22-114 WSD jaarstukken 2021 en ontwerpbegroting 2023 - Bijlage 6. Begroting 2023 en financiele meerjarenraming 2024-2026
Tekst van het document
Begroting 2023 Financiële meerjarenraming 2024 t/m 2026
Professionals in mensenwerk
Begroting WSD 2023 Financiële Meerjarenraming WSD 2024 t/m 2026
Boxtel, 30 maart 2022
WSD Postbus 173 5280 AD Boxtel tel. 0411–650 111
Inhoud
Beleidsbegroting 1. Algemene toelichting op de begroting en meerjarenraming
4
2. Verbonden partijen
9
3. Weerstandvermogen
12
4. Financiering
17
5. Onderhoud kapitaalgoederen
17
6. Rechtmatigheid
17
Begroting 2023 en Financiële meerjarenraming 2024-2026 7. Begroting 2023 en Financiële meerjarenraming 2024-2026
18
8. Uitgangspunten en toelichting
20
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Gemiddelde bezetting WSD 2021- 2026 Bezetting niet-gesubsidieerd personeel (NGA) 2021-2026 Investeringsoverzicht 2021-2026 Ontwikkeling voorzieningen 2022-2023 Overzicht leningen en rente en afschrijvingen 2021-2026 Overzicht bijdragen gemeenten in de bestuurs- en indicatiekosten 2022-2023 Ontwikkeling bestemmingsreserves 2021-2026 Specificatie onttrekking bestemmingsreserves 2023 A. Uitgangspunten B. Ontwikkeling algemene reserve 10. Overzicht taakvelden 2023 11. Specificatie incidentele baten en lasten 2022-2026
2
Beleidsbegroting WSD
3
1. Algemene toelichting op de begroting en meerjarenraming 1.1. Inleiding
De onrust in de wereld om ons heen is gebleven. De Covid-pandemie is vloeiend overgelopen in de crisis rond de oorlog in Oekraïne. De effecten hiervan op Europa, Nederland en onze sector zijn moeilijk te voorspellen. WSD heeft de afgelopen jaren veel inspanning gepleegd om zich steeds aan te passen aan de wisselende omstandigheden. Met de inzet van alle medewerkers en onze stakeholders is dat boven verwachting goed gelukt. Enerzijds ontwikkelt WSD zich naar een steeds wendbaardere organisatie en anderzijds houden we samen met onze gemeenten vast aan onze missie en koers. De kern daarvan is zoveel mogelijk mensen die erop aangewezen zijn te ondersteunen in hun ontwikkeling naar en in werk. Deze begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 is opgesteld met de vastgestelde koers “Gezamenlijk Doorontwikkelen” en de uitwerking hiervan in de gemeentelijke lokale plannen, als basis uitgangspunt.
1.2. Missie en Visie WSD WSD maakt het verschil voor mensen. Wij geloven in een maatschappij waarin iedereen volwaardig en naar vermogen kan meedoen. Daarom kunnen en willen we niet accepteren dat er mensen zijn die niet volwaardig kunnen participeren, enkel en alleen omdat ze een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Op basis van deze visie heeft het bestuur WSD als missie meegegeven: het matchen, inzetten en ontwikkelen van zoveel mogelijk mensen die behoren tot de Participatiewet. WSD maakt dit gemakkelijk en aantrekkelijk voor gemeenten en werkgevers. Samen creëren wij duurzame kansen in werk. Al meer dan 65 jaar voert WSD diverse wettelijke regelingen uit op het gebied van toeleiding naar en in werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat gebeurt in opdracht van de negen samenwerkende gemeenten Best, Boxtel, Meierijstad, Nuenen, Oirschot, Oisterwijk, Sint-Michielsgestel, Son en Breugel en Vught. Het doel dat WSD nastreeft is ontwikkeling van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar zo regulier mogelijk werk. Dat is de politieke opdracht vanuit de wet en van onze gemeenten. WSD hanteert hier leerwerk en praktijkleerlijnen waarin mensen zich in en door werk verder ontwikkelen. De professionals van WSD hanteren de methode “sturen als zelfsturing” om medewerkers zoveel mogelijk in hun kracht te zetten.
Uit onderzoek blijkt dat medewerkers het meest tevreden zijn als ze op een reguliere plek werken en dat dit vaak ook financieel het meest voordelig is. Het blijft vanzelfsprekend dat WSD ook altijd een plaats biedt aan mensen die aangewezen zijn op beschutte werkplekken met veel begeleiding.
1.3. Gezamenlijk doorontwikkelen en lokale plannen
De invoering van de Participatiewet in 2015 heeft stevige gevolgen voor gemeenten en WSD. Daarom is in 2014 besloten om gezamenlijk een traject in te gaan om de koers van WSD opnieuw te bepalen. Na een gedegen proces met een doorlooptijd van bijna 4 jaar is in juli 2020 de nieuwe koers vastgesteld die is uitgewerkt in een drietal pijlers. De Gemeenschappelijk Regeling WSD blijft de basis voor de samenwerkende tien gemeenten. De basisdienstverlening van WSD richt zich op inwoners met de achtergrond Wsw en de nieuwe doelgroepen Participatiewet. De ontwikkeling van de basisdienstverlening van de gemeenschappelijke regeling wordt beschreven onder de hierna genoemde punten een en twee. Aanvullend voor onze doelgroepen in het Sociaal Domein worden plusdiensten ontwikkeld. Dit is hieronder beschreven in punt drie: 1. Ontwikkel gezamenlijk de lokale infrastructuur door. Gemeenten zijn unaniem in hun wens om de krachten van WSD zo lokaal mogelijk te bundelen met andere maatschappelijke partners. Door een intensievere en nabije samenwerking verwachten we dat we beter kunnen gaan inspelen op de behoefte van inwoners. We werken gezamenlijk toe naar het stapsgewijs ontwikkelen van een zo veel mogelijk lokale (en fysieke) infrastructuur, onder gelijktijdige afbouw van de centrale infrastructuur.
4
Dit is onderdeel van de basisdienstverlening die met tien deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling wordt overeengekomen. De lokale infrastructuur heeft het open karakter van een ‘supermarkt’ en heeft als doel om niet alleen lokale oplossingen te bieden aan inwoners maar ook om een bijdrage te leveren aan een inclusieve samenleving. Dit kan bijvoorbeeld doordat het een plek of netwerk is waar inwoners terecht kunnen voor advies of voorlichting, voor een kop koffie, voor het bekijken van vacatures, voor groepsbijeenkomsten etc. We stellen voor dat op basis van de lokale uitgangssituatie afspraken gemaakt worden over de verschijningsvorm van deze lokale infrastructuur, over welke organisaties hierin deelnemen en hoe de onderlinge rolverdeling is. Hierbij haken we zoveel mogelijk aan bij de al aanwezige of te ontwikkelen sociale en gemeentelijke infrastructuren in de gemeenten. 2. Ontwikkel een WSD breed expertisecentrum. WSD heeft zich in de loop van de experimenten ontwikkeld tot expertisecentrum, waar inen externe projectleiders, beleidsmedewerkers en uitvoerenden gezamenlijk innoverende vormen van dienstverlening hebben ontwikkeld. Daarbij anticiperend op verandering in weten regelgeving binnen het brede sociale domein. Tevens wordt vanuit dit centrum de lobby naar landelijke gremia vorm en inhoud gegeven.
Bijvoorbeeld op de mogelijkheden om tot cao-afspraken te komen of de gevolgen van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) af te wenden. Deze expertise en lobby wordt door alle gemeenten gewaardeerd en als belangrijke meerwaarde van de GR gezien. Het advies is dan ook om dit expertisecentrum verder door te ontwikkelen tot een community voor trajectconsulenten van WSD, casemanagers en beleidsmedewerkers van gemeenten. Expertise en kennis worden daar gedeeld en nieuwe innovatieve producten en diensten worden ontwikkeld. Er vinden (wekelijks) bijeenkomsten plaats om elkaar te versterken, de solidariteit van de GR te voeden en bij te dragen aan de professionaliteit van de deelnemers. Dit biedt ook een basis om te zorgen dat we maximaal complementair zijn aan elkaar en de uitvoering efficiënt en effectief vorm wordt geven. Daarnaast investeert WSD maximaal in haar aanwezigheid binnen het lokale netwerk van elke gemeente. En waar mogelijk in de ontwikkeling van een ‘supermarkt’, zoals hiervoor omschreven. WSD laat haar trajectconsulenten voor en op locatie bij gemeenten werken, waarbij hun onderlinge samenhang en de verankering met WSD geborgd blijft middels de community. Ook het expertisecentrum is onderdeel van de basisdienstverlening die met de deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling wordt overeengekomen. 3. Ontwikkel de plusdiensten verder door.
