Bijlage 11 bij RV d.d. 26 oktober 2021 Vaststellen bestemmingsplan De Geesten Z-18-118551 Oegstgeest
Tekst van het document
Nota van Wijziging en Beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan De Geesten
21 oktober 2021 1
INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 2 1
Inleiding ........................................................................................................................................... 3
2
Algemeen......................................................................................................................................... 4
3
Wijzigingen ...................................................................................................................................... 7
4
3.1
Toelichting ............................................................................................................................... 7
3.2
Regels .................................................................................................................................... 11
3.3
Verbeelding ........................................................................................................................... 16
3.4
Bijlagen .................................................................................................................................. 18
3.4.1
Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan ......................................................................................... 18
3.4.2
Bijlage 4 Behoeftetoets/Ladderonderbouwing De Geesten ......................................... 18
3.4.3
Bijlage 11 Quickscan Flora & Fauna .............................................................................. 19
3.4.4
Bijlage 13 Ontwerpbesluit hogere grenswaarden geluid .............................................. 19
3.4.5
Bijlage 14 M.e.r. notitie en bijlagen .............................................................................. 20
3.4.6
Bijlage 15 M.e.r. besluit ................................................................................................. 20
Beantwoording zienswijzen........................................................................................................... 21 4.1
Indiener zienswijze 1: Liander Infra N.V. ............................................................................... 21
4.2
Indiener zienswijze 2: Ponycentrum Leeuwenhoek .............................................................. 22
4.3
Indiener zienswijze 3: Vogelwijkcomité ................................................................................ 26
4.4
Indiener zienswijze 4: Historische Vereniging Oegstgeest (VOO) ......................................... 29
4.5
Indiener zienswijze 5 ............................................................................................................. 35
4.6
Indiener zienswijze 6: Manege Moedig Voorwaarts ............................................................. 37
4.7
Indiener zienswijze 7 ............................................................................................................. 39
4.8
Indiener zienswijze 8: Provincie Zuid-Holland....................................................................... 45
4.9
Indiener zienswijze 9: Stichting Het Cuypersgenootschap.................................................... 48
4.10
Indiener zienswijze 10: Stichting Behoud Wilhelminapark en Geesten ................................ 50
4.11
Indiener zienswijze 10A: Stichting Behoud Wilhelminapark en Geesten ............................. 69
4.12
Indiener zienswijze 10B: Stichting Behoud Wilhelminapark en Geesten.............................. 73
4.13
Indiener zienswijze 11: Van der Feltz Advocaten .................................................................. 74
4.14
Indiener zienswijze 12: Adviescommissie Groen en Natuur ................................................. 83
4.15
Indiener zienswijze 13: NewGroundlaw B.V. ........................................................................ 92
4.16
Indiener zienswijze 14: GGZ Rivierduinen ............................................................................. 99
4.17
Indiener zienswijze 15 ......................................................................................................... 112
4.18
Indiener zienswijze 16 ......................................................................................................... 117
2
1 INLEIDING Van 25 juni 2021 tot 6 augustus 2021 heeft het ontwerpbestemmingsplan De Geesten ter inzage gelegen. Iedereen kon gedurende deze termijn een zienswijze indienen op het plan. Gedurende de termijn zijn er zestien zienswijzen ingediend. Daarnaast hebben twee indieners van zienwijzen, aanvullende zienswijzen (totaal 3) ingediend buiten de genoemde termijn. Voor de leesbaarheid en overzichtelijkheid zijn alle zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien in hoofdstuk 4. Ondanks dat drie aanvullende zienswijzen buiten de termijn zijn ontvangen, zijn ook deze van een reactie voorzien. Het gaat hierbij om zienswijzen 10A, 10B en om zienswijze 15. Bij laatstgenoemde werd een vernieuwde/aangevulde versie van de oorspronkelijke zienswijze ontvangen en is deze geïntegreerd tot één zienswijze.
3
2 ALGEMEEN Verschillende zienswijzen geven aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Ook zijn een aantal ambtelijke wijzigingen doorgevoerd. In hoofdstuk 3 kun u lezen welke wijzigingen er exact zijn doorgevoerd. In dit hoofdstuk gaan wij op hoofdlijnen in op een aantal onderwerpen waarop wijzigingen zijn doorgevoerd. Deze onderwerpen kwamen in meerdere zienswijzen terug, dit zijn, in willekeurige volgorde: fietsverbindingen, verkeer en parkeren, bouwhoogten, ecologie en gebiedsbeschermingen en zorgwonen. Fietsverbinding Over de fietsverbinding die voorzien was van de Wassenaarseweg richting het Weidepaviljoen is komen te vervallen naar aanleiding van zienswijzen. Verkeer en parkeren Het verkeersonderzoek is gebaseerd op de maximale planologische invulling van de functies zoals die in het gebied voorkomen en planologisch zijn toegestaan. De berekeningen zijn uitgevoerd met het verkeersmodel, waarin het gebied de Geesten (huidig en toekomstig) qua aanwezige functies op basis van het bruto vloeroppervlak (bvo) is opgenomen. Met 'bestaande situatie' wordt gerefereerd aan het actuele basisjaar van het verkeersmodel. Dat momenteel deels sprake is van leegstand, maakt daarvoor niet uit. Dit is een gangbare benadering/gangbaar onderzoek voor het in beeld brengen van de effecten van (her-)ontwikkeling.
Vanuit de tijdelijke functie die Overgeest voor statushouders en spoedzoekers gaat faciliteren, komen extra verkeersbewegingen van en naar de locatie. Dit aantal ligt echter lager dan in de oorspronkelijke situatie die binnen het bestemmingsplan mogelijk is. Het aanwijzen van parkeervoorzieningen in het gebied is gegroeid van vrij ‘Parkeren in het groen’ (in 2020) naar een functieaanduiding in het gebied ‘Parkeerterrein’ (in 2021). Bij een definitiever programma kan de parkeerbehoefte nader bepaald zou worden. Het parkeerterrein naast de Julianaschool heffen we, waar mogelijk, op. Het kan ook als expansie van de parkeerbehoefte gebruikt worden. Het parkeerterrein naast de Julianaschool heeft namelijk al eerder gefungeerd voor het programma van Endegeest. In het nieuwe bestemmingsplan voegen we daar dus ook nog parkeerterreinen aan toe in het gebied. Bouwhoogten In de vastgesteld Gebiedsvisie wordt gesteld dat het gebied door ontwikkeling wordt behouden. Om het groene Endegeest te behouden, zijn ontwikkelingen begrenst tot een maximale footprint van 12% van het gebied. De maximale nokhoogte is gesteld op 13,5 meter, wat 5,5 meter onder de nokhoogte van het kasteel ligt. Naar aanleiding van de zienswijze van de Provincie geldt dat het Technische dienst (TD)-gebouw en Dienstengebouw niet uitgebreid mogen worden in footprint vanwege de ligging in het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
Dat betekent dat de gestelde 11,85% bebouwing bijgesteld wordt naar 11,79%.
