekerheden voor WSD weggenomen.

De voortgang van de lokale plannen worden in elke bestuursvergadering besproken. Ook in de ambtelijke kwartaaloverleggen staat de voortgang standaard op de agenda. Op 16 november 2022 zijn tijdens een raadsinformatiebijeenkomst raadsleden van de deelnemende gemeenten door projectleiders en beleidsmedewerkers bijgepraat over de voortgang van de lokale plannen. Het Algemeen bestuur van WSD heeft als einddoel van de koers gekozen voor het breakevenscenario. Concreet betekent dat WSD tenminste 2.100 personen met een SW- of een PWdienstverband in dienst heeft of via WSD direct zijn geplaatst en begeleid bij een externe werkgever. Met dit volume is WSD in staat een sluitende exploitatie te realiseren, waarbij er ook ruimte is om het gezamenlijke expertisecentrum te bekostigen. Na het vaststellen in juli 2020 van het koersdocument ‘Gezamenlijk doorontwikkelen’ is er door het Algemeen bestuur een bestemmingsreserve lokale plannen gevormd van € 2,6 mln. Dit budget is bedoeld ter dekking van “de noodzakelijke additionele kosten die gemeenten moeten maken boven op hun beschikbare capaciteit en middelen om de lokale plannen uit te voeren”. Ten behoeve van de gemeenten staan begin 2021 ter beschikking de reserve lokale plannen ad € 2,6 mln., en de stimulusreserve ad € 6,7 mln.

Om de organisatie van WSD aan te passen aan en de koers en lokale plannen en is de reserve doorontwikkeling WSD ad € 1,3 mln. gevormd. Het Algemeen bestuur heeft in juli 2021 besloten tot de vorming van de Reserve Stimulus. Deze reserve had de doelstelling ter financiering van de begeleidingskosten van medewerkers uit de PW voor zover die kosten de begeleidingsbudgetten die het rijk aan de gemeenten beschikbaar stelt te boven gaan. Middels besluitvorming van het Dagelijks bestuur in februari 2023 en het Algemeen bestuur in juli 2023 is er bijgestuurd op het bovenstaande: uit het positieve resultaat 2022 is een dotatie gedaan aan de Bestemmingsreserve doorontwikkeling WSD van € 0,82 mln. ten behoeve van additionele kosten die WSD moet maken om de organisatie aan te passen aan de lokale plannen en veranderingen in de PW. De Bestemmingsreserve Lokale plannen gemeenten wordt in stand gehouden en ultimo 2026 wordt bezien wat daarvan eventueel resteert. Er wordt onverminderd veel werk verzet, zowel door de gemeenten als door WSD, waarbij de samenwerking verder is geïntensiveerd. Echter ook veel van de afgelopen jaren gesignaleerde belemmeringen, blijven onverminderd van kracht:  De instroom staat nog steeds onder druk en kost meer moeite dan destijds ingeschat.

Zoals bekend zijn met de invoering van de PW de oude instroomkanalen van mensen die op aangepast werk aangewezen verbroken. Het blijft dan ook een continue inspanning om dit netwerk levend te houden.  We willen inzetten op het doorontwikkelen van ons aanbod voor een brede diversiteit aan doelgroepen: * Anderstaligen met een andere achtergrond vragen extra investeringen in cultuurdiversiteit. * Een grote groep jongeren en mensen met psychiatrische en gedragsproblemen.

6

* Langdurig werklozen met een zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt. Met betrekking tot de aanpassingen van onze werkwijzen en gewijzigde eisen aan onze professionals hebben we inmiddels stappen gezet, maar forse vervolgstappen zitten nog (de komende jaren) in de pijplijn. Mede in het kader van het Breed offensief is in 2022 gestart met de instroom van de brede doelgroep (Nug en UWV). Helaas waren de resultaten van de pilot met het UWV afgelopen jaar teleurstellend. Extra inspanning is in 2024 (en verder) gepland om de werving brede doelgroep te intensiveren. De wet- en regelgeving en ook de financieringsstructuur is inmiddels negen jaar na de invoering van de PW nog steeds instabiel. Omdat WSD een van de koplopers in het land is, lopen we vaak als een van de eerste tegen problemen aan. Het beïnvloeden en vertalen van nieuwe regels naar een werkbare praktijk kost nog steeds tijd en energie. WSD beschikt sinds jaar en dag over twee kernapplicaties welke niet of slechts ten dele naar de Cloud gebracht kunnen worden. Alhoewel deze systemen functioneel momenteel nog aan onze minimale eisen voldoen, wordt de discussie over de toekomstbestendigheid hiervan inmiddels gevoerd. Dit zowel vanuit het oog van efficiency als vanuit informatiebeveiliging.

Uitfasering of in elk geval vervanging van deze zogeheten legacy-systemen zal zeer waarschijnlijk in de nabije toekomst plaats gaan vinden, maar is nog onderwerp van studie. Daaruit zullen alternatieven, planning en bijbehorende kosten naar voren komen. Ten slotte is het onderwerp van Informatiebeveiliging op de WSD-agenda verschoven naar een meer prominente plek met dito prioriteit. Dit brengt ook nieuwe en onvoorziene kosten met zich mee (zoals o.a. ook vanuit de VNG is geadviseerd).

Ontwikkelingen wet- en regelgeving en financiering Sinds de invoering van de Participatiewet is het realiseren van een sluitende businesscase voor de gesubsidieerde banen op grond van de Participatiewet als een mission impossible bestempeld: de rijksfinanciering is volstrekt ontoereikend om ook maar in de buurt van een kostendekkend model te komen. Vanuit zowel sociale ontwikkelbedrijven, gemeenten als de brancheverenigingen Cedris en Divosa is veel geïnvesteerd in de lobby om te komen tot betere financiering. Dit is een kwestie van de lange adem. In de tussentijd is binnen WSD nagedacht over een manier om de instroom van Participatiewetters, ondanks het financieringstekort, op gang te houden. Het Algemeen bestuur heeft in juli 2021 besloten tot de vorming van de Reserve Stimulus. Deze reserve was in eerste instantie bestemd voor de financiering van de begeleidingskosten van medewerkers uit de PW voor zover die kosten de begeleidingsbudgetten die het rijk aan de gemeenten beschikbaar stelt te boven gaan en daarmee de financiële barrière bij onze gemeenten, om mensen uit de doelgroep aan werk te helpen, weg te nemen. Doelgroep LKS- regulier In 2020 is het budget voor de begeleidingsvergoeding van LKS- regulier overgeheveld naar de algemene uitkering waarmee voor deze groep de stap is gemaakt naar vergoeding op basis van realisatie (P * Q).

