21-60B Vaststellen Transitievisie Warmte gemeente Oisterwijk- bijlage
Tekst van het document
TRANSITIEVISIE WARMTE OISTERWIJK
28
De huidige woningen in de diverse wijken gaan (op basis van een extrapolatie naar 2030) 850 tot 1.800 Euro per jaar aan gas en elektriciteit betalen. Met de nieuwe (alternatieve) energiesystemen waarbij de woningen van het aardgas af gaan, gaan de jaarlijkse lasten (incl. rente en aflossing voor een investering en de kosten voor elektriciteit) dan potentieel naar 650 tot 1.900 Euro. Mochten de gasprijzen na 2030 blijven stijgen, en dat is waarschijnlijk, dan gaan de nieuwe energiesystemen goedkoper uitpakken dan de huidige systemen. De energielasten kunnen echter nog forser naar beneden gebracht worden door zonnepanelen toe te voegen. Bij een standaard set (10 panelen) gaat de gemiddelde energierekening al naar -100 (positieve energierekening) tot 1.100 Euro per jaar en kunnen de totale, jaarlijkse lasten verlaagd worden tot 600 á 1.200 Euro. Hiermee komt elke buurt qua maandlasten lager uit dan de maandlasten die de woningen en gebouwen naar alle waarschijnlijkheid in 2030 gaan krijgen, zonder investeringen in energiebesparing en duurzaamheid. Let wel, eventuele kosten (bijv. vastrecht) voor de verzwaring van het elektriciteitsnetwerk zijn hier nog niet in opgenomen. Zie voor de cijfers onderstaande tabel13.
Voor de communicatie rond de TVW en in de gesprekken met de bewoners moet duidelijk zijn dat we koersen op een eerlijk verhaal, de strategie dat de zon de energierekening deels gaat betalen (dus het promoten van opwek op eigen dak) en dat gedacht moet worden in de totale woonlasten. Vaak wordt alleen naar een initiële investering gekeken. Het is echter verstandig om ook te kijken naar de energiebesparing vs de kosten van een lening of hypotheek voor de investering.
Een voorbeeld: je hebt nu een maandelijkse energierekening van 150 euro en deze kun je met isolatiemaatregelen terugbrengen tot 75 euro. De financiering (rente en aflossing) kost je maandelijks 50 euro. Dat betekent dat je vanaf dit moment elke maand 25 euro overhoudt zonder dat je ook maar een euro aan spaargeld kwijt bent. Jaarlijkse lasten Jaarlijkse lasten in
Buurtnaam
Jaarlijkse lasten
aardgasloze
2030 zonder
aardgasloze
woningen en
investeringen in
woningen en
gebouwen incl.
duurzaamheid
gebouwen
zonnepanelen14
€ 2.375
€ 2.500
€ 1.802
€ 850
€ 908
€ 210
€ 919 € 1.640 € 1.739 € 1.561
€ 701 € 1.867 € 1.805 € 1.879
€3 € 1.169 € 1.107 € 1.181
€ 1.330
€ 1.629
€ 931
€ 1.251
€ 1.552
€ 854
Verspr.h. westen en noorden Moerg. Omg. PannenschuurCentrum Omg. Bej.Centrum/Molen Heukelom Buitengebied (Zuid) Buitengebied (de Logt) Omg. Vinkenberg/Heuvelstraat Omgeving George Perklaan
13 De kosten zijn berekend op basis van de Leidraad 2021 van het PBL, rentetarieven voor hypotheken zoals die in de
zomer van 2021 golden en rekening houdend met de mogelijkheid tot salderen van de elektriciteit die opgewekt wordt uit zonnepanelen. 14 Excl. eventuele verzwaring van het elektriciteitsnetwerk
TRANSITIEVISIE WARMTE OISTERWIJK
29
Centrum Moergestel Omg. 't Seuverick Omg. 't Westend Omg. Prinsessen-wijk Omg. Europaln/Hondsbergseln Omg. Levenskerk/Boomgaard Omg. Bunders Omg. Dotterpln/Wildemanstr Buitengebied Kerkhoven Omg. Burghtweide Omg. Klompven/Eikenven Omg. Boxtelsebn/Waterhoef Omgeving Industrieterrein Omg. Petrus-Kerk Omg. De Lind/Kerkstr Verspr.h. oosten en zuiden Moerg. Omg. Broekzijde Haaren 't Eind Verspreide huizen in het westen Verspreide huizen in het oosten Noenes*
€ 1.060 € 928 € 866 € 880
€ 1.305 € 1.213 € 945 € 642
€ 607 € 515 € 247 € -56
€ 1.124
€ 1.482
€ 784
€ 1.043
€ 1.309
€ 611
€ 983
€ 1.244
€ 546
€ 1.136
€ 1.411
€ 713
€ 1.117 € 1.011 € 1.367
€ 1.459 € 1.247 € 1.660
€ 761 € 549 € 962
€ 956
€ 981
€ 283
€ 1.640 € 1.017 € 1.759
€ 1.652 € 828 € 1.586
€ 954 € 130 € 888
€ 1.577
€ 1.845
€ 1.147
€ 1.274 € 1.074 € 1.138
€ 1.579 € 1.315 € 1.405
€ 881 € 617 € 707
€ 1.360
€ 1.569
€ 871
€ 1.338
€ 1.597
€ 899
€ 9.040
€ 8.947
€ 8.249
* Waarschijnlijk staan er in Noenes alleen een paar grote boerenbedrijven die elk behoorlijk wat energie gebruiken. Daarom wijken de cijfers zo sterk af van de rest van de gemeente.
