21-39 Vaststellen REKS- bijlage 2k Burgerparticipatiemodellen voor wind-en-zonne-energie
Tekst van het document
69
Spinder wind Korte beschrijving project Burgerwindpark De Spinder (BWP) is een windpark met vier molens en een totaal opgesteld vermogen van 14,4 MW. Het windpark is gerealiseerd op terreinen van afvalverwerker Attero (vuinilsstortplaats) en Waterschap de Dommel (afvalwaterzuivering) gelegen in de gemeente Tilburg. Het project is gerealiseerd in een samenwerkingsverband tussen 11 energiecoöperaties uit de regio Hart van Brabant, die zich hiervoor hebben verenigd in de doelcoöperatie Burgerwindpark de Spinder, en Energie Fonds Brabant. Beide zijn elk voor 50% eigenaar van de project BV.
Procesparticipatie De energiecoöperaties hechten er groot belang aan om draagvlak onder de burgers te krijgen en te behouden. Voor de procesparticipatie is het beleid gevolgd dat volledige transparantie wordt nagestreefd en een actieve rol wordt ingenomen om de directe omgeving nauw te betrekken bij de te doorlopen processen. Het informeren van alle stakeholders uit de directe omgeving in planfase zijn hiervoor actief benaderd en geïnformeerd over de doelstelling van het initiatief, de gevolgen van het initiatief op de omgeving in beeld, geluid, slagschaduw, flora en fauna en waar nodig de gevolgen voor het individu. Hiervoor zijn leden van de coöperatie ingezet om medebewoners en bedrijven individueel voor te lichten met een gesprek aan de keukentafel, in een fase dat informeren vanuit de nog te volgen procedures geen aanleiding was. De plannen lagen op tafel maar waren nog niet in beton gegoten. Hierdoor kon volledig tegemoet worden gekomen aan zwaarwegende belangenverstoring en heeft dit geleid tot het laten vervallen van de oorspronkelijk geplande vijfde molen. De stakeholders hadden verschillende rollen binnen, elk vanuit het perspectief van de eigen betrokkenheid. Bewoners en bedrijven werden geïnformeerd, geraadpleegd en konden via lidmaatschap van de energiecoöperaties meebeslissen over het beleid en te maken keuzes.
Vele ALV’s van de individuele coöperaties verder, hebben geleid tot het uit te voeren beleid en de uiteindelijke besluitvorming. Met vertegenwoordigers van belangrijke stakeholders, direct uit het plangebied, t.w. gemeente, grondeigenaren, netwerkbeheerder, beoogde exploitant (de LEC’s) en Stichting MOED e.d. is een stuurgroep bijeengebracht om met korte lijnen het proces te behartigen. Met deze partijen is op alle niveaus van de participatieladder gewerkt. De energiecoöperaties hebben de regie genomen, hiervoor is Tijmen Keesmaat als projectleider door de energiecoöperaties ingehuurd en in samenwerking met betrokken stakeholders leidinggegeven aan de initiatieffase. Omdat het doel centraal is gesteld en door alle betrokken stakeholders werden alle bedreigingen en risico’s met elkaar afgestemd en in oplossingen gezocht naar werkbare uitkomsten. Deze wijze van participeren in het proces heeft geleid tot een omgevingsvergunning voor een windmolenpark op land welke met een gecoördineerde procedure Wro tot vergunningen heeft geleid in 8 maanden proceduretijd, zonder een gang naar de raad van state. Sneller is niet mogelijk als gevolg van wettelijke termijnen. Sociale participatie Bij BWP is ervoor gekozen om de opbrengsten van het windpark te verdelen onder de leden, dit zijn 11 energiecoöperaties, en niet een centraal fonds te vormen.
Hiervoor is gekozen om autonomie van de LEC’s te borgen. Wel is nadrukkelijk met elkaar afgesproken dat de opbrengst slechts mag worden gebruikt om de duurzaamheidsdoelstellingen van de LEC’s te realiseren. Alle LEC’s hebben in hun doelstellingen opgenomen dat zij de mensen met een laag inkomen willen betrekken bij duurzaamheidsmaatregelen. Elke coöperatie heeft de vrijheid om te bepalen op welke wijze zij hieraan invulling geven. Jaarlijks is elk lid van BWP verplicht om verslag te doen over de bestedingen en doelstellingen. Indien de gelden niet op juiste wijze worden ingezet, dan zal de uitkering van het dividend worden opgeschort.
