CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie sociaal domeinplan oktober 2020

Gezamenlijke Beeldvorming Burger en Ruimte 11 februari 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Op weg naar een nieuw beleidsplan Sociaal Domein17.801 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

▪

De gemeente preventieve activiteiten op het gebied van online veiligheid subsidieert (weerbaarheidstrainingen door de GGD in het Primair Onderwijs en HALT-voorlichtingen in het voortgezet onderwijs) met als doel leerlingen weerbaarder te maken.

▪

In het welzijnsaanbod aan ouderen de aandacht voor cyberveiligheid een vast onderdeel is. Dit gebeurt onder andere in de computercafés van Radius (jaarlijks ca. 200 bezoekers).

▪

Informatiebijeenkomsten zijn georganiseerd over ‘Ouderen en veiligheid’, ‘Cybercrime’ en ‘Babbeltrucs’ .

Aandachtspunten voor de komende jaren ▪

Weerbaarheid van jeugdigen blijft van belang voor nieuwe generaties.

▪

Doordat contacten in de coronacrisis veelal digitaal gaan, is aandacht voor digitale weerbaarheid en cyberveiligheid nog urgenter geworden, met name voor ouderen.

30

Thema IV: Veiligheid in en om huis Doel 13: Minder huiselijk geweld Uit het beleidsplan: Maatschappelijke opgave De maatschappelijke opgave is het zorgdragen voor een veilige thuissituatie voor alle inwoners. We willen bereiken dat: a) Er een goede signalering is van huiselijk geweld. b) Er een goede aanpak (interventie) is van huiselijk geweld.

Wat zeggen de cijfers? Tabel 19: Huiselijk geweld onder jeugdigen Jeugdigen 11-18 jaar

Jeugdigen 11-18 jaar

(%) 2013

(%) 2020

Geestelijk mishandeld door volwassene

2,2

N.b.

Lichamelijk mishandeld door volwassene

1,6

N.b.

Seksueel mishandeld door volwassene

0,2

N.b.

Mishandeld door volwassene (totaal)

3,3

N.b.

Jongerenpeiling 2013 (GGD HM). Deze vragen komen niet terug in de jongerenpeiling 2020.

Tabel 20: huiselijk geweld onder volwassenen

Slachtoffer van huiselijk geweld

Volwassenen 19-64 jaar (%)

Volwassenen 65+ (%)

2012

2016

2012

2016

7

8

6,3

6,2

Bronnen: Kerncijfers volwassenen- en ouderenpeiling Oegstgeest 2012 en 2016.

Uit de rapportage van de GGD (cijfers 2016) blijkt dat het percentage volwassenen dat slachtoffer is geworden van huiselijk geweld iets is toegenomen (van 7% naar 8%), daar waar het onder ouderen stabiel is (6,3% naar 6,2%). De oorzaken voor deze veranderingen zijn niet bekend.

We hebben bereikt dat… ▪

Er structureel aandacht is voor de noodzaak van het melden bij een vermoeden van huiselijk geweld. De nieuwe wettelijk verplichte meldcode voor professionals, maar ook voor vrijwilligers bij o.a. sportverenigingen, draagt hier in grote mate aan bij.

▪

Huiselijk geweld bespreekbaar is geworden en het doen van een melding geen drempels meer opwerpt. Dit blijkt uit de sterke toename van het aantal meldingen van huiselijk geweld bij Veilig Thuis (Bron: rapportages Veilig Thuis7).

7

Zie: https://www.veiligthuishollandsmidden.nl/professionals/downloads/)

31

▪

Iedere melding binnen twee dagen wordt opgepakt en binnen vijf dagen in handen gegeven van de deskundigen. Wanneer de melding een gezinssituatie betreft wordt in veel gevallen ook Algemeen Maatschappelijk Werk (Kwadraad) ingezet zodat zij de begeleiding van het gezin kunnen oppakken.

▪

Oegstgeest heeft in 2019 ingezet op de realisatie van een dekkend netwerk aan AED’s die 24/7 beschikbaar zijn voor hulpverlening (Hartveilig!). Met de tijdelijke opgezette AED werkgroep Oegstgeest, bestaande uit betrokken maar vooral enthousiaste inwoners, heeft een inventarisatie plaatsgevonden en is gestart met de “lege plekken” in het dorp op te vullen. Dit is goed gelukt en de verwachting is dat nog dit jaar ook de laatste locatie zonder AED (de wijk Clinckenburg) wordt voorzien. Het merendeel van de AED’s is d.m.v. particulier initiatief aangeschaft en heeft de gemeente, met o.a. subsidie van Fonds1818, de buitenkasten betaald waardoor zij 24/7 beschikbaar zijn.

Aandachtspunten voor de komende jaren ▪

Ondanks de formatieve uitbreiding bij Veilig Thuis is de druk bij de organisatie nog onverminderd hoog. Het blijft moeilijk om voldoende gekwalificeerd personeel te vinden voor deze vorm van ondersteuning. Het verbeterplan moet nauw worden gevolgd.

▪

In 2020 zijn er naar aanleiding van de Regiovisie Huiselijk geweld en kindermishandeling HollandsMidden nieuwe samenwerkingsafspraken gemaakt voor de samenwerking tussen het Sociaal team Oegstgeest en Veilig Thuis. Het Sociaal Team Oegstgeest gaat zich bekwamen om te werken volgens deze samenwerkingsafspraken.

Doel 14: Jeugdoverlast neemt niet toe Uit het beleidsplan: Maatschappelijke opgave De maatschappelijke opgave is het tegengaan van jeugdoverlast. We willen bereiken dat: a) Jeugdigen zich betrokken voelen bij de buurt. b) Er verantwoordelijkheid is bij inwoners om jeugdigen zelf aan te spreken. c) Er goede samenwerking is tussen professionals onderling en tussen professionals en inwoners.

Wat zeggen de cijfers?

Tabel 21 Aantal meldingen van overlast door jeugd in de gemeente Oegstgeest: Jeugdoverlast

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Aantal meldingen van jeugdoverlast

210

134

136

157

136

112

86

96

Bron vanaf 2015: cijfers politie-eenheid Den Haag

32

Het aantal meldingen van overlast door jeugdigen is verder afgenomen naar 96 meldingen in 2019. De laatste drie jaar was het gemiddeld aantal meldingen 98. Hieruit kunnen we concluderen dat de jeugdoverlast in Oegstgeest niet toeneemt. Dit blijkt ook uit de gegevens van de veiligheidsmonitor gemeente Oegstgeest 2019.

We hebben bereikt dat… ▪

In vergelijking met 2013 zowel de ervaren overlast door rondhangende jongeren als het gevoel van onveiligheid door groepen rondhangende jongeren is gedaald (bron: Veiligheidsmonitor gemeente Oegstgeest 2019).

▪

Er een goede samenwerking bestaat tussen netwerkpartners in het netwerk jeugdoverlast (gemeente, politie, ambulant jongerenwerkers, jeugd- en gezinsteam) waardoor er snel actie wordt ondernomen op overlastmeldingen.

▪

Inwoners die overlast ervaren worden benaderd door politie, gemeente of jongerenwerkers om te bespreken wat de mogelijkheden voor zowel inwoners, jongeren als de professionals zijn om de overlast te beperken.

▪

Jongeren worden betrokken bij hun buurt door regelmatig met ze in gesprek te gaan (wijkagenten, jongerenwerkers).

Aandachtspunten voor de komende jaren ▪

Uitbreiding van het werkgebied van de jongerenwerkers naar de nieuwbouwwijk NieuwRhijngeest. Hier zien wij namelijk overlastplekken ontstaan.

33

Doel 15: Minder valongelukken

Uit het beleidsplan: Maatschappelijke opgave De maatschappelijke opgave is het aantal valongelukken bij senioren in Oegstgeest te verminderen. We willen bereiken dat: a) Senioren zelf meer preventieve maatregelen nemen. b) De openbare ruimte zodanig op orde is dat valongelukken worden voorkomen.

Wat zeggen de cijfers?

Tabel 22: Valongelukken bij 65+ers in Oegstgeest 2012

2016

gevallen in afgelopen 3 maanden

22

19

gevallen en hiervoor

6,2

2,8

(para)medisch behandeld

Het percentage ouderen dat aangeeft de afgelopen 3 maanden te zijn gevallen is tussen 2012 en 2016 minder geworden. Het percentage 65+ ers dat vervolgens (para)medisch behandeld werd is sterk gedaald.