De plusdiensten zijn de zogenaamde re-integratiediensten die de gemeenten bij WSD inkopen. De re-integratiediensten zijn als producten beschreven in de dienstenportfolio van WSD. Per dienst is beschreven voor welke doelgroepen het product geschikt is, het doel wat we willen bereiken met de inzet van het product, de looptijd etc. De afspraken over inkoop van diensten regelen gemeenten en WSD gezamenlijk in een contractspecificatie. In de contractspecificatie noemen we dan alleen het product en wat het kost. Casemanagers kopen op basis van het dienstenportfolio en de contract-specificatie producten in en dat is dan het traject voor die klant. Op deze wijze leveren we maatwerk voor de klanten. WSD en gemeenten ontwikkelen voortdurend gezamenlijk nieuwe diensten. Basis daarvoor is de vraag vanuit gemeenten. Ontwikkeling van nieuwe diensten gebeurt grotendeels vanuit het expertisecentrum.
1.4. De nieuwe koers en lokale plannen ook financieel toekomstbestendig Het Algemeen bestuur van WSD heeft als einddoel van de koers gekozen voor het breakevenscenario. Concreet betekent dat WSD tenminste 2.100 personen met een SW- of een PWdienstverband in dienst heeft of via WSD direct zijn geplaatst en begeleid bij een externe werkgever. Samen met het expertisecentrum betreft dit de basisdienstverlening van de gemeenschappelijke regeling WSD. De basisdienstverlening wordt opgenomen in de nog aan te passen gemeenschappelijke regeling.
5
Met dit volume aantal is WSD in staat een sluitende exploitatie te realiseren, waarbij er ook ruimte is om het gezamenlijke expertisecentrum te bekostigen. Besloten is om in een groeipad dit break-evenscenario ultimo 2025 te bereiken. Om gemeenten te faciliteren bij de invoering en de uitvoering van de lokale plannen is vanuit de reserves van WSD in totaal € 2,6 mln. vrijgemaakt. Zoals hiervoor al benoemd worden de geluiden vanuit Den Haag steeds sterker dat de financiering van de Participatiewet om herziening vraagt. De financieringssystematiek moet meer dienstbaar worden aan het realiseren van meer Participatiebanen. Vanuit de voorgaande 2 belangrijke ontwikkelingen is, met het oog op realisatie van het breakevenscenario het Stimulusprogramma ontworpen. Het Stimulusprogramma stelt voor om, vooruitlopend op verruiming dan wel een andere verdeling van de rijksfinanciering, nu reeds slim te investeren in participatie. In kernpunten komt dit neer op: 1. Basis is de door alle gemeenten uitgesproken wens om hun inwoners maximaal te laten participeren. In lijn met de vastgestelde koers WSD is het gezamenlijke ambitievolume 2.100 personen in het collectief. Dit aantal te bereiken met ingang van ultimo 2025. 2. Maximaal gebruik maken van de nieuwe financiering van LKS op basis van realisatie van banen. 3. Daarnaast verwachten we extra financiering van de CAO PW.
Deze is overigens niet begroot. 4. In de periode 2021 t/m 2026 wordt het volume doelgroep boven het referentie aantal (begeleidingsbudget PW gedeeld door begeleidingsvergoeding per persoon) tot aan 2.100 personen gefinancierd uit de reserves van WSD. 5. Dit vergt een investering van in totaal ca.€ 6,9 mln. voor de periode t/m 2026. Dit is in de voorliggende begroting en meerjarenraming opgenomen. 6. Er blijven altijd bijstuurmogelijkheden bij risico’s in het geval van bv. tegenvallende budgetten, of dat de rijksplannen niet doorgaan: a. We maken gebruik van de communicerende vaten in de financiering van de SW en de PW. b. De berekende aanvullende financiering tot en met 2026 is het maximaal benodigd bedrag. Het wordt gedekt door reserves van WSD en is voor gemeenten budget neutraal (ook In hun meerjarenbegroting). c. Jaarlijks evalueren we de voortgang. Bij een “noodstop” wordt de instroom gestopt en eventueel (een deel van de) circa 90 tijdelijke dienstverbanden niet verlengd. 7. We voorzien in ontzorging van de gemeenten door bovenstaande in de meerjarenbegroting van WSD op te nemen. De investering in het Stimulusprogramma blijft buiten de (meerjaren) begroting van de gemeenten. In bijlage 1 van deze meerjarenraming is het verloop van het Stimulusprogramma in personen zichtbaar gemaakt.
Er zijn wel enkele ontwikkelingen die voorlopig nog aandacht vragen en voortdurend gemonitord worden: De Detailbegroting WSD 2023 sluit met een positief resultaat. Uitgangspunt en voorwaarde is dat de Covid-crisis niet terugkeert en dat de Oekraïne crisis niet uit de hand loopt. De volume ontwikkeling van de doelgroep bij WSD resulteert de facto en zonder nadere maatregelen in een krimpscenario. Echter: over verhoging en een eerlijker verdeling van de rijksbudgetten voor de begeleiding en uitvoering wordt landelijk wel gesproken met en door het ministerie van SZW, maar is nog niet besloten en is dus onzeker. De businesscase rond de uitvoering van de Participatiewet in 2015 was negatief en WSD was goed onderweg om dit in te lopen. Met de komst van de Cao Aan de slag is de businesscase Participatiewet weer fors negatief geworden. De VNG en de vakbonden maken zich gezamenlijk hard voor de bij de Cao horende financiering. WSD is nauw betrokken bij deze ontwikkelingen en zodra de uitkomsten bekend zijn worden de effecten daarvan doorgerekend. Tot slot is nog vermeldenswaardig dat vanuit de landelijke politiek geconstateerd is dat de resultaten van PW (aantallen mensen aan het werk) ver achter blijven bij de verwachtingen. Vanuit de Tweede kamer is er kamerbrede steun om de infrastructuur van de sociale
6
werkbedrijven in stand te houden. Minister Schouten van SZW heeft in haar plan brief toegezegd de periode tot aan de zomervakantie 2022 te gebruiken om zich een gedegen beeld te vormen van de sector en de situatie rond de PW. Hierna zal zij komen met een visie en plan voor de komende jaren.
1.5. Algemene toelichting op de begroting en meerjarenraming Koers en Lokale plannen Het Algemeen bestuur van WSD heeft na een uitgebreide ambtelijke en bestuurlijke voorbereiding in juli 2020 de koers “Gezamenlijk doorontwikkelen” vastgesteld. Vervolgens zijn de negen gemeenten samen met WSD gestart met het opstellen van lokale plannen. In deze lokale plannen wordt invulling gegeven aan de lokale verankering van WSD, afstemming van de prioriteiten van de gemeenten en het aanpassen van de organisaties van WSD en de gemeenten aan de nieuwe samenwerking. De lokale plannen zijn binnen elke gemeente uitvoerig besproken in de colleges en raden. Het Algemeen bestuur van WSD heeft op 15 december 2021 met tevredenheid kennis genomen van de voortgang. In de periode 2021 tot en met 2025 vindt de uitvoering van de lokale plannen plaats. Het gaat om het opzetten en verder uitbouwen van de samenwerking met de gemeenten om de basis dienstverlening vorm te geven, het opzetten van het gezamenlijke expertisecentrum “De Kenniskompanie” en het optimaliseren van de plusdiensten. Met de keuze van de gemeenten en het bestuur voor het “break even scenario” ligt er een financieel fundament onder deze plannen en de begroting.