6.2 Positieve effecten warmtetransitie In de bovenstaande tabel wordt duidelijk dat de energietransitie kansen biedt om de jaarlijkse lasten voor energie te verlagen. Dit zal waarschijnlijk niet voor elke woning of bedrijf gelden. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk om op elk gebouw zonnepanelen te leggen. Daarnaast zijn er allerlei ontwikkelingen die mogelijk nog van invloed zijn op de berekeningen. Hoe ontwikkelen zich de energieprijzen? Welke ontwikkeling in bouwkosten gaat er de komende jaren plaatsvinden? Dit zijn allemaal onzekerheden die de financiële kant van de energietransitie kunnen beïnvloeden. Naast financiële aspecten zijn er echter ook andere, positieve effecten te benoemen:
Door gebouwen beter te isoleren wordt het comfort verbeterd;
Door isolerend glas aan te brengen hoor je vaak het verkeer in je woning of gebouw niet meer;
Door minder CO2 uit te stoten wordt de luchtkwaliteit verbeterd;
Gebouwen die niet duurzaam of energiezuinig zijn, zullen in de toekomst onverkoopbaar zijn of in ieder geval een stuk minder waard dan duurzame en energiezuinige gebouwen.
TRANSITIEVISIE WARMTE OISTERWIJK
30
7 COMMUNICATIE & PARTICIPATIE De warmtetransitie is een complex traject met een lange adem, waarbij onze inwoners en ondernemers goed betrokken moeten worden. De gebouwen kunnen technisch nog zó geschikt zijn om aardgasvrij te worden, wanneer iemand niet wil of niet kan meedoen, zal er niets gebeuren. Vanaf de start van het proces om te komen tot deze TVW hebben we daarom partijen betrokken die veel contact hebben met inwoners (zoals ContourdeTwern en buurt- en wijkraden) maar we hebben ook met inwoners zelf gesproken. De acties die binnen het sociale spoor zijn uitgevoerd, staan in de volgende paragraaf.
7.1 Het sociale spoor in de ontwikkeling van de TVW Naast een technisch-economische analyse is ook een sociale analyse gemaakt. Bij de sociale analyse is een beeld gevormd van het sociale karakter van buurten in Oisterwijk. Daarvoor is gestart met openbare data en cijfers (demografie, koopkracht, leeftijd). Dit geeft een indicatie van het draagvlak dat er is onder inwoners. Hierbij is ook gebruik gemaakt van de verwachte adoptiegraad uit de Slimme Wijken tool van Enpuls15. De verwachte adoptiegraad geeft de potentie van de adoptie van verduurzamingsmaatregelen door huishoudens weer. De resultaten uit de sociale analyse zijn (net zoals de technisch-economische analyse en ruimtelijke analyse) voorgelegd aan de betrokken partners tijdens de stakeholderstafel. Daarnaast zoeken we ook naar de zachtere kenmerken van een buurt. (Wat speelt er? Zijn er initiatieven? Hoe zijn de buurten georganiseerd?). Hiermee zijn de huidige kansen en bestaande initiatieven in kaart gebracht. Concreet zijn tot op heden de volgende stappen genomen op het gebied van participatie:
Gesprekken met bewonersgroepen en betrokken partijen:
Wijkaccommodatie Pannenschuur
Wijkraad Westend
Buurtraad Heukelom
St Dorpsraad Moergestel
Wijkraad Waterhoef
HaarenEEN
Buurtondersteuner van ContourdeTwern
Bestuursleden van de energiecoöperaties (DEC Oisterwijk en HOT Haaren)
Straatgesprekken in het centrum van Oisterwijk
Verder zijn er online-inwonersavonden georganiseerd op 28 april 2021 en 5 oktober 2021. Tijdens deze avonden werden inwoners geïnformeerd over de warmtetransitie en kregen zij de gelegenheid
15
Meer informatie over de berekening achter de verwachte adoptiegraad is te vinden op https://heka.sia-
partners.ai/slimmewijken/ TRANSITIEVISIE WARMTE OISTERWIJK
31
om hierover vragen te stellen. Er werden ook vragen aan de inwoners gesteld (met een online tool) om een beeld te krijgen van wat zij belangrijk vinden in het kader van de warmtetransitie.
7.2 Wat willen inwoners? Uit de gesprekken blijkt dat de warmtetransitie op dit moment niet echt een thema is dat speelt voor de inwoners van Oisterwijk. Ook is er veel scepsis. Zonnepanelen en isolatie zijn wél maatregelen waar inwoners zich mee bezig houden. De moverende redenen zijn veelal financieel van aard. Op het moment dat de kosten voor de inwoner hoger worden dan het rendement, dan verdwijnt de motivatie al snel. Inwoners vinden het prettig om geïnformeerd te worden door de gemeente. Ook geven inwoners aan het lastig te vinden om hun weg te vinden in de veelheid aan informatie die er nu is. Inwoners horen ook graag van elkaar wat werkt. Is de buurman enthousiast over zijn zonnepanelen of zijn spouwmuurisolatie, dan wordt men dat zelf ook sneller. Verder helpt ook een concreet aanbod inwoners om mee te bewegen.