Eerder is dat al gebeurd met het budget voor de loonkostensubsidie. Het volumeprobleem vanuit de Rijksfinancieringssystematiek is hiermee opgelost. Dit betekent dat dus ook Nuggers onbeperkt en zonder financieel risico voor gemeenten naar werk toegeleid kunnen worden. Gemeenten (waaronder veel uit WSD-gebied) die veel banen met LKS uitvoeren krijgen door deze overheveling meer begeleidingsbudget. De WSD gemeenten zijn er hierdoor wat betreft budget flink op vooruit gegaan. N.B. Met de toevoeging van het begeleidingsbudget aan de algemene uitkering veert het begeleidingsbudget nu mee met de trap-op-trap-af systematiek van de rijksoverheid: als het rijk minder gaat uitgeven zakt het begeleidingsbudget. Dat is een cyclisch patroon (laagconjunctuur leidt tot bezuinigingen), terwijl de exploitatie van WSD een meer anticyclisch patroon kent (meer instroom en lagere bedrijfsopbrengsten in tijden van laagconjunctuur). Vooralsnog gaan we ervan uit dat dit risico geen grote gevolgen heeft voor het benodigde weerstandvermogen van WSD. Doelgroep Beschut Het ministerie van SZW heeft voor Beschut werk eenzelfde soort verdeelmodel op basis van Q* P (aantal * prijs) in voorbereiding. Hierdoor zal het volumeprobleem ook voor de doelgroep Beschut worden opgelost. Ook hier geldt dan dus dat Nuggers onbeperkt en zonder financieel risico voor gemeenten naar werk toe-geleid kunnen worden.

7

Belangrijke constatering is dat reeds nu het beschikbare totale begeleidingsbudget voor Beschut dusdanig ruim is dat er geen enkele belemmering is om elke inwoner die daarvoor in aanmerking komt, dus ook Nugggers, toe te leiden naar een LKS-baan. Bovenstaande oplossing op de Q-component is slecht één onderdeel van de businesscase van de PW. Resteert nog de P-component. De P-component in de financiering van de PW is nu de belangrijkste oorzaak van de negatieve businesscase PW. Door maatregelen in de beloningssfeer van de PW in afgelopen jaren staat de businesscase steeds verder onder druk (Cao Aan de slag, pensioen, Wml stijging met meer dan 20% vanaf 2022, maar ook de gemiddeld intensievere begeleiding). Dit blijkt ook uit de actualisatie van de businesscase PW vanuit de begroting 2024. Het negatieve subsidieresultaat per persoon PW bij WSD bedraagt in 2024 ca. € 4.150 per persoon (€ 5.600 per fte). Het Rijk onderneemt inmiddels wel kleine stappen om de financiering te verbeteren onder de vlag van stimulans van beschutte werkplekken. Zo wordt vanaf 2024 de begeleidingsvergoeding voor Beschut verhoogd met € 2.157 per persoon. Aangezien de doelgroep beschut slechts een deel van de totale PW-populatie betreft is dit over het geheel gezien slechts een beperkte bijdrage in het tekort van de negatieve businesscase PW.

In haar kamerbrief van juli 2023 heeft de minister op basis van een tweetal onderzoeken van APE (stand van zaken Beschut werk) en Berenschot (toekomstbestendigheid sociaal ontwikkelbedrijven) geconcludeerd dat financiële maatregelen nodig zijn om de doelstellingen van Participatiewet te realiseren. Zij heeft daartoe een aantal maatregelen genomen en budgetten vrij gemaakt. De bovengenoemde verhoging van de begeleidingsbijdrage Beschut is er daar één van. SWZ onderkent dat er extra maatregelen nodig zijn om de doelstellingen van de Participatiewet te realiseren. Met de kamerbrief van 21 december 2023 worden een 3-tal varianten voor versterking van de infrastructuur benoemd met daarbij verschillende doelstellingen qua nagestreefde omvang van plaatsingen beschut en de tussengroep die (nog) niet via reguliere werkgevers in een P-baan geplaatst kan worden. Voorkeur van de minister gaat uit naar een variant waarin realisatie van een basisinfrastructuur gekoppeld aan 30.300 beschutte banen in 2048 en daarnaast in 2048 10.000 banen voor andere doelgroepen die nog niet regulier aan het werk kunnen, de doelstelling is. Voor de transformatie van de sociale ontwikkelbedrijven wordt in 2024 éénmalig € 64 mln. en voor de periode 2025 tot 2035 totaal € 330 mln. in tranches beschikbaar gesteld.

Over de wijze waarop deze middelen beschikbaar komen voor de sociale ontwikkelbedrijven loopt nog onderzoek. Ter stimulering van de realisatie van 10.000 extra nieuwe banen naast de beschutte werkplekken komt vanaf 2025 voor de komende 24 jaar structurele middelen beschikbaar volgens een groeimodel van 400 extra plaatsen per jaar leidend tot 10.000 plaatsen in 2048 waarbij het bedrag jaarlijks oploopt tot uiteindelijk € 34,7 ml. in 2048. Voor 2025 is dit een bedrag van € 3.465 per fte. Hoe dit gaat landen bij de sociale ontwikkelbedrijven is op dit moment nog onbekend. In het voorjaar 2024 zal dit via de gebruikelijke circulaires worden uitgewerkt. Maar ook met deze budgetaanpassing is de businesscase Participatiewet nog bij lange na niet sluitend. In de vergadering van het dagelijks bestuur van 20 maart 2024 is mede in het licht van voorstaande ontwikkelingen een update gegeven over de stand en de benodigde omvang van de diverse reserves lokale plannen, doorontwikkeling en Stimulus. Dit heeft geleid tot de volgende besluiten: 1.

Het weerstandsvermogen fractioneel aanvullen met € 0,2 mln. op basis van de geactualiseerde berekening volgens het model Deloitte.

2.

Uit het positieve resultaat 2023 een aanvulling te doen aan de Bestemmingsreserve doorontwikkeling WSD van € 0,45 mln. Deze heeft vooral betrekking op de werving brede doelgroep en de verhoogde aandacht voor informatiebeveiliging en de mogelijke acties voortvloeiend uit de legacy systemen.

8

3.

De Bestemmingsreserve Lokale plannen gemeenten in stand te houden en ultimo 2026 te bezien wat daarvan eventueel resteert.

4.

Een bestemmingsreserve Duurzaamheid te vormen van € 0,4 mln. om daarmee de hogere afschrijvingen als gevolg van hogere uitgaven aan verduurzaming komend jaar op te vangen.

5.

