22-64 OVGB Uitbreiding tuinplantenkwekerij Oisterwijksedreef 4a- Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
LS Plan & Advies Adres
:
Berktweg 3 5076 PA Haaren
KvK-nr. Tel. E-mail Website
: : : :
67701051 06 31 58 00 26 linda@lsplanadvies.nl www.lsplanadvies.nl
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
Projectgegevens Projectlocatie
:
Oisterwijksedreef 4a, 5076 NA Haaren
Gemeente
:
Oisterwijk
Opgesteld door Projectnr.
: :
ing. L.M.M. Soetens 1917-2
Datum
:
Januari 2022
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
2
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING..................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel .................................................................................................................... 4 1.2 Ligging en begrenzing projectlocatie ........................................................................................ 5 1.3 Leeswijzer ................................................................................................................................. 6 2. PROJECTBESCHRIJVING ........................................................................................................... 7 2.1 Beschrijving omgeving .............................................................................................................. 7 2.2 Nadere beschrijving projectlocatie en voornemen ................................................................... 8 2.3 Motivatie noodzaak – AAB-advies .......................................................................................... 10 2.4 Geldend bestemmingsplan ..................................................................................................... 11 2.5 Verkeer en parkeren ...............................................................................................................
14 2.6 Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering landschap ........................................... 18 3. BELEIDSKADER ........................................................................................................................ 22 3.1 Rijksbeleid............................................................................................................................... 22 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .................................................................................. 22 3.1.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro) .... 24 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking ............................................................................ 25 3.2 Provinciaal beleid .................................................................................................................... 25 3.2.1 Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 ............................................................... 25 3.2.2 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ ..................................................................... 27 3.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ............................................................... 28 3.3 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................
37 3.3.1 Structuurvisie Haaren...................................................................................................... 37 4. OMGEVINGSASPECTEN ........................................................................................................... 40 4.1 Bodem..................................................................................................................................... 40 4.2 Bedrijven en milieuzonering.................................................................................................... 41 4.3 Veehouderijen en volksgezondheid ........................................................................................ 44 4.4 Spuitzones en gewasbeschermingsmiddelen ........................................................................ 49 4.5 Wegverkeerslawaai ................................................................................................................ 52 4.6 Waterhuishouding ................................................................................................................... 52 4.7 Luchtkwaliteit .......................................................................................................................... 59 4.8 Natuurgebieden ......................................................................................................................
60 4.9 Flora en fauna ......................................................................................................................... 62 4.10 Externe veiligheid ................................................................................................................... 64 4.11 Kabels, leidingen en hoogspanningsverbindingen ................................................................. 69 4.12 Cultuurhistorie ......................................................................................................................... 71 4.13 Archeologie ............................................................................................................................. 74 4.14 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling ......................................................... 75 5. UITVOERBAARHEID EN PROCEDURE ................................................................................... 77 5.1 Financiële uitvoerbaarheid...................................................................................................... 77 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid en procedure .................................................................... 77 5.2.1 Procedure algemeen .......................................................................................................
77 5.2.2 Omgevingsdialoog .......................................................................................................... 77 5.2.3 Vooroverleg ..................................................................................................................... 78 6. CONCLUSIE EN AFWEGING..................................................................................................... 79 BIJLAGEN........................................................................................................................................... 80
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
3
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
Initiatiefnemers exploiteren aan de Oisterwijksedreef 4a te Haaren een tuinplantenkwekerij. De teelt richt zich hierbij hoofdzakelijk op laurier, met ondergeschikt andere soorten tuinplanten (zoals hulst, photinia en buxus). Hierbij is enerzijds sprake van vollegrondteelt (circa 14 hectare teeltgrond) en anderzijds van teelt in kassen en op containervelden. Op de eigen locatie aan de Oisterwijksedreef 4a is in de huidige situatie een bedrijfswoning, een loods en ruim verhard terrein aanwezig. De loods wordt gebruikt als werktuigenberging, voor opslag, voor de verwerking van de planten en ten behoeve van o.a. kantoor en kantine. Daarnaast was op locatie sprake van een verouderde foliekas van geringe omvang en dito waterbassin. Voor de teelt werd aanvullend gedeeltelijk productieruimte (kas, foliekas en wandelkappen) elders gehuurd. Het betrof daar echter geen ideale situatie, wegens relatief verouderde teeltruimtes en met de teelt verspreid over losse kasruimtes. Deze locatie is bovendien inmiddels verkocht, waardoor het wenselijk is om de benodigde teeltvoorzieningen op eigen locatie te realiseren. Doelstelling is derhalve om op de eigen locatie aan de Oisterwijksedreef 4a te Haaren een foliekas op te richten. De verouderde voorheen aanwezige foliekas en het waterbassin zijn hiervoor reeds verwijderd.
Ter plaatse van deze voorzieningen wordt de nieuwbouw opgericht, zijnde een foliekas van circa 4.550 m2. Om zorgvuldig om te gaan met hemelwater en met retourwater vanuit de kas, worden bovendien een tweetal watersilo’s gerealiseerd. Deze watersilo’s zijn reeds toegestaan op grond van het geldende bestemmingsplan en bovendien vergunningvrij voor de activiteit bouw, zoals nader toegelicht in paragraaf 2.4. Daarnaast wordt het verharde erf gering uitgebreid ten behoeve van de ontsluiting van de nieuwe kas en watersilo’s. De beoogde bedrijfsopzet is weergegeven op Afbeelding 1. Deze situatietekening is bovendien op schaal bijgevoegd in Bijlage 1. De voorziene uitbreiding is noodzakelijk ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering. De voorgenomen foliekas wordt gedeeltelijk gerealiseerd buiten het bestaande agrarische bouwvlak, als opgenomen in het bestemmingsplan voor het buitengebied van Haaren. Het geldende bouwvlak heeft een omvang van circa 0,62 hectare. Om de kas te kunnen realiseren is het wenselijk om dit bouwvlak te vergroten met circa 0,31 hectare tot een totaal van 0,93 hectare. Voor de gewenste vergroting van het bouwvlak en de realisatie van het bouwplan (foliekas en toevoeging erfverharding buiten het geldende bouwvlak) dient derhalve een ruimtelijke procedure te worden doorlopen.
Op 21 januari 2020 is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haaren, onder zaaknummer Z51820, een positief principebesluit genomen. De ruimtelijke procedure wordt doorlopen middels een omgevingsvergunning voor het buitenplans afwijken van het bestemmingsplan (‘projectafwijkingsbesluit’) op basis van artikel 2.1, eerste lid, sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) juncto artikel 2.12, eerste lid, sub a onder 3⁰. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing maakt onderdeel uit van de aanvraag omgevingsvergunning en heeft als doel om de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het voornemen aan te tonen.
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
4
Afbeelding 1: Situatietekening beoogde bedrijfsopzet
1.2
Ligging en begrenzing projectlocatie
De projectlocatie is geadresseerd Oisterwijksedreef 4a, 5076 NA te Haaren en aangeduid op Afbeelding 2. De gronden toebehorende aan de projectlocatie betreffen het huidig agrarisch bouwvlak, de voorgenomen uitbreiding en de gronden waar een landschappelijke inpassing reeds aanwezig is, dan wel wordt gerealiseerd. De projectlocatie is kadastraal bekend als gemeente Haaren, sectie E, perceelnummers 4285, 5156, 5157, 5881 (deels) en 5882. De projectlocatie heeft hierbij een totale omvang van circa 1,26 hectare.
