CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-14 Bestemmingsplan Heuvelstraat ong - bijlage 2B toelichting

RAAD 18 maart 2021, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-14 Bestemmingsplan Heuvelstraat ong. Moergestel15.862 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De volgende uitgangspunten zijn hierbij genomen: Berekende ruwheid: 0,21 m Meteo station: Eindhoven Rekenuren: 25 % Rasterpunt linksonder x: 139 533 m Rasterpunt linksonder y: 393 055 m Gebied lengte: (x): 1000 m, Aantal gridpunten: 50 Gebied lengte: (y): 1000 m, Aantal gridpunten: 50 Navolgende figuur geeft het resultaat weer van de berekende achtergrondbelasting. Het plangebied is hierbij weergegeven middels de zwarte bolletjeslijn.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

31

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Figuur 21: Achtergrondbelasting ter plaatse van plangebied

Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID X-coor Y-coor Geurbelasting [OU/m3] 1001 140041 393577 16.008 1002 140047 393569 16.453 1003 140033 393555 16.569 1004 140027 393561 15.817 Tabel 3: Achtergrondbelasting met receptorpunten

Ter plaatse van het plangebied is sprake van een achtergrondbelasting van ruim 16,5 oue/m³. Bij een achtergrondbelasting van 16,5 oue/m³ is sprake van een ‘matig woon- en leefklimaat’. Bij een ‘matig woon- en leefklimaat’ is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. Derhalve is herontwikkeling van het plangebied in het kader van de achtergrondbelasting geen bezwaar. 4.2.2.3

Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende veehouderijen

De herontwikkeling van het plangebied aan de Heuvelstraat naar woningbouw ten behoeve van de oprichting van één woning in het kader van de regeling Ruimte voor Ruimte mag de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden

van

omliggende

bedrijven

niet

belemmeren.

De

omliggende

veehouderijen zijn echter al belemmerd in hun ontwikkelingsmogelijkheden door burgerwoningen gelegen tussen het plangebied en de veehouderijen. Herontwikkeling van het plangebied belemmert de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven dus niet.

4.2.3

Conclusie

Ten aanzien van de voorgrondbelasting wordt ruim voldaan aan de normen zoals gesteld in de Wet geurhinder en veehouderij. Voor wat betreft de achtergrondbelasting is het woon- en leefklimaat ter plaatse als ‘matig’ te bestempelen. Daarnaast worden door de beoogde herontwikkeling van het

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

32

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

plangebied geen veehouderijbedrijven belemmerd in hun ontwikkelingsmogelijkheden. De beoogde ontwikkeling is derhalve in het kader van geur geen bezwaar.

4.3 Geluid 4.3.1

Inleiding

De Wet geluidhinder (Wgh) biedt geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de Wgh is beperkt tot een geluidszone langs wegen. Binnen deze geluidszone zijn de regels van de Wgh van toepassing. De Wgh geldt niet voor 30-km wegen en voor woonerven. De systematiek van de zonering Wet geluidhinder voor wegverkeer houdt in dat langs een (toekomstige) verkeersweg een geluidszone ligt waarbinnen in een aantal situaties bescherming wordt geboden aan geluidsgevoelige bestemmingen. Deze bescherming geldt in de volgende situaties: -

via een ruimtelijk besluit de aanleg van een weg mogelijk maken;

-

via een ruimtelijk besluit een geluidsgevoelige bestemming in de zone realiseren;

-

de reconstructie/wijziging van een bestaande weg.

4.3.2

Onderzoek

Het plangebied is gelegen aan de Heuvelstraat te Moergestel, waar een maximumsnelheid geldt van 60 km/uur. Binnen het plangebied wordt één woonfunctie toegevoegd. Derhalve is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Navolgende conclusies en aanbevelingen komen voort uit het uitgevoerde onderzoek: “Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de wegen Heuvelstraat en Klein Locht. Voor de weg Klein Locht geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woning overschrijdt. Voor de weg Heuvelstraat geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woning de voorkeursgrenswaarde wel overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor nieuwbouw in buitenstedelijk gebied wordt nergens overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien er overwegende bezwaren zijn de geluidbelasting door overdrachts- en bronmaatregelen terug te brengen. Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard.

Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is tevens niet doeltreffend in onderhavige situatie. Voor het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) geldt dat de voorkeurgrenswaarde nog altijd wordt overschreden. Deze geluidreducerende maatregel is derhalve niet erg

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

33

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

doeltreffend. Het toepassen van een stiller wegdek ontmoet bovendien overwegende bezwaren van financiële aard. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder. Aangezien in onderhavige situatie sprake is van een procedure hogere waarde, wordt voor de woning een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels noodzakelijk geacht. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd en is er dus te allen tijde sprake van een goed akoestisch woon- en leefklimaat. Tevens blijkt uit de rekenresultaten dat de woning beschikt over een geluidluwe achtergevel danwel buitenruimte.” Het uitgevoerde akoestisch onderzoek (Tritium Advies bv, documentnummer 1706/090/LT-01, d.d. 22 september 2017) is als bijlage bij onderhavige toelichting gevoegd.

4.3.3

Conclusie

Het ontwerpbesluit hogere grenswaarde heeft gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen. De definitieve beschikking zal gelijktijdig met het vastgestelde bestemmingsplan worden gepubliceerd.

