CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-158 Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor één woning aan Haarendijk 8 te Haaren- bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing

RAAD 16 december 2021, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-158 Verklaring van geen bedenkingen Haarendijk 8 - aanvaard15.644 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het gevolg is dat het nemen van effectieve bedrijfsgerichte maatregelen nu nog niet mogelijk is. Binnen 2 km van het plangebied ligt op een afstand van ongeveer 900 meter een geitenhouderij aan de Belversestraat 10a (1022 geiten). Op basis van de “Handreiking veehouderij en volksgezondheid” kan een afweging worden gemaakt of sprake is van een gezond woon-, en leefklimaat. Handreiking veehouderij en volksgezondheid De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie 30 april 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of er sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico en of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen stuk voor stuk worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Het stappenplan is als bijlage aan de toelichting gevoegd. Stap 1 Endotoxine Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. De concentratie endotoxine in het plangebied voldoet aan de adviesnorm van 30 EU/m3. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Stap 2 Emissies De ontwikkeling betreft een nieuwe woning en leidt niet tot een toename van emissies van geur en/of fijnstof en/of ammoniak. Stap 3a Geur, toetsen aan aanvaardbaar woon-/leefklimaat a.d.h.v.

wettelijk kader De ontwikkeling vindt niet plaats in een gebied met een overbelaste geursituatie. Stap 3b Geur, toetsen aan aanvaardbaar woon-/ leefklimaat Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de geursituatie in het gebied. Stap 4a Meerdere diersoorten in één veehouderij Er zijn geen bedrijven met meer dan één diersoort. Stap 4b De afstand tussen een varkensbedrijf en pluimveebedrijf De afstand tussen het plangebied en de dichtstbijzijnde varkensbedrijf en pluimveebedrijf is groter dan 100 meter. Stap 5a, b en c De afstanden tot geitenhouderijen, pluimveehouderijen en overige veehouderijen

28

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Binnen een straal van 2 kilometer bevindt zich op 1.000 meter van het plangebied aan Belvertsestraat 10a één geitenhouderij. Binnen een straal van 1 kilometer bevinden zich geen pluimveehouderijen en voor overige veehouderijen ligt er binnen een afstand van 250 meter een bebouwde kom. Niet aan alle drie de punten van stap 5 wordt voldaan waardoor advies aan de GGD niet noodzakelijk is. Stap 6 Mestbewerking Er is in de nabijheid geen mestbewerking of verwerking. Stap 7 Ongerustheid over de volksgezondheid Er is in de omgeving geen ongerustheid over de volksgezondheid bij omwonenden. Uit voorgaande motivatie kan worden opgemaakt dat initiatiefnemer de met de onzekerheid samenhangende risico’s heeft gewogen en geaccepteerd heeft en deze aan eventuele (toekomstige) kopers zal meegeven. Advies van de GGD wordt daarom niet nodig wordt geacht. Overigens geldt dat met dit besluit wordt afgeweken van de regels dat louter op de verdieping gewoond mag worden. Voor het aspect gezondheid heeft dit geen relevantie.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

29

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1

Omgevingsvergunning

Voor dit project is een omgevingsvergunning nodig op basis van artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Omdat het project (de activiteit) in strijd is met het geldende bestemmingsplan vraagt de gemeente Oisterwijk om een ruimtelijke onderbouwing bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning aan te leveren. De ruimtelijke onderbouwing toont aan dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dit op basis van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo. Dit document vormt de ruimtelijke onderbouwing.

30

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1

Financiële haalbaarheid

Op grond van de Wet ruimtelijke ordening moet bij nieuwe ontwikkelingen tegelijk met een omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken een exploitatieplan worden vastgesteld. Een exploitatieplan hoeft niet te worden opgesteld als het kostenverhaal van de grondexploitatie anderszins verzekerd is. Aan deze omgevingsvergunning zijn voor de gemeente uit het oogpunt van exploitatie geen nadelige financiële gevolgen verbonden omdat de ontwikkeling in handen is van de eigenaar van de grond en opstallen. De kosten die gemoeid zijn met deze afwijkingsprocedure en eventuele kosten als gevolg van deze procedure worden via de leges op initiatiefnemer verhaald.

6.2

Maatschappelijke haalbaarheid

Op grond van artikel 6.18 Besluit omgevingsrecht juncto artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is overleg nodig met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het project in het geding zijn. Het ontwerpbesluit zal gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Tijdens deze termijn kunnen belanghebbenden hun zienswijze kenbaar maken.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

31

Bijlagen • • •

32

Stikstofberekening 16 juli 2021 Stroomschema en Standaardverantwoording Stappenplan Handreiking Veehouderij

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Creatief met leefomgeving Sterk in omgevingsrecht

AERIUS berekening “1 nieuwe woning” in Haaren Gemeente Haaren

www.burogkracht.nl

Almystraat 14 | 5061 PA Oisterwijk | 06 232 74 307 | info@burogkracht.nl | burogkracht.nl

16 juli 2021

Inleiding 1.1

Aanleiding

Te veel stikstofneerslag is slecht voor de natuur. Daarom is een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig voor activiteiten (bijvoorbeeld in de landbouw, woningbouw, wegenbouw of de industrie) waar stikstof bij vrij komt. Ook voor de bouw van 1 nieuwe woning is het nodig inzicht te krijgen in de stikstofdepositie op in de omgeving van het plangebied gelegen Natura-2000 gebieden. Om een zorgvuldige afweging te maken bij nieuwe activiteiten wordt AERIUS Calculator ingezet. Hiermee kunnen initiatiefnemers berekenen welke depositie een project veroorzaakt en op welke natuurgebieden die depositie neerslaat. Met het gebruik van AERIUS Calculator kunnen projecten doorgang vinden waar kan worden aangetoond dat een activiteit niet tot een toename van depositie leidt. Er is dan namelijk geen toestemming vereist voor het aspect stikstofdepositie. Daarnaast is het met AERIUS Calculator mogelijk om vergunningen aan te vragen op grond van intern salderen. Het projectgebied bevindt zich aan Haarendijk 8 in de bebouwde kom van Haaren. Op de locatie van het projectgebied is een bouwplan in voorbereiding dat de bouw van een nieuwe woning toestaat. Op dit moment is het perceel ook bebouwd. Deze berekening in het kader van besluitvorming gaat uit van een algemeen bouwproces met reeele aannames voor de inzet van materieel en bouwverkeer.

