22-20 Bestemmingsplan Haarendijk 36, Haaren- bijlage 1b Toelichting
Tekst van het document
Op voorliggende planlocatie zijn echter geen (voor vleermuizen geschikte) gaten, holen of scheuren aangetroffen in de aanwezige bomen. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering of op zolders. Geschikte verblijfplaatsen zijn tijdens een inspectie niet aangetroffen in de te slopen bebouwing. De bebouwing is als ongeschikt beschouwd voor vleermuizen. 4.6.3
Conclusie De kans op aanwezigheid van bijzondere flora en fauna is onwaarschijnlijk. Daarnaast heeft het plan geen effect op beschermde gebieden. Het aspect flora en fauna vormt geen planologische belemmering voor het plan.
4.7
Archeologie
4.7.1
Inleiding Conform het bepaalde in artikel 38a van de Monumentenwet 1988 moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten.
4.7.2
Analyse De gemeente Haaren heeft geen eigen archeologiebeleid vastgesteld, maar de archeologische waardering gebaseerd op de provinciale waardenkaart. Deze waardering is verwerkt in het vigerende bestemmingsplan “Kom Haaren” middels dubbelbestemmingen. Uit dat plan is af te leiden dat binnen het plangebied geen dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' vigeert.
4.7.3
Conclusie Het aspect archeologie vormt geen planologische belemmering voor het plan.
Haarendijk 36, Haaren
30
4.8
Verkeer
4.8.1
Inleiding Het ontwikkelen van het onderhavige plan aan de Haarendijk heeft verkeersbewegingen tot gevolg. De vraag is of de verkeersbewegingen effecten hebben op het geheel van verkeersbewegingen en op het verkeersverwerkend vermogen van de Haarendijk.
4.8.2
Analyse Het toevoegen van één seniorenwoning vergt het inrichten van een aantal parkeerplaatsen. De parkeernorm die gehanteerd wordt is 1,6 per woning. Hieruit blijkt dat 2 parkeerplaatsen moeten worden toegevoegd. Deze worden op eigen terrein gerealiseerd. Daarnaast levert de toevoeging van een woning aan de Haarendijk dusdanig kleine aantallen extra verkeersbewegingen op, dat dit geen significante invloed uitoefent op de totale verkeerverwerking van de straat.
4.8.3
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect verkeer geen belemmering vormt voor de realisatie van het onderhavige plan.
4.9
Luchtkwaliteit
4.9.1
Inleiding De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteit staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Tevens is het besluit NIBM (“niet in betekenende mate”) en de regeling NIBM van kracht geworden. Hierin zijn categorieën vastgelegd van projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie van een bepaalde stof en er geen onderzoek naar de luchtkwaliteit hoeft plaats te vinden.
4.9.2
Analyse NIBM In de Regeling NIBM is opgenomen dat een plan tot 3000 woningen niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Het plan betreft één woning. De effecten van een initiatief op de luchtkwaliteit zijn afhankelijk van de verkeersaantrekkende werking. De ontwikkeling van het plan brengt een zeer geringe toename van verkeer, waarvan gesteld kan worden dat het plan 'niet-inbetekenende-mate' bijdraagt aan de concentratie van de stoffen NO2 en PM10 in de lucht. Woon- en leefklimaat In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof: -
-
Haarendijk 36, Haaren
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 μg/m³. de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 μg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde. de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 μg/m³.
31
Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 ter plaatse van het plangebied en directe omgeving weer.
PM10 (2019)
PM2,5 (2019) Ter plaatse van het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 18-19 μg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 11-12 μg/m³. Geconcludeerd kan worden dan de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging geen bezwaar is gezien aan de grenswaarde kan worden voldaan. 4.9.3
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het plan.
4.10
Milieueffectrapportage (m.e.r.)
4.10.1
Inleiding Het instrument milieueffectrapportage is ontwikkeld om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. In de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de gevallen opgenomen waarvoor een m.e.r.-plicht of een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Alle andere vormen van ontwikkeling zijn in principe niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig, maar er kan hiervoor wel een nadere motivering vereist zijn.
