22-62B Rekenkameronderzoek Dorpen, wijken en buurten in verbinding - bijlage 2 rekenkameronderzoek
Tekst van het document
Eindrapport
Dorpen, wijken en buurten in verbinding Een belevingsonderzoek binnen de gemeente Oisterwijk, met de afzonderlijke dorpen Oisterwijk, Moergestel, Haaren en het buurtschap Heukelom.
Rekenkamercommissie Oisterwijk
Colofon Dit onderzoeksrapport is in opdracht van de rekenkamercommissie Oisterwijk opgesteld door onderzoekers van het bestuurskundig onderzoeksbureau Partners+Pröpper: Ing. P. Struik MBA en Hilda Sietsema. Noordwijk, 28 februari 2022
Inhoudsopgave Deel 1
De Kern ............................................................. 3
1
Inleiding.................................................................................................. 4
2
Vraagstelling en aanpak van het onderzoek............................................. 6
3
Conclusies............................................................................................... 9
4
Aanbevelingen ....................................................................................... 13
4.1 4.2
Aanbevelingen op hoofdlijnen ................................................................................ 13 Aanbevelingen vertaald naar de raad en het college .............................................. 15
Deel 2
De bevindingen ................................................ 16
5
Oriëntatie op het ‘achtergestelde gevoel’ ............................................... 17
5.1 5.2
Resultaten enquête Dorpsraad Moergestel .............................................................19 Resultaten oriënterende gesprekken ..................................................................... 20
6
Beleid ................................................................................................... 22
6.1 6.2 6.3
Beleid ten aanzien van dorps- en wijkgericht werken .............................................. 23 Veranderde rol van de gemeente: ‘zichtbaar verbinden’ .........................................25 Mogelijkheden om te verbinden ............................................................................. 28
7
Samenwerking in de praktijk ................................................................. 29
7.1 7.2 7.3 7.4
Samenwerking: organisatie en werkwijze ............................................................... 31 Rol van georganiseerde inwoners ............................................................................ 32 Stimulansen en barrières voor samenwerking ......................................................... 33 Doorontwikkeling van samenwerking .....................................................................34
Bestuurlijke zienswijze ......................................................................... 36 Nawoord van de rekenkamercommissie .................................................39 Bijlage 1
Respondenten- en bronnenlijst ................................................ 40
Bijlage 2
Vraagstelling enquête Dorpsraad Moergestel ........................... 42
Pagina 3
Deel 1
De Kern
Pagina 4
1
Inleiding Na de vervroegde gemeenteraadsverkiezingen, vanwege de herindeling van de gemeente Haaren van 18 november 2020, heeft de rekenkamercommissie mogelijke onderzoeksonderwerpen geïnventariseerd bij de nieuwe fracties. Eén van de door fracties aangedragen onderwerpen betreft het gevoel van de inwoners van de kern Moergestel dat zij worden achtergesteld bij Oisterwijk. Dit blijkt mede uit de resultaten van een door de Stichting Dorpsraad Moergestel uitgevoerde enquête onder inwoners. Uit de enquête blijkt dat het grootste deel van de inwoners van Moergestel die de enquête hebben ingevuld vinden dat het gemeentebestuur Oisterwijk onvoldoende aandacht schenkt aan Moergestel. Hiertoe heeft de rekenkamercommissie besloten een onderzoek uit te voeren en het bestuurskundig onderzoeksbureau Partners+Pröpper de opdracht gegeven het onderzoek uit te voeren. Het voorliggende rapport bevat de bevindingen, conclusies en aanbevelingen van het onderzoek. Al snel bleek in de oriënterende fase van het onderzoek dat het gemeentebestuur (raad en college) het ‘achtergestelde gevoel’ van inwoners in Moergestel herkent, zonder hierbij een oordeel te vormen of dat gevoel terecht of onterecht is. Ook geven we in dit onderzoek geen oordeel over dat gevoel, vandaar dat we spreken over een ‘belevingsonderzoek’.
Een oordeel vellen doet ook niet ter zake want het gaat immers om een gevoel van mensen, en dat gevoel is er nu eenmaal. Dat vraagt allereerst om erkenning van dat gevoel, om vervolgens te onderzoeken wat hiervoor verklaringen kunnen zijn en te zoeken naar oplossingen om dat gevoel weg te nemen. In de oriënterende fase bleek dat het gemeentebestuur bezig is met versterking van de samenwerking met inwoners, onder de noemer van ‘Oisterwijk Bouwt’. Het gemeentebestuur en de ambtelijke organisatie zijn volop bezig met inwonersparticipatie. Hiertoe bekijkt zij ook of dorps- en wijkgericht werken een toegevoegde waarde heeft met als doel de eigenheid van én de leefbaarheid in elke wijk, dorp of buurtschap te behouden c.q. te vergroten. Deze werkwijze is momenteel binnen de gemeente in ontwikkeling. Het voorgaande heeft een wending gegeven aan het onderzoek. Vanzelfsprekend is gekeken naar relevante verklaringen voor het achtergestelde gevoel, maar er is vooral ook gezocht naar mogelijkheden hoe het gemeentebestuur én de dorps-, wijk- of buurtraden het tij kunnen keren. Daarmee hopen we een bijdrage te leveren aan de ambitie van het gemeentebestuur om meer wijkgericht te gaan werken, en daarmee de verbinding tussen inwoners van de verschillende kernen en het gemeentebestuur te verstevigen.
Het onderzoek is dan ook meer toekomstgericht ingestoken (ex-ante), in plaats van enkel achteruit te kijken en normerend te werk te gaan (ex-post). Dat laatste zou namelijk niet passend zijn, het gaat immers om een gevoel, en daar zijn geen normen voor. Als laatste willen we u als lezer erop wijzen dat we in dit rapport regelmatig en gemakshalve het woord ‘kern’ of ‘kernen’ gebruiken voor de dorpen Oisterwijk, Moergestel, Haaren en het buurtschap Heukelom.
Pagina 5
Leeswijzer Het voorliggende rapport bestaat uit twee delen. De lezer die snel kennis wil nemen van de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek kan Deel 1 ‘De kern’ raadplegen. De lezer die een verdere verdieping zoekt kan Deel 2 ‘De bevindingen’ raadplegen. Deel 1 De kern Deel 2 De bevindingen
Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 De bijlagen
Vraagstelling en aanpak van het onderzoek Conclusies Aanbevelingen Oriëntatie op het achtergestelde gevoel Beantwoording van deelvragen ten aanzien van: > Het beleid van de gemeente > De samenwerking met inwoners van de kernen in de praktijk Bijlagen: > Respondenten- en bronnenlijst > Vraagstelling enquête van de dorpsraad Moergestel
Pagina 6
2
Vraagstelling en aanpak van het onderzoek Centrale vraagstelling De gemeente Oisterwijk bekijkt momenteel of en hoe kerngericht werken een bijdrage kan leveren aan het vergroten van inwonersparticipatie en daarmee het versterken van de verbinding tussen de kernen en het gemeentebestuur. Dit met het oog op het behouden c.q. versterken van de leefbaarheid in de kernen. Hieruit volgen de centrale vragen voor het onderzoek: > Hoe kan de raad en het college van de gemeente Oisterwijk invulling geven aan het ‘verbindend willen zijn’ voor de inwoners van de drie kernen? > Wat is nodig om dit te kunnen doen en welke weg kan de gemeente hiervoor bewandelen? > Kan hiermee het achtergestelde gevoel van inwoners van Moergestel worden weggenomen en kan hiermee worden voorkomen dat dit gevoel ook bij de inwoners in Haaren ontstaat? Deelvragen ORIËNTATIE 1 Waaruit blijkt uit de uitkomsten van de enquête van de dorpsraad Moergestel dat de inwoners zich achtergesteld voelen? 2 Welke oorzaken worden genoemd door inwoners van Moergestel, waarom en waarover voelen zij zich achtergesteld en wat is het beeld daarbij van het gemeentebestuur? BELEID 3 Wat is het huidige beleid van de gemeente Oisterwijk ten aanzien van het dorps- en wijkgericht werken voor de drie kernen? 4 Hoe zien de raads- en collegeleden en de ambtelijke organisatie hun rollen ten aanzien van het dorps- en wijkgericht werken en
de samenwerking met georganiseerde inwoners (zoals dorps-, wijk- en buurtraden)? 5 Welke mogelijkheden biedt het beleid - of zijn er vanuit de eigen rolopvatting - voor de raad, college en ambtelijke organisatie om verbindend te zijn? SAMENWERKING IN DE PRAKTIJK 6 Hoe is de samenwerking tussen de gemeente Oisterwijk en georganiseerde inwoners, zoals dorps-, wijk- en buurtraden, van de drie kernen vorm gegeven? 7 Hoe goed werkt de gemeente samen met georganiseerde inwoners, zoals dorps-, wijk- en buurtraden, van de drie kernen? In het bijzonder: > Welke kansen ziet de dorpsraad Moergestel om dit achtergestelde gevoel bij inwoners weg te nemen, hoe ziet de dorpsraad Moergestel zijn eigen bijdrage daaraan en die van de gemeente Oisterwijk? > Voelen de inwoners van Heukelom zich net als die van Moergestel ook achtergesteld? Zo ja, welke kansen zien de buurt-, wijk- en dorpsraden daar om dat gevoel weg te nemen? > Voelen de inwoners van Haaren zich net als die van Moergestel ook achtergesteld? Zo ja, welke kansen zien de buurt-, wijk- en dorpsraden daar om dat gevoel weg te nemen? 8 Welke rollen vullen georganiseerde inwoners, zoals dorps-, wijk- en buurtraden, in voor hun eigen inwoners en voor de gemeente Oisterwijk? > Hoe zien zij hun eigen rol en welke bijdrage kunnen zij leveren aan het dorps- en wijkgericht werken? > Op welke wijze en op welke onderwerpen willen zij gevraagd
en ongevraagd advies uitbrengen aan het gemeentebestuur van de gemeente Oisterwijk? > Wat verwachten zij daarbij van de gemeente Oisterwijk? LESSEN 9 Welke lessen kunnen worden getrokken?