Om in deze fase de stikstofemissie en –depositie te onderzoeken en de haalbaarheid te bepalen is een berekening van verandering in stikstofemissie en –depositie vereist. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied, “Kampina & Oisterwijkse Vennen” is gelegen op circa 2.000 meter van het plangebied.

Ligging van het projectgebied t.o.v. Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen (geel vlak). 2

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

1.2

Samenvatting

Per 1 juli 2021 geldt op basis van het Besluut stikstofreductie en natuurverbetering een vrijstelling voor de tijdelijke stikstofemmissie als gevolg van de aanlegfase in de bouwsector. De berekening van de emissie als gevolg van de aanlegfase is om die reden niet uitgevoerd. Uit de AERIUS berekening blijkt dat de gebruiksfase geen toename van stikstofdepositie kent boven de 0,00mol/ha/jr. Gelet op de afstand van ca. 2,0 km tot aan het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied de Kampina & Oisterwijkse Vennen heeft de gebruiksfase geen significant negatief effect op dit Natura 2000gebied. De stikstofdepositie ter plaatse van het Natura-2000 gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen kent geen toename boven de 0,00 mol/ha/jr in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase.

1.3

Doelstelling rapport

Het doel van dit rapport is het inzichtelijk brengen van de eventuele effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Met berekeningen met behulp van de AERIUS-Calculator wordt getoetst of de drempelwaardes en/of grenswaardes van Natura 2000-gebieden overschreden wordt in 1) de aanlegfase en 2) de toekomstige situatie.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

3

Wet natuurbescherming 2.1

Natura 2000

De oude natuurwetgeving met ‘de Natuurbeschermingswet 1998’ en ‘de Flora- en Faunawet’ is per januari 2017 veranderd in de Wet natuurbescherming. Hieronder wordt de inhoud van de Wet natuurbescherming toegelicht. De bescherming van de ca. 164 Natura 2000-gebieden in Nederland blijft behouden in de Wet natuurbescherming. In Natura 2000-gebieden zijn de Europese richtlijnen van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote waarde is. Om deze natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland telt ruim 160 Natura 2000-gebieden, welke onderdeel uitmaken van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Aanwijzingsprocedure Natura 2000-gebieden worden formeel aangewezen. Per gebied is er een aanwijzingsdocument gemaakt door het ministerie met daarin: • Instandhoudingsdoelen; welke doelsoorten en habitats gaat het, en wat is de doelstelling ten aanzien van die soorten en/of habitats; • Begrenzing; welk areaal is beschermd. Beheerplannen Voor ieder gebied moet binnen drie jaar een beheerplan worden vastgesteld. In het beheerplan staat welke natuurwaarden er zijn of deze moeten worden beschermd en/of ontwikkeld. Er staat ook in hoe het gerealiseerd moet worden.

Verder wordt erin aangegeven welke externe facturen de instandhoudingsdoelen mogelijk negatief kunnen beïnvloeden. Deze beheerplannen worden vastgesteld door het Rijk of door de Provincie. Vergunning Voor de uitvoering van werkzaamheden welke mogelijk schade toebrengen aan een door Natuurbeschermingswet beschermd gebied, geldt dat deze acties in principe verboden zijn. Indien een groter maatschappelijk belang aanwezig is, dient er een vergunningsprocedure te worden doorlopen. Hierbij geldt de volgende regel: ‘activiteiten mogen in principe alleen worden uitgevoerd wanneer er geen significante schade aan beschermde natuurwaarde ontstaat’.

2.2

Wet stikstofreductie en natuurverbetering

Op 18 juni 2021 werd het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering in het Staatsblad gepubliceerd. De wet is op 1 juli 2021 in werking getreden. Binnen deze wet is de gedeeltelijke vrijstelling voor de bouwsector opgenomen. Hiermee is de tijdelijke fase van de aanleg- of bouw van woningen, utiliteiten, energieprojecten en activiteiten in de grond-, weg- en waterbouw en de sloop van bouwwerken vrijgesteld van vergunning voor de Wet Natuurbescherming. Het kabinet stelt dat de invloed op de stikstofdeken door de bouwsector circa 1,3% is. De activiteiten vinden steeds plaats op andere locaties en zijn tijdelijk van aard. Daarnaast bestaat het pakket aan natuur- en bronmaatregelen én de waarborging uit de Stikstofwet. Dit samen leidt er volgens het Kabinet toe dat het uitgesloten is dat het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden in gevaar komt. 4

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Belangrijke voorwaarden en maatregelen hierbij zijn; • de vrijstelling geldt alleen voor de tijdelijke bouw- en aanlegfase • algemene verplichting tot het beperken van emissies van stikstofverbindingen tijdens de bouwfase • emissiearme aanbestedingen door aanbestedende rijksdiensten • stimuleren van de aanschaf van emissiearm materieel in de bouw • bevorderen van kennis en innovatie via subsidies voor emissiearme concepten • eerste evaluatie in 2023 De AERIUS berekening voor de gebruiksfase blijft nog altijd verplicht. Voor deze permanente c.q. langdurige situatie dient nog altijd te worden vastgesteld of de voorgenomen activiteit tot significant negatieve effecten leidt op omliggende Natura 2000-gebieden.

