CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie sociaal domeinplan oktober 2020

Gezamenlijke Beeldvorming Burger en Ruimte 11 februari 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Op weg naar een nieuw beleidsplan Sociaal Domein17.801 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Evaluatie sociaal domeinplan “Met elkaar, voor elkaar”

2017-2020 1

Inhoudsopgave

1. Inleiding

3

2. Evaluatie maatschappelijke doelen

5

Thema I: Thema II: Thema III: Thema IV: Thema V: Thema VI:

6 13 26 31 35 40

Inwoners zijn financieel onafhankelijk Iedereen doet mee Inwoners hebben een gezonde leefstijl Veiligheid in en om het huis Mantelzorgers zijn ondersteund Jeugdigen ontwikkelen zich goed

3. Evaluatievragen sociaal domeinplan

46

4. Conclusie: Reflectie op onze visie en besturingsfilosofie

49

2

1. Inleiding Het voorliggende stuk is de evaluatie van het beleidsplan ‘Met elkaar, voor elkaar’ Sociaal Domein 20172020 (hierna: beleidsplan) van de gemeente Oegstgeest. Het beleidsplan is de afgelopen jaren het kader geweest voor de maatschappelijke doelstellingen die wij samen met onze partners in het dorp hebben uitgewerkt. In het beleidsplan hebben we duidelijk omschreven dat we als gemeente streven naar partnerschap en samenwerking, hetgeen ook aansluit bij de eigenheid en grote mate van betrokkenheid van inwoners en organisaties in het dorp. We zorgen met elkaar, voor elkaar. De afgelopen jaren hebben we veel bereikt met onze partners! Mooie voorbeelden hiervan zijn de diverse akkoorden (Actieplan Eenzaamheid, Sportakkoord, Preventieakkoord Jeugd) die het mogelijk maken om vanuit een gezamenlijk draagvlak te werken aan onze doelstellingen. Deze evaluatie gaat in op wat we de afgelopen vier jaar (2017-2020) hebben bereikt en kijken we tevens beschouwend terug op onze visie en besturingsfilosofie.

Coronacrisis in 2020 Het moge duidelijk zijn dat de pandemie een grote impact heeft op onze inwoners en de zorg- en dienstverlening in ons dorp. Onze partners, vrijwilligers en verenigingen in het dorp verrichten -binnen de grenzen van de (landelijke) maatregelen om besmettingen in te dammen- veel werk om de inwoners van Oegstgeest te ondersteunen. Nieuwe initiatieven tegen eenzaamheid, burenhulp en digitale ondersteuning zijn ineens in een stroomversnelling gekomen. Daar mogen we ontzettend trots op zijn. In deze evaluatie hebben wij er echter voor gekozen om de gevolgen van de corona-crisis slechts in beperkte mate mee te wegen in onze evaluatie. We zitten feitelijk nog midden in deze crisis en er blijven nog veel onzekerheden over de gevolgen op de korte en langere termijn. We blikken dan ook vooral terug op de reguliere zorg- en dienstverlening. Uiteraard benutten we de geleerde lessen en ervaringen tijdens deze coronacrisis wel bij de totstandkoming van het nieuwe beleidsplan. Leeswijzer Om de resultaten inzichtelijk te maken, is ervoor gekozen om bij de evaluatie zoveel als mogelijk aan te sluiten bij de indeling van het beleidsplan. In hoofdstuk 2 wordt daarom aandacht besteed aan hetgeen we hebben bereikt op de 19 beleidsdoelstellingen die in het beleidsplan zijn opgenomen. Dit doen we kwantitatief en kwalitatief.

In het beleidsplan zijn voor bijna elk doel kwantitatieve beleidsindicatoren benoemd. Deze zijn bedoeld als thermometer in onze samenleving. In deze evaluatie zullen we voor deze indicatoren weergeven wat de huidige waarde is, afgezet tegen de waarde ten tijde van het opstellen van het plan. Hiermee is niet persé de effectiviteit van het beleid gemeten. Het is immers zo dat op deze beleidsindicatoren vele invloeden van toepassing zijn. Wel geeft de waarde een indicatie over hoe de Oegstgeester samenleving zich ontwikkelt. Kwalitatief is voor alle 19 doelen in beeld gebracht wat we op hoofdlijnen hebben bereikt. Tenslotte geven we per doel een aantal aandachtspunten mee voor de periode na 2020. Daarmee beogen we om kansen/belemmeringen te benoemen en bieden we aanknopingspunten voor het nieuwe beleidsplan.

3

Bij de totstandkoming van het beleidsplan is verder verzocht om bij de evaluatie tevens antwoord te geven op de onderstaande vragen: ▪

In welke mate biedt het beleid sturing op maatschappelijke effecten?

▪

In welke mate zijn subsidiepartners gaan samenwerken?

▪

In welke mate heeft dit ertoe geleid dat zij innovatief zijn en doen wat nodig is?

In hoofdstuk 3 worden deze drie vragen beantwoord. Deze vragen worden beantwoord aan de hand van gesprekken met de beleidsmedewerkers en een bijeenkomst die is gehouden met alle (subsidie)partners in het Dorpscentrum. In hoofdstuk 4 beschrijven we tot slot onze reflectie op onze visie en besturingsfilosofie om daarmee in retroperspectief te beoordelen of onze werkwijze en sturing passend was en is. Daarbij kijken we zowel naar de ontwikkelingen binnen ons dorp, de maatschappelijke ontwikkelingen en de externe factoren die een rol spelen of hebben gespeeld. Ook geven we een beknopt overzicht van aanbevelingen voor de komende jaren.

Gemeente Oegstgeest, oktober 2020

4

2. Evaluatie Maatschappelijke doelen In dit hoofdstuk wordt beschreven wat we op de 19 doelen hebben bereikt. De 19 doelen zijn gegroepeerd in 6 thema’s: I.

Inwoners zijn financieel onafhankelijk

II.

Iedereen doet mee

III.

Inwoners hebben een gezonde leefstijl

IV.

Veiligheid in en om huis geborgd

V.

Mantelzorgers zijn ondersteund

VI.

Jeugdigen ontwikkelen zich goed

Leeswijzer per doel Per thema worden de maatschappelijke doelen uitgewerkt. Per doel is in een kader aangegeven wat er in het beleidsplan over dit doel is opgenomen (i.e. maatschappelijke opgave en doelen). Daarna volgt er een cijfermatige analyse, op basis van de laatst beschikbare cijfers. Vervolgens is in bullets uitgewerkt wat we bereikt hebben. Voor elke bullet moet dus gedacht worden ‘We hebben bereikt dat...’. Hiermee beogen we deze evaluatie van het omvangrijke beleidsstuk zo kort mogelijk te houden. Er wordt afgesloten met de aandachtspunten voor de komende periode. 3D-monitor 2020 In deze evaluatie sluiten we ten behoeve van de leesbaarheid aan bij de cijfers zoals omschreven in ons beleidsplan en beperken we ons tot de meest relevante data per beleidsdoel. Om deze cijfers in een beter perspectief te plaatsen en ook te vergelijken met benchmarkgemeenten, treft u evenals in de afgelopen jaren de ‘jaarlijkse 3D-monitor’ aan bij deze evaluatie1. In de 3D-monitor worden op gedetailleerd niveau alle relevante cijfers tot en met 2019 weergegeven. Na een algemeen hoofdstuk over het profiel van onze gemeente, wordt achtereenvolgens ingegaan op de ontwikkelingen rondom participatie, de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de uitvoering van de Jeugdwet.

1

Bijlage I: ‘Monitor Wmo, Participatiewet en Jeugdwet Oegstgeest (3D-monitor), de viermeting’, Tympaan: 2020.

5

Thema 1: Inwoners zijn financieel onafhankelijk Doel 1: Meer inwoners met een bijstandsuitkering stromen uit naar werk of zijn maatschappelijk actief Uit het beleidsplan: Maatschappelijke opgave Zoveel mogelijk inwoners zijn aan het werk, zodat zij voor hun levensonderhoud niet afhankelijk zijn van de overheid. We willen bereiken dat: a) Inwoners zelf verantwoordelijkheid nemen om te participeren. b) Er structurele ondersteuning is voor inwoners met een bijstandsuitkering.

Wat zeggen de cijfers? Tabel 1 Aantal bijstandsuitkeringen per jaar voor de gemeente Oegstgeest: Bijstandsuitkeringen

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

P-wet

209

227

243

256

345

360

338

304

IOAW

1

3

8

12

15

13

15

16

IOAZ

-

1

1

4

6

2

2

1

Totaal

210

233

252

272

366

375

355

321

Oegstgeest

Bron: administratie gemeente Oegstgeest.

