21-149 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan buitengebied herziening 2020- toelichting- bijlage
Tekst van het document
Om verwarring te voorkomen is uit het VAB-beleid de bepaling over het indienen van een verzoek om herziening van het bestemmingsplan geschrapt. Deze bepaling is nu geïntegreerd in de actualisatie en daarmee overbodig. Wijziging: Geen. B. Huisvesting seizoenwerknemers Sinds een aantal jaren zijn voor buitenlandse werknemers de mogelijkheden verruimd om bijvoorbeeld in Nederland tijdelijk arbeid te verrichten. Binnen de gemeenten worden deze werknemers ingezet in met name de landbouw en in productiebedrijven. Voor de huisvesting van de tijdelijke werknemers worden mogelijkheden opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied. Het ontwerp bestemmingsplan maakt met de afwijkingsmogelijkheid tijdelijke huisvesting van seizoenwerknemers mogelijk voor een periode van 9 maanden. De motivering voor de verruiming van deze termijn van 6 naar 9 maanden ontbreekt. Daarnaast is in de bestemmingsregels een maximale oppervlakte opgenomen van 300m2. De SNF norm voor de huisvesting voor seizoenwerknemers bedraagt 12m2 per werknemer. Dat betekent, dat per bedrijf 25 seizoenwerknemers tijdelijk (gedurende 9 maanden) kunnen worden gehuisvest. Wij achten dit grote aantal seizoenmedewerkers per bedrijf en de grote oppervlakte aan huisvestingsmogelijkheden (zelfs in stacaravans) niet wenselijk.
Bovendien ontbreekt in de afwijkingsregels een ruimtelijk afwegingskader tot de milieuhygiënische aspecten als veiligheid, verkeersaantrekkende werking en parkeren. Tot slot achten wij de kwaliteit van de woon- en leefomgeving van de seizoenmedewerkers zeer belangrijk. Daarom stellen wij voor een verwijzing naar de SNF norm in de afwijkingsregels op te nemen. afwijkingsregeling is geen onderdeel van de bestemmingsplanherziening. Wel is een verruiming van de termijn van 6 De naar 9 maanden onderdeel van de bestemmingsplanherziening. In de toelichting van het bestemmingsplan is de motivering aangehaalde daarbij omschreven. Wijziging:
Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 72
Geen. C. Bijgebouwen bij recreatiewoningen In het ontwerp is bij recreatiewoningen een maatvoering van 30 m2 aan bijbehorende bouwwerken opgenomen. De oppervlakte is daarbij gewijzigd van 6m2 naar 30m2. Een dergelijke maatvoering staat niet in verhouding tot de maatvoering van een recreatiewoning. Bij de bestemming 'Recreatiewoning 2' is de oppervlakte van de woning maximaal 60 m2. Een dergelijk groot bijgebouw is voor een recreatiewoning van deze omvang niet wenselijk. De gemeente Vught hanteert in haar bestemmingsplan 'Buitengebied 2011' voor bijbehorende bouwwerken bij recreatiewoningen de maximale oppervlakte van 6m2. Dit achten wij een reële oppervlakte voor een bijbehorend bijgebouw bij een recreatiewoning. Daarom verzoeken wij de oppervlakte van 6m2 conform het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Haaren, correctieve herziening' te handhaven. Deze bepaling komt voort uit de bestuursopdracht die in 2018 al met ontvangende gemeenten is gedeeld. Wijziging: Geen. D. Gemengde bestemming Het ontwerp bestemmingsplan bevat twee bestemmingen 'Gemengd 1' en 'Gemengd 2'. Binnen deze bestemmingen bestaat de mogelijkheid om onderling van functie te wisselen. Dat betekent dat het rechtstreeks mogelijk is om een kantoor te wijzigen in horeca of in drie recreatiewoningen. Ook kan wonen worden gewijzigd in een agrarisch technisch hulpbedrijf of agrarisch verwant bedrijf.
Dit zijn zeer verschillende functies met verschillende ruimtelijke impact. Een ruimtelijk afwegingskader ontbreekt ten aanzien van de milieuhygiënische aspecten, veiligheid, verkeersaantrekkende werking en het parkeren. Dat is onwenselijk. De aangehaalde bestemmingen met daarbij behorende gebruiksmogelijkheden zijn onderdeel van het vigerende bestemmingsplan en vormen geen onderdeel van de bestemmingsplanherziening. Daarnaast zijn deze bestemmingen enkel van toepassing op specifiek benoemde locaties. Wijziging: Geen. E. Splitsing langgevelboerderij Met toepassing van de afwijkingsmogelijkheid kan een langgevelboerderij worden gesplitst in twee wooneenheden. Deze langgevelboerderij hoeft niet cultuurhistorisch waardevol te zijn en er is geen minimale inhoud aan gekoppeld. Wij achten dit onwenselijk. Door het niet opnemen van de voorwaarde dat sprake moet zijn van een cultuurhistorisch waardevol pand kan elke langgevelboerderij gesplitst worden in twee woningen. Dit is in strijd met de regels van de interim omgevingsverordening Noord-Brabant, waarin is opgenomen dat dit uitsluitend is toegestaan bij cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. De aangehaalde afwijkingsregeling is geen onderdeel van de bestemmingsplanherziening. Overigens moet het object behoren tot de hallenhuisgroep (zie begripsbepaling) waarmee gemeente minder ruimte biedt dan de provincie toelaatbaar acht.
Wijziging: Geen. F. Inhoud woning In het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat de inhoud van een woning 750m3 mag worden. In het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Haaren, correctieve herziening' is de inhoud gelijk aan die uit het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011' van de gemeente Vught. Deze inhoud bedraagt 600 m3. De regeling geldt zowel voor nieuwe als bestaande woningen. Door de beoogde verruiming van de inhoud van de woning wordt er een afwijking van het beleid in de gemeente Vught gecreëerd hetgeen leidt tot rechtsongelijkheid tussen inwoners van Vught, Cromvoirt en Helvoirt. Deze bepaling komt voort uit de bestuursopdracht die in 2018 al met ontvangende gemeenten is gedeeld.
Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 73
Wijziging: Geen. G. Afwijken van oppervlakte en hoogte bijbehorende bouwwerken (woonbestemming) Binnen de woonbestemming is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om bijbehorende bouwwerken te verhogen naar 8 meter. De gemeente Vught hanteert een maximale hoogte van bijgebouwen van 5 meter. Daarvan kan met de 10% regeling worden afgeweken tot een hoogte van 5,5 meter. Ondanks dat er sprake moet zijn van een zorgvuldige landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing heeft verhoging van de nokhoogte naar 8 meter ruimtelijk gezien te veel impact op de omgeving. De voorwaarde ontbreekt namelijk dat moet worden voldaan aan een goed woon- en leefklimaat. Binnen de woonbestemming is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om de oppervlakte aan bijbehorende bijgebouwen te verhogen naar 200m2. De sloopbonusregeling die hieraan gekoppeld was in het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Haaren, correctieve herziening', is geschrapt. Gelet hierop vinden wij deze verruiming niet wenselijk, omdat hierdoor de verstening in het buitengebied toeneemt. Deze bepaling komt voort uit de bestuursopdracht die in 2018 al met ontvangende gemeenten is gedeeld. Daarnaast mag de bebouwing uitsluitend binnen het bestaande bouwvlak plaatsvinden er ontstaan dus geen nieuwe bouwrechten buiten alle bestaande bouwvlakken. Wijziging: Geen. 1.
