CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-56A Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten- bijlage 3 Verslagen van de klankbordgroep

RAAD 14 oktober 2021, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-56A Beleid huisvesting arbeidsmigranten10.119 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verslag klankbordgroep huisvesting arbeidsmigranten, 21 april Opening en gesprek wethouder Eric Logister Richard Engelfriet heet de aanwezigen in zowel de zaal als digitaal van harte welkom voor de eerste bijeenkomst van de klankbordgroep huisvesting arbeidsmigranten. Engelfriet start met een vraag voor alle deelnemers via de mentimeter: ‘Wat is uw verwachting van deze klankbordgroep’? (Zie voor een overzicht van de reacties de bijlage). Wethouder Eric Logister reageert: ‘Ik zie een aantal heel herkenbare uitspraken. Dus ik ben ook benieuwd wat deze bijeenkomst gaat brengen. Laten we ook tegen elkaar uitspreken: dit gaat goed of dit kan beter. Of: zullen we dit anders doen? Daar sta ik voor open. En het tweede wat ik heel belangrijk vind is dat we de belangen zichtbaar maken en uitwisselen. Dat kan leiden tot meer en wederzijds begrip. In de klankbordgroep gaan we in een aantal bijeenkomsten met elkaar praten: wat moet er nu in dat beleid komen? Waar maak je je zorgen over? Wat vind je heel belangrijk? Laat ik ook duidelijk zijn: de raad stelt het beleid vast. Maar als college bereiden we dat beleid voor in een aantal fasen.’ ‘Deze week hebben we de beeldvormende fase afgesloten met informatiemarkten en excursies, die zowel voor raadsleden als inwoners toegankelijk waren en zijn.

En nu en tijdens de raadsontmoeting van 29 april met daarin de discussienotitie is het van belang elkaar te spreken. We gaan met elkaar antwoorden zoeken op huisvestingsaanvragen die in de nabije toekomst binnenkomen: hoe gaan we die toetsen? Wat mogen we daarbij verlangen van ondernemers? En huisvesters? Maar in deze fase is het ook van belang dat bewoners in gesprek komen met huisvesters en ondernemers om hun zorgen kenbaar te maken. En omgekeerd kunnen ondernemers op hun beurt aangeven: waarom is het belangrijk dat er toch mensen uit andere landen bij mij werken en dat die gehuisvest moeten worden?’ Engelfriet wil weten wat er gebeurt met de input van de klankbordgroep. Logister: ‘Het is de bedoeling dat we in de klankbordgroep goed met elkaar overleggen en goed met elkaar de beelden delen. Op sommige punten zullen we het niet eens zijn met elkaar. Dat is niet erg: als het maar zichtbaar wordt. En ook wat wij daar als college mee doen en wat we wel of niet verwerken in het beleid. Dat moeten we niet alleen zichtbaar maken voor elkaar: maar ook voor de gemeenteraad. Daarom nemen we deze sessie ook op zodat we deze kunnen delen. Deze input, beelden en verslagen hechten we aan het raadsvoorstel.

Zodat de raadsleden daar ook doorheen kunnen en ook kunnen zien: wat is er allemaal gewisseld?’ ‘Aan welke knoppen kan de klankbordgroep wel of niet draaien’, wil Engelfriet weten ‘of staan ook enkele zaken al vast?’ Logister: ‘Waar we allemaal geen invloed op hebben is de vestiging van arbeidsmigranten. Mensen uit Midden- en Oost-Europa zullen deze kant uitkomen en zullen dus ook huisvesting zoeken. Waar we met z’n allen wel invloed op hebben - en dus ook de klankbordgroep is de vraag: welke voorwaarden stellen wij daar nu aan? Het is nu het moment om daarover mee te praten. Het tweede is een toetsingskader om huisvestingsinitiatieven te beoordelen. Als we dat gaan voorstellen aan de raad zit daar ook een verslag bij waaruit blijkt wat jullie belangrijk vinden. Dus de raad kan zeggen: dit is het toetsingskader dat voorgesteld wordt en dit is de discussie die er omheen is gevoerd. Dat wil ik heel transparant maken. De klankbordgroep en de raad zijn communicerende vaten. Ik ben er verantwoordelijk voor om weer terug te brengen bij de raad wat hier is gezegd. Maar ook wat er in de raad is gezegd naar u - de klankbordgroep - toe te brengen.’ Gesprek met twee inwoners: Vincent van Doremaele en Walleke ten Noever Bakker Mevrouw Ten Noever Bakker is sinds haar pensioen betrokken bij het taalcafé in de Tiliander.

‘Het gaat om mensen die op zaterdagochtend wel eens die willen oefenen met het Nederlands. Dat zijn vaak vluchtelingen maar ook expats en arbeidsmigranten. Hele aardige mensen. Mijn motivatie om mee te doen aan de klankbordgroep? Ik heb iemand gesproken en die woonde op een heel

achenebbisj kamertje. Dus ik dacht: die heeft ook recht op behoorlijke huisvesting. Maar ik begrijp ook heel goed de zorg en de angst van onze inwoners’. Engelfriet wil weten wat ze mist in de discussie in de media. ‘Wat ik mis zijn die berichten over al die hardwerkende mensen die hier jaar in jaar uit fruit plukken of bij Bol.com werken.’ Vincent van Doremaele geeft aan dat hij vanaf 2017 weer in Oisterwijk woont en de behoefte voelt een bijdrage te leveren aan wat er in de eigen wijk/buurt gebeurt. Wat is je motivatie om bij deze klankbordgroep aan te sluiten?’, wil Engelfriet weten. Van Doremaele: ‘Het was mei vorig jaar dat ik er al voor gepleit heb bij een raadsplein om met elkaar aan de gang te gaan met huisvestingsbeleid voor arbeidsmigranten. Dus ik ben ook blij dat we hier in deze samenstelling zijn om daar het gesprek over te voeren. Ik zie onze klankbordgroep als een belangrijke schakel in het proces om uiteindelijk te komen tot een heldere set van spelregels. Ik begrijp heel goed dat we vertrekken vanuit de woonbehoefte specifiek voor arbeidsmigranten. Maar ik pleit er daarbij wel voor die in te passen in een brede woonbehoefte, omdat het draagvlak voor de huisvesting van arbeidsmigranten nauw samenhangt met de aandacht van de woonbehoefte voor andere doelgroepen.

We hebben veel gemeenten om ons heen met goede en minder goede ervaring op dit thema zoals schaalgrootte, kwaliteit, beheer, ruimtelijke en sociale inpassing. Laten we dan ook leren van die ervaringen elders, bijvoorbeeld hoe de omgevingsdialoog in Tilburg op een andere wijze wordt gevoerd en kansen biedt. Maar ook van de minder goed gelopen zaken, zoals hoe de Hertenwei in Reusel de Mierden niet zo’n groot succes was, omdat vergeten was om kaders te stellen van hoe om te gaan met een verouderd park. En de problemen aan I.B.C. Weg in Best onderstrepen nogmaals het cruciale belang van beheer. Of over de Flexcampus in Hapert, over hoe je het beheer wel kunt organiseren, ook als het om een grootschalige locatie gaat.’ Logister: ‘Ik vind het een hele mooie term een set van spelregels. Volgens mij zijn we daar allemaal naar op zoek. Het zou jammer zijn als mensen iets niet inbrengen. Daarom zeg ik nogmaals: breng uw punt in.’ Gesprek met arbeidsmigrant Marek Om een beter beeld te krijgen van het perspectief van arbeidsmigranten, schoof de in Haaren werkzame Marek aan. ‘Ik hoorde via een kennis dat ik hier geld kon verdienen. Ik dacht eerst: ik ga voor een paar maanden naar Nederland. Maar uiteindelijk ben ik er inmiddels 5 jaar. In Polen hebben we dit soort werk niet. Ik woon in een logiesgebouw met meerdere mensen. Daar heeft iedereen zijn eigen kamer.