We zien vanaf 2012 tot en met 2017 een stijging van het aantal bijstandsuitkeringen. Dit is een gevolg van de economische crisis. Vanaf 2018 is een daling zichtbaar. De betere economische situatie is hiervan de reden. De reden dat pas vanaf 2018 een dalend aantal uitkeringsgerechtigden een feit is, komt doordat er altijd een vertragend effect is. Eerst vinden mensen met een kortere afstand op de arbeidsmarkt een baan. Anderen hebben meer en intensievere begeleiding nodig. Ongeveer 2% van de inwoners ontvangt een bijstandsuitkering. Dit is vergelijkbaar met de regio-gemeenten en ongeveer 1,5% lager dan landelijk gemiddeld. Vanwege de economische gevolgen van corona, is de verwachting dat een eventuele stijging van het aantal bijstandsgerechtigden in 2021 duidelijker zichtbaar is. Een stijging van het bijstandsbestand door een economische crisis is pas later zichtbaar, omdat veel mensen bijvoorbeeld eerst WW ontvangen voordat ze aanspraak maken op bijstand. We hebben bereikt dat… ▪

Uitkeringsgerechtigden begeleiding krijgen bij de re-integratie naar werk, mede door inzet van DZB. Eind 2019 volgen 33 uitkeringsgerechtigden een traject via DZB. Ook hebben 13 personen een garantiebaan en werken 2 inwoners op een beschutte werkplek. Door de intensieve aanpak is er veel kennis beschikbaar over de mogelijkheden van uitkeringsgerechtigden. Bij het bepalen van de aanpak en de gespreksfrequentie is een differentiatie gemaakt op basis van deze kennis.

▪

Jongeren die vroegtijdig school verlaten succesvol begeleid worden naar de arbeidsmarkt. Dit gebeurt via project JA. Het gaat om jongeren die ingeschreven staan in het doelgroepenregister

6

en het Pro/VSO onderwijs verlaten. In 2018 en 2019 hebben 6 jongeren deelgenomen aan dit project, waarvan 5 zijn uitgestroomd naar werk. ▪

Uitkeringsgerechtigden met een taalachterstand ondersteuning krijgen bij taalontwikkeling en de re-integratie naar werk, via project JA+. Naast het verbeteren van de taalachterstand, wordt begeleiding naar werk geboden al dan niet via een stage of werkervaringsplek. Het doel is uitstroom naar betaald werk. Als dit niet haalbaar is, wordt gekeken of vrijwilligerswerk een mogelijkheid is. In 2018 en 2019 hebben 20 inwoners meegedaan aan het project, waarvan 8 inwoners zijn uitgestroomd naar werk.

▪

Statushouders succesvol worden ondersteund bij inburgering en participatie. Via het project JAS krijgen zij hulp bij het ontwikkelen van de Nederlandse taal en toeleiding naar werk, maar er is ook aandacht voor scholing, vrijwilligerswerk, vitaliteit en Nederlandse normen en waarden. Bij project JAS zijn vanaf de start van project in 2016 tot 1 januari 2020 in totaal 82 statushouders uit Oegstgeest ingestroomd. Van de 29 deelnemers die minimaal 3 jaar geleden zijn gestart, zijn 20 statushouders (69%) op 1 januari 2020 volledig uit de uitkering.

▪

Er meer wordt ingezet op het bemiddelen van uitkeringsgerechtigden met een vrijwilligerswerkplek. Uitkeringsgerechtigden hebben soms moeite met het vinden van passende vrijwilligersplek. I-DOE bemiddelt en ondersteunt hen bij het matchen met een organisatie. De uitkeringsgerechtigde participeert hierdoor in de maatschappij en doet werkervaring en arbeidsritme op. In 2019 hebben 4 personen een traject bij I-DOE gevolgd, waarvan 1 persoon een vrijwilligerswerkplek heeft gevonden.

▪

Er wordt ingezet op een betere match tussen werkgever en werkzoekende. Op Holland Rijnland niveau is de samenwerking tussen de drie werkgeversservicepunten en het UWV versterkt. Er is een marktbewerkingsplan opgesteld, waar het plan Perspectief op Werk op is gebaseerd. Dit plan bestaat onder meer uit: aanjagen, stimuleren en ondersteunen van werkgevers, inzicht creëren in het bestand van werkzoekenden en het verbeteren van de werkgeversdienstverlening in Holland Rijnland. De ambitie is daarbij een innovatie van de arbeidsmarkt te realiseren. Er zijn branchegerichte teams geformeerd, die zich richten op werving en matching van werkzoekenden en bedrijven in tekortsectoren. Er wordt ook ingezet scholing en praktijkleren en op het waar mogelijk regionaal harmoniseren van instrumenten.

▪

Uitkeringsgerechtigden ondersteuning krijgen van vrijwilligers bij het vinden van een baan. In 2017 is gestart met het subsidiëren van Jobhulpmaatje. Werkzoekenden kunnen ondersteuning en advies krijgen bij hun zoektocht naar werk. In 2019 hebben 6 personen een jobhulpmaatje gekregen, waarvan 1 succesvol met een baan is afgerond en 2 trajecten nog lopen.

▪

Uitkeringsgerechtigden, indien nodig, hulp krijgen voorafgaand aan een sollicitatie om representatief voor de dag te komen. In 2017 is begonnen met de subsidiering van ‘Dress for Success’. Dit is een vrijwilligersorganisatie die een nieuwe representatieve outfit verzorgt voor werkzoekenden met een smalle beurs, die zijn uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. In 2019 heeft Dress for Success 4 Oegstgeester inwoners met een kleedsessie geholpen met de voorbereiding van hun sollicitatie van kleding en 2 inwoners een tweede kleedsessie.

7

Aandachtspunten voor de komende jaren ▪

De analyse van de maatregelen die de gemeente Oegstgeest treft voor arbeidsinschakeling en participatie van de doelgroep binnen de Participatiewet, zal in najaar gereed zijn. De kosten en opbrengsten van de inzet van deze maatregelen worden in beeld gebracht. Voor zover dat mogelijk is zal een vergelijking met de regiogemeenten gemaakt worden.

▪

De inzet op vrijwilligerswerk door uitkeringsgerechtigden zal vergroot worden. Uitkeringsgerechtigden zijn niet altijd in staat om zelf de weg te vinden naar passend vrijwilligerswerk. Via samenwerking met Stichting Buzz (I-DOE) kunnen we de begeleiding van uitkeringsgerechtigden intensiveren en hen ondersteunen naar vrijwilligerswerk dat het liefst ook aansluit bij hun baanperspectief. Op deze manier zal een groter aantal uitkeringsgerechtigden participeren, actief zijn binnen de samenleving en uitstromen naar een baan.

▪

Vanaf 1 juli 2021 zal nieuwe wetgeving voor de inburgering van statushouders van toepassing zijn. De huidige Leidse aanpak waar ook Oegstgeester statushouders aan deelnemen kan rekenen op landelijke en regionale waardering. Op Holland Rijnland-niveau wordt een aanbesteding voor het inkopen van leerroutes uitgevoerd. In samenwerking met de Leidse Regio wordt de nieuwe wet geïmplementeerd en zal de kwaliteit ten minste behouden en daar waar mogelijk verbeterd worden.

▪

Als gevolg van corona, is het aannemelijk dat er grote economische gevolgen voelbaar zijn de komende jaren. Dit kan tot gevolg hebben dat de kansen op de arbeidsmarkt minder groot zijn, evenals het vinden van een duurzame arbeidsrelatie. De verwachting is dat in 2021 een stijging van het bijstandsbestand zichtbaar gaat zijn. Mensen maken immers nu eerst gebruik van voorliggende voorzieningen zoals financiële tegemoetkomingen van het Rijk (Tozo, TOGS etc) en WW. Er zit dus een vertraging in de stijging van het aantal bijstandsgerechtigden t.o.v. de start van de crisisperiode. Het is van belang de ontwikkeling van de arbeidsmarkt goed te monitoren en bestaande instrumenten aan te passen of nieuwe instrumenten te ontwikkelen die passen bij de doelgroep en het aanbod. Een voorbeeld kan zijn het bieden van omscholingsmogelijkheden.

8

Doel 2: Kwetsbare jongeren hebben een betere aansluiting op de arbeidsmarkt Uit het beleidsplan: Maatschappelijke opgave De maatschappelijke opgave is het bestrijden van jeugdwerkloosheid en het verbeteren van de aansluiting van kwetsbare jongeren op de arbeidsmarkt. We willen bereiken dat: a) Er aansluiting is van Praktijkonderwijs (PrO) en Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) op de arbeidsmarkt. b) Er meer banen zijn voor jongeren.

Wat zeggen de cijfers? Tabel 2 Aantal jongeren met afstand tot de arbeidsmarkt: Jongeren met afstand tot de arbeidsmarkt

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Aantal niet-werkende werkzoekenden van 15-26 jaar

52

58

57

Nb

66

45

Aantal jongeren tussen 18-27 jaar met een

22

18

17

29

25

26

13

11

8

Nb

Nb

nb

50

Nb2

40

Nb

Nb

nb

bijstandsuitkering Aantal jongeren van 15-24 jaar met een WW-uitkering Aantal jongeren <25 jaar met een Wajong-uitkering

Bron: Databank Zuid-Holland (Tympaan Instituut). In de 3D-monitor (pag. 54) is wel het totaal aantal jongeren met een WW-uitkering of Wajong-uitkering bekend.