Plattelandswoning In het bestemrningplan is een regeling opgenomen die het mogelijk maakt om middels een afwijkingsprocedure een agrarische bedrijfswoning om te zetten naar een plattelandswoning. Deze keuze begrijpen wij. Echter, wij zijn het niet eens met de juridische afbakening van het begrip plattelandswoning. Ook een plattelandswoning moet naar onze mening worden bewoond door niet meer dan één afzonderlijk huishouden. Met de huidige definitie kan het voorkomen dat er arbeidsmigranten dan wel kamerverhuur gaat plaatsvinden. Er is in de huidige regeling geborgd dat ook een plattelandswoning bewoond mag worden door niet meer dan één afzonderlijk huishouden, doordat in de begripsbepaling is opgenomen dat een plattelandswoning een woning betreft. Wijziging: Geen. J. Wijzigingsbevoegdheid naar intensieve veehouderij In het ontwerpbestemmingsplan is de mogelijkheid opgenomen om een reguliere agrarische bestemming te wijzigen naar intensieve veehouderij. Weliswaar zijn aan deze wijzigingsbevoegdheid voorwaarden verbonden, maar wij vinden dit strijdig met een goede ruimtelijke ordening. Dit is een dusdanig grote ontwikkeling waarbij altijd maatwerk noodzakelijk is, waardoor het niet wenselijk is om dit soort ontwikkelingen middels een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingplan te regelen. Dit brengt daarnaast voor de omwonenden veel onzekerheid met zich mee.
De aangehaalde wijzigingsbevoegdheid maakt al onderdeel uit van het vigerende bestemmingsplan en is geen onderdeel van deze bestemmingsplanherziening. Wijziging: Geen. F. Beroep of bedrijf aan huis bij agrarische bestemmingen Bij agrarische bedrijven is met de afwijkingsmogelijkheid een bedrijf en beroep aan huis mogelijk tot een maximale oppervlakte van 200m2. Deze oppervlakte van 200 m2 achten wij erg ruim. De gemeente Vught hanteert een maximale oppervlakte voor een bedrijf en beroep aan huis van 50m2. Het gaat namelijk niet om functies die een relatie hebben met het agrarisch bedrijf. Naast dit bedrijf en beroep aan huis kunnen ook nog nevenactiviteiten plaatsvinden tot maximaal 1000m2. In de regels ontbreekt, dat nevenfuncties door de eigenaar/ bewoner moeten worden uitgeoefend. Dit kan leiden tot meerdere bedrijven op een bouwperceel.
Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 74
De afwijkingsbevoedheid voor bedrijf en beroep aan huis binnen de agrarische bestemming komt voort uit de bestuursopdracht die in 2018 al met ontvangende gemeenten is gedeeld. De regeling voor nevenfuncties is onderdeel van het vigerende bestemmingsplan en maakt geen deel uit van deze bestemmingsplanherziening. Wijziging: Geen . B. Nevenfuncties bij agrarische bestemming Binnen de agrarische bestemmingen zijn met afwijkingsmogelijkheid binnen de bestaande bebouwing nevenfuncties toegestaan met een maximale oppervlakte van 1000m2. Het is ons bekend dat agrarische bedrijven door de lagere opbrengstprijzen onvoldoende gezinsinkomen halen uit hun bedrijf. Door deze veranderingen in de agrarische sector worden de agrarische ondernemers gedwongen op zoek te gaan naar extra bedrijfsinkomsten. Meer agrarische bedrijven zijn genoodzaakt hun primaire productie te combineren met een nevenactiviteit. Het is echter van belang om goed zicht te hebben op de effecten van deze nevenactiviteiten op de omgevingskwaliteit. Wij zijn van mening, dat bij een maximale omvang van de nevenactiviteiten tot 1000m2 geen sprake meer kan zijn van een ondergeschikte activiteit bij de hoofdfunctie. Bovendien ontbreekt een ruimtelijk afwegingskader met betrekking tot de milieuhygiënische aspecten als geluid, veiligheid en milieucategorie.
De regeling voor nevenfuncties is onderdeel van het vigerende bestemmingsplan en maakt geen deel uit van deze bestemmingsplanherziening. Wijziging: Geen. C. Rijhallen Binnen de agrarische bestemmingen zijn met afwijkingsmogelijkheid ten behoeve van een paardenfokkerij of de aanduiding Paardenhouderij rijhallen toegestaan met een maximale oppervlakte van 1200m2 en een maximale hoogte van 12 meter. De toevoeging van rijhallen met een dergelijke omvang heeft een grote ruimtelijke impact en werkt verstening van het buitengebied in de hand. Dit achten wij in strijd met het zorgvuldig ruimtegebruik. Bovendien ontbreekt een ruimtelijk afwegingskader met betrekking tot het gebruik, de milieuhygiënische aspecten, de verkeersaantrekkende werking en het parkeren. De afwijkingsbevoegdheid voor rijhallen is onderdeel van het vigerende bestemmingsplan en maakt geen deel uit van deze bestemmingsplanherziening. Wijziging: Geen. A. Bouwwerken ten behoeve van waterhuishouding In de agrarische bestemmingen is het rechtstreeks mogelijk om bouwwerken ten behoeve van waterhuishouding op te richten. Bij deze bepaling ontbreken de bouwregels, zodat niet duidelijk is wat de maximale hoogte en oppervlakte mag zijn. Hiervoor gelden de algemene bouwregels binnen de bestemming agrarisch, dus dat er sprake dient te zijn van een bouwwerk geen gebouw zijnde met een hoogte van maximaal 10 meter.
Wijziging: Geen. B. Wijziging aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de agrarische bestemming zonder de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' te wijzigen in de bestemming Agrarisch met aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij', voor zover de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of diens rechtsopvolger deze wijziging toestaat. Aan deze wijzigingsbevoegdheid zijn geen voorwaarden verbonden, wat het mogelijk maakt om veehouderij op het bouwperceel te vestigen. Dit brengt voor de omgeving veel onzekerheid mee.
Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 75
Op grond van het vigerende bestemmingsplan was op alle agrarische bouwvlakken rechtstreeks een veehouderij toegestaan. Met deze nieuwe bepaling wordt geborgd dat een veehouderij zich uitsluitend kan vestigen indien aan de provinciale voorwaarden hiervoor wordt voldaan. Wijziging: Geen . Overige informatie Tenslotte merken wij op dat het proces om te komen tot het bestemmingsplan niet geheel volgens onze verwachting is verlopen. Onze inspraakreacties zijn slechts kort beantwoord. Uit uw reactie is gebleken, dat slechts op enkele punten een aanpassing van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden. De cruciale onderdelen (w.o. het VAB beleid) zijn ongewijzigd gebleven. Daarin missen wij de intentie om zoveel mogelijk tot harmonisatie van beleid te komen. Bovendien zijn in het ontwerp bestemmingsplan regels toegevoegd, die in het voorontwerp niet voorkwamen. Wij moeten daarom vaststellen dat het ontwerp bestemmingsplan de verschillen met ons beleid vergroot. Juist nu het integratieproces op een constructieve manier steeds meer vorm krijgt in de dagelijkse organisatie werd verwacht dat het bestemmingsplan zou leiden tot een verdergaande harmonisatie van het beleid. In oktober 2018 hebben we alle ontvangende gemeenten een procesvoorstel voor de actualisatie van dit bestemmingsplan voorgelegd met de uitnodiging daarin mee te denken.
Bovendien is in het proces om te komen tot de in- en ontvlechtingslijst meerdere malen met elkaar besproken hoe om te gaan met majeure projecten waaronder herziening van het bestemmingsplan Buitengebied. Wij begrijpen dus niet waar de verwachtingen op gebaseerd zijn dat harmonisatie een gezamenlijk doel zou zijn. Dat zou niet alleen onmogelijk zijn geweest, het zou dan moeten aansluiten bij de vele verschillende bestemminsplannen van de ontvangende gemeenten, maar het is ook niet bestuurlijk afgesproken. Het gemeentebestuur van Haaren is daarover in het kader van de in- ontvlechtingslijst helder geweest en ook de Wet Ahri biedt daartoe geen ruimte omdat dat doel en die werkwijze democratisch niet gelegitimeerd zijn. Wijziging: Geen .