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
5
Afbeelding 2: Ligging projectlocatie Oisterwijksedreef 4a, Haaren (groene omlijning) op een luchtfoto en met kadastrale ondergrond.
1.3
Leeswijzer
In dit eerste hoofdstuk is het project kort ingeleid, waarbij de aanleiding, het doel en de ligging en begrenzing van de projectlocatie kort zijn behandeld. Het tweede hoofdstuk bevat een meer uitgebreide toelichting op het project. Hoofdstuk 3 behelst een toetsing van het project aan respectievelijk het rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid. Het daarop volgende hoofdstuk bevat een weergave van en een toetsing aan de relevante omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 is de uitvoerbaarheid en procedure besproken. Het laatste hoofdstuk betreft de conclusie.
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
6
2.
PROJECTBESCHRIJVING
2.1
Beschrijving omgeving
De projectlocatie is gelegen in het buitengebied van Haaren, aangrenzend aan de kern (ter hoogte van het deel ’t Eind). Op Afbeelding 3 en Afbeelding 4 is de globale ligging van de projectlocatie weergegeven ten opzichte van de ruimere omgeving. Het gebied is aangewezen als boomteeltontwikkelingsgebied. De aangrenzende gronden zijn hoofdzakelijk agrarisch in gebruik. In de kernrand van Haaren, nabij de projectlocatie, bevinden zich een aantal burgerwoningen en een tweetal horecalocaties. Aan de noordzijde van het perceel grenzen de gronden aan de Ruijsbossche Waterloop. Direct ten noorden van deze watergang, ter hoogte van onderhavig perceel, bevindt zich een bestaand kassencomplex van ruim 4 hectare, met diverse (water)silo’s. In zuidelijke richting bevinden zich op korte afstand de gronden toebehorende aan Landgoed Nemelaer. De spoorlijn (Oisterwijk – Boxtel) en het Natura 2000-gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’) bevinden zich beiden op circa 850 meter ten zuiden van de projectlocatie. Op het zuidwestelijk deel van het perceel is een tweetal buisleidingen van de Rotterdam-Rijn Pijpleiding Maatschappij N.V. aanwezig. De Oisterwijksedreef is een ontsluitingsweg, gelegen op de route ter ontsluiting van de kern van Haaren, richting enerzijds het bedrijventerrein en de kern van Oisterwijk en anderzijds richting het buitengebied en het bedrijventerrein van Boxtel.
Deze route is tevens aangeduid als (voormalige) provinciale weg N624.
Afbeelding 3: Globale weergave ligging planlocatie (rood omkaderd) ten opzichte van ruimere omgeving. Bron: Topo Tijdreis.
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
7
Afbeelding 4: Globale weergave ligging planlocatie (groen omkaderd) ten opzichte van ruimere omgeving op een luchtfoto en met kadastrale ondergrond.
2.2
Nadere beschrijving projectlocatie en voornemen
Aan Oisterwijksedreef 4a te Haaren wordt door initiatiefnemers een tuinplantenkwekerij geëxploiteerd. In Afbeelding 2 is de huidige situatie van de projectlocatie weergegeven op een luchtfoto. In navolgende afbeeldingen, Afbeelding 5 en Afbeelding 6, is bovendien een Streetview-weergave van de huidige situatie ingevoegd. Afbeelding 1 geeft daarbij de beoogde situatie weer. De situatietekening van de beoogde situatie is bovendien in volledigheid bijgevoegd in Bijlage 1. Op locatie is momenteel een ruim verhard voorerf, een bedrijfsloods (circa 1.100 m2) en een bedrijfswoning met bijgebouw aanwezig. Het bedrijf kent daarbij een kwalitatief hoogwaardige en verzorgde uitstraling. De loods wordt gebruikt als werktuigenberging, voor de verwerking en het verladen van de planten, voor de opslag van materieel en ten behoeve van o.a. kantoor en kantine. Voorheen was op locatie bovendien sprake van een verouderde foliekas van geringe omvang (circa 900 m2) en een verouderd waterbassin. De foliekas en het waterbassin zijn reeds recentelijk verwijderd ten behoeve van onderhavig voornemen. Op de onbebouwde gronden van de projectlocatie worden planten geteeld (in de vollegrond). Tevens beschikt het bedrijf over diverse teeltgronden elders, ten behoeve van de teelt van tuinplanten. Het betreft een totaal teeltareaal van circa 14 hectare.
De doelstelling is om op de locatie aan de Oisterwijksedreef 4a een moderne foliekas op te richten, met een omvang van circa 4.550 m2. Om zorgvuldig om te gaan met hemelwater en met retourwater vanuit de kas, worden bovendien een tweetal watersilo’s gerealiseerd. De watersilo’s zijn reeds toegestaan op grond van het geldende bestemmingsplan en bovendien op grond van het Besluit omgevingsrecht, Bijlage II, artikel 3, lid 6, vergunningvrij voor de bouwactiviteit. Dit is nader toegelicht in paragraaf 2.4 van onderhavige toelichting. Voor het overige wordt het verharde erf gering uitgebreid ter ontsluiting van de nieuwe bebouwing. De voorgenomen erfverharding binnen het geldende bouwvlak is reeds vergunningvrij toegestaan. Enkel voor de voorgenomen erfverharding buiten het
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
8
geldende bouwvlak is een omgevingsvergunning benodigd. De voorgenomen afwijking van het bestemmingsplan ziet derhalve op de realisatie van de foliekas en de erfverharding voor het deel buiten het geldende bouwvlak. Met de oprichting van een moderne foliekas kan efficiënter en productiever worden geteeld. Het betreft daarbij een belangrijke bedrijfsmatige aanvulling op de vollegrondsteelt. De producten van het bedrijf worden zowel in pot, als met kluit geleverd. Een foliekas biedt diverse teelttechnische voordelen, ter aanvulling op de vollegrondsteelt. Zo is de teelt minder afhankelijk van weeromstandigheden en kan gerichter worden gestuurd op bijvoorbeeld de toepassing van meststoffen en watergift. De teelt wordt hierdoor productiever, doordat er sprake is van een snellere opkweek, dan wel snellere beworteling. De voorgenomen kas zal dus zowel gebruikt worden voor het opkweken en bewortelen van stekmateriaal, als het verder afkweken van planten afkomstig van het veld. Het kunnen verzorgen van de eigen op- en afkweek biedt de mogelijkheid om zelf meer invloed te hebben op de kwaliteit van het eindproduct (in plaats van indien de op- en afkweek elders of door derden geschiedt). De nieuw te bouwen foliekas is, naast de efficiëntere productie, noodzakelijk ter verlenging van het afleverseizoen van plantgoed. Dit heeft bedrijfsmatige voordelen in o.a. arbeids- en risicospreiding.
