CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ontwerpuitwerkingsplan bij RM d.d. 8 maart 2022 Vrijgeven terinzagelegging ontwerpuitw

Oordeelsvorming Ruimte 12 april 2022, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Vrijgeven voor terinzagelegging van het ontwerpuitwerkingsplan Rhijnkade fase 137.034 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

blad 27 van 37

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp uitwerkingsplan Rhijnkade, fase 1 Gemeente Oegstgeest Projectnummer 454242.100

Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het hoogheemraadschap nader wordt behandeld. Europees: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Waterplan (NW) Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal: Provinciaal Waterplan Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Structuurvisie Waterschapsbeleid Waterbeheerplan 'Waardevol Water' (WBP5) Het algemeen bestuur van Rijnland heeft op 9 maart 2016 het nieuwe Waterbeheerplan 'Waardevol Water' (WBP5) vastgesteld. In het WBP5 wordt richting gegeven aan het waterbeheer in de periode 2016 -2021. Daarmee realiseert Rijnland de ambities uit het coalitieakkoord, zodat het gebied nu en in de toekomst goed beschermd wordt tegen overstromingen en wateroverlast, er een goede waterkwaliteit ontstaat, het afvalwater op duurzame wijze wordt gezuiverd en de grondstoffen worden hergebruikt. In het WBP5 staat samen werken met de omgeving aan water centraal. Rijnland wil samen met zijn omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.

Keur en uitvoeringsregels Op grond van de Waterwet is Rijnland als waterschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. Denk hierbij aan handelingen in of nabij: waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden); watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken); andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen); de bodem van kwelgevoelige gebieden. Maar ook aan het onttrekken en lozen van grondwater en het aanbrengen van verhard oppervlak. Per 1 juli 2015 is een nieuwe Keur in werking getreden met daarbij horende uitvoeringsregels. De Keur gaat uit van een “ja, tenzij” benadering; handelingen met een klein risico vallen onder de zorgplicht en kunnen zonder vergunning of melding worden uitgevoerd. Voor handelingen met een groter risico of in expliciet benoemde situaties zijn er algemene regels met voorwaarden van kracht of is een watervergunning vereist De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. Riolering en afkoppelen Voor zover het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is het van belang blad 28 van 37

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp uitwerkingsplan Rhijnkade, fase 1 Gemeente Oegstgeest Projectnummer 454242.100

dat er met Rijnland afstemming plaatsvindt over het omgaan met afvalwater en hemelwater. Overeenkomstig het rijksbeleid gaat Rijnland uit van een voorkeursvolgorde voor de omgang met deze waterstromen. Deze houdt in dat allereerst geprobeerd moet worden het ontstaan van (verontreinigd) afvalwater te voorkomen, bijvoorbeeld door het toepassen van niet uitlogende bouwmaterialen en het vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto's wassen en chemische onkruidbestrijding. Vervolgens is het streven vuil water te scheiden van schoon water, bijvoorbeeld door het afkoppelen van hemelwaterafvoeren van gemengde rioolstelsels. De laatste stap in de voorkeursvolgorde is het zuiveren van het afvalwater. De doelmatigheid daarvan wordt vergroot door het scheiden van de schone en de vuile stromen. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP), waarin de uiteindelijke afweging wordt gemaakt en waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal staat Huidige situatie Algemeen Het plangebied ligt aan de westelijke rand van de gemeente Oegstgeest. Het wordt aan de westzijde begrensd door de Oude Rijn met aanliggend het stedelijk gebied van Valkenburg (gemeente Katwijk).

Het plangebied ligt aan de oostzijde aan de Rhijnhofweg die grenst aan de geprojecteerde nieuw te graven Binnenrijn ten oosten waarvan het bedrijvenpark Nieuw-Rhijngeest Zuid is gelegen. Ten noorden en zuiden van het plangebied zijn woningen gesitueerd. Conform de legger van het waterschap geldt voor het plangebied geen peilbesluit. Bodem en grondwater Het bodemgebied ter plaatse bestaat uit zavel met een homogeen profiel. Ter plaatse is sprake van grondwatertrap IV. Dit betekent dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand meer dan 0,4 meter onder maaiveld en de gemiddelde laagste grondwaterstand varieert van 0,8 tot 1,2 m onder maaiveld. Waterkwantiteit Binnen het plangebied zijn geen watergangen aanwezig. Aan de oostkant grens het gebied aan de Oude Rijn, aan de westkant van de Rhijnhofweg ligt een bestaande watergang. Watersysteemkwaliteit en ecologie De Oude Rijn is aangewezen als KRW-waterlichaam. Aangezien het overige water binnen het plan Oegstgeest aan de Rijn aangesloten is op deze watergang heeft dit water ook een ecologische waarde. In paragraaf 4.9 wordt dit verder benoemd. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied is niet gelegen binnen kern- of beschermingszones van een primaire of regionale waterkering. Het plangebied grenst wel aan de Oude Rijn. Afvalwaterketen en riolering De aanwezige bebouwing in het plangebied is aangesloten op de gemengde riolering.

Het oppervlaktewater wordt afgekoppeld op de Oude Rijn. Er hoeft geen watercompensatie plaats te vinden, omdat dit onderdeel is van de gemaakte afspraken. Toekomstige situatie In het kader van de vigerende bestemmingsplannen is overleg gevoerd voor de watertoets en zijn afspraken gemaakt ten aanzien van de realisatie van water voor de nieuwe woningen (watercompensatie) en bijbehorende verhardingen. De afgesproken nieuwe watergangen zijn in het bestemmingsplan Oegstgeest aan de Rijn als zodanig bestemd.

blad 29 van 37

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp uitwerkingsplan Rhijnkade, fase 1 Gemeente Oegstgeest Projectnummer 454242.100

Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen is het uitgangspunt dat de waterhuishoudkundige situatie niet mag verslechteren. Dit betekent bijvoorbeeld dat de waterhuishouding kan worden verbeterd door het afkoppelen van schoon verhard oppervlak, hiermee wordt voorkomen dat schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Ook combinaties met andere functies zoals groen en recreatie liggen voor de hand. Daarnaast is het van belang om bij eventuele ontwikkeling diffuse verontreinigingen te voorkomen door het gebruik van duurzame, niet-uitloogbare materialen (geen zink, lood, koper en PAK's-houdende materialen), zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Conclusie De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen hebben geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

4.9

Natuur Beleid en normstelling Het plan kan worden uitgevoerd indien de werkzaamheden niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedssfeer van het plangebied en de effecten hierop. In het kader van de ontwikkeling is een natuurtoets uitgevoerd (zie bijlage 2). Opgemerkt wordt dat het natuuronderoek is uitgevoerd voor eerder versie van het plan waar de sloop en herontwikkeling van het perceel Rhijnhofweg 10A nog was voorzien. De voor het huidige plan relevante resultaten zijn hieronder uiteengezet. Onderzoek Beschermde gebieden Natura 2000 Op circa 3 kilometer van het plangebied is Natura 2000-gebied aanwezig (Meijendel & Berkheide). Alle Natura 2000-gebieden liggen daarmee op een afstand groter dan 3 kilometer, waardoor de meeste verstoringseffecten zijn uit te sluiten. Enkel kan een effect ontstaan als gevolg van stikstofdepositie (stikstof via de lucht reikt verder dan alle andere storingsfactoren). Het gaat hier bij om depositie door stikstofuitstoot tijdens de aannlegwerkzaamheden en in de toekomstige situatie. De uitvoering van de werkzaamheden gaat gepaard met stikstofemissie als gevolg van de inzet van gemotoriseerd materieel voor realisatiewerkzaamheden.

