21-37 Bestemmingsplan kv Tilburg Noord-best - bijlage 3b4- Voortoets stikstof
Tekst van het document
Kritische depositiewaarde: Hoogste projectbijdrage:
1.429 mol N/hectare/jaar 0,01 mol N/hectare/jaar
Figuur 18 Projectdepositie op H7150
Aspect
Uitwerking
Instandhoudingdoelstelling
Uitbreiding oppervlakte en behoud kwaliteit (Ministerie van EZ, 2013a).
Huidige omvang en kwaliteit
Het habitattype is volgens het beheerplan goed tot matig ontwikkeld met een positieve trend (Provincie Noord-Brabant, 2017c). In de gebiedsanalyse is aangegeven dat het habitattype een goede kwaliteit heeft en dat de trend voor oppervlakte positief is en voor kwaliteit stabiel (Provincie Noord-Brabant, 2017a).
Huidig beheer
Instandhouding van dit habitattype is afhankelijk van plaggen, betreden of dynamiek van water. Verder is beperken van eutrofiëring, verzuring en verdroging belangrijk.15 De volgende maatregelen worden/zijn reeds getroffen (Provincie Noord-Brabant, 2017c): • Afsluiten van paden. • Terugdringen bosopslag. • Inzetten van begrazing. • Ander heidebeheer. • Zo nodig: plaggen. • Verbetering aangetaste bodemkwaliteit.
15 https://www.ecopedia.be/natura2000/natura-2000-slenken-en-plagplekken-op-vochtige-bodems-de-heide-7150
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
54 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
Knelpunten
Instandhouding van dit habitattype is afhankelijk van plaggen, betreden of dynamiek van water. Verder is beperken van eutrofiëring, verzuring en verdroging belangrijk.16 In het beheerplan is opgenomen dat habitattypen van heiden en pioniervegetatie gevoelig zijn voor vermesting. Stikstofdepositie vormt hier een probleem. Verder is recreatie hier mogelijk ook een knelpunt (Provincie Noord-Brabant, 2017c). In de gebiedsanalyse zijn de volgende knelpunten opgenomen (Provincie Noord-Brabant, 2017a): • Successie door vergrassing en boomopslag. • Vergrassing door stikstofdepositie. • Bodemuitputting door plaggen.
Veldbezoek
Op 5 juli 2019 is een veldbezoek gebracht aan het Natura 2000-gebied. Voor alle (bezochte) percelen pioniervegetaties met snavelbiezen geldt dat deze verdroogd waren: water was niet meer aanwezig daar waar dit voorheen wel het geval leek te zijn, zie Afbeelding 6. Plekken zijn, indien al langer periode droog uit pijpenstrootje en bochtige smele of is, wanneer korter geleden drooggevallen, vegetatieloos waarbij de bodem bestaat uit uitgedroogd veen.
Afbeelding 6: Pioniervegetatie met snavelbiezen in de Kampina. De effecten van verdroging zijn duidelijk te zien. Overschrijding KDW
Er is een overschrijding van de KDW op circa 25% van het areaal (3,7 hectare). Het overige oppervlak heeft geen overschrijding.
Stikstofdepositie door het project
De maximale tijdelijke toename van de stikstofdepositie op dit habitattype in dit Natura 2000gebied als gevolg van het project is gemiddeld minder dan 0,01 mol N/ha/jaar. De maximale totale stikstofdepositie van het project is 0,01 mol N/ha/jaar.
Beoordeling Ondanks overbelasting in het verleden is het habitattype in goed of matig ontwikkelde vorm aanwezig, maar is de trend aan oppervlakte positief en voor kwaliteit stabiel. Het grootste knelpunt lijkt verdroging in het gebied te zijn. De toename van Stikstofdepositie door het project leidt niet tot een meetbare verandering van kwaliteit of omvang, zeker niet nu het grootste deel van het habitattype niet overbelast wordt en het habitattype een goede kwaliteit heeft. Effecten door de tijdelijke toename van Stikstofdepositie door het project zijn uitgesloten. Uitbreiding van omvang en behoud van kwaliteit worden niet belemmerd door de
16 https://www.ecopedia.be/natura2000/natura-2000-slenken-en-plagplekken-op-vochtige-bodems-de-heide-7150
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
55 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
tijdelijke stikstofdepositie van het project. Op basis van deze analyse, wordt gesteld dat de staat van instandhouding van het habitattype niet in het geding komt als gevolg van het project. Geconcludeerd wordt dat de kleine en tijdelijke depositie van stikstof als gevolg van de aanleg van de verbinding in het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen geen knelpunt is voor het habitattype Pioniervegetatie met snavelbiezen en dat van significant negatieve effecten met zekerheid geen sprake is.
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
56 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
6.5.12
H7210 Galigaanmoerassen
Kritische depositiewaarde: Hoogste projectbijdrage:
1.429 mol N/hectare/jaar 0,01 mol N/hectare/jaar
Figuur 19 Projectdepositie op H7210
Aspect
Uitwerking
Instandhoudingdoelstelling
Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit (Ministerie van EZ, 2013a).
Huidige omvang en kwaliteit
Het habitattype is volgens het beheerplan goed ontwikkeld en is stabiel (Provincie NoordBrabant, 2017c). In de gebiedsanalyse is aangegeven dat het habitattype een goede kwaliteit heeft en dat de trend voor oppervlakte positief is en voor kwaliteit stabiel (Provincie NoordBrabant, 2017a).
Huidig beheer
Instandhouding van dit habitattype is vooralsnog afhankelijk van periodiek schonen van het ven en de toevoer van gebufferd water om verzuring te voorkomen. De volgende maatregelen worden/zijn reeds getroffen (Provincie Noord-Brabant, 2017c): • Periodiek schonen • Toevoer gebufferd water • Maaien en plaggen
Knelpunten
Instandhouding van dit habitattype is afhankelijk van gebufferd grondwater en geregeld terugzetten van de vegetatie om verbossing tegen te gaan. Verder is beperken van eutrofiëring, verzuring en verdroging belangrijk. In het beheerplan is opgenomen dat het habitattype zich waarschijnlijk kan uitbreiden, mits daar de ruimte voor is, stikstofdepositie lijkt daarin niet de primaire beperkende factor te zijn (Provincie Noord-Brabant, 2017c). In de gebiedsanalyse zijn de volgende knelpunten opgenomen (Provincie Noord-Brabant, 2017a): • Verzuring door inlaat niet-gebufferd water;.
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
57 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
•
Dichtgroeien door ruimtegebrek of achterwegen blijven beheer.
Veldbezoek
Op 5 juli 2019 is een veldbezoek gebracht aan het Natura 2000-gebied. Het habitattype is slechts vanaf afstand overzien door de slechte toegankelijkheid van dat deel. Het moerasdeel stond ten tijde van het veldbezoek niet droog en de vegetatie was goed ontwikkeld. Door de afstand kon de soortsamenstelling niet gecontroleerd worden.
Overschrijding KDW
Er is een overschrijding van de KDW op circa 29% van het areaal (0,4 hectare). Het overige oppervlak heeft geen overschrijding.
Stikstofdepositie door het project
De maximale tijdelijke toename van de stikstofdepositie op dit habitattype in dit Natura 2000gebied als gevolg van het project is gemiddeld minder dan 0,01 mol N/ha/jaar. De maximale totale stikstofdepositie van het project is 0,01 mol N/ha/jaar.
Beoordeling Ondanks overbelasting is het habitattype in goed ontwikkelde vorm aanwezig en hersteld het zich ook na opschonen van het ven. Het grootste knelpunt lijkt verzuring te zij, maar dat is middels kunstmatige toevoer van gebufferd water vooralsnog opgelost. Op termijn moet beekwater gebruikt worden, maar daar moet de kwaliteit eerst van hersteld worden. De tijdelijke toename van stikstofdepositie door het project leidt niet tot een meetbare verandering van kwaliteit of omvang, zeker niet nu het grootste deel van het habitattype niet overbelast wordt, het habitattype een goede kwaliteit heeft en zich uitbreid. Effecten door de tijdelijke toename van stikstofdepositie door het project zijn uitgesloten. Uitbreiding van omvang en behoud van kwaliteit worden niet belemmerd door de tijdelijke stikstofdepositie van het project. Op basis van deze analyse, wordt gesteld dat de staat van instandhouding van het habitattype niet in het geding komt als gevolg van het project. Geconcludeerd wordt dat de kleine en tijdelijke depositie van stikstof als gevolg van de aanleg van de verbinding in het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen geen knelpunt is voor het habitattype Galigaanmoerassen en dat van significant negatieve effecten met zekerheid geen sprake is.
