CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 bij RV d.d. 4 mei 2021 Zienswijze begroting Veiligheidsregio Hollands Midden 2022 Z-21-143242 Oegstgeest

Besluitvormende raadsbijeenkomst 3 juni 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Zienswijze31.640 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

ICT-aansluiting op de LMS (inclusief huisvestingsvraagstukken) De technische aansluiting van de GMK Den Haag op de infrastructuur van de LMS is voorzien in juli 2022. Dit is een project dat vanuit de LMS wordt aangestuurd. Het is niet ondenkbaar dat de aansluiting als consequentie heeft dat er verbouwingen moeten worden uitgevoerd in de meldkamer en een herinrichting moet plaatsvinden.

Beleids- en bestedingsplan LMS 2022 Het beleids- en bestedingsplan is o.a. voor de LMS de ‘opdracht’ vanuit het ministerie van J&V en de partijen die verantwoordelijk zijn voor de meldkamerfuncties Ambulancezorg, Brandweer, KMaR, Politie en Veiligheidsregio’s. Deze ‘opdracht’ komt tot stand door inbreng vanuit de disciplines zèlf, de directieteams van de meldkamerlocaties en het ministerie. De LMS heeft nu en de komende jaren veel omhanden, waarbij het om fundamentele zaken gaat. Daarbij valt te denken aan: ■ Het betrouwbaar werkend krijgen van het nieuwe C2000 netwerk en het in beheer nemen van de vernieuwde radiobediening, ■ Het realiseren, vernieuwen en borgen van een stabiel IV/ICT netwerk voor de meldkamers, waardoor het aansluit- en samenvoegingsproces voortgang kan vinden, ■ Het verder inrichten en op orde krijgen van het beheer (de zogenaamde ‘bouwplaats’) na de overdracht op 1 januari 2020 door de veiligheidsregio’s, ■ De (Cyber)beveiliging van de meldkamer IV/ICT, ■ De vernieuwing van GMS door NMS. Wettelijk is vastgelegd dat het Beleids- en bestedingsplan 2022 vóór 1 september 2021 moet worden vastgesteld door het Bestuurlijk Meldkamerberaad.

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

23

2.2 Programmataak Meldkamer

Er wordt onderscheid gemaakt in drie verschillende fases. ■ Stabiliseren (eind Q1-2021) Maatregelen die op de korte termijn uitgevoerd worden waarmee de grootste risico’s op uitval gemitigeerd worden en meldkamers stabiel kunnen aansluiten. ■ Optimaliseren (eind Q4-2021) Maatregelen voor de middellange termijn, gericht op het verbeteren van de infrastructuur. ■ Moderniseren (2022 en verder) Maatregelen voor de langere termijn, waarbij de architectuur wordt gemoderniseerd op basis van wat de meldkamerfunctie vraagt.

Project Overdracht werkgeverschap centralisten brandweermeldkamer Hollands Midden van politie naar Veiligheidsregio Haaglanden De Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) en de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) willen komen tot een gezamenlijke (en verbeterde) meldkamer voor de brandweer, onder éénhoofdige aansturing waarin ook het werkgeverschap is opgenomen. Voor de politie geldt dat de werkgeversrol voor niet-politiecentralisten (centralisten van de brandweermeldkamer Hollands Midden zijn in dienst bij de politie) het werk van leidinggevenden compliceert en voortdurend leidt tot onduidelijkheid over de positie van de medewerkers. Het huidige construct is mogelijk (gebleken), maar niet ideaal, vandaar dit project. Centralisten van de brandweermeldkamer Hollands Midden komen dan in dienst van de VRH (de centralisten van de brandweermeldkamer Haaglanden zijn in dienst bij de VRH), die als werkgever zal fungeren voor de brandweercentralisten van beide veiligheidsregio’s. Centralisten die in dienst blijven van de politie zullen politiewerk moeten gaan verrichten. Uitgangspunt voor de VRHM en de VRH is dat het werkgeverschap door de VRH wordt georganiseerd en dat de aansturing van de meldkamer Brandweer (MKB) een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid is voor beide veiligheidsregio’s.

Als dit uitgangspunt wordt gevolgd, zal geen sprake zijn van een beheerovereenkomst of een SLA zoals thans tussen VRHM en politie is opgesteld, maar van een convenant waarin deze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid (en bijvoorbeeld ook de verdeelsleutel voor de personeelskosten) geregeld wordt.