2.3

AERIUS

De stikstofberekeningen zijn uitgevoerd met de meest actuele versie van AERIUS Calculator.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

5

Uitgangspunten AERIUS berekening 3.1

Aanlegfase

Per 1 juli 2021 geldt op basis van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering een vrijstelling voor de tijdelijke stikstofemmissie als gevolg van de aanlegfase in de bouwsector. Het project voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling. De aanlegfase is daarom geen onderdeel van de berekening.

3.2

Gebruiksfase

Om een goede beoordeling te maken van de stikstofdepositie als gevolg van de gebruiksfase is een vergelijking gemaakt tussen het huidige en toekomstige gebruik. Gebruiksfase huidig gebruik Uitgangspunten Het projectgebied wordt op dit moment ook gebruikt. Het bestaande gebruik leidt nu dus ook tot een stikstofdepositie. Omdat de berekening niet tot een stikstofdepositie heeft geleid die hoger is dan de drempelwaarde van 0,00 mol/ha/jaar is het niet nodig geweest om te salderen met de depositie als gevolg van het huidig gebruik.

Gebruiksfase toekomstig gebruik Uitgangspunten • Verkeersgeneratie van de nieuwe woning is licht verkeer, berekend op basis van de CROW rekenmodule, “parkeren en verkeersgeneratie”. • De toename aan verkeer is afkomstig van Driehoeven. • De woning is gasloos. Ingevoerde gegevens in AERIUS calculator: • Omdat de woning geen gasgestookte installatie bevat heeft deze geen stikstofuitstoot. • De toename aan licht verkeer komt op een totaal van 8 voertuigen per etmaal.

6

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Resultaten en conclusie Per 1 juli 2021 geldt op basis van het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering een vrijstelling voor de tijdelijke stikstofemmissie als gevolg van de aanlegfase in de bouwsector. De berekening van de emissie als gevolg van de aanlegfase is om die reden niet uitgevoerd. Uit de AERIUS berekening blijkt dat in de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger uitkomen dan 0,00 mol/ha/jr. Gelet op de afstand van ca. 2,0 km tot aan het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen heeft de aanlegfase geen significant negatief effect op het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen. De stikstofdepositie ter plaatse van het Natura-2000 gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen bedraagt 0,00 mol/ha/jr in de gebruiksfase.

Bronnen AERIUS calculator AERIUS Calculator is het rekeninstrument voor het bepalen van de emissie van stikstof uit een bron, de verspreiding door de lucht en de depositie op Natura 2000-gebieden. Geraadpleegd op 16 juli 2021 https://calculator.aerius.nl/calculator

Bijlage: •

AERIUS-berekening aanlegfase en toekomstig gebruik BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

7

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rmn9AMgiwJDB (16 juli 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

BuroGkracht VOF

Almystraat 14, 5061 pa Oisterwijk

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Nieuwe woning Haarendijk 8

Rmn9AMgiwJDB

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

16 juli 2021, 14:42

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

< 1 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Voortoets Haarendijk 8

Situatie 1

Rmn9AMgiwJDB (16 juli 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

verkeer gebruiksfase Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Rmn9AMgiwJDB (16 juli 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Situatie 1

verkeer gebruiksfase 144037, 401219 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

8,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Rmn9AMgiwJDB (16 juli 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

Rmn9AMgiwJDB (16 juli 2021) pagina 5/5

Bijlage 1: Stroomschema standaard verantwoording

Heeft uw gemeente vragen? m.vanderwielen@omwb.nl k.aarts@omwb.nl n.denhaan@omwb.nl

Start

Geen verantwoording

Niet gekleurde zone

Waar?

Grijze zone Invloedsgebied

Blauwe zone

Conserverend1

Standaard verantwoording2

Zone 30-200/750 m

Gele zone Zone tot 30 m

Aard van het plan?

Geen verantwoording

Niet gekleurde zone Ontwikkeling of wijziging

Grijze zone Invloedsgebied

Geldt een beperkte verantwoording op basis van het Bevt/Bevb én is sprake van zelfredzame personen?4

Waar?

Transportroute en/of buisleiding3

Blauwe zone Zone 30-200/750 m

Gele zone Zone tot 30 m

Van welke risicobron(nen) is de zone afkomstig?

Beviinrichting

Ja

Standaard verantwoording2

Nee

Maatwerk Verantwoording5

1: Een conserverend plan laat juridisch-planologisch geen nieuwe ontwikkelingen toe. Een beheersverordening behoort hier ook toe. Een conserverend bestemmingsplan waarin wijzigingsgebieden of uit te werken bestemmingen (opnieuw) worden vastgelegd, wordt beschouwd als een ontwikkeling/wijziging. Een legalisatie wordt ook beschouwd als een ontwikkeling/wijziging. 2: Bij een standaard verantwoording kan ook altijd het standaardadvies van de Veiligheidsregio worden toegepast. 3: Onder transportroute wordt verstaan: wegen (incl. gemeentelijke wegen), spoorwegen en waterwegen 4: I die beide age me ja bea dk e de , lg da ja . Z ie , lg da ee . Wat de toepassingsvereisten zijn bij een beperkte verantwoording staat verwoord in artikel 8, lid 2 van het Bevt en artikel 12, lid 3 van het Bevb. De motivering in hoeverre de beperkte verantwoording kan worden toegepast, dient te worden opgenomen in het ruimtelijk plan. Personen zijn zondermeer niet zelfredzaam wanneer sprake is van ziekenhuizen, basisscholen, kinderdagverblijven, peuterspeelzalen, bejaardentehuizen, verpleeg- en verzorgingstehuizen en gevangenissen. 5: De OMWB kan een dergelijke verantwoording voor uw gemeente opstellen of daarbij ondersteunen.

