CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-110 Bestemmingsplan Heusdensebaan 111- bijlage 1.1a Bestemmingsplan (bijlagen bij toelichting)

RAAD 12 juli 2021, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-110 Bestemmingsplan Heusdensebaan 1119.588 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Heusdensebaan 111 Gemeente Oisterwijk Vast te stellen

Bestemmingsplan Heusdensebaan 111 Gemeente Oisterwijk Vast te stellen

Rapportnummer:

P02421_bijlagen

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.0824.BPHeusdensebaan111-VA01

Datum:

25 mei 2021

Opdrachtgever:

4 Id 2 B.V.

Projectteam BRO:

JR, MvDn, JDO

Bron foto kaft:

BRO

Beknopte inhoud:

--

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

3

Bijlage 1

Quick scan flora en fauna

4

Bijlage 2

Omgevingsdialoog

20

Bijlage 3

Stikstofonderzoek

48

Bijlage 4

Landschappelijk inpassingsplan

65

Bijlage 5

Vooroverlegreacties

68

2

Bijlagen bij toelichting

3

Bijlage 1 Quick scan flora en fauna

4

Notitie

: Quickscan flora en fauna ‘Heusdensebaan 111’ te Oisterwijk

Datum Opdrachtgever Projectnummer Opgesteld door Interne controle:

: 7 februari 2020 : 4 Id 2 B.V. : P02421 : NL : MvdS

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van het in gebruik nemen van de Vlaamse schuur als een bed and breakfast met 3 eenheden en een vergaderruimte, en de realisatie van parkeerplaatsen met grastegels, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd.

Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 6 februari 2020 tussen 08.30 – 09:30 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 3°C, half bewolkt, zonder neerslag, met een zuidwestenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiele aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het

1

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

1

aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden. Planbeschrijving Het plangebied is gelegen aan de Heusdensebaan 111 in het buitengebied van de gemeente Oisterwijk. De locatie ligt ten noorden van de kern Oisterwijk. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1. Topografische kaart ligging van het plangebied (1:25.000)

Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit een perceel met 3 gebouwen en een kleine schuur. De drie gebouwen zijn een langgevelboerderij, een veldschuur en een Vlaamse schuur. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 3 t/m 8 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

2

Toekomstige situatie De initiatiefnemer is voornemens om de Vlaamse schuur te gebruiken ten behoeve van een bed and breakfast met 3 eenheden en een vergaderruimte. Ten behoeve van deze activiteiten dienen er tevens parkeerplaatsen gerealiseerd te worden in de noordwestelijke hoek van het plangebied. Daarnaast zal het noordelijke gedeelte naast de Vlaamse schuur in gebruik worden genomen als tuin.

Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving

3

Figuur 3. Gedeelte plangebied dat omgezet gaat worden naar tuin

Figuur 4. Bestaande parkeerplaatsen gezien vanaf de weg

Figuur 5. Vlaamse schuur gezien vanaf Heusdensebaan

Figuur 6. Vlaamse schuur gezien vanaf noordwesten

Figuur 7. Beoogde plek voor de toekomstige parkeerplaatsen

Figuur 8. Beoogde nieuwe inrit richting toekomstige parkeerplaatsen

4

Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen”, bevindt zich op circa 920 meter afstand ten noordwesten van het projectgebied (zie figuur 9). Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Met betrekking tot stikstofdepositie is een berekening uitgevoerd.

Uit de berekening blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen stikstofdepositie boven 0,00 mol/ha/jr plaatsvindt op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000 – gebieden. Deze berekening is opgenomen in de bijlagen van de toelichting van het bestemmingsplan. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden.

Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 9). Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 65 meter ten westen van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

5

Figuur 9. Ligging NNB (groen) en Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien er geen (onderdelen van) houtopstanden binnen het plangebied verloren gaan, is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde. Wel dient er bij het vellen van een boom rekening gehouden te worden met het gemeentelijk kapbeleid bij het kappen van individuele bomen.

6

Toetsing soortenbescherming De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:   

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wet natuurbescherming) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wet natuurbescherming)

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. Tabel 1. Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten

Nationaal beschermde soorten

(artikel 3.5 Wnb)

(artikel 3.10 Wnb)

Art 3.1 lid 1

Art 3.5 lid 1

Art 3.10 lid 1a

Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen

Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2

Art 3.5 lid 4

Art 3.10 lid 1b

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3

Art. 3.5 lid 3

-

Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Art 3.1 lid 4 en lid 5

Art 3.5 lid 2

Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

-

Art 3.5 lid 5

Art 3.10 lid 1c

Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

-

7

De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen.

De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.

Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’). De Vlaamse schuur op het terrein is in gebruik door een kerkuil. De schuur bevat ook een nestkast voor deze soort. Gezien het gebruik van de Vlaamse schuur door de kerkuil is een steenuil hier niet te verwachten. Daarnaast biedt de Vlaamse schuur geen geschikte nestlocaties voor huismus en gierzwaluw

8

door het ontbreken van invliegopeningen in het rieten dak en de openheid van de schuur. In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen. Toetsing Bij de verbouwing van de Vlaamse schuur gaat de huidige nestlocatie van de kerkuil verloren. Een nestlocatie van kerkuil is jaarrond beschermd. De initiatiefnemer geeft aan een kerkuilentil (zie voorbeeld uit Purmerend figuur 10) te willen realiseren binnen 500 meter van de huidige nestlocatie en de nestkast dan te verplaatsen naar de kerkuilentil. De nieuwe nestlocatie dient volgens het “Kennisdocument Kerkuil” van BIJ12 bij voorkeur minimaal drie maanden voor de start van de werkzaamheden, en bij voorkeur al in de periode september tot december, aanwezig te zijn, om de vogels te laten wennen aan de nieuwe voorzieningen. Daarnaast dienen de werkzaamheden aan de Vlaamse schuur buiten de kwetsbare periode (voortplantingsperiode) plaats te vinden. De voortplantingsperiode loopt van februari tot en met augustus, maar kan eerder en later beginnen of eindigen. Mogelijk is het verplaatsen van de nestlocatie ontheffingsplichtig.

Initiatiefnemer gaat dit uitvoeren in overleg met een ter zake kundige medewerker van Brabants Landschap.

Figuur 10. Voorbeeld van een kerkuilentil uit Purmerend

Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van overige soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.

9

Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, bosvleermuis, franjestaart, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis. De Vlaamse schuur bevat geen geschikte rust- en verblijfplaatsen voor een vleermuizensoort, zoals open stootvoegen, kierende dakranden en andere openingen naar ruimtes onder het dak of in de spouw. Er is geen sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes, gezien het ontbreken van aspecten als grote hoeveelheden opgaand groen, oppervlaktewater en lijnvormige landschapselementen. Toetsing Het gebouw bevat geen geschikte doorgangen naar potentiele verblijfplaatsen als open stootvoegen of randen onder de gevelbeplating. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust- of verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageerhabitat voor vleermuizen. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als konijn, egel dwergspitsmuis en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen.

Door de aanwezigheid van voldoende foerageergebied zoals de omliggende tuinen en graslanden, betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten wezel, bunzing, hermelijn, steenmarter, boommarter, waterspitsmuis, eekhoorn en das voor. Gezien de beperkte omvang en het relatief stenige habitat, betreft het hier tevens geen essentieel habitat voor de betreffende kleine marterachtigen. Daarnaast wordt voor deze soorten geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht, aangezien het plangebied kleiner dan 1 hectare betreft en bij de werkzaamheden geen leefgebied in potentie doorsneden wordt (Bouwens, 2017).

Er zijn geen holen of nesten in de grond of in de bomen aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil- of nestplaats voor een steenmarter of boommarter, daarnaast zijn er ook geen prooiresten of vraatsporen aangetroffen. Het plangebied biedt geen geschikt habitat voor een waterspitsmuis, waardoor deze op voorhand kan worden uitgesloten. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen dan wel burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik

10

van het plangebied door de das. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis en hazelworm. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten. Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander.

Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde rugstreeppad, poelkikker, heikikker, boomkikker, vinpootsalamander, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Het plangebied en de directe omgeving bevatten echter geen oppervlaktewater, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing. Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.

11

Ongewervelde diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote weerschijnvlinder, bruine eikenpage, gentiaanblauwtje, grote vos, kleine ijsvogelvlinder, veldparelmoervlinder, bosbeekjuffer, gevlekte witsnuitlibel, beekrombout en speerwaterjuffer. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten bekend als drijvende waterweegbree, glad biggenkruid en kruipend moerasscherm. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen.

Gezien het aanwezige biotoop binnen het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.

12

Conclusie Gelet op de potentiele ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming, onderdeel soorten, in acht wordt genomen: 

Met betrekking tot de verbouwing van de Vlaamse schuur dient de huidige nestlocatie van kerkuil verplaats te worden. Dit wordt gedaan in overleg met een ter zake kundige medewerker van Brabants Landschap; Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

Een negatief effect op de instanthoudingsdoelstellingen van Natura 2000 – gebieden vanwege stikstofdepositie kan op voorhand worden uitgesloten. Met betrekking tot de nieuwe functies is een berekening uitgevoerd waaruit blijkt dat de depositie onder de 0,00 mol/ha/ja blijft. Op basis van onderhavige quickscan wordt vervolgonderzoek naar effecten op beschermde gebieden (Natura 2000/NNN) niet noodzakelijk geacht. Evenmin is er sprake van een noodzaak tot het indienen van een ontheffingsaanvraag ten aanzien van houtopstanden dan wel een vergunningsaanvraag in het kader van gebiedsbescherming.