De andere faciliteiten delen we en er zijn gemeenschappelijke ruimtes. In het groeiseizoen moet ik mijn kamer even delen. Dat is lastiger. Maar dat is gelukkig slechts een paar maanden per jaar.’ ‘In hoeverre heb je binding met de inwoners van Oisterwijk?’ wil Engelfriet weten. Marek: ‘We zijn gescheiden van de Nederlandse gemeenschap. Ik spreek ook geen Nederlands. Ik ben hier vooral voor het werk. Het zou fijn wat Nederlandse mensen te ontmoeten. Maar werk blijft mijn primaire doel.’ Hoe kijkt Marek naar de toekomst? ‘Ik heb geen idee hoe lang ik hier nog blijf. Uiteindelijk wil ik terug naar Polen. Daar heb ik mijn familie en vrienden en daar ga ik ook regelmatig naar toe. Maar wanneer: dat weet ik nog niet.’ Gesprek met Luc Boers, uitzendbureau Jobinvest Om een beeld te krijgen van het perspectief van een uitzendbureau, wordt Luc Boers bevraagd. Boers is zowel inwoner van Oisterwijk als eigenaar van de Jobinvest groep. Boers: ‘Wij hebben 1.500 mensen in dienst, waarvan ruim 1.000 uit Oost-Europa. Ik denk daarvan zo’n 120-140 arbeidsmigranten in Oisterwijk aan de slag zijn’. Engelfriet: ‘Kun je ons eens meenemen hoe zo’n aanvraag van een werkgever in zijn werk gaat?’ Boers: ‘Wij zijn m.n. actief in de productie, logistiek en techniek. Het is een algemeen gegeven dat er tekorten zijn op de arbeidsmarkt.

Ik denk dat we ons goed moeten realiseren dat al onze supermarkten hier in Oisterwijk bevoorraad worden door arbeidsmigranten. Alle meer seriematig technische functies gebeuren door Oost-Europese mensen. Die worden geworven. Wij hebben een tweesporenbeleid. We werven deels op de Nederlandse markt en we werven deels op de Oost-Europese markt. Wij zijn minder geïnteresseerd in

seizoenarbeiders want dat geeft grote problemen. Mensen komen dan 3 tot 5 maanden naar Nederland en zitten worden vervolgens met 2 tot 4 mensen op een kamer. Dat willen we niet. Wij vinden dat iedereen zijn eigen kamer moet hebben en zijn eigen sanitair en dat verzorgen wij tot op zekere hoogte. Wij verdienen - in tegenstelling tot veel andere uitzendbureaus - niet aan de huisvesting. Dat vind ik ook belangrijk te zeggen. Wij willen er alles aan doen om te zorgen dat mensen heel beperkt van onze huisvesting gebruikmaken. Wij willen ze wel maximaal ondersteunen om zelfstandig te wonen en om te kunnen integreren. Wij ondersteunen onder meer met de Nederlandse taal via ons eigen opleidingsinstituut. Hoewel wij niet representatief zijn, blijft 90% van de mensen die bij ons binnenkomt.’ Engelfriet: ‘Wat is jouw motivatie mee te doen aan klankbordgroep? Boers: ‘Aan de ene kant als betrokken inwoner. Maar ook om draagvlak te creëren tussen ondernemers en inwoners. Naar bewoners wil ik zeggen: realiseer je dat in dit dorp heel veel niet mogelijk zou zijn als we geen arbeidsmigranten zouden hebben. Dus daar moet goed begrip in komen.’ Gesprek met huisvester Francois Schepens Een andere invalshoek biedt Francois Schepens, die werkzaam is als adviseur voor organisaties die huisvesting willen faciliteren (als uitzendbureaus).

Engelfriet: ‘Waar heb jij het over als je praat over grootschalig? Schepens: ‘Dan hebben we het over locaties van 600-700 personen zoals een locatie in Tilburg waaraan ik een bijdrage heb mogen leveren. Mensen verdienen een kans in zowel hun werk als wooncarrière. Dat begint vaak op het werk, maar in hun wooncarrière moeten mensen ook stappen kunnen zetten. In het beginsel gaat het om kwaliteit en privacy. Het is van belang mensen een plek te geven die menswaardig is. ‘Hoe vind je je weg op de krappe woningmarkt waarin het ook voor starters en anderen lastig huisvesting vinden is?’, wil Engelfriet weten. Schepens: ‘Dat is absoluut een dilemma. Op het moment dat er geen goed georganiseerde grootschalige huisvestingslocaties zijn, waar afspraken zijn gemaakt over onder meer beheer en aanwezigheid, dan zie je vaak dat de bewoning van gewone woningen oploopt. Dat tast de sociale cohesie aan. Er is dus behoefte aan meer ruimte en meer locaties in de markt.’ Engelfriet: ‘Waar erger je je het meeste aan als er wat wordt geschreven over je beroepsgroep? Schepens: ‘Dat er bijna een half miljoen arbeidsmigranten in Nederland zijn. Maar dat er zo’n groot vergrootglas ligt op die negatieve verhalen. Het gaat om mensen die hier het werk komen doen voor onze economie.

Laten we trots zijn dat we het talent kunnen vasthouden.’ Gesprek met Kees Burgmans, plantenkweker Kees Burgmans uit Haaren stelt zich voor: ‘Wij hebben een plantenkwekerij en kweken tuinplanten voor de grote groenmarkt. Wij hebben 8 vaste Nederlanders in dienst en we maken ook gebruik van de inzet van arbeidsmigranten. We hebben 4 arbeidsmigranten die 10 maanden per jaar hier werken en in het hoogseizoen hebben we er in totaal 10-12. Die piek loopt altijd via een detacheringsbedrijf.’ Engelfriet: ’Houd je je als ondernemer ook met huisvesting bezig?’ Burgmans: ‘Uiteraard, dat is ook een binding naar onze mensen toe. Voor onze vaste medewerkers hebben we huisvesting voor 4 personen op het bedrijf. En voor de mensen die tijdelijk bij ons werken - tussen de 8 en 16 weken wordt de huisvesting geregeld via het detacheringsbedrijf. En dat is allemaal op fietsafstand te doen.’ Engelfriet: ‘Wat zou er met jouw bedrijf gebeuren als deze mensen niet voor jou zouden werken? Burgmans: ‘Dan zou Nederland er niet zo groen uitzien. We willen toch allemaal een groen haag hebben. En als we die handjes niet hebben we een probleem. We kunnen niet genoeg Nederlanders vinden die het werk willen doen. We hebben 1,5 jaar geleden nog met een clubje van 5 kwekers in de Tiliander gestaan om mensen te werven voor de arbeidsmarkt. Er is niemand blijven hangen. We willen ze wel aannemen.

Maar er zijn er niet genoeg die dit werk willen doen.’ Engelfriet: ‘Lopen andere collega’s iedereen tegen hetzelfde aan? Burgmans: ‘We willen nette huisvesting regelen. Maar waarom huisvesting hebben die we maar voor 16 weken benut mag worden? Waarom kan die ruimte in de zomer niet door een ander worden opgevuld? Dan kun je ook nette huisvesting regelen omdat dat ook rendabel is omdat er ook jaarrond mensen zitten.’

Engelfriet: ‘Zijn arbeidsmigranten voor jou ook goedkoper dan Nederlanders?’ Burgmans: ‘Ze vallen onder dezelfde CAO dus dat heeft er niets mee te maken. Mijn motivatie is: ik krijg het werk anders niet gedaan. We moeten arbeidsmigranten niet aan de kant schuiven, we hebben ze gewoon nodig. Als ze er niet zijn, liggen de schappen en heel wat bouwwerkzaamheden stil.’ Reflectie Logister: ‘Het zijn hele herkenbare verhalen. Daarnaast zie ik ook goede vragen vanuit de klankbordgroep. Het lijkt me goed dat we alle links nogmaals delen naar alle openbare stukken die we ook naar de raad hebben gestuurd. Ik zie verder ook dat er brede overeenstemming is over het belang van kwaliteitsnormen. We willen niet accepteren dat we mensen met 3 - 4 personen op een kamer toestaan. Dat heeft ook meteen een uitstraling op de omgeving. Ook voor de mensen zelf is het een niet wenselijke situatie. Eenzelfde belang geldt voor goed beheer. Een ander punt: hoe gaan we om met de huisvesting na bijv. 5 jaar? Wie is dan (nog) verantwoordelijk voor de huisvesting? Daar moet je echt onderscheid in maken: Wat accepteren we bij shortstay? En wat bij midstay?’ Schepens: ‘Als je iets nieuws wilt faciliteren, dat voldoet aan de kwaliteitseisen, dan is 10-15 jaar het minimale.’ Engelfriet: ‘Er komen ook tips binnen zoals ‘ondernemers maak gebruik van zowel AKF als SNF1’.