De Stimulus reserve ongemoeid laten. Vooralsnog is er geen noodzaak tot onttrekking noch dotatie. De komende jaren is deze reserve in te zetten om te zorgen dat het subsidieresultaat SW + PW van WSD elkaar minimaal compenseert. Dit zal zo ook in de begroting WSD 2025 en de meerjarenraming 2025 t/m 2028 worden opgenomen.

6.

Bovenstaande te verwerken in de jaarstukken en deze in juli 2024 ter besluitvorming voor te leggen aan het Algemeen bestuur.

Tot nu toe kon met het positieve subsidieresultaat Wsw het negatieve subsidieresultaat PW afgedekt worden. Met de daling van de Sw-populatie en de groei van de PW-bezetting bereiken we naar verwachting in 2025/2026 het omslagpunt. Om de aankomende begroting WSD 2025 en meerjarenraming 2026 t/m 2028 sluitend te houden zal dit negatieve subsidieresultaat worden afgedekt door inzet van de Stimulusreserve. Gezien de huidige economische situatie, de duur van de kabinetsformatie en het door het Rijk voorspelde Ravijn in de financiering via het gemeentefonds is de kans klein dat in het komend jaar, maar ook in de jaren daarna, de financiering structureel verbetert. Naar verwachting zullen we jaarlijks de benodigde omvang van de stimulusreserve opnieuw moeten beoordelen en zo nodig aanvullen.

9

2. Verbonden partijen Organigram In het organigram hierna is de organisatie van WSD inclusief verbonden partijen weergegeven per 31 december 2023. De organisatiestructuur is gebaseerd op twee grote bedrijfsonderdelen: Participatie en Werk & Ontwikkeling. De divisie Participatie is vooral gericht op de instroom van doelgroepmedewerkers en de levering van maatwerk richting gemeenten. Onder de Participatiewet hebben de gemeente de regie op de keuzes voor welke beleidsterreinen (Jeugd, WMO, Inburgering, Participatie) zij van belang achten, welke concrete doelen er gesteld worden, wie de uitvoering voor zijn rekening neemt en hoeveel budget er beschikbaar is. Dit vraagt om maatwerk van zijde van WSD waarbij continue innovatie van dienstverlening en ketensamenwerking, profilering richting bestuur, raden en ambtelijke professionals en het borgen van de financiering van groot belang zijn. De divisie Werk & Ontwikkeling focust zich volledig op de uitvoering. Daarom zijn alle werkgerelateerde activiteiten binnen deze divisie gebundeld. Arbeidsontwikkeling in lijn met de wensen van de gemeenten, ontwikkeling van de werkportfolio en het commercieel slim en efficiënt inzetten van de arbeidsvermogens van alle doelgroepmedewerkers.

Verbonden entiteiten. Hieronder volgt een nadere toelichting op de verbonden partijen die vallen onder de invloed van het bestuur van WSD. Stichting Blizo De Stichting Blizo-werkgemeenschap, gevestigd te Vught, is opgericht op 9 november 1971. Het doel is het bevorderen van de deelname van visueel en anderszins beperkten aan het maatschappelijk economisch productieproces, onder andere door het verschaffen van aangepast werk. In 1994 is een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de gemeenschappelijke regeling WSD en in 1999 is een nieuwe overeenkomst gesloten waarin is opgenomen dat het bestuur van WSD en het bestuur van Blizo een personele unie vormen. In de loop der jaren zijn de activiteiten van Blizo en WSD steeds meer verweven geraakt wat in 1998 heeft geleid tot een vereenvoudiging van de administratieve processen rondom Blizo door enkel de kernactiviteiten van de stichting bij Blizo vast te leggen en de reguliere productieprocessen bij WSD.

10

De financiële positie van Blizo is goed en hieruit vloeien vooralsnog geen risico’s voort zoals onderstaande cijfers illustreren: Eigen vermogen ultimo 2022 Prognose eigen vermogen ultimo 2023 (voor resultaatbestemming) Prognose gerealiseerd resultaat 2023 (positief)

€ 1.655.000 € 1.695.000 € 40.000

Private structuur onder de gemeenschappelijke regeling WSD is vàn en vóór de gemeenten van de gemeenschappelijke regeling. WSD biedt haar diensten aan voor alle inwoners. WSD profileert zich hierbij als gemeenschappelijke regeling en dus als (publiek) verlengstuk van de gemeenten. WSD streeft naar duurzame partnerships met onder andere UWV Werkbedrijf en regionale private bedrijven. Dit in nauwe samenwerking met Werkpleinen en gemeenten. WSD kiest er bij voorkeur niet voor om deelnemer/mede-eigenaar te worden van private bedrijven, tenzij noodzakelijk uit strategische overweging. Hieronder wordt de huidige private structuur onder WSD op 31 december 2023 beschreven. WSD Holding B.V., gevestigd te Boxtel is per 24 maart 2003 opgericht met als doelstelling het oprichten en verwerven van, het deelnemen in, het samenwerken met en het voeren van de directie over andere ondernemingen, alsmede het (doen) financieren, ook door middel van het stellen van zekerheden, van andere ondernemingen, met name van die waarmee de vennootschap in een groep is verbonden. Kortom WSD Holding B.V. is een houdstermaatschappij die zelf geen activiteiten uitvoert, maar wel beleidsinvloed heeft op de dochterwerkmaatschappijen. De aandelen zijn voor 100% in handen van de gemeenschappelijke regeling WSD. De (geconsolideerde) financiële positie van WSD Holding B.V.

is goed en hieruit vloeien vooralsnog geen risico’s voort zoals onderstaande (voorlopige) cijfers illustreren: Eigen vermogen ultimo 2022 Prognose eigen vermogen ultimo 2023 (voor resultaatbestemming) Prognose gerealiseerd resultaat 2023 (positief)

€ 2.887.000 € 3.298.000 € 411.000

Werkpartners B.V. Werkpartners B.V., gevestigd te Boxtel, is voortgekomen uit de juridische omvorming per 1 januari 2015 van WSD Personeelsbeheer B.V.. WSD Personeelsbeheer B.V. gevestigd te Boxtel, is opgericht op 16 december 2003 met als doelstelling het tegen vergoeding detacheren van gesubsidieerd en niet-gesubsidieerd personeel naar WSD en haar B.V.’s. Werkpartners wordt in toenemende mate ingeschakeld bij het bieden van aangepaste arbeid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en wordt daarnaast ook ingezet worden bij de detachering van niet-gesubsidieerd personeel naar WSD, naar de deelnemende gemeenten en naar derden. De aandelen van Werkpartners B.V. zijn voor 100% in handen van WSD Holding B.V. Werksupport B.V. Werksupport B.V., gevestigd te Boxtel, is sinds 1 januari 2015 ingericht om op te treden als organisatie die invulling kan geven aan het werkgeverschap voor de doelgroep Participatiewet in een uitzendconstructie (toepassing CAO A.B.U.). Werksupport B.V. is voortgekomen uit de juridische omvorming van WSD In Werk B.V.. WSD In Werk B.V., gevestigd te Boxtel, is opgericht op 16 december 2003 met als doelstelling het uitvoeren van re-integratiediensten ten behoeve van de arbeidsmarkt in de meest ruime zin. Momenteel vinden er geen activiteiten plaats.