Haarendijk 36, Haaren
32
4.10.2
Analyse Het realiseren van woningen valt in beginsel onder onderdeel D (stedelijk ontwikkelingsproject, categorie D.11.2) van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Aangezien het gaat om het realiseren van één woning, wordt dit niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. en is een aanmeldnotitie niet noodzakelijk. Zie hiervoor tevens de uitspraak van 15 januari 2020 van de Raad van State waarbij de realisatie van 12 woningen niet als m.e.r.plichtig werd beschouwd (ECLI:NL:RVS:2020:100).
4.10.3
Conclusie Het plan is niet m.e.r.(-beoordelings)plichtig. Het plan heeft geen belangrijke nadelige milieugevolgen.
4.11
Volkgezondheid en veehouderijen
4.11.1
Varkens- en pluimveehouderijen Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico.
4.11.2
Geitenhouderijen Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Binnen 2 km van het plangebied zijn enkele geitenhouderijen gelegen: • Belversestraat 10A (gelegen op ca. 800 m. afstand) • Noenes 16 (gelegen op ca. 1900 m. afstand) Als gevolg van de bestemmingswijziging wordt een extra woning gerealiseerd. Op advies van de ODBN is hieronder het initiatief getoetst aan stappenplan 2.0 van de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0.
4.11.3
Stappenplan 2.0 De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Stap 1 Stap 2:
Stap 3: Stap 4: Stap 5a: Stap 5b: Stap 5c:
Haarendijk 36, Haaren
Endotoxine: het plangebied is niet gelegen binnen een afstand van ` 250 meter van een varkens of pluimveehouderij Emissies: het plan voorziet niet in een toename van emissies, of in een nieuwe woonbestemming dichter bij een veehouderij dan reeds bestaande woningen in de omgeving Geur: ten aanzien van geur is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; Meerdere diersoorten: binnen 250 meter rondom de planlocatie zijn geen veehouderijen aanwezig met meer dan één diersoort; binnen 2 kilometer zijn twee geitenhouderijen gelegen, echter niet binnen een zone van 500 meter rondom de planlocatie; binnen 1 kilometer is geen pluimveehouderij gelegen; binnen 250 meter is geen overige veehouderij gelegen;
33
Stap 6: Stap 7:
het plan betreft geen mestbe- of verwerkingsactiviteit. Tevens zijn dergelijke bedrijven niet gelegen binnen 2 kilometer van de planlocatie; het plan voorziet in één woning in de bebouwde kom. Gezien het ontbreken van veehouderijbedrijven op korte afstand van de locatie mag worden aangenomen dat geen sprake is van ongerustheid bij de toekomstige bewoners.
Concluderen kan ten aanzien van het toetsingskader worden gesteld dat enkel sprake is van de aanwezigheid van geitenhouderijen binnen 2 kilometer afstand. Hiervan zijn geen van beide geitenhouderijen gelegen binnen 500 meter. Op basis van de overige stappen is geen sprake van cumulatie. De achtergrondbelasting is daarbij laag, gezien in de omgeving geen veehouderijen zijn gelegen. Tevens worden de geitenhouderijen niet beperkt in hun ontwikkeling gezien andere burgerwoningen dichter zijn gelegen tot hun bedrijf. Op basis van bovenstaande stappen is aangetoond dat op een zorgvuldige manier een afweging gemaakt kan worden door gemeente Oisterwijk of al dan niet sprake is van een aanvaardbaar volksgezondheidsrisico. Uit toetsing aan het stappenplan volgt dat advies van de GGD gewenst is voor dit plan. Gezien het echter een handreiking er wordt voldaan aan de normen voor geur en fijn stof waardoor geen sprake is van cumulatie, geen bijzondere gevoelige personen worden gehuisvest én het voormalige college van de gemeente Haaren al een standpunt heeft ingenomen voor de ontwikkeling aangaande geitenhouderijen, zie onderstaande paragaaf, is geen advies ingewonnen bij de GGD. 4.11.4
Standpunt college Haaren Op een afstand van 800 meter bevindt zich de geitenhouderij op Belversestraat 10a en op 1.900 meter afstand de geitenhouderij aan de Noenes 16. Gezien beide geitenhouderijen binnen 2 kilometer zijn gelegen van de planlocatie heeft het college het volgende overwogen: - de gemeente is bekend met de uitkomsten van de betreffende onderzoeken - uit die onderzoeken zijn nog geen wettelijke maatregelen voortgekomen die leiden tot een verbod tot woningbouw - de Raad van State heeft deze benadering, in een aantal beroepszaken, onderschreven - de toevoeging van één woning is beperkt en binnen de betreffende straal van 2 kilometer zijn al veel bestaande woningen gelegen op basis van bovenstaande inzichten heeft het college principemedewerking verleend.