En verder zegt iemand: ‘Vakantiewoningen wel voor de arbeidsmigranten en niet voor de Oisterwijkers?’ Logister: ‘De vraag is, en dat zit ook in de discussienota: is dit nu de manier om te vestigen: ja of nee? Laten wij er ook maar even mee worstelen wat wij vinden. Kleinschalig, grootschalig: ik hoor het echt heel graag.’ Engelfriet: ‘Iemand geeft ook een oplossing: zouden we ook niet een maximum percentage arbeidsmigranten moeten afspreken in Oisterwijk?’ Logister: ‘We hebben een beeld van de percentages die we zouden moeten oppakken. Dat staat ook in het rapport. Dat is een opgave in Oisterwijk van zo’n 250-350 arbeidsmigranten. Het gesprek moet denk ik gaan over: kunnen we dat absorberen in onze gemeente? En wellicht in een mix van oplossingen.’ Engelfriet: ‘Welke processtappen zijn er met de raad afgesproken? Daarbij is volgens mij 29 april een belangrijke datum.’ Logister: ‘Wat ook een belangrijk datum is, is vandaag. Dat is voor mij even belangrijk. Even terug naar wat we aan het doen zijn. We zijn gestart met een beeldvormende fase: waar hebben we het nu eigenlijk over? Nu volgt de oordeelsvormende fase. Volgende week gaan we in de raad de netten ophalen: wat vinden we nu allemaal? Hoe kijken we vanuit de verschillende perspectieven tegen het vraagstuk aan? Dan volgt de besluitvormende fase.

Dat willen we voor de zomer afronden met de raad.’ Engelfriet stelt opnieuw een vraag voor alle deelnemers via de mentimeter: ‘Kunt u een eerste inhoudelijke schot voor de boeg leveren? (Zie voor een overzicht van de reacties de bijlage). Logister: ‘Door deze setting kan het zijn dat de indruk is ontstaan dat het alleen gaat om wat goed is voor de arbeidsmigrant. Dat kan niet de bedoeling zijn. Het gaat om alle perspectieven: wat is goed de inwoners, de arbeidsmigrant, de ondernemer, de huisvester, het uitzendbureau? Maar bovenal: wat is goed voor ons Oisterwijk? En hoe kunnen we ervoor zorgen dat de impact op de leefomgeving goed is?’ Engelfriet: ‘Hoe heb jij dit gesprek vanuit het perspectief als inwoner ervaren? Van Doremaele: ‘Ik heb o.a. gehoord dat je onder arbeidsmigranten een ontwikkeling ziet naar een hogere behoefte kwaliteit aan wonen. Ik zou daar ook rekening mee houden om te voorkomen dat je straks ook allerlei voorzieningen hebt die niet meer passend zijn. En laten we ook rekening houden dat de kwaliteitsnormering zich ontwikkelt en dat je je daarop voorbereidt. En laten we ook rekening houden met dat er een aanzienlijke diversiteit is binnen de groepen short-, mid- en longstay. Verder kan ik me ook voorstellen dat wij in Oisterwijk de regionale opgave vertalen naar de ruimtelijk en sociale structuur zoals die hier bestaat.

1

Agrarisch Keurmerk Flexwonen en de Stichting Normering Flexwonen

Engelfriet: ‘Ik zie heel veel ambitie. Maar ik kan me ook voorstellen dat sommige kijkers denken: het begint me bijna te duizelen hoe groot dit thema is. Heb jij ideeën voor passende vervolgstappen?’ Van Doremaele: ‘Volgens mij moet je beginnen vanuit een brede visie, een vergezicht. En tegelijk zet je in het nu hele concrete stappen om daar te komen en die kunnen heel overzichtelijk zijn. Maar ik blijf zeggen: breng het naar de schaal van Oisterwijk.’ Boers: ‘Ik denk dat het belangrijk is dat als we gaan faciliteren we erop toezien dat het niet bewoning gaat worden om het probleem op te lossen voor omliggende gemeentes of bedrijven. Want eenmaal zittend is het lastig om mensen weg te laten gaan.’ Logister: ‘Wij gaan met elkaar in gesprek over de Oisterwijkse situatie. Ik ben hier echt niet om huisvesters te faciliteren om hier het hele regionale probleem op te lossen in het Hart van Brabant.’ Engelfriet: ‘Hoe komen we tot een agenda voor 10 mei?’ Van Doremaele: ‘Ik denk dat we langs de lijn van de bekende cruciale succes- en faalfactoren met elkaar moeten bepalen wat past bij de vier kernen? We gaan volgens mij twee dingen doen: praten over een concrete set van spelregels en kijken naar de vraag: wat vinden wij dat past bij onze schaal van Oisterwijk?’ Logister: ‘Wat ik met deze klankbordgroep wil doen, is spreken over het beleid van arbeidsmigranten.

Hoe ga je straks aanvragen beoordelen? Welke criteria zouden we daarvoor kunnen gebruiken? Verder zijn we bezig met een brede woonvisie over de brede woonbehoefte. Een deel van die woonbehoefte hebben we al in beeld en dat zijn de arbeidsmigranten: dat staat in het rapport. Als we de behoefte aan short- en midstay kunnen oplossen, helpt dat heel goed de druk op de woningmarkt op een andere manier te verlichten in de dorpen. En als we het hebben over grootschalig dan wil ik weten: wat is dat nou precies? Welk beeld heeft iedereen nu bij de term ‘grootschalig’?’ Van Doremaele: ‘Heeft de gemeente Oisterwijk een leegstandslijst? Dan hebben we meteen alle informatie die nodig is voor een goede discussie.’ Logister: ‘Niet dat ik weet. Daar kunnen we naar kijken. Eerder kregen we ook al de vraag of de gemeente locaties op het oog heeft? Laat ik dat meteen maar even benoemen: nee. Waar we op zoek naar zijn is een meetlat dat als er een aanvraag komt we kunnen zeggen: vinden wij het dan goed of niet?’ Engelfriet: hoe kunnen we de bijeenkomst van 10 mei het beste voorbereiden? Logister: ‘We moeten echt kijken hoe we de interactie, het gesprek, goed voor elkaar kunnen krijgen. We moeten daarbij goed kijken welke tools en middelen we daarvoor kunnen gebruiken.

Ik verwacht in ieder geval niet dat we dan bij elkaar kunnen zitten.’ Na een onderlinge discussie worden de volgende afspraken gemaakt in de aanloop naar de tweede klankbordgroep van 10 mei. Johan van der Craats (ambtelijk trekker) mailt alle deelnemers: 1. Het verslag van de bijeenkomst van de klankbordgroep van 21 april incl. reacties via mentimeter en app 2. Een terugkijklink van de bijeenkomst van 21 april 3. Een link naar alle relevante openbare documenten (waaronder het behoefteonderzoek en de discussienotitie gemeenteraad 29 april) 4. Een link naar goede beleidsvoorbeelden uit andere gemeenten 5. De vraag in hoeverre persoonlijke gegevens binnen de klankbordgroep mogen worden gedeeld 6. De vraag naar welke digitale vorm de voorkeur uitgaat voor 10 mei (ervan uitgaande dat een fysieke bijeenkomst nog onmogelijk is). Na de uitvraag zal een agenda voor 10 mei worden gemaakt en gedeeld. Voor vragen opmerkingen kunt u mailen naar Johan van der Craats: arbeidsmigranten@oisterwijk.nl

Verslag klankbordgroep huisvesting arbeidsmigranten 10 mei Opening en gesprek wethouder Eric Logister Richard Engelfriet heet de aanwezigen welkom en vraagt wethouder Eric Logister om een terugblik op de raadsontmoeting van 29 april. Logister: ‘We hebben een goed gesprek gehad over een viertal oplossingsrichtingen en een mogelijk vijfde alternatief. Deze oplossingsrichtingen hebben een goede kans dat die op tafel komen. Daarbij wilde ik ook van de raad -en straks van de klankbordgroepweten: wat denken jullie van de randvoorwaarden die daaraan gesteld moeten worden? Dat gesprek is geweest. Ik constateerde daarbij dat nergens een taboe op zit. Als alternatief is nog ‘wonen op kamers’ aangedragen als een oplossingsrichting in de wijken. Graag hoor ik straks wat de klankbordgroep daarvan vindt. Het was een goede bijeenkomst waarbij een aantal voorwaarden goed werden neergezet maar ook een aantal dilemma’s zijn opgehaald. Dat moeten we verder verwerken: we zijn nog niet klaar.’ Engelfriet: ‘Het is natuurlijk verleidelijk hier te zeggen vanavond ‘alle ballen op Eric’. Logister: ‘ Ik vind dat niet zo erg maar doe dat eerst gezamenlijk. Waar ik naar op zoek ben zijn tegengestelde meningen. Hier moeten we dus goed nadenken over wat er in het beleid moet komen. Praat dus vooral onderling zodat wij ook goed kunnen voelen waar de discussiepunten en dilemma’s echt zitten.

