CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-66D Visie Buitengebied - bijlage 1 Reactienota

RAAD 29 september 2022, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-66D Visie Buitengebied15.254 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Reclamant 11 Reclamant vraagt aandacht voor het volgende punt: 11.1 EVZ deel Achterste Stroom Het is opvallend dat een deel van de Achterste Stroom, tussen de Wierdsmalaan en de Gemullenhoekenweg ter hoogte van het populierenbos niet als ‘EVZ (deels) te realiseren’ is aangeduid. Het gaat toch om een verbinding en er zou op voorhand in een Visie geen schakel moeten ontbreken. Bovendien geeft de legenda-omschrijving aan dat het om deels te realiseren gaat. Het is mij bekend dat provinciaal beleid dit stuk (om onverklaarbare reden) ook niet aanduidt, maar voor een gemeentelijke Visie is het vreemd om nu zo maar een stuk weg te laten. Het zou logisch zijn om ook ter plekke van het populierenbos de Stroom rood te stippelen. Beantwoording: Bij de weergave op kaart is inderdaad het provinciale beleid gevolgd. Het ontbreken van de ecologische verbindingszone hier heeft te maken met het feit dat het populierenbos reeds een bestemming Natuur heeft. Er is hier een brede zone waarlangs dieren kunnen migreren. Een ecologische verbindingszone hoeft daarom niet meer afzonderlijk te worden aangegeven.

Reclamant 12 Reclamant vraagt aandacht voor de volgende punten: 12.1 Bebouwingsconcentraties - Hoe zijn de bebouwingsconcentraties vastgelegd? Het is onduidelijk hoe tot de keuze is gekomen. - Wat worden de mogelijkheden in deze gebieden?

Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022

21

Beantwoording: Voor een onderbouwing van de wijze waarop de bebouwingsconcentraties zijn bepaald, wordt verwezen naar paragraaf 3.7 onder a). Verder zijn er onder voorwaarden binnen een aangeduide bebouwingsconcentratie ruimte-voor-ruimtewoningen of vergelijkbaar toegestaan. Dit mits er sprake is van een planologisch aanvaardbare locatie. De ‘verruimde’ mogelijkheden zijn hierbij dus in principe gefixeerd op nieuwe ruimte-voor-ruimtewoningen of vergelijkbaar.

Reclamant 13 Reclamant vraagt aandacht voor het volgende punt: 13.1 Kavelgrens Op de kaart voor het thema ‘Wonen en bedrijvigheid’ staat de kavelgrens van het perceel aan de Oirschotsebaan 60 verkeerd ingetekend. Beantwoording: Kadastrale grenzen worden op de kaart voor het thema ‘Wonen en bedrijvigheid’ niet weergegeven. Wel zijn indicatief de gronden aangeduid die op grond van het geldende bestemmingsplan voor het buitengebied een woonbestemming kennen. Van verkeerd ingetekende kadastrale perceelsgrenzen is dan ook geen sprake.

Reclamant 14 Reclamant vraagt aandacht voor de volgende punten: 14.1 Ambities landschap en cultuurhistorie Oisterwijk wil ‘waardevolle patronen’ behouden d.m.v. beschermende regelingen en herstel. Welke regelingen worden hier precies bedoeld en wat voor zaken wil en kan de gemeente gaan herstellen bij zandpaden? Beantwoording: Beschermende regelingen voor zandpaden zijn opgenomen in het bestemmingsplan voor het buitengebied onder de bestemming Verkeer – Cultuurhistorische waarden. Tijdens de thema-sessies is aangegeven dat zandpaden eigenlijk breder beschouwd moeten worden, inclusief de begeleidende bermen, sloten en begroeiing. Bij het herstel van zandpaden – bijvoorbeeld als gaten gedicht worden – zal breder bekeken worden of ook herstel van deze begeleidende structuren mogelijk is ten gunste van de cultuurhistorische- en natuurwaarden. 14.2 Kaart klimaat en duurzaamheid Op de kaart zijn nabij de Hoge Raam in Haaren gronden aangeduid die kwetsbaar zouden zijn voor hittestress. Hier lijkt een fout ingeslopen te zijn, aangezien dit voor twee percelen niet kan worden gevolgd. Daarom de vraag: hoe wordt hittestress risico bepaald? Beantwoording: Zie de beantwoording onder 1.1. 14.3 Kaart landschap en cultuurhistorie In Haaren ontbreken nog 4 zandpaden: - Verbinding Oude Baan naar Vogelenzang; - Verbinding Vogelenzang naar Mgr.

Zwijssenstraat; - Verbinding Oude Baan naar de milieustraat aan de Helvoirtseweg; - Verbinding van Zandbaan 3 met de Kantstraat.

Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022

22

Beantwoording: De kaarten zijn indicatief, waarbij is uitgegaan van de informatie uit het bestemmingsplan Buitengebied. Ten behoeve van de cultuurhistorische waardenkaart en straks ook een nieuw omgevingsplan zal dit nader geïnventariseerd worden, wij zullen deze informatie hierbij meenemen.

Reclamant 15 Reclamant vraagt aandacht voor de volgende punten: 15.1 Algemeen In zijn algemeenheid zijn de kaarten door de wijze van tekening qua ondergrond lastig herleidbaar welke aanduidingen exact op welke gronden liggen. Dat zou wel fijn zijn, indien er t.z.t. beleidsmatige consequenties worden verbonden aan de ligging in bepaalde functies. Wellicht dat er bijvoorbeeld toch nog een soort topografische onderlaag kan worden gebruikt. Beantwoording: In deze visie is niet beoogd een exacte begrenzing, op perceelsniveau, te geven. De Visie buitengebied is een ambitiedocument waarbij het nadrukkelijk niet de bedoeling is hieraan locatie specifieke beleidsconsequenties te verbinden. Juist om te voorkomen dat dit toch zou gebeuren is er gekozen voor een globale ondergrond. Op het moment dat er nadere beleidsmatige consequenties worden verbonden aan de ligging in bepaalde functies zal op dat moment ook nader bekeken worden waar de exacte begrenzing van die functies dient te liggen. Dit is bijvoorbeeld aan de orde op het moment dat er een nieuw omgevingsplan wordt opgesteld. 15.2 Kaart klimaat & duurzaamheid Op de kaart voor het thema klimaat & duurzaamheid zijn gronden aangeduid als ‘Gebied kwetsbaar voor hittestress’. Waar zijn deze gebieden op gebaseerd? Bij meerdere percelen kan dit niet worden gevolgd. Beantwoording: Zie de beantwoording onder 1.1.