We hebben bereikt dat… ▪

Beweegactiviteiten een vast onderdeel zijn van het aanbod van Radius. Deze activiteiten dragen bij aan het verlagen van risico’s op chronische ziekten en valongelukken.

▪

Cursussen valpreventie zijn uitgevoerd.

Aandachtspunten voor de komende jaren

▪

De beste manier om valongelukken te vermijden is in beweging blijven. Naast vaste clubs speciaal voor ouderen (zoals de Vitality Club) is er de laatste tijd ook meer belangstelling voor activiteiten in de buitenlucht, zoals een wandelclub door vrijwilligers. Het is belangrijk deze laagdrempelige initiatieven te ondersteunen.

34

Thema V: Mantelzorgers zijn ondersteund Doel 16: Minder overbelaste mantelzorgers Uit het beleidsplan: Maatschappelijke opgave De maatschappelijke opgave is overbelasting van mantelzorgers te voorkomen en verminderen. We willen bereiken dat: a) Mantelzorgers ondersteuning op maat krijgen. b) De informatie over het ondersteuningsaanbod en over respijtzorg op orde en toegankelijk is. c) (Zorg)organisaties altijd aandacht hebben voor de mantelzorger.

Wat zeggen de cijfers? Tabel 23: Mantelzorg in Oegstgeest 2015 Percentage inwoners dat mantelzorg

2017

2019

25%

29%

21%

19%

20%

25%

Aantal geregistreerde mantelzorgers

NB

133

187

Bekend met ondersteuning door EVA**

34%

12%

16%

Aantal uitgereikte

121

165

195

verleend Percentage mantelzorgers tamelijk zwaar tot overbelast

mantelzorgwaarderingen Bron: Inwonersenquête en jaarverslagen van St. EVA aanbod Activite én Radius

Uit de inwonersenquête 2019 blijkt dat 21% van de inwoners in Oegstgeest mantelzorg verleent. De cijfers fluctueren over de jaren. Door de vergrijzing en het feit dat steeds meer ouderen thuis blijven wonen voorspelt het SCP een verdere toename van het aantal mantelzorgers in de toekomst. Ondanks alle aandacht voor de ondersteuning van mantelzorgers neemt het aantal overbelaste mantelzorgers in Oegstgeest toe. In de praktijk blijkt dat mantelzorgers pas op zoek gaan naar advies en ondersteuning als de nood hoog is. We hebben bereikt dat… ▪

Er een lokaal mantelzorgoverleg is, waarbij partijen die betrokken zijn bij de ondersteuning van mantelzorgers iedere 2 maanden samenkomen om signalen uit het dorp en actuele thema’s te bespreken en acties hierop af te stemmen.

▪

De gemeente een jaarlijkse subsidie verstrekt aan Stichting Eva, die voorziet in informatie en advies, een luisterend oor biedt, verwijst en zich inzet voor belangenbehartiging. Op dit moment hebben 187 mantelzorgers uit Oegstgeest zich geregistreerd bij Stichting Eva.

▪

Er op regionaal niveau intensiever wordt samengewerkt, o.a. rondom deskundigheidsbevordering en de Dag van de Mantelzorg. In 2019 zijn een tweetal verbetertrajecten van start gegaan ‘In voor Mantelzorg’ (o.a. beter verbinden professionele- en informele zorg) en ‘Jonge

35

Mantelzorgers’ (betere signalering van jonge mantelzorgers en het bieden van passende ondersteuning). Deze trajecten lopen door tot maart 2021. ▪

Er in 2017 een nieuwe vorm van mantelzorgwaardering is ingevoerd in de vorm van een bloemstuk met een persoonlijk geschreven boodschap van de wethouder. De bloemen worden vervaardigd door leerlingen van het Wellant College en bezorgd door de Fietskruideniers in de week van de Dag van de Mantelzorg. Dit wordt door mantelzorgers zeer gewaardeerd.

▪

De communicatie rondom mantelzorgondersteuning- en waardering is geïntensiveerd, om te laten zien hoezeer wij dit thema onderschrijven. Er zijn flyers in omloop en elke twee weken staat er een bericht in de OC en op social media met betrekking tot mantelzorg.

Aandachtspunten voor de komende jaren ▪

Het continu onder de aandacht (blijven) brengen van mantelzorgondersteuning, zodat mantelzorgers op laagdrempelige wijze informatie en advies kunnen vragen en tijdig bekend zijn met de mogelijkheden voor verdere ondersteuning en respijtzorg.

Doel 17: Minder vraagverlegenheid Uit het beleidsplan: Maatschappelijke opgave De maatschappelijke opgave is het taboe op hulp vragen bij een zorg- of ondersteuningsbehoefte te doorbreken. We willen bereiken dat: a) Inwoners van Oegstgeest makkelijker om hulp vragen. b) Kleinschalige initiatieven van inwoners om elkaar te ondersteunen gestimuleerd worden.

Wat zeggen de cijfers?

Tabel 24 Percentage inwoners in 2017 dat zeker kan terugvallen op familie, vrienden of mensen uit de buurt als men hulp nodig heeft, naar leeftijd Terugvallen op naasten voor hulp, naar Alle inwoners 55-70 jaar 70+’ers leeftijd

(%) (%)

(%)

Familie

83

73

75

Vrienden / kennissen

62

57

43

Buurtbewoners

27

31

29

Vrijwilligers

16

9

29

36

Tabel 25 Percentage inwoners in 2019 dat zeker kan terugvallen op familie, vrienden of mensen uit de buurt als men hulp nodig heeft, naar leeftijd Terugvallen op naasten voor hulp, naar Alle inwoners 55-70 jaar 70+’ers leeftijd

(%) (%)

(%)

Familie

80

71

73

Vrienden / kennissen

61

50

47

Buurtbewoners

25

28

34

Vrijwilligers

15

12

28

Tabel 26 Mate waarin men in 2017 kan terugvallen op familie, vrienden of mensen uit de buurt als men hulp nodig heeft Terugvallen op naasten voor hulp Ja, zeker Waarschijnlijk Nee wel (%) (%)

(%)

Familie

83

13

4

Vrienden / kennissen

62

33

5

Buurtbewoners

27

52

21

Vrijwilligers

16

28

55

Tabel 27 Mate waarin men in 2019 kan terugvallen op familie, vrienden of mensen uit de buurt als men hulp nodig heeft Terugvallen op naasten voor hulp Ja, zeker Waarschijnlijk Nee wel (%) (%)

(%)

Familie

80

14

7

Vrienden / kennissen

61

35

5

Buurtbewoners

25

54

22

Vrijwilligers

15

24

61

De afgelopen jaren is weinig verschil opgetreden in deze cijfers. Meer dan 90% van de inwoners van Oegstgeest kan nu zeker (80%) of waarschijnlijk (14%) terugvallen op familie als men hulp of zorg nodig heeft. Ook bij vrienden of kennissen kan men vaak (61% zeker en 35% waarschijnlijk) terecht. Driekwart denkt ook mensen in de buurt te kunnen aanspreken als men hulp of zorg nodig heeft, waarvan 25% zeker is. De rol van vrijwilligers schat men beperkt in. De meeste ouderen kunnen een beroep doen op familie. 70-plussers denken minder vaak terug te kunnen vallen op vrienden en kennissen dan gemiddeld, maar gaan er vaker vanuit dat ze een beroep kunnen doen op vrijwilligers.

37

Tabel 28 Burenhulp in 2017 in de vorm van voor elkaar klaar staan Burenhulp: voor elkaar klaar staan In mijn buurt staan

Er zijn voldoende

buurtbewoners altijd

mogelijkheden / plekken

voor elkaar klaar (%)

om buurtbewoners te ontmoeten (%)

Helemaal mee eens

6

4

Mee eens

47

39

Niet mee eens/niet mee oneens

34

31

Mee oneens

9

20

Helemaal mee oneens

4

7

Tabel 29 Burenhulp in 2019 in de vorm van voor elkaar klaar staan Burenhulp: voor elkaar klaar staan In mijn buurt staan

Er zijn voldoende

buurtbewoners altijd

mogelijkheden / plekken

voor elkaar klaar (%)

om buurtbewoners te ontmoeten (%)

Helemaal mee eens

7

4

Mee eens

45

35

Niet mee eens/niet mee oneens

35

30

Mee oneens

11

23

Helemaal mee oneens

2

8

Bron tabellen 24-29: Inwonersenquête 2019 van de gemeente Oegstgeest

Ook in deze tabellen zijn de verschillen tussen beide metingen minimaal. 52% van de Oegstgeestenaren onderschrijft in de laatste meting de stelling dat bewoners in hun buurt altijd voor elkaar klaar staan. Een klein percentage (13%) is het met deze stelling oneens. Er zijn - statistisch gezien – geen verschillen met de meting van de vorige inwonersenquête in 2017. Volgens 39% van de inwoners zijn er in Oegstgeest voldoende mogelijkheden of plekken om buurtbewoners te ontmoeten. 31% is het hier niet mee eens. Er zijn - statistisch gezien – geen verschillen met 2017. We hebben bereikt dat… ▪

Vraagverlegenheid en handelingsverlegenheid bekende begrippen zijn geworden bij onze maatschappelijke partners en dat zij hier alert op zijn.

