22-72 Buitenplanse afwijkingsprocedure Landgoed t Lot - Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
beoordeling, gelet op het bovenstaande, niet vereist.
4.8
Geluid
Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de realisatie van een geluidgevoelig object, maar ook van een wijziging van bouwmogelijkheden nabij geluidbronnen, moet worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In de Wet geluidhinder is bepaald hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, vliegtuigverkeer, industrie en spoorwegen. In de Wgh is geregeld dat bepaalde wegen, spoorwegen en bedrijven(terreinen) een zone hebben. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten binnen een geluidszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten: • Woningen; • Andere geluidsgevoelige gebouwen; • Geluidsgevoelige terreinen Omdat sprake is van het toestaan van een nieuw geluidsgevoelig object (woning) is aandacht nodig voor het aspect geluid; BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht
27
Wegverkeerslawaai Normen met betrekking tot verkeerslawaai worden thans in Nederland gebaseerd op de “regels op het gebied van het voorkomen of beperken van geluidhinder” (Wet geluidhinder). Krachtens deze wet worden zones aangegeven aan weerszijden van wegen. Binnen de zones wordt geëist, dat de geluidsbelasting ten gevolge van het verkeer op de betreffende weg ter plaatse van de gevels van woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen een zekere maximale waarde niet overschrijdt. Buiten de zones worden geen geluidseisen gesteld met betrekking tot wegverkeerslawaai. Het reeds bestemde woongebouw waarin de extra tweede woonfunctie is beoogd is gelegen op een afstand van circa 250 meter van de Zandstraat. De geluidszone van deze weg is 200 meter. Het woongebouw is gelegen buiten de onderzoekszone waardoor een akoestisch onderzoek niet verplicht is. Voor inzicht in de kwaliteit van de leefomgeving ter plaatse is het geluidsonderzoek dat ten tijde van de planvorming van Landgoed ’t Lot door Cauberg-Huygen is uitgevoerd relevant. In dit onderzoek bleek dat de belasting als gevolg van het verkeer op de Zandstraat ter plaatse van de waarneempunten op het woongebouw (13, 14, 15 en 16) niet hoger lag dan 31 dB. Dit is ruim onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
Ten aanzien van de verkeersintensiteiten op de Zandstraat werd opgemerkt dat is uitgegaan van een hoge schatting van 2.500 mvt/etmaal aangezien geen exacte aantallen bekend zijn. Dit aantal is nog steeds te beoordelen als hoog waardoor mag worden aangenomen dat de geluidsbelasting tegenwoordig nog steeds gelijk zal zijn aan de onderzoeksresultaten van destijds. De afstand van het woongebouw tot de Oirschotseweg is 350 meter. Deze afstand is zodanig groot dat aangenomen moet worden dat sprake is van een goed woon-, en leefklimaat. Vanwege deze grote afstand is ten tijde van de planvorming het geluid van het wegverkeer op de Oirschotseweg ook buiten beschouwing gelaten. Voor het complete akoestische onderzoek wordt verwezen naar bijlage 9 van de toelichting van het bestemmingsplan "Buitengebied Moergestel; Partiele herziening Landgoed 't Lot camping de Boskant". Spoorweglawaai Dit aspect is niet aan de orde. Vliegtuiglawaai Dit aspect is niet aan de orde. Industrielawaai Dit aspect is niet aan de orde Het aspect “Geluid” is geen belemmering voor het toestaan van een tweede woonfunctie het reeds bestemde woongebouw.