Tussen 2016 en 2017 is een stijging zichtbaar van 12 jongeren met een bijstandsuitkering. Grotendeels wordt dit veroorzaakt door een stijging van het aantal jonge statushouders. De jaren daarna is een lichte daling zichtbaar en blijft het stabiel. Het aantal werkzoekende jongeren stijgt in 2018 licht, maar neemt in 2019 weer af. Vermoedelijk is dit naar aanleiding van een gunstigere en betere aansluiting op de arbeidsmarkt. We hebben bereikt dat… ▪

Er een betere aansluiting is van Pro/VSO-onderwijs op de arbeidsmarkt, doordat jongeren begeleid worden door Team garantiebanen van DZB. Hiermee is bereikt dat de kennis van DZB (vanuit de WSW) over mensen met een arbeidsbeperking optimaal kan worden ingezet, om zo vroeg mogelijk zicht te krijgen op de mogelijkheden van de jongere.

▪

DZB een warme overdracht met de Pro/VSO-scholen heeft, waardoor vroegtijdig gewerkt kan worden aan de arbeidsmarkttoeleiding.

▪

DZB trainingsmogelijkheden aanbiedt voor o.a. jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt. Te denken valt aan De Kwekerij en De Stal.

▪

Via inzet van project JA jongeren met een opleiding vanaf MBO-4 een goede start op de arbeidsmarkt kunnen maken.

▪

Multiprobleem-jongeren worden geholpen via het JOT Leiden. Dit is een samenwerking tussen Cardea, GGZ Rivierduinen, Curium-LUMC en Brijder Jeugd.

2

Niet bekend.

9

▪

De arbeidsmarktregio de Impuls baankansen jongeren heeft ingezet bij afzonderlijke PrO/VSO scholen.

Aandachtspunten voor de komende jaren ▪

In de RMC regio is een programma Vroegtijdig schoolverlaten 2021-2024 opgesteld, waarbij begeleiding naar werk of leerbaan voor jongeren een belangrijk aandachtspunt is. Een van de hoofdredenen dat jongeren school verlaten is omdat zij liever werken. Ook is de verwachting dat het vinden van werk of een leerbaan moeilijker is geworden door de coronacrisis. Veel van deze jongeren worden VSV’er als er geen goede match tussen onderwijs en arbeidsmarkt plaatsvindt. Via matchtafels en begeleiding worden jongeren hierbij geholpen. Dit gaat in september 2020 van start.

▪

De tweede tranche Impuls baankansen jongeren zal meer collectief worden ingezet en er wordt met name ingezet op begeleiding op de werkplek. De eerste tranche is ingezet bij afzonderlijke PrO/VSO scholen. De komende periode staat meer in het teken van inzet via collectieve arrangementen, zoals jobcoaches voor een aantal scholen.

▪

Jongeren ervaren direct de gevolgen van de coronacrisis op het gebied van arbeid. Ze hebben bijvoorbeeld (nog) een tijdelijk contract. Het vinden van aansluiting op een krappe markt is voor een jongere niet eenvoudig. Ook zijn ze veelvuldig werkzaam in de zwaarst getroffen branches, zoals de horeca en delen van de detailhandel. Een aandachtspunt is het monitoren van de ontwikkelingen en waar nodig inzetten op begeleiding, bemiddeling of bijvoorbeeld omscholing om jongeren op de arbeidsmarkt te brengen en houden.

10

Doel 3: Minder inwoners hebben problematische schulden Uit het beleidsplan: Maatschappelijke opgave De maatschappelijke opgave is om te voorkomen dat inwoners in de schulden raken en als schulden toch ontstaan zijn, de hoogte van de schuld te beperken en de schuld zo kort mogelijk na het ontstaan op te lossen. We willen bereiken dat: a) Inwoners eigen verantwoordelijkheid nemen. b) Er preventie en vroegtijdige signalering van schulden is. c) Er snel integraal maatwerk is. d) De kwaliteit van schuldhulp gecontinueerd wordt.

Wat zeggen de cijfers?

Tabel 3 Gemak waarmee huishoudens in Oegstgeest kunnen rondkomen van hun huishoudinkomen: Rondkomen van huishoudinkomen

(Zeer) moeilijk

Komt net rond

(Zeer) gemakkelijk

Percentage van de huishoudens (%) (2015)

5

19

76

Percentage van de huishoudens (%) (2017)

4

15

81

Percentage van de huishoudens (%) (2019)

1

14

85

Bron: Inwonersenquête 2015, 2017 en 2019 Oegstgeest (Dimensus).

Er is een duidelijke daling te zien van het aandeel huishoudens dat (zeer) moeilijk rond kan komen: tussen 2015 en 2019 is dit gedaald van 5% naar 1%. Daarnaast is het aantal huishoudens dat net rond kan gekomen zelfs met 5% gedaald. Deze cijfers betekenen dan ook dat het aantal huishoudens dat (zeer) gemakkelijk kan rondkomen flink is gestegen: van 76% naar 85%. Er is dus een duidelijke verbetering gerealiseerd in de mate waarin inwoners van Oegstgeest kunnen rondkomen. We hebben bereikt dat… ▪

Door de inzet van Schuldhulpmaatje ook inwoners die (nog) geen aanspraak kunnen maken op een gemeentelijke schuldhulpverlener, ondersteuning krijgen bij financiële vraagstukken.

▪

Zowel Schuldhulpmaatje als de gemeentelijke schuldhulp in de stabilisatiefase begeleiding bieden bij het op orde krijgen van het ‘huishoudboekje’. Hierbij is het uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid die de inwoner zelf kan nemen, ook aan hem of haar wordt overgelaten. Er wordt dus ingezet op een zo groot mogelijke zelfredzaamheid.

▪

Er een vernieuwd convenant ‘voorkomen huisuitzettingen’ met de woningcorporaties Meerwonen en Mooiland en de GGD is gesloten. Doel hiervan is om huurders met twee maanden huurachterstand de hulp te bieden die nodig is om de achterstanden weg te werken ofwel niet op te laten lopen en een huisuitzetting te voorkomen.

▪

Er een nieuw convenant ‘bewindvoering en gemeenten’ is gesloten met verschillende bewindvoerders in de Leidse regio. Het doel is om samenwerking en overdracht te versterken, waarbij de stabilisatie van de inwoner bevorderd wordt en de schulphulpverlener sneller en eenvoudiger een traject kan starten.

11

Aandachtspunten voor de komende jaren ▪

Vroegsignalering heeft de komende periode een belangrijke rol. Via aanpassing van de Wet gemeentelijke schuldhulp per 2021 worden gemeenten verplicht om meer gevolg te geven aan vroegsignalering. Mensen vragen vaak pas laat om hulp bij schulden. Daarom zal vroegsignalering de komende tijd verder vormgegeven worden. Hiermee zorgen we ervoor dat inwoners eerder hulp krijgen, zodat het verergeren van schulden kan worden voorkomen.

▪

Onderdeel van het uitwerken van vroegsignalering is dat we in het kader van ‘vroeg erbij zijn’, huisbezoeken gaan afleggen. Het huisbezoek is daarmee geen doel maar een methode om in contact te komen met inwoners die mogelijk schulden hebben.

▪

Het convenant ‘bewindvoering en gemeenten’ moet verder geïmplementeerd worden. Daarnaast is het van belang dat nog meer bewindvoerders zich conformeren aan het convenant.

12

Thema II: Iedereen doet mee Alvorens in te gaan op de doelen binnen dit thema is het van belang om ook stil te staan bij de ontwikkelingen op het terrein van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de rol van het Sociaal Team Oegstgeest. In het beleidsplan is beperkt aandacht besteed aan de uitvoering van deze wet, terwijl een belangrijk deel van onze uitgaven binnen dit thema voortvloeien uit een (toenemend) beroep op Wmo-voorzieningen.

Het sociaal team en het bieden van Wmo-voorzieningen Maatschappelijke opgave van het Sociaal Team Oegstgeest Het bieden van integrale en laagdrempelige ondersteuning, het voeren van regie bij complexe casuïstiek en het doorverwijzen naar hulp en maatwerkvoorzieningen. We willen bereiken dat: a) Inwoners met vragen over zorg en welzijn op een laagdrempelige wijze ondersteund kunnen met informatie, advies en ondersteuning. b) Inwoners daarmee zo lang als mogelijk zelfredzaam blijven en kunnen blijven meedoen in de samenleving (participatie). c) Inwoners met een concrete hulpvraag worden doorgeleid naar gespecialiseerde hulp en ondersteuning op maat.

Wat zeggen de cijfers?