15.3 Kaart landbouw De aangeduide landbouwbedrijven zijn verre van compleet. Op basis van een eerste inschatting lijkt het zo te zijn dat alleen veehouderijen zijn opgenomen als een landbouwbedrijf. Alle landbouwbedrijven, niet zijnde, veehouderijen ontbreken nu op de kaart. Beantwoording: Het is inderdaad correct dat op de kaart voor het thema landbouw alleen de veehouderijbedrijven zijn opgenomen. Dit onder meer om de geurcirkels en de fijnstofemissie in kaart te brengen in het kader van gezondheid en leefbaarheid. De verklaring in de legenda lijkt inderdaad te insinueren dat dit om alle landbouwbedrijven gaat. Dat is niet correct. Conclusie: De verklaring in de legenda wordt aangepast van ‘locatie landbouwbedrijf’ naar ‘locatie veehouderijbedrijf’.

Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022

23

15.4 Kaart recreatie en toerisme Ook de functies op de kaart voor het thema toerisme en recreatie lijken niet volledig kloppend. In bepaalde gevallen wordt verblijfsrecreatie aangegeven terwijl het gaat om andere functies. Het verzoek om hier goed naar te kijken. Beantwoording: De aanduiding van de bestemming ‘Recreatie - Verblijfsrecreatie’ op de kaart voor het thema recreatie en toerisme is inderdaad niet altijd correct. Dit omvat niet alleen gronden die zijn bestemd als ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’, maar ook gronden die een reguliere recreatiebestemming kennen. Conclusie: De verklaring in de legenda wordt aangepast van bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ naar bestemming ‘Recreatie’. 15.5 Ambities per thema Voor de VAB’s staat dat er duidelijke kaders worden geboden voor het hergebruiken van VAB’s. Hierbij wil ik echter verzoeken om naast duidelijkheid, ook, waar mogelijk, ruimte te houden voor maatwerk. Immers, elke VAB heeft zijn eigen achtergrond, waardoor het ook passend kan zijn om bij bepaalde redenen toch af te wijken van vaste kaders. Beantwoording: Zoals bij meerdere thema’s naar voren kwam, was ook in het geval van VAB’s aan de orde dat men enerzijds op zoek is naar flexibiliteit en ruimte om te ontwikkelen en anderzijds naar eenduidige kaders.

Voor VAB’s is daarom besloten om diverse algemene uitgangspunten voor herbestemming van VAB-locaties op te nemen. Deze algemene uitgangspunten fungeren als flexibel beleidskader voor herbestemming van VAB-locaties. Op deze manier worden er toch enkele kaders geboden en blijft er ruimte voor maatwerk.

Reclamant 16 Reclamant vraagt aandacht voor de volgende punten: 16.1 Recreatie en toerisme Klein Oisterwijk en Heidepark Oisterwijk liggen in het ‘buitengebied/gemiddelde dynamiek’ en in het ‘zoekgebied leisure-ontwikkeling intensief’. Het Streekpark ligt daarnaast in het gebied ‘concentratie van toeristische en recreatieve voorzieningen’. Kan het gebied ‘concentratie van toeristische en recreatieve voorzieningen’ verder naar het zuiden worden doorgetrokken, zodat ook de locatie van het Heidepark daarbinnen valt. In het beleidsdocument is overigens geen specifiek beleid voor het concentratiegebied geformuleerd. Heeft het daarom vooral een signaalfunctie? Verder staat er dat nieuwvestiging alleen mogelijk is in een gebied met een hoge dynamiek. Worden hiermee de zoekgebieden leisure-ontwikkeling intensief bedoeld? Er zijn alleen gebieden met een lage en gemiddelde dynamiek aangeduid, niet met een hoge dynamiek. Het Heidepark ligt in een gebied met een gemiddelde dynamiek. Het is hierdoor op grond van de kaart niet duidelijk dat de beoogde locatie voor het Heidepark aansluit bij het beleid uit de visie. Beantwoording: Op korte termijn wordt het huidige gemeentelijke recreatiebeleid herzien en wordt er een nieuwe toeristische visie opgesteld.

De Visie buitengebied bevat daarom voornamelijk enkele algemene en ruimtelijke ambities die in de nieuwe toeristische visie een nadere uitwerking kunnen krijgen. Voor zover de huidige beleidskaders nog altijd een goed uitgangspunt vormen, zijn deze ook in deze Visie buitengebied opgenomen. Het

Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022

24

voorgaande geldt zowel voor de aanduiding ‘concentratie van toeristische en recreatieve voorzieningen’ op de visiekaart, alsook voor de zonering. Bovendien heeft de aanduiding ‘concentratie van toeristische en recreatieve voorzieningen’ inderdaad uitsluitend een signaalfunctie. Het is niet zo dat binnen deze aanduiding ruimere ontwikkelingsmogelijkheden worden geboden. De gronden die op grond van de zonering zijn aangeduid met een hoge dynamiek zijn inderdaad de gronden die voorzien zijn van de aanduidingen ‘zoekgebied leisureontwikkeling extensief’ en ‘zoekgebied leisure-ontwikkeling intensief’. Ter verduidelijking wordt in de legenda aangegeven dat dit de gronden met een hoge dynamiek betreffen. De locatie voor het Heidepark Oisterwijk is dan ook binnen de zone met een hoge dynamiek gelegen. Nieuwvestiging wordt in principe alleen toegestaan binnen de zone met een hoge dynamiek. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen extensief en intensief. Binnen de gronden voorzien van de aanduiding intensief is nieuwvestiging van verblijfsrecreatie onder voorwaarden toegestaan. Binnen de zone extensief ligt de focus meer op dagrecreatie en minder op verblijfsrecreatie.