▪

Het online burenhulpplatform BUUV is gestart in Oegstgeest. BUUV is een buurtmarktplaats voor en door bewoners: een online platform waarbij men een (hulp)vraag kan stellen en zich kan aanbieden om buurtgenoten te helpen. BUUV wordt beheerd door Radius. Er is en blijft een link met hun eigen meldpunt vrijwillige hulpverlening, zodat ook minder digitaalvaardige mensen mee kunnen (blijven) doen.

▪

Er een experimentele subsidieregeling voor burgerinitiatieven was in 2018. Er zijn negen aanvragen gedaan, die allemaal financiële ondersteuning ontvangen hebben. Bij het beoordelen van subsidieaanvragen van burgerinitiatieven was vraagverlegenheid een belangrijk aandachtspunt.

38

▪

Er vaker gebruikt wordt gemaakt van ervaringsdeskundigheid (bijvoorbeeld in het project Samen tegen eenzaamheid).

▪

De sociaal makelaar (burger)initiatieven heeft ondersteund en met elkaar verbonden.

▪

De sociale kaart (huidige aanbod op welzijnsgebied van Oegstgeest is samengesteld. Deze sociale kaart is digitaal te raadplegen op de site van het sociaal team en wordt regelmatig geactualiseerd.

Aandachtspunten voor de komende jaren ▪

Verder bekendheid geven aan het aanbod in Oegstgeest (sociale kaart).

▪

Burenhulp en burgerinitiatieven blijven stimuleren en faciliteren (cf. de leidraad burgerparticipatie). De inzet van de sociaal makelaar is daarbij noodzakelijk.

▪

Naast vraagverlegenheid zien wij ook handelingsverlegenheid, de twee versterken elkaar. Het stimuleren van ‘omkijken naar elkaar’ zou meer aandacht kunnen krijgen. De campagne “Wij zijn Oegstgeest” van Samen tegen eenzaamheid speelt daarop in.

39

Thema VI: Jeugdigen ontwikkelen zich goed Doel 18: Meer jeugdigen behalen een startkwalificatie Uit het beleidsplan: Maatschappelijke opgave De maatschappelijke opgave is te zorgen dat zoveel mogelijk jeugdigen een startkwalificatie behalen en als zelfredzame burgers met een goede kans op de arbeidsmarkt de onderwijsperiode afsluiten. We willen bereiken dat: a) Jonge kinderen geen ontwikkelingsachterstanden oplopen. b) De overgang van leerlingen naar een volgende school goed verloopt. c) Kinderen zolang zij leervermogen hebben en naar school willen (passend) onderwijs kunnen volgen. d) Er passende maatregelen worden genomen bij dreigende schooluitval. e) Onderwijshuisvesting bijdraagt aan de kwaliteit van het onderwijs.

Wat zeggen de cijfers?

Tabel 30: Verzuim en uitval van leerlingen op school

Schooljaar % Leerlingen met een

2014-

2015-

2016-

2017-

2018-

2015

2016

2017

2018

2019

1,6%

1,3%

1,8%

1,0%

1,2%

15

16

9

NB

NB

20

20

17

23

15

1,1%

1,1%

0,88%

1,21%

0,79%

verzuimmelding (relatief verzuim) Aantal afgesloten RMC-trajecten Voortijdig Schoolverlaters Aantal Percentage

Bron: Jaarverslagen Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland Kinderen die vaak verzuimen hebben een grotere kans om van school uit te vallen en dus Voortijdig SchoolVerlater (VSV-er) te worden. De gemeente Oegstgeest kent de laagste verzuim- en VSV-cijfers binnen de regio Holland Rijnland: Het (relatief) verzuim in Oegstgeest laat na een kleine piek in schooljaar 2016-2017 (hernieuwde afspraken over verzuimmeldingen) een afname zien van 1,6% naar 1,2% over de laatste 5 jaar. Binnen de regio Holland Rijnland varieert het percentage van gemeenten tussen de 1.2% en 1,6%. Het aantal VSV-ers behoort in Oegstgeest met 0,79% (2018-2019) eveneens tot de laagste binnen de regio Holland Rijnland. Per gemeente varieert dit percentage tussen 0,79% en 2,62% (2018-2019). Omdat cijfers voor Oegstgeest over de jaren fluctueren -het gaat om relatief kleine aantallen- kan op dit moment nog niet worden gesproken over een structurele daling.

40

We hebben bereikt dat… ▪

De focus van vroegtijdige signalering van kinderen met spraak- en taalproblemen is verschoven van de basisschoolleeftijd naar de voorschoolse periode (2 tot 4 jaar). Ouders en pedagogisch medewerkers worden vroeg betrokken doordat de preventieve logopedist laagdrempelig en op locatie (kinderopvang en CJG) beschikbaar is. Doorverwijzing en begeleiding van kinderen wordt op jongere leeftijd opgestart en gemonitord.

▪

De voor- en vroegschoolse educatie (VVE) per 1 januari 2019 is opgehoogd van 12 uur per week (drie dagdelen) naar 16 uur per week (vier dagdelen). Door inzet van ‘flexplekken’ en uitbreiding met een tweede VVE- locatie in Oegstgeest bij Het DOK kunnen alle kinderen met een indicatie worden geplaatst.

▪

Er een goede samenwerking is ontstaan tussen het onderwijs, het Centrum voor Jeugd en Gezin (Jeugdgezondheidszorg en Jeugd en Gezinsteam), Regionaal Bureau Leerplicht en andere partijen rondom jeugd. In de afgelopen jaren is ingezet op ontmoeting, uitwisseling en aan de hand van casuïstiek heeft de samenwerking verder vorm gekregen.

▪

De juiste schoolkeuze wordt gestimuleerd door leerlingen in een vroeg stadium vrijblijvend kennis te laten maken met diverse beroepen en bedrijven in Oegstgeest. Tijdens de Roefeldag in 2019 hebben 120 leerlingen 30 bedrijven en de gemeente bezocht. Dit wordt in 2020 voortgezet.

▪

Voor een meer soepele overgang van het VSO naar het MBO voor leerlingen met autisme met ingang van 2018 een schakeljaar tot stand is gebracht met als doel het percentage uitvallers te laten dalen van 60% in 2015-2016 naar maximaal 20%.

▪

Eind 2019 de gemeenten binnen Holland Rijnland hebben ingestemd met gemeenschappelijke financiering van 3 projecten om voortijdig schoolverlaten te voorkomen: (1) Extra (taal)ondersteuning op het MBO voor anderstalige (oud ISK-)leerlingen en statushouders, (2) de inzet van de GGD voor 18-plussers op het MBO en voor het bieden van stages en (3) begeleiding terug naar school door Studio Moio.

▪

Sinds 1 maart 2018 ouders van peuters (2.5 - 4 jaar), die geen recht op kinderopvangtoeslag van het Rijk hebben, gebruik kunnen maken van de ‘Regeling Toegang Peuteropvangvoorziening Oegstgeest 2018’. Er maken jaarlijks ca. 20 peuters gebruik van de regeling. Inmiddels is ook een tweede aanbieder geïnteresseerd om de peuterregeling uit te gaan voeren.

▪

De gemeente Oegstgeest participeert in de Ontwikkelagenda Jeugd en de Ontwikkelagenda Onderwijs-Jeugdhulp regio Leiden waarbij gemeenten, samenwerkingsverbanden Primair en Voortgezet onderwijs en het MBO onderwijs de beleidsplannen op elkaar afstemmen op de thema’s: samenwerking onderwijs en Jeugdhulp, Het jonge kind (o.a. overgang opvang en onderwijs) en de MBO/kwaliteitsagenda, doorgaande lijn en jongeren in een kwetsbare positie.