13

Samenvatting In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen. Tabel 2. Overzicht (potentiele) aanwezigheid beschermde soorten/gebieden en te nemen vervolgstappen Soortgroep

Potentieel

Sprake van

Vervolgtraject / maatre-

Bijzonderheden / opmerkin-

aanwezig

overtreding

gelen

gen

Ja

Te voorkomen

Plangebied buiten broedAlgemeen

seizoen bouwrijp maken of controle vooraf

Broedvogels Jaarrond

Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus

Verplaatsen van de nest-

In overleg met ter zake kundige

locatie van kerkuil

ecoloog

Nee

-

-

Nee

Nee

-

-

Nee

Nee

-

-

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Reptielen

Nee

Nee

-

Amfibieën

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Vissen

Nee

Nee

-

-

Ongewervelden

Nee

Nee

-

-

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

Afstand tot

Sprake van

gebied

aantasting

Natura 2000

ca. 920 m

Nee

-

Natuurnetwerk Nederland

ca. 65 m

Nee

-

Houtopstanden

-

Nee

-

beschermd Verblijfplaatsen Vleermuizen

Foerageerhabitat Vliegroutes

Gebiedsbescherming

Ja

Mogelijk

Nee

Vervolgtraject

Heeft betrekking op een soort als de egel Heeft betrekking op een soort als de gewone pad

Bijzonderheden / opmerkingen Geen externe verstorende factoren Wezenlijke ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk Niet van toepassing

14

Geraadpleegde bronnen Algemene Literatuur 

Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse

Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion

Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.

Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbe-

Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Uitgevers, Utrecht.

scherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. 

SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.

Algemene websites 

Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten)

Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)

Floron.nl (soortgegevens planten)

Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)

Sovon.nl (soortgegevens vogels)

Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)

Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)

Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)

Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)

Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)

Provinciale websites 

Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant

Brabant.nl (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant)

Dassenwerkgroepbrabant.nl (gegevens das in Noord-Brabant)

Kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank (grenzen beschermde gebieden)

15

Bijlage 2 Omgevingsdialoog

20

Fase 1

Heusdensebaan 111 Omgevingsdialoog 23 december 2019 7 januari 2020

Programma 1. Welkom, toelichting op aanpak, werkwijze dialoog en verslaglegging 2. Afstemming Gemeente Oisterwijk, huidige situatie 3. De beoogde situatie; korte weergave 4. Reacties vanuit deelnemers 5. Hoe verder?

1 Welkom, toelichting op aanpak, werkwijze dialoog en verslaglegging Aanpak dialoog • Doel;

• vroegtijdig kennis nemen van signalen/gedachten/ideeën omgeving (300 – 500 meter)

• Werkwijze c.f. agenda

• Bij voorkeur eerst presentatie rondmaken • Dan naar vragen • Gemeente is als toehoorder aanwezig; heeft geen formele rol

• Verslagging

• Wordt verzorgd en nagestuurd

2 Afstemming Gemeente Oisterwijk en huidige situatie Heusdensebaan 111 en omgeving

percelen 6858 en 7502; huidige situatie/gebruik 6858; perceel met diverse objecten als ook Oliviersweg 7502; fruitweide

Opslag

Wonen Tijdelijk Organisatiebureau (vrijstelling tot 21 mei 2020)

De huidige situatie Bestemming • Woonbestemming • Tijdelijke vrijstelling voor organisatiebureau in Veldschuur (oude apotheek) • Vlaamsche schuur is bijgebouw t.b.v. opslag • Parkeren op eigen terrein Standpunt Gemeente • Wonen verplicht in voormalige stal hoofdgebouw • Geen wonen in Vlaamsche schuur

3. De beoogde situatie Bestemming; kern van de aanvraag • Woonbestemming blijft; hoofdgebouw langgevelboerderij • Zakelijke dienstverlening in Veldschuur (oude apotheek) • Vlaamsche schuur bijgebouw;

• nog geen beoogd gebruik nevenfuncties t.b.v. aanvraag bestemming bekend • daarom aanwijzingsbevoegdheid nevenfuncties door Gemeente Oisterwijk • aansluitend op zakelijke dienstverlening/synergie overige functies op terrein/buitengebied • moet als monument gerestaureerd worden • mag weinig publiek trekken

• Parkeren op eigen terrein Standpunt Gemeente • Parkeren op eigen terrein; zakelijk parkeren mag niet achter buren Besseling • Onderzoeken verzoek eigenaar parkeren concentreren bij Oliviersweg;

• voorstel eigenaar; ruil deel weide (7502) 300 m2 voor deel tuin (6808) 300 m2 i.v.m. parkeren • geen uitbreiding bouwblok maar vormverandering

De beoogde situatie

Bijgebouw

Wonen Zakelijke dienstverlening

Bijlage bij herinrichting terrein

3. De beoogde veranderingen op een rij • Tijdelijke vrijstelling Veldschuur • wordt binnen bestemming gebracht

• Vlaamsche schuur = bijgebouw; • aanwijzingsbevoegdheid komt bij Gemeente

• Parkeren • Blijft op eigen terrein • Aanpassen veiligheid/afbakening i.v.m. ongenode gasten en vrouwvriendelijkheid • Zoeken naar beste oplossing • Ruimtelijk, veiligheid en ecologisch

4. Vragen aanwezigen

•?? •?? •

5 Hoe verder? • Omgevingsdialoog • 23 december 2019 • 7 januari 2020 • Verslag van beide bijeenkomsten naar omgeving

• Vervolgens voorleggen concept (voor)ontwerp bestemmingsplan (BRO) • via Gemeente Oisterwijk met formele inspraakmomenten • werken naar uiteindelijke vaststelling • waarna realisatie (2021 en verder) • Woning verbouw en herinrichten; wel vanaf medio 2020 planvorming • Vlaamsche schuur restauratie; wel vanaf medio 2020 planvorming