De nieuw te bouwen foliekas is gedeeltelijk gelegen buiten het vigerende agrarische bouwvlak. Derhalve dient van het bestemmingsplan te worden afgeweken ten behoeve van het voorgenomen bouwplan. Het huidige agrarische bouwvlak heeft een omvang van circa 0,62 hectare. Door een vergroting van het bouwvlak met circa 0,31 hectare tot 0,93 hectare kan de nieuwe bebouwing worden omkaderd. Tevens zal de nieuwe bebouwing adequaat landschappelijk worden ingepast, zoals nader wordt toegelicht in paragraaf 2.6.
Afbeelding 5: Streetview-weergave Oisterwijksedreef 4a, Haaren (vanuit zuidwestelijke richting)
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
9
Afbeelding 6: Streetview-weergave Oisterwijksedreef 4a, Haaren (vanuit noordoostelijke richting)
2.3
Motivatie noodzaak – AAB-advies
Zoals in de inleiding en voorgaand reeds toegelicht is de voorgenomen uitbreiding noodzakelijk ten behoeve van een agrarisch bedrijfsmatig toekomstperspectief. Ter onderschrijving van deze noodzaak is het voornemen bovendien voorgelegd aan de onafhankelijke Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB). Het volledige AAB-advies is bijgevoegd in Bijlage 2. Navolgend wordt het advies samengevat. Het aanwezige agrarische bedrijf betreft een familiebedrijf (wordt geëxploiteerd door twee broers). Er zijn geen vaste medewerkers in dienst. Wel wordt er in piekperioden gebruik gemaakt van het inhuren van tijdelijke krachten. Na de voorgenomen uitbreiding blijft dit bovendien ongewijzigd als zodanig behouden. Voorheen betrof het een varkenshouderij, waarbij geruime tijd geleden deze bedrijfsvoering is gesaneerd en het bedrijf is omgeschakeld tot boomkwekerij. Hiervoor is op de locatie een bedrijfsloods gebouwd en is aan de voorzijde een ruim verhard aangelegd. De bedrijfsvoering is vanaf de opstart gericht op de vollegrondsteelt van hoofdzakelijk groenblijvende heesters en haagplanten. Voor deze vollegrondsteelt is circa 14 hectare cultuurgrond in gebruik. Het bedrijf beschikt over de basismechanisatie voor deze teelten en maakt voor specialistische werkzaamheden gebruik van ingehuurde diensten van derden.
Sinds enkele jaren is bovendien een bedrijfslocatie elders gehuurd, waar gebruik wordt gemaakt van de aanwezige kassen, tunnels, wandelkappen en containervelden. Het benodigde uitgangsmateriaal voor de teelten wordt als stekgoed aangekocht en wordt in trays beworteld (op de elders gehuurde locatie). Vervolgens vindt gedurende enkele jaren de opkweek, hoofdzakelijk in buitenteelt, plaats. Circa 80% van de planten wordt in kluit verkocht vanaf de vollegrond (najaar / voorjaar) en voor het overige na afkweek op containervelden en kassen in potten (ten behoeve van de levering in de zomerperiode). Het bouwplan omvat de bouw van een foliekas, in samenhang met een tweetal watersilo’s. De gehuurde locatie is inmiddels verkocht, waardoor deze bedrijfsvoering elders dient te worden voortgezet. De nieuw te bouwen kas zal met name worden gebruikt voor het bewortelen van stekgoed en om de in vollegrond opgekweekte gewassen op te potten en onder glas af te kweken. Op deze wijze kunnen planten worden aangeboden buiten het gebruikelijke afleverseizoen van vollegrondsgewassen (voorjaar en najaar). De kas zorgt derhalve voor een verlenging van het afleverseizoen (dus een meer gelijkmatig inkomen) en spreiding van de arbeid. Het kunnen afleveren van potgekweekte planten sluit bovendien aan bij de toenemende vraag vanuit de consumentenmarkt om ook in de zomerperiode producten af te nemen.
Het bedrijf richt zich op het leveren van kwalitatief
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
10
bovengemiddelde planten. Een representatieve uitstraling van het bedrijf (waaronder de reeds aanwezige loods en het erf) draagt bovendien positief bij aan de positionering van het bedrijf als leverancier van hoogstaand plantmateriaal. De AAB concludeert dat er sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf. Het bedrijf is gelegen in een boomteeltontwikkelingsgebied, waar in beginsel ontwikkelingsmogelijkheden kunnen worden geboden tot het bouwen van kassen tot 15.000 m2. De realisatie van een teeltondersteunende kas op locatie heeft een positief effect op de bedrijfsvoering. Het teeltseizoen kan worden verlengd, hetgeen tot gevolg heeft dat een bredere doelgroep aan klanten kan worden bediend. Tevens draagt de beschikbaarheid van een kas bij aan de arbeidsspreiding en de risicospreiding van de bedrijfsvoering als geheel. Samenvattend is de AAB van oordeel dat de gevraagde teeltondersteunende kas noodzakelijk is vanuit de optiek van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering. De gevraagde vergroting van het bouwvlak is daarvoor noodzakelijk.
2.4
Geldend bestemmingsplan
Het vigerende bestemmingsplan voor de Oisterwijksedreef 4a te Haaren betreft het bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening 2020’, als vastgesteld door de (voormalige) gemeente Haaren d.d. 24 september 2020 en gewijzigd vastgesteld d.d. 14 oktober 2021 door gemeente Oisterwijk. In Afbeelding 7 is een uitsnede bijgevoegd van de verbeelding van dit bestemmingsplan. De gronden van de projectlocatie hebben de volgende bestemmingen en aanduidingen toegekend gekregen: • Enkelbestemming ‘Agrarisch’; • Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’; • Bouwvlak (circa 0,62 hectare); • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – ambtshalve wijziging’; • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – attentiezone waterhuishouding’; • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – beperkingen veehouderij’; • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – boomteeltontwikkelingsgebied’; • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – boringsvrije zone’; • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – gemengd landelijk gebied’; • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – stalderingsgebied’. Op het zuidelijk deel van de projectlocatie zijn twee brandstofleidingen aanwezig. Om deze reden zijn aanvullend aan de projectlocatie toegekend: • Figuur hartlijn leiding – brandstof; • Dubbelbestemming ‘Leiding – Brandstof’; • Gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – leiding’.