4.4 Bodemkwaliteit 4.4.1

Inleiding

Het beleid van de provincie Noord-Brabant gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch bodemonderzoek te worden verricht. Indien op grond van historische informatie blijkt dat in het verleden activiteiten hebben plaatsgevonden met

een

verhoogd

risico

op

bodemverontreiniging,

dan

dient

een

volledig

verkennend

bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van geconstateerde belemmeringen uit dit onderzoek kan vervolgens worden nagegaan welke maatregelen moeten worden genomen om die belemmeringen weg te nemen (functiegericht saneren).

4.4.2

Onderzoek

De beoogde herontwikkeling betreft de oprichting van een Ruimte voor Ruimte woning aan de Heuvelstraat ongenummerd. De gronden ter plaatse van de beoogde Ruimte voor Ruimte woning aan de Heuvelstraat zijn in de huidige situatie feitelijk onbebouwd. Ter plaatse van het plangebied is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Navolgende conclusies en aanbevelingen komen voort uit het uitgevoerde bodemonderzoek: “Resultaten In zowel de zintuiglijk schone bovengrond van de vaste bodem (BG1 & BG2) als in de zintuiglijk als schoon beoordeelde ondergrond (OG1) zijn geen verhoogde gehaltes aan de onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

34

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

In het grondwater ter plaatse van peilbuis 07 is een gehalte aan barium gedetecteerd boven de streefwaarde. De verhogingen aan barium is toe te schrijven aan een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde. De overschrijding is marginaal en behoeft geen nader onderzoek. Conclusie en advies De resultaten van het onderzoek stemmen overeen met de hypothese. De resultaten vormen geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen (noemenswaardige) verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt, ons inziens, geen belemmering voor de beoogde realisatie van een woning. De

eventueel

bij

werkzaamheden

vrijkomende

grond

is

op

of

buiten

het

onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende grond van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit.”

4.4.3

Conclusie

Uit het uitgevoerde bodemonderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied geen belemmering vormt voor de beoogde herontwikkeling.

4.5 Luchtkwaliteit 4.5.1

Inleiding

Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. De wet vervangt het Besluit Luchtkwaliteit 2005. Met de nieuwe Wet luchtkwaliteit en de bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma (NSL). Binnen het NSL werken het rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen.

4.5.2

Onderzoek

Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. De bouw van één woning valt binnen het begrip NIBM.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

35

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

4.5.3

Conclusie

Aangezien het plan slechts de bouw van één nieuwe Ruimte voor Ruimte woning mogelijk maakt, kan worden gesteld dat dit plan onder het begrip NIBM valt en de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht.

4.6 Externe veiligheid 4.6.1

Inleiding

Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Deze risico’s worden uitgedrukt in het plaatsgebonden risico (PR) voor individuen en kent een duidelijke maat en norm. Het groepsrisico (GR) voor grotere groepen mensen is minder concreet en kent een richtwaarde. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: -

Bedrijven;

-

Vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water);

-

Hoogspanningslijnen;

-

Ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen).

4.6.2

Onderzoek

4.6.2.1

Bedrijven

Het plangebied is op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot de externe veiligheid. Het op deze risicokaart aangegeven dichtstbijzijnde risico-object, is gelegen op een afstand van ruim 950 meter. Dit betreft een tankstation aan de Schoolstraat 52. Het plangebied is niet gelegen in de risicocontour van dit bedrijf. 4.6.2.2

Vervoer gevaarlijke stoffen

Vervoer over het spoor Op het grondgebied van de gemeente Oisterwijk bevindt zich het spoortracé Venlo – Den Haag. Over dit traject kunnen gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het plangebied is gelegen op een afstand van ruim 4,5 kilometer tot dit spoortracé. Het plangebied valt buiten het invloedsgebied van de spoorweg. Vervoer over de weg Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. De grotere doorgaande wegen in de gemeente waarover dergelijke transporten zullen plaatsvinden zijn de autosnelweg A58 en de autosnelweg A65, overgaand in de autoweg N65 (Tilburg-'s-Hertogenbosch). Het plangebied is het meest dicht bij de autosnelweg A58 gelegen. Deze route is gelegen op een afstand van ruim 600 meter tot het plangebied. Het plangebied ligt op een dermate grote afstand van de routes dat beïnvloeding normaliter niet plaats zal vinden. Vervoer over het water Als er al een significant transport over Wilhelminakanaal plaatsvindt, is deze zo gering dat de risico’s aan de oever verwaarloosbaar zijn. Daarbij is de afstand tussen het plangebied en het kanaal dermate groot, zodat het plangebied duidelijk buiten het invloedsgebied van het kanaal is gelegen.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

36

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

4.6.2.3

Hoogspanningslijnen

Op ruim 60 meter van het plangebied is een 380 kV hoogspanningsverbinding gesitueerd. Vanuit deze verbinding geldt een indicatieve magneetvelzone van 2 x 100 meter. Het plangebied is dan ook gelegen binnen de indicatieve magneetveldzone. De specifieke magneetveldzone is het gebied rond hoogspanningslijnen waarbinnen de jaargemiddelde magneetveldsterkte hoger is dan 0,4 microtesla op 1 meter boven het maaiveld. Binnen de specifieke magneetveldzone wordt afgeraden om woningen te situeren. Derhalve is door Petersburg Consultants een onderzoek uitgevoerd naar de specifieke magneetveldzone ter plaatse. Navolgende conclusies en aanbevelingen komen voort uit het uitgevoerde onderzoek: “Aan de hand van handreiking 4.1 van het RIVM zijn de specifieke magneetveldzones berekend tussen mast 94 en 96 van de 380kV-hoogspanningslijn Geertruidenberg – Eindhoven. De hoogspanningslijn bevindt zich in de nabijheid van het perceel waar [initiatiefnemer]

voornemens

is

een

woning

te

ontwikkelen.