Bijlage bij verslag omgevingsdialoog Heusdensebaan 111 december/januari 2019/2020

Verslagen van Omgevingsdialogen Heusdensebaan 111 Verslag 23 december 2019 Aanwezig

11 personen  8 bewoners omgeving (deelnemerslijst in bijlage A) o Dhr en mw Heijn, Heusdensebaan 111 o Dhr en mw Scheffers, Oliviersweg 9 o Dhr en mw van Beerendonk, Heusdensebaan 121 o Dhr Rijnen, Kerkhovensestraat 100 o Dhr Verhoeven, Kerkhovensestraat 60  Dhr Dortmans van de Gemeente Oisterwijk  I. Straet (IS) en D. Maessen (DM)

Verslag  Na binnenkomst welkom door IS  Agenda vastgesteld cf sheets  Programma na intro IS doorlopen cf sheets middels toelichting DM  Vragen bij behandelde punten o 2. Huidige situatie  Er wordt doorgevraagd op de betekenis van een tijdelijke vrijstelling. Er wordt toegelicht dat een dergelijk vrijstelling verleend wordt waar er zicht op legalisatie is cf bestemmingsplan. In geval van de Veldschuur betekent dit dat er wel gewerkt dient te worden aan een nieuwe bestemming waarin de tijdelijke vrijstelling dan definitief onderdeel wordt van de bestemming. o 3. Beoogde situatie  Vwb wonen geeft DM aan dat waar nu zoon Jules woont in het hoofdgebouw hij medio 2020 verhuist naar den Bosch daar hij nu vader wordt. Zoon Thies zal hem dan medio 2020 opvolgen wanneer hij klaar is met studie. Uiteindelijk zullen IS/DM zelf woonachtig zijn na een grote verbouwing.  De vraag wordt gesteld naar het verschil in begrippen tussen organisatiebureau en zakelijke dienstverlening. Toegelicht wordt dat laatste term breder is qua mogelijkheden binnen een specifieke soort van activiteiten. Het maakt de Gemeente niet zoveel uit wat voor soort van zakelijke dienstverlening er zal plaatsvinden in het gebouw. Wel maakt het haar uit wat de soort van gebruik betekent voor de belasting naar omgeving en gebruik van bijvoorbeeld de wegen.

 De vraag wordt gesteld hoe het kan dat er aan de Vlaamsche schuur verbouwd kan worden zonder dat er een keuze is gemaakt voor een bepaalde invulling. DM geeft aan dat er dan gezocht wordt naar de meeste haalbare mogelijkheid om te voldoen aan de restauratie norm waar het inderdaad logischer is eerst precies te weten wat je wilt en daar de verbouw op af te stemmen. Uit het gesprek volgt dat nadere afstemming tussen college en eigenaar zeer behulpzaam zal zijn alvorens tot definitieve indiening van plannen over te gaan nu de voorbije vele jaren (vanaf 2014) met juist veel ondersteuning van de

ambtelijke deskundigen gekomen is tot voorstellen waar het college dan toch haar ruimte heeft genomen anders te kiezen. Er is nu veel onzekerheid bij de eigenaar.  De vraag wordt gesteld naar betekenis van afscherming terrein en rekening houden met vrouw vriendelijkheid. Toegelicht wordt dat er oneigenlijk gebruik gemaakt wordt van de huidige parkeerfaciliteiten. Dat er veel zwerfafval is en dat ongenode gasten ongewenst zijn. Er is brede herkenning op het zwerfafval. Vwb de afbakening zal rekening gehouden worden met de berm (pm 70 cm) voor het verkeer over de openbare weg die over eigen terrein loopt. Vwb vrouwvriendelijkheid zal er verlichting worden aangebracht  De vraag wordt gesteld waarom de Gemeente niet wil dat er achter het terrein van Besseling geparkeerd wordt. DM geeft aan dat dit waarschijnlijk is omdat de Gemeente dan lange procedures voorziet. DM geeft aan dat dit de reden is dat voorgesteld wordt een stuk tuin achter Besseling tot weide te maken en zo in de fruitweide een stukje weide tot tuin te maken. Deze vormverandering van beide percelen doet geen afbreuk aan de totale invulling en zorgt er voor dat zo een ecologisch meer verantwoorde oplossing voor parkeren mogelijk is.