Engelfriet: ‘Is de klankbordgroep zomaar een vrijblijvend advies?’ Logister: ‘Nee, niets is minder waar. De input uit de raadsontmoeting maar ook uit de klankbordgroep helpen mij en de beleidsambtenaren om op te schrijven waar geen discussie over is en wel. En als je dat ook open en eerlijk bij de raad voorlegt, dan weet de raad ook waar het debat over moet gaan.’ Gesprek inwoner Andre Dröge Engelfriet: ‘Enkele mensen hebben voor deze bijeenkomst een bijdrage ingestuurd. Als ik een woord uit je notitie mag halen is dat ‘achtergesteld’. Toen dacht ik: dat is wel zorgelijk’. Dröge: ‘Meerdere burgers hebben geconstateerd dat er een voortraject is geweest voordat de klankbordgroep van de grond kwam. Er is een inventarisatie geweest bij ondernemers en huisvesters. Maar niet bij bewoners in de trant van: wij gaan een klankbordgroep opzetten. Wilt u meepraten? Dan graag ook direct vanaf het begin. Maar ik wil er niet te lang bij stil staan omdat we intussen een aardige inhaalslag aan het doen zijn. Daar ben ik heel gelukkig mee.’ Engelfriet: ‘Wat zijn de belangrijkste punten uit uw bijdrage?’ Dröge: ‘Begin met te definiëren van waar hebben we het over? Wat is short-, mid- en longstay? Wat willen we in het beleid vastleggen? Ik denk dat het beleid gevormd moet worden rondom shortstay.

Dat zijn arbeidsmigranten die gedurende een deel van het jaar hier in de regio zijn om voor werkgevers te werken. Ze zijn een paar maanden hier en hebben tijdelijke huisvesting nodig. Wat mij betreft hoort deze groep terecht onder het begrip ‘logies’. En niet onder reguliere huisvesting. Dat vind ik een belangrijk aspect want aan logies kun je een vergunning verbinden. Mijn andere punt dat ik wil maken is dat de werkgever als eindverantwoordelijk moet worden gezien voor het realiseren, beheren en verzorgen van de die shortstay huisvesting. Waar die huisvesting ook staat. Als het gaat om het proces heb ik vertrouwen in Eric. Maar straks komt de raad. Dan moet het niet zo zijn: wij vinden zo hier en daar dat jullie daarin te ver gaan. Welke richting dat dan ook moge zijn.’ Gesprek inwoner Eric van Kempen Eric van Kempen vraagt om een definitie van shortstay. Reactie Martijn van de Brand van uitzendbureau BAM Vermeer: ‘Wij zijn een uitzendbureau in de agrarische sector en hebben tussen de 200 - 400 medewerkers in dienst, afhankelijk van de tijd van het jaar. Hiervan is zo’n 20% shortstay: zij verblijven hier dan voor een oogstperiode van 2 maanden. Maar we zien ook een grote groep die oogst na oogst en project na project er makkelijk een half jaar van maakt en op een gegeven moment een keuze maakt om toch langer te blijven.

Dus de groep verandert van short- naar midstay terwijl ze daar aanvankelijk geen duidelijke keuze in gemaakt hebben.’

Engelfriet zoomt in op de geleverde bijdrage van Eric van Kempen. ‘Jij stelt in je stuk: Kan er een mogelijkheid komen in het beleid waardoor je huisvesting van arbeidsmigranten toestaat in ruimten die daarvoor niet bestemd zijn onder nader te noemen voorwaarden.’ Van Kempen: ‘Ik hoor veel discussie over shortstay maar misschien moet het accent meer liggen op midstay. Mijn ervaring is dat arbeidsmigranten hier 3 tot 10 jaar verblijven en dan gaan ze terug. Ik zie echter ook een deel dat hier definitief wil blijven. We lijken af te koersen op een beleid waarbij we ons focussen op alleen shortstay arbeidsmigranten b.v. voor 3 maanden op het erf. Maar waar gaan de mensen daarna naar toe? Kunnen we die gebouwen niet efficiënter gebruiken dat die ook continu bezet blijven? Stel dat b.v. René Simons het hele jaar zijn logiesgebouw mag gebruiken: hoeveel zou er dan al niet opgelost zijn? Kun je in het beleid niet opnemen dat er langer gehuisvest mag worden maar dat permanente bewoning niet toegestaan wordt?’ Logister: ‘Naar deze discussie was ik op zoek. Voor welke doelgroepen zijn welke oplossingsrichtingen? Aan de ene kant bestrijden we dat mensen zich permanent vestigen op dat soort huisvestingsoplossingen. Dan zeggen we b.v. in een vergunning dat er maar 9 maanden per jaar gebruik mag worden gemaakt van die huisvesting. En dan heb je dus 3 maanden verborgen bedden.

Beroepsgroepen die complementair in het seizoen actief zijn, kunnen bij langduriger gebruik ook in hetzelfde pand worden gehuisvest. Dat zou een oplossing kunnen zijn. Maar ik hoor ook mensen zeggen: ik wil dat er alleen maar mensen mogen worden gehuisvest die bij de werkgever zelf in dienst zijn. Dan is deze oplossing niet meer mogelijk. Dit zijn de dilemma’s waar ik naar op zoek ben.’ René Simons van Simons Zacht Fruit: ‘Ik zou graag mijn huisvesting voor collegae beschikbaar willen stellen. Mede in het licht van het Roemer-rapport die pleit voor meer huisvestingskwaliteit. De kosten bedragen al snel €10.000 - €12.000 per bed als je aan alle regelgeving wilt voldoen. En als je die maar 3 maanden per jaar mag gebruiken, kun je simpelweg die kwaliteit niet bieden. Kijk even bij ons. Wij telen fruit en dan hebben we in de zomer een piek. Er zijn ook aspergekwekers en boomtelers die in de zomer geen piek hebben en die wel huisvesting gebouwd hebben. Dan kun je natuurlijk ook van elkaars huisvesting gebruik maken zonder dat je in het dorp huizen hoeft te huren of te kopen of ergens anders op een park. Dus als we van elkaars aanbod gebruik kunnen maken zou dat een mooie oplossing zijn. Daarnaast geloof ik ook dat er kansen zijn in Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB’s).

Als je dat enigszins reguleert, kun je mooi iets maken om in te zetten tijdens de piek zodat de druk op de woningmarkt stevig afneemt.’ Gesprek inwoner Kees van Elderen Engelfriet: ‘Jij hebt onder meer acht beleidskaders genoteerd waaraan we het geheel moeten ophangen.’ Van Elderen: ‘Allereerst staat in mijn notitie de vraag in hoeverre de indeling in shortmid- en longstay relevant is. Waar het om gaat is dat als mensen hier komen ze behoefte hebben aan dezelfde huisvesting. Dus waarom maken we dan onderscheid daarin? Mijn voorstel: maak onderscheid tussen arbeidsmigranten die hier tijdelijk zijn en terug willen naar het land van herkomst en arbeidsmigranten die zich hier permanent willen vestigen. Die laatste groep kan als ieder ander op de woningmarkt terecht. Die eerste groep wil gewoon een simpele oplossing die niet te duur is.’ Reactie Willem Weggeman Homeflex: ‘Voorkom dat je verzandt in een definitiediscussie. Als je iets gaat realiseren voor een logiesfunctie, dan betekent dat dat de belastingdienst ook om de hoek komt kijken. Als ik op basis van logies wil verhuren, dan moet ik een nachtregistratie bijhouden. Daarbij mogen de mensen niet langer dan 6 maanden op een adres verblijven. Dus moet ik aan de belastingdienst aantonen, dat ik het op basis van logies ook verhuur.

Dus mensen kunnen in principe hier niet langer dan een half jaar verblijven, mits ze op zo’n locatie na een tussenpoos op een ander adres gaan verblijven. Dan mogen ze nog een keer een half jaar verder.’ Engelfriet: ‘Als we kijken naar je uitgangspunten lijken me die allemaal redelijk. Maar het wordt lastig op het moment dat het spannend gaat worden’. Van Elderen: ‘Dat is helemaal niet spannend. Een van de uitgangspunten is: we kijken naar de grootte en schaal van Oisterwijk en dan komen er b.v.

geen 800 mensen van Amazon naar Oisterwijk. Daarom zijn heldere uitgangspunten ook zo van belang als je met elkaar wilt komen tot goede en duidelijke spelregels.’ Engelfriet neemt de klankbordgroep mee in eventuele opvattingen en opmerkingen rond de vijf genoemde oplossingsrichtingen. De eerst oplossingsrichting: huisvesting op agrarische bedrijven. Engelfriet: mist daar nog iets? Van Elderen: ‘Er staat als risico ‘kleinere kans op integratie’. Maar willen arbeidsmigranten wel integreren? Van den Brand: ‘Die behoefte is inderdaad beperkt. De groep die hier 5 - 8 jaar blijft zal wel Nederlands willen leren door de taallessen die we aanbieden. Maar de meesten gaan in de toekomst weer terug naar het thuisland. Johan van der Craats, gemeente Oisterwijk: ‘Landelijk gezien vestigt zo’n 30 procent van de arbeidsmigranten zich. Zij hebben wel degelijk een behoefte te integreren.’ Reactie Dröge: ‘We krijgen steeds meer arbeidsmigranten in de samenleving en mogelijk ook problemen die we nu nog niet kunnen voorzien. We moeten er dus wel attent op zijn om eventueel te kunnen ingrijpen of bijsturen.’ Logister: ‘Ik denk ook dat we moeten opschrijven hoe we het beleid gaan evalueren.’ De tweede oplossingsrichting: op of aan de rand van bedrijventerreinen. Van Elderen: ‘Een van mijn uitgangspunten is dat werkgevers verantwoordelijkheid nemen. Agrarische werkgevers doen dat prima.

