21-50D Woonzorgvisie 2022-2027 - Bijlage 1b. Rapportage Huisvestingsopgave Wonen en zorg gemeente Oisterwijk
Tekst van het document
Huisvestingsopgave wonen en zorg Gemeente Oisterwijk
15 oktober 2021 Rapportage
DATUM
15 oktober 2021
TITEL
Huisvestingsopgave wonen en zorg
OPDRACHTGEVER
Gemeente Oisterwijk
AUTEUR(S)
Roosje van Leer (Companen) Stefan Venema (Companen)
PROJECTNUMMER
824.106
STATUS
Rapportage
Inhoud Samenvatting
4
1
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Werkwijze 1.3 Leeswijzer
6 6 6 7
2
Ouderen 2.1 Inleiding 2.2 Vraag naar woonvormen voor ouderen 2.3 Vraag naar toegankelijke (‘geschikte’) woningen 2.4 Aanbod woonvormen voor ouderen 2.5 Aanbod aan toegankelijke (‘geschikte’) woningen 2.6 Hoe wonen ouderen in Oisterwijk nu? 2.7 Woonvormen voor ouderen: de opgave
8 8 9 14 15 18 21 22
3
Mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking 3.1 Inleiding 3.2 Woonvormen voor mensen met een lichamelijke beperking 3.3 Aanbod woonvormen voor mensen met een handicap 3.4 Woonvormen voor mensen met een beperking: de opgave
25 25 26 27 27
4
Uitstromers vanuit jeugdzorg, Beschermd wonen en opvang 4.1 Inleiding 4.2 Aantal uitstromers per jaar 4.3 Kwalitatieve woonwensen 4.4 Afspraken in de regio
29 29 29 30 30
5
Randvoorwaarden voor een inclusieve samenleving 5.1 Inleiding 5.2 Woonomgeving en voorzieningen 5.3 Aandachtspunten per dorp en wijk
31 31 31 33
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
3
Samenvatting Deze rapportage gaat in op de veranderende vraag naar woonvormen voor mensen met een zorgvraag in de gemeente Oisterwijk, als gevolg van de sterke vergrijzing, in combinatie met de trend van ‘langer en weer thuis wonen’. Het onderzoek is in het voorjaar van 2021 uitgevoerd. De verwachte vraag naar wonen met zorg is gebaseerd op het huidige zorggebruik en demografische prognoses. Gebruikte aannames over verschuivingen in de vraag naar wonen met zorg zijn getoetst in een werksessie met zorgaanbieders, corporaties en andere betrokkenen. Ook een enquête van de Senioren Vereniging Oisterwijk (2021) is bij de analyse betrokken. Sterke vergrijzing zorgt voor stijgende vraag naar woonvormen voor ouderen Het aantal ouderen in de gemeente Oisterwijk zal in de komende jaren sterk gaan groeien. In 2021 woonden er bijna 7.900 mensen van 65 jaar of ouder in de gemeente (in ruim 5.100 huishoudens); in 2040 zal het gaan om 10.620 mensen (in ruim 7.100 huishoudens). In 2040 zal bijna de helft van de huishoudens in de gemeente bestaan uit mensen van 65 jaar of ouder. Binnen de groep ouderen groeit vooral de groep ‘oudere ouderen’ sterk. De vergrijzing leidt tot een stijgende vraag naar woonvormen voor ouderen. De vraag naar ‘geclusterd wonen voor ouderen’ stijgt naar verwachting van 720 wooneenheden in 2021 naar 1.040 tot 1.450 in 2040 (afhankelijk van het scenario).
De vraag naar plekken voor 24-uurszorg voor ouderen stijgt van 360 in 2021 naar 580 tot 660 in 2040. Bij gelijkblijvend aanbod zal het tekort aan plekken in geclusterd wonen voor ouderen (nu 130 wooneenheden in 2040 zijn opgelopen tot 450 tot 860 wooneenheden. Het tekort aan 24-uurszorgplekken zal in 2040 zijn opgelopen tot 200 tot 280 plekken. Groot deel van de woningvoorraad kan worden aangepast De vergrijzing zorgt ook voor een toename van de vraag naar rollator- of rolstoelgeschikte woningen: van 970 in 2021 tot 1.310 in 2040. In de gemeente zijn op dit moment circa 1.055 woningen (8% van de voorraad) geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking; nog eens 8.340 woningen (64% van de voorraad) zijn ‘potentieel geschikt’ (eenvoudig aanpasbaar). Dit is een herkenbaar beeld voor een plattelandsgemeente: er zijn weinig appartementen met lift, maar wel veel ruime woningen met ruimte voor aanpassingen. Huurwoningen zijn vaker ‘geschikt’ dan koopwoningen, maar die laatste categorie is wel vaker aanpasbaar. De grootste kansen liggen dan ook in de koopsector: maar liefst 73% van de koopwoningen in de gemeente (ruim 6.770 woningen) is geschikt te maken. Ouderen blijven graag in eigen dorp; koopwoning blijft populair Ouderen zijn over het algemeen niet erg verhuisgeneigd.
Verreweg de meeste Oisterwijkse ouderen die wel een verhuizing overwegen, willen in de eigen gemeente blijven wonen (99%) – en een overgrote meerderheid (92%) blijft het liefste ook in het eigen dorp wonen. Oudere inwoners van de gemeente Oisterwijk die van plan zijn om te verhuizen en willen blijven wonen in een ‘reguliere woning’, zijn over het algemeen sterk georiënteerd op de koopsector. Dat geldt vooral voor de ‘jongere ouderen’. Senioren in Oisterwijk hebben een sterke voorkeur voor een grondgebonden woning met een tuin(tje). Om langer zelfstandig te kunnen wonen hebben ouderen niet alleen een geschikte woning nodig, maar moet deze ook op een geschikte plek staan: liefst dicht bij voorzieningen, in een goed toegankelijke woonomgeving. Op termijn lichte krimp verwacht in aantal inwoners met verstandelijke beperking Het aantal inwoners met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking (VG) is in de gemeente Oisterwijk relatief hoog, als we dat vergelijken met het landelijke beeld. In 2021 gaat het om 340 mensen. Naar verwachting gaat dit aantal de komende jaren (licht) dalen. Volgens het ‘basisscenario’ (een
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
4
demografische doorrekening van de huidige vraag) zal het aantal mensen met een VG-indicatie dalen tot 320 in 2040. Volgens een tweede scenario (dat ervan uitgaat dat het aandeel mensen met een VGindicatie in de komende jaren geleidelijk aan richting het landelijk gemiddelde beweegt omdat nieuwe VG-cliënten er vaker voor kiezen om in hun eigen omgeving te blijven wonen in plaats van naar een verder weg gelegen instelling te verhuizen) zal het aantal mensen met een VG-indicatie in de gemeente Oisterwijk dalen naar 260. De opgave voor de komende jaren is vooral kwalitatief van aard: van groepswoningen naar wooneenheden met meer privacy en eigen voorzieningen, waar cliënten meer eigen regie over hun leven kunnen hebben. Meer woningen nodig voor uitstromers uit beschermd wonen en opvang In opdracht van de Regio Hart van Brabant is in 2021 onderzoek uitgevoerd om de huisvestingsopgave voor uitstromers vanuit maatschappelijke opvang, beschermd wonen en intramurale jeugdzorg in beeld te brengen. Hieruit blijkt dat de vraag naar contingentwoningen voor uitstromers in de komende jaren zal toenemen, onder meer doordat de druk op de sociale huurmarkt groot is en het dus moeilijk is om via de reguliere weg aan woonruimte te komen.
Naar verwachting zijn er in 2022 in de regio in totaal 230 contingentwoningen nodig voor deze groepen (woningen die buiten de reguliere woningtoewijzing om worden toegewezen aan specifieke doelgroepen). Als dit aantal naar rato van het inwonertal verdeeld wordt over de regiogemeenten, zijn in de gemeente Oisterwijk jaarlijks circa 16 contingentwoningen nodig voor uitstromers. Hoe de uitstroom zich op de langere termijn zal ontwikkelen, is onder meer afhankelijk van het succes van beleid dat er op is gericht om instroom in deze voorzieningen te voorkomen. De onderzoekers verwachten dat het aantal benodigde uitstroomwoningen tot 2024 zal stijgen (tot bijna 250 in de regio), en daarna weer wat zal dalen (tot circa 210 in 2028).
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
5
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Een sterke stijging van het aantal ouderen in de gemeente, in combinatie met de ontwikkeling dat een groter deel van de ouderen zelfstandig woont, zorgt voor veranderingen in de vraag naar wonen met zorg. Ook voor andere doelgroepen, zoals mensen met een handicap en mensen met psychiatrische problematiek, geldt dat zij langer zelfstandig blijven wonen of eerder terug naar huis gaan. Logisch gevolg van de beweging naar langer en weer thuis wonen is dat het aantal zorgbehoevenden op de woningmarkt toeneemt. Om ervoor te zorgen dat mensen met een zorgvraag ook in de toekomst prettig kunnen leven in de gemeente, zullen wonen, woonomgeving, de sociale en de zorginfrastructuur op elkaar moeten worden afgestemd. De vraag is in hoeverre het huidige zorgvastgoed en de huidige woningen voldoen aan de zich ontwikkelende kwantitatieve én kwalitatieve vraag, en of de woonomgeving en het aanbod van zorg en ondersteuning aansluiten bij de vraag. Deze rapportage gaat in op de veranderende vraag naar woonvormen voor mensen met een zorgvraag en de opgaven waar dit de gemeente voor stelt. In 2021 bereidt de Gemeente Oisterwijk haar nieuwe Woonzorgvisie voor. Hierin legt zij ambities en doelen vast ten aanzien van het woonbeleid en woonzorgbeleid.
Om tot deze woonzorgvisie te komen, is een goede analyse van de (toekomstige) vraag en het aanbod aan woonvormen voor mensen met een zorgvraag noodzakelijk. Deze rapportage biedt dat inzicht, en is daarmee een belangrijke bouwsteen voor de nieuwe Woonzorgvisie. We geven in deze rapportage antwoord op de volgende vragen: Wat is de verwachte ontwikkeling van de vraag naar verschillende vormen van wonen met zorg in de gemeente, rekening houdend met de demografische ontwikkeling in de gemeente Oisterwijk en (maatschappelijke) trends en ontwikkelingen? Hoe ziet het aanbod aan wonen met zorg voor de verschillende doelgroepen in de gemeente eruit? Wat is, op basis van een vergelijking tussen (toekomstige) vraag en het huidige aanbod, de huisvestingsopgave voor de verschillende doelgroepen? We hanteren als zichttermijn voor de vraagontwikkeling en huisvestingsopgave de peilmomenten 20212025-2030-2040, waarbij de doorkijk naar 2040 is bedoeld om het punt op de horizon voor de langere termijn te verkennen.
1.2 Werkwijze Voor deze rapportage hebben we gebruik gemaakt van verschillende bronnen. • Voor een groot deel van de analyses hebben we gebruik gemaakt van bestaande data, zoals CBS, Provincie Noord-Brabant, gemeentelijke BAG-registratie, verhuurgegevens van de woningcorporaties en Woning in Zicht. Daarmee hebben we demografische trends en feitelijke gegevens over de huidige woningvoorraad in beeld gebracht. • Voor het zorggebruik (Wlz) maken wij gebruik van de CIZ-databank. • In 2021 is door de SVO een enquête uitgezet onder ouderen in de gemeente om hun woonwensen in kaart te brengen.
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
6
•
De analyses zijn besproken in en panelgesprek met zorgaanbieders en belangenbehartigers (17 juni 2021). Daarnaast is input opgehaald van inwoners en andere betrokkenen tijdens de ‘Avond van’ Oisterwijk, Moergestel, Haaren en Heukelom (23 en 29 juni, 7 en 8 juli).
1.3 Leeswijzer De opbouw van de rapportage is als volgt: • In hoofdstuk 2 gaan we in op de vraag naar en het aanbod aan woonvormen voor ouderen • Hoofdstuk 3 gaat in de vraag naar en het aanbod aan woonvormen voor mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking. • Hoofdstuk 4 gaat in op de vraag naar woonruimte voor uitstromers vanuit beschermd wonen, opvang en jeugdzorg. • Hoofdstuk 5 gaat in op randvoorwaarden voor een ‘inclusieve samenleving’: wat is, naast voldoende woonruimte, nog meer nodig om te zorgen dat mensen met een zorgvraag volwaardig mee kunnen doen in de samenleving?
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
7
2 Ouderen 2.1 Inleiding Het aantal ouderen in de gemeente Oisterwijk zal in de komende jaren sterk gaan groeien. Dat heeft grote gevolgen voor de vraag naar woningen die geschikt zijn voor ouderen. In dit hoofdstuk gaan wij in op de verwachte vraag naar verschillende woonvormen voor ouderen en op het huidige aanbod voor deze doelgroep.
Vergrijzing Het aandeel 65+’ers is in Oisterwijk relatief hoog, in vergelijking met de provincie en ook met het gemiddelde beeld in Nederland: in Oisterwijk is 24% van de inwoners 65 jaar of ouder, terwijl dat in NoordBrabant als geheel 20% is en in Nederland als geheel 19%. In de komende 20 jaar gaat het aantal én het aandeel 65+’ers sterk stijgen in de gemeente. Vooral de groep boven de 75 jaar gaat sterk groeien, zoals blijkt uit onderstaande grafieken. Figuur 2.1: Gemeente Oisterwijk. Aandeel 65+’ers in bevolking en huishoudens, 2020-2040.
Bron: Provincie Noord-Brabant (2020), bewerking Companen
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
8
Figuur 2.2: Gemeente Oisterwijk. Ontwikkeling aantal ouderen in gemeente, 2020-2040.
65 - 74 jaar
75 - 84 jaar
85+
0
500
1000
1500
2000 2020
2500 2030
3000
3500
4000
4500
5000
2040
Bron: Provincie Noord-Brabant (2020), bewerking Companen
2.2 Vraag naar woonvormen voor ouderen Lang niet alle ouderen hebben een zorgvraag. Van alle ouderen in Nederland maakt maar zo’n 6% gebruik van langdurige zorg vanuit de Wlz. De overige ouderen hebben geen of slechts een lichte zorgvraag. De Nederlandse Zorgautoriteit hanteert een ‘Zorgtredenmodel’ waarin alle 65+’ers zijn ingedeeld naar het zwaarste type zorg dat zij afnemen. Deze gegevens zijn door de NZa ook verder uitgesplitst naar leeftijdsgroepen binnen de totale groep ouderen. Daarmee is het een bruikbare basis om een inschatting te maken van de toekomstige zorgvraag van ouderen. Onderstaande figuur toont de huidige verdeling van 65+’ers over de zogenaamde ‘zorgtreden’. Figuur 2.3: Zorgtredenmodel en verdeling ouderen over zorgtreden (landelijke cijfers)
Bron: NZA, Monitor Zorg voor ouderen (2018)
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
9
Toelichting: Het zorgtredenmodel van de Nederlandse Zorgautoriteit bevat zes treden. Alle ouderen zijn ingedeeld in één van deze treden op basis van de aard en mate van hun zorggebruik. De indeling van ouderen naar zorgtreden gebeurt op basis van de zwaarste zorgvorm die ouderen in het afgelopen half jaar ontvingen: • Vitale ouderen zitten in zorgtrede 1. Zij wonen zelfstandig thuis en gaan slechts af en toe naar de huisarts of de apotheek voor medicatie. • Zorgtrede 2 omvat zelfstandig thuiswonende ouderen die gebruik maken van medisch-specialistische zorg vanwege een acute zorgvraag, chronische ziekte of specialistische geestelijke gezondheidszorg. • In zorgtrede 3 vallen ouderen die gebruik maken van Wmo-zorg en daarmee een lichte mate van afhankelijkheid van zorg of ondersteuning hebben. Deze zorg betreft hulpmiddelen, voorzieningen, huishoudelijke hulp of andere zorg waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is. • Bij zorgtrede 4 maakte de oudere tijdens de afgelopen zes maanden tijdelijk (niet meer dan 3 maanden) gebruik van professionele zorg: persoonlijke verzorging en wijkverpleging uit de Zvw of mpt/pgb uit de Wlz, of revalidatiezorg, eerstelijnsverblijf of Wmo-verblijf of andere Wmo-zorg die in 2015 uit de AWBZ is overgeheveld. • In zorgtrede 5 maakt de oudere structureel (langer dan 3 maanden) gebruik van de zorg die net onder zorgtrede 4 is beschreven.
• In zorgtrede 6 bevinden zich ouderen die zijn opgenomen in een intramurale instelling of die een 'Volledig Pakket Thuis (VPT)' ontvangen via de Wlz. Uit onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) blijkt: hoe hoger de leeftijd, hoe vaker een oudere gebruik maakt van relatief zware zorg. Op basis van nader uitgewerkte gegevens over het zorggebruik van de verschillende leeftijdscategorieën, in combinatie met de bevolkingsprognose voor de gemeente Oisterwijk, is het mogelijk om een prognose te berekenen voor de toekomstige omvang van de groep ouderen in de verschillende zorgtreden in de gemeente. Onderstaande grafiek toont die prognose. Figuur 2.4: Gemeente Oisterwijk. Prognose zorgvraag ouderen naar zorgtrede (2020-2040)
240 290 950 490 310
220 260 810 420 270
4.330
3.940
1.990
1.850 2020
Zorgtrede 1
2025
Zorgtrede 2
Zorgtrede 3
370 460
330 410 1.240
1.350
600 390
640 420
4.780
5.050
5.090
2.200
2.320
2.300
280 340 1.080 550 350
2030
Zorgtrede 4
2035
Zorgtrede 5
Zorgtrede 6 (PG)
2040
Zorgtrede 6 (SOM)
Bron: Woonzorgweter Companen, 2021
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
10
Vertaling zorgvraag naar woonvraag In het algemeen geldt dat ouderen in een hogere zorgtrede er vaker voor kiezen om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen. Voor zorgtrede 6 geldt dat een aanzienlijk deel van deze mensen woont in een instelling voor 24-uurszorg, maar er zijn ook mensen die zware zorg ontvangen in een reguliere woning of een woning in ‘geclusterd wonen voor ouderen’ (zoals een aanleunwoning). Op basis van een set aannames over het woongedrag per zorgtrede, die zijn getoetst in een werksessie met zorgaanbieders en corporaties, is een prognose gemaakt van de woonvraag van ouderen naar woonvorm. We onderscheiden daarbij de volgende woonvormen: • Regulier wonen: ‘normale’ eengezinswoningen of appartementen • Geclusterd wonen voor ouderen: seniorenwoningen, aanleunwoningen, hofjeswonen etc. Een woning valt binnen deze categorie als1: o Het complex bestaat uit minimaal 10 woningen o Ten minste 50% van de bewoners van het complex 65+ jaar of ouder is en/of het complex is gelabeld voor senioren (55+) o Het mogelijk is om hier te komen wonen zonder Wlz-indicatie • Geclusterd wonen met 24-uurszorg (gefinancierd vanuit de Wlz en alleen toegankelijk met een Wlzindicatie, uitgesplitst naar: o PG-zorg (dementie) o Somatische zorg met verblijf In het kader van dit onderzoek zijn twee prognosevarianten uitgewerkt, de zogenaamde basis- en trendvariant.
Hiermee creëren we een bandbreedte waarbinnen de werkelijke vraag zich waarschijnlijk zal voltrekken. De basisvariant is een ‘beleids- en trendvrije’ prognose, waarbij we ervan uitgaan dat het woongedrag per zorgtrede in de komende jaren niet zal veranderen. De stijging van de vraag naar een bepaalde woonvorm is dan dus puur het gevolg van de groei van de groep die hier aanspraak op wil maken. In de trendvariant houden we rekening met een verschuiving van de vraag als gevolg van een aantal maatschappelijke trends. De volgende trends zijn hierin meegenomen: • Relatief meer vraag naar geclusterd wonen, doordat meer ouderen voorsorteren op een eventuele zorgvraag of mogelijke vereenzaming, en daarom de keuze zullen maken om te verhuizen vanuit een reguliere woning naar een geclusterde woonvorm voor ouderen. De ontwikkeling van nieuw, aantrekkelijk aanbod in geclusterde, ‘vernieuwende woonvormen’ zoals hofjeswonen kan deze ontwikkeling versterken. Geclusterd wonen is niet alleen een aantrekkelijk alternatief voor de woning waar ouderen hun leven lang hebben gewoond, maar ook voor het verzorgings- of verpleeghuis; ouderen kunnen er langer hun zelfstandigheid behouden en regie houden over hun eigen leven. Financieringsvormen zoals VPT en MPT (Volledig/ Modulair Pakket Thuis) maken het mogelijk om relatief zware zorg te ontvangen buiten een verpleeghuis.
In het trendscenario gaan we ervan uit dat een deel van de vraag naar 24-uurszorg in de toekomst ingevuld zal worden binnen geclusterd wonen. • De inzet van technologie maakt ‘thuis’ wonen vaker en langer mogelijk voor mensen met een zorgvraag. Technologie kan er voor zorgen dat ouderen comfortabeler kunnen leven, waardoor ze langer kunnen blijven wonen in een zelfstandige woning. Digitalisering plaatst de noodzaak van voorzieningen dicht bij huis ook in een ander daglicht; boodschappen kunnen worden thuisbezorgd, en mensen kunnen straks wellicht met zelfrijdende auto’s naar voorzieningen toe gaan. Deze ontwikkeling zorgt er enerzijds voor dat mensen met een lichtere zorgvraag langer kunnen blijven 1 Vaak wordt ook de aanwezigheid van een ontmoetingsruimte gezien als voorwaarde om een complex aan te duiden
als ‘geclusterd wonen voor ouderen’. In dit onderzoek kiezen wij ervoor om dit niet te doen. Wel maken we een onderscheid tussen complexen met en zonder ontmoetingsruimte. Zie ook paragraaf 2.4. 824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
11
wonen in hun reguliere woning en dus niet verhuizen richting een vorm van geclusterd wonen. Daarnaast zullen zware zorgvragers vaker kunnen blijven wonen in geclusterd wonen, en dus niet verhuizen naar een 24-uurszorginstelling. Bovenstaande trends zorgen voor een verschuiving van de vraag: Van regulier wonen naar geclusterd wonen. De inzet van technologie dempt dit effect enigszins; ouderen kunnen een verhuizing hierdoor immers langer uitstellen. Van geclusterd wonen met 24-uurszorg (verzorgings- of verpleeghuis) naar geclusterd wonen. Onderstaande tabel toont de ontwikkeling van de vraag naar de verschillende woonvormen volgens de basis- en de trendvariant. Tabel 2.1: Gemeente Oisterwijk. Vraagprognose woonvormen voor ouderen, basisvariant en trendvariant (2021 2040; afgerond op 10-tallen) Totaal aantal huishoudens 65+
2021 5.130
2025 5.630
2030 6.330
2035 6.910
2040 7.170
Basisvariant Regulier wonen Geclusterd wonen Geclusterd wonen met 24-u zorg (SOM) Geclusterd wonen met 24-u zorg (PG)
4.050 720 160 200
4.410 800 190 240
4.940 900 220 270
5.330 990 270 330
5.480 1.040 290 370
Trendvariant Regulier wonen Geclusterd wonen Geclusterd wonen met 24-u zorg (SOM) Geclusterd wonen met 24-u zorg (PG)
4.050 720 160 200
4.340 880 180 230
4.790 1.070 200 270
5.080 1.280 230 320
5.140 1.450 240 340
Bron: CIZ, Woonzorgweter, Companen.
Uit de tabel blijkt dat de groei van de groep 65-plushuishoudens zal leiden tot een stijging van de vraag naar alle onderscheiden woonvormen. In beide scenario’s is de stijging van de vraag naar reguliere woningen in absolute aantallen het grootst. Maar doordat er steeds meer ‘oudere ouderen’ in de gemeente zullen wonen, zal de behoefte aan geclusterd wonen relatief meer gaan toenemen. In het trendscenario zien we een sterkere stijging van de vraag naar geclusterde woonvormen; ‘tussenvormen’ tussen de reguliere woningen en het verpleeghuis in. Deze sterkere vraag komt zowel doordat mensen in dit scenario eerder kiezen voor een verhuizing van regulier wonen naar geclusterd wonen, als doordat mensen langer kunnen blijven wonen in ‘geclusterd wonen’ en niet hoeven door te schuiven naar een verpleeghuis. De vraag naar plekken voor 24-uurszorg valt in het trendscenario dan ook iets lager uit dan in het basisscenario.
Woonwensen en ‘nieuwe woonvormen’ Verreweg de meeste ouderen die een verhuizing overwegen, willen in de eigen gemeente blijven wonen (99%) – en een overgrote meerderheid (92%) blijft het liefste ook in het eigen dorp wonen. Dat blijkt uit de enquête die SVO in 2021 heeft uitgezet onder haar leden. Oudere inwoners van de gemeente Oisterwijk die van plan zijn om te verhuizen en willen blijven wonen in een ‘reguliere woning’, zijn over het algemeen sterk georiënteerd op de koopsector. Dat blijkt zowel uit het regionaal woonwensenonderzoek dat in 2020 werd uitgevoerd, als uit de enquête die SVO in 2021 824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
12
heeft uitgezet onder haar leden. Volgens dat laatste onderzoek wil 43% van de verhuisgeneigde ouderen kopen, 39% huren en heeft 18% geen voorkeur. Van de senioren die een grondgebonden woning willen kopen, zoekt 10% een goedkope woning (€ 200.000), 45% een middel dure (€300.000) en 45% een dure woning (>€300.000). Van de senioren die een appartement willen kopen, geeft 8% aan een appartement te zoeken voor circa €200.000; 65% zou een middelduur appartement willen kopen (€250.000 tot €300.000) en 27% wil een duur appartement van €400.000 of meer. Van de senioren die een grondgebonden woning willen huren, zegt 38% een woning te zoeken in de sociale huur (tot €752); 41% in de middeldure huur (ca €900) en 22% in de dure huur. Voor huurappartementen zijn de percentages respectievelijk 34%, 41% en 26%.2 Uit het regionale woonwensenonderzoek blijkt een duidelijk verschil tussen ‘jongere ouderen’ en ‘oudere ouderen’: van de verhuisgeneigde senioren tussen 65 en 75 jaar wil 44% huren, terwijl van de groep boven 75 jaar ruim 70% hier de voorkeur aan geeft. En waar de groep tussen 65 en 75 jaar nog in meerderheid kiest voor een gezinswoning, geeft van de groep boven de 75 jaar een ruime meerderheid de voorkeur aan een appartement. Ook in het onderzoek van de SVO zijn deze verschuivingen in voorkeur terug te zien, al zijn de verschillen tussen de leeftijdsgroepen wat minder groot.
Tabel 2.2: Gemeente Oisterwijk. Woonwensen verhuisgeneigde ouderen Voorkeur voor een woning in de categorie: 1-2 pers. hh 65 - 75 jaar Huur gezinswoning sociaal 11% Huur gezinswoning vrije sector 7% Huur app/toegankelijke woning sociaal 15% Huur app/ toegankelijke woning vrije sector 11% Koop rij-/hoek tot €230.000 Koop rij-/hoek €230.000 - 360.000 Koop rij-/hoek €360.000+ Koop tweekap/vrijstaand tot €360.000 Koop tweekap/vrijstaand €360.000 - 430.000 Koop tweekap/vrijstaand €430.000+ Koop app/toegankelijk tot €230.000 Koop app/toegankelijk €230.000 – 360.000 Koop app/toegankelijk €360.000+
1-2 pers. ouder dan 75 jaar 3% 13% 25% 30%
1% 4% 15% 10% 7% 1% 15% 4%
3% 5% 3% 13% 3% 3% 3%
Bron: Woonwensenonderzoek Hart van Brabant (2018), Woningmarktonderzoek Noordoost Brabant (2019), CBS (2021)
In de SVO-enquête is aan ouderen die een verhuizing overwegen, specifiek gevraagd naar welk type (senioren)woning hun voorkeur uitgaat. Uit de resultaten blijkt een sterke voorkeur voor een grondgebonden woning met een tuin(tje). Een aanzienlijk deel van de ouderen vindt een hofje een aantrekkelijke woonvorm – waarbij de groep die hier graag met meerdere generaties samen zou willen wonen, groter is dan de groep die met alleen oudere in een hofje zou willen wonen. Onderstaande tabel laat zien welke woningtypen het meest gewild zijn.
2 Hierbij is wel van belang om te vermelden dat vanwege de regels voor passend toewijzen niet iedere oudere die
aangeeft te willen verhuizen naar een sociale huurwoning, hier ook voor in aanmerking komt. 824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
13
Tabel 2.3: Gemeente Oisterwijk. Woonwensen verhuisgeneigde ouderen Voorkeur voor een woning in de categorie (meerdere antwoorden mogelijk): Grondgebonden seniorenwoning met plaats of tuin Hofje met grondgebonden woningen, voor meerdere generaties Rollatorgeschikt appartement (Woonkeur), evt. in seniorencomplex Hofje met grondgebonden woningen, alleen voor ouderen Grondgebonden seniorenwoning rollatorgeschikt (Woonkeur) Zorg/service-appartement of woonzorgcomplex Appartement, niet specifiek voor senioren Mantelzorgwoning (in tuin mantelzorger) Meerdere generatiewoning/kangoeroewoning
% 47% 28% 27% 24% 24% 15% 14% 6% 6%
Bron: Woonwensenonderzoek Ouderen SVO (2021)
De ‘beschutting’ die ouderen zoeken in een vorm van geclusterd wonen voor ouderen kan uit verschillende zaken bestaan. Sommigen maken de keuze voor een geclusterde woonvorm in de nabijheid van een zorgvoorziening, omdat ze denken dan makkelijker gebruik te kunnen maken van zorg die vanuit die voorziening geboden kan worden. Andere ouderen zoeken vooral een veilige omgeving, waar ze weten dat bewoners een oogje in het zeil houden bij elkaar maar ze ook hulp kunnen inschakelen van een huismeester. Weer anderen kiezen vooral voor een geclusterde woonvorm vanuit een behoefte aan sociaal contact. Vanuit die verschillende onderliggende behoeften zijn er ook verschillende wensen ten aanzien van de verschijningsvorm; waar de één de voorkeur geeft aan een aanleunwoning dicht bij een zorgvoorziening, geeft een ander de voorkeur aan een hofje waar verschillende ouderen (of een mix van leeftijdsgroepen) samen woont en elkaar ondersteunt wanneer dat nodig is. Essentieel onderdeel van een hofje is een gezamenlijke ruimte en/of binnentuin, waarmee gemeenschapszin wordt gecreëerd.
2.3 Vraag naar toegankelijke (‘geschikte’) woningen Een deel van de zelfstandig wonende ouderen heeft behoefte aan een ‘toegankelijke’ of ‘geschikte’ woning. Zij ervaren mobiliteitsbeperkingen binnen en/of buiten de woning. Uit de enquête die de SVO onlangs heeft gehouden, blijkt dat 46% van de ouderen in de gemeente op dit moment in een ‘nietgeschikte’ woning woont.3 Ongeveer een derde van deze mensen geeft aan om die reden een verhuizing te overwegen; twee derde wil de woning aanpassen zodat ze er kunnen blijven wonen. Het zijn niet alleen ouderen die behoefte hebben aan rolstoelgeschikte woningen, ook mensen met een lichamelijke beperking zijn op zoek naar een woning die voor hen toegankelijk is. Om de vraag naar geschikte woningen te bepalen, maken we onderscheid tussen mensen die een rollator gebruiken en mensen die een rolstoel gebruiken. Mensen in een rolstoel hebben immers aanvullende eisen ten aanzien van toegankelijkheid in de woning, om bijvoorbeeld huishoudelijke taken te kunnen uitvoeren of zich vrij te bewegen door het huis. Zowel aan de vraag- als aan de aanbodkant geldt dat de indeling op basis van mobiliteitsbeperkingen de indeling naar zorgvraag (in ‘zorgtreden’) doorkruist. Niet alle mensen met een zorgvraag hebben ook een
3
Volgens de ‘Doorzonscan’ (zie paragraaf 2.4) woont 16% van de 65+huishoudens in de gemeente in een ‘geschikte’ woning, 24% in een ‘ongeschikte’ woning en 60% in een woning die relatief eenvoudig geschikt te maken is.
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
14
mobiliteitsbeperking, en vice versa. En rollator- en rolstoelgeschikte woningen komen zowel voor in geclusterde woonvormen als ook in reguliere, al dan niet geclusterde woningen. Het aantal mensen met een mobiliteitsbeperking in Oisterwijk ontlenen wij aan onderzoeksgegevens van ABF (2020). Zij ramen het aantal huishoudens met een ADL-beperking4 op ca. 970 huishoudens in 2021. Er is geen prognose beschikbaar van het toekomstig aantal mensen met een mobiliteitsbeperking. Om hier toch een inschatting van te kunnen maken, kijken we naar de verwachte ontwikkeling van de groep ouderen die valt in zorgtrede 3 t/m 5 (waarbij wij ervan uitgaan dat de ontwikkeling van het aantal mensen met een mobiliteitsbeperking hier gelijke tred mee houdt). Op basis van (schaarse) landelijke data weten we dat circa 1% van alle huishoudens een bewoner heeft die gebruik maakt van een rolstoel. Dit houdt in dat 1% van alle woningen rolstoelgeschikt zou moeten zijn. In de praktijk blijkt een deel van de mensen die gebruik maakt van een rolstoel ook uit de voeten te kunnen met een rollatorgeschikte woning, bijvoorbeeld omdat zij de rolstoel alleen buitenshuis gebruiken. Voor de berekeningen in dit hoofdstuk gaan wij er echter vanuit dat iedere persoon in een rolstoel ook daadwerkelijk behoefte heeft aan een rolstoelgeschikte woning.
Voor de rest van de groep mensen met een mobiliteitsbeperking gaan wij ervan uit dat zij behoefte hebben aan een rollatorgeschikte woning. Tabel 2.4: Vraagprognose ‘geschikte’ woningen (2021 - 2040; huishoudens; afgerond op 5-tal) 2021
2025
2030
2035
2040
140 830 970
140 905 1.045
145 1.000 1.145
145 1.095 1.240
145 1.165 1.310
Rolstoelgeschikte woning Rollatorgeschikte woning Totaal
Toename 2021-2040 +5 +335 +340
Bron: Woonzorgweter, Companen
Tabel 2.4 laat zien dat in de huidige situatie circa 140 huishoudens in de gemeente Oisterwijk behoefte hebben aan een rolstoelgeschikte woning en circa 830 huishoudens aan een rollatorgeschikte woning. De behoefte aan ‘geschikte’ woningen groeit van circa 970 woningen nu (2021) naar circa 1.310 in 2040.
2.4 Aanbod woonvormen voor ouderen Zoals eerder toegelicht, maken we binnen de ouderenhuisvesting een onderscheid tussen de volgende woonvormen: Geclusterd wonen met 24-uurszorg: geclusterde woonvormen waarbij de zorg wordt gefinancierd vanuit de Wlz. Deze woonvormen zijn alleen toegankelijk met een Wlz-indicatie. Geclusterd wonen voor ouderen: bijvoorbeeld seniorenwoningen, aanleunwoningen, hofjeswonen. Hierbij is een zorgindicatie geen vereiste om er te mogen wonen. Een complex telt mee als ‘geclusterd wonen’ als het uit minimaal 10 wooneenheden bestaat. In deze complexen is een Wlz-indicatie geen vereiste om er te mogen wonen.
4 Beperkingen bij Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen zoals traplopen, zich wassen of aankleden.
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
15
Tabel 2.5: Aanbod woonvormen voor ouderen Zorgaanbieder / verhuurder Woonplaats
’t Heem, Haarensteyn Woonveste, Klaver Woonveste, Haarensteyn TBV Wonen, Haarensteyn TBV Wonen, Verrijtlaan/ Kerkstraat Woonzorg NL, Abbeyfield Thebe, Park Stanislaus Leystromen, bij Park Stanislaus Leystromen, Raadhuisstraat Leystromen, Korenschuur Thebe, De Vloet Leystromen, bij De Vloet Leystromen, Stationsstraat Leystromen, Poststeeg Leystromen, Reli Leystromen, Hoogstraat Leystromen, Tuinweg Leystromen, Poirtersstraat Amaliazorg, Catharinenberg Dagelijks Leven, Poirtershuis Burghtweide (koopapp.) Woonzorg NL, Ten Bijgaerde
Haaren Haaren Haaren Haaren Haaren Haaren Moergestel Moergestel Moergestel Moergestel Oisterwijk Oisterwijk Oisterwijk Oisterwijk Oisterwijk Oisterwijk Oisterwijk Oisterwijk Oisterwijk Oisterwijk Oisterwijk Oisterwijk
Totaal
Geclusterd wonen met 24uurszorg PG
Geclusterd wonen met 24uurszorg SOM
Geclusterd wonen voor ouderen
Aantal plekken 34
Aantal plekken
Aantal woningen 12 40 23 18 16
139 68 10 20 38
83 47 10 66 18 26 23 76
59 22 69 52 292
83
594
Bron: Aanbodinventarisatie 2021
Er zijn op dit moment in de gemeente Oisterwijk 375 plaatsen voor geclusterd wonen met 24-uurszorg. Deze plekken worden bewoond door mensen met somatische en/of psychogeriatrische klachten. De praktijk leert dat een (groot) deel van deze plekken wisselend inzetbaar is, dus zowel voor mensen met somatische als voor mensen met psychogeriatrische problematiek. In de aanbodinventarisatie zijn in totaal 594 woningen in beeld gebracht die vallen onder de definitie van ‘geclusterd wonen voor ouderen’. In onderstaande tabel is te zien hoe deze zijn verdeeld over de dorpen en eigendomssituaties. In Heukelom en het buitengebied zijn geen geclusterde woonvormen voor ouderen. De tabel op de volgende pagina laat zien dat – afgezet tegen het aandeel 75+’ers in de dorpen – het aanbod aan plekken voor 24-uurszorg voor ouderen relatief ruim is in Moergestel, en juist aan de magere kant in de dorpen Haaren en Oisterwijk. Voor geclusterd wonen geldt juist dat er relatief weinig aanbod is in Moergestel, en wat ruimer aanbod in de andere dorpen.
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
16
Tabel 2.6: Aanbod geclusterd woningaanbod naar woonplaats en marktsegment (situatie 2021) Totaal
Haaren
Moergestel
Oisterwijk
Segment
Geclusterd wonen met 24-uurszorg Geclusterd wonen – huurwoning corporatie Geclusterd wonen – particuliere huur Geclusterd wonen – koop Totaal
202 318 0 69 589
139 98 0 0 237
34 109 0 0 143
375 525 0 69 969
% van 75+ huishoudens % van aanbod wonen met 24-uurszorg % van aanbod geclusterd wonen voor ouderen
63% 54% 65%
21% 37% 16%
16% 9% 18%
100% 100% 100%
Bron: Aanbodinventarisatie, Companen.
In complexen voor ‘geclusterd wonen’ is een Wlz-indicatie geen voorwaarde om er te mogen wonen. In sommige gevallen is het wél mogelijk om hier Wlz-zorg te ontvangen, via een Volledig Pakket Thuis (VPT) of Modulair Pakket Thuis (MPT). Het gaat dus om ‘tussenvormen’, tussen regulier wonen en het verpleeghuis.
Kenmerken van huidig aanbod in geclusterd wonen voor ouderen Ouderen die verhuizen naar een vorm van geclusterd wonen voor ouderen, doen dit over het algemeen vanwege een behoefte aan beschutting, comfort en saamhorigheid. In de landelijke Monitor geclusterd wonen voor ouderen worden daarom alleen complexen met een inpandige ontmoetingsruimte meegeteld in deze categorie. Hoewel de aanwezigheid van een ontmoetingsruimte zeker wenselijk is, is er binnen dit onderzoek voor gekozen om ook complexen zonder ontmoetingsruimte mee te tellen. Ontmoeting kan voor bewoners van deze complexen immers ook op andere wijze gestimuleerd worden, bijvoorbeeld door activiteiten te organiseren in een ontmoetingsruimte in de nabijheid van het wooncomplex. Voor toekomstige bouwprojecten is het goed om rekening te houden met elementen die ervoor kunnen zorgen dat ouderen echt zo lang mogelijk in de woning kunnen blijven.
Op basis van diverse onderzoeken naar woonvormen voor ouderen zijn de belangrijkste kenmerken waar seniorencomplexen aan zouden moeten voldoen: Rollator toe- en doorgankelijkheid van de woning en de gemeenschappelijke ruimten; Aanwezigheid ontmoetingsruimte, gezamenlijke tuin of atrium Aanwezigheid huismeester Aanwezigheid scootmobielberging Van het huidige aanbod in ‘geclusterd wonen voor ouderen’ die in het kader van dit onderzoek in beeld gebracht zijn (594 woningen), is ongeveer de helft rolstoelgeschikt en de helft rollatorgeschikt. Ook heeft ongeveer de helft van de geclusterde woningen een inpandige ontmoetingsruimte.
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
17
2.5 Aanbod aan toegankelijke (‘geschikte’) woningen Een groot deel van de (toekomstige) ouderen zal lang, soms tot de dood, wonen in een reguliere woning. Dat leidt tot een stijgende vraag naar ‘geschikte’ woningen. Een ‘geschikte’ woning is een woning waar mensen met een mobiliteitsbeperking goed kunnen wonen. Dit kunnen ouderen zijn, maar ook jongere mensen met een mobiliteitsbeperking hebben baat bij dergelijke woningen. Bij het in beeld brengen van het aanbod aan ‘geschikte’ woningen gaan we uit van de volgende eisen: Een woning geldt als ‘geschikt’ als alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) gelijkvloers liggen of zonder traplopen bereikbaar zijn. Alle appartementen of (galerij)flats gelden als ‘geschikt’, indien deze over een lift beschikken. Eengezinswoningen gelden als ‘potentieel geschikt’ als zij over een groot genoeg oppervlak beschikken om alle primaire woonruimtes op één woonlaag te bieden, of voldoende ruimte bieden om een traplift te kunnen plaatsen. In de analyse is ervan uitgegaan dat dat het geval is bij: eengezinswoningen, gebouwd na 1998; koopwoningen met een inhoud groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965; huurwoningen met een inhoud groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980; geschakelde woningen.
We hebben de geschiktheid geanalyseerd van in totaal circa 13.085 woningen, die opgenomen zijn als zelfstandige woningen in CBS-microdata (inclusief geclusterde woonvormen voor ouderen). Intramuraal aanbod is hier niet bij meegeteld. Volgens deze analyse is op dit moment een klein deel van de totale woningvoorraad in Oisterwijk al ‘geschikt’ (8%; ca. 1.055 woningen). Nog eens 64% van de woningen is ‘potentieel geschikt’ (ca. 8.340 woningen). Figuur 2.5: Gemeente Oisterwijk. Aanbod ‘geschikte’ woningen volgens ‘doorzonscan’ (2021)
Bron: CBS microdata, WoON 2018, bewerkt door Companen (2021).
Uitsplitsing naar leeftijdsklasse Niet iedere geschikte woning wordt bewoond door een oudere met een mobiliteitsbeperking. We zien dat van de geschikte woningvoorraad circa 32% wordt bewoond door huishoudens onder de 65 jaar. Deze woningen zijn dus niet beschikbaar voor ouderen met een mobiliteitsbeperking. Van de ca. 1.055 geschikte woningen blijft in praktijk een aanbod over van ca. 720 woningen.
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
18
Uitsplitsing naar eigendomssituatie De geschiktheidsopgave binnen Oisterwijk is onevenredig verdeeld naar de eigendomssituatie. Huurwoningen zijn vaker gelijkvloers dan koopwoningen, en daarmee vaker geschikt voor ouderen. De uitsplitsing van de woningvoorraad naar eigendom laat zien: • Huurwoningen zijn het vaakst geschikt voor ouderen (18% van de voorraad; 675 woningen). In de huursector liggen ook kansen om de woningvoorraad geschikt te maken; 41% (1.570 woningen) is ‘potentieel geschikt’ en dus met een kleine ingreep geschikt te maken. Tot slot is circa 41% (1.585 woningen) van de huurwoningen niet geschikt voor ouderen en ook niet met een eenvoudige ingreep geschikt te maken. Dit hangt veelal samen met de afwezigheid van een lift of een nauwe trapopgang, waardoor er geen ruimte is voor een traplift. • De grootste kansen liggen in de koopsector; het aandeel ‘geschikte woningen’ is hier klein (dat is te verklaren uit het lage aandeel appartementen met lift), terwijl maar liefst 73% (ruim 6.770 woningen) met een kleine ingreep geschikt te krijgen zijn. Op basis van de inventarisatie onder corporaties komen we voor de sociale huur uit op een geschiktheid van 22% (633 woningen). Van de geschikte sociale woningen zien we het volgende: • 220 woningen zijn rolstoelgeschikt. • 413 woningen zijn rollatorgeschikt.
In het dorp Moergestel is het aandeel geschikte woningen binnen de corporatievoorraad het grootst (35% en 128 woningen). In Oisterwijk ligt de geschiktheid voor ouderen met 19% (408 woningen) een stuk lager. In Haaren zijn er 97 rollator- of rolstoelgeschikte woningen. Figuur 2.6: Geschiktheid woningvoorraad naar eigendom volgens Doorzonscan (2021)
Huur
18%
41%
Koop 4% 0%
41%
73% 20%
Geschikte woning
40%
23% 60%
Potentieel geschikte woning
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
80%
100%
Niet geschikte woning
19
Figuur 2.7: Aantal rollator- en rolstoelgeschikte corporatiewoningen volgens opgave corporaties (2021) Oisterwijk Moergestel Haaren Totaal 0
100
200
300
400
500
600
700
Figuur 2.8: Aandeel rollator- en rolstoelgeschikte corporatiewoningen op de corporatievoorraad (2021) Oisterwijk Moergestel Haaren Totaal 0%
5%
10%
15%
20%
25%
30%
35%
40%
Bron: Inventarisatie corporaties, bewerkt door Companen (2021).
Uitsplitsing naar dorp/wijk Het aandeel geschikte en potentieel geschikte woningen verschilt tussen de wijken van Oisterwijk. Het aandeel geschikte woningen is het hoogst in het centrum van Oisterwijk (38%), terwijl in ’t Westend en ’t Seuverick slechts 1% van de woningen al ‘geschikt’ is. De grootste kansen voor woningaanpassingen liggen in het buitengebied (96%), Heukelom (86%) en Haaren (84%). Ook in Kerkhoven zijn relatief veel woningen (82%) eenvoudig aanpasbaar. In het centrum van Oisterwijk zijn de kansen voor woningaanpassingen het kleinst. Slechts 32% van de woningen is makkelijk aanpasbaar.
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
20
Figuur 2.9: Gemeente Oisterwijk. Geschiktheid van de totale woningvoorraad naar dorp/wijk Pannenschuur
6%
53%
't Westend / 't Seuverick 2%
50%
Bunders / Levenskerk 2% Waterhoef / Klompven
41% 49% 76%
14%
Centrum
22%
45%
42%
38%
Kerkhoven
7%
Moergestel
5%
32% 82%
23%
84%
9%
Buitengebied 3% Gemeente Oisterwijk
8% 0%
11%
72%
Haaren 3% Heukelom
30%
12% 86%
5%
96%
1%
64% 10%
Geschikte woning
20%
30%
40%
28% 50%
60%
Potentieel geschikte woning
70%
80%
90%
100%
Niet geschikte woning
Bron: CBS microdata, WoON 2018, bewerkt door Companen (2021).
2.6 Hoe wonen ouderen in Oisterwijk nu? Volgens de enquête die SVO in 2021 heeft gehouden, woont een groot deel van de senioren in de gemeente Oisterwijk in een ruime gezinswoning. Tabel 2.7: Gemeente Oisterwijk: huidige woonsituatie senioren 65-75 jarigen Appartement 6% Appartement in seniorencomplex of serviceflat 3% Hoek- of rijwoning 22% 2 onder 1 kapwoning 29% Vrijstaande woning 39% Totaal 100%
75+ 11% 5% 19% 27% 39% 100%
Bron: Woonwensenenquête SVO, bewerkt door Companen (2021).
Volgens de Doorzonscan woont 16% van de 65+ huishoudens in de gemeente Oisterwijk in een geschikte woning, 60% in een potentieel geschikte woning en 24% in een ongeschikte woning. Het aandeel ouderen in een ongeschikte woning is het hoogste in de wijken ’t Westend/’t Seuverick, Waterhoef/Klompven en Pannenschuur. Het aandeel ouderen in een ‘geschikte’ woning is het hoogste in het centrum van Oisterwijk, waar relatief veel appartementen met lift zijn. Juist ruime woningen zijn over het algemeen goed ‘geschikt’ te maken; dat verklaart waarom het aandeel ‘potentieel geschikte woningen’ het hoogste is in het buitengebied, Haaren, Moergestel en Heukelom. Ook in de wijk Bunders / Levenskerk wonen relatief veel ouderen in een woning die ‘potentieel geschikt’ is.
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
21
Figuur 2.10: Gemeente Oisterwijk. Aandeel 65+ woningen in een geschikte woning naar dorp/wijk Pannenschuur
15%
51%
't Westend / 't Seuverick 2% Bunders / Levenskerk
47%
5%
51% 73%
Waterhoef / Klompven
27%
22%
40%
Centrum
47%
Kerkhoven Moergestel
33%
33% 29%
13%
23%
67%
7%
20%
72%
22%
Haaren
11%
81%
9%
Heukelom
14%
71%
14%
Buitengebied
100%
Gemeente Oisterwijk
16% 0%
10%
60% 20%
Geschikt voor ouderen
30%
40%
50%
Geschikt te maken
24% 60%
70%
80%
90%
100%
Niet geschikt voor ouderen
Bron: CBS microdata, WoON 2018, bewerkt door Companen (2021).
Stimuleren doorstroming Het is bekend dat ouderen over het algemeen niet graag verhuizen. 5 Zolang de gezondheid goed is, stellen de meesten het verhuizen uit – omdat zij gehecht zijn aan hun huis en de buurt, opzien tegen de rompslomp van verhuizen of bang zijn dat hun maandlasten na een verhuizing zullen stijgen. Ouderen die al vele jaren dezelfde woning huren hebben een lage huur; woningeigenaren hebben vaak lage woonlasten doordat hun koopwoning is afbetaald. Een belangrijke factor om wél te verhuizen is de ongeschiktheid van de woning of woonomgeving. Voor een deel van de senioren is de ongeschiktheid van de woning aanleiding om de woning aan te passen, voor anderen om te verhuizen. Steeds meer gemeenten zetten actief in op het stimuleren van doorstroming van senioren naar een andere woning. Dit draagt bij aan het passender wonen van senioren én aan het verminderen van de algemene woningmarktproblematiek – doorstroming zorgt er immers voor dat er grote en onderbenutte gezinswoningen vrijkomen die weer bewoond kunnen worden door gezinnen.
2.7 Woonvormen voor ouderen: de opgave Geclusterd wonen voor ouderen Een vergelijking van de vraagprognose met het aanbod aan woonvormen voor ouderen laat zien dat het aantal plekken met 24-uurszorg voor ouderen op dit moment voldoende is om aan de vraag te voldoen. Wel is er momenteel een tekort aan geclusterde woonvormen voor ouderen. In onderstaande tabel is te zien wat de balans is van vraag en aanbod, uitgaande van het huidige aanbod en een bandbreedte in de vraagprognose. Negatieve getallen geven aan dat er een tekort is, positieve getallen duiden op overschotten.
5 Platform 31, Doorstroming stimuleren van senioren op de woningmarkt (2021)
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
22
Tabel 2.8: Vraag-aanbodbalans geclusterde woonvormen voor ouderen in de twee trendvarianten (afgerond op 10-tallen)
Vraag geclusterd wonen met 24uurszorg (PG+SOM) Huidig aanbod geclusterd wonen met 24-uurszorg Saldo
Vraag naar geclusterd wonen Huidig aanbod geclusterd wonen Saldo
2021
2025
2030
2035
2040
360 380
410 - 430 380
470 - 490 380
550 - 600 380
580 - 660 380
+20
Tussen -30 en -40
Tussen -80 en -110
Tussen -160 en -220
Tussen -200 en -280
720
800 - 880
900 – 1.070
990 – 1.280
1.040 – 1.450
590
590
590
590
590
-130
Tussen -210 en -290
Tussen -310 en -480
Tussen -400 en -690
Tussen -450 en -860
Bron: Woonzorgweter Companen, Aanbodinventarisatie.
Uit het overzicht blijkt dat het aanbod aan geclusterde woningen in de huidige situatie tekort schiet: de tabel toont een tekort van 130 woningen. Dit tekort aan geclusterde woningen zal de komende 20 jaar oplopen. De capaciteit aan 24-uurszorg is momenteel in balans met de vraag. Geleidelijk ontstaat er een tekort aan plekken, oplopend tot minimaal 200 en maximaal 280 plekken in 2040 (afhankelijk van het vraagscenario).
‘Geschikt’ wonen De huidige vraag naar geschikte woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking bedraagt circa 970 woningen. De vergrijzing zorgt ervoor dat deze behoefte in 2040 zal zijn opgelopen tot circa 1.310 woningen. Deze vraag komt grotendeels vanuit 65-plushuishoudens, maar bestaat ook deels uit ‘jonge’ mindervaliden of mensen met een meervoudige beperking. Het huidige aanbod van geschikte woningen in de gemeente Oisterwijk bedraagt circa 1.055 geschikte woningen. Dat lijkt dus voldoende om te voorzien in de huidige vraag, maar richting de toekomst is dit aanbod te krap. Het gros van deze woningen is hooguit ‘rollatorgeschikt’; maar uit de inventarisatie onder corporaties komt ook een aantal ‘rolstoelgeschikte’ woningen naar voren (220). Dit aantal lijkt voldoende, gezien de vraag. Het blijft natuurlijk wel de kunst om vrijkomende rolstoelgeschikte woningen goed te matchen aan de vraag van mensen in een rolstoel. Alle rolstoelgeschikte woningen die in beeld zijn gebracht, betreffen woningen in geclusterde woonvormen voor ouderen die in bezit zijn van corporaties. Wij hebben niet in beeld hoeveel woningen in privaat eigendom rolstoelgeschikt zijn (gemaakt).
Het is belangrijk om te benadrukken dat, net als voor het geclusterde aanbod, ook voor het ‘geschikte’ aanbod geldt dat deze woningen ook door mensen zonder mobiliteitsbeperking worden bewoond: 32% van het ‘geschikte’ aanbod wordt momenteel bewoond door mensen onder de 65 jaar. Dit houdt in dat een vergelijking van vraag en aanbod al snel een vertekend beeld geeft. Omdat veel geschikte woningen niet door ouderen bewoond worden, is een overschot aan geschikte woningen broodnodig om alle ouderen met een mobiliteitsbeperking goed te kunnen huisvesten. Hoeveel geschikte woningen uiteindelijk benodigd zijn om in de behoefte van ouderen te voorzien zal altijd een samenspel zijn van voldoende aanbod en voldoende beschikbaar aanbod.
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
23
Een belangrijke notie is tenslotte dat ouderen om langer zelfstandig te kunnen wonen niet alleen een geschikte woning nodig hebben, maar dat deze ook op een geschikte plek moet staan: liefst dicht bij voorzieningen, in een goed toegankelijke woonomgeving. In hoofdstuk 5 gaan we hier nader op in. Een groot deel van de senioren in de gemeente Oisterwijk woont in een ruime gezinswoning. Juist die ruime woningen zijn over het algemeen goed ‘geschikt’ te maken. Vanwege de schaarste op de woningmarkt kan het de moeite waard zijn om toch meer ouderen te stimuleren om de stap te zetten naar een andere woning.
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
24
3 Mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking 3.1 Inleiding Ontwikkeling aantal indicaties Het aantal inwoners met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking (VG) is in de gemeente Oisterwijk in de afgelopen jaren licht gestegen (+5% sinds 2018). Dat is een wat lagere stijging dan landelijk gemiddeld. In de gemeente wonen relatief veel mensen met een VG-indicatie, als we dat vergelijken met het landelijke beeld. Dat heeft er mee te maken dat er van oudsher relatief veel instellingsplekken zijn in de gemeente. Tabel 3.1: Gemeente Oisterwijk. Wlz-indicaties VG 1-1-2018 Oisterwijk 325
1-1-2019 325
1-1-2020 335
1-1-2021 340 (10,6/1000 inw.) +5%
109.590
111.990
114.535 (6,6/1000 inw.) +7%
Stijging 2018-2021 Nederland Stijging 2018-2021
107.210
Bron: CIZ.
Op basis van het huidige aantal indicaties per leeftijdscategorie en de demografische prognose is het mogelijk om een prognose te maken van het toekomstig aantal mensen met een VG-indicatie in de gemeente. In het ‘basisscenario’ is de aanname dat het aandeel mensen met een VG-indicatie in verschillende leeftijdsgroepen gelijk blijft; het is dus een demografische doorrekening. Volgens die prognose zal het aantal mensen met een VG-indicatie in de komende decennia licht gaan dalen. In vergelijkbare onderzoeken elders in het land is geopperd dat het aandeel mensen met een Wlz-indicatie voor VG juist licht zal gaan stijgen, door de toegenomen levensverwachting en vitaliteit van de groep verstandelijk beperkten. Dit is hier niet meegerekend. In een tweede scenario is het uitgangspunt dat het aandeel mensen met een VG-indicatie in de komende jaren geleidelijk aan richting het landelijk gemiddelde beweegt, omdat nieuwe VG-cliënten er vaker voor kiezen om in hun eigen omgeving te blijven wonen in plaats van naar een verder weg gelegen instelling te verhuizen (vandaar de benaming ‘lokaal wonen’). In dat scenario zal het aantal mensen met een VGindicatie in de gemeente Oisterwijk sterker gaan dalen. Zorgaanbieders die actief zijn in de gemeente Oisterwijk, verwachten inderdaad een lichte krimp van de vraag naar VG-zorg in de gemeente.
Dat heeft er mee te maken dat de doelgroep VG geleidelijk aan verandert. Bij nieuwe instromers is vaker sprake van gecombineerde problematiek: naast een (licht) verstandelijke beperking gaat het dan ook om psychiatrische en/of gedragsproblematiek. Deze nieuwe cliënten hebben vaak een voorkeur voor wonen in een stedelijke omgeving. Op termijn kan de vraag naar woonplekken voor mensen met een beperking in de gemeente Oisterwijk daardoor iets afnemen.
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
25
Figuur 3.1. Gemeente Oisterwijk: Prognose Wlz-indicaties VG volgens 2 scenario’s
400 350 300 250 200 150
340
335
330
325
340
320
320
300
280
260
100 50 0 DEMOGRAFISCHE DOORREKENING
2020
2025
SCENARIO LOKAAL WONEN
2030
2035
2040
Bron: CIZ, Woonzorgweter, Companen.
Zorgaanbieders geven aan dat de veranderende doelgroep ook zorgt voor een verschuiving van de vraag naar woonvormen: nieuwe instromers hechten meer aan privacy en autonomie, en wonen daarom liever in een studio/appartement dan in een groepswoning. Dat speelt sterker in stedelijk gebied dan op het platteland (vanwege de andere doelgroep in de stad). Landelijk zien we dat de VG-doelgroep steeds vaker buiten een instelling gaat wonen, op basis van scheiden wonen en zorg. Door technologische ontwikkeling in de zorg is het steeds vaker (beter) mogelijk om buiten een instelling te wonen. Daarnaast is er een toenemende vraag zichtbaar vanuit cliënten (en verwanten) om het zorgpakket zelf samen te stellen. Dit verklaart ook de opkomst van ouderinitiatieven waar mensen met een verstandelijke beperking samen wonen en professionele begeleiding krijgen vanuit een persoonsgebonden budget (pgb).
