22-62B Rekenkameronderzoek Dorpen, wijken en buurten in verbinding - bijlage 2 rekenkameronderzoek
Tekst van het document
Wat zien de gemeente en de inwoners concreet in de samenleving: welke woningen, welke voorzieningen, kwaliteit openbare ruimte of iets anders? Om daar zicht op te krijgen moeten beleidsdocumenten betreffende het onderwerp worden geraadpleegd. > Constructieve samenwerking. De gemeente kijkt ook naar de samenwerking binnen het eigen bestuur: het samenspel tussen raad en college. De gemeente wil dat inwoners ook een nadrukkelijke rol krijgen en dat de gemeente faciliteert. Het is verder niet helder wat de rol van inwoners zou kunnen zijn, behalve het op tafel leggen van belangen en behoeften. > Professionele werkwijze. Er wordt ingestoken op ‘doen en leren’, ruimte om te ontdekken en zodoende op een pragmatische wijze de juiste werkwijze vinden. De pragmatische insteek door ‘te doen en te leren’ wordt ook bevestigd in gesprekken in het kader van dit onderzoek. Hiertoe zijn verschillende stappen gezet11. We werken dit verder uit in het volgende hoofdstuk ‘Samenwerking in de praktijk’.
10
11
Sustainable Global Goals zijn zeventien doelen die zijn afgesproken door de landen die zijn aangesloten bij de Verenigde Naties. Bron: interviews
Pagina 29
7
Samenwerking in de praktijk
In dit hoofdstuk behandelen we deelvragen 6 t/m 8 van het onderzoek, zie het onderstaande kader. Direct onder het kader beantwoorden we de deelvragen. De onderbouwing daarvan is de te vinden in de paragrafen van dit hoofdstuk waarbij casussen worden gebruikt ter illustratie. DEELVRAGEN
6 7
8
Hoe is de samenwerking tussen de gemeente Oisterwijk en georganiseerde inwoners (zoals dorps-, wijk- en buurtraden) van de drie kernen vorm gegeven? Hoe goed werkt de gemeente samen met georganiseerde inwoners (zoals dorps-, wijk- en buurtraden) van de drie kernen? In het bijzonder: > Welke kansen ziet de dorpsraad Moergestel om dit achtergestelde gevoel bij inwoners weg te nemen en hoe ziet de dorpsraad Moergestel zijn eigen bijdrage daaraan en die van de gemeente Oisterwijk? > Voelen de inwoners van Heukelom zich net als die van Moergestel ook achtergesteld? Zo ja, welke kansen zien de buurt-, wijk- en dorpsraden daar om dat gevoel weg te nemen? > Voelen de inwoners van Haaren zich net als die van Moergestel ook achtergesteld? Zo ja, welke kansen zien de buurt-, wijk- en dorpsraden daar om dat gevoel weg te nemen? Welke rollen vullen georganiseerde inwoners (zoals dorps-, wijk- en buurtraden) in voor hun eigen inwoners en voor de gemeente Oisterwijk? > Hoe zien zij hun eigen rol en welke bijdrage kunnen zij leveren aan het dorps- en wijkgericht werken? > Op welke wijze en op welke onderwerpen willen zij gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan het gemeentebestuur van de gemeente Oisterwijk? > Wat verwachten zij daarbij van de gemeente Oisterwijk?
BEANTWOORDING DEELVRAGEN: KERNBEVINDINGEN 6 De drie dorpen Oisterwijk, Moergestel en Haaren en het buurtschap Heukelom, en de projecten die daar spelen, zijn toebedeeld aan een portefeuillehouder van het college en aan de desbetreffende portefeuillehouder is een ambtelijk accounthouder gekoppeld. De portefeuillehouder en ambtelijk accounthouder hebben structureel overleg met de dorps- en wijkraden, of zijn van plan dit vorm te geven. De relatie tussen de gemeente en de dorps- en wijkraden heeft namelijk verschillende vormen en bevindt zich ook in verschillende fasen van ontwikkeling. Alle dorps- en wijkraden kennen een lichte vorm: dat betekent dat er vanuit de gemeente geen bevoegdheden en taken zijn overgedragen. Naast de dorps- en wijkraden zijn er nog meer georganiseerde inwoners die een relatie onderhouden met de gemeente.
7
12
Over het algemeen beoordelen georganiseerde inwoners de samenwerking met de gemeente met een voldoende. De kwaliteit van samenwerking verschilt volgens hen wel per onderwerp; er is dus nog geen sprake van een stabiele kwaliteit. De dorpsraad Moergestel is hierop een uitzondering, zij ervaart de kwaliteit van samenwerking als onvoldoende. De Buurtraad Heukelom stelt geen hoge eisen aan de samenwerking, de inwoners pakken daar veel zelf op en maken gebruik van de voorzieningen van andere dorpen. In Haaren is nog onvoldoende ervaring met de samenwerking om een oordeel te kunnen vormen. Ook daar wordt veel zelf opgepakt, onder andere via het digitale platform HaarenEEN12.
Bron: toevoeging uit ambtelijke verificatie.