De

specifieke

magneetveldzone is het gebied rond hoogspanningslijn waarbinnen de jaargemiddelde magneetveldsterkte hoger is dan 0,4 microtesla op 1 meter boven het maaiveld. Uit het resultaat blijkt dat de magneetveldzone aan de linkerzijde tussen mast 94 en 95, ter plaatse van het perceel, een breedte heeft van 75 meter. Dit betekent dat de berekende magneetveldzone de kadastrale grens van het perceel 14,5 meter over de breedte van het perceel bestrijkt, en circa 39,6 meter over de lengte van het perceel. De berekende jaargemiddelde magneetveldsterkte op dit oppervlak is gelijk aan of groter dan 0,4 microtesla (op 1 m boven maaiveld). Het beleidsadvies van het ministerie is dat zoveel als redelijkerwijs mogelijk vermeden dient te worden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla (de magneetveldzone). Omdat het hier om de ontwikkeling van een woning gaat, waar kinderen langdurig kunnen verblijven, is het beleidsadvies om deze woning buiten de magneetveldzone te bouwen.” Het uitgevoerde onderzoek (Specifieke magneetveldzones nabij een perceel aan de Heuvelstraat te Moergestel, DB192000-R01, d.d. 8 oktober 2019) is als bijlage bij onderhavige toelichting gevoegd.

Over de berekende magneetveldzone binnen het plangebied is derhalve de bouwaanduiding ‘hoofdgebouwen uitgesloten’ opgenomen. Hiermee is zeker gesteld dat binnen de zone een gevoelige functie wordt toegevoegd. 4.6.2.4

Ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen)

Er zijn voor zover bekend geen ruimtelijk relevante leidingen gelegen binnen het plangebied. De meest dichtbij gelegen buisleiding betreft een aardgasleiding. Deze leiding is gelegen op een afstand van circa 330 meter ten noordoosten van het plangebied. Voor de beoogde herontwikkeling van het plangebied bestaan derhalve geen beperkingen.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

37

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

4.6.3

Conclusie

Er bestaan in het kader van bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water), hoogspanningslijnen en ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen) geen bezwaren voor de beoogde herontwikkeling.

4.7 Ecologie 4.7.1

Inleiding

Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving middels de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000-gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) regelt sinds 2015 de ruimte voor economische ontwikkelingen die gepaard gaan met de uitstoot van stikstof nabij Natura 2000-gebieden. Enerzijds heeft het PAS tot doel het behoud en herstel van de Natura 2000-gebieden.

Anderzijds creëert het PAS door de reductie van stikstof ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen, zoals de verbreding van een snelweg, woningbouw of de uitbreiding van een veehouderij. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State einduitspraken gewezen in enkele procedures tegen het Programma Aanpak Stikstof. De Afdeling komt tot de conclusie dat de passende beoordeling die aan het PAS ten grondslag ligt niet voldoet aan de eisen die het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) daaraan stelt. De Afdeling heeft bepaald dat de PAS niet meer gehanteerd kan worden als toetsingskader voor projecten. Het Hof oordeelt dat zeker gesteld moet zijn dat een ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming heeft tot doel in het wild levende planten en dieren te beschermen met het oog op de instandhouding van soorten. De verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden in de Wet natuurbescherming zijn uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit de vereisten van de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern, het Verdrag van Bonn, het Biodiversiteitsverdrag en de Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming.

Het gaat daarbij om alle op het Europees grondgebied in het wild levende vogels en voorts om de dieren en planten van de soorten van Europees belang die van nature op het Nederlands grondgebied voorkomen. VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

38

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling plaats te vinden.

4.7.2

Onderzoek

Gebiedsbescherming Het plangebied is in de directe nabijheid van het Natura 2000 gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Bossen en Vennen’ gelegen. Dit Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van circa 2.700 meter van het plangebied. Navolgende figuur geeft de ligging van het plangebied weer ten opzichte van het Natura 2000-gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Bossen en Vennen’. Het plangebied is hierbij rood omcirkeld.

Figuur 22: Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’

Kampina en de naastgelegen Oisterwijkse vennen en bossen vormen samen een voorbeeld van het licht glooiende Brabants dekzandlandschap, met U-vormige paraboolduinen, met bossen, vennen, heide en overgangen naar schraalgraslanden in beekdalen. Het gebied kent een oppervlakte van circa 2,3 hectare en is gelegen binnen de gemeenten Boxtel, Oirschot, Oisterwijk en Tilburg. Kampina is een

restant

van

het

halfnatuurlijke

Kempense

heidelandschap,

met

droge

en

vochtige

heidevegetaties, akkertjes, een meanderend riviertje, voedselarme vennen en blauwgraslanden. De vennen in de Oisterwijkse bossen zijn merendeels ontstaan als uitgestoven laagten in een stuifzandlandschap, waar veentjes in ontstonden. Door vervening is hierin sinds de Middeleeuwen weer open water ontstaan. In het gebied zijn reeds in 1950 de eerste herstelmaatregelen in de vennen uitgevoerd. (Bron: Ministerie van Economische Zaken).