Tabel 4: Aantal personen met een Wmo-voorziening (personen die gedurende het jaar gebruik maken of hebben gemaakt van een voorziening)3 2015

2016

2017

2018

2019

275

287

292

409

507

Begeleiding

199

203

205

252

277

Woonvoorzieningen

162

141

121

106

123

Vervoersvoorzieningen

635

672

799

844

897

Rolstoelvoorzieningen

342

316

327

327

333

Hulp bij het huishouden

Het aantal inwoners dat de afgelopen jaren gebruik maakt of heeft gemaakt van een Wmomaatwerkvoorziening is de afgelopen jaren fors gestegen. Dit is een landelijke trend (zie ook de 3Dmonitor). De verwachting is dat deze trend -mede door de vergrijzing- de komende jaren nog zichtbaar zal blijven. De wens om langer thuis te wonen speelt hierbij een rol, maar ook de verdere ambulantisering op het terrein van de ouderenzorg en GGZ-ondersteuning. De stijging van het aantal cliënten met huishoudelijke ondersteuning is overigens sinds 1 januari 2019 mede veroorzaakt door de introductie van een vaste maximale eigen bijdrage van 19 euro per maand. Hoewel dit niet gestaafd kan worden door cijfers, is het voor alle inkomensgroepen nu goedkoper om via de Wmo huishoudelijke ondersteuning te ontvangen dan deze hulp zelf in te huren. Een belangrijke constatering is tevens dat het aantal cliënten met begeleiding zowel in aantallen als in intensiteit is toegenomen. Bij de decentralisatie in 2015 was de gedachte vanuit het Rijk dat met

3

Voor een uitgebreid overzicht van de ontwikkelingen op het terrein van maatwerkvoorzieningen wordt verwezen naar de 3D-monitor.

13

kortdurende begeleiding cliënten weer zelfstandig verder konden. We zien echter in de praktijk dat veel cliënten blijvend begeleiding nodig hebben en ook de zorgzwaarte is toegenomen. Voorbeelden hiervan zijn de ondersteuning bij ouderen met dementie of volwassenen met een blijvende begeleidingsvraag door een psychische of lichamelijke beperking. Wat hebben bereikt dat… ▪

In samenwerking met de partners (Marente, Activite, Kwadraad, Mee, GGZ-rivierduinen en Radius) een zelforganiserend team van professionals is samengesteld, waarbij de Wmoconsulenten van de gemeente een integraal onderdeel zijn van het team.

▪

Het sociaal team zich doorontwikkelt (en bevoegd en bekwaam is) om als T-shape professionals laagdrempelige hulp en ondersteuning te bieden.

▪

Het Sociaal Team Oegstgeest beter bekend is geworden onder de inwoners.

▪

De cliëntervaring ten aanzien van de dienstverlening vanuit het sociaal team als zeer hoog wordt gewaardeerd (ook ten opzichte van de regio). Zie hiervoor de 3D-monitor.

▪

De werkwijze 1Gezin1Plan1Regisseur als leidraad vaker wordt gehanteerd om op een integrale wijze de cliënt en zijn hulpvraag centraal te stellen.

▪

Sinds 2019 een sociaal makelaar onderdeel uitmaakt van het sociaal team om de sociale kaart voor professionals en inwoners inzichtelijk te maken en (bewoners)initiatieven ondersteunt die bijdragen aan de zelfredzaamheid en participatie van inwoners in Oegstgeest.

▪

Het sociaal team en het jeugd- en gezinsteam periodiek de jeugdigen bespreken die binnen een jaar 18 jaar of ouder worden (perspectiefplan), teneinde de overgang naar volwassenheid te begeleiden.

▪

Er vanuit het zorgnetwerk regelmatig contact is met politie, maatschappelijk werkers en woningcorporaties.

Aandachtspunten voor de komende jaren ▪

Om de toename van het aantal maatwerkvoorzieningen te verminderen, is het van belang dat wordt geïnvesteerd in algemene voorzieningen, het bieden van collectieve hulp en het bevorderen van burgerinitiatieven om de zelfredzaamheid en participatie van inwoners op wijkof straatniveau te verbeteren. Dit vraagt van het sociaal team en de sociaal makelaar om een outreachende aanpak en soms om een eropaf-mentaliteit. Dit proces vergt geduld en zal de eerste jaren vooral in het teken staan van investeren, zaaien en planten.

▪

De welzijnsactiviteiten in Oegstgeest zijn nu met name gericht op ouderen. De samenwerking tussen organisaties, buurtnetwerken en inwoners kan worden verbeterd om ook (jong)volwassenen meer te betrekken en participatie te bevorderen (bijv. van vrijwilligerswerk naar betaald werk).

▪

De Wmo-consulenten en het sociaal team hebben op dit moment geen goed regiesysteem om meldingen te registreren. De administratieve lasten en werkdruk zijn daardoor soms hoog. We investeren daarom als Leidse regio in een goed administratie- en regiesysteem dat in 2021 wordt opgeleverd.

▪

Integraal werken met verschillende aanbieders en professionals vereist duidelijke afspraken over gegevensuitwisseling. Op dit moment wordt privacy nog te vaak als excuus gebruikt. Het is

14

daarom belangrijk om duidelijke afspraken te maken over het delen van (noodzakelijke) gegevens. ▪

De decentralisatie van beschermd wonen en de maatschappelijke zorg brengen met zich mee dat het sociaal team zich moet bekwamen in deze problematiek en er zicht moet zijn op passende oplossingen. Het woningtekort is hierbij een belangrijk knelpunt.

Doel 4: Meer vrijwillige inzet Uit het beleidsplan: Maatschappelijke opgave De maatschappelijke opgave is om meer inwoners te (blijven) motiveren zich vrijwillig in te zetten. Dat kan structureel maar ook incidenteel zijn, kort of lang, dichtbij in de straat of voor anderen die men (nog) niet kent. We willen bereiken dat: a) Zo veel mogelijke inwoners kunnen meedoen. b) Verbindingen gelegd worden. c) Vrijwilligers ondersteuning krijgen.

Wat zeggen de cijfers?

Tabel 5 Vrijwilligers in Oegstgeest: Vrijwilligers in Oegstgeest

2015 (%)

2017 (%)

2019 (%)

Vrijwilliger

36

38

38

Gaat er mee stoppen

2

nb

nb

Geen vrijwilliger

62

62

62

Bron: Inwonersenquête 2017 en 2019 Oegstgeest (Dimensus).

Het aantal inwoners in Oegstgeest dat zich vrijwillig inzet voor een ander of voor het dorp is de laatste jaren gelijk gebleven. Ruim één op de drie Oegstgeestenaren (38%) is actief als vrijwilliger (net als in 2017). De meeste vrijwilligers doen dit minder dan 2 uur per week (16%). Hoog opgeleiden (47%) doen vaker vrijwilligerswerk dan laagopgeleiden (20%).

Tabel 6 Vrijwilligerswerk naar type organisatie: Vrijwilligerswerk naar type organisatie

2017 (%)

2019 (%)

Sportvereniging

35

33

Organisatie voor zorg / welzijn

18

14

School / onderwijs

17

17

Kerkelijk / levensbeschouwelijke

19

22

8

4

organisatie Bewoners- / buurtvereniging Culturele organisatie

Nb

Andere organisatie4

31

38

4 Toelichting 2017: Onder ‘anders’ wordt relatief vaak vluchtelingenwerk, scouting en tuinvereniging genoemd.

15

Bron: Inwonersenquête 2017 en 2019 van de gemeente Oegstgeest (Dimensus).

Vrijwilligers zijn bij veel verschillende soorten organisaties actief. 33% geeft aan actief te zijn bij een sportvereniging, 22% bij een kerkelijke of levensbeschouwelijke organisatie, 17% bij scholen, 14% bij een organisatie voor zorg en dienstverlening. En 4% bij een buurtvereniging. Deze percentages zijn – statistisch gezien – niet verschillend van 2017. Bij ‘andere organisaties’ worden onder andere genoemd collecte lopen, ouderenzorg en vluchtelingenwerk. We hebben bereikt dat… ▪

iDOE subsidie krijgt om vrijwilligers(organisaties) te ondersteunen, o.a. door middel van workshopaanbod, informatie en advisering.

▪

(Vrijwilligers)organisaties in zorg en welzijn beter samenwerken door de oprichting en coördinatie van het Netwerk Vrijwillige Ondersteuning Oegstgeest (NVOO). Hierbij zijn bijna 40 organisaties aangesloten.

▪

Er in 2017 en 2018 in samenwerking met jeugdwerk en onderwijs een campagne is geweest, gericht op het promoten van vrijwilligerswerk onder jongeren.

▪

Stichting Present vanaf 2019 een jaarlijkse subsidie krijgt om uitvoering te geven aan de behoefte aan meer projectmatig vrijwilligerswerk.

▪

iDOE daarnaast een impuls geeft aan het vrijwilligersbeleid en management van de organisaties in alle sectoren, zodat zij leren hoe zij vrijwilligers meer projectmatig in kunnen zetten.