Pagina 30
Alle georganiseerde inwoners, maar ook het gemeentebestuur, zien kansen om via dorps- en wijkgericht werken de samenwerking verder te versterken. Voor suggesties daartoe zie paragraaf 7.3 8
Er is sprake van een grote diversiteit in onderwerpen waarop georganiseerde inwoners zich richten en de rol die zij hierbij kiezen: > De onderwerpen lopen uiteen van wonen, verkeer, kwaliteit openbare ruimte, maatschappelijke ondersteuning, duurzaamheid tot brandveiligheid et cetera. Soms zijn de thema’s gekozen vanuit een gemeentebreed algemeen belang, soms dorps- of doelgroep specifiek. > Soms is er sprake van een signalerende rol richting de gemeente, soms van verbinder, soms van belangenbehartiger ten aanzien van een specifieke doelgroep, soms is er sprake van een adviserende rol en soms is de rol van coproducent. De diversiteit komt voort uit de verschillende opgaven die spelen in verschillende dorpen en wijken, de verschillen in omvang en verschillen in dorpsculturen.
Pagina 31
7.1 Samenwerking: organisatie en werkwijze RELATIE GEMEENTE EN GEORGANISEERDE INWONERS De pragmatische insteek door ‘te doen en te leren’, zoals genoemd in het voorgaande hoofdstuk, wordt bevestigd in gesprekken in het kader van dit onderzoek. Hiertoe zijn verschillende stappen gezet13. De drie dorpen Oisterwijk, Moergestel en Haaren en het buurtschap Heukelom zijn inmiddels toebedeeld aan een portefeuillehouder van het college. Deze portefeuillehouder heeft tevens één specifiek project toebedeeld gekregen rondom de kern die hij/zij in portefeuille heeft. Alle andere projecten vallen onder de inhoudelijk verantwoordelijke portefeuillehouder. Aan de portefeuillehouders voor de kernen is ook een ambtelijk accounthouder gekoppeld. Bijvoorbeeld: > Er is een portefeuillehouder voor Moergestel die twee projecten onder zijn hoede heeft: Moergestel-Noord en het sportcomplex Stokeind. > Drie keer per jaar neemt een beleidsmedewerker van de gemeente deel aan de vergadering van de Buurtraad Heukelom en één keer per jaar de portefeuillehouder.
Het onderbrengen van een specifiek project voor een dorp bij een portefeuillehouder biedt voordelen: “in gesprekken met inwoners en ondernemers gaat het over concrete zaken, zo kom je sneller in contact met sleutelpersonen uit het dorp”. Zo heeft de portefeuillehouder inmiddels gesprekken gevoerd met de dorpsraad Moergestel en met sportverenigingen. Naast de concrete projecten heeft de portefeuillehouder van een dorp ook een signalerende functie naar andere leden van het college die verschillende beleidsterreinen in portefeuille hebben. De relatie tussen de gemeente en de dorps- en wijkraden heeft verschillende vormen en bevindt zich ook in verschillende fasen van ontwikkeling. Bijvoorbeeld14: > Moergestel heeft een dorpsraad en hiermee is een convenant afgesloten15. > Oisterwijk kent wijkraden voor de wijken Westend en Waterhoef. De wijk Pannenschuur had een wijkadviesraad, maar deze is gestopt. Voor het centrum is er een vorm van ‘Centrummanagement16’. > Heukelom heeft een buurtraad. > Binnen Haaren liep er een initiatief om een dorpsraad in te richten maar dat is tot op heden nog niet van de grond gekomen. DORPS- EN WIJKBEZOEKEN Een van de acties uit het programma ‘Oisterwijk Bouwt’ is het wijkbezoek. In maart 2019 heeft het eerste dorpsbezoek plaatsgevonden17 in Moergestel.
Aan de hand van de ervaring met dit bezoek is een procesaanpak voor toekomstige bezoeken aan een dorp of wijk vastgesteld, dit ligt in lijn met ‘doen en leren’. Daarna is op 23 november 2019 een bezoek gebracht aan de wijk Westende in Oisterwijk en begin oktober 2021 aan de wijk Waterhoef. Deelnemers van wijkbezoeken zijn: raadsen collegeleden, medewerkers van de ambtelijke organisatie, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en inwoners. Tijdens de wijkbezoeken worden aandachtspunten
13 14 15 16
Bron: interviews Bron: interviews Bron: Convenant Gemeente Oisterwijk – Stichting Dorpsraad Moergestel, 19 november 2019. Een centrummanager zorgt ervoor dat de gemeente, vastgoedeigenaren en ondernemers structureel met elkaar samenwerken aan een gemeenschappelijk doel, bijvoorbeeld het realiseren van een vitale binnenstad door het verbeteren van de aantrekkingskracht en het economisch klimaat. Hij of zij wordt meestal aangesteld door de gemeente en heeft de rol van initiator, verbinder en aanspreekpunt.
17 Bron: raadsinformatiebrief 15 juli 2019.
Pagina 32
opgehaald voor het dorp- of de wijk. De gemeente heeft het voornemen deze te verwerken in een plan voor het desbetreffende dorp of wijk.