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

39

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Het Hof oordeelt dat zeker gesteld moet zijn dat een ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. Met AERIUS Calculator 2019 wordt de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden die het gevolg is van een ontwikkeling berekend. Met Aerius – Calculator 2019 is de consequentie hiervan op Natura 2000 gebieden in beeld gebracht. Realisatie van het plan leidt niet tot een toename van stikstof van meer dan 0,0 mol/ha/jaar. De Aeriusberekening is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Soortenbescherming De meest actuele waarnemingen in de omgeving van het plangebied zijn geïnventariseerd door middel van raadpleging van www.waarneming.nl. Het plangebied is gelegen binnen het subgebied ‘Heuvelstraat’. Uit de gegevens op waarneming.nl blijkt dat er binnen dit subgebied geen waarneming van (zeer) zeldzame soorten is gedaan het afgelopen jaar. De locatie voor de beoogde Ruimte voor Ruimte woning is in de huidige situatie in agrarisch gebruik. Door dit intensieve agrarische gebruik is het niet aannemelijk dat ter plaatse beschermde flora- en faunasoorten aanwezig zijn. Verwacht wordt wel dat enkele algemene voorkomende beschermde zoogdiersoorten zoals de mol, konijn, egel en een aantal algemene muissoorten voor kunnen komen binnen het plangebied. Ter plaatse is tevens sprake van een aantal bomen.

Indien met de beoogde herontwikkeling bomen worden verwijderd, dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen van eventueel aanwezige vogels (half maart tot en met juli). Derhalve dient dit plaats te vinden voorafgaand aan het broedseizoen, dus vóór maart. Hierdoor wordt de projectlocatie ongeschikt gemaakt voor broedvogels. Verstoring wordt daarmee voorkomen. Vanuit de algemene zorgplicht dient daarnaast tijdens de werkzaamheden continu gelet worden op aanwezigheid van al dan niet beschermde planten en dieren. Bij aantreffen van planten en dieren moet worden voorkomen dat deze worden verstoord.

4.7.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat de beoogde herontwikkeling van het plangebied aan de Heuvelstraat ongenummerd te Moergestel geen negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebieden. De beoogde herontwikkeling van het plangebied heeft ook geen negatieve effecten op het voortbestaan van beschermde planten, dieren, leefgebieden en levensgemeenschappen in en om het gebied.

4.8 Water 4.8.1

Inleiding

Nederland is groot geworden door het leven met en de strijd tegen het water. In de 20e eeuw is, doordat er te weinig rekening is gehouden met het waterbelang, veel ruimte aan het water onttrokken en veel afvalwater direct of indirect geloosd op oppervlaktewater. Om de toekomst van Nederland veilig te stellen is het nodig om te anticiperen op klimaatsveranderingen en bij de ruimtelijke planvorming goed rekening te houden met water. De waterbeheerder (Waterschap de Dommel) heeft de taak, kennis en kunde om daar zorg voor te dragen. Daarom is het belangrijk om het waterschap vroegtijdig te betrekken bij de planvorming.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

40

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

4.8.2

Beleidskader

Op Europees, nationaal en stroomgebiedsniveau wordt gewerkt aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW streeft naar duurzame en robuuste watersystemen. Basisprincipes van het nationaal en Europees beleid zijn: meer ruimte voor water, voorkomen van afwenteling van de waterproblematiek in ruimte of tijd en stand-still (géén verdere achteruitgang in de huidige (2000) chemische en ecologische waterkwaliteit). Het streven naar een veilig, gezond en duurzaam waterbeheer staat in de belangstelling. Thema’s zoals ‘water in de stad’ en ‘water als ordenend principe’ zijn beleidsspeerpunten op alle overheidsniveaus.

Het vroegtijdig betrekken van de waterbeheerder en het meewegen van het

waterbelang is, door middel van de Watertoets, sinds 1 november 2003 verankerd in het ‘Besluit op de ruimtelijke ordening 1985’. Het belangrijkste instrument vanuit het Waterschap is de Keur 2015 van Waterschap de Dommel. In het Verbreed Gemeentelijk Riolerings Plan (V-GRP) 2015-2019 heeft de gemeente Oisterwijk haar visie op het stedelijk waterbeheer vastgelegd. Het bovenstaande resulteert in een voorkeursvolgorde voor het verwerken van hemelwater waarbij optie 1 het meest wenselijk en optie 5 het minst wenselijk is: 1. Hergebruik 2. Vasthouden 3. Bergen en afvoeren 4. Afvoeren naar oppervlaktewater (direct of indirect) 5. Afvoeren naar de riolering Aan de hand van deze waterparagraaf wordt duidelijk gemaakt hoe binnen het plan aan Heuvelstraat ongenummerd te Moergestel, met water wordt omgegaan. Verder is opgenomen op welke wijze de inrichtingsmaatregelen bijdragen aan ‘Veiligheid, Voldoende en Schoon Water’. In het laatste deel is een omschrijving en tekening opgenomen van de aan te leggen voorzieningen.

4.8.3

Gebiedsomschrijving in relatie tot water

Het buitengebied van de gemeente Oisterwijk is een zeer gevarieerd gebied met belangrijke landbouwkundige kwaliteiten, landschappelijke en cultuurhistorische waarden en bijzondere ecologische en recreatieve betekenis. In de omgeving van het plangebied aan Heuvelstraat ong. is echter geen sprake van bijzondere ecologische waarden. Ten zuidwesten van het plangebied is aan het Lappenstraatje een B-watergang gelegen.