▪

In 2019 in samenwerking met de schoolbesturen de ‘Uitgangspuntennotitie Integraal Huisvestingsplan’ onderwijs aan de raad is aangeboden en eind 2019 heeft de raad op basis van een amendement de uitgangspunten vastgesteld voor een nieuw Integraal HuisvestingsPlan (IHP) en het aanpassen van de ‘Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs’.

▪

In 2019 de uitbreiding van basisschool Het Dok met 1.500 m2 bruto vloeroppervlak is aanbesteed. Met de realisatie wordt in 2020 gestart.

▪

In 2019 het besluit is genomen om voor de nieuwbouw van Leo Kanner (VSO) op een nog aan te wijzen locatie in plangebied De Geesten een plan uit te werken tot een voorlopig ontwerp.

41

Aandachtspunten voor de komende jaren ▪

In 2019 is op initiatief van de gemeente Leiden een project gestart om tot een regionaal meerjarenbeleidsplan te komen voor het onderwijs aan nieuwkomers. Het gaat om de spreiding van en toelating tot het aanbod (internationale schakelklassen), de warme overdracht bij overgangen tussen ISK en regulier onderwijs en de kennisdeling binnen het primair en voortgezet onderwijs. Bij de uitwerking van een toekomstig regionaal scenario moet worden bekeken wat dit betekent voor het lokale onderwijs en beleid ten aanzien van leerplichtige nieuwkomers in Oegstgeest.

▪

Nadat in maart 2020 de scholen sloten in verband met corona, hebben deze in een kort tijdsbestek het onderwijs op afstand vormgegeven. Van dit digitale onderwijs blijken naar schatting 50 tot 70 kinderen in de regio baat te hebben gehad, die vóór corona niet of nauwelijks onderwijs volgden. Het is van belang te borgen dat voor deze groep afstandsonderwijs in één of andere vorm in de toekomst wordt gecontinueerd.

▪

Verdere uitwerking van ontwikkelopgaven van de Ontwikkelagenda (Passend) Onderwijs en Jeugdhulp in (sub)regionale samenwerking.

▪

De verdere uitwerking van het Intergaal Huisvestings Plan (IHP), met onder andere de huisvesting voor de Leo Kannerschool (VSO-afdeling) en voor de (V)SO leerlingen van de Leo Kannerschool die zorg ontvangen van het Curium-LUMC.

▪

Huisvesting van de Gevers-Deutz Terwee school.

42

Doel 19: Minder opvoed- en opgroeiproblemen Uit het beleidsplan: Maatschappelijke opgave De maatschappelijke opgave is dat jeugdigen gezond en veilig opgroeien en hun talenten ontwikkelen zodat zij naar vermogen deelnemen en bijdragen aan de maatschappij. We willen bereiken dat: a) Preventie bijdraagt aan het voorkomen van problemen. b) De eigen kracht van kind en gezin wordt benut c) Er geen kinderen tussen wal en schip vallen. d) Regionale samenwerking leidt tot versnelling van de transformatie.

Wat zeggen de cijfers? Tabel 31: Kerncijfers Jeugdhulp Nederland

Regionaal

Oegstgeest

2017

2019

2017

2019

2017

2019

jeugdhulpgebruik

11,4%

12,2%

13,5%

14,8%

12,5%

12,3%

jeugdhulp zonder verblijf

10,6%

11,1%

13,2%

13,9%

12,5%

11,9%

verwijzingen door JGT

27%

32,5%

22%

21%

19%

23,3%

verwijzingen door huisarts

36%

36,5%

31%

23,3%

44%

30,7%

verwijzingen door GI

9%

9,5%

14%

7,3%

12%

5,8%

Bron: CBS statsline Indicatoren Jeugdzorg in natura & Jeugdhulptrajecten in natura; verwijzer, regio (gemeente)

Tabel 32: Opvoed- en opgroeiproblemen onder jeugdigen in Oegstgeest: Opvoed- en opgroeiproblemen

Jeugdigen 11-18 jaar (%)

2013

2019

Risico op emotionele problemen

20

17

Matig risico op psychosociale problemen

8

9

Verhoogd risico op psychosociale problemen

13

9

Afgelopen jaar vaak aan suïcide gedacht

9

4,4

Bron: Kerncijfer Jongerenpeiling 2013 Oegstgeest (GGD HM) en Kerncijfers Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 (GGD HM)

Hoewel geen sprake is van structurele (grote) problemen in het opgroeiklimaat, maken veel jeugdigen gebruik van jeugdhulp. We hebben bereikt dat… ▪

De gemeente Oegstgeest eind 2019 met zo’n 25 jeugdpartijen een Preventieakkoord Jeugd heeft gesloten. Door middel van het Preventieakkoord wordt ingezet op verstevigen van de civil society, vroegsignalering, een dekkend aanbod van preventieve activiteiten, deskundigheid en

43

samenwerking. Thema’s binnen het Preventieakkoord zijn o.a. hoogbegaafdheid, echtscheiding, weerbaarheid/veerkracht, middelengebruik en prestatiedruk. ▪

Er in samenwerking met de Leidse regio een gemeenschappelijk visiedocument is vastgesteld: “Samen sterk voor de toekomst van Jeugd(hulp)”. In deze nieuwe gezamenlijke visie staan het kind en gezin centraal, wordt er ingezet op vroegsignalering, preventie en het organiseren van benodigde hulp zo dicht mogelijk bij het kind en ligt de focus op normalisering van de jeugdhulp.

▪

Er in samenwerking met de Holland Rijnland regio een nieuw inkoopplan is vastgesteld waarmee een stap wordt gezet naar nog betere regionale inkoop van (hoog)specialistische jeugdzorg.

▪

De toegang tot jeugdhulp in Oegstgeest in lijn is met het programmaplan “Samen Sterk voor de toekomst van Jeugdhulp” op een nieuwe manier vormgegeven door middel van de inzet van het JGT en de samenwerking met huisartsen.

▪

Er vanaf het voorjaar van 2020 een POH Jeugd werkzaam is in Oegstgeest. De POH Jeugd werkt vanuit het Jeugd- en Gezinsteam bij de huisartspraktijken en ziet daar jeugdigen met psychosociale vragen. Door de nauwe samenwerking met de huisartsen en de laagdrempelige toegankelijkheid is het doel om jeugdigen handvatten te bieden bij de ontwikkeling en bij psychosociale problemen en om de schaarse (GGZ) Jeugdhulp in te zetten waar dat het meest nodig is.

▪

Gemeente Oegstgeest en het Centrum voor Jeugd en Gezin i.s.m. andere partijen deelnemen aan het verbetertraject Jonge Mantelzorgers (Movisie), met als doel betere signalering van jonge mantelzorgers en het bieden van passende ondersteuning.

▪

Vrijwillige inzet bij opvoed- en opgroeivragen is vergroot, o.a. door subsidie te verlenen aan Vitalis maatjes, waarbij kinderen uit kwetsbare gezinnen voor langere tijd worden gekoppeld aan een maatje met wie zij activiteiten ondernemen.

▪

De digitale ondersteuning aan opvoeders en jeugdigen is uitgebreid; o.a. door het aanbieden van webinars en door informatie voor jongeren te ontsluiten via social media.

Aandachtspunten voor de komende jaren ▪

Hoewel het jeugdhulpgebruik in Oegstgeest ten opzichte van de regio de afgelopen periode niet is toegenomen, zijn de kosten voor regionale jeugdhulp echter wel fors toegenomen. De afgelopen jaren zijn de kosten voor jeugdhulp weliswaar gedempt door regionale solidariteit, maar met ingang van 2021 komen de kosten voor het lokale jeugdhulpgebruik direct voor onze rekening.

▪

Deze forse kostenstijging brengt met zich mee dat we verantwoordelijk zijn voor een kwalitatief, maar ook betaalbaar jeugdhulpstelsel. Wij zijn van oordeel dat we daarom fors moeten investeren in preventie, vroegsignalering en de gemeentelijke toegang (jeugd- en gezinsteam). Deze investering moet ertoe leiden dat we op termijn de kosten voor specialistische jeugdhulp kunnen terugdringen.

▪

Daarom is het ook belangrijk om bij de verdere uitwerking van het Preventieakkoord Jeugd de komende periode met organisaties in het voorveld aan de slag te gaan om laagdrempelige hulp te bieden en vraagstukken rondom ontwikkeling en opvoeding als gezamenlijke verantwoordelijkheid op te pakken.