7.2 Rol van georganiseerde inwoners Alle dorps- en wijkraden kennen een lichte vorm: dat betekent dat er vanuit de gemeente geen bevoegdheden en taken zijn overgedragen. Het zijn zelfstandige organen, ondergebracht in bijvoorbeeld een stichting, maar zij functioneren niet als een extra bestuurslaag tussen de gemeente en inwoners. Naast de dorps- en wijkraden zijn er nog meer georganiseerde inwoners die een relatie onderhouden met de gemeente. Denk bijvoorbeeld aan de organisaties waarmee in het kader van dit onderzoek is gesproken zoals de Katholieke Bond van Ouderen afdeling Haaren, de seniorenvereniging in Oisterwijk en de ondernemersvereniging in Moergestel. Deze organisaties richten zich op een specifieke doelgroep binnen een dorp of gemeentebreed. Iedere dorps- en wijkraad, of organisaties die zich richten op specifieke doelgroepen, kiest zijn eigen rol en richt zich op specifieke opgaven die op dat moment relevant zijn voor het desbetreffende dorp of de wijk of een doelgroep. Geen enkele organisatie heeft daarmee een exclusieve rol in participatie met de gemeente: > Zo richt de dorpsraad Moergestel zich op de kernthema’s wonen, voorzieningen, kwaliteit openbare ruimte en verkeer. > De wijkraad Waterhoef in Oisterwijk richt zich vooral op sociale vraagstukken zoals eenzaamheid18.
> De seniorenvereniging Oisterwijk richt zich op woningbouw voor senioren en voorzieningen voor senioren die thuis willen blijven wonen. > De Buurtraad Heukelom wil zich voornamelijk richten op het algemeen belang, en niet specifiek op een doelgroep. De buurtraad organiseert hiervoor regelmatig themabijeenkomsten voor inwoners over onderwerpen die voor alle inwoners relevant zijn, denk bijvoorbeeld aan brandveiligheid, duurzaamheid of het recente thema ‘hoe werkt de gemeente Oisterwijk met betrekking tot politiek en besluitvorming?’. > Katholieke Ouderen Bond Haaren richt zich op thema’s rondom de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en vindt de renovatie van het Dorpshuis en het behouden van de gemeentewerf belangrijke onderwerpen. De diversiteit met betrekking tot dorpsculturen, de omvang en samenstelling van de lokale samenleving in een dorp of wijk speelt een grote rol, zo blijkt uit gesprekken die gevoerd zijn in het kader van dit onderzoek. Een aansprekend voorbeeld is het buurtschap Heukelom. Heukelom is een buurt met circa 300 inwoners, in een agrarisch gebied met nauwelijks decentrale voorzieningen. De inwoners maken gebruik van voorzieningen in de omliggende dorpen, waaronder Oisterwijk. De inwoners pakken veel zaken zelf op en verwachten daarmee niet perse iets van de gemeente, zo ontstaat als vanzelf een vorm van coproductie.
Zo worden in de winterperiode de (landbouw)wegen door de gemeente niet gestrooid, de gemeente legt dan de prioriteit bij andere wegen. Vrijwilligers strooien de wegen zelf met gebruik van het landbouwmaterieel en de gemeente levert het zout19. Samenvattend is er sprake van een grote diversiteit in onderwerpen waarop georganiseerde inwoners zich richten en de rol die zij hierbij kiezen. Soms is er sprake van een signalerende rol richting de gemeente, soms is er sprake van verbinder, soms belangenbehartiger ten aanzien van een specifieke doelgroep en soms is er sprake van een rol van coproducent. Dit blijkt uit gesprekken
18 19
Bron: interviews Bron: interviews
Pagina 33
en uit de enquête die is uitgezet onder een aantal organisaties in het kader van dit onderzoek. Daarin geven zij in wisselende mate het volgende aan: > Onze organisatie verbindt mensen en draagt bij aan het gemeenschapsgevoel; > Onze organisatie behartigt de belangen van de kern of doelgroep en vertegenwoordigt deze bij de gemeente; > Onze organisatie ondersteunt initiatieven van inwoners en helpt om de samenwerking met de gemeente tot stand te brengen; > Onze organisatie signaleert problemen, maakt deze bespreekbaar met de inwoners en de gemeente; > Onze organisatie is adviseur, adviseert de gemeente gevraagd en ongevraagd.
7.3 Stimulansen en barrières voor samenwerking Er is voor dit onderzoek een beknopte vragenlijst uitgezet onder een aantal georganiseerde inwoners en met een aantal van de respondenten is een verdiepend gesprek gevoerd. Over het algemeen wordt de samenwerking met de gemeente als voldoende ervaren met cijfers van een 6 tot een 8. Eenmaal wordt de samenwerking als onvoldoende ervaren met een cijfer 5. Hierbij merken wij op dat de vragenlijst is uitgezet onder een beperkt aantal organisaties, zie bijlage 1. Het was ook niet de bedoeling om de vragenlijst breed uit te zetten, dat vraagt om een ander type onderzoek. De online vragenlijst diende zuiver als signaal: het ophalen van een eerste grove indruk van de ervaren kwaliteit van samenwerking met de gemeente en relevante onderwerpen voor verdere verdiepende gesprekken. Uit de vragenlijst en enquête blijken zaken goed te gaan (stimulansen) maar ook zaken minder goed te gaan in de samenwerking met de gemeente (barrières). We vatten deze hieronder kort samen: ‘rijp en groen’ door elkaar en in willekeurige volgorde. Hieruit concluderen wij dat de kwaliteit van samenwerking, en het resultaat daarvan, verschilt per opgave. De respondenten ervaren dus geen stabiele kwaliteit van samenwerking. Ook vinden respondenten het belangrijk dat de gemeente op tijd reageert op verzoeken, afspraken nakomt en ook snel tot besluiten komt.