De toekomst zal duidelijk maken in welke mate werkgevers gebruik maken van de dienstverlening door Werksupport B.V. in het kader van de uitvoering van de Participatiewet. De aandelen van Werksupport B.V. zijn voor 100% in handen van WSD Holding B.V. WSD Participatie B.V., gevestigd te Boxtel, is opgericht per 31 maart 2010 met als doelstelling het ontwikkelen c.q. bieden van passende werkgelegenheid, oprichten en verwerven van, het deelnemen in, het samenwerken met, het besturen van, alsmede het (doen) financieren van ook door middel van het stellen van zekerheden, van andere ondernemingen. Kortom WSD Participatie B.V. is een participatiemaatschappij die zelf geen activiteiten uitvoert, tenzij door het uitoefenen van aandeelhoudersrechten in ondernemingen waarin wordt deelgenomen. De aandelen van WSD Participatie B.V. zijn voor 100% in handen van WSD Holding B.V. Het Goed Dommeldal B.V., statutair gevestigd te Emmeloord, is opgericht in mei 2010 door Het Goed Participatie B.V. (51%) en WSD Participatie B.V. (49%) met als doelstelling de exploitatie van een kringloopbedrijf. In het bijzonder de optimalisering van de inzameling en het hergebruik

11

van grof huishoudelijk afval en textiel, het scheppen van betaalde werkgelegenheid en mogelijkheden voor mensen met een grote achterstand op de arbeidsmarkt waaronder in het kader van de Wsw, het samenwerken met, het deelnemen in, het overnemen van en het besturen van andere vennootschappen en ondernemingen, het (doen) financieren, ook door middel van het stellen van zekerheden, van andere ondernemingen. WSD Participatie B.V. heeft een minderheidsbelang in Het Goed Dommeldal B.V. maar heeft middels statutair vastgelegde afspraken een beslissende stem op een aantal specifiek benoemde terreinen (onder andere benoeming en ontslag bestuurder en toezicht onderneming). Het Goed Dommeldal B.V. heeft per ultimo 2023 vier vestigingen in respectievelijk Best, Boxtel, Nuenen en Schijndel. De Schoonmaak Coöperatie U.A. De Schoonmaak Coöperatie U.A, statutair gevestigd te Boxtel, is opgericht in november 2012 door drie leden; WSD Holding B.V., Bossche Banen B.V. en BEPRO B.V.. In het licht van de nieuwe aanbestedingswet is de juridische structuur van De Schoonmaak Coöperatie heroverwogen en hebben de SW-bedrijven het lidmaatschap van de oprichters overgenomen per 31 december 2013. Dat betekent dat per die datum de gemeenschappelijke regeling WSD als lid deelneemt in De Schoonmaak Coöperatie.

De drie algemeen directeuren van Diamant-groep, Weener XL en WSD vormen samen de Raad van commissarissen van De Schoonmaak Coöperatie. Doelstelling van De Schoonmaak Coöperatie is het faciliteren en creëren van werkplekken voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt in een leer-werkbedrijf gericht op onder meer schoonmaak. De Schoonmaak Coöperatie is gevestigd in een deel van het pand van Blizo aan de Kettingweg in Vught. De Schoonmaak Coöperatie heeft de uitvoering van de schoonmaakcontracten van WSD, Weener XL en Diamant-groep overgenomen sinds 2012. Daartoe zijn en worden doelgroepmedewerkers waarvoor schoonmaak een passende werksoort is gedetacheerd vanuit WSD bij De Schoonmaak Coöperatie. Vanuit WSD-Groep zijn daarnaast 7 nietgesubsidieerde medewerkers gedetacheerd bij De Schoonmaak Coöperatie in staf- en kaderfuncties en zijn afspraken gemaakt over dienstverlening door WSD op het gebied van juridische zaken en PR en communicatie. De financiële positie van De Schoonmaak Coöperatie U.A. is goed en hieruit vloeien vooralsnog geen risico’s voort zoals onderstaande cijfers illustreren: Eigen vermogen ultimo 2022 (na resultaatbestemming) Eigen vermogen ultimo 2023 (voor resultaatbestemming) Voorlopig gerealiseerd resultaat: 2023 (positief)

€ 1.075.000 € 1.929.000 € 966.000

Stichting AANtWERK WSD is één van de initiatiefnemers van Stichting AANtWERK. Stichting AANtWERK, statutair gevestigd in Boxtel, is opgericht op 26 maart 2013. Stichting AANtWERK heeft als doel een platform te bieden voor ondernemers welke zich mede ten doel stellen maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en bedrijven in het kader van uitwisselingen, welke door de stichting worden geïnitieerd, met elkaar in contact te brengen en aan elkaar te binden. De financiële omvang van de stichting is zeer beperkt (totale exploitatie bedraagt minder dan € 150.000) en hieruit vloeien geen risico’s voort voor WSD-groep.

12

3. Weerstandvermogen Het Algemeen Bestuur heeft op 9 maart 2022 besloten tot herbevestiging van bestaand beleid voor de bepaling van het weerstandsvermogen en daarop volgende resultaatbestemming met een aantal aanpassingen en nieuwe besluiten. De aanpassingen hebben vooral betrekking op de resultaatbestemming en allocatie van het totale vermogen naar weerstandsvermogen en bestemmingsreserves. Ten aanzien van het weerstandsvermogen is besloten: 1. Bij de bespreking van de financiële stukken van WSD in het beleids- en financieel overleg met de gemeenten, er nadrukkelijk meer aandacht gegeven wordt aan de risico inschattingen en de berekening van de risico’s, zoals opgenomen in de jaarlijkse “Notitie weerstandsvermogen”. (Concern control van WSD zorgt voor een meer inzichtelijke en meer toegankelijke wijze van presenteren). Dit is vormgegeven door in samenwerking met BDO Advisory een visualisatie Weerstandsvermogen te ontwerpen die als bijlage bij deze notitie is opgenomen. 2. De instabiliteit van het landelijke stelsel en de financiering van de PW is gebleven. Niettemin is met de vaststelling van de koers van WSD en de lokale plannen van de gemeenten het risico van WSD afgenomen naar een gemiddeld niveau. Dat betekent dat het uitgangspunt voor de risicoberekening de minimum positie wordt. Er is dus niet langer sprake van een bandbreedte van minimum- en maximumomvang.