▪

Van onze beoogde partner voor de gemeentelijke toegang (per 1 juli 2021) verwachten we een nauwe samenwerking met dit voorveld en ontwikkelen we kaders om samen met het onderwijs en de huisartsen (POH-jeugd) om jeugdhulp dichtbij te organiseren op een zodanige wijze dat

44

jeugdigen vroegtijdig worden geholpen en zwaardere jeugdhulp niet meer nodig is. Dit vergt een forse investering en een grote mate van sturing vanuit onze gemeente en de Leidse regio. ▪

Ook van onze regionale aanbieders verwachten wij dat zij aan de slag gaan met de tot dusver uitgebleven transformatie. Het nieuwe inkoopplan is daarbij leidend. In de verdere uitwerking van het inkoopplan moet de focus liggen op de visie “licht waar het kan, zwaar waar het moet”. Daarbij gaan we als gemeenten strakker sturen op normering en het terugdringen van verwijzingen.

45

3. Evaluatievragen sociaal domeinplan In het beleidsplan ‘Met elkaar, voor elkaar’ is een drietal punten opgenomen die in de evaluatie aan de orde komen:

1.

1.

In welke mate biedt het beleid sturing op maatschappelijke effecten?

2.

In welke mate zijn subsidiepartners gaan samenwerken?

3.

In welke mate heeft dit ertoe geleid dat zij innovatief zijn en doen wat nodig is?

In welke mate biedt het beleid sturing op maatschappelijke effecten?

De afgelopen jaren hebben we samen met onze partners in het dorp gewerkt aan de 19 maatschappelijke doelen in het beleidsplan. Deze maatschappelijke doelen zijn allen voorzien van ten minste 1 beleidsindicator. Door het formuleren van deze doelen en de indicatoren komt er aandacht voor het positief beïnvloeden van de doelen. In de praktijk is echter niet aan te tonen dat het gemeentelijke beleid in grote mate sturing kan bieden op de geformuleerde maatschappelijke doelen. Daarvoor zijn er teveel invloeden die buiten de invloedsfeer van de gemeente liggen die de waarde van bepaalde indicatoren bepalen. De indicatoren zijn in feite de thermometer op basis waarvan het beleid kan worden aangescherpt of worden gewijzigd. In 2017 is daarom ook bewust gekozen voor een aansluiting tussen het beleidsplan en de begroting van Oegstgeest. Dit heeft als effect dat elke begrotingsronde de doelen uit het beleidsplan centraal hebben gestaan en jaarlijks inzichtelijk is op welke wijze de doelen concreet worden nagestreefd. Daarmee is ook de invloed van de raad bij het bepalen van het beleid of het leggen van accenten binnen bepaalde thema’s of beleidsdoelstellingen in het sociaal domein gewaarborgd. Zoals gezegd is het sturen op een gewenst maatschappelijk resultaat in de praktijk niet altijd direct inzichtelijk te maken of te meten.

Om die reden is de afgelopen jaren dan ook vooral ingezet op andere vormen van beïnvloeding en het meebewegen met autonome ontwikkelingen om uiteindelijk op langere termijn maatschappelijke effecten te realiseren. In ons dorp zien we hier diverse mooie voorbeelden van. Gewerkt is aan het beter bekend maken van inwoners met de verschijnselen van dementie zodat ouderen met dementie langer zelfstandig kunnen blijven (Dementievriendelijk Oegstgeest). Een ander voorbeeld is het project ‘Eén tegen eenzaamheid’. Maatschappelijke partners, maar ook inwoners worden gestimuleerd om bij te dragen aan het tegengaan van eenzaamheid. Niet alleen bij ouderen, ook bij jongere mensen. Op korte termijn zijn de effecten van deze interventies weliswaar niet meetbaar, maar de verwachting is dat bewustwording en het vergroten van de kennis onder inwoners op langere termijn tot grotere maatschappelijke resultaten kunnen leiden. We kiezen er bewust voor om deze vormen van beïnvloeding en sturing breed in het dorp onder de aandacht te brengen. De kracht van een gemeente met 25.000 inwoners is immers dat zorgaanbieders, inwoners, ondernemers en verenigingen met elkaar meer kunnen bereiken. Van belangrijke subsidiepartners verwachten we daarbij een voortrekkersrol en is het leveren van een bijdrage aan de maatschappelijke doelen een voorwaarde voor het verkrijgen van subsidie.

Meerdere keren per jaar spreken wij daarom onze subsidiepartners om te bezien of zij voldoen aan de kaders van ons beleidsplan en sturen we zonodig bij om aan te sluiten bij de ontwikkelingen in Oegstgeest.

46

2.

In welke mate zijn subsidiepartners gaan samenwerken?

Halverwege de looptijd van het beleidsplan heeft er in januari 2019 een bijeenkomst plaatsgevonden met subsidiepartners in het Dorpscentrum van Oegstgeest. De opkomst was groot en de bijeenkomst voorzag in een behoefte bij zowel subsidiepartners als de gemeente om met elkaar in gesprek te zijn over samenwerking en resultaten behalen. Afgesproken is om een dergelijke bijeenkomst te herhalen. Het voornemen is om in het najaar van 2020, ten behoeve van het opstellen van het nieuwe beleidsplan 2021-2024, opnieuw een dergelijke grote bijeenkomst (waarschijnlijk digitaal) te organiseren. De middag bestond uit 3 delen: ▪

ophalen via geeltjes van resultaten op de 19 doelen uit het beleidsplan;

▪

in 5 groepen uiteen om met elkaar in gesprek te gaan over (1) met wie heb je samengewerkt en welke resultaten heb je behaald, (2) welke innovaties zijn hieruit voortgekomen en (3) wat zijn kansen en belemmeringen;

▪

plenair afsluiten met terugkoppeling uit de 5 groepen.

De opbrengst is te veelomvattend en te breed om in deze evaluatie integraal op te nemen. Belangrijke bevinding van de middag is dat veel subsidiepartners elkaar goed weten te vinden. De uitdaging is om elkaar aan te vullen en niet te veel hetzelfde aanbod te willen bieden. De partners vinden het hierbij belangrijk dat de gemeente vanuit een regie- en overzichtsrol de communicatie over het aanbod in Oegstgeest goed faciliteert. De behoefte daarbij is niet alleen dat het eigen voorzieningen/activiteitenaanbod onder het voetlicht gebracht wordt, maar ook dat de partners van elkaar beter op de hoogte zijn van elkaars activiteiten. Dit vergroot de gelegenheid om samen te werken. Deze bijeenkomst is mede aanleiding geweest om een sociaal makelaar aan te trekken als aanjager voor het creëren van samenhang, het bevorderen van innovatie en het ontwikkelen van een sociale kaart. Krachten gebundeld om vrijwilligersbeleid beter te stroomlijnen Ook is er een behoefte uitgesproken om bij het scholen van vrijwilligers meer samen te werken. Hieraan is de afgelopen periode door partners vorm gegeven door het oprichten van het Netwerk Vrijwillige Ondersteuning Oegstgeest (NVOO). Hierbij zijn bijna 40 organisaties aangesloten.

Dit netwerk richt zich onder meer op een gezamenlijk aanbod voor deskundigheidsbevordering bij vrijwilligers, gezamenlijke communicatie/werving en betere afstemming en doorverwijzing. Kanttekeningen zijn ook geplaatst. Zo is er aangegeven dat het aantal vrijwilligers in Oegstgeest erg hoog is en dat dit aantal niet gemakkelijk zal kunnen stijgen. Dit is een landelijk knelpunt. Mensen willen zich niet binden voor langere tijd. Het is dus belangrijk om het potentieel van tijdelijke of eenmalige inzet aan te boren. Dit vergt veel wervingscapaciteit. Enig verwachtingsmanagement is hierbij dus wel nodig. Tevens is aangegeven dat de gemeente het samenwerken tussen partners graag wil stimuleren maar dat deze samenwerking ook tijd kost. Samenwerken dient wel haalbaar te zijn, qua tijd en kosten. Het is van belang hierin een evenwicht te vinden met elkaar. Samenwerking tussen subsidiepartners Sinds 2017 werken diverse subsidiepartners meer samen om elkaar te versterken. Samenwerking is daarbij geen doel op zich, maar moet bijdragen aan een efficiënte en doelgerichte aanpak van uitdagingen in het sociaal domein.