Pagina 7
Aanpak van het onderzoek Het onderzoek is uitgevoerd in drie stappen: 1 Oriëntatie. Een brede oriëntatie op het onderwerp door gesprekken te voeren met het college en de ambtelijke organisatie en bestudering van gemeentelijke stukken. 2 Verdieping. Een verdieping op hoe georganiseerde inwoners, waaronder dorps- en wijkraden, de samenwerking met de gemeente ervaren. Hiertoe is allereerst een vragenlijst uitgezet onder de dorps- en wijkraden, doelgroep-organisaties, welzijnsorganisaties (adviesraden), wijkcentra en ondernemersverenigingen. Doel van de vragenlijst was om relevante onderwerpen te identificeren voor verdere verdiepende gesprekken. Allereerst zijn gesprekken gevoerd met degenen die de vragenlijst hebben ingevuld én een gesprek wilden voeren in het kader van dit onderzoek. Daarna zijn verdiepende gesprekken gevoerd met een afvaardiging van de raad, met het college en met sleutelpersonen uit de ambtelijke organisatie. 3 Rapportage. In deze stap is de rapportage tot stand gekomen. Dit op basis van het protocol van de rekenkamercommissie rondom ambtelijke verificatie van bevindingen en bestuurlijk wederhoor op de conclusies en aanbevelingen. EVALUATIEMODEL Er kunnen veel verschillende oorzaken ten grondslag liggen aan een achtergesteld gevoel van inwoners. Het onderzoek heeft zich ook gericht op het opsporen van deze oorzaken.
Om daar gericht naar te kunnen zoeken, en ordening aan te brengen, is het evaluatiemodel van figuur 2.1 gebruikt. Het evaluatiemodel helpt om systematisch de oorzaken op te sporen en te ordenen. Het is ontleend aan onderzoeken naar inwoners- en overheidsparticipatie die wij hebben uitgevoerd voor kleine tot grote gemeenten en een door ons bureau ontwikkelde landelijke participatiemonitor, waarmee gedurende een drietal jaren honderden trajecten rondom inwonersparticipatie zijn geëvalueerd. Het evaluatiemodel berust op vier kwaliteitsmaatstaven voor inwonersparticipatie: > De eerste twee kwaliteitsmaatstaven ‘Realisatiekracht en Democratie’ zijn op te vatten als het gewenste resultaat van participatie. > De laatste twee ‘Kwaliteit van samenwerking en Professionele vormgeving’ moeten op orde zijn om de gewenste resultaten te kunnen boeken.
Onder de kwaliteitsmaatstaven liggen verschillende hoofdnormen, met daaronder verschillende subnormen (zie tabel 2.1 en figuur 2.1). Subnormen zijn te beschouwen als voorwaarden die moeten worden ingevuld om aan de hoofdnorm van de desbetreffende kwaliteitsmaatstaf te kunnen voldoen.
Voorwaarden
Resultaat
Kwaliteitsmaatstaf I Realisatiekracht
II
Democratie
III
Kwaliteit van samenwerking
IV
Professionele vormgeving
Hoofdnormen Participatie draagt bij aan slagvaardige, snelle en efficiënte realisatie van maatschappelijke opgaven, bijvoorbeeld door het ontstaan van nieuwe ideeën en inzichten en het bundelen van krachten. Participatie versterkt het democratisch gehalte van de wijze waarop dat gebeurt door een zorgvuldige(re) afweging van belangen en grotere betrokkenheid, draagvlak, invloed en wederzijds begrip en vertrouwen. Opgaven zoveel mogelijk vanuit ‘teamspel’ realiseren, onder andere door open en constructieve interactie, adequate en tijdige communicatie en goed verwachtingenmanagement over en weer. Doordachte en passende inrichting van participatietrajecten vanuit overzicht met inzet van participatieve werkvormen op maat.
Tabel 2.1: evaluatiemodel en hoofdnormen burgerparticipatie
Pagina 8
Figuur 2.1: Verdiepend evaluatiemodel met subnormen voor het opsporen van oorzaken voor een achtergesteld gevoel van inwoners van de kern Moergestel binnen de gemeente Oisterwijk.
Pagina 9
3
Conclusies In dit hoofdstuk wordt deelvraag 7 beantwoord, op basis van bevindingen uit deel 2 van dit rapport. DEELVRAAG 7 Welke lessen kunnen worden getrokken?
Vooraf Zoals in de inleiding beschreven is de aanleiding van het onderzoek het achtergestelde gevoel van een deel van de inwoners in Moergestel. Al snel bleek echter in de oriënterende fase van het onderzoek dat: > Het gemeentebestuur (raad en college) het achtergestelde gevoel van inwoners in Moergestel herkent en dit sentiment ook serieus neemt. > Het gemeentebestuur en de ambtelijke organisatie tegelijkertijd bekijkt of en hoe dorps- en wijkgericht werken een bijdrage kan leveren aan het versterken van de verbinding tussen het gemeentebestuur en de verschillende kernen door inzet van inwonersparticipatie. > Een goede verbinding wordt gedragen door partners in de verschillende kernen. Wel zien partners dat dit maatwerk is. Het is afhankelijk van de identiteit van een kern en de maatschappelijke opgaven die daar lokaal spelen. De wens van het gemeentebestuur om de verbinding met de kernen te versterken, en het draagvlak daarvoor in de samenleving, biedt in onze ogen een kans om werk te maken van het wegnemen van het achtergestelde gevoel van inwoners in Moergestel, en om te voorkomen dat een dergelijk gevoel zou kunnen ontstaan bij inwoners van andere kernen. Tegelijkertijd blijkt dit nog een zoektocht voor het gemeentebestuur en de ambtelijke organisatie.
Dat is dan ook de reden waarom we in dit onderzoek vooral hebben gekeken naar wat te leren valt van het achtergestelde gevoel in Moergestel en de ervaringen binnen andere kernen. Hierdoor kunnen lessen meegegeven worden aan het gemeentebestuur die kunnen helpen om het dorps- en wijkgericht werken verder handen en voeten te geven. Hiermee is het onderzoek gericht op de toekomst (wat is nog nodig?), in plaats van het verleden (wat is gedaan?). De onderstaande conclusies zijn daarmee ontwikkelgericht ingestoken, teneinde een bijdrage te leveren aan de ambitie van het gemeentebestuur om de verbinding met de kernen te verstevigen door meer dorps- en wijkgericht te werken.