Standaard Verantwoording Groepsrisico 2019 Gemeente Oisterwijk

Opdrachtgever: Gemeente Oisterwijk Uitvoering K. Aarts, N. den Haan, M. van der Wielen, Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Datum Juli 2019

1

Inleiding Deze standaard verantwoording groepsrisico (voortaan: standaard verantwoording) is een h lpmiddel oor he ops ellen an de paragraaf e erne eiligheid in r im elijke plannen, waarvan de gronden liggen binnen het invloedsgebied van een risicobron. Een risicobron is een bron waar opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, zoals een Bevi-inrichting, buisleiding, spoor-, water- of autoweg. De s andaard eran oording geef een beschrij ing an de scenario s en de aspec en bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid en gaat op globale wijze in op het groepsrisico. Deze standaard verantwoording wordt toegepast voor Wro-besluiten en omgevingsvergunningen Wabo voor afwijken van bestemmingsplan of beheersverordeningen. De standaard verantwoording kan gebruikt worden om te voldoen aan artikel 13 van het Bevi1. Daarnaast kan deze standaard verantwoording toegepast worden als (beperkte) verantwoording op grond van artikel 7 en 8 van het Bevt2 en artikel 12 van het Bevb3. Voor een verantwoording van het groepsrisico dient de Veiligheidsregio (VR) in de gelegenheid te worden gesteld een advies uit te brengen. De VR geeft in bepaalde situaties een standaardadvies af. Voor de toepassingsmogelijkheden van dit standaardadvies wordt verwezen naar het advies van de VR d.d. 21 december 2018.

Een vuistregel is dat wanneer de standaard verantwoording kan worden toegepast, het standaardadvies van de VR tevens van kracht is. In dit document wordt: ƒ toegelicht wanneer de standaard verantwoording aan de orde is en hoe het gebruikt wordt; ƒ de standaard verantwoording voor de gemeente Oisterwijk gegeven. Toepassing standaard verantwoording In Wro-besluiten en omgevingsvergunningen Wabo voor afwijken van bestemmingsplan of beheersverordeningen (voortaan: ruimtelijk plan) wordt getoetst aan diverse milieuaspecten, waaronder externe veiligheid. Ieder ruimtelijk plan bestaat daarom uit een paragraaf externe veiligheid. De standaard verantwoording kan nooit de gehele paragraaf externe veiligheid vervangen. Een complete paragraaf bestaat naast de eventueel noodzakelijke verantwoording uit een beleidskader, beschrijving van de risicobronnen en (beperkt) kwetsbare objecten en een toetsing aan de relevante contouren (PR 10-6, plasbrandaandachtsgebieden en invloedsgebieden). Voor inzicht in deze contouren, wordt verwezen naar de risicokaart of EV-signaleringskaart. Voor de toepassingsmogelijkheden van de standaard verantwoording wordt verwezen naar het stroomschema, zoals opgenomen in bijlage 1. In dit stroomschema wordt een relatie gelegd met de kaar one indeling s andaard eran oording groepsrisico , die in bijlage 2 s aa .

Toelichting Stroomschema Het stroomschema maakt onderscheid tussen: 1. Conserverende en ontwikkelingsgerichte plannen: Conserverende plannen zijn bestemmingsplannen of beheersverordeningen waarin juridisch-planologisch geen nieuwe ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt. Een bestemmingsplan dat een wijzigingsbevoegdheid of uit te werken bestemming (opnieuw) vastlegt, wordt beschouwd als een ontwikkelingsgericht plan. Een uitbreiding van een

1

Besluit externe veiligheid inrichtingen Besluit externe veiligheid transportroutes 3 Besluit externe veiligheid buisleidingen 2

2

bestaande functie, functiewijziging of legalisatie wordt beschouwd als een ontwikkeling/wijziging. 2. Diverse zones. Deze zones zijn opgenomen op de kaart in bijlage 2 en omvat een: a. Niet gekleurde zone: wanneer het plangebied uitsluitend in dit gebied is gelegen, is een verantwoording niet benodigd. b. Grijze zone: deze gronden liggen binnen het invloedsgebied, maar buiten de bepalende zones voor het groepsrisico. Hier geldt daarom de standaardverantwoording. c. Blauwe zone: deze zone ligt tussen 30 en 200 meter van een transportroute4, buisleiding of categoriale inrichting en/of tussen 30 en 750 meter van een nietcategoriale Bevi-inrichting. Bij deze zone kan zowel de standaard- als maatwerkverantwoording van toepassing zijn. d. Gele zones: dit zijn de gebieden binnen 30 meter van een risicobron. Hiervoor geldt altijd een maatwerkadvies bij een ontwikkelingsgericht plan. Wanneer een ontwikkeling of wijziging binnen meerdere zones is gelegen, is de zone die het dichtst bij de risicobron gelegen is maatgevend. Naar rangorde van prioriteit is dat dus 1) geel, 2) blauw en 3) grijs. 3. Aard van de risicobronnen: Bij een ontwikkeling of wijziging die in een blauwe zone is gelegen wordt in het stroomschema de vraag gesteld om welke risicobron het gaat.

