21-66D Visie Buitengebied - bijlage 1 Reactienota
Tekst van het document
Reactienota Visie buitengebied
Inhoudsopgave Pagina
1. INLEIDING .......................................................................................................... 3 2. REACTIES ........................................................................................................... 4 Reclamant 1 ............................................................................................................. 5 Reclamant 2 ............................................................................................................. 6 Reclamant 3 .............................................................................................................
7 Reclamanten 4, 5 en 6 .............................................................................................14 Reclamant 7 ............................................................................................................16 Reclamant 8 ............................................................................................................17 Reclamant 9 ............................................................................................................18 Reclamant 10 ..........................................................................................................19 Reclamant 11 ..........................................................................................................21 Reclamant 12 ..........................................................................................................21 Reclamant 13 ..........................................................................................................22 Reclamant 14 ..........................................................................................................22 Reclamant 16 ..........................................................................................................24 Reclamant 17 ..........................................................................................................25 Reclamant 18
..........................................................................................................26 Reclamant 19 ..........................................................................................................28 Reclamant 21 ..........................................................................................................31 Reclamant 22 ..........................................................................................................33
Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022
2
1.
INLEIDING
In het kader van de Visie buitengebied zijn aan alle betrokkenen de concept ambities en kaarten gemaild. Hierop is van 22 betrokkenen een reactie ontvangen. Wij willen de reclamanten hierbij bedanken voor hun betrokkenheid en de tijd die ze hebben genomen om ons op een relatief korte termijn van reactie te voorzien. In sommige gevallen betrof het een herhaling van standpunten, of een zeer locatiespecifieke reactie. Bij voorbaat willen we nogmaals duidelijk maken dat de visie niet gaat over ambities die op specifieke locaties wel of niet van toepassing zijn. Pas bij een beoordeling voor die specifieke locatie kan hierover een afweging worden gemaakt aan de hand van de algehele ambities en uitgangspunten. Vooralsnog blijft het bestemmingsplan het vigerende beleidskader en vindt een nadere afweging pas plaats in het kader van een principeverzoek, een herziening van het bestemmingsplan of bij het opstellen van een nieuw omgevingsplan. De reacties hebben geholpen om de ambities en bijbehorende kaarten verder aan te scherpen. In hoofdstuk 2 van deze nota zijn de reacties samengevat en beantwoord. Zo kunnen de reclamanten zien wat er met hun input gedaan is. En kan ook de raad hun standpunten en onze reactie daarop lezen. De reacties zijn telkens als volgt opgebouwd: Als eerste de reactie of een samenvatting daarvan. Daarna een antwoord op de verschillende onderdelen van de reactie.
Als de reactie heeft geleid tot een concrete aanpassing in de visie is er een kopje ‘conclusie’ opgenomen waarin is aangegeven wat er precies is gewijzigd naar aanleiding van de reactie. Als er geen kopje conclusie is, dan is de reactie wel meegenomen bij het aanscherpen van de teksten, maar heeft die niet geleid tot een concrete wijziging in de ambities of op de kaarten.
Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022
3
2.
REACTIES
In totaal is door 22 personen een reactie ingediend naar aanleiding van de toegezonden ambities en kaarten: • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Reclamant 1; Reclamant 2; Reclamant 3; Reclamant 4; Reclamant 5; Reclamant 6; Reclamant 7; Reclamant 8; Reclamant 9; Reclamant 10; Reclamant 11; Reclamant 12; Reclamant 13; Reclamant 14; Reclamant 15; Reclamant 16: Reclamant 17; Reclamant 18; Reclamant 19; Reclamant 20; Reclamant 21; Reclamant 22.
Hierna is de reactie soms samengevat weergegeven en beantwoord. Dat de reactie is samengevat, betekent overigens niet dat deze slechts gedeeltelijk is beoordeeld. Bij de beantwoording is de volledige reactie betrokken. De reacties van reclamant 4, 5 en 6 zijn gezamenlijk samengevat en beantwoord. Alle overige reacties zijn afzonderlijk behandeld.
Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022
4
Reclamant 1 Reclamant vraagt aandacht voor de volgende punten: 1.1. Kaart Klimaat & Duurzaamheid Alleen de overstroomde gebieden in 2016 zijn opgenomen, dit is maar één momentopname. Beter is om te laten zien welke gebieden nu al overstromen en ook in de toekomst nodig zijn om te kunnen overstromen. Dit zijn de regionale waterbergingsgebieden en reserveringsgebieden uit de Interim Verordening Ruimte. Nieuwe bebouwing zou hier niet moeten worden toegestaan, vanwege de kans op schade én de benodigde ruimte voor water. Hoogwaardige teelten zijn hier ook niet geschikt. En bij diezelfde kaart zou het beekdal van de Reusel bij Moergestel moeten worden doorgetrokken. Nu lijkt het of er een onderbreking in het beekdal zit. Beantwoording: Zowel de overstroomde gebieden 2016 als de gebieden vatbaar voor hittestress zijn op kaart opgenomen om aan te geven dat wat klimaatadaptatie betreft zowel te veel water als te weinig water aandachtspunten zijn. Het is vooral indicatief bedoeld en niet om specifieke percelen aan te duiden waar dit wel of niet aan de orde is. Ook uit andere reacties blijkt echter dat dit niet goed genoeg tot uiting komt. Daarom worden deze gebieden buiten de bebouwde kom van de kaart gehaald.
Binnen de kernen laten we de gebieden vatbaar voor hittestress en de gebieden ‘water op straat door extreme neerslag’ wel op kaart staan, omdat groene kernranden kunnen bijdragen aan het verminderen van hittestress en overstromingsrisico’s in de kernen. De regionale waterbergingsgebieden en reserveringsgebieden uit de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant voegen we aan de kaart Klimaat en duurzaamheid toe. En het klopt dat er aan de noordzijde van Moergestel een onderbreking in het beekdal lijkt te zitten die er niet is. Ter hoogte van Moergestel is er, zij het soms wat verstopt, wel een beekdal rondom De Reusel zichtbaar. Dit wijzigen we op de kaarten. Conclusie: De overstroomde gebieden (2016) en gebieden vatbaar voor hittestress worden - voor wat betreft het buitengebied - van de kaart verwijderd. In plaats daarvan worden de regionale waterbergingsgebieden en reserveringsgebieden uit de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant opgenomen als huidige en toekomstige overstromingsgebieden. Binnen de kernen laten we de gebieden vatbaar voor hittestress en de gebieden ‘water op straat door extreme neerslag’ wel op kaart staan. Rondom De Reusel bij Moergestel wijzigen we de kaarten in landschapstype beekdal. 1.2 Kaart Natuur & biodiversiteit Bij de kaart natuur en biodiversiteit is het beekdal doorgetrokken tot en met Hooge Braken.
In de tekst staat dat de gemeente met het waterschap aan de EVZ’s en beekherstel gaat werken. Misschien goed om dan ook de beekhersteltrajecten op de kaart te zetten? Beantwoording: Gezien de noodzaak om de beekdalen beter te gaan benutten voor waterberging is het inderdaad wenselijk ook ten noorden van Moergestel het beekdal als zodanig aan te duiden en ook de beekherteltrajecten op te nemen. Conclusie: Ten noorden van Moergestel wordt rondom De Reusel het landschapstype beekdal opgenomen. De kaart Natuur en biodiversiteit wordt tevens aangevuld met de beekhersteltrajecten.
Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022
5
1.3 Kaart Landbouw Bij de kaart Landbouw loopt het boomteeltgebied over het beekdal van de Ruijsbossche Waterloop. In de tekst staat terecht dat je beekdalen open wilt houden. Is het dan niet beter om de arcering daar weg te halen? Bij diezelfde kaart ontbreekt weer het beekdal van De Reusel bij Moergestel, terwijl deze toch primair voor water en natuur bedoeld zou moeten zijn. Beantwoording: Het boomteeltontwikkelingsgebied hier is (globaal) overgenomen uit de structuurvisie die van toepassing was op het voormalige grondgebied Haaren. Dit boomteeltontwikkelingsgebied is destijds na een uitvoerig traject met de kwekers op perceelsniveau vastgelegd. Ter uitwerking van de Visie buitengebied willen wij opnieuw met de kwekers in overleg om het potentieel boomteeltontwikkelingsgebied nader te begrenzen. Daarbij is het onze ambitie de primaire functie van de beekdalen te laten prevaleren boven die van het boomteeltontwikkelings-gebied. Conclusie: In de tekst van de Visie buitengebied wordt het volgende opgenomen: In het beekdal rondom de Ruijsbossche waterloop en de Raamse loop geldt de primaire functie van het beekdal boven het boomteeltontwikkelingsgebied. Voor het beekdal van De Reusel wordt de kaart aangepast. 1.4 Kaart Wonen & bedrijvigheid Op de kaart Wonen en bedrijvigheid staan de bebouwingsconcentraties.
Een aantal van deze concentraties raken net wel net niet het waterbergingsgebied/reserveringsgebied (daarom graag opnemen op kaartmateriaal!). Bijvoorbeeld Heiligenboom, Broekzijde en Belvertsestraat Oost. De noordzijde van de Zandstraat staat ook als concentratie maar dat is bijna allemaal natuurnetwerk Brabant. Ik zou in de tekst opnemen dat op die locaties (waterberging en NNB) niet gebouwd kan worden (lagenbenadering). Beantwoording: De regionale waterbergings- en reserveringsgebieden zijn opgenomen op de kaart voor het thema klimaat en duurzaamheid. De gronden die zijn gelegen binnen het Natuur Netwerk Brabant zijn aangeduid op de kaart voor thema natuur en biodiversiteit. In de aangeduide bebouwingsconcentraties worden, onder voorwaarden, ruimte-voor-ruimtewoningen of vergelijkbaar toegelaten. Deze locaties zijn op kaart globaal aangeduid (door middel van een ellips). Per specifiek geval wordt gekeken of sprake is van een planologisch aanvaardbare locatie binnen een bebouwingsconcentratie. Bij deze beoordeling worden vanzelfsprekend aspecten betrokken als een eventuele ligging binnen Natuur Netwerk Brabant of binnen regionale waterbergings- en reserveringsgebieden. In deze gebieden zal een ruimte-voor-ruimtewoningen of vergelijkbaar niet toegelaten worden.
Reclamant 2 Reclamant vraagt aandacht voor de volgende punten: 2.1 Begrenzing Belverse Akkers Onze bedrijfslocatie staat ingetekend als zijnde Belverse Akkers. Dit komt niet exact overeen met de precieze grenzen zoals RCE heeft aangegeven voor het aardkundig monument. Wat betekent de begrenzing die jullie op de kaart voor de Visie buitengebied hanteren?
Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022
6
Beantwoording: De landschappelijke waarden van de Belverse Akkers strekken wat verder dan de begrenzing van het aardkundige monument. Bij het aardkundig monument gaat het om wat er in de grond zit of kan zitten. Bij de landschappelijke waarden gaat het om de openheid van de akker met daaromheen een ring van bebouwing, die zich op de overgang van hoog naar laag bevindt. Daarnaast is in deze Visie buitengebied bewust niet gekozen voor een begrenzing op perceelsniveau. Waar de exacte begrenzing (op perceelsniveau) moet liggen, kan pas bepaald worden op het moment dat ook de daarbij behorende planologische regeling bekend is. Deels komt die voort uit het bestaande beleid, zoals reeds vastgelegd in de bestemmingsplannen. Bij het opstellen van het omgevingsplan kan de begrenzing opnieuw bezien worden in samenhang met de regels die daarop van toepassing zijn of worden. Verder was de kaartondergrond ook iets verschoven, dit wordt rechtgezet. Conclusie: De Belverse Akkers zijn op kaart globaal begrensd, waarbij niet de specifieke aardkundige waarde, maar de cultuurhistorische samenhang als uitgangspunt is genomen. De kaartondergrond is op de juiste plek gezet. 2.2 Kleur niet in legenda Op de landschapskaart staat een kleur die niet in de legenda staat, de lichte kleur die je onder andere ziet langs de randen van het dorp Haaren.
Wat betekent die zone? En heeft het consequenties voor wat er mogelijk is? Beantwoording: De “ondergrondkleur” is inderdaad op enkele plekken rondom Haaren, maar ook elders op de kaart zichtbaar. Dit betreft veelal gebieden buiten de bebouwde kom, waar al verstedelijking of een andere functie aanwezig is en het onderliggende landschap als zodanig niet meer herkenbaar is, bijvoorbeeld bij sportpark Den Donk. Deels kwam dit ook doordat de ondergrond iets verschoven was. Op enkele plekken is het beter of logischer de onderliggende landschapseenheid door te zetten tot aan het stedelijk gebied. We passen de kaarten hierop aan en zetten de ondergrond op de juiste plek. Conclusie: De kaart wordt hier en daar aangepast, zodat de onderliggende landschapseenheid beter aansluit op het stedelijk gebied en de ondergrond niet meer verschoven ligt.
Reclamant 3 Reclamant vraagt aandacht voor de volgende punten: 3.1 Landgoed Nemerlaer niet goed weergegeven Het landgoed heet Nemerlaer, met een r (reclamant 9). Volgens reclamant 3 is de begrenzing ervan ook niet goed. Tijdens één van de sessies is aangegeven dat dit gebied niet helemaal doorloopt tot aan de weg van Haaren naar Boxtel. Daar ligt namelijk nog een boerderij. En het landgoed zou ook doorlopen aan de andere zijde van het spoor. Beantwoording: De r zal in de naam worden toegevoegd. Wat de begrenzing betreft gaat het om een globale begrenzing, er is niet beoogd een begrenzing op perceelsniveau te geven (zie ook bij 2.2.1). Het is juist dat er ook nog
Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022
7
gronden ten zuiden van het spoor liggen die van oudsher bij het landgoed behoren. Kenmerk van een landgoed is ook dat er gronden worden aangekocht en dat deze soms in de loop van de tijd ook weer worden verkocht. De exacte begrenzing is niet relevant voor de ambities met betrekking tot landgoederen. De kern van het landgoed en de belangrijkste belevingswaarden daarvan liggen aan de noordzijde van de spoorlijn, vandaar dat dit gebied op kaart is weergegeven. Conclusie: We schrijven voortaan landgoed Nemerlaer. De begrenzing hiervan op kaart is indicatief en wordt niet aangepast. 3.2 Algemene opmerking bij de kaarten Als de verschillende kaarten over elkaar heen gelegd worden, overlappen sommige gebieden waardoor er tegenstrijdigheden ontstaan. Bijvoorbeeld naast/over het Moergestelse broek ligt primair agrarisch gebied. Er is veel informatie verzameld en ook weergegeven op de kaarten. Echter niet alle informatie op de kaarten komt terug in de visie/ambities. Moet deze informatie dan wel opgenomen worden. Beantwoording: In deze visie is niet beoogd een exacte begrenzing, op perceelsniveau, te geven. Maar het is inderdaad ook niet wenselijk dat gebieden met tegenstrijdige ambities elkaar overlappen. We zullen de kaarten hierop nakijken en passen waar nodig de begrenzing aan.