Er zal onderzocht worden of dit zinvol is aan te vragen nu eerder de gemeente deze denklijn niet positief bevestigd heeft en zoals blijkt ook wellicht inhoudelijk niet helemaal zo begrepen heeft. o 4. Vragen  Vele vragen zijn reeds gesteld. Er wordt gevraagd naar hoe het loopt als er nog geen gebruiksfunctie van de Vlaamsche schuur wordt aangevraagd. De heer Dortmans geeft toelichting op de “menulijst” aan mogelijke invullingen Vlaamsche schuur. Nu er sprake is van een monument biedt dit extra mogelijkheden. o 5. Hoe verder  Het tijdschema van planvorming wordt besproken. Aangegeven wordt dat er 21 mei al een goed uitgewerkt plan in behandeling zal liggen. De behandeling zal vermoedelijk tot einde 2020 duren. Medio 2020 zullen wel plannen voor verbouwing worden aangereikt.  Aangegeven wordt dat in de recente periode diverse actie qua handhaving hebben plaatsgevonden op verzoek van buurman en monumenten commissie. De heer Dortmans geeft toelichting op de onderhoudsplicht van de eigenaar. DM geeft aan dat in documenten van de Gemeente van 1975 staat dat de Vlaamsche schuur nodig aan restauratie toe is. Ook dat hij in 2013/2014 gedurende 6 maanden een stagiar aan het werk heeft gehad met het oog op restauratie. Dat sedertdien veel gebeurt is en dat met een economische grondslag in gebruik er alle reden is te werken aan spoedige restauratie.

Op dit moment is er echter geen beeld meer hoe die grondslag er uit zou mogen zien met verwijzing naar de vele mogelijkheden die de heer Dortmans reeds genoemd heeft. De heer Dortmans geeft nogmaals nadere uitleg.

Er wordt de heer Dortmans gevraagd hoe het kan dat klein ondernemerschap zoals 1 maal per maand garageverkoop gewoon mag waar bedrijven die formeel willen werken zo veel moeite moeten doen met vergunningen. De heer Dortmans geeft aan dat vanaf bepaalde schaalgrootte er noodzakelijkerwijs meer wettelijk geregeld dient te worden.

Verslag 7 januari 2020 Aanwezig

7 personen  3 bewoners omgeving o Dhr en mw Besseling, Heusdensebaan 109 o Dhr van Elderen, Heusdensebaan 107  Dhr Dortmans van de Gemeente Oisterwijk  Dhr van Mier, BRO Boxtel  I. Straet (IS) en D. Maessen (DM)

Verslag  Na binnenkomst welkom door IS  Agenda vastgesteld cf sheets  Programma na intro doorlopen cf sheets middels toelichting DM  Vragen bij behandelde punten o Vragen/opmerkingen weergegeven in document (zie bijlage A) worden doorgenomen door de heer van Elderen o DM geeft in reactie dat deze punten voor zover zij betrekking hebben op bestemmingsplanprocedure meegenomen zullen worden bij de weging die plaats zal vinden om te komen tot een voorstel tot herziening van het bestemmingsplan. De overige punten worden gezien als een poging tot onderhandeling die buiten dit kader van bestemmingsplanherziening liggen. o De heer Dortmans geeft verdere toelichting op enkele aspecten die aan de orde zijn gekomen;  Uitleg wordt gegeven bij de strekking en inhoud van het huidige bestemmingsplan en de wijze waarop daarin het perceel met monument een aantal mogelijkheden gegeven wordt cf bestemmingsplan buitengebied. Als voorbeelden worden genoemd theetuin, 4 maal bed and breakfast, maximaal 80 m2 kantoor aan huis, kleine horeca en tentoonstellingsruimte.  Inzake parkeren wordt toegelicht dat er een verschil is tussen een vormverandering van het bouwvlak enerzijds en het uitbreiden van een bouwvlak.

Dit met name toegespitst op de in de presentatie weergegeven optie die de eigenaar voor ogen heeft om een stuk weide van perceel 7502 (met agrarische bestemming) in te ruilen voor parkeren en daartegen een even groot deel van tuin (met een woonbestemming) van perceel 6858 in te ruilen voor weide (agrarische bestemming).  Uitleg wordt gegeven bij wat de bestemming zakelijk dienstverlening betekent en dat dit zo benoemd wordt vanuit de optiek van de Gemeente Oisterwijk omdat zij zo een categorie van activiteiten voor

ogen heeft die met elkaar een vergelijkbare betekenis hebben voor de wijze waarop de omgeving daarmee belast kan worden  positie Gemeente; de Gemeente Oisterwijk hecht aan het komen tot een oplossing. Dat is ook de reden dat zij bijvoorbeeld het standpunt inneemt dat er niet achter het perceel Besseling geparkeerd mag worden, nu zij weet dat zaken gevoelig liggen. Zij weegt belangen van alle partijen waaronder het algemeen belang. o de heer Besseling vraagt hoe het achter terrein van object Heusdensebaan 111 te beoordelen is nu dat naar zijn mening vroeger weide was met paardenbak en hijzelf een stuk weide gekocht heeft waarop hij geen overpad mocht maken. De heer Dortmans en de heer van Mier geven aan dat het geheel perceel 6858 als één geheel/ bestemmingsvlak te zien is en zo er geen verschil is qua gebruik. Dat perceel heeft niet weide als bestemming, maar een woonbestemming. Het kan als tuin ingericht worden met bijvoorbeeld daarop zwembad, schommel en dergelijke. DM geeft aan dat dit zo is sedert het bestemmingsplan welk is vastgesteld in 2011. o De heren Besseling en van Elderen geven aan de voorkeur te hebben aan een concrete invulling van Vlaamsche schuur in plaats van het in de presentatie genoemde werken met een (binnenplanse) afwijkingsbevoegdheid.