▪

Organisaties die dit willen met maatwerk ondersteund worden om te kunnen voldoen aan de voorwaarden voor gratis VOG’s voor hun vrijwilligers volgens de bestaande rijksregeling.

▪

In 2017 op een druk bezocht regionaal Beursplein verbinding tussen maatschappelijke organisaties en bedrijven tot stand is gekomen.

▪

Burgerinitiatief Dorpskracht geborgd is door de ondersteuning bij iDOE onder te brengen en de website te koppelen aan de die van iDOE. De gemeente ondersteunt Dorpskracht met promotie via de mediakanalen.

▪

iDOE, Radius en EVA een coalitie vormen om het netwerk van vrijwilligers in Oegstgeest te versterken. Hun samenwerking is in twee jaar uitgegroeid tot een belangrijk element voor hun werkzaamheden in Oegstgeest.

▪

Het aantal vrijwilligers bij de bibliotheek in Oegstgeest tussen 2015 en 2019 gestegen is van 20 naar 85 door de toename van het aantal taal- en digi-coaches. Zij ondersteunen inwoners bij het leren van de Nederlandse taal en digitale vaardigheden.

▪

Er door het Servicepunt een nieuwe verzekering voor vrijwilligers en mantelzorgers is afgesloten met betere voorwaarden.

▪

Door de inzet van een sociaal makelaar burgerinitiatieven worden gestimuleerd, ondersteund en waar mogelijk met elkaar verbonden.

Aandachtspunten voor de komende jaren ▪

In het regeerakkoord 2017-2021 is een mogelijke maatschappelijke diensttijd voor jongeren opgenomen. Hoewel binnen de regeling vooralsnog geen duidelijke rol voor gemeenten is weggelegd, volgen we de ontwikkelingen op de voet

16

▪

De vrijwillige energie die de coronacrisis heeft losgemaakt is enorm. Een grote uitdaging is deze energie vast te houden en te faciliteren naar vrijwilligerswerk.

▪

Het aantal mensen dat zich voor langere tijd aan een vrijwilligersfunctie wil verbinden neemt af, en met name jongeren zijn vaker op zoek naar projectmatige vrijwillige inzet. Er is extra ondersteuning nodig voor vrijwilligersorganisaties om in te spelen op deze verandering.

Doel 5: Minder eenzaamheid Uit het beleidsplan: Maatschappelijke opgave De maatschappelijke opgave is het verminderen van gevoelens van eenzaamheid, met name bij senioren omdat bij deze groep eenzaamheid relatief vaak voorkomt. We willen bereiken dat: a) Bestrijding van eenzaamheid een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. b) Er een breed aanbod aan activiteiten is en blijft.

Wat zeggen de cijfers?

Vanaf 2018 gebruiken we alleen nog de cijfers uit de gezondheidspeilingen van de GGD om de mate van eenzaamheid in Oegstgeest te duiden. De GGD gebruikt gevalideerde meetinstrumenten, zowel bij volwassenen als jeugd, om eenzaamheid te meten. Tabel 7: Percentage inwoners van Oegstgeest dat zich eenzaam voelt 2012

19-64 jaar

65 +

2016

19-64 jaar

65 +

Sociaal

33

36

Sociaal

42

46

36

30

11

10

eenzaam

eenzaam Emotioneel

25

19

eenzaam

eenzaam Ernstig eenzaam

Emotioneel

5

4

Ernstig eenzaam

Bron: GGD volwassenen- en ouderenpeiling 2012/2016

Het aantal inwoners in Oegstgeest dat zich ernstig eenzaam voelt is tussen de laatste 2 gezondheidspeilingen met 6% gestegen, zowel bij mensen boven als onder de 64 jaar. Bij 65+ers is de emotionele en sociale eenzaamheid gestegen. Oegstgeest telt op dit moment ruim 25.000 inwoners. 11 % van de inwoners tussen 19 en 64 jaar is daarmee ernstig eenzaam5. In 2012 was dit nog 5 %. Bij hogere leeftijd, boven de 75 jaar, loopt het percentage op. Vooral de emotionele eenzaamheid onder volwassenen is hoger in Oegstgeest dan in de omliggende gemeenten. Sociale eenzaamheid is echter groter. Bloemenbuurt, Rhijngeest en Buitenlust zijn de wijken

5

Volgens de schaal van De Jong-Gierveld in de gezondheidspeiling 2016 GGD Zuid Holland Midden

17

waar de meeste eenzaamheid voor komt. De GGD heeft in de meest recente gezondheid peiling Jeugd ook de eenzaamheid onder jongeren gemeten. Dit geeft het volgende beeld:

Tabel 8: eenzaamheid onder jongeren in 2019 totaal

Jongens

meisjes

Klas 2

Klas 4

Totaal Hollands Midden

Risico ernstige

6

8

4,4

5

7

6

44

40

49

46

42

49

8

7

9

5

10

21

eenzaamheid Ontmoet vrienden op straat of in winkelcentra Geen lid van vereniging of organisatie Bron: Kerncijfers gezondheidsmonitor Jeugd 2019 Oegstgeest

De cijfers van eenzaamheid onder jongeren kunnen niet 1 op 1 worden vergeleken met de cijfers van volwassenen. Dit komt omdat bij beide metingen verschillende -op de doelgroep toegesnedengevalideerde meetinstrumenten zijn gebruikt. De cijfers over jongeren laten zien dat het risico op ernstige eenzaamheid in Oegstgeest even groot is als in de regio, dat dit risico groter is voor jongens dan voor meisjes, en dat de deelname aan verenigingen en organisaties in Oegstgeest aanzienlijk hoger ligt dan in de regio. We hebben bereikt dat… ▪

We als gemeente initiatieven vanuit de samenleving om eenzaamheid te bestrijden, stimuleren door mee te denken, te faciliteren of financieel te ondersteunen. Dit krijgt met name vorm via de welzijnssubsidies, door de inzet van de sociaal makelaar en in het project Samen tegen eenzaamheid Oegstgeest dat eind 2018 is gestart.

▪

Door genoemd project een lokaal netwerk van organisaties, ondernemers, vrijwilligers en andere inwoners is gevormd dat gezamenlijk bijdraagt aan het voorkomen en terugdringen van eenzaamheid.

▪

Meer dan 60 mensen een “Ik-doe-mee-verklaring” hebben ondertekend, waarmee ze aangeven zich in te willen zetten bij de aanpak van eenzaamheid.

▪

Daarnaast een emailbestand van meer dan 250 adressen is opgebouwd van belangstellenden, die de nieuwsbrieven van het project krijgen toegestuurd.

▪

Door de sociaal makelaar, in samenwerking met genoemd netwerk, het huidige aanbod van activiteiten in Oegstgeest in beeld is gebracht. Vanaf november 2019 is deze sociale kaart digitaal beschikbaar via de site van de gemeente en de sites van het Sociaal Team en het CJG.

▪

Er in samenwerking met actieve netwerkleden gewerkt wordt aan een trainingsplan voor diverse beroepsgroepen om kennis over en signaleren van eenzaamheid te verbeteren.

▪

Er in samenwerking met actieve netwerkleden een publiekscampagne wordt ontwikkeld die nog in 2020 start.

▪

Door de diverse samenstelling van het netwerk inbreng van ervaringsdeskundigheid is geborgd

18

▪

Er in samenwerking met actieve netwerkleden diverse bijeenkomsten en conferenties zijn georganiseerd over dit onderwerp.

Aandachtspunten voor de komende jaren ▪

Het vergroten van gemeenschapszin en eenzaamheid bespreekbaar maken, onder andere door het voeren van de publiekscampagne “Wij zijn Oegstgeest”.

▪

Ontwikkelen en verspreiden van een publieksversie op papier van de sociale kaart zodat inwoners en instanties elkaar beter weten te vinden.

▪

Verder uitbouwen en blijven faciliteren van het netwerk Samen tegen eenzaamheid Oegstgeest.

▪

Uitvoeren van een trainingsprogramma voor diverse beroepsgroepen om kennis over en signaleren van eenzaamheid te verbeteren.

▪

Aandacht voor het verminderen van (risico’s op) eenzaamheid bij jongeren, in samenwerking met deelnemende organisaties van het Preventieakkoord Jeugd.

19

Doel 6: Deelname kunst en cultuur neemt niet af Uit het beleidsplan: Maatschappelijke opgave Inwoners hebben voldoende kansen om met kunst en cultuur in aanraking te komen en elkaar via deelname aan kunst en cultuur te ontmoeten. Dit geldt in het bijzonder voor kinderen. We willen bereiken dat: a) Er een aanbod cultuur- en natuureducatie is. b) Taalontwikkeling en mediawijsheid bevorderd worden. c) Inwoners hun talenten kunnen benutten.

Wat zeggen de cijfers?