Indien sprake is van een zone afkomstig van een transportroute5 en/of buisleiding, dan geldt wanneer sprake is van een zogenaamde beperkte verantwoordingsplicht - de standaard verantwoording. Er zijn ook inrichtingen, die niet gerekend worden tot Bevi-inrichtingen, zoals sommige PGS15inrichtingen of civiele inrichtingen voor explosieven. Hiervoor gelden veiligheidszones die (beperkt) kwetsbare objecten uitsluiten, maar een verantwoording groepsrisico is niet aan de orde. Deze inrichtingen zijn derhalve niet opgenomen op de kaart in bijlage 2. Beperkte verantwoording De toepassingsvereisten van een beperkte verantwoording zijn opgenomen in artikel 8, lid 2 van het Bevt en artikel 12, lid 3 van het Bevb en artikel 8 van de Revb. De onderbouwing in hoeverre de beperkte verantwoording kan worden toegepast, dient opgenomen te worden in het ruimtelijk plan. Wanneer de beperkte verantwoording niet kan worden toegepast, dan is een maatwerkverantwoording nodig. Indien de beperkte verantwoording kan worden toegepast, dient aanvullend bepaald te worden of sprake is van zelfredzame personen. Bij de volgende functies is per definitie sprake van niet elfred ame personen en dien d s de pijl me nee ge olgd e orden: ƒ Ziekenhuizen; ƒ Basisscholen, kinderdagverblijven en peuterspeelzalen; ƒ Bejaardentehuizen, verpleeg- en verzorgingstehuizen; ƒ Gevangenissen.

4

Onder transportroute wordt verstaan: wegen (incl. gemeentelijke wegen), spoorwegen en waterwegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. 3

Uitkomsten Het stroomschema kan leiden tot 3 uitkomsten: Geen verantwoording

Standaard verantwoording

In dit geval is geen verantwoording nodig. In de paragraaf externe veiligheid volstaat een beschrijving van de relevante risicobronnen en de constatering dat het plan buiten de relevante contouren/invloedsgebieden ligt, waardoor een verantwoording groepsrisico niet noodzakelijk is. De standaardverantwoording kan worden toegepast. In het ruimtelijk plan wordt een beschrijving gegeven van de risicobronnen en relevante contouren/invloedsgebieden en wordt omschreven waarom de standaardverantwoording van kracht is. Aanbevolen wordt om in het ruimtelijk plan te beschrijven in hoeverre de voorgestelde maatregelen uit de standaard verantwoording, zoals afsluitbare mechanische ventilatie of risicocommunicatie, getroffen worden. Onderhavig document wordt toegevoegd als bijlage bij het ruimtelijk plan. Een nadere uitwerking van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid is niet nodig. Het standaardadvies van de Veiligheidsregio mag eveneens worden toegepast en is opgenomen als bijlage bij deze standaardverantwoording. De Veiligheidsregio hoeft in dit geval niet meer (als overlegpartner) te worden betrokken bij de planvorming.

Maatwerk Verantwoording

Toepassing van de standaardverantwoording is niet mogelijk. De inhoud van de maatwerkverantwoording is afhankelijk van de betreffende risicobron(nen). ƒ Bevi-inrichtingen: een maatwerkverantwoording conform artikel 13 van het Bevi; ƒ Transportroutes: een maatwerkverantwoording conform artikel 8, lid 1 van het Bevt; ƒ Buisleidingen: een maatwerkverantwoording conform artikel 12, lid 1 van het Bevb.

De aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid dienen bij een maatwerkverantwoording rekening ho dende me loca ie, f nc ie, gebo kenmerken ener ijds en rampscenario s ander ijds specifiek te worden uitgewerkt. Ook dient de Veiligheidsregio om advies te worden gevraagd (bij voorkeur vroegtijdig in het proces wanneer externe veiligheid een bepalende factor is) en dient het gegeven advies verwerkt te worden in het ruimtelijk plan, waarbij beschreven wordt in hoeverre de voorgestelde maatregelen worden getroffen. Vragen of een maatwerkverantwoording laten opstellen? Wanneer er twijfel bestaat over de toepassingsmogelijkheden van de standaard verantwoording kan contact worden opgenomen met de OMWB. Contactpersonen hiervoor zijn: ƒ Dhr. N. (Niels) den Haan (n.denhaan@omwb.nl); ƒ Dhr. K. (Kees) Aarts (k.aarts@omwb.nl); ƒ Dhr. M. (Martijn) van der Wielen (m.vanderwielen@omwb.nl). Ook voor toetsingen of het opstellen van een maatwerkverantwoording kunt u hen benaderen.

4

Standaard verantwoording Groepsrisico Het groepsrisico als gevolg van aanwezige risicovolle inrichtingen (met uitzondering van LPGtankstations) ligt in alle gevallen onder de oriëntatiewaarde. Belangrijke transportroutes voor gevaarlijke stoffen zijn de A58 en A65/N65. Op grond van het Basisnet zijn berekeningen uitgevoerd. Voor het traject van de A58 is sprake van een groepsrisico, waarvan de waarde lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Voor de A65 en alle gemeentelijke wegen geldt een waarde van het groepsrisico die lager is dan 0,1 x OW, tenzij sprake is van een personendichtheid van meer dan 100 personen per hectare. Binnen de kern Oisterwijk is het spoortraject Tilburg-Eindhoven gelegen. In 2014 is voor nieuwe ontwikkelingen op het KVL-terrein het groepsrisico berekend. In deze QRA is een waarde van 1,1 maal de oriëntatiewaarde voor de toekomstige situatie berekend. De binnen de gemeente Oisterwijk gelegen buisleidingen, die relevant zijn voor externe veiligheid, betreffen voornamelijk aardgasleidingen. De aardgasleidingen zijn met name gelegen in het buitengebied van de gemeente. De hogedruk aardgasleiding Z-520, voor zover gelegen in de bebouwde kom van Oisterwijk, is verwijderd en is daarmee geen relevante risicobron.