Overigens is achterin de visie ook een integratieschema opgenomen waaruit duidelijk wordt waar ambities elkaar overlappen en of dit versterkend werkt, of tot knelpunten of kansen leidt. Conclusie: De kaarten worden nagekeken op overlap tussen gebieden met tegenstrijdige ambities en deze worden waar mogelijk/nodig hierop aangepast. 3.3 Klimaat & Duurzaamheid a) Zonnepanelen bij voorkeur op daken is een goed uitgangspunt. Echter graag een aanvulling qua maatwerk, slimme combinaties van functies moet ook mogelijk zijn. Bijvoorbeeld zonnepanelen op waterbassins (bij plantenkwekers) of solar carpoorts (zonnepanelen boven parkeerplaatsen) of andere innovatieve ideeën. Met name wordt dan gedacht aan een combinatie van functies binnen de bestaande bouwvlakken. b) Ten aanzien van klimaatverandering en het watersysteem wordt aangegeven dat er in samenwerking tussen particulieren, waterschap en gemeente gekeken wordt naar praktische oplossingen. Waarom worden de agrarische sector hier niet bij betrokken? De (boom)kwekers zijn hier volop mee bezig zijn en willen met oplossingen komen. Zij gaan graag de uitdaging aan met de gemeente en andere overheden.
c) Wat is de toegevoegde waarde van het op de kaart aanduiden van de gebieden voor hittestress en de verschillende overstromingsgebieden? Dit komt niet terug in de ambitie en visie en daarom kunnen deze gebieden beter van de kaart gehaald worden. d) Ambitie wordt nog gemist. Hierbij wordt gezegd dit moet gebeuren, maar hoe wil de gemeente dit aanpakken? Wat is de ambitie? Een ambitie zou kunnen zijn: “De gemeente Oisterwijk gaat in samenspraak met de agrarisch sector (de mogelijkheden onderzoeken om ) waterberging / infiltratie realiseren, zodat er voldoende water beschikbaar blijft voor de natuur en de landbouw. De agrarische sector kan in droge tijden dan ook hun gewassen van water voorzien.”
Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022
8
Beantwoording: a) Binnen bestaande bouwvlakken is meer mogelijk wat betreft zonnepanelen en combinatie van functies, maar we houden vast aan het principe liefst zon op daken, vanwege zorgvuldig ruimtegebruik en de visuele impact. Voor innovatieve ontwikkelingen is afwijken van dit principe mogelijk. b) Particulieren dekt inderdaad niet helemaal de lading, want zeker ook de agrarische ondernemers hebben hierin een belangrijke rol. We maken hier ‘inwoners, ondernemers, waterschap en gemeente’ van. c) Zie beantwoording en conclusie bij 1.1. d) In het realiseren van noodzakelijke veranderingen in het watersysteem is het waterschap leidend. De ambitie, zoals door deze reclamant is geformuleerd, kan de gemeente niet zelfstandig realiseren, wel kan zij hierin faciliteren. Conclusie: De tekst van de ambitie wordt aangepast zoals genoemd in de beantwoording onder b. 3.4 Landschap & Cultuurhistorie a) Nieuwe landgoederen. Zijn deze overal wenselijk? Of bijvoorbeeld met name in en rond de beekdalen, daar waar ruimte is voor natuurontwikkeling en niet in de primaire landbouwgebieden of boomteeltontwikkelingsgebied. b) Ook hier mist ambitie en visie. Bijvoorbeeld: “De gemeente Oisterwijk wil het aantrekkelijk landschappelijk buitengebied verder ontwikkelen en versterken.
Hierbij wordt gekeken naar bestaande waardevolle patronen, maar wordt ook rekening gehouden met de nieuwe landschapspatronen, welke aansluiten bij de toekomstige ontwikkelingen van de gemeente Oisterwijk. Dit geeft een verdere invulling aan “Oisterwijk parel in het groen.” Beantwoording: a) In de tekst van de Visie buitengebied is opgenomen dat we nieuwe landgoederen met name wenselijk vinden in het overgangsgebied tussen stedelijk gebied en landelijk gebied en tussen de kernen en bestaande natuur- en bosgebieden. In de puur agrarische gebieden, zoals de aangeduide gebieden ‘Molenakkers’ en ‘De Logt’ vinden we landgoedontwikkeling niet wenselijk. b) Omdat de gemeente maar beperkt grondeigenaar is in het buitengebied, vooral van wegen en bermen, zijn de directe mogelijkheden voor landschapsontwikkeling beperkt. Landschapsontwikkeling zal daarmee bijna altijd samen met de andere grondeigenaren in het buitengebied gerealiseerd moeten worden. Wellicht komt dit mede tot uitdrukking door wat ‘getemperde’ ambities, waarbij de focus met name ligt op het mozaïeklandschap en de overgangszones tussen stedelijk en landelijk gebied. 3.5 Natuur & Biodiversiteit a) Onder 1 wordt geschreven “om verdere teloorgang van natuur te voorkomen”. Dit spreekt geen ambitie uit. Waarom wordt niet geschreven dat er ruimte wordt gecreëerd voor de natuur en voor natuurherstel.
b) In de laatste alinea wordt aangegeven dat kwetsbare natuur moet worden ontzien van recreatiestromen. Realiseer fiets- en wandelpaden in de schil rond de natuurgebieden / het gehele buitengebied. Dit ontlast de natuur, maakt het omliggende gebied aantrekkelijker voor recreanten en draagt bij aan een grotere verkeersveiligheid. Deze paden kunnen goed aansluiten op de toeristische / recreatiebedrijven in het buitengebied. Hierdoor wordt het nog aantrekkelijker om te gaan recreëren in Oisterwijk. Door een goede fiets- en wandelstructuur te creëren in de schil rond de natuurgebieden, kun je ook parkeermogelijkheden creëren buiten de natuurgebieden. Kost dit veel ruimte? Ja en nee! Natuurlijk kost het oppervlakte, maar door de gewenste landschapsstructuren slim te combineren en in te zetten, hoeft dit GEEN extra druk te geven op de beschikbaar gronden in het buitengebied van Oisterwijk. Als je goed kijkt
Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022
9
kunnen er op veel plaatsen al gemakkelijk van dit soort paden aangelegd worden, bijvoorbeeld van het dorp Haaren naar Esch en van Haaren naar Oisterwijk kan het al zonder (veel) agrarische gronden te werven. Op bestaande groenstructuren, zandpaden en wegen. Beantwoording: a) Vanzelfsprekend wordt er waar mogelijk ruimte gecreëerd voor natuur en natuurherstel. Uit de reactie wordt echter niet geheel duidelijk wat de reclamant hier ten aanzien van de gemeente precies mee bedoelt. Moet de gemeente (natuur)gebieden aankopen en meer natuur gaan beheren, of moet zij in het beheer van de openbare ruimte meer ruimte creëren voor natuur(herstel)? Met betrokkenen kan nader worden verkend op welke manier de gemeente de door de reclamant aangeduide ‘ruimte’ kan creëren. b) Omdat de gemeente maar beperkt grondeigenaar is in het buitengebied, vooral van bestaande wegen, is een uitbreiding van fiets- en wandelpaden zonder grondaankopen vaak niet mogelijk en met grondaankopen zeer kostbaar. En/of afhankelijk van de bereidwilligheid van de grondeigenaren. Daarbij willen we bestaande groenstructuren en zandpaden veelal ook behouden. Niettemin zien we zeker meerwaarde in een betere fiets- en wandelstructuur, dit volgt ook uit de ambities bij het thema Recreatie en toerisme.
3.6 Landbouw a) Het is mooi dat het boomteeltontwikkelingsgebied uitgebreid wordt, kan dit ook op de Belverse akkers? Hier vindt namelijk reeds veel boom- en plantenteelt plaats. Er is dan ook behoefte om binnen de bouwvlakken aan de rand van dit gebied wat meer mogelijkheden te hebben. b) Primair agrarisch gebied. Hierbij wordt duidelijk aangegeven dat de agrarische sector de voorkeur heeft. Dit is goed om te lezen, maar het lijkt me dan ook logisch dat je binnen de andere thema’s dit gebied ook uitsluit voor ontwikkelingen op die thema’s. c) Wat is de toegevoegde waarde van een geurverordening? Dit bleek destijds ook in de gemeente Haaren. Nu wordt al geconcludeerd dat er aangescherpte normen moeten komen voor dorpen en bebouwingslinten. Maar er is nog geen onderzoek geweest hoeveel overlast er is op die gebieden en wat het effect is van strengere normen voor deze gebieden. Strengere normen kunnen namelijk ook averechts werken. Er gebeurt niks meer bij de veehouderij en dus ook geen verbetering. Met als resultaat nog jaren geen verbetering en dus een slecht woon- en leefklimaat. Kortom geen conclusies vooraf trekken! d) Informatie/visie over plattelandsverbreding en multifunctionele landbouw wordt gemist. Dit heeft de laatste jaren een sterke ontwikkeling doorgemaakt en heeft ook een goede bijdrage in de verbinding tussen de boer en de burger.