4.9
Luchtkwaliteit
Op 15 november 2007 is de Wet Luchtkwaliteit in werking getreden. De luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in hoofdstuk 5 titel 2 van de Wet milieubeheer (Wm). In artikel 5.16 Wm staat een limitatieve opsomming van de bevoegdheden waarbij luchtkwaliteitseisen een directe rol spelen. Het gaat om ruimtelijke besluiten en milieuvergunningen die direct gevolgen voor de luchtkwaliteit hebben en daardoor kunnen bijdragen aan overschrijding van een grenswaarde. Een vaststelling van een bestemmingsplan betreft de uitvoering van een bevoegdheid als bedoeld in artikel 5.16 van de Wm. Vaststelling van een bestemminsplan is mogelijk als: • De concentratie stoffen in de lucht door de voorgenomen ontwikkeling verbetert of gelijk blijft; • Bij beperkte toename van de concentratie, door een met de activiteit samenhangende maatregel of optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbeterd; • De toename, niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt. Dit is het geval als een project of 28
BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht
activiteit maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de concentraties PM10 of NO2 (max1,2 μg/m3). Toetsing initiatief aan “niet in betekenende mate” begrip Projecten die “niet in betekenende mate” bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit hoeven volgens de Wet luchtkwaliteit niet afzonderlijk te worden getoetst op de grenswaarde, tenzij een dreigende overschrijding van één of meerdere grenswaarden te verwachten is. De grens van “niet in betekenende mate” ligt volgens de gelijknamige AMvB bij 3% van de grenswaarde van een stof. Hiervan is volgens de ministeriële regeling van “niet in betekenende mate” sprake bij de realisatie van minder dan 1500 woningen op één ontsluitingsweg of minder dan 3000 woningen op twee ontsluitingswegen. Dit besluit betreft het toestaan van een tweede woonfunctie binnen een reeds bestemd woongebouw. Het voorgenomen besluit is daarom een ontwikkeling die kleiner is dan 1500 woningen met één ontsluitingsweg. De ontwikkeling zal dan ook 'niet in betekenende mate' bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Toetsing initiatief aan “goede ruimtelijke ordening” Naast de toetsing of het bouwplan een bijdrage levert aan de luchtkwaliteit dient beoordeeld te worden of het initiatief voorziet in een goede ruimtelijke ordening.
Dit is onderzocht door middel van de NSLmonitoringstool (https://www.nsl-monitoring.nl). De meetpunten aan de Oirschotseweg zijn het dichtst op de projectlocatie gelegen. Hier wordt ruimschoots voldaan aan de grenswaarden (stikstofdioxode: 60 μg/m3 en fijn stof: 40 μg/m3). Voor stikstofdioxide en PM10 is de achtergrondwaarde gelegen tussen 0 en 35 μg/m3 en voor zeer fijn stof (PM2,5) is de waarde gelegen lager 20 μg/m3. Ook het aantal overschrijdingsdagen is lager dan 35 per jaar en voldoet daarmee aan de normen. Omdat de projectlocatie verder van de Oirschotseweg is gelegen dan de meetpunten van het NSL dat doen, kan worden verondersteld dat wordt voldaan aan de normen en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Uitsnede NSL-viewer met in rood de projectlocatie; bron: nsl-monitoring.nl Het aspect “Luchtkwaliteit” is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling
BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht
29
4.10 Bodemkwaliteit Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening dient inzicht te bestaan in de bodemkwaliteit teneinde de geschiktheid van de bodemkwaliteit voor een beoogde (nieuwe) bestemming te kunnen aantonen. Bij een bestemmingswijziging is het van belang dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Ten behoeve van het toestaan van een tweede woonfunctie in het reeds bestemde woongebouw en binnen het bestaande bouwvlak wordt de bestemming en de toegestane gebruiksvormen van het perceel niet aangepast. Aangenomen mag worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor wonen. Immers, in het kader van de eerdere ontwikkeling van het landgoed zijn reeds de benodigde bodemkundige onderzoeken verricht. Het aspect “Bodemkwaliteit” is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.11 Externe Veiligheid De externe veiligheidsregelgeving is gericht op het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen en/of activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen en kinderopvang- en dagverblijven. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. De wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), de Structuurvisie buisleidingen, het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling basisnet. Om voldoende ruimte aan te houden tussen risicobronnen en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid rondom een risicobron kunnen om onderzoek vragen.
Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon, die (onafgebroken en onbeschermd) op een bepaalde plaats aanwezig is, overlijdt als gevolg van een calamiteit op het terrein van een inrichting of bij een transportmodaliteit. Het groepsrisico (GR) bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit op het terrein van een inrichting of bij een transportmodaliteit. Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. De locatie is niet gelegen binnen een risicocontour. Het plaatsgebonden risico levert daarmee geen belemmeringen op in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling. Groepsrisico (GR)
30
BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht
Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Ter verantwoording van het groepsrisico is door de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) een standaardverantwoording samengesteld. Deze standaard verantwoording groepsrisico betreft alle risicobronnen die kunnen leiden tot een groepsrisico, zoals Bevi-inrichtingen, buisleidingen en autowegen. In deze standaard verantwoording worden binnen de gemeente aanwezige risicobronnen beschouwd, alleen indien hiertoe aanleiding bestaat wordt een specifieke bron specifiek benoemd. De Veiligheidsregio heeft een standaardadvies opgesteld. Dit standaardadvies kan op basis van het bij dit advies horende stroomschema gebruikt worden voor de verantwoording van het groepsrisico voor ruimtelijke ontwikkelingen. De locatie is gelegen binnen het invloedsgebied van een bron (Spoorlijn Tilburg- Boxtel).