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
58 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
6.5.13
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
Kritische depositiewaarde: Hoogste projectbijdrage:
1.429 mol N/hectare/jaar 0,02 mol N/hectare/jaar
Figuur 20 Projectdepositie op H9120
Aspect
Uitwerking
Instandhoudingdoelstelling
Behoud oppervlakte en kwaliteit (Ministerie van LNV, 2018)
Huidige omvang en kwaliteit
De kwaliteit is wisselend. Het gaat om oude bosgroeiplaatsen binnen jongere bosopstanden. Mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering is beperkt vanwege de kleine, verspreid liggende locaties (Ministerie van LNV, 2018).
Huidig beheer
Voor instandhouding van het habitattype zijn de volgende beheermaatregelen mogelijk: zoomen mantelbeheer, creëren open plekken, exotenbestrijding, lokaal tegengaan van te dichte overvleugeling door beuken en behoud van dikke bomen en dood hout.17 Het huidige beheer is niet bekend: de instandhoudingsdoelstelling is in 2018 toegevoegd.
Knelpunten
De knelpunten zijn niet bekend: de instandhoudingsdoelstelling is in 2018 toegevoegd.
Veldbezoek
Op 5 juli 2019 is een veldbezoek gebracht aan het Natura 2000-gebied. Dit habitattype is niet bezocht vanwege de ontoegankelijkheid en geïsoleerde ligging.
Overschrijding KDW
Over het hele oppervlak van het habitattype is sprake van overschrijding van de KDW.
17 https://www.ecopedia.be/natura2000/natura-2000-eiken-beukenbossen-op-zure-bodems-9120
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
59 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
Stikstofdepositie door het project
De maximale tijdelijke toename van de stikstofdepositie op dit habitattype in dit Natura 2000gebied als gevolg van het project is gemiddeld minder dan 0,01 mol N/ha/jaar. De maximale totale stikstofdepositie van het project is 0,02 mol N/ha/jaar.
Beoordeling De kwaliteit van het habitattype is in de huidige situatie wisselend, maar verbetering lijkt afhankelijk van de beschikbaarheid van oude bosgroeiplaatsen binnen de relatief jonge bosopstand. Voor het habitattype geldt dan ook een behoudsdoelstelling. De kwaliteit van het habitattype komt juist tot uiting in variatie in vegetaties, die grotendeels veroorzaakt wordt door gaten in het kronendak en daarmee lichttoetreding (halfschaduw) op de bosbodem. Dit komt deels door grootschalig bosbeheer, maar ook door het ontbreken van grote herbivoren in het bos, waardoor stormgaten weer snel een gesloten kronendak ontwikkelen en zo de monotonie herstellen. Juist bosbeheer dat gericht is op variatie kan daar ook weer verbetering in brengen, desgewenst ook gecombineerd met houtexploitatie. Stikstofdepositie kan wel een indirect effect veroorzaken op de vegetatie, namelijk versnelde groei van bijvoorbeeld beuk. Daardoor ontstaat een dichter kronendak, met minder licht voor soorten in de ondergroei en dus een monotoner beeld. Daarnaast kan verzuring optreden, met name onder beuk en eik, omdat daaronder vaak een slechte strooiselvertering optreedt. Dit uit zich vooral op de minst gebufferde (minst lemige) standplaatsen van dit habitattype. Daar kan het kronendak ook weer opener worden en zo verruiging van de ondergroei veroorzaken.
Verder kunnen paddenstoelen en korstmossen in soortenaantal achteruitgaan. De stikstofdepositie door het project is echter tijdelijk en van dusdanig beperkte aard (0,001% van de KDW), dat dit niet leidt tot een meetbare verandering van kwaliteit of omvang of tot een grotere inspanning voor behoud. Het effect van stikstofdepositie komt met name tot uiting door de permanente overbelasting. Effecten als gevolg van de tijdelijke toename van stikstofdepositie door het project zijn uitgesloten. Geconcludeerd wordt dat de kleine en tijdelijke depositie van stikstof als gevolg van de aanleg van de verbinding in het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen geen knelpunt is voor het habitattype H9120 Beuken-eikenbossen met hulst en dat van significant negatieve effecten met zekerheid geen sprake is.
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
60 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
6.5.14
H9190 Oude eikenbossen
Kritische depositiewaarde: Hoogste projectbijdrage:
1.071 mol N/hectare/jaar 0,01 mol N/hectare/jaar
Figuur 21 Projectdepositie op H9190
Aspect
Uitwerking
Instandhoudingdoelstelling
Behoud van oppervlakte en verbetering kwaliteit (Ministerie van EZ, 2013a).
Huidige omvang en kwaliteit
De kwaliteit van het habitattype staat onder druk door de opslag van naaldbomen (Provincie Noord-Brabant, 2017c). In de gebiedsanalyse is aangegeven dat het habitattype een matige kwaliteit heeft en dat de trend voor oppervlakte stabiel is en voor kwaliteit stabiel tot negatief (Provincie Noord-Brabant, 2017a).
Huidig beheer
Voor instandhouding van het habitattype zijn de volgende beheermaatregelen mogelijk: • zoom- en mantelbeheer, • creëren open plekken, • exotenbestrijding, • omvormen met name op locaties met veel naaldhout en • behoud van dikke bomen en dood hout.18 In het beheerplan zijn geen concrete maatregelen voor dit habitattype opgenomen (Provincie Noord-Brabant, 2017c).
18 https://www.ecopedia.be/natura2000/natura-2000-oude-eiken-berkenbossen-op-zeer-voedselarm-zand-9190
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
61 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
Knelpunten
In het beheerplan is opgenomen dat voor Oude eikenbossen geen knelpunten bekend zijn (Provincie Noord-Brabant, 2017c). In de gebiedsanalyse zijn de volgende knelpunten opgenomen (Provincie Noord-Brabant, 2017a): • Vertraging bodemvorming door recreatie en dynamiek, dit leidt met name tot een stagnatie van de kruidlaag. • Remming verjonging door woekering van Amerikaanse krentenboompje en Amerikaanse vogelkers. • Verruiging door stikstofdepositie.
Veldbezoek
Op 5 juli 2019 is een veldbezoek gebracht aan het Natura 2000-gebied. Voor de bezochte percelen aan de zuidkant van Kampina geldt dat het gaat om bosgebieden met zomereik maar zonder bijzondere ondergroei, zie Afbeelding 7. Met name langs de randen staan soorten als pijpenstrootje en braam. Verder staan in de ondergroei geen bijzondere soorten. Voor de bezochte percelen geldt dat het gaat om bosgebieden met zomereik, maar zonder opvallende en bijzondere ondergroei. In de ondergroei stond vooral pijpenstrootje en langs de randen, nabij paden, soorten die duiden op verstoring van de bodem en eutrofiering (zoals braam of brandnetel). Opvallend is dat de bomen nog niet bijzonder oud waren en de leeftijdsopbouw van het bos was meestal homogeen. De dichte en weinig afwisselende beplanting maakt ook dat de ondergroei niet noemenswaardig was.
Afbeelding 7: Oude eikenbossen aan de zuidkant van Kampina. Overschrijding KDW
Over het hele oppervlak van het habitattype is sprake van overschrijding van de KDW.
Stikstofdepositie door het project
De maximale tijdelijke toename van de stikstofdepositie op dit habitattype in dit Natura 2000gebied als gevolg van het project is gemiddeld minder dan 0,01 mol N/ha/jaar. De maximale totale stikstofdepositie van het project is 0,01 mol N/ha/jaar.