Ook zijn er diverse bedrijven in Oisterwijk op het gebied van multifunctionele landbouw. e) Bufferzones woonleefklimaat. Wat houdt dit in en wat betekenen de verschillende niveaus? f) Zoals eerder aangegeven overlappen de kaarten met andere thema’s zodat er strijdigheden ontstaan. g) De geurcirkels op de kaart zijn niet correct. Sommige bedrijven zijn al gestopt. Dit geeft een verkeerd beeld. Graag een actuele kaart. Het gaat om visie en niet om de historie. h) Er mist visie bij dit thema, bijvoorbeeld: “De gemeente Oisterwijk biedt de boom- en plantenkwekerijen een duurzame toekomst in het boomteeltontwikkelingsgebied. Hier wordt ruimte gegeven op de bouwvlakken voor teeltondersteuningen voorzieningen. En wordt samen met de overheden gezocht naar een klimaatbestendige toekomst. Dit betekent enerzijds water bufferen en anderzijds beschikbaarheid van water in droge periodes. Voor de veehouderij sectoren wordt ruimte geboden in het primair Agrarisch gebied en worden andere functies daar uitgesloten.”
Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022
10
Beantwoording: a) De Belverse akkers zijn aardkundig waardevol gebied en waarbij openheid met bebouwing aan de randen de meest kenmerkende landschappelijke waarde is. Daarom is dit gebied bewust niet aangewezen als boomteeltontwikkelingsgebied. Of er aan de randen binnen de bouwvlakken meer mogelijkheden gecreëerd kunnen worden, is een afweging die bij het opstellen van het omgevingsplan nader beschouwd kan worden. b) Andere ontwikkelingen hoeven niet perse uitgesloten te worden of op gespannen voet te staan om de landbouw de voorkeur te geven. c) De strengere normen doelen op het Oisterwijkse grondgebied, waar nu alleen de (ruimere) landelijke normering van toepassing is. Het toepassen van de Haarense normering voor het gehele grondgebied van de gemeente Oisterwijk leidt tot een wat strengere normering voor het voormalig Oisterwijks grondgebied, niet voor het voormalige Haarense grondgebied. Eerder is in de toenmalige gemeente Oisterwijk al bekeken en beargumenteerd dat dit een optie was. Nu er een nieuwe omgevingswet aan zit te komen waarbij normeringen voor de leefomgeving meer bandbreedte krijgen, achten wij het raadzaam om dan op voorhand een passende normering te stellen, in de lijn met die voor het voormalige Haarense grondgebied.
Daarnaast is het wenselijk het beleid te harmoniseren, wat betekent dat er ofwel een geurverordening voor de gehele gemeente Oisterwijk komt, ofwel dat het Haarense geurbeleid komt te vervallen. Die laatste optie achten wij het minst wenselijk. d) In de teksten van de visie wordt hier aandacht aan besteed in hoofdstukken 5 en 6. De provincie Noord-Brabant geeft met het beleidskader Landbouw en Voedsel 2030 een duidelijke visie op een duurzame en multifunctionele landbouw die ook richtinggevend is voor onze gemeente. Waarbij in het analysedeel van de visie nog enkele nadere accenten worden gelegd. In hoofdstuk 6 ‘Wonen en bedrijvigheid’ is er aandacht voor (plattelands)verbreding in het buitengebied. e) Met de verschillende niveaus wordt aangeduid dat nabij de kernen nadrukkelijk rekening gehouden moet worden met het woon- en leefklimaat van een groot aantal inwoners. En dat dit effect afneemt naarmate je daar verder van af gaat. We hebben niets aangeven over de waarden of de gevolgen daarvan. Dat zal in toekomstig beleid (moeten) worden besloten. En is ook afhankelijk van de wijze waarop de gemeente in de toekomst wil omgaan met een gezonde woon- en leefomgeving. f) Het klopt dat sommige ambities elkaar overlappen en daarmee strijdigheden kunnen opleveren. Ambities kunnen elkaar echter ook versterken.
In het integratieschema achterin de visie is aangegeven waar de ambities elkaar overlappen en of dit versterkend werkt of een knelpunt of kans oplevert. g) De geurcirkels zijn opgenomen op basis van bestaande rechtsgeldige vergunningen die geregistreerd staan in het Bestand Veehouderij Bedrijven (BVB) bestand bij de provincie Noord-Brabant. Aangezien er nog steeds bedrijven stoppen blijft het een momentopname. En het kan ook zijn dat een bedrijf is gestopt met het houden van dieren, maar wel nog een vergunning heeft en daarom nog op kaart staat. Ook hier weer is de kaart niet bedoeld om heel locatie-specifiek zaken te duiden, maar om een globaal beeld te geven van de spreiding van de veehouderijen en de mate van eventuele geurhinder. h) De visie van het thema landbouw is vastgelegd in de ambities. Natuurlijk kunnen er dat te weinig, te veel of andere zijn. Op basis van de analyse en de sessies met raadsleden, (agrarisch) ondernemers en inwoners zijn deze geformuleerd. Het is aan de gemeenteraad om deze vast te stellen of te wijzigen. Conclusie: Achterin de visie is een samenvatting/integratieschema opgenomen, waaruit duidelijk wordt waar ambities overlappen en of dat versterkend werkt, of een kans of knelpunt oplevert.
Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022
11
3.7 Wonen en bedrijvigheid a) Hoe zijn de bebouwingsconcentraties vastgelegd? Waarom bijvoorbeeld het eerste stuk van de Roonsestraat niet. Dit is destijds ook aangegeven als jonge bebouwingslint door de provincie Brabant. b) Wat worden de mogelijkheden in deze gebieden? Extra woningbouw, Ruimte voor Ruimte? Of ook andere aspecten, zoals bedrijvigheid en recreatie? c) Nu wordt reeds aangegeven dat in bepaalde gebieden geen mogelijkheden meer zijn voor ontwikkelingen. Het lint zou al vol zitten en geen ruimte meer bieden voor nieuwe Ruimte voor Ruimte woningen. Nu wordt dit gebied wel aangegeven als bebouwingsconcentratie. Kan er nu in een keer wel meer? In het verleden werden de gebieden geanalyseerd en bekeken wat de mogelijkheden zijn in zo’n lint. En nu staan ze zomaar even op de kaart, terwijl het beleid is dat er geen mogelijkheden zijn. Wat is de visie / ambitie van de gemeente Oisterwijk? d) Ruimte voor Ruimte woningen ten behoeve van sanering veehouderijen. Waarom deze woningen nog op die locaties bouwen? Dit is bijvoorbeeld niet logisch als dit in het boomteeltontwikkelingsgebied of in het primair agrarisch gebied ligt. Deze compensatie Ruimte voor Ruimte woningen kunnen beter gerealiseerd worden aan de dorpsranden. Laat de gemeente rond de dorpen gebieden aanwijzen waar deze woningen gebouwd kunnen worden.
e) Teksten met betrekking tot landgoederen afstemmen binnen het thema Landschap en cultuurhistorie. f) Kunnen door de realisatie van de woningen bij landgoederen niet nieuwe bebouwingsconcentraties ontstaan met de omliggende woningen en functies, zoals bijvoorbeeld bij Heukelom? g) Wat wordt verstaan onder nieuwe of collectieve woonvormen? Zijn dit nieuwe woningen zonder ruimte voor ruimte titel? Kan dit bijvoorbeeld ook voor starters op de woningmarkt zijn? Of alleenstaande mensen? Nu is het onduidelijk wat wordt bedoeld met deze nieuwe woonvormen. h) Bijlage VAB beleid ontbreekt? i) Verbreding en bedrijvigheid: Goed dat dit breder wordt gezien dan alleen Agrarisch. Aangenomen wordt dat dit straks gaat gelden voor alle verschillende bestemmingen, Agrarisch, Bedrijf, Recreatie, Wonen, etcetera? j) Groei van bestaande bedrijven lijkt in het gehele buitengebied wenselijk (past ook in het provinciaal beleid). Waarom alleen in de bebouwingsconcentraties? Wel kan ik me voorstellen dat er gekeken wordt of het een bedrijf is wat een binding heeft met, of gerelateerd is aan, het gebied. Een opslagbedrijf bijvoorbeeld niet, maar een agrarisch verwant bedrijf of een recreatiebedrijf wel. k) Detailhandel: Streekwinkels concurreren over het algemeen niet met de retail uit het dorp.