4.8.4 4.8.4.1

Huidige en toekomstige situatie van het plangebied Verdeling verhard oppervlak

Uitgangspunt bij nieuwbouw is dat er hydrologisch neutraal wordt gebouwd. Dit betekent dat het hemelwater (dat valt op daken en verhardingen) niet versneld mag worden afgevoerd naar het oppervlaktewater of naar het riool. De beoogde herontwikkeling betreft de oprichting van een Ruimte voor Ruimte woning aan de Heuvelstraat. Dit kan door het vasthouden of bergen van het water door het aanleggen van een waterberging of een infiltratievoorziening. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de bouw van een Ruimte voor Ruimte woning ter plaatse van het plangebied. In de huidige situatie is er geen sprake van verhard oppervlak. Met de beoogde VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

41

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

herontwikkeling wordt ter plaatse een nieuw verhard oppervlak verwacht van circa 450 m², bestaande uit 200 m² hoofdgebouw, 150 m² bijgebouwen en 100 m² erfverharding. In navolgende tabel is de huidige situatie van het plangebied en de beoogde situatie van het plangebied weergegeven. Oppervlaktes

Huidig m²

Toekomstig m²

Daken

0

350

Groene daken

0

0

Terrein verharding

0

100

Openverharding

0

0

Onverhard terrein

2150

1700

Totaal

2150

2150

Verderop in deze waterparagraaf wordt een berekening uitgevoerd voor de wateropvang. 4.8.4.2

Bodem

De maaiveldhoogte ter plaatse van het plangebied bedraagt circa 13 meter boven NAP. De grond ter plaatse van het plangebied betreft volgens de provinciale wateratlas een zwarte enkeerdgrond in lemig fijn zand (code zEZ23). Een zeer globale schatting van het doorlaatvermogen van verschillende grondsoorten is te vinden in Tabel 2.1 van het grondwaterzakboekje (Bot, A.P. 2011). Zie hiervoor navolgende figuur.

Figuur 23: Tabel 2.1 uit het grondwaterzakboekje (Bot, A.P. 2011 p.9)

De doorlatendheid van zandgronden (K-waarde) kan worden geschat met tabel 2.5 uit het grondwaterzakboekje.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

42

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Figuur 24: Tabel 2.5 uit het grondwaterzakboekje (Bot, A.P. 2011. p.11)

In het plangebied is sprake van leemhoudend fijn zand. Bij zwak tot sterk slibhoudend (leemhoudend) zand is sprake van een K-waarde tussen 0,5 en 2 per dag. Gesteld kan worden dat ter plaatse van het plangebied uitgegaan kan worden van een doorlatendheid van 1 meter per dag. 4.8.4.3

Grondwater

Binnen het plangebied vindt geen grondwateronttrekking plaats. De Gemiddelde Laagste Grondwaterstand

(GLG)

ter

plaatse

bedraagt

160-200

cm-mv.

De

Gemiddelde

Hoogste

Grondwaterstand (GHG) ter plaatse van de beoogde Ruimte voor Ruimte woning bedraagt 40-60 cmmv. De ontwateringsdiepte (het verschil tussen de maaiveldhoogte en de gemiddelde hoogste grondwaterstand) dient volgens de gemeente Oisterwijk ten minste 70 centimeter beneden maaiveld te bedragen. Hieraan kan binnen het plangebied niet worden voldaan. Indien bijvoorbeeld gekozen wordt voor een woning met kruipruimte, is het verhoging van het plangebied derhalve noodzakelijk om aan de ontwateringsnorm te kunnen voldoen. Bij ophoging is aansluiting op de omgeving een aandachtspunt. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zal dit aspect nader worden uitgewerkt. 4.8.4.4

Oppervlaktewater

Ten zuidoosten van het plangebied is een B-watergang gelegen. Op navolgende figuur is het oppervlaktewater in de omgeving van het plangebied weergegeven. Het plangebied is hierbij rood omcirkeld.

Figuur 25: Ligging plangebied ten opzichte van oppervlaktewateren VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

43

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Met de invoering van de nieuwe Keur is door het waterschap gekozen voor het verder vrijgeven van handelingen in B-wateren. Voor een aantal ingrepen in B-watergangen zijn algemene regels opgenomen en voor de meer ingrijpende handelingen is een vergunningplicht van toepassing. Met de beoogde herontwikkeling zullen geen handelingen plaatsvinden welke effect zullen hebben op deze Bwatergangen. 4.8.4.5

Afvalwater

In het buitengebied van de gemeente Oisterwijk is een drukrioleringsstelsel aanwezig. Ten behoeve van de beoogde Ruimte voor Ruimte woning zal een extra aansluiting komen op de drukriolering. In de beoogde situatie wordt het huishoudelijk afvalwater via de nieuwe aansluiting geloosd op de bestaande drukriolering. Alvorens deze wordt aangelegd zal dit met het bevoegd gezag worden afgestemd, waarbij beoordeeld zal worden of de toename afvalwater verantwoord is op het betreffende stelsel. Indien dit niet verantwoord is zal ter plaatse een voorbuffering plaatsvinden met vertraagde afvoer op dalmomenten. 4.8.4.6

Hemelwater

Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van zink, lood of asfalt et cetera). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. Het schoon hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem, dan wel tijdelijk opgeslagen in een retentie en gedoseerd afgevoerd naar oppervlaktewater. Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten,

parkeerplaatsen

en

terrassen

mag

niet

verontreinigd

zijn

met

chemische

bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen. Binnen het plangebied zal slechts schoon hemelwater infiltreren in de bodem.

4.8.5

Vergunningen

Ten behoeve van de beoogde herontwikkeling aan Heuvelstraat ong. te Moergestel wordt geen watervergunning vereist.