Kernconclusie Zowel het gemeentebestuur (raad en college), als ambtelijke organisatie en partners in de kernen, zijn gemotiveerd en spannen zich in om inwoners te betrekken bij de inrichting van hun leefomgeving. Daarbij is nadrukkelijk de inzet gericht op drie punten: • Het versterken van de verbinding tussen het gemeentebestuur, de ambtelijke organisatie en de inwoners; • Co-creatie: samen bouwen aan opgaven; • Maatwerk door aan te sluiten op opgaven die spelen per kern (dorp, buurt of wijk).
De gemeente speelt met het programma ‘Oisterwijk Bouwt’ in op de drie hierboven genoemde punten. Met dit programma wil de gemeente een meer verbindende rol spelen en dat vooral ook
Pagina 10
Resultaat
zichtbaar doen door relaties op te bouwen met de partners in de kernen en samen met die partners te werken aan de realisatie van concrete maatschappelijke opgaven. Eerste praktische stappen zijn hiertoe gezet, maar een verdere ontwikkeling is nog nodig op alle vier kwaliteitsmaatstaven van het in dit onderzoek gehanteerde evaluatiemodel. We presenteren hieronder de kernpunten die we verder toelichten in de deelconclusies.
Realisatiekracht
Voorwaarden
Democratie
Deelconclusie 1 Er is geen gedeeld beeld tussen de gemeente en de partners uit de kernen hoe gemeentebrede en lokale (kernspecifieke) opgaven en voorzieningen zich tot elkaar verhouden. Deelconclusie 2 Er is nog geen gedeeld beeld hoe de representatieve en participatieve democratie zich tot elkaar verhouden.
Kwaliteit van samenwerking
Deelconclusie 3 Er leven nog hardnekkige oude sentimenten die een goede relatie in de weg kunnen staan.
Professionele vormgeving
Deelconclusie 4 Er zijn nog geen concrete kerngerichte plannen als uitgangspunt voor verdere co-creatie en een werkwijze op maat.
Deelconclusie 1 Er is geen gedeeld beeld tussen de gemeente en de partners uit de kernen hoe gemeentebrede en lokale (kernspecifieke) opgaven en voorzieningen zich tot elkaar verhouden. Partners in de kernen (waaronder dorpsraden) hebben als doel de leefbaarheid in de kern te vergroten. Zij concentreren zich daarbij op alle opgaven die daarmee te maken hebben. Dat kunnen kleine behapbare opgaven zijn, zoals de herinrichting van een groenstrook, maar ook grotere complexe opgaven zoals de bouw van nieuwe woningen of de aanleg van een weg. Kleinere opgaven en kleinere voorzieningen kunnen relatief sneller worden gerealiseerd en meer op maat worden gesneden per kern. Grotere opgaven en voorzieningen, zoals het bouwen van woningen voor een brede of specifieke doelgroep of het realiseren van een zwembad, moeten worden bezien in samenhang met de andere kernen. Daarbij speelt namelijk dat bepaalde problematiek zich niet toespitst op die van een enkele kern maar gemeentebreed, of zelfs landelijk, aan de orde is. Kleinere opgaven passen vaak uitstekend in een projectmatige aanpak waarbij de stappen van A naar B relatief eenvoudig zijn te plannen en te realiseren.
Grotere complexe opgaven vragen vaak meer om een programmatische aanpak waarbij stappen in samenhang moet worden bezien met andere opgaven en beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare ontwikkelingen die gemeentebreed, regionaal of zelfs landelijk spelen. Met andere woorden: de stap van A naar B is geen rechte lijn, maar afhankelijk van een samenspel van allerlei opgaven die op elkaar inwerken. Hierover is tussen de gemeente en partners in de kernen nog een onvoldoende gedeeld beeld, waardoor ook grotere opgaven door partners in de kernen enkel worden toegespitst op de behoefte van de desbetreffende kern. Er is daardoor geen gedeeld beeld over wat projectmatig of
Pagina 11
programmatisch kan worden opgepakt waardoor verwachtingen rondom de realisatie van opgaven over en weer uiteenlopen.
Deelconclusie 2 Er is nog geen gedeeld beeld over hoe de representatieve en participatieve democratie zich tot elkaar verhouden. Er is door de raad en het college geen heldere visie ontwikkeld over de positie van partners (waaronder dorps- en wijkraden) in de lokale participatieve democratie en de aansluiting op de representatieve democratie. De positie van partners is daardoor onhelder en er kan spanning ontstaan tussen de representatieve en de participatieve democratie. Dat geldt voor het heden, maar zeker ook voor de toekomst. Het laatste in het licht van andere vormen van participatieve democratie, die met hulp van internet en social media door inwoners zelf razendsnel vorm worden gegeven, vaak ad-hoc en thematisch. Dat maakt ook dat de positie van de dorps- en wijkraden onder druk staat. Dit wordt nog eens verder versterkt doordat dorps- en wijkraden vaak geen afspiegeling van alle inwoners van de kern zijn. Ook spelen hierbij de verschillen in omvang en verschillen in dorpsculturen en diversiteit van opgaven. Deze bepalen in sterke mate de rol die de dorps- en wijkraden kiezen. Soms is er sprake van een signalerende rol richting de gemeente, soms is er sprake van verbinder, soms van belangenbehartiging ten aanzien van een specifieke doelgroep, soms een adviserende rol en soms is er sprake van een rol van coproducent.
Deelconclusie 3 Er leven nog hardnekkige oude sentimenten, die een goede relatie tussen het gemeentebestuur en de partners in kernen in de weg kunnen staan. Gemeentelijke fusies brengen positieve maar ook negatieve sentimenten met zich mee. Het laatste vaak door gedwongen herindelingen uit het verleden, waardoor draagvlak onder inwoners ontbrak. Deze sentimenten zijn hardnekkig, en staan effectief samenspel en daarmee co-creatie in de weg. Dit wordt nog eens aangewakkerd omdat de meerwaarde van de gemeentelijke fusie onvoldoende (snel) zichtbaar is of wordt gemaakt door het gemeentebestuur.
Deelconclusie 4 Er zijn nog geen concrete kerngerichte plannen als uitgangspunt voor verdere co-creatie en een werkwijze op maat. Het gemeentebestuur wil dat er plannen worden gemaakt voor de eigen leefomgeving door en voor de inwoners zelf. De gemeente wil daarbij optreden als verbinder tussen groepen in de samenleving en facilitator door menskracht, kennis en financiële middelen uit de reguliere begroting ter beschikking te stellen. De rol van verbinder wordt maar voor een deel gedekt. De gemeente constateert namelijk al lange tijd geleden dat zij complexe opgaven niet alleen kan realiseren en dus de rol van netwerkpartner heeft. Dit vraag om een vorm van co-creatie1. Hoe deze samenwerkingsvorm te realiseren is echter nog onderbelicht in het huidige beleid; het biedt nog
1
Co-creatie is een wijze van samenwerking. Kenmerkend voor deze werkwijze is dat alle samenwerkende deelnemers invloed hebben op het proces en het resultaat van de samenwerking én waarbij iedere deelnemer idealiter een evenredige inspanning doet dat bijdraagt aan effectief samenspel (samenwerkingskracht) en realisatie van een maatschappelijke opgave (realisatiekracht).
Pagina 12
geen roer voor de onderstaande kernvragen: > Wat wil en moet de gemeente realiseren en wat moeten en willen de partners (inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisatie) realiseren? > Wie levert welke bijdrage aan de realisatie van een maatschappelijke opgave? > Waarover wil de raad en/of het college besluiten nemen en waarover kunnen inwoners besluiten nemen? > Waar heeft de gemeente wel of geen invloed op en waar hebben partners in de samenleving wel of geen invloed op? Deze vraag speelt bijvoorbeeld nadrukkelijk ten aanzien van de woningbouwopgave, maar ook met betrekking tot de wens van de gemeente om een goede balans te zoeken tussen ambitie en realiteit (zie het programma Oisterwijk Bouwt).
Pagina 13
4
Aanbevelingen In dit hoofdstuk behandelen we de centrale vragen van het onderzoek, zie het onderstaande kader. CENTRALE VRAGEN > Hoe kan de raad en het college van de gemeente Oisterwijk invulling geven aan het ‘verbindend willen zijn’ voor de inwoners van de drie kernen? > Wat is nodig om dit te kunnen doen en welke weg kan de gemeente hiervoor bewandelen?