4
Ecologie en gebiedsbeschermingen Abusievelijk is een versie van de QuickScan Flora en Fauna van 14 januari 2021 i.p.v. de versie van 1 juni 2021 gepubliceerd bij het ontwerpbestemmingplan. De Omgevingsdienst West Holland (ODWH) heeft de QuickScan getoetst voor het nemen van een m.e.r. besluit. Dit heeft geleid tot de versie van 4 oktober 2021. In hoofdstuk 3 ‘Wijzigingen’ wordt op hoofdlijnen het verschil in versies aangegeven. Naar verwachting zorgt de laatste versie voor meer duidelijkheid ten aanzien van de in het gebied aanwezige natuurwaarden en de daarover ingediende zienswijzen. In de Gebiedsvisie wordt gesproken over een ‘Prioritaire zone 1- Onderzoeksgebied Paddenstoelen’. Wanneer deze tekst letterlijk overgenomen wordt in het bestemmingsplan dan suggereert dit of de paddenstoelen een verheven status hebben boven bijvoorbeeld archeologie en het Nederlands Natuurnetwerk. Dit is niet de bedoeling, echter erkennen wij uiteraard wel de wettelijke bescherming van de paddenstoelen die op de Rode lijst staan. Vandaar dat dit gebied ‘Overige zone – Paddenstoelen’ is genoemd. Voor de paddenstoelen van de Rode lijst geldt de wettelijke zorgplicht. Dit hebben wij verankerd in het bestemmingsplan door een onderzoeksvoorwaarde op te nemen naar aanwezige beschermde paddenstoelen ten behoeve van de aanlegvergunning.
Zorgwonen De definitie van het begrip ‘zorgwonen’ is aangescherpt (zie hieronder). Deze aanscherping is gebaseerd op uitspraken over dit onderwerp door de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zolang dit bestemmingsplan geldig is, kan getoetst en gehandhaafd worden op het (strijdige) gebruik van hetgeen onder deze noemer wordt gerealiseerd. Het handhaven kan middels het opleggen van een dwangsom of bestuursdwang. Waar in eerste instantie moest worden voldaan aan één van de voorwaarden, dient nu voldaan te worden aan álle voorwaarden. Tevens is de term ‘zorgwoning’ gedefinieerd. Was: ‘zorg-wonen’: aanleunwoningen (groepsverblijf), beschermd wonen en geschakelde woningen; het zorgaspect kan voldoende aanwezig en verzekerd zijn, als: a. sprake is van 24-uurs zorg; b. er een verplichting bestaat tot het afnemen van zorg (zorg mag dus niet vrijblijvend zijn); c. het om bewoners gaat met een zorgindicatie; d. de behandeling in de woning c.q. het gebouw plaatsvindt; en/of e. sprake is van (nagenoeg) permanent toezicht of begeleiding.’ Wordt: ‘zorgwonen’: wonen in een zorgwoning, waarbij het zorgaspect aanwezig en verzekerd is doordat cumulatief aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. er is sprake van 24-uurs zorg; b. er is een verplichting tot het afnemen van zorg; c. de bewoners hebben een geïndiceerde zorgbehoefte krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz); d.
de zorg wordt verleend in de zorgwoning of in het complex, waartoe de zorgwoning behoort en er is sprake van (nagenoeg) permanent toezicht of begeleiding ‘zorgwoning’: een woning, waarbij het zorgaspect aanwezig en verzekerd is en die voldoet aan de criteria van zorgwonen. 5
Voor het ‘Witte Huis’ geldt dat de aanduiding ‘woongebied’ uit het voorgaande bestemmingsplan ‘Wilhelminapark en Geesten’ is overgenomen. Het ‘Witte Huis’ is aan te merken als een verzorgingshuis maar anders dan het zorgwonen in Endegeest. Aan deze locatie is daarom een andere woonfunctie toegekend. In het voorliggend bestemmingsplan heeft de locatie van het ‘Witte Huis’ weer de functieaanduiding 'woongebied' gekregen ten behoeve van wonen in een verzorgingshuis dan wel in aanleunwoningen. Tevens is een ‘aanleunwoning’ gedefinieerd als ‘een woning voor bejaarden/senioren, met al dan niet zelfstandig wonen, waarbij de bewoners gebruik maken van de diensten van het verzorgingshuis’. In de Ladderonderbouwing wordt aangegeven dat in het gebied 150 zorgwoningen gevestigd kunnen worden in het gebied. Hiervan worden 32 zorgwoningen toegekend aan de Blauwe Tramlocatie ten behoeve van Rivierduinen.
6
3 WIJZIGINGEN Het bestemmingsplan bestaat uit verschillende onderdelen, zijnde de Toelichting, de Regels, de Verbeelding en de bijlagen. In dit hoofdstuk worden de wijzigingen per onderdeel van het bestemmingsplan aangegeven.
3.1 TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding 1.2 Ontwikkelingen Tweede alinea, eerste zin. Deze zin is aangepast en wijzigt als volgt: o ‘De beoogde ontwikkelingen voor het gebied Overgeest zijn niet geregeld in het onderhavige bestemmingsplan, deze zijn ook niet concreet uitgewerkt in de Gebiedsvisie De Geesten 2021.’
•
Hoofdstuk 3 Gebiedsvisie 3.3.2 Blauwe Tram locatie Laatste zin komt te vervallen en de paragraaf is aangevuld met de volgende tekst: o Het bestemmingsvlak is nog steeds ruim dan wel ruimer dan het maximum te bebouwen oppervlak, waarbij de maximale footprint niet is gewijzigd (3.000 m2), maar het vlak is verplaatst en qua vorm veranderd. Dit teneinde de beoogde planontwikkeling zo goed mogelijk in te passen in de bestaande landschappelijke omgeving. Het vlak kent als toevoeging een maximum goothoogte van 3,5 meter en het kunnen realiseren van 32 zorgwoningen.
•
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.3.6 Parkeernota Oegstgeest (2021) Eerst alinea, eerste zin is aangepast vanwege de inmiddels vastgestelde Parkeernota 2021 Gemeente Oegstgeest.
•
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.4.2. Plan(gebied) •
•
De laatste zin van dit artikel is verwijderd (zijnde: ‘Binnen het plangebied is parallel aan de A44 een olieleiding gelegen, maar deze is niet in gebruik aangezien de buisleiding niet is aangegeven op de risicokaart’). Het blijkt hier bij nader onderzoek te gaan om een ‘praatpaalkabel’ en niet om een olieleiding. Het artikel is verder uitgebreid met nadere informatie inzake risicobronnen, de risicosituatie en het afwegingsgebied beperkingengebied LIB Schiphol.
5.5 Kabels en leidingen •
Alinea ‘Plan(gebied)’: de passages inzake de olieleiding zijn verwijderd.
7
5.7 Luchtkwaliteit •
Paragraaf 5.7.2 Plan(gebied) is uitgebreid met nadere informatie inzake het ruimschoots voldoen aan de normen voor luchtkwaliteit.
5.12 Milieueffectrapportage (m.e.r.) Aan hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten zijn de volgende paragrafen toegevoegd: • 5.12.1 Wet- en regelgeving Het instrument en de procedure milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in (samenhang met) het Besluit milieueffectrapportage. Voor alle projecten en plannen waarbij de activiteit is opgenomen in (Bijlage D van) het Besluit milieueffectrapportage (Besluit mer) moet door het bevoegd gezag worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Via een m.e.r.-beoordeling worden de milieueffecten van de gewenste ontwikkeling onderzocht. Op basis hiervan wordt beoordeeld en beslist of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Volgens onderdeel D 11.2 van de Bijlage bij het Besluit mer dient er voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen een m.e.r.-beoordeling te worden gedaan. De inhoudelijke vereisten voor de m.e.r-beoordeling staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn mer. Hierin staat dat de voorgenomen activiteiten aan de volgende drie aspecten moeten worden getoetst: • kenmerken van het project; • plaats van het project; • kenmerken van het potentiële effect. 5.12.2 M.e.r.-beoordeling Het onderhavige plan betreft een stedelijk ontwikkelingsproject.