Ik vraag me af waarom andere werkgevers dat niet doen. Daarmee bedoel ik niet de uitzendbureaus maar de inlenende werkgevers. Ik mis dat. Waarom nemen die werkgevers hun verantwoordelijkheid niet? Je zou ook niet op de rand van het bedrijventerrein moeten bouwen maar op het terrein van desbetreffende ondernemer. En die mogelijkheden die zijn er.’ Engelfriet: ‘Bij welke ondernemers gaat het dan niet goed?’ Van Elderen: ‘Ik zie in deze sessie geen vertegenwoordigers van dat soort bedrijven zoals Tobroco, de Cromvoirtse en enkele bedrijven in Moergestel. Deze werkgevers zouden arbeidsmigranten tijdelijk kunnen huisvesten op hun eigen bedrijfsterrein.’ John Bakker, eigenaar de Parel: ‘Ik hoor een reactie over het gebrek aan bijdragen van ondernemers. Maar dat is wel gebeurd. Ook wij zijn met elkaar in gesprek geraakt. Dus ik denk dat de Oisterwijkse ondernemers wel hun best doen. Zo hebben we Tobroco gehad op het park om te bezien of we toch niet iets voor elkaar kunnen betekenen. Dus er wordt echt wel naar een oplossing gezocht. En er worden gesprekken gevoerd.’ Logister: ‘Ik vind de discussie over huisvesting aan de rand van bedrijventerreinen/rand bebouwde kom best vlak. Want wat hier staat is toch wel impactvol op je kern of waar je dan ook woont. Als je het hebt over een oplossingsrichting met een centrale manier van vestigen dan kom je dicht bij bewoners.

Daar hoor ik weinig over. Ik hoor ook geen reactie van werkgevers over huisvesting op het bedrijventerrein. Ik kan me voorstellen dat sommige werkgevers zeggen: maar dan hinder ik andere bedrijven. Hier gaat het om waar we komende tijd met elkaar over aan het praten zijn. Ik ben op zoek naar jullie mening: is het wel of niet voorstelbaar? En wat betekent ‘grootschalig’? 200 mensen 1.000 mensen? 10.000 mensen? Ik denk dat we hier wat langer moeten bij stil staan.’ Dröge: ‘Goed dat je ons prikkelt. In ieder geval goed om ‘aan de rand van de bebouwde kom te onderscheiden van ‘het bedrijventerrein.’ In de ruimtelijk omgeving praten we ook over hele verschillende aspecten. Van Elderen: ‘Logister praat over een centrale manier van vestigen, grootschalig. Dat had ik er niet achter gezocht. Ik heb wel opgeschreven als uitgangspunt ‘het realiseren van geschikte huisvesting naar de aard en schaal van de behoefte. En die behoefte van Oisterwijkse bedrijven is leidend. Dan heb ik het niet over grootschalige huisvesting. In ieder geval niet 500-700 mensen.

En volgens mij lag onze behoefte tussen de 250-350 arbeidsmigranten dus dat is niet aan de orde.’ Logister: ‘Als we het in deze klankbordgroep over deze oplossingsrichting hebben, wat is dan qua omvang voorstelbaar? Zijn het er 12, 25 of 50 of wat dan ook? Daar moeten we een gevoel bij krijgen.’ Tom van der Vorst, Axell: ‘Wij hanteren als grootschalig meestal ongeveer 80 mensen. En

waarom? Dat is een schaal waarop je permanent beheer kunt realiseren. Hoe groter die schaal, hoe meer faciliteiten je ook kunt realiseren op zo’n locatie. En hoe meer faciliteiten je kunt realiseren, hoe verder je in principe ook van de woonkern af kunt zitten om ervoor te kunnen zorgen dat de mensen zoveel mogelijk op die locatie zelf kunnen doen. Als je b.v. aan de rand van bedrijventerrein gaat huisvesten, dan wil je dat mensen veel faciliteiten hebben (denk aan winkel, sportschool, vrije tijd) zodat die afstand tot die woonkern minder belangrijk wordt. Daarnaast heb je als voordeel dat je minder omwonenden en daarmee mogelijke overlast hebt.’ Van Kempen: ‘Mogen werkgevers wel op het eigen terrein huisvesten?’ Logister: ‘Als we een zeer gevaarlijke installatie hebben op een bedrijventerrein, dan willen we niet dat daar gewoond wordt. Ik heb ook als een van de uitgangspunten gelezen dat we iedereen gelijk willen behandelen. We gaan dus geen arbeidsmigranten vestigen op plaatsen waarvan we vinden dat inwoners van Oisterwijk er niet mogen wonen.’ Weggeman: ‘Van de drie grotere locaties die we ontwikkeld hebben zijn er twee gelegen op een industrieterrein. Je moet rekening houden met milieucirkels: daar wordt stevig naar gekeken. Maar zeker daar waar ruimtes ontstaan binnen bedrijvigheid -wel met een logiesfunctiedan kun je huisvesting realiseren op een industrieterrein.

Logister: ‘Hier komen we dus wel weer terecht op de short- en midstay discussie en daarom wil ik die wel vasthouden. Shortstay hebben we nodig om logies mogelijk te maken.’ Van Elderen: ‘Dat is een mooie uitkomst van de discussie. Logies kan best op bedrijventerreinen plaatsvinden. Bij andere huisvestingsvormen hebben we het over wonen en dan hebben we te maken met andere regels.’ De derde oplossingsrichting: in woonkernen Engelfriet: ‘Graag zou ik willen horen hoe jullie aankijken tegen huisvesting op kamers? Van Elderen: wat bedoelen we hiermee? In woonhuizen of in aparte gebouwen op basis van logies in woonkernen? Ik zeg: in woonhuizen: nooit niet. En van aparte gebouwen in woonkernen ben ik ook geen voorstander. Weggeman: ‘Het verbaast me dat het onttrekken van huisvesting door het gebrek aan voldoende beschikbaar aanbod van shortstay niet staat genoemd. Om deze reden kopen en huren ondernemers als noodgreep betaalbare woningen die daarmee wegvallen voor lokale woningzoekenden. Als je geen grootschalige huisvesting realiseert, dan blijf je dit probleem houden.’ Logister: ‘Hier zie je een koppeling met het punt dat Vincent van Doremaele maakte, dat het beleid moet worden gekoppeld aan het algehele woonbeleid. Als we zeggen: geen kamerverhuur voor arbeidsmigranten dan is het dus ook niet voor studenten. Dus we moeten goed nadenken hoe we dit gaan formuleren.

Ik denk dat je kamerbewoning misschien moet toestaan maar ook tevens goed moet nadenken hoe je het in de hand houdt want voor je het weet heb je straten vol met kamerbewoning en dat wil je ook niet.’ Van Elderen: ‘Voor mij wordt het door de discussie duidelijker waar het over gaat. Ik dacht eerder aan het ouderwetse kamerhospitaverhuur. Maar hier wordt gesproken over een huis met b.v. 5 studenten. Dat is een hele andere situatie. Daar moeten we niet aan beginnen. Dröge: ‘Welke mogelijkheden zijn er om kamerverhuur tegen te houden?’ Logister: ‘Je kunt b.v. een verordening daarvoor aannemen.’ De vierde oplossingsrichting: op getransformeerde parken Van Elderen: ‘Ik vind dat als we kiezen voor de mogelijkheid om arbeidsmigranten daar te huisvesten we ook onze eigen spoedzoekers die mogelijkheid moeten geven om aldaar te wonen.’ Wat accepteren we bij short en midstay huisvesting? Engelfriet staat stil bij de voorwaarden waaronder short- en midstay huisvesting mogelijk kan plaatsvinden in Oisterwijk. Van den Brand: ‘We hebben grootschaliger oplossingen nodig. Want we gaan het niet redden met oplossingen van hier of daar 10-12 plekken. Daar zijn de aantallen veel te groot voor.’ Van der Vorst: ’Daar sluit ik me bij aan. De behoefte aan inzet van arbeidsmigranten neemt toe. En als we enige schaal niet mogelijk maken, dan gaat dat zorgen op een druk op de