4.1
Aanbevelingen op hoofdlijnen
Aanbeveling 1 Deze aanbeveling richt zich op deelconclusies 1 en 4. Deze deelconclusies gaan over de meer ‘hardere’ factoren om dorps- en wijkgericht werken vorm te geven. Het gaat hierbij om zorg te dragen voor voldoende ‘realisatiekracht’ door een ‘professionele werkwijze’. De hoofdaanbeveling is om zorg te dragen voor een gedeeld beeld tussen de gemeente en de partners uit de kernen hoe gemeentebrede en lokale (kernspecifieke) opgaven en voorzieningen zich tot elkaar verhouden. Dit is belangrijk om voor zowel de gemeente als de partners uit de kernen eenzelfde richtpunt te creëren voor plannen, middelen en de uitvoering. Dat komt de realisatiekracht ten goede. Onderneem hiervoor als eerste de volgende stappen: > Ontwikkel met lokale partners integrale plannen voor iedere kern (dorp-, buurtschap- en/of wijk). Integraal wil zeggen dat met de plannen helder moet worden gemaakt welke opgaven gemeentebreed en in samenhang met andere kernen worden opgepakt (programmatisch) en welke opgaven specifiek op maat worden gesneden per kern (projectmatig). > Alloceer de benodigde menskracht en de (financiële) middelen rondom de gemeentebrede opgaven en kernspecifieke opgaven. > Overweeg en verken de suggesties die zijn gedaan in dit onderzoek door respondenten, zoals: • Voorzie de programmabegroting van een aparte paragraaf ‘Kernen’.
In deze paragraaf kunnen dan de belangrijkste opgaven per kern worden opgenomen en kan zicht worden geboden over wat al wel, wat deels of wat niet is gerealiseerd; • Ontwikkel een factsheet per kern: breng de belangrijkste gegevens van een kern op een publieksvriendelijke en toegankelijke wijze overzichtelijk in beeld.; • Denk na over zogenaamd ‘vrije budgetruimte voor de kernen’ voor financiering van projecten die een bijdrage leveren aan maatschappelijke opgaven die specifiek in een kern spelen.
Aanbeveling 2 Deze aanbeveling richt zich op deelconclusie 2 en 3. Deze deelconclusies gaan over de meer ‘zachtere’ factoren om dorps- en wijkgericht werken vorm te geven. Het gaat hierbij om democratisch samenspel en kwaliteit van samenwerking. De hoofdaanbeveling is verder te investeren in het programma ‘Oisterwijk Bouwt’ en hieraan een visie toe te voegen over hoe de representatieve en participatieve democratie zich tot elkaar
Pagina 14
verhouden. Vertaal deze visie daarna nadrukkelijk naar de te ontwikkelen plannen voor iedere keren (zie aanbeveling 1). Hierdoor wordt de rolverdeling tussen het gemeentebestuur (raad en college) en de partners in de kernen concreet. De rolverdeling kan namelijk per kern en per opgave (gemeentebreed of kernspecifiek) verschillen. Zet hierbij minimaal in op het elkaar versterken in plaats van elkaar hinderen. Concretisering van een rolverdeling met oog op elkaar versterken betekent bijvoorbeeld: > Maak per opgave helder welke politieke keuzes door het gemeentebestuur (raad en college) worden gemaakt en waar keuzeruimte zit voor partners in de samenleving, of > Maak helder wanneer partners in de samenleving een beroep kunnen doen op het gemeentebestuur (raad en college) in het geval zij er zelf niet uitkomen, of > Maak helder wanneer participatie met partners in de samenleving als inzet te kiezen om politieke keuzevraagstukken duidelijk te krijgen: wat zijn verschillende belangen die spelen? Om vervolgens vanuit het zicht op verschillende belangen de rol van partners in de samenleving en die van het gemeentebestuur goed te richten. Stimuleer de samenwerking tussen partners van de verschillende kernen onderling, door deze met elkaar te verbinden. Dit is belangrijk om, naast de kernspecifieke opgaven, grotere gemeentebrede opgaven in samenhang te bezien.
Investeer in de relatie met sleutelpersonen uit de kernen die ook binnen een dorp-, wijk- of buurt als ambassadeur of ‘het gezicht’ worden gezien. Bespreek met deze sleutelpersonen hoe aangesloten kan worden op de identiteit van een kern en hoe eventuele blokkerende sentimenten kunnen worden doorbroken die een goede relatie tussen het gemeentebestuur en inwoners in de kern in de weg staan.
Pagina 15
4.2
Aanbevelingen vertaald naar de raad en het college
AANBEVELINGEN VOOR DE RAAD 1 Geef het college opdracht om voor iedere kern een integraal plan te ontwikkelen in samenwerking met lokale partners van die kernen. Vraag aan het college om uit deze plannen gemeentebrede samenhangende opgaven te destilleren en kernspecifieke op maat gesneden opgaven;
2
Geef het college opdracht om de programmabegroting te voorzien van een paragraaf ‘Kernen’ zodat de raad ook, naast de gemeentebrede programma’s, helder zicht heeft op de kernspecifieke op maat gesneden opgaven en de realisatie daarvan;
3
Formeer een werkgroep binnen de raad om, met hulp van het college, een visie te ontwikkelen op hoe de representatieve en participatieve democratie zich tot elkaar kunnen verhouden, als bouwsteen toe te voegen aan het programma ‘Oisterwijk Bouwt’.
AANBEVELINGEN VOOR HET COLLEGE
1
Ontwikkel met lokale partners integrale plannen voor iedere kern (dorp-, buurtschap- en/of wijk). Integraal wil zeggen dat met de plannen helder moet worden welke opgaven gemeentebreed en in samenhang met andere kernen worden opgepakt (programmatisch) en welke opgaven specifiek op maat worden gesneden per kern (projectmatig). Alloceer de benodigde menskracht en de (financiële) middelen rondom de gemeentebrede opgaven en kernspecifieke opgaven en breng dit laatste tot uitdrukking in de programmabegroting door toevoeging van een paragraaf ‘Kernen’. Ook kan gedacht worden aan een standaard paragraaf ‘Kernen’ in de raadsvoorstellen, dat zet de raad in positie om bij ieder besluit ook na te denken over de gevolgen van dat besluit voor specifieke kernen.
2
Stimuleer samenwerking tussen partners van de verschillende kernen met betrekking tot gemeentebrede opgaven. Doe dit bijvoorbeeld door hierover afspraken te maken met die partners, mogelijk ook in het kader van te verstrekken subsidies ter ondersteuning.
3
Investeer in de relatie met typische ‘ambassadeurs’ van kernen, naast de relatie met lokale partners in het kader van participatie. Ambassadeurs zijn sleutelpersonen die het ‘gezicht’ zijn van een kern, historische kennis van een kern hebben, dragende speler zijn van de identiteit van een kern en beschikken over een fijnmazig netwerk in een kern (iedereen kent deze persoon). Bespreek regelmatig met deze sleutelpersonen hoe aangesloten kan worden op de identiteit van een kern en hoe eventuele blokkerende sentimenten kunnen worden doorbroken die een goede relatie tussen het gemeentebestuur en inwoners in de kern in de weg staan.
Pagina 16
Deel 2
De bevindingen
Pagina 17
5
Oriëntatie op het achtergestelde gevoel Dit hoofdstuk is inventariserend van aard. Op basis van de resultaten van de door de dorpsraad Moergestel uitgezette enquête onder inwoners en oriënterende gesprekken in het kader van dit onderzoek, beschrijven we het achtergestelde gevoel’. We beantwoorden daarmee de deelvragen 1 en 2, zie het onderstaande kader. Direct onder het kader beantwoorden we de deelvragen kernachtig. De onderbouwing daarvan is de te vinden in de paragrafen van dit hoofdstuk. DEELVRAGEN 1 Uit welke uitkomsten van de enquête van de dorpsraad Moergestel blijkt dat de inwoners zich achtergesteld voelen? 2 Welke oorzaken worden genoemd door inwoners van Moergestel, waarom en waarover voelen zij zich achtergesteld en wat is het beeld daarbij van het gemeentebestuur? BEANTWOORDING DEELVRAGEN: KERNBEVINDINGEN
1
Inwoners van Moergestel hebben eind 2020 middels een enquête over een aantal onderwerpen hun mening kunnen geven. Ruim 9% van de inwoners van Moergestel heeft de enquête ingevuld. Uit de rapportage van de dorpsraad blijkt niet in hoeverre de respondenten een representatieve afspiegeling zijn van de lokale gemeenschap. De rapportage van de dorpsraad Moergestel laat het volgende zien: > 10% van de respondenten geeft aan dat de gemeente Oisterwijk voldoende aandacht geeft aan Moergestel; > 75% van de respondenten geeft aan dat de gemeente Oisterwijk onvoldoende aandacht besteed aan Moergestel.