Zienswijze 41. Verzoek uitstel voor aanvullen zienswijze Er is de mgelijkheid geboden tot aanvulling zienswijze tot uiterlijk 11 augustus. Wijziging: Geen. Wij hebben kennis genomen van hetgeen namens de gemeente Boxtel aan zienswijzen naar voren is gebracht en kunnen daar in grote lijnen mee instemmen. Wij lassen deze zienswijze hierbij in als onderdeel van onze zienswijze. Zij onder de toevoeging het dat wij hierbij het hele buitengebied van uw gemeente hierbij op het oog hebben. Zie voor de beantwoording van de zienswijze van de gemeente Boxtel zienswijze nummer 18. Wijziging: Geen. Wij kunnen ons verder niet verenigen met de louter agrarische bestemming die sommige ruimten hebben gekregen. Dit impliceert immers dat er naast de agrarische gebruikswaarde de betreffende gronden geen andere betekenis zou toekomen. Dat is echter zeker niet het geval. De betreffende gronden zijn in een hoge mate verweven met andere agrarische gronden die wel een natuur of landschapsbetekenis hebben gekregen. Het buitengebied is geen verzameling losstaande elementen maar maken onderdeel uit van een samenhangend ruimtelijk geheel.
De louter agrarische bestemmingen vormen daarbinnen een bedreiging van die samenhang en daaraan verbonden kwaliteit .De reeds plaats gevonden hebbende landschappelijk/ruimtelijke kwalteitsdegradatie maakt dat er een grote behoefte en noodzaak bestaat tot rehabilitatie van het buitengebied. De agrarische bestemmingen staan dat in de weg omdat ze landschaposontwikkeling kunnen blokkeren. Bovendien laten ze ongewenst ontwikkelingen Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 76
door intensivering en schaalvergroting van de bedrijfsvoering. ( op bijlage zal op een kaartje nader aangegeven worden welke gronden dit betreft). De agrarische bestemmingen zijn afkomstig uit het vigerend bestemmingsplan en daarover heeft toen een uitgebreide belangenafweging plaatsgevonden. Deze bestemmingen maken geen onderdeel uit van deze bestemmingsplanherziening. Wijziging: Geen. In dit verband brengen specifiek de zone ten oosten van de kom van Esch onder uw aandacht.Het gaat hier om een oude beekdalrestant van de Esschestroom met zeer hoge natuurontwikkelingspo-tenties op grond van de abiotische kenmerken zoals de bodemkenmerken en laag relief. Datzelfde geldt ook voor de dalflank van de Ruysbroekse loop t.p.v. het Helvoirtsbroek die geheel versteend dreigt te raken met grootschalige bedrijfsgebouwen. Dit doet ernstig afbreuk aan de ecologische en landschappelijke betekenis van de dalflank. Hiermee samenhangend zijn de beekdalen van de Esschestroom en overige waterlopen. We verwijzen hierbij naar onze studie uit 2011: Buitengebied Haaren onderzoek gebiedswaarden welke wij u al eerder bij twee gelegenheden hebben toegezonden en nu voor de derde maal opnieuw inbrengen.( bijlage 1 ).Beekdalen vormen een geheel eigen categorie als belangrijke dragers van de landschapsstructuur en zijn bijzonder kwetsbaar voor aantasting en verstoring.
Met name de waterlopen met eigen dalreliëf zijn tot nu toe sterk ondergewaardeerd gebleven en ontberen de waardering en adequate bescherming die ze verdienen. zoals hiervoor al is aangehaald. Dit blijkt ook uit de gebiedsaanduidingen als boomteeltgebied die tot tegen de waterlopen zijn aangeduid en de weg opent om die dalen boomteelt te bedrijven. De beek en waterloop (dalen) dienen daarom als een aparte bestemmingscategorie te worden opgenomen met specifiek daarop afgestemde regelgeving die het behoud en herstel ervan veilig stellen. De gebiedsbestemmingen zijn afkomstig uit het vigerend bestemmingsplan en daarover heeft toen een uitgebreide belangenafweging plaatsgevonden. Juist in de beekdalen vindt extra bescherming plaats van de aanwezige natuur- en landschapswaarden. Deze bestemmingen maken geen onderdeel uit van deze bestemmingsplanherziening. Wijziging: Geen. In de plantoelichting wordt alleen gerefereerd aan het provinciale beleid dat echter alleen waarden van provinciale betekenis weergeeft en bovendien ook nog behoorlijk inaccuraat is. Bij een bestemmingsplan dienen echter vooral de gebiedswaarden van gemeentelijke betekenis betrokken te worden. We missen echter elk onderzoek daarnaar. Dit sluit een zorgvuldige planvoorbereiding uit.
In het vigerende bestemmingsplan heeft een uitgebreide afweging plaatsgevonden over de aanwezige waarden en de daarbij passende bescherming. Met deze bestemmingsplanherziening blijft de huidige bescherming van de aanwezige waarden in stand. Wijziging: Geen. Wij vinden die aanduidingen tot boomteeltgebied onvoldoende gemotiveerd omdat er geen evenwichtige belangenafweging aan ten grondslag ligt. De nadelen van de intensieve en grootschalige boomteelt in landschappelijke en bodemkundig opzicht worden nergens aan de orde gesteld en het plan ontbeert ook de visie en de wil om daar in de toekomst iets aan te willen doen. Het is ook verhullend dat boomteelt verscholen wordt achter een agrarische bestemming waardoor ook op de plankaart per kavel gezocht moet worden naar waar boomteeltbedrijvigheid plaats vind. Een algeheel overzicht om de boomteeltstuctuur in beeld te brengen en zo beter de impact op het buitengebied te kunnen beoordelen ontbreekt ten onrechte. Bijzondere aandacht dient ook uit te gaan naar de Belverse akker. Deze wordt nu alleen aan de akkerzijde beschermt terwijl de overgangszone aan de overzijde van de ringweg om de akker het nu met ‘overige zone-gemengd landelijk gebied ‘ moet doen. Dit miskent dat
Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 77
die zone integraal onderdeel uitmaakt van het akkercomplex en dus alleen al om die reden een grote cultuurhistorische betekenis toekomt. Deze zone dreigt nu op enkele plaatsen dicht te slibben door zeer grootschalige complexen die niet passen in de kleinschalige karakteristiek van Midden Brabant.
Het boomteeltontwikkelingsgebied is onderdeel van het vigerend bestemmingsplan en is destijds tot stand gekomen op basis van een uitgebreide boomteeltvisie waarin alle belangen zijn afgewogen en waarover uitgebreid overleg heeft plaatsgevonden tussen de boomtelers en natuurbeschermingsorganisaties. Juist de bescherming van de Belverse Akkers was een belangrijk aandachtspunt hierbij. Deze bestemmingen en de daarbij overeengekomen bescherming zijn onderdeel van het vigerende bestemmingsplan en wijzigen niet met deze bestemmingsplanherziening. Wijziging: Geen. Voor een aantal van de bijlagen is niet duidelijk wat er mee beoogd wordt omdat het louter een tekening betreft zonder toelichtende tekst. In zoverre de bijlagen refereren aan mogelijk gemaakte nieuwbouw of uitbreidingen, in dit bestemmingsplan dan is hier de ingelaste zienswijze van toepassing. Verder zal in het kort op enkele gevallen nader worden ingegaan om welke reden wij mogelijke uitbreidingen ongewenst achten. Holleneind 23 kasuitbreiding. te grootschalig ,heeft negatieve invloed op omgevingskwaliteit in al toch sterk verrommelde en versteende /verglaasde omgeving. Gever 6. nieuwe grote hal bij Ruysbroekloop. Bestaande bebouwingsdruk op de waterloop is al hoog. Sterke toename ervan door geplande grote hal. Indien in strijd met vigerend bestemmingsplan achten wij een uitbreiding bezwaarlijk .