70
Spinder wind Korte beschrijving project Burgerwindpark De Spinder is een windpark met vier molens en een totaal opgesteld vermogen van 14,4 MW. Het windpark is gerealiseerd op terreinen van afvalverwerker Attero (vuinilsstortplaats) en Waterschap de Dommel (afvalwaterzuivering) gelegen in de gemeente Tilburg. Het project is gerealiseerd in een samenwerkingsverband tussen 11 energiecoöperaties uit de regio Hart van Brabant, die zich hiervoor hebben verenigd in de doelcoöperatie Burgerwindpark de Spinder, en Energie Fonds Brabant. Beide zijn elk voor 50% eigenaar van de project BV.
Financiële participatie Het financiële model gaat uit van een positieve businesscase. Door de energiecoöperaties is gestart aan het project, waarbij de Tilburgse coöperaties het project voor 50% in eigendom krijgen. Bij de start van het project was niet duidelijk of het waterschap de op hun grond geplande molens in eigendom wilde behouden. Voor de ontwikkelkosten aan het begin van het project is het navolgende uitgangspunt aangehouden, de LEC’s gaan het werk uitvoeren maar willen dit niet doen met risico’s voor hun leden. Hiervoor is energiecoöperatie T-Wind u.a. opgericht. De kosten voor de ruimtelijke procedure werden voorgeschoten door de grondeigenaren. Immers, wanneer de T-Wind niet in staat zou blijken te zijn om het project te kunnen realiseren, dan is de vergunning wel van waarde. Voor de inhuur van de projectleider is een subsidie ontvangen van de gemeente Tilburg à 30 k. Toen duidelijk werd dat het waterschap geen gebruik wenste te maken van het recht op de windmolens zijn de energiecoöperaties uitgenodigd om mee te participeren. Hiervoor is HvB-wind u.a. opgericht. HvB heeft een opdracht gekregen van de regio om met T-wind samen te werken. De opdracht aan HvB was 25 k. De energiecoöperaties hadden hierdoor een budget van 55 k voor de ontwikkelfase. Voorts werd krediet genoten op de ingehuurde projectleider, hiervoor werd Rescoop gebruikt.
Uiteindelijk was het beschikbare budget niet voldoende en is samenwerking gezocht met een externe financier. Deze werd gevonden in EFB. Met EFB zijn afspraken gemaakt over de financiering van het project. Bestede uren, gemaakte kosten en de waarde van de kosten van de RO-procedure werden hierbij door de energiecoöperaties ingebracht. Totaal een waarde van 250 k. De nieuwe partner verplichtte zich om op basis van gelijkwaardigheid het geld in te brengen. Met de nieuwe samenwerking werd het mogelijk om openstaande rekeningen te voldoen. Voor de ontwikkeling is een ontwikkeling begroting opgesteld van 630k. Uiteindelijk moest door de LEC’s nog een bedrag van ca.70 k bijeen worden gebracht. Dit is met de uitgifte van high risk certificaten door de LEC’s ingebracht. Elke individuele coöperatie had hiervoor een eigen verantwoordelijkheid om het bedrag in T-wind resp. HvB-wind te storten.Pas op het moment dat de vergunningen, SDE-beschikking is verkregen is een participatieprogramma voor individuele burgers en mkb-bedrijven gestart. Dit was nodig om voldoende eigenvermogen bijeen te brengen en daarmee het project bancair te kunnen financieren. Alle ontwikkelrisico’s waren op dat moment voldoende beperkt, zodat de burger met een minimaal risico in het project kon deelnemen.