2
De oorzaken voor een achtergesteld gevoel die worden genoemd door inwoners van Moergestel die aan de enquête van de dorpsraad hebben meegedaan, en oorzaken genoemd in gesprekken in het kader van dit onderzoek, liggen op alle vier kwaliteitsmaatstaven van het evaluatiemodel zoals weergegeven in hoofdstuk 2. Zie tabel 5.1 op de volgende bladzijde, waarin de oorzaken zijn verkaveld over de vier kwaliteitsmaatstaven van het evaluatiemodel. Daarbij worden, door actoren die zijn gesproken in het kader van dit onderzoek, oorzaken genoemd die: > het achtergestelde gevoel onderschrijven (Pro); > het achtergestelde gevoel juist niet onderschrijven (Contra).
Pagina 18
Oorzaken van het achtergestelde gevoel in de kern Moergestel, gecategoriseerd naar de vier kwaliteitsmaatstaven. Bron: enquête van de dorpsraad Moergestel en gesprekken in het kader van dit onderzoek Pro Contra Argumenten van actoren die het achtergestelde Argumenten van actoren die het achtergestelde gevoel wel onderschrijven. gevoel niet onderschrijven. Realiseren van opgaven Hoofdnorm: de mate waarin verschillende maatschappelijke opgaven worden gerealiseerd. •
Opgaven en projecten worden onvoldoende • De kleinere omvang van een kern speelt hierbij slagvaardig opgelost, besluitvorming duurt eindeloos een rol. Hoe groter een kern hoe beter de lang. Het gaat daarbij om opgaven op het terrein van voorzieningen vanwege de schaalgrootte. de kwaliteit van de openbare ruimte, woningbouw, voorzieningen zoals de kwaliteit van sportaccommodaties en teruglopend winkelbestand en verkeersproblematiek. • Inwoners hebben onvoldoende invloed op zaken die de leefbaarheid in het dorp vergroten. • De gemeente heeft onvoldoende financiële middelen. Democratisch samenspel Hoofdnorm: participatie versterkt het democratisch gehalte van de wijze waarop dat gebeurt door een zorgvuldige(re) afweging van belangen en grotere betrokkenheid, draagvlak, invloed en wederzijds begrip en vertrouwen. • De belangen van Moergestel komen onvoldoende • Een groot aantal leden van de gemeenteraad aan de orde in de gemeenteraad en worden woont in Moergestel en is daarmee in staat om onvoldoende meegenomen in politieke de belangen van Moergestel over te brengen. besluitvorming. • Burgerinitiatieven worden niet ondersteund. Constructieve samenwerking Hoofdnorm: opgaven zoveel mogelijk vanuit ‘teamspel’ realiseren, onder andere door open en constructieve interactie, adequate en tijdige communicatie en goed verwachtingenmanagement over en weer.
• Er wordt onvoldoende oplossingsgericht gedacht. • De gemeente wil meer dorps- en wijkgericht • Het samenspel van de gemeente sluit niet aan op die werken en komen tot dorps- en wijkplannen. Er van een kleine gemeenschap met een vergrijzende zijn nu eerste praktische stappen daartoe gezet. bevolking. • Er is sprake van een historisch gegroeid negatief • Het samenspel van de gemeente sluit niet aan op sentiment en gevoel van achterstelling, vooral verschillende culturen van de kernen. Er is een van de oudere generatie inwoners, veroorzaakt verschil in de lokale cultuur tussen Moergestel en door de gedwongen herindeling in 1997. Dit kan Oisterwijk. Moergestel is een agrarische overigens ook worden gezien als een argument gemeenschap terwijl Oisterwijk veel meer een dat het achtergestelde gevoel onderschrijft. Hier ‘stadse’ cultuur heeft. wordt echter bedoeld dat het negatief sentiment een reactie is op de herindeling zelf, en niet op het handelen van het gemeentebestuur na de herindeling. Professionele werkwijze Hoofdnorm: doordachte en passende inrichting van participatietrajecten vanuit overzicht, met inzet van participatieve werkvormen op maat. • De communicatie van de gemeente is onvoldoende. • Er is onvoldoende controle op uitgevoerde werken waardoor kwaliteitsverlies optreedt.
Tabel 5.1: oorzaken van het achtergestelde gevoel naar kwaliteitsmaatstaven voor participatie;
Pagina 19
5.1 Resultaten enquête Dorpsraad Moergestel2 Het aantal inwoners in Moergestel is circa 6.000 inwoners in 2021. In 2013 was dat circa 5.700 inwoners3; in zeven jaar tijd is het dorp dus gegroeid met 5%. Inwoners van Moergestel hebben eind 2020 middels een enquête op een aantal onderwerpen hun mening kunnen geven, zie voor de vraagstelling van deze enquête bijlage 2. In totaal zijn er 2500 enquêtes uitgezet en 552 inwoners hebben de enquête ingevuld (ruim 9% van de inwoners), dat is een respons van 22% op de enquête. Uit de rapportage hierover van de dorpsraad blijkt verder niet in hoeverre de respondenten een representatieve afspiegeling is van de lokale gemeenschap, denk aan verhouding man/vrouw, leeftijdsopbouw, eenpersoons- of gezinshuishouding et cetera. Desondanks geven de resultaten wel sentimenten weer die in ieder geval bij een gedeelte van de inwoners van Moergestel leven. Hieronder beschrijven we de resultaten op basis van de rapportage van de dorpsraad Moergestel. VINDT U DAT DE GEMEENTE OISTERWIJK VOLDOENDE AANDACHT BESTEED AAN MOERGESTEL? Op deze vraag gaf 10% van de respondenten aan dat de gemeente Oisterwijk voldoende aandacht geeft aan Moergestel.
Zij onderbouwen hun mening als volgt: > Een groot aantal leden van de gemeenteraad woont in Moergestel en is daarmee in staat om de belangen van Moergestel over te brengen; > De kleinere omvang van Moergestel speelt een rol; > Er is sprake van een historisch gegroeid gevoel van achterstelling, vooral van de oudere generatie inwoners, zonder dat dit op feiten berust. TER ILLUSTRATIE “In de gemeenteraad zitten voldoende volksvertegenwoordigers die zelf in Moergestel wonen en de dorpsbelangen over de bühne kunnen krijgen”
“Gezien onze kleinere omvang lijkt het me logisch dat een grotere kern meer aandacht krijgt” “Graag ophouden met dat eeuwige gezuurpruim van de oude generatie en zich eigenlijk wil afscheiden van Oisterwijk. Ben trots op elkaar, ben trots op alle kernen en de diversiteit.” Bron: rapportage van de dorpsraad Moergestel over de resultaten uit de enquête onder inwoners. 75% van de respondenten geeft aan dat de gemeente onvoldoende aandacht besteed aan Moergestel, deels op basis van gevoel maar er worden ook concrete voorbeelden genoemd: > De inrichting van het dorp: de verpaupering is een groot probleem. Dat geldt voor gebouwen van particuliere eigenaren en het onderhoud en kwaliteit van de openbare ruimte (groen, wegen, trottoirs). Het St. Jansplein is lelijk en vervult enkel de functie als parkeerplaats. De leegstand van winkelpanden verhoogt de sfeer rondom het plein niet en het ontbreekt aan groen. Ook de verloedering van de Industrieweg wordt genoemd alsmede de noodzaak om Rootven te herinrichten. > Woningen: er zijn onvoldoende woningen in het betaalbare segment, zowel in huur als koop. > Voorzieningen: sportaccommodaties van verenigingen zijn niet meer up-to-date. Samenvoeging van verenigingen in een sportpark laat lang op zich wachten. Het teruglopende winkelbestand baart zorgen.
> Verkeer: de verkeersproblemen zijn bekend maar er wordt hierop door de gemeente niet geacteerd.