o DM benadrukt dat er nu herhaaldelijk door eigenaar Heusdensebaan 111 voorstellen zijn ingediend om te komen tot invulling van de Vlaamsche schuur. Dit overigens nimmer zonder consultatie van ambtelijke staf gemeente Oisterwijk en ook nimmer buiten gegeven adviezen. Gebleken is dat herhaaldelijk vastgelopen wordt op standpunten van College B&W. Die hebben tot nu toe positie ingenomen door aan te geven wat er niet mag. Het is nu noodzakelijk dat het College gaat staan voor wat er wél mag. Alvorens te komen tot een definitief voorstel zal vooroverleg met het College noodzakelijk zijn. Alweer een route van indienen voorstellen doorlopen die vastloopt is zeer onwenselijk. Temeer daar de Gemeente Oisterwijk inmiddels druk zet op de situatie Vlaamsche schuur. Als er voorstellen voor komen liggen die passen binnen het bestemmingsplan zou dat normaal gesproken moeten kunnen leiden tot instemming. Genoemde kaders worden bij die voorstellen gerespecteerd. Naschrift van eigenaar I. Straet op basis van bijeenkomsten  De kerkuil in de Vlaamsche Schuur maakt het goed. De uil spuugt in deze periode wekelijks een uilenballetje of twee uit in de Vlaamsche schuur. Gemeente Oisterwijk heeft aangegeven dat de kerkuil niet meer een beschermde diersoort is. Werkzaamheden dienen niet in het broedseizoen te starten.

Door de eigenaar zal tzt op het achter terrein een alternatieve verblijfslocatie worden aangereikt.  De omgevingsvergunningen (voor respectievelijk hernieuwbouw monument Vlaamsche Schuur en verbouwing woning ) zullen eerst worden aangevraagd nadat gebleken is dat bestemmingsplantechnisch geen belemmeringen meer zijn om te komen tot een aanvraag omgevingsvergunning.  Een alles in één benadering zoals wellicht door Besseling/van Elderen gevraagd zal niet aan de orde kunnen zijn. Eerst de bestemming technische kaders en als dat

allemaal duidelijk is de omgeving technische invulling op een moment dat de eigenaar daar aan toe is. T.a.v. enkele delen inbreng Besseling/van Elderen inzake burensituatie bij woning; deze hebben geen betrekking op bestemmingsplanherziening, maar zullen relevant kunnen zijn bij omgevingsvergunning waar niet reeds is voorzien in gemaakte juridische overeenkomsten zoals vastgelegd door rechtbank Ten tijde van aanvang van de eerste omgevingsdialoog was de eigenaresse van Heusdensebaan 111 nog niet bekend op welke wijze de Gemeente Oisterwijk meent standpunt in te moeten nemen ten aanzien van de aanvang van restauratie Vlaamsche schuur. Nu dat wel bekend is, is dit van betekenis voor het beoogde tijdschema en volgorde. Allereerst wordt met voorrang gewerkt aan een bestemmingsplanherziening, nu dit een noodzakelijk voorwaarde is om te komen tot een omgevingsvergunning bij de Vlaamsche schuur. De rechtszekerheid die hier mee samenhangt is noodzakelijk om te komen tot enige vorm van financiering van de noodzakelijke restauratie. Een omgevingsvergunning zal worden aangevraagd voor de Vlaamsche Schuur zodra bestemmingsplantechnisch er vereiste duidelijkheid is. Een omgevingsvergunning voor de woning zal eerst worden aangevraagd zodra er zicht is op financiering. Dat zal eerst op middellange termijn plaatsvinden zo wordt ingeschat.

Fase 2

Bijlage 3 Stikstofonderzoek

48

AERIUS-berekening Heusdensebaan 111 Gemeente Oisterwijk

Datum Projectnummer

aeriusberreke

: 14 december 2020 : P02421

1. AERIUS-berekening Op de locatie Heusdensebaan 111 is een monumentale Vlaamse schuur aanwezig. Deze schuur, voornamelijk het dak, verkeert op het moment in slecht staat. De initiatiefnemer wil de schuur graag restaureren/ verbouwen en daarna goed onderhouden. Mede om dit te bekostigen is de initiatiefnemer voornemens om de Vlaamse schuur in gebruik te nemen als 3 bed & breakfast eenheden en een vergaderruimte van maximaal 80 m 2. Het Natura 2000 – gebied ‘Loonse en Drunense duinen & Leemkuilen’, met daarin stikstofgevoelige habitattypen, ligt op ongeveer 1 kilometer afstand. Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten zijn AERIUS-berekeningen uitgevoerd. Uit de berekeningen blijkt dat bij zowel de aanleg- als de gebruiksfase de rekenresultaten niet hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. In de (losse) bijlagen is de door AERIUS gegenereerde rapportage voor de aanleg- en gebruiksfase opgenomen. In het voorliggende document wordt de invoer op sommige punten kort toegelicht.