Ten noorden van het bouwvlak, buiten het geldende agrarische bouwvlak, gelden aanvullend nog een tweetal gebiedsaanduidingen, wegens de ligging in nabijheid van de voorziene ecologische verbindingszone nabij de Ruijsbossche Waterloop. Hiervoor zijn aanvullend de volgende aanduidingen aan de projectlocatie toegekend: • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – Natuur Netwerk Brabant ecologische verbindingszone’; • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – behoud en herstel watersystemen’. Blijkens de regels van het geldende bestemmingsplan (artikel 3) is deze locatie bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijvigheid, zoals boomkwekerij en plantenteelt. Binnen het toegekende bouwvlak mogen bedrijfsgebouwen en bouwwerken worden opgericht ten behoeve van deze agrarische bedrijfsvoering. Het project richt zich op de realisatie van een foliekas (4.550 m 2) en een tweetal watersilo’s. In het oorspronkelijke principeverzoek, daterend juni 2019, waren de te bouwen watersilo’s gesitueerd ten noorden van de nieuw te bouwen foliekas, dus eveneens buiten het geldende bouwvlak. Ten noorden van de foliekas is echter de voorziene ecologische verbindingszone nabij de Ruijsbossche Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
11
Waterloop geprojecteerd. Naar aanleiding van (informeel) overleg inzake het principeverzoek, tussen de voormalige gemeente Haaren, provincie Noord-Brabant en initiatiefnemers is de situering van de watersilo’s gewijzigd tot de situering als nu opgenomen in Afbeelding 1 (ten westen van de nieuw te bouwen foliekas, op het achtererf tussen de loods en de foliekas). Hierbij blijven de silo’s bovendien buiten het profiel van vrije ruimte (10 meter breed) vanuit de watergang (beschermd middels de Legger Waterstaatswerken 2021 van Waterschap De Dommel). Het profiel van vrije ruimte is bedoeld voor het aanleggen van een natte natuurzone langs de Ruijsbossche Waterloop. Ook is naar aanleiding van dit overleg de nieuw te bouwen foliekas (met ruim 8 m) ingekort tot de achtergrens van het huidige agrarische bouwvlak. Dit ook om de geprojecteerde ecologische verbindingszone direct ten noorden van het huidige agrarische bouwvlak te respecteren. Naar aanleiding van deze wijzigingen in het bouwplan (inkorten foliekas en verplaatsen silo’s) is vervolgens ervoor gekozen om aan de noordzijde te voorzien in een extra landschappelijke inpassing (retentielaagte, kruidenrijke zoom, bomenrij van landschapsbomen), ter bijdrage aan de ecologische verbindingszone van de Ruijsbossche Waterloop. Hiermee gaat het bouwplan gepaard met het leveren van een meerwaarde in o.a.
landschappelijke inpassing, biodiversiteit en de ecologische kwaliteiten van de Ruijsbossche Waterloop als ecologische verbindingszone. De gekozen situering van de watersilo’s respecteert bovendien de bestaande rechten uit het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening 2020’. De watersilo’s betreffen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en worden gerealiseerd in het bestaande bouwvlak. Op grond van artikel 3.2.4, sub b mag de bouwhoogte van silo’s niet meer bedragen dan 12 m. De silo’s zijn bovendien vergunningvrij voor de activiteit bouwen op grond van het Besluit omgevingsrecht (Bor). In het Bor, Bijlage II, Hoofdstuk III, artikel 3, lid 6 is als vergunningvrije activiteit aangemerkt het realiseren van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied ten behoeve van een agrarische bedrijfsvoering, voor zover het betreft een silo (of een ander bouwwerk niet hoger dan 2 m). In onderhavige situatie worden silo’s gerealiseerd in het achtererfgebied, in het agrarische bouwvlak. De silo’s voldoen ruimschoots aan de gestelde bouwregels inzake bouwhoogte. In Hoofdstuk V Bijlage II Bor (Bijzondere bepalingen) is in artikel 5, lid 4 opgenomen dat bepaalde vergunningvrije activiteiten (artikel 3, onderdelen 1 en 2) niet zijn toegestaan indien er sprake is van een geldende archeologische dubbelbestemming.
In onderhavige situatie is er ten eerste sprake van artikel 3, onderdeel 6 (en dus niet onderdeel 1 en 2). Daarnaast is de bouwactiviteit in het geldende bestemmingsplan uitgezonderd van een archeologische onderzoeksverplichting. Het geldende bestemmingsplan heeft in artikel 29 (‘Waarde – Archeologie 2’) in 29.2 d en 29.3.1 c een uitzondering van de vergunning- en archeologische onderzoeksverplichting opgenomen voor bodemingrepen (bouwen of werkzaamheden) welke worden uitgevoerd ter plaatse van het agrarisch bouwvlak. Dat is ten aanzien van de watersilo’s het geval. Voor de binnen het bouwvlak te realiseren erfverharding geldt bovendien geen aanlegvergunningplicht (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden). Enkel voor de geringe hoeveelheid te realiseren erfverharding buiten het bouwvlak is derhalve een aanlegvergunning benodigd. Concluderend, de (water)silo’s en erfverharding binnen het geldende agrarische bouwvlak zijn vergunningvrij op grond van het geldende bestemmingsplan en Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Hiermee worden bestaande rechten gerespecteerd. Bij de gekozen situering is bovendien rekening gehouden met enerzijds bedrijfsfunctionaliteit (de silo’s zijn in directe nabijheid van de kas en loods gewenst, o.a.
wegens waterafvoer vanuit de kas en hemelwaterberging) en anderzijds met de inrichting van de ecologische verbindingszone van de Ruijsbossche Waterloop (verplaatsing ten opzichte van eerdere situering ten noorden van de foliekas en inkorting bouwplan foliekas). Ook is het vanuit het straatbeeld wenselijk om de silo’s aan de achterzijde van het bedrijf te realiseren. Door de voorgenomen situering is er sprake van een clustering van bebouwing (loods, silo’s en kas). Doordat het watersilo’s betreft is er overigens geen sprake van verkeersbewegingen naar deze silo’s toe. Het betreft statisch aanwezige silo’s voor enerzijds watercirculatie vanuit de foliekas en anderzijds hemelwaterberging.
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
12
In onderhavige ruimtelijke onderbouwing wordt dit totale voornemen, foliekas, silo’s en erfverharding (ondanks dat de silo’s en erfverharding vergunningvrij zijn) volledigheidshalve wel meegenomen in de verdere toetsing. In artikel 3.2.2 is opgenomen dat de oppervlakte aan teeltondersteunende kassen per bedrijf in beginsel niet meer mag bedragen dan 1.000 m2. In artikel 3.3.2 is echter een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen, waarbij met een omgevingsvergunning, teeltondersteunende kassen kunnen worden toegestaan tot een grotere oppervlakte en hogere hoogte, onder de volgende voorwaarden: • De noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering dient te zijn aangetoond middels een AAB-advies. • Binnen het betreffende bouwvlak mag de gezamenlijke oppervlakte van teeltondersteunende kassen niet meer dan 5.000 m2 bedragen. • Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – groenblauwe mantel’ zijn teeltondersteunende kassen niet toegestaan. • De hoogte mag niet meer bedragen dan 12 m. • Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – boomteeltontwikkelingsgebied’ mag de gezamenlijke oppervlakte in afwijking van 5.000 m2, niet meer dan 15.000 m2 bedragen. • Er moet worden voldaan aan het Activiteitenbesluit.
• De gevels van glasopstanden waarin assimilatiebelichting wordt toegepast vanaf 1:00 uur na zonsondergang tot 1:00 uur voor zonsopgang dienen volledig te zijn afgeschermd met een 100% dicht gevelschermdoek en aan de bovenzijde van de glasopstanden in diezelfde periode dient het licht minimaal 95% te worden afgeschermd. Het voornemen voldoet aan voorgaande voorwaarden. De noodzaak voor de geplande foliekas is onderschreven door de AAB (Bijlage 2). De locatie is niet gelegen in de groenblauwe mantel, maar wel binnen het boomteeltontwikkelingsgebied. Er is daardoor 15.000 m2 aan teeltondersteunende kassen toegestaan. De geplande bouwhoogte van de foliekas bedraagt circa 6 meter. Elk tuinbouwbedrijf dient te voldoen aan het Activiteitenbesluit milieubeheer, en onderhavige projectlocatie voldoet hier ook aan. Er zal geen assimilatiebelichting worden toegepast. Indien ter plaatse van de nieuw te bouwen kas dus sprake zou zijn van een agrarisch bouwvlak, dan kon met een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid medewerking worden verleend aan de beoogde bouw. De foliekas is echter gedeeltelijk voorzien buiten het bouwvlak.