Het zijn niche markten en een welkome aanvulling op het aantrekkelijk buitengebied wat Oisterwijk na streeft. Beantwoording: a) In deze visie zijn de reeds eerder aangeduide bebouwingsconcentraties uit de Visie bebouwingsconcentraties overgenomen. Verder is de bebouwingsconcentratie Draaiboompje enigszins uitgebreid in oostelijke richting en zijn de volgende nieuwe bebouwingsconcentraties aangeduid: Zelt/Broekzijde te Moergestel, Holleneind te Haaren en Belversestraat te Haaren. Bij de aanduiding van de nieuwe bebouwingsconcentraties zijn de provinciale definities voor wat betreft een kernrandzone, een bebouwingscluster en een bebouwingslint gehanteerd. Verder is voor een bebouwingslint nog een enigszins aangescherpte definitie gehanteerd, te weten: ‘een min of meer aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg in Landelijk gebied, waarbij gebouwen overwegend aan weerszijden van een weg zijn gesitueerd op relatief korte afstand met enkele doorzichten en waarbij het lint historisch is gegroeid’. Met inachtneming van voornoemde definities en met de
Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022
12
b)
c)
d)
e)
f)
g)
h) i) j)
k)
gedachte dat een en ander moet passen binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, zijn de nieuwe bebouwingsconcentraties aangeduid. Binnen de aangeduide bebouwingsconcentraties zijn onder voorwaarden ruimte-voorruimtewoningen of vergelijkbaar toegestaan. Hierbij wordt per geval de afweging gemaakt of sprake is van een planologisch aanvaardbare locatie. Ook geldt voor nieuwe of collectieve woonvormen dat deze onder voorwaarden aanvaardbaar zijn in of nabij een bebouwingsconcentratie. Met de aanduiding van bebouwingsconcentraties in deze visie wordt, ten opzichte van de huidige Visie bebouwingsconcentraties, meer ruimte voor flexibiliteit geboden. Dit omdat niet langer op perceelsniveau is aangegeven waar de ontwikkeling van ruimtevoor-ruimtewoningen of vergelijkbaar mogelijk is, maar per specifiek geval de afweging wordt gemaakt of sprake is van een planologisch aanvaardbare locatie, mits gelegen binnen een in deze visie aangeduide bebouwingsconcentratie. In het geval sprake is van de sanering van een intensieve veehouderij is bij hoge uitzondering een ruimte-voor-ruimte-ontwikkeling of vergelijkbaar afweegbaar buiten de in deze visie aangeduide bebouwingsconcentraties. Echter dient dan nog steeds aan de provinciale voorwaarden voldaan te worden dat er sprake moet zijn van een kernrandzone, bebouwingscluster of bebouwingslint.
In de puur agrarische gebieden ‘Molenakkers’ en ‘De Logt’ is per definitie geen sprake van een planologisch aanvaardbare locatie binnen een bebouwingsconcentratie. De teksten met betrekking tot landgoedontwikkeling binnen het thema wonen en bedrijvigheid en landschap en cultuurhistorie zijn in voldoende mate op elkaar afgestemd. Bij beide thema’s wordt gesteld dat onder voorwaarden nieuwe landgoederen mogelijk zijn, waarbij de meerwaarde voor natuurontwikkeling en het landschap centraal staat. Er worden geen mogelijkheden geboden om op landgoederen ruimte-voorruimtewoningen of vergelijkbaar te realiseren. In het geval van landgoedontwikkeling geldt dat natuurontwikkeling en het landschap centraal staat. Woningen dienen hierbij ondergeschikt zijn. Het is niet wenselijk om daar dan nog nieuwe woningen aan toe te voegen. Wat betreft nieuwe of collectieve woonvormen wordt aangesloten bij de definities in het provinciaal beleid. Verder is in hoofdstuk 6 van de visie uitgelegd wat hieronder wordt verstaan en onder welke voorwaarden dergelijke woonvormen zijn toegelaten in het buitengebied. Uitgangspunten voor herbestemming van VAB’s is als bijlage 2 bij de visie gevoegd. Het onderdeel verbreding en bedrijvigheid in hoofdstuk 6 van de visie gaat inderdaad niet alleen over agrarische bedrijven, maar over bedrijvigheid in het buitengebied in het algemeen.
In de huidige visie bebouwingsconcentraties was voor niet-agrarische functies binnen een bebouwingsconcentratie op perceelsniveau aangegeven waar extra gebouwd kon worden voor niet-agrarische functies en waar ruimte was om uit te breiden. Aangezien deze visie bebouwingsconcentraties wordt ingetrokken en het wenselijk is om meer flexibiliteit te bieden, is dit uitgangspunt niet langer van toepassing. Bovendien is, in overeenstemming met hetgeen is ingebracht, de ligging binnen een aangeduide bebouwingsconcentratie niet langer van doorslaggevend belang in de afweging of aan bestaande bedrijvigheid ruimte wordt geboden om te groeien. Uitgangspunt hierbij is aanvankelijk dat sprake is van bestaand ruimtebeslag en van een bedrijf dat qua aard, omvang, uitstraling en ruimtelijke impact op een passende locatie in het buitengebied is gevestigd. Bovendien moet een dergelijke uitbreiding passen binnen de ontwikkelingsrichting en kwaliteiten van het gebied en moet er sprake zijn van een versterking van de omgevingskwaliteit. Uit de sessies bleek dat de meningen hierover verschillen en er veel afhangt van wat er precies in de streekwinkels verkocht wordt. De ambitie is iets aangepast en geeft aan dat detailhandel in het buitengebied niet mag leiden tot oneerlijke concurrentie met de detailhandel in de kernen.
Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022
13
Conclusie: In bijlage 2 zijn de uitgangspunten voor herbestemming van VAB’s opgenomen. De ambitie met betrekking tot detailhandel is iets aangepast, detailhandel in het buitengebied mag niet leiden tot oneerlijke concurrentie met de detailhandel in de kernen. Verder is ook de ambitie met betrekking tot uitbreiding van bestaande bedrijvigheid aangepast. 3.8 Recreatie & toerisme a) Wordt hierbij rekening gehouden met/aansluiting gezocht bij de toeristische visie? b) Zie de eerdere opmerking over fiets- en wandelpaden. Er worden mogelijkheden gezien om deze fiets- en wandelpaden te creëren in de schil rondom natuurgebieden. En in combinatie met de ontwikkeling van agrarische bedrijven of andere planologische ontwikkelingen. Vaak is er dan een kwaliteitsbijdrage nodig. Deze kan goed ingezet worden om dit te realiseren. Dit vraagt echter wel om een duidelijke uitgesproken visie! Beantwoording: a) Zoals is aangegeven, wordt op korte termijn een nieuwe toeristische visie opgesteld. Daarom bevat de Visie buitengebied voornamelijk enkele algemene en ruimtelijke ambities met betrekking tot recreatie en toerisme, die in de nieuwe toeristische visie nog een nadere uitwerking kunnen krijgen. Beide processen zijn qua tijdspad en inhoud op elkaar afgestemd.
b) In de Visie buitengebied is de ambitie opgenomen om de toeristische potentie en toegankelijkheid/bereikbaarheid in het buitengebied te versterken door het behoud en verbetering van de fiets- en wandelnetwerken. Het voorgaande krijgt, zoals hierboven reeds is aangegeven, een nadere uitwerking in de nieuwe toeristische visie.