Daarom is beoordeeld of voor het onderhavige bestemmingsplan een milieueffectrapport (MER) moet worden gemaakt. In het kader van de m.e.r.-beoordeling is een notitie opgesteld. De notitie m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan De Geesten, van Metafoor RO, is bijgevoegd als bijlage 14. Uit de m.e.r.beoordelingsnotitie blijkt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen vanwege het onderhavige plan. De Omgevingsdienst West-Holland heeft hierop, namens het college, besloten dat geen MER opgesteld hoeft te worden. Bij de m.e.r.-beoordeling - de notitie en het besluit - zijn de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect in acht genomen. Zie bijlage 15 voor het m.e.r.beoordelingsbesluit. Conclusie Gezien de kenmerken van de potentiële effecten van het voornemen in combinatie met de kenmerken/gevoeligheid van de omgeving waarin deze optreden, is de impact van het plan op het milieu gering te noemen. Er is geen sprake van belangrijke nadelige milieugevolgen vanwege het plan. Het is dus niet noodzakelijk om een MER op te stellen en een m.e.r.procedure te voeren.
8
Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving •
In paragraaf 6.6.2 zijn de passages inzake de dubbelbestemming ‘Leiding - Olie’ verwijderd.
•
In paragraaf 6.6.3 is de passage met betrekking tot de regeling Parkeren in de Overige regels, namelijk de parkeernota/beleidsregel, vanwege de inmiddels vastgestelde Parkeernota 2021 Gemeente Oegstgeest.
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid De volgende twee paragrafen zijn toegevoegd: • 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het ontwerpbestemmingsplan is volgens artikel 3.8 Wro (en afdeling 3.4 Awb) gedurende zes weken ter inzage gelegd voor de zogenoemde zienswijzenprocedure. Het ontwerpbestemmingsplan (versie 2 / identificatiecode NL.IMRO.0579.BPDeGeesten-ON02) heeft van 25 juni tot 6 augustus 2021 ter inzage gelegen, met de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Binnen deze termijn zijn zestien zienswijzen binnengekomen bij de gemeente, en buiten de termijn zijn nog enkele aanvullende zienswijzen binnengekomen. Naar aanleiding van (onder meer) de binnengekomen zienswijzen, en nader overleg met belanghebbenden, is het bestemmingsplan aangepast. Voor de zienswijzen en de beantwoording van de zienswijzen, en de aanpassingen in het bestemmingsplan naar aanleiding van de zienswijzen, wordt verwezen naar de "Nota van Wijzigingen en Beantwoording zienswijzen bestemmingsplan De Geesten". De Nota van Wijzigingen en Beantwoording is opgenomen als bijlage 16 van dit bestemmingsplan. Naast dat de provincie Zuid-Holland een zienswijze heeft ingediend, heeft er overleg plaatsgevonden met de provincie, waarna enkele bouwvlakken gelegen in het Natuurnetwerk Netwerk in het plangebied zijn verkleind.
Na de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad zal het bestemmingsplan opnieuw zes weken ter inzage worden gelegd voor de beroepstermijn. • 7.3 Ambtshalve wijzigingen Naast wijzigingen in het bestemmingsplan naar aanleiding van ingediende zienswijzen, zijn er ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan tevens 'ambtshalve' enkele wijzigingen aangebracht in het vast te stellen bestemmingsplan. Dit betreft onder meer de volgende wijzigingen: • Verwijdering van de dubbelbestemming 'Leiding - Olie', omdat een dergelijke leiding niet aanwezig blijkt te zijn en er tevens geen dubbelbestemming nodig is voor een andere leiding of kabel ter plaatse. De aanwezige kabel blijkt een voormalige 'praatpaalkabel' te zijn. • Aanpassing van de definitie van het begrip zorgwonen. De (cumulatieve) criteria voor zorgwonen zijn verduidelijkt. • Toevoeging van de begrippen aanleunwoning en zorgwoning. • Aanpassingen van de mogelijkheid tot parkeren in de bestemming 'Groen'. • Toevoeging van een maximum goothoogte van 3,5 meter in de bestemming 'Maatschappelijk- 1' (de Blauwe Tram locatie).
9
• Toevoeging van de gebiedsaanduiding 'overige zone - paddenstoelen' en bijbehorende regels in de Algemene aanduidingsregels. De (prioritaire) zone met betrekking tot bepaalde paddenstoelen was reeds benoemd in de Gebiedsvisie De Geesten. • Aanpassing van de parkeernota/beleidsregel in de regeling Parkeren in de Overige regels, vanwege de inmiddels vastgestelde Parkeernota 2021 Gemeente Oegstgeest.
10
3.2 REGELS Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In Artikel 1 ‘Begrippen’ is het volgende gewijzigd: • Toevoeging van het begrip ‘aanleunwoning’: 1.8 aanleunwoning een woning voor bejaarden/senioren, met al dan niet zelfstandig wonen, waarbij de bewoners gebruik maken van de diensten van het verzorgingshuis. • Aanpassing definitie van nutsvoorzieningen. Er is een onderdeel toegevoegd na ‘zoals’, namelijk ‘gasdrukmeet- en regelstations’. 1.47 Nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals […] gasdrukmeet- en regelstations […]. • Aanpassing definitie van zorgwonen. Dit artikel wijzigt als volgt: 1.59 Zorgwonen wonen in een zorgwoning, waarbij het zorgaspect aanwezig en verzekerd is doordat cumulatief aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. er is sprake van 24-uurs zorg; b. er is een verplichting tot het afnemen van zorg; c. de bewoners hebben geïndiceerde zorgbehoefte krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz); d. de zorg wordt verleend in de zorgwoning of in het complex waartoe de zorgwoning behoort, en er is sprake van (nagenoeg) permanent toezicht of begeleiding. • Toevoeging van het begrip ‘zorgwoning’: 1.60 Zorgwoning een woning, waarbij het zorgaspect aanwezig en verzekerd is en die voldoet aan de criteria van zorgwonen. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 5 Bedrijf: • Verwijdering in 5.3 Specifieke gebruiksregels van sub d.: d.
activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage zijn niet toegestaan; De activiteiten opgenomen in kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage betreffen een breed spectrum, waarbij een groot aantal zijn gericht op (potentiële) sterke milieubelasting/-effecten. Echter staan er ook meer algemene activiteiten in vermeld, namelijk een stedelijk ontwikkelingsproject wat ook betrekking kan hebben op bedrijvigheid. Het is niet de bedoeling om (niet industriële) bedrijvigheid in algemene zin uit te sluiten, en om die reden is de genoemde beperking uit de specifieke gebruiksregels geschrapt. Gelet op de mogelijkheden die de bestemming Bedrijf biedt, zijn sterk milieubelastende en gevaarlijke activiteiten al niet mogelijk in het bestemmingsplan. Tevens dienen de bedrijven aanvullend te voldoen aan de milieuregels opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. 11
Artikel 7 Gemengd • In artikel 7.1 Bestemmingsomschrijving was de alfanummerieke opsomming niet correct weergegeven, dit is aangepast: a. detailhandel en dienstverlening; b. kantoren; c. bibliotheken, gezondheidszorg, jeugd- en kinderopvang, onderwijs, openbare dienstverlening, verenigingsleven; d. wonen, met aan-huis-gebonden beroepen; e. bij deze bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Artikel 8 Groen • Aanpassing van lid 8.1, onder c.: c. ondergeschikte functies ten behoeve van de bestemmingen 'Maatschappelijk'; 'Maatschappelijk - 1' en 'Maatschappelijk - 2', met dien verstande dat: 1. deze functies binnen 10 m van de gebouwen gelegen zijn; 2. het niet parkeervoorzieningen voor motorvoertuigen mogen betreffen, tenzij het parkeerplaatsen betreft die zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'; 3. parkeerplaatsen die zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' tevens op meer dan 10 m van de gebouwen mogen zijn gelegen; • Aan artikel 8 Groen is toegevoegd: 8.3 Afwijken van de gebruiksregels 8.3.1 Afwijkingsmogelijkheid parkeervoorzieningen Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.1 onder c.