reguliere voorraad. En wat is dan groot? Ik denk dan aan 100 mensen of meer. Het realiseren daarvan zal bijdragen dat de druk op de woningmarkt wordt verlaagd en de boel goed beheersbaar wordt.’ Van Elderen: ‘Omvang is een lastig onderwerp. We moeten goed moeten kijken naar onze positie in de regionale opgave die we hebben. Wij hebben een beperkte opgave. Dus daar zouden we in de maximale omvang rekening mee moeten houden. Ik noem nog een suggestie die niet eerder is genoemd namelijk ’kamperen bij de boer’. We zouden kunnen zeggen: doe maar logeren bij de boer. We zouden daarmee een deel van de opgave kunnen opvangen. De vraag is of grotere huisvestingsoplossingen van bijvoorbeeld meet dan 100 personen in Oisterwijk moeten plaatsvinden.’ Simons: ‘Kijk naar de grootte van het bedrijf en relateer de huisvestingsmogelijkheden daaraan. We krijgen steeds minder bedrijven. Maar deze worden wel groter en vaak groeit de behoefte aan huisvesting mee. Houd daar rekening mee.’ Dröge: ik denk dat we gedifferentieerd beleid nodig hebben: zowel groot-als kleinschalig.’ Schepens: ‘Ik hoor eigenlijk alleen discussie over kwantiteit. Maar als we nu zeggen: we gaan met elkaar voor kwaliteit. Als we dat als vertrekpunt nemen, wordt de discussie over grootte en inpassing ook eenvoudiger. Wat is dan die kwaliteit? De keurmerken bieden een goede basis.

Maar als je arbeidsmigranten niet alleen wilt boeien maar ook binden, dan zul je een stapje extra moeten doen. Dus maximaal twee maar idealiter een persoon per kamer. Als je dan echt voor kwaliteit, privacy en rust kunt gaan dan maakt de omvang ook wat minder uit. Bakker: ’Bij de kwaliteit is de duur ook van belang voor de aanbieders van de huisvesting. Als we kortstondig toestemming krijgen -zoals de laatste jaren, dan is het vanuit het oogpunt van investeringen moeilijk om goede kwaliteit te bieden. Als we meer tijd krijgen om onze investering terug te verdienen, dan kunnen we ook meer kwaliteit leveren.’ Van der Vorst: ‘Richt het beleid zo in dat kwaliteit ook gerealiseerd kan worden. Dus zorg inderdaad dat die termijn ook lang genoeg is. Ik vind b.v. een eenpersoonskamerseis passend, onder de voorwaarde dat je 15 jaar hebt om dat te kunnen afschrijven. Roemer stelde mij ook de vraag: hoe kan het zijn dat we onze ouderen en studenten wel een eigen kamer of studio kunnen geven maar arbeidsmigranten met z’n tweeën op een kamer moeten slapen? Dat is heel simpel: een bejaardenhuis heeft een permanente bestemming of in ieder geval 15 jaar of langer en een locatie voor arbeidsmigranten mag er vaak maar 5 of 10 jaar staan zodat er niet voldoende ruimte is om kwaliteit te leveren.’ Weggeman: ‘Je moet inderdaad kijken naar kwaliteit.

Maar ik heb ook gemerkt dat het belangrijk is om aan de voorkant duidelijke afspraken te maken met de gemeente over hoe je b.v. omgaat met de toeristenbelasting of met OZB. Want dat zijn enorme bedragen die heel hard in je exploitatie hakken op enig moment en dan doe je er snel langer over dan 15 jaar. Daarnaast is onze ervaring dat als je wilt gaan voor 24/7 beheer op locatie dat je dan minimaal 150 plekken nodig hebt.’ Engelfriet: ‘Het vraagstuk lijkt er niet eenvoudiger op te worden.’ Dröge: ‘Ik krijg nu wel het gevoel dat we de neuzen dezelfde kant uit krijgen. Iedereen probeert naar eenzelfde doel te komen. We staan niet als kemphanen tegenover elkaar.’ Simons: ‘In het verleden zijn we altijd beperkt geweest in het huisvesten van arbeidsmigranten. Ik denk dat de meeste ondernemers wel de zaken op orde willen stellen, als het beleid daarvoor maar ruimte biedt.’ Schepens: ‘Ik denk dat het belangrijk is dat de initiatiefnemer met de gemeente het gesprek moet voeren met de buurt waarin de eventuele zorgen serieus worden genomen. En op basis daarvan kan een beheers- en toezichtsplan worden opgesteld om de gewenste kwaliteit te borgen. Van der Craats: ‘Bij flankerend beleid is ook van handhaving van belang. We moeten actief handhaven op die huisvesting die niet voldoet aan de gestelde eisen. Anders hebben ‘de boefjes’ per saldo een concurrentievoordeel.

Droge: ‘Wanneer de buurt betrekken? Dat moet vroegtijdig gebeuren. Dus zodra een initiatiefnemer zich bij de gemeente meldt, moet ook de buurt woerden geïnformeerd’.

Welke locaties komen in aanmerking? Van Kempen: ‘Ik zie ook dat arbeidsmigranten soms met 3-4 mensen zelf een woning kopen. Dat is goedkoper dan dat ze moeten huren. Gaat dat meer gebeuren? Dröge: ‘Als 4 Nederlanders een huis kopen kan dat. Dan kan dat toch ook bij arbeidsmigranten?’ Logister: ‘Laten we dat meenemen en uitzoeken. Van der Vorst: ‘Dat is een ongewenste ontwikkeling omdat de prijs meestal leidend is. Dat gaat ten koste van de kwaliteit en leefbaarheid. Op het moment dat je dat kunt reguleren en alternatieven kunt bieden, heb je het probleem goed opgelost.’ Gesprek met Joost Sterke, plantenkwekerij Sterke Richard voelt de aanwezig ondernemer Joost Sterke aan de tand. Sterke: ‘Wij hebben nu geen arbeidsmigranten in dienst. Wel 15-16 Nederlanders. In het verleden hebben we wel arbeidsmigranten gehad en ook wel zelf gehuisvest. Maar ik kan ook niet 5 jaar vooruitkijken. Nu heb ik nog genoeg Nederlandse mensen. Voor ons is het wel van belang dat we eventueel gebruik kunnen gaan maken van de inzet van arbeidsmigranten. Als het aan de orde is, zou ik het liefst op eigen bedrijf huisvesten of bij collega kwekers. En ik vind het ook van belang dat we jaarrond gebruik moeten kunnen maken van die bedden. Uiteraard alles conform de normen.’ Engelfriet: ‘Hoe heb je de gevoerde discussie ervaren?‘ Sterke: ‘Op het agrarische bedrijf lijkt me in mijn sector het beste.

Dan kun je het goed in de gaten houden, daar heb je het meeste contact met de mensen. Maar doe het volgens de regels en zorg voor goede huisvesting. We willen ook graag kwaliteit bieden dus biedt ons dan ook de mogelijkheid om die te leveren.’ De organisatie van de communicatie De discussie gaat verder over de wijze waarop de communicatie goed kan worden ingericht. Daarvoor stelt Engelfriet deelnemers de vraag: wat moet er minimaal gebeuren voor een zorgvuldig proces? De deelnemers reageren via de mentimeter (zie voor een overzicht van de reacties de bijlage). Na het voorlezen van de reacties stelt Engelfriet een tweede vraag 2: Wat verwacht u van de communicatie vanuit de gemeente en de initiatiefnemers? (zie voor een overzicht van de reacties de bijlage). Afronding en doorkijkje naar derde klankbordgroep 27 mei Engelfriet: ‘Wat moet er de volgende bijeenkomst op de agenda komen staan? Dröge: ‘Hoe kunnen we de gevoerde discussie concreet maken?’ Van Elderen: ’Ik heb het als een plezierige bijeenkomst ervaren met een inhoudelijke goede discussie. Ik ben benieuwd hoe we als klankbordgroep verder gaan.