4.8.6

Infiltratievoorzieningen

Voor de waterparagraaf dient rekening gehouden te worden met een berging voor een bui die eenmaal in de 10 jaar voorkomt + 10% (T=10+10%). Met behulp van het gemeentelijk toetsingsinstrumentarium is een berekening gemaakt voor de compenserende berging voor het te bebouwen gebied. Navolgend is de uitkomst van deze berekening weergegeven.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

44

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Principe berekening compenserende berging HWA Projec t Aanvrager Datum

Heuvelstraat ong. Moergestel Dhr. Bierkens 42216

Specificatie rekengegevens Toekomstig verhard oppervlak Verhard oppervlak met correc tie Correctiefactor verhard oppervlak Gevoeligheidsfactor Waking maximale waterspiegel t.o.v. Maaiveld Gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) Maaiveld toekomstig Benodigde compensatie

450,00 450,00 0,00 0,50 0,20 12,50 13,00 13,50

Gekozen type berging/infiltratievoorziening

m2 m2

m1 m1 + NAP M1 + NAP m3 vijver

lengte vijver op insteek breedte vijver op insteek lengte vijver op bodem breedte vijver op bodem waakhoogte talud maximale waterdiepte maximale diepte incl waakhoogte Inhoud waterberging maximale inhoud tot maaiveld

1:

10,00 7,69 7,00 4,69 0,20 3 0,30 0,50 13,50 27,45

m1 m1 m1 m1 m1 lm1 m1 m3 m3

Tabel 4: Uitkomst rekentool waterberging

Uit de berekening blijkt dat de maatgevende berging voor de totale toekomstige verharde oppervlakte van 450 m² binnen het plangebied 13,5 m³ bedraagt. Dit komt overeen met de eisen als gesteld door de gemeente Oisterwijk. In de nieuwe situatie zal de infiltratie worden bewerkstelligd door het schone hemelwater dat valt op bebouwing via dakgoten en regenpijpen af te voeren naar bovengrondse infiltratievoorziening in de vorm van aan te leggen goten in het grasveld, welke uitkomen op een wadi, beiden met een diepte van maximaal 35 centimeter. Deze wadi zal zich bevinden op het achterterrein. Het plangebied biedt hiertoe voldoende ruimte. Navolgende figuur betreft een indicatieve schets met daarop een mogelijkheid voor situering van de wadi. Daarnaast ligt langs de Heuvelstraat en het Lappenstraatje oppervlaktewater.

Tevens

kan

hier

de

leegloopvoorziening

en

noodoverloop

van

de

waterbergingsvoorziening op worden aangesloten.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

45

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Figuur 26: Indicatieve schets met ligging wadi

Indien bij de bouw van de woning niet (enkel) gekozen wordt voor een wadi kan in plaats van of daarnaast gebruik worden gemaakt van andere maatregelen. Voorbeelden hiervan zijn het gebruik van infiltratiekratten of grindkoffers. Voorbeelden van manieren van infiltreren zijn weergeven in navolgende figuur.

Figuur 27: Voorbeelden infiltratievoorzieningen

4.8.7

Conclusie

Met de beoogde herontwikkeling zal hydrologisch neutraal worden gebouwd, waarbij initiatiefnemer een wadi dan wel infiltratiekratten of grindkoffers zal aanleggen. Binnen het plangebied zal slechts schoon hemelwater infiltreren in de bodem en wordt het afvalwater middels nieuwe aansluitingen geloosd op de bestaande drukriolering.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

46

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

4.9 Archeologie 4.9.1

Inleiding

Om te voldoen aan de Wet op de archeologische monumentenzorg, maar ook om vast te leggen hoe de gemeente Oisterwijk in uiteenlopende omstandigheden om wil gaan met historische bodemschatten, heeft de gemeente Oisterwijk archeologiebeleid opgesteld. Op 8 november 2018 heeft de gemeenteraad van Oisterwijk het gemeentelijk archeologiebeleid vastgesteld. Om een goede afweging te kunnen maken van het archeologisch belang is ten eerste een verwachtingskaart voor de gemeente Oisterwijk opgesteld. De verwachtingskaart geeft inzicht in het archeologisch erfgoed van de gemeente. Op de verwachtingskaart is aangegeven wat de archeologische verwachtingen zijn als laag, middelhoog, hoog verwachtingsvol gebied. De verwachtingskaart kan worden gezien als een archeologisch bureauonderzoek voor het grondgebied van de gemeente Oisterwijk.

4.9.2

Onderzoek

Ter plaatse van de beoogde Ruimte voor Ruimte woning is sprake van een middelhoge verwachtingswaarde. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Oisterwijk. Het plangebied is hierbij weergegeven in de zwarte cirkel.

Figuur 28: Uitsnede archeologische waarden- en verwachtingskaart gemeente Oisterwijk

De verwachtingskaart is vertaald in een beleidskaart. Op de beleidskaart is opgenomen hoe wordt omgegaan met archeologie in de betreffende verwachtingsvolle gebieden. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de beleidskaart. Het plangebied is hierbij weergegeven in de zwarte cirkel.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

47

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Figuur 29: Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Oisterwijk

Ter plaatse van het plangebied is sprake van ‘Waarde - archeologie 5; 2.500 m². Navolgende figuur geeft de daarbij behorende ondergrenzen bij bodemverstoring weer.