In het geval zij een barrière benoemen worden deze zaken genoemd. Als laatste blijkt uit gesprekken dat het coronavirus COVID-19 roet in het eten heeft gegooid als het gaat om de intensiteit van samenwerking. Hierdoor hebben contacten met de gemeente geen structurele vorm gekregen, structureel overleg met een vaste frequentie en agenda is nauwelijks tot stand gekomen. STIMULANSEN: WAT GAAT GOED IN DE SAMENWERKING? > De samenwerking met de beleidsambtenaar: opzetten van evenementen; > De realisatie van de Dorpspomp en een pad van school naar een sportcomplex; > Het opstellen van een convenant en intentieverklaring tussen gemeente en wijkcentra; > Beleidsnota inburgering; > Aanpak Waterhoef 80+; > Aandacht mantelzorg en uitgifte mantelzorgwaardering; > Beleidsveld Toerisme en Recreatie; > Woonwensen enquête 2021 en discussie over woonzorgvisie; > Ontsluiting Pannenschuur. BARRIÈRES: WAT GAAT NIET GOED IN DE SAMENWERKING? > Te laat reageren op verzoeken en niet nakomen van afspraken; > Besluitvorming is traag; > Gemeente is slecht bereikbaar door wisseling van wethouders en medewerkers die een andere baan kregen;
Pagina 34
> > > > > >
Doorgang plein bij de markt, herontwikkeling voormalige basisschool aan de Bosstraat, aanpak sluip- en landbouwverkeer, ontbreken van plannen voor jongerenhuisvesting; Advisering Inkoopstrategie Jeugd- en Wmo-begeleiding; Aanpak eenzaamheid is sterk vertraagd; Project Duurzaam Recreëren, aanpassing Toeristenbelasting en Rioolbelasting, actualisatie Evenementenbeleid; Onderhoud sloten en bermen; Antwoord op vragen over verkeersveiligheid.
7.4 Doorontwikkeling van samenwerking Tijdens verdiepende gesprekken is gevraagd naar suggesties voor de verdere doorontwikkeling van samenwerking. We vatten de suggesties op basis van de gesprekken hieronder samen, alsmede bespiegelingen op deze suggesties tijdens de gesprekken. Voor alle duidelijkheid: de onderstaande suggesties en bespiegelingen komen van gesprekspartners in dit onderzoek, wij hebben deze hieronder integraal opgenomen. Ook hebben we in dit onderzoek de suggesties niet beoordeeld op haalbaarheid, kwaliteit en toepasbaarheid. De suggesties hebben betrekking op: 1 Verdelen van middelen over de dorpen en wijken en transparantie van informatie; 2 Rol van georganiseerde inwoners in participatie; 3 Dorps- en wijkgericht werken. VERDELEN VAN MIDDELEN OVER DORPEN EN WIJKEN EN TRANSPARANTIE VAN INFORMATIE De gemeente zou inzichtelijk kunnen maken hoe de financiële middelen en voorzieningen zijn verdeeld over de kernen. Bijvoorbeeld aan de hand van te ontwikkelen indicatoren: > Besteding euro’s per m² groen tussen de kernen. In de bestekken is er momenteel geen splitsing tussen de kernen. > Woningvoorraad van de kernen: percentage sociale woningen, percentage starters-, gezins- en seniorenwoningen.
Concrete oplossingsrichtingen zouden kunnen zijn: 1 De programmabegroting kan worden voorzien van een aparte paragraaf ‘Kernen’. In deze paragraaf kunnen dan de belangrijkste opgaven per kern worden opgenomen en kan zicht worden geboden over wat al wel, wat deels of wat niet is gerealiseerd; 2 Ontwikkelen van een factsheet per kern: de belangrijkste gegevens van een kern overzichtelijk in beeld en op een publieksvriendelijke en toegankelijke wijze; 3 Er kan worden nagedacht over zogenaamd ‘vrije budgetruimte voor de kernen’. Niet bestemd voor een buurtfeest, maar daadwerkelijk gekoppeld aan het realiseren van maatschappelijke opgaven die spelen in een kern. In gesprekken wordt aangegeven dat vanzelfsprekend niet alles in getallen is uit te drukken maar een goede eerste stap is om het te proberen en vooral ook samen te ontwikkelen: gemeente en dorps- en wijkraden. Tweede stap is dan dit met elkaar te bespreken en wat verklaringen voor verschillen tussen dorpen en wijken zijn. Dan ontstaat er een gesprek vanuit een gezamenlijke informatiepositie. In de gemeentelijke begroting is geen knip gemaakt tussen de kernen. In gesprekken wordt genoemd dat de gemeente namelijk ‘opgavengericht’ werkt. Dat betekent dat de gemeente dat doet wat nodig is om maatschappelijke opgaven te realiseren. Deze opgaven kunnen per kern verschillen.
Het is dus complex om te werken met een verdeelsysteem voor middelen over de
Pagina 35
kernen. Los van de complexiteit van de opgaven is het ook de vraag wat dan precies een goede verdeelsleutel zou moeten zijn. DE ROL VAN GEORGANISEERDE INWONERS IN PARTICIPATIE De dorps- en wijkraden kunnen een goede rol vervullen bij het ontwikkelen van maatwerk voor de kernen. Het is daarbij wel belangrijk om ook gemeentebrede opgaven en het algemeen belang niet uit het oog te verliezen. Een suggestie zou dan ook kunnen zijn om de doelgroepspecifieke verenigingen tussen de kernen meer samen te laten werken, bijvoorbeeld de ouderenverenigingen. Daarmee worden krachten gebundeld en worden opgaven ook gemeentebreed bezien, in plaats van alleen per kern belangen te behartigen.