De overgang beperkt zich niet slechts tot het één op één overgaan van de brandweercentralisten naar de VRH, maar maakt onderdeel uit van een verbeterde organisatie inrichting van de MKB (Project Realisatie Toekomstbestendige meldkamerfunctie brandweer / veiligheidsregio). Daarin wordt dan ook aandacht besteed aan verbetering van de efficiency, aansluiting op de primaire processen van de brandweer van de VRHM en de VRH, ontwikkelingen rondom het Operationeel Centrum Brandweer (OCB), etc. De CaCo-rol wordt vanaf april 2021 24/7 ingevuld op de meldkamer binnen de meldkamer brandweer / veiligheidsregio.

2.2.5

Risico’s

Vanuit de politie wordt gesteld dat met het inwerking treden van het Overdrachtsdossier per 1 januari 2020 en de Wijzigingswet, voorzien op 1 juli 2020, de huidige SLA met een lumpsum voor alle kosten tussen VRHM en politie verdwijnt (de beheergelden gaan over naar de LMS). De bezetting van de brandweercentralisten voor Hollands Midden is al jaren (ook al ten tijde van de meldkamer aan de Rooseveltstraat) substantieel hoger dan de begrote formatie. De begroting is hierop nooit aangepast, Multidisciplinaire Intake (MDI) zou de oplossing (efficiency) hiervoor zijn geweest. E.e.a. betekent een substantiële, niet begrote, verhoging van ongeveer € 300.000. Gedurende de huidige beleidsplanperiode kan deze verhoging binnen het financieel kader, als gevolg van verwachte incidentele onderuitputting van kapitaallasten gedurende deze periode, worden opgevangen. Uitkomst van het Project Realisatie Toekomstbestendige meldkamerfunctie brandweer / veiligheidsregio kan dus consequenties hebben op het gebied van Personeel en Financiën. Met de VRH en de Politie-eenheid Den Haag wordt overleg gevoerd over de gewenste organisatie. Op basis hiervan kunnen de financiële consequenties worden bepaald.

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

24

2.2 Programmataak Meldkamer

Wij zijn een meldkamer van en voor de brandweer en veiligheidsregio

2.2 Programmataak Meldkamer

2.2.6

Raming van de baten en lasten Meldkamer

Meldkamer

Realisatie

Begroting

Begroting (in €)

(bedragen x € 1.000,00)

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Exploitatiebaten

-889

-886

-1.127.253

-1.127

-1.127

-1.127

Gemeentelijke bijdrage

-859

-886

-1.127.253

-1.127

-1.127

-1.127

Meerjarenramingen

Exploitatielasten

1.185

886

1.127.253

1.127

1.127

1.127

Salarislasten

1.185

886

1.127.253

1.127

1.127

1.127

296

-

-

-

-

-

Onttrekking reserves

-

-

-

-

-

Storting reserves

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Geraamde saldo baten en lasten

Geraamde resultaat

296

Toelichting op de cijfers De bijdrage van € 1.127.253 die de VRHM betaalt aan de Meldkamer is specifieke gerelateerd aan de salarislasten van dat deel van de Meldkamer functionerend ten behoeve van de Brandweer Hollands Midden. De stijging in de lasten van € 249.000 ten opzichte van het jaar 2021 wordt veroorzaakt door het inwerking treden van het Overdrachtsdossier per 1 januari 2020 en de Wijzigingswet per 1 juli 2020. De onderliggende SLA zal hierop worden aangepast, hetgeen deze stijging veroorzaakt.

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

25

2.3 Programmataak Risico -en Crisisbeheersing

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

26

Ingrid Nieuwenhuis en Leendert Klok / Risicobeheersing en Crisisbeheersing

‘Informatiepositie op orde houden’ ‘Cyclisch werken’ Ingrid: “Die informatiepositie op orde hebben, is nog niet eenvoudig. Zo zijn we er goed in om in onze eigen kolommen informatie te delen, maar tussen de kolommen is dat nog niet altijd vanzelfsprekend. De uitdaging is dat we meer cyclisch gaan werken. Dat – om maar wat te noemen - Risicobeheersing en Brandweerzorg structureel ervaringen delen om zo het risicomanagement te versterken. Dat is een ongoing process, nodig om nog meer naar de voorkant te komen.”