In alle geval een ter zake doende rehabilitatie van de loop en dal voorschrijven indien het toch tot bebouwing komt. Gijzel 42. Onbegrijpelijke verbeelding. Oisterwijkseweg zeer grootschalige teeltondersteunende voorzieningen. op een nu nog ruim en open perceel. Dreigende landschappelijk/ruimtelijke kwaliteitsaantasting in een al sterk verrommeld gebied. Berktweg 10 uitbreiding containervelden draagt bij tot verdere verstening van het buitengebied. Heesakker 1 a –indien geen nieuwe bouwkavel,geen bezwaar De genoemde zaken betreffen onherroepelijke vigerende wijzigingsplannen die nu zijn overgenomen in het bestemmingsplan. De daadwerkelijke wijziging is dus al vigerend en daaraan wordt met deze bestemmingsplanherziening niets gewijzigd. Wijziging: Geen.
Zienswijze 42. Op de verbeelding is de zone “overige zone - cultuurhistorisch vlak” opgenomen. In dit vlak zijn nu ook de bestemmingsvlakken opgenomen. Dit is een verandering ten opzichte van het huidig bestemmingsplan waar het bestemmingsvlak niet is opgenomen in de aanduiding “Cultuurhistorische waardevolle akker”. Ik begrijp dat dit conform het provinciaal beleid is. In de beantwoording van de inspraakreactie geeft u aan “Bestaande rechten worden niet aangetast”, maar in de voorwaardelijke verplichting, artikel 41.11.2. is opgenomen dat omgevingsvergunningen slechts verleend kan worden indien de verwachten gevolgen geen onevenredige schade aanrichten aan de wezenlijke cultuurhistorische waarden en kenmerken van het betreffende gebied. Naar mijn inzien is dit NIET dat de bestaande rechten worden gerespecteerd. Ik zie graag dat de bouwactiviteiten binnen ons bestemmingsvlak uitgezonderd worden voor de regeling. De bepaling in artikel 41.11.2 beperkt de bestaande bouwrechten. Het artikel wordt gewijzigd. Wijziging: Artikel 41.11.2 wordt als volgt gewijzigd: "a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, kan slechts worden verleend indien de verwachten gevolgen geen onevenredige schade aanrichten Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag.
78
aan de wezenlijke cultuurhistorische waarden en kenmerken van het betreffende gebied, zoals opgenomen in de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. b. Het bepaalde onder a geldt niet voor het bouwen van bouwwerken binnen een bouwvlak. c. Het bepaalde onder a geldt niet voor het bouwen van bouwwerken op een bouwperceel binnen een bestemmingsvlak waar geen sprake is van een bouwvlak.
Zienswijze 43. We vragen u om binnen de recreatie bestemming ook ruimere mogelijkheden voor statische opslag in bestaande bebouwing 1000 m2, verbrede landbouw (zorg- en op kinderboerderijen en educatie) 1000 m2, huisverkoop, en ondersteunende horeca tot 200 m2. Dit in overeenstemming met de nevenfuncties bij agrarische bedrijven. In de vastgestelde uitgangspunten is uitsluitend een verruiming vermeld om de transitie van veehouderij te ondersteunen. Wijziging: Geen. Op de verbeelding is de zone “overige zone - cultuurhistorisch vlak” opgenomen. In dit vlak zijn nu ook de bestemmingsvlakken opgenomen. Dit is een verandering ten opzichte van het huidig bestemmingsplan waar het bestemmingsvlak niet is opgenomen in de aanduiding “Cultuurhistorische waardevolle akker”. Ik begrijp dat dit conform het provinciaal beleid is. In de beantwoording van de inspraakreactie geeft u aan “Bestaande rechten worden niet aangetast”, maar in de voorwaardelijke verplichting, artikel 41.11.2. is opgenomen dat omgevingsvergunningen slechts verleend kan worden indien de verwachten gevolgen geen onevenredige schade aanrichten aan de wezenlijke cultuurhistorische waarden en kenmerken van het betreffende gebied. Naar mijn inzien is dit NIET dat de bestaande rechten worden gerespecteerd. Ik zie graag dat de bouwactiviteiten binnen ons bestemmingsvlak uitgezonderd worden voor de regeling.
De bepaling in artikel 41.11.2 beperkt de bestaande bouwrechten. Het artikel wordt gewijzigd. Wijziging: Artikel 41.11.2 wordt als volgt gewijzigd: "a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, kan slechts worden verleend indien de verwachten gevolgen geen onevenredige schade aanrichten aan de wezenlijke cultuurhistorische waarden en kenmerken van het betreffende gebied, zoals opgenomen in de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. b. Het bepaalde onder a geldt niet voor het bouwen van bouwwerken binnen een bouwvlak. c. Het bepaalde onder a geldt niet voor het bouwen van bouwwerken op een bouwperceel binnen een bestemmingsvlak waar geen sprake is van een bouwvlak. Bijlage 20 vergunningen Wet Natuurbescherming. In de bijlage zijn de PAS meldingen niet opgenomen. RVO en de minister zijn momenteel bezig om deze PAS meldingen te legaliseren. Het verzoek is dan ook om de toegekende kilo’s ammoniak emissie op basis van deze PAS melding op te nemen in deze bijlage. Zijnde 421 kg Ammoniak. Bij de beoordeling van de mogelijk significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied gaat het inderdaad om de stikstofdepositie. De regeling inzake de toename van de stikstofemissie wordt aangepast conform actuele jurisprudentie op dit onderwerp.
Wijziging: Artikel 3.5.8 onder g wordt als volgt aangepast: "er is aangetoond dat het niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijke en planologisch legale situatie zoals die blijkt of kan worden afgeleid uit een vergunning als bedoeld in artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming, een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming is aangehaakt, welke zijn opgenomen in Bijlage 20 Overzicht vergunningen Wet natuurbescherming, dan wel een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geregistreerde melding als bedoeld in artikel 8 van de Regeling programmatische aanpak stikstof of, indien een vergunning/melding ontbreekt, de bestaande planologisch legale activiteit en de daarbij behorende Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 79
ammoniakemissie die ten hoogste feitelijk door die bestaande planologische legale activiteit wordt veroorzaakt. Deze wijziging wordt ook doorgevoerd in overige agrarische bestemmingen. In de bedrijfswoning, Roonsestraat 20, wordt sinds jaar en dag een zelfstandige woonruimte verhuurd. Dit was al zo op het moment dat wij deze boerderij in 1983 kochten. De verhuur is door onze ouders, als een zelfstandige woonruimte in de bedrijfswoning van Roonsestraat 20 verhuurd. We hebben hiervoor ook altijd een huurovereenkomst afgesloten met de huurders. Ook is hier vanuit de gemeente Haaren diverse malen (verschillende huurders) een bevestiging van inwoning gestuurd. Sinds eind 2017 is cliënt eigenaar van de bedrijfswoning aan de Roonsestraat 20. De wens is om de verhuur van de zelfstandige woonruimte voort te zetten zoals dit ook de afgelopen 37 jaar is gebeurd. Echter het bestemmingsplan heeft de volgende definitie opgenomen: Woning een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één afzonderlijk huishouden Deze definitie maakt het niet mogelijk om de zelfstandige woonruimte te blijven verhuren zoals dit de afgelopen 37 jaar door ons is gebeurd en door de gemeente Haaren is geaccepteerd. Wij vragen u de verhuur van de zelfstandige woonruimte in de bedrijfswoning, Roonsestraat 20, specifiek mogelijk te maken.
De definitie woning is al opgenomen in het bestemmingsplan 2009 . Er is op dit punt nu ook geen wijziging aan de orde. Wijziging: Geen.