Beoordeling Uit de gebiedsanalyse blijkt dat het goed mogelijk is om het habitattype uit te breiden, ondanks de overbelaste situatie. Grootste knelpunt voor uitbreiding is de aanwezigheid van naaldbomen. Voor kwaliteit geldt dat met name rust van de bodem voor de ondergroei en opkomen boomsoorten nodig is om de langdurige ontwikkeling te garanderen. Verder is de aanwezigheid van exoten die kunnen gaan woekeren een knelpunt. Verder zijn ook niet alle typische soorten aanwezig of op korte termijn te verwachten. Stikstofdepositie wordt met name een aandachtspunt genoemd omdat dit woekering door ongewenste soorten versneld. Hoewel de situatie overbelast is, zijn mogelijkheden voor uitbreiding aanwezig: stikstof is niet het meest belangrijke knelpunt. De stikstofdepositie door het project is tevens tijdelijk en van dusdanig beperkte aard (>0,001% van de KDW), dat dit niet leidt tot een meetbare verandering van kwaliteit of omvang of tot een grotere inspanning voor behoud. Het effect van stikstofdepositie komt met name tot uiting Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
62 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
door de permanente overbelasting. Effecten als gevolg van de tijdelijke toename van stikstofdepositie door het project zijn uitgesloten.
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
63 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
6.5.15
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
Kritische depositiewaarde: Hoogste projectbijdrage:
1.857 mol N/hectare/jaar 0,02 mol N/hectare/jaar
Figuur 22 Projectdepositie op H91E0C
Aspect
Uitwerking
Instandhoudingdoelstelling
Behoud oppervlakte en verbetering van kwaliteit (Ministerie van LNV, 2018)
Huidige omvang en kwaliteit
De kwaliteit is wisselend. Het gaat vooral om elzenzegge-elzenbroek, waarbij de kenmerkende soorten vooral in de rabatten voorkomen. Het totaal aantal kenmerkende soorten is beperkt, mogelijk door de waterkwaliteit van de beken Rosep en Beerze (vervuild en voedselrijk). Mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering is vooral gestuurd door de waterkwaliteit (Provincie Noord-Brabant, 2017c).
Huidig beheer
Het huidige beheer is niet bekend, waarschijnlijk bestaat dit uit niks-doen-beheer.
Knelpunten
De knelpunten liggen vooral in de matige waterkwaliteit van de Beerze en Rosep en niet zozeer in effecten van atmosferische depositie.
Veldbezoek
Op 5 juli 2019 is een veldbezoek gebracht aan het Natura 2000-gebied. Dit habitattype is slechts lokaal beschouwd door de ontoegankelijkheid. De verruiging van de vegetatie is zichtbaar en is daarbij gelieerd aan de waterkwaliteit.
Overschrijding KDW
Er is een overschrijding van de KDW op circa 93% van het areaal (22 hectare). Het overige oppervlak heeft geen overschrijding.
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
64 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
Stikstofdepositie door het project
De maximale tijdelijke toename van de stikstofdepositie op dit habitattype in dit Natura 2000gebied als gevolg van het project is gemiddeld minder dan 0,01 mol N/ha/jaar. De maximale totale stikstofdepositie van het project is 0,02 mol N/ha/jaar.
Beoordeling De primaire oorzaken van de matige kwaliteit zijn vermesting door een te hoge last aan de toevoer van beekwater met een lage kwaliteit (fosfaatrijk water) en daarmee gepaard gaande eutrofiering van de ondergroei. De oplossing ligt daarbij hoofdzakelijk buiten het Natura 2000-gebied. De huidige atmosferische depositie is hier nu al ondergeschikt aan, de tijdelijke en lage stikstofdepositie als gevolg van het project heeft daarmee zeker geen effect op de kwaliteit van het habitattype. Op basis van deze analyse, wordt gesteld dat de staat van instandhouding van het habitattype niet in het geding komt als gevolg van het project en dat van significant negatieve effecten met zekerheid geen sprake is.
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
65 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
6.5.16
H91D0 Hoogveenbossen
Kritische depositiewaarde: Hoogste projectbijdrage:
1.786 mol N/hectare/jaar 0,01 mol N/hectare/jaar
Figuur 23 Projectdepositie op H91D0
Aspect
Uitwerking
Instandhoudingdoelstelling
Behoud oppervlakte en behoud van kwaliteit (Ministerie van LNV, 2018)
Huidige omvang en kwaliteit
Het habitattype is onlangs toegevoegd als instandhoudingsdoel en is niet beschreven in het beheerplan. In het ontwerpaanwijzingsbesluit (Ministerie van LNV, 2018) staat dat het habitattype, in beperkte mate en met zowel goede als matige kwaliteit voorkomt op enkele locaties in deelgebied Kampina (bij de Moddervelden, het Belversven en in Smalbroeken). Behoud is voldoende, omdat er weinig mogelijkheden zijn voor uitbreiding (zonder dat dat ten koste zou gaan van uitbreidingsdoelstellingen voor vennen en heide) en kwaliteitsverbetering.
Huidig beheer
Het huidige beheer is niet bekend, waarschijnlijk bestaat dit uit niks-doen-beheer.
Knelpunten
Knelpunten van het habitattype in het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen zijn eveneens niet bekend, maar zullen naar verwachting vergelijkbaar zijn met de overige bostypen.
Veldbezoek
Op 5 juli 2019 is een veldbezoek gebracht aan het Natura 2000-gebied. Dit habitattype is niet bezocht vanwege de ontoegankelijkheid en geïsoleerde ligging.
Overschrijding KDW
Er is een overschrijding van de KDW op circa 93% van het areaal (3,4 hectare). Een klein deel van het oppervlak heeft geen overschrijding.
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
66 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
Stikstofdepositie door het project
De maximale tijdelijke toename van de stikstofdepositie op dit habitattype in dit Natura 2000gebied als gevolg van het project is gemiddeld minder dan 0,01 mol N/ha/jaar. De maximale totale stikstofdepositie van het project is 0,01 mol N/ha/jaar.
Beoordeling Uit de beperkt beschikbare gegevens blijkt dat het habitattype deels in goede kwaliteit aanwezig is, ondanks de overbelaste situatie. Grootste knelpunt voor uitbreiding is het beschikbare oppervlak, waarbij uitbreiding ten koste zou gaan van andere habitattypen. De verbetering van kwaliteit is niet beschreven, maar wanneer gekeken wordt naar de knelpunten van andere habitattypen ligt het in de lijn der verwachting dat ook voor hoogveenbossen geldt dat verdroging het meest belangrijke knelpunt is voor de ontwikkeling van de hoogveenvegetaties. Hoewel de situatie overbelast is, zijn mogelijkheden voor verbeteringen aanwezig: stikstof is niet het meest belangrijke knelpunt. De stikstofdepositie door het project is tevens tijdelijk en van dusdanig beperkte aard (>0,001% van de KDW), dat dit niet leidt tot een meetbare verandering van kwaliteit of omvang of tot een grotere inspanning voor behoud. Het effect van stikstofdepositie komt met name tot uiting door de permanente overbelasting. Effecten als gevolg van de tijdelijke toename van stikstofdepositie door het project zijn uitgesloten.