In artikel 3.7.4 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarmee met een binnenplans wijzigingsplan (onder bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders) het bouwvlak kan worden vergroot ten behoeve van de bouw en aanleg van permanente teeltondersteunende voorzieningen (waaronder tevens teeltondersteunende kassen). Hierbij dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: • De noodzaak is aangetoond middels een AAB-advies, en • De ter plaatse voorkomende landschaps- en natuurwaarden worden niet onevenredig aangetast. • De oppervlakte bedraagt niet meer dan 3 ha. • Wijziging dient plaats te vinden grenzend aan het bestaande bouwvlak. • Er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan. Ook aan voorgaande voorwaarden kan worden voldaan. De noodzaak volgt uit het bijgevoegde AABAdvies (Bijlage 2). De landschaps- en natuurwaarden worden niet onevenredig aangetast, zoals volgt uit onderhavige ruimtelijke onderbouwing. De oppervlakte voldoet met 4.550 m 2 ruimschoots aan de maximaal toegestane omvang. Bovendien is er sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing (Bijlage 3 en paragraaf 2.6). Er kan dus voldaan worden aan de binnenplanse wijzigingsbevoegdheid.
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
13
Voor initiatiefnemers is het echter wegens de voortgang wenselijk om de afwijking van het bestemmingsplan direct te combineren met de benodigde omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit. Derhalve wordt een omgevingsvergunning aangevraagd met de activiteiten bouw en projectafwijkingsbesluit. Uit bovenstaande volgt echter dat het voornemen voldoet aan de gemeentelijke beleidsuitgangspunten. Door het college van burgemeester en wethouders van de (voormalige) gemeente Haaren is op 21 januari 2020, onder zaaknummer Z51820, besloten om in principe medewerking te verlenen aan het voornemen, waarbij de initiatiefnemer is uitgenodigd om een herziening van het bestemmingsplan voor te bereiden. Er is gekozen voor de ruimtelijke procedure buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan met een omgevingsvergunning. In het principebesluit is o.a. aangegeven dat het voornemen passend is in de gemeentelijke beleidskaders. De projectlocatie is gelegen in het boomteeltontwikkelingsgebied. Dit betreft een gebied waar boomteeltbedrijven de ruimte krijgen om door te groeien en te ontwikkelen. Uitbreiding op deze locatie geeft dus invulling aan de beleidsuitgangspunten zoals omschreven in het gemeentelijk beleid.
Afbeelding 7: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaren, herziening 2020’, plangebied rood omkaderd weergegeven, geldend bouwvlak geel omkaderd weergegeven.
2.5
Verkeer en parkeren
Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen of de parkeerbehoefte. Het is daarom van belang om te beschouwen welke veranderingen optreden en welk effect dit heeft op verkeer en parkeren. Aan de Oisterwijksedreef 4a te Haaren is een bestaand teeltbedrijf gevestigd. Doelstelling is om de agrarische bedrijfsvoering ter plaatse uit te breiden met een nieuw te bouwen foliekas (en bijbehorende watersilo’s). Dit ter aanvulling op de huidige vollegrondsteelt. De parkeerbehoefte en
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
14
verkeersgeneratie voor een dergelijk bedrijf wordt bepaald door medewerkers, bezoekers (teeltvoorlichters, bedrijfsadviseurs, leveranciers e.d.) en de benodigde transporten ten behoeve van het afleveren van bijvoorbeeld het plantgoed en het aanleveren van materieel (zoals potgrond en meststoffen). Zoals in paragraaf 2.3 toegelicht, is onderhavig bedrijf een familiebedrijf, zonder vaste medewerkers. Enkel in piekperiodes wordt gebruik gemaakt van tijdelijke inhuurkrachten. Dit blijft ook na realisatie van het planvoornemen ongewijzigd behouden. Het planvoornemen omvat de bouw van een foliekas. Het betreft een koude kas, waarin alleen basisvoorzieningen worden ingericht (zie hiertoe ook het AAB-advies in Bijlage 2). De foliekas wordt gerealiseerd ter plaatse van gronden die momenteel ook reeds gebruikt worden ten behoeve van de teelt. Nu is er echter sprake van onbedekte teelt in de vollegrond. In de beoogde situatie wordt ter plaatse een foliekas gerealiseerd. Het totale teeltareaal van het bedrijf blijft derhalve ten gevolge van het voornemen ongewijzigd behouden. De foliekas biedt echter juist mogelijkheden ten behoeve van arbeidsspreiding en het verlengen (spreiden) van het teeltseizoen (dus tevens de aflevering buiten de huidige piek-afleverperiodes van de vollegrondsteelt). Ook biedt de foliekas de mogelijkheid tot het verkrijgen van producten met een verhoogde kwaliteit.
Hierdoor zijn in beginsel geen extra arbeidskrachten benodigd, maar worden de eigen beschikbare arbeidsuren efficiënter benut en anders over het jaar verspreid (minder pieken en meer spreiding). Ook de aan- en afvoer van materieel blijft nagenoeg ongewijzigd behouden, daar de aanwezige bedrijfsloods een centrale aan- en afvoerlocatie vormt voor de gehele teelt. Aangezien er sprake is van de wijziging van een reeds bestaand teeltbedrijf en er in beginsel geen sprake is van een uitbreiding van het totale teeltareaal, zal door de aard van het voornemen de arbeidsbehoefte, parkeerbehoefte en verkeersgeneratie over het jaar bezien niet significant toenemen. Laad- en losbewegingen van transporten kunnen efficiënter worden ingezet en zoals toegelicht zorgt het voornemen met name voor een verdere spreiding van het afleveren van producten over het jaar en een verhoogde productkwaliteit. Op het eigen verharde erf zijn ruime voorzieningen aangebracht voor parkeren, laden en lossen en manoeuvreren (zie hiertoe ook Afbeelding 5). Verkeersstructuur en verkeersgeneratie Zoals voorgaand toegelicht is aan Oisterwijksedreef 4a te Haaren reeds een teeltbedrijf gevestigd. Deze bedrijfsvoering gaat gepaard met diverse verkeersbewegingen, waaronder vrachtwagens voor laden en lossen, tractoren met aanhangers t.b.v. planten, maar ook auto’s en bestelwagens (eigen verkeersbewegingen, adviseurs e.d.).