4.12
Geur De maximale voor- en achtergrondbelasting vanuit de omliggende veehouderijen bedragen respectievelijk minder dan 3 ouE/m3 (o.b.v. de kaart van de ODZOB met peildatum februari 2020) en de afstand vanaf de buitenzijde van het geurgevoelig object tot het dichtstbijzijnde emissiepunt dan wel begrenzing van een dierenverblijf is meer dan 100 meter. Het woon- en leefklimaat ten aanzien van geurhinder van veehouderijbedrijven is hierdoor aanvaardbaar. Hiermee wordt voldaan aan zowel het wettelijk kader als de gezondheidskundige advieswaarde.
Haarendijk 36, Haaren
34
Afbeelding: achtergrondbelasting geur (bron: ODZOB)
Het aspect ‘geur afkomstig van veehouderijen’ staat daarmee het planvoornemen niet in de weg.
4.13
Hoogspanningslijnen Op een afstand van ongeveer 6 kilometer ligt een hoogspanningslijn. Gelet op de afstand tussen het plangebied en deze lijn vormt dit aspect geen belemmering. Vanuit een goede ruimtelijke ordening moet dit punt aan de toelichting worden toegevoegd.
4.14
Spuitzone’s Hoewel in geen enkele wettelijke regeling in acht te nemen afstanden zijn opgenomen voor spuitzones tussen gevoelige bestemmingen enerzijds en percelen met open teelt waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, dient op basis van het criterium goede ruimtelijke ordening wel te worden beoordeeld of het gebruik van die middelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een afstand van 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies zoals woningen kan worden gehanteerd. Kortere afstanden zijn ook mogelijk, indien dat blijkt uit een locatiespecifiek onderzoek. Direct ten zuiden en zuidwesten van de planlocatie, op circa 30 meter, zijn gronden gelegen welke zijn aangeduid als “boomteeltontwikkelingsgebied”. Op basis van luchtfoto’s van de afgelopen 13 jaar is echter vast te stellen dat de gronden enkel gebruikt worden als grasland. Gezien grasland niet verticaal, maar horizontaal wordt bespoten zijn de spuitzone’s vele malen korter dan bij boomteelt. De aangehaalde afstand van 50 meter is dan ook gebaseerd op het verticaal bespuiten van bomen o.a. in de fruitteelt.
Daarnaast is sinds de aangehaalde jurisprudentie het Activiteitenbesluit geactualiseerd waardoor meer drift reducerende spuitdoppen dienen te worden gebruikt. Gezien geen boomteelt heeft plaatsgevonden in de afgelopen jaren, de gronden derhalve niet verticaal worden bespoten, wordt een afstand van 30 meter tot het grasland als aanvaardbaar geacht. Tevens ziet het plan toe op: - een verbetering van de bestaande situatie door het plaatsen van een erfafscheiding in de vorm van een schutting waardoor eventuele drift wordt afgevangen;
Haarendijk 36, Haaren
35
-
-
het gebruik van een schutting als afscherming tegen drift. De toekomstige bewoners worden er tevens op geattendeerd dat het aanplanten van wintergroene beplanting eventuele afvang van drift kan bemoedigen; uit navraag bij eigenaren van omliggende percelen is gebleken dat er geen fruitboomteelt wordt beoogd op de omliggende percelen.
De al dan niet aanwezige spuitzone’s bij omliggende gronden staan de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg.
5
Planuitgangspunten
5.1
Beheer Het bestemmingsplan “Kom Haaren” is een beheersplan. Dat wil zeggen dat de bestaande ruimtelijke situatie wordt bestemd en van een actuele bestemmingsregeling wordt voorzien. Binnen de bestemmingen zijn reële mogelijkheden voor het oprichten, vervangen en uitbreiden van bebouwing en voor het in beperkte mate veranderen van het gebruik van grond en bebouwing gegeven. In alle gevallen gaat het daarbij om veranderingen in bebouwing en gebruik die samenhangen met de bestaande functie en daarom passen binnen een beheers gerichte bestemming. In het bestemmingsplan worden geen, grootschalige, nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt.
