CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-50D Woonzorgvisie 2022-2027 - Bijlage 1b. Rapportage Huisvestingsopgave Wonen en zorg gemeente Oisterwijk

RAAD 21 april 2022, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-50D Woonzorgvisie10.808 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Gemeente Dongen Gilze en Rijen Goirle Heusden Hilvarenbeek Loon op Zand Oisterwijk Tilburg Waalwijk Totaal

Benodigd aantal uitstroomwoningen 13 13 12 22 8 12 16 110 24 230

Bron: Adviesnota Regionale afspraken uitstroom BW, MO en intramurale jeugdhulp Hart van Brabant (2021).

Het aantal op jaarbasis benodigde uitstroomwoningen zoals dat in de tabel is opgenomen, is gebaseerd op de situatie in 2021. Het is onduidelijk hoe de uitstroom vanuit maatschappelijke opvang, beschermd wonen en intramurale jeugdzorg zich op de langere termijn zullen ontwikkelen, onder meer omdat dit afhangt van het succes van beleid dat er op is gericht om instroom in deze voorzieningen te voorkomen. De onderzoekers verwachten dat het aantal benodigde uitstroomwoningen tot 2024 zal stijgen (tot bijna 250 in de regio), en daarna weer wat zal dalen (tot circa 210 in 2028).

4.3 Kwalitatieve woonwensen De meeste uitstromers (ongeveer driekwart) geven aan dat zij een voorkeur hebben om in de gemeente Tilburg te wonen; ongeveer een derde geeft aan wel bereid te zijn om een andere gemeente in de regio te overwegen. Voor vrijwel alle cliënten die uitstromen geldt dat zij een laag inkomen hebben; dat betekent dat zij behoefte hebben aan een goedkope huurwoning. Het benodigd aantal kamers is afhankelijk van de levensfase en gezinssamenstelling: voor alleenstaanden volstaat een studio-appartement, tweepersoonshuishoudens wensen minimaal een tweekamerappartement en mensen met kinderen hebben behoefte aan een extra slaapkamer voor de kinderen. Veruit het grootste deel van de uitstromers betreft alleenstaanden.

4.4 Afspraken in de regio Binnen het traject Weer Thuis zullen afspraken gemaakt worden over het beschikbaar stellen van woonruimte, een goede match van vraag en aanbod en het monitoren van de vraag. Er zullen ook afspraken worden gemaakt over de basisstructuur voor preventie van problemen bij mensen die ‘weer thuis’ gaan wonen na verblijf in beschermd wonen of opvang, en over de begeleiding van uitstromers. De resultaten van het Weer Thuis-programma zullen worden meegenomen in de woonzorgvisie.

824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg

30

5 Randvoorwaarden voor een inclusieve samenleving 5.1 Inleiding Om ervoor te zorgen dat alle mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag prettig kunnen wonen en leven in de gemeente Oisterwijk, is meer nodig dan alleen een passende woning. Belangrijke aandachtspunten voor een ‘inclusieve samenleving’ zijn gelegen in de woonomgeving, het voorzieningenaanbod en de organisatie van zorg en ondersteuning in de wijk. In dit hoofdstuk zetten wij op een rij wat – op basis van de werksessie wonen en zorg, literatuuronderzoek en trajecten elders in het land – belangrijke randvoorwaarden zijn om langer en weer thuis wonen mogelijk te maken.

5.2 Woonomgeving en voorzieningen Belangrijke randvoorwaarden voor zelfstandig wonen zijn: Een veilige en aantrekkelijke woonomgeving die uitnodigt om een wandeling te maken en mensen te ontmoeten. Voor mensen met een mobiliteitsbeperking is het belangrijk dat de er goed toegankelijke stoepen en voetpaden zijn, veilige oversteekplekken en voldoende bankjes om uit te kunnen rusten. Een toegankelijke woonomgeving is overigens niet alleen goed voor mensen met een beperking, maar voor iedereen: het nodigt uit tot bewegen, en natuurlijke ontmoetingsplekken helpen bij het voorkomen van eenzaamheid. Rustige parken bieden ruimte aan mensen die op zoek zijn naar laaggeprikkelde omgevingen. -

Nabijheid / bereikbaarheid van voorzieningen zoals winkels voor dagelijkse boodschappen, ontmoetingsruimtes, openbaar vervoer maar ook bibliotheken, huisartsen, apotheken en fysiotherapeuten. Hoewel steeds meer producten en diensten ook aan huis worden geleverd, is het voor veel mensen met een zorgvraag prettig als zij zelf ergens naar toe kunnen – ook omdat het aanleiding kan zijn voor een praatje.