Ook is in de toekomstige situatie mogelijk sprake van extra uitstoot. Dit leidt mogelijk tot een toename van stikstofdepositie in nabij gelegen Natura 2000-gebied. De mate waarin deze stikstofdepositie een probleem vormt voor deze Natura 2000-gebieden is afhankelijk van de hoogte van de depositiebijdrage, in combinatie met de stikstofgevoeligheid van betreffende gebieden en de mate waarin sprake is van een overbelaste situatie rondom stikstof. De enige manier om inzicht te krijgen in de aard en omvang van het effect van stikstofdepositie als gevolg van de werkzaamheden, is het uitvoeren van een stikstofberekening met behulp van AERIUS Calculator. Om deze effecten vanwege stikstof te kunnen bepalen is er conform het advies in de Natuurtoets een Aerius berekening (AERIUS 2021) uitgevoerd. De resultaten zijn hieronder onder het kopje 'AERIUS berekeningen' weergegeven. NNN Voor wat betreft de NNN is bij directe aantasting sprake van vervolgstappen, waaronder compensatie. Er bevindt zich geen NNN binnen het plangebied. Het dichtstbijzijnde NNN gebied ligt circa 700 meter ten noordoosten van het plangebied. Er is van directe aantasting van de NNN dan ook geen sprake. In de omgeving van het plangebied liggen wel

blad 30 van 37

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp uitwerkingsplan Rhijnkade, fase 1 Gemeente Oegstgeest Projectnummer 454242.100

NNN-gebieden, maar de provincie Zuid-Holland hanteert geen voorgeschreven toetsing van effecten als gevolg van externe werking. Ook significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN in de nabijheid van het plan kunnen worden uitgesloten. De ontwikkeling in het plangebied heeft geen effect op de directe omgeving van het plangebied. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNN geen belemmeringen. Het NNN-beleid staat de uitvoering van het plan niet in de weg

Provinciaal beschermde gebieden Het plangebied is niet gelegen in provinciaal belangrijk weidevogelgebied en gebieden behorend tot de strategische reservering natuur. Ook zijn in het plangebied geen karakteristieke landschapselementen aanwezig. Er zijn dan ook geen belemmeringen met betrekking tot de provinciaal beschermde gebieden. Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het projectgebied: Vleermuizen (mogelijk verblijfplaatsen in woning, vliegroute Oude Rijn): Huismus (mogelijk nesten in woning): Algemene broedvogels (zeer waarschijnlijk nestplaatsen). In onderstaande tabel is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende project. Aangegeven is of een nader onderzoek nodig is, of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming, of dit middels maatregelen voorkomen kan worden en of bij de uitvoering van het project een ontheffing nodig is.

blad 31 van 37

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp uitwerkingsplan Rhijnkade, fase 1 Gemeente Oegstgeest Projectnummer 454242.100

De aanwezigheid van mogelijke verblijfsplaatsen van de vleermuizen en mogelijke nesten van de huismus heben betrekking op de woning Rhijnhofweg 10A, die in eerste instantie onderdeel was van het plangebied. Omdat deze woning geen deel meer uitmaakt van het plan zijn er geen effecten op eventueel aanwezige jaarrond bescrmde nesten en verblijfplaatsen van vleermuizen te verwachten. Het in de natuurtoets aanbevolen onderzoek naar mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen en jaarrond beschermde nesten bij de woning Rhijnhofweg 10A iserhalve niet meer relevant. Het voorkomen van lichtverstrooiing over de Oude Rijn is via een voorwaardelijke verplichting geborgd in de regels van het bestemmingsplan. Bescherming van houtopstanden Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom (Boswet). De bescherming van houtopstanden van de Wet natuurbescherming is niet van toepassing. AERIUS berekening In het kader van het bestemmingsplan is stikstofonderzoek gedaan. Dit onderzoek met bijbehorende berekeningen zijn als bijlage 3 bijgevoegd. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is voor de gebruiksfase een berekening uitgevoerd. De berekende stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is nergens hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Geconcludeerd kan worden dat er geen significante (negatieve) gevolgen zijn voor de beschermde habitats in de Natura 2000-gebieden.

De Wet natuurbescherming staat verdere besluitvorming niet in de weg. Met betrekking tot de realisatiefase wordt het volgende opgemerkt. Op 9 maart 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering door de Eerste Kamer aangenomen. Deze wet, die op 1 juli 2021 van kracht is geworden, voorziet in een vrijstelling voor een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen. De bij deze activiteiten vrijkomende emissies die zorgen voor stikstofdepositie mogen dan bij de beoordeling buiten beschouwing worden gelaten. De maatregelen uit de structurele aanpak stikstof vormen de juridische basis voor deze vrijstelling. Zo doet de Bouwvrijstelling geen afbreuk aan het bereiken van de natuurdoelen uit de wet door het relatief kleine aandeel van de bouwsector in de stikstofuitstoot en door de maatregelen die ook al in verschillende sectoren genomen zijn. De maatregelen in de bouw die in de routekaart 'Schoon en Emissieloos Bouwen' worden uitgewerkt, zullen het structurele pakket en daarmee de juridische basis voor de bouwvrijstelling nog verder versterken. De reikwijdte van de partiële vrijstelling omvat projecten (vergunningaanvragen), maar ook plannen (bestemmingsplannen) zo blijkt uit de Nota van Toelichting behorende bij de AMvB.

Daarin is te lezen dat de partiële vrijstelling ook kan helpen bij het vaststellen van bestemmingsplannen door gemeenten. Als het bestemmingsplan dient om bepaalde bouwactiviteiten of de aanleg of wijziging van werken mogelijk te maken, kan voor dit onderdeel van het plan worden verwezen naar het feit dat al een beoordeling door de wetgever heeft plaatsgevonden die een partiële vrijstelling voor de bouwfase van het project heeft vastgesteld (zie memorie van toelichting). Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect natuur geen belemmering is voor de uitvoering van het plan.