5.2
Economische haalbaarheid Het betreft hier een particulier initiatief voor de bouw van een woning aan de Haarendijk te Haaren. In de wet is bepaald dat de gemeente verplicht is bij het vaststellen van een bestemmingsplan, waarbij sprake is van een bouwplan zoals bepaald in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. De gemeente Oisterwijk sluit met de initiatiefnemer van het plan een exploitatie- en planschadeverhaalovereenkomst. Waarmee de financiële haalbaarheid voor de gemeente wordt gegarandeerd. Het ontwerpbestemmingsplan wordt niet eerder in procedure gebracht dan dat deze overeenkomsten zijn getekend.
6
Wijze van bestemmen
6.1.
Algemeen Het bestemmingsplan “Haarendijk 36” bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen ten allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De wijze van bestemmen in voorliggend bestemmingsplan is gebaseerd op de inhoud van het bestemmingsplan “Kom Haaren” en daarmee ook op de Standaard Vergelijkbare Bestemmings Plannen 2008 die door het ministerie van VROM is
Haarendijk 36, Haaren
36
uitgegeven. Daarnaast zijn enkele verplicht voorgeschreven standaardregels overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening.
6.2.
Verbeelding Binnen het plangebied hebben alle gronden een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Soms heeft een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis en is uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid (bijvoorbeeld topografische gegevens).
6.3.
Regels De regels zijn ondergebracht in een viertal hoofdstukken: - Hoofdstuk 1 (inleidende regels), met daarin een aantal regels die van belang zijn voor de toepassing en interpretatie van de regels in de overige hoofdstukken en de wijze van meten; - Hoofdstuk 2 (bestemmingsregels), met daarin per bestemming onder meer een bestemmingsomschrijving, bouwregels en afwijkingsregels; - Hoofdstuk 3 (algemene regels), met daarin een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouw-, gebruiks-, aanduidings-, afwijkings- en wijzigingsregels en een bepaling inzake het uitsluiten van de aanvullende werking van de bouwverordening; - Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels), met daarin het overgangsrecht en de slotbepaling.
6.3.1
Bestemmingen De regels in verband met de bestemmingen kennen allemaal een min of meer gelijke opbouw en bestaan in ieder geval uit een bestemmingsomschrijving en bouwregels. Voor enkele bestemmingen zijn daarbij specifieke gebruiksregels, afwijkingsregels en wijzigingsregels opgenomen. De bestemmingsomschrijving is de centrale bepaling van elke bestemming. Het betreft een omschrijving waarin limitatief de functies worden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan. In een aantal gevallen is een specificatie opgenomen van de toegestane functie, welke correspondeert met aanduidingen op de verbeelding. De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Ook het gebruik van grond en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving. In de bouwregels staan uitsluitend bepalingen die betrekking hebben op het bouwen. Bouwregels zijn dan ook alleen van toepassing bij de toetsing van aanvragen om een omgevingsvergunning. In de specifieke gebruiksregels wordt uitdrukkelijk bepaald welke gebruiksactiviteiten in elk geval strijdig met het bestemmingsplan worden geacht. Specifieke gebruiksregels vormen derhalve een inperking van de bestemmingsomschrijving. De afwijkingsregels zijn gebaseerd op artikel 3.6 eerste lid onder c van de Wet ruimtelijke ordening en geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om onder voorwaarden af te wijken van een specifieke regel.
Haarendijk 36, Haaren
37
De wijzigingsregels zijn gebaseerd op artikel 3.6 eerste lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening en geven burgemeester en wethouders de bevoegdheid om onder voorwaarden een onderdeel van het bestemmingsplan te wijzigen. Deze bevoegdheid gaat over het algemeen verder dan de hierboven genoemde afwijkingsbevoegdheid. 6.3.1.1
Tuin De voor Tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In de regels is een erkerregeling opgenomen en daarnaast een afwijkingsbevoegdheid ten behoeve van het oprichten van een overkapping.