Voor ouderen die overwegen te verhuizen, is de ligging van de nieuwe woning een belangrijk criterium. In de eerder genoemde enquête van de SVO is gevraagd welke kenmerken van de woonomgeving met name belangrijk zijn bij de keuze om op een bepaalde plek te gaan wonen. ‘Winkels op loopafstand’ staat hierbij met stip op 1. Tabel 5.1: Gemeente Oisterwijk. Wat is belangrijk bij de keuze voor een plek om te wonen? Belangrijke aspecten (meerdere antwoorden mogelijk): Winkels op loopafstand Zorg beschikbaar in directe omgeving Voldoende groen in de buurt Een plek waar ik andere mensen kan ontmoeten Wonen met mensen van verschillende leeftijden in buurt Woning voldoet aan woonkeur rollator geschikt Dicht bij openbaar vervoer Voldoende parkeergelegenheid in omgeving Wonen met andere senioren in de buurt

% 64% 40% 30% 28% 23% 19% 14% 14% 10%

Bron: Woonwensenonderzoek Ouderen SVO (2021) 824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg

31

In de bijlage van de Woningmarktanalyse zijn kaarten opgenomen die een beeld geven van de spreiding van belangrijke voorzieningen in de verschillende dorpen van de gemeente.

Zorg en ondersteuning in de nabijheid Naarmate er meer mensen ook op hoge leeftijd zelfstandig zullen blijven wonen en andere kwetsbare bewoners eerder weer thuis kunnen wonen, groeit ook de behoefte aan zorg en ondersteuning in de thuissituatie. Hierbij is een aantal zaken van belang: -

Preventie. Door goede preventie kunnen ouderen een vraag naar zorg uitstellen. Zo kan met valtraining een groot deel van de heupfracturen worden voorkomen. Preventie kan worden vormgegeven door een brede blik, uitgaande van een positieve gezondheidsbenadering (‘wat kan wél’). De aandachtspunten in deze benadering zijn aandacht voor: o Dagelijks functioneren o Lichaamsfuncties o Mentaal welbevinden o Zingeving o Kwaliteit van leven o Sociaal en maatschappelijke participatie

-

Vroegsignalering. Medewerkers van de thuiszorg, maar ook bijvoorbeeld corporaties kunnen een rol spelen bij de vroegsignalisering van problemen die samengaan met het ouder worden (zoals beginnende dementie). Elders in het land zijn voorbeelden van ‘buurtondersteuners’ of ‘wijkzusters’ die hier een belangrijke rol in spelen. Voor andere kwetsbare groepen is vroegsignalering ook belangrijk, bijvoorbeeld om huisuitzetting, dakloosheid en een beroep op zware te voorkomen.

-

Goede ondersteuning mantelzorgers. De verwachting is dat in de toekomst een steeds groter beroep zal worden gedaan op mantelzorgers. Om ervoor te zorgen dat zij deze rol ook langdurig kunnen blijven invullen, is een goed aanbod aan respijtzorg (logeeropvang en respijtzorg aan huis) essentieel.

-

Goede en toegankelijke basisstructuur voor ondersteuning en hulp. Niet iedereen heeft mensen om zich heen die kunnen helpen bij klusjes in huis of tuin, administratie en andere relatief eenvoudige zaken. Het helpt als mensen weten waar ze terecht kunnen als ze om hulp verlegen zitten, en als vrijwilligers weten waar zij zich kunnen melden als ze hulp willen bieden.

-

Efficiënte organisatie van zorg. De krapte op de arbeidsmarkt zorgt ervoor dat het steeds moeilijker wordt om voldoende beroepskrachten te vinden die zorg aan huis kunnen verlenen. Dat maakt goede samenwerking tussen zorgaanbieders belangrijk. Clustering van ouderen (bijvoorbeeld door woningen te bouwen in de nabijheid van een zorginstelling) kan helpen om de zorg efficiënter in te richten. Eerder zagen we al dat geclusterd wonen voor ouderen zelf ook meerwaarde kan bieden: het biedt beschutting, wooncomfort en mogelijkheden voor sociaal contact.

-

Inzet technologie. Domotica en andere technologische oplossingen bieden kansen om zorg op afstand te bieden, zodat de zelfstandigheid wordt vergroot. Denk hierbij aan automatische medicijndispensers en beeldbellen met de dokter.

-

Wooncirkels voor onderlinge steun.

824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg

32

5.3 Aandachtspunten per dorp en wijk De opgave om de fysieke én sociale woonomgeving geschikter te maken voor mensen met een zorgvraag, is in sommige wijken groter dan in andere. Dat heeft onder meer te maken met de spreiding van de groep kwetsbare ouderen. Uit de Gezondheidsmonitor van de GGD (2016) blijkt dat er een bovengemiddeld aandeel 75+’ers woont in de volgende wijken: Oisterwijk-Centrum (30%), OisterwijkWaterhoek/Klompven (13%), Oisterwijk – Bunders/Levenskerk (12%) en Moergestel (11%). Een hoog aandeel ouderen betekent nog niet per definitie dat er ook veel kwetsbare ouderen in een wijk wonen. Hetzelfde GGD-onderzoek geeft cijfers over het aandeel ouderen dat kwetsbaar is op een bepaald domein. De volgende dorpen/wijken hebben een bovengemiddeld aandeel kwetsbare ouderen: Domein leefomgeving: Oisterwijk-centrum, Pannenschuur, Westend/’t Seuverick Domein sociaal netwerk, contacten: Oisterwijk-centrum, Pannenschuur, Westend/’t Seuverick Domein geestelijke gezondheid: Oisterwijk-centrum Domein lichamelijke gezondheid: Oisterwijk-centrum Domein financiën: Bunders/Levenskerk Domein dagactiviteiten: Oisterwijk-centrum, Pannenschuur, Westend/’t Seuverick

824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11311026/1