Figuur 30: Ondergrenzen bij bodemverstoring

Deze dubbelbestemming is opgenomen in het vigerende bestemmingsplan als zijnde ‘Waarde – Archeologie 4’. Middels onderhavig bestemmingsplan zal de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ worden toegekend aan het plangebied. In de regels is bepaald dat ter plaatse van deze dubbelbestemming de volgende activiteiten of bouwwerken mogen plaatsvinden of worden uitgevoerd: a.

vervanging, vernieuwing, vergroting of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil, wordt uitgebreid binnen een afstand van maximaal 3 meter van de bestaande fundering;

b.

een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m²;

c.

een bouwwerk waarvoor de graafwerkzaamheden om het bouwwerk te plaatsen niet dieper reiken dan 0,50 meter onder peil.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

48

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

In de regels van onderhavig bestemmingsplan is bepaald dat indien deze voorwaarden worden overschreden, een rapport overlegd dient te worden waarin de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld.

4.9.3

Conclusie

Met de beoogde herontwikkeling wordt voorzien in bebouwing met een grondoppervlak kleiner dan 2.500 m² (circa 450 m² wordt verwacht), waardoor op grond van het gemeentelijk beleid geen nader archeologisch onderzoek moet worden verricht. Echter kan de aanwezigheid van archeologische sporen of resten nooit volledig worden uitgesloten in een gebied waarvoor geen vervolgonderzoek wordt aanbevolen. Daarom dient men bij het aantreffen van archeologische waarden hiervan melding te maken als opgenomen in artikel 53 van de Monumentenwet.

4.10 Cultuurhistorie 4.10.1 Inleiding Naast de rijks- en gemeentelijke monumenten is een aantal gebouwen binnen de gemeente door de provincie aangewezen als cultuurhistorisch waardevolle bebouwing.

4.10.2 Onderzoek Ten behoeve van de oprichting van de Ruimte voor Ruimte woning zal een bouwtitel worden betrokken van een stoppende agrariër. Bij de samenstelling van deze bouwtitel elders in de provincie Noord-Brabant, is reeds aangetoond dat geen cultuurhistorische bebouwing is gesloopt. Zeker is dan ook gesteld dat er geen cultuurhistorische bebouwing verloren gaat met de sloop van stallen. In het plangebied is in de huidige situatie geen bebouwing aanwezig, hiermee wordt uitgesloten dat cultuurhistorisch waardevolle bebouwing verloren gaat met de oprichting van een Ruimte voor Ruimte woning ter plaatse van het plangebied.

4.10.3 Conclusie Er zullen geen cultuurhistorische waarden verloren gaan met de oprichting van een Ruimte voor Ruimte woning ter plaatse van het plangebied.

4.11 Milieueffectrapportage 4.11.1 Inleiding De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (“m.e.r.“) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een MER te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarde dient een MER te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof en het daarop aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een MER nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

49

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

milieueffectrapportage zit, kan een project immers nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden (vergewisplicht). In het Besluit m.e.r. staan alle activiteiten opgenomen waarvoor een milieueffectrapportage (MER), aanmeldingsnotitie of vormvrije-mer noodzakelijk is. In deze mer-beoordeling worden de milieugevolgen van het plan in beeld gebracht. Als gevolg van de herziening van de m.e.r. richtlijn is nu wettelijk verankerd dat verzachtende maatregelen mogen worden meegenomen in de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling. Er is namelijk vastgelegd dat het bevoegd gezag deze nadrukkelijk dient te beschouwen in de beslissing. Dit biedt dus de kans om reeds in een vroeg stadium maatregelen, die effecten kunnen wegnemen, te betrekken in de effectbeoordeling.

4.11.2 Onderzoek De beoogde ontwikkeling ziet toe op de ontwikkeling van één woning binnen het plangebied. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft (ABRS 12 juni 2019, no. 201807060/1/R1) overwogen “dat het antwoord op de vraag of sprake is van een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage, afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen.” Daarbij heeft de Afdeling afgewogen dat “hetgeen in het plan is voorzien, gelet op de aard en de omvang, niet [kan] worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Weliswaar verandert het gebruik van het perceel door onder andere de realisatie van twee eengezinswoningen, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1, categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage.

Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte bebouwing op het perceel.” De Afdeling heeft uiteindelijk geoordeeld “dat nu de voorziene ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt, geen reguliere of vormvrije m.e.r.-beoordeling behoefde te worden uitgevoerd.” Bovenstaande leidt ertoe dat de beoogde ontwikkeling niet valt aan te merken als ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen met een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen dan wel de realisatie van een bedrijfsvloeroppervlakte met een omvang van meer dan 200.000 m²’.

4.11.3 Conclusie Omdat de beoogde ontwikkeling geen stedelijke ontwikkeling is als bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage, is het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk. De afzonderlijke milieuaspecten zijn in onderhavig hoofdstuk voldoende afgewogen.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

50

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

5.

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING

5.1 Inleiding Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.

5.2 Algemene toelichting verbeelding De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding onder meer bestemmingsvlakken en functieaanduidingen opgenomen.

5.3 Algemene toelichting regels Voor de regels bij het bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’ is aangesloten bij de systematiek van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 en bij het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oisterwijk’. De planregels zijn verdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 geeft de inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsplanregels weergegeven. In dit hoofdstuk worden de op de verbeelding opgenomen bestemmingen geregeld. In hoofdstuk 3 zijn algemene regels opgenomen waaronder de antidubbeltelbepaling en algemene afwijkingsregels. In hoofdstuk 4 zijn de overgangsregels en de slotregel opgenomen. Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1

Begrippen

In dit artikel zijn de bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemene spraakgebruik onvoldoende vast gedefinieerd zijn en waarbij derhalve verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels voor kunnen komen. Artikel 2

Wijze van meten

In dit artikel wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken en percelen gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

De regels in een bestemming zijn conform de SVBP als volgt opgebouwd en benoemd: 1.

