21-71 Bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte- bijlage 5.2a Toelichting- bijlage
Tekst van het document
bestemmingsplan
Ruimte Voor Ruimte Merodelaan Oisterwijk
DATUM IMRO IDN
NL.IMRO.0824.BPRvRMerodelaan-VA01
PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
20171037
AUTEUR STATUS
ontwerp
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
5
Bijlage 1
Toetsingsformulier Ruimte voor Ruimte Merodelaan
7
Bijlage 2
Achtergrond beleidskader
9
Bijlage 3
Archeologisch onderzoek
13
Bijlage 4
Onderzoek Stikstofdepositie Merodelaan
83
Bijlage 5
Quickscan fora en fauna
97
Bijlage 6
Aanvullend onderzoek steenuilenkast
131
Bijlage 7
Verslag omgevingsdialoog
147
Bijlage 8
Nota van zienswijzen
151
3/163
4/163
Bijlagen toelichting
5/163
6/163
Bijlage 1
7/163
Toetsingsformulier Ruimte voor Ruimte Merodelaan
TOETSINGSFORMULIER RUIMTE VOOR RUIMTE
AANVRAAGNUMMER RO BEHANDELEND RO AMBTENAAR NAAM AANVRAGER NAAM BELANGHEBBENDE
VOORTOETS Gemeente Oisterwijk Behandelend ambtenaar: Laurie Kamerling Gemeente Oisterwijk
AANTAL KAVELS RvR LOCATIE
1 Merodelaan ongenummerd in Oisterwijk
VERVREEMDER STALRUIMTE
M.J.J. Vugs Hoog Heukelom 9 Oisterwijk 1360 m2 11.03.86.885 JA JA, 14 oktober 2014 JA JA, verklaring sloopbedrijf Ja, factuur Gubbels JA JA JA JA JA
AANTAL M2 RELATIENUMMER COPIE SLOOPMELDING VERKLARING GEMEENTE SLOOP ASBESTINVENTARISATIE VERKLARING VERWIJDERING ASBEST STORTBONNEN ASBEST CONTROLE SLOOP PROVINCIE HERBESTEMMING SLOOPLOCATIE WIJZIGING BESTEMMING VERKLARING AFZIEN SLOOPSUBSIDIE CONTROLE RBV-LIJST VERVREEMDER FOSFAATRECHTEN 3 JAAR VOORAFGAAND IN PRODUCTIE AANTAL KG FOSFAAT DOORHALING NIET GR.GEB.
Idem Nee, zie opmerkingen 3502 kg
INTREKKING MILIEUVERGUNNING
JA, 9 september 2015
AKKOORD: JA D. Plantema, cluster Projecten en Vastgoed D.D. 13-6-2017 OPMERKING: Locatie Hoog Heukelom is afgelopen drie jaar niet in bedrijf geweest en is gesloopt in 2005. De RvRprocedure heeft lange tijd bij gemeente stil gelegen wegens politieke afwegingen. Nu wil de gemeente graag een RvR-kavel ontwikkelen. Dit is wat ons betreft akkoord. Stortbonnen zelf zijn niet te achterhalen, de factuur van Gubbels volstaat.
Bijlage 2
9/163
Achtergrond beleidskader
Achtergrond beleidskader Artikel 3.80 ruimte‐voor‐ruimte Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere ruimte‐ voor‐ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a. er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; b. de ruimte‐voor‐ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar. Lid 2 Er is sprake van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit als per ruimte‐voor‐ruimtekavel is aangetoond dat is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in het geheel beëindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van deze veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt; b. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn direct voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest; c. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen Beperkingen Veehouderij of op een locatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt is voor de uitoefening van een veehouderij; d.
er tenminste 1000 m² bedrijfsgebouwen ten dienste van de onder a. bedoelde veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum van 200 m² op iedere beëindigingslocatie veehouderij; e. de ten behoeve van de onder a. bedoelde veehouderijen geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie in een gezamenlijke omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten betreffende de productie van fosfaat aanwezig is; f. de rechten, bedoeld onder e. moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die beëindigd; g. de omgevingsvergunning milieu voor de onder a. bedoelde veehouderij op iedere beëindigingslocatie veehouderij is ingetrokken; h. een passende herbestemming is gelegd op de locatie als onder a. bedoeld die in ieder geval het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen uitsluit; i. in redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de onder a. bedoelde veehouderij.
Lid 3 In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan voorzien in een ruimte‐voor‐ruimtekavel als deze wordt ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken.
Lid 4 Het derde lid vervalt indien uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat er in totaal 3500 ruimte voor ruimte kavels door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte zijn ontwikkeld. Toelichting Voorwaarden In dit artikel zijn de voorwaarden opgenomen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen dat voorziet in een ruimte‐voor‐ruimtekavel. Binnen de provincie Noord‐Brabant is er expliciet voor gekozen om de ontwikkeling van kavels alleen mogelijk te maken op planologisch aanvaardbare plekken in bebouwingsconcentraties. Hiervoor is expliciet gekozen om een verdere menging van functies en verstening van het buitengebied te voorkomen. Per kavel kan één woning worden gerealiseerd in afwijking van het verbod op nieuwvestiging. Een bestemmingsplan dat voorziet in meerdere ruimte‐voor‐ruimtekavels mag niet leiden tot een aanzet voor een stedelijke ontwikkeling. Deze voorwaarde geldt uiteraard niet indien de ontwikkeling plaatsvindt binnen het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar. Wanneer een ontwikkeling leidt tot een aanzet voor stedelijke ontwikkeling is maatwerk. Hierbij spelen diverse factoren een rol zoals de omvang van de bebouwingsconcentratie, de ligging ten opzichte van de kern, de omvang van de desbetreffende kern, omliggende functies en waarden etc.
Ook de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State biedt aanknopingspunten. Artikel 1.1 begripsbepaling Bebouwingsconcentratie: kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster. Kernrandzone: overgangszone van bestaand stedelijk gebied naar het buitengebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar met een toenemende menging van functies Bebouwingslint: min of meer aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg buiten Stedelijk gebied Bebouwingscluster: vlakvormige verzameling van bebouwing, gelegen buiten Stedelijk gebied
12/163
Bijlage 3
13/163
Archeologisch onderzoek
RAAP-RAPPORT 3838
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk Gemeente Oisterwijk Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Colofon Titel: Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek Versie: 28-03-2019 Auteur: Dr. M.P.F. Verhoeven Projectcode: OIME2 Bestandsnaam: RAAPrap_3838_OIME2_ Autorisatie: Drs. W. De Baere
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2019 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakel ijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Samenvatting In opdracht van Rho adviseurs voor leefruimte heeft RAAP in maart 2019 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk in de gemeente Oisterwijk. Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw beste mmingsplan (de bouw van een vrijstaande woning). In 2007 heeft er reeds een bureau- en karterend booronderzoek plaatsgevonden ten aanzien van het plangebied, op basis waarvan werd geadviseerd het gebied vrij te geven voor de geplande ontwikkelingen. Omdat dat onderzoek verouderd is voldoet het niet meer aan de huidige eisen ten aanzien van archeologisch beleid. Daarom is er op verzoek van de opdrachtgever een nieuw onderzoek uitgevoerd conform de huidige regels. Uit het onderzoek blijkt dat de conclusies en aanbeveling uit 2007 van kracht blijven, wat betekent dat het plangebied vanuit archeologisch oogpunt kan worden vrijgegeven voor ontwikkeling.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[3]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Inhoud Samenvatting ............................................................................................................................ 3 Inhoud....................................................................................................................................... 4 1 Inleiding ................................................................................................................................. 5 1.1 Kader ....................................................................................................................................... 5 1.2 Administratieve gegevens .......................................................................................................... 7 1.3 Doel- en vraagstelling ............................................................................................................... 7
2 Bureauonderzoek ................................................................................................................... 8 2.1 Methode ................................................................................................................................... 8 2.2 Aardkundige situatie ................................................................................................................. 8 2.3 Archeologische gegevens ......................................................................................................... 13 2.4 Historische situatie .................................................................................................................. 17 2.5 Huidige situatie ........................................................................................................................ 23 2.6 Toekomstige situatie ................................................................................................................ 24
3 Gespecificeerde archeologische verwachting ........................................................................ 25 4 Conclusies en advies ............................................................................................................ 27 4.1 Conclusie ................................................................................................................................ 27 4.2 Advies ..................................................................................................................................... 27 4.3 Tot slot .................................................................................................................................... 27
Literatuur ................................................................................................................................ 28 Overzicht van bijlagen ............................................................................................................. 29
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[4]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van Rho adviseurs voor leefruimte heeft RAAP in maart 2019 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk in de gemeente Oisterwijk (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan (de bouw van een vrijstaande woning). In 2007 heeft er reeds een bureau- en karterend booronderzoek plaatsgevonden ten aanzien van het plangebied, op basis waarvan werd geadviseerd het gebied vrij te geven voor de geplande ontwikkelingen (Moonen, 2007: zie bijlage 5). Omdat dat onderzoek verouderd is voldoet het niet meer aan de huidige eisen ten aanzien van archeologisch beleid. Daarom is er op verzoek van de opdrachtgever een nieuw onderzoek uitgevoerd conform de huidige regels. Het oude onderzoek dient als uitgangspunt, en is aangevuld met nieuwe informatie omtrent de gemeentelijke eisen en nieuwe archeologische kennis. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden.
Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Oisterwijk ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting (waarde archeologie 4). Het beleid voor deze zone schrijft voor dat er 2
bij bodemingrepen groter dan 1000 m en dieper dan 50 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Deze voorschriften zijn verankerd in het bestemmingsplan buitengebied, 2017. De 2,
omvang van de bodemingrepen bedraagt 1695 m en is daarmee groter dan de vrijstellingsgrens. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid. Er wordt echter op gewezen dat in het bestemmingsplan buitengebied (zie bijlage 3) er voor het plangebied geen sprake is van een archeologische waarde, maar wel van een cultuurhistorische waarde. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL 4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, 4004 Opgraven (landbodems) en 4006 Specialistisch onderzoek.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[5]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.
Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[6]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek
Bureauonderzoek
Opdrachtgever
Rho adviseurs voor leefruimte
Bevoegde overheid
Gemeente Oisterwijk
Plaats
Oisterwijk
Gemeente
Oisterwijk
Provincie
Noord-Brabant
Centrumcoördinaten (X/Y)
141787/398181
Toponiem
Merodelaan
Oppervlakte plangebied
1695 m²
Afbakening onderzoeksgebied
Tijdens onderhavig onderzoek is het plangebied inclusief een zone van 500 m rondom het plangebied onderzocht.
Onderzoeksperiode
eind maart 2019
Uitvoerder
RAAP Zuid
Projectleider
Dr. M.P.F. Verhoeven
RAAP-projectcode
OIME2
ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer
4683820100
Beheer en plaats documentatie
RAAP regio Zuid te Weert
Tabel 1. Administratieve gegevens.
1.3 Doel- en vraagstelling De doelstelling van het archeologisch vooronderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats. Daartoe wordt informatie verzameld over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd:
Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?
Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het plangebied zijn reeds bekend?
Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?
Wat is de gespecificeerde verwachting ten aan zien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? En wat zijn hiervan de prospectiekenmerken?
Algemeen
Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?
Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische r esten worden omgegaan?
Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen de verwachte archeologische resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)?
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[7]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om - op basis van verschillende bronnen - inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegeven s (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data -archief.
2.2 Aardkundige situatie Het plangebied maakt deel uit van het Limburgs-Brabants dekzandgebied (Formatie van Boxtel: Weerts, e.a., 2006). Dit dekzandgebied wordt gekenmerkt door eolische gevormde terreindelen die doorsneden worden door beekdalen. Zowel de dekzandafzettingen als de beekdalen zijn voornamelijk gevormd in het laatste glaciaal (ijstijd: Weichselien: ca. 120.000 tot 10.000 jaar geleden). Tijdens het Weichselien traden diverse klimaatswisselingen op. Terwijl in het Vroeg Glaciaal het klimaat relatief koud maar nog betrekkelijk vochtig was, kenden vooral het Pleniglaciaal en het Laat Glaciaal een zeer koud en droog klimaat. In het schaars begroeide landschap kreeg de wind gemakkelijk vat op de ondergrond. Hierdoor werden grote hoeveelheden zand verplaatst die de oudere (rivier)afzettingen afdekken en het oorspronkelijke reliëf maskeren. Dit dekzandpakket beslaat een groot gedeelte van Noord -Brabant en vormt de basis van het huidige landschap (Berendsen, 2000). De dikte van het dekzand kan sterk variëren, hetgeen heeft geleid tot reliëfverschillen. Op de geomorfologische kaart staat het gebied aangeduid als 'vlakte van ten dele verspoelde dekzanden' (Stiboka/RGD, 1977: code 2M53): zie figuur 2. Deze vlakte wordt aan de noordkant begrenst door het beekdal van de Voorste Stroom (code 22R42) en aan de zuidkant door het beekdal van de Achterste Stroom (code 22R42).
Rondom het beekdal bevinden zich dekzandwelvingen (3L51). De afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde oppervlaktewater (de Achterste Stroom) is circa 325 m. Gedurende het Holoceen (10.000 jaar geleden tot heden) hebben zich in het dekzand (afhankelijk van textuur, grondwatertrap en grondgebruik) verschillende bodemty pen ontwikkeld. In de relatief goed ontwaterde dekzandafzettingen hebben zich veelal podzolen ontwikkeld. Podzolgronden zijn gronden waarin een inspoelingshorizont (B-horizont) voorkomt. In water oplosbare stoffen (zoals organische stof, ijzer en aluminium) kunnen naar beneden worden verplaatst en onder bepaalde omstandigheden in een inspoelingshorizont (B-horizont) worden afgezet. Naargelang de aard van de organische stof in de B-horizont worden de podzolgronden verder onderverdeeld.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[8]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Volgens de bodemkaart bestaat de bodem in het plangebied uit een hoge zwarte enkeerdgrond, lemig fijn zand met grondwatertrap VI (Stiboka, 1985: code zEZ23) : zie figuur 3. De hoge enkeerdgronden liggen veelal in goed ontwaterde gebieden rondom de oudste bewoningskernen. Het betreft de oudst e akkergronden (essen of escomplexen) die vaak al vanaf de Late Middeleeuwen (ca. 1300 na Chr.) werden bemest met mest uit de potstal. Deze mest bestond uit een mengsel van dierlijke uitwerp selen, (heide- of bos-) plaggen en huishoudelijk afval. Als gevolg van eeuwenlange intensieve bemesting hebben veel podzolgronden een dikke humushoudende bovenlaag (enkeerdgronden) gekregen. De dikte van deze zogenaamde 'esdekken' varieert in het algemeen van circa 0,5 tot meer dan 1,0 m. Een deel van het oorspronkelijke podzolprofiel is opgenomen in het esdek ('onthoofd podzolprofiel'). Bovendien is door de ophoging met het plaggenmest het landschap veelal 'vervlakt', waardoor de precieze aard van het oorspronkelijk reliëf gemaskeerd is. Uit het booronderzoek uit 2007 (Moonen, 2007) is gebleken dat de bodem in het plangebied bestaat uit een bouwvoor met daaronder een verstoorde laag en daaronder het al dan niet door bodemvorming beïnvloede moedermateriaal. De bouwvoor is donkergrijsbruin en wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van puin en glas.
De dikte van de verstoorde laag varieert tussen de 10 en 40 cm. De laag heeft geen homogene kleur en bevat puindeeltjes. In de boringen 1, 2 en 3 is direct onder de verstoorde laag de C-horizont aangetroffen; in boring 4 is een BC-horizont aangetroffen. Het al dan niet door bodemvorming beïnvloede moedermateriaal bestaat uit matig siltig, matig fijn zand; tussen de matig fijne zandkorrels bevinden zich kleine grindjes die duiden op verspoeling. Dit komt overeen met hetgeen verwacht werd op basis van de geomorfologische kaart (verspoeld dekzand). In tegenstelling tot hetgeen verwacht werd op basis van de bodemkaart is in het plangebied geen esdek aanwezig. Voor een uitgebreide beschrijving van de bodemprofielen wordt verwezen naar bijlage 4.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[9]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Figuur 2. Geomorfologische context.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[10]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Figuur 3. Reliëf.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[11]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Figuur 4. Bodem.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[12]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
2.3 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid Bestemmingsplan
Oisterwijk Buitengebied, 2017 Artikel 4 Agrarisch met waarden - Landschap, natuur en cultuurhistorie -1
Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart
hoge verwachting
Gemeentelijke archeologische beleidskaart
waarde archeologie 4: onderzoek nodig bij ingrepen groter dan 1000 m² en dieper dan 50 cm: zie figuur 5
Tabel 2. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.
Figuur 5. Archeologische beleidskaart. Bron: gemeente Oisterwijk, z.d. Paars: waarde archeologie 1, oranje: waarde archeologie 3, bruin: waarde archeologie, lichtbruin: waarde archeologie 5, lichtbeige: lage archeologische verwachting.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[13]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Figuur 6. Archeologische monumenten, vindplaatsen en onderzoeken. Bron: Archis.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[14]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
In het plangebied of de directe omgeving ervan zijn geen archeologische vindplaatsen bekend. Ook verder weg van het plangebied zijn er relatief weinig vindplaatsen: zie tabel 3 en figuur 6. De meest nabije vindplaats (ca. 500 m naar het zuidwesten) betreft nr. 3227359100; een losse vondst van een mantelsluiting uit de Late Nieuwe tijd. Ongeveer een kilometer n aar het noorden bevindt zich de oude stadskern van Oisterwijk (die teruggaat tot 1212), die als archeologisch monument is gewaardeerd (terrein van hoge archeologische waarde). Voor de volledigheid en om een indruk te geven van de lokale archeologie, worde n onder de tabel de meest belangwekkende vindplaatsen en onderzoeken beschreven. Vanwege de relatief grote afstand tot het plangebied is de relevantie van de vindplaatsen voor het plangebied onbekend. Complex
Datering
Opmerking
Literatuur
oude stadskern
Late Middeleeuwen-Nieuwe
vanaf 1212
_
Oisterwijk
tijd
Monument 16812
Vindplaats 2055467100
2228467100
_ versterking
versterking
Late Middeleeuwen-Vroege
70% van gebied
Dijkstra & Spanjer,
Nieuwe tijd
verstoord
2000
Late Middeleeuwen-Vroege
_
Sprengers, 2009
1x mantelsluiting
_
Nieuwe tijd 3227359100
onbekend
Late Nieuwe tijd
(oog) met een ovalen leeuwenkop, sporen van verguldsel, behorend bij een mantel? Onderzoek 2058886100
_ nvt
nvt
bureau- en
_
booronderzoek 2060512100
nvt
nvt
bureau- en
_
booronderzoek 2103045100
nvt
nvt
bureau- en
Ellenkamp, 2005
booronderzoek 2119481100
nvt
nvt
bureauonderzoek
Bruineberg & Geraeds, 2006
2153411100
nvt
nvt
bureau- en
Moonen, 2007
booronderzoek: onderhavig plangebied 2270708100
nvt
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
nvt
bureauonderzoek
_
[15]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
2286041100
nvt
nvt
bureauonderzoek
Keijers, 2007
Tabel 3. Archeologische monumenten, vindplaatsen en onderzoeken. Bron: Archis3.
2055467100 Een opgraving nabij het oude centrum van Oisterwijk heeft uitgewezen dat op de hoek van de Gemullehoekenweg en de Voorste Stroom een omgracht huis heeft gelegen. Door de vele her- en verbouwingsfasen en de recente sloopwerkzaamheden zijn er slechts enkele puzzelstukjes over. Hiermee is gepoogd een reconstructie van de ontwikkeling van het omgrachte huis te maken. Oorspronkelijk bestond deze uit een omgracht terrein met een oppervlakte van ca 15 x 14 meter. De grachten stonden in directe verbinding met de Voorste Stroom, zodat regelmatig het water in de grachten kon worden ververst. Het is niet zeker of er vanaf het begin een voorburcht is geweest. Aan de hand van de gracht tussen de latere hoofd- en voorburcht kan worden vastgesteld dat de oorspronkelijke breedte van de gracht ongeveer 8 meter is geweest. Aan de noordzijde was deze gracht mogelijk wat breder en 10 meter breed. Vermoedelijk heeft de bebouwing toen op een verhoging gelegen, op de grond die vrij kwam bij het uitgraven van de gracht. Van deze bebouwing is niets teruggevonden omdat de funderingen waarschijnlijk zijn verdwenen bij het egaliseren van het terrein voor de er op volgende bewoningsfase in de eerste helft van de 15e eeuw. In deze fase heeft er zeker een hoofdén een voorburcht gelegen.
De hoofdburcht had aan het begin van deze fase een afmeting van ongeveer 21 x 19 meter en de voorburcht ca 11 x 18 meter. De grachten werden geleidelijk smaller, de gracht tussen de hoofd- en de voorburcht was ca 7 meter breed. Uit de tweede bewoningsfase zijn alleen gebouwsporen op de voorburcht bewaard gebleven. In de derde bewoningsfase is de gracht tussen de hoofd- en de voorburcht gedempt zodat weinig meer over was van de oorspronkelijke uitleg van het complex (Dijkstra & Spanjer, 2000). 2228467100 Tijdens een archeologische begeleiding zijn drie vindplaatsen aangetroffen uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd. De eerste vindplaats heeft betrekking op het laat-middeleeuwse kasteelterrein Durendaal, gelegen aan de overgang van het Stroomdalpad met de Voorste Stroom. Ter plaatse is een fragment van een kalkstenen sierelement aangetroffen. Dit sierelement behoorde vermoedelijk tot een raamkozijn van één van de (hoofd) gebouwen. De tweede vindplaats betreft een afvaldump en een vondststrooiing van gebruiksmateriaal (kook - en drankgerei, bouwmateriaal en slachtafval) en kan in ver band worden gebracht met de stedelijke ontwikkeling van Oisterwijk vanaf het einde van de Late Middeleeuwen. Specifiek bevindt zich ter hoogte van de Gemullehoeken weg en de Voorste Stroom een oude beekovergang.
De derde vindplaats betreft de vondst van een aangepunte eikenhouten paal, hoogstwaarschijnlijk afkomstig van de verdwenen watermolen behorend tot het laat-middeleeuwse (kasteel)domein Ter Borch. Alle vindplaatsen bleken zodanig verstoord door kanalisatiewerkzaamheden, uit gevoerd aan de Voorste Stroom in de jaren 60 van de 20e eeuw, dat archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied onnodig wordt geacht. Uitzondering vormt de vermoedelijke locatie van de laat-middeleeuwse watermolen, die tijdens de werkzaamheden is afgedekt met een pakket zand (Sprengers, 2009). 2103045100 Tijdens het veldonderzoek zijn 16 boringen verricht. Hierbij is in de zuidelijke zone een (deels verstoorde) veldpodzolgrond aangetroffen. In het beekdal zijn holocene beekafzettingen en veen
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[16]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
(Formatie van Singraven) aangetroffen die het onderliggende pleistocene zand afdekken. Hoewel geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen is de aanwezigheid van aan het beekdal gerelateerde archeologische vindplaatsen niet uit te sluiten. Gezien de aanwezigheid van een intact bodemprofiel in het plangebied en het feit dat de gebruikte onderzoeksmethode minder geschikt is voor het opsporen van dergelijke lokale archeologische resten, wordt aanbevolen het plangebied na uitvoering van de geplande werkzaamheden aan een archeologische inspectie te onderwerpen (Ellenkamp, 2005). 2119481100 Op basis van het bureauonderzoek is duidelijk geworden dat langs de Voorste Stroom een aantal terreinen met een hoge archeologische verwachting liggen. Het betreffen aan de natte omgeving gerelateerde locaties met bewoning uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd: kasteel Durendaa l, Zwanenhof, de Wijenbergh en de watermolen bij Ter Borch (een vermoedelijke motteburcht). Dergelijke bebouwing kan ook elders langs de beek worden verwacht. Aan het einde van de jaren zestig is de loop van de Voorste Stroom tot aan de Gemullehoekenweg e chter verlegd. De kans op het aantreffen van dergelijke aan het water gelegen bebouwing is voor het verlegde tracédeel zodoende klein. Het tracédeel ten oosten hiervan is weliswaar gekanaliseerd, maar volgt nog de historische loop.
Voor dit deel wordt een middelhoge kans op het aantreffen van aan natte context gerelateerde archeologische waarden verondersteld. Hierbij moet niet alleen gedacht worden aan het aantreffen van mogelijke resten van omgrachte woningen en watermolens (zoals de hierboven genoemde bekende terreinen), maar ook aan voordes of brugrestanten (Bruineberg & Geraeds, 2006) Bekende archeologische gegevens uit andere bronnen Op 26-03-2019 is een verzoek gedaan aan de Heemkundekring "De Kleine Meijerij" voor aanvullende gegevens. Wim de Bakker van de heemkundekring heeft gereageerd met de mededeling dat er hen geen historische en archeologische informatie met betrekking tot het plangebied bekend is. * Figuur 2. Overzichtskaart archeologische gegevens uit de directe omge ving van het plangebied.
2.4 Historische situatie Op een kaart uit 1815 is het plangebied gedeeltelijk gelegen in de Reuzel (de Voortste Stroom), maar die plaatsing klopt niet en is veroorzaakt door cartograf ische onnauwkeurigheden (zie figuur 7). Verder zien we dat het gebied zich op de woeste gronden (heide en bos) buiten Oisterwijk bevindt. Landwegen zijn aangeduid met stippellijnen en vennen als donkere depressies. Op de kadastrale minuut uit circa 1830 (Oisterwijk, sectie 1, blad 01) wordt het gebied aangeduid als 'De Kleine Heide'. Dit betekent dat het gebied voor de ontginning gemeenschappelijk bezit was (gemeint) en werd gekenmerkt door een heidevegetatie. Op basis hiervan wordt verwacht dat het gebied waarschijnlijk pas in de Nieuwe tijd ontgonnen is (kampontginning). Uit het Kommerboek van Oisterwijk (een belastingregister uit de periode 1636-1652) blijkt dat 'De Kleine Heide' inderdaad pas tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) in particuliere handen is gekomen. Aan het eind van de Tachtigjarige Oorlog verschenen ook de eerste boerderijen in dit gebied (mededeling W. de Bakker). Vanaf 1626 maakte het plangebied deel uit van een groot perceel dat in gebruik was als huis, schuur, erf en boomgaard. Het perceel was in eigendom van Goossen Embert van der Borcht. Tot dit grote
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[17]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
perceel behoorde zowel het huidige erf van de hoeve ten oosten als het erf van de hoeve ten westen van het plangebied. Waarschijnlijk stond de eerste hoeve op de plek waar nu nog de hoeve ten oosten van het plangebied staat. Tussen 1626 en 1653 werd het grote perceel in tweeën gesplitst. Het oostelijk deel krijgt een nieuwe eigenaar en bleef in ge bruik als boerenerf inclusief opstal, het westelijk deel (waartoe het plangebied behoort) blijft in gebruik als erf (zonder opstal). Vanaf 1655 werd het westelijke deel gebruikt door Jan Peter Roeters, die op het perceel een schuur plaatst. Mogelijk dateert het gebint van de schuur ('t schoor) op het terrein van de hoeve ten westen van het plangebied uit 1655. Vanaf 1670 stond op het westelijke deel ook een huis. Mogelijk gaat (een deel van) de huidige hoeve ten westen van het plangebied terug tot 1670. In 1832 is tussen de twee hoeven een gebouw geplaatst dat tot 1861 in gebruik was als huis . Het plangebied overlapt een deel van dit huis (mededeling W. de Bakker, 2007). Volgens de huidige eigenaar van de hoeve ten westen van het plangebied heeft in het plangebied ook een kippenhok gestaan. Dit kippenhok is recentelijk afgebroken. Het is onduidelijk of het kippenhok hetzelfde gebouw betreft als het gebouw dat tussen 1832 en 1861 in gebruik was als huis.
De heer Goossen Embert van den Borcht (eerste eigenaar hoeve ten westen van plangebied) kreeg van de Hertog van Brabant toestemming om een klein bruggetje (een schoor) over de Achterste Stroom aan te leggen. Dit bruggetje werd het Goossen -Emmen-Schoor genoemd. Volgens de hertogelijke cijnsboeken moest de heer Goossen Embert van de Borcht jaarlijks voor dit recht betalen (mededeling W. de Bakker). Het naambordje op de Schuur van de hoeve ten westen van het plangebied ('t schoor) verwijst nog naar dit bruggetje. De naam Merodelaan kwam pas in 1927 in gebruik. Het verwijst naar enkele eigenaressen (familienaam 'Merode') van 'kasteel' Durendaal dat aan de westzijde van Oisterwijk gelegen moet hebben (mededeling W. de Bakker). Vanaf ca. 1900 werd de directe omgeving van het plangebied gekenmerkt door een aantal verspreid liggende hoeven met daaromheen akkerland en grasland. De meeste akkers lagen aan de huidige Merodelaan. Richting de beken domineerden vooral de graslanden (ROBAS Producties, 1989). Ten zuiden van de Achterste stroom is het bos en heidegebied tot op de dag van vandaag nog deels intact. De meeste huizen in het gebied verschijnen na 1962 (www.topotijdreis.nl: zie figuren 8, 9 en 10). Bouwhistorische waarden
Nummer
Rijksmonumenten
nvt
Gemeentelijke monumenten
nvt
MIP-objecten
nvt
Overige bouwhistorische waarden
nvt
Aard
Omvang
Diepteligging
Tabel 4. Overzicht van de in het plangebied aanwezige bouwhistorische waarden.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[18]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Figuur 7. Historische context 1815.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[19]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Figuur 8. Historische context 1900.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[20]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Figuur 9. Historische context 1945.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[21]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Figuur 9. Historische context 1990.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[22]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
2.5 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente luchtfoto’s, Google Street View, locatiebezoek en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te melden. Huidig grondgebruik
boomgaard: zie figuur 11
Hoogteligging maaiveld
ca. 9,15 m + NAP
Grondwatertrap of -stand
VI
Milieutechnische condities
onbekend
Aanwezige constructies (funderingen, kelders e.d.)
geen
Locatie en diepte van kabels/leidingen
nvt
Tabel 5. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.
Figuur 7. Luchtfoto.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[23]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
2.6 Toekomstige situatie Uit navraag bij de opdrachtgever is het volgende gebleken over de toekomstige situatie: Aard
bouw vrijstaande woning
Omvang en diepte
nog onbekend
Invloed op maaiveld en grondwater
negatief op maaiveld, geen invloed op grondwater
Toekomstig gebruik
vrijstaande woning
Toekomstige gebruiker
particulier
Tabel 2. De toekomstige situatie.
.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[24]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
3 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecif iceerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. Omdat het veldonderzoek uit 2007 uitsluitsel heeft gegeven over de aanwezigheid van een archeologische vindplaats, wordt het theoretische verwachtingsmodel bijge steld aan de hand van de resultaten van het veldonderzoek. Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Het meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. Jager-verzamelaars In de steentijd (paleolithicum t/m neolithicum) leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager -verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink)water bereikbaar.
Aangezien het plangebied 125 m van de grens tussen grondwatertrap VI en III (een zgn. nat -droog gradiënt waar op korte afstand water en een grote verscheidenheid aan planten en dieren voorhanden zijn) ligt, geldt voor het plangebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen (kampementen) van jager-verzamelaars (Paleolithicum t/m Neolithicum). Landbouwers Met de introductie van de landbouw (vanaf het neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mens en. De eerste akkergronden werden aangelegd op de van nature vruchtbaarste gronden. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. Aangezien het plangebied pas in de 17e eeuw ontgonnen is (hetgeen bete kent dat het gebied niet tot de beste landbouwgronden behoort) en uit de directe omgeving geen archeologische vindplaatsen van landbouwers bekend zijn, geldt er voor het plangebied een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen (nederzettingsterreinen) van landbouwers (Neolithicum t/m Late Middeleeuwen). Diepteligging en conservering Eventueel aanwezige archeologische resten worden aan de basis van het esdek of de bouwvoor verwacht.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[25]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Als gevolg van de goede ontwatering wordt verwacht dat alleen anorganisch materiaal en verbrand organisch materiaal bewaard is gebleven. Bijstelling Tijdens het veldwerk (karterend booronderzoek) zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Aangezien de ontginningsgeschiedenis van het plangebied tot in detail bekend is en tijdens het veldwerk geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen, wordt niet verwacht dat al gevolg van de geplande bouwwerkzaamheden waardevolle archeologische resten verstoord zullen worden.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[26]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie Het plangebied ligt op een hoger gelegen, redelijk goed ontwaterde rug die aan de zuidkant grenst aan het beekdal van de Achterste Stroom en aan de noordkant grenst aan de Voorste Stroom. Op deze rug zijn tot op heden geen archeologische resten aangetroffen. In de tijd dat ten noorden van de Voorste Stroom de eerste gronden werden ontgonnen, bleef het gebied rondom onderhavig plangebied onontgonnen. Het gebied werd wel gebruikt. Er werd waarschijnlijk onder andere hout gehaald, plaggen gestoken voor in de potstal en vee geweid. Als gevolg hiervan is de oorspronkelijke bosvegetatie uiteindelijk gedegenereerd tot een heidevegetatie. Het gebied wordt ook wel 'De Kleine Heide' genoemd. 'De Grote Heide' ligt ten zuiden van de Achterste Stroom. Vanaf het begin van de 17e eeuw is De Kleine Heide ontgonnen. Het plangebied maakte deel uit van ee n groot perceel dat in gebruik was als boerenerf met opstallen. In het plangebied zelf stond geen gebouw. Vanaf 1832 stond in het plangebied zelf een gebouw (dit gebouw was tot 1861 bewoond). In het plangebied heeft ook een kippenhok gestaan; onduidelijk is of dit kippenhok het zelfde gebouw betreft als het voormalige woonhuis. Tijdens het veldwerk zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.
Aan gezien de ontginningsgeschiedenis van het plangebied tot in detail bekend is en tijdens het veldwerk g een archeologische indicatoren zijn aangetroffen, wordt niet verwacht dat al gevolg van de geplande bouwwerkzaamheden archeologische resten verstoord zullen worden.
4.2 Advies Vanwege het naar hoge waarschijnlijkheid ontbreken van archeologische resten in het plangebied wordt geadviseerd het plangebied vrij te geven voor de geplande woningbouw.
4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Oisterwijk, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[27]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Literatuur Berendsen, H.J.A., 2000. Landschappelijk Nederland. Van Gorcum, Assen. Brinkkemper, O., e.a. (redactie), 1998. Handboek ROB-specificaties. Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, Amersfoort. Bruineberg, M.M., & J.J.G. Geraeds, 2006. Archeologisch bureauonderzoek Voorste Stroom. Herinrichting Voorste Stroom, gemeente Oisterwijk. Grontmij Archeologische Rapporten 275. Grontmij. Roermond. Dijkstra, J & M. Spanjer, 2000. Oisterwijk de Weijenbergh. ADC Rapport 58. ADC, Bunschoten. Ellenkamp, R, 2005. Plangebied Lissabon, gemeente Oisterwijk. Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. RAAP-notitie 1451. RAAP, Weesp. Gemeente Oisterwijk, z.d. Beleidsplan archeologie. Moonen, B., 2007. Plangebied Merodelaan te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (karterende fase). RAAP-notitie 2170. RAAP, Weesp. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. ROBAS Producties, 1989. Historische Atlas Noord -Brabant, schaal 1:25000. ROBAS Producties, Den Ilp. SIKB, 2016. Beoordelingsrichtlijn Archeologie. BRL SIKB 4000. SIKB, Gouda. Sprengers, N., 2009. Herinrichting Voorste Stroom, gemeente Oisterwijk: archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden. RAAP-rapport 1915.
RAAP, Weesp. Stiboka, 1985. Bodemkaart van Nederland, schaal 1: 50.000. Toelichting bij het kaartblad 50 Oost Tilburg en 51 West Eindhoven. Stichting voor Bodemkartering, Wageningen. Stiboka/RGD, 1977. Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Blad 51 Eindhoven. Staring Centrum/Rijks Geologische Dienst, Wageningen/Haarlem. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen, M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek: deel: karterend booronderzoek, versie 2.0. SIKB, Gouda. Weerts, H., J. Schokker, K. Rijsdijk & C. Laban, 2006. Geologische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht. Koomen, A.J.M. & G.J. Maas, 2004. Geomorfologische kaart Nederland (GKN). Achtergronddocu ment bij het landsdekkende digitale bestand. Alterra-rapport 1039, Wageningen.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[28]
Plangebied Merodelaan te Oisterwijk te Oisterwijk, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Overzicht van Bijlagen Bijlage 1. Tijdschaal. Bijlage 2. Geraadpleegde bronnen. Bijlage 3. Bestemmingsplan. Bijlage 4. Boringen. Bijlage 5. Rapport uit 2007.