En hoewel het landelijke speelveld van de Participatiewet (PW), inclusief de beschikbare macrobudgetten en de budgetverdeling instabiel is, is door de keuze van de gemeenten één van de grootste onzekerheden voor WSD weggenomen. Instabiele wet- en regelgeving en financiering Tegelijkertijd blijft de wet- en regelgeving, en ook de financiering van het sociaal domein complex en instabiel. Hier ligt de komende jaren nog een flinke opdracht voor het nieuwe kabinet en minister Schouten in het bijzonder. Het aantal mensen dat aan het werk wordt geholpen via de Participatiewet (PW) blijft ver achter bij de verwachtingen en de behoefte. Dat is des te wranger omdat er een onbenut arbeidspotentieel is van ruim 1,1 miljoen personen waarvan het grootste deel mensen met een forse afstand tot de arbeidsmarkt. Het gaat hier om ca. 10% van de beroepsbevolking. De problematiek van de PW spitst zich toe op twee onderdelen: een tekortschietende financiering en veel te complexe, averechts werkende regelgeving. De invoering van de PW in 2015 ging gepaard met forse bezuinigingen, waardoor van meet af aan de businesscase niet sluitend was. De invoering van de cao “Aan de slag” voor de PW-ers per 1 juli 2021 is door WSD verwelkomd als een goede verbetering van de arbeidsvoorwaarden.
Keerzijde is dat het de kosten verder opgevoerd heeft en dat er vooralsnog geen extra middelen van de rijksoverheid tegenover staan. Uit diverse landelijke onderzoeken, waaronder die van Berenschot, becijferen dat er een tekort is van tenminste € 5.000 per PW-er per jaar. Een bedrag dat overigens volgens onderzoek van SCP/CPB landelijk gezien minimaal terug verdiend wordt als mensen uit een uitkeringssituatie gaan werken. Mensen die werken maken immers minder gebruik van zorg, hebben minder schulden en komen minder vaak in aanraking met justitie. Naast de tekortschietende hoogte van de financiering is de financiering van de PW uiterst complex. Er zijn verschillende deelbudgetten met elk een andere verdeling. Naast de financiering van de Wsw bestaat de financiering van banen in de PW uit loonkostensubsidie (LKS), een begeleidingsbudget voor Beschut werken een begeleidingsbudget voor banen met LKS regulier en tot slot uitvoeringsbudget. De verdeelsystemen van de deelbudgetten sluiten niet op elkaar aan. De simpele redenering dat een gemeente die bijvoorbeeld 100 banen met LKS realiseert ook 100 keer LKS, 100 keer een begeleidingsbudget en 100 keer een uitvoeringsbudget moet ontvangen, gaat momenteel niet op. WSD zet zich stevig in om dit veranderd en versimpeld te krijgen.
Dat doen we zoveel mogelijk in samenwerking met collega-bedrijven, Cedris, Divosa, VNG, Landelijke cliëntenraad en vakbonden.
7
Hoewel dit taaie en stroperige processen zijn, worden toch ook resultaten geboekt. Na vertraging door de kabinetsformatie zijn een aantal positieve maatregelen uit het Breed offensief doorgevoerd, zoals het preferent administratief proces, en vereenvoudiging van LKS tijdens ziekte. De belangrijkste positieve ontwikkeling is de invoering van de financiering van LKS naar realisatie per 1-1-2022. Het budget LKS was tot en met 2021 opgenomen in het zogenaamde Buig-budget. Het Buig-budget en de verdeling ervan is bedoeld voor de bijstand. Met ingang van 1 januari 2022 is het LKS budget een separate component geworden van het Buig budget met een eigen verdeelsystematiek. De verdeelsystematiek is gebaseerd op de realisaties van gemeenten van banen met LKS (inclusief Beschut werken) in het jaar voorafgaande jaar. Dat betekent dat gemeenten die veel banen realiseren meer budget krijgen en gemeenten die weinig realiseren minder. Voor de WSD-gemeenten kon op basis van de voorlopige september circulaire 2021 berekend worden dat er € 2,8 mln. meer LKS budget beschikbaar komt in 2022. Dit is overigens een resultante van het feit dat onze gemeenten de afgelopen jaren vol geïnvesteerd hebben in het aan het werk helpen van de doelgroep P-Wetters, in tegenstelling tot veel andere gemeenten in het land.
De komende jaren zal WSD zich in blijven zetten om de hoogte van de PW-budgetten afgestemd te krijgen op de reële kosten. En daarnaast dat de verdeling van de begeleidings- en uitvoeringsbudgetten gelijk oplopen met die van de LKS. Inzet eigen middelen WSD In november 2021 is het bestuur van WSD gestart met een discussie over de allocatie van het vermogen van WSD en het noodzakelijke weerstandsvermogenOp 9 maart 2022 heeft het algemeen bestuur ingestemd met het nieuwe beleid. Grofweg komt het beleid neer op een prioriteringsschaal. Allereerst moet het weerstandvermogen van WSD op orde zijn om risico’s op te vangen en om voldoende werkkapitaal te hebben. Vervolgens wordt het grootste deel van het vermogen ingezet om de koers en de uitvoering van de lokale plannen mogelijk te maken. Het gaat om de reserves lokale plannen, doorontwikkeling WSD en innovatie WSD en de stimulusgelden. Het restant van het vermogen is in principe beschikbaar voor gemeenten (Algemene Gemeentelijke Reserve, voorheen dividend). In hoofdstuk 3 volgt een meer gedetailleerde uitleg en de meeste recente berekening van het benodigde weerstandvermogen. Onbenut arbeidspotentieel In Nederland en ook in de WSD regio is er nog veel onbenut arbeidspotentieel. Teveel mensen staan onbedoeld langs de kant terwijl ze wel willen en kunnen werken. Veelal gaat het hier om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.
Uitgaande van de missie van WSD worden samen met de gemeenten innovatieve diensten ontwikkeld om zoveel mogelijk mensen aan het werk te helpen. Het kan gaan om verbreding van de doelgroep. Diensten voor specifieke groepen die WSD van oudsher niet kan helpen, zoals inburgeraars, oudkomers en specifieke ondersteuning voor jeugd en mensen met een zorgachtergrond. Maar het gaat ook om verdieping. Onder de PW blijkt het moeilijk om groepen te bereiken die WSD van oudsher onder de Wsw wel bediende: mensen zonder uitkering en mensen met een UWV uitkering. In het verleden goed voor bijna de helft van de instroom bij WSD. Bij deze laatste groep blijkt veel en complexe regelgeving vaak een obstakel. Denk hierbij op individueel niveau aan het verliezen van (het recht op) een uitkering als men gaat werken, of onbedoelde effecten met belastingtoeslagen. Maar ook op gemeentelijk en UWV niveau zijn er drempels? Bijvoorbeeld: wie gaat deze banen betalen, gelet op de budgettering en de tekorten?
8
2. Verbonden partijen Organigram WSD-Groep In het onderstaande organigram is de organisatie van WSD inclusief verbonden partijen weergegeven per 31 december 2021. De organisatiestructuur van de gemeenschappelijke regeling is gebaseerd op twee grote bedrijfsonderdelen: Participatie en Werk & Ontwikkeling. De divisie Participatie is vooral gericht op de instroom en de levering van maatwerk richting gemeenten. Onder de Participatiewet hebben de gemeente de regie op de keuzes voor welke beleidsterreinen (Jeugd, WMO, Participatie) zij van belang achten, welke concrete doelen er gesteld worden, wie de uitvoering voor zijn rekening neemt en hoeveel budget er beschikbaar is. Dit vraagt om maatwerk van de zijde van WSD waarbij continue innovatie van dienstverlening en ketensamenwerking, profilering richting bestuur, raden en ambtelijke professionals en het borgen van de financiering van groot belang zijn. De divisie Werk & Ontwikkeling focust zich volledig op de uitvoering: passend werk voor de medewerkers en het stimuleren van hun ontwikkeling middels werkleerlijnen en praktijkleerlijnen. Daarom zijn alle werk-gerelateerde activiteiten binnen deze divisie gebundeld. Arbeidsontwikkeling in lijn met de wensen van de gemeenten, ontwikkeling van de werkportfolio en het commercieel slim en efficiënt inzetten van de arbeidsvermogens van alle doelgroepmedewerkers.