4.10

Archeologie en Cultuurhistorie Normstelling en beleid Erfgoedwet

blad 32 van 37

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp uitwerkingsplan Rhijnkade, fase 1 Gemeente Oegstgeest Projectnummer 454242.100

Sinds 1 juli 2016 is de Wet op de archeologische monumentenzorg vervangen door de Erfgoedwet. De uitgangspunten uit het 'Verdrag van Malta' blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Besluit ruimtelijke ordening Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in de toelichting van elk bestemmingsplan een beschrijving te worden gegeven van de aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden van het plangebied.

Onderzoek Archeologie Er is in het kader van het bestemmingsplan een archeologisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 4). Dit onderzoek betreft een analyse van in het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken in het plangebied en de omgeving. De conclusie van het onderzoek luidt als volgt. Op basis van de onderzoeken die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden in Nieuw Rijngeest zuid, is het aannemelijk dat in het plangebied sprake is van afzettingen in de ondergrond van een zich naar het zuidwesten migrerende rivier(arm), die archeologische resten zal hebben opgeruimd. De archeologische verwachting in dit plangebied is derhalve laag. De gemeente wordt geadviseerd de gronden van het in het onderzoek genoemde Deelplan Zuid, waar voorliggen bestemmingsplan onderdeel van het uitmaakt, vrij te stellen van een archeologische onderzoeksplicht. Ook is de kans vrij groot dat de gronden ter plekke in meer of mindere mate reeds zijn verstoord. De gemeente dient hierover een (selectie)besluit te nemen over de omgang met archeologische waarden in dit gebied. Indien de gemeente een selctiebesluit neemt zullen we bespreken of die dubbelbestemming kan worden verwijderd. Vooralsnog is de archeologische dubbelbestemmingen uit het vigerende bestemmingsplan overgenomen, zodat de archeologische waarden zijn beschermd.

Cultuurhistorie In het plangebied zijn geen beschermde stads- of dorpsgezichten gelegen. Ook zijn in het plangebied geen monumenten aanwezig. Daarnaast is de cultuurhistorische kaart van de provincie Zuid-Holland geraadpleegd. De cultuurhistorische kaart geeft een overzicht van cultuurhistorische kenmerken en waarden in de provincie. Het is een overzicht op hoofdlijnen, bijvoorbeeld van waardevolle verkavelingspatronen, gebieden met een archeologische verwachtingswaarde of monumentale boerderijlinten. Op de kaart is het plangebied aanduid als Atlantikwall. De Atlantikwall is een linie van bunkers, tankmuren en -grachten die de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog langs de kust van Europa hebben aangelegd, van de Noordkaap tot aan de Golf van Biskaje. Op de CHS-kaart zijn zones globaal aangegeven waarin nog resten aanwezig zijn van deze Atlantikwall. Omdat niet voldoende bekend is over de staat van alle afzonderlijke verdedigingswerken zijn deze zones vooralsnog niet gewaardeerd. De bouw van deze linie heeft het Hollandse (duin)landschap ingrijpend veranderd en in latere perioden gezorgd voor ruimte in de stedenbouwkundige vernieuwing. Overblijfselen van dit erfgoed zijn nog langs de hele kust van Zuid-Holland terug te vinden: niet alleen in de vorm van afzonderlijk blad 33 van 37

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp uitwerkingsplan Rhijnkade, fase 1 Gemeente Oegstgeest Projectnummer 454242.100

betonnen verdedigingswerken maar ook nog in de vorm van lijnstructuren (tankmuren en -grachten). Ter plaatse van het plangebied zijn geen resten hiervan aanwezig. De Oude Rijn is aangeduid als historisch-landschappelijke lijn met een hoge waarde. Het profiel van de Oude Rijn wordt door het plan niet aangetast. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de aspecten archeologie en cultuurhistorie geen belemmering zijn voor de uitvoering van het plan.

4.11

Milieueffectrapportage Beleid en normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Hierin is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in bijlage D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een MER nodig is. In dat kader wordt afgewogen of het plan - ondanks dat het ruim onder de drempelwaarde blijft mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft, op basis van de eerder genoemde omstandigheden. Dit is een “vormvrije” mer-beoordeling. Onderzoek Op grond van bijlage D van het Besluit m.e.r.

wordt het project beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject. Het plan blijft ruimschoots onder de drempelwaarden, waarbij een m.e.r.-beoordeling is vereist. Dit betekent dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. In het kader van het bestemingsplan is een aanmeldingsnotitie opgesteld. Deze is als bijlage 5 bijgevoegd. Conclusie in de aanmeldingsnotitie wordt geconcludeerd, dat er geen sprake is van waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu zoals bedoeld in artikel 7.16 en 7.17 Wet milieubeheer en dat het opstellen van een milieueffectrapport voor de besluitvorming over het plan niet nodig is. Op grond van artikel 7.19 eerste lid, van de Wet milieubeheer is besloten dat geen milieueffectrapportage behoeft te worden opgesteld, omdat de activiteit niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, zoals bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage. Het college van B&W heeft daarom, voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerp-uitwerkingsplan, een m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen. In dat besluit, dat als bijlage 6 is bijgevoegd, is geconcludeerd dat de gewenste ontwikkeling niet tot belangrijke milieugevolgen zal leiden en dat een milieueffectrapport zoals bedoeld in de Wet milieubeheer daarmee niet nodig is.

blad 34 van 37

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp uitwerkingsplan Rhijnkade, fase 1 Gemeente Oegstgeest Projectnummer 454242.100

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische planbeschrijving

Inleiding In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de gekozen planvorm voor het bestemmingsplan. Tevens wordt uiteengezet welke gedachten aan de juridische regeling ten grondslag hebben gelegen en hoe deze uiteindelijk is vormgegeven. Vervolgens wordt ingegaan op de juridische regeling en worden de gekozen bestemmingen besproken.

5.2

Juridische regeling De juridische regeling bestaat uit vier hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk bevat de definities van begrippen die voor het algemene begrip, de leesbaarheid en uitleg van het plan van belang zijn. In dit eerste hoofdstuk is ook een regel opgenomen over de wijze van meten. In het tweede hoofdstuk wordt op de bestemmingen en hun gebruik ingegaan. Het derde hoofdstuk gaat in op de algemene regels, zoals een algemene regel voor het gebruik van de gronden die op vrijwel alle bestemmingen van toepassing zijn. De overgangs- en slotregels maken onderdeel uit van het vierde hoofdstuk. Om de bestaande ruimtelijke kwaliteit te borgen is gekozen voor een gedetailleerd bestemmingsplan, waarin voor elke aanwezige functie een toegesneden bestemming met regels is voorzien.

5.2.1

Inleidende regels Conform SVBP2012 en de gemeentelijke standaard bevatten de inleidende regels artikelen met de begripsbepalingen en de wijze van meten.