Aan de uiterste noordzijde van het gemeentelijke grondgebied zijn twee leidingen gelegen van de Rotterdam Rijn-Pijpleiding Organisatie met aardolie en nafta. Het invloedsgebied van beide leidingen is relatief klein en er geldt een lage bevolkingsdichtheid voor dit gebied. Derhalve is geen sprake van een significant groepsrisico. De oriëntatiewaarde wordt niet overschreden. Ten slotte bevinden zich meerdere leidingen in de zuidelijke gronden van het gemeentelijk grondgebied. Ook hier geldt dat vanwege een extensief bebouwingsbeeld, geen sprake is van een relevant groepsrisico. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van risicobronnen op dusdanige afstand dat de ruimtelijke ontwikkeling, ook indien sprake is van toename van het aantal aanwezigen, niet leidt tot een relevante toename van het groepsrisico. Bestrijding calamiteit en zelfredzaamheid Scenario s De scenario s aardoor he plangebied getroffen kan worden, is afhankelijk van de aanwezige risicobronnen. De mees oorkomende scenario s elke ich k nnen oordoen, ijn hier beschreven. Toxisch scenario Dit scenario is van toepassing bij een plangebied dat ligt binnen een giftig (toxisch) invloedsgebied: Er komt een wolk met giftige stoffen vrij die zich verspreidt in de omgeving. Deze kan ontstaan als gevolg van: een brand bij een inrichting met gevaarlijke stoffen (giftige verbrandingsproducten, rookwolk).

Een lek in een ammoniakkoelinstallatie (door uitdamping verspreiding in de omgeving). het lek raken van een container/tankwagen/etc. met gevaarlijke stoffen (door uitdamping verspreiding in de omgeving). Aanwezigen in het plangebied die worden blootgesteld aan de toxische wolk kunnen ernstige ge ondheidsschade oplopen en k e sbare groepen (longpa i n en) k nnen in he ors case scenario o erlijden. O erige ge olgen ijn irri a ie an de l ch egen en branderige ogen.

5

Plasbrand Een plasbrand ontstaat doordat een tank van een tankwagen of tankwagon openscheurt na bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor stroomt een groot deel van brandbare vloeistof (zoals benzine) in korte tijd uit. De brandbare vloeistof verspreidt zich over de grond. Ontsteking van de plas leidt tot een korte hevige brand. De effecten van een plasbrand zijn hittestraling en rook. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan. Hittestraling is in combinatie met de blootstellingsduur bepalend voor het slachtoffer- en schadebeeld. Dichtbij de bron kunnen personen overlijden en verder van de bron af kan het leiden tot (ernstige) brandwonden. Incident met brandbare gassen Dit scenario kan van toepassing zijn bij een plangebied dat ligt binnen de effectafstanden van een explosie: Een explosie kan optreden bij een LPG tankstation, bij een inrichting of bij het transport van onder druk vervoerd gas (weg en water). Door het instantaan falen, bijvoorbeeld als gevolg van een ongeluk, komt de inhoud spontaan en explosief vrij. De stof zal waarschijnlijk ontbranden wat eveneens voor schade zorgt. He ors -case scenario is da een ank door een e erne brand ord opge armd, aardoor de e door oplopende interne druk faalt. Hierdoor komt de inhoud onder zeer grote druk explosief vrij en ontbrandt direct.

De warmtestraling en overdruk in de omgeving is direct dodelijk zowel binnen als buiten gebouwen. Op grotere afstand zullen aanwezigen (brand)wonden oplopen. Daarnaast ontstaat schade aan gebouwen als gevolg van de druk. Fakkelbrand Dit scenario is van toepassing bij een plangebied dat ligt binnen de effectafstanden van een fakkelbrand. Dit scenario treedt op bij transportleidingen voor aardgas. Door een lekkage, scheur of volledige breuk van de buisleiding kan het aardgas vrijkomen en tot ontbranding worden gebracht door een ontstekingsbron in de nabijheid. Het vrijgekomen aardgas zal hierbij in brand vliegen wat gepaard gaat met een druk en hevige hitte ontwikkeling in de vorm van een fakkelbrand. Door de hitte kunnen personen overlijden en/of brandwonden oplopen. Mogelijk te treffen maatregelen ter verbetering van de zelfredzaamheid Afsluitbare mechanische ventilatie bij toxisch scenario De Veiligheidsregio adviseert in nieuwe bouwwerken een afsluitbare mechanische ventilatie toe te passen. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor de detaillering van gevels, ramen en kozijnen, zodat deze goed luchtdicht zijn uitgevoerd. De detaillering van gevels, ramen en kozijnen volgt uit het Bouwbesluit 2012. Belangrijk is het controleren van een juiste uitvoering hiervan tijdens de bouw.

Het toepassen van een afsluitbare mechanische ventilatie kan niet middels het Bouwbesluit worden afgedwongen. Om de toepassing hiervan te bevorderen wordt hierover actief gecommuniceerd met initiatiefnemers van bouwprojecten. Risicocommunicatie De Veiligheidsregio adviseert om actief te communiceren met gebruikers/bewoners van het in loedsgebied o er de risico s en mogelijk te nemen maatregelen. Dit vraagt om een actief beleid op het gebied van risico-communicatie. Op het gebied van risicobeheersing stelt de Veiligheidsregio in haar beleidsplan zich ten doel extra inspanningen te verrichten op het gebied van risicocommunica ie. Samen me de andere Braban se Veiligheidsregio s ord hier oor een plan ontwikkeld, waarbij gemeenten nadrukkelijk worden betrokken. De gemeente Oisterwijk heeft in het verleden een plan van aanpak Risicocommunicatie met een uitvoeringsplan vastgesteld. Daarnaast is een risicowijzer opgesteld en verspreid onder de werknemers en bewoners. De gemeente Oisterwijk communiceert via de website en incidenteel via twitter aan alle burgers, in algemene zin, over hoe te handelen bij calamiteiten.