om parkeervoorzieningen voor motorvoertuigen binnen 10 m van de gebouwen toe te staan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de parkeervoorzieningen zijn niet gelegen in het Natuurnetwerk Nederland-gebied; b. de parkeervoorzieningen worden gesitueerd aan ten hoogste twee zijden van het gebouw, waarbij tevens de parkeervoorzieningen ter plaatse van een aanduiding 'parkeerterrein' worden meegerekend; c. het woon- en leefklimaat wordt niet onevenredig aangetast; d. de (mogelijk) aanwezige natuurwaarden worden niet onevenredig aangetast, hetgeen de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van een advies van een deskundige inzake natuur dient aan te tonen. Artikel 11 Maatschappelijk • Aanpassing in 11.1 Bestemmingsomschrijving, gelet op het bestaande verzorgingshuis ‘Witte Huis’ ter plaatse van de aanduiding ‘woongebied’, onder c.: c. ter plaatse van de aanduiding 'woongebied': tevens wonen in een verzorgingshuis dan wel in aanleunwoningen; • Toevoeging in 11.1 Bestemmingsomschrijving, in verband met het aanwezige gasdrukmeet- en regelstation, onder e.: e. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening': uitsluitend nutsvoorzieningen ten behoeve van elektrische installaties en/of een gasdrukmeet- en regelstation, en groen; 12
• Toevoeging in artikel 11.1 Bestemmingsomschrijving, in verband met het aanwezige gasdrukmeet- en regelstation, als sub f: f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - gasdrukmeet- en regelstation': uitsluitend een gasdrukmeet- en regelstation, en groen en overige nutsvoorzieningen zonder gebouw; Waarna de opsomming vervolgt met de aanduidingen sub g., h. en i. • Toevoeging in 11.2 Bouwregels, onder sub j., namelijk een gasdrukmeet- en regelstation, waardoor sub k. als volgt wordt: k. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - gasdrukmeet- en regelstation' mogen uitsluitend gebouwen voor nutsvoorzieningen ten behoeve van een gasdrukmeet- en regelstation worden gebouwd; • Toevoeging in 11.3 Specifieke gebruiksregels, in verband met het aanwezige gasdrukmeet- en regelstation, als sub e. en f.: e. ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - veiligheidsafstand gasdrukmeet- en regelstation' mogen geen kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen worden opgericht en mogen tevens binnen 4 meter afstand van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - gasdrukmeet- en regelstation' geen beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen worden opgericht; f.
ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening' mogen geen kwetsbare objecten en geen beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen worden opgericht. Artikel 12.3 Specifieke gebruiksregels • Tekstuele aanpassing in verband met toekenning van 32 zorgwoningen (aan de Blauwe Tram locatie): a. voor de functie zorgwonen zijn ten hoogste 32 zorgwoningen toegestaan. Artikel 13 Maatschappelijk-2 • Aanpassing in 13.3 Specifieke gebruiksregels, in verband met wijziging in Maatschappelijk-1: e. voor de functie zorgwonen zijn ten hoogste 118 zorgwoningen toegestaan. Artikel 20 Leiding – Olie • (dubbelbestemming) is verwijderd. Dit betreft een ambtelijke wijziging. De artikelen hierna zijn dientengevolge vernummerd.
13
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 28.1.3 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Toegestane werken en werkzaamheden • Artikel 28 (was 29) Algemene aanduidingsregels: - In lid 28.1 ‘Natuurnetwerk Nederland’ is in lid 28.1.3 inzake omgevingsvergunning onder de kop ‘Toegestane werken en werkzaamheden’ het volgende aan sub a. toegevoegd: ‘met betrekking tot natuur’, waarmee het volgende wordt gelezen: Het in dit lid genoemde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden in het kader van: a. het normale beheer en onderhoud met betrekking tot natuur; - Toevoeging van lid 28.2 ‘Paddenstoelen’: 28.2 Paddenstoelen 28.2.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - paddenstoelen' geldt dat die gronden - naast de andere aangewezen bestemming(en) - mede bestemd zijn voor het behoud en de bescherming van aanwezige paddenstoelen voor zover deze paddenstoelen staan op de Rode Lijst Paddenstoelen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 28.2.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Verbod en omgevingsvergunningsplicht Het is verboden op of in de gronden binnen de aanduiding 'overige zone - paddenstoelen' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a.
het aanleggen of verharden van nieuwe wegen, paden en banen en het aanbrengen van andere nieuwe oppervlakteverhardingen, met dien verstande dat voor het vervangen van bestaande verhardingen geen omgevingsvergunning benodigd is; b. het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; c. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage. Toegestane werken en werkzaamheden Het in dit lid genoemde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden in het kader van: a. het normale beheer en onderhoud; b. het realiseren van verhard oppervlak ter plaatse van bestaand verhard oppervlak; c. archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; d. waarmee al is of mag worden begonnen op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan.
14
Afwegingskader De in dit lid bedoelde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden de (mogelijk) aanwezige paddenstoelen, die staan op de Rode Lijst Paddenstoelen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, niet onevenredig aantasten, hetgeen de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van een advies van een deskundige inzake de betreffende paddenstoelen dient aan te tonen. Artikel 32.2.1 Voldoende parkeergelegenheid •
Artikel 31 (was 32) Overige regels: Aanpassing in 31.2 Parkeren, in 31.2.1 Voldoende parkeergelegenheid, onder b., vanwege de inmiddels vastgestelde Parkeernota 2021 Gemeente Oegstgeest: b. Bij een omgevingsvergunning, vereist voor een bouwwerk bedoeld onder a., wordt aan de hand van de beleidsregel 'Parkeernota 2021 Gemeente Oegstgeest' of de opvolger ervan bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Indien de beleidsregel inzake parkeren gedurende de planperiode wijzigt, wordt er rekening gehouden met de wijziging bij het bepalen of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid;
15
3.3 VERBEELDING •
Het bouwvlak en bestemmingsvlak ter plaatse van het TD-gebouw is verkleind naar de bestaande bebouwingslijn, gelet op de NNN-regels in de provinciale omgevingsverordening.
•
Het bouwvlak en bestemmingsvlak ter plaatse van het Dienstengebouw is verkleind, gelet op de NNN-regels in de provinciale omgevingsverordening.
•
Het bouwvlak ter plaatse van het Bewegingscentrum is verkleind naar de bestaande bebouwingslijn, gelet op de NNN-regels in de provinciale omgevingsverordening. Het bouwvlak ter plaatse van het WWA Meander gebouw is lichtelijk verkleind op de zuidwesthoek, gelet op de NNN-regels in de provinciale omgevingsverordening. Het bouwvlak ter plaatse van het WWA Meander gebouw is op de noordwesthoek aangepast aan de ter plaatse gesitueerde weg. Ter plaatse van de beoogde nieuwbouw van de Leo Kannerschool zijn de bebouwingsmogelijkheden aangepast: o een lagere bouwhoogte aan de noordzijde, namelijk 4 meter in plaats van 10 meter. o een beperkte verschuiving van de bouwhoogtelijn van 13,5 meter in noordelijke richting. o een uitsnijding in het bouwvlak aan de noordwestzijde. De aanduiding ‘parkeerterrein’ naast het Bewegingscentrum is iets vergroot, namelijk tot aan het maatschappelijk vlak.