RAAP-rapport 3838 / versie 28-03-2019
[29]
Bijlage 1. Tijdschaal
Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen
Geologische kaart van NL Geomorfologische kaart van NL
x x
Gedetailleerde bodemkaarten
x
DINO
x
Gegevens milieukundig bodemonderzoek
x
Actueel Hoogtebestand Nederland
x
Lucht- en satellietfoto’s
x
Topografische kaart van Nederland
x
Oud(st)e kadasterkaarten Historische kaarten van Nederland
x x
Beeldmateriaal bouwhistorie
x
Archeologische en cultuurhistorische rapportages
x
Archieven (RAAP)
x
Eigenaar en gebruiker
x
AMK
x
ARCHIS
x
CMA
x
CAA
x
CHW
x
Literatuur (arch./aardwet.)
x
Gebiedsgerichte specialisten
x
Amateurarcheologen
x
Gemeentelijke waarden- of verwachtingskaart Archeologisch depot
x x
relevante informatie
Bevat geen (nieuwe)
x
Niet beschikbaar voor dit plan-/onderzoeksgebied
Bodemkaart van NL
Geraadpleegd, niet afgebeeld
Bron
Geraadpleegd en afgebeeld/beschreven
LS03 en LS04, motivatie voor de keuze van de geraadpleegde bronnen (+ indien van toepassing)
Opmerking
Oisterwijk Buitengebied Regels Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 4 Agrarisch met waarden - Landschap, natuur en cultuurhistorie - 1 Plan:
Oisterwijk Buitengebied
Status:
vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan IMRO-idn: NL.IMRO.0824.BPbuitengebied2010-0002
Toelichting
Regels
Begin
Vorige
Volgende
Omhoog
Artikel 4 Agrarisch met waarden - Landschap, natuur en cultuurhistorie - 1
4.1 Bestemmingsomschrijving
4.2 Bouwregels
4.3 Afwijken van de bouwregels
4.4 Specifieke gebruiksregels
4.5 Afwijken van de gebruiksregels
4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
4.7 Wijzigingsregels
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor Agrarisch met waarden – Landschap, natuur en cultuurhistorie - 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. de uitoefening van grondgebonden agrarische bedrijven;
b. behoud, versterking en ontwikkeling van aanwezige landschaps-, natuur en cultuurhistorische waarden;
en tevens voor:
c. ter plaatse van de aanduiding 'aquacultuur': aquacultuur;
d. ter plaatse van de aanduiding 'ecologische verbindingszone': een zoekgebied voor een ecologische verbindingszone;
e. ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij': intensieve veehouderij als hoofdtak;
f. ter plaatse van de aanduiding 'modelvliegtuigbaan': een modelvliegtuigbaan;
g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - neventak intensieve veehouderij': intensieve veehouderij als neventak;
h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - permanente teeltondersteunende voorzieningen': permanente teeltondersteunende voorzieningen;
i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - beekherstel': het herstel van natuur- en landschapswaarden en de natuurlijke waterloop van de beek;
j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - restaurant': een restaurant;
k. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - natuurhutten': verblijfsrecreatie in natuurhutten;
l. ter plaatse van aanduiding 'verblijfsrecreatie': ten hoogste 6 verblijfsrecreatieve eenheden met bijbehorende voorzieningen voor dienstverlening en beheer;
m. ter plaatse van de aanduiding 'waterberging': voor de bescherming en het veilig stellen van het waterbergend vermogen van de inundatiegebieden;
n. de uitoefening van nevenfuncties, ondergeschikt aan het agrarische bedrijf met inachtname van 4.4 en 4.5;
o. de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen;
p. aan de bestemming ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende recreatieve fiets- en wandelpaden en voorzieningen;
q. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groenelementen, (natuurvriendelijke) oevers, water, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen.
4.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 4.2.1 Binnen het bouwvlak
a. binnen bouwvlakken mogen worden gebouwd: o
1. gebouwen, kassen, teeltondersteunende voorzieningen en voorzieningen voor opslag - voor zover de opslagvoorziening is aan te merken als bouwwerk, geen gebouw zijnde; met dien verstande dat op de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geen gebouwen' geen gebouwen zijn toegestaan;
o
2. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
b. tenzij anders is aangegeven, is per bouwvlak ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan met dien verstande dat een binnen een bouwvlak reeds aanwezige woning als bedrijfswoning wordt aangemerkt;
c. de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en / of de inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedragen ten hoogste:
bouwwerk
goothoogte bouwhoogte
oppervlakte / inhoud
bedrijfswoning (inclusief aan- en uitbouwen)
7m
11 m
750 m³
bijgebouwen bij een bedrijfswoning, inclusief overkappingen
3,5 m
6m
100 m²
silo's (met uitzondering van mestopslagruimten)
12 m
mestopslagruimten als zelfstandige bouwwerken
6m
biomassa- en mestvergistingsinstallaties
2.500 m³
6m
10 m
verblijfsrecreatieve eenheden met voorzieningen voor dienstverlening en beheer op de gronden met de 7m aanduiding'verblijfsrecreatie'
11 m
210 m2
bedrijfsgebouwen ten behoeve van de intensieve veehouderij op de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 5'
7m
11 m
3.149 m2
bedrijfsgebouwen ten behoeve van de intensieve veehouderij op de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 6'
7m
11 m
1.061 m2
bedrijfsgebouwen ten behoeve van de intensieve veehouderij op de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 7'
7m
11 m
902 m2
bedrijfsgebouwen ten behoeve van de intensieve veehouderij op de gronden met de aanduiding
7m
11 m
1.196 m2
'specifieke bouwaanduiding - 8' bedrijfsgebouwen ten behoeve van de intensieve veehouderij op de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 9'
7m
11 m
12.277 m2
bedrijfsgebouwen ten behoeve van de intensieve veehouderij op de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 10'
7m
11 m
588 m2
bedrijfsgebouwen ten behoeve van de intensieve veehouderij op de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 11'
7m
11 m
1.686 m2
bedrijfsgebouwen ten behoeve van de intensieve veehouderij op de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 12'
7m
11 m
4.063 m2
overige bedrijfsgebouwen en overkappingen
7m
11 m
erf- of terreinafscheidingen
2m
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
6m
d. de goothoogte van bedrijfswoningen mag worden overschreden door dakkapellen, indien: o
1. de afstand tot de dakvoet, de nok en de zijkanten van het dakvlak ten minste 0,5 meter bedraagt;
o
2. de bouwhoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, ten hoogste 1,5 meter bedraagt;
o
3. de breedte van dakkapellen aan de voor- of zijkant van het hoofdgebouw ten hoogste 50% van het dakvlak bedraagt;
o
4. de breedte van dakkapellen aan de achterkant van het hoofdgebouw ten hoogste 70% van het dakvlak bedraagt;
e. de afstand van gebouwen en / of voorzieningen voor opslag – voor zover aan te merken als bouwwerk, geen gebouw zijnde - tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 5 meter;
f. de afstand van kassen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 3 meter;
g. de gezamenlijke oppervlakte aan kassen, permanente tunnels of boogkassen bedraagt ten hoogste 1.000 m²per bouwvlak;
h. de gezamenlijke oppervlakte aan gebouwen en overkappingen ten behoeve van de neventak intensieve veehouderij op de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - neventak intensieve veehouderij' bedraagt ten hoogste 1.000 m² per bouwvlak;
i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - permanente teeltondersteunende voorzieningen' zijn uitsluitend terreinafscheidingen en permanente teeltondersteunende voorzieningen, met uitzondering van kassen, permanente tunnels en boogkassen, toegestaan.