5.2.2

Bestemmingsregeling De bestemmingsregelingen worden hieronder nader toegelicht. Wonen De bestemming voor de gronden waarop op grond van een uitwerkingsplicht woningen zijn toegestaan is inhoudelijk afgestemd op de bestemming Wonen - 2 uit het bestemmingsplan Oegstgeest aan de Rijn. Hiervoor geldt dat ook binnen deze bestemming wonen, met daarbij behorende beroepen-aan-huis zijn toegestaan met bijbehorende voorzieningen zoals (ontsluitings)wegen, erven, verhardingen, tuinen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Bebouwing ten dienste van de bestemming mag alleen worden gerealiseerd binnen de op de plankaart aangegeven bestemmings- en bouwvlakken. Daarnaast is het maximum aantal toegestane woningen opgenomen. Voor de woningen is een maximale bouwhoogte opgenomen. Daarnaast mogen binnen de bestemming bijbehorende bouwwerken worden gebouwd. Hiervoor geldt een maximum oppervlak van 50% van het erf met een maximum van 60 m2 bij percelen tot 500 m2 en 40% van het oppervlak met een maximum van 80 m2 bij percelen groter dan 500 m2. De bouwhoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste de 1e verdiepingsvloer vermeerderd met 0,25 m met een maximum van 4 m. Voor bijgebouwen geldt een maximum bouwhoogte van 3 m. Naast het wonen zijn de gronden met deze bestemming bestemd voor de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen.

Bedrijven aan huis kunnen na afwijking door middel van een omgevingsvergunning worden toegestaan. Het uitoefenen van aan-huis-gebonden beroepen

blad 35 van 37

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp uitwerkingsplan Rhijnkade, fase 1 Gemeente Oegstgeest Projectnummer 454242.100

en -bedrijven is mogelijk, mits de woonfunctie blijft prevaleren. Om te garanderen dat de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft, zijn regels opgenomen voor de maximale oppervlakte die hiervoor gebruikt mag worden. Om te voorkomen dat lichtverstrooiing ontstaat op een mogelijke vliegroute van vleermuizen over de Oude Rijn is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Deze houdt in dat in de tuinen die grenzen aan de Oude Rijn de tuinverlichting naar beneden moet worden gericht en gebruik moet worden gemaakt van lage armaturen van maximaal 1,5 meter hoog. Voor buitenverlichting aan de woningen gelden geen beperkingen. Waarde - Archeologie 1 Ten behoeve van de bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden is de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 opgenomen. Ter plaatse van deze dubbelbestemming geldt dat gebouwen en werken in principe alleen zijn toegestaan, mits deze aan bepaalde voorwaarden voldoen (verstoringsdiepte en oppervlak) of na het uitvoeren van archeologisch onderzoek. Burgemeester en wethouders hebben de bevoegdheid om de in het bestemmingsplan opgenomen dubbelbestemmingen te wijzigen, indien archeologisch onderzoek daar aanleiding toe geeft.

5.2.3

Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels en algemene wijzigingsregels. In dit hoofdstuk is de algemene aanduidingsregels een regeling om de beschermingszone langs de Oude Rijn te borgen opgenomen, dit door de aanduiding 'vrijwaringszone - vaarweg'. In de algemene gebruiksregels zijn daarnaast regels opgenomen ten behoeve van de realisatie en instandhouding van parkeerplaatsen bij woningen.

5.2.4

Overgangsrecht en slotregels In artikel 3.2.1 van het Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan.

blad 36 van 37

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp uitwerkingsplan Rhijnkade, fase 1 Gemeente Oegstgeest Projectnummer 454242.100

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van ‘afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. De gronden van onderhavig plangebied zijn in eigendom van de gemeente Oegstgeest. De gemeente heeft een grondexploitatie vastgesteld van de VOF Oegstgeest aan de Rijn. Dit is een samenwerking van de gemeente Oegstgeest en gebiedsontwikkelaar BPD. Het verhaal van de kosten is hiermee anderszins verzekerd. Het plan is economisch uitvoerbaar.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.3

Vooroverleg In het kader van het wettelijk vooroverleg artikel 3.1.1. Bro is het ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan diverse overlegpartners. Er zijn <in te vullen> overlegreacties ontvangen. Deze zijn samengevat en voorzien van beantwoording in de Nota zienswijze en overleg ex artikel 3.1.1. Bro, die als bijlage (in te vullen> is bijgevoegd.

6.4

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan Uitwerkingsplan Rhijnkade, fase 1 heeft ter inzage gelegen van <in te vullen>. Tevens waren de stukken digitaal raadpleegbaar op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende deze termijn van 6 weken is een ieder in de gelegenheid gesteld zijn of haar zienswijze in te dienen bij de gemeenteraad van de gemeente Oegstgeest. Er is/zijn <in te vullen> zienswijze(n) ontvangen. Deze is/zijn samengevat en voorzien van beantwoording in de Nota zienswijze en overleg ex artikel 3.1.1. Bro, die als bijlage <in te vullen> is bijgevoegd.

blad 37 van 37

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Notitie project onderwerp aan opsteller acc. en cc datum:

: Oegstgeest aan de Rijn, gemeente Oegstgeest : Archeologisch onderzoek ja of nee? : Oegstgeest aan de Rijn VOF : Jan Breimer (sr. adviseur Hazenberg Archeologie) : Tom Hazenberg : 24 november 2020

Aanleiding Oegstgeest aan de Rijn VOF is bezig met de verdere ontwikkeling van Oegstgeest aan de Rijn en is voornemens nu deelplan Zuid te gaan ontwikkelen. Dit betreft een zone direct grenzend aan de Rijn. Zie afbeelding 1 voor wat betreft de te ontwikkelen kavels/gebieden in dit deelplan.

Afb. 1.

Het te ontwikkelen plangebied rood omlijnd; bron achtergrond: Google Earth, datum afbeelding, 24 augustus 2019.

Casus. De VOF en de gemeente Oegstgeest willen graag voorkomen dat bij de verdere ontwikkeling van Deelplan Zuid de r.o.-conditie archeologie te laat wordt betrokken in het proces. De VOF wil dus graag weten welke delen van het Deelplan Zuid reeds archeologisch onderzocht zijn en welke niet. En als dat laatste het geval is, welk onderzoek zou dan nog moeten worden uitgevoerd op die locatie(s)? Bekijken wij het door ons in handen gestelde kaartje (door Oegstgeest aan de Rijn VOF) van Erfgoed Leiden met wel en niet-onderzochte terreinen dan kunnen we constateren dat het plangebied is aangegeven als niet-onderzocht terrein. Hieronder is dat kaartje afgebeeld.

Afb. 2.

Het plangebied – met zwarte pijlen aangeduid – op een overzichtskaart met wel (geel) en niet onderzochte gebieden (rood) in het bestemmingsplan; Oegstgeest aan de Rijn; bron kaart: Erfgoed Leiden.