• • •
•
16
•
• • •
•
Ter plaatste van het verschoven bouwvlak ‘Blauwe tram’ aanpassing van het bestemmingsvlak en bouwvlak: o Toevoeging van een maximum goothoogte van 3,5 meter op het bestemmingsvlak en bouwvlak van de bestemming ‘Maatschappelijk – 1’. o Toevoeging van de aanduiding ‘parkeerterrein’ aan de zuidzijde van het bestemmingsvlak ‘Maatschappelijk – 1’ tot aan de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Toevoeging van de gebiedsaanduiding ‘overige zone – paddenstoelen’. Wijziging van ‘Gebiedsaanduidingen’, te weten ‘milieuzone grondwaterbeschermingsgebied’ in ‘overige zone - Natuurnetwerk Nederland’ Toevoeging van, ter plaatse van het aanwezige gasdrukmeet- en regelstation (Endegeesterstraatweg 5), de functieaanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk gasdrukmeet- en regelstation', en een bouwvlak met maximum bouwhoogte 3 meter, en rondom het bouwvlak en de functieaanduiding de 'veiligheidszone - veiligheidsafstand gasdrukmeet- en regelstation' over een afstand van 10 meter. De dubbelbestemming ‘Leiding – Olie’ is verwijderd.
17
3.4 BIJLAGEN 3.4.1 Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan In het Beeldkwaliteitsplan worden de uitgangspunten en de kaart van de Gebiedsvisie d.d. 3 juni 2021 aangegeven. Naar aanleiding van de behandeling van de zienswijzen op het bestemmingsplan en door voortschrijdend inzicht zijn wijzigingen doorgevoerd in het bestemmingsplan. Enkele wijzigingen hebben aanpassing van het Beeldkwaliteitsplan tot gevolg, wat kan leiden tot een discrepantie met de kaart uit de Gebiedsvisie. Dit is voor de volledigheid beschreven in het beeldkwaliteitsplan. Tevens zijn wat tekstuele wijzigingen doorgevoerd die niet inhoudelijk van invloed zijn. Naar aanleiding van de zienswijze van de Provincie geldt dat het TD-gebouw en Dienstengebouw niet uitgebreid mogen worden in footprint vanwege de ligging in het NNN-gebied. Op de kaarten van pagina 18 en 19 stond nog wel een uitbreidingsmogelijkheid aangegeven. Het bouwvlak voor de VSO Leo Kanner is gewijzigd naar aanleiding van een zienswijze. Dit is op tekening en tekstueel aangepast. Tevens is een ontsluitingslocatie naar het bouwvlak verwijderd. De ontsluiting ter hoogte van het westelijk bouwvlak naar de Kasteellaan is ook verwijderd. De Blauwe Tram-locatie heeft een groter bouwvlak gekregen waarin dezelfde footprint geldt als voorheen. Tevens wordt een mogelijkheid geboden om ten zuiden van het gebouw te parkeren.
Beide wijzigingen zijn om maneuvreerruimte te creëren teneinde bomen te sparen.
3.4.2 Bijlage 4 Behoeftetoets/Ladderonderbouwing De Geesten Een aangepaste versie van de Behoeftetoets/Ladderonderbouwing De Geesten, ontwikkelingen Endegeest d.d. 21 oktober 2021 is toegevoegd aan het bestemmingsplan. Laatstgenoemde Ladderonderbouwing vervangt de versie d.d. 8 juni 2021 die bij het ontwerpbestemmingsplan ter inzage lag. Naar aanleiding van de ambtelijke wijziging van de definitie ‘Zorgwonen’ (artikel 1.58 in de Regels) is de definitie van zorgwonen in de Ladderonderbouwing aangepast. De wijziging van de definitie ‘Zorgwonen’ heeft geen effect op de uitkomsten van de behoefte naar zorgwonen in de Ladderonderbouwing. Tot slot is een voetnoot (31) op pagina 31 van de Ladderonderbouwing aangepast. In de versie d.d. 8 juni 2021 werd verwezen naar een intern rapport van de gemeente Leiden. De verwijzing in de voetnoot is aangepast.
18
3.4.3 Bijlage 11 Quickscan Flora & Fauna Abusievelijk is een verouderde versie van de QuickScan flora & fauna ter inzage gelegd bij het ontwerpbestemmingsplan. Inmiddels is een volledig geactualiseerde versie van de QuickScan flora & fauna beschikbaar, genaamd ‘QuickScan Wet Natuurbescherming d.d. 4 oktober 2021’. Laatstgenoemde quickscan vervangt de versie d.d. 25 januari 2021 die bij het ontwerpbestemmingsplan ter inzage lag. De ‘QuickScan Wet Natuurbescherming’ d.d. 4 oktober 2021 is een vervolg op een quickscan die door het Advies- en ingenieursbureau RPS in 2020 is uitgevoerd in het kader van de Wet Natuurbescherming. Vanwege wijzigingen in de voorziene ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied, is de uitslag van de eerder uitgevoerde quickscan deels achterhaald en daarnaast zijn nieuwe locaties toegevoegd. Tijdens het veldbezoek in 2021 zijn de volgende locaties opnieuw onderzocht: Dienstencentrum, Gezondheidscentrum, Werkplaats/TD-1 locatie, Koolmees en vuilnisopslag, veldje voor het mortuarium, mortuarium, en het westelijk bouwvlak. Gedurende de veldbezoeken in 2020 zijn de navolgende locaties onderzocht: Kruispunt, Blauwe Tram, Prieel, Weidepaviljoen, Theehuis, Koolmees en vuilnisopslag, mortuarium en de Julianaschool (zie bijlage 3 van de quickscan). Dit samen geeft een compleet onderzoeksbeeld van de ontwikkellocaties.
Na toetsing door ODWH is de quickscan dit najaar verder gecompleteerd met informatie ten aanzien van de: boommarter, grote vos, vleermuis en vogels met een jaarrond beschermd nest (bv. huismus en gierzwaluw). Potentiële verblijfsplaatsen van deze dieren zijn specifieker aangeduid en het rapport is aangevuld met de vervolgstappen wanneer nadere (soortgerichte) onderzoeken dienen te worden uitgevoerd. Rode lijst-soorten In de zienswijzen werd aandacht gevraagd voor bescherming van paddestoelsoorten van de zogenaamde ‘Rode lijst’. De ‘Rode lijst’ heeft op zichzelf geen juridische status. De zorgplicht voor soorten van de Rode lijst is wettelijk geregeld in de wet Natuurbescherming en behoeft daarom in principe niet extra in het bestemmingsplan te worden vastgelegd. Alleen de provincie heeft een rol in de actieve bescherming van Rode lijst-soorten. Om die reden gaat de quickscan ook niet specifiek in op dit onderwerp. Teneinde soortenonderzoek bij werkzaamheden in de ‘overige zone – paddenstoelen’ van De Geesten wel te waarborgen, is hierover nu een extra paragraaf (planregels, 28.2) toegevoegd aan het bestemmingsplan en is het potentiële vindgebied van deze soorten opgenomen op de plankaart.
3.4.4 Bijlage 13 Ontwerpbesluit hogere grenswaarden geluid Het Ontwerpbesluit hogere grenswaarden is vervangen door het definitieve besluit hogere waarden d.d. 24 september 2021, inclusief bijlage 2 ‘Akoestisch Onderzoek De Geesten te Oegstgeest’
19
3.4.5 Bijlage 14 M.e.r. notitie en bijlagen Als bijlage 14 van het bestemmingsplan is de Notitie ‘M.e.r.-beoordeling bestemmingsplan De Geesten, Oegstgeest’ opgenomen. Hiermee worden eventuele nadelige milieugevolgen van de beoogde planontwikkelingen in kaart gebracht. Op basis van deze notitie en aangehechte verkeers-, akoestisch-, bodem-, natuur- en stikstofonderzoeken diende de ODWH te beoordelen of er een milieueffectrapport (MER) moest worden opgesteld. De notitie concludeert dat het voor het bestemmingsplan De Geesten niet nodig is om een milieueffectrapport (MER) op te stellen en een m.e.r.-procedure te voeren.
3.4.6 Bijlage 15 M.e.r. besluit Als bijlage 15 bij het bestemmingsplan is het Besluit vormvrije m.e.r.- beoordeling opgenomen. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen vanwege onderhavig plan. De ODWH heeft hierop, als bevoegd gezag namens het college, besloten dat geen MER opgesteld hoeft te worden. Bij de m.e.r.-beoordeling - de notitie en het besluit - zijn de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect in acht genomen. In het bestemmingsplan (Toelichting) leest u meer hierover in artikel 5.12 Milieueffectrapportage (m.e.r.).
20
4 BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN 4.1 INDIENER ZIENSWIJZE 1: LIANDER INFRA N.V. Samenvatting: Liander Infra N.V. (indiener) geeft aan dat het gasdrukmeet- en regelstation in het plangebied, gelegen aan de Endegeesterstraatweg 5 te Oegstgeest, een type B-inrichting is in de zin van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Op dit station zijn volgens indiener de regels uit de Wet milieubeheer en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) van toepassing. In het ontwerpbestemmingsplan is aan de grond waarop het gasdrukmeet- en regelstation aan de Endegeesterstraatweg 5 is gevestigd, de enkelbestemming 'maatschappelijk' toegekend. 1.
Gelet op de ruimtelijke uitstraling van het bovengenoemde station, zie de veiligheidsafstanden in artikel 3.12 lid 6 van het Activiteitenbesluit, verzoekt indiener het gasdrukmeet- en regelstation binnen de bestemming ‘maatschappelijk’ te koppelen aan de functieaanduiding 'nutsvoorziening' op de verbeelding en te voorzien van de daarbij behorende veiligheidscontour (Activiteitenbesluit zone), zodat de aanwezigheid van het gasdrukmeet- en regelstation voor derden zichtbaar is en volgens indiener geborgd wordt dat de veiligheidsafstanden ten opzichte van respectievelijk kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten nu en in de toekomst in acht worden genomen.
Reactie: Op de Verbeelding wordt ter plaatse van het gasdrukmeet- en regelstation op de locatie Endegeesterstraatweg 5 de functieaanduiding ‘nutsvoorziening’ en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk - gasdrukmeet- en regelstation’ toegevoegd. Daaromheen wordt een veiligheidszone toegevoegd op basis van de van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het begrip 'nutsvoorziening' is reeds in de begrippen opgenomen, en daaraan wordt toegevoegd: een gasdrukmeet- en regelstation. In de specifieke gebruiksregels van de bestemming ‘Maatschappelijk’ wordt opgenomen dat de grond ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk - gasdrukmeet- en regelstation’ uitsluitend is bestemd voor een gasdrukmeet- en regelstation, en groen. Conclusie: Zienswijze leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
21
4.2 INDIENER ZIENSWIJZE 2: PONYCENTRUM LEEUWENHOEK Het Ponycentrum Leeuwenhoek (indiener) geeft aan in de loop der jaren veel ruimte te hebben ingeleverd, waarbij indiener aantekent, dat de ruimte die indiener nu heeft voldoet om het welzijn van de paarden te kunnen garanderen. Indiener wil dit verder garanderen, door de huidige stallen te vervangen en door mooie nieuwe, in de omgeving passende, te bouwen. Derhalve is indiener verheugd, dat tijdens de Raadsvergadering van 3 juni 2021, unaniem is besloten geen onderzoek meer voor het zorgcluster te doen en in het bestemmingsplan het terrein van de maneges en weilanden van indiener te houden zoals het nu is. Samenvatting: 1. Indiener is voor het behoud van groen en tegen bebouwing van alle weilanden gelegen aan de Endegeesterstraatweg en de Wassenaarseweg. Indiener verzoekt om afbeelding 3.2A (blz. 17) overeenkomstig aan te passen en het terrein van indiener als manege aan te merken. Indiener verzoekt de manege in de kaarten op blz. 9 en 17 op te nemen. Reactie: Zie beantwoording bij punt 6. Plaatje 3.2A (blz. 17 Planregels) betreft een plaatje dat gekopieerd is uit de Gebiedsvisie. Hierop wordt aangegeven dat de huidige bestemming wordt gehandhaafd. De gebiedsvisie is op 3 juni 2021 vastgesteld door de gemeenteraad waarmee ook dit plaatje. Het plaatje wordt niet gewijzigd.
De bestemmingsplankaart geeft de bestemming R-D (Recreatie – Dagrecreatie) voor het gebied van de manage. Binnen deze bestemming wordt het terrein van ponycentrum Leeuwenhoek de bestemming ‘manege’. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 2. Indiener geeft aan dat er parkeerproblemen zijn op de hoek Wassenaarseweg/ Endegeesterstraatweg. Alhoewel indiener ondersteunt dat de gemeente de parkeerproblematiek op de hoek Wassenaarseweg/Endegeesterstraatweg wil aanpakken, verbaast het indiener dat op het kaartje op blz. 17 “parkeren te verwijderen” staat, aangezien hier illegaal wordt geparkeerd en de gemeente heeft gesteld, hier niets aan te kunnen doen, omdat het parkeren in een stukje niemandsland betreft. Reactie: De hoek Wassenaarseweg/Endegeesterstraatweg betreft zowel Oegstgeester als Leids grondgebied. Met ‘Parkeren verwijderen’ wordt op die locatie bedoeld dat het huidige illegale parkeren onmogelijk wordt gemaakt door ofwel handhaving, danwel infrastructurele aanpassingen terplekke. Dit wordt nader onderzocht en vervolgens uitvoering aan gegeven. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
22
Samenvatting: 3. Indiener constateert dat op de genoemde bladzijden (blz. 15, kaartje blz. 17, par 5.2. (blz. 40) en artikel 32.2 (blz.70)) navolgende wordt vermeld. “In de regels van het 'Parapluplan Parkeren' is vastgelegd dat een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, niet kan worden gebouwd wanneer op eigen terrein niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden, zoals bedoeld in de Parkeernotitie Oegstgeest, dan wel de opvolger daarvan.” Indiener verzoekt artikel 32 blz. 70 van de eventueel vast te stellen parkeernorm voor de manege genoemd onder par. a en b (blz. 70) af te wijken, omdat de nieuwe stallen van indiener zullen voldoen aan de eisen van de paardenwet op 1 januari 2027 van kracht zal zijn en daardoor een groter bouwoppervlak bestrijken. Indiener geeft aan dat de meeste leden op de fiets naar de manege komen of met de auto worden afgezet. Reactie: Het bestemmingsplan is niet het kader waarin een eventuele afwijking van de parkeernorm wordt beoordeeld. Toetsing aan de Parkeernota Oegstgeest dan wel de opvolger daarvan vindt plaats bij de aanvraag omgevingsvergunning. Het verzoek valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 4.
Indiener verzoekt om op de kaarten in de planregels het gebied van Ponycentrum Leeuwenhoek te benoemen als manege. Reactie: Zie beantwoording bij punt 1. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 5.
Indiener is tegen het geplande fiets- en voetpad om vanaf de Wassenaarseweg het kasteel te bereiken. Dit gaat dwars door het weiland waar de paarden van manege Moedig Voorwaarts worden geweid. Indiener is van mening dat een voet- en/of fietspad door of langs weilanden waar paarden lopen, onwenselijk is. Derhalve is indiener tegen het eventueel verleggen van het fietspad naar de grens van het weiland van indiener met die van Moedig Voorwaarts, zoals ooit door iemand tijdens de inspreekavond is geopperd. Indiener geeft aan indien men per se een aansluiting vanaf de Wassenaarseweg wil maken, is het logischer een aansluiting te maken vanaf de hoek Wassenaarsweg Nachtegaallaan en deze te laten aansluiten op de hoek Spechtlaan en Koolmeeslaan. Dit voorkomt volgens indiener genoemde problemen en komt de ecologische waarde van de weilanden ten goede.