Tabel 9 Deelname aan kunst en cultuur: Deelname aan kunst en cultuur

Aantal

Aantal

Aantal

2015

2017

2019

Percentage 2019 t.o.v. 2015

Bibliotheek Oegstgeest Deelnemers taal-, lezen en

1.383

1.693

2.008*

+45%

Leden bibliotheek volwassenen

2.665

2.613

2.693

+ 1%

Leden bibliotheek jeugdigen

3.614

3.919

3.572

-1%

Aantal fysieke bezoekers

99.550

105.700

98.900

-1%

Deelname aan cultuurlijnen (musea)

1.690

2.159

**2.814

+67%

Deelname Kijkkunst (div kunstdisciplines)

2.336

2.375

2.481

+6%

Deelname aan muzieklessen BplusC

2.564

2.010

NB

NB

972

901

916

-6%

literatuuractiviteiten

Cultuureducatie leerlingen in het onderwijs

Volksuniversiteit Cursisten

* Deelnemers worden geteld per activiteit (geen unieke deelnemers). Groei zit voor een belangrijk deel in Taalhuisactiviteiten (NT2). ** overeenkomst met Cultuureducatiegroep.

Bron: Jaarverslagen van organisaties. Het aantal leden van de bibliotheek is afgelopen jaren constant gebleven. Met projecten als Boekstart en de Voorleesexpress worden jonge ouders en hun kinderen aangemoedigd om (voor) te lezen. Meer inwoners weten de laagdrempelige taalactiviteiten in de bibliotheek te vinden. Ook het aantal vrijwilligers in de bibliotheek neemt structureel toe. Eind 2019 waren 85 vrijwilligers actief, onder meer als ‘taalmaatje’ voor anderstalige inwoners en als ‘digicoach’ voor senioren. BplusC is niet meer de enige (grote) aanbieder van muzieklessen in Oegstgeest. Bergen Muziek Oegstgeest en de Rockschool weten goed Oegstgeester inwoners met lessen in lichte- en popmuziek te bereiken.

20

We hebben bereikt dat… ▪

Het ingezette traject ‘Cultuurfabriek’ heeft geleid tot de fusie van de Bibliotheek Bollenstreek en de Volksuniversiteit K&O per 1 januari 2019. De Bibliotheek/Volksuniversiteit ontwikkelt zich tot een eigentijdse voorziening waar lezen, zelfredzaamheid en persoonlijke ontwikkeling centraal staan. Het cursusaanbod wordt fasegewijs vernieuwd om een breder publiek te bereiken.

▪

In de bibliotheek Oegstgeest sinds november 2016 een Taalpunt en Taalcafé is gestart. Inwoners kunnen daar terecht voor informatie en advies om beter te leren lezen, schrijven en/of rekenen. Inwoners weten het taalpunt sinds de start in toenemende mate te vinden. Het knelpunt met betrekking tot de bekostiging van o.a. de coördinatie van de vrijwilligers is opgelost door lokale subsidiering vanuit de diverse gemeenten.

▪

Het MilieuEducatief Centrum (Mec) Oegstgeest natuur- en milieulessen op alle Oegstgeester basisscholen aanbiedt. In samenwerking met het Repair Café Oegstgeest, is in 2018 het nieuwe project ‘Kids Repair Class’ gestart, waarbij kinderen op school eenvoudige reparatietechnieken aangeleerd krijgen.

▪

8 van de 10 scholen voor primair onderwijs én het VSO werken met ondersteuning door de Cultuureducatiegroep aan een visie en doorgaande leerlijn voor cultuureducatie (beeldende kunst, muziek) binnen de school. Bij diverse scholen is een ‘cultuurcoördinator’ (ICC-er) opgeleid en/of is het team geschoold in procesgerichte diagnostiek. 8 scholen voor primair onderwijs nemen deel aan het programma Kijkkunst van Kunstgebouw.

▪

In september 2019 voor het eerst een ‘Klassendag’ is georganiseerd voor de basisscholen in aanloop naar het open Monumentenweekend. Vanaf begin 2020 wordt met diverse lokale partners een educatieve game met lespakket ‘Oegstgeest in de Middeleeuwen’ ontwikkeld om lokaal erfgoed meer onder de aandacht te brengen bij basisschoolleerlingen. Hiervoor is subsidie ontvangen vanuit het landelijk Fonds voor Cultuurparticipatie.

▪

De voormalige gemeentelijke adviescommissie voor kunst en cultuur is nu een zelfstandig lokaal Platform voor Kunst, Cultuur en Erfgoed met partners vanuit de non-profit en de commerciële sector.

▪

Lokale Initiatieven (vanuit Stichting Osger, VOO, Stichting Dorpsmarketing Oegstgeest, Cultuur Fonds Oegstgeest) hebben geleid tot succesvolle evenementen met regionale uitstraling, zoals de Wolkersweek en de Boerhaaveroute.

Aandachtspunten voor de komende jaren ▪

De Bibliotheek heeft eind mei 2020 een Meerjaren Beleidskompas 2020-2023 uitgewerkt, waarbij de focus naast ‘lezen en literatuur’ nog meer op de maatschappelijke en educatieve functie komt te liggen. Met interesse worden ook de ontwikkelingen van de Volksuniversiteit gevolgd. Lukt het om een kostendekkend cursusprogramma te realiseren en nieuwe doelgroepen aan te boren? Tot slot wordt de huisvesting vanaf 2025 van de Bibliotheek onderzocht.

▪

De raad heeft met ingang van 2019 structureel middelen beschikbaar gesteld voor Techniekonderwijs in het basisonderwijs. Met Technolab wordt in 2020 de samenwerking gezocht om technieklessen i.s.m. de basisscholen vorm te gaan geven.

21

Er komt een vervolg op het programma Cultuur Educatie met Kwaliteit voor de periode 2021-

▪

2024, gebaseerd op cofinanciering (50% gemeente en 50% Rijk). In Holland Rijnland verband vinden momenteel de onderhandelingen plaats ter voorbereiding van een nieuwe aanvraag. Ontwikkeling van de ‘serious game’ op het gebied van lokaal erfgoed voor de basisscholen.

▪

Doel 7: Meer zelfredzaamheid en inclusie voor de meest kwetsbare groepen Uit het beleidsplan: Maatschappelijke opgave De maatschappelijke opgave is het vergroten van de zelf- en samenredzaamheid inwoners die door beperkingen als gevolg van bijvoorbeeld psychiatrische aandoeningen, verstandelijke beperkingen of dementie dreigen te worden uitgesloten in de samenleving. Herkenning en erkenning van hun beperkingen en een samenhangend aanbod waarbij niemand tussen wal en schip valt is daarbij het streven. We willen bereiken dat: a) Er een dementievriendelijke gemeenschap ontstaat. b) Er optimale zelfredzaamheid en participatie is voor de (O)GGZ (openbare geestelijke gezondheidszorg) doelgroep.

Wat zeggen de cijfers? Tabel 10 Prognose van het aantal inwoners met dementie in Oegstgeest: Dementie in Oegstgeest

2014

2020

2030

2040

Prognose aantal inwoners met dementie (cijfers

481

571

771

1024

500

670

890

2050

2013) Prognose aantal inwoners met dementie (cijers 2020)

1100

Bron: Alzheimer Nederland, Prognose Dementie 23-01-2013. en bijgewerkt per 1-06-2020

Er zijn geen cijfers beschikbaar waaruit rechtstreeks blijkt wat de zelfredzaamheid of de mate van inclusie is van kwetsbare groepen zoals dak- en thuislozen, psychiatrisch patiënten of mensen met dementie. In 2013 is geprognotiseerd dat het aantal inwoners met dementie in Oegstgeest zou stijgen tot 1024 in 2040. Inmiddels is die prognose door Alzheimer Nederland bijgesteld tot een aantal van 890 in 2040 en ongeveer 1100 in 2050. We hebben bereikt dat…(over dementie) ▪

In 2017 het project “Dementievriendelijk Oegstgeest” is gestart waarin inwoners en ondernemers in Oegstgeest worden meegenomen in “dementievriendelijk handelen”. Het project is met veel enthousiasme ontvangen en het bewustwordingsproces is op gang gebracht.

▪

Het inzicht in dementie is verbeterd en de urgentie van aandacht voor dit onderwerp is bewerkstelligd door inzet van diverse media van de gemeente en aansluiting bij de landelijke campagne.

▪

De kennis over dementie en hoe er mee om te gaan is verbeterd door het geven van trainingen aan gemeenteambtenaren, vrijwilligers en andere inwoners.

▪

Bestaande netwerken zijn benut om dit onderwerp op de agenda te krijgen zoals het mantelzorgoverleg, winkeliersverenigingen, sportverenigingen en natuurlijk het sociaal team.

22

▪

Mantelzorgers van mensen met dementie ondersteuning kregen door Stichting EVA, die onder andere ‘Dementiemaatje’ heeft opgezet.

▪

Dat we daarnaast mantelzorgers van thuiswonende mensen met dementie hebben kunnen ontlasten door de inzet van begeleiding (dagbesteding en/of individuele begeleiding vanuit de Wmo.