Veel hangt namelijk af van de ruimtelijke visies die worden ontwikkeld en vastgesteld door de raad. Maak duidelijk hoe Moergestel zich moet of wil ontwikkelen in de toekomst en doe dit met realiteitsbesef. Zo is een groot winkelcentrum in een klein dorp niet realistisch. Bepaalde voorzieningen zijn in Oisterwijk wel haalbaar: maak deze dan ook makkelijk bereikbaar voor inwoners uit de andere kernen. Dus zie dat niet als een gemis voor het dorp, maar als een kans die moet worden benut en voor iedereen bereikbaar zou moeten zijn. Er is meer maatwerk nodig voor de diverse doelgroepen Zo hanteert de gemeente een parkeernorm van 1,5 parkeerplek per woning. Dat doet de gemeente ongeacht het type woning en de doelgroep. Senioren hebben vaak maar 1 auto of helemaal geen auto, daar zou de parkeernorm dus lager kunnen liggen. Seniorenwoningen moeten, wil men daar langer zelfstandig kunnen blijven wonen, voldoen aan woonkeurmerk plus. Dat is vooral belangrijk in het geval zorg thuis moet worden verleend. Voor starters ligt de nadruk veel meer op betaalbaarheid en zijn die voorzieningen helemaal niet nodig. DORPS- EN WIJKGERICHT WERKEN De gemeente werkt momenteel met het programma ‘Oisterwijk Bouwt’. Dit is een programma van de raad, het college en de ambtelijke organisatie waarbij participatie van inwoners een belangrijk onderwerp is.
Ook heeft de gemeente een visie ‘Dienstverlening doen we samen’ vastgesteld, waarin inwonersparticipatie een belangrijk thema is.
Het kern- en wijkgericht werken moet met het programma ‘Oisterwijk Bouwt’ steeds concreter vorm krijgen, waarbij dorps- en wijkraden ook een plek zullen krijgen als onderdeel van participatie. > Dorpsraden kunnen een belangrijke rol spelen bij het signaleren en bundelen van behoeften van inwoners. Zij zijn dan één van de actoren in participatietrajecten want er zijn meerdere actoren die een groep vertegenwoordigen, denk bijvoorbeeld aan ouderenverenigingen. > Zichtbaarheid van het gemeentebestuur is een belangrijke factor voor verbinding. Vergaderingen over een bepaald thema dat speelt in een kern kunnen ook in die betreffende kern worden gehouden. > In een raadsvoorstel, dat gaat over een onderwerp voor een bepaalde kern, ook altijd de kernvraag meenemen wat de betekenis van een besluit is voor de andere kernen. Dat betekent niet perse dat het besluit doorwerking heeft op de andere kernen, maar dwingt het gemeentebestuur wel om hier weloverwogen en ook zichtbaar een uitspraak over te doen. Dat komt de informatievoorziening naar de kernen ten goede.
Pagina 36
Bestuurlijke zienswijze De bestuurlijke zienswijze op de conclusies en aanbevelingen is hieronder integraal (1 op 1) opgenomen. Geachte leden van de Rekenkamercommissie, De rekenkamercommissie heeft onderzoek gedaan naar de verbinding in de kernen van onze gemeente en de wijze waarop dit versterkt en verbeterd kan worden. Graag maken wij als college gebruik van de mogelijkheid tot een bestuurlijke reactie op het onderzoek en met name op de aanbevelingen. Algemene reactie Wij hebben het rapport van de Rekenkamercommissie met belangstelling gelezen. Zeker na de gemeentelijke herindeling waardoor het dorp Haaren aan onze gemeente is toegevoegd, is het thema van ‘verbinding in de kernen’ belangrijk om te bestuderen en zo vooruit te kunnen kijken. Het college is daarom blij met de toekomstgerichte wending die het onderzoek genomen heeft na de oriënterende fase. Het is goed dat hierbij aandacht is voor de stappen die momenteel gezet worden op het gebied van dorps- en wijkgericht werken en inwonersparticipatie, zoals opgenomen in de onlangs vastgestelde ‘Visie op Dienstverlening’. De rode draad die door het gehele onderzoekt loopt, is wat ons betreft hoe belangrijk ‘co-productie’ is: het samen oppakken van maatschappelijke opgaven in de kernen door het in verbinding staan met elkaar.