2 Bronnen: rapportage van de dorpsraad Moergestel en het magazine Kleine Kernen, maart 2021. 3 Bron: www.allecijfers.nl
Pagina 20
Naast concrete voorbeelden rondom een aantal maatschappelijke opgaven zoals hierboven genoemd, geven respondenten ook op andere terreinen aan waarop Moergestel naar hun mening achtergesteld is. Het gaat dan om de wijze waarop de gemeente acteert: > Besluitvorming duurt eindeloos lang en problemen worden niet opgelost; > De vertegenwoordiging van Moergestel in de gemeenteraad wordt als zwak ervaren; > Fracties in de gemeenteraad werken niet met elkaar samen, macht en eigenbelang spelen een rol; > Er is een schijn van interesse maar met uitkomsten van participatie wordt niets gedaan, bijvoorbeeld de uitkomsten uit de Raadsplein bijeenkomsten; > Er wordt niet oplossingsgericht gedacht; > Er is onvoldoende controle op de uitgevoerde werken in Moergestel waardoor kwaliteitsverlies optreedt; > De communicatie van de gemeente wordt als slecht ervaren en sluit niet aan op een klein dorp van 6.000 inwoners met een vergrijzende bevolking; > Burgerinitiatieven worden niet gesteund; > Het ontbreekt aan ruimte voor de gemeente, zowel financieel als bestuurlijk, om zelf beslissingen te nemen. Dit door jarenlange bezuinigingen. TER ILLUSTRATIE “Oisterwijk gaat altijd voor, Oisterwijk is schoon! Moergestel verloederd, Moergestel is slechts een satellietgemeente van de hoofdkern Oisterwijk, gevoel dat Oisterwijk meer aandacht krijgt…”.
“Oisterwijk staat meer in de spotlight, in Oisterwijk zijn er tal van projecten zoals een sportpark, aanpassing van wegen en nieuwbouwprojecten…”. Bron: rapportage van de dorpsraad Moergestel over de resultaten uit de enquête onder inwoners.
5.2 Resultaten oriënterende gesprekken Uit gesprekken in het kader van dit onderzoek blijkt dat het achtergestelde gevoel van inwoners van Moergestel herkenbaar is bij het gemeentebestuur, bij de ambtelijke organisatie en bij de organisaties waarmee is gesproken in het kader van dit onderzoek. Het wordt dus breed herkend en er worden daarvoor verschillende mogelijke verklaringen gegeven: >
Er leeft een oud negatief sentiment bij inwoners van Moergestel rondom de herindeling op 1 januari 1997. In die tijd werden herindelingen veelal dwingend door de overheid opgelegd, een top-down benadering. Hierdoor hadden inwoners het gevoel overgenomen te worden en geen eigen keuzes te kunnen maken. Wij constateren dat in de loop de jaren de top-down benadering overigens is verlaten vanwege het gebrek aan draagvlak bij gemeenteraden en inwoners. In het huidige ‘Beleidskader gemeentelijke herindelingen’ van het ministerie van BZK wordt aangegeven dat het initiatief voor een herindeling primair ligt bij de gemeenten. Daarbij beoordeelt de minister of het herindelingsproces zorgvuldig is verlopen en het kabinet beoordeelt de herindelingsadviezen op basis van vier criteria, waaronder het draagvlak en nabijheid van bestuur maar ook de interne- en regionale samenhang.
>
Voor de fusie waren de lijnen tussen inwoners en de gemeente korter en was de gemeente ook toegankelijker door een relatief kleine gemeentelijke organisatie. De gemeentelijke organisatie van Oisterwijk is groter en daardoor is het voor inwoners moeilijker om de juiste ingang te vinden.
Pagina 21
> >
Er is een verschil tussen het voorzieningenniveau in Oisterwijk en Moergestel. Daar zijn op zichzelf logische verklaringen voor: (a) zo is het aantal inwoners van Oisterwijk hoger en door de schaalgrootte komen ook bepaalde voorzieningen binnen handbereik en (b) Oisterwijk trekt recreatieve/toeristische bezoekers en is bereikbaar via een station. Het is echter wel voorstelbaar dat inwoners van Moergestel hier anders over denken en ook andere criteria hanteren dan de schaalgrootte van een stad of dorp. Er is een verschil in de lokale cultuur tussen Moergestel en Oisterwijk. Moergestel is een agrarische gemeenschap terwijl Oisterwijk veel meer een ‘stadse’ cultuur heeft. De gemeente wil meer dorps- en wijkgericht werken en komen tot dorps- en wijkplannen. Dat was reeds een wens in de vorige bestuursperiode en in de huidige bestuursperiode worden hiertoe eerste concrete stappen genomen. De effecten daarvan zijn nog niet merkbaar, want het dorps- en wijkgericht werken is nog in ontwikkeling waarbij nu vooral praktische stappen worden gezet.
Pagina 22
6
Beleid
In dit hoofdstuk behandelen we de deelvragen 3 t/m 5 van het onderzoek, zie het onderstaande kader. Direct onder het kader beantwoorden we de deelvragen kernachtig. De onderbouwing daarvan is de te vinden in de paragrafen van dit hoofdstuk. DEELVRAGEN 3 Wat is het huidige beleid van de gemeente Oisterwijk ten aanzien van het dorps- en wijkgericht werken voor de drie kernen? 4 Hoe zien de raads-, collegeleden en de ambtelijke organisatie hun rollen ten aanzien van het dorps- en wijkgericht werken en de samenwerking met georganiseerde inwoners (zoals dorps-, wijk- en buurtraden)? 5 Welke mogelijkheden biedt het beleid - of zijn er vanuit de eigen rolopvatting - voor de raad, college en ambtelijke organisatie om verbindend te zijn?
BEANTWOORDING DEELVRAGEN: KERNBEVINDINGEN
3
Hoewel de noodzaak om meer dorps- en wijkgericht te werken al lange tijd bekend is bij de gemeente, speelt het huidige recente beleid daar voor de eerste keer heel concreet op in met het programma ‘Oisterwijk Bouwt’, zie tabel 6.1 in dit hoofdstuk en bladzijde 27. Met dit programma wil de gemeente meer een verbindende rol spelen en dat vooral ook zichtbaar doen. Het beleid is er dan ook op gericht om goede relaties op te bouwen met de partners in de kernen, de behoeften en belangen goed op tafel te krijgen en dit te doen per dorp- of wijk.
4
Er moeten plannen worden gemaakt voor de eigen leefomgeving door en voor de inwoners zelf. De gemeente treedt daarbij op als verbinder tussen groepen in de samenleving en facilitator door menskracht, kennis en financiële middelen uit de reguliere begroting ter beschikking te stellen. De insteek van de gemeente is om te investeren in het begrijpen van elkaar en daarmee de kwaliteit van besluitvorming te verhogen. Bij dit laatste ligt de nadruk op besluitvorming door de raad en/of het college. Hieruit constateren we dat de rol van verbinder maar voor een deel wordt gedekt. De gemeente constateert namelijk al lange tijd geleden dat zij complexe opgaven niet alleen kan realiseren en dus de rol van netwerkpartner heeft. Dit vraag om een vorm van coproductie.
Hoe deze samenwerkingsvorm te realiseren is onderbelicht in het huidige beleid; het biedt nog geen roer voor de onderstaande kernvragen: > Wat wil en moet de gemeente realiseren en wat willen en moeten de partners (inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisatie) realiseren? > Waarover wil de raad en/of het college besluiten nemen en waarover kunnen inwoners besluiten nemen? > Waar heeft de gemeente wel of geen invloed op en waar hebben partners in de samenleving wel of geen invloed op? Deze vraag speelt bijvoorbeeld nadrukkelijk ten aanzien van de woningbouwopgave maar ook met betrekking tot de wens van de gemeente om een goede balans te zoeken tussen ambitie en realiteit (zie het programma Oisterwijk Bouwt).
5
Vanuit het programma Oisterwijk Bouwt worden aan de raad en het college allerlei mogelijkheden geboden om een verbindende rol te spelen. Er worden concrete acties benoemd om standpunten, belangen en behoeften van inwoners duidelijk te krijgen. Denk aan het vergadermodel voor de raad waarbij inwoners nadrukkelijker kunnen inspreken, dorps- en wijkbezoeken en dialoogavonden met inwoners.
Pagina 23
6.1 Beleid ten aanzien van dorps- en wijkgericht werken PERSPECTIEFNOTA’S EN COALITIEAKKOORD In de perspectiefnota 2019-2020 worden de ambities van het gemeentebestuur beschreven. De gemeente wil een ontwikkeling in gang zetten met bestuurlijke vernieuwing. De gemeente wil meer zichtbaar zijn in de samenleving, dichter bij inwoners staan en actief initiatieven van inwoners stimuleren. De gemeenteraad moet daarbij zijn verbindende- en volksvertegenwoordigende rol versterken. De bedoeling is deze ambitie verder uit te werken in een actieplan.