Verbonden entiteiten. Hieronder volgt een nadere toelichting op de verbonden partijen die vallen onder de invloed van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling WSD. Stichting Blizo De Stichting Blizo-werkgemeenschap, gevestigd te Vught, is opgericht op 9 november 1971. Het doel is het bevorderen van de deelname van visueel en anderszins beperkten aan het maatschappelijk economisch productieproces, onder andere door het verschaffen van aangepast werk. In 1994 is een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de gemeenschappelijke regeling WSD en in 1999 is een nieuwe overeenkomst gesloten waarin is opgenomen dat het
9
bestuur van WSD en het bestuur van Blizo een personele unie vormen. In de loop der jaren zijn de activiteiten van Blizo en WSD steeds meer verweven geraakt wat in 1998 heeft geleid tot een vereenvoudiging van de administratieve processen rondom Blizo door enkel de kernactiviteiten van de stichting bij Blizo vast te leggen en de reguliere productieprocessen bij WSD. De financiële positie van Blizo is goed en hieruit vloeien vooralsnog geen risico’s voort zoals onderstaande cijfers illustreren: Eigen vermogen ultimo 2020 Prognose eigen vermogen ultimo 2021 (voor resultaatbestemming) Prognose gerealiseerd resultaat 2021 (positief)
€ 1.592.000 € 1.618.000 € 26.000
Private structuur onder de gemeenschappelijke regeling WSD is vàn en vóór de gemeenten van de gemeenschappelijke regeling. WSD biedt haar diensten in principe aan voor alle inwoners van de deelnemende gemeenten. WSD profileert zich hierbij als gemeenschappelijke regeling en dus als (publiek) verlengstuk van de gemeenten. WSD streeft naar duurzame partnerships met onder andere UWV Werkbedrijf en regionale private bedrijven. Dit in nauwe samenwerking met Werkpleinen en gemeenten. WSD kiest er bij voorkeur niet voor om deelnemer/mede-eigenaar te worden van private bedrijven, tenzij noodzakelijk uit strategische overweging. De invoering van de Participatiewet per 1 januari 2015 en de strategische keuzes die het bestuur en de deelnemende gemeenten gemaakt hebben in het Koersdocument “Gezamenlijk doorontwikkelen” en de keuzes die de komende jaren nog gemaakt worden, zijn voor WSD het uitgangspunt. Daarop anticiperend en om participatie binnen de kaders van de PW te kunnen uitvoeren, heeft eind 2014 een beperkte juridische herstructurering plaatsgevonden binnen de private structuur. Hieronder wordt de huidige private structuur onder WSD op 31 december 2021 beschreven. WSD Holding B.V.
WSD Holding is gevestigd te Boxtel en is per 24 maart 2003 opgericht met als doelstelling het oprichten en verwerven van, het deelnemen in, het samenwerken met en het voeren van de directie over andere ondernemingen, alsmede het (doen) financieren, ook door middel van het stellen van zekerheden, van andere ondernemingen, met name van die waarmee de vennootschap in een groep is verbonden. Kortom WSD Holding B.V. is een houdstermaatschappij die zelf geen activiteiten uitvoert, maar wel beleidsinvloed heeft op de dochterwerkmaatschappijen. De aandelen zijn voor 100% in handen van de gemeenschappelijke regeling WSD. De (geconsolideerde) financiële positie van WSD Holding B.V. is goed en hieruit vloeien vooralsnog geen risico’s voort zoals onderstaande (voorlopige) cijfers illustreren: Eigen vermogen ultimo 2020 Prognose eigen vermogen ultimo 2021 (voor resultaatbestemming) Prognose gerealiseerd resultaat 2021 (positief)
€ 2.206.180 € 2.523.550 € 317.370
Werkpartners B.V. Werkpartners B.V., gevestigd te Boxtel, is voortgekomen uit de juridische omvorming per 1 januari 2015 van WSD Personeelsbeheer B.V.. WSD Personeelsbeheer B.V. gevestigd te Boxtel, is opgericht op 16 december 2003 met als doelstelling het tegen vergoeding detacheren van gesubsidieerd en niet-gesubsidieerd personeel naar WSD en haar B.V.’s, en derden. Werkpartners wordt in toenemende mate ingeschakeld bij het bieden van aangepaste arbeid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en wordt daarnaast ook ingezet worden bij de detachering van niet-gesubsidieerd personeel naar WSD, naar de deelnemende gemeenten en naar derden. De aandelen van Werkpartners B.V. zijn voor 100% in handen van WSD Holding B.V. Werksupport B.V. Werksupport B.V., gevestigd te Boxtel, is sinds 1 januari 2015 ingericht om op te treden als organisatie die invulling kan geven aan het werkgeverschap voor de doelgroep Participatiewet in een uitzendconstructie (toepassing CAO A.B.U.). Werksupport B.V. is voortgekomen uit de juridische omvorming van WSD In Werk B.V.. WSD In Werk B.V., gevestigd te Boxtel, is opgericht op 16 december 2003 met als doelstelling het uitvoeren van re-integratiediensten ten behoeve van de arbeidsmarkt in de meest ruime zin. Momenteel vinden er geen activiteiten plaats.
De toekomst zal duidelijk maken in welke mate werkgevers gebruik maken van de dienstverlening door Werksupport B.V. in het kader van de uitvoering van de Participatiewet. De aandelen van Werksupport B.V. zijn voor 100% in handen van WSD Holding B.V.
10
WSD Participatie B.V., gevestigd te Boxtel, is opgericht per 31 maart 2010 met als doelstelling het ontwikkelen c.q. bieden van passende werkgelegenheid, oprichten en verwerven van, het deelnemen in, het samenwerken met, het besturen van, alsmede het (doen) financieren van ook door middel van het stellen van zekerheden, van andere ondernemingen. Kortom WSD Participatie B.V. is een participatiemaatschappij die zelf geen activiteiten uitvoert, tenzij door het uitoefenen van aandeelhoudersrechten in ondernemingen waarin wordt deelgenomen. De aandelen van WSD Participatie B.V. zijn voor 100% in handen van WSD Holding B.V. Het Goed Dommeldal B.V., statutair gevestigd te Emmeloord, is opgericht in mei 2010 door Het Goed Participatie B.V. (51%) en WSD Participatie B.V. (49%) met als doelstelling de exploitatie van een kringloopbedrijf. In het bijzonder de optimalisering van de inzameling en het hergebruik van grof huishoudelijk afval en textiel, het scheppen van betaalde werkgelegenheid en mogelijkheden voor mensen met een grote achterstand op de arbeidsmarkt waaronder in het kader van de Wsw, het samenwerken met, het deelnemen in, het overnemen van en het besturen van andere vennootschappen en ondernemingen, het (doen) financieren, ook door middel van het stellen van zekerheden, van andere ondernemingen. WSD Participatie B.V. heeft een minderheidsbelang in Het Goed Dommeldal B.V.
maar heeft middels statutair vastgelegde afspraken een beslissende stem op een aantal specifiek benoemde terreinen (onder andere benoeming en ontslag bestuurder en toezicht onderneming). Het Goed Dommeldal B.V. heeft per ultimo 2021 vier vestigingen in respectievelijk Best, Boxtel, Nuenen en Schijndel. De Schoonmaak Coöperatie U.A. De Schoonmaak Coöperatie U.A, statutair gevestigd te Boxtel, is opgericht in november 2012 door drie leden; WSD Holding B.V., Bossche Banen B.V. en BEPRO B.V.. In het licht van de nieuwe aanbestedingswet is de juridische structuur van De Schoonmaak Coöperatie heroverwogen en hebben de SW-bedrijven het lidmaatschap van de oprichters overgenomen per 31 december 2013. Dat betekent dat per die datum de gemeenschappelijke regeling WSD als lid deelneemt in De Schoonmaak Coöperatie. De drie algemeen directeuren van Diamant-groep, Weener XL en WSD vormen samen de Raad van commissarissen van De Schoonmaak Coöperatie. Doelstelling van De Schoonmaak Coöperatie is het faciliteren en creëren van werkplekken voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt in een leer-werkbedrijf gericht op onder meer schoonmaak. Het hoofdkantoor van De Schoonmaak Coöperatie is gevestigd in een deel van het pand van Blizo aan de Kettingweg in Vught. De Schoonmaak Coöperatie heeft de uitvoering van de schoonmaakcontracten van WSD, Weener XL en Diamant-groep overgenomen.