Hierbij is het met name belangrijk dat de gemeente faciliteert, inwoners, de raad en partners activeert en partijen meeneemt in ontwikkelingen. Wij vinden het daarom een gemiste kans in het onderzoek dat de aanbevelingen vrijwel uitsluitend gericht zijn aan het college en niet aan andere partners waarmee we ‘samenwerkingskracht’ en ‘realisatiekracht’, zoals genoemd in het onderzoek, nastreven. We moeten het immers samen doen. Reactie op de aanbevelingen op hoofdlijnen Graag gaan we achtereenvolgens in op de aanbevelingen op hoofdlijnen en de doorvertaling hiervan voor het college en de raad. 1) Draag zorg voor een gedeeld beeld tussen de gemeente en de partners uit de kernen hoe gemeentebrede en lokale (kernspecifieke) opgaven en voorzieningen zich tot elkaar verhouden. Reactie Naar onze mening is dit precies wat we voor ogen hebben met de onlangs vastgestelde Visie op Dienstverlening waarin inwonersparticipatie verwerkt is. We verwachten hierbij een actieve rol voor onze inwoners en partners waarbij uiteraard ruimte is voor het bespreken van (kern)specifieke opgaven en hoe dit (met initiatieven) op te pakken. Op deze manier blijven we hierover in gesprek en zetten we in op het gedeelde beeld. 2) Investeer verder in het programma ‘Oisterwijk Bouwt’ en voeg hieraan een visie toe over hoe de representatieve en participatieve democratie zich tot elkaar verhouden.
Reactie Het dorps- en wijkgericht werken verder vormgeven, is een nadrukkelijke ambitie van dit college waardoor we bijdragen aan een duidelijkere rolverdeling. Ook hiervoor blijven we verder inzetten op het programma Oisterwijk Bouwt en onderstrepen wij het nut van hierin verder te investeren. Als
Pagina 37
college zien we de toegevoegde waarde van het ontwikkelen van een visie op specifiek de verhouding tussen representatieve en participatieve democratie minder omdat dit al geborgd zit in onze Visie op Dienstverlening en binnen de Oisterwijk Bouwt-methode. Liever gaan we aan de slag met concrete opgaven en initiatieven dan dat we aanvullende visies op papier op dit onderdeel formuleren. Reactie op de aanbevelingen vertaald naar het college 1) Ontwikkel met lokale partners integrale plannen voor iedere kern (dorp-, buurtschap- en/of wijk) . […] Alloceer de benodigde menskracht en de (financiële) middelen rondom de gemeentebrede opgaven en kernspecifieke opgaven en breng dit laatste tot uitdrukking in de programmabegroting door toevoeging van een paragraaf ‘Kernen’. Ook kan gedacht worden aan een standaard paragraaf ‘Kernen’ in de raadsvoorstellen […]. Reactie Wij vinden als college dat het in verbinding staan met onze partners ook betekent dat we eerlijk zijn in het uitspreken van verwachtingen naar elkaar. Hoewel de ambitie in het bestuursakkoord geformuleerd is om op termijn dorps-, en wijkplannen op te stellen, zien wij dat we momenteel niet de personele capaciteit en financiële middelen hebben om dit succesvol te doen.
Daarnaast zijn verschillende acties op het gebied van inwonersparticipatie en wijkgericht werken momenteel ingezet die eerst goed moeten landen (eerst in de organisatie en dan in de samenleving) alvorens we verdere stappen hierin kunnen ondernemen. De suggestie om factsheets per kern beschikbaar te stellen om de belangrijkste gegevens overzichtelijk in beeld te brengen, omarmen we. Dit geldt ook voor het toevoegen van de paragraaf ‘kernen’ aan de programmabegrotingen. In de raadsvoorstellen zien we deze toegevoegde waarde minder omdat wanneer dit onderscheid relevant is, dit al onderdeel uitmaakt van de inhoud van het beleid. 2) Stimuleer samenwerking tussen partners van de verschillende kernen met betrekking tot gemeentebrede opgaven. Doe dit bijvoorbeeld door hierover afspraken te maken met die partners, mogelijk ook in het kader van te verstrekken subsidies ter ondersteuning. Reactie Dat de gemeente een verbindende factor kan zijn tussen partners in de samenwerking onderstrepen we. Waarbij we ook nadrukkelijk partners uitnodigen om deze samenwerking zelf actief te zoeken, zowel richting de gemeente als richting anderen. Dit gaan we verder vormgeven door inwonersparticipatie helder neer te zetten waarvoor de eerste aanzetten zijn gemaakt in de Visie op Dienstverlening.
Wat betreft het verstrekken van subsidies, communiceren we al actief over subsidieregelingen waarvoor partners in aanmerking komen. 3) Investeer in de relatie met typische ‘ambassadeurs’ van kernen, naast de relatie met lokale partners in het kader van participatie […] Bespreek regelmatig met deze sleutelpersonen hoe aangesloten kan worden op de identiteit van een kern en hoe eventuele blokkerende sentimenten kunnen worden doorbroken die een goede relatie tussen het gemeentebestuur en inwoners in de kern in de weg staan Reactie
Pagina 38
Het college investeert al stevig in de relaties met sleutelpersonen binnen de kernen. Dit wordt extra versterkt doordat portefeuillehouders gekoppeld zijn aan een dorp of buurtschap (dorpswethouderschap) en aan een specifiek project. Ook gaan we op werkbezoeken en nemen we deel aan ‘Blik op de Buurt’ waarmee wijk- en dorpsbezoeken georganiseerd worden. Over een goede relatie tussen het gemeentebestuur en de inwoners van de kernen, inclusief onze partners van de dorps- en wijkraden, zijn én blijven we dus in gesprek. Reactie op aanbevelingen vertaald naar de raad Naast de aanbevelingen gericht aan het college, zijn er ook aanbevelingen geformuleerd voor de gemeenteraad. Deze overlappen grotendeels met aanbeveling (1) voor het college. Onze reactie op aanbeveling (1) voor het college is daarmee ook indirect een reactie op de raadsaanbevelingen waarvan wij hopen dat de gemeenteraad die betrekt in de vervolgstappen. Voor de raad wordt verder nog aanbevolen een aparte raadswerkgroep te formeren. Naar inziens van het college zou dit overlappen met de raadswerkgroep Oisterwijk Bouwt, waarmee vanuit de voortrekkersgroep op dit thema binnen de gemeentelijke organisatie juist al contact is gelegd en verder versterkt wordt.