7.3 Kansen sociale infrastructuur In Oisterwijk zijn al een aantal partijen intensief bezig met het thema ‘verduurzamen / aardgasvrij maken van woningen’. In samenwerking met de energiecoöperatie DEC Oisterwijk loopt in de wijk Bunders-Dotterveld het project 'Bunders-Dotterveld energieneutraal’ (voorheen het SMILE – project). DEC heeft hierin ervaring opgedaan met het creëren van buurtteams om zelf de woningen in wijken aan te pakken. In Haaren zijn HaarenEEN en energiecoöperatie HOT actief, die een aanpak hebben ontwikkeld om de transitie op gang te brengen. Hierbij gaan inwoners aan de slag met het verduurzamen van hun eigen woning. Daarnaast willen de woningcorporaties en wijk- en dorpsraden een steentje bijdragen in de communicatie en het stimuleren van participatie. ContourdeTwern is bezig met het bouwen van een sterke sociale infrastructuur in Oisterwijk, ook om de energietransitie verder te brengen. Partijen willen een rol oppakken binnen de warmtetransitie. Van de gemeente wordt regie (duidelijke visie en richting) en ondersteuning verwacht.
7.4 Conclusies: hoe richten we participatie binnen de warmtetransitie in? De gemeente Oisterwijk kan en wil de warmtetransitie niet alleen doen. Binnen de meest kansrijke wijken en buurten is duidelijk waar technisch de eerste stappen gezet kunnen worden. Het is van belang om in samenwerking met de inwoners aldaar, en de betrokken partners, verder aan de slag te gaan met het opstellen van concrete uitvoeringsplannen. We gaan hierbij uit van ‘co-produceren’ op de participatieladder en het betrekken van de ‘early majority’, oftewel de voorlopers. Op het gebied van participatie volgen we de onderstaande stappen: a) De sociale infrastructuur: welke partijen zijn al actief in de buurt en welke willen meedoen? Een actieve rol wordt verwacht van de wijk- en dorpsraden, ContourDe Twern en de energiecoöperaties. De wijk- en dorpsraden en de energiecoöperaties zijn belangrijk omdat de bereidwilligheid van inwoners stijgt als projecten geënt zijn op de inzet van eigen inwoners en lokale initiatieven. Het is belangrijk om te onderzoeken of er nog andere partijen en verenigingen in de buurt kunnen worden betrokken.
TRANSITIEVISIE WARMTE OISTERWIJK
32
b) Betrokkenheid: Hoeveel betrokkenheid is er al? We beginnen niet bij nul. Er zijn al gesprekken met de genoemde partijen geweest en er is met inwoners gesproken. Betrokkenheid gaat twee kanten op. Wij willen als gemeente ook laten zien dat er betrokkenheid is bij wat er leeft in de wijk of buurt en gebruik maken van waardevolle kennis die inwoners hebben over hun eigen wijk of buurt (zie d). Om betrokkenheid te vergroten richten we inwonersbijeenkomsten in en organiseren we activiteiten (denk aan enquêtes, interviews, buurtambassadeurs, etc.). c) Positiebepaling: wat is nodig voor een succesvolle warmtetransitie, wat verwacht de gemeente van haar inwoners? En wat verwachten inwoners van de gemeente? Welke rol en positie kunnen en willen inwoners innemen? We willen zowel georganiseerde als niet-georganiseerde inwoners een positie geven. d) Integraliteit en koppelkansen: het ophalen van informatie uit de buurt. Wat drijft de inwoners, wat zijn de kansen, ontwikkelingen en uitdagingen in een buurt? Bij voorkeur kiezen we voor een aanpak die meerdere wijkthema’s verbindt, bijvoorbeeld veiligheid, gezondheid of biodiversiteit. e) We formeren een werkbare organisatiestructuur, waarin inspraak geborgd is en ieder zijn rol heeft. f) Heldere kaders helpen: we zijn zo transparant mogelijk en laten zo veel mogelijk weten wat het plan is en wat eenieders rol hierin is.
Hierin is speciale aandacht voor het inwonersinitiatief. g) Verwachtingenmanagement: Vergelijk elkaars uitgangspunten en ambities, er zullen verschillen zijn, maar ook overeenkomsten. We gebruiken de overeenkomsten als basis om de samenwerking te starten en kijken of de verschillen overkomelijk zijn, of hoe deze opgelost kunnen worden als ze elkaar in de weg zitten. h) Ruimte voor flexibiliteit: we laten inwoners zo veel mogelijk hun eigen tempo voeren en bieden daarin ondersteuning. We bieden (georganiseerde) groepen van inwoners die zich willen bezighouden met het onderwerp de ruimte.
7.5
Inwoners bereiken
De sociale partners hebben aangegeven een rol te willen spelen in de warmtetransitie en het contact met inwoners. De gemeente wordt door velen gezien als een partij die kan zorgen voor betrouwbare en heldere informatie. Inwoners horen graag uit hun lokale omgeving wat wel en wat niet werkt. We maken dan ook zoveel mogelijk gebruik van lokale partijen om inwoners te bereiken. Onder andere door de inzet van hun communicatiekanalen.
TRANSITIEVISIE WARMTE OISTERWIJK
33
8 WARMTEVISIE In de voorgaande hoofdstukken is beschreven hoe de gemeente de komende jaren naar aardgasvrij in 2050 kan werken. In dit hoofdstuk wordt de visie samengevat en worden de vervolgstappen geschetst.
8.1 Ambitie: mee in de landelijke doelstelling Zoals gezegd sluiten we ons in Oisterwijk aan bij de landelijke ambitie. Voor onze gemeente betekent dit dat tot 2030 ongeveer 2.800 woningen en 220 bedrijven & instellingen aardgasvrij gemaakt moeten worden. Wij vertalen dit naar de meer realistische en haalbare ambitie: we reduceren net zoveel aardgas als 2.800 woningen en 220 bedrijven & instellingen gebruiken. Een deel van de bestaande woningen en gebouwen zal voor 2030 al daadwerkelijk aardgasvrij zijn. Voor alle andere woningen en gebouwen focussen we in eerste instantie op het nemen van ‘geen spijt maatregelen’, zoals isolatie, zonnepanelen, etc. De gemeente gaat niemand dwingen van het aardgas af te gaan. Het is onze overtuiging dat we met informeren, faciliteren, inspireren en organiseren in gezamenlijkheid de komende jaren verdere stappen richting aardgasvrij kunnen zetten. Omdat uit de uitgevoerde analyse is gebleken dat aquathermie uit de Voorste Stroom en thermische energie uit afvalwater uit de RWZI in Haaren als kansrijk worden gezien, loont het zich om de potentie hiervan nader te (laten) onderzoeken.