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
67 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
6.5.17
Lg02 Geïsoleerde meander en petgat
Kritische depositiewaarde: 2.143 mol N/hectare/jaar Hoogste projectbijdrage: 0,01 mol N/hectare/jaar
Figuur 24 Projectdepositie Lg02
Aspect
Uitwerking
Aangewezen voor soort
H1831 drijvende waterweegebree en H1166 kamsalamander
Instandhoudingsdoelstelling soorten
Drijvende waterweegbree: Uitbreiding oppervlakte, verbetering kwaliteit, uitbreiding populatie Kamsalamander: Uitbreiding oppervlakte, verbetering kwaliteit, uitbreiding populatie
Ecologische randvoorwaarden Uit beheerplan: leefgebied voor soorten Drijvende waterweegbree: • Vrij voedselarm, zwak zuur 'schoon' water. • Veelal een mengvorm van regen- en kwelwater. • Vroeger stond de soort vooral in zwakgebufferde vennen. Door verzuring van vennen en het oprukken van knolrus en veenmos ruimt de plant in vennen vrij snel het veld. • Tegenwoordig wordt de plant vooral gevonden in al dan niet gekanaliseerde beken of kanalen en in poelen. In het algemeen heeft de soort in een voedselrijkere omgeving een voorkeur voor plaatsen met toestroom van voedselarmer grondwater of regenwater, waardoor de voedselrijkdom wordt verminderd en zij profiteert van de toevoer van koolstofdioxide. • De plant groeit bij voorkeur in 1 tot 3 meter diep water, waardoor de plant zich een tijdje zich onder water schuil kan houden. Kamsalamander: • Geïsoleerd en stilstaand water. Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
68 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
• • • • • • • • • • • • • •
Semi-permanent waterhoudend (droogval eens per tien jaar niet ongunstig). Goede waterkwaliteit. Matig voedselrijk tot voedselrijk. Niet te zuur (pH > 5,5). · Ondiepe oeverzones aanwezig (0 tot 0,5 meter diep). Diepe delen aanwezig (1 tot 2 meter diep). Voldoende onderwater- en oevervegetatie (tot 80% van het wateroppervlak). Voldoende groot: 400 tot 750 m2 . Deels onbeschaduwd (maximaal 60% van het wateroppervlak). Geen vis aanwezig. Geschikte andere waterbiotopen op minder dan 500 meter afstand. Cluster van 4 tot 6 poelen aanwezig (minimaal 0,7 optimaal > 4 wateren per km2 ). Geschikte landbiotoop (bos) binnen 80 meter van het water. Bufferzone (ruigte en struweel) van minimaal 5 meter breedte rond het water.
Huidige omvang en kwaliteit
De trend van het leefgebied van de drijvende waterweegbree en de kamsalamander is stabiel. Zowel de kamsalamander als de drijvende waterweegbree komen in beperkte mate voor in het Natura 2000-gebied.
Huidig beheer
Door het treffen van maatregelen in andere habitattypen ten behoeve van stikstof zal het leefgebied van de kamsalamander en drijvende waterweegbree daar ook van profiteren. Extra maatregelen tegen stikstofdepositie hoeven niet getroffen te worden.
Knelpunten
•
• • Overschrijding KDW
Stikstofdepositie door het project
Versnipperd in enkele regionale subpopulaties. Door verzuring en eutrofiering zijn mogelijke voormalige voortplantingswateren ongeschikt geworden voor de kamsalamander. Een direct verband met stikstof kan vooralsnog niet worden gelegd. Voldoende toevoer ijzerrijke kwel Onvoldoende beheer
Er is op 0,03 ha van het leefgebied overschrijding van de KDW dat is op 6% van het totale oppervlakte van het leefgebied binnen Kampina & Oisterwijksevennen. De achtergronddepositie ligt tussen de 1.284 en 2.173 mol N/ha/jr. De maximale tijdelijke toename van de stikstofdepositie op dit leefgebied in dit Natura 2000-gebied als gevolg van het project is gemiddeld minder dan 0,01 mol N/ha/jaar. De maximale totale stikstofdepositie van het project is 0,01 mol N/ha/jaar.
Beoordeling stikstofdepositie: Er is op een zeer beperkte oppervlakte van Lg02 sprake van overschrijding van de KDW. Stikstofdepositie kan effect hebben op de kwaliteit van het leefgebied van de kamsalamander en de groeiplaatsomstandigheden van drijvende waterweegbree. Ondanks de overschrijding van de KDW, zijn de populaties van beide soorten stabiel. Versnippering en verdwijnen van leefgebied lijkt vooral de oorzaak, waarbij de afname van (kwaliteit) van leefgebied mogelijk veroorzaakt wordt door landbouwinvloeden (aanvoer fosfaatrijk (grond)water). Beide soorten kunnen ook voorkomen op plekken met een hogere voedselrijkdom. Stikstofdepositie op het leefgebied is niet de leidende factor voor de kwaliteit van het leefgebied. De eenmalige en zeer geringe stikstofdepositie van 0,01 mol N/ha/jaar zal geen verandering veroorzaken in de huidige situatie. Effecten als gevolg van de tijdelijke toename van stikstofdepositie door het project zijn uitgesloten.
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
69 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
6.5.18
Lg03 Zwakgebufferde sloot
Kritische depositiewaarde: Hoogste projectbijdrage:
1.786mol N/hectare/jaar 0,03 mol N/hectare/jaar
Figuur 25 Projectdepositie Lg03
Aspect
Uitwerking
Aangewezen voor soort
H1831 drijvende waterweegbree
Instandhoudingsdoelstelling soorten
Drijvende waterweegbree uitbreiding oppervlakte en kwaliteit leefgebied (groeiplaats).
Ecologische randvoorwaarden Uit beheerplan: leefgebied voor soorten Drijvende waterweegbree: • Vrij voedselarm, zwak zuur 'schoon' water. • Veelal een mengvorm van regen- en kwelwater. • Vroeger stond de soort vooral in zwakgebufferde vennen. Door verzuring van vennen en het oprukken van knolrus en veenmos ruimt de plant in vennen vrij snel het veld. • Tegenwoordig wordt de plant vooral gevonden in al dan niet gekanaliseerde beken of kanalen en in poelen. In het algemeen heeft de soort in een voedselrijkere omgeving een voorkeur voor plaatsen met toestroom van voedselarmer grondwater of regenwater, waardoor de voedselrijkdom wordt verminderd en zij profiteert van de toevoer van koolstofdioxide. • De plant groeit bij voorkeur in 1 tot 3 meter diep water, waardoor de plant zich een tijdje zich onder water schuil kan houden Huidige omvang en kwaliteit
De trend van het leefgebied van de drijvende waterweegbree is stabiel, maar komt in beperkte mate voor in het Natura 2000-gebied.
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
70 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
Huidig beheer
Door het treffen van maatregelen in andere habitattypen ten behoeve van stikstof zal het leefgebied van de drijvende waterweegbree daar ook van profiteren. Extra maatregelen tegen stikstofdepositie hoeven niet getroffen te worden.
Knelpunten
• • •
Overschrijding KDW
De achtergronddepositie op dit leefgebied ligt tussen de 1.281 en 2.603 mol/ha/jr. Het leefgebied komt met 2 ha voor in Kampina & Oisterwijkse Vennen. Op 65% is er sprake van overschrijding van de KDW.
Stikstofdepositie door het project
Versnipperd in enkele regionale subpopulaties. Voldoende toevoer ijzerrijke kwel Onvoldoende beheer
De maximale tijdelijke toename van de stikstofdepositie op dit leefgebied in dit Natura 2000-gebied als gevolg van het project is gemiddeld minder dan 0,01 mol N/ha/jaar. De maximale totale stikstofdepositie van het project is 0,03 mol N/ha/jaar.
Beoordeling stikstofdepositie: Ondanks overschrijding op een groot deel van het leefgebied is de kwaliteit en oppervlakte stabiel. Het leefgebied komt in zeer beperkte mate voor in het Natura 2000-gebied. Dit lijkt een groter knelpunt te zijn dan atmosferische stikstofdepositie. Ook is de toevoer van ijzerrijk kwel noodzakelijk voor het behoud van het leefgebied (de groeiplaatsen). Er zijn geen maatregelen opgenomen tegen de effecten van atmosferische stikstofdepositie. De eenmalige depositie van 0,03 mol/ha/jaar leidt niet tot een meetbare verandering van kwaliteit of omvang. Effecten door de tijdelijke toename van stikstofdepositie zijn uitgesloten. Uitbreiding en verbetering worden niet belemmerd door de tijdelijke stikstofdepositie van het project en zijn met name afhankelijk van hydrologische systeem en maatregelen. Gesteld wordt dat de staat van instandhouding van het leefgebied niet in het geding is als gevolg van het project. Geconcludeerd wordt dat de kleine en tijdelijke depositie van stikstof als gevolg van de aanleg van de verbinding in het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen geen knelpunt is voor het leefgebied (de groeiplaats) Zwakgebufferde sloot en dat van significant negatieve effecten geen sprake is.