‘Data-opbouw belangrijk’

‘Risico’s kennen en duiden’ Ingrid: “Klimaatadaptatie en de energietransitie zijn voor mij belangrijke thema’s, de komende jaren. Zo brengen nieuwe energievormen, zowel qua winning als opslag, nieuwe risico’s met zich mee. Aan ons de taak die risico’s te kennen, te duiden en te vertalen naar adviezen aan de voorkant. Maar ook om burgers handelingsperspectieven te geven. Ook is het aan ons om de uitruk duidelijk te maken wat er moet gebeuren als er onverhoopt toch iets mis gaat.”

‘Analytische blik’ Leendert: “Cyberincidenten kunnen de oorzaak zijn van een groot aantal andere risico’s en hebben vaak gevolgen voor zowel veiligheid als continuïteit. Daarnaast neemt de afhankelijkheid van digitale systemen steeds meer toe. Immers, als het gas uitvalt ontstaan er in de samenleving allerlei problemen in bedrijfsprocessen, wat automatisch weer tot veiligheidsproblemen leidt. Ook hierbij is het belangrijk dat we onze informatiepositie op orde hebben, zodat we weten wat de risico’s zijn en hoe te anticiperen. Het vraagt bovendien om een analytische blik.”

Leendert: “Wat ons gaat helpen is dat we een Calamiteitencoördinator op de Meldkamer hebben die een monitorende rol kan vervullen. Verder is het nodig dat we onze partners steeds kritisch blijven bevragen. Andere belangrijke bronnen zijn de politiesystemen en LCMS waarin we bijhouden welke evenementen er zijn. En via de mailbox van het ROT krijgen we informatie van de landelijke overheid.” Ingrid: “Ook data-opbouw is belangrijk, omdat we niet op ons buikgevoel willen afgaan: waar komen incidenten voor en wat leren we ervan? Daar gaan we komende jaren nog meer werk van maken.”

‘Rol in koude fase’ Leendert: “Een blijvende zoektocht is de vraag welke rol we precies in de koude fase moeten spelen en wanner we dus een stapje naar voren zetten. Neem de boerenprotesten: we zagen ze aankomen, maar hadden geen idee hoe groot ze zouden worden. Door van tevoren scenario’s uit te werken kunnen wij daar onze rol pakken. Daar gaan we komende periode verder over nadenken.”

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

27

2.3 Programmataak Risico- en Crisisbeheersing Wat doen we

2.3.3

De uitvoering van de taak risico- en crisisbeheersing is ondergebracht bij de sector Risico- en Crisisbeheersing van de veiligheidsregio, onder de ambtelijke verantwoordelijkheid van de directeur Risico- en Crisisbeheersing. De ambtelijke eindverantwoordelijkheid is belegd bij de directeur Veiligheidsregio / commandant Brandweer. Binnen de sector zijn de volgende taken/bedrijfsprocessen ondergebracht: ■ Het  uitvoeren van risicoanalyses over fysieke veiligheid in de openbare ruimte (risicoduiding, actueel regionaal risicobeeld). ■ Het  opstellen van adviezen voor de vergunningverlening en handhaving gericht op de fysieke veiligheid (risicoadvisering omgevingsvisies en -plannen, evenementenveiligheid, externe veiligheid, brandveiligheid). ■ Het  uitvoeren van toezicht gericht op fysieke veiligheid. ■ Het  coördineren en uitvoeren van de externe communicatie met burgers en bedrijven over risico’s en handelingsperspectief ten tijde van branden, incidenten of bij dreiging (risicocommunicatie, Veilig Leven: voorlichting, informatie en advies, nazorg). ■ Het  voorbereiden van de multidisciplinaire samenwerking/ crisisorganisatie op een (dreiging op een) grootschalig incident door planvorming, opleidingen, trainingen en oefeningen: crisisbeheersing.

■ Het  inzetten van de multidisciplinaire samenwerking/crisisorganisatie door coördinatie en leiding van een (dreiging op een) grootschalig incident, inclusief informatiemanagement, de risico- en crisiscommunicatie aan burgers en crisisfaciliteiten (vergaderruimtes, voertuigen). ■ H  et evalueren van een brand/crisis/ramp (brandonderzoek en  inzetevaluaties).