De standaardverantwoording van het OMWB is toepasbaar, het standaardadvies van de Veiligheidsregio ook. Het standaardadvies en het stroomschema is als bijlage aan deze toelichting toegevoegd. De basis voor het stroomschema is de locatie. Onderstaande kaart toont de ligging van de locatie en dus de beoogde tweede woonfunctie in het reeds bestemde woongebouw. De locatie is gelegen in de “grijze zone”.
Uitsnede “zone indeling standaard verantwoording groepsrisico” met in rood het plangebied. De standaardverantwoording van de Omgevingsdienst kan worden toegepast. De standaardverantwoording en het stroomschema zijn als bijlage aan de onderbouwing toegevoegd. Standaardadvies Veiligheidsregio De Veiligheidsregio heeft een standaardadvies 2019 opgesteld voor ruimtelijke ontwikkelingen in het invloedsgebied van een Bevi inrichting en/of de infrastructuur. Het initiatief past binnen de werking van het Standaardadvies; “Ontwikkelingen buiten de 200 m van een categoriale Bevi inrichting, spoorlijn, autoweg, waterweg of buisleiding” BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht
31
Het standaardadvies van de Veiligheidsregio (dd 21 december 2018) is als bijlage aan deze onderbouwing toegevoegd.
4.12 Technische infrastructuur Planologische relevante leidingen zijn leidingen die bescherming in het bestemmingsplan behoeven. Dit zijn bijvoorbeeld rioolwaterpersleidingen met een grote diameter en waterleidingen met een regionale functie. Op deze leidingen zijn geen veiligheidsafstanden van toepassing, maar wordt wel rekening gehouden met een zakelijk rechtstrook van de leidingen. Door binnen deze strook een bouwverbod op te nemen, wordt beschadiging van de leiding voorkomen. In of nabij het projectgebied zijn geen planologisch relevante leidingen aanwezig.
4.13 Gezondheid Ten aanzien van eventuele gezondheidsrisico’s in relatie tot veehouderijen in de nabijheid van het plangebied is een aantal aspecten van belang. In het bijzonder gaat het om eventuele risico’s als gevolg van varkens-, en pluimveehouderijen (endotoxinen) en geitenhouderijen. Varkens-, en pluimveehouderijen (endotoxinen) Een veehouderij in de omgeving van een woning kan effecten hebben op de gezondheid. Omwonenden van veehouderijbedrijven worden blootgesteld aan bepaalde micro-organismen en endotoxinen. Zowel micro-organismen en endotoxinen kunnen effecten op de gezondheid hebben. Het gaat dan vooral om effecten op de luchtwegen. Op basis van de “Notitie endotoxine toetsingskader 1.0” kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. In de nabijheid van de locatie zijn geen varkenshouderijen en pluimveehouderijen aanwezig. Geitenhouderijen Mogelijk is er een verband tussen het langdurig verblijven in de nabijheid van een geitenhouderij en het krijgen van longontsteking. In de periode 2009-2013 is het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn op 7 juli 2016 gepubliceerd (hoofdrapport VGO).
Gegevens van 110.278 patiënten, die ingeschreven stonden bij 27 huisartspraktijken in het VGO-onderzoeksgebied, zijn hiervoor geanalyseerd. Op 16 juni 2017 is een aanvullend VGO-rapport gepubliceerd. In het aanvullend VGO-onderzoek (VGO-2) zijn de onderzoeksgegevens statistisch uitvoeriger geanalyseerd. Onder andere is onderzocht of er in de jaren 2009-2013 een verband bestond tussen de woonafstand tot geitenhouderijen en het risico op longontsteking. Gemiddeld over deze onderzoeksjaren laten de aanvullende analyses een 29% verhoogde kans op longontsteking zien voor mensen die rondom een individuele geitenhouderij wonen, tot een afstand van 1,5 – 2 km (dit is vergeleken met bewoners zonder een geitenhouderij binnen deze afstand van de woning). Uit het onderzoek volgt dat het risico op longontsteking rond een geitenhouderij bijna drie keer groter is dan het risico op longontsteking tot een afstand van ca. 1 km rond een pluimveehouderij. De oorzaak van deze verhoogde kans op longontstekingen rondom geitenhouderijen kan door de onderzoekers niet worden aangegeven. Het gevolg is dat het nemen van effectieve bedrijfsgerichte maatregelen nu nog niet mogelijk is. Het plangebied is niet binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij gelegen. Er zijn geen risico’s voor de volksgezondheid.