Conclusie: De legenda van de visiekaart voor het thema toerisme en recreatie wordt naar aanleiding van bovenstaande reactie aangepast zodat helder is welke gronden op grond van de zonering zijn aangeduid als hoge dynamiek. 16.2 Klimaat en duurzaamheid Voor wat betreft grondgebonden zonnepanelen worden voorwaarden gesteld met betrekking tot onder andere landschappelijke inpassing. Wat betekent dit voor het bestaande veld met zonnepanelen bij het Streekpark wanneer dat bijvoorbeeld wordt verplaatst of anderszins gewijzigd? Beantwoording: Dat is afhankelijk van de mate van verplaatsing of wijziging. Een goede landschappelijke inpassing is in principe altijd een vereiste. 16.3 Landbouw Ten aanzien van het jonge heideontginningsgebied wordt gesteld dat de agrarische sector hier prevaleert boven andere ontwikkelingen. Beide parken liggen in dit gebied. Dient er geen nuancering te worden aangebracht dat ontwikkelingen op basis van andere thema’s (zoals recreatie en toerisme) wel degelijk mogelijk zijn in deze gebieden zonder dat deze ontwikkelingen hoeven te conflicteren met landbouw? Beantwoording: In tegenstelling tot gesteld wordt, zijn de locaties van het Streekpark Oisterwijk en het Heidepark Oisterwijk niet gelegen binnen de gronden die zijn aangeduid als ‘Primair agrarisch gebied’.

Reclamant 17 Reclamant vraagt aandacht voor de volgende punten: 17.1 Wonen en bedrijvigheid Op diverse locaties wordt het mogelijk gemaakt dat er uitbreiding komt m.b.t. wonen, vooral Ruimte voor Ruimte wordt hierin vernoemd. Gelet op de druk in ons buitengebied, is het belangrijk dat hier strakke voorwaarden aan gesteld worden. Ruimte voor Ruimte hoofdzakelijk inzetten als er sprake is van beëindiging veehouderij-locaties. Het bouwen zou uitgevoerd moeten worden in lijn van de bestaande bebouwing. Niet zoals in Laag-

Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022

25

Heukelom, haaks op bestaande bebouwing. Het cultuurlandschap wordt op deze manier niet doorsneden zoals nu in Laag-Heukelom helaas een feit is. Voor het inpassen/afronden van bebouwing (woning/woonwijk), zou een landschapsplan waarin te zien is dat e.e.a. goed landschappelijk ingepast wordt met beplanting, als voorwaarde opgenomen dienen te worden in de Visie buitengebied. Op deze manier wordt er eer gedaan aan het bestaande landschap. Beantwoording: Zoals eerder is aangegeven, worden er ten opzichte van de huidige visie bebouwingsconcentraties drie nieuwe bebouwingsconcentraties aangeduid en wordt één bestaande bebouwingsconcentratie enigszins uitgebreid. Hierbij wordt niet langer op perceelsniveau aangegeven waar een ontwikkeling mogelijk is, maar wordt per geval de afweging gemaakt of sprake is van een planologisch aanvaardbare locatie. In de afweging of sprake is van een planologisch aanvaardbare locatie worden ook aspecten als de bestaande ruimtelijke en landschappelijke structuur, doorzichten en bebouwing betrokken. Verder moet hierbij sprake zijn van een kwaliteitsverbetering van het landschap en van een zorgvuldige en adequate landschappelijke inpassing.

Conclusie: Ook al geldt op grond van provinciaal beleid de verplichting dat sprake moet zijn van een kwaliteitsverbetering van het landschap, wordt in de Visie nog nadrukkelijker benoemd dat in geval van elke ruimte-voor-ruimte-ontwikkeling of vergelijkbaar sprake moet zijn van een zorgvuldige en adequate landschappelijke inpassing.

Reclamant 18 Reclamant vraagt aandacht voor de volgende punten: 18.1 Landschap en cultuurhistorie a) Er wordt gesteld dat de beekdalen open gehouden worden door deze te reserveren voor waterberging en extensieve functies. Hier ontbreekt ons inziens de functie die beekdalen ook hebben als ecologische verbindingszones voor tal van dieren tussen de verschillende natuurgebieden. Ervaringen vanuit het verleden leren ons dat de gemeente Oisterwijk niet altijd hiernaar handelt, bijv. kijkend naar de bouw in het dal van De Reusel als de Rosep. Voor ons is het begrip ‘extensieve functies’ niet duidelijk. b) Kunt u aangeven wat er precies met ‘duurzame bomenteelt’ bedoeld? Betreft het hier boomteelt waarbij gewerkt wordt met keurmerken? En zo ja, welke worden hier dan bedoeld? c) De huidige landgoederen hebben in onze ogen weinig ‘nieuwe natuur’ opgeleverd. Wij vragen u bij nieuwe landgoederen meer aandacht te besteden aan een goede balans tussen de ruimtelijke ontwikkeling en de natuurontwikkeling. Daarnaast vragen wij ook aandacht om andere opgaven te koppelen aan nieuwe landgoedontwikkeling. Hierbij valt te denken aan klimaatadaptatie, energieneutraal en natuurinclusief bouwen. Beantwoording: a) De beekdalen hebben inderdaad ook een belangrijke functie als ecologische verbindingszone. In de samenvatting / integratieschema ambities achterin de visie is dit verband aangegeven.

Hieruit blijkt dat de ambitie om de beekdalen te reserveren voor waterberging en extensieve functies versterkend werkt voor de natuurwaarden in de beekdalen. Met extensieve functies worden onder andere extensieve vormen van recreatie zoals wandelen, maar ook extensieve landbouw bedoeld. b) Een boomkwekerij dient te voldoen aan wet- en regelgeving omtrent duurzaamheid en milieu. Verduurzaming is vaak mogelijk met gewasbescherming, waterverbruik, verbetering bodemkwaliteit, energietransitie, etc.

Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022

26

c) In de Visie wordt aangegeven dat onder voorwaarde wordt ingezet op landgoedontwikkeling, waarbij de meerwaarde en het landschap centraal staan en de woningen dienen hieraan ondergeschikt te zijn. Het is aan initiatiefnemers om met nieuwe plannen te komen die aan deze voorwaarden voldoen, waarop door de gemeente een integrale afweging kan worden gemaakt om al dan niet medewerking hieraan te verlenen. De genoemde aspecten worden daarbij ook meegewogen (onder andere via het integraal afwegingskader woningbouwprojecten). Conclusie: In de Visie buitengebied is achterin een samenvattend schema opgenomen waaruit blijkt hoe de verschillende ambities met elkaar interacteren. 18.2 Natuur en biodiversiteit a) Complimenten voor het nastreven van de basiskwaliteit natuur. Een belangrijke vraag is, of de gemeente bereid is een nulmeting te laten uitvoeren om de stand van zaken m.b.t. de basiskwaliteit te onderzoeken en vast te leggen. Alleen op die manier komen we tot een gezamenlijk vertrekpunt en zijn we beter in staat gericht maatregelen te nemen. Bij het betrekken van inwoners bij natuurontwikkeling werken wij graag aan mee. b) Hier vinden wij terug wat wij eerder over beekdalen opmerkten. Wij zijn verheugd dat de gemeente en het waterschap samen optrekken om de ecologische verbindingszones te realiseren.

Beantwoording: a) Graag gaan we met de reclamant in overleg hoe een dergelijke nulmeting eruit zou moeten zien en waar die precies op gericht zou moeten zijn. b) Zie 18.1 onder a). 18.3 Landbouw Wij maken ons zorgen over de groei van de boomteelt en de toename van de containervelden waardoor het landschap steeds verder verrommelt. Beantwoording: Door een vergroot maar wel begrensd boomteeltontwikkelingsgebied aan te geven, streven we naar concentratie van containerteelt. Over het boomteeltontwikkelingsgebied gaan we nader met de sector in overleg en in dat kader zal ook nader onderzocht worden welke regelingen er mogelijk zijn om ontwikkelingen in de juiste richting te sturen. 18.4 Wonen en bedrijvigheid Wat betreft landgoedontwikkeling verwijzen wij naar eerdere opmerkingen. Op dit moment zijn ons inziens woningen in de nieuwe woonvormen helaas en zeker niet ondergeschikt aan de natuur. Wij vragen u dan ook ons te informeren hoe dit in de praktijk in zijn werk zal moeten gaan. Beantwoording: Ten aanzien van landgoedontwikkeling is de ambitie geformuleerd om hier in de toekomst onder voorwaarden op in te blijven zetten. Echter, hierbij wordt gestreefd om kritischer te kijken naar de meerwaarde voor natuurontwikkeling en het landschap. De woningen dienen hieraan ondergeschikt te zijn.

Bij de toetsing van de plannen zal dan ook meer focus komen te liggen op natuurontwikkeling en de meerwaarde voor het landschap. Daarnaast is er meer aandacht voor het vastleggen van de verplichtingen, zoals het (volledig) uitvoeren van het landschapsplan en bijbehorende natuurontwikkeling.

Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022

27

Reclamant 19 Reclamant vraagt aandacht voor de volgende punten: 19.1 Kaart Toerisme en recreatie De volgende opmerkingen worden geplaatst bij de kaart voor het thema toerisme en recreatie: a) Een deel van de als verblijfsrecreatie bestempelde percelen (geel) zijn dat volgens de reclamant niet. Dit geldt o.a. voor de maneges en de Reuselhoeve; b) Een deel van de verblijfsrecreatieve percelen zijn bestempeld als verblijfsrecreatie uit het bestemmingsplan Verblijfsrecreatieterreinen, maar behoren daar volgens de reclamant niet toe; c) Een aantal horecalocaties in Haaren staat niet op de kaart. Komt dat doordat ze niet bij het buitengebied horen? Dit geldt ook voor horeca Speijck aan de Bosweg in Oisterwijk; d) Op de kaart staan diverse kleine gele stippen/verblijfsrecreatie. Onbekend is welke bedrijven dat zijn. Zijn dit losse huisjes? e) Het ontbreken van agrotoeristische initiatieven op de kaart zorgt (net als het ontbreken van een ambitie m.b.t. agrotoerisme) ervoor dat het beeld van de toeristische recreatieve sector niet volledig is. De opname van initiatieven als stip op de kaart of benoeming als groep ondervangt dit en zorgt dat ze zichtbaar zijn. Beantwoording: a) De duiding bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ op de legenda is inderdaad niet correct. Dit dient bestemming ‘Recreatie’ te zijn.

Dit betreffen inderdaad niet alleen percelen die bestemd zijn voor verblijfsrecreatie, maar ook percelen waar onder meer dagrecreatie en een manege zijn toegestaan; b) Het klopt inderdaad dat een aantal locaties ten onrechte is aangeduid als ‘Bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ uit het bestemmingsplan Verblijfsrecreatieterreinen’. Dit dient ‘Bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ te zijn; c) Op de kaart worden alleen zaken aangeduid die zijn gelegen in het buitengebied. Voor zover een horecabestemming is gelegen binnen het stedelijk gebied, worden deze niet weergegeven op de kaart; d) Er is voor gekozen om onder meer de bestemmingen ‘Horeca’, ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ en ‘Dagrecreatie’ weer te geven op de kaart. Dit om een idee te krijgen van de spreiding van deze functies in het buitengebied. Bovendien zijn deze bestemmingen inzichtelijk middels de vigerende bestemmingsplannen. e) Agrotoeristische initiatieven zijn als nevenfuncties toegestaan bij agrarische bedrijven. Een deel daarvan is conform het geldende bestemmingsplan rechtstreeks toegestaan en een ander deel na verlening van een omgevingsvergunning. Dit maakt dat het erg lastig is om inzichtelijk te maken waar sprake is van dergelijke initiatieven.

Daarom is besloten om alleen in het geval van een hoofdfunctie gericht op recreatie en toerisme dit weer te geven op de kaart en niet in het geval van nevenfuncties ondergeschikt aan de hoofdfunctie. Conclusie: Naar aanleiding van het bovenstaande worden aanpassingen op de kaart voor het thema toerisme en recreatie doorgevoerd. 19.2 Ambities Toerisme en recreatie De volgende opmerkingen worden geplaatst bij de ambities voor het thema toerisme en recreatie: a) Nog nadrukkelijker aandacht en perspectief voor het bestaande toeristischrecreatieve aanbod. Behalve behoud, vinden wij het van belang dat de bestaande bedrijven gestimuleerd worden in hun ontwikkeling, zodat de kwaliteit op niveau kan blijven en op marktvragen kan worden geanticipeerd.

Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022

28

b) Niet alleen inzet op behoud van evenementen in het buitengebied, maar ook op het bevorderen van evenementen door goede/betere randvoorwaarden en oplossingen voor knelpunten. c) De ambitie m.b.t. de zonering vraagt om een duidelijkere toelichting en koppeling aan uitvoeringskansen. Wat we nu ervaren is dat ontwikkelingen ook in gebieden met hoge dynamiek moeizaam zijn. Het werken met zonering moet van toegevoegde waarde zijn bij de afweging en realisatie van plannen. Bij de zone ‘hoge dynamiek’ en het begrip ‘intensief’ wordt alleen over verblijfsrecreatie gesproken. Wat betekent dit voor dagrecreatie en horeca? d) Omschrijving en definiëring van begrippen. Begrippen als intensief/extensief, kleinschalige ontwikkelingen en hoge /gemiddelde/lage dynamiek etc. kunnen breed worden geïnterpreteerd en vragen om een duidelijke afbakening. e) Een ambitie m.b.t. agrotoerisme ontbreekt, terwijl dit een actueel en belangrijk thema is binnen de toeristisch-recreatieve (en agrarische) sector. Ook op de kaart zijn de huidige agrotoeristische initiatieven niet opgenomen. Hierdoor is er een onvolledig beeld van het totale toeristische aanbod (hoofd- en nevenactiviteiten) en kunnen toekomstige afwegingen niet in het juiste perspectief worden geplaatst en gemaakt. In de gemeente zijn allerlei kleinschalige initiatieven en de laatste tijd komen er steeds meer bij.

f) Een allesomvattende ambitie m.b.t. de toeristische infrastructuur in de gemeente ontbreekt. Er wordt nu gesproken over behoud en verbetering van het fiets- en wandelnetwerk. De toeristische infrastructuur is meer dan dat. Het gaat ook over ruiteren, kanovaren, de wegenstructuur, parkeren, toeristisch-recreatieve mobiliteit etc. g) In eerdere sessies voor de Visie buitengebied is meerdere keren gesproken over de realisatie van paden op/over boerenerven. Enerzijds om het buitengebied aantrekkelijker te maken, anderzijds om drukke gebieden te ontlasten. Onduidelijk is of dit een ambitie is die de gemeente ondersteund, reclamant ziet hierin potentie. De paden zouden gerealiseerd kunnen worden i.c.m. de ontwikkeling van agrarische bedrijven of andere planologische ontwikkelingen waarbij een kwaliteitsbijdrage nodig is. De realisatie van dergelijke paden vraagt echter wel om een duidelijke visie van de gemeente. h) Onduidelijk is de ambitie m.b.t. het Van Gogh Nationaal Park en de kansen die het biedt om economie en recreatie en toerisme een impuls te geven. Zinvol is om deze kansen (globaal) te benoemen.

Gaat het bijvoorbeeld om kansen voor het wandelen fietsnetwerk, oplossen van de verkeer- en vervoersproblematiek of recreatief medegebruik van natuur/agrarische grond? Beantwoording: a) Naast de ambitie gericht op het behoud van een gevarieerd aanbod is er ook een ambitie opgenomen om het huidige toeristische aanbod te behouden én te versterken. De ambitie is om bestaande recreatiebedrijven de mogelijkheid te bieden om te ontwikkelen en te vernieuwen. b) In overeenstemming met hetgeen wordt ingebracht onder punt 2, gaat het niet alleen om het behoud van evenementen, maar ook om het versterken daarvan. De ambitie wordt daarom enigszins aangescherpt. c) Zoals eerder is aangegeven, wordt het huidige gemeentelijke recreatiebeleid herzien en wordt er een nieuwe toeristische visie opgesteld. De Visie buitengebied bevat daarom voornamelijk enkele algemene en ruimtelijke ambities die in de nieuwe toeristische visie een nadere uitwerking kunnen krijgen. Voor zover de huidige beleidskaders nog altijd een goed uitgangspunt vormen, zijn deze ook in deze Visie buitengebied opgenomen. Het voorgaande geldt ook voor de opgenomen zonering. Deze krijgt in de nieuwe toeristische visie een nadere uitwerking. Verder geldt in principe dat binnen de gehele zone met een hoge dynamiek in zijn algemeenheid ruimte is voor ontwikkeling en nieuwvestiging van toeristische bedrijvigheid. Binnen

Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022

29

de zone met een hoge dynamiek is een onderscheid gemaakt tussen intensief en extensief. In het geval van intensief is ruimte voor dag- en verblijfsrecreatie. In het geval van extensief ligt de focus meer op dagrecreatie en minder op verblijfsrecreatie. d) Zie de beantwoording onder c. Zoals hierboven al is aangegeven, krijgen de in de Visie buitengebied opgenomen ambities een nadere uitwerking in de nieuwe toeristische visie. Het is daarom nu niet wenselijk om deze zaken in dit stadium te voorzien van een nadere afbakening. e) De opmerking ten aanzien van de kaart is hierboven reeds beantwoord. Voor wat betreft het ontbreken van een ambitie met betrekking tot agrotoerisme kan opgemerkt worden dat hier in de Visie buitengebied bewust geen ambitie voor is opgenomen. Voor dit aspect is aandacht in de nieuwe toeristische visie die momenteel in voorbereiding is. f) De ambitie ten aanzien van het versterken van de toeristische potentie en toegankelijkheid/bereikbaarheid van het buitengebied lijkt inderdaad uitsluitend gericht te zijn op behoud en verbetering van fiets- en wandelpaden. In overeenstemming met hetgeen wordt ingebracht onder f. zijn er meerdere routestructuren die relevant zijn voor de toeristische potentie en toegankelijkheid/bereikbaarheid van het buitengebied. Daarom wordt de ambitie enigszins aangescherpt.

g) In onze optiek liggen er zeker kansen voor de realisatie van paden op/over boerenerven. Dit kwam ook duidelijk naar voren tijdens diverse sessie voor de Visie buitengebied, alsook voor de nieuwe toeristische visie. Dit wordt ook ondersteund door onderzoeken van onder andere Visit Brabant. h) De ambitie ten aanzien van het Van Gogh Nationaal Park is inderdaad algemeen geformuleerd. Dit omdat een en ander nog in ontwikkeling is en de definitieve uitwerking nog moet worden bezien. Dat neemt niet weg dat wij kansen zien om hierbij aan te sluiten. Het Van Gogh Nationaal Park draagt ons inziens onder meer bij aan de recreatieve ontwikkeling van het gebied. Natuur-, landschap- en erfgoedbeleving staan daarbij centraal. Ook levert het aansluiten bij het Van Gogh Nationaal Park een bijdrage aan de verbetering van de bereikbaarheid en toegankelijkheid. Conclusie: Naar aanleiding van het bovenstaande is de ambitie voor wat betreft de toeristische potentie en toegankelijkheid/bereikbaarheid van het buitengebied, alsook de ambitie voor wat betreft evenementen enigszins aangescherpt.

Reclamant 20 Reclamant vraagt aandacht voor de volgende punten: 20.1 Duiding op kaart landbouw De locatie aan de Helvoirtseweg 1 te Haaren staat wel als landbouwbedrijf ingetekend, maar er is geen geurcirkel aangegeven. De geurcirkel is er wel degelijk. Beantwoording: Bij de aanduiding van de geurcirkels op de kaart voor het thema landbouw zijn de geurcirkels overgenomen op grond van het Bestand Veehouderij Bedrijven van de provincie Noord-Brabant. In dit bestand zijn alle veehouderijbedrijven opgenomen waar de geuremissie berekend kan worden middels geuremissiefactoren. Het landbouwbedrijf aan de Helvoirtseweg 1 te Haaren is een melkveebedrijf. Voor melk- en kalfkoeien en jongvee zijn geen geuremissiefactoren bepaald, maar gelden ten aanzien van het aspect geur vaste afstanden. Dit maakt dat de locatie aan de Helvoirtseweg 1 te Haaren volgens het Bestand Veehouderij Bedrijven geen geurcirkel heeft en ook niet als zodanig is aangeduid op de

Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022

30

kaart voor het thema landbouw. Dit neemt niet weg dat ten aanzien van het aspect geur voor de locatie aan de Helvoirtseweg 1 te Haaren rekening gehouden dient te worden met de vaste afstanden op grond van de Wet geurhinder en veehouderij.

Reclamant 21 Reclamant vraagt aandacht voor de volgende punten: 21.1 Opmerkingen kaarten a) Op de kaart natuur en biodiversiteit wordt landgoed Rozephoeve aangegeven. Alleen de landbouwgronden staan als landgoed aangemerkt. Zouden ook de bossen en het MOB complex dezelfde aanduiding kunnen krijgen? b) Op de kaart wonen staan niet alle woonlocaties van het landgoed aangegeven. De volgende ontbreken: Rosepdreef 6, Scheibaan 50 en het hoofdmoment aan de Kollenburgsebaan. c) Kaart recreatie en toerisme: een deel van het landgoed heeft de aanduiding concentratie van toeristisch en recreatieve voorzieningen” en “zoekgebied Leisure”. Zou deze arcering van het landgoed gehaald kunnen worden? Dit past niet in onze natuur en landschapsdoelstelling. Beantwoording: a) Op de kaart Natuur en biodiversiteit prevaleert de aanduiding van het Natuurnetwerk Brabant boven de aanduiding landgoed. b) De locatie aan de Rosepdreef 6 en het hoofdmoment aan de Kollenburgselaan zijn ten onrechte niet aangegeven als woonbestemming op de kaart voor het thema wonen en bedrijvigheid. Voor de locatie aan de Scheibaan 50 is op grond van het vigerende bestemmingsplan geen woonbestemming van toepassing. c) Zie de beantwoording bij reclamant 16 onder 16.1 en reclamant 19 onder 19.2.

Beknopt weergegeven, zijn de huidige beleidskaders uit het huidige gemeentelijke recreatiebeleid overgenomen, omdat op korte termijn een nieuwe toeristische visie wordt opgesteld. Dit geldt voor de aanduiding ‘concentratie van toeristische en recreatieve voorzieningen’ op de visiekaart, alsook voor de zonering. Het voorgaande krijgt dus een nadere uitwerking in de nieuwe toeristische visie. Conclusie: De kaart voor het thema wonen en bedrijvigheid wordt naar aanleiding van de reactie aangepast. 21.2 Opmerkingen ambities De volgende opmerkingen worden geplaatst ten aanzien van de ambities: a) Bij de ambities voor klimaat & duurzaamheid (blz. 4) staat dat deze voor de waterberging in samenwerking met particulieren, waterschap en gemeenten moet worden aangepakt. Ook de provincie kan hierbij een zeer belangrijke rol gaan spelen. b) Landgoed Rozephoeve is een zogenaamd ontginningslandgoed. De boerderijen zijn goed zichtbaar. Daarom wordt voorgesteld dat de landgoederen in het kader van de cultuurhistorie en het landschap een aparte status krijgen (dus meer als een aanduiding op de kaart). Plannen en ontwikkelingen dienen dan niet getoetst te worden aan de bestemming van de feitelijke locatie maar bezien moeten worden in het complex van het landgoed. c) Onderdeel van het cultuurhistorische landschap is de landbouw.

Binnen het landgoed zou grondgebonden landbouw altijd mogelijk moeten zijn. d) Bossen hebben niet alleen een natuurfunctie. In de bossen dient een gezonde houtexploitatie mogelijk te zijn. Veel van de bossen op landgoed Rozephoeve bestaan uit naaldhout. Deze zijn begin vorige eeuw geplant als mijnhout voor de Belgische mijnen. Deze bomen zijn nu aan het eind van hun levenscyclus. Tevens wordt het

Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022

31

steeds meer bekend dat vanuit een duurzame benadering in bossen meer loofhout moet komen te staan. De bossen moeten dan ook in het kader van klimaat en duurzaamheid omgevormd worden. De natuurbestemming moet dan geen belemmering zijn. e) Op blz. 8 staat dat kwetsbare gebieden ontzien moeten worden voor recreatieve bezoekersstromen. Dit zal dan ook gevolgen moeten hebben op welke locaties recreatie bedrijven mogen uitbreiden of naar verplaatst worden. f) De ambitie voor de landbouw is sterk gericht op het terugdringen van de landbouw, waterberging, landschapselementen en natuurwaarden realiseren en bedrijfsbeëindiging. Wat gaat er echter gebeuren met de vrijkomende grond? Het omvormen naar natuur is geen oplossing. Dat is namelijk de teloorgang van het cultuurlandschap. Er zal dan juist een stimulans nodig zijn voor extensieve grondgebonden landbouw. Er zullen nevenfuncties toegekend moeten worden. g) Binnen het gebied met de aanduiding landgoed zou flexibeler omgegaan moeten kunnen worden met de ruimte-voor-ruimteregeling. h) Er zou meer flexibiliteit moeten komen voor de herbestemming van vrijkomende agrarische erven (meervoudig wonen, andere bedrijfsmatig gebruik, etc.). i) Recreatie: de huidige recreatie geeft een enorme druk op de natuur (verstoring). Streven zou moeten zijn om de kwaliteit te verhogen met minder recreatieplaatsen.

Beantwoording: a) Dat is correct zeker in relatie tot de Gebiedsgerichte aanpak (GGA) Kampina en Oisterwijkse Vennen. b) Vooralsnog zien wij hier niet direct aanleiding toe, maar in relatie toe de cultuurhistorische waardenkaart en het toekomstige omgevingsplan zou dit nader onderzocht kunnen worden. c) Er is voor ons geen aanleiding te veronderstellen dat dit in de nabije toekomst zal wijzigen. d) Het zou inderdaad niet zo moeten zijn dat een natuurbestemming in de weg staat aan een wenselijke omvorming van bossen. Dit zou in het kader van een toekomstig omgevingsplan nader onderzocht dienen te worden. e) Deze ambitie richt zich op de recreatieve bezoekersstromen en niet op de mogelijke uitbreiding of verplaatsing van recreatiebedrijven. Dit laatste blijft aan de rand van natuurgebieden een lastig thema. f) We geven als ambitie aan dat we streven naar een kringlooplandbouw. Vrijkomende gronden zullen dus ook hard nodig zijn voor de boeren die naar kringlooplandbouw of natuurinclusieve landbouw omschakelen. Verwachting is dat de gronddruk hoog zal blijven. Een en ander is wel ook afhankelijk van het toekomstige (provinciale) beleid met betrekking tot de stikstofproblematiek. g) Provinciaal beleid schrijft voor dat ruimte-voor-ruimtewoningen alleen zijn toegestaan binnen een bebouwingsconcentratie.

Een bebouwingsconcentratie betreft een kernrandzone, een bebouwingslint of een bebouwingscluster. Buiten de aangeduide bebouwingsconcentraties zijn bij hoge uitzondering ruimte-voor-ruimte-ontwikkelingen of vergelijkbaar toegestaan als er sprake is van een maatschappelijk zeer gewenste ontwikkeling in de hoedanigheid van de beëindiging van een intensieve veehouderij. Gelet op de omstandigheid dat de landgoederen niet zijn aangeduid als een bebouwingsconcentratie worden er geen mogelijkheden geboden om ruimte-voorruimtewoningen of vergelijkbaar te realiseren. h) In de Visie buitengebied zijn uitgangspunten voor herbestemmingen van VAB’s opgenomen (bijlage 2 bij de visie). Deze algemene uitgangspunten fungeren als flexibel beleidskader voor herbestemming van VAB-locaties. Op deze manier worden er toch enkele kaders geboden, maar blijft er in voldoende mate ruimte voor flexibiliteit en maatwerk. i) Zoals eerder is aangegeven, zijn de huidige beleidskaders uit het huidige gemeentelijke recreatiebeleid, voor zover deze nog altijd een goed uitgangspunt vormen,

Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022

32

overgenomen in de Visie buitengebied. Dit omdat op korte termijn een nieuwe toeristische visie wordt opgesteld. Zo is onder meer als ambitie opgenomen om een gevarieerd aanbod te behouden en het huidige toeristische aanbod te behouden en te versterken. Verder is de huidige zonering overgenomen die onder meer voorschrijft dat binnen de kwetsbare natuurgebieden nieuwvestiging in principe niet is toegestaan en de focus ligt op bestaande exploitaties. Het huidige recreatiebeleid bevat ook nog een ambitie over een uitbreiding van het aantal plaatsen. Deze is in de Visie buitengebied niet overgenomen. Dit omdat over dit onderdeel een afweging wordt gemaakt in de nieuwe toeristische visie en daarin een nadere uitwerking krijgt.

Reclamant 22 Reclamant vraagt aandacht voor de volgende punten: 22.1 Klimaat en duurzaamheid De inzet van daken voor waterretentie en vergroening wordt gemist, er is hierin enorm veel ontwikkeling die steeds meer mogelijk maakt om ook op bestaande daken toe te passen. Dit is ook een onderwerp dat samen met kwekers opgepakt kan worden en daardoor een verbredend doel dient. Daarnaast gaan groene daken en zonnepanelen uitstekend samen omdat het elkaar versterkt. Beantwoording: Voor groene daken zien wij met name kansen in het stedelijke gebied, omdat de hittestress daar veel groter is dan in het buitengebied en de mogelijkheden voor waterretentie vaak kleiner. Niettemin zullen er ook zeker kansen zijn in het buitengebied, dat hebben we hier echter niet apart als zodanig willen benoemen. 22.2 Landschap en cultuurhistorie Hier wordt gesproken over onder voorwaarden nieuwe landgoederen, waarbij de nadruk op natuurontwikkeling ligt. Landgoederen zijn vanuit cultuurhistorie nauw verbonden juist met landbouw, waarom wordt dat niet als combinatie genoemd? Ik zie bijvoorbeeld een nieuw landgoed voor me waar natuur, wonen en landbouw samen kunnen gaan. Wat voor type landbouw kan dan het onderwerp van gesprek zijn, maar deze op voorhand uitsluiten is een gemiste kans en ook geen behoud van de cultuurhistorie bij landgoederen wat toch de titel is.

Beantwoording: Voor wat betreft nieuwe landgoederen zijn wij gehouden aan de provinciale kaders waarin er een directe koppeling is tussen de realisatie van landgoedwoningen en natuurontwikkeling, vandaar dat het hier als zodanig benoemd is. 22.3 Landschap en Cultuurhistorie en Natuur en Biodiversiteit In deze beide onderwerpen wordt gesproken over beekdalen en de bescherming daarvan. Hierin is ook de Raamse Loop opgenomen als beekdal? De Raamse Loop heeft nu in het bestemmingsplan geen bescherming en is bij het waterschap een A-watergang vanwege het maaibeleid. De Raamse Loop is geen jaarrond watervoerende sloot omdat deze in de zomer droog valt. Op de Raamse Loop zit bij de Vogelenzang een riool overstort aangesloten. De Raamse Loop loopt primair door Agrarisch gebied. De Raamse Loop is geen sprekend voorbeeld van een beekdal zoals de Ruijsbosche waterloop vanaf de Nemelaerstraat tot Helvoirts broek wel is en dus discutabel ingetekend, is de start van een beekdal een smalle sloot, waar de naam voor het eerst is aangegeven of kan dat ook starten waar het werkelijk de beeldvorming en toegevoegde waarde van een beekdal krijgt? De Raamse Loop loopt van een laag gebied bij Oisterwijk door een gebied met hogere zandgronden (vanaf Haarendael naar Helvoirt is het hoog) en heeft vooral de functie om van hoog naar laag af te wateren. Ondanks geen beschermde status wordt toch

Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022

33

al extra rekening gehouden met de Raamse Loop. En er zijn vanuit de EU en Den Haag beleid en nieuwe regelingen op komst die hele zware beperkingen op beekdalen kunnen gaan leggen. De Raamse Loop loopt primair door agrarisch gebied, deze omzetten naar een beekdal dat er feitelijk niet is, levert veel beperkingen op voor de agrarische ondernemers waarbij ook het gewenste resultaat sterk in twijfel te trekken valt. Waterschap de Dommel monitort de kwaliteit van het water als deze uitkomt in de Zandleij bij het kasteel van Helvoirt. De resultaten laten zien dat er meer vervuiling van burgers wordt waargenomen zoals Deet tegen muggen of werkzame stoffen tegen vliegen en mieren dan agrarische werkzame stoffen. Beantwoording: Uit de sessies blijkt dat de meningen over de status van de Raamse Loop verdeeld zijn. We hebben enerzijds gehoor gegeven aan de oproep om rondom de Raamse Loop géén beekdal op kaart op te nemen. Maar anderzijds willen we in het kader van de uitwerking van het boomteeltontwikkelingsgebied de Raamse Loop en de potenties wel nader onderzoeken. Zie ook de beantwoording onder 7.4. 22.4 Landbouw Het Boomteelt ontwikkelingsgebied (BOG) focussen richting de N65 terwijl ook daar een herontwikkelingsplan ligt, kan direct met elkaar in conflict komen.

Hoe zien jullie dit proces nog tot stand komen voor de vaststelling van het bestemmingsplan buitengebied, is dat realistisch? Het BOG af halen van plekken waar hij nu op ligt levert direct conflict op met bedrijven actief in deze gebieden. Bedrijven kunnen inspelen op langere termijn doelen wat het BOG boomkwekers biedt, deze af halen van plekken waar eerder gestimuleerd is, gaat reactie oproepen van juist jongere ondernemers met perspectief. Denk in kansen en biedt perspectief of ga het gesprek met de individuele ondernemer aan met een goede onderbouwing waarom er iets gaat veranderen. Werk bottom-up niet top down. Beantwoording: Het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan buitengebied of omgevingsplan is op dit moment nog niet aan de orde. In het kader van de ontwikkeling SRBT-Oostflank zal het boomteeltontwikkelingsgebied nader worden beschouwd, in overleg met de telers. Op dat moment zal dan ook meer duidelijk worden over hoe wenselijk en realistisch het is het boomteeltontwikkelingsgebied op plekken in te perken, of dat er juist mogelijkheden zijn voor slimme combinaties. 22.5 Ambitie wonen en bedrijvigheid a) Hier wordt gesproken over twee puur agrarische gebieden, maar wordt het BOG niet genoemd. Kan deze daar ook onder vallen juist omdat er in de boomkwekerij sector behoefte is aan nieuwe locaties/vrijkomende locaties.

Deze een agrarisch gebied status geven in het BOG biedt meer perspectief voor de boomteelt ondernemers. b) Van Gogh NP i.o. wordt een aantal keer genoemd, let hiermee op want het heeft geen status. Het van Gogh NP i.o. is een traject dat in de tijd vorm gegeven moet gaan worden voordat het werkelijk inhoud heeft die inzetbaar wordt. Beantwoording: a) Het BOG leent zich – vanwege de vermenging van functies- er niet direct voor om in zijn geheel aangewezen te worden als primair agrarisch gebied. In het kader van de nadere uitwerking van het BOG kan er wel gekeken worden of er daarbinnen één of twee gebieden aan te wijzen zijn die alsnog dit predikaat zouden kunnen krijgen. b) Naar onze mening wordt er in de Visie buitengebied met name in algemene termen gesproken over het Van Gogh NP.

Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11751402/1