Reactie: De mogelijkheid om een fiets-/voetpad aan te leggen binnen de bestemmingen 'Groen' en 'Agrarisch' bestaat al in het thans vigerende bestemmingsplan. Met het beoogde fietspad tussen Weidepaviljoen en de Wassenaarseweg nabij het revalidatiecentrum is bedoeld om het fietsnetwerk fijnmaziger te maken en daarmee het fietsverkeer te stimuleren. Tevens wordt hiermee het agglomeratieperspectief tussen Leiden Bio Science Park en Park Endegeest bevorderd voor langzaam verkeer. Tegen de aanleg van deze fietsverbinding zijn meerdere zienswijze binnengekomen. 23
De gemeente heeft na heroverweging van de diverse belangen besloten dit fietspad vooralsnog niet aan te leggen en onderzoekt of een alternatieve fietsverbinding mogelijk is. Conclusie: Nu in het bestemmingsplan geen tracé is opgenomen voor de in de Gebiedsvisie genoemde fietsverbinding, leidt dit niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 6. Indiener geeft aan dat de weilanden behorend bij de manege en manege Moedig Voorwaarts ook groen zijn en zeer beeldbepalend, en vallen onder artikel 8, blz. 63. Reactie: Weilanden tussen beide maneges worden op de verbeelding, behorend bij het bestemmingsplan, aangegeven met de bestemming ‘Agrarisch’. Deze bestemming is ongewijzigd overgenomen uit het bestemmingsplan Wilhelminapark en Geesten. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 7. Indiener is van mening dat de terreinen van en rondom Endegeest beschermd moeten worden. Indiener vraagt het college om de eventuele bebouwing op het Endegeesterterrein zodanig te laten zijn, dat het geen negatieve impact op de huidige omgeving heeft en dat er niet onnodig beeldbepalende bomen worden gekapt. Reactie: De cultuurhistorische en natuurlijke waarden van de terreinen van en rondom Endegeest worden met het bestemmingsplan geborgd door: • • • •
De dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’, gerelateerd aan het rijksbeschermd dorpsgezicht, afkomstig uit het voorgaande/vigerende bestemmingsplan. De functieaanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ op de bestemming ‘Groen’, afkomstig uit het voorgaande/vigerende bestemmingsplan. De gebiedsaanduiding ‘overige zone – Natuurnetwerk Nederland’, zoals opgenomen in de Algemene aanduidingsregels maar abusievelijk verkeerd benoemd op de plankaart. De drie dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie’.
De beschermingen zijn opgenomen als aanduidingen en dubbelbestemmingen in het bestemmingsplan en zullen integraal worden betrokken bij de beoordeling van de individuele bouwplannen. De situatie van de mogelijke bebouwing alsmede de hoogte daarvan is zorgvuldig beoordeeld en door de raad eerder al vastgelegd in de Gebiedsvisie en de beeldkwaliteit is geborgd in het Beeldkwaliteitsplan. Het al dan niet kappen van bomen valt buiten de scope van het bestemmingsplan. Eventuele bomenkap wordt beoordeeld in het kader van een aanvraag omgevingsvergunning op basis van het gemeentelijk beleid. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
24
Samenvatting: 8. Maatschappelijke functies, waaronder gezondheidszorg, openbare dienstverlening, verenigingsleven, jeugd- en kinderopvang en onderwijs, zijn voorzien van de bestemming 'Maatschappelijk'. Volgens indiener vervult de manege een maatschappelijke functie, daar indiener voorziet in het verlenen van gelegenheid tot sport en valt de manege niet alleen onder artikel 14 maar ook onder artikel 13.1. Reactie: In het bestemmingsplan kunnen niet twee enkel bestemmingen aan één locatie worden toegewezen. De gronden zijn bestemd als Recreatie – Dagrecreatie met de aanduiding manege. Deze bestemming is ongewijzigd overgenomen uit het bestemmingsplan Wilhelminapark en Geesten. Zie ook beantwoording bij punt 1. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 9. Indiener constateert dat in het verkeersonderzoek wordt gesproken over een andere inrichting van de Endegeesterstraatweg (blz. 16). Indiener vindt dat in plaats van allerlei verkeersonvriendelijke maatregelen te introduceren, het beter zou zijn om de toegang van het Bio Science Park voor het autoverkeer alleen toegankelijk te maken vanaf de Sandifortdreef en Sylviusweg. Vanaf de Plesmanlaan is het Bio Science Park via de Einsteinweg, Darwinweg en Pesthuislaan te bereiken.
Door het autoverkeer via deze ingangen naar het Bio Science Park te leiden wordt het autoverkeer op de Endegeesterstraatweg fors verminderd, i.p.v. dat het zal vermeerderen. Reactie: Dit valt buiten de bevoegdheid van dit bestemmingsplan en is voor een later stadium. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
25
4.3 INDIENER ZIENSWIJZE 3: VOGELWIJKCOMITÉ Samenvatting: 1. Wijkcomité Vogelwijk (indiener) stelt dat het beoogde fietspad, tussen Kasteel Endegeest en de Wassenaarseweg, de rust in het weiland en het kasteelpark verstoort, leidt tot natuurschade en dat deze verbinding nauwelijks tijdwinst oplevert t.o.v. de fietsroute over de Endegeesterstraatweg. Hierbij benoemt de indiener de volgende specifieke punten: - de fietsverbinding met de (eventueel aangepaste) verlichting verstoort de rust van vogels en vleermuizen; - het gebied biedt rust aan wandelaars, wat in dit deel van de randstad schaars is; - een fietspad kruist ook het NNN-gebied (Natuurnetwerk Nederland) en komt uit in het kwetsbare en waardevolle landgoedbos aan de oostzijde van het kasteel. Indiener acht een extra fietsverbinding naar de Wassenaarseweg dan ook onnodig en schadelijk. Reactie: De mogelijkheid om een fiets-/voetpad aan te leggen binnen de bestemmingen 'Groen' en 'Agrarisch' bestaat al in het thans vigerende bestemmingsplan. Met het beoogde fietspad tussen Weidepaviljoen en de Wassenaarseweg nabij het revalidatiecentrum is bedoeld om het fietsnetwerk fijnmaziger te maken en daarmee het fietsverkeer te stimuleren. Tevens wordt hiermee het agglomeratieperspectief tussen Leiden Bio Science Park en Park Endegeest bevorderd voor langzaam verkeer.