In het coalitieakkoord ‘Gezamenlijk Perspectief, over grenzen heen’ van de huidige bestuursperiode, per 1 januari 2021 in verband met de samenvoeging met het dorp Haaren, wordt de ambitie uit de voorgaande periode doorgezet. Het gemeentebestuur wil een grondhouding die verbindend is. De samenwerking tussen inwoners, de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie wordt nadrukkelijk gezocht. In het coalitieakkoord zijn eerste tekenen van meer dorpsen kerngericht werken te herkennen. De bedoeling is dat elk collegelid naast zijn/haar portefeuilles een dorpenportefeuille beheert en eerste aanspreekpunt is van een dorp of wijk. Het college ziet kansen in het wijkgericht werken voor bestuurlijke vernieuwing en geeft daarbij aan dat dit niet altijd hoeft via de dorps- en wijkraden maar ook via groepen inwoners. Wij constateren dat dit een duidelijke stap is om de dorps- en wijkraden een plek te geven in participatie. Die plek is echter niet exclusief, ook andere groepen inwoners maken hier nadrukkelijk onderdeel van uit. De gemeente draagt dan zorg voor een goede verbinding tussen diverse groepen: inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Daarbij wordt in het coalitieakkoord aangegeven om deze groepen te betrekken aan de voorkant van het proces voor beleids- en planontwikkeling.
Het college is er ook voorstander van dat er plannen voor de eigen leefomgeving worden gemaakt door en voor de inwoners zelf, waarbij gebruik kan worden gemaakt van reguliere budgetten. Het college ziet verder een verbijzonderende rol voor dorps- en wijkraden: “We faciliteren dorps-, wijk- en buurtraden in hun rol om de leefbaarheid te verbeteren en een signaalfunctie te hebben richting de gemeente4”. In de perspectiefnota 2021-2024 bouwt de gemeente in de nieuwe raadsperiode verder aan de eerder ingezette koers om meer zichtbaar te zijn in de samenleving onder de werktitel: ‘Oisterwijk Bouwt’. Concreet wordt in deze nota aangegeven dat wijkbezoeken een vast onderdeel zullen zijn van de werkwijze van de gemeente. De ingezette koers wordt ook verder vertaald naar de programmabegroting 2021 waarin de volgende acties zijn opgenomen: > In 2021 legt de raad minimaal één wijkbezoek af (na een amendement is dit voor 2022 overigens verhoogd naar minimaal twee wijkbezoeken); > In het vergadermodel is ruimte voor inwoners om eigen onderwerpen bespreekbaar te maken; > De raadwerkgroep ‘Oisterwijk aan Z’ neemt een voortrekkersrol bij het leggen en verstevigen van verbindingen met de samenleving; > Raad en college maken samenwerkingsafspraken in het kader van Oisterwijk Bouwt.
In de programmabegroting 2021 is ook onderstreept dat de gemeente veel waarde hecht aan inwonersparticipatie (programma 1.5 ‘We hechten veel waarde aan burgerparticipatie’). De gemeente zet in op co-creatie: ‘in samenwerking met inwoners de Oisterwijkse samenleving beter, mooier, gezonder, groener en veiliger maken.’
4 Bron: Coalitieakkoord ‘Gezamenlijk Perspectief, over grenzen heen’, 2021.
Pagina 24
MAJEURE PROJECTEN EN PLANNEN Er worden in het coalitieakkoord zogenaamde ‘Kompas-projecten’ genoemd. Dat zijn majeure projecten en ontwikkelingen. Aangezien de aanleiding voor dit onderzoek het achtergestelde gevoel van inwoners van Moergestel is, presenteren we hieronder deze projecten voor Moergestel: • Woningbouw voormalige basisschool aan de Bosstraat, Oostelvoortjes II en Moergestel Noord; • Sportpark Stokeind; • Randweg Moergestel.
Wij constateren dat met de bovenstaande projecten de gemeente inspeelt op de opgaven zoals inwoners van Moergestel benoemen in de enquête van de dorpsraad Moergestel op het terrein van woningbouw, sportaccommodaties en de verkeersproblematiek. Daarnaast benoemen inwoners opgaven met betrekking tot de kwaliteit van de openbare ruimte (het openbaar groen). Dat onderwerp is in het coalitieakkoord niet benoemd. WONINGBEHOEFTE UITGELICHT Uit gesprekken in het kader van dit onderzoek blijken er vooral zorgen te bestaan over de invulling van de woningbouwprojecten. De gemeente heeft als ambitie om in te zetten op 35% sociale woningbouw in de gehele gemeente. Er is namelijk een tekort aan sociale huurwoningen, zie de subsidieregeling hierover in het onderstaande kader. Dit is een gemeentebreed doel en het gaat dus niet over individuele kernen of projecten. SUBSIDIEREGELING SOCIALE HUURWONINGEN Er is in de gemeente Oisterwijk een tekort aan sociale huurwoningen. Eind 2018 heeft de gemeenteraad besloten €500.000,- beschikbaar te stellen voor maatregelen om de realisatie van sociale huurwoningen te stimuleren. Een groot gedeelte hiervan wordt beschikbaar gesteld in de vorm van een subsidieregeling die t/m 31 december 2021 van kracht is. Hiermee wil de gemeente stimuleren dat er meer kleine sociale huurwoningen beschikbaar komen voor één- en tweepersoonshuishoudens.
Bron: https://www.oisterwijk.nl/sociale-huurwoningen
Wij constateren dat de dorpsraad Moergestel zich ook grote zorgen maakt over het tekort aan betaalbare woningen. De zorg is er met name over het tekort aan betaalbare woningen voor starters. De dorpsraad is bang dat jonge mensen hierdoor wegtrekken uit het dorp en het dorp verder vergrijsd, met als gevolg dat voorzieningen verder achteruit gaan en er een neerwaartse spiraal ontstaat. Wij constateren tegelijkertijd uit gesprekken dat het tekort aan betaalbare woningen niet een typisch Moergestels probleem is. Het tekort speelt in veel gemeenten in Nederland en ook voor geheel Oisterwijk: > In maart 2018 wordt dit reeds belicht in een presentatie van de gemeente ‘Wordt wonen in Oisterwijk een luxe?’; > De huidige woonvisie van de gemeente dateert uit 2011, is geactualiseerd in 20165 en in 2021 ontwikkelt de gemeente een nieuwe woonzorgvisie6. De woonzorgvisie zal in april 2022 ter besluitvorming worden voorgelegd aan de raad. De verbinding tussen wonen en zorg is daarbij nodig vanwege de behoefte aan woningen voor ouderen, dit in het kader van de toenemende vergrijzing;
5 Bron: 6 Bron:
Herijkte Woonvisie 2011-2021 Discussienota woonzorgvisie, 4 november 2021
Pagina 25
>
Ook in 2021 is het tekort aan betaalbare woningen nog steeds een grote opgave voor de gemeente Oisterwijk. Dit blijkt uit de woningmarktanalyse in het kader van de ontwikkeling van de woonzorgvisie in 20217: starters in de gemeente Oisterwijk vinden nauwelijks aanbod van koopwoningen in een prijscategorie die voor hen haalbaar is en de prognose is dat de uitbreidingsopgave voor de sociale huur de komende tien jaar op 290 woningen ligt.
Uit gesprekken in het kader van dit onderzoek blijkt ook dat binnen Moergestel de gemeente nauwelijks eigen grondposities heeft. Dat betekent dat de gemeente afhankelijk is van in hoeverre projecteigenaren/-ontwikkelaars erin slagen om projecten te ontwikkelen die voldoen aan de wens van de gemeente om 35% betaalbare woningen te bouwen en tegelijkertijd economisch voldoende rendabel zijn. De gemeente probeert hier ook invloed op uit te oefenen: > Met de eerder genoemde subsidieregeling; > Met een afwegingskader voor woningbouwprojecten dat de gemeente gebruikt om te sturen op het bouwen van bepaalde typen woningen: goedkope woningen, woningen voor speciale doelgroepen zoals starters en senioren, levensloopbestendige woningen. Zie: Woningbouwproject starten - gemeente Oisterwijk Wij hebben niet onderzocht of dit instrumentarium voldoende is om voldoende betaalbare koop- en huurwoningen te realiseren; dat valt niet binnen de scope van het onderzoek.