Ligging NNB (groen) en Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

2. Aanlegfase Bij de verbouwing en restauratie van de Vlaamse schuur wordt gebruik gemaakt van meerdere (mobiele) werktuigen en vinden verkeersbewegingen plaats. Het gebruik van de meeste werktuigen zorgt bij de verbouwing van deze monumentale schuur niet voor een emissie van stikstof, omdat er met zorg gewerkt dient te worden, vaak gebruik gemaakt wordt van ‘oudere’ technieken (zoals rietdekken) en een groot gedeelte van de schuur, zoals het gebint, zoveel mogelijk behouden blijven. Er zijn echter ook werktuigen waarbij wel een emissie van stikstof vrijkomt en dit is ook het geval bij de verkeersbewegingen, onder andere voor de aan- en afvoer van materialen. Deze emissie is berekend. (Mobiele) werktuigen (bron 1) Voor de inzet van (mobiele) werktuigen is uitgegaan van een gemiddeld gebruik van mobiele werktuigen bij de verbouwing van vergelijkbare projecten, gebaseerd op informatie uit eerdere berekeningen. Zie onderstaande tabel en bijgevoegde AERIUS rapportage voor de invoergegevens. De verbouwing van de Vlaamse schuur neemt circa 1 jaar in beslag. Werktuig

Bouwjaar

Brandstof

Vermogen

Belasting

(kW)

(%)

Draaiuren

Totale emissie

Mobiele kraan

va. 2015

Diesel

200

50

100

10,0

Betonpomp

va. 2015

Diesel

200

50

10

1,0

Betonmixer

va. 2015

Diesel

300

50

11

1,7

Verkeer verbouwing (bron 2 en 3) Ten behoeve van de sloop en bouw vinden ook verkeersbewegingen plaats, onder andere in de vorm van vrachtwagens en bedrijfsbussen. De totale verkeersgeneratie is weergegeven in navolgende tabel. De bewegingen zijn over de aanliggende wegen gemodelleerd. De lijnbron is doorgetrokken tot het punt waar ook het zware verkeer zeker is opgegaan in het heersende verkeersbeeld, ter plaatse van de dichtstbijzijnde grote ontsluitingsweg. Ter plaatse van het bouwterrein is het zware verkeer ingevoerd met eens stagnatiefactor van 100%, vanwege het manoeuvreren en stationair draaien. Er is worst-case alleen van ‘zwaar’ verkeer uitgegaan en niet van middelzwaar verkeer. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS rapportage. Categorie

Totale verkeersgeneratie

Licht

400

Zwaar

30

Uit de berekening komen geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j.

3. Gebruiksfase De wijze van verwarming van de Vlaamse schuur in de toekomst staat nog niet vast. Vandaar dat er worst-case is gerekend met het kengetal voor één vrijstaande woning. De verkeersbewegingen die samenhangen met het gebruik van het gebouw zorgen ook voor stikstofemissie. Met behulp van de CROW berekeningstool is de verkeersgeneratie van de functies berekend. De berekeningen worden gemaakt aan de hand van de kengetallen uit de CROW-publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’.

Op een gemiddelde openingsdag vindt bij 80 m2 commerciële dienstverlening ten behoeve van de vergaderruimte in het buitengebied van Oisterwijk (weinig stedelijk) een verkeersgeneratie van 13,25 motorvoertuigen per etmaal plaats. Voor de bed & breakfast is gerekend met de kencijfers voor een 3*-hotel. Op een gemiddelde openingsdag is er bij een bed & breakfast met 3 kamers in het buitengebied van Oisterwijk (weinig stedelijk) sprake van een verkeersgeneratie van 5 motorvoertuigen per etmaal. De totale verkeersgeneratie komt daarmee op 13,25 + 5 = 18,25 motorvoertuigen per etmaal. Dit is niet realistisch, omdat er geen gebruik gemaakt wordt van de vergaderruimte als de B&B-kamers in gebruik zijn, omdat deze ruimte dan ten dienste staat van de gasten van de kamers. Worst-case is er bij de berekening echter wel van de totale verkeersgeneratie uitgegaan en geen rekening gehouden met de bezettingsgraad van de functies. Ook is het verkeer vanaf de splitsing voor 100% in beide richtingen ingevoerd, tot aan het punt waar de verkeersbewegingen opgaan in het heersende verkeersbeeld (Heusdensebaan 111). Ook met de worst-case benaderingen komen uit de berekening geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Resultaat en conclusie Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j.

Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.