32
BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht
BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht
33
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1
Omgevingsvergunning
Voor dit project is een omgevingsvergunning nodig op basis van artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Omdat het project (de activiteit) in strijd is met het geldende bestemmingsplan vraagt de gemeente Oisterwijk om een ruimtelijke onderbouwing bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning aan te leveren. De ruimtelijke onderbouwing toont aan dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dit op basis van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo. Dit document vormt de ruimtelijke onderbouwing.
34
BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1
Financiële haalbaarheid
Op grond van de Wet ruimtelijke ordening moet bij nieuwe ontwikkelingen tegelijk met een omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken een exploitatieplan worden vastgesteld. Een exploitatieplan hoeft niet te worden opgesteld als het kostenverhaal van de grondexploitatie anderszins verzekerd is. Aan deze omgevingsvergunning zijn voor de gemeente uit het oogpunt van exploitatie geen nadelige financiële gevolgen verbonden omdat de ontwikkeling in handen is van de eigenaar van de grond. Met de eigenaar is een anterieure overeenkomst gesloten voor het verhalen van kosten die gemoeid zijn met deze afwijkingsprocedure en eventuele kosten als gevolg van deze procedure.
6.2
Maatschappelijke haalbaarheid
Het voornemen kan worden gerealiseerd middels een omgevingsvergunning, activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ (‘projectafwijkingsbesluit’, artikel 2.1, eerste lid, sub c juncto artikel 2.12, eerste lid, sub a onder 3º Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Op grond van artikel 6.18 Besluit omgevingsrecht (Bor), in combinatie met artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient het bestuursorgaan inzake het besluit overleg te plegen met de gebruikelijke overlegpartners. De resultaten van dit vooroverleg worden betrokken bij de besluitvorming. In artikel 3.10 van de Wabo wordt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing verklaard voor een projectafwijkingsbesluit. Dit houdt in dat er ten eerste een ontwerpbeschikking van de omgevingsvergunning wordt verleend. Deze wordt vervolgens voor een termijn van 6 weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen tegen het ontwerpbesluit. Na afloop van deze termijn worden de eventuele zienswijzen verwerkt, waarna een definitief besluit wordt genomen. Na definitieve verlening van de omgevingsvergunning wordt de beschikking nogmaals voor 6 weken ter inzage gelegd.
Gedurende deze termijn kan beroep worden ingesteld door degenen die zienswijzen hebben ingediend en van mening zijn dat deze niet correct zijn verwerkt of door degenen die niet verweten kan worden geen zienswijzen te hebben ingediend tegen het ontwerp. Indien geenberoep wordt ingesteld, is het besluit daags na de inzagetermijn onherroepelijk en treedt het besluit bovendien in werking. De resultaten van de inzagetermijn zullen worden betrokken bij de besluitvorming.
6.3
Omgevingsdialoog
Door initiatiefnemer zijn de direct omwonenden en belanghebbenden geïnformeerd over de plannen. De medebewoners van Landgoed ’t Lot en alle zes andere omwonenden van het landgoed hebben allen ingestemd met de beoogde afwijking van het bestemmingsplan om één woongebouw te gaan gebruiken voor twee woonfuncties. Één van deze omwonenden heeft de zorg geuit over eventuele meerdere toekomstige, gelijksoortige afwijkingen. Door initiatiefnemer is uitgelegd dat dat niet aan de orde is aangezien de afwijking het laatst beschikbaar bouwplan binnen het landgoed betreft en de overige bouwkavels gebruikt zullen worden voor één woonfunctie. Een geanonimiseerde versie van het verslag is als bijlage aan deze onderbouwing toegevoegd.
BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht
35
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
36
Uitdraai rekenresultaten AERIUS-Calculator, dd 20 oktober 2021. Standaard Verantwoording Groepsrisico OMWB Standaardverantwoording Brandweer Midden- en West-Brabant Stedenbouwkundige motivering gemeente Oisterwijk. Geanonimiseerd verslag Omgevingsdialoog
BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht