CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-46 Jaarstukken 2020 Oisterwijk- bijlage 1 Jaarstukken 2020

RAAD 12 juli 2021, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-46 Jaarstukken 2020 Oisterwijk28.588 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Is er sprake van achterstallig onderhoud?

Eind 2020 is een nieuwe weginspectie uitgevoerd voor de gehele gemeente Oisterwijk en de kern Haaren. Op basis van de CROW-normeringen is er sprake van een toenemend achterstallig onderhoud aan wegverhardingen. Een groot deel daarvan is te wijten aan wortelopdruk die gemeente breed speelt. Ook geldt dat materialen (elementen-/asfaltverhardingen) welke zijn aangelegd in de jaren 70-90 aan het eind van hun technische levensduur zijn. Uit onderzoek blijkt dat naar schatting ca 10% van alle lichtmasten niet meer voldoet aan de huidige eisen op het gebied van onderhoud, kwaliteit en veiligheid. De afgelopen jaren heeft er een inhaalslag plaatsgevonden op het gebied van onderhoud aan civieltechnische kunstwerken. Voorbereiding van het vervangen van twee bruggen op Zandstraat en Laag Heukelom zijn in volle gang.

Riolering Beleidskaders

Voorschriften ten aanzien van zorgplichten uit de Wet Milieubeheer artikel 10.3, Waterwet artikel 3.5 en 3.6; Deze zorgplichten zijn conform wet milieubeheer artikel 4.22 e.v. vertaald in: Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (V-GRP 2015-2019), welke is verlengd bij Raadsbesluit 19/38, d.d.19-09-19. Klimaatadaptatie zoals vastgesteld in Deltaplan Ruimtelijke adaptatie 2018

63

Hoe is het beleid vertaald in de begroting?

In de begroting zijn ramingen opgenomen voor vervanging van riolering en klein onderhoud. Tevens zijn er posten opgenomen voor ontwikkeling en aanpassingen van beleid.

Hebben we uitgevoerd wat gepland was?

In 2020 is de rioolvervanging in de Burg. van Beckhovenstraat voortijdig gestopt wegens het aantreffen van asbest in de buisverbindingen. In de Burg. Canterslaan en De Balbian Versterlaan is de riolering hierdoor nog niet vervangen. Dit betrof het uitvoeringsprogramma rioolvervanging 2019, dat in 2019 al is voorbereid en aanbesteed. Wegens onduidelijkheid over wet- en regelgeving zijn de werkzaamheden nog niet hervat. De riolering in de Peperstraat tussen Gemullehoekenweg en Renata is in 2020 vervangen volgens het uitvoeringsprogramma 2019. De rioolvervanging, Nic. van Eschstraat is uitgesteld wegens geplande werkzaamheden derden, De kwaliteiten van alle rioolstelsels zijn geïnventariseerd. Op basis daarvan wordt een nieuw uitvoeringsprogramma opgesteld.

Is er sprake van achterstallig onderhoud?

In de drukriolering is nog achterstallig onderhoud. Deze is deels bijgewerkt en wordt in 2021 geheel verholpen. In de Terburghtweg was een calamiteit geconstateerd. Passende maatregelen zijn getroffen. Van een lange transportleiding langs de Achterste Stroom tussen Bosweg en Gemullehoekenweg is gebleken dat deze inclusief putten is aangetast door H2S gas. Ernst en exacte omvang worden nog in kaart gebracht waarna maatregelen worden bepaald. Oorzaak hiervan ligt hoofdzakelijk bij de lozing van rioolwater uit Moergestel door Waterschap de Dommel.

Gebouwen Beleidskaders

Nota Rationeel Gebouwenbeheer en Kadernota vastgoed (mei 2017) Met de komst van Team Vastgoed in 2019 is het technisch, commercieel en administratief beheer van de gemeentelijke vastgoedportefeuille verder geprofessionaliseerd. Het team zal een inventarisatie uitvoeren t.b.v. een herijking en actualisatie van de Nota Rationeel Gebouwenbeheer.

Hoe is het beleid vertaald in de begroting?

In de meerjarenbegroting zijn per jaar budgetten opgenomen overeenkomstig de kostenramingen, verdeeld in drie categorieën: correctief onderhoud, structureel planmatig onderhoud en incidenteel planmatig onderhoud.

64

Hebben we uitgevoerd wat gepland was?

Alle begrootte werkzaamheden in de meerjaren onderhoudsplanningen (MJOP) zijn uitgevoerd, met uitzondering van de vervanging van dakbedekkingen van het werf- milieustraat complex in Oisterwijk en gymzaal d’n Boogerd. Dit in afwachting van verdere besluitvorming over de toekomst van deze locaties. Daarnaast hebben we voor een aantal van onze panden onderhoudswerkzaamheden uit kunnen stellen aangezien de technische levensduur nog ruim voldoende bleek. Dit heeft geen invloed op het onderhoudsniveau van deze panden.

Is er sprake van achterstallig onderhoud?

Alleen daar waar onderhoudswerkzaamheden uit zijn gesteld in afwachting van besluitvorming over voornoemde locaties, bestaat de kans dat er binnen kortere termijn alsnog kosten gemaakt moeten worden t.b.v. correctief onderhoud als gevolg van het uitstellen van het planmatig onderhoud.

Onderdeel

Jaar

Opmerking

Algemeen Visie Inrichting, beheer en onderhoud van de openbare ruimte (wegen, groen, water en riolering)

2019/ 2020

Komend jaar gaan we integraal werken aan een visie.

Openbare ruimte Kadernota Wegen

2020

Huidige kadernota (2017) is nog van kracht, maar komend jaar komt er een nieuw beleidsplan.

Bomenbeheerplan

2020

Aantallen in beeld; voorbereiding

Groenprogramma strategie

2020

Ombuigingsmaatregelen meenemen

2019

Geldigheid verlengd tot ingang van de omgevingswet

2020

Wordt jaarlijks bijgesteld

Riolering Verbreed Gemeentelijk Riolerings Plan (V-GRP) Gebouwen Onderhoudsplan gebouwen

Wijze van afschrijving materiele vaste activa Zie hiervoor de toelichting op de balans, waarderingsgrondslagen

65

66

Paragraaf Grondbeleid

Doelstelling en kaders De doelstelling van het grondbeleid is het beïnvloeden van het gebruik van de ruimte, zowel kwalitatief als kwantitatief. Integrale benadering en een goede afweging op basis van criteria vinden wij bij gebiedsontwikkeling belangrijk. Wij houden daarbij rekening met de marktomstandigheden van het moment en streven naar een zo optimaal mogelijke exploitatie, afhankelijk van de gewenste programmering en de gewenste kwaliteit van de openbare ruimte. Wij streven zo naar een optimale mix van maatschappelijk en financieel rendement. De kaders zijn vastgelegd in de nieuwe kadernota grondbeleid gemeente Oisterwijk die door de gemeenteraad is vastgesteld op 24 oktober 2019. De genoemde kadernota blijft voor onbepaalde tijd van kracht. Actualisatie en evaluatie van de nota vindt jaarlijks plaats bij de begroting en jaarrekening. Wanneer de noodzaak aanwezig is zullen wij een nieuwe kadernota samenstellen en laten vaststellen door de gemeenteraad. Transparant grondbeleid De volgende activiteiten zijn in 2020 uitgevoerd: - De nieuwe kadernota grondbeleid is door de raad vastgesteld in oktober 2019. De nota geeft handvatten voor het maken van goede afwegingen bij gebiedsontwikkelingen. Integraliteit, prioritering, optimale mix van maatschappelijke- en financieel rendement zijn hierbij belangrijke items.

Ook belangrijke maatschappelijke thema’s, zoals duurzaamheid, wonen en economie , worden uitdrukkelijk meegewogen bij gebiedsontwikkelingen. - de grondexploitaties zijn geactualiseerd en worden door de raad vastgesteld ten behoeve van de begroting 2020; - op basis van nieuwe inzichten zijn de ramingen daar waar nodig bijgesteld en worden in de begroting van 2021 opgenomen; - de verantwoording over de financiële resultaten 2020 en de voortgang van de grondexploitaties is opgesteld en verwerkt in deze jaarrekening; - de grondexploitaties hebben wij in het kader van deze jaarrekening ook naar de toekomst geactualiseerd. De hierop gebaseerde winst- en verliesprognose + toelichting van het grondbedrijf is verderop in deze paragraaf opgenomen. Wij zullen uw raad in de loop van 2021 een voorstel doen om de nieuwe geactualiseerde grondexploitaties vast te stellen en deze ramingen mee te nemen in de op te stellen begroting 2021; - voor de risico-inventarisatie van KVL (inclusief Studiegebied) is onlangs opdracht gegeven en de verwachting is dat het medio mei afgerond is. Indien er afwijkingen zijn dan zal dat nog worden verwerkt. De overige exploitaties hebben een gering of geen risicoprofiel en zijn derhalve niet meegenomen. In deze paragraaf wordt nog nader ingegaan op deze risico’s.

Belangrijkste ontwikkelingen grondexploitaties in 2019 - Pannenschuur Buiten: De projectmatige bouw in Pannenschuur Buiten is afgerond. In 2020 zijn alle resterende zelfbouw kavels (16) van fase I verkocht maar de overdracht van 11 kavels moet nog plaatsvinden. De opbrengsten van deze kavels worden in 2021 verwacht. Er volgt nog een verkaveling van de laatste 5 kavels, die op dit moment nog in een stankcirkel liggen. De

67

-

-

-

-

procedure om het bestemmingsplan te wijzigen is reeds opgestart en verwacht wordt deze kavels eind 2021/begin 2022 te zullen verkopen. Volgens recente informatie is er veel belangstelling voor de kavels. In 2020 is op basis van de voorgeschreven berekenmethode een winst van € 141.533 genomen. Hiermee komt de totale winstneming op € 5.369.655. Bij de actualisatie is uitgegaan dit project eind 2023 af te sluiten. Inspanningen zijn gericht om de planning te halen. Merodelaan: Deze locatie kunnen wij, op basis van de gebiedsvisie, ontwikkelen voor het realiseren van één ruimte-voor-ruimte woning. De discussie met de Provincie inzake de geschiktheid van deze locatie voor het realiseren van één ruimte-voor-ruimte woning is inmiddels afgerond en heeft de Provincie goedkeuring gegeven. De procedure tot herziening van het bestemmingsplan is eveneens afgerond. Het plan wordt nog met de direct belanghebbenden besproken. Daarna zal (na taxatie) het college de verkoopprijs bepalen en wordt de verkoopprocedure opgestart. Omdat rekening wordt gehouden met een beroepsprocedure (Raad van State) is de opbrengst nu geprognosticeerd in 2022. KVL: Met de woningcorporatie Leystromen is een overeenkomst gesloten voor het realiseren van 48 sociale huurwoningen op KVL. Een deelproject van 21 woningen is in 2019 gerealiseerd.

Voor het tweede deel betreffende 27 sociale woningen (Nijverheidsweg West) loopt nog een beroepsprocedure. O.a. hierdoor is vorig jaar het risico van KVL verhoogd. De cultuurhistorisch gebouwen in eigendom van de Provincie zijn verkocht aan een ontwikkelaar. Het U-gebouw wordt op dit moment voortvarend gerenoveerd en zal diverse functies krijgen. In 2019 is aan BPD nog bouwrijpe grond verkocht aan de noordzijde van het plangebied ten behoeve van realisatie van 21 woningen. De laatste geactualiseerde grondexploitatie resulteert in een (extra) tekort van ca € 426.626,*. De verliesvoorziening is in 2020 met dit bedrag aangevuld ten laste van de algemene bedrijfsreserve grondbedrijf. Studiegebied (naast KVL): De ontwikkelingen binnen het plangebied zijn ook nog in volle gang. De Ambachtstraat is in 2019 verlegd. De hierdoor ontstane nieuwe bedrijfskavel is verkocht en inmiddels bebouwd. De verlegging van de Ambachtstraat maakte het noodzakelijk om extra (tijdelijke) investeringen te doen om de bereikbaarheid en de parkeermogelijkheden te blijven waarborgen. De infiltratiekelders zijn aangelegd en volledig ten laste gebracht van het Studiegebied. Er wordt nog gewerkt aan de verdere inrichting van het gebied richting station. De nieuwbouw Boerenbond (Petsplace) en de Lidl is aangevangen in 2020 en wordt begin 3de kwartaal 2021 afgerond.

Dit is later dan verwacht en heeft daarom ook consequenties voor de exploitatie. In de geactualiseerde grondexploitatie zijn deze ontwikkelingen meegenomen. Op basis van de meest recente cijfers is er een vrijval van ca € 309.029 op de verliesvoorziening. Hoewel de opbrengsten doorlopen tot 2026 is het streven om de grondexploitatie binnen de kaders van BBV per 31-12-2021 af te sluiten. In 2021 zal dit nader worden onderzocht. Met het vrijval van de verliesvoorziening komt de totale verliesvoorziening nu op € 2.346.926. De vrijval van de verliesvoorziening zal ten gunste van de algemene bedrijfsreserve grondbedrijf komen. Locatie de Leye: na de actualisatie is het resultaat licht verbeterd met ca €24.000. Er wordt thans een nieuw stedenbouwkundig plan voor dit gebied uitgewerkt en is het streven om dit gebied integraal te ontwikkelen met Thebe en De Leystromen. Dit plan wordt t.z.t. met diverse scenario’s aan de gemeenteraad voorgelegd.

68

-

Locatie de Wingerd: Deze locatie is in 2018 in exploitatie genomen. Op de locatie heeft woonstichting Leystromen 14 sociale huurwoningen gerealiseerd. Het woonrijpmaken is grotendeels afgerond. Met aanleg van het groen wordt in 2021 begonnen waarna de grondexploitatie afgesloten wordt. Het project sluit met een negatief saldo van € 42.077. Hiervoor wordt een verliesvoorziening gevormd. Uitbreiding bedrijventerrein (o.a. Bedrijfsweg): Op dit moment zijn er op de bestaande bedrijventerreinen geen kavels van de gemeente meer beschikbaar. In 2019 heeft de gemeente een onderzoek laten uitvoeren met als doel inzicht te krijgen in de leegstand op bestaande bedrijventerreinen, de behoefte vanuit de lokale markt naar uitbreiding- of verplaatsingsmogelijkheden, etc. Daarbij is er ook aandacht geschonken aan de mogelijkheden van invulling/revitalisering van de bestaande bedrijventerreinen. Uit het onderzoek blijkt dat er de komende jaren behoefte is aan uitbreidingsmogelijkheden. In 2020 is opnieuw naar de mogelijkheden gekeken. Het streven is om in 2021 in dat verband voorstellen te doen. Tot die tijd is er dus geen aanbod van bedrijfskavels vanuit de gemeente.

Financiën In de vastgestelde kadernota grondbeleid gemeente Oisterwijk is reeds aangegeven dat voor het bepalen van het gewenste weerstandsvermogen ieder jaar een geactualiseerde risicoanalyse gemaakt zal worden. Voor KVL wordt thans een nieuwe risicoanalyse uitgevoerd. - KVL: Voor de KVL wordt thans een nieuwe risicoanalyse uitgevoerd en indien nodig zal dat tot wijzigingen leiden in het risicoreserve van de gemeente. Op basis van nieuwe kostenraming is de grondexploitatie dit jaar geactualiseerd. De kosten voor o.a. het BRM/WRM vallen hoger uit en is derhalve het resultaat met ca. € 426.000 verslechterd. De verliesvoorziening zal hierop worden aangepast. - Studiegebied (KVL Oost): Voor het geraamde tekort Studiegebied is in voorgaande jaren een voorziening getroffen. In 2020 is deze voorziening (naar aanleiding van de geactualiseerde grondexploitatie) verlaagd met een bedrag van € 309.029. De toekomstige risico’s en onzekerheden zijn hiermee voor het overgrote deel nu opgevangen binnen de grondexploitatie. - Overige exploitaties: De overige exploitaties m.u.v. van De Wingerd hebben op basis van de laatst bekende gegevens en aannames een verwacht positief eindresultaat (winsten, deels al eerder genomen of nog te realiseren).

- Methode BBV voor (tussentijdse) winstnemingen bij grondexploitaties Sinds 2017 zijn de BBV voorschriften voor de wijze van (tussentijdse) winstneming bij de grondexploitaties gewijzigd. In het kort moet het percentage gerealiseerde kosten en het percentage gerealiseerde opbrengsten worden losgelaten op de totale winstraming van het project, de zg. percentage of completion (POC)-methode. Op basis van deze methode zijn de (tussentijdse) winsten 2020 berekend en opgenomen in onderstaand overzicht.

69

Algemene bedrijfsreserve grondbedrijf per 31-12-2020 Stand per 31-12-2019

2.025.625

Overheveling naar algemene reserve

-1.035.624

(cfm.. besluit vaststelling jaarrekening 2019)

Verhoging verliesvoorziening KVL

-426.626

Verlaging verliesvoorziening KVL Studiegebied

309.029

Tussentijdse winstneming Pannenschuur Buiten

141.533

Treffen verliesvoorziening t.b.v. De Wingerd

-42.077

Stand per 31-12-2020

971.860

Benodigde reserve per 31-12-2020

990.000

- KVL & Studiegebied (KVL Oost)

990.000

- Overige grexen

0

Voorstel: Storten naar de algemene reserve *1)

0

*1) Gezien het saldo van de Algemene reserve, wordt er geen voorstel gedaan ten laste of ten gunste van de Algemene reserve

Winstprognose grondbedrijf Op basis van de geactualiseerde grondexploitaties kan van de projecten de volgende indicatieve prognose worden gemaakt: Winst en verliesprognose

Nieuwinzicht

Pannenschuur Buiten Merodelaan KVL-terrein KVL-studiegebied De Leye Bedrijfsweg De Wingerd Totaal nieuw inzicht

x €1 mln

realisatie t/m 2019

realisatie 2020

Raming 2021

Raming 2022

Raming 2023

5,23

0,14

1,56 0,53

0,35

0,47

-5,19 -2,65

-0,42 0,31 1,07 0,66

1,33 1,11

1,25

1,17

2,08

2,91

1,25

1,17

-2,61

-0,04 -0,01

2.09

Raming 2024

Raming na 2024

Totaal

7,75 0,53 -5,61 -2,35 2,40 4,19 -0,04 6,88

Opmerkingen: - In bovenstaand overzicht zijn naast de geraamde winstnemingen ook de (verwachte) verliesgevende projecten (KVL en Studiegebied) opgenomen. Voor deze projecten zijn voorzieningen gevormd en deze worden in de jaarrekening aangevuld/verlaagd tot het voorzienbare verlies. Ten opzichte van de laatste verlies- en winstprognose bij de begroting 2020 is de totale verwachte winst gedaald met ca. € 0.426 mln. De winstdaling heeft voornamelijk te maken

70

-

-

-

-

met de toename van de kosten van KVL (nieuwe raming) en de toename van de kosten in project Pannenschuur Buiten. De belangrijkste oorzaken van deze daling zijn: Pannenschuur Buiten: hogere plankosten ca. € 0,20 mln. De RO-procedure inzake het wegnemen van de stankcirkel om de resterende 5 kavels te verkopen vraagt meer tijd dan gedacht. Het woonrijpmaken van het gebied wordt daardoor ook vertraagd omdat het zware bouwverkeer anders de aangelegde wegen beschadigen. In 2021 zal een nieuwe kostenraming worden gemaakt. Ten opzichte van 2020 zijn de kosten met € 0.312 toegenomen. De opbrengsten van het restant van fase II wordt in 2021 verwacht en de opbrengsten van de kavels (stankcirkel) zijn veiligheidshalve in 2023 geprognosticeerd. KVL: Extra verwachtverlies van € 0,426 mln. De belangrijkste oorzaken zijn: - aangepaste kosten raming BRM/WRM leidt tot hogere kosten van ca. € 0.25 mln. - doorlopende rentelasten van ca. € 0.29 mln. Studiegebied: Verlaging van verliesvoorziening van ca. € 0,309 mln. De belangrijkste oorzaken zijn: - hoewel de opbrengsten doorlopen tot 2026 is het streven om de grondexploitatie binnen de kaders van BBV per 31-12-2021 af te sluiten. In 2021 zal worden onderzocht hoe dit vorm geven wordt. Door de grondexploitatie eerder af te sluiten worden de geprognosticeerde plankosten (t/m 2026) niet meer gemaakt.

De Wingerd: de grondexploitatie laat een negatief saldo zien van ca € 0,042 mln. Hiervoor wordt een verliesvoorziening getroffen.

Tot slot nog het volgende: Na de discussie over de mogelijke ontwikkeling van een nieuw kleinschalig bedrijvenpark aan de Bedrijfsweg is nog steeds geen visie over deze locatie ontwikkeld. Gestreefd wordt om in 2021 de mogelijkheden van deze kansrijke locatie verder te onderzoeken. De behoefte aan nieuwe mogelijkheden voor bedrijfsvestiging/-uitbreiding is volgens het in 2019 uitgevoerde onderzoek aanwezig. Wanneer de discussies leiden tot afstel van de ontwikkeling van de locatie Bedrijfsweg betekent dat een winstderving, op basis van de meest actuele grondexploitatie, van bijna € 4,2 mln.

71

72

Paragraaf Verbonden partijen Visie en beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen Verbonden partijen voeren meestal gemeentelijke taken uit met een groot politiek belang. Ze leveren een bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen. Participatie in verbonden partijen levert gemeenten niet alleen voordelen op, maar ook financiële en bestuurlijke risico’s. Om voordelen optimaal te benutten en risico’s te beheersen is aandacht voor de sturingsrelatie en risicobeheersing bij verbonden partijen belangrijk. Een partij wordt beschouwd als een verbonden partij als de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft in die partij. Er worden vier categorieën van verbonden partijen onderscheiden, te weten: 1. Gemeenschappelijke regelingen 2. Vennootschappen 3. Stichtingen en verenigingen (niet van toepassing in Oisterwijk) 4. Overige verbonden partijen (niet van toepassing in Oisterwijk) Bij het opmaken van jaarrekening van Oisterwijk zijn de jaarrekeningen van de verbonden partijen nog niet af. Daarom wordt bij het kopje ‘Financieel belang’ de gegevens van de jaarrekening t-1 van de verbonden partij verwerkt.

1.

Gemeenschappelijke regelingen

GGD Hart voor Brabant, gevestigd te ‘s-Hertogenbosch Doelstelling

Het bewaken, beschermen en bevorderen van de volksgezondheid.

Publiek belang en reden voor deelname

-

Wijze van samenwerking

De GGD voert de wettelijke gemeentelijke taken uit en levert bouwstenen aan voor de 4-jaarlijkse vaststelling van het regionale gezondheidsbeleid, waarin ook een lokale paragraaf is opgenomen.

Zeggenschap van de gemeente

Gemeenschappelijke regeling van 25 gemeenten (regio’s Midden-Brabant, ’sHertogenbosch en Brabant-Noordoost). Het Algemeen Bestuur heeft 25 leden, van elke gemeente 1 collegelid met 1 stemrecht. Het Dagelijks Bestuur heeft 7 leden.

Financieel belang

De inwonersbijdrage 2020 (inclusief lokale accenten) voor Oisterwijk bedroeg € 872.250,84 gebaseerd op een bedrag per inwoner van € 33,24.

-

uitvoeren van de Wet publieke gezondheid (Wpg), die de gemeente verplicht tot het instellen en in stand houden van een gezondheidsdienst; toezichtstaken Wet kinderopvang; bijdrage leveren aan het opschalen bij grote incidenten.

Het exploitatieresultaat 2020 van de GGD Hart voor Brabant bedroeg € 247.000 positief. Het eigen vermogen begin en eind 2020 bedroeg resp. € 8,5 mln. en € 7,8 mln. Het vreemd vermogen begin en eind 2020 bedroeg resp. € 8,4 mln. en € 31,1 mln.

73

Overige relevante gegevens en risico’s

Risico’s: niet bekend Verdere samenwerking met RIVM/VWS en andere GGD-en inzake infectieziektebestrijding. Afstemmen WMO met werkzaamheden GGD (uitvoering regionaal en lokaal gezondheidsbeleid). Vergroten van de veiligheid in samenwerking met de veiligheidsregio’s.

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, gevestigd te Tilburg Doelstelling

Uitvoering van alle vergunning-, toezicht- en handhavingstaken (VTH) op het gebied van milieu die behoren tot het verplichte basistakenpakket, aanpak van ketenvraagstukken en milieucriminaliteit (regio-overstijgende taken) en uitvoering van verzoektaken van gemeenten en provincie (milieutaken die niet tot het basistakenpakket behoren).

Publiek belang en reden voor deelname

Iedere gemeente is verplicht een groot aantal milieutaken (de zogenaamde basistaken) uit te laten voeren door een omgevingsdienst. Voor de gemeente Oisterwijk is dat de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. Dit biedt de volgende voordelen: - Er is een kritische massa georganiseerd die het mogelijk maakt om te beschikken over de vereiste menskracht en deskundigheid; - Geen verschil meer in de aanpak van de handhaving en behandeling van burgers en bedrijven; - De mogelijkheid om omgevingsproblemen aan te pakken die afzonderlijke besturen te boven gaan; - De informatiehuishouding- en uitwisseling stroomlijnen voor de aanpak van de zware en georganiseerde milieucriminaliteit.

Wijze van samenwerking

De juridische verankering is geregeld via een Gemeenschappelijke Regeling.

Zeggenschap van de gemeente

Aan de Gemeenschappelijke Regeling nemen 27 gemeenten en de provincie deel. Deze 28 partners zijn vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Wethouder Eric Logister is afgevaardigde in het algemeen bestuur.

Financieel belang

De bijdrage van de gemeente Oisterwijk is in 2020 € 539.000 geweest. Uit de begroting 2021 blijkt dat het eigen vermogen van de OMWB eind 2020 € 1.843.000 bedraagt. Eind 2019 was het eigen vermogen € 2.609.000. Het vreemd vermogen van de OMWB eind 2019 bedraagt € 3.880.000 en eind 2020 € 3.957.000.

Overige relevante gegevens en risico’s

Veiligheidsregio Midden– en West Brabant, gevestigd te Breda Doelstelling

De Veiligheidsregio is ingesteld om de crisisbeheersing en rampenbestrijding in ons land te verbeteren, zodat burgers beter beschermd worden tegen de risico’s van brand, rampen en crisis.

74

Publiek belang en reden voor deelname

De deelname is verplicht op basis van de bestaande regelingen, zoals de Wet Veiligheidsregio’s.

Wijze van samenwerking

Onder de basistaken van de Veiligheidsregio behoren het in stand houden van een brandweer, de bijbehorende meldkamerfunctie en het organiseren van rampenbestrijding en crisisbeheersing. In het programmaplan van de Veiligheidsregio zijn daarnaast een aantal thema’s gedefinieerd waar extra aandacht voor is.

Zeggenschap van de gemeente

In de Veiligheidsregio nemen 24 gemeenten deel. De gemeente Oisterwijk wordt vertegenwoordigd door de burgemeester die net als de andere gemeenten één stem heeft in het algemeen bestuur. Daarnaast is de burgemeester lid van het dagelijks bestuur met de portefeuille middelen.

Financieel belang

De bijdrage van de gemeente Oisterwijk aan de Veiligheidsregio Midden-West Brabant was in 2020 €1.405.685,Volgens de begroting 2021 bedraagt het eigen vermogen Veiligheidsregio Midden-West Brabant eind 2020 € 18,4 mln. (eind 2019 € 17,3 mln.). Het vreemd vermogen Veiligheidsregio Midden-West Brabant ultimo 2020 bedraagt € 44,6 mln. (ultimo 2019 € 39,5 mln.).

Overige relevante gegevens en risico’s

Risico’s: ongewenste budgetoverschrijdingen. Het eventuele aandeel van Oisterwijk hierin is echter dermate klein dat dit specifieke risico voor onze gemeente te verwaarlozen is. Daarnaast is er gezien het huidige financiële beleid geen reden om deze risico’s als onaanvaardbaar te beschouwen.

Sociale werkvoorziening WSD, gevestigd te Boxtel Doelstelling

De Wet sociale werkvoorziening uitvoeren.

Publiek belang en reden voor deelname

Deelname aan de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap De Dommel maakt volwaardige participatie mogelijk.

Wijze van samenwerking

De gemeenschappelijke regeling levert in opdracht van de gemeente Oisterwijk een aantal gesubsidieerde arbeidsplaatsen, welke op voorhand zijn bepaald in een contractspecificatie.

Zeggenschap van de gemeente

Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling bestaat uit het Algemeen Bestuur (AB) en het Dagelijks Bestuur (DB). Het AB bestaat uit een raadslid per deelnemende gemeente. Er zijn 10 deelnemende gemeenten met elk 1 stemrecht. Het DB bestaat uit een wethouder per deelnemende gemeente.

Financieel belang

De bijdrage in bestuurs- en indicatiekosten voor 2020 voor Oisterwijk bedroeg € 22.256, -. De bijdrage van de gemeente Oisterwijk aan basisdienstverlening van de WSD was € 3,5 mln.  Het Eigen vermogen bedraagt: per 01-01-2019 € 27,4 mln. en per 31-12-2019 € 27,9 mln.

75

  Overige relevante gegevens en risico’s

Het Vreemd vermogen bedraagt: per 01-01-2019 € 6 mln. en per 31-12-2019 € 5 mln. Gerealiseerd resultaat 2019 € 579.000 voor mutaties reserves

Per 1 januari 2015 is de Participatiewet van kracht. Dit betekent dat Sociale Werkvoorziening op slot is en er geen nieuwe instroom in de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) meer mogelijk is. Dit betekent dat het aantal Wsw medewerkers bij WSD vanaf 1 januari 2015 door natuurlijke uitstroom afneemt (circa 5% van het huidig personeelsbestand). De financiering van de Wsw loopt vanaf 1 januari 2015 via de Participatiewet (integratiefonds) en is dus geen apart budget meer. De huidige Gemeenschappelijke regeling is opgericht om de Wet Sociale Werkvoorziening uit te voeren voor de deelnemende gemeenten. Besluitvorming over de toekomstige rol vond plaats in de gemeenteraad van januari 2020 en in het algemeen bestuur van WSD in maart 2020. In 2021 worden lokale plannen opgesteld die de basis vormen voor de toekomstige bedrijfsvoering. De WSD heeft de bedrijfsvoering in de afgelopen jaren dermate aangepast dat het exploitatieresultaat in de periode 2015 tot en met 2020 positief was. In 2021 vindt, na het accorderen van de lokale plannen, de discussie plaats over de hoogte van de algemene reserve van de WSD.

Hart van Brabant, gevestigd te Tilburg. Doelstelling

Een netwerksamenwerking van Brabantse gemeenten om vanuit het publieke domein de ontwikkeling van de regio Midden-Brabant – uitgaande van het beginsel van lokale autonomie – te faciliteren en stimuleren. Maatschappelijke uitdagingen op gebied van Mens & Samenleving, Economie en Leefomgeving & Milieu worden gezamenlijk opgepakt.

Publiek belang en reden voor deelname

Schaalgrootte is nodig op verschillende, gemeentegrens overstijgende, thema’s om toekomstgericht te zijn. Grote maatschappelijke opgaven zoals in het Sociaal Domein kunnen alleen opgepakt worden in samenwerking.

Wijze van samenwerking

Een gezamenlijk opgestelde strategische meerjarenagenda is het uitgangspunt voor diverse uitvoeringsprojecten. Hierop sturen portefeuillehouders (bestuurders uit deelnemende gemeenten) werkgroepen aan. Gemeenschappelijk overleg vindt plaats op de Hart van Brabant-dag, die 4x per jaar plaatsvindt. Op deze dag is bestuurlijke vertegenwoordiging van alle gemeenten in Midden-Brabant aanwezig.

Zeggenschap van de gemeente

Aantal deelnemende gemeenten is negen. Elke gemeente heeft 1 stem. Alle burgemeesters vormen het algemeen bestuur. Er is een dagelijks bestuur met vertegenwoordiging van enkele gemeenten.

76

Financieel belang

De bijdrage 2020 van de gemeente Oisterwijk bedroeg € 111.016 (€ 4,23 per inwoner) voor regio Hart van Brabant. Voor een tijdelijke programmamanager Sociaal Domein kwam hier € 0,23 per inwoner bij.  Het Eigen vermogen bedraagt volgens de begroting 2021 en jaarrekening 2019: per 01-01-2020 € 133.125 en per 31-12-2020 € 103.265  Het Vreemd vermogen bedraagt volgens de begroting 2021 en jaarrekening 2019: per 01-01-2020 € 16.732.033 en per 31-12-2020 € 1.709.343.  Gerealiseerd resultaat 2019 -€ 1.667.462 De bijdrage van Oisterwijk inzake de jeugdhulp bestaat uit de integratie uitkering min de lokale kosten verrekend met het resultaat na toepassing van het solidariteitsprincipe in Hart van Brabant en was op basis van 2019 € 7.320.930 .

Overige relevante gegevens en risico’s

Het jaar 2020 was het tweede uitvoeringsjaar van de strategische meerjaren agenda 2019-2023, opgesteld door de deelnemende gemeenten.

Midpoint Brabant, gevestigd te Tilburg. Doelstelling

Een netwerksamenwerking van Brabantse gemeenten, andere overheden, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven om de ontwikkeling van de regio Midden-Brabant te faciliteren en stimuleren. Maatschappelijke uitdagingen op gebied van Economie worden gezamenlijk opgepakt.

Publiek belang en reden voor deelname

Schaalgrootte is nodig op verschillende, gemeentegrens overstijgende, thema’s om toekomstgericht te zijn. Midpoint Brabant staat voor, vooral, de economische ontwikkeling in de regio, zoals bijvoorbeeld de arbeidsmarkt ontwikkeling.

Wijze van samenwerking

Midpoint is een stichting binnen regio Hart van Brabant. Een gezamenlijk opgestelde strategische meerjarenagenda is uitgangspunt voor diverse uitvoeringsprojecten. Hierop sturen portefeuillehouders (bestuurders uit deelnemende gemeenten) werkgroepen aan. Gemeenschappelijk overleg vindt plaats op de Hart van Brabant-dag, die 4x per jaar plaatsvindt. Op deze dag is bestuurlijke vertegenwoordiging van alle gemeenten in MiddenBrabant aanwezig.

Zeggenschap van de gemeente

Aantal deelnemende gemeenten is negen. Er is een dagelijks bestuur met vertegenwoordiging uit enkele gemeenten.

Financieel belang

De bijdrage 2020 van de gemeente Oisterwijk bedroeg € 111.016 (€ 4,23 per inwoner) voor Midpoint Brabant.  Het Eigen vermogen bedroeg: per 01-01-2019 € 614.644 en per 31-12-2019 € 902.582

77

  Overige relevante gegevens en risico’s

Het Vreemd vermogen bedroeg: per 01-01-2019 € 2.306.268 en per 31-12-2019 € 1.963.508. Gerealiseerd resultaat 2019 € 287.938

Midpoint is opgenomen in de begroting van regio Hart van Brabant. Laatst bekende vermogens zijn van de jaarrekening 2019

2. Vennootschappen NV Bank voor Nederlandse Gemeenten (BNG), gevestigd te ‘s-Gravenhage Doelstelling

Voor de gemeente Oisterwijk vormt het aandeelhouderschap van de BNG een duurzame belegging. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.

Zeggenschap van de gemeente

Via het stemrecht op de aandelen heeft de gemeente Oisterwijk zeggenschap.

Financieel belang

De gemeente Oisterwijk heeft 7.845 aandelen van € 2,85 per aandeel.   

Het Eigen vermogen bedraagt: per 31-12-2019 € 4.887 mln. en per 31-12-2020 € 5.097 Het Vreemd vermogen bedraagt: per 31-12-2019 € 144.802 mln. En per 31-12-2020 € 155.262 De Nettowinst na belastingen 2020 bedroeg € 221 mln.

Brabant Water NV, gevestigd te ‘s-Hertogenbosch Doelstelling

Doelstelling is het verzorgen van een betrouwbare en zuivere watervoorziening voor iedereen binnen het werkgebied van Brabant Water.

Zeggenschap van de gemeente

Als aandeelhouder heeft aandeelhoudersvergaderingen.

Financieel belang

De gemeente beschikt over aandelen Brabant-Water, zonder boekwaarde. Het financiële risico is daarmee nihil.   

de

gemeente

stemrecht

bij

Het Eigen vermogen bedraagt: per 01-01-2019 € 636 mln. en per 31-12-2019 € 665 mln. Het Vreemd vermogen bedraagt: per 01-01-2019 € 457 mln. en per 31-12-2019 € 480 mln. De Nettowinst na belastingen 2019 bedroeg € 30 mln. Brabant Water publiceert alleen de jaarrekening. Laatste bekende cijers zijn van de jaarrekening 2019

78

de

Paragraaf Lokale heffingen We gaan in deze paragraaf in op de ontwikkeling van de bestaande lokale algemene belastingen en heffingen.

Inleiding Bij de gemeentelijke belastingen zijn drie typen belastingen te onderscheiden. De algemene belastingen komen ten goede aan de algemene middelen. Dit betekent dat de opbrengsten niet gelabeld zijn, maar voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen kunnen worden ingezet. De raad bepaalt dus zelf waaraan de gemeente dat geld besteedt. De gemeente heeft de volgende algemene belastingen: onroerende-zaakbelastingen (OZB), forensenbelasting, toeristenbelasting, precariobelasting, precariobelasting op kabels en leidingen, reclamebelasting, hondenbelasting en parkeerbelasting. Bestemmingsbelastingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Voor bestemmingsbelastingen geldt dat de gemeente niet meer mag heffen dan de kosten die de gemeente voor de betreffende taak of voorziening maakt. De gemeente heeft de volgende bestemmingsbelastingen: rioolheffing en afvalstoffenheffing. Retributies worden geheven als de gemeente een specifieke dienst verleent. De belangrijkste retributies zijn de leges. Dit zijn vergoedingen voor een bij de gemeente aangevraagde dienst, zoals het aanvragen van een paspoort of een vergunning. Net als bij bestemmingsbelastingen mogen retributies niet meer dan kostendekkend zijn. De gemeente heeft de volgende retributies: marktgelden en leges.

Beleid ten aanzien van lokale heffingen MaatschapIndicator Meetbaar doel pelijk effect Aanvaardbare belastingdruk in de gemeente Oisterwijk

Belastingdruk is in verhouding tot voorafgaand jaar

De lastendruk in Oisterwijk op het huidige niveau te behouden dan wel de verhogingen tot een minimum te beperken.

Realisatie 2020 -

-

-

-

-

79

De OZB is in 2020 trendmatig verhoogd met de inflatiecorrectie van 1,4%. Daarnaast een verhoging van 9,4% n.a.v. de ombuigingsmaatregelen. De tarieven Afvalstoffenheffing en Rioolheffing zijn 100% kostendekkend berekend. De forensenbelasting is verhoogd met 20% op grond van de perspectiefnota 2020-2023. Conform de perspectiefnota 20202023 is voor de toeristenbelasting een differentiatie ingevoerd én een verhoging toegepast van 20% voor de vaste staanplaats. Precariobelasting (m.u.v. buizen, kabels, draden of leidingen), marktgelden, reclamebelasting en

-

hondenbelasting zijn verhoogd met de inflatiecorrectie van 1,4%. Leges zijn aangepast conform het onderzoek ‘kostendekkendheid leges’.

Toelichting op beleid ten aanzien van lokale heffingen Het beleidsdoel van de gemeente is jaarlijks om de lastendruk van de burgers om een gelijk niveau te houden ten opzichte van het jaar daarvoor. Het jaar 2020 heeft echter in het teken gestaan van de ombuigingsmaatregelen om de weerstandsratio van de gemeente te verbeteren. Daarom zijn een aantal belastingsoorten, de OZB, de forensenbelasting en de toeristenbelasting eenmalig fors verhoogd. Voor die belastingsoorten is het doel om de lastendruk te gelijk te houden ten opzichte van vorig jaar niet gehaald.

Overzicht gerealiseerde opbrengsten versus geraamde opbrengsten 2020 Belastingen en leges

Begroting

Realisatie

2020

2020

Verschil

Onroerendezaakbelastingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Leges (zie specificatie) Parkeerbelasting Toeristen- en Forensenbelasting Precariobelasting Reclamebelasting Hondenbelasting Marktgelden

€ 6.789.123 € 2.270.715 € 2.607.848 € 1.355.546 € 910.502 € 888.635 € 1.670.501 € 90.000 € 130.810 € 26.659

€ 6.806.769 € 2.083.212 € 2.692.859 € 1.485.768 € 775.371 € 729.392 € 1.568.324 € 89.047 € 129.961 € 24.734

€ 17.646 € -187.503 € 87.544 € 130.222 € -135.131 € -159.243 € -102.177 € -953 € -849 € -1.925

Totaal

€ 16.740.339

€ 16.387.970

€ -352.369

Toelichting op de grotere verschillen: De verschillen die zijn ontstaan tussen de geraamde opbrengst en gerealiseerde opbrengst zijn terug te leiden naar de corona-crisis. Bijvoorbeeld zijn er voor de precariobelasting geen aanslagen voor 2020 opgelegd voor de terrassen. Ook de recreatieve sector is natuurlijk erg geraakt door de corona. Waardoor de opbrengst toeristen en forensenbelasting lager is dan geraamd. Hiervoor hebben we compensatie gekregen vanuit het Rijk.

80

Specificatie legesopbrengsten

Begroting 2020

Verschil

Realisatie 2020

Omgevingsvergunning

€ 854.753

€ 1.025.118

€ 170.365

Beleid en uitvoering Milieu

€ 10.941

€0

-€ 10.941

Basisregistratie personen

€ 35.016

€ 37.142

€ 2.126

Burgerlijke stand

€ 57.454

€ 54.224

-€ 3.230

Reisdocumenten

€ 102.993

€ 71.540

-€ 31.453

Rijbewijzen

€ 139.552

€ 135.678

-€ 3.874

Post en reprografie

€ 1.166

€0

-€ 1.166

Archiefbeheer

€ 1.357

€0

-€ 1.357

Parkeerbeheer

€0

€ 8.212

€ 8.212

€ 9.993

€ 2.981

-€ 7.012

€ 92.032

€ 105.889

€ 13.857

€ 21.978

€ 27.725

€ 5.747

€ 6.119

€ 6.325

€ 206

€ 22.192

€ 10.934

-€ 11.258

€ 1.355.546

€ 1.485.768

€ 130.222

Overige voorzieningen gehandicapten Huisaansluitingen riolering Exploitatie verharde wegen Kinderopvang Vergunningen, meldingen, ontheffingen APV Totaal

Mate van kostendekkendheid Soort belasting

Lasten

Baten

% kostendekkendheid

Afvalstoffen (incl. de opbrengsten uit papier, glas en kunststof)

2.870.000

2.623.632

89%*

Riool

2.704.391

2.692.859

100%

Toelichting kostendekkenheid: Afval*: resultaat inclusief coronabijdrage: daarna nog 100k nadeel op afvalvolumes aan lastenkant als gevolg door corona en marktwerken. Opbrengstenkant: o.a. nadeel van -50k door minder ledigingen. Riool: voordeel van 85K van aanpassing rekenindicatoren aan opbrengstenkant, kostenkant o.a. enkele voordelen als gevolg van lagere afschrijvingen. Totaal resultaat op riool is 100% kostendekkendheid.

81

Ontwikkeling van de totale belastingdruk In deze paragraaf vergelijken we de totale gemeentelijke lasten 2020 voor een gemiddeld gezin ten opzichte van die van 2019. Dit doen we voor zowel een eigenaar als een huurder van een woning. Onroerende-zaakbelastingen (OZB) De OZB heffen we over binnen de gemeente gelegen onroerende zaken. Het gaat om twee belastingen, namelijk een eigenarenbelasting en een gebruikersbelasting. Het gebruikersdeel van de OZB geldt alleen voor niet-woningen en wordt dus niet in rekening gebracht voor woningen. Huurders van een woning betalen dus geen OZB. De gemiddelde woz-waarde van woningen is € 341.000. Onroerendezaakbelastingen

Tarieven 2020

Tarieven 2019

Eigenaren woningen

0,1236 %

0,1166 %

Eigenaren niet-woningen

0,1921 %

0,1749 %

Gebruikers niet-woningen

0,1668 %

0,1519 %

Rioolheffing In 2017 is naast de gebruikersheffing een rioolheffing voor eigenaren ingevoerd. Ook eigenaren van panden, die geen gebruikers zijn, betalen rioolheffing. Door het invoeren van de rioolheffing voor eigenaren is de gebruikersheffing in 2017 naar beneden bijgesteld. Als uitgangspunt is aangenomen dat een eenpersoonshuishouden minder dan 130 m3 water verbruikt op jaarbasis (eerste staffel van de rioolheffing voor gebruikers) en dat een meerpersoonshuishouden in de tweede staffel van de rioolheffing is geplaatst. De rioolheffing kent voor agrarische percelen een speciale regeling. Al het water dat naar de agrarische percelen wordt toegevoerd wordt namelijk niet volledig geloosd op de gemeentelijke riolering. De agrarische percelen worden na een verzoek in de derde staffel van de rioolheffing voor gebruikers geplaatst. Deze staffelcode is van toepassing bij een waterverbruik tussen 251 m3 en 500 m3 per jaar.

Rioolheffing voor eigenaren

Tarieven 2020

Tarieven 2019

Woningen

€ 105,25

€ 103,80

niet-woningen

€ 178,99

€ 176,52

Garageboxen

€ 52,65

€ 51,92

Tarieven 2020

Tarieven 2019

tot en met 130 m3

€ 31,27

€ 30,84

van 131 m3 tot en met 250 m3

€ 136,77

€ 134,88

van 251 m3 tot en met 500 m3

€ 326,35

€ 321,84

Rioolheffing voor gebruikers

82

Afvalstoffenheffing Gemiddeld aantal ledigingen per huishouden van een REST afvalcontainer bedraagt 8 stuks. Sinds 2016 is de lediging van de RST-container gratis. Als uitgangspunt is aangenomen dat een eenpersoonshuishouden 140 liter containers heeft en een meerpersoonshuishouden 240 liter containers heeft. Afvalstoffenheffing

Tarieven 2020

Tarieven 2019

vast bedrag per jaar

€ 112,44

€ 104,64

lediging 240 liter Restafval

€ 11,35

€ 10,56

lediging 140 liter Restafval

€ 6,21

€ 5,78

Vergelijking totale gemeentelijke belastingen Woningen Eenpersoonshuishouden Eigenaar woning 2019 € 322.000 woning 2020 € 341.000

Eenpersoonshuishouden Huurder woning 2019 € 322.000 woning 2020 € 341.000

Meerpersoonshuishouden Eigenaar woning 2019 € 322.000 woning 2020 € 341.000

meerpersoonshuishouden Huurder woning 2019 € 322.000 woning 2020 € 341.000

OZB

Riool

Afval

Totaal

€ 375,45 € 421,48

€ 134,88 € 134,64

€ 150,88 € 162,12

€ 661,21 € 718,24

OZB

Riool

Afval

Totaal

€ 0,00 € 0,00

€ 30,84 € 31,27

€ 150,88 € 162,12

€ 181,72 € 193,39

OZB

Riool

Afval

Totaal

€ 375,45 € 421,48

€ 238,68 € 242,02

€ 189,12 € 203,24

€ 803,25 € 866,74

OZB

Riool

Afval

Totaal

€ 0,00 € 0,00

€ 134,88 € 136,77

€ 189,12 € 203,24

€ 324,00 € 340,01

Kwijtschelding Kwijtschelding is naast betaling en verrekening één van de wijzen waarop een verschuldigde belasting kan worden voldaan. Kenmerk van kwijtschelding is dat het gaat om belastingplichtigen die niet in staat zijn anders dan met “buitengewoon bezwaar” de belasting te betalen. Deze groep belastingplichtigen kan geheel of gedeeltelijk kwijtschelding worden verleend.

83

Kwijtschelding kan worden verleend voor diverse soorten belastingen. Gemeente Oisterwijk biedt in de verordeningen rioolheffing, afvalstoffenheffing (diftar) en hondenbelasting de mogelijkheid om kwijtschelding aan te vragen. De volgende aantallen aanslagen zijn kwijtgescholden: 2020

2019

220

246

Gedeeltelijke kwijtschelding

5

-

Afgewezen

56

31

281

277

2020

2019

150

137

-

-

Individuele afhandeling

131

140

Totaal

281

277

2020

2019

Afvalstoffenheffing

€ 40.674

€ 43.056

Rioolheffing

€ 14.985

€ 14.671

Hondenbelasting

€ 1.410

€ 1.960

€ 57.069

€ 58.687

Gehele kwijtschelding

Aantal beschikkingen

Deze zijn als volgt afgehandeld:

Automatische kwijtschelding Verkorte opgave

De volgende bedragen zijn kwijtgescholden:

Totaal

84

Paragraaf Covid-19 Aangezien we bijna het gehele jaar 2020 te maken hebben gehad met Covid-19 en de effecten daarvan op de gehele gemeente en zeker ook bij onze maatschappelijke partners groot zijn hebben we ervoor gekozen om een aparte paragraaf Covod-19 op te stellen bij deze jaarrekening. Op deze manier is informatie rondom Covid-19 op 1 plek terug te vinden.

Financiële compensatie en inzet Vanuit het Rijk hebben we, via het gemeentefonds, voor de gemeente Oisterwijk compensatie gekregen voor gederfde inkomsten en extra gemaakte kosten voor een bedrag van € 960.504. In de tabel hieronder staat de compensatie en de inzet van deze middelen. Corona 1e, 2e en 3e steunpakket via algemene uitkering voor het jaar 2020

Bijdrage 2020

Algemeen

College en Inzet 2020 raadsbesluiten

88.270

Subsidieregeling coronacompensatie 2020

275.000

Algemeen compensatie quarantainekosten 2020

4.205

2)

19.840

Programma 1 Extra kosten verkiezingen 2020 en 2021

74.429

46.000

Compensatie toeristen- en parkeerbelasting

323.000

320.000

1)

Precariobelasting en markt- en evenementenleges

26.412

102.000

1) 2)

16.000

RIB 22-12-20

24.070

RIB 22-12-20

Programma 2 Toezicht en handhaving

66.671

Programma 3 Voorschoolse voorziening peuters (DU)

10.146

Algemeen continuïteit van zorg (COVID 19) 2020

32.923

Inhaalzorg en meerkosten Jeugdzorg

35.585

Meerkosten jeugdzorg (naar HVB) Inhaalzorg en meerkosten WMO 2015

19.240

Meerkosten WMO begeleiding

28.643

Omzetderving WMO

13.800

RIB 22-12-20

RIB 22-12-20

Lokale culturele voorzieningen

158.815

Buurt- en dorpshuizen

18.298

Vrijwilligersorganisaties jeugd

10.548

Noodopvang kinderen van ouders met cruciaal beroep

37.145

37.145

Eigen bijdrage WMO (abonnementstarief)

26.736

35.000

Algemeen aanvullend pakket re-integratiekosten 2020

9.210

Algemeen gemeentelijk schuldenbeleid 2020

14.048

Algemeen bijzondere bijstand 2020

4.823

60.000

960.504

977.498

Totaal

De college en raadsbesluiten: 1) Collegebesluit 31-03-2020 2) Raadsvoorstel 21-55 18 maart 2021 De bijdrage vanuit het Rijk voor 2020 hebben we volledig ingezet voor 2020. De grootste inzet is voor gederfde inkomsten door toeristenbelasting, parkeren, het niet heffen van precario terrassen

85

en voor de dekking van de subsidieregeling coronacompensatie 2020. De subsidieregeling voor 2020 loopt nog tot en met 1 april 2021, dus we hebben nog geen zicht op de vraag en uitputting van deze regeling. Het bedrag dat we ontvangen hebben voor participatie/ WSD is niet opgenomen in bovenstaand overzicht, dat gaat 1 op 1 door naar de WSD. Naast de bijdrage vanuit het gemeentefonds zijn ook de aparte regelingen Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemen (Tozo) en de regeling Tegemoetkoming Verhuurders Sportaccommodaties COVID-19 (TVS), om de huur voor de periode van maart t/m mei 2020 te compenseren, gebruikt. Voor de compensatie van de tweede helft van 2020 komt, in Q1 2021, de regeling TVS2. Naast bovengenoemde kosten hebben we nog andere kosten, maar ook voordelen gehad door corona. Te denken valt aan voordelen op personeelskosten (opleiding en reiskosten), repro, leerlingenvervoer, meeropbrengsten bouwleges en een voordeel op re-integratie. En nadelen op organisatie van de kermis en op afvalverwerking. Voor de extra kosten van afvalverwerking worden we in 2021 nog gedeeltelijk gecompenseerd vanuit het Rijk. Over het geheel genomen hebben we wel wat meer kosten gemaakt voor corona dan we compensatie vanuit het Rijk gekregen hebben. Toch zullen er ook voordelen of nadelen zijn die we nu niet 1 op 1 aan corona toe kunnen wijzen, maar die er wel degelijk zijn.

Een antwoord op de precieze omvang van alle problematiek is dus niet te geven.

Subsidies en inkoop Door de corona crisis kan het zo zijn dat prestatieafspraken in subsidieregelingen of inkoopafspraken niet nagekomen zijn. Voor subsidies heeft het college besloten om coulant om te gaan met de afrekening voor 2020 en daar waar het past binnen de regeling het overschot in te zetten in 2021. Voor inkoop hebben we nieuwe afspraken gemaakt voor schoonmaak en catering in 2020. De schoonmaak gymzalen heeft stil gelegen. We hebben hierover nieuwe afspraken gemaakt. Het schoonmaakbedrijf is ons daar in tegemoet gekomen en heeft in plaats daarvan jaaronderhoud uitgevoerd in de gymzalen. Catering WSD heeft haar werkzaamheden tijdens de gehele periode voortgezet met normale bezetting m.u.v. de periode maart t/m augustus 2020. Op ons verzoek is brasserie O’44 gesloten en is de bezetting teruggebracht naar 2 personen per dag aanwezig op het gemeentekantoor, tegen normale vergoeding. Vanuit een andere locatie zijn toen wel voorbereidende werkzaamheden verricht zoals een nieuw menu opstellen. Specifiek voor zorg volgen we de landelijke afspraken. We hebben afspraken gemaakt met onze aanbieders van zorg en vervoer over het doorbetalen van niet geleverde zorg. Voor jeugd loopt dit via Hart van Brabant. Voor vervoer, loopt via de regio, is bijvoorbeeld de afspraak gemaakt dat in de maanden maart t/m mei 2020 maximaal 80% van de vaste kosten worden gecompenseerd.

Huur en voorziening debiteuren We hebben in 2020 besloten geen huur kwijt te schelden, maar wel indien gewenst betalingsregelingen te treffen. Uitzondering hierop is de kwijtschelding van huur voor sport, compensatie hiervoor komt uit de regeling Tegemoetkoming Verhuurders Sportaccommodaties COVID-19 (TVS) van het rijk. Ondanks de betalingsregelingen is er voor 2020 een huurachterstand, daarom hebben we de voorziening debiteuren voor 25% van de openstaande facturen voor te betalen huren opgehoogd, voor een bedrag van zo’n € 145.000.

86

Belastingen Ook hier hebben we geprobeerd onze inwoners en ondernemers tegemoet te komen. Eind maart hebben we besloten om de aanslagen OZB 2 maanden later op te leggen. De voorlopige aanslag toeristenbelasting is in 2020 niet opgelegd, de definitieve aanslag leggen we Q1 2021 op. Van de evenementen die geen doorgang konden vinden hebben we de aanslagen leges ambtshalve vernietigd. Marktgelden zijn niet verschuldigd over de periode dat de marktkooplui geen gebruik konden maken van de markt/markkraam. Daarnaast heeft uw raad besloten om in 2020 geen aanslag precario terrassen en terrasuitbreidingen op te leggen. De gederfde inkomsten hebben we kunnen dekken uit de compensatie vanuit het Rijk. Onzekerheden langere termijn We hebben nog onvoldoende zicht op de langere termijn effecten van corona, maar hoe langer de maatregelen duren om de pandemie onder controle te krijgen hoe groter de druk op de organisatie en op de maatschappij. Het rijk compenseert tot nu de gederfde inkomsten en extra gemaakte kosten, maar of dat structureel zo gaat zijn voor alles voor 100% is maar de vraag.

Maatschappelijke organisaties kunnen omvallen of hun huur niet meer voldoen (waardoor oninbaarheid toeneemt of zelfs uitzetting waardoor leegstand ontstaat), meer mensen raken werkloos, ondernemers moeten ondersteund worden, plaatsingen naar arbeidstrajecten zijn lastiger, er is kans op een boeggolf (zorg), er blijft extra druk op de collega's van toezicht en handhaving en op de andere collega's door het thuiswerken waardoor de kans op uitval groter wordt, jongeren kunnen psychische klachten ontwikkelen, maar ook nieuwe kansen kunnen zich voordoen omdat er vraag is naar andere diensten. We hebben hiervoor een risico opgenomen in onze risicoparagraaf. 1 van de maatregelen om dit risico te beperken is het ophogen van de voorziening debiteuren. Dat is in de jaarrekening 2020 gebeurd.

Tozo uitgaven De door Oisterwijk verstrekte Tozo regelingen zijn door het rijk voorgoed. Het rijk werkt met voorschotten. Het te veel ontvangen voorschot van het rijk wordt aan het rijk terugbetaald.

Tozo 1 Tozo 2 Tozo 3 Totaal

Levensonderhoud 1.369.532 422.092 269.372 2.060.996

Kapitaal verstrekking 280.285 50.471 20.314 351.070

Totaal 1.649.817 472.563 289.686 2.412.066

87

88

JAARREKENING

89

90

BALANS EN TOELICHTING

91

BALANS Debet ACTIVA

31 dec.

1-jan

2020

2020

VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa

11.651

0

- bijdragen aan activa in eigendom van derden

11.651

0

Materiële vaste activa

62.014.286

63.368.897

- Investeringen met een economisch nut - Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

51.664.148

52.357.709

6.672.424

7.297.403

- Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut

3.677.714

3.713.784

Financiële vaste activa

462.772

532.936

24.158

24.158

- Overige verbonden partijen

431.807

382.913

Overige langlopende leningen

6.807

125.865

62.488.709

63.901.833

6.592.229

6.544.672

Kapitaalverstrekkingen aan: - Deelnemingen Leningen aan:

Totaal vaste activa VLOTTENDE ACTIVA Voorraden - Grond- en hulpstoffen - Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie - Gereed product en handelsgoederen Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

0

0

5.922.229

6.154.672

670.000

390.000

15.338.032

8.410.038

- Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

3.865.371

4.454.789

1.364.046

0

- Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen

1.074.985

1.114.595

- Overige vorderingen

9.033.631

2.840.653

Liquide middelen

10.415

166.533

- Banksaldi

10.415

166.421

0

112

2.361.099

3.606.856

0

0

2.361.099

3.606.856

Totaal vlottende activa

24.301.774

18.728.099

TOTAAL ACTIVA

86.790.483

82.629.932

- Kassaldi Overlopende activa - De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel - Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

92

BALANS Credit

PASSIVA

31 dec.

1-jan

2020

2020

VASTE PASSIVA Eigen vermogen - Algemene reserve

14.018.287

12.517.819

972.722

5.156.322

- Bestemmingsreserves

9.101.769

7.377.208

- Gerealiseerde resultaat

3.943.796

-15.711

Voorzieningen

3.508.115

3.310.607

- Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's - Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden.

3.378.614

3.297.986

129.502

12.621

56.980.839

53.159.382

- Binnenlandse banken en overige financiële instellingen

56.980.839

53.159.382

Totaal vaste passiva

74.507.241

68.987.808

3.832.235

6.481.252

0

6.300.000

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van:

VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar - Overige kasgeldleningen - Banksaldi c

1.134.607

52

- Overige schulden

2.697.628

181.200

Overlopende passiva

8.451.006

7.160.872

- Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

8.202.937

5.781.130

- De van De Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

223.847

548.448

- Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotings-jaren komen.

24.222

831.294

Totaal vlottende passiva

12.283.241

13.642.124

TOTAAL PASSIVA

86.790.483

82.629.932

93

Toelichting op de balans. Waarderingsgrondslagen Op de jaarrekening, de balans en de toelichting zijn de bepalingen zoals opgenomen in het "Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten" (BBV) van toepassing. Vanaf 2017 geldt de nota waardering- en afschrijvingsbeleid, vastgesteld door de raad op 16 februari 2017. Immateriële vaste activa Kosten van onderzoek en ontwikkeling worden niet geactiveerd, tenzij dit uitdrukkelijk in het voorstel wordt aangegeven. Materiële vaste activa Investeringen vanaf € 25.000 worden geactiveerd. De materiële vaste activa zijn conform de voorschriften gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Financiële vaste activa Kosten van (dis)agio en afsluiten geldleningen worden niet geactiveerd. Financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of duurzame lagere marktwaarde. In onderstaande overzicht uit de “Nota waardering en afschrijving 2017” wordt aangegeven wanneer en wat wordt geactiveerd en afgeschreven. Activeren

Waarderen

Immateriële activa

Activering kosten van onderzoek en ontwikkeling slechts onder bepaalde voorwaarden toegestaan

Historische kostprijs

Vaste activa met economisch nut

Alle investeringen > € 25.000 activeren

Historische kostprijs + redelijk deel indirecte kosten en rente. Bijdragen van derden mogen geminderd worden; aanwending reserves niet.

Vaste activa met maatschappelijk nut

Alle investeringen > € 25.000 activeren

Historische kostprijs + redelijk deel indirecte kosten en rente. Bijdragen van derden mogen geminderd worden; aanwending van reserves niet.

Financiële vaste activa

Activeren. Voor bijdragen in activa in eigendom van derden gelden de voorwaarden volgens art. 61 BBV

Historische kostprijs. Deze waarderingseis geldt ook voor deelnemingen. Als de marktwaarde deelnemingen lager is dan de marktprijs, dan afwaarderen.

94

De hoofdlijnen van het huidige afschrijvingsbeleid zijn: Afschrijven dient onafhankelijk van het resultaat plaats te vinden. Bij de te activeren investeringen wordt niet gewerkt op basis van de componentenmethode, er wordt gewerkt met één afschrijvingspercentage. In beginsel wordt lineair afgeschreven. Wanneer er reden is te kiezen voor de annuïtaire afschrijvingsmethode dan dient dit in het raadsvoorstel te worden gemotiveerd. Investeringen in riolen en in de brede scholen worden annuïtair afgeschreven. Toerekening van kapitaallasten vindt plaats met ingang van het jaar ná afsluiting van het investeringskrediet. De afschrijvingstermijn voor kosten van onderzoek en ontwikkeling is maximaal 5 jaar. Afschrijvingstermijnen De volgende tekst komt uit de Nota waardering en afschrijving 2017 blz. 6: ‘Als hulpmiddel bij het bepalen van de te verwachten levens- of gebruiksduur van een investering zijn op bijlage 1 bij deze nota voor een aantal veel voorkomende objecten normen opgenomen. Voor de goede orde; het gaat om algemene normen. Bepalend blijft het BBV, dus als een verwachte levensduur afwijkt van de norm volgens de bijlage dan geldt de werkelijk te verwachten levensduur’ Uit de ‘Nota waardering en afschrijving 2017’ komt de volgende tabel: Afschrijvingstermijn

Jaren

Gronden, wegen, terreinen, etc. Grond

Niet

Wegen, fiets- en voetpaden aanleg

40

Wegen, fiets- en voetpaden reconstructie

20

Aanleg sportterreinen en speelplaatsen

20

Reconstructie sportterreinen en speelplaatsen

15

Aanleg/vervanging openbare verlichting

20

Parkeerterreinen

20

Verkeer remmende maatregelen

10

Straatmeubilair

10

Gebouwen Gebouwen zoals schoolgebouwen, sportgebouwen, kleedgebouwen, etc., inclusief 1e inrichting Aanpassing aan gebouwen, mits levensduurverlengend

40 max. 20

Vervoermiddelen Bedrijfswagens, zoutstrooiers, aanhangwagens, electrocars etc. Tractoren

max. 7 7

Machines, apparaten en installaties Grote technische installaties

20

Kleine technische installaties

10-15

Automatisering - software

5

Automatisering - hardware

3

Verkeersregelinstallaties en knipperlichtinstallaties

95

15-20

Afschrijvingstermijn

Jaren

Parkeerautomaten

8-10

Riolering Milieumaatregelen – stedelijk waterbeheer

40 ann

Milieumaatregelen - bergbezinkbassins

40 ann

Milieumaatregelen – bergbezinkbassin tijdelijk

15 ann

Milieumaatregelen – transportriolen

50 ann

Milieumaatregelen – overige kleine maatregelen

25 ann

Drukriolen en –gemalen nieuw

25 ann

Opvoergemalen

15 ann

Overige activa Inrichting gebouwen (meubilair etc.)

15

Grondexploitatie en Onderhanden werk Rente toegerekend aan de grondexploitatie is onderdeel van de waardering Onderhanden werk De als onderhanden werken opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen kostprijs (dan wel lagere marktwaarde), verminderd met de opbrengst uit verkopen. De kostprijs bestaat uit directe kosten (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijpmaken) en eventueel de aan het werk toe te rekenen indirecte kosten en rente. Voor winstneming geldt de percentage of completion (POC) methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Voorzieningen voor de te verwachte tekorten in grondexploitaties worden gevormd indien nodig. Deze worden gepresenteerd als waardecorrectie op de post 'bouwgrond in exploitatie (BIE)’. De grexen worden jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld. Bij de jaarrekening worden ze geactualiseerd. De hierin opgenomen verkoopprijzen worden door het college vastgesteld. Aan de kostenkant van de grexen maken wij gebruik van de uitgebreide eigen kennis en kunde oer lopende kosten. Eventueel aangevuld met externe gespecialiseerde kennis, als dat nodig is. Ontvangen subsidies worden ten gunste van de grex gebracht. Vorderingen en overige activa De vorderingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.

De overige activa zijn eveneens gewaardeerd tegen de nominale waarde. Reserves en voorzieningen Reserves en voorzieningen zijn gevormd op basis van door de gemeenteraad genomen besluiten. Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De pensioenverplichting ten behoeve van de wethouders is echter tegen de contante waarde van de (reeds opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd. De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de gemeentelijke kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake

96

geformuleerd zijn. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen is het beleid ter zake nader uiteengezet. Schulden en overige passiva De schulden zijn opgenomen tegen de nominale waarde. De overige passiva zijn eveneens gewaardeerd tegen de nominale waarde. Grondslagen voor de bepaling van het rekeningsaldo De baten en lasten worden opgenomen tegen nominale waarde en zoveel mogelijk toegerekend naar de periode waarop ze betrekking hebben. Verliezen worden verantwoord op het moment dat deze voorzienbaar zijn. Winsten worden eerst verantwoord na daadwerkelijke realisatie. De rentelasten worden middels een voorgecalculeerde renteomslag ten laste van de exploitatie gebracht. Als omslagpercentage is aangehouden 1,1%. De rentelasten over de vaste activa zijn berekend over de boekwaarde per 1 januari. Toevoeging van rente aan reserves en voorzieningen heeft niet plaatsgevonden. Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar wordt gesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10252215/2