Vervolg Als college danken wij de onderzoekers en de leden van de rekenkamercommissie voor het tot stand komen van dit onderzoek en de open blik die getoond is gedurende het traject. Naar onze mening geeft het rapport een goed overzicht van waar we staan als gemeente op deze belangrijke thema’s en komen de ambities die we hebben richting de toekomst naar voren. Aan deze ambities hebben we in het eerste jaar van de raadsperiode zeker gewerkt. Zo is er een visie Dienstverlening opgesteld, met daarin opgenomen de kijk op inwonersparticipatie en dorps- en wijkgericht werken, hebben we dorps- en projectwethouders benoemd en zijn we verder gaan investeren in de Oisterwijk Bouwt-methode. Deze basis was nodig om te leggen. We kijken ernaar uit om samen met inwoners, de raad en andere partners zoals dorps- en wijkraden deze basis verder uit te breiden. Daarbij nemen we een aantal van de aanbevelingen uit dit onderzoek ter harte en nodigen we iedereen uit om samen met ons verder te bouwen.
Met vriendelijke groet, het college
Coen Boode gemeentesecretaris
Hans Janssen burgemeester
Pagina 39
Nawoord van de rekenkamercommissie Zoals gebruikelijk wordt een onderzoekrapport van de rekenkamercommissie in het kader van bestuurlijk wederhoor aan het college verstrekt. Dat is ook gedaan met het onderzoeksrapport Dorpen, wijken en buurten in verbinding. De rekenkamercommissie bedankt het college voor de uitgebreide en constructieve bestuurlijke reactie. De rekenkamercommissie is blij te constateren dat het college onderschrijft dat verbinding in de kernen van groot belang is en dat de blik naar voren moet zijn gericht. Zo heeft de rekenkamercommissie het onderzoek dan ook bedoeld, hoewel de aanleiding het achtergestelde gevoel was, dat in de kern Moergestel wordt beleefd. Over dat gevoel geeft de rekenkamercommissie geen oordeel, maar ziet hierin een motivatie om de verbinding tussen inwoners van de verschillende kernen en het gemeentebestuur te verstevigen. Reden waarom het onderzoek dan ook meer toekomstgericht is ingestoken. De aanbevelingen van de rekenkamercommissie zijn gericht aan het college en de raad. Het college had graag ook aanbevelingen gezien aan de benodigde partners (“gemiste kans”), omdat het college van mening is dat “we het samen moeten doen”. Dat is ook precies wat de rekenkamercommissie voor ogen heeft, maar ziet hier een belangrijke aanjagende rol voor de gemeente.
De rekenkamercommissie begrijpt dat hier spanning zit tussen ambitie en de beschikbare middelen. Wij vragen het college hierover met de raad in gesprek te gaan en te blijven. Het zou immers jammer zijn dat door gebrek aan middelen de goede in gang gezette ontwikkelingen, zoals ‘Oisterwijk bouwt’ zouden stagneren. De rekenkamercommissie ziet uit naar een boeiende bespreking in de gemeenteraad van het rapport en de reactie van het college hierop. Gelet de uitspraak van het college een aantal aanbevelingen ter harte te nemen en iedereen uit te nodigen verder te bouwen, heeft de rekenkamercommissie er vertrouwen in dat college én raad de komende jaren de verbinding met de kernen zullen versterken. Rekenkamercommissie Oisterwijk
Pagina 40
Bijlage 1
Respondenten- en bronnenlijst
Respondentenlijst interviews Functie
Organisatie
Afvaardiging van de gemeenteraad Fractie D66 Fractie CDA Fractie VVD Fractie PGB Fractie AB Fractie PRO
Gemeente Oisterwijk Gemeente Oisterwijk Gemeente Oisterwijk Gemeente Oisterwijk Gemeente Oisterwijk Gemeente Oisterwijk
College van B&W Portefeuillehouder Heukelom Portefeuillehouder Moergestel Portefeuillehouder Haaren
Gemeente Oisterwijk Gemeente Oisterwijk Gemeente Oisterwijk
Ambtelijke organisatie Projectleider inwonersparticipatie Organisatieadviseur Beleidsadviseur Beleidsadviseur Cultuur Beleidsadviseur Domein overstijgend projectleider
Gemeente Oisterwijk Gemeente Oisterwijk Gemeente Oisterwijk Gemeente Oisterwijk Gemeente Oisterwijk Gemeente Oisterwijk
Organisaties Voorzitter Secretaris Voorzitter Bestuurslid Vicevoorzitter Voorzitter
Dorpsraad Moergestel Dorpsraad Moergestel Ondernemend Moergestel St. buurtraad Heukelom Seniorenvereniging Oisterwijk Katholieke Bond van Ouderen, afdeling Haaren