47

Hiervan zijn diverse voorbeelden te noemen. In het Sociaal Team Oegstgeest werken subsidiepartners nauw samen op het terrein van opleidingen, het bieden van voldoende expertise en het creëren van randvoorwaarden om de medewerkers te ondersteunen in hun werk voor onze inwoners. Om deze samenwerking te bevorderen stelt de gemeente werkruimte beschikbaar om medewerkers ook fysiek samen te laten werken en te vergaderen. Gelet op de samenhang tussen de activiteiten van Eva (mantelzorgondersteuning), Radius (ouderen en welzijn) en I-doe (vrijwilligersondersteuning) hebben deze partijen een coalitie gevormd waarbinnen activiteiten en werkzaamheden in overleg en samenspraak worden uitgewerkt. Onze oorspronkelijke doelstelling om uiteindelijk toe te groeien naar één organisatie met één plan van aanpak is niet gerealiseerd. Elke partij dient nog afzonderlijk een subsidieaanvraag in. Tot op heden heeft dat de samenwerking niet in de weg gestaan. Tegelijkertijd zien we dat deze organisaties door externe ontwikkelingen (bijv. de aanbestedingen in Leiden en Leiderdorp) kwetsbaarder zijn geworden en daarmee hun innovatiekracht mogelijk in de toekomst kan worden belemmerd. Dit vormt een belangrijk aandachtspunt voor de komende periode.

Nieuwe vormen van samenwerking Tot slot is gedurende de looptijd van dit beleidsplan bewust gekozen om ook te experimenteren met andere vormen van samenwerking. Juist bij inhoudelijke opgaven rondom preventie of eenzaamheid is het wenselijk om niet alleen subsidiepartners te betrekken, maar is de participatie van inwoners, ondernemers, huisartsen, sportverenigingen en andere betrokkenen belangrijk om draagvlak en innovatiekracht los te maken. Het Preventieakkoord Jeugd is een mooi voorbeeld van deze vorm van samenwerking. Ruim 30 organisaties hebben zich aangesloten bij dit akkoord om gezamenlijk te werken aan de opgaven in het actieprogramma. Een ander voorbeeld is het ‘Netwerk Samen tegen eenzaamheid Oegstgeest’. Met behulp van een door meer dan 60 mensen ondertekende ‘ik-doe-mee-verklaring’ is er een groot netwerk van organisaties, ondernemers en inwoners ontstaan om de aanpak van eenzaamheid onder de aandacht te brengen. Heel concreet zien we de innovatiekracht van organisaties, vrijwilligers en burgerinitiatieven dan bijvoorbeeld terug in de week “Oegstgeest Ontmoet”, waarbij in het dorp activiteiten worden georganiseerd rondom eenzaamheid. Deze ‘nieuwe’ vorm van samenwerking blijkt goed te passen bij een gemeente met een dorps karakter (actief verenigingsleven, veel (burger)initiatieven). Een aandachtspunt is wel om ook de komende jaren deze energie vast te houden.

Het is daarom goed om te blijven investeren in de relationele aspecten van samenwerking (vertrouwen, openheid, elkaar op inhoud blijven zoeken) en betrokkenen ook echt het mandaat krijgen om zaken op te pakken. Om dit te faciliteren blijft regie vanuit de gemeente wenselijk.

48

3.

In welke mate heeft dit ertoe geleid dat zij innovatief zijn en doen wat nodig is?

In algemene zin zien we dat onze lokale partners diverse verbeteringen doorvoeren om de zorg- en ondersteuning te verbeteren. In deze paragraaf hebben we ervoor gekozen om een aantal aansprekende voorbeelden met directe impact op Oegstgeest kort onder elkaar te vermelden. Voor de meer algemene vraag of de decentralisaties hebben geleid tot meer innovatie en/of transformatie verwijzen we naar hoofdstuk 4. Voorbeelden van (sociale) innovatie in Oegstgeest8 -OudersInc, voortkomend uit het Preventieakkoord Jeugd: vanaf 2020 krijgen aanstaande en jonge ouders het online programma OudersInc. aangeboden. Dit programma wordt aangeboden vanuit een samenwerking tussen de Jeugdgezondheidszorg, de Verloskundigenpraktijk Oegstgeest en de gemeente. De insteek van het programma is om jonge ouders te ondersteunen bij de transitie naar hun nieuwe rol als ouders en de samenwerking (in de opvoeding) tussen hen te versterken. Vernieuwend is dat dit programma universeel wordt aangeboden waar voorheen alleen ondersteuning werd geboden wanneer ouders ergens tegenaan lopen (vroegsignalering). -Zorg bij echtscheidingen: Hoewel het aantal echtscheidingen in Oegstgeest niet hoger is dan landelijk gemiddeld, zijn de consequenties van een echtscheiding vaak verstrekkend. Het ondersteuningsaanbod in de zorg rond echtscheidingen is daarom uitgebreid, naast o.a.

het echtscheidingsspreekuur en de training voor kinderen in echtscheidingssituaties. Het JGT is opgeleid in de methodiek ‘Ouderschap blijft’ en ‘Parallel Ouderschap’. Vanuit Kwadraad wordt de cursus ‘Houd me vast’ aangeboden; voor stellen (met echtscheidingsplannen) om de partnerrelatie te verbeteren. Het voorkomen van echtscheidingen en relatieverbetering krijgt daarbij steeds meer prioriteit. OudersInc. speelt hierin een belangrijke rol (zie eerste voorbeeld). -Sociale kaart: door de sociaal makelaar, in samenwerking met genoemd netwerk, is het huidige aanbod van activiteiten in Oegstgeest in beeld gebracht. Vanaf november 2019 is deze sociale kaart digitaal beschikbaar via de site van de gemeente en de sites van het Sociaal Team en het CJG. Binnenkort volgt de publieksversie voor inwoners. Met deze sociale kaart kunnen professionals en inwoners elkaar beter wijzen op mogelijke activiteiten of hulp als sprake is van eenzaamheid.

-Inzet van een sociaal makelaar: Gemeente Oegstgeest wil stimuleren en mogelijk maken dat inwoners zorg dragen voor en met elkaar. Vanuit de constatering dat het STO meer outreachend aan de slag kan, het aantal burgerinitiatieven toeneemt (eetclubs, langer zelfstandig leven) en er vanuit het dorp behoefte bestaat om het brede aanbod van (vrijwillige) activiteiten voor inwoners te overzien (sociale kaart), is gestart met de inzet van een sociaal makelaar. De sociaal makelaar is begin april 2019 gestart als onderdeel van het STO. Het eerste jaar is er veel geïnvesteerd, gezaaid en geplant. De eerste resultaten beginnen zich af te tekenen, maar er is tijd voor groei nodig, met name bij het verder uitbouwen van buurtgericht werken, waarbij de wijken met de meeste kwetsbare inwoners centraal staan.

8

Sociale innovatie is de ontwikkeling van nieuwe ideeën en modellen om aan de sociale behoeften te voldoen en het creëren van bijvoorbeeld nieuwe samenwerkingsverbanden om te doen wat nodig is.

49

-Zorg- en veiligheidshuis: Op dit moment wordt de vorming van een Zorg- en Veiligheidshuis voorbereid. Dit betekent dat het veiligheidshuis geïntegreerd wordt met de sector maatschappelijke zorg en veilig thuis (MZVT) van de RDOG. Deze vorm van samenwerking en integratie van zorgproducten gaat leiden tot één loket voor vragen over veiligheid, huiselijk geweld en kindermishandeling. Beoogd wordt om ook de taakvolwassenheid van lokale teams te verbeteren, zodat meldingen/adviezen vanuit Veilig Thuis kunnen worden voorkomen. Voor inwoners en professionals is er straks één loket voor alle vragen en meldingen. -Koffiespeeltuin: Sinds 2018 is er een koffiespeeltuin voor ouders met jonge kinderen in de bibliotheek. Ontmoeting staat centraal, en daarnaast is er iedere keer een ander thema met bijbehorende activiteit rond opvoeden en opgroeien (inhoudelijke workshop, leuke activiteit e.d). De ochtenden worden georganiseerd vanuit een samenwerking tussen het CJG en de bibliotheek. Innovatief hieraan is dat de koffieochtenden op een heel laagdrempelige locatie worden georganiseerd, zonder dat het CJG erg op de voorgrond aanwezig is. Op deze manier worden opvoed- en opgroeithema’s laagdrempelig bespreekbaar gemaakt en uitwisseling tussen ouders bevorderd. -Zorgvrijwilligers: EVA heeft de zorgvrijwilliger geïntroduceerd.