Jaarlijks wordt het weerstandsvermogen van WSD herijkt op basis van een geactualiseerde inschatting van de verschillende bedrijfs- en subsidierisico’s. De omvang van het berekende weerstandsvermogen kent vervolgens een directe relatie met de bestemming van het rekeningresultaat. Dit proces vindt al jaren volgens vast stramien plaats waarbij met name de grote onzekerheden in de omgeving waarin WSD opereert van wezenlijke invloed zijn op de risicobeoordeling. Uitwerking weerstandsvermogen 2024 Volgens het bestuursbesluit van 9 maart 2022 blijft het in de branche gangbare model voor de berekening van weerstandsvermogen van Deloitte het te hanteren instrument voor WSD. Voor de risico-inschatting zijn de koers van WSD (lokaal) en de ontwikkelingen rondom de PW en Wsw (landelijk) de belangrijkste kaders. Koers WSD Het Algemeen bestuur van WSD heeft na een uitgebreide ambtelijke en bestuurlijke voorbereiding in juli 2020 de koers “Gezamenlijk doorontwikkelen” vastgesteld. De komende jaren staan in het teken van het in samenwerking met de gemeenten opzetten en uitvoeren van lokale plannen, het verder ontwikkelen van het gezamenlijk expertisecentrum en van plusdiensten. Bestuur en gemeenten hebben gekozen voor het break even scenario met een volume van 2.100 doelgroepmedewerkers eind 2026. Hiermee ligt er een financieel fundament onder deze plannen.

En hoewel het landelijke speelveld van de Participatiewet (PW), inclusief de beschikbare macrobudgetten en de budgetverdeling instabiel is, is door de keuze van de gemeenten een belangrijk onderdeel van de grote onzekerheden voor WSD weggenomen. Door de coronacrisis heeft de uitwerking van de lokale plannen vertraging opgelopen die ook in 2023-2024 nog voelbaar is. Voor de verdere vormgeving van de lokale plannen zijn nog toereikende middelen beschikbaar via de bestemmingsreserve Lokale Plannen. Landelijke ontwikkelingen in PW en Wsw Vanuit de evaluatie van de Participatiewet in 2020 is de (inmiddels demissionaire) staatssecretaris van SZW gestart met het Breed offensief. Meer dan 20 maatregelen zijn aangekondigd en zijn in 2023 van kracht geworden. Het gaat van het invoeren van een landelijk preferent administratief proces, aanpassen van de no-risk polis, aanvraagrecht op no-risk, tot betere informatie voor werkgevers etc. Een aantal van die maatregelen raken de financiering van gemeenten vanuit de Participatiewet. Belangrijk is dat er een nieuwe financiering komt die gemeenten stimuleert om meer mensen te plaatsen. De aanpassingen in het Buigbudget en de overheveling van het begeleidingsbudget naar de Algemene uitkering waardoor gerealiseerde banen met LKS structureel betaalbaar blijven zijn een aantal goede stappen.

De financiering van de loonkostensubsidies is per 1 januari 2022 in positieve zin gewijzigd waarbij het realiseren van LKS-banen wordt beloond door extra financiering in latere jaren. Per 1 januari 2023 is ook de financiering van de begeleidingsvergoeding voor de reguliere Participatiebanen aangepast door overheveling van het 13

budget Nieuwe doelgroep Regulier naar het Gemeentefonds. De aanvankelijke onduidelijkheid over de herleidbaarheid van dit eerder duidelijk herkenbare begeleidingsbudget na opname in het gemeentefonds is inmiddels van tafel. Op verzoek van Cedris en Divosa heeft Bureau Berenschot een handreiking en rekenmodel ontworpen waarmee het begeleidingsbudget Regulier weer herkenbaar is per gemeente. Ook de financiering via het gemeentefonds voorzien in financiering op basis van realisatie voorgaand jaar, waarmee ook hier een incentive op plaatsing in banen met LKS is gerealiseerd. Daarmee is in elk geval de Q-component (hoeveelheid gerealiseerde banen) in de financiering van LKS-banen in belangrijke mate voorzien. Maar dit alleen is onvoldoende. De financiering (Pcomponent) van Participatiebanen met loonkostensubsidie is structureel onvoldoende om de business case rond te krijgen. Door de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans per 1 januari 2020, leidend tot een CAO voor de Participatiewet en een pensioenregeling zijn de kosten voor de gemeenten opgelopen met ca. 20% per arbeidsplaats PW. De stijging van het WML per 1 januari 2023 met 10,15% en de invoering van een Wettelijk Minimum uurloon per 1 januari 2024 o.b.v.

36 uur (verhoging van het WML met 7,46%) zorgen voor verdere verhoging van de kosten van een Participatiebaan die niet te financieren zijn vanuit de netto toegevoegde waarde van zo’n baan. In haar kamerbrief van juli 2023 heeft de staatssecretaris op basis van een tweetal onderzoeken van APE (stand van zaken beschut werk) en Berenschot (toekomstbestendigheid sociaal ontwikkelbedrijven) geconcludeerd dat financiële maatregelen nodig zijn om de doelstellingen van Participatiewet te realiseren. Zij heeft daartoe een aantal maatregelen genomen en budgetten vrij gemaakt. Er komt extra budget om de begeleidingsvergoeding Beschut vanaf 2024 structureel te verhogen met als doelstelling in 2048 30.300 beschutte werkplekken te realiseren. Hiervoor is budget oplopend van € 13,1 mln. in 2024 tot 64,7 mln. (structureel vanaf 2024) beschikbaar. Voor 2024 komt dit neer op een bedrag van € 2.157 per persoon. Streven van SZW is om vanaf 2025 de financiering op basis van realisatie te laten zijn. De wijze waarop dit te realiseren wordt nog onderzocht door SZW. Deze verhoging met € 2.157 per werkplek per jaar is binnen de businesscase beschut helaas niet meer dan een druppel op de gloeiende plaat. SWZ onderkent dat er extra maatregelen nodig zijn om de doelstellingen van de Participatiewet te realiseren.