6.3.1.2
Wonen De voor Wonen aangewezen gronden zijn, ter plaatse van de aanduidingen, bestemd voor: - vrijstaand - vrijstaande woning; - aaneengebouwd – aaneengebouwde woningen (aeg) met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, tuinen en erven en daarnaast aan huis gebonden beroepen. Op de verbeelding zijn bouwvlakken aangegeven, waarbinnen het hoofdgebouw moet worden gesitueerd. Hoofdregel is dat het hoofdgebouw het volledige bouwvlak mag beslaan. Om stedenbouwkundig ongewenste situaties te voorkomen, zijn in de regels wel enkele nuanceringen aangebracht. Ook wordt een parkeernorm van minimaal 1,6 parkeerplaats per woning aangehouden. Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zijn alleen toegestaan in het bouwvlak en in het onbebouwd erf aan de achterzijde van de woning. Met dien verstande dat in het onbebouwd erf aleen direcht achter de woning mag worden gebouwd. Dit als doel om de vrije doorkijk vanuit Haarendijk te garanderen. Bepaald is dat maximaal 50% van het bouwperceel bebouwd mag worden met bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen. Het aantal toegestane m2 aan bijgebouwen is gekoppeld aan de grootte van het bouwperceel. De term ‘bouwperceel’ is nader omschreven in de begripsbepalingen in artikel 1. Hiermee wordt bedoeld alle gronden die behoren bij de woning. Meestal is dit het kadastrale perceel, dus inclusief de gronden die zijn bestemd als ‘Tuin’.
Per bouwvlak is de maximale toegestane goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen aangegeven op de verbeelding. Voor de bijgebouwen geldt altijd een maximale goot-hoogte van 3,25 m. De maximale bouwhoogte mag maximaal de bouwhoogte van het hoofdgebouw - 2 m zijn, waarbij geldt dat de bouwhoogte in ieder geval 3 m mag bedragen en maximaal 5,5 m.
6.3.1.3
Verkeer-Haarendijk De voor Verkeer-Haarendijk aangewezen gronden zijn bestemd voor een openbaar voetpad en de in- en uitrit van de beide woningen. Het voetpad heeft als doel voetgangers een betere, obstakel vrije doorgang te verlenen dan nu het geval is. Het bouwproject leidt tot een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen aan de Haarendijk. De woningen zijn gemakkelijk en veilig bereikbaar via de bestaande, brede inrit vanaf de Haarendijk. De inrit is van voldoende breedte om naast het gebruik voor de nieuwe woningen een vrij gebruik te garanderen voor de woning op nummer 36. Parkeren kan op het eigen perceel en op de gezamenlijke in- en uitrit welke parallel aan de Haarendijk loopt. Op deze wijze zijn voor de woning 2 parkeerplaatsen
Haarendijk 36, Haaren
38
gerealiseerd. Het planvoornemen brengt derhalve geen negatieve effecten met zich mee voor de verkeerssituatie. 6.3.1.4
Ontsluiting percelen De ontsluiting van het perceel, kan gemakkelijk en veilig via de bestaande, brede, in- en uitrit. Deze in- en uitrit is breed genoeg om gelijktijdig door twee personenauto’s te gebruiken.
6.3.1.5
Dubbelbestemmingen Dubbelbestemmingen zijn bestemmingen die zijn gelegen over de andere (basis)bestemmingen en een specifiek eigen belang vertegenwoordigen. Dat belang behoeft een bepaalde bescherming in gebruiks- bouw- of aanlegregels. Die zijn opgenomen in de dubbelbestemmingen. Voorliggend plan kent geen dubbelbestemmingen.
7
De procedure
7.1
Omgevingsdialoog Een omgevingsdialoog is reeds uitgevoerd. De gemeente Oisterwijk heeft hiervan een verslag ontvangen.
7.2
Overleg In het kader van het vooroverleg wordt het voorontwerpbestemmingsplan “Haarendijk 36, Haaren” verzonden naar diverse instanties. Eventuele reacties zullen in de bijlage als een nota opgenomen worden met de reactie van de gemeente.
7.3
Zienswijzen Het bestemmingsplan “Haarendijk 36a, Haaren” heeft zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode hebben alle belanghebbenden de gelegenheid gekregen hun zienswijzen zowel mondeling als schriftelijk kenbaar te maken. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Er zijn geen zienswijze op het plan gemaakt.
Haarendijk 36, Haaren
39