Reclamanten 4, 5 en 6 Reclamanten vragen aandacht voor de volgende punten: 4.1 Korte reactietijd, verwerking reactie en status visie Aangegeven wordt dat de periode om te reageren op de concept ambities en kaarten erg kort was. Daarnaast is aangegeven dat niet duidelijk is wat er met de reacties wordt gedaan en welke status die hebben. En wat de status van de Visie buitengebied gaat worden, een structuurvisie en/of onderdeel van de omgevingsvisie? Beantwoording: De periode om te reageren was inderdaad beperkt, maar gelukkig is er vanuit de stakeholders nergens de reactie gekomen dat dit niet haalbaar zou zijn. En wanneer dit gevraagd werd, is coulant omgegaan met de reactietermijn. Wij hebben de indruk dat elke betrokkene die dit wilde in de gelegenheid is geweest om te reageren. In de toegezonden stukken was opgenomen dat er een reactienota zou worden opgesteld en dat die ook aan de raad zou worden aangeboden. Bedoeling is de Visie buitengebied vast te stellen als zijnde een structuurvisie die ook weer als basis zal dienen voor de nog op te stellen omgevingsvisie. 4.2 Bebouwingsconcentraties Op kaart worden rondom de kern Haaren nieuwe bebouwingsconcentraties aangewezen, evenals op het overige grondgebied van de gemeente Oisterwijk.
Reclamant stelt dat hiermee aangesloten wordt op de systematiek die tot op dit moment ook binnen de gemeente Oisterwijk van toepassing is (visie bebouwingsconcentraties). De gemeente Haaren kende een systematiek waarbij van geval tot geval beoordeeld werd of voldaan kon worden aan de ruimtelijke voorwaarden om een ruimte-voor-ruimtewoning te realiseren.
Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022
14
Tijdens de bijeenkomst met raadsleden op 10 februari sprak een meerderheid (36,4%) de voorkeur uit om te gaan werken met de ‘Haarense’-methodiek t.a.v. ruimte voor ruimte, wat inhoudt dat de bebouwingsconcentraties niet op voorhand worden vastgelegd. Het kaartbeeld wekt de suggestie dat u toch kiest voor de ‘Oisterwijkse’-methodiek. In de ontvangen documentatie ontbreekt de afweging hoe u tot deze (nieuwe) bebouwingsconcentraties bent gekomen of andersom geredeneerd waarom anderen gebieden niet als bebouwingsconcentratie worden aangewezen. Daarmee ligt willekeur op de loer. De provincie hanteert de voorwaarde van een bebouwingsconcentratie. Zij werkt dit uit langs drie richtingen: kernrandzone, bebouwingslint en bebouwingscluster. Kijken we naar de kaart die is toegezonden dan heeft u vooral bebouwingslinten aangewezen als bebouwingsconcentratie en is onduidelijk welke afweging ten grondslag heeft gelegen aan het benoemen van deze linten (of juist niet benoemen van de linten). Graag zouden we hier een (objectieve) onderbouwing van zien. De inleidende tekst suggereert dat u kiest voor meer flexibiliteit, maar dat de woningen dan wel in de aangewezen bebouwingsconcentraties moeten worden gerealiseerd. Waarmee u zichzelf lijkt tegen te spreken.
Verder stelt u dat er mogelijkheden zijn om ruimte-voor-ruimtewoningen te realiseren ter plaatse van locaties aansluitend op een bebouwingsconcentratie of stedelijk gebied. Een paar zinnen later geeft u aan dat dit enkel bij uitzondering mogelijk moet zijn, wat erg restrictief geformuleerd is. Beantwoording: Tijdens de bijeenkomst met raadsleden kwam naar voren dat enerzijds behoefte bestaat aan flexibiliteit en ruimte om te ontwikkelen. Anderzijds is er ook behoefte aan bepaalde randvoorwaarden en kaders die duidelijkheid verschaffen zonder dat een complete visie bebouwingsconcentraties wordt vastgesteld. Daarom is besloten om in de Visie buitengebied in te gaan op bebouwingsconcentraties binnen onze gemeente en deze ook aan te duiden. Er is ten opzichte van de huidige visie bebouwingsconcentraties gekozen voor meer flexibiliteit door niet langer op perceelsniveau aan te geven waar een ontwikkeling mogelijk is, maar per geval te bekijken of er sprake is van een planologisch aanvaardbare locatie, mits gelegen binnen een in deze visie aangeduide bebouwingsconcentratie. Ten opzichte van de huidige visie bebouwingsconcentraties zijn drie nieuwe bebouwingsconcentraties aangewezen en is één bestaande bebouwingsconcentratie voorzien van enige uitbreiding. Voor de wijze waarop deze zijn bepaald, wordt verwezen naar reactie 3.7 onder a).
Verder worden er inderdaad onder voorwaarden mogelijkheden geboden om ruimte-voorruimtewoningen of vergelijkbaar te realiseren ter plaatse van locaties aansluitend op een bebouwingsconcentratie of stedelijk gebied. Dat dit alleen bij uitzondering mogelijk zou zijn, kan niet worden gevolgd. Wel dient er sprake te zijn van een logische afronding en moet er sprake zijn van een verbetering van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit. 4.3 Individuele percelen of principeverzoeken Voor een drietal individuele locaties wordt verwezen naar een principeverzoek dat reeds is ingediend of in behandeling is. Hierbij wordt verzocht om of de visie aan te passen zodat deze de principeverzoeken niet in de weg staan of, wanneer de visie de ontwikkeling wel mogelijk maakt, bij de standpuntbepaling rekening te houden met de Visie buitengebied.
Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022
15
Beantwoording: Wij zien geen aanleiding om inhoudelijk in te gaan op individuele percelen of lopende principeverzoeken. Dit zijn afzonderlijke procedures die separaat in behandeling worden genomen. Op het moment dat de Visie buitengebied onherroepelijk in werking is getreden, kan dit beleidsstuk bij de beoordeling van deze principeverzoeken worden meegenomen.
Reclamant 7 Reclamant vraagt aandacht voor de volgende punten: 7.1 Alleen ambities Waarom zijn alleen de ambities aangeleverd met de kaarten en niet de complete tekst zodat daar op gereageerd kan worden? Beantwoording: De insteek was om de ambities en kaarten door de stakeholders te laten toetsen en juist op basis daarvan de teksten ook weer verder uit te werken en aan te scherpen. De complete visie wordt vervolgens aangeboden aan de raad en dan is er rondom het raadsplein voor eenieder de mogelijkheid om de volledige visie te lezen en richting raadsleden te reageren. 7.2 Belang agrariërs Agrariërs hebben het echt heel moeilijk, meer regels leidt alleen tot nog meer ellende. Afwisseling in landschap is belangrijk en wordt ook door iedereen gewaardeerd, de agrariërs zijn daar een cruciale schakel in. Voedsel is belangrijk (maar dat gaat men pas begrijpen als er honger is). Beantwoording: Met deze visie is niet zozeer beoogd meer regels op te leggen, maar vooral bedoeld om richting te geven aan toekomstige ontwikkelingen. En agrariërs zijn inderdaad een belangrijke schakel in het landschap en in de voedselvoorziening. Insteek is in gesprek te blijven en waar mogelijk te helpen bij een duurzaam toekomstperspectief voor de landbouw.
7.3 Klimaat en duurzaamheid Gebieden kwetsbaar voor hittestress moeten van de kaart, want waren slechts een momentopname en liggen wat zijn bedrijf betreft juist op de meest vruchtbare grond. Als je indicatief iets wil aangeven dan moet je dit anders doen. Duurzame energiebronnen zoals zonnepanelen, windmolens, etc. zouden wel moeten kunnen. Met name kleinere windmolens en in het kader van energieneutraal zijn/worden. Ook op teeltondersteunende voorzieningen zouden zonnepanelen moeten kunnen liggen. Gemeente voert nog steeds heel veel water via Raamse Loop af. Beantwoording: De gebieden vatbaar voor hittestress zijn inderdaad niet overal even goed verklaarbaar en leiden ook niet tot een specifieke ambitie. In het buitengebied worden deze van de kaart gehaald. In de kernen laten we ze wel staan, omdat maatregelen rondom de kernen ook kunnen leiden tot vermindering van de hittestress in de kernen (bijvoorbeeld door bosaanplant). Het principe van ‘zon op dak’ is bedoeld om ervoor te zorgen dat daken optimaal hiervoor worden benut en dat het landschap zoveel mogelijk vrij blijft van windmolens en zonnevelden.
Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022
16
Het op orde krijgen van ons watersysteem is één van de belangrijkste opgaven/ambities voor de komende jaren. Als gemeente kunnen we dit niet alleen, maar in samenwerking met waterschap, (agrarische) ondernemers en particulieren. Het gesprek of er minder water via de Raamse Loop afgevoerd zou kunnen of moeten worden kunnen we in dat kader ook voeren. Conclusie: De gebieden kwetsbaar voor hittestress worden alleen nog binnen de bebouwde kom op kaart weergegeven. 7.4 Landschap en cultuurhistorie Het beekdal rondom de Raamse Loop wordt wel benoemd in ambitie, maar is er eigenlijk (bijna) niet. Ook is het de vraag waar de Raamse Loop nu precies begint. Verder is de Raamse Loop vervuild vanwege een functie als overloop. Beantwoording: Zoals op kaart is te zien, is er rondom de Raamse Loop geen (landschapstype) beekdal aangeduid. Dit betekent niet dat er in het geheel geen sprake is van een beekdal hier, maar geeft wel aan dat het beekdal landschappelijk gezien niet echt herkenbaar is. In het kader van de studie SRBT-Oostflank en de uitwerking van het boomteeltontwikkelingsgebied zal dit beekdal nader onderzocht worden en kan bepaald worden hoe hiermee wordt omgegaan. 7.5 Landbouw Boomteeltontwikkelingsgebied, begrenzing op perceelsniveau, wat betekent dit precies? Hoe meer beperkingen op verschillende gebieden hoe lastiger het wordt in het kader van de teeltwisseling.
Beantwoording: De voormalige gemeente Haaren heeft het boomteeltontwikkelingsgebied op perceelsniveau begrenst. De opzet is om samen met de sector dat ook te doen voor de uitbreiding van het boomteeltontwikkelingsgebied. De gemeente wil natuurlijk rekening houden met teeltwisselingen, maar hecht ook aan het beschermen van waarden. Daarom mogen op sommige gronden sommige teelten niet.
Reclamant 8 Reclamant vraagt aandacht voor de volgende punten: 8.1 Doelen gezondheid, natuur en leefbaarheid In de verdiepende themabijeenkomsten viel het op dat er veel gemeenschappelijke doelen zijn, maar vooral ook veel tegenstrijdige belangen. Bedrijfsleven moet zijn kansen krijgen, maar niet ten koste van het algemeen belang waardoor de leefbaarheid onder druk komt te staan. Ik wil daarbij vooral aandacht vragen de huidige te stellen doelen op het gebied van gezondheid, natuur en leefbaarheid die vooral vanuit de hogere overheid op ons af komen. Richt je vooral en zie ook in het bijzonder dus de doelstellingen via het Rijk, Provincie, VNG. Omgevingsdienst en rechtspraak! Ik wil onder meer verwijzen naar de recente uitzending van Zembla over de milieuproblemen in Deurne. In de gemeente Oisterwijk zitten we in een identieke situatie. Enerzijds moet hier in de gemeente Oisterwijk een ondernemer voor zeg maar € 2.500.000 worden uitgekocht terwijl 2 huizen verder een ondernemer in ons kwetsbaar buitengebied explosief zijn bedrijfsomvang (aantal dieren) wil verdubbelen. Gemeente Oisterwijk is hier het bevoegd gezag en verantwoordelijk! Moreel en financieel.
Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022
17
Onze groene Parel schittert al lang niet meer en dient hoognodig te worden opgepoetst door daadkrachtige, doortastende èn slagvaardige besluiten te nemen ter behoud van leefbaarheid, gezondheid en welzijn van zijn inwoners. Dit ter voorkoming van jarenlange en peperdure procedures voor de Oisterwijkse gemeenschap. Zwakke heelmeesters maken stinkende wonden. Beantwoording: Vanzelfsprekend zullen we ons moeten houden aan de wet- en regelgeving hieromtrent en de richtlijnen en normen die Rijk en Provincie daarbij stellen. Uit verschillende ambities blijkt dat een gezonde leefomgeving en de leefbaarheid de komende jaren een belangrijk uitgangspunt zullen vormen.
Reclamant 9 Reclamant vraagt aandacht voor de volgende punten: De volgende zaken zijn opgevallen: a) Natuur inclusieve landbouw wordt niet genoemd. Bijzonder omdat de gemeente Oisterwijk ook partner is in Van Gogh Nationaal Park en dat NIL/Brabants Bodem een van de speerpunten van het Nationaal Park is. b) De groene verbinding Leemkuilen - Vennen is schijnbaar van tafel. Het is nooit de bedoeling geweest dat dit een EVZ is, maar groene/landbouwbuffer ter voorkoming van dat Oisterwijk en Berkel-Enschot aan elkaar gebouwd worden. c) Grootschalige (lees herriegevende festivals) zijn/worden op veel plekken toegestaan. Het geluidseffect (ook voor bewoners) op de Natura2000-gebieden is/wordt niet afgewogen. d) De Noenes staat wel op kaart, maar wij lezen nergens wat de visie van de gemeente is. e) De toegangslaan op het landgoed Nemerlaer staat als ‘zandpad’ genoemd op de themakaart Landschap & cultuurhistorie; dit is onjuist: de Kasteellaan is al sinds 2007, met gemeentelijke toestemming verhard. f) Ons bedrijf Brabants Landschap is gevestigd op landgoed Nemerlaer en staan er meerdere woonhuizen, die aanduidingen zien wij niet terug op de kaart Wonen & bedrijvigheid. g) Op de themakaart Recreatie & toerisme staat wel een heel groot vlak op landgoed Nemerlaer ingetekend wat een ‘horeca’-bestemming heeft, zie ook opmerking hierboven dat dit dus niet klopt.
Beantwoording: Hieronder wordt puntsgewijs ingegaan op hetgeen is ingebracht: a) Natuur inclusieve landbouw is een soort van containerbegrip waarbij agrariërs voedsel en gewassen produceren in harmonie met milieu, natuur en landschap. In de visie hebben we het over een duurzame landbouw en ook over kringlooplandbouw. Allemaal termen die dezelfde richting uit wijzen en zich laten vertalen naar diverse ambities die in de visie zijn opgenomen. b) Een verbinding verbindt iets en een buffer is een barrière. Blijkbaar gaat het er hier om een buffer/barrière te vormen tussen twee dorpen. En dienen Leemkuilen en Vennen dan slechts om aan te geven tussen welke twee plekken deze buffer/barrière zich bevindt. In deze Visie buitengebied worden geen uitspraken gedaan of een dergelijke buffering tussen twee dorpen nodig is. Dit is overigens wel onderdeel van studie in het kader van SRBT-Oostflank. c) Bij de vergunningverlening voor festivals dient de ruimtelijke aanvaarbaarheid aangetoond te worden om een en ander te kunnen houden op een specifieke locatie. Geluid is één van de aspecten wat daarin aan bod komt. Het betreft bovendien een kortstondig effect vanuit festivals die reeds jaar en dag plaatsvinden op deze
Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022
18
locaties. Daarnaast zijn deze festivals van belang voor de toeristisch recreatieve sector binnen onze gemeente. d) De Noenes is op kaart Toerisme en recreatie inderdaad afzonderlijk aangeduid. Dit omdat dit een buurtschap betreft die zich, gelet op de feitelijke situatie, niet laat omschrijven als een recreatiegebied. Echter, aangezien dit gebied planologisch een recreatiebestemming kent, is ervoor gekozen om dit gebied afzonderlijk aan te duiden op de Visiekaart. In de Visie buitengebied wordt niet specifiek ingegaan op De Noenes. Dit omdat voor De Noenes een afzonderlijk traject wordt doorlopen, waarbij wordt onderzocht op welke manier het mogelijk is om het huidige gebruik op een goede manier planologisch te regelen. e) De aanduiding zandpad voor de toegangsweg naar Nemerlaer is overgenomen vanuit het bestemmingsplan, waarin deze weg staat aangeduid als Verkeer – zandwegen. De staat van de verschillende zandpaden (of er misschien nog meer zijn en of dat er misschien inmiddels toch verhard zijn) zal in het kader van de Erfgoedvisie en daarbinnen het kernproject cultuurhistorische waardenkaart nog nader bekeken worden. f) Op de kaart Wonen en bedrijvigheid zijn de gronden die op grond van het geldende bestemmingsplan voor het buitengebied een woonbestemming hebben aangegeven. Dit om een idee te krijgen van de aanwezigheid van woningen in het buitengebied.