8.2 Participatie: de wijken in en samen werken aan draagvlak De focus ligt voor 2030 concreet op de kansrijke wijken en buurten zoals die in paragraaf 5.2 besproken zijn: omgeving Klompven/Eikenven, omgeving Europalaan/Hondsbergselaan, omgeving Bunders, omgeving Dotterplein/Wildemanstraat en de kernen Moergestel en Haaren. In deze wijken gaan we als eerste in gesprek met de inwoners en ondernemers en de overige betrokken stakeholders. Samen met alle betrokken partijen onderzoeken we of er voldoende draagvlak is om stappen te gaan zetten richting een aardgasvrije wijk. In wijken waar dat het geval is starten we met het opstellen van wijkuitvoeringsplannen. Ook dit doen we uiteraard samen met de stakeholders. Hierin kan uiteindelijk worden gefocust op één of meerdere clusters binnen deze buurten waar gestart wordt. De gemeente faciliteert, maar de samenwerking produceert. Het moet een gezamenlijk uitvoeringsplan worden dat een tijdhorizon kent waarover de buurt het ook eens is. In de rest van Oisterwijk kunnen inwoners en bedrijven de komende jaren ook al aan de slag met het voorbereiden van hun woning of gebouw op de overstap naar aardgasvrij (isoleren, zonnepanelen, etc.). Wij ontwikkelen hiervoor een collectieve aanpak die onder andere is gericht op het treffen van ‘geen spijt maatregelen’.
8.3 Financiële koers Oisterwijk stuurt op betaalbaarheid van de warmtetransitie. Zonder betaalbaarheid is vergroting van het draagvlak kansloos en ligt energiearmoede op de loer. Door te kiezen voor een aanpak die is TRANSITIEVISIE WARMTE OISTERWIJK
34
gericht op het nemen van ‘geen spijt maatregelen’ wordt voorkomen dat woningeigenaren direct bij aanvang van dit traject worden geconfronteerd met enorme investeringen en daarmee een groot (negatief) verschil tussen de huidige woonlasten en de nieuwe woonlasten. We koersen op haalbare stappen, eventueel gekoppeld aan de opwek van energie door zonnepanelen. De gesprekken over totale woonlasten (investeringen omgezet naar kosten voor een lening en gecombineerd met energielasten) zijn complex voor de gemiddelde woningeigenaar. Het is belangrijk om hierover tijdig in gesprek te gaan met de inwoners tijdens het proces van het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen.
8.4
Vervolgstappen
De verschillende stappen zijn in onderstaande tabel beschreven.
Categorie
Vervolgacties
1 De aanpak
a)
Starten met gesprekken met inwoners, ondernemers en overige stakeholders in de verschillende kansrijke wijken en buurten om samen met hen te onderzoeken of er voldoende draagvlak is om vervolgstappen te gaan zetten richting een aardgasvrije wijk. In wijken waar voldoende draagvlak is starten we – samen met genoemde stakeholders – met het opstellen van een wijkuitvoeringsplan
b) Ontwikkelen van een collectieve, gemeentebrede aanpak die is gericht op de ‘geen spijt maatregelen’ (isoleren, zonnepanelen, etc.)
c)
Starten met het onderzoeken van de kansen voor warmte-netten: aquathermie (Voorste Stroom) en thermische energie uit afvalwater (RWZI)
2 Communicatie &
a)
participatie
Opstellen aanpak communicatie & participatie, als uitwerking van de acties die hiervoor worden genoemd onder punt 1. Opbouwen van een netwerk van inwoners en ondernemers die mee willen denken en werken aan de warmtetransitie
3 Rol gemeente
a)
Financiën die vanuit het rijk worden ontvangen in het kader van de warmtetransitie inzetten voor de uitvoering van de TVW
b) Borgen van de TVW in de nieuwe Omgevingswet (zie bijlage 4) en overig gemeentelijk beleid
c)
Regie over opstellen van wijkuitvoeringsplannen en het vaststellen ervan
d) Zoeken naar lokale initiatieven die gekoppeld kunnen worden aan de warmtetransitie
TRANSITIEVISIE WARMTE OISTERWIJK
35
e)
Informeren van stakeholders over wet- en regelgeving warmte16
f)
Actualiseren van de Transitievisie Warmte eenmaal per vijf jaar
16 Om de warmtetransitie succesvol te kunnen doorlopen is het belangrijk dat in de wetgeving duidelijke spelregels
worden vastgelegd over de deelname en het bepalen van de einddatum voor de levering van aardgas. Op dit moment is hierover nog niets duidelijk, dat moet in de komende jaren uitgezocht en geïmplementeerd worden. De nieuwe warmtewet (Wet Collectieve warmtevoorzieningen) moet vanaf 2022 in werking treden. TRANSITIEVISIE WARMTE OISTERWIJK
36
BIJLAGE 1 MCA CRITERIA Prioriteringscriterium 1: Aansluiten bij koppelkansen/natuurlijke investeringsmomenten Bestaande planningen zoals de investeringsagenda voor infrastructuur kunnen van invloed zijn op de keuzes
die
gemaakt
worden
in
buurten.