BIJLAGE AANLEGFASE

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Aanlegfase Heusdensebaan 111 Vlaamse schuur Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RmJdBV2tDzWZ (14 december 2020) pagina 1/6

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

BRO

Heusdensebaan 111, - Oisterwijk

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Heusdensebaan 111 Vlaamse schuur

RmJdBV2tDzWZ

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

14 december 2020, 15:23

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

12,87 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Verbouwing en restauratie monumentale Vlaamse schuur

Aanlegfase Heusdensebaan 111 Vlaamse schuur

RmJdBV2tDzWZ (14 december 2020) pagina 2/6

Resultaten

Locatie Aanlegfase Heusdensebaan 111 Vlaamse schuur

Emissie Aanlegfase Heusdensebaan 111 Vlaamse schuur

Resultaten

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

12,65 kg/j

Werkverkeer bouwplaats Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Bouwverkeer weg Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Aanlegfase Heusdensebaan 111 Vlaamse schuur

RmJdBV2tDzWZ (14 december 2020) pagina 3/6

Resultaten

Emissie (per bron)

Locatie (X,Y)

Aanlegfase Heusdensebaan 111 Vlaamse schuur

NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

AFW

Kraan

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

10,00 kg/j < 1 kg/j

AFW

Betonpomp

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

1,00 kg/j < 1 kg/j

AFW

Betonmixer

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

1,65 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Mobiele werktuigen 141402, 400742 12,65 kg/j < 1 kg/j

Naam

Soort

Voertuig

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Aanlegfase Heusdensebaan 111 Vlaamse schuur

Werkverkeer bouwplaats 141397, 400741 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

30,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RmJdBV2tDzWZ (14 december 2020) pagina 4/6

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Standaard

Bouwverkeer weg 141337, 401183 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Zwaar vrachtverkeer

30,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Licht verkeer

400,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Aanlegfase Heusdensebaan 111 Vlaamse schuur

RmJdBV2tDzWZ (14 december 2020) pagina 5/6

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201124_13fd900ebd Database versie 2020_20201124_13fd900ebd Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Aanlegfase Heusdensebaan 111 Vlaamse schuur

RmJdBV2tDzWZ (14 december 2020) pagina 6/6

BIJLAGE GEBRUIKSFASE

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Gebruiksfase Vlaamse schuur Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RgDC3Kwpz2fX (14 december 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

BRO

Heusdensebaan 111, - Oisterwijk

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Heusdensebaan 111 Vlaamse schuur

RgDC3Kwpz2fX

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

14 december 2020, 15:28

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

3,33 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Gebruiksfase Vlaamse schuur, 3 B&B-eenheden en vergaderruimte (80m2).

Gebruiksfase Vlaamse schuur

RgDC3Kwpz2fX (14 december 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Gebruiksfase Vlaamse schuur

Emissie Gebruiksfase Vlaamse schuur

Resultaten

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

-

3,03 kg/j

Wegverkeer Noord Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Wegverkeer Zuid Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Vlaamse schuur Plan | Plan

Gebruiksfase Vlaamse schuur

RgDC3Kwpz2fX (14 december 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Gebruiksfase Vlaamse schuur

NOx

Sector

Categorie

Omschrijving

Woningen (nieuwbouw): Vrijstaande woning

Vlaamse schuur

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Eenheden Stof

Emissie

1,0 NOx

3,03 kg/j

Wegverkeer Noord 141423, 400781 < 1 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

18,2 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Vlaamse schuur 141399, 400740 3,03 kg/j

Wegverkeer Zuid 141427, 400738 < 1 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

18,2 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Gebruiksfase Vlaamse schuur

RgDC3Kwpz2fX (14 december 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201124_13fd900ebd Database versie 2020_20201124_13fd900ebd Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Gebruiksfase Vlaamse schuur

RgDC3Kwpz2fX (14 december 2020) pagina 5/5

Bijlage 4 Landschappelijk inpassingsplan

65

bebouwing gazon/weide water weg fietspad loofboom, inheems; eiken, beuken en esdoorns 2.

tamme kastanje leilinde fruitbomen 1. beukenhaag

3.

bloemenweide bosplantsoen parkeren invalide parkeren afwatering

1. langgevelboerderij 2. Vlaamse schuur 3. veldschuur uitwisseling bestemming wonen/agrarisch

0

10

50

Ontwerp: Landschappelijk Inpassingsplan Heusdensebaan 111, 5061 PP Oisterwijk Opdrachtgever: IS Datum: 20 mei 2020 l 14 januari 2021 Schaal: nvt

ARCHITECTURE AND LANDSCAPE DESIGN WWW.IN-ZICHT.NU

+31 6 20401880

bebouwing gazon/weide water weg fietspad loofboom, inheems; eiken, beuken en esdoorns tamme kastanje leilinde fruitbomen beukenhaag bloemenweide bosplantsoen parkeren afwatering uitwisseling bestemming wonen/agrarisch

1. langgevelboerderij 2. Vlaamse schuur 3. veldschuur

Ontwerp: LIP nieuwe landschappelijke elementen Heusdensebaan 111, 5061 PP Oisterwijk Opdrachtgever: IS Datum: 20 mei 2020 l 14 januari 2021 Schaal: nvt

ARCHITECTURE AND LANDSCAPE DESIGN WWW.IN-ZICHT.NU

+31 6 20401880

Bijlage 5 Vooroverlegreacties

68

Gemeente Oisterwijk De heer C. Dortmans Postbus 10101 5060 GA OISTERWIJK

Boxtel ons kenmerk uw kenmerk onderwerp

: 9 november 2020 : Z63293/U132084 : E-mail 20 oktober 2020 : Reactie voorontwerp bestemmingsplan 'Buitengebied geconsolideerd' te Heusdensebaan 111, Oisterwijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10252570/2