Daartoe zijn o.a. alle medewerkers van de Schoonmaakafdeling van WSD gedetacheerd bij De Schoonmaak Coöperatie. Vanuit WSD-Groep zijn daarnaast 8 niet-gesubsidieerde medewerkers gedetacheerd bij De Schoonmaak Coöperatie in staf- en kaderfuncties en zijn afspraken gemaakt over dienstverlening door WSD op het gebied van juridische zaken en PR en communicatie. De financiële positie van De Schoonmaak Coöperatie U.A. is goed en hieruit vloeien vooralsnog geen risico’s voort zoals onderstaande cijfers illustreren: Eigen vermogen ultimo 2020 (na resultaatbestemming) Eigen vermogen ultimo 2021 (voor resultaatbestemming) Voorlopig gerealiseerd resultaat: 2021 (positief)
€ 1.807.000 € 1.281.000 € 145.000
Stichting AANtWERK WSD is één van de initiatiefnemers van Stichting AANtWERK. Stichting AANtWERK, statutair gevestigd in Boxtel, is opgericht op 26 maart 2013. Stichting AANtWERK heeft als doel een platform te bieden voor ondernemers welke zich mede ten doel stellen maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en bedrijven in het kader van uitwisselingen, welke door de stichting worden geïnitieerd, met elkaar in contact te brengen en aan elkaar te binden. De financiële omvang van de stichting is zeer beperkt (totale exploitatie bedraagt minder dan € 150.000) en hieruit vloeien geen risico’s voort voor WSD-groep.
11
3. Weerstandvermogen Inleiding Een belangrijk onderdeel van de planning- en controlcyclus is de jaarlijkse herijking van het weerstandsvermogen. Op basis van een geactualiseerde inschatting van de verschillende bedrijfs- en subsidierisico’s komen we tot een vereiste bandbreedte voor het weerstandsvermogen. De aldus berekende bandbreedte voor het weerstandsvermogen kent vervolgens een directe relatie met de bestemming van het rekeningresultaat. Dit proces vindt al jaren volgens vast stramien plaats waarbij met name de grote onzekerheden in de omgeving waarin WSD opereert van wezenlijke invloed waren op de risicobeoordeling, Die risico-analyse was aanleiding om een gezonde reservepositie op te bouwen om de ingeschatte majeure financiële risico’s te kunnen weerstaan. Daarbij is steeds de bestuurlijke vaststelling van de Koers van WSD als moment aangemerkt waarop het totaal construct rond weerstandsvermogen, reserves, bestemming en besteding van het resultaat, alsmede verdeling en besteding dividend, tegen het licht is gehouden en daarover (nieuwe) besluiten zijn genomen. Stand van zaken Op initiatief van het Dagelijks bestuur is in de tweede helft van 2021 het gesprek over het weerstandsvermogen en dividendbeleid van start gegaan.
Het dagelijks bestuur heeft, na een eerste sessie op 19 november 2021 onder leiding van Berenschot en een tweede sessie op 21 januari 2022, in haar vergadering van 23 februari 2022 besloten een aantal voorstellen te doen aan het Algemeen Bestuur ten aanzien van weerstandsvermogen en dividendbeleid. Het Algemeen Bestuur heeft op 9 maart 2022 besloten tot de volgende herbevestiging van bestaand beleid voor de bepaling van het weerstandsvermogen en daarop volgende resultaatbestemming met een aantal aanpassingen en nieuwe besluiten: Herbevestiging 1: De fundamenten van het financiële beleid van WSD blijven: 1. Prudent begroten en goed koopmansgebruik. 2. Prudent financieel beheer zoals o.a. verwoord in de Financiële verordening WSD. 3. Eerst verdienen dan uitgeven. Dat betekent dat nieuwe initiatieven en innovatie betaald worden uit positieve resultaten in het verleden (zie ook hieronder bij besluit 5). Er wordt dus voor gekozen om deze kosten niet vooraf te begroten en als lasten op te nemen in de exploitatie van WSD. Herbevestiging 2: Koers en lokale plannen blijven het inhoudelijke uitgangspunt voor begroting, weerstandsvermogen en resultaat bestemming: 1. De collectieve ambitie van de gemeenten en WSD is om ultimo 2025 tenminste 2.100 personen aan het werk te hebben bij WSD. 2.
Met dit collectieve ambitieniveau is WSD in staat de basis dienstverlening inclusief het expertisecentrum te financieren. Plusdiensten worden tegen integrale kostprijs aangeboden aan de gemeenten. Herbevestiging 3: Handhaven methodiek Deloitte t.b.v. bepaling weerstandsvermogen 1. De door Deloitte voor SW bedrijven ontwikkelde methode voor risico inschatting en berekening van het benodigde weerstandsvermogen blijft gehandhaafd. 2. Op basis van deze methode worden op een gestructureerde manier de bedrijfsrisico’s (WSD als ondernemer), de subsidierisico’s (WSD als overheid) en de risico’s van deelnemingen (WSD als eigenaar of gedeeltelijke eigenaar van verbonden partijen) ingeschat. 3. De methode berekent een minimum positie van het weerstandsvermogen t.b.v. tijden van hoogconjunctuur en een laag tot gemiddeld risico niveau in de omgeving van WSD en een maximum positie in tijden van laagconjunctuur en een hoog risico niveau. Van dit hoge risiconiveau was b.v. sprake bij de invoering van de PW toen het hele stelsel inclusief financiering veranderde, er fors bezuinigd werd en de gemeenten nog geen positie en koers hadden bepaald voor WSD. Herbevestiging met aanpassing en nieuw besluit 4: Berekening weerstandsvermogen op basis methodiek Deloitte. 1.
Herbevestigd wordt dat bij de risico inschatting van de bedrijfsrisico’s de relevante afdelingen van WSD zoals het management, Marketing & Verkoop en bedrijfscontrollers betrokken blijven. De subsidierisico’s en risico’s van deelnemingen worden bepaald door de financieel directeur en de concern controller.
12
2. 3.
4.
Herbevestigd wordt het uitgangspunt dat bij de risico inschatting WSD in staat wordt geacht deze risico’s in 3 jaar op te vangen. Aangepast wordt dat, bij de bespreking van de financiële stukken van WSD in het beleidsen financieel overleg met de gemeenten, er nadrukkelijk meer aandacht gegeven wordt aan de risico inschattingen en de berekening van de risico’s, zoals opgenomen in de jaarlijkse “Notitie weerstandsvermogen”. (Concern control van WSD zorgt voor een meer inzichtelijke en meer toegankelijke wijze van presenteren). Nieuw besluit: De instabiliteit van het landelijke stelsel en de financiering van de PW is gebleven. Niettemin is met de vaststelling van de koers van WSD en de lokale plannen van de gemeenten het risico van WSD afgenomen naar een gemiddeld niveau. Dat betekent dat het uitgangspunt voor de risicoberekening de minimum positie wordt.
Nieuw besluit 5: Hoogte en allocatie vermogen WSD 1. De hoogte en allocatie van vermogen van WSD wordt bepaald door de hiervoor genoemde fundamenten en besluiten. Uitgangspunt voor onderstaande werkwijze is het geschoond resultaat in enig jaar. 2. Vervolgens wordt de volgende rangorde vastgesteld. Primair moet het weerstandsvermogen van WSD op orde zijn t.b.v. risico afdekking en benodigd werkkapitaal/liquiditeit. 3. Daarna wordt bezien welke reserves nodig zijn om de koers en lokale plannen te kunnen uitvoeren. 4. Hierbij wordt gekeken naar hetgeen de gemeenten nodig hebben en wat WSD nodig heeft. Ten behoeve van de gemeenten staan begin 2021 ter beschikking de reserve lokale plannen ad € 2,6 mln. en de stimulusreserve ad € 6,7 mln. Ten behoeve van WSD zijn beschikbaar de innovatiereserve permanente bedrijfsontwikkeling ad € 2,1 mln. en de reserve doorontwikkeling WSD om de organisatie van WSD aan te passen aan en de koers en lokale plannen ad € 1,3 mln. 5. Als na deze allocatie van vermogen er middelen overblijven (vrij beschikbaar resultaat), dan wordt voorgesteld om, met ingang van de resultaatbestemming 2021, van dit bedrag eerst middelen te reserveren voor het vormen van een personeelsfonds (voor 2021 25%; zie ook onderstaand bij Personeelsfonds) en het resterende bedrag volledig beschikbaar te stellen voor de Algemene gemeentelijke reserve (AGR).