Wanneer
je
aan
kunt
sluiten
op
natuurlijke
investeringsmomenten of natuurlijke vervangingsmomenten (infrastructureel bijvoorbeeld), kan dit de kosten drukken en de overlast beperken (benutten van meekoppelkansen). Voor individuele woningeigenaren zijn natuurlijke investeringsmomenten zoals de vervanging van een cv-ketel of de aanschaf van een ander huis, belangrijke momenten om een extra stap te zetten. Hoewel dit niet kan worden meegenomen bij de prioritering van wijken en buurten, is het voor de totale warmtetransitie belangrijk dat deze momenten zoveel mogelijk worden benut.
Prioriteringscriterium 2: Technische staat gebouwen: kansen voor energiebesparing Deze technische categorisering speelt ook een rol bij het selecteren van de meest kansrijke buurten. Per categorie is, op basis van bouwjaren, een inschatting gemaakt van de mogelijk te behalen energiebesparing met ‘geen spijt maatregelen’. Deze prioriteit geeft aan of het vanuit het oogpunt van energiebesparing slim is om snel te starten met de warmtetransitie in buurten.
Prioriteringscriterium 3: Aandeel corporatiewoningen De landelijke Handreiking spreekt over het criterium Contracteerbaarheid: in buurten waar een relatief beperkt aantal partijen een groot deel van het vastgoed bezit, wordt het contracteren van de warmtevraag eenvoudiger omdat er maar met een beperkt aantal partijen afspraken hoeven te worden gemaakt. Wanneer in een buurt veel corporatiewoningen aanwezig zijn, kan dit de transitie vergemakkelijken. Voor de corporatiewoningen hoeft de gemeente namelijk maar met één partij om tafel. Voor woningen in particulier eigendom is de eigenaar van elke afzonderlijke woning in principe één partij. Dit maakt het veel lastiger om een transitie in gang te zetten.
Prioriteringscriterium 4: Aanwezigheid duurzame bronnen Bronnen van duurzame warmte zijn beperkt aanwezig, niet alleen in Oisterwijk maar in heel Nederland. Het is daarom verstandig om alle geschikte bronnen zo optimaal mogelijk te benutten. Dit kunnen bronnen van restwarmte bij bedrijven zijn, maar ook oppervlaktewater voor aquathermie, grote wegen voor asfaltthermie en geschikte locaties voor zonnepanelen en wind.
Prioriteringscriterium 5: Jaarlijks inkomen (per huishouden) De gemeente Oisterwijk vindt het voorkomen van energiearmoede belangrijk. Met de stijgende energielasten (en andere woonlasten) wordt het voor de lagere inkomens steeds moeilijker om de
TRANSITIEVISIE WARMTE OISTERWIJK
37
vaste lasten te kunnen betalen. Door het jaarlijks inkomen als prioriteringscriterium mee te nemen, kunnen buurten met lagere inkomens eerder aangepakt worden.
Prioriteringscriterium 6: Maatschappelijke kosten en baten Naast de eindgebruikerskosten heeft het PBL ook de nationale kosten van de verschillende strategieën per buurt berekend. De nationale kosten zijn de totale financiële kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om in een buurt een strategie uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt. Hoe hoger de nationale kosten, hoe lager een buurt scoort op dit onderdeel.
Prioriteringscriterium 7: Draagvlak Draagvlak is een belangrijk aspect van de warmtetransitie. Wanneer bewoners niet mee willen doen dan wordt het lastig om de warmtetransitie in de betreffende buurt uit te voeren. Om draagvlak te peilen is een enquête gehouden en zijn buurtacties (wijkgesprekken) georganiseerd. Deze acties leiden tot een beeld maar daar hoort een kanttekening bij. Draagvlak is lastig te peilen omdat het veranderlijk is en bovendien de mening van elk individu anders is. Draagvlak ontstaat ook meestal niet in één keer maar groeit. Daar waar de veranderbereidheid het grootst lijkt wordt aan dit criterium de hoogste score gegeven.
TRANSITIEVISIE WARMTE OISTERWIJK
38
BIJLAGE 2 GEVOELIGHEIDSANALYSE
39
BIJLAGE 3 BEGRIPPEN EN AFKORTINGEN Transitievisie Warmte Elke gemeente in Nederland moet voor het eind van 2021 een Transitievisie Warmte opstellen. Aan de hand van deze visie wordt duidelijk op welk moment een wijk, buurt of gebied aardgasloos wordt. Ook wordt voor de eerste woningen (die tot 2030 aardgasloos worden) beschreven welke mogelijke alternatieve warmtevoorzieningen en -bronnen er zijn. Klimaatakkoord Het nationale Klimaatakkoord is op 28 juni 2019 gepubliceerd en is tot stand gekomen uit een samenwerking van de overheid met bedrijven en organisaties. In het akkoord zijn maatregelen afgesproken die ervoor moeten zorgen dat in Nederland in 2030 49% minder CO 2 wordt uitgestoten ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot met 95% gereduceerd zijn. Ook moet in 2030 70% van al het elektriciteitsgebruik opgewerkt worden uit duurzame bronnen. Energieneutraal Energieneutraliteit beschrijft de balans tussen energieverbruik en de opwekking van energie. Een gemeente is energieneutraal wanneer er evenveel energie wordt gebruikt als er wordt opgewekt. In theorie hoeft de opgewekte energie niet per se duurzaam te zijn, zolang de opwekking en het verbruik maar in balans zijn. In de praktijk wordt met energieneutraliteit bedoeld dat het energieverbruik gelijk moet zijn aan de hoeveelheid duurzaam opgewerkte energie. Dit wordt ook wel CO2-neutraal genoemd.