Ik denk dat als wij een advies moeten uitbrengen aan het college of de raad, dat het goed is in de 3e bijeenkomst een concept-uitwerking of advies te bespreken waarvan we de puntjes op de i kunnen zetten en vervolgens door leiden naar de politiek.’ Logister: ‘Hoe concreter hoe beter. We moeten denk ik de hoofdlijnen goed neerzetten, comprimeren en daar de volgende keer met elkaar over gaan spreken.’ Van Elderen: ‘Een mogelijk vierde vergadering zou zijn dat wij op basis van de weging door het college hier in die klankbordgroep zeggen: ‘Raad let op, hier waren we wel of niet over eens. Daar zou u nog wat accent kunnen leggen b.v. Dan heb je de hele klankbordgroepcyclus rond.’ Logister: ‘Ik begrijp de behoefte aan een vierde bijeenkomst goed. We moeten we nog wel even kijken hoe we dat kunnen inpassen. Dan is er op 1 juli ook nog een raadsontmoeting waarin de raadsleden het beleidskader bespreken. Daar zou ik vanuit de hele klankbordgroep willen dat de mensen bij de raadsontmoeting zijn. Dan kun je ook immers de raadsleden rechtstreeks aanspreken. De raadsvergadering is op 12 juli. Johan van der Craats zal u daar verder over informeren en u wijzen op de beschikbare stukken.’

Verslag klankbordgroep huisvesting arbeidsmigranten 27 mei Tijdens de derde bijeenkomst van de klankbordgroep gingen deelnemers onder leiding van gesprekleider Richard Engelfriet met wethouder Eric Logister en met elkaar in gesprek over de kern van het concept-beleidskader huisvesting arbeidsmigranten. Successievelijk kwamen de drie volgende onderwerpen aan de orde: 1. Algemene beleidsuitgangspunten voor de huisvesting van arbeidsmigranten 2. Locatiespecifieke beleidsuitgangspunten voor de huisvesting van arbeidsmigranten 3. Communicatie voor initiatieven huisvesting arbeidsmigranten In het navolgende wordt de feedback per onderwerp weergegeven. Daarbij wordt tevens weergegeven wat er met deze feedback is gebeurd. We starten met enkele algemene opmerkingen.

Feedback klankbordgroep ‘Wij worden gevraagd te reageren op het conceptbeleidskader. Ik dacht dat ons eigen stuk of advies aan de raad zou worden.’

‘Waarom maken er voor de doelgroep arbeidsmigranten specifiek beleid? En hoe verhoudt dit beleidskader zich tot andere beleidsterreinen zoals het bredere woonbeleid?’

Verwerkt ja/nee? Indien nee, waarom niet? Nee. Wij hebben vanaf het begin af aan aangegeven dat met elkaar willen komen tot een beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Daarvoor hebben we een discussienotitie gemaakt voor de raad en zijn we in gesprek met de klankbordgroep. We hebben de indruk dat dat ook is gebeurd: de waardevolle input uit de klankbordgroep is en wordt meegewogen en verwerkt in het beleidskader. Deze input leggen we nu ook weer terug bij de klankbordgroep om te checken: hebben we het goed begrepen? We hebben toegezegd dat we alle alles vastleggen en delen met de raad. Wat betreft het adviesstuk: er is ook nog een raadsplein. Daar kunt u ook uw mening geven. We nodigen u van harte uit om zowel bij het raadsplein als raadsvergadering aanwezig te zijn. Ja. We willen zoveel mogelijk staand beleid gebruiken. Maar we kunnen er niet om heen dat we op sommige onderdelen specifiek beleid moeten maken. Door met elkaar in gesprek te gaan, willen we zicht krijgen op welke punten dat wenselijk is. Bij enkele oplossingsrichtingen kijken we nadrukkelijk naar de

mogelijkheden om ook lokale spoedzoekers te huisvesten. ‘Op verschillende onderdelen is het beleidskader te abstract en te weinig concreet.’

Ja en nee. Op verschillende onderdelen zijn op basis van de input van de klankborgroep formuleringen aangepast of aangescherpt. Toch kiezen we ervoor niet alle voorwaarden SMART te formuleren. Dat biedt namelijk handvatten om met elkaar in gesprek te gaan om wat we met elkaar redelijk vinden. De laatste vier bepalingen bieden daarnaast grip op al die gevallen die we nu nog niet kunnen voorzien.

Ad1) Algemene beleidsuitgangspunten voor de huisvesting van arbeidsmigranten Feedback klankbordgroep Punt 2: ‘Nieuwe locaties liggen buiten de kernen, maar bij voorkeur in de nabijheid van de bebouwde kom van de kernen en niet in de recreatiegebieden van de gemeente.’

Verwerkt ja/nee? Indien nee, waarom niet? Ja. Dit punt hebben we verwijderd.

Dit is in tegenspraak met de zes locatiemogelijkheden die in paragraaf 6 besproken worden. Punt 4: ‘Het betrokken uitzendbureau, dient aangesloten te zijn bij de ABU, NBBU, SNA of gelijkwaardige organisatie. Aansluiting bij een dergelijke organisatie staat borg voor kwaliteitseisen op het gebied van arbeidsvoorwaarden, afdracht van sociale premies, veiligheid op de werkvloer en gedragsregels.’

Ja. Dit punt hebben we aangepast.

Het hoeft niet te gaan om een uitzendbureau. Het kan ook over andere werkgevers gaan. Daarnaast levert aansluiting bij SNA geen kwaliteitsverbetering op. Punt 6: ‘Het arbeids- en huurcontract dienen van elkaar gescheiden te zijn.’ Dat kan lastig zijn omdat sommige agrarisch ondernemers eigen mensen huisvesten op een eigen woonlocatie.

Nee. In de adviezen van de commissie Roemer wordt expliciet gepleit voor een ontkoppeling van het arbeids- en huurcontract om de positie van de arbeidsmigrant te verbeteren.

Punt 7: ‘Bij beëindiging van de arbeidsrelatie mag de werknemer zo nodig nog minimaal 4 weken op zijn (tijdelijke) woonadres verblijven tegen een redelijke vergoeding. De werknemer krijgt zo voldoende gelegenheid om een vervangende woonruimte te vinden.’

Ja. Deze omschrijving hebben we aangepast.

Dit kan lastig zijn in gevallen waarbij er ongewenst gedrag heeft plaatsgevonden richting medebewoners. Daarnaast is de vraag: wat is een ‘redelijke’ vergoeding? Punt 11c: ‘De eigenaar zorgt voor een vast aanspreekpunt voor omwonenden en buurtorganisatie/wijkraad met een telefoonnummer dat 24/7 bereikbaar is bij calamiteiten.’

Ja. Is toegevoegd.

Het hoeft niet alleen om de eigenaar te gaan maar kan ook om de exploitant gaan. Punt 11g g: ‘Toe te zien op inschrijving van de arbeidsmigrant in de BRP indien deze 4 maanden of langer in de gemeente verblijft/ verblijven zal. Toe te zien op uitschrijven van de arbeidsmigrant na vertrek uit de gemeente.’

Ja. Deze toevoeging hebben we opgenomen.

Probeer in te zetten op een schone database door ook te werken met een machtiging tot uitschrijving uit de BRP. Punt 13: ‘De omvang van de locatie en het exact aantal huisvestingsplaatsen is maatwerk en wordt ook gerelateerd aan de draagkracht van het gebied in het kader van de sociale cohesie; in principe wordt geen medewerking verleend in gevallen dat de aard en omvang van de voorziening het sociaal-maatschappelijk absorptievermogen van nabijgelegen woonhuizen of woonkern onevenredig aantast.’

Ja. Deze omschrijving hebben we aangepast. Belangrijke termen als ‘sociale cohesie’ en ‘absorptievermogen’ hebben we echter bewust niet SMART gemaakt om maatwerk mogelijk te maken.

Probeer deze eis scherper te formuleren. ‘Er ontbreekt een overgangsregeling die ertoe moet leiden dat ook bestaande huisvesting aan de voorwaarden van het beleidskader voldoet.’

Nee. Aan verstrekte vergunningen kunnen achteraf geen nieuwe eisen worden opgelegd. Daarnaast zorgen de verleende tijdelijke vergunningen voor een ‘natuurlijke’ overgangsfase.

Ad 2) Locatiespecifieke beleidsuitgangspunten voor de huisvesting van arbeidsmigranten Feedback klankbordgroep 6.1 Huisvesting op agrarische bedrijven, punt 5: ‘Tijdens het laagseizoen mag een agrarisch ondernemer zijn beschikbare ‘lege bedden’ tijdelijk aanbieden aan collega agrarisch ondernemers uit de gemeente Oisterwijk. De verblijfsbieder verwerkt dit in het nachtregister.’ Er is discussie of deze mogelijkheid verder moet worden opgerekt naar niet-agrarisch ondernemers of dat deze mogelijkheid juist kan leiden tot extra druk op het buitengebied.

6.2. Huisvesting op of aan rand bedrijventerreinen: Er is discussie over het genoemde maximum van 150 personen. Is dat te veel? Of is het juist nodig om een goede kwaliteit te kunnen bieden?