De verkeersgeneratie zal nagenoeg ongewijzigd blijven ten opzichte van de huidige situatie. Vrachten kunnen efficiënter worden ingezet en bovendien vindt een verdere spreiding van arbeid en verlenging van het teeltseizoen plaats gedurende het jaar. In plaats van pieken gedurende het voor- en najaar, kan met de foliekas ook gedurende de zomerperiode worden geleverd. Het afleverseizoen wordt hierdoor, met het gelijk blijven van het teeltareaal, meer verspreid. Het gemiddeld aantal verkeersbewegingen per etmaal, over het jaar bezien, zal daardoor nagenoeg ongewijzigd blijven ten opzichte van de huidige situatie. Door het ruime verharde en overzichtelijke voorerf met brede inrit kunnen zware voertuigen (vrachtwagens en tractoren) ook direct de openbare weg verlaten om ter plaatse op het erf te laden en lossen. De zware verkeersbewegingen betreffen tractoren (met aanhangers) en vrachtwagens. Op jaarbasis is er in de (huidige en) beoogde situatie sprake van circa 5.500 zware verkeersbewegingen (2.750 voertuigen). Een verkeersbeweging, betreft een aankomende of vertrekkende beweging. Één voertuig is daarbij dus twee verkeersbewegingen. Er zullen niet dagelijks zware verkeersbewegingen plaatsvinden (maar met name op werkdagen). Bovendien is er sprake van spreiding over het jaar, al naar gelang de teelt dit vereist.
Gemiddeld bezien betreft het circa 15 zware voertuigbewegingen per etmaal.
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
15
Tevens is er sprake van lichte verkeersbewegingen (personenauto’s / bestelauto’s / bedrijfsbusjes). Op jaarbasis betreft het in de (huidige en) beoogde situatie circa 4.400 voertuigbewegingen (2.200 voertuigen). Dit betreft gemiddeld 12 lichte voertuigbewegingen per etmaal. De hoofdontsluiting van het bedrijf wordt gevormd door de Oisterwijksedreef. Deze weg is onderdeel van de voormalige provinciale weg N624. Deze route verbindt Oisterwijk vanaf de komgrens, via Haaren, met Boxtel. Het laatste deel van deze weg is grotendeels parallel gelegen aan de spoorlijn Tilburg – Eindhoven. Het betreft een tweestrooks erftoegangsweg, met een maximum snelheid van 60 km/u en met een vrijliggend fietspad. Deze route is een belangrijke ontsluitingsroute voor Oisterwijk, Haaren en Boxtel. De aanwezige weg beschikt over ruim voldoende capaciteit voor het blijvend ontsluiten van de verkeersgeneratie van het bestaande teeltbedrijf. Het voornemen heeft daarmee geen gevolgen voor de verkeersveiligheid. Het aantal verkeersbewegingen blijft immers nagenoeg gelijk, waardoor van een onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de beoogde ontwikkeling geen sprake is en de verkeerssituatie nagenoeg gelijk blijft. Parkeren De landelijke parkeerkencijfers worden opgesteld door Kennisplatform CROW.
De actuele parkeerkencijfers zijn opgenomen in publicatie 381, ‘Toekomstbestendig parkeren – Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’, d.d. december 2018. Daarnaast beschikt gemeente Oisterwijk over de ‘Nota Parkeernormen 2016’, als vastgesteld d.d. 24 augustus 2016. Ook deze gemeentelijke nota is gebaseerd op de kencijfers van het CROW. Het gemeentelijk uitgangspunt ten aanzien van parkeren, is dat in beginsel op eigen terrein wordt voorzien in de parkeerbehoefte. Het teeltbedrijf kan worden geclassificeerd als een arbeidsextensief, bezoekersextensief bedrijf. In bovengenoemde CROW-publicatie 381 wordt voor een dergelijk bedrijf in het buitengebied uitgegaan van 0,8 – 1,3 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo (bruto vloeroppervlak). Dit is overigens exclusief vrachtwagenparkeren. De gemeentelijke parkeernota gaat uit van 1,1 parkeerplaats (dus het gemiddelde van de gestelde normen uit de CROW) per 100 m2 bvo. De bedrijfsloods heeft een omvang van circa 1.100 m2. De nieuw te bouwen foliekas is circa 4.550 m2. Dit betreft een totaal van 5.650 m2 aan bedrijfsgebouwen. De uitbreiding heeft enkel betrekking op de realisatie van de foliekas. Deze uitbreiding zou, op basis van de gemeentelijke parkeernorm, leiden tot een theoretisch aantal benodigde parkeerplaatsen van (4.550 / 100 x 1,1 =) 50,05 parkeerplaatsen.
Dit is nadrukkelijk een theoretisch aantal parkeerplaatsen, daar dit aantal parkeerplaatsen (en bijbehorende bezoekers) absoluut niet realistisch is voor een dergelijke tuinplantenkwekerij. Het bestaande verharde voorerf heeft een omvang van circa 1.300 m 2 en blijft ten gevolge van het planvoornemen ongewijzigd behouden. Dit is derhalve ruimschoots voldoende om de theoretische omvang van 50,05 parkeerplaatsen op te vangen. Het voornemen heeft betrekking op de realisatie van een foliekas. De gronden ter plaatse van deze foliekas worden nu ook reeds ingezet als teeltareaal, maar dan in de vollegrond. Het bedekken van deze teeltgronden met een foliekas heeft geen gevolgen voor de feitelijke parkeerbehoefte. De bedrijfsvoering van de aanwezige tuinplantenkwekerij wordt hoofdzakelijk uitgevoerd door initiatiefnemers (twee broers). Enkel in piekperiodes maken zij gebruik van extern ingehuurde arbeid. Daarnaast is er een benodigde parkeerbehoefte voor bijvoorbeeld adviseurs en leveranciers. De aanwezige foliekas wordt enkel gebruikt voor de plantenteelt, net als op de overige onbedekte teeltgronden. Het is derhalve voor de parkeernormering realistischer om uit te gaan van enkel de bedrijfsloods voor de parkeerbehoefte. Dit leidt tot een parkeerbehoefte van 12,1 parkeerplaatsen. Ook dit betreft voor de praktijk nog een ruime overschatting.
De aanwezige bedrijfswoning heeft een eigen lange verharde oprit. Hier kan dus in de eigen privé parkeerbehoefte worden voorzien. Het bij het bedrijf behorende verharde voorerf biedt ruimschoots voldoende ruimte voor tenminste 15 parkeerplaatsen (deze parkeerruimte heeft immers een lengte van meer dan 38 meter).
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
16
Ook is er op het verharde erf en in de bedrijfsloods voldoende ruimte voor vrachtwagenparkeren t.b.v. laden en lossen van het plantgoed. Op eigen erf wordt dus ruimschoots voorzien in de parkeerbehoefte van het bedrijf. Er wordt dus geen aanspraak gemaakt op de openbare ruimte voor parkeren. De bestaande parkeervoorzieningen zijn inzichtelijk gemaakt op navolgende afbeeldingen.
Afbeelding 8: Luchtfoto met weergave bestaande parkeervoorzieningen (wit gestippeld).
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
17
Afbeelding 9: Straatbeeldweergave bestaand verhard erf met bestaande parkeervoorzieningen. Het gehele voorerf kan worden gebruikt t.b.v. parkeren.
Afbeelding 10: Straatbeeldweergave bestaand verhard erf, met parkeervoorzieningen t.b.v. gebruik bedrijfswoning.