CO2-neutraliteit kan ook bereikt worden door CO2 die toch wordt uitgestoten op te vangen of te binden (in bijvoorbeeld begroeiing). Opname van CO 2 is waarschijnlijk ook in de toekomst nog (in beperkte mate) nodig omdat bijvoorbeeld bepaalde vormen van industrie en mobiliteit mogelijk blijven draaien op energiebronnen die CO 2 uitstoten. Terajoule (TJ) De joule is de eenheid van energie die over de hele wereld wordt gebruikt. Aan de hand van deze eenheid kunnen verschillende vormen van energie bij elkaar opgeteld worden. Een kilowattuur elektriciteit kan niet opgeteld worden bij een kuub aardgas. Door beide vormen van energie om te zetten naar joule kan dat wel (1 kWh elektriciteit staat gelijk aan 3.600.000 joule en 1 m 3 aardgas staat gelijk aan 31.650.000 joule). Omdat het energieverbruik op gemeenteniveau erg hoog is, wordt er over het algemeen gesproken over megajoule (1 MJ is 1.000.000 joule), gigajoule (1 GJ is 1.000.000.000 joule) of terajoule (1 TJ is 1.000.000.000.000 joule). Lage-, midden-, en hoge-temperatuur warmte Warmte
kan,
afhankelijk
van
het
verwarmingssysteem,
geleverd
worden
in
verschillende
temperaturen. Over het algemeen worden 3 groepen onderscheiden: lage-temperatuur (LT), middentemperatuur (MT) en hoge-temperatuur (HT). Lage-temperatuur voorzieningen vragen een goede tot zeer goede isolatie van woningen. Bij Hoge-temperatuur systemen is de isolatie minder van belang. 40
De huidige systemen op aardgas werken op een hoge temperatuur. Systemen op bijvoorbeeld een warmtepomp werken op een lage temperatuur. De volgende gradaties worden onderscheiden (deze gradaties kunnen in de praktijk afwijken):
LT: <40 °C
MT: 40-70°C
HT: >70 °C
Thermische Energie Oppervlaktewater (TEO) TEO-systemen maken gebruik van temperatuurverschillen in het oppervlaktewater gedurende het jaar. In de zomer wordt warmte uit (relatief warm) oppervlaktewater opgeslagen in bijvoorbeeld een WKO (warmte-koude opslag) installatie. Deze warmte kan vervolgens in de winter gebruikt worden om gebouwen te verwarmen met een warmtepomp. In de winter kan ook koude worden opgeslagen die in de zomer gebruikt wordt om op een duurzame manier te koelen, iets wat in de toekomst waarschijnlijk steeds belangrijker wordt. TEO wordt in deze warmtevisie ook wel aquathermie genoemd. Thermische Energie Afvalwater (TEA) TEA-systemen halen warmte rechtstreeks uit het rioolstelsel of uit het gezuiverde afvalwater bij een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Om gebruik te kunnen maken van deze warmtebron is er een bepaalde hoeveelheid warmte in het stelsel nodig. Indien het riool zowel voor afvalwater als voor de afvoer van regenwater gebruikt wordt, is de kans aanwezig dat er niet voldoende warmte aanwezig is. Het regenwater zorgt voor een flinke afkoeling van het stelsel. Biomassa Biomassa is een verzamelnaam voor allerlei materialen zoals groenafval, snoeiafval, resthout, mest enz. Door middel van het verbranden, vergisten (biogas, door opwaardering van biogas ontstaat groen gas) of vergassen van biomassa kan energie worden opgewekt.
Over het gebruik van de energiebron is veel discussie: hoe duurzaam en noodzakelijk is de inzet van biomassa? Warmte-koude opslag (WKO) Een WKO-installatie wordt gebruikt om warmte of koude op te slaan die niet direct gebruikt kan of hoeft te worden. Een reden hiervoor kan zijn dat een bepaalde warmtebron alleen in de zomer beschikbaar is (bijvoorbeeld TEO) terwijl de warmte juist in de winter nodig is. In een WKO-installatie wordt grondwater in de bodem benut als energiebuffer. Dit kan via een open systeem (er is een open verbinding met het grondwater. Het grondwater wordt ook daadwerkelijk omhoog gepompt) of een gesloten systeem (de warmtewisselaars staan niet in direct contact met het grondwater maar gebruiken een energiedrager, veelal een glycoloplossing, die wordt rondgepompt. De energie in de bodem wordt overgedragen aan de energiedrager). Een installatie bestaat uit twee bronnen: een warme en een koude bron. Een warmtewisselaar zorgt ervoor dat energie in de bronnen opgeslagen wordt. Op het moment dat de energie nodig is, wordt deze uit de bron omhoog gepompt. Zonthermie TRANSITIEVISIE WARMTE OISTERWIJK
41
Een
zonthermie-systeem
warmte
van
collectoren
gebruikt
de
zon
op
op
te
warmen.