6.2 Veranderde rol van de gemeente: ‘zichtbaar verbinden’ Zoals eerder genoemd in de voorgaande paragraaf wil de gemeente vooral inzetten op een ‘verbindende rol’ en dat vooral ook ‘zichtbaar’ te doen. Dit wil de gemeente verder versterken. De gemeente ziet al lange tijd in dat de verhouding tussen overheid en samenleving verandert: > In de startnotitie ‘kadernota Oisterwijk aan Z’ wordt dit al in 2013 opgemerkt: “Een overheid kan niet meer alleen opereren en eigen plannen uitvoeren. Van gemeenten wordt verwacht dat zij steeds meer een rol van netwerkpartner gaan vervullen8”. > Ook de communicatievisie van oktober 2015 gaat hierop in. Daarin wordt gesteld dat veranderende verhoudingen vragen om een andere inzet en andere vormen van communicatie9. De gemeente ziet communicatie niet langer als een onderwerp enkel dan dat van de afdeling Communicatie. Het gemeentebestuur en alle medewerkers van de ambtelijke organisatie communiceren steeds directer met stakeholders en gaan steeds meer in dialoog. De gemeente zal daarbij vaardig moeten zijn in ‘verbinden’ en ‘relaties managen’. De noodzaak om een meer verbindende rol te spelen en plannen en uitvoering in coproductie met netwerkpartners tot stand te laten komen wordt dus al lange tijd onderkend door het gemeentebestuur. Het wordt namelijk al in 2013 opgemerkt in de startnotitie ‘kadernota Oisterwijk aan Z’.
In het beleid van de huidige bestuursperiode zien wij dat de nadruk nu komt te liggen om dat meer zichtbaar te doen. Dit blijkt duidelijk uit het lopende programma Oisterwijk Bouwt, zie het totaaloverzicht van dit programma op bladzijde 27. Uit het overzicht rondom het programma Oisterwijk Bouwt blijken de doelen die het gemeentebestuur voor ogen heeft, alsmede de wijze waarop deze ‘zichtbaar’ moeten worden gerealiseerd. We verkavelen deze in de onderstaande tabel 6.1, naar de kwaliteitsmaatstaven van participatie van het in dit onderzoek toegepaste evaluatiemodel. Daar waar een maatregel duidt op ‘meer zichtbaarheid’ drukken we deze vet.
7 Bron: 8 Bron: 9 Bron:
Discussienota woonzorgvisie, 4 november 2021 Startnotitie ‘kadernota Oisterwijk aan Z’, raadsvergadering 7 maart 2013 Communicatievisie gemeente Oisterwijk, Betteke van Ruler, emeritus hoogleraar corporate communicatie en communicatiemanagement, oktober 2015
Pagina 26
Vertaling van het programma Oisterwijk Bouwt naar de kwaliteitsmaatstaven voor participatie. Bron: totaaloverzicht Oisterwijk Bouwt Realiseren van opgaven. Hoofdnorm: de mate waarin verschillende maatschappelijke opgaven worden gerealiseerd. • Balans zoeken tussen ambitie en realiteit. • Er moet voldoende capaciteit, tijd en geld zijn. • Afgeronde dossiers voormalige basisschool aan de Bosstraat en document Sociaal Domein. • Nieuwe dossiers: cultuurcentra en veehouderijbeleid. Democratisch samenspel Hoofdnorm: participatie versterkt het democratisch gehalte van de wijze waarop dat gebeurt door een zorgvuldige(re) afweging van belangen en grotere betrokkenheid, draagvlak, invloed en wederzijds begrip en vertrouwen. • Investeren in het begrijpen van elkaars standpunten verhoogt de kwaliteit van besluitvorming. • Introductie gemeentepolitiek bij jongeren en in het voortgezet onderwijs: jongerenavond, kinderburgemeester en kinderraad. • Meer invloed voor inwoners in vergaderingen van de raad (vergadermodel raad). • Dorpsbezoeken Moergestel en wijkbezoek Westend. • Dialoogavonden tussen raad en inwoners. Constructieve samenwerking Hoofdnorm: opgaven zoveel mogelijk vanuit ‘teamspel’ realiseren, onder andere door open en constructieve interactie, adequate en tijdige communicatie en goed verwachtingenmanagement over en weer.
• Beter contact tussen raad, college en organisatie om zo inwoners beter van dienst te kunnen zijn. • Samen bouwen is niet perse sneller, maar wel beter voor het oppakken van complexe vraagstukken. • De samenleving blijft veranderen en vraagt om de rol van de overheid als facilitator. • Inwoners moeten een nadrukkelijke rol krijgen. • Reflectie samenwerking raad en college tijdens Oisterwijk Bouwt-dag. Professionele werkwijze Hoofdnorm: doordachte en passende inrichting van participatietrajecten vanuit overzicht met inzet van participatieve werkvormen op maat. • Meer nadruk op proberen, doen en evalueren om zo kathedralen te bouwen. • Voortrekkersgroep Oisterwijk Bouwt. • Perspectiefnota Klaar voor de Toekomst. • Methode Oisterwijk Bouwt: verkennen, doen, evalueren en veranderen. • Implementatie nieuwe Omgevingswet. • Dorps- en wijkbezoeken via een vastgestelde procesaanpak.
Tabel 6.1: vertaling van programma Oisterwijk Bouwt naar kwaliteitsmaatstaven participatie gebruik makende van het evaluatiemodel in hoofdstuk 2.
Pagina 27
Pagina 28
6.3 Mogelijkheden om te verbinden Het voorgaande beschreven beleid van de gemeente biedt ons inziens voor de raad en het college allerlei mogelijkheden om een verbindende rol te spelen. Er wordt namelijk nadrukkelijk ingezet op een beter contact tussen het gemeentebestuur, de ambtelijke organisatie en inwoners en op het investeren in het op tafel krijgen van belangen en behoeften. Hiertoe worden allerlei mogelijkheden geboden zoals blijkt uit de voorgaande tabel 6.2 rondom het ‘Democratisch Samenspel’. Er worden concrete acties benoemd om standpunten, belangen en behoeften van inwoners op het kleed te krijgen. Denk aan het vergadermodel voor de raad waarbij inwoners nadrukkelijker kunnen inspreken, dorps- en wijkbezoeken en dialoogavonden met inwoners. Wij constateren dat het op tafel krijgen van belangen en behoeften een onderdeel is van ‘verbinden’, maar dat dit niet de hele lading dekt. De insteek van de gemeente is om te investeren in het begrijpen van elkaar en daarmee de kwaliteit van besluitvorming te verhogen. Hierbij ligt de nadruk op besluitvorming door de raad en/of het college. Wij zien tegelijkertijd dat de gemeente al lange tijd geleden constateert (zie paragraaf 6.2) dat zij de rol van netwerkpartner heeft, omdat zij complexe opgaven niet alleen kan realiseren.
Hoe een vorm van coproductie te realiseren, is echter onderbelicht in het programma ‘Oisterwijk Bouwt’: > Wat wil en moet de gemeente realiseren en wat willen en moeten de partners (inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisatie) realiseren? > Waarover wil de raad en/of het college besluiten nemen en waarover kunnen inwoners besluiten nemen? > Waar heeft de gemeente wel of geen invloed op en waar hebben partners in de samenleving wel of geen invloed op? Deze vraag speelt bijvoorbeeld nadrukkelijk ten aanzien van de woningbouwopgave, maar ook met betrekking tot de wens van de gemeente om een goede balans te zoeken tussen ambitie en realiteit (zie het programma ‘Oisterwijk Bouwt’). Als laatste vallen uit de voorgaande tabel nog een aantal zaken op: > Realiseren van opgaven. Er worden in het programma ‘Oisterwijk Bouwt’ geen te realiseren maatschappelijke opgaven voor Oisterwijk benoemt, anders dan het realiseren van de zogenaamde ‘Sustainable Global Goals 10’. Wel wordt er gesproken over het afronden van ‘dossiers’. Wij constateren dat het is niet helder is wat dit betekent, er wordt verder niet helder gemaakt welke maatschappelijke opgaven daadwerkelijk moeten worden gerealiseerd.