Echter, er is in het grotere gebied Rijnfront reeds veel onderzoek uitgevoerd en de vraag ligt derhalve voor of de gronden van Deelplan Zuid niet reeds in het verleden (deels) zijn onderzocht. Om deze vraag te beantwoorden is ARCHIS 3, de centrale databank van de Rijksdienst voor Cultreel Erfgoed (RCE), Dans Easy en de eigen archieven van Hazenberg Archeologie geraadpleegd om te achterhalen welke onderzoeken in het verleden zijn uitgevoerd in Deelplan Zuid. Die raadpleging leverde de volgende informatie op.

Uitkomsten 1. Deelplan Zuid maakte in 2003 ook onderdeel uit van het grote door ADC uitgevoerde Rijnvaert onderzoek (ADC rapport 184). Echter, de strook langs de Rijn, waarin ook Deelplan Zuid zich bevindt, was destijds niet beschikbaar voor onderzoek en heeft derhalve ook geen onderdeel uitgemaakt van het toentertijd uitgevoerde Inventariserende Veldonderzoek (IVO). 2. Voor een zone ten noorden van de gronden van Deelplan Zuid (zie afbeelding 3) werd in december 2014 een bureau- en booronderzoek uitgevoerd door Bureau voor Archeologie (Rapport 2014.91.). Het betreft de nummers Rhijnhofweg 11, 11a en 12. In eerste instantie werd vermoed dat op deze locatie een mogelijke archeologische leeflaag aanwezig was op 2

ca. 1.70 m. –mv. Uitgevoerd proefsleuvenonderzoek in november 2015 door ADC (ADC rapport 4057) wees echter uit dat het hier geen archeologische leeflaag betrof. Er werden enkele vondsten en sporen aangetroffen uit de Nieuw Tijd die niet behoudenswaardig bleken. 3. Van veel belang voor de archeologische waardenstelling van Deelplan Zuid is een door RAAP adviesbureau uitgevoerde actualisatie (2014) van het bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in het kader van het Ontwerp PIP en Ontwerp Tracé van het R-net en RijnlandRoute (deelgebied N206 Tjalmaweg en aansluiting A44, gemeenten Katwijk, Leiden en Oegstgeest); Ook het grootste deel van Deelplan Zuid bevindt zich in dit onderzoeksgebied (zie afbeelding 3) en maakt deel uit van deze actualisatie en rapportage. Op basis van deze actualisatie en aanvullend booronderzoek concludeert RAAP dat het grootste deel van Deelplan Zuid een lage verwachting kent en derhalve vrijgesteld kan worden van verder onderzoek.

Afb. 3.

Deelplan Zuid (zwart omlijnd) afgebeeld op een uitsnede van een RAAP-kaart opgesteld i.h.k.v. nader onderzoek van het Ontwerp Tracé van het R-net en RijnlandRoute; bron kaart: RAAP-rapport 2795 (2014)

3

4. Het grootste deel van Deelplan Zuid maakte eerder deel uit van AMK-terrein nr. 4048. De vindplaats(en) op dit AMK-terreinen bleken zich echter vooral te bevinden ten oosten van de Rhijnhofweg doorlopend tot aan de A44. Het AMK-terrein is opgegraven door o.a. Archol en de Universiteit van Leiden: de roze strook zoals die nu staat aangegeven op afbeelding 4 bevatte geen grondsporen en/of vondsten; 5. Dan rest er uiteindelijk nog één niet onderzochte zone in Deelplan Zuid en dat betreft de oranje ingekleurde zone op afbeelding 4.

Afb. 4.

Overzicht van Deelplan Zuid met de uitgevoerde onderzoeken: bron achtergrond Google Earth, datum afbeelding, 24 augustus 2019.

6. Ten aanzien van deze oranje zone kan het volgende worden opgemerkt. Een kleine noordzuid strook die zich ten oosten van de Rhijnhofweg bevindt, is tussen 2014 en 2106 al afgegraven en is nu water. Dan rest er eigenlijk alleen als te onderzoeken strook nog de 4

oranje zone ten westen van de Rhijnhofweg van ca. 70/35 meter. Formeel kan de gemeente Oegstgeest daar nog onderzoek voor verplichten. Wij merken echter op dat deze nog niet onderzochte zone in het zuiden ligt in het verlengde van de zone die door RAAP wordt gekarakteriseerd als een zone met een ‘lage archeologische verwachting’ en in het noorden grenst aan een reeds verstoorde bodem. Ten aanzien van de verstoring merken wij nog het volgende op. De oranje zone maakt deel uit van de strook tussen de Oude Rijn en de Rhijnhofweg die de afgelopen 50-75 jaar hoe langer hoe meer in gebruik is geraakt. Was er aan het begin van de 20ste eeuw nog sprake van sporadische bebouwing, voordat de plannen van Oegstgeest aan de Rijn ten uitvoer werden gebracht, was deze strook in gebruik als akkerland, als kasgrond, als bebouwingsgrond en in gebruik voor lichte industrie. Uit uitgevoerd milieutechnisch onderzoek maar ook bijvoorbeeld uit het eerder genoemd booronderzoek ter hoogte van de nrs. 11, 11a en 12 aan de Rhijnhofweg, allen gelegen in de strook tussen de Oude Rijn en de Rhijnhofweg, blijkt dat deze locaties zwaar verstoord kunnen zijn. Er is in de bovenlagen van deze strook– tot ca. 1.0 m./ 1.80 m. –mv – veel puin en ander bouw- en afvalmateriaal aangetroffen. Ook is deze strook in de 16de eeuw in gebruik geweest als kleiwinningsgebied ten behoeve van de kleiindustrie.

Ook daardoor kunnen bodemprofielen zijn aangetast Conclusie: Op basis van de onderzoeken die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden in Nieuw Rijngeest zuid, is het aannemelijk dat in het plangebied sprake is van afzettingen in de ondergrond van een zich hij naar het zuidwesten migrerende rivier(arm), die archeologische resten zal hebben opgeruimd. De archeologische verwachting in dit plangebied is derhalve laag. Wij adviseren de gemeente Oegstgeest de gronden van Deelplan Zuid daarom vrij te stellen van een archeologische onderzoeksplicht. Ook is de kans vrij groot dat de gronden ter plekke in meer of mindere mate reeds zijn verstoord. Wij adviseren Oegstgeest a/d Rijn VOF dit advies voor te leggen aan de gemeente Oegstgeest als bevoegd gezag. Deze dient immers formeel een (selectie)besluit te nemen over de omgang met archeologische waarden in dit gebied.