Tegen de aanleg van deze fietsverbinding zijn meerdere zienswijze binnengekomen. De gemeente heeft na heroverweging van de diverse belangen besloten dit fietspad vooralsnog niet aan te leggen en onderzoekt of een alternatieve fietsverbinding mogelijk is. Conclusie: Nu in het ontwerpbestemmingsplan geen tracé is opgenomen voor de in de Gebiedsvisie genoemde fietsverbinding, leidt dit niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 2. Indiener constateert dat geen bescherming van paddenstoelen in het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen en dat niet wordt gerefereerd aan het belang van een soortenonderzoek ondanks eerdere toezeggingen. Indiener is voorts van mening dat zowel formele bescherming via het bestemmingsplan alsook bescherming tijdens (bouw)werkzaamheden zou moeten worden gegarandeerd. Reactie: De gemeente heeft een zorgplicht voor de bijzondere (beschermde) paddenstoelen van de Rode Lijst, dit is een wettelijke verplichting. In de Regels, de Toelichting en op de Verbeelding wordt een ‘overige zone – paddenstoelen’ opgenomen. Op basis hiervan dient voorafgaand aan een omgevingsvergunningsprocedure een soortenonderzoek te worden uitgevoerd. Conclusie: Zienswijze leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
26
Samenvatting: 3. Gelet op de waarden van het gehele gebied maakt indiener zich zorgen over het toekomstige gebruik. Indiener is van mening dat het bestemmingsplan veel ruimte lijkt te bieden voor verschillend gebruik. En maakt zich zorgen dat sommige functies meer verkeersbewegingen en/of meer buitenactiviteiten met zich mee zullen brengen dan andere vormen van gebruik. Het ontwerpbestemmingsplan geeft hier volgens indiener weinig sturing aan. Reactie: De gebruiksmogelijkheden van de bestemming “Maatschappelijk” zijn inderdaad (iets) verruimd. Ook biedt het plan beperkt mogelijkheden voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Vanwege de verruiming van de gebruiksmogelijkheden binnen de bestemming “Maatschappelijk” en de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is door het bureau Goudappel Coffeng onderzoek gedaan wat de effecten hiervan zijn op de omliggende wegen in de omgeving in het kader van de leefbaarheid en verkeersveiligheid. De resultaten van dit verkeersonderzoek zijn neergelegd in het "Verkeersonderzoek bestemmingsplan De Geesten" dat is opgenomen als bijlage 5 van de Toelichting van dit bestemmingsplan. Uit voornoemd verkeersonderzoek volgt dat zowel de verruiming van de gebruiksmogelijkheden als de ruimtelijke ontwikkelingen leiden tot een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen.
Een deel van deze ruimtelijke ontwikkelingen was reeds mogelijk op basis van het voorgaande bestemmingsplan “Wilhelminapark en geesten”. De mogelijke verkeerstoename vanwege deze bestaande ontwikkelmogelijkheden betreft de autonome verkeersgroei van het plan. Uit het verrichte verkeersonderzoek volgt een verkeerstoename van 410 motorvoertuigen per etmaal vanwege de nieuwe ontwikkelingen in het bestemmingsplan ten opzichte van de autonome ontwikkelingen. Daarbij is uitgegaan van de maximaal planologische mogelijkheden. Voor de nieuwe ontwikkelingen (inclusief verruiming van het gebruik) die met het onderhavige bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, neemt de verkeersaantrekkende werking niet onevenredig toe ten opzichte van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling. In het verkeersonderzoek wordt geconcludeerd dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt niet leidt tot negatieve verkeerseffecten op de omgeving en de verkeersintensiteiten op de omliggende wegen. De verkeersdoorstroming binnen het plangebied blijft in orde. Uit dit onderzoek volgt dat ten aanzien van verkeer de verruiming van de gebruiksmogelijkheden en de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen geen onevenredige verkeersaantrekkende werking hebben en dat er sprake is van een acceptabele verkeerssituatie.
Verder is er in de planregels geborgd dat er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd indien het gebruik wijzigt of indien gebruik wordt gemaakt van de ontwikkelmogelijkheden. Wat betreft de verschillende gebruiksmogelijkheden geldt dat in de planregels bij de bestemmingen “Maatschappelijk” steeds onder de specifieke gebruiksregels het maximale toegestane bruto vloeroppervlakte is aangegeven van het toegestane gebruik per functie, zodat het gebruik per functie wel is gereguleerd in de planregels.
27
De waarden van het gebied zijn voorts voldoende beschermd onder meer door de dubbelbestemmingen “Waarde – Cultuurhistorie”, “archeologie” en de functieaanduidingen “cultuurhistorische waarden” en “natuurnetwerk Nederland”. Daarnaast zal het college aan de gemeenteraad voorstellen om het beeldkwaliteitsplan te verankeren in het gemeentelijk welstandbeleid, zodat bouwplannen in het gebied moeten voldoen aan de in het Beeldkwaliteitsplan opgenomen algemene en bijzondere (welstands)criteria. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 4. Indiener onderschrijft de aandacht voor de monumentenstatus van verschillende gebouwen in het gebied. Indiener vraagt daarbij aandacht voor het behoud van de monumentale waarden van de voormalige Julianaschool. Indiener is van mening dat, samen met het poortgebouw, deze beide gebouwen een ‘monumentale toegangspoort’ tot het gebied vormen. Reactie: Door Erfgoed Leiden is onderzoek naar de monumentale waarden van de school gedaan en zij hebben onderdelen van de Julianaschool en naastgelegen woning als waardevol aangemerkt. Momenteel wordt onderzocht of (onderdelen van de) school en woning kunnen worden behouden. De keuze hangt samen met het programma van eisen van de Leo Kannerschool en de kosten.
De vraag of aan de school en de woning een monumentenstatus moet worden toegekend, valt buiten de scope van dit bestemmingsplan. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
28
4.4 INDIENER ZIENSWIJZE 4: HISTORISCHE VERENIGING OEGSTGEEST (VOO) Samenvatting: 1. Historische Vereniging Oegstgeest (indiener) pleit ervoor om de anterieure overeenkomst met de Oudendal Groep openbaar te maken. Reactie: Een verzoek om openbaarmaking van de volledige overeenkomst valt buiten de scope van deze bestemmingsplanprocedure. Conclusie: Zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Samenvatting: 2. Indiener betoogt dat de bouwhoogte en het bouwvolume niet passend zijn en constateert dat het bestemmingsplan een totale bouwvolume van 11 gebouwen 1 39.000 m2 bruto vloeroppervlak (bvo) toestaat. Indiener is van mening dat een dergelijk volume de leidende rol van het kasteel ondermijnt en dat een wettelijk vereiste onderbouwing van de marktvraag c.q. economische uitvoerbaarheid ontbreekt. Indiener pleit voor een aanzienlijk lager totaal tot een maximum van 33.000 m2 bvo, wat tot aanpassing van het bouwvolume per bouwvlak leidt door een maximale bouwhoogte van 2 lagen plus kap als uitgangspunt toe te passen. Om dit operationeel te maken pleit indiener voor een fasering met wijzigingsbevoegdheid. Reactie: Zoals bekend, is voorafgaand aan het ontwerpbestemmingsplan een gebiedsvisie – bijlage 1 bij de toelichting van het bestemmingsplan – vastgesteld.
De gebiedsvisie heeft als doel een integrale visie neer te leggen voor het gebied De Geesten in Oegstgeest. In de gebiedsvisie zijn ook de bouwhoogten, footprint etc. voor de verschillende gebouwen opgenomen (vanaf pagina 65). Voor nieuwe bebouwing is onder meer opgenomen dat dit binnen het nieuwe bouwvlak gerealiseerd dient te worden met een maximale bouwhoogte van 3 lagen met kap. Over het westelijke bouwvlak 2 staat in de gebiedsvisie dat de architectuur van nieuwe gebouwen of veranderde bestaande gebouwen passend moet zijn binnen de specifieke bestaande landgoedomgeving en de bestaande paviljoenstructuur hetgeen een logisch passende, ondergeschikte, relatie impliceert met het kasteel. De goot- en bouwhoogten en toename van bouwvolumes zijn niet alleen op de planverbeelding en in de planregels geborgd, maar ook in het beeldkwaliteitsplan. Het beeldkwaliteitsplan fungeert als een gebiedsgericht welstandskader voor het plangebied en maakt onderdeel uit van de toelichting bij het bestemmingsplan.
Juliana/Leo Kannerschool, Entreegebouw, Gezondheidscentrum, Blauwe tram locatie, Meander, Bewegingscentrum, Dienstengebouw, Nieuwbouw Endergeesterstraatweg, Weidpaviljoen en het TD-gebouw. 2 Het westelijk bouwvlak ligt nabij Kasteel Endegeest, zie pagina 66 van de gebiedsvisie en/of pagina 28 van het beeldkwaliteitsplan. 1