Respondentenlijst online vragenlijst Kern Type organisatie
Naam organisatie
Gemeentebreed Gemeentebreed Gemeentebreed Moergestel Moergestel Heukelom Haaren Haaren Oisterwijk Oisterwijk Oisterwijk
Seniorenvereniging Oisterwijk (SVO) Contour de Twern (leefbaarheid) Adviesraad Sociaal Domein Dorpsraad Moergestel Ondernemend Moergestel St. buurtraad Heukelom KBO Haaren Wijkcentrum Den Domp (Haaren) St. Centrum management St. Buitengebied management Wijkcentrum de Coppele
Doelgroep organisatie senioren Welzijn/adviesraad Welzijn/adviesraad Dorps-, wijk- of buurtraad Doelgroep organisatie ondernemers Dorps-, wijk- of buurtraad Doelgroep organisatie senioren Wijkcentra Doelgroep organisatie ondernemers Doelgroep organisatie ondernemers Wijkcentra
Pagina 41
Geraadpleegde schriftelijke bronnen VolgJaar Maand Titelbeschrijving nr. 1
2005
12
2
2011
9
3 4
2015 2018
10 5
5 6
2019 2019
1
7
2019
5
8
2019
7
9 10
2019 2019
11 11
11
2019
12
12 13
2020 2020
2
14 15
2020 2020
6 9
16 17 18
2020 2021 2021
11
19 20
2021 2021
2 3
21
2021
3
22
2021
3
23 24 25
2021 2021 2021
3 6 11
1
Gemeente Oisterwijk en Buurtraad Heukelom, Convenant ‘Sociaal Wijk- en Buurtbeheer’, 1 december 2005 Stichting Dorpsraad Moergestel, Statuten Stichting Dorpsraad Moergestel, 16 september 2011 Gemeente Oisterwijk, Communicatievisie gemeente Oisterwijk, oktober 2015 Gemeente Oisterwijk, Raadsprogramma 2018-2021 ‘Samen werken aan de Parel in ’t Groen’, mei 2018 Gemeente Oisterwijk, Perspectiefnota 2019-2022 ‘Samen aan de slag’, 2019 Gemeente Oisterwijk, Raadsinformatiebrief Stand van zaken realisatie wijkbezoeken, 31 januari 2019. Inclusief bijlage 1: Motie over wijkbezoeken. Gemeente Oisterwijk, Raadsinformatiebrief, Vervolg ‘Oisterwijk Bouwt’, 6 mei 2019 Gemeente Oisterwijk, Raadsinformatiebrief, Aanpak & vervolg wijk- en dorpsbezoeken, 15 juli 2019. Inclusief bijlage 1 Procesaanpak voor wijk- en dorpsbezoeken. Gemeente Oisterwijk, Begroting 2020, november 2019 Gemeente Oisterwijk en Stichting Dorpsraad Moergestel, Convenant, 19 november 2019 Gemeente Oisterwijk, Raadsinformatiebrief, Wijkbezoek Westend en vervolg, 3 december 2019.
Gemeente Oisterwijk, Perspectiefnota 2020-2023 ‘Klaar voor de toekomst’, 2020 Gemeente Oisterwijk, Visie en uitvoering beleid wijkcentra ‘besturen wijkcentra – contourdetwern – gemeente’, 19 februari 2020 Gemeente Oisterwijk, Jaarstukken 2019, juni 2020 Gemeente Oisterwijk, Regeling subsidie buurt- en wijkwerk gemeente Oisterwijk 2021, 22 september 2020 Gemeente Oisterwijk, Begroting 2021, november 2020 Gemeente Oisterwijk, Perspectiefnota 2021-2024 ‘Oisterwijk kiest’, 2021 Gemeente Oisterwijk, Raadsakkoord 2021-2026 ‘Gezamenlijk Perspectief: over de grenzen heen’, 4 januari 2021 Stichting Dorpsraad Moergestel, Visie Dorpsraad, februari 2021 Stichting Dorpsraad Moergestel, Brief aan college en gemeenteraad Oisterwijk, Sociale woningbouw Moergestel, 22 maart 2021 Stichting Dorpsraad Moergestel, Brief aan college en gemeenteraad Oisterwijk, Verkeerssituatie Moergestel, 29 maart 2021 Vereniging Kleine Kernen Noord-Brabant, Magazine maart 2021, pagina 12-13, Inwoners geven dorpsraad input voor de toekomst, enquête SDM, maart 2021 Stichting Dorpsraad Moergestel, Uitwerking visie Dorpsraad, maart 2021 Gemeente Oisterwijk, Jaarstukken 2020, juni 2021 Gemeente Oisterwijk, Discussienotitie Woonzorgvisie, 4 november 2021
Pagina 42
Bijlage 2
Vraagstelling enquête Dorpsraad Moergestel
De vragen die de dorpsraad Moergestel heeft gesteld aan de inwoners van Moergestel. Bron: www.sdmoergestel.nl/enquete-uitslag
VRAAGSTELLING
1
Vind u het belangrijk dat er een dorpsraad is in Moergestel?
2
Vindt u dat de gemeente Oisterwijk voldoende aandacht besteed aan Moergestel?
3
Welke woningen komen wij in Moergestel tekort volgens u?
4
Waar hebt U met betrekking tot de verkeersveiligheid het meeste last van?
5
Wat vindt u van het openbaar groen in ons dorp?
6
Zijn er zaken in ons dorp waar u zich aan ergert en waar de Dorpsraad verbetering in zou kunnen aanbrengen?
7
Heeft U nog andere suggesties?