Uitwerking weerstandsvermogen 2022 Voor de herijking van het weerstandsvermogen blijven we volgens bestuursbesluit gebruik maken van het bekende model van Deloitte. In de afgelopen jaren speelde de coronapandemie en de daaruit volgende onzekerheid over de toekomst een rol bij de risico-inschatting waarbij bij het opstellen van de vorige risico-inventarisatie rekening is gehouden met een licht positief scenario. Vanaf medio 2021 start van een herstelperiode van enkele jaren naar een relatief normale economische situatie. Op dit moment lijkt het inderdaad die kant op te gaan waarbij herstel sneller zou kunnen gaan dan verwacht. Helaas is sinds begin maart 2022 in de ban van de oorlog in de Oekraïne waarvan de impact op de regio en de wereld op dit moment niet in te schatten is. Een expliciet voorbehoud wordt nu gemaakt voor de situatie dat de oorlog in Oekraïne zich verspreid naar een groter gebied waardoor Nederland en/of de nederlandse economie wordt geraakt. Voor de risico-inschatting zijn de koers van WSD (lokaal) en de ontwikkelingen rondom de PW en Wsw (landelijk) belangrijke kaders. Koers WSD Het Algemeen bestuur van WSD heeft na een uitgebreide ambtelijke en bestuurlijke voorbereiding in juli 2020 de koers “Gezamenlijk doorontwikkelen” vastgesteld.
De komende jaren staan in het teken van het in samenwerking met de gemeenten opzetten en uitvoeren van lokale plannen, het verder ontwikkelen van het gezamenlijk expertisecentrum en van plusdiensten. Bestuur en gemeenten hebben gekozen voor het break even scenario met een volume van 2.100 doelgroepmedewerkers eind 2025. Hiermee ligt er een financieel fundament onder deze plannen. En hoewel het landelijke speelveld van de Participatiewet (PW), inclusief de beschikbare macrobudgetten en de budgetverdeling instabiel is, is door de keuze van de gemeenten een belangrijk onderdeel van de grote onzekerheden voor WSD weggenomen. De vormgeving van de lokale plannen heeft door de coronacrisis wat vertraging opgelopen. Tegelijkertijd is de financiering van de loonkostensubsidies per 1 januari 2022 in positieve zin gewijzigd waardoor het realiseren van LKS-banen wordt beloond door extra financiering in latere jaren. In de (nog) ontbrekende oploop van budgetten voor begeleidingsvergoeding vanuit het
13
Rijk wordt voorzien via de beschikbaar stelling vanuit WSD in het Stimulusprogramma dat in december 2020 het licht heeft gezien en in januari in het Dagelijks bestuur is vastgesteld als basis voor de begroting 2022 en de meerjarenraming. Dit Stimulusprogramma draagt bij aan het realiseren van de koers en het realiseren van een structureel sluitende begroting. Landelijke ontwikkelingen in PW en Wsw De beperkte houdbaarheid van de Participatiewet en de behoefte aan nieuwe oplossingen begon zich in 2020 steeds sterker af te tekenen. Uit het rapport ‘Eindevaluatie van de Participatiewet’ dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat de wet nauwelijks heeft geleid tot een hogere baankans voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Verschillende oorzaken spelen volgens het SCP een rol. Gemeenten hebben te maken met opstartproblemen en beperkte middelen, financiële prikkels werken averechts. Fundamenteler is de kritiek waaruit blijkt dat de aannames waarop de wet gebaseerd is niet kloppen: niet iedereen kan werken, de nieuwe wet blijkt allesbehalve een vereenvoudiging die efficiencywinst met zich meebrengt en een deel van de doelgroep blijkt simpelweg niet in beeld. Vanuit de evaluatie van de Participatiewet is de staatssecretaris van SZW gestart met het Breed offensief. Meer dan 20 maatregelen zijn aangekondigd en liggen ter besluitvorming voor.
Het gaat van het invoeren van een landelijk preferent administratief proces, aanpassen van de norisk polis, aanvraagrecht op no-risk, tot betere informatie voor werkgevers etc. Ten gevolge van de val van het kabinet en de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021 is de besluitvorming vertraagd en nog steeds niet afgerond. Een aantal van die maatregelen raken de financiering van gemeenten vanuit de Participatiewet. Belangrijk is dat er een nieuwe financiering komt die gemeenten stimuleert om meer mensen te plaatsen. De aanpassing per 1 januari 2022 van het Buigbudget waardoor gerealiseerde banen met LKS structureel betaalbaar blijven is een eerste stap. Maar niet alle landelijke financiële budgetten en verdeelsystemen zijn al goed uitgelijnd. Zo is de begeleidingsvergoeding structureel te laag en gaat mee in de verdeling van het gemeentefonds. Tot slot is de financiering van Participatiebanen met loonkostensubsidie structureel onvoldoende om de business case rond te krijgen. Door de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans per 1 januari 2020, leidend tot een CAO voor de Participatiewet en een pensioenregeling zijn de kosten voor de gemeenten opgelopen met ca. 20% per arbeidsplaats PW. Of en in welke mate de loonkostenstijging ook gecompenseerd wordt vanuit het Rijk is nog onbekend.
Belangrijke conclusie is dat gemeenten vanaf 1 januari 2022 worden gefinancierd voor de loonkostensubsidies op basis van realisatie van gesubsidieerde banen. Daarmee ontstaat in elk geval een stimulans om banen te creëren. Aansluitend is een vergelijkbare aanpassing van het begeleidingsbudget nog onderhanden en is een concreet besluit nog niet voorzien. Vooralsnog investeren WSD en gemeenten in nieuwe banen mede door inzet op het stimulusprogramma opdat als de regelgeving feitelijk wijzigt de WSD-trein al rijdt. Dankzij prudent beleid in het verleden is WSD ook in staat deze investering te doen zonder dat daarvoor gemeentelijke budgetten moeten worden ingezet. De exploitatie en het weerstandvermogen van WSD zijn voldoende robuust om die investering te doen en toch onverwachte tegenvallers, zoals eventueel de coronacrisis op te vangen. De stimulusreserve is bedoeld om de begeleidingskosten van de doelgroep te betalen boven het budget dat gemeenten van het rijk ontvangen. Voor de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024 t/m 2026 heeft WSD voldoende middelen om dit te betalen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de rijksoverheid de komende jaren de budgetten voldoende verhoogd en ook de verdeling naar de gemeenten optimaliseert, zoals dat ook met het budget LKS is gebeurd.
Als dit niet gebeurt dan is dit beleid niet structureel houdbaar, omdat het gat tussen rijksbudget en feitelijke bestedingen teveel uit de pas gaan lopen. WSD zal dan naar een krimpscenario moeten overschakelen. Actualisering risicoanalyse: Tegen de bovengenoemde achtergrond vindt de vertaling van risico’s naar het weerstandsvermogen plaats door middel van het standaardmodel voor Sociale werkbedrijven zoals dat door Deloitte is ontwikkeld. Met behulp van dit model worden op een systematische wijze risico’s geïnventariseerd. Het model houdt rekening met omzetrisico’s, investeringsrisico’s, conjunctuurgevoeligheid en specifieke risico’s.
14
De specifieke risico’s van WSD hangen samen met wijzigingen in de financieringssystematiek. Het gaat om bezuinigingen op het budget, of ongedekte kostenstijgingen (b.v. als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans) in de Wsw en de Participatiewet. Hierbij wordt rekening gehouden met de deelnemingen in de BV’s van WSD en het lidmaatschap en de samenwerking met de Schoonmaak Coöperatie. Vervolgens wordt berekend welke financiële buffer noodzakelijk is. U vindt in bijlage 1 de uitgewerkte versie. In het rekenmodel wordt rekening gehouden met tijden van hoog- en laagconjunctuur waarvoor een minimale en een maximale omvang van de financiële buffer wordt bepaald. Bij de interpretatie van de uitkomsten van het model is het belangrijk om te realiseren dat het Algemeen bestuur heeft besloten dat in het model geen rekening wordt gehouden met stelselwijzigingen: fundamentele wetswijzigingen die tot gevolg kunnen hebben dat de financieringssystematiek of doelgroep aantallen ingrijpend veranderen. Voor de bepaling van het benodigde weerstandvermogen van WSD wordt onderscheid gemaakt in drie risicogroepen: 1. Bedrijfsrisico’s van de gemeenschappelijke regeling. Dit zijn risico’s die voorvloeien uit de bedrijfsmatige activiteiten van de verschillende afdelingen in de divisies Werk & Ontwikkeling en Participatie.