Aandachtspunten voor de komende jaren rondom dementie ▪

Nu het project is afgerond , is het belangrijk het onderwerp dementie ‘warm’ te houden met blijvende aandacht voor informatieverstrekking aan inwoners en (sport)verenigingen.

▪

Doorgaan met het aanbieden van trainingen ‘Goed omgaan met dementie’.

▪

Het onderwerp dementie op de agenda van het lokale mantelzorgoverleg houden.

▪

De overige aanbevelingen uit de eindrapportage van het project Dementievriendelijk Oegstgeest nader onderzoeken op wenselijkheid en haalbaarheid.

We hebben bereikt dat…(over de OGGZ) ▪

Alle leden van het sociaal team Oegstgeest zijn getraind op het herkennen van - en omgaan met GGZ vraagstukken.

▪

Een GGZ verpleegkundige is toegevoegd aan het sociaal team Oegstgeest om de samenwerking met het FACT-team (Zvw) te verbeteren en specifieke cliënten met een GGZ-achtergrond te begeleiden en ondersteunen.

▪

Er in het sociaal team Oegstgeest een aandachtsfunctionaris beschermd wonen is benoemd als verbinder naar het toegangsteam beschermd wonen van centrumgemeente Leiden.

▪

Er in het sociaal team Oegstgeest een aandachtsfunctionaris Wet verplichte GGZ benoemd is die samen met de GGZ zorgaanbieder zorgt draagt voor een integraal plan van aanpak.

▪

Er een inloop GGZ via Lumen is gestart in het Dorpscentrum.

▪

Bij het toekennen van contingentwoningen er een driepartijenovereenkomst wordt gesloten waarbij individuele begeleiding vanuit de Wmo wordt toegekend.

▪

Er in de regio een psychiatrische eerstehulppost is ingericht zodat verwarde personen niet meer onnodig in een politiecel belanden.

▪

We deelnemen in subsidies voor de organisatie van bemoeizorg (Brijder, Rivierduinen, de Binnenvest, Kwadraad en de RDOG).

▪

We Rivierduinen en de stichting Lumen subsidiëren met het oog op preventie en belangenbehartiging.

Aandachtspunten voor de komende jaren rondom de OGGZ ▪

De decentralisatie van de maatschappelijke zorg waarbij aandacht is voor verdere ontwikkeling van het sociaal team wat betreft de toegang en ondersteuning bij beschermd wonen, maatschappelijke opvang, verslaving en OGGZ .

▪

Het ontwikkelen van kleine wooneenheden zodat uitstroom uit de maatschappelijke opvang en beschermd wonen kan plaatsvinden. Tevens is decentrale opvang nodig.

▪

Het ambulantiseren van de zorg zodat beschermd wonen (24/7) minder nodig is.

▪

Het Zorg- en Veiligheidshuis verder wordt doorontwikkeld.

23

Doel 8: Meer participatie van kinderen in minimahuishoudens Uit het beleidsplan: Maatschappelijke opgave De maatschappelijke opgave is te voorkomen dat kinderen op achterstand komen doordat ze opgroeien in een minimahuishouden. We willen bereiken dat: a) Er aandacht is voor kinderen in deze situatie. b) Financiën geen belemmering zijn voor deelname aan gesubsidieerde activiteiten.

Wat zeggen de cijfers?

Tabel 11: Jeugdigen met kans op armoede per 100 jeugdigen in Oegstgeest 2011

2012

2013

2014

6,3

6,6

6,3

6,2

Bron: Waarstaatjegemeente.nl

Tabel 12: Aantal kinderen dat opgroeit in een bijstandsgezin 2017

2018

2019

2020

124

123

130

157

Tabel 13: Aantal kinderen voor wie bijzondere bijstand wordt ontvangen* 2016

2017

2018

2019

150

157

145

154

Bron: gemeentelijke administratie

Onderzoek naar de kans op armoede voor jeugdigen is helaas niet van recente datum. Uit deze cijfers is dan ook geen actuele conclusie te trekken. Het aantal kinderen dat opgroeit in een bijstandsgezin stabiliseerde in 2016 en 2017. Vervolgens nam het aantal toe. De stijging van het aantal kinderen wordt voor het grootste deel veroorzaakt door het aantal kinderen van statushouders. Het aantal kinderen voor wie bijzondere bijstand (regelingen minimabeleid) wordt ontvangen schommelt steeds rond 150 kinderen. Het ene jaar iets meer, het andere jaar iets minder. Er zijn geen opvallende stijgingen of dalingen te herleiden. We hebben bereikt dat… ▪

Het minimabeleid en dus ook de regelingen voor kinderen binnen het minimabeleid is verruimd en beschikbaar geworden voor huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Bij de collectieve zorgverzekering ligt de grens hoger, op 130% voor het meest uitgebreide pakket.

24

▪

Naast de participatieregeling aan ouders de mogelijkheid wordt geboden om een tegemoetkoming uit het Jeugdsportfonds en/of het Jeugdcultuurfonds te ontvangen. Deze bijdrage wordt in natura gedaan en dient aangevraagd te worden door een intermediair.

▪

Sinds 2018 Stichting Leergeld ook actief is in Oegstgeest. Dit betekent dat wanneer voorliggende voorzieningen zoals de participatieregeling, het jeugdsport- en cultuurfonds en de computerregeling onvoldoende financiële ondersteuning bieden om te participeren, er bekostiging in natura vanuit Stichting Leergeld kan komen.

▪

Kinderen die in minimahuishoudens opgroeien meer participatiemogelijkheden hebben en/of de noodzakelijke spullen voor school kunnen aanschaffen, onder andere door de beschikbare middelen van het Jeugdsportfonds, het Jeugdcultuurfonds en Stichting Leergeld.

▪

Het minimabeleid stelselmatig onder de aandacht is gebracht bij onze inwoners met een bijstandsuitkering. Voor de groep tot 120 respectievelijk 130% gebruiken we de sociale media, de Oegstgeester Courant en flyers. Recent is ook een video gemaakt om onze inwoners te informeren. Zo zijn steeds meer Oegstgeestenaren op de hoogte van het kunnen aanvragen van een financiële bijdrage.

Aandachtspunten voor de komende jaren ▪

Het is gebleken dat we de huishoudens met een bijstandsuitkering goed kunnen bereiken en informeren over het minimabeleid. De komende jaren blijven we inzetten op de bekendheid van het minimabeleid, ook via de digitale kanalen zoals Facebook. Dit om het bereik te vergroten. We gaan onderzoeken of deze manier van communiceren via een structurelere aard waardevol is.

▪

Als gevolg van de coronacrisis gaan wellicht meer huishoudens een beroep doen op het minimabeleid. We moeten blijven monitoren in hoeverre dit het geval is en hoe passend het minimabeleid is.

25

Thema III: Inwoners hebben een gezonde leefstijl Doel 9: Het aantal inwoners dat voldoet aan de beweegnorm6 neemt niet af Uit het beleidsplan: Maatschappelijke opgave De maatschappelijke opgave is om het aantal inwoners dat aan de beweegnorm voldoet minimaal gelijk te houden. We willen bereiken dat: a) Er een goed, gevarieerd en toegankelijk aanbod sport en bewegen is. b) De sportverenigingen krachtig zijn.

Wat zeggen de cijfers? Tabel 14: Mate van bewegen van de inwoners van Oegstgeest Voldoen aan norm voor

Sport minimaal eens

Lid van

gezond bewegen (%)

per week (%)

sportvereniging (%)

2012 -2013

2017

2012-

2017

2012-

2013

2017

2013

Jeugdigen 11-18 jaar

19

Nb

85

Nb

82

Nb

Volwassenen 19-64

71

64

60

68

Nb

Nb

78

80

38

46

Nb

Nb

jaar Volwassenen 65+

Bronnen: Kerncijfers volwassenen- en ouderenpeiling 2012 & 2016 Oegstgeest (GGD HM) en Kerncijfers jongerenpeiling 2013 Oegstgeest (GGD HM), sportbondleden naar gemeente 2017 (NOC/NSF).

Tabel 15: Mate van bewegen jeugdigen Oegstgeest 2019 Sport wekelijks (%)

Sport wekelijks bij club,

Beweegt >5 dagen

vereniging, sportschool

minimaal 1 uur (%)

(%) 2019 Jeugdigen 10/11-jarigen Jeugdigen 11-18 jaar

2019

2019

89

47

95

(klassen 2 en 4) Bronnen: Kerncijfers gezondheidsmonitor Jeugd Oegstgeest 2019 (11-18-jarigen) en DigitaalDossier JGZ GGD (jeugdigen 10/11-jarigen).