5

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling Rhijnkade fase 1

projectnummer 454242.100 definitief revisie 04 31 januari 2022

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.rbeoordeling Rhijnkade fase 1

projectnummer 454242.100 definitief revisie 04 31 januari 2022

Auteurs R. Michiels

Opdrachtgever VOF Oegstgeest aan de Rijn

datum vrijgave 31-01-2022

beschrijving revisie 04 definitief

gecontroleerd S. Hammink

vrijgave A. Hatzman

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Waarom een m.e.r-beoordeling? Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r-beoordeling? Leeswijzer en bronnen

1 1 2 4

2

Plaats en kenmerken van de activiteit

5

2.1 2.2

Beschrijving van de activiteit Energie en emissie

5 6

3

Kenmerken van het potentiële effect

7

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12

Bodem Archeologie Landschap en cultuurhistorie Water Lucht Licht Verkeer en transport Geluid Natuur Gezondheid Externe veiligheid Effectkenmerken

7 7 8 8 9 10 11 12 13 15 15 17

4

Conclusie

19

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling Rhijnkade fase 1 projectnummer 454242.100 31 januari 2022 revisie 04 VOF Oegstgeest aan de Rijn

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Aan de Rhijnhofweg te Oegstgeest is initiatiefnemer voornemens 20 woningen te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken is in eerste instantie het bestemmingsplan Oegstgeest aan de Rijn (vastgesteld op 5 maart 2015) opgesteld. De gronden zijn in het vigerende plan aangewezen voor Wonen – Uit te werken. Om het initiatief mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1: Globale ligging plangebied

1.2

Waarom een m.e.r-beoordeling? Volgens het Besluit milieueffectrapportage dient voor activiteiten van onderdeel D te worden bepaald, of er ten gevolge van de voorgenomen activiteit sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Afhankelijk van waarschijnlijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu is een milieueffectrapportage (m.e.r., de procedure) al dan niet nodig en dient er wel of geen MER (milieueffectrapport, het document) te worden opgesteld. Dit is ter beoordeling aan het bevoegd gezag. In relatie met voorliggende ontwikkeling is categorie D 11.2 uit het Besluit milieueffectrapportage van belang: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsplan met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen”. Er is hier sprake van vormvrije m.e.r.-beoordeling, omdat de drempelwaarden van deze categorie D 11.2 uit het Besluit milieueffectrapportage niet worden overschreden. De voorgenomen wijziging heeft namelijk geen betrekking op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Blad 1 van 19

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling Rhijnkade fase 1 projectnummer 454242.100 31 januari 2022 revisie 04 VOF Oegstgeest aan de Rijn

De op te stellen aanmeldingsnotitie ten behoeve van de m.e.r.-beoordeling gaat in op de mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu. Met deze informatie kan het bevoegd gezag bepalen of er al dan niet een MER dient te worden opgesteld.

1.3

Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r-beoordeling? Wet milieubeheer en m.e.r.-beoordeling Volgens artikel 7.16 Wet milieubeheer deelt de initiatiefnemer het voornemen mee aan het bevoegd gezag. Bij deze mededeling dient in ieder geval de volgende informatie te worden verstrekt: a. een beschrijving van de activiteit met in het bijzonder: 1) een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en voor zover relevant van sloopwerken; 2) een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn; b. een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben; c. een beschrijving, voor zover er informatie over deze gevolgen beschikbaar is, van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van: 1) indien van toepassing, de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; 2) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn en, voor zover relevant, met de beschikbare resultaten van andere relevante beoordelingen van gevolgen voor het milieu.

Voorts kan bij de mededeling een beschrijving worden verstrekt van de kenmerken van de voorgenomen activiteit en van de geplande maatregelen om waarschijnlijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden of te voorkomen. Op grond van de mededeling (het voorliggende document) neemt het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na ontvangst een beslissing omtrent de vraag, of er bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben een milieueffectrapport moet worden gemaakt (artikel 7.17 Wet milieubeheer). Het bevoegd gezag houdt bij zijn beslissing rekening met de in bijlage III bij de EU Richtlijn MER aangegeven criteria.

Blad 2 van 19

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling Rhijnkade fase 1 projectnummer 454242.100 31 januari 2022 revisie 04 VOF Oegstgeest aan de Rijn

Criteria EU Richtlijn Op grond van de EU Richtlijn MER bijlage III (genoemd in de Wet milieubeheer, artikel 7.16) moet worden getoetst op een aantal criteria. In de voorliggende notitie vindt deze toetsing plaats. 1. Kenmerken van de planen Bij de kenmerken van de planen moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a) de omvang en het ontwerp van het gehele plan; b) de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde planen; c) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; d) de productie van afvalstoffen; e) verontreiniging en hinder; f) het risico van zware ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het plan in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering, in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; g) de risico's voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling). 2.

Plaats van de planen De kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de planen van invloed kunnen zijn, moet in aanmerking worden genomen, en met name: a) het bestaande en goedgekeurde landgebruik; b) de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan; c) het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: i. wetlands, oeverformaties, riviermondingen; ii. kustgebieden en het mariene milieu; iii. berg- en bosgebieden; iv. natuurreservaten en -parken; v. gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; vi. gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het plan, al niet worden nagekomen of worden beschouwd als niet-nagekomen; vii. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; viii. landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3.

Soort en kenmerken van het potentiële effect De waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van planen moeten, in samenhang met de onder punten 1 en 2 van deze bijlage hierboven uiteengezette criteria, in aanmerking worden genomen, met aandacht voor het effect van het plan op de in artikel 3, lid 1, uiteengezette factoren, met inachtneming van: a) de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); b) de aard van het effect; c) het grensoverschrijdend karakter van het effect; d) de intensiteit en de complexiteit van het effect;

Blad 3 van 19

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling Rhijnkade fase 1 projectnummer 454242.100 31 januari 2022 revisie 04 VOF Oegstgeest aan de Rijn

e) f) g)

de waarschijnlijkheid van het effect; de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde planen; h) de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.

1.4

Leeswijzer en bronnen Het vervolg van het rapport is als volgt opgebouwd: • hoofdstuk 2: de plaats van de activiteit en de kenmerken van de activiteit (aard en omvang, de wijze van aanleg); • hoofdstuk 3: de kenmerken van het potentiële effect van de activiteit; • hoofdstuk 4: conclusie. Voor de planinformatie zijn reeds uitgevoerde onderzoeken en de aangeleverde stukken geraadpleegd.

Blad 4 van 19

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling Rhijnkade fase 1 projectnummer 454242.100 31 januari 2022 revisie 04 VOF Oegstgeest aan de Rijn

2

Plaats en kenmerken van de activiteit

2.1

Beschrijving van de activiteit Het gebied waar het plangebied deel vanuit maakt bevindt zich al een aantal jaren in een transformatieproces naar een woongebied. Het gebied kent een aantal belangrijke ruimtelijke dragers zoals de Oude Rijn en de Rhijnhofweg. Omdat het gebied zich in een transformatieproces bevindt liggen er in de huidige situatie zowel de van oudsher aanwezige verkavelingsstructuur met de oude waterlopen en sloten, als de nieuwe ontsluitingsstructuur met nieuwe waterlopen en groenstructuur. Het plangebied betreft het noordelijk deel van het deelgebied Rhijnkade en is grotendeels onbebouwd. Zoals te zien in figuur 2.1 bestaat het plangebied deels uit bomen en grasland. Aan de noordkant is een bestaande woning aanwezig (Rhijnhofweg 10A). De rest van het terrein heeft de afgelopen periode als bouwdepot en bouwterrein met bijbehorende bebouwing gefunctioneerd.