Aangezien de locatie van het Brabants Landschap geen woonbestemming kent, is de locatie niet als zodanig aangeduid op de plankaart. g) De locatie is indicatief aangeduid als horeca aangezien binnen de gemengde bestemming die ter plaatse van toepassing is ook horeca is toegelaten. Dit ook vanwege input tijdens de themasessies.
Reclamant 10 Reclamant vraagt aandacht voor de volgende punten: 10.1 Algemeen In de ambitiekaart zijn de wensen van de deelnemers aan de sessies vrijwel integraal overgenomen. Wij missen daarin de positieve, c.q. negatieve consequenties voor het buitengebied dat toch al steeds erg onder druk komt te staan en maken ons daar zeer grote zorgen over. Wij verzoeken u alvorens tot de definitieve vaststelling over te gaan de visie daarmee aan te vullen. Kijkend naar alle voorstellen en het gemis aan voorwaarden om die voorstellen in te kapselen is de Duurzaamheidsvallei van mening dat het landschap zal verrommelen. Wij zijn geen voorstander van uitputtende regels maar verwachten wel een (beleids-)kader waardoor niet zomaar zonder meer alle verzoeken kunnen worden gehonoreerd. Beantwoording: Naar onze mening is het allerminst zo dat de wensen van de deelnemers aan de sessies vrijwel integraal zijn overgenomen. Wel hebben we getracht goed te luisteren naar de verschillende input om hieruit tezamen met onze eigen analyse een integraal beeld te kunnen vormen. In de visie zijn wel degelijk voorwaarden opgenomen die ervoor zorg moeten dragen dat enerzijds ontwikkelingen mogelijk zijn en anderzijds het landschap niet verrommeld.
En daarbij kan het landschap ook ‘autonoom’ verrommelen als inwoners bijvoorbeeld geen mogelijkheden zien om iets met verwaarloosde of leegstaande opstallen te doen. Te strikte regelstelling kan hergebruik ook frustreren en leiden tot meer verrommeling. Uit diverse ambities mag blijken dat de landschappelijke waarden en kwaliteiten een belangrijk uitgangspunt zijn bij toekomstige ontwikkelingen.
Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022
19
10.2 Klimaat en duurzaamheid Wij kunnen ons volledig vinden in de energiewinning op daken, dat moet vooral het uitgangspunt zijn. In de visie wordt gesproken over windmolens en een zonnepanelen park bij de Baars. Als Duurzaamheidsvallei hebben wij op ongeveer die locatie een soortgelijk initiatief genomen. Wij hebben dit project moeten staken omdat de gemeente Tilburg elke medewerking weigerde. Wellicht dat voortschrijdend inzicht nieuwe mogelijkheden biedt! Beantwoording: Dank voor uw bijval voor ‘zon op dak’. En we werken er inderdaad aan om rondom de Baars een energie’hub’ te ontwikkelen, samen met de gemeenten Goirle, Hilvarenbeek en Tilburg. 10.3 Wonen en bedrijvigheid Op 8 locaties wordt het mogelijk dat er uitbreiding komt om te wonen en om ruimte-voorruimte te realiseren. Gelet op de druk op het buitengebied is het essentieel dat hier harde voorwaarden worden gesteld. Zeer nadrukkelijk alleen als er sprake is van bedrijfsbeëindiging van veeteelt en bouwen in lijn van de bestaande bebouwing. Niet zoals in eerdere voorbeelden waar sprake was van verrommeling van het landschap, maar de historische bebouwing volgen en passend in het landschap. Daarnaast zou als voorwaarden gesteld moeten worden dat er bij deze bebouwing een landschapsplan moet worden ingediend waaruit zichtbaar is dat uitsluitend bij het landschap passende beplanting wordt gebruikt.
Beantwoording: Ten opzichte van de huidige visie bebouwingsconcentraties worden drie nieuwe bebouwingsconcentraties aangeduid en wordt één bestaande bebouwingsconcentratie enigszins uitgebreid. Hierbij wordt niet langer op perceelsniveau aangegeven waar een ontwikkeling mogelijk is, maar wordt per geval de afweging gemaakt of sprake is van een planologisch aanvaardbare locatie. Het is dus niet zo dat er 8 nieuwe locaties worden aangewezen waar per definitie een ruimte-voor-ruimte-ontwikkeling mogelijk is. In de afweging of sprake is van een planologisch aanvaardbare locatie worden aspecten als de bestaande ruimtelijke en landschappelijke structuur, doorzichten en bebouwing betrokken. Verder moet hierbij sprake zijn van een kwaliteitsverbetering van het landschap en van een zorgvuldige en adequate landschappelijke inpassing. 10.4 Recreatie Het is afgelopen met de huidige recreatiestructuur. Liefst op zeven plaatsen is het mogelijk om grootschalige evenementen te gaan houden. In combinatie met twee evenementen die op de Beekse Bergen worden gehouden is er sprake van overkill op dat gebied waarmee fauna wordt verstoord. Er moeten strenge beperkingen komen in het aantal deelnemers en dagen dat een evenement mag duren. Beantwoording: Met de aanduiding van evenementen op de kaart worden geen verruimde mogelijkheden voor evenementen toegestaan.
Een en ander is alleen aangegeven om een idee te krijgen van de locaties waar deze evenementen binnen onze gemeente plaatsvinden. Deze evenementen zijn namelijk van belang voor de toeristisch recreatieve sector binnen onze gemeente. Bovendien zijn deze locaties reeds aangeduid op grond van ons evenementenbeleid. Per locatie zijn in het evenementenbeleid specifieke regels opgenomen. 10.5 Landschap en cultuurhistorie De invloed van economie en commercie heeft duidelijk zijn tol geëist. Zie ook de opmerkingen onder “Recreatie”. De Duurzaamheidsvallei is van mening dat een halt geroepen moet worden aan de verloedering van het Buitengebied. Langs de ene kant zijn
Reactienota Visie buitengebied, augustus 2022
20
wij bezig met natuurontwikkeling, zie de 80 hectare in de Benedictus. Langs de andere kant maken wij ons ernstig zorgen over de invloeden in een vrijwel uniek gebied in de Duurzaamheidsvallei. Beantwoording: Zie de reacties onder 10.1. en 10.4. 10.6 Landbouw De boomteelt krijgt veel ruimte. (Heeft die feitelijk al genomen, gedeeltelijk veroorzaakt door de samenvoeging met Haaren en boomkwekerijen uit de gemeente Tilburg op Oisterwijks grondgebied). Uit cultuurhistorisch oogpunt gezien geen goede ontwikkeling. Omdat boomkwekers veel meer kunnen betalen voor de grond dan landbouwers zal deze ontwikkeling nog verder doorgaan tenzij de gemeente hier paal en perk aan gaat stellen. Dat is niet te zien op de overzichtskaart. Leg voorwaarden en regels vast in de definitieve visie. In ons gebied is de boomteelt nog beperkt, maar we willen zeker voorkomen dat ook hier de boomteelt uit de hand gaat lopen. Beantwoording: In deze visie wordt ervoor gekozen om het boomteeltontwikkelingsgebied uit te breiden en is hiervoor een potentieel boomteeltontwikkelingsgebied opgenomen. Dit vergt echter nog een nadere uitwerking, ook in samenhang met de regels die ten aanzien van de boomteelt gesteld worden. Voor de grens bij de spoorlijn is gekozen om zodoende een duidelijke afgrenzing te hebben van het boomteeltontwikkelingsgebied. En dit het gebied van de Duurzaamheidsvallei niet raakt.