4.2.2 Buiten het bouwvlak
a. buiten bouwvlakken zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan, met uitzondering van overkappingen en voorzieningen voor opslag;
b. in afwijking van het bepaalde onder a zijn op de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - natuurhutten' toegestaan: o
1. 10 verblijfsrecreatiegebouwen met een bouwhoogte van 4 meter en een oppervlakte van 60 m² per gebouw;
o
2. ondergeschikte gebouwen en overkappingen met een bouwhoogte van 3 meter en een gezamenlijke oppervlakte van 120 m²;
o
3. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde;
c. in afwijking van het bepaalde onder a is op de gronden met de aanduiding 'modelvliegtuigbaan' een verenigingsgebouw toegestaan met een vloeroppervlakte van 50 m2;
d. permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan;
e. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 meter;
f. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 6 meter.
4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Afwijking overschrijding bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 onder a voor de bouw van een gebouw of voorziening voor opslag, die de grenzen van het bouwvlak met ten hoogste 15 meter overschrijdt, met inachtneming van het volgende:
a. overschrijding is alleen toelaatbaar voor zover plaatsing op het bouwvlak niet mogelijk of doelmatig is en/of milieuwetgeving of wetgeving op het terrein van dierenwelzijn dit noodzakelijk maakt;
b. overschrijding van een bouwvlak met de aanduidingen 'intensieve veehouderij' of de aanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch - neventak intensieve veehouderij' is niet toegestaan;
c. afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen;
d. afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de landschaps-, natuur- en cultuurhistorische waarden;
e. voorzien wordt in een adequate landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van gemiddeld 3 meter;
f. medewerking wordt slechts verleend indien geen onevenredige gevolgen voor het waterbeheer optreden;
g. medewerking wordt slechts verleend als een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing.
4.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels:
a. paardenbakken zijn uitsluitend toegestaan: o
1. op of grenzend aan het bouwvlak;
o
2. grenzend aan bestemmingsvlakken van andere bestemmingen waar een woning toegestaan en aanwezig is;
b. bij een paardenbak is het gebruik maken van een geluidsinstallatie, of verlichting door middel van lichtmasten, niet toegestaan;
c. het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting of cyclische belichting in kassen is niet toegestaan, tenzij de kassen (gevel en dak) aan de binnenzijde volledig zijn afgeschermd tegen horizontale en verticale lichtuitstraling;
d. het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting of cyclische belichting in boog- en gaaskassen is niet toegestaan;
e. het gebruiken van een gebouw ten behoeve van het ontvangen of verlenen van mantelzorg is niet toegestaan;
f. permanente bewoning van verblijfsrecreatieve eenheden is niet toegestaan;
g. tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn slechts toegestaan voor een periode van minder dan 6 maanden per jaar;
h. het gebruik van voorzieningen voor opslag en installaties (waaronder biomassa- en mestvergistingsinstallaties), anders dan ten behoeve van het eigen agrarische bedrijf, is niet toegestaan;
i. het gebruik van meer dan één bouwlaag voor het houden van dieren is op de gronden met de aanduiding 'intensieve veehouderij' of 'specifieke vorm van agrarisch - neventak intensieve veehouderij' niet toegestaan met uitzondering van het houden van legkippen in een volière- of scharrelstal waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden;
j. voorzieningen voor opslag, niet zijnde bouwwerken, zoals mestbassins en bassins voor de opslag van andere stoffen zoals water, zijn buiten bouwvlakken niet toegestaan;
k. erfverhardingen zijn buiten bouwvlakken niet toegestaan;
l. aan-huis-gebonden beroepen zijn in de bedrijfswoning (inclusief aan- en uitbouwen) en in bijgebouwen bij de bedrijfswoning toegestaan; de vloeroppervlakte ten behoeve van aanhuis-gebonden beroepen bedraagt ten hoogste 40% van de vloeroppervlakte van bedrijfswoning en bijbehorende bijgebouwen met een maximum van 80 m²;
m. met betrekking tot de toegestane nevenfuncties, zoals genoemd in 4.1 onder n, is tabel 4.1 van toepassing, met dien verstande dat: o
1. uitsluitend de genoemde nevenfuncties zijn toegestaan waarbij uitsluitend de bestaande, binnen het bouwvlak gelegen bebouwing – al dan niet met inpandige bouwactiviteiten - benut mag worden tot de omvang zoals vermeld in tabel 4.1;
o
2. nevenfuncties aangeduid met een + op de betreffende gronden rechtstreeks zijn toegestaan;
o
3. voor nevenfuncties aangeduid met een O of O* het bepaalde in 4.5.2, 4.5.3 en 4.5.4 van toepassing is;
o
4. nevenfuncties aangeduid met een O* uitsluitend op percelen met monumenten of cultuurhistorische waardevolle gebouwen, zoals opgenomen in bijlage 4 behorende bij de regels, zijn toegestaan;
o
5. nevenfuncties aangeduid met een – op de betreffende gronden niet toegestaan zijn;
o
6. per nevenfunctie is aangegeven in welke 'wro-zone - ontheffingsgebied' deze is toegestaan;
o
7. bij een combinatie van nevenfuncties mag de bestaande bebouwing ten behoeve van de nevenfuncties worden benut tot de totaal opgetelde maximum oppervlakte van de betreffende nevenfuncties aangegeven in tabel 4.1, tot een maximum van 500 m², met dien verstande dat bij een combinatie van opslag en stalling van nietagrarische producten, goederen en werktuigen met andere nevenfuncties, ten hoogste 1.000 m² van de bestaande bebouwing ten behoeve van de nevenfuncties mag worden benut.
Tabel 4.1.
nevenfunctie
op de gronden met op de gronden met de aanduiding de aanduiding op de maximale omvang 'wro-zone 'wro-zone overige binnen bestaande ontheffingsgebied ontheffingsgebied gronden bebouwing 5.2 ' 6.1 '