Figuur 2.1: Ligging plangebied en omgeving

De toekomstige ontwikkeling van het plangebied bestaat enerzijds uit de realisatie van 20 grondgebonden woningen (zie figuur 2.2, rode contour). In het gebied worden verschillende types woningen gerealiseerd; er worden 10 twee-onder-een-kapwoningen en 10 rijenwoningen gebouwd. In het plangebied worden ten behoeve van de ontwikkeling 41 parkeerplaatsen aangelegd, waarvan 22 parkeerplaatsen op eigen terrein en 19 in een parkeerkoffer in de openbare ruimte. Het plangebied ontsluit op twee punten op de bestaande Rhijnhofweg.

Blad 5 van 19

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling Rhijnkade fase 1 projectnummer 454242.100 31 januari 2022 revisie 04 VOF Oegstgeest aan de Rijn

Figuur 2.2: Toekomstige ontwikkeling

2.2

Energie en emissie Het actuele gebruik van het plangebied verandert na afronding van de activiteiten; er worden woningen gerealiseerd. De energie en emissie van voorgenomen ontwikkeling worden bij de effectbeschrijving beschouwd. Voor de mogelijke aanleg- en bouwwerkzaamheden worden diverse mobiele werktuigen en transportmiddelen (zoals vrachtwagens) gebruikt. De energie daarvoor wordt geleverd door dieselolie en soms ook door elektriciteit uit het net. Het actuele gebruik van het plangebied verandert na afronding van de activiteiten. In het kader van de werkzaamheden is geen sprake van specifieke risico’s voor zware ongevallen of rampen in en in de omgeving van het plangebied. Door de aanlegwerkzaamheden is, conform regelgeving, sprake van emissies ten aanzien van water, geluid, licht en lucht. Bij de effectbeschrijving in hoofdstuk 3 wordt hierop nader ingegaan.

Blad 6 van 19

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling Rhijnkade fase 1 projectnummer 454242.100 31 januari 2022 revisie 04 VOF Oegstgeest aan de Rijn

3

Kenmerken van het potentiële effect De voorgenomen ontwikkeling heeft mogelijk invloed op het milieu. In dit hoofdstuk zijn de mogelijke milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Voor de planinformatie zijn reeds uitgevoerde onderzoeken en de aangeleverde stukken geraadpleegd. Deze onderzoeken zijn als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Waar nodig is de informatie aangevuld.

3.1

Bodem Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. In het kader van het vigerende bestemmingsplan zijn diverse onderzoeken uitgevoerd, waarvan één in het plangebied van voorliggend bestemmingsplan (25 januari 2008). Uit dit onderzoek blijkt dat ter plaatse geen sterke verontreinigingen zijn aangetroffen. Het terrein is na 2008 in gebruik geweest als bouwdepot en bouwterrein. Daarnaast is na het uitgevoerde bodemonderzoek de op het terrein aanwezige vijver gedempt. Hiermee is de bodemkwaliteit na 2008 mogelijk gewijzigd. In het geval dat realisatie van woningen moet voorafgaand aan de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen een recent verkennend bodemonderzoek (NEN5740) worden uitgevoerd en indien nodig moeten de gronden worden gesaneerd. Conclusie De ontwikkeling betreft geen bodembedreigende activiteit.

De woonfunctie brengt geen relevante risico’s op bodemverontreiniging met zich mee. Significante effecten op de omgeving voor wat betreft bodem kunnen daarmee worden uitgesloten. Eventuele verontreinigingen binnen het plangebied worden in het kader van de realisatie van de woningen gesaneerd. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd, dat het plan niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema bodem.

3.2

Archeologie De bescherming van archeologisch erfgoed is in Nederland wettelijk verankerd in de Wet op de archeologische monumentenzorg 2007, welke een onderdeel vormt van de Monumentenwet. In het kader hiervan dient een gemeente ruimtelijke planvorming te toetsen op archeologische waarden. Indien potentiële archeologische waarden worden verstoord, dient hier nader onderzoek naar te worden verricht. Het plangebied ligt volgens het bestemmingsplan in archeologisch waardevol gebied. Het plangebied heeft namelijk volgens het vigerende bestemmingsplan de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’. Hiermee is de bescherming van archeologische waarden geborgd. In het kader van de omgevingsvergunning kan pas met de bouw van het plangebied begonnen worden mits met archeologisch onderzoek aangetoond is, dat er geen belemmeringen zijn

Blad 7 van 19

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling Rhijnkade fase 1 projectnummer 454242.100 31 januari 2022 revisie 04 VOF Oegstgeest aan de Rijn

geconstateerd. Er is een archeologisch onderzoek uitgevoerd, waarin wordt geadviseerd de gronden vrij te stellen van een archeologische onderzoeksplicht. Conclusie Effecten als gevolg van de bouw van de nieuwe woningen hebben voor wat betreft archeologie geen plangrensoverschrijdend karakter. De archeologische waarden zijn onderzocht. Bovendien is er een omgevingsvergunningsstelsel opgenomen. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat het plan niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema archeologie.

3.3

Landschap en cultuurhistorie In het plangebied zijn geen beschermde stads- of dorpsgezichten gelegen. Ook zijn in het plangebied geen monumenten aanwezig. Daarnaast is de cultuurhistorische kaart van de provincie Zuid-Holland geraadpleegd. De cultuurhistorische kaart geeft een overzicht van cultuurhistorische kenmerken en waarden in de provincie. Het is een overzicht op hoofdlijnen, bijvoorbeeld van waardevolle verkavelingspatronen, gebieden met een archeologische verwachtingswaarde of monumentale boerderijlinten. Op de kaart is het plangebied aanduid als Atlantikwall. De Atlantikwall is een linie van bunkers, tankmuren en -grachten die de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog langs de kust van Europa hebben aangelegd, van de Noordkaap tot aan de Golf van Biskaje. Op de CHS-kaart zijn zones globaal aangegeven waarin nog resten aanwezig zijn van deze Atlantikwall. Omdat niet voldoende bekend is over de staat van alle afzonderlijke verdedigingswerken zijn deze zones vooralsnog niet gewaardeerd. De bouw van deze linie heeft het Hollandse (duin)landschap ingrijpend veranderd en in latere perioden gezorgd voor ruimte in de stedenbouwkundige vernieuwing. Overblijfselen van dit erfgoed zijn nog langs de hele kust van Zuid-Holland terug te vinden: niet alleen in de vorm van afzonderlijk betonnen verdedigingswerken maar ook nog in de vorm van lijnstructuren (tankmuren en -grachten).