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
71 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
6.5.19
Lg04 Zuur ven
Kritische depositiewaarde: Hoogste projectbijdrage:
1.214 mol N/hectare/jaar 0,01 mol N/hectare/jaar
Figuur 26 Projectdepositie op Lg04 Aspect
Uitwerking
Aangewezen voor soort
A004 Dodaars
Instandhoudingsdoel
Dodaars: Behoud oppervlak en kwaliteit leefgebied, populatie van 30 broedparen
Ecologische randvoorwaarden Uit beheerplan: leefgebied voor soorten • Het territorium beslaat 2 tot 5 hectare. • Half open landschap (open plekken van 5 tot 100 hectare). • De soort is gebonden aan ondiep, open water. • De zuurgraad van het water ligt binnen de marge pH 4,5-7. • Het water is bij voorkeur matig voedselrijk, maar ook voedselarme en voedselrijke wateren worden gebruikt. • De soort is gebonden aan zoete wateren wat betreft de broedbiotoop. • Stilstaande wateren genieten de voorkeur. Langzaam stromende wateren worden minder gebruikt. Enige mate van eutrofiëring wordt verdragen, maar te voedselrijk water is ongeschikt (planten, vissoorten en vertroebeling). Een strenge winter gevolgd door een droog voorjaar kan de populatie van de dodaars halveren Huidige omvang en kwaliteit
De trend voor de kwaliteit en oppervlakte van het leefgebied en populatiegrootte zijn stabiel. In de Huisvennen zijn veel dodaars verdwenen en in de overige vennen is het aantal stabiel. Het verdwijnen van de soort uit de Huisvennen kan komen door de aanwezigheid van ganzen en een verslechtering van het voedselaanbod voor de jongen. Ook kunnen de uitwerpselen van de ganzen zorgen voor eutrofiëring van het
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
72 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
water. Daarnaast kunnen de opschoningsmaatregelen in de vennen voor een tijdelijke achteruitgang hebben gezorgd door het verwijderen van onderwatervegetatie. Bij voortzetting van het huidige beheer zijn er geen processen die een verslechtering van de kwaliteit van het leefgebied veroorzaken. Huidig beheer
Schonen venoevers (voorkomt verruiging en voert ook stikstof af) Verwijderen bos(opslag) rondom het ven Maatregelen voor andere habitattypen hebben ook invloed op het leefgebied zoals de reductie van ganzen om de eutrofiëring van het water te verminderen.
Knelpunten
•
•
Het effect van een te hoge stikstofdepositie kan zijn de afname van nestgelegenheid (oeverzone) door verruiging van de venoevers. Daarnaast ontstaat ook juist nieuw broedbiotoop door verlanding, ook een mogelijk gevolg van stikstofbeschikbaarheid. Ganzen zorgen voor eutrofiëring en vermindering van voedselaanbod.
Achtergronddepositie
De achtergronddepositie ligt tussen de 1109 en 2464 mol N/ha/jr.
Overschrijding KDW
Het leefgebied komt met 16 ha voor in Kampina & Oisterwijksevennen. Op 14 ha is er overschrijding van de KDW. De projectdepositie valt op 13,5 ha van het leefgebied waar er sprake is van overschrijding is van de KDW.
Stikstofdepositie door het project
De maximale tijdelijke toename van de stikstofdepositie op dit leefgebied in dit Natura 2000-gebied als gevolg van het project is gemiddeld minder dan 0,01 mol N/ha/jaar. De maximale totale stikstofdepositie van het project is 0,01 mol N/ha/jaar.
Beoordeling stikstofdepositie: Ondanks een overschrijding van KDW over vrijwel het gehele leefgebied is de kwaliteit en de trend voor het leefgebied neutraal. De lokale achteruitgang van de kwaliteit van het leefgebied blijkt voornamelijk gestuurd te worden door de aanwezigheid van een groot aantal ganzen. Er is hierdoor sprake van kwaliteitafname door eutrofiëring. Deze eutrofiëring wordt echter niet gestuurd door atmosferische stikstofdepositie maar door stikstof afkomstig uit de uitwerpselen van de ganzen, wat een aanzienlijk hoger aandeel vormt. De instandhoudingsdoelen worden bereikt door het uitvoeren van het huidige beheer. De geringe en eenmalige projectdepositie van 0,01 mol/ha zal geen invloed hebben op het behalen van de instandhoudingsdoelen. Geconcludeerd wordt dat de kleine en tijdelijke depositie van stikstof als gevolg van de aanleg van de verbinding in het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen geen knelpunt is voor het leefgebied Zuur ven en dat van significant negatieve effecten geen sprake is.
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
73 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
6.5.20
Lg09 Droog struisgrasland
Kritische depositiewaarde: Hoogste projectbijdrage:
1.000 mol N/hectare/jaar 0,01 mol N/hectare/jaar
Figuur 27 Projectdepositie op Lg09
Aspect
Uitwerking
Aangewezen voor soort
A276 Roodborsttapuit
Instandhoudingsdoelstelling soorten
Roodborsttapuit: Behoud kwaliteit en oppervlak leefgebied en behoud omvang populatie
Ecologische randvoorwaarden Uit beheerplan: leefgebied voor soorten • De broedbiotoop van de roodborsttapuit omvat heide- en hoogveengebieden en duinen. • Te vinden in kleinschalige, extensief beheerde agrarische cultuurlandschappen. Deze landschappen bevatten een groot aandeel aan grasland, enig reliëf met bijvoorbeeld greppels en paaltjes en struiken als uitkijkposten. • De territoriumgrootte is 1 tot10 hectare. • De verstoringsgevoeligheid van de roodborsttapuit is matig groot (verstoring bij < 100 meter afstand). • Vanuit populatie-ecologische optiek zijn voor een duurzame sleutelpopulatie van de roodborsttapuit ten minste honderd paren vereist. Voor een gunstige staat van instandhouding zijn op nationale schaal ten minste twintig sleutelpopulaties vereist (> 2000 paren). Huidige omvang en kwaliteit
Het leefgebied komt met 89 ha voor in de Kampina & Oisterwijkse vennen. De trend van de oppervlakte en kwaliteit van het leefgebied en de omvang van de populatie roodborsttapuiten is stabiel. Voortzetting van het huidige beheer in Kampina &
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
74 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
Oisterwijkse vennen is voldoende om de instandhoudingsdoelen te halen voor de roodborsttapuit. Huidig beheer
•
Knelpunten
Er is sprake van overschrijding van de KDW over het hele oppervlakte van het leefgebied. Het is echter onwaarschijnlijk dat de overschrijding heeft bijgedragen aan een verslechtering van het leefgebied van de roodborsttapuit aangezien de soort enige verruiging duldt en het huidige beheer gericht is op het voorkomen van dichtgroeien van de heide, graslanden en bosranden. Stikstofdepositie vormt daarmee geen knelpunt voor het behalen van instandhoudingsdoelen van de roodborsttapuit. • Er zijn geen verdere knelpunten genoemd voor de soort.
Achtergrond depositie
Het leefgebied komt met 44 hectare voor in Kampina & Oisterwijksevennen. Op het hele leefgebied is er sprake van overschrijding van de KDW. De achtergronddepositie ligt tussen de 1.244 en 2.312 mol N/ha/jaar.
Overschrijding KDW
De projectdepositie valt op het gehele leefgebied.
Stikstofdepositie door het project
De maximale tijdelijke toename van de stikstofdepositie op dit leefgebied in dit Natura 2000-gebied als gevolg van het project is gemiddeld minder dan 0,01 mol N/ha/jaar. De maximale totale stikstofdepositie van het project is 0,01 mol N/ha/jaar.