Met de kamerbrief van 21 december 2023 worden een 3-tal varianten voor versterking van de infrastructuur benoemd met daarbij verschillende doelstellingen qua nagestreefde omvang van plaatsingen beschut en de tussengroep die (nog) niet via reguliere werkgevers in een P-baan geplaatst kan worden. Voorkeur van de minister gaat uit naar variant 2 waarin realisatie van een basisinfrastructuur gekoppeld aan 30.300 beschutte banen in 2048 en daarnaast in 2048 10.000 banen voor andere doelgroepen die nog niet regulier aan het werk kunnen de doelstelling is. Voor de transformatie van de sociale ontwikkelbedrijven wordt in 2024 éénmalig € 64 mln. en voor de periode 2025 tot 2035 totaal € 330 mln. in tranches beschikbaar gesteld. Over de wijze waarop deze middelen beschikbaar komen voor de sociale ontwikkelbedrijven loopt nog onderzoek. Ter stimulering van de realisatie van 10.000 extra nieuwe banen naast de beschutte werkplekken komt vanaf 2025 voor de komende 24 jaar structureel € 34,7 mln. beschikbaar volgens een groeimodel van 400 extra plaatsen per jaar leidend tot 10.000 plaatsen in 2048 waarbij het bedrag jaarlijks oploopt tot uiteindelijk € 34,7 ml. in 2048. Voor 2025 is dit een bedrag van € 3.465 per fte. Ook met deze budgetaanpassing is de businesscase Participatiewet nog bij lange na niet sluitend.

Een en ander betekent dat er bewegingen zijn richting een betere financiering van de Participatiewet maar om deze echt kostendekkend te laten zijn is nog steeds substantieel meer geld nodig. Met onze branchevereniging maken we ons hier de komende tijd sterk voor. Vooralsnog investeren WSD en gemeenten in nieuwe banen mede door inzet op het stimulusprogramma zodat de WSD-trein al volop rijdt en niet hoeft te wachten tot de regelgeving feitelijk wijzigt. Dankzij prudent beleid in het verleden is WSD ook in staat deze investeringen te doen zonder dat daarvoor gemeentelijke budgetten moeten worden ingezet. Actualisering risicoanalyse: Tegen de bovengenoemde achtergrond vindt de vertaling van risico’s naar het weerstandsvermogen plaats door middel van het standaardmodel voor Sociale werkbedrijven

14

zoals dat door Deloitte is ontwikkeld. Met behulp van dit model worden op een systematische wijze risico’s geïnventariseerd. Het model houdt rekening met omzetrisico’s, investeringsrisico’s, conjunctuurgevoeligheid en specifieke risico’s. De specifieke risico’s van WSD hangen samen met wijzigingen in de financieringssystematiek. Het gaat om bezuinigingen op het budget, of ongedekte kostenstijgingen (b.v. als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans en stijgingen WML) in de Wsw en de Participatiewet. Hierbij wordt rekening gehouden met de deelnemingen in de BV’s van WSD en het lidmaatschap en de samenwerking met de Schoonmaak Coöperatie. Vervolgens wordt berekend welke financiële buffer noodzakelijk is. U vindt in bijlage 1 de uitgewerkte versie. In het rekenmodel wordt een minimale omvang van de financiële buffer bepaald. Bij de interpretatie van de uitkomsten van het model is het belangrijk om te realiseren dat het Algemeen bestuur heeft besloten dat in het model geen rekening wordt gehouden met stelselwijzigingen: fundamentele wetswijzigingen die tot gevolg kunnen hebben dat de financieringssystematiek of doelgroep aantallen ingrijpend veranderen. Een voorbeeld van zo’n fundamentele wijziging is het risico voortvloeiend uit Europese rechtspraak die de vrijstelling ex art 8a Waadi mogelijk onderuit kan halen.

Daarmee zouden reguliere cao’s de bestaande cao’s Wsw en Aan de Slag moeten vervangen. Voor WSD is de potentiële kostenverhoging van het vervallen van de vrijstelling voorzichtig becijferd op ca. €1,5 mln. Dit tast het fundament van de Participatiewet en daarmee de sector aan. We verwachten dat in de loop van 2024 de situatie rondom art 8a Waadi helder zal worden. Een dergelijke fundamentele stelselwijziging blijft buiten de risico-inschatting en berekening van het vereiste weerstandsvermogen. Voor de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen van WSD wordt onderscheid gemaakt in drie risicogroepen: 1.

Bedrijfsrisico’s van de gemeenschappelijke regeling. Dit zijn risico’s die voorvloeien uit de bedrijfsmatige activiteiten van de verschillende afdelingen in de divisies Werk & Ontwikkeling en Participatie. Deze risico’s worden beïnvloed door enerzijds de marktrisico’s en anderzijds door de onzekere ontwikkeling van de omvang van het aantal plaatsingen en trajecten door gemeenten bij WSD. Daarnaast vloeien ook risico’s voort uit de ontwikkeling dat de stafafdeling SEZ zich steeds meer op de markt begeeft en haar dienstverlening aanbiedt op het gebied van ontzorging in het kader van de Participatiewet. Voorzieningen en de daarbij behorende risico’s worden buiten beschouwing gelaten. Deze risico’s (b.v. dubieuze debiteuren) zijn individueel al tegen het licht gehouden, gekwantificeerd en afgedekt door een voorziening. Eveneens worden buiten beschouwing gelaten risico’s die afgedekt zijn middels verzekeringen, zoals het risico van bedrijfsaansprakelijkheid en ongevallen van medewerkers.

2.

Subsidierisico van de gemeenschappelijke regeling. Dit betreft risico’s die WSD loopt ten aanzien van de hoogte en verdeling van de rijksbijdrage SW en de budgetten voor banen met loonkostensubsidie, alsmede bovennormale stijgingen van de loonkosten (zoals bijvoorbeeld in de PW is gebeurd met de buitengewoon sterke verhoging van het Wettelijk Minimum Loon, het invoeren van het wettelijk minimumuurloon of het mogelijk afbouwen van fiscale maatregelen zoals het Loonkostenvoordeel). De financiering van de PW afgezet tegen de elkaar opvolgende kostenstijgingen maken het steeds moeilijker om tot een sluitende businesscase te komen voor de PW. Dit blijkt ook uit verschillende onderzoeken van onder andere Berenschot en Capel Advies. Ook het Rijk heeft inmiddels onderkend dat, in elk geval voor de realisatie van Beschutte werkplekken, aanvullende financiering noodzakelijk is om voldoende begeleiding voor deze doelgroep te organiseren en daarmee de doelstelling van op termijn 30.300 Beschutte Werkplekken te realiseren. Helaas wordt daarmee wordt slechts een klein deel van het financieringstekort in de businesscase voor de PW gedicht.