De participatieregeling is erop gericht dat de individuele burger zijn inleg met een redelijk rendement met grote zekerheid terug zal krijgen. De waarde van een spinderdeel is € 250,00 per stuk. De inleg wordt niet terugbetaald, maar zal vanuit de opbrengst van het dividend terugverdiend moeten worden door de deelnemer. Met de koop van een spinderdeel heeft de deelnemer een contract met de overkoepelende energiecoöperatie Burgerwindpark de Spinder (bwp) wat hem het recht geeft op een deel van het dividend. Indien dividend beschikbaar is wordt eerst aan alle houders van het spinderdeel een rendement van 7,3% (€ 18,25) vergoed. Indien er na deze uitkering nog dividend beschikbaar is, gaat 70% van het overige dividend naar de LEC’s en wordt de resterende 30% als superdividend aan de spinderdeelhouders uitgekeerd. Uit deze manier van verdelen van het dividend blijkt dat de belangen van de burgers door de LEC’s centraal zijn gesteld om hun risico te beperken. De LEC’s zijn als lid van BWP gezamenlijk voor 50% eigenaar van de BV waarin het windpark is ondergebracht. De doe coöperatie BWP heeft alle risico’s en verplichtingen die aan de onderneming kleven en aan het aandeelhoudersschap hangen, zonder enige beperkingen. Het bestuur van BWP bestaat uit 3 personen die deelnemen in de AvA van de BV en vertegenwoordigen 1 stem.
Mede-eigenaar EFB is ook vertegenwoordigd in de AvA en heeft ook 1 stem. Het windpark wordt door een directeur geleid en is verantwoording verschuldigd aan de aandeelhouders.
71
72
Windpark Nijmegen-Betuwe Windpark Nijmegen-Betuwe is een windpark langs de A15 ten noorden van Nijmegen. Het park bestaat uit 4 windmolens met een totaal vermogen van 10 MW. Het park is in eigendom van de coöperatie WindpowerNijmegen.
Omgevingsfonds Inleg per MWh
Financiële participatie Omgevingsfonds Vanuit de exploitatie van het windpark doneert voor elke opgewekte MWh één euro aan het omgevingsfonds. Afhankelijk van de wind levert dat per jaar ongeveer € 24.000 op. Deze uitkering is onderdeel van de operationele kosten van het windpark en verlaagd daarmee het dividend voor de coöperatie. De besteding van dit bedrag zal in overleg met de omgeving worden vastgesteld. Het bestuur van het omgevingsfonds bestaat uit vijf personen. Fonds duurzame energie De coöperatie wil bijdragen aan het omschakelen naar een duurzame energievoorziening in Nijmegen. Hiervoor wordt een duurzaam energiefonds opgericht. De coöperatie keert daarom een deel van het ontvangen dividend niet uit als rendement, maar reserveert dit voor het Fonds Duurzame Energie Nijmegen. Dit wordt gedaan als het rendement op eigen vermogen uitkomt boven de 7%. Het uit te keren rendement boven de 7% wordt in dat geval 50/50 verdeeld tussen de en het fonds. De verwachte bijdrage vanuit het project aan het Fonds Duurzame Energie Nijmegen is in totaal €2,5 miljoen over de gehele looptijd van het project.
1.
Bron: informatie memorandum windpark Nijmegen-Betuwe, www.windparknijmegenbetuwe.nl en rvo.nl
Fonds duurzame energie Inleg uit rendement
73
Windpark Nijmegen-Betuwe Risicodragend investeren Naast de fondsen is er ook mogelijkheid tot financiële participatie via een risicodragende investering. Een participatie in het park kost €250, hiervan waren maximaal 8000 participaties beschikbaar. Het aantal participaties per deelnemers is gemaximeerd op 80. Participanten kunnen via stemrecht in de ledenvergadering invloed uitoefenen op belangrijke beslissingen omtrent het park. Procesparticipatie Burgers en bedrijven zijn vanaf het begin van het project actief betrokken. De ontwikkelaar van het park heeft hiertoe contact gezocht met de lokale buurtvereniging. Ook na oplevering is het gesprek met de omgeving doorgegaan, de slagschaduw is na gesprekken met omwonenden verder beperkt. Verder is er onder de naam ‘Steek energie in eigen molens!’ er een campagne opgezet om leden te werven voor de coöperatie. Sociale participatie Via de twee fondsen kan iedereen in de omgeving meeprofiteren van het park. In het dorp Reeth, nabij het windpark, wordt bijvoorbeeld een glasvezelnet aangelegd waarbij de kosten voor het vastrecht het eerste jaar voor bewoners uit het omgevingsfonds worden betaald. Zo profiteren ook bewoners die hier normaliter niet de middelen voor hebben.