De herinrichting van de voormalige landbouwpercelen ten zuiden van Banisveld zal leiden tot een voedselgebied voor de roodborsttapuit en positief bijdragen aan de populatie. Het is daarmee niet nodig om voor deze soort aanvullende maatregelen te benoemen.
Beoordeling stikstofdepositie: Ondanks overschrijding van de KDW over het hele oppervlakte van het habitattype zijn er geen effecten te zien ten gevolge van stikstofdepositie. Het huidige beheer is voldoende om de kwaliteit van het leefgebied van de roodborsttapuit te behouden. Er zijn dan ook geen aanvullende maatregelen nodig om de effecten van stikstofdepositie tegen te gaan. De geringe en eenmalige projectbijdrage van 0,01 mol N/hectare/jaar zal hier niets aan veranderen en het behalen van de instandhoudingsdoelen niet in de weg zitten. Geconcludeerd wordt dat de kleine en tijdelijke depositie van stikstof als gevolg van de aanleg van de verbinding in het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen geen knelpunt is voor het leefgebied Droog struisgrasland en dat van significant negatieve effecten geen sprake is.
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
75 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
6.6
Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen
6.6.1
Gebiedsbeschrijving
De Loonse en Drunense Duinen is een groot stuifzandgebied. De pakketten dekzand zijn begroeid geraakt met bos, maar oorspronkelijk door houtkap ontstaan. Aan de zuidkant ligt De Brand: een beekdal met alluviale bossen, moerassen en vennen. De Leemkuilen is een geïsoleerd gebied met gegraven plassen, omgeven door moerasbos (Ministerie van EZ, 2013d). Stikstofdepositie leidt in een deel van het Natura 2000-gebied tot een overbelaste situatie (Provincie Noord-Brabant, 2017e). Tijdens het veldbezoek op 24 oktober en 5 november 2019 zijn respectievelijk De Brand en de Loonse en Drunense Duinen bezocht. De indruk van De Brand is dat er verschillende boshabitattypen voorkomen, maar dat er geen duidelijke scheidingen tussen habitattypen aanwezig zijn. De begrenzingen op kaart zijn in het veld niet waargenomen. Verder lijken recent inrichtingsmaatregelen te zijn genomen waardoor het gebied vernat. Verder was de homogene boomlaag (weinig variatie in leeftijd) opvallend. In de Loonse en Drunense Duinen zijn effecten van eutrofiëring (in de vorm van de aanwezigheid van pijpenstrootje) zichtbaar, maar zijn de verschillen in aanwezigheid over kleine afstanden zeer groot. Zo kan de aanwezigheid van pijpenstrootje aan de ene kant van het pad beduidend groter zijn dan aan de andere kant van het pad. Dit lijkt ook een beheerkwestie.
Verder is opvallend dat een groot aantal bomen in de laatste jaren is gekapt: het gebied is nog in ontwikkeling. Twee andere punten die opvielen zijn de hoge recreatiedruk in het gebied en de aanwezigheid van een aanzienlijk oppervlak naaldbos nabij de geringe oppervlaktes eikenbossen. In de volgende paragrafen wordt, net als voor de Kampina & Oisterwijkse Vennen specifiek per habitattype ingegaan op de effecten van de stikstofdepositie van de realisatie van de verbinding Tilburg Noord – Best. Alle informatie in onderstaande tabellen van deze paragraaf komt uit het beheerplan, met uitzondering van de informatie over stikstofdepositie door het project.
Figuur 28 Projectdepositie op de Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
76 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
6.6.2
H3130 Zwakgebufferde vennen
Kritische depositiewaarde: Hoogste projectbijdrage:
571 mol N/hectare/jaar 0,01 mol N/hectare/jaar
Figuur 29 projectdepositie op H3130
Aspect
Uitwerking
Instandhoudingdoelstelling
Behoud van oppervlakte en kwaliteit (Ministerie van EZ, 2013d).
Huidige omvang en kwaliteit
Volgens het beheerplan is de trend waarschijnlijk goed en stabiel bij het uitvoeren van de voorgenomen maatregelen (Provincie Noord-Brabant, 2017e). In de gebiedsanalyse is aangegeven dat het habitattype een slecht/matige kwaliteit heeft en dat de trend voor oppervlakte en kwaliteit negatief is (Provincie Noord-Brabant, 2017f).
Huidig beheer
In het beheerplan zijn geen concrete maatregelen voor dit habitattype opgenomen (Provincie Noord-Brabant, 2017e).
Knelpunten
De depositie heeft alleen betrekking op het deelgebied Leemkuilen. In de Leemkuilen is de kwaliteit goed en kan deze kwaliteit ook in stand worden gehouden (Provincie Noord-Brabant, 2017e). De knelpunten uit de gebiedsanalyse zijn (Provincie Noord-Brabant, 2017f): • Vermesting, niet alleen door stikstofdepositie, maar vooral directe uitspoeling en via lokaal grondwater. • Inwaaien van blad. • Niet gericht beheer op het type gezien de doelen voor amfibieën.
Veldbezoek
Op 5 november 2019 is een veldbezoek gebracht aan de Loonse en Drunense Duinen. Het water is hier omzoomd door hoge bomen die zorgen voor schaduwwerking en bladval, wat de kwaliteit van het habitattype niet ten goede komt, zie Afbeelding 8 op de volgende pagina. Het
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
77 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
is duidelijk dat hier in een niet-overbelaste situatie ook maatregelen nodig zijn voor ontwikkeling van het habitattype.
Afbeelding 8: Zwakgebufferde vennen in de Loonse en Drunense Duinen. Overschrijding KDW
Er is een overschrijding van de KDW op circa 96% van het areaal (38,2 hectare). Een klein deel van het oppervlak heeft geen overschrijding.
Stikstofdepositie door het project
De maximale tijdelijke toename van de stikstofdepositie op dit habitattype in dit Natura 2000gebied als gevolg van het project is gemiddeld minder dan 0,01 mol N/ha/jaar. De maximale totale stikstofdepositie van het project is 0,01 mol N/ha/jaar.
Beoordeling Uit het beheerplan blijkt dat daar waar tijdelijk sprake is van een toename van stikstofdepositie door het project, de potentie voor ontwikkeling van het habitattype matig is. Dit wordt vooral veroorzaakt omdat het beheer hier vooral gericht is op het behoud van boomkikker en kamsalamander en niet zozeer het habitattype. Atmosferische depositie is niet het meest belangrijke knelpunt. Bovendien is de tijdelijke toename zeer gering. De tijdelijke toename van stikstofdepositie leidt niet tot een meetbare verandering van kwaliteit of omvang, effecten zijn uitgesloten. Behoud van oppervlakte en kwaliteit wordt niet belemmerd door de kleine en tijdelijke depositie van stikstof als gevolg van de aanleg van de verbinding, van significant negatieve effecten met zekerheid geen sprake is.
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
78 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
6.6.3
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
Kritische depositiewaarde: Hoogste projectbijdrage:
1.429 mol N/hectare/jaar 0,01 mol N/hectare/jaar
Figuur 30 Projectdepositie op H9120
Aspect
Uitwerking
Instandhoudingdoelstelling
Behoud van oppervlakte en verbetering kwaliteit (Ministerie van LNV, 2018).
Huidige omvang en kwaliteit
Het habitattype komt voor in wisselende kwaliteit, verspreid en versnipperd in het Natura 2000gebied. Het gaat om bos op oude groeiplaatsen. Mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering zijn aanwezig (Ministerie van LNV, 2018).
Huidig beheer
Voor instandhouding van het habitattype zijn de volgende beheermaatregelen mogelijk: zoomen mantelbeheer, creëren van open plekken, exotenbestrijding, lokaal tegengaan van te dichte overvleugeling door beuken en behoud van dikke bomen en dood hout.19 Het huidige beheer is niet bekend: de instandhoudingsdoelstelling is in 2018 toegevoegd.
Knelpunten
Knelpunten zijn niet bekend: de instandhoudingsdoelstelling is in 2018 toegevoegd.
Veldbezoek
Op 24 oktober 2019 is een veldbezoek gebracht aan De Brand. Voor de habitattypen met bossen geldt dat er geen duidelijke verschillen waren tussen de aanwezige bossen: de bossen zijn onderverdeeld in verschillende habitattypen maar in het veld zijn deze verschillen niet goed waar te nemen (zie voor een impressie Afbeelding 9). Wat in zijn algemeenheid uit het veldbezoek volgt is dat leeftijd van de bossen redelijk homogeen is: de dominante bomen
19 https://www.ecopedia.be/natura2000/natura-2000-eiken-beukenbossen-op-zure-bodems-9120
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
79 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
hebben dezelfde leeftijd. De ondergroei was soms open en soms behoorlijk dicht. Over het algemeen was de ondergroei niet bijzonder soortenrijk en in dit geval was de aanwezigheid van beuk en hulst beperkt. Opvallend was wel de aanwezigheid van grote aantallen dode populieren en de vernatting die waarschijnlijk het gevolg is van maatregelen die in het gebied zijn genomen.20 Tot slot zijn de versnipperde percelen afgewisseld met open gebieden een knelpunt; vooral bossen met een groot oppervlak kunnen een goede kwaliteit ontwikkelen. Op Afbeelding 9 zijn twee locaties met het habitattype weergegeven: een meer dichtbegroeid deel met veel klimop en een meer open variant met veel dennen. Vooral aan de randen bossen (langs de paden) zijn soorten als braam en brandnetel waargenomen. Meer in het bos waren deze soorten minder aanwezig.
Afbeelding 9: Beuken-eikenbossen met hulst op twee verschillende locaties in De Brand. Overschrijding KDW
Over het hele oppervlak van het habitattype is sprake van overschrijding van de KDW.
Stikstofdepositie door het project
De maximale tijdelijke toename van de stikstofdepositie op dit habitattype in dit Natura 2000gebied als gevolg van het project is gemiddeld minder dan 0,01 mol N/ha/jaar. De maximale totale stikstofdepositie van Het project is 0,01 mol N/ha/jaar.
Beoordeling Uit het concept-aanwijzingsbesluit blijkt dat in het Natura 2000-gebied mogelijkheden zijn voor een kwaliteitsverbetering. Dit is ondanks de overbelaste situatie. Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat het beheer in het gebied beperkt lijkt. Grootschalige maatregelen om de bossen te vernatten zijn wel uitgevoerd, maar van bosbeheer lijkt geen sprake. Verder zijn op verschillende plaatsen naaldbomen waargenomen. Stikstofdepositie is hier niet de meest bepalende factor. Bovendien is de tijdelijke toename zeer gering. De tijdelijke toename van stikstofdepositie leidt niet tot een meetbare verandering van kwaliteit of omvang, effecten zijn uitgesloten. Behoud van omvang en verbeteren van kwaliteit worden niet belemmerd door de tijdelijke stikstofdepositie. Geconcludeerd wordt dat de kleine en tijdelijke depositie van stikstof als gevolg van de aanleg van de verbinding in het Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen geen knelpunt is voor het habitattype Beuken-eikenbossen met hulst en dat van significant negatieve effecten geen sprake is.
20 https://www.dommel.nl/debrand
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
80 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
6.6.4
H9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)
Kritische depositiewaarde: Hoogste projectbijdrage:
1.429 mol N/hectare/jaar 0,01 mol N/hectare/jaar
Figuur 31 Projectdepositie op H9160A
Aspect
Uitwerking
Instandhoudingdoelstelling
Behoud oppervlakte en behoud van kwaliteit (Ministerie van LNV, 2018)
Huidige omvang en kwaliteit
Omdat dit habitattype later is toegevoegd als instandhoudingsdoel, is informatie over de kwaliteit beperkt beschikbaar. Door verzuring is de bodemkwaliteit voor dit habitattype sterk verslechterd. De voorziene maatregelen in het kader van het Gewenst Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR) zullen bijdragen aan vernatting van het gebied en een verdere ontwikkeling van het bos (Provincie Noord-Brabant, 2017c).
Huidig beheer
Het huidige beheer omvat kap, gericht op het verbeteren van de structuur en verrijken van zowel de boomlaag als de struik- en kruidenlaag. Hierbij worden eiken en vooral ook beuken selectief verwijderd. Dit beheer is goed voor de soortenrijkdom en de structuur en daarnaast ook functioneel om de effecten van de te hoge stikstofdepositie tegen te gaan.
Knelpunten
De knelpunten liggen vooral in de hydrologische omstandigheden, door verdroging is de buffering van de bodem afgenomen en verzuurd. Verbetering van het grondwatersysteem is daarin met name relevant.
Veldbezoek
Op 5 juli 2019 is een veldbezoek gebracht aan het Natura 2000-gebied. Dit habitattype is door de ontoegankelijkheid niet onderzocht.
Overschrijding KDW
Over het hele oppervlak van het habitattype is sprake van overschrijding van de KDW.
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
81 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
Stikstofdepositie door het project
De maximale tijdelijke toename van de stikstofdepositie op dit habitattype in dit Natura 2000gebied als gevolg van het project is gemiddeld minder dan 0,01 mol N/ha/jaar. De maximale totale stikstofdepositie van Het project is 0,01 mol N/ha/jaar.
Beoordeling De primaire oorzaak van de (mogelijke) matige kwaliteit is verdroging en daarmee samenhangende verzuring van de bodem. Verbetering is vooral mogelijk door het herstel van het grondwatersysteem waardoor de bodem weer gebufferd kan worden. De huidige atmosferische depositie is hier ondergeschikt aan, de stikstofkringloop in dit bossyteem is groot, de tijdelijke en lage stikstofdepositie als gevolg van het project heeft daarmee zeker geen effect op de kwaliteit van het habitattype. Op basis van deze analyse, wordt gesteld dat de staat van instandhouding van het habitattype niet in het geding komt als gevolg van het project en dat van significant negatieve effecten met zekerheid geen sprake is.
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
82 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
6.6.5
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
Kritische depositiewaarde: Hoogste projectbijdrage:
1.857 mol N/hectare/jaar 0,01 mol N/hectare/jaar
Figuur 32 Projectdepositie op H91E0C
Aspect
Uitwerking
Instandhoudingdoelstelling
Uitbreiding van het oppervlakte en verbetering van kwaliteit (Ministerie van LNV, 2018)
Huidige omvang en kwaliteit
Dit habitattype (100 hectare) komt uitsluitend voor in De Brand, waar het deels goed ontwikkeld is. Bij huidig beheer blijft oppervlakte stabiel en neemt de kwaliteit langzaam toe. Dit laatste komt door het ouder worden van het bos en de verbetering van de grondwaterstromen. In het kader van het GGOR vindt na de eerste beheerplanperiode hydrologisch herstel van het gebied plaats. Verwacht wordt dat dit type duurzaam in stand kan worden gehouden (Provincie Noord-Brabant, 2017c).
Huidig beheer
Het huidige beheer is niet bekend, waarschijnlijk bestaat dit uit niks-doen-beheer.
Knelpunten
Er zijn geen grote knelpunten bekend, mogelijk het versnipperde voorkomen en het nog aanwezige voormalige productiebos.
Veldbezoek
Op 5 juli 2019 is een veldbezoek gebracht aan het Natura 2000-gebied. Dit habitattype is slechts lokaal beschouwd door de ontoegankelijkheid.
Overschrijding KDW
Er is een overschrijding van de KDW op circa 92% van het areaal (17,7 hectare). Het overige oppervlak heeft geen overschrijding.
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
83 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
Stikstofdepositie door het project
De maximale tijdelijke toename van de stikstofdepositie op dit habitattype in dit Natura 2000gebied als gevolg van het project is gemiddeld minder dan 0,01 mol N/ha/jaar. De maximale totale stikstofdepositie van Het project is 0,01 mol N/ha/jaar.