2.6
Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering landschap
De ontwikkeling van de Oisterwijksedreef 4a te Haaren zal landschappelijk worden ingepast en gaat gepaard met een kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit is bovendien ook zoals voorgeschreven op grond van zowel het gemeentelijk, als het provinciaal ruimtelijk beleid. De gemeente Oisterwijk conformeert zich aan de ‘Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant, actualisering 2015’, als regionaal vastgesteld d.d. 10 december 2015. In deze werkafspraken wordt een categorisering toegepast, op basis waarvan de benodigde inspanning wordt bepaald. De genoemde landschappelijke investeringsmaatregelen worden zowel financieel, juridisch als feitelijk verzekerd middels opname van een verplichting tot aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing in de voorschriften van de omgevingsvergunning. De werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant is een regionale uitwerking van de regels inzake de kwaliteitsverbetering van het landschap uit de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In deze regeling is voor initiatieven in het buitengebied een
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
18
categorisering uitgewerkt, waarbij al naar gelang de categorie de mate van inspanning wordt bepaald. Hierbij worden de volgende categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen onderscheiden: ▪ Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke impact, waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist. ▪ Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met een beperkte landschappelijke impact. De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen op basis van een goedgekeurd landschapsplan. ▪ Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen welke niet tot categorie 1 of 2 behoren. De kwaliteitsverbetering wordt berekend op basis van de bestemmingswinst. Hierbij dient minimaal 20% van de grondwaardevermeerdering geïnvesteerd te worden in het landschap. In de regionale werkafspraken is bovendien een niet-limitatieve lijst opgenomen van ruimtelijke ontwikkelingen die worden aangemerkt als ‘Categorie 2’. Het vergroten van agrarische bouwvlakken tot 1,5 hectare in het gemengd landelijk gebied, is hierbij concreet genoemd als zijnde categorie 2. Het voornemen behelst een vergroting van het bestaande bouwvlak (circa 0,62 hectare), met circa 0,31 hectare tot totaal circa 0,93 hectare.
De locatie is gelegen in het ‘gemengd landelijk gebied’ in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, zie hiertoe ook paragraaf 3.2.3. Conform de categorisering in de gemeentelijke beleidsregels wordt het vergroten van een agrarisch bouwvlak tot 1,5 hectare in het gemengd landelijk gebied, aangemerkt als categorie 2. Derhalve is een landschappelijke inpassing van de projectlocatie benodigd. In Bijlage 3 is het landschappelijk inpassingsplan bijgevoegd voor het project. Een uitsnede hiervan is opgenomen in Afbeelding 11. De landschappelijke inpassing dient een kwaliteitsverbetering te zijn voor het landschap. De projectlocatie ligt op een dekzandvlakte met aan de noordzijde het beekdal van de Ruijsbossche Waterloop. Aan de zuidzijde bevindt zich het Landgoed Nemelaer in een besloten landschap. De omliggende wegen zijn aangeplant in de vorm van bomenrijen. Het plangebied ligt in een half open omgeving, met weilanden, boomteelt en akkerbouwpercelen. In het gebied komen diverse lijnvormige landschapselementen voor, zoals bomenrijen. Rondom bebouwing staan knip- en scheerhagen, bomenrijen en solitaire knotbomen en landschapsbomen. Aan de wegzijde bevindt het perceel waar de nieuwe kas wordt gerealiseerd zich achter een bestaand bosje. Dit bosje zorgt ervoor dat het zich op de voorzijde van de nieuwe bebouwing reeds grotendeels wordt ontnomen.
Voor de voorgenomen landschappelijke inpassing is aansluiting gezocht bij het aanwezige landschapstype van het halfopen landschap en de reeds aanwezige landschapselementen in de nabije omgeving. Daarom is er op de projectlocatie gekozen voor de landschapselementen landschapsboom in bomenrij, in kruidenrijke zoom en knotwilgenrij aan de slootkant. Ook bestaande landschapselementen op het erf (landschapsboom en hagen) worden geborgd en behouden. Bij de totstandkoming van de landschappelijke inpassing is naast het landschap, tevens rekening gehouden met gebruiksfunctionaliteit van de kassen (o.a. ten behoeve van het behoud van voldoende lichtinval en het voorkomen van beschadiging van de folie door takken). Tevens is, naar aanleiding van vooroverleg met het waterschap, met de gekozen landschappelijke inrichting gestreefd naar een positieve bijdrage voor de nog te realiseren EVZ langs de Ruijsbossche Waterloop. Deze EVZ is bedoeld als verbindende schakel voor de doelsoorten hermelijn, kamsalamander en kleine ijsvogelvlinder. Voor deze soorten is variatie in landschapselementen en beschutting belangrijk. Een meer uitgebreide toelichting hieromtrent is opgenomen in paragraaf 4.6.
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
19
De voorgenomen landschappelijke inpassing bestaat uit een aantal onderdelen: 1. Op het erf is een bestaande notenboom aanwezig. Deze bestaande solitaire landschapsboom blijft behouden ter aankleding van het erf. 2. Rondom de bestaande bebouwing en erfverharding zijn reeds bestaande hagen aanwezig. Met hagen worden de lijnen van het landschap geaccentueerd. Bovendien vormen hagen een natuurlijke erfafscheiding. De instandhouding van deze hagen wordt geborgd, middels opname hiervan in het landschappelijk inpassingsplan. 3/5/6. Op het noordwestelijk deel van de projectlocatie wordt aangrenzend aan de Ruijsbossche Loop een kruidenrijke zoom met bomenrij aangeplant. Er wordt gekozen voor een mix van bomen, bestaande uit zoete kers, lijsterbes en zwarte els. Het betreft inheemse, streekeigen soorten die goed gedijen op voedselrijke zandgronden met matig vochtige tot natte bodem. Bij het plaatsen van de bomen wordt een afdoende afstand (minimaal 5 meter vanaf de insteek van de watergang) tot de Ruijsbossche Loop gerespecteerd, zodat onderhoud mogelijk blijft. De bomen komen minimaal op 8 meter afstand hart-op-hart, zodat de bomen tot volle wasdom kunnen uitgroeien. Met de voorgenomen inrichting (diverse soorten bomen en de kruidenrijke zoom) wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de ecologische functie en biodiversiteit van de gronden nabij deze watergang.
Hiermee wordt een kwaliteitsimpuls gegeven aan de functie van de Ruijsbossche Waterloop als ecologische verbindingszone. Tussen deze bomen, of ter vervanging van enkele aan te planten bomen kan ook gekozen worden voor het pluksgewijs aanplanten van inheemse, gebiedseigen struweel (t.b.v. de beschutting voor doelsoorten van de EVZ). Dit kan in de feitelijke uitvoering worden meegenomen. De ondergrond van de kruidenrijke zoom zal gedeeltelijk worden ingericht als wadi / retentielaagte. Het betreft daarbij een omvang van circa 700 m2, met een gemiddelde bergingsdiepte van 40 cm. In deze wadi / retentielaagte kan hemelwater van de bebouwing en verharding worden opgevangen en ter plaatse infiltreren. Dit levert een positieve bijdrage aan klimaatadaptatie. Hierbij zal gekozen worden voor enige variatie in de bodemdiepte van de wadi (met behoud van de gemiddelde bergingsdiepte). Hierdoor ontstaat een variatie in groeiplaatsen. Sommige stukjes blijven dan langer nat, waardoor andere plantensoorten zich hier vestigen en er kleine tijdelijke 'poeltjes' ontstaan, die interessant zijn voor o.a. amfibieën. Ook dit wordt in de feitelijke uitvoering meegenomen. 4. Langs de slootkant van de projectlocatie worden op de perceelsgrens landschapsbomen, knotwilgen, aangeplant in een rij parallel aan de perceelsgrens. Hierbij wordt het zicht op de gebouwen ontnomen.