zonnecollector
komt
voor
water in
de in Een
allerlei
soorten en maten en kunnen soms verwarmd worden met een zonnepaneel dat elektriciteit opwekt. Zonnecollectoren kunnen
kleinschalig
toegepast
op
worden,
een
woning
maar
ook
grootschalig op velden of daken. Een zonnecollector is een effectievere bron van warmte dan elektriciteit. Daarom is het verstandig om per locatie te inventariseren of er grootschalig ingezet wordt op zonthermie of zonnepanelen die elektriciteit opwekken. Zonthermie op het land concurreert met zonnepanelen die elektriciteit opwekken. Per locatie moet gekeken worden wat de beste invulling is, daar kan op dit moment nog geen uitsluitsel over gegeven worden. Wanneer er in de directe omgeving bijvoorbeeld geen zonnewarmte nodig is, kan gekozen worden voor elektriciteitsopwekking. In de vervolgstappen gaan deze keuzes gemaakt worden. Restwarmte Restwarmte is energie die overblijft bij (industriële) processen. Voorheen ging deze energie via bijvoorbeeld de schoorsteen of het afvalwater verloren. Tegenwoordig kijkt men ook naar mogelijkheden om de restwarmte te benutten voor andere processen (bijvoorbeeld de verwarming van gebouwen). Veel bedrijven met restwarmte kijken eerst of de warmte in de eigen processen of gebouwen gebruikt kan worden. Wanneer er warmte over is, kan deze met een warmtenet ingezet worden in de directe omgeving. Condenswarmte Condenswarmte is restwarmte uit koelprocessen. Supermarkten, koel- en vrieshuizen en datacenters gebruiken veel energie voor koelsystemen. Die energie wordt nagenoeg volledig omgezet in warmte.
Een deel van de bedrijven hergebruikt de warmte zelf, maar veel energie wordt op dit moment naar buiten geventileerd en gaat verloren. Deze warmte kan in potentie ingezet worden voor de verwarming van gebouwen. Waterstof Waterstof kan door middel van een brandstofcel als vervanger van aardgas dienen en wordt daarom onder de noemer hernieuwbaar gas geschaard. Het is echter nog geen algemeen geaccepteerde techniek en wordt op dit moment alleen via pilots in woningen toegepast. Het is onzeker of waterstof in de toekomst grootschalig kan worden ingezet voor het verwarmen van woningen. De productie van waterstof kost erg veel elektrische energie. Tel daar de productie- en transportverliezen bij op en dan zijn er aanzienlijk meer zonnepanelen en windmolens nodig om van waterstof een duurzame brandstof te maken. Voorlopig blijft waterstof daarom in de pilotfase voor woningen. Mogelijk dat het op de middellange termijn wel als brandstof voor auto’s en grote bedrijven kan gaan dienen. Asfaltwarmte TRANSITIEVISIE WARMTE OISTERWIJK
42
Systemen gebaseerd op asfaltwarmte maken gebruik van warmte die via asfaltcollectoren wordt opgewekt. De collectoren worden in het wegdek verwerkt en bevatten water. Dit water
neemt
warmte
op
die
ontstaat
wanneer de zon op het asfalt schijnt. De warmte wordt vervolgens in een WKO opgeslagen en wordt in de winter gebruikt voor de verwarming van gebouwen. Dit concept bevindt zich op dit moment nog in de experimentele fase.
TRANSITIEVISIE WARMTE OISTERWIJK
43
BIJLAGE 4 SAMENHANG OVERIGE BELEIDSTRAJECTEN Op allerlei niveaus zijn er (beleids)doelstellingen opgesteld die raakvlakken hebben met de warmtetransitie of waar de warmtetransitie aan moet voldoen. In deze bijlage brengen we deze in beeld. Internationale en nationale afspraken
In 2015 ondertekende Nederland het Klimaatakkoord van Parijs. Daarmee beloofde Nederland zich in te zetten voor het beperken van de opwarming van de aarde tot maximaal twee graden met het streven om de opwarming te beperken tot anderhalve graad. De Nederlandse klimaatambities, gebaseerd op de internationale afspraken, zijn vastgelegd in de Klimaatwet. De afspraken die hieruit voortvloeien
(met
o.a.
gemeenten,
het
bedrijfsleven,
natuur-
en
milieuorganisaties
en
energiebedrijven) zijn verankerd in het landelijke Klimaatakkoord. Daarin is opgenomen dat vóór 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 49% verminderd moet worden ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot met (minimaal) 95% zijn teruggebracht. Inmiddels is op Europees niveau besloten dat een versnelling van de reductie noodzakelijk is (naar 55% in 2030). Deze versnelling is nog niet verankerd in de Nederlandse klimaatdoelstellingen. Een belangrijke maatregel om de doelstellingen te behalen is het stoppen met het gebruik van aardgas in woningen en utiliteitsbouw. Het verminderen van de CO2-uitstoot is niet de enige reden om dit te doen. Rondom de aardgaswinningsinstallaties ondervinden inwoners grote problemen door aardbevingen gerelateerd aan de gaswinning. Daarom wordt de gaswinning in Groningen zo snel mogelijk verminderd. In het verlengde hiervan heeft de Rijksoverheid het doel gesteld om minder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen, waaronder aardgas. Concreet is het sinds juli 2018 niet meer toegestaan om nieuwbouwwoningen op aardgas aan te sluiten, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dit wel te doen. Wettelijke kaders Energie is een basisbehoefte. De regels voor energie zijn gebaseerd op Europese verordeningen en Nederlandse wetten. In de Nederlandse wetten hebben de Europese verordeningen een plaats gekregen.
Energiewet Het wetsvoorstel Energiewet dat dit jaar van kracht wordt, beoogt de huidige Gaswet en Elektriciteitswet 1998 te vervangen en een modern en geactualiseerd ordeningskader te bieden dat: 1)
de energietransitie ondersteunt en stimuleert en tegelijkertijd,
2)
bijdraagt aan het doel van een schone energievoorziening die veilig, betrouwbaar, betaalbaar en ruimtelijk inpasbaar is.