2 Vormen van financiële participatie
75
Verschillende vormen van risicodragend investeren door burgers Risicodragend investeren door inbrengen aansprakelijk vermogen Wanneer burgers individueel willen participeren in energieprojecten kan dit door het inbrengen van aansprakelijk vermogen. Het vreemd vermogen (de senior lening) wordt in alle gevallen door een bank ingebracht, deze vorm van investeren is voor burgers niet aan de orde. Omdat bij een faillissement de senior lening voorrang krijgt bij terugbetaling, kent het aansprakelijk vermogen een hoger risicoprofiel. Onderdelen aansprakelijk vermogen Aansprakelijk vermogen omvat eigen vermogen (aandelen) en achtergesteld vermogen, zoals achtergestelde obligaties. Deze vorm van obligaties dragen een hoger risico dan reguliere obligaties en vallen daardoor onder het aansprakelijk vermogen.
Wijze van inbrengen aansprakelijk vermogen Omwille van een ordentelijk besluitvormingsproces en het snel kunnen schakelen door het management van het windpark worden burgers bij het inbrengen van eigen vermogen niet individueel aandeelhouder in het windpark. Het eigendom wordt gebundeld ingebracht in projecten, Er zijn verschillende manieren manieren voor burgers om eigen vermogen in te brengen in een project: • Burgers brengen geld in bij de energiecoöperatie, welke aandeelhouder is in het project. Het project keert dividend uit aan de energiecoöperatie die het distribueert over de individuele aandeelhouders. Ook hier zou een regionaal ontwikkelbedrijf met kennis en kunde kunnen bijspringen; • Individuele burgers investeren in een fonds. Het fonds wordt aandeelhouder in een project (bijvoorbeeld Meewind)
Qua achtergesteld vermogen: • is het mogelijk dat een energiecoöperatie achtergesteld vermogen inbrengt in een project. Dit werkt op dezelfde wijze als eigen vermogen. • Ook een fonds kan achtergesteld vermogen inbrengen • Een andere mogelijkheid is dat het project achtergestelde obligaties uitgeeft, burgers investeren dan rechtstreeks –zonder tussenkomst van een coöperatie of fonds- in een project. Dit gebeurt via diverse crowdfunding platforms.
76
Verschillende vormen van afdrachten aan de omgeving Wanneer burgers niet risicodragend investeren kan financiële participatie middels een afdracht aan de omgeving worden geborgd. Er zijn hierbij meerdere instrumenten te onderscheiden: • Bijdrage aan een lokaal fonds. Periodiek wordt een vooraf bepaald deel van de revenuen van het duurzame-energieproject gestort in het fonds. Om een doelmatige besteding van de afdrachten te borgen is het belangrijk een bestedingsdoel op te nemen voor het fonds. Hierbij kan worden gedacht aan het verduurzamen van lokale woningen, maar ook een breder doel zoals het onderhouden/aanleggen van voorzieningen zoals parken of een speeltuin. Het fonds kan worden beheerd door de gemeente of lokale energiecoöperatie, maar bijvoorbeeld ook door vertegenwoordigers van lokale bewoners die weten waarnaar in het gebied behoefte is. • Bekostigen van een maatschappelijk project/organisatie. Vergelijkbaar aan het fonds, maar hierbij vloeien de revenuen naar een project of organisatie. • Financiële bijdrage aan direct omwonenden. Dit is voornamelijk relevant wanneer een bepaald groep bewoners hinder ondervindt van het duurzame-energieproject. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan slagschaduw van windmolens. Bewoners woonachtig binnen een bepaalde straal van het project komen in aanmerking voor een bijdrage.
De gedragscode Wind op Land schrijft een bedrag voor van 0,40-0,50 EUR/MWh per jaar.