Deze risico’s worden beïnvloed door enerzijds de marktrisico’s en anderzijds door de onzekere ontwikkeling van de omvang van het aantal plaatsingen en trajecten door gemeenten bij WSD. Daarnaast vloeien ook risico’s voort uit de ontwikkeling dat de stafafdeling SEZ zich steeds meer op de markt begeeft en haar dienstverlening aanbiedt op het gebied van ontzorging in het kader van de Participatiewet. Voorzieningen en de daarbij behorende risico’s worden buiten beschouwing gelaten. Deze risico’s (b.v. dubieuze debiteuren) zijn individueel al tegen het licht gehouden, gekwantificeerd en afgedekt door een voorziening. Eveneens worden buiten beschouwing gelaten risico’s die afgedekt zijn middels verzekeringen, zoals het risico van bedrijfsaansprakelijkheid en ongevallen van medewerkers. 2. Subsidierisico van de gemeenschappelijke regeling. Dit betreft risico’s die WSD loopt als gevolg van de hoogte en verdeling van de rijksbijdrage SW en de budgetten voor beschut werken en banen met loonkostensubsidie, alsmede bovennormale stijgingen van de loonkosten (zoals b.v. in de PW is gebeurd met de invoering van de WAB, of het mogelijk afbouwen van fiscale maatregelen zoals het Loonkostenvoordeel). De budgetten voor de PW afgezet tegen de kostenstijgingen, maken het nog steeds moeilijk om de businesscase rond te krijgen.
Dit blijkt ook uit de onderzoeken van Berenschot, Capel Advies en KplusV naar de kosten van de uitvoering van LKS-banen en nut en noodzaak van een detacheringsconstruct. Hier speelt het effect van de met de invoering van de Wab/CAO Aan de Slag gepaard gaande stijging van de loonkosten met bijna 20% een grote rol. Een ander risico in de PW is het risico van het niet realiseren van het volume instroom. De WSD-gemeenten hebben in het collectief een afspraak dat er eind 2025 2.100 arbeidsplaatsen gerealiseerd worden. Mocht dit niet lukken en belandt WSD in een krimpscenario, dan is dat een fors risico. Het nieuwe besluit over de koers en het daarop aansluitende Stimulus programma zijn maateregelen om dit scenario te voorkomen. Bij de subsidierisico’s is aangenomen dat bij de berekening van de maximumvariant WSD in staat is om 50% van de budgetdaling in 3 jaar op te vangen. 3. Risico deelnemingen. Dit zijn de risico’s die voortvloeien uit de private bedrijven van WSD: WSD Holding BV, WSD Participatie BV, Werkpartners BV en Werksupport BV en het lidmaatschap van WSD van De Schoonmaak Coöperatie U.A.. De private bedrijven worden geacht hun eigen bedrijfsrisico’s op te kunnen vangen. Het risico deelnemingen betreft voor WSD het risico dat WSD loopt door de samenwerking bijvoorbeeld de activiteiten die WSD voor de BV’s verricht in de vorm van (backoffice) dienstverlening.
Stabiel beeld en heroverweging na realisatie lokale plannen Uit de nu voorliggende bedrijfsrisicoanalyse blijkt dat het totale risicoprofiel van WSD, ondanks de van effecten vanwege de Coronacrisis, relatief stabiel is. Er is slechts sprake van kleine verschuivingen tussen de diverse risicogebieden. De afname van het bedrijfsrisico is een effect van de afname van risico’s dat klanten wegvallen en vervangende klanten weer wat makkelijker te verleiden zijn. Ook de afname van de
15
afhankelijkheid van enkele grote klanten in de totale klantenportefeuille spelt daarbij een rol omdat relatieve afhankelijkheid van een aantal grote klanten binnen het model leidt tot een groter risico. De subsidierisico’s en deelnemingsrisico’s blijven redelijk stabiel. Overzicht minimum bedrijfsrisico’s WSD (Bedragen * € 1.000): Risico
2019
2020
2021
2022
Bedrijfsrisico Gem. Regeling WSD Risico subsidie Gem. Regeling WSD Risico deelnemingen Totaal Risico (maximum positie weerstandvermogen)
8.800
8.900
9.100
8.900
Verandering 2022 t.o.v. 2021 -/- 200
1.700
1.600
1.500
1.500
0
100
100
100
100
0
10460
10.600
10.700
10.500
-/-
Overwegingen Het risicoprofiel van WSD gebaseerd op het model van Deloitte is onder de huidige stand van de Coronacrisis redelijk stabiel. Grote onbekenden in het verhaal zijn: het uiteindelijk financiële effect van de Coronacrisis indien deze weer ernstiger en langduriger vormen aanneemt. het uiteindelijke (financiële) effect van (op dit moment) de oorlog in de Oekraïne. Daarmee is in deze analyse geen rekening gehouden. De huidige financiële positie van WSD is, door zeer prudent beleid van het bestuur van WSD in het verleden sterk, maar niet oneindig. Op basis van het bovenstaande overzicht van het totale risico van WSD bedraagt het minimum weerstandvermogen € 10,5 mln.
16
200
4. Financiering WSD is als decentrale overheidsorganisatie gehouden aan de Wet Financiering Decentrale Overheden en moet daarom verplicht Schatkistbankieren. De mogelijkheden om rendement te genereren met eigen vermogen (rente op uitgezette overtollige liquiditeiten) zijn ingeperkt doordat alle decentrale overheden verplicht zijn om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Op de bij de schatkist aangehouden middelen wordt momenteel geen minimale rente vergoed. Los van de beperkingen vanuit de Wet Verplicht Schatkistbankieren is het financiële beleid van WSD, zoals vastgelegd in het door het Algemeen bestuur vastgestelde Treasurystatuut, sowieso erg prudent in de omgang met financiële middelen. Leningen WSD financiert alle activiteiten met eigen vermogen en hoeft daarvoor geen externe financieringsbronnen aan te wenden.
5. Onderhoud kapitaalgoederen
WSD heeft een aantal bedrijfsgebouwen in eigendom en dient deze dan ook zelf te onderhouden. Ultimo 2021 bedraagt de totale boekwaarde van de gebouwen, inclusief grond, terreinvoorzieningen en installaties € 3,1 miljoen. Dit zijn de enige kapitaalgoederen van WSD waarbij sprake is van onderhoudskosten van enige materiële omvang. Onderhoud van de gebouwen gebeurt op basis van een periodiek geactualiseerd meerjarenonderhoudsplan. Op basis van dat plan is sprake van een stabiel uitgavenpatroon en om die reden worden de onderhoudskosten jaarlijks uit de reguliere exploitatie voldaan en is een onderhoudsvoorziening niet noodzakelijk Parallel aan het proces om te komen tot en nieuwe koers voor WSD is in 2019 een nieuwe huisvestingsvisie opgesteld. De in 2019 vastgestelde koers voorziet in samenwerking van WSD en gemeenten waarbij de lokale situatie in het sociale domein wordt versterkt door de expertise van WSD. Wens is dat WSD voor inwoners zichtbaar lokaal aanwezig is in de gemeentelijke structuren. In 2020 zijn alle gemeenten aan de slag gegaan met hun lokale plan voor de uitwerking van de toekomstige samenwerkingsvorm. Mede op basis daarvan is medio 2021 een verkenning met betrekking tot de toekomst van het hoofdgebouw van WSD in Boxtel gemaakt. De uitdaging is om het gebouw in lijn te brengen met de koers van WSD enerzijds en de eisen van deze tijd anderzijds.
Begin 2022 is door het DB een besluit genomen en een budget van € 4,6 mln. beschikbaar gesteld voor de volledige transformatie van het hoofdgebouw van WSD. Een derde deel van het budget wordt geïnvesteerd in duurzaamheid zoals verdere isolatie en verwarming en koeling met aardwarmte. De jaarlijkse huisvestingskosten zullen na de transformatie in eerste instantie met ca € 45.000 per jaar stijgen. Het gebouw zal dan voldoen aan de eisen die aan een modern bedrijfsgebouw worden gesteld. De ambitieuze planning voorziet in oplevering begin 2023. Na oplevering van de transformatie zal actualisering van het meerjarenonderhoudsplan met bijbehorende meerjarenonderhoudsbegroting plaatsvinden.