TRANSITIEVISIE WARMTE OISTERWIJK
44
Warmtewet Op 1 januari 2014 is in Nederland de Warmtewet van kracht is geworden. De wet geeft regels omtrent stadsverwarming, blokverwarming en warmte-koude-opslag en is gericht op de levering aan kleinverbruikers zoals consumenten. De Warmtewet biedt bescherming aan consumenten en bedrijven die gebonden zijn aan lokale warmtenetten, met name tegen een te hoge prijs voor de warmte. Op dit moment wordt gewerkt aan een uitbreiding van de Warmtewet. Met de uitbreiding wil men de voorziene grotere rol van warmtenetten in de Nederlandse warmtevoorziening faciliteren.
Omgevingswet Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen, zodat het straks bijvoorbeeld gemakkelijker is om bouwprojecten te starten. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking. De Omgevingswet gaat veel betekenen voor de warmtetransitie. De interactie tussen de warmtevoorziening en de fysieke leefomgeving is namelijk groot. Het begin van een grootschalige warmte- en energietransitie is tot op heden veelal vormgegeven door middel van experimenten. Om te blijven leren zal de Omgevingswet handvatten bieden om te blijven experimenteren. Deze experimenten geven een mooi inkijkje in de Omgevingswet. Waar gemeenteraden nu worden beperkt door de wettelijke reikwijdte van een bestemmingsplan, waarin enkel regels over ‘een goede ruimtelijke ordening’ mogen worden opgenomen, kunnen zij straks regels stellen met betrekking tot de ‘gezonde en fysieke leefomgeving’. Onderdeel hiervan zijn ook regels met betrekking tot (niet-ruimtelijk relevante) duurzaamheidseisen, zoals de beperking van CO2-emissie. Regionaal beleid
Regionale Energie Strategie (RES) & Regionale Structuur Warmte (RSW) De uitwerking van het landelijke Klimaatakkoord vindt voor een groot deel op regionaal en lokaal niveau plaats. Om de regionale uitwerking vorm te geven, is Nederland opgedeeld in 30 energieregio’s waarin gemeenten, provincies en waterschappen samenwerken aan een Regionale Energie Strategie (RES). De gemeente Oisterwijk werkt in de REKS-regio Hart van Brabant (de K staat hierbij voor Klimaat) samen met andere gemeenten, de provincie en het Waterschap. De verplichte scope van de RES richt zich op grootschalige opwek van elektriciteit en de gebouwde omgeving (dus ook warmte). De RES 1.0 is inmiddels door alle betrokken overheden bestuurlijk vastgesteld. Inmiddels is een start gemaakt met de uitvoering van de plannen (uitvoeringsprogramma en RES-deals met bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties).
RSW Het onderdeel Warmte is binnen de REKS uitgewerkt in de vorm van een Regionale Structuur Warmte (RSW). De RSW verschaft op regionaal niveau inzicht in de totale (toekomstige) warmtevraag binnen de regio, de beschikbare duurzame warmtebronnen en de bestaande en geplande infrastructuur. In de RSW is op hoofdlijnen en op regionaal vastgelegd hoe in de nabije toekomst wordt omgegaan met de beschikbare bronnen, ruimte en infrastructuur ten aanzien van warmte. De RSW wordt door gemeenten op lokaal en wijkniveau vertaald naar een Transitievisie Warmte. De relatie tussen de REKS, de RSW en de TVW wordt geïllustreerd in onderstaande figuren.
TRANSITIEVISIE WARMTE OISTERWIJK
45
De RSW brengt dus vraag en aanbod van warmte in beeld en geeft inzicht in de potentie van verschillende warmtebronnen in de regio. Deze informatie is echter nog grofmazig en moet voor de Transitievisie Warmte worden aangevuld met lokale informatie. De RSW levert input voor de lokale TVW maar treedt hiervoor niet in de plaats. De RSW richt zich vooral op het gebruik van bronnen die bovengemeentelijke potentie hebben en helpt bij het leggen van verbindingen tussen sectoren en gemeenten. Afstemming binnen de regio moet voorkomen dat een bron ten onrechte meerdere malen in lokale TVW’s wordt opgenomen. Het regionale inzicht voorkomt bovendien dat interessante bronnen onbenut blijven.
TRANSITIEVISIE WARMTE OISTERWIJK
46
BIJLAGE 5 OVERZICHT SESSIES STAKEHOLDERS In het proces om te komen tot de TVW zijn werktafels opgezet, waarin informatie over de TVW is gedeeld en waarin de verschillende stakeholders werden gevraagd om hun mening te geven en hun kennis en ervaring te delen. De stakeholders in onze gemeente die (naast de interne betrokken (beleids)adviseurs van de gemeente), hebben deelgenomen aan deze werktafels zijn: Wooncorporatie
Leystromen,
Woningcorporatie
Woonveste,
Woningcorporatie
TBV
Wonen,
Energiecoöperatie DEC Oisterwijk, Energiecoöperatie HOT Haaren, Waterschap de Dommel, Enexis, 2College Durendael, ZLTO en Ondernemersverenigingen BCO Oisterwijk, De Sonman en Toestroom. Naast de bovenstaande stakeholders zijn er ook gesprekken gevoerd met een aantal lokale partijen: Buurtraad
Heukelom,
Dorpsraad
Moergestel,
Wijkraad
Westend,
Wijkraad
Waterhoef,
Wijkaccommodatie Pannenschuur, HaarenEEN en ContourdeTwern. Verder zijn er online-inwonersavonden georganiseerd op 28 april 2021 en 5 oktober 2021. Tijdens deze avonden werden inwoners geïnformeerd over de warmtetransitie en kregen zij de gelegenheid om hierover vragen te stellen. Er werden ook vragen aan de inwoners gesteld (met een online tool) om een beeld te krijgen van wat zij belangrijk vinden in het kader van de warmtetransitie.
TRANSITIEVISIE WARMTE OISTERWIJK
47