3.2 Woonvormen voor mensen met een lichamelijke beperking Om een inschatting te maken van de omvang van de groep met een lichamelijke beperking, is gebruik gemaakt van de afgegeven LG-indicaties vanuit CIZ-data. Dit zijn de afgegeven indicaties voor mensen die 24-uurszorg nodig hebben. Het aantal mensen met een LG-indicatie in de gemeente Oisterwijk was in de afgelopen jaren redelijk stabiel. In de gemeente wonen relatief iets meer mensen met een LG-indicatie dan gemiddeld in Nederland, maar het verschil is klein. Tabel 3.2. Gemeente Oisterwijk: Wlz-indicaties LG Oisterwijk LG-indicaties per 1.000 inwoners Nederland LG-indicaties per 1.000 inwoners
1-1-2018 30
1-1-2019 35
1-1-2020 35
1-1-2021 35 1,09
16.295
16.020
15.870
15.955 0,9
Bron: CIZ.
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
26
In combinatie met de bevolkingsprognose van de gemeente Oisterwijk kan een inschatting worden gemaakt van het aantal mensen met en LG-indicatie voor de periode tot 2040. In 2021 hadden 35 mensen in de gemeente een LG-indicatie. Dit aantal blijft naar verwachting de komende jaren stabiel. Niet alle mensen met een lichamelijke beperking hebben een Wlz-indicatie en zij wonen ook niet allemaal bij een Wlz-aanbieder. Er zijn ook mensen met een beperking die in een (aangepaste) reguliere woning wonen, waar zij hulp ontvangen vanuit een Wmo-indicatie, persoonsgebonden budget of ‘volledig pakket thuis’. Op basis van de beschikbare data is niet te achterhalen om hoeveel mensen dit gaat.
3.3 Aanbod woonvormen voor mensen met een handicap Aan alle zorgaanbieders in de gemeente Oisterwijk die zich richten op zorg voor mensen met een handicap is gevraagd hoeveel woonzorgplekken zij hebben voor deze doelgroep. In de onderstaande tabel wordt het geïnventariseerde aanbod weergegeven. Over het algemeen wonen mensen die vanwege een handicap Wlz-zorg ontvangen in kleinschalige, geclusterde concepten. Er zijn ook cliënten die wonen in een groepswoning met gedeelde voorzieningen. ‘Gespikkeld wonen’ komt in Oisterwijk vrij weinig voor. Tabel 3.3: Aanbod woonvormen voor mensen met een verstandelijke (VG) of lichamelijke (LG) beperking Zorgaanbieder Woonplaats Geclusterd wonen VG Gespikkeld wonen VG Geclusterd wonen LG Aantal plekken Aantal plekken Aantal plekken ASVZ Cello Amarant Goed Wonen Stichting Olivier Prisma Totaal
Oisterwijk Haaren Oisterwijk Oisterwijk Moergestel Oisterwijk
18 141 366 22 11 18 246
18 1 1 18
2
Bron: Aanbodinventarisatie Companen
Goed Wonen Oisterwijk is een kleinschalig ouderinitiatief voor jonge mensen met een beperking, met in totaal 22 appartementen. Er staan volgens de organisatie circa 10 mensen op de wachtlijst.
3.4 Woonvormen voor mensen met een beperking: de opgave Bij het opstellen van de huisvestingsopgave gaan wij voor de VG-doelgroep uit van de basisprognose, en niet van het vraagscenario ‘lokaal wonen’. Reden is dat de gemeente weinig sturingsmogelijkheden heeft om een andere verdeling van Wlz-plekken over de regio te bewerkstelligen. De beweging van het ‘lokaal wonen’ staat of valt met de wil van zorgaanbieders om aanbod te spreiden en de wil van cliënten om elders te gaan wonen. De basisprognose geeft een ‘neutraal’ toekomstbeeld, waarin er rekening wordt gehouden met demografische ontwikkelingen (zoals bevolkingsgroei of een stijgende levensverwachting).
6 Excl. de plekken waar op dit moment een cliënt woont met een zorgindicatie vanwege GGZ-problematiek (BW of
Wlz-W) 824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
27
Een vergelijking van de vraagprognose met het huidige woonzorgaanbod voor de doelgroep verstandelijk beperkten, laat zien dat er op dit moment minder aanbod dan vraag is voor deze doelgroep. In praktijk zien we vaak dat een deel van de mensen met een VG-indicatie niet in een geclusterde woonvorm of gespikkelde woning van een zorgaanbieder woont, maar nog in het ouderlijk huis. Aangezien er in de werksessie niet naar voren kwam dat er op dit moment een nijpend tekort aan plekken is in de gemeente, gaan wij er daarom vanuit dat vraag en aanbod in praktijk redelijk met elkaar in evenwicht zijn. Tabel 3.4: Gemeente Oisterwijk.Vraag en aanbod geclusterd en gespikkeld wonen voor VG (afgerond op 5-tallen)
Vraag Huidig aanbod woonvormen VG Saldo
Vraagaanbod 2021 340 265 -75
Vraagaanbod 2025 335 265 -70
Vraagaanbod 2030 330 265 -65
Vraagaanbod 2035 325 265 -60
Vraagaanbod 2040 320 265 -55
Bron: Woonzorgweter en aanbodinventarisatie Companen
Om tegemoet te komen aan de wens van cliënten om meer zelfstandig te wonen (met meer privacy), zal een deel van het huidige aanbod wellicht moeten worden aangepast. Daarnaast is er een groeiende behoefte aan woonvormen waar bewoners en hun ouders meer eigen regie hebben; dat blijkt onder meer uit de wachtlijst bij Goed Wonen Oisterwijk. Voor de komende jaren ligt er dus met name een kwalitatieve opgave.
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
28
4 Uitstromers vanuit jeugdzorg, Beschermd wonen en opvang 4.1 Inleiding In 2019 zijn de gemeenten van de Regio Hart van Brabant, samen met corporaties en zorgaanbieders in de regio, gestart met het landelijke actieprogramma ‘Weer Thuis’. De doelstelling van dit actieprogramma is om te komen tot afspraken tussen gemeenten, zorginstellingen en woningcorporaties om de door- en uitstroom vanuit de residentiële zorg te verbeteren. Het gaat daarbij met name om door- en uitstroom vanuit Beschermd wonen, jeugdhulp met verblijf en opvang. Om goede afspraken te kunnen maken over het faciliteren van de uitstroom (waaronder het beschikbaar stellen van woningen voor uitstromers), is in 2021 onderzoek uitgevoerd in opdracht van de regio.
4.2 Aantal uitstromers per jaar Uit het onderzoek dat in opdracht van de regio is uitgevoerd, blijkt dat er in de regio in totaal circa 375 cliënten van 16 jaar of ouder verblijven in een jeugdzorginstelling, circa 200 in de maatschappelijke opvang en rond de 730 in een beschermde woonvorm. Het grootste deel van deze mensen zal in de komende drie jaar door- of uitstromen: naar een andere instelling, door in te trekken bij familie of vrienden of naar een zelfstandige woning. In de afgelopen jaren is in de regio steeds vaker een beroep gedaan op ‘contingentwoningen’; woningen die worden toegewezen aan specifieke doelgroepen, buiten de reguliere woningtoewijzingssystematiek om. In 2018 ging het om een kleine 160 woningen, in 2020 is dit aantal toegenomen tot 195 woningen. Een deel van deze woningen werd betrokken door cliënten met een verstandelijke beperking die uitstroomden uit een Wlz-instelling, en een deel door ex-gedetineerden – maar het grootste deel betrof het uitstromers vanuit jeugdzorg, maatschappelijke opvang en beschermd wonen. De onderzoekers verwachten dat de vraag naar contingentwoningen in de komende jaren zal toenemen, onder meer doordat de druk op de sociale huurmarkt groot is (en het dus moeilijk is om via de reguliere weg aan woonruimte te komen). Naar verwachting zijn er in 2022 in de regio in totaal 230 contingentwoningen nodig.
De gemeenten zijn op dit moment in regionaal verband nog afspraken aan het maken over de verdeling van de uitstroom. Onderstaande tabel laat zien wat de opgave per gemeente is bij een jaarlijkse uitstroom van 230 personen, als deze uitstroom naar rato van het inwonertal verdeeld wordt over de regiogemeenten. In dat geval zijn in de gemeente Oisterwijk dat jaarlijks circa 16 wooneenheden nodig voor uitstromers.
824.106 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
29
Tabel 4.1: Regio Hart van Brabant. Benodigd aantal uitstroomwoningen per jaar, uitgaande van verdeling naar rato van inwonertal.