Dit zijn vrijwilligers die bij de inwoners thuis ondersteuning geven zodat de mantelzorger ontlast wordt.

50

4. Conclusie: reflectie op onze visie en besturingsfilosofie 4.1 Iedereen doet mee Oegstgeest kenmerkt zich door een rijk (sport)verenigingsleven, goede voorzieningen, de inzet van veel vrijwilligers en zien we bovendien dat inwoners veel voor elkaar willen betekenen. Zoals ook verwoord in onze visie sluiten deze kenmerken goed aan bij de veranderende samenleving, waarbij eigen kracht en zelfredzaamheid voorop staan. De afgelopen jaren hebben we geconstateerd dat dit echter niet voor iedereen mogelijk is en continue aandacht behoeft. Daarvoor zet de gemeente Oegstgeest bijvoorbeeld in op welzijnswerk, het bemiddelen van bewoners naar vrijwilligerswerk en mantelzorgondersteuning. Kortom, maatwerk, professionele ondersteuning en het bieden van een vangnet blijft nodig voor inwoners in een kwetsbare positie. De toegangsteams in Oegstgeest voor de Wmo, de jeugd, schuldhulpverlening en de Participatiewet zijn zich hiervan sterk bewust. Terugkijkend op de uitgangspunten in onze visie constateren we dat deze kaders nog steeds overeind staan, maar constateren we ook -mede door een tekort aan financiële middelen vanuit het Rijk- dat het bieden van voldoende ondersteuning en professionele hulp steeds meer onder druk komt te staan. Om die reden is de afgelopen jaren dan ook gekozen om meer in te zetten op vroegsignalering, preventie en het verbreden van algemene voorzieningen.

Het preventieakkoord Jeugd en het netwerk tegen eenzaamheid zijn hier goede voorbeelden van. Daarbij is ook de keuze gemaakt om te werken vanuit samenwerkingsverbanden tussen informele en formele zorg. Alleen vanuit een breed gedragen commitment zijn we in staat om met de beschikbare middelen maatschappelijke effecten te realiseren. De resultaten van deze nieuwe manier van werken zijn echter niet direct meetbaar of pas na jaren. 4.2 Visie in verhouding tot regionale ontwikkelingen In het sociaal domein staat Oegstgeest niet op zichzelf en werken we op veel onderdelen subregionaal (Leidse regio) of regionaal (Holland Rijnland). De visie op het sociaal domein in Oegstgeest is de afgelopen jaren dan ook voortdurend aan verandering onderhevig geweest. Zo is er inmiddels een nieuwe visie op jeugdhulp, waarbij de concretisering in regionale of subregionale programmaplannen is uitgewerkt. Om recht te doen aan de dynamiek in het sociaal domein is in 2017 bewust gekozen voor een aansluiting tussen het beleidsplan en de begroting van Oegstgeest. Daarmee is ook de invloed van de raad bij het bepalen van het beleid of het leggen van accenten binnen bepaalde thema’s of beleidsdoelstellingen in het sociaal domein gewaarborgd. Deze methodiek zouden we dan ook graag behouden.

4.3 Innovatie en transformatie In het beleidsplan is opgenomen dat de gemeente Oegstgeest subsidiepartners wil stimuleren om samen te werken, teneinde innovatie en effectiviteit te bevorderen. In hoofdstuk 3 hebben we een aantal voorbeelden gegeven van verschillende vormen van innovaties die voortvloeien uit een hernieuwde vorm van samenwerking. Dit betreft dan met name lokale aspecten. We zien ook domeinen waar het beter moet. Innovatie of anders gezegd de transformatie in het sociaal domein blijft met name op het terrein van jeugdhulp -ten opzichte van de eerdere beoogde verwachtingen na de decentralisatiesechter nog te ver achter. Het gebruik en de kosten voor jeugdhulp zijn fors gestegen en zien we nog onvoldoende innovatiekracht bij aanbieders om dit tij te keren. Dit vergt dan ook de komende jaren nog veel aandacht bij de inkoop en uitvoering van ons jeugdhulpstelsel.

51

4.4 Besturingsfilosofie en de doorontwikkeling daarvan Tot slot komt dan de vraag op of onze besturingsfilosofie wel voldoende handvatten biedt om onze vastgestelde doelen te bereiken. Feitelijk betreft het de vraag of wij ons opdrachtgeverschap als gemeente voldoende geborgd hebben. In ons beleidsplan is opgenomen dat de gemeente bepaalt ‘wat’ er bereikt moet worden op de verschillende doelen. Onze partners bepalen ‘hoe’ deze doelen bereikt kunnen worden. Aan de hand van de subsidieregeling Sociaal Domein Oegstgeest worden partners in het dorp uitgenodigd om hier invulling aan te geven. Naast het subsidie-instrument hanteren we onder andere voor de subregionale en regionale inkoop van Wmo en jeugdhulp andere instrumenten zoals een klassieke aanbesteding of door middel van bestuurlijk aanbesteden. De keuze volgt met name vanuit de inhoud, maar kan ook een verplichting zijn. Van onze partners wordt verwacht dat zij sturen op resultaat en maatschappelijke outcome. In de praktijk constateren we echter dat het sturen op outcome voor onszelf en ook voor aanbieders ingewikkeld is. Vaak levert een subsidiepartner een deelproduct dat ten dele bijdraagt aan het realiseren van het beoogde maatschappelijke doel . Om die reden vragen wij van onze partners om in hun subsidieverantwoording niet alleen stil te staan bij de cijfers (bijv.

aantal deelnemers aan een cursus), maar ook aan de hand van cliëntervaringen inzichtelijk te maken welk effect is bereikt (tellen en vertellen). Deze vorm van sturing en verantwoording sluit in principe goed aan bij de schaal van Oegstgeest en de grootte van de aanbieders die lokaal werkzaam zijn. De laatste jaren zien we in de omliggende gemeenten andere bewegingen ontstaan. Zo hebben Leiden en Leiderdorp het welzijnswerk in brede zin aanbesteed, waarbij uiteindelijk één partij verantwoordelijk is voor de gehele opgave op het terrein van welzijnswerk. Daarmee wordt beoogd dat integraliteit tussen domeinen wordt bevorderd (ontschotten, integraal werken), maatwerk wordt vervangen door algemene voorzieningen en innoveren wordt beloond. Aangezien deze aanbestedingen pas recent zijn afgerond of effecten nog onvoldoende zichtbaar zijn, is het vooralsnog niet duidelijk of deze vorm van opdrachtgeverschap beter werkt dan via subsidiering aan diverse partners. Wel constateren we dat deze aanbestedingen ertoe hebben geleid dat het zorglandschap verder wordt ingedikt. Onze welzijnsorganisaties zijn hierdoor kwetsbaarder geworden en de vraag is of zij ook in de toekomst continuïteit in Oegstgeest kunnen blijven bieden. Bij de totstandkoming van het nieuwe beleidsplan zullen wij daarom goed onze richting moeten bepalen over onze rol als opdrachtgever en onze sturingsinstrumenten.

Het is belangrijk om allereerst de inhoudelijke ambities vast te stellen en te bezien of de huidige aanbieders in Oegstgeest deze ambities kunnen waarmaken en vervolgens te bepalen welke vorm van opdrachtgeverschap en inkoop passend is (vorm volgt inhoud). Bij deze afwegingen spelen de volgende aspecten een rol: •

Door te subsidiëren blijft de rijke schakering aan partijen en expertises voortbestaan. Vele subsidiepartners hebben een specifiek aandachtsgebied. Op dit terrein hebben zij vaak veel expertise en ze staan door de vele vrijwilligers dicht bij de inwoners.

•

Door de diversiteit aan partners en hun samenwerking, kan kruisbestuiving plaatsvinden. Dit leidt tot nieuwe inzichten en nieuwe aanpakken.

•

Vrijwilligers hebben keuzevrijheid bij welke organisatie zij hun vrije tijd gaan inzetten of hebben zij de mogelijkheid om zelf initiatief te nemen om activiteiten te starten.

52

•

Een nieuwe brede opdracht kan mogelijk leiden tot nieuwe organisaties met een frisse integrale blik op het sociaal domein in Oegstgeest.

•

Door bijv. het welzijnswerk in één opdracht op te nemen, ontstaat er een solide stevige organisatie met een heldere opdracht (de vorm kan de inhoud ook faciliteren).