6

Uit het beleidsplan: De Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) is in 1998 opgesteld en is vooral gericht op het onderhouden van gezondheid. Zo geldt voor jeugdigen (4-17 jaar) dagelijks (zomer en winter) in totaal minimaal één uur ten minste matige lichamelijk activiteit, waarbij minimaal twee keer per week kracht-, lenigheid- en coördinatieoefeningen voor het verbeteren of handhaven van de lichamelijke fitheid. Voor volwassenen (18-55 jaar) betreft het in totaal minstens een half uur per dag minimaal matig intensieve lichamelijke activiteit op minimaal 5 dagen per week. Voor 55+’ers geldt hetzelfde, maar zij mogen het dat halve uur iets rustiger aan doen.

26

Oegstgeest is een sportief dorp. Het aantal volwassenen tot 65 jaar en 65+-ers dat minimaal eenmaal per week sport is gestegen van resp. 60% naar 68%, en 38% naar 46%. Wel is het aantal volwassenen dat voldoet aan de beweegnorm gedaald van 71% in 2012 naar 64% in 2017. We hebben bereikt dat… ▪

Op sportpark de Voscuyl -samen met de verenigingen- een modern, kwalitatief hoogwaardig en toekomstbestendig sportpark is gerealiseerd. Het park bevat meer kunstgrasvelden waardoor er sprake is van efficiënter gebruik. De golfvereniging beschikt nu over een geheel eigen golfbaan, waar men voorheen over de voetbalvelden moest spelen waardoor er slechts beperkt gegolfd kon worden. Het aantal leden is hierdoor fors toegenomen.

▪

Door de verruiming van het minimabeleid met de ondersteuning vanuit het Jeugdsportfonds (inclusief zwemles) sport steeds toegankelijker wordt voor kinderen uit minimagezinnen (92 kinderen in Oegstgeest hebben in 2019 deelgenomen aan sportactiviteiten).

▪

De gemeente bewegingsonderwijs subsidieert door een gediplomeerd vakdocent. Hierdoor krijgen basisschoolleerlingen minimaal 40 minuten per week bewegingsonderwijs van een vakdocent, en maken zij onder deskundige leiding kennis met een breed sportaanbod.

▪

Door samenwerking tussen basisscholen en sportverenigingen leerlingen kennis kunnen maken met verschillende sportverenigingen binnen de gemeente.

▪

In samenspraak met de Oegstgeester Sport Federatie is een sportakkoord 2019-2024 tot stand gekomen. Dit is eind 2019 gesloten.

Aandachtspunten voor de komende jaren ▪

Er worden in het sportakkoord verbindingen gelegd met andere beleidsterreinen. Er zal meer aandacht uitgaan naar mogelijkheden voor verduurzaming bij sportaanbieders. Ook wordt ingezet op het realiseren van meer bewegingsmogelijkheden in de openbare ruimte.

▪

Extra aandacht zal worden gegeven aan het stimuleren van sportaanbod voor mensen met een beperking (zowel lichamelijk, als psychisch of verstandelijk). Het rijk heeft middelen beschikbaar gesteld voor een deel van de uitvoering van het sportakkoord. Deze zullen hier voor ingezet worden.

27

Doel 10: Minder jeugdigen gebruiken drugs en overmatig alcohol Uit het beleidsplan: Maatschappelijke opgave De maatschappelijke opgave is om het gebruik van drugs en overmatig alcoholgebruik van jeugdigen tegen te gaan. We willen bereiken dat: a) Jeugdigen hun alcohol- en druggebruik verminderen door kennis en bewustwording van de gevolgen. b) Er een beperkte beschikbaarheid is van alcohol. c) Jeugdigen met (dreigend) problematisch alcohol- en druggebruik vroegtijdig ondersteuning krijgen.

Wat zeggen de cijfers?

Tabel 16 Alcohol en drugsgebruik van jongeren in de gemeente Oegstgeest Oegstgeest 2013

2019

Recent alcoholgebruik

37

27

Recent bingedrinken

24

17

Recent hasj/wiet gebruik

3,6

6

Recent harddrugs gebruik

1,0

0,6

Bron: GGD gezondheidsmonitor jeugd 2013 en 2019

Uit de cijfers blijkt dat het (recente) alcohol- en harddrugsgebruik door jeugdigen in de laatste jaren is afgenomen. Het gebruik van hasj/wiet door jongeren is de laatste jaren toegenomen. Het gebruik hiervan door jongeren in Oegstgeest ligt ook hoger dan het gemiddelde in Hollands Midden en in Nederland.

We hebben bereikt dat… ▪

Door preventieve voorlichtingsactiviteiten, motivatie door professionals, vroegsignalering en doorverwijzing alcohol- en drugsgebruik onder jeugdigen wordt voorkomen of verminderd.

▪

Door het toepassen van alcoholbeleid bij o.a. sportverenigingen en toezicht en handhaving, op basis van de drank- en horecawet, alcohol beperkter beschikbaar is voor jeugdigen.

▪

De campagne ‘rookvrije generatie’ onder de aandacht is gebracht bij scholen en sportverenigingen.

Aandachtspunten voor de komende jaren ▪

Professionals uiten in het netwerk jeugdoverlast regelmatig hun zorgen over het drugsgebruik, waaronder pillen en softdrugs (lachgas, hash/wiet), onder jongeren in Oegstgeest.

▪

Het gebruik van hasj/wiet door jongeren in Oegstgeest is in de afgelopen jaren toegenomen en moet worden teruggedrongen.

▪

De campagne ‘rookvrije generatie’ conform de landelijke richtlijnen verder wordt uitgewerkt.

28

Doel 11: Meer inwoners hebben een gezond gewicht Uit het beleidsplan: Maatschappelijke opgave De maatschappelijke opgave is dat meer inwoners een gezond gewicht hebben. We willen bereiken dat: a) Inwoners zich bewust zijn van het belang van een goede voeding.

Wat zeggen de cijfers?

Tabel 17 Gewicht van de inwoners van Oegstgeest naar leeftijd: Gewicht

Jeugdigen 11-

Volwassenen 19-64

18 jaar (%)

jaar (%)

2013

2012

2020

201

2020

6

Volwassenen 65+ (%) 201

2016

2020

2

Overgewicht

3

nb

31

35

Nb

46

47

Nb

Obesitas

0,2

nb

10

9

nb

7

6

Nb

Ondergewicht

3,3

nb

-

-

-

-

-

-

Bron: Kerncijfers volwassenen- en ouderenpeiling Oegstgeest 2012 en 2016. Kerncijfers Jeugdmonitor 2019 (GGD HM).

De cijfers van de volwassenenmonitor zijn nog niet bekend (2021). Door gewijzigde vraagstelling bij de Jeugdmonitor en het verkleinen van de bevraagde doelgroep (klas 2 en 4) zijn de cijfers van 2013 niet vergelijkbaar met de kerncijfers 2019 en daarmee ook niet beschikbaar. We hebben bereikt dat… ▪

Scholen ouders adviseren om bij verjaardagen de kinderen alleen nog gezonde traktaties mee te geven.

▪

Door campagnes vanuit de GGD in samenwerking met de gemeente sportkantines meer gezonde voeding aanbieden.

▪

De gemeente weerbaarheidstrainingen op het primair en voortgezet onderwijs subsidieert, met als doel leerlingen verstandig om te leren gaan met voeding, sociale media, drugs, en alcohol.

Aandachtspunten voor de komende jaren ▪

In het Nationaal preventieakkoord is als belangrijk aandachtspunten genoemd voor de komende jaren het terugdringen van overgewicht en obesitas. Ook lokaal moet dit worden opgepakt.

▪

In het lokaal preventieakkoord jeugd wordt aandacht gevraagd voor ondergewicht.

29

Doel 12: Meer inwoners zijn weerbaar op internet en sociale media Uit het beleidsplan: Maatschappelijke opgave De maatschappelijke opgave is dat de inwoners voldoende toegerust zijn voor een veilig gebruik van internet en sociale media. We willen bereiken dat: a) Jeugdigen weerbaar zijn tegen digipesten. b) Senioren en andere kwetsbare groepen weerbaar zijn tegen misbruik via internet.

Wat zeggen de cijfers? Tabel 18: Gebruik social media jeugdigen Gebruik van sociale media

Jeugdigen 11-18 jaar (%) 2013

2019

NL

Problemen met sociale media

57

-

Ernstige problemen met sociale media

12

-

Last van cyberpesten

14

-

Regelmatig gepest via internet

-

1,4

1,9

Risico op problematisch gebruik social media

-

8

8

Risico op problematisch gamen

-

2,0

2,7

Bron: Kerncijfers Gezondheidsmonitor Jeugd 2019, Kerncijfers Jongerenpeiling 2013.

Vanwege de andere formulering van vragen is een vergelijking tussen 2013 en 2019 helaas niet mogelijk. We hebben bereikt dat… ▪

De GGD in haar jaarlijkse weerbaarheidstrainingen bij het voortgezet onderwijs aandacht heeft geschonken aan de gevaren (digi pesten, sexting, etc.) van social media. Enkele scholen in het voortgezet onderwijs kopen extra weerbaarheidstrainingen in.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9726409/1