Ter plaatse van het plangebied zijn geen resten hiervan aanwezig. De Oude Rijn is aangeduid als historisch-landschappelijke lijn met een hoge waarde. Het profiel van de Oude Rijn wordt door het plan niet aangetast. Conclusie Er kan worden geconcludeerd dat het plan niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende de thema’s landschap en cultuurhistorie.

3.4

Water Ruimtelijke plannen moeten voorzien zijn van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Het waterschap kijkt of in een plan voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten van Rijk, provincies en gemeenten. Huidige situatie Algemeen Het plangebied ligt aan de westelijke rand van de gemeente Oegstgeest. Het wordt aan de westzijde begrensd door de Oude Rijn met aanliggend het stedelijk gebied van Valkenburg

Blad 8 van 19

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling Rhijnkade fase 1 projectnummer 454242.100 31 januari 2022 revisie 04 VOF Oegstgeest aan de Rijn

(gemeente Katwijk). Het plangebied ligt aan de oostzijde aan de Rhijnhofweg die grenst aan de geprojecteerde nieuw te graven Binnenrijn ten oosten waarvan het bedrijvenpark NieuwRhijngeest Zuid is gelegen. Ten noorden van het plangebied zijn twee woningen gesitueerd. Conform de legger van het waterschap geldt voor het plangebied geen peilbesluit. Bodem en grondwater Het bodemgebied ter plaatse bestaat uit zavel met een homogeen profiel. Ter plaatse is sprake van grondwatertrap IV. Dit betekent dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand meer dan 0,4 meter onder maaiveld en de gemiddelde laagste grondwaterstand varieert van 0,8 tot 1,2 m onder maaiveld. Waterkwantiteit Binnen het plangebied zijn watergangen aanwezig. Watersysteemkwaliteit en ecologie De Oude Rijn is aangewezen als KRW-waterlichaam. Aangezien het overige water binnen het plangebied aangesloten is op deze watergang heeft dit water ook een ecologische waarde. In de ecologieparagraaf wordt dit verder benoemd. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied is niet gelegen binnen kern- of beschermingszones van een primaire of regionale waterkering. Het plangebied grenst wel aan de Oude Rijn. Afvalwaterketen en riolering De aanwezige bebouwing in het plangebied is aangesloten op de gemengde riolering. Het oppervlaktewater wordt afgekoppeld op de Oude Rijn.

Toekomstige situatie In het kader van het vigerende bestemmingsplan is overleg gevoerd voor de watertoets en zijn afspraken gemaakt ten aanzien van de realisatie van water voor de nieuwe woningen en bijbehorende verhardingen. Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen is het uitgangspunt dat de waterhuishoudkundige situatie niet mag verslechteren. Dit betekent bijvoorbeeld dat de waterhuishouding kan worden verbeterd door het afkoppelen van schoon verhard oppervlak, hiermee wordt voorkomen dat schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Ook combinaties met andere functies zoals groen en recreatie liggen voor de hand. Daarnaast is het van belang om bij eventuele ontwikkeling diffuse verontreinigingen te voorkomen door het gebruik van duurzame, niet-uitloogbare materialen (geen zink, lood, koper en PAK's-houdende materialen), zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. De mogelijk gemaakte ontwikkelingen hebben geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Conclusie Er kan worden geconcludeerd, dat het plan niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema water.

3.5

Lucht Aanleg Het in te zetten materieel bij de ontwikkeling heeft een tijdelijke emissie naar de lucht. Daarnaast kan bij droge grond door verstuiving enige emissie van stof plaatsvinden. Gezien het feit dat de

Blad 9 van 19

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling Rhijnkade fase 1 projectnummer 454242.100 31 januari 2022 revisie 04 VOF Oegstgeest aan de Rijn

werkzaamheden plaatsvinden in een beperkt gebied en het tijdelijke karakter van de aanlegwerkzaamheden (en daarmee de emissies), worden de effecten op de luchtkwaliteit niet relevant (verwaarloosbaar) geacht. Gebruik Het initiatief beoogt de bouw van 20 woningen. Uit het luchtkwaliteitsonderzoek (NIBM-tool) dat in het kader van het bestemmingsplan uitgevoerd is, blijkt dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bij draagt aan de luchtkwaliteit. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Verder is gekeken naar de achtergrondconcentratie. Daarbij zijn Grootschalige concentratie-en depositiekaarten Nederland geraadpleegd. Gebleken is dat de drempelwaarde niet wordt overschreden. Conclusie Op basis van bovenstaande gegevens kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema lucht.

3.6

Licht Kunstmatige verlichting kan hinder geven. De hinder hangt af van de aard, intensiteit, duur en plaats van de verlichting, maar ook door de kans op blootstelling. Dit is afhankelijk van de omgeving en aan de leefwijze van mens en dier. Er zijn drie soorten effecten van kunstmatige verlichting te onderscheiden, namelijk hinder voor de mens, hinder/verstoring voor de natuur en horizonvervuiling. Aanleg Uitgangspunt is dat de aanlegwerkzaamheden overdag plaatsvinden. Alleen bij bijzondere omstandigheden kan het noodzakelijk zijn om ook ’s avonds of ’s nachts te werken. Het gaat hierbij om een kans op tijdelijke lichthinder veroorzaakt door het in te zetten materieel bij de ontwikkeling. Voor wat betreft tijdelijke lichthinder tijdens de aanlegfase geldt voor het aspect natuur dat het schijnsel van bouwlampen kan leiden tot verstoring van de mogelijke vlieg- en migratieroute voor onder andere water- en meervleermuis. Er wordt overdag gewerkt, waarbij geen bouwlampen nodig zijn. Mochten die nodig zijn, dan kan lichthinder worden voorkomen door deze lampen niet op de Oude Rijn te laten schijnen. Dit in overweging genomen kan gesteld worden dat er geen effect is te verwachten op de mogelijke vlieg- en migratieroute voor onder andere water- en meervleermuis.

Eventuele lichthinder vanwege tijdelijke verplichting bij de aanlegfase op mens, landschap en natuur is met de genoemde maatregelen niet aan de orde, mede gezien de ligging van het plan in een stedelijke omgeving waardoor de locatie van zichzelf al in redelijke mate verlicht is. Gebruik Het plangebied ligt in het westen van Oegstgeest, op de grens van de woonbebouwing. Dit gebied is van zichzelf in de nacht in zekere mate verlicht. De ontwikkeling in het plangebied mag geen lichtverstrooiing veroorzaken die de mogelijke vliegen migratieroute voor onder andere water- en meervleermuis negatief kunnen beïnvloeden. Indien daadwerkelijk vliegroutes van vleermuizen aanwezig zijn over de Oude Rijn en deze wordt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11299010/1