•

Aanbesteding zou tot gevolg hebben dat iedere 4 jaar een nieuwe partij verantwoordelijk is voor het uitvoeren van het Oegstgeester beleid. Hierdoor kan de continuïteit onder druk komen te staan. Niettemin betekent dit niet dat subsidiepartners voor onbepaalde tijd gesubsidieerd worden maar wel dat wanneer er wisseling van partner is, er niet op het gehele sociaal domein tegelijk een wisseling is.

In de aanloop naar de totstandkoming van het nieuwe beleidsplan voor het sociaal domein per 2021 worden deze bovenstaande aspecten meegewogen. 4.5 Korte terugblik en conclusie In hoofdstuk 2 hebben we aan de hand van de maatschappelijke doelen de ontwikkelingen en resultaten in de afgelopen jaren beschreven. Er is hiermee inzicht gegeven in de huidige stand van zaken. De aandachtspunten per beleidsdoel geven vervolgens richting aan de inhoud van het nieuwe beleidsplan. In hoofdstuk 3 en 4 hebben we achtereenvolgens stilgestaan bij de centrale evaluatievragen en hebben we gereflecteerd op onze besturingsfilosofie. ▪

We constateren dat er veel resultaten zijn bereikt, maar tegelijkertijd zien we dat het sociaal domein vele uitdagingen kent en ook niet altijd maakbaar is. Als gemeente is het daarom blijvend van belang om ons in te zetten voor kwetsbare inwoners en bovenal om kwetsbaarheid vanuit een integraal perspectief op persoonlijk niveau te voorkomen (preventie en vroegsignalering).

▪

Vanuit het oogpunt van schaalgrootte en doorzettingskracht (transformatie) is het van belang om de samenwerking in het sociaal domein in de (sub)regio vast te houden. Uiteraard vanuit het oogpunt dat samenwerking bijdraagt aan onze lokale ambities en onze inwoners kan ondersteunen. De afgelopen jaren proberen we door (sub)regionale woordvoerdersoverleggen ook de invloed van de raad te vergroten. Het is belangrijk om deze vorm van samenwerking vast te houden.

▪

De afgelopen jaren hebben we geëxperimenteerd met nieuwe samenwerkingsvormen (bijv. preventieakkoord jeugd). De vruchten van deze samenwerking in het voorveld worden echter pas in de toekomst zichtbaar. Het is dan ook van belang dat we op zoek gaan naar nieuwe vormen van verantwoording, zodat ook de sturing en verantwoording kan worden geborgd.

53

4.6 Aandachtspunten en randvoorwaarden voor het nieuwe beleidsplan Per doel zijn in hoofdstuk 2 de aandachtspunten voor de komende jaren benoemd. Deze moeten een plek krijgen in het nieuwe beleidsplan. Meer in algemene zin zien we een aantal aandachtspunten die -in de aanloop naar het nieuwe beleidsplan- kunnen bijdragen aan de dialoog met de raad en onze partners. I: Visie in huidige vorm vasthouden In 2017 is bewust gekozen voor een uitgebreide en gedetailleerde visie, waarbij per beleidsthema verschillende doelen met inspanningen zijn geformuleerd. Deze zijn overgenomen in de structuur van de begroting zodat jaarlijks zichtbaar is welke beoogde resultaten worden behaald en welke inspanningen hiervoor worden geleverd. In omliggende gemeenten zien we tal van voorbeelden waarbij de visie globaler en strategischer wordt geformuleerd. Dat is een keuze. Vanuit de oproep dat raden graag meer sturen op het sociaal domein en inzicht wensen in de inspanningen én resultaten, achten wij het zinvol om de meer gedetailleerde structuur te handhaven. II: De kracht van een kleine gemeente (sturen met maatschappelijk draagvlak) Sturing is een ingewikkeld vraagstuk en kan vanuit verschillende invalshoeken worden benaderd.

Wie is opdrachtgever, wie bepaalt de resultaten en gaan we over het wat of toch ook over het hoe? We constateren dat draagvlak onder de partners, inwoners en ondernemers belangrijk is om resultaten te bereiken. Een Sportakkoord of een ‘Ik-doe-mee-verklaring tegen eenzaamheid’ leiden uiteindelijk op langere termijn tot meer draagvlak en energie om daadwerkelijk met elkaar de schouders eronder te zetten. De kracht van onze gemeente is immers dat zorgaanbieders, inwoners, ondernemers en verenigingen met elkaar meer kunnen bereiken. We willen daarom intensiveren op deze vormen van werken om uiteindelijk op langere termijn maatschappelijke effecten te realiseren. Belangrijk aandachtspunt is wel dat het commitment voortdurend wordt hernieuwd en gestimuleerd. Kortom, we moeten blijven werken aan de verbetering en intensivering van samenwerkingsrelaties. III: Verantwoording moderniseren Het sturen op een gewenst maatschappelijk resultaat blijkt in de praktijk niet altijd direct cijfermatig inzichtelijk te maken of te meten. Aanbieders geven daarom op verschillende manieren invulling aan de verantwoording. Met tellen én vertellen is het mogelijk om een aanvullend beeld te vormen van de ontwikkelingen en resultaten. Sinds 2018 werken we ook met andere vormen van verantwoording, waarbij vanuit een gezamenlijk belang wordt gekeken of de ingezette maatregelen effectief zijn.

Een voorbeeld hiervan is het preventieakkoord Jeugd. Jaarlijks worden partijen uitgenodigd om tijdens een plenaire bijeenkomst met elkaar van gedachten te wisselen over de resultaten die gezamenlijk bereikt zijn. Wat kan beter? Wat moet anders? De raad wordt hiervoor ook uitgenodigd. Dus sturen op cijfers, maar beelden en verhalen kunnen deze cijfers ook een plek en context geven. We gaan beoordelen op welke wijze we hier gestructureerd aandacht aan kunnen geven. IV: Focus op preventie en inwoner centraal De vergrijzing neemt de komende jaren toe en de verwachting is dat het beroep op voorzieningen de komende jaren nog zal stijgen. Ook het beroep op bijstand of schuldhulpverlening zal mede door de corona-crisis gaan toenemen. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat de focus op integraal werken vanuit alle leefdomeinen zoals financiën, gezondheid en leefstijl (positieve gezondheid) kan bijdragen aan het voorkomen van grotere problemen in de toekomst. Dat geldt zeker ook voor

54

jeugdigen. Het is daarom van groot belang om te blijven investeren in preventie en vroegsignalering. Daar komt bij dat we als gemeente ook verantwoordelijk gaan worden voor bijzondere doelgroepen vanuit de maatschappelijke zorg (decentralisatie beschermd wonen/maatschappelijke zorg). Op dit moment hebben wij nog onvoldoende (algemene) voorzieningen om deze doelgroep te faciliteren. Een bredere welzijnsopdracht met aandacht voor alle doelgroepen kan hierop anticiperen (zie paragraaf 4.4). V: Wijkgericht werken In aansluiting op het vorige punt en op basis van de eerste bevindingen vanuit de sociaal makelaar is het goed om te onderzoeken of een wijkgerichte aanpak kan bijdragen aan het vergroten van de maatschappelijke participatie van kwetsbare burgers, het uitbreiden van het sociale netwerk en het ontwikkelen van vaardigheden. De corona-crisis heeft een grote verbondenheid gecreëerd tussen inwoners onderling. Digitale apps als nextdoor of facebook hebben tevens bijdragen aan netwerkstructuren binnen wijken. In aansluiting op het initiatief van Langer zelfstandig Leven is het interessant om te onderzoeken of de buurtambassadeurs hierin een verbindende rol kunnen spelen. Tegelijkertijd is het een valkuil om te denken dat een wijkgerichte aanpak kan worden ‘uitgerold’. Een succesvolle aanpak staat of valt met maatwerk en zaaien op vruchtbare grond.

Goed voorbeeld doet volgen! VI: Een inclusief dorp Een inclusieve samenleving is een samenleving waarin iedereen meedoet, ongeacht culturele achtergrond, religie, gender, leeftijd of beperkingen. Dat vraagt van ons als gemeente -mede door de verplichtingen vanuit het VN-verdrag Handicap- om hier nadrukkelijker aandacht aan te besteden. Ook van onze partners in het dorp vraagt inclusie om een andere manier van werken. In het nieuwe beleidsplan wordt bij de uitwerking van onze doelstellingen getoetst of wij voldoen aan de kaders ten behoeve van een inclusieve samenleving.

55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9726409/1