Vooral inmiddels cumulatief forse loonkostenstijging PW (als gevolg van invoering van de CAO Aan de Slag, de daarop volgende verhogingen van het WML 2022 en de verhoging van het WML door invoering van het Wettelijk Minimum Uurloon in 2023) is van grote invloed op de businesscase. Bij verhoging van de loonkosten en gelijkblijvende loonwaarde stijgt de terug te verdienen loonwaarde via netto toegevoegde waarde verder en daarmee wordt het financieringstekort steeds groter. Een ander risico in de PW is het risico van het niet realiseren van het volume instroom. De WSD-gemeenten hebben in het collectief een afspraak dat er eind 2026 2.100 arbeidsplaatsen gerealiseerd worden. Mocht dit niet lukken en belandt WSD in een

15

krimpscenario, dan is dat een fors risico. De gewijzigde financiering van LKS en begeleidingsvergoeding op basis van realisatie nemen in elk geval de voornaamste belemmering voor het volume aan instroom weg. Bij de subsidierisico’s is aangenomen dat bij de berekening van de minimumvariant WSD in staat is om 50% van de budgetdaling in 3 jaar op te vangen. 3.

Risico deelnemingen. Dit zijn de risico’s die voortvloeien uit de private bedrijven van WSD: WSD Holding BV, WSD Participatie BV, Werkpartners BV en Werksupport BV en het lidmaatschap van WSD van De Schoonmaak Coöperatie U.A.. De private bedrijven worden geacht hun eigen bedrijfsrisico’s op te kunnen vangen. Het risico deelnemingen betreft voor WSD het risico dat WSD loopt door de samenwerking: bijvoorbeeld de activiteiten die WSD voor de BV’s verricht in de vorm van (backoffice) dienstverlening.

Redelijk stabiel beeld en heroverweging na realisatie lokale plannen Uit de nu voorliggende bedrijfsrisicoanalyse blijkt dat het totale risicoprofiel van WSD licht toeneemt als gevolg van een toename van de risico’s samenhangend met de bedrijfsmatige activiteiten van WSD. De toename van het bedrijfsrisico is een effect van de toename van risico’s dat klanten wegvallen en vervangende klanten weer wat makkelijker te verleiden zijn. We zien dat ten gevolge van de actuele en verwachte toekomstige economische ontwikkelingen in Nederland en de situatie op de arbeidsmarkt over de volle breedte werkgevers huiverig zijn om te investeren in de groei van hun organisatie. De oplossing wordt steeds meer gezocht in robotisering en uitbesteding waardoor de beschikbaarheid van werkplekken voor de doelgroep afneemt. De afhankelijkheid van enkele grote klanten in de totale klantenportefeuille speelt daarbij ook een rol omdat relatieve afhankelijkheid van een aantal grote klanten binnen het model leidt tot een groter risico. De subsidierisico’s en deelnemingsrisico’s blijven redelijk stabiel. Overzicht minimum bedrijfsrisico’s WSD (Bedragen * € 1.000): Risico

2021

2022

2023

2024

Bedrijfsrisico Gem. Regeling WSD Risico subsidie Gem. Regeling WSD Risico deelnemingen Totaal Risico (maximum positie weerstandsvermogen)

9.100

8.900

8.800

9.000

Verandering 2024 t.o.v. 2023 200

1.500

1.500

1.600

1.600

0

100

100

100

100

0

10.700

10.500

10.500

10.700

200

Een nadere specificatie is opgenomen in bijlage 1. Het minimaal vereist weerstandsvermogen stijgt daarmee fractioneel van € 10,5 mln. naar € 10.7 mln. Overwegingen Het risicoprofiel van WSD gebaseerd op het model van Deloitte is licht toegenomen. Grote onbekenden zijn: ontwikkeling financiering Sw via toereikende LPO voor zowel stijging loonkosten Sw als ondersteunende diensten (CAO ambtenaren); ontwikkeling in de financiering van de Participatiewet ter compensatie van de structurele negatieve businesscase en van kostenstijgingen a.g.v. CAO ontwikkelingen; ontwikkelingen rondom vrijstelling ex art. 8a Waadi; onzekerheid financiering gemeenten, het zogenaamde Ravijn; overige macro risico’s (bv. de oorlog in de Oekraïne en de effecten daarvan op de economie en rijksfinanciën). Hiermee is in deze analyse geen rekening gehouden. De huidige financiële positie van WSD is, door zeer prudent beleid van het bestuur van WSD sterk, maar niet onbegrensd. Op basis van het bovenstaande overzicht van het totale risico van WSD is het voorstel om het minimum weerstandsvermogen fractioneel te verhogen naar € 10,7 mln. (2023: € 10,5 mln,).

16

Kengetallen Het Besluit begroting en verantwoording (BBV, art.11) bepaalt dat een basisset van vijf financiële kengetallen moet worden opgenomen in de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ van de begroting en jaarrekening. De op te nemen kengetallen betreffen; schuldquota leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit en duidelijk is dat deze primair gericht zijn op gemeenten en provincies en minder op organisaties als WSD. De voor WSD relevante kengetallen zijn onderstaand ten opzichte van vorig jaar en begroting opgenomen. Deze kengetallen maken het de leden van het Algemeen bestuur gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van WSD. Ontwikkeling van de kengetallen Kengetallen:

Jaarrekening 2023 -29,9%

Begroting 2024

Begroting 2025

n.v.t.

n.v.t.

1.b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-29,9%

n.v.t.

n.v.t.

2.

Solvabiliteitsratio

79,9%

n.v.t.

n.v.t.

3.

Structurele exploitatieruimte

4,3%

2,9%

1,7%

1.a. Netto schuldquote

Toelichting op de diverse kengetallen: 1. Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van WSD ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen. WSD heeft een zeer goede liquiditeitspositie en geen schulden uit hoofde van geldleningen wat resulteert in een negatieve schuldquote, hetgeen als positief wordt beoordeeld. 2. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin WSD in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal.

Het eigen vermogen van WSD bestaat volgens uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Hoe hoger deze ratio, hoe groter de weerbaarheid van WSD. 3. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte WSD heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen en relatie tot de financiële positie De kengetallen zijn in overeenstemming met de positie van WSD als gemeenschappelijke regeling. De organisatie heeft een stevig eigen vermogen en is niet afhankelijk van extra bijdragen van de deelnemers en/of vreemd vermogen. Dit komt tot uiting in de solvabiliteitsratio.

De uitkomst hiervan wordt voor een belangrijk deel bepaald door het beleid ten aanzien van de opbouw van de algemene reserve.