Wat gaan we verbeteren

Het interne sector ontwikkeltraject Expeditie RCB is in 2021 voortgezet en gekoppeld aan het organisatie brede ontwikkeltraject Samen verder. Dit zal ook in 2022 doorlopen. Met Toezicht hebben we in 2021 producten en diensten ontwikkeld die aansluiten op het bevorderen van zelfredzaamheid en het stimuleren van brandveilig gedrag. Hiermee sluiten we ook met Toezicht aan bij het in het Regionaal Beleidsplan doel ‘bevorderen van de zelfredzaamheid en risicogroep benadering’. Daarnaast is in 2021 de nieuwe vorm van Toezicht verfijnd en de ‘norm’ geworden (meer collectief dan individueel, van toezicht moment naar contactmoment). We zullen hier als Toezicht in 2022 de vruchten van kunnen plukken, hoewel evaluatie van aanpak altijd nodig blijft. De nieuwe vorm van Toezicht vraagt een andere manier van communiceren, denk bijvoorbeeld aan risicogroep gerichte communicatiecampagnes. Waterveiligheid is in 2021 verbreed naar het programma Klimaatadaptatie. Ook zijn de cascade effecten van overstromingen in 2021 zowel voor onze regio als bovenregionaal in kaart gebracht. Er is bovendien een start gemaakt met het herijken van planvorming en OTO-activiteiten. Risicoadvisering neemt klimaatrisico’s (overstromingen, droogte, hitte, extreme wateroverlast) standaard mee in de advisering.

In 2022 zal de focus liggen op het verder aanvullen van concrete planvorming en de voorbereiding van een grootschalig OTO- oefening binnen het Samenwerkingsverband Coördinatie Overstroming Randstad (SCOR). De samenwerking met de cultureel erfgoedsector is in 2021 opgestart (risico’s in beeld brengen, bij operationeel optreden aandacht voor nevenschade) en zal in 2022 versterkt worden. In 2021 is de registratie van de vakbekwaamheid van crisisfunctionarissen versterkt, dit loopt door in 2022.

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

28

2.3 Programmataak Risico -en Crisisbeheersing

2.3.2

Wij versterken het risicomanagement In de afgelopen jaren zijn wij meer risicogericht gaan werken. Wij hebben dit vooral gedaan op de afzonderlijke onderdelen binnen de veiligheidsketen (pro-actie, preventie, preparatie, repressie en nazorg). Risicomanagement is echter nadrukkelijk een cyclus proces. We willen daarom graag een meer solide samenhang tussen de verschillende veiligheidsketens vormgeven om onze operationele slagkracht verder te versterken. Dit past goed bij de aanbevelingen vanuit de evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s waarin dit ook als aanbeveling is genoemd. In 2021 is door middel van concrete projecten extra impuls gegeven aan het uitvoeren van de cyclus. Hier zal in 2022, samen met onze partners, verder mee worden gegaan.

Wij moderniseren onze crisisorganisatie De crisistypen waarmee wij geconfronteerd worden veranderen. We zien hierbij een verschuiving van de klassieke fysieke veiligheidsvraagstukken naar crisissituaties waarbij de continuïteit van de samenleving in het geding is. Onze crisisorganisatie wordt breder ingezet. Deze nieuwe crisistypen vereisen dat onze crisisorganisatie eerder in positie is (zelf startend vermogen), zodat wij eerder onze maatregelen kunnen nemen en ook gemeenten, partners en burgers tijdig kunnen informeren.

Hierin slagen wij in als: ■  de crisisorganisatie slagvaardig en gezaghebbend inzetbaar is bij nieuwe crisistypen, ook in een niet-opgeschaalde situatie. ■  onze sterke informatiepositie wordt ingezet als ‘startmotor’ om in de lauwe fase (opstartfase naar mogelijke crisis) gemeenten, burgers en partners tijdig te attenderen, te alerteren en hierop samen te anticiperen (permanente radarfunctie). ■  we een vakbekwaamheidsprogramma (OTO) aanbieden dat past bij een moderne crisisorganisatie en aansluit bij de behoeften van de hoofdstructuur en de crisisfunctionarissen daarbinnen. In 2021 hebben we, samen met onze nauwe partners als GHOR en Politie, een plan van aanpak opgesteld hoe we invulling gaan geven aan de modernisering van de crisisorganisatie. Op de onderdelen waar we snel resultaat kunnen halen, zijn deze in 2021 ook al uitgevoerd. Over de vraagstukken waar meer denk- en uitzoekwerk voor nodig is maken we in 2021 een start en gaan we in 2022 mee verder. Uiteraard nemen we hier de review resultaten van de aanpak van de corona crisis en het evaluatierapport van de Wet veiligheidsregio’s in mee Eén van de onderdelen waarop snel en redelijk makkelijk resultaat kan worden geboekt is het verbeteren van de informatiepositie van de veiligheidsregio (2021) .