6

Ontruimingsplan Het stimuleren van inrichtingshouders om aandacht te besteden aan hun ontruimingsplannen bij externe incidenten draagt bij aan een verhoging van de veiligheid. Instellingen en bedrijven zijn op grond van de Arbo-wet verplicht een risico-inventarisatie uit te voeren. Uit deze inventarisatie volgt of een BHV-organisatie ingesteld moet worden. Door de handhavers wordt hieraan structureel aandacht aan gegeven bij het uitvoeren van hun toezichtstaken. De Veiligheidsregio heeft in samenwerking met de gemeente Moerdijk een alerteringssysteem voor calamiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven ontwikkeld. De Veiligheidsregio past dit systeem (CBIS) inmiddels toe voor de gehele Veiligheidsregio. Toepassing van dit systeem zal bewustzijn van gevaren en communicatie bevorderen. Alle bedrijven binnen de gemeente kunnen zich inmiddels aanmelden voor dit systeem via de website: www.cbisbrabant.nl. De gemeente ondersteunt dit initiatief. Mogelijkheden voor de rampenbestrijding Toxisch scenario Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten.

Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. Plasbrand De brandweer kan eerste hulp verlenen bij redden van slachtoffers. De brandweer beheerst de brand door nathouden/koelen van de omgeving en ontstane branden in de omgeving worden geblust. Tweezijdige bereikbaarheid is belangrijk evenals aanwezigheid van bluswatervoorzieningen. Incident met brandbare gassen Noodzakelijk voor het voorkomen van een explosie is tijdige aankomst brandweer en bereikbaarheid van tankwagens of ketelwagons. Belangrijk is dat voldoende bluswatervoorzieningen aanwezig zijn en dat het gebied tweezijdig toegankelijk is. Fakkelbrand Mocht zich een voorval voordoen, dan is het van belang dat de hulpdiensten snel ter plaatse zijn met de juiste hulpmiddelen en blusmiddelen. De werkzaamheden van de brandweer zullen met name gericht zijn op het voorkomen van uitbreiding van de brand. De leidingbeheerder dient de toevoer van het gas af te sluiten bij een incident, er zijn dus geen mogelijkheden tot effectieve bronbestrijding.

Opkomsttijden In het geval van een incident in het plangebied is de brandweer binnen de bestuurlijke vastgestelde tijden aanwezig (zie overzicht opkomsttijden bijlage 3). Indien voor het plangebied of een deel ervan niet kan worden voldaan aan de vastgestelde tijden kunnen, aan de hand van de door de Veiligheidsregio ontwikkelde toolbox, maatregelen worden getroffen om de veiligheid te verhogen. Belangrijk hierbij is de informatievoorziening richting de gebruikers/bewoners van een gebied waar de opkomsttijden niet worden gehaald. Toepassing van de toolbox kan een middel zijn om de veiligheid, door zelfredzaamheid en bewustzijn van de gevaren, te verhogen. He doel an he projec Brand eilig Le en is om middels een al an ac ies en ac i i ei en een basis te leggen voor een duurzame brandveilige woonomgeving van de burgers van de betrokken gemeenten. Het algemene nut van de toolbox is het bieden van tools om brandgevaarlijke situaties te voorkomen en in geval van een brand, ook tijdig gealarmeerd te worden en te kunnen vluchten. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen maatregelen op korte termijn en maatregelen op lange termijn. Het is ten eerste belangrijk dat de burgers zich meer bewust worden van de oorzaken en 7

gevaren van brand. Bewustwording in de eerste stap in het proces om de brandveiligheid te verbeteren. Hierna is het van belang dat burgers de zelfredzaamheid bevorderen mocht er toch een brand ontstaan. WAS (Waarschuwings- en alarmeringsinstallatie) Binnen de bebouwde kom van de gemeente is de WAS-dekking veelal voldoende. Daarnaast is NLalert voor het gehele grondgebied operationeel via mobiele telefonienetwerk. Bluswatervoorziening Binnen de gemeente is een overzicht beschikbaar van de bluswatervoorziening. De Veiligheidsregio heeft deze (grote) bronnen geïnventariseerd. Op grond van het Bouwbesluit worden eisen gesteld aan benodigde bluswatervoorziening. Op verzoek van de Veiligheidsregio wordt, indien het plangebied een nieuw uitbreidingsplan, industrieterrein met Brzo-inrichtingen of een grootschalige ontwikkeling betreft, in dit kader advies gevraagd met betrekking tot bluswatervoorziening. Bereikbaarheid De gemeente heeft een hoofdwegenstructuur voor de brandweer vastgesteld. Deze hoofdwegenstructuur voldoet aan de eisen die de brandweer hieraan stelt. Mate van zelfredzaamheid van de aanwezigen De zelfredzaamheid van aanwezigen in het plangebied hangt van diverse factoren af. In onderstaande tabel is de zelfredzaamheid voor een aantal standaard functies beoordeeld.

Scenario

Toxisch (giftig)

Explosie

Gebouwtype

Woning Kantoor Detailhandel Bedrijf Bijzonder Kwetsbaar Woning Kantoor Detailhandel Bedrijf Bijzonder Kwetsbaar

Afwegingscriteria Fysieke Zelfstandig gesteldheid heid personen personen + + + + -

+ + + + -

Alarmeringsmogelijkheden personen en aanwezigen +/+ + +/+

+ + + + -

+ + + + -

+/+ + +/+

VluchtMogelijkheden Gebouw & omgeving + + + +/+

GevaarInschattingsmogelijkheden scenario +/+/+/+/+/-

+/+/+/+/+/-

+/+/+/+/+/-

Over het algemeen wordt geconcludeerd dat de zelfredzaamheid redelijk tot goed is. Voor bijzonder kwetsbare objecten waar verminderd zelfredzame personen aanwezig zijn (zoals kinderdagverblijf en zorginstelling) is de zelfredzaamheid beperkt. Eerder genoemde maatregelen en voorzieningen verbeteren de vlucht- en schuilmogelijkheden en daarmee ook de zelfredzaamheid van personen in het plangebied. Conclusie Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er personen in het plangebied worden bloo ges eld aan e erne eiligheidsrisico s, ook na he reffen an maa regelen. De besproken maatregelen dragen wel bij aan het verminderen van de gevolgen die zich voordoen bij één van de beschreven scenario s.

8

De Veiligheidsregio is voldoende ingericht om tijdig de noodzakelijke hulpverleningscapaciteit van de beschre en scenario s e le eren. Op basis an de bescho de scenario s en he gelijkblij ende groepsrisico ach de gemeen e he Wro- of Wabo-besluit verantwoord.

9

Bijlage 1: Stroomschema standaard verantwoording Bijlage 2: Kaart zone indeling standaard verantwoording Bijlage 3: Standaard advies Veiligheidsregio

10

11

Stappenplan 2.0 : Beoordeling of advisering vanuit de GGD door het OT geadviseerd wordt 1. Endotoxine (varkens-/pluimveehouderijen): Omgevingsdienst beoordeelt aan de hand van het endotoxine toetsingskader 1.0 dat de ontwikkeling NIET voldoet aan de endotoxine ‘richt-afstand’ tussen een

Ja

12

veehouderij en gevoelige bestemming. Het bevoegd gezag en ondernemer komen in een dialoog niet tot een goede oplossing om een beperking van de berekende endotoxine-afstand te realiseren. Overige bedrijven: ga verder naar stap 2. Nee 2. Emissies; de ontwikkeling leidt tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak. Een toename van geur, fijnstof en/of ammoniak (via vorming van secundair fijnstof) kan mogelijk leiden tot een negatief effect op de volksgezondheid.

Ja

Nee 3a. Geur, toetsen aan aanvaardbaar woon-/leefklimaat a.d.h.v. wettelijk kader I.

OPVRAGEN ADVIES GGD

de ontwikkeling valt onder de Wgv en Verordening ruimte

In de beoogde situatie wordt aan de geldende wet- en regelgeving voldaan, maar blijft er sprake van

Ja

een overbelaste situatie voor geur (voorgrond en/of achtergrond)

% geur-gehinderden 12% (woonkern) 20% (buitengebied) II.

Geurbelasting in concentratiegebied Voorgrond Achtergrond 3 5 OU/m 10 OU/m3 10 OU/m3 20 OU/m3

voor dieren zonder emissiefactor:

In de beoogde situatie wordt aan de geldende wet- en regelgeving voldaan, maar de afstand vanaf

Ja

de rand van een bedrijf tot de gevel van de dichtstbijzijnde gevoelige bestemming is kleiner dan 100 meter (in een kern), 50 meter (in het buitengebied) of de in het gemeentelijk beleid genoemde afstand. Nee 3b. Geur, toetsen aan aanvaardbaar woon-/leefklimaat a.d.h.v. gezondheidskundige advieswaarde I.

voor dieren met emissiefactor:

OPVRAGEN ADVIES GGD

de voor- en/of achtergrondgeurbelasting is hoger dan de odour-unit waarden uit het onderzoek van Geelen et al. (2015) (zie tabel op de volgende pagina).

Ja

11

Voor toelichting bij de verschillende stappen in dit stappenplan zie het hoofdstuk ‘Afwegingsaspecten’; vanaf pagina 15. Indien niet voldaan wordt aan het endotoxine-toetsingskader kan de gemeente een gesprek met de ondernemer aangaan, waarbij de GGD aanwezig kan zijn om nadere toelichting over gezondheid te geven 12

13

% geurgehinderden

Geurbelasting Voorgrond* 2 OU/m3 5 OU/m3

12% (woonkern) 20% (buitengebied) II.

Achtergrond 5 OU/m3 10 OU/m3

voor dieren zonder emissiefactor:

de afstand vanaf de rand van een bedrijf tot de gevel van de dichtstbijzijnde gevoelige bestemming

Ja

is kleiner dan 100 meter. Nee 4a. Binnen één veehouderij (1 adres of 1 ondernemer) worden bedrijfsmatig meerdere diersoorten

Ja

gehouden, namelijk: a) varkens en pluimvee; of b) rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten); of c) kleine herkauwers onderling.

Ja

4b. De afstand tussen de inrichtingsgrenzen van een varkensbedrijf en een pluimveebedrijf bedraagt in de nieuwe situatie minder dan 100 meter. Nee 5a. Geitenhouderij: binnen een afstand van 2 kilometer liggen woon- en verblijfsruimten van derden. 5b. Pluimveebedrijven: binnen een afstand van 1 kilometer liggen woon- en verblijfsruimten van derden.

Ja

5c. Overige veehouderijen: binnen een afstand van 250 meter ligt een bebouwde kom. OPVRAGEN ADVIES GGD

Nee 6. Er is sprake van mestbe- of ververwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit.

Ja

Nee 7. Bij omwonenden is sprake van ongerustheid over de volksgezondheid;

Ja

Dit blijkt uit de gevoerde dialoog en/of de klachtenregistratie van de omgevingsdienst/gemeente. Nee Advisering door GGD wordt niet geadviseerd Bevoegd gezag vraagt GGD advies aan. Hierbij wordt het door of namens de inrichtinghouder ingevulde 'Ontvankelijkheid voor gezondheidstoets' (bijlage 1) meegeleverd. Het bevoegd gezag neemt het advies van de GGD mee in haar overwegingen of medewerking kan worden verleend aan een ontwikkeling en of zo nodig extra voorschriften moeten worden opgenomen.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10760443/1