Beoordeling De huidige kwaliteit is goed. Een behoorlijk aantal typische soorten komt in het gebied voor. De trend in kwaliteit is positief. Dit laat zien dat de huidige stikstofdepositie geen knelpunt is. Op basis van deze analyse, wordt gesteld dat de staat van instandhouding van het habitattype niet in het geding komt als gevolg van het project en dat van significant negatieve effecten met zekerheid geen sprake is. Geconcludeerd wordt dat de kleine en tijdelijke depositie van stikstof als gevolg van de aanleg van de verbinding in het Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen geen knelpunt is voor het habitattype Stuifzandheide met struikhei en dat van significant negatieve effecten geen sprake is.
6.7
Samenvattende beoordeling en cumulatie
De effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van de aanlegwerkzaamheden voor de verbinding Tilburg Noord - Best is in de voorgaande paragrafen beoordeeld. Beoordeeld is of de kleine tijdelijke belasting ertoe kan leiden dat het instandhoudingsdoel voor habitattypen in gevaar komt of dat het behalen ervan, in geval de kwaliteit en/of omvang niet voldoet aan het instandhoudingsdoel, wordt belemmerd. In algemene zin geldt dat uit de voortoets blijkt dat de tijdelijke depositie ten gevolge van het project met zekerheid geen effect heeft. Dat betekent ook dat cumulatie in feite niet aan de orde is. Samengevat laat de analyse zien dat het project leidt tot een tijdelijke en zeer kleine depositie. Deze depositie is van dermate kleine omvang dat op zichzelf op voorhand een negatief effect is uitgesloten op grond van het gegeven dat deze ecologisch geen effect sorteert. Daarbij geldt tevens dat deze depositie binnen de natuurlijke variatie, de onzekerheden van de KDW’s en achtergronddeposities en het verspreidingsmodel valt. Tevens geldt dat de belasting optreedt in de situatie die al langdurig overbelast is en dat de belasting ten opzichte van deze overbelaste situatie of de KDW, dermate klein is dat deze tijdelijke belasting op voorhand met zekerheid niet tot een significant negatief effect leidt.
Tenslotte zijn er, afhankelijk van de kenmerken van het habitattype andere factoren die eveneens bijdragen aan de conclusie dat significant negatieve effecten met zekerheid zijn uit te sluiten. Cumulatie betreft het gelijktijdig optreden van effecten van andere projecten of activiteiten die al wel vergund zijn, maar nog niet zijn uitgevoerd. Cumulatie kan alleen plaatsvinden indien projecten of activiteiten in dezelfde periode als de werkzaamheden van de aanlegwerkzaamheden van de verbinding Tilburg Noord – Best zijn voorzien. Ongeacht dat op dit moment niet of nauwelijks vergunningen worden verstrekt sinds maar ook al voor de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake het PAS van 28 mei 2019, geldt dat de bijdrage van het project in combinatie met andere projecten of activiteiten op voorhand niet tot andere effecten zal leiden dan hiervoor geconcludeerd voor het project op zich omdat het project zelf al geen effect heeft. Een additionele toevoeging van andere projecten/activiteiten maakt de situatie niet anders en is ook niet van invloed op de uitgevoerde analyse en de conclusie die hieruit volgt dat de bijdrage ten gevolge van de aanlegwerkzaamheden er nooit toe kan leiden dat instandhoudingsdoelstellingen worden aangetast of niet meer of moeilijker kunnen worden behaald.
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
84 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
7
CONCLUSIE
Het aanleggen van de ondergrondse kabels tussen Tilburg Noord en Best leidt tot een zeer geringe en eenmalige stikstofdepositie ter plaatse van een aantal habitattypen en enkele leefgebieden in de Natura 2000-gebieden Kampina & Oisterwijkse Vennen en Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen. Uit de ecologische analyse komt op grond van objectieve gegevens naar voren dat significant negatieve effecten als gevolg van de tijdelijke en lage deposities op voorhand met zekerheid zijn uitgesloten. In beide Natura 2000-gebieden zijn significant negatieve effecten op grond van objectieve gegevens op voorhand uitgesloten op de natuurlijke kenmerken en de gestelde instandhoudingsdoelstellingen komen niet in het geding. Deze conclusie geldt ondanks dat de habitattypen gevoelig zijn voor stikstofdepositie en er sprake is van een overbelaste situatie. De bijdrage van het project heeft, gezien de tijdelijke aard en verwaarloosbare omvang, met zekerheid geen invloed op de huidige situatie of de mogelijkheden om een verbetering van de instandhouding te bereiken. Daarnaast is de tijdelijke en minimale hoeveelheid stikstof van maximaal 0,06 mol/ha/jaar veel kleiner dan de jaarlijkse fluctuatie die varieert tussen de 700 en 4.000 mol N/ha/jaar. Het kunnen behalen van de instandhoudingsdoelstellingen wordt derhalve ook niet beïnvloed door de bijdrage van het project.
Omdat het project zelf geen invloed of effect heeft, is cumulatie ook niet van toepassing.
Onze referentie: D10007153:41 - Datum: 12 mei 2020
85 van 91
VOORTOETS KABELVERBINDING TILBURG NOORD - BEST
BRONNEN Antea, 2020. Natuurtoets, Tracé Tilburg Noord – Best 150 kV, toetsing Wet natuurbescherming en NNN. Projectnummer 437981. Antea Oosterhout. Arcadis, 2011. Stikstof en zwavel in de grijze duinen, aanvullingen op het Arcadis‐rapport uit 2008 naar aanleiding van het StAB‐advies over de stikstofdepositie van de energiecentrales van NUON en RWE/ESSENT. Projectnummer B02042.000079.0100. 8 februari 2011. Bedford, B.L., Walbridhe, M.R., Aldous, A., 1999, Patterns in nutrient availability and plant diversity of temperate north American wetlands, Ecology 80 (7) Berdowski, J J M. 1987. The catastrophic death of Calluna vulgaris in Dutch heathland. Dissertatie Utrecht, 132 p. Berg, L. van den, R. Loeb en R. Bobbink, 2014: Mitigatie N-depositie Zeetoegang IJmond: inschatting stikstofafvoer door PAS-herstelmaatregelen. Dienst Landelijk Gebied, RWS West-Nederland Noord (Rapportnummer: 2014.08). Bobbink, R. & L.P.M. Lamers, 1999. Effects of increased nitrogen deposition. Air pollution and plant life 2nd edition (eds. J.N.B. Bell, M. Treshow), pp. 201-235. John Wiley & Sons, Ltd, Oxford. Bobbink R & Hettelingh JP, (eds.) 2011. Review and revision of empirical critical loads and dose-response relationships, Coordination Centre for Effects, National Institute for Public Health and the Environment (RIVM), www.rivm.nl/cce. Breemen, N. van, Burrough, P.A., Velthorst, E.J., Dobben, H.F.
van, Wit, T. de, Ridder, T.B. & Reijnders H.F.R. 1982. Soil acidification from atmospheric ammonium sulphate in forest canopy throughfall. Nature 299: 548-550. Caporn, S., Field, C., Payne, R., Dise, N., Britton, A., Emmett, B., Jones, L., Phoenix, G., S Power, S., Sheppard, L. & Stevens, C. 2016. Assessing the effects of small increments of atmospheric nitrogen deposition (above the critical load) on semi- natural habitats of conservation importance. Natural England. Clark, C.M. & D. Tilman 2008. Loss of plant species after chronic low-level nitrogen deposition to prairie grassland. Nature 451: 712-715. CLO, 2019. www.clo.nl/indicatoren/nl0189-vermestende-depositie Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen, 2017. Bemestingsadvies. Wageningen Livestock Research. http://www.bemestingsadvies.nl Dise, N.B. & R.F. Wright 1995. Nitrogen leaching from European forests in relation to nitrogen deposition. Forest Ecology and Management 71: 153-161. Dise, N.B, J.J. Rothwell, V. Gauci, C. van der Salm & W. de Vries 2009. Predicting dissolved inorganic nitrogen leaching in European forests using two independent databases. Science of the total Environment 407: 1798-1808. Dobben, H.F. van & A. van Hinsberg 2008. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en Natura 2000 typen. Alterra rapport 1654, Alterra, Wageningen UR, NL. Dobben, H.F.