Tevens worden met dit landschapselement de typische bomenrijen herhaald die in het gebied voorkomen en betreft het een boomtype die qua gebruiksfunctionaliteit passend is direct naast een kassencomplex (en niet teveel lichtinval ontneemt). Met de voorgenomen landschappelijke inrichting wordt het bedrijf adequaat landschappelijk ingepast en wordt voldaan aan het (provinciaal en gemeentelijk) vereiste van kwaliteitsverbetering van het landschap.
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
20
Afbeelding 11: Landschappelijk inpassingsplan Oisterwijksedreef 4a
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
21
3.
BELEIDSKADER
De voorgenomen ontwikkeling dient te passen binnen het ruimtelijke beleid van de diverse overheidslagen, te weten het Rijk, de provincie en de gemeente. Navolgend zullen de beleidskaders van deze overheidslagen worden besproken. Daarnaast wordt getoetst of onderhavige ontwikkeling passend is binnen dit beleid.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De ruimtelijke structuurvisie op rijksniveau betreft de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), als vastgesteld op 11 september 2020. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie, richting 2050, gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Geconcludeerd wordt dat Nederland staat voor een aantal urgente complexe maatschappelijke opgaven, op zowel lokaal, regionaal, nationaal als internationaal niveau. De NOVI beoogt perspectief te bieden om deze opgaven in gezamenlijkheid, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, aan te pakken, met regie vanuit het Rijk. Het kernbegrip is daarbij ‘omgevingskwaliteit’, betreffende ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met daarbij inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. Met een integrale samenwerking en met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de 4 nationale prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Wegens mondiale problematieken aangaande klimaatverandering en zeespiegelstijging, dienen keuzes voor functies die gebruik maken van de fysieke leefomgeving meer te worden afgestemd op de eigenschappen van het bodem-watersysteem.
Deze keuzes dragen bij aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van Nederland in 2050. Energietransitie is noodzakelijk, maar gaat ook gepaard met conflicterende belangen ten aanzien van ruimtegebruik en effecten op de lange termijn. De NOVI is daarom richtinggevend om bij de inpassing van energieinfrastructuur aandacht te behouden voor de kwaliteit van de leefomgeving. • Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; In het kielzog van de COVID-19-pandemie wordt hard gewerkt om de gevolgen voor de economie zoveel als mogelijk te beperken. Dat vraagt op korte termijn om ongekende overheidsingrepen en investeringen. Gezocht wordt naar mogelijkheden voor een co-creatie om deze interventies en investeringen ook ten goede te laten komen voor de lange termijn-ambities, namelijk het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving. Aanvullend wordt bij locaties van kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentra naast de vraag vanuit bedrijven, economische vitaliteit, de aansluiting op het verkeers- en vervoersnetwerk en het elektriciteitsnetwerk rekening gehouden met de aantrekkelijkheid en de kwaliteit van stad en land.
Vanuit nationaal niveau wordt ingezet op actieve clustering van (grootschalige) logistieke functies op logistieke knooppunten langs (inter)nationale corridors. • Sterke en gezonde steden en regio’s; Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden. Er wordt ingezet op de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Doelstelling is om daar naartoe te groeien en een goed bereikbaar netwerk van steden en regio’s te realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagt echter tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een stevige impuls te geven. De locaties bevinden zich daarbij in het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zoveel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Belangrijke aandacht gaat uit naar het aanbod en de kwaliteit van groen in de stad en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad. De COVID-19-
Ruimtelijke onderbouwing Oisterwijksedreef 4a, Haaren
22
crisis onderstreept de waarde en het belang van een goede inrichting van de openbare ruimte voor het menselijk welbevinden. • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doelstelling is te komen tot een landelijk gebied waar het prettig wonen, werken en recreëren is en waar ruimte is en blijft voor economisch vitale landbouw als belangrijke drager van het platteland. De stikstofproblematiek raakt zowel het landelijk gebied, als diverse economische sectoren. De waarde van de natuur, het landschap en de toekomst van de landbouw staan onder druk. Ook de verbetering van de biodiversiteit is daarbij een uitdaging. Houdbare oplossingen vragen echter tijd. Voor de lange termijn wordt daarom gewerkt aan een geleidelijke en zorgvuldige herindeling van het landelijk gebied, onder meer gericht op kringlooplandbouw in goed evenwicht met natuur en landschap. Naast voornoemde prioriteiten zijn in de NOVI tevens 21 nationale belangen benoemd. De geformuleerde nationale ambities vragen veel van de leefomgeving. Een scala van belangen en claims moet een plek vinden binnen de totale oppervlakte van Nederland. Niet alles kan en niet alles kan overal. Dit leidt soms tot conflicterende belangen, waaruit gekozen moet worden. Het Rijk moet en wil in dit proces het voortouw nemen.
Vanuit de NOVI geeft het Rijk de kaders en richting mee voor zowel nationale als decentrale keuzes, waarbij de verantwoordelijkheid ligt bij alle partijen (Rijk, provincie, waterschappen, gemeenten, bedrijven, maatschappelijke instellingen en burgers) gezamenlijk. Dit om te komen tot de gezamenlijke beoogde transitie naar een duurzame en circulaire samenleving. De NOVI zal worden uitgevoerd o.a. in de vorm van Omgevingsagenda’s, programma’s en de Regionale Investeringsagenda’s. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als de ondergrond. Het betreft ‘omgevingsinclusief’ beleid, en de NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes die kunnen worden toegepast bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies (‘dubbele doelstelling’); 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Regie wordt bovendien aan andere overheden meegegeven in de vorm van voorkeursvolgorden voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zo wordt vanuit het Rijksoverheid sturing gegeven aan beleidsmatige afwegingen en toekomstbestendige ontwikkelingen, waarbij op lokaal niveau de concrete uitwerking hiervan kan worden gemaakt.
De nationale strategische keuzes worden daarmee uitgewerkt tot gebiedsgericht maatwerk. Onderhavige ontwikkeling is als kleinschalig aan te merken, in verhouding tot de prioriteiten en ambities uit de NOVI. Er is sprake van een agrarische ontwikkeling op perceelsniveau. De locatie is gelegen in boomteeltontwikkelingsgebied, waarbij op bestaande aan het bedrijf toebehorende teeltgronden een foliekas wordt gerealiseerd. De grond wordt dus blijvend gebruikt voor de plantenteelt. De realisatie van de voorgenomen teeltondersteunende kas draagt echter bij aan de economische ontwikkeling van het bedrijf, middels o.a. verlenging van het teeltseizoen en een bijdrage aan risico- en arbeidsspreiding. De aanwezige teeltgrond wordt dus efficiënter voor de agrarische productie ingezet. Daarbij respecteert de voorgenomen uitbreiding functies en waarden in de omgeving, zoals de kwaliteit van de leefomgeving en het hydrologisch systeem. Bovendien gaat de ontwikkeling gepaard met een landschappelijke inpassing, die inzet op het versterken van de kwaliteit en biodiversiteit nabij de ecologische verbindingszone Ruijsbossche Waterloop.