Bestemmingsomschrijving

2.

Bouwregels

3.

Nadere eisen

4.

Afwijken van de bouwregels

5.

Specifieke gebruiksregels

6.

Afwijken van de gebruiksregels

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

51

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

7.

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

8.

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

9.

Wijzigingsbevoegdheid

Een bestemmingsregel hoeft niet alle elementen te bevatten. Dit verschilt per bestemming. In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functies. In de bouwregels wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. Voor zover nodig wordt een onderscheid gemaakt in bedrijfsgebouwen, bedrijfswoningen, bijgebouwen, overige bebouwing en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waardoor een toetsing van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen overzichtelijk is. In de planregels betreft artikel 3 de regels inzake de bestemming ‘Wonen’. Artikel 4 betreft regels inzake de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Hoofdstuk 3

Algemene regels

Artikel 5

Anti-dubbeltelregel

In dit artikel zijn regels opgenomen ten opgenomen ter voorkoming van het dubbeltellen van gronden bij het toestaan van een bouwplan, bij het beoordelen van latere bouwplannen. Artikel 6

Algemene bouwregels

In artikel 6 zijn regels gegeven voor het overschrijden van de bouwgrenzen, bestaande maten, en afstanden van woningen tot wegen en spoorwegen. Artikel 7

Algemene gebruiksregels

In dit artikel zijn algemene gebruiksregels met betrekking tot gebruik strijdig met de bestemming gegeven. Artikel 8

Algemene afwijkingsregels

In dit artikel zijn algemene regels voor het afwijken van de regels gegeven waarvoor burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning kunnen verlenen. Artikel 9

Algemene wijzigingsregels

In dit artikel wordt een algemene wijzigingsregel gegeven ten behoeve van het overschrijden van bestemmingsgrenzen. Artikel 10

Overige regels

In artikel 10 is opgenomen dat de wettelijke regelingen waar in de regels naar verwezen wordt, luiden zoals op het moment van vaststelling van onderhavig bestemmingsplan. Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 11

Overgangsrecht

In artikel 11 wordt omschreven hoe wordt omgegaan met het bestaand gebruik en met de bestaande bebouwing ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

52

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

Artikel 12

Slotregel

In artikel 12 worden de regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’.

5.4 Toelichting bestemmingen 5.4.1

Wonen

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen met aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, de uitoefening van nevenfuncties, ondergeschikt aan het wonen en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water. Ter plaatse wordt een Ruimte voor Ruimte woning toegestaan met een inhoud van maximaal 900 m³ en bijgebouwen met een oppervlakte van maximaal 150 m².

5.4.2

Waarde – Archeologie 5

Aan het plangebied is eveneens de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ toegekend. De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologisch waarden.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

53

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

6.

UITVOERBAARHEID

6.1 Economische uitvoerbaarheid Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel dat mogelijkheden voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemers van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Oisterwijk zal middels een overeenkomst in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan zal conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt en zes weken ter inzage liggen. Naar aanleiding van eventuele zienswijzen op het bestemmingsplan vindt een heroverweging op deze onderdelen plaats en kan besloten worden onderhavig bestemmingsplan op een aantal punten te wijzigen.

6.3 Overleg ex artikel 3.1.1. Bro Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Waterschap De Dommel en de provincie Noord-Brabant zijn in het kader van het vooroverleg betrokken bij onderhavig bestemmingsplan. Navolgend worden de vooroverlegreacties nader toegelicht: Waterschap De Dommel Waterschap De Dommel heeft aangegeven in te stemmen met het plan in het kader van de watertoets. Wel geeft het waterschap twee tekstuele opmerkingen bij de toelichting. Naar aanleiding van de ingediende vooroverlegreactie is onderhavige toelichting dan ook tekstueel aangevuld. Inhoudelijk heeft de waterparagraaf daartoe geen wijzigingen tot gevolg. Provincie Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant heeft per brief d.d. 19 juni 2017 te kennen gegeven in te kunnen stemmen met de beoogde herontwikkeling. Echter, ontbrak ten tijde van het vooroverleg de bouwtitel Ruimte voor Ruimte nog.

Inmiddels is de bouwtitel aangekocht en wordt voldaan aan artikel 3.80 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

54

Bestemmingsplan ‘Heuvelstraat ong.’, Gemeente Oisterwijk - Toelichting

6.4 Omgevingsdialoog In het kader van een goede omgevingsdialoog heeft op woensdagavond 24 januari 2018 een informatiebijeenkomst plaatsgevonden waarbij eventueel belanghebbenden aanwezig waren. Naar aanleiding van het gevoerde dialoog is onderhavig bestemmingsplan aangepast. Vastgelegd is dat tot 12 meter uit de noordoostelijke perceelsgrens geen bijgebouwen kunnen worden opgericht en tot 15 meter uit de noordoostelijke perceelsgrens geen hoofdgebouwen. Tevens is vastgelegd dat ter plaatse geen erfafscheiding komt in de vorm van een dichte muur. Een verslag van het gevoerde dialoog is als bijlage bij onderhavige toelichting gevoegd.

6.5

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 6 november 2020 tot en met 17 december 2020 ter inzage gelegen voor de zienswijzentermijn. Gedurende deze termijn zijn geen zienswijzen ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9735902/1