17

4. Financiering WSD is als decentrale overheidsorganisatie gehouden aan de Wet Financiering Decentrale Overheden en moet daarom verplicht Schatkistbankieren. De mogelijkheden om rendement te genereren met eigen vermogen (rente op uitgezette overtollige liquiditeiten) zijn ingeperkt doordat alle decentrale overheden verplicht zijn om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Op de bij de schatkist aangehouden middelen wordt momenteel geen minimale rente vergoed. Los van de beperkingen vanuit de Wet Verplicht Schatkistbankieren is het financiële beleid van WSD, zoals vastgelegd in het door het Algemeen bestuur vastgestelde Treasurystatuut, sowieso erg prudent in de omgang met financiële middelen. Leningen WSD financiert alle activiteiten met eigen vermogen en hoeft daarvoor geen externe financieringsbronnen aan te wenden.

5. Onderhoud kapitaalgoederen WSD heeft een aantal bedrijfsgebouwen in eigendom in Boxtel, Schijndel, en Vught. Het onderhoud daarvan is een belangrijk onderdeel van de exploitatie van WSD. Gelijktijdig met de koersvorming is een proces opgestart om te komen tot een nieuwe huisvestingsvisie. De vastgestelde koers voorziet in samenwerking van WSD en gemeenten waarbij de lokale situatie in het sociale domein wordt versterkt door de expertise van WSD. Wens is dat WSD voor inwoners zichtbaar lokaal aanwezig is in de gemeentelijke structuren. In 2020 zijn alle gemeenten aan de slag gegaan met hun lokale plan voor de uitwerking van de toekomstige samenwerkingsvorm. Mede op basis daarvan is medio 2021 een verkenning met betrekking tot de toekomst van het hoofdgebouw van WSD in Boxtel gemaakt. De uitdaging was om het gebouw in lijn te brengen met de koers van WSD enerzijds en de eisen van deze tijd anderzijds. Begin 2022 is door het DB een besluit genomen en een budget van € 4,6 miljoen beschikbaar gesteld voor de volledige transformatie van het hoofdgebouw van WSD. Hiervan wordt een derde geïnvesteerd in duurzaamheid zoals isolatie, verwarming en koeling met aardwarmte. Ultimo 2023 bedraagt de totale boekwaarde van de gebouwen, inclusief grond, terreinvoorzieningen en installaties € 6,61 miljoen.

Dit is inclusief de investeringen in uitvoering van de transformatie van het gebouw in Boxtel. In de loop van 2024 wordt ook het pand op de locatie Schouwrooij 20 onder handen genomen. De gesprekken met architecten en aannemers zijn daarvoor inmiddels opgestart. En ook de andere panden van WSD zullen in de komende jaren worden verduurzaamd. Na oplevering van de transformatie van Schouwrooij 20 en 22 zal actualisering van het meerjarenonderhoudsplan met bijbehorende meerjarenonderhoudsbegroting plaatsvinden.

6. Rechtmatigheid Met ingang van het boekjaar 2023 is de rechtmatigheidsverantwoording ingevoerd. Daarmee verandert de rol van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur: het dagelijks bestuur legt over de rechtmatigheid verantwoording af aan het algemeen bestuur. De rechtmatigheidsverantwoording wordt een toelichting in de jaarrekening 2023. De spelregels rondom de rechtmatigheids-verantwoording zijn opgenomen in de Kadernota Rechtmatigheid van de commissie BBV. Sinds in september 2023 duidelijk is geworden dat de invoering na jaren van uitstel dan toch per 1 januari 2023 zou worden ingevoerd is samen met de accountant gestart met de vormgeving van de rechtmatigheidsverantwoording voor WSD. Voor 2023 heeft dat geresulteerd in een pragmatische benadering vanuit een minimumvariant. Het AB heeft op voorstel van het DB in december de noodzakelijke besluiten genomen: het normenkader 2023 is vastgesteld evenals de verantwoordings- en rapportagegrenzen. Daarmee warden da kaders aanwezig voor de

18

uitvoering van de noodzakelijke interne controlewerkzaamheden om te komen tot een rechtmatigheidsverantwoording. In 2024 worden een aantal documenten aangepast om de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording ook formeel goed te borgen: aanpassing van de verordeningen ex artikel 212 Gemeentewet (Financiële verordening) en artikel 213 Gemeentewet (Controleverordening) en het controleprotocol. Vervolgens is een eerste stap het in overleg met bestuur en directie zorgen voor een interne beheersing specifiek gericht op de rechtmatigheidsverantwoording. Dat betekent dat de interne controles zodanig systeem- of gegevensgericht gepland worden, dat het dagelijks bestuur tot een gedegen onderbouwd oordeel kan komen over de rechtmatigheid. De aanpak wordt vastgelegd in een overkoepelend interne controleplan en vanwege de relatie met de controle van de getrouwheid afgestemd met de accountant. In de jaren daarna is de ambitie om te komen tot een werkwijze waarbij de rechtmatigheidsverantwoording wordt gebruikt als impuls om de bedrijfsvoering te verbeteren. Met een plan van aanpak wordt uitgewerkt wat de ambitie van de organisatie is ten aanzien van de administratieve organisatie en interne beheersing, IT- beheer en verbijzonderde interne controle).

Daarbij wordt de gehele organisatie betrokken, bijvoorbeeld via het zogenaamde ‘Three Lines’- model, zodat ook de verantwoordelijke managers in de 1e en 2e lijn medeverantwoordelijk worden voor het rechtmatigheidsbeheer. Om dit ook in de organisatievorm te geven zal meer tijd vragen.

7. Openbaarheidsparagraaf: Wet Open Overheid In artikel 3.5 van de Wet Open Overheid (WOO) is voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet, en in de jaarrekening verslag doen van de uitvoering ervan. WSD heeft als volgt uitvoering gegeven aan deze nieuwe wet. In februari 2023 is het MT van WSD geïnformeerd over de uit de WOO voortvloeiende verplichtingen voor onze organisatie. Het Algemeen bestuur van WSD is in maart 2023 geïnformeerd over de inhoud van de wet. Het bestuur heeft aansluitend een procedure voor inkomende WOO-verzoeken vastgesteld. Uit de WOO vloeit de verplichting voort tot het actief openbaar maken van informatie. WSD is proactief met het verstrekken van relevante informatie via haar eigen website alsmede via de raadsinformatie via de deelnemende gemeenten. Op de website van WSD worden de agenda’s en besluitenlijsten van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur gepubliceerd waarmee wordt voorzien in de publicatie van de meest relevante besluitvorming voor WSD als openbaar lichaam. Het bestuurssecretariaat onderzoekt wat verder nog voor publicatie in aanmerking wat uiteindelijk in 2024 moiet leiden tot een werkproces waarmee et bestuurssecretariaat in de toekomst invulling kan geven aan de absolute verplichting tot publicatie conform WOO.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14047924/2