Tegelijkertijd nemen we wat meer tijd om goed na te denken over hoe en wanneer de veiligheidsregio het bestuur adviseert in de koude en lauwe fase. De vier thema’s uit het regionaal risicoprofiel zijn verwerkt in het OTO-programma. Er vindt doorontwikkeling plaats van de individuele vakbekwaamheid door het aanbieden van o.a. leerdoelgesprekken en de registratie van de vakbekwaamheid. Ook beoefenen we de werkwijze van de crisisorganisatie in de lauwe fase. De website hollandsmiddenveilig.nl is inmiddels zodanig ingericht dat crisiscommunicatie zowel in de lauwe als warme situatie mogelijk is. De website zal op basis van de ervaringen in zowel de lauwe als warme fase verder ontwikkeld worden in 2022.

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

29

2.3 Programmataak Risico -en Crisisbeheersing

2.3.4 Wat gaan we oppakken

2.3.5

Nieuwe ontwikkelingen

Onlangs is het evaluatierapport van de Wet veiligheidsregio’s verschenen. Het rapport omtrent de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s biedt handvatten voor de verder ontwikkeling van risico -en crisisbeheersing. De aandachtspunten die hieruit volgen zijn:

■  Crisisbeheersing (risicoanalyse, preparatie, respons en herstel) flexibel vormgeven afhankelijk van de aard en omvang van specifieke risico’s en crises. ■  Crisisbeheersing inrichten als cyclisch proces dat risicoanalyse, preparatie, respons en herstel omvat en waarvoor alle bij de crisisbeheersing betrokken partners gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen. ■  Crisisbeheersing vormgeven via netwerksamenwerking.

■  Organisaties in de zorg zelf primair verantwoordelijk te maken voor

de coördinatie van opgeschaalde geneeskundige hulpverlening. De algemeen besturen van de veiligheidsregio’s verantwoordelijk te maken voor de regie op dit proces. ■  De verantwoordelijkheid voor de regie op bevolkingszorg te beleggen bij de algemeen besturen van de veiligheidsregio’s. ■  Crisiscommunicatie te beschouwen als eigenstandig proces onder verantwoordelijkheid van gemeenten. De algemeen besturen van de veiligheidsregio’s verantwoordelijk te maken voor de regie op dit proces. Het is goed om te zien dat een aantal aanbevelingen van deze onderzoekscommissie al eerder door onze veiligheidsregio als beleidsthema’s zijn benoemd. Denk aan het versterken van het risicomanagement, het moderniseren van de crisisorganisatie en het verbeteren van de informatiepositie. De evaluatie geeft dan ook een positieve impuls aan de beleidsdoelstellingen van VRHM maar zal zeker ook in 2022 nog nadere aandacht vragen. Hierin zullen we nadrukkelijk samen met onze primaire partners zoals Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing, GHOR en politie optrekken. Tenslotte willen we aangeven dat de coronacrisis er voor gezorgd heeft dat ook binnen de veiligheidsregio het werk, vergaderingen en OTO momenten meer digitaal zijn gaan plaatsvinden. Dat zal naar verwachting ook na de coronacrisis zo blijven.

2.3.6

Risico’s

De evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s concludeert dat het noodzakelijk is om de Wvr te vernieuwen. Grensoverschrijdende samenwerking is nodig gezien het steeds ingewikkelder worden van crises. Gezien het controversieel verklaren door de Tweede Kamer van dit onderwerp zal nadere behandeling van het rapport gaan plaatsvinden na de vorming van een nieuw kabinet.

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

30

2.3 Programmataak Risico -en Crisisbeheersing

Binnen het project ‘toekomstige bluswatervoorziening’ zijn in 2021 de deelprojecten configuratie brandkranen en convenanten afgerond. De pilot/deelproject WTS500 voertuigen is opgepakt door de sector brandweerzorg. In 2022 wordt het project volgens planning vervolgd. Tenslotte willen we bij dit hoofdstuk opmerken dat de sector RCB ook nadrukkelijk betrokken is bij het behalen van de doelstellingen zoals genoemd in het algemene deel van het Regionaal Beleidsplan. Hiervoor verwijzen we naar paragraaf 2.1 Programmaplan Fysieke Veiligheid.

2.3.7