6. Rechtmatigheid
Het Algemeen Bestuur heeft het controleprotocol, het normenkader en de toleranties, alsmede de bijgestelde Financiële verordening ex art. 212 gemeentewet vastgesteld. Jaarlijks wordt beoordeeld in hoeverre actualisering van deze kaders aanpassing behoeven wegens relevante wijzigingen in wet- en regelgeving. De formele kaders voor de rechtmatigheid zijn voor 2023 ongewijzigd. De door het bestuur vastgestelde fouttolerantie is 1% en de onzekerheidstolerantie 3%. De rapporteringgrens ligt op 20%. In deze meerjarenraming wordt uitgegaan van bestendiging van voornoemd beleid en kaders. Vanuit Concern control worden op basis van het programma “WSD in Control” periodiek audits uitgevoerd op de kwaliteit van de uitgevoerde interne controles, worden de bevindingen teruggelegd in de organisatie en worden de herstelacties gemonitord. Naast de uitgevoerde audits op processen wordt voor een aantal specifieke balansposten de rechtmatigheid van de mutaties achteraf vastgesteld. De conclusies vanuit het programma ‘WSD in Control’ worden vastgelegd in een eindrapportage die ter kennisname wordt voorgelegd aan het Algemeen Bestuur bij de vaststelling van de jaarrekening.
17
Begroting WSD 2023 en Financiële meerjarenraming 2024 t/m 2026
18
7. Begroting WSD 2023 en Financiële meerjarenraming 2024 - 2026 (bedragen * € 1.000) Detail begroting
Jaarrek. 2021 Bedrijfsresultaat Bedrijfsopbrengsten Grond-, hulpstoffen uitbesteed werk Netto toegevoegde waarde Overige opbrengsten Plusdiensten Resultaat deelnemingen
2022
Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
24.128 6.247 17.881 4.378 0
23.174 4.284 18.890 4.825 0
23.438 4.408 19.030 4.975 0
23.737 4.547 19.190 5.125 0
23.856 4.691 19.365 5.275 0
24.363 4.813 19.650 5.420 0
Baten
22.259
23.715
24.005
24.315
24.640
25.070
Salariskosten ambt. medewerkers Externe dienstverlening formatie subtotaal NGA Dienstverlening door derden Afschrijvingen Overige bedrijfskosten
4.774 10.434 15.208 817 917 4.172
4.501 11.544 16.045 1.272 919 3.271
4.421 11.724 16.145 1.330 1.000 3.310
4.301 11.894 16.195 1.360 1.010 3.350
4.181 12.074 16.255 1.390 1.020 3.360
4.061 12.264 16.325 1.420 1.030 3.380
Lasten
21.114
21.507
21.785
21.915
22.025
22.155
Totaal bedrijfsresultaat
1.145
2.208
2.220
2.400
2.615
2.915
Subsidieresultaat WSW Budget Wsw Personeelskosten Wsw Uitvoeringskosten begeleid werken
36.008 34.475 671
33.885 33.192 583
31.988 30.997 564
30.057 28.881 541
28.241 26.897 519
26.383 24.914 498
862
110
427
635
825
971
2.479 4.044 502 819
2.782 4.513 691 947
2.995 4.741 1.184 1.874
3.188 5.022 1.667 2.626
4.308 6.763 1.254 1.968
4.543 7.118 1.785 2.797
-1.882
-1.987
-2.436
-2.792
-3.169
-3.588
Bijdrage gemeenten
231
233
235
235
235
235
Resultaat gemeentelijke bijdrage
231
233
235
235
235
235
-789
-1.644
-1.774
-1.923
-2.109
-2.381
0
0
0
0
0
0
Totaal incidentele lasten en baten
1.856
-21
0
0
0
0
Exploitatieresultaat vóór onttrekking
2.212
543
446
477
506
534
460
460
460
460
460
460
700 700
275 275
275 275
93 93
0 0
0 0
0
0
0
0
0
0
228 228
600 600
600 600
600 600
518 518
0 0
0
0
0
0
0
0
2.672
1.003
906
937
966
994
Subsidieresultaat Wsw Subsidieresultaat PW Begeleidingsbijdragen PW Beschikbaar budget Loonkosten PW -/- LKS (incl. LIV) beschikbaar budget Begeleidingsbijdragen PW Stimulus Loonkosten PW -/- LKS (incl. LIV) Stimulus Subsidieresultaat Participatiewet
Totaal subsidieresultaat Rentebaten en lasten
Onttrekking bestemmingsreserve Organisatieontwikkeling Doorontwikkeling organisatie Kosten Doorontwikkeling organisatie Onttrekkingen bestemmingsreserves Resultaat Prototypes en Doorontwikkeling Lokale Plannen Kosten Lokale Plannen Onttrekkingen bestemmingsreserves Resultaat Lokale Plannen Resultaat na onttrekking bestemmingsreserves
19
8. Uitgangspunten en toelichting Algemene Kaders • De begroting 2023 en de Financiële meerjarenraming WSD 2024 tot en met 2026 worden opgesteld in overeenstemming met de verslaggevingsvoorschriften in het Besluit Begroting en Verantwoording provincie en gemeenten (BBV). In deze begroting en meerjarenraming is er sprake van één programma in de zin van het BBV, zijnde de uitvoering van de Participatiewet (incl. de sociale werkvoorziening oud). •
•
Voor het verloop van de bezetting Wsw en PW is het Stimulus-programma 2021-2025 zoals vastgesteld door het Dagelijks bestuur op 22 januari 2021 de basis. Het Stimulusprogramma heeft als vertrekpunt de financiële doorrekening in het koersdocument “Gezamenlijk Doorontwikkelen” van het scenario “Break-even”: Voor de Wsw is in het Stimulusprogramma gerekend met een uitstroom van 6,0% per jaar en geen instroom van nieuwe medewerkers. De realisatie volgens jaarrekening 2021 vormt de basis voor actualisering van de ontwikkeling van de bezetting in het Stimulusprogramma. Het ambitieniveau blijft volgens deze actualisering onverminderd 2.100 doelgroepmedewerkers ultimo 2025 en volgende jaren. Op basis van ervaringsgegevens gaan we van een uitstroom Wsw van 7% per jaar Het gaat om de optelsom van personen met een proefplaatsing, een SW- en een PW-dienstverband, of via WSD direct geplaatst en begeleid bij een externe werkgever. Samen met het expertisecentrum betreft dit de basisdienstverlening van de gemeenschappelijke regeling WSD. De basisdienstverlening wordt te zijner tijd opgenomen in de nog aan te passen gemeenschappelijke regeling. De Plusdiensten bestaan uit diensten die van oudsher door WSD worden aangeboden, zoals intake en diagnose, re-integratietrajecten e.d.. Deze dienstverlening heeft al jarenlang ongeveer dezelfde omvang.
In de raming wordt dan ook uitgegaan van stabilisatie hiervan. Daarnaast bestaan de plusdiensten uit nieuwe en innovatieve diensten en methodes die ontwikkeld zijn door gemeenten en WSD gezamenlijk. Het gaat om b.v. inburgering en taal tijdens het werk, jeugdtrajecten, ontwikkelgerichte arbeidsmatige dagbesteding etc. De verwachting is dat deze diensten fors zullen groeien, omdat deze inspelen op urgente lokale behoeften van gemeenten. Voorzichtige aanname is dat de dienstverlening licht groeit t.o.v. de huidige situatie.
•
De kosten van het expertisecentrum worden geacht budget neutraal te zijn. Zowel WSD, gemeenten als eventuele derden brengen hun expertise om niet in. Wel zal er geïnvesteerd moeten worden om het expertisecentrum op gang te brengen (eenmalige investering in b.v. projectleiding) en gefaciliteerd moeten worden met passende huisvesting en ICT/communicatiemiddelen. Deze extra kosten maken onderdeel uit van het invoeringsplan waarvoor middelen zijn gereserveerd.