Verwerkt ja/nee? Indien nee, waarom niet? Nee. Op basis van een ruime wens vanuit de klankbordgroep proberen we het mogelijk te maken dat bestaande huisvestingsplaatsen beter worden benut. Dat heeft enerzijds als voordeel dat de businesscase voor kwalitatief goede huisvesting wordt verbeterd. Anderzijds volgen we het argument vanuit de klankbordgroep dat we dan minder locaties nodig hebben om arbeidsmigranten te huisvesten en daarmee de druk op huisvesting in gewone woonwijken wordt verminderd. Het voorgaande betekent niet dat op meer locaties druk ontstaat in het buitengebied. In de klankbordgroep vindt een uitgebreide discussie plaats. Argumenten die genoemd zijn voor een kleinere maximale omvang zijn:  Het moet passen bij de schaal van Oisterwijk. Daar past een kleiner volume bij  We zetten primair in op de huisvesting van arbeidsmigranten van Oisterwijkse ondernemers. Hoewel we een regionale verantwoordelijkheid hebben, willen we voorkomen dat we huisvesting voor ‘heel Brabant’ organiseren. Argumenten om te kiezen voor een omvang van maximaal 150:  Op een aantal van 150 arbeidsmigranten is 24/7 beheer mogelijk. Daarnaast maakt het een goede kwaliteit,

ontspanningsvoorzieningen op locatie en parkeren op eigen terrein mogelijk Een volume van maximaal 150 draagt sneller bij om het huisvestingstekort in te lopen. Bij de keuze voor kleinere voorzieningen (b.v. 3 x 50 personen) is de kans groter op inpassingsproblemen Deze oplossingsrichting ligt verder van de woonkern.

In het beleidskader hebben we gekozen voor een maximum van 150 personen. 6.2 Huisvesting op of aan rand bedrijventerreinen, punt 5: ‘Op de locatie zijn voorzieningen voor ontspanning aanwezig en per bewoner is; voldoende buitenruimte vrij beschikbaar en toegankelijk.’

Ja. Is aangepast.

Graag schrappen: ‘per bewoner’. 6.3: Er is discussie over de vraag of de huisvesting van maximaal 50 personen aan rand van woonkernen juist te veel of te weinig is.

In de klankbordgroep vindt een uitgebreide discussie plaats. Een argument waarom een aantal van 50 te weinig is, is dat het mogelijk kansen frustreert voor kwalitatief goede huisvesting. Een argument waarom een volume van 50 personen te veel is, is dat mogelijk niet past bij de schaal van desbetreffende woonkern. Consensus is de maximale schaal van de huisvestingsvoorziening moet passen bij de woonkern en kwaliteit moet hebben. Een ander belangrijk punt van consensus is dat een relatie moet worden gelegd met de woonbehoefte van andere Oisterwijkse spoedzoekers. Door vormen van gemengd wonen te bieden kunnen meerdere doelgroepen worden bediend. In het beleidskader hebben we gekozen voor een maximum van 50

personen en hebben we expliciet een relatie gelegd met de woonbehoefte van andere Oisterwijkse spoedzoekers. 6.4 Huisvesting in woonkernen

Ja. Is toegevoegd.

Wat is de definitie van een huishouden? Graag toevoegen. 6.4 Huisvesting in woonkernen De discussie die in de klankbordgroep is gevoerd richtte zich primair op de vraag of kamergewijze verhuur in ‘gewone woonwijken’ moet worden toegestaan of niet.

Ja. In de discussie was de vraag in hoeverre het wenselijk is dat (shortstay) arbeidsmigranten kamergewijs in Oisterwijkse woonwijken moeten kunnen wonen. En als arbeidsmigranten kamergewijs mogen wonen, mogen andere doelgroepen als studenten dat ook. Vanuit het gelijkheidsbeginsel werd het argument aangedragen dat maximaal 1 kamer per woning of 1 huis binnen een bepaalde straal voor dit doel moest kunnen worden ingezet. Gezien de ligging van Oisterwijk tussen twee studentensteden en het feit dat kamergewijze studentenhuisvesting (ook) ‘gedoe’ kan opleveren, was er meer draagvlak in de klankbordgroep om te kamergewijze verhuur volledig te verbieden. Daar waar het gaat om de huisvesting voor mid- en longstayarbeidsmigranten, was veel bijval verbinding te leggen met de woonbehoefte van andere Oisterwijkse spoedzoekers (om te komen tot een ‘mixed use’ van woonvormen). Die koppeling hebben we daarom expliciet opgenomen.

6.5. ‘Huisvesting in leegstaande objecten in het buitengebied.’ Waarom is gekozen voor de mogelijkheid om maximaal 2 jaar te huisvesten? Is zodoende nog een fatsoenlijke exploitatie mogelijk?

Nee. De inzet is om huisvesting in het buitengebied alleen toe te staan als andere oplossingsrichtingen niet toereikend zijn. Om te voorkomen dat de huisvesting in het

buitengebied permanent wordt en/of de kwaliteit van het buitengebied wordt aangetast, is gekozen voor een periode van maximaal 2 jaar. We zien nu al dat er ook voor een periode van maximaal 2 jaar wordt gehuisvest. 6.6 Huisvesting op te transformeren recreatieparken punt 2: ‘Er vindt al geruime tijd huisvesting van arbeidsmigranten plaats’ schrappen.

Ja. Is aangepast.

Ad 3) Communicatie voor initiatieven huisvesting arbeidsmigranten Feedback klankbordgroep Er wordt onderscheid gemaakt tussen de voorwaarden van de omgevingsdialoog bij huisvestingsinitiatieven voor maximaal en meer dan 8 plaatsen. Wat is de ratio daar achter?

Er staat dat bij huisvestinginitiatieven tot maximaal 8 personen ‘een door omwonenden geparafeerd verslag worden toegevoegd als bijlage bij de aanvraag.’

Verwerkt ja/nee? Indien nee, waarom niet? Nee. We willen bij voorkeur geen verschil maken tussen initiatieven (of het nu gaat om een fabriek, windmolen of huisvestingsvoorziening voor arbeidsmigranten). De ervaring leert echter dat huisvesting van arbeidsmigranten enkele facetten kent, die om bijzondere aandacht vragen. We hebben ervoor gekozen de grens bij 8 huisvestingsplaatsen te leggen omdat dat volume niet in een woonhuis past en daarmee afwijkt van de norm. Daarbij zijn we overtuigd dat de aanvullende vereisten meer mogelijkheden bieden voor meer wederzijds begrip en draagvlak. Ja. Is aangepast.

De ervaring leert dat bewoners het paraferen soms weigeren omdat ze het zien als ‘instemming met het verslag. Het voorstel is naast het verslag een geparafeerde lijst van aanwezigheid toe te voegen als bijlage bij de aanvraag. Wat als de huisvester er tijdens de dialoog niet uitkomt met de omgeving?

Nee. Wij zeggen niet als gemeente dat betrokken partijen er met elkaar uit moeten komen.

Op basis van de resultaat van de omgevingsdialoog is het daarna een afweging van het college. Daarna is een ieder in de gelegenheid eventueel bezwaar aan te tekenen tegen een verleende vergunning. Is het een idee een concrete straal op te nemen voor partijen die moeten worden uitgenodigd voor de omgevingsdialoog?

Nee. De initiatiefnemer is in de lead, is primair verantwoordelijk en heeft belang bij een wederzijds geslaagde dialoog. Daarnaast is het voeren van een goede omgevingsdialoog ook een kwestie van fatsoen.

Verslag klankbordgroep huisvesting arbeidsmigranten 06 juli Tijdens de vierde bijeenkomst van de klankbordgroep gingen deelnemers onder leiding van gesprekleider Richard Engelfriet met wethouder Eric Logister en met elkaar in gesprek over de kern van het concept-beleidskader huisvesting arbeidsmigranten. Evenals tijdens de derde bijeenkomst van de klankbordgroep op 27 mei stonden de paragrafen 5, 6 en 7 centraal: 5. Algemene beleidsuitgangspunten de huisvesting van arbeidsmigranten 6. Locatiespecifieke beleidsuitgangspunten voor de huisvesting van arbeidsmigranten 7. Communicatie voor initiatieven huisvesting arbeidsmigranten In het navolgende wordt de feedback weergegeven. Daarbij is tevens weergegeven wat er met deze feedback is gebeurd.

Feedback klankbordgroep Paragraaf 5.6: ‘De huisvesting van gezinnen met kinderen en/of minderjarige personen in onzelfstandige huisvesting is niet toegestaan.’ Het is een begrijpelijke formulering maar in de praktijk ook lastig. Want hoe gaan we om met mensen met kinderen die hier toch komen en vrijwel kansloos zijn op de reguliere woningmarkt?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10540090/1