Zienswijze 44. Bij veel artikelen over agrarische ontwikkelingen wordt standaard een AAB advies gevraagd. We vragen u daar veel terughoudender mee om te gaan. Alleen als er twijfel is of een activiteit volwaardig of doelmatig is heeft een dergelijk advies meerwaarde. Anders leidt alleen tot onnodige kosten voor de initiatiefnemer. Het voorstel is om desbetreffende artikelen om te zetten van “moet” een AAB advies onder liggen naar “kan bij twijfel een AAB advies” gevraagd worden. De bepaling daarover in het vigerende bestemmingsplan is op aanwijzing van de provincie opgenomen. De bepaling "kan bij twijfel" geeft ruimte voor willekeur. Wijziging: Geen. Artikel 3.4.1, 4.4.1, 5.4.1, 6.4.1 en artikel 7.4.1 onder a onder 7/8 In deze artikelen is strijdig het gebruik van gronden voor fruitteelt en boomgaarden binnen een afstand van 50 m tot (bedrijfs)woningen inclusief tuinen en erven, sport- en recreatievoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen, uitgezonderd en voor zover: • aangetoond is dat geen gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen, dan indien gewasbestrijdingsmiddelen worden toegepast wordt voorzien in een windcirkel en gebruik wordt gemaakt van driftarme spuitdoppen; • het woon- en leefklimaat en/of het verblijfsklimaat voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies niet onevenredig wordt aangetast.
We vragen u om een verduidelijking van de gebruikte termen fruitteelt en boomgaarden. Zijn deze van toepassing in de gemeente Haaren? Ons inziens hebben we hier te maken met andere teelten, zoals op containervelden, laag plantgoed en laanboomteelt. De betreffende regeling lijkt dan ook niet toegespitst op de boom en plantenkwekerijen in de gemeente Haaren. De spuitzones zijn ontstaan voor bespuitingen welke op- en of zijwaarts plaats vinden (bespuitingen in de kruin van de boom) en dus niet neerwaarts (bespuitingen recht naar beneden). Wanneer bij gebruik van een neerwaartse bespuiting in combinatie met drift arme doppen, reeds wettelijk verplicht op basis van het Activiteitenbesluit, is er reeds sprake van een goed woon en leefklimaat (dit blijkt uit onderzoeken van de WUR). We vragen dit duidelijk op te nemen in de regels en toelichting zodat dit helder is voor de bedrijfsvoering. Dit om te voorkomen dat er zeer veel interpretatieruimte is voor het bepalen van een goed won en leefklimaat. Dit is niet wenselijk in het kader van het bestemmingsplan. Daarnaast willen we u erop wijzen dat reeds een groot aantal percelen reeds velen jaar gebruikt worden door plantenkwekers en (laan)bomentelers. Als deze gronden nu gedeeltelijk niet meer Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 80
gebruikt mogen worden in verband met deze spuitzones leidt dit tot planschade. Dit lijkt ons niet de bedoeling zijn geweest van deze regeling. Gevoelige functies zijn plaatsen waar regelmatig en voor een groot gedeelte van de dag mensen verblijven of samenkomen. Een woning met tuin/erf wordt als zodanig aangemerkt. Om te bepalen hoe de afstand moet worden gemeten wordt de specifieke gebruiksregel aangepast, door aan te geven dat er een afstand moet worden aangehouden tot gevoelige functies voor gewasbeschermingsmiddelen. In de begrippenlijst wordt het begrip ‘gevoelige functie voor gewasbeschermingsmiddelen’ toegevoegd. In paragraaf 2.7 van de toelichting wordt dit nu onderbouwd. In paragraaf 2.7 van de toelichting wordt daarom onderbouwd waarom deze regeling wordt toegepast. In de gemeente blijkt dat de gezondheid van omwonenden met de vigerende regeling niet kan worden gegarandeerd. De gewasbeschermingsmiddelen afkomstig van fruitteelt en boomgaarden leidt in situaties tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. In de specifieke gebruiksregel wordt een uitzondering opgenomen voor zover het bestaande en vervanging van bestaande fruitteelt en boomgaarden betreft.In de praktijk bestaat er een vuistregel dat er 50 meter afstand moet worden aangehouden tussen een gevoelige functie voor gewasbeschermingsmiddelen en een agrarisch perceel met open teelten.
Het terugbrengen van een acceptabele afstand in het kader van een goede ruimtelijke ordening hangt onder meer af van de soort teelt en de plaatselijke omstandigheden (bv. windrichting, soort gewasbeschermingsmiddelen). Omdat elk geval anders is, dient dit per geval te worden onderzocht en afgewogen. Dat is maatwerk. Als wordt afgeweken van de richtafstand, moet er een goede onderbouwing voor zijn, blijkt uit deze uitspraak (toen was artikel 3.78a Abm nog niet in werking getreden): ECLI:NL:RVS:2016:855. Ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelen bij open teelten is het Activiteitenbesluit milieubeheer sinds 1 januari 2018 inderdaad gewijzigd. De regels ten aanzien van driftreducerende maatregelen zijn verscherpt en op het gehele perceel van toepassing. In Artikel 3.78a van het Activiteitenbesluit staat dat bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen er een techniek moet worden gebruikt die een driftreductie bereikt van ten minste 75%.Uit het onderzoek van de universiteit Wageningen blijkt dat als gebruik gemaakt wordt van een spuit waarbij een driftreductietechniek van 75% wordt gebruikt er een afstand van 30 meter kan worden aangehouden. Bij deze berekening is uitgegaan van een standaardsituatie waarbij geen haag of oppervlaktewater aanwezig is, en het meest schadelijke gewasbeschermingsmiddel. Als er wel een haag of oppervlaktewater aanwezig zijn wordt de afstand kleiner.
De richtafstand wordt daarom aangepast in 30 meter. Ook wordt aangegeven dat het om open teelten gaat en dus niet om teelt in gebouwen. Gezien de eis in het Activiteitenbesluit wordt de voorwaarden voor een windcirkel en driftarme spuitdoppen verwijderd. Wijziging: Artikel 3.4.1 en dit artikel in de overige agrarische bestemmingen wordt als volgt gewijzigd: a. Als strijdig gebruik wordt in ieder geval aangemerkt: … 7. het gebruik van gronden voor open teelten van sierplanten en bomen en boomgaarden, binnen een afstand van 30 m tot gevoelige functies voor gewasbeschermingsmiddelen, uitgezonderd en voor zover: • het bestaande en vervanging van bestaande open teelten van sierplaten en bomen betreft; • aangetoond is dat geen gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen; • het woon- en leefklimaat en/of het verblijfsklimaat voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies niet onevenredig wordt aangetast. Toevoegen aan artikel 1: “gevoelige functie voor gewasbeschermingsmiddelen: gronden en percelen waar geregeld en gedurende langere periode mensen kunnen verblijven of samenkomen zoals (bedrijfs)woningen, tuinen, erven, zorgfuncties en kampeerterreinen;” In paragraaf 2.7 van de toelichting wordt onderbouwd waarom de regeling inzake gewasbeschermingsmiddelen wordt opgenomen. Artikel 3.5.5 , 4.5.5 en 5.5.5, 6.5.5. en 7.5.5. hobbymatig houden van dieren.
We vragen u huidige formulering ten aanzien van stikstof te wijzigen. Als er nu geen dieren op de vergunning staan, leidt het houden van 1 paard en/of 10 kippen al tot een stijging van ammoniak terwijl het effect op de Natura 2000 gebieden met een Aerius berekening afgerond nul kan zijn. Het lijkt ons niet de bedoeling dat het houden van hobbydieren niet meer mogelijk is en/of er een vergunning met enkele duizenden euro’s aangevraagd moet worden. Onze voorkeur gaat er daarom naar uit om aan te geven dat er geen negatief significant effect mag
Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 81
optreden. Dat geeft wat meer ruimte, ook als er landelijk of provinciaal een drempelwaarde wordt ingesteld. Het hobbymatig houden van dieren is een al deccenia lang bestaande praktijk maar vraagt nu in het kader van de stikstofproblematiek aandacht in dit bestemmingsplan. Het doel van dit regelen is dat het hobbymatig houden van dieren niet leidt tot een toename van de stikstofemissie ten opzichte van de feitelijke en planologisch legale situatie. Het hobbymatig houden van dieren valt onder de grens van een inrichting zoals genoemd in de Wet milieubeheer, waarvoor geen omgevingsvergunning of melding noodzakelijk is. Gericht op de doelstelling wordt nu een gebruiksbepaling opgenomen. Wijziging: De afwijkingsbevoegdheid voor het hobbymatig houden van dieren binnen de agrarische bestemmingen wordt geschrapt.
Hiervoor in de plaats komt de volgende gebruiksbepaling: Het hobbymatig houden van dieren is toegestaan indien dit niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijke en planologisch legale situatie zoals die blijkt of kan worden afgeleid uit een vergunning als bedoeld in artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming, een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming is aangehaakt, welke zijn opgenomen in Bijlage 20 Overzicht vergunningen Wet natuurbescherming, dan wel een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geregistreerde melding als bedoeld in artikel 8 van de Regeling programmatische aanpak stikstof of, indien een vergunning/melding ontbreekt, de bestaande planologisch legale activiteit en de daarbij behorende ammoniakemissie die ten hoogste feitelijk door die bestaande planologische legale activiteit wordt veroorzaakt. Deze wijziging wordt ook doorgevoerd in overige agrarische bestemmingen. Artikel 3.5.6 en 4. 5.6 en 5.5.6, 6.5.6 en 7.5.6. Nevenfuncties. Steeds meer agrarische bedrijven hebben meerdere functies op het bedrijf. De ontwikkeling is dat deze nevenfuncties steeds professioneler en volwaardiger worden.
Het zijn multifunctionele agrarische bedrijven waarbij de agrarische tak één van de onderdelen is. Deze multifunctionele bedrijven zijn o.a. belangrijk voor de verbinding van boer en burger en om te laten zien hoe voedsel geproduceerd wordt. Deze multifunctionele bedrijven hebben een zelfstandig bestaansrecht in het buitengebied en we vragen u daarom met die ogen naar deze betreffende bedrijven te kijken. We missen in het hele artikel de mogelijkheden voor zorg en landbouw. Die willen we graag als mogelijkheid toevoegen. lid b Nevenfuncties moeten plaatsvinden in bestaande gebouwen. We vinden dat er ook ruimte moet zijn voor nieuwe gebouwen. Ook bij herbouw moet de verschijningsvorm hetzelfde zijn. Soms kan een andere verschijningsvorm juist kwaliteit toevoegen. We vragen u daarom dit minder strikt toe te passen. lid c.6 en lid d huisverkoop en ondersteunende horeca We zouden graag zien dat de mogelijkheden voor huisverkoop en ondersteunende horeca uitgebreid worden naar 200 m2. Lid j Stapeling van functies Gezien de bovenstaande redenering vragen wij u lid J te schrappen. Zolang de agrarische tak op het bedrijf aanwezig is moet stapeling van nevenfuncties mogelijk zijn. In het vigerende bestemmingsplan is een binnenplanse afwijking opgenomen voor nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf.
Hier is destijds bewust gekozen dat deze activiteiten ondergeschikt dienen te zijn aan de agrarische bedrijfsactviteiten om de agrarische bestemming te rechtvaardigen. Wel kunnen er bij omschakeling naar een andere bestemming mogelijkheden gehandhaafd worden voor kleinschalig agrarisch gebruik. Voor wat betreft de opgenomen wijzigingsbevoegdheid naar 'Bedrijf' is hiermee ook bedoeld horeca, recreatie of maatschappelijke bedrijf. Om dit te verduidelijken wordt de wijzigingsbevoegdheid met deze begrippen aangevuld. Wijziging: Wijzigingsbevoegdheid voor omschakeling naar bedrijf wordt aangevuld met de begrippen horeca, recreatie en maatschappelijk. Artikel 3.7.4 en artikel 4.7.8 Wijziging naar permanente teeltondersteunende voorzieningen. We vragen u om buiten de groen/blauwe mantel meer ruimte te geven voor permanente teeltondersteunende voorzieningen, We stellen voor dit te verruimen tot 6 ha. In de
Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 82
Groen/blauwe mantel vragen we u de lijn van de interim-omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant te volgen en een maximum van 3 ha toe te staan. Bij het bepalen van de uitgangspunten voor het bestemmingsplan is hierover overwogen dat dit niet generiek in het bestemmingsplan wordt aangepast. Op perceelsniveau kan een nadere afweging gemaakt worden, zo nodig gevolgd door een separate herziening om de meerdere belangen locatie specifiek zorgvuldig te kunnen wegen. Wijziging: Geen. Artikel 17. Recreatie We vragen u om binnen de recreatie bestemming ook ruimere mogelijkheden voor statische opslag in bestaande bebouwing 1000 m2, huisverkoop en ondersteunende horeca tot 200 m2. Dit in overeenstemming met de nevenfuncties bij agrarische bedrijven. In de vastgestelde uitgangspunten is uitsluitend een verruiming vermeld om de transitie van veehouderij te ondersteunen. Wijziging: Geen. Artikel 41.11 Cultuurhistorisch vlak Op de verbeelding is een extra “overige zone - cultuurhistorisch vlak” (niet te verwarren met de dubbelbestemming: ‘Waarde – cultuurhistorie’, artikel 33) opgenomen voor het gebied tussen de Gever en de Holleneind, en is dit vlak uitgebreid met de bouwvlak van de verschillende bestemmingen rond de Belverse akkers. Tevens is de regeling aangepast.
De gebiedsaanduiding “overige zone - cultuurhistorisch vlak” heeft vergaande consequenties voor ruimtelijke ontwikkelingen nu de provincie binnen deze zone geen enkele aantasting toestaat van cultuurhistorische waarden. Indien deze situatie gehandhaafd blijft, wordt het nagenoeg onmogelijk gemaakt om bouwvlakken of bestemmingsvlakken van vorm te veranderen en of te vergroten, daar iedere aanpassing gezien wordt als een aantasting van de cultuurhistorische waarde. Deze vlakken zorgen als het ware voor een slot rond de agrarische bouwvlakken en de overige bestemmingsvlakken. Daar waar een bedrijf volgens de Iov (Interim omgevingsverordening) hun bouwvlak mogen uitbreiden, dan wel met een vormverandering, al dan niet met differentiatie vlakken voor teelt ondersteunde voorzieningen, de uitbreidingsmogelijkheid in feite komt te vervallen als het perceel binnen het cultuurhistorisch vlak blijft en onder het daarop betrekking hebbende regime/regelgeving blijft vallen. Daarnaast is er een voorwaardelijke verplichting opgenomen, artikel 41.11.2. Door deze verplichting worden alle bouwwerkzaamheden beperkt daar geen onevenredige schade aangericht mag worden aan de gestelde waarden. Deze regeling maakt in feite bouwen onmogelijk. Dit is een belemmering in bestaande rechten van de bedrijven die in dit cultuurhistorisch vlak komen te liggen.
We verzoeken dan ook deze regeling aan te passen zodat bestaande rechten gerespecteerd worden en dat bedrijven nog ontwikkelingsmogelijkheden naar de toekomst houden. Ook bij vormverandering / aanpassingen van het bouwvlak. De bepaling in artikel 41.11.2 beperkt de bestaande bouwrechten. Het artikel wordt gewijzigd. Het wijzigen/vergroten van het bouwvlak of bestemmingsvlak is een nieuwe ontwikkeling en hiervoor dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. Het bestemmingsplan stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Doel van de bescherming is dat de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden blijven behouden. En dat ontwikkelingen hiermee rekening houden zodat de waarden en kenmerken niet worden aangetast. Wijziging: Artikel 41.11.2 wordt als volgt gewijzigd: "a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, kan slechts worden verleend indien de verwachten gevolgen geen onevenredige schade aanrichten aan de wezenlijke cultuurhistorische waarden en kenmerken van het betreffende gebied, zoals opgenomen in de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. b. Het bepaalde onder a geldt niet voor het bouwen van bouwwerken binnen een bouwvlak. c.
Het bepaalde onder a geldt niet voor het bouwen van bouwwerken op een bouwperceel binnen een bestemmingsvlak waar geen sprake is van een bouwvlak.
Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 83
Bijlage 20 vergunningen Wet Natuurbescherming. We hebben van onze leden veel vragen gekregen over deze lijst. De genoemde emissie komen vaak niet overeen met de werkelijke ammoniak emissies van de agrarische bedrijven conform hun vergunning Wet Natuurbescherming (WNb). Ook blijken er veel bedrijven wel een vergunning WNb te hebben, maar niet opgenomen in deze lijst. Wij vragen u deze lijst zorgvuldig na te lopen en te corrigeren op basis van de juiste vergunningen WNb. Daarnaast zijn er diverse bedrijven met een zogenaamde PAS melding. Momenteel is de minister aan het bekijken hoe deze PAS meldingen gelegaliseerd kunnen worden. Wij vragen u dan ook om deze PAS meldingen op te nemen, om zo een compleet en volledig overzicht te geven. In Bijlage 20 wordt verwezen naar de “nieuwste RAV”. Niet duidelijk is welke RAV hiermee bedoeld wordt. Het is beter een bepaalde versie te noemen. De nieuwste versie leidt namelijk tot een rechtsonzekere situatie bij toekomstige wijzigingen van de RAV. In de bijlage 20 worden nu verschillende ammoniak emissie opgenomen, wat leidt tot onduidelijkheid. Beter is om één waarde op te nemen conform de nu geldende RAV. In de agrarische bestemmingen wordt expliciet uitgegaan van de stikstofemissie.
In het kader van de Wet natuurbescherming wordt op basis van de stikstofdepositie bepaald of er mogelijk significatie gevolgen zijn voor de te beschermen gebieden. Dus niet op basis van stikstofemissie. Door de stikstofdepositie leidend te maken sluit het aan bij de beoordelingssystematiek van de WNb en de provinciale (toekomstige) regels omtrent intern- en extern salderen. Met extern salderen wordt het immers mogelijk om de stikstofemissie op een specifieke locatie te laten stijgen en per saldo totale stikstofdepositie te laten dalen. Door de huidige regeling te laten sturen op emissie leidt dit tot onnodige belemmeringen en een onzekere uitgangssituatie. Een passende regeling, gericht op de stikstofdepositie, is opgenomen in het recent vastgestelde bestemmingsplan “Buitengebied Oss – 2020”. Het verzoek is dan ook om hierbij aan te sluiten. Het overzicht vergunningen Natuurbeschermingswet wordt aangepast, zodat uitsluitend nog de betrefffende vergunningen en verklaringen van geen bedenkingen worden genoemd. Bij de beoordeling van de mogelijk significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied gaat het inderdaad om de stikstofdepositie. De regeling inzake de toename van de stikstofemissie wordt aangepast conform actuele jurisprudentie op dit onderwerp.
Wijziging: Het overzicht vergunningen Natuurbeschermingswet wordt aangepast, zodat uitsluitend nog de betrefffende vergunningen en verklaringen van geen bedenkingen worden genoemd. Artikel 3.5.8 onder g wordt als volgt aangepast: "er is aangetoond dat het niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijke en planologisch legale situatie zoals die blijkt of kan worden afgeleid uit een vergunning als bedoeld in artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming, een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming is aangehaakt, welke zijn opgenomen in Bijlage 20 Overzicht vergunningen Wet natuurbescherming, dan wel een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geregistreerde melding als bedoeld in artikel 8 van de Regeling programmatische aanpak stikstof of, indien een vergunning/melding ontbreekt, de bestaande planologisch legale activiteit en de daarbij behorende ammoniakemissie die ten hoogste feitelijk door die bestaande planologische legale activiteit wordt veroorzaakt. Deze wijziging wordt ook doorgevoerd in overige agrarische bestemmingen.
Zienswijze 45. Het plan houdt een gedeeltelijke herziening in van het geldende bestemmingsplan buitengebied en is, zoals in de toelichting van het plan wordt aangegeven, bedoeld om bestaand provinciaal en gemeentelijk beleid in het geldende bestemmingsplan buitengebied te verwerken en foutjes in laatstgenoemd plan te herstellen. Algemeen 1. Deze doelstelling brengt met zich dat het plan (ook) moet voldoen aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (voorts Iov) die laatstelijk is vastgesteld op 14 februari 2020 en inmiddels werking is getreden. Wat echter opvalt, is dat de regels uit deze Iov niet altijd consequent zijn doorgevoerd. Bovendien zijn een aantal wijzigingen die met de Iov zijn vastgesteld niet in het plan verwerkt Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 84
De provincie is in de fase van vooroverleg geconsulteerd over de vewerking van de IOV in de actualisatie. De provincie heeft verder geen zienswijze op dit punt meer kenbaar gemaakt. Wijziging: Geen. 2. De nu gekozen opzet van de herziening leidt eerder tot onduidelijkheden dan dat het bijdraagt aan het doel, een verwerking van de laatste wet- en regelgeving, in de tussentijd vastgestelde wijzigingsplannen en het herstellen van foutjes uit het geldende plan. Gesteld wordt dat het drie plannen partieel herziet, hoofdstuk 1 van de toelichting bij het plan. Toch worden deze drie geldende bestemmingsplannen allen van toepassing verklaard. In hoeverre is er dan nog sprake van een herziening en, met name, waar draagt dit bij aan de duidelijkheid. Er is straks sprake van één geconsolideerd document. Wijziging: Geen 3. Voor de regels is het wellicht nog helder, de regels welke met het plan worden vastgesteld zijn de dan geldende. Voor de verbeelding echter leidt de gekozen opzet tot grote onduidelijkheid. Door met deze herziening de verbeelding op te nemen zoals deze nu in het plan wordt weergegeven ontstaat er een schijnwerkelijkheid. De weergegeven verbeelding is immers niet de juridisch bindende verbeelding omdat op diverse locaties de verbeelding van meerdere bestemmingsplannen, herzieningen en/of omgevingsvergunningen gelden, en dus niet de verbeelding behorende bij het plan.
U als raad dient een goede en duidelijke ontsluiting van het planologisch regime na te streven. Met de gekozen opzet wordt hier niet aan voldaan. Er is straks sprake van één geconsolideerd document. Wijziging: Geen. 4. In het plan zijn een groot aantal wijzigingsplannen verwerkt, zie artikel 45. Onduidelijk is hoe deze wijzigingsplannen in het plan zijn verwerkt, dat wil zeggen welke regels daarvoor zijn aangepast en/of toegevoegd. Dit komt de overzichtelijkheid van de herziening niet ten goede. Verder is niet duidelijk welk wijzigingsplan behoort bij welk adres en andersom; in artikel 45 worden de genoemde wijzigingsplannen namelijk niet gekoppeld aan een adres waardoor het lastig is om een relatie te leggen tussen beide. De verbeelding geeft immers geen heldere ontsluiting hiervoor zoals benoemd onder 3. Er is straks sprake van één geconsolideerd document. Wijziging: Geen. 5. Voor de locatie van cliënt is op 25 juli 2016 een omgevingsvergunning verleend, kenmerk UV28855 voor het realiseren van een historische schuur en het wijzigen van het gebruik voor vergaderruimte voor een maatschappelijke/recreatieve neventak en Bed&breakfast. Met deze vergunning is derhalve een bedrijf aan huis toegestaan met een oppervlak van 200 m2. Dit is naast de toegestane 100 m2 voor bijgebouwen bij een woning.
De locatie beschikt over een woonbestemming en op grond van artikel 25.1 van het plan is wonen toegestaan. Voor specifieke functies zijn onder c tot en met g van dit artikel aanduidingen opgenomen om het gebruik ter plaatse goed te borgen. Cliënt kan zich er niet in vinden dat voor zijn locatie het gebruik, zoals verleend in de genoemde omgevingsvergunning, niet is opgenomen in de regels en verbeelding behorende bij het plan. Dit teneinde een goede borging van het planologisch toegestane gebruik. Derhalve verzoekt cliënt de volgende aanduiding "specifieke vorm van wonen - gebruiken van een historische schuur t.b.v. bedrijf aan huis" (voor 200 m2)
Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 85
op te nemen voor de locatie aan de Holstraat 3/3a. Dan wel een verglijkbare aanduiding welke het gebruik juridisch-planologisch op een juiste wijze borgt. De omgevingsvergunning voor het bouwen van een historische schuur en het wijzigen van het gebruik voor vergaderruimte en Bed & Breakfast wordt in het bestemmingsplan verwerkt. Wijziging: Aan artikel 25.2.2 wordt toegevoegd: "f. In afwijking van het bepaalde in lid c, geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m) de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken niet meer mogen bedragen dan is aangegeven. - In artikel 25.1 wordt na sub g toegevoegd: "h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - vergader- en/of workshopruimte ': tevens voor vergader- en workshopruimte voor maximaal 30 personen" en "i. ter plaatse van de aanduiding 'bed & breakfast': tevens voor bed and breakfast;". Op de verbeelding worden de volgende wijzigingen doorgevoerd: - in het bestemmingsvlak Wonen wordt opgenomen aanduiding 'maximum oppervlakte' (300 m3); - t.p.v. de historische schuur wordt opgenomen: aanduiding 'maximum goothoogte (4 m), maximum bouwhoogte (10 m)' en 'specifieke vorm van wonen - vergader- en/of workshopruimte' en 'bed & breakfast'.
Zienswijze 46. Deze zienswijze heeft betrekking op de gronden achter het genoemd adres welke binnen het plan zijn gelegen, alsmede gronden die elders binnen het plangebied zijn gelegen. Naast enkele algemene gronden op het plan die ingaan op de onheldere samenhang tussen de verbeelding, regels en toelichting, volgen gronden welke specifiek voor de locatie van cliënt gelden. Het plan houdt een gedeeltelijke herziening in van het geldende bestemmingsplan buitengebied en is, zoals in de toelichting van het plan wordt aangegeven, bedoeld om bestaand provinciaal en gemeentelijk beleid in het geldende bestemmingsplan buitengebied te verwerken en foutjes in laatstgenoemd plan te herstellen. Algemeen 1. Deze doelstelling brengt met zich dat het plan (ook) moet voldoen aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (voorts Iov) die laatstelijk is vastgesteld op 14 februari 2020 en inmiddels werking is getreden. Wat echter opvalt, is dat de regels uit deze Iov niet altijd consequent zijn doorgevoerd. Bovendien zijn een aantal wijzigingen die met de Iov zijn vastgesteld niet in het plan verwerkt. Dit zorgt voor onduidelijkheid. Naar aanleiding van de ingediende inspraakreacties zijn er al enkele regels aangepast. Echter is dit dus nog niet consequent gebeurd. Voor de verdere besluitvorming is het noodzakelijke om hier de nodige aandacht aan te besteden.
De provincie is in de fase van vooroverleg geconsulteerd over de vewerking van de IOV in de actualisatie. De provincie heeft verder geen zienswijze op dit punt meer kenbaar gemaakt. Wijziging: Geen. 2. Een ander ontbrekende regeling in de regels van het plan is een wijzigingsbevoegdheid voor het vergroten van bouwvlakken binnen de agrarische bestemmingen. Deze is in eerdere herzieningen dan wel door uitspraken, komen te vervallen. Dit houdt echter niet in dat het vergroten van het bouwvlak niet mogelijk zou zijn. Dit is ook in lijn met de Iov welke uitbreiding van het bouwperceel, dan wel bouwvlak, toestaan. Uiteraard onder de voorwaarden die gesteld worden in de Iov. Bij het bepalen van de uitgangspunten voor het bestemmingsplan is hierover overwogen dat dit niet generiek in het bestemmingsplan wordt aangepast. Op perceelsniveau kan een nadere afweging gemaakt worden, zo nodig gevolgd door een separate herziening om de meerdere belangen locatie specifiek zorgvuldig te kunnen wegen. Wijziging: Geen. 3.
Nota van zienswijzen en wijzigingen “Buitengebied Haaren, Herziening 2020” pag. 86
Het plan geeft aan tot welke milieucategorie een bedrijf behoort. Dit gegeven is bepalend voor o.a. de vestigingsmogelijkheden. De Iov geeft flexibiliteit op dit punt, in de vorm van maatwerk (een bedrijf moet passen in de omgeving). Dit ontbreekt in het plan en zal bij vaststelling aangepast moeten worden. In het VAB-beleid is afwegingsruimte opgenomen voor milieucategorieën en maakt zodanig onderdeel uit van het nieuwe bestemmingsplan. Wijziging: Geen. 4. De nu gekozen opzet van de herziening leidt eerder tot onduidelijkheden dan dat het bijdraagt aan het doel, een verwerking van de laatste wet- en regelgeving, in de tussentijd vastgestelde wijzigingsplannen en het herstellen van foutjes uit het geldende plan. Gesteld wordt dat het drie plannen partieel herziet, hoofdstuk 1 van de toelichting bij het plan. Toch worden deze drie geldende bestemmingsplannen allen van toepassing verklaard. In hoeverre is er dan nog sprake van een herziening en, met name, waar draagt dit bij aan de duidelijkheid. Er is straks sprake van één geconsolideerd document. Wijziging: Geen. 5. Voor de regels is het wellicht nog helder, de regels welke met het plan worden vastgesteld zijn de dan geldende. Voor de verbeelding echter leidt de gekozen opzet tot grote onduidelijkheid.
Door met deze herziening de verbeelding op te nemen zoals deze nu in het plan wordt weergegeven ontstaat er een schijnwerkelijkheid. De weergegeven verbeelding is immers niet de juridisch bindende verbeelding omdat op diverse locaties de verbeelding van meerdere bestemmingsplannen, herzieningen en/of omgevingsvergunningen gelden, en dus niet de verbeelding behorende bij het plan. U als raad dient een goede en duidelijke ontsluiting van het planologisch regime na te streven. Met de gekozen opzet wordt hier niet aan voldaan. Er is straks sprake van één geconsolideerd document. Wijziging: Geen. 6. In het plan zijn een groot aantal wijzigingsplannen verwerkt, zie artikel 45. Onduidelijk is hoe deze wijzigingsplannen in het plan zijn verwerkt, dat wil zeggen welke regels daarvoor zijn aangepast en/of toegevoegd. Dit komt de overzichtelijkheid van de herziening niet ten goede. Verder is niet duidelijk welk wijzigingsplan behoort bij welk adres en andersom; in artikel 45 worden de genoemde wijzigingsplannen namelijk niet gekoppeld aan een adres waardoor het lastig is om een relatie te leggen tussen beide. De verbeelding geeft immers geen heldere ontsluiting hiervoor zoals benoemd onder 4. Er is straks sprake van één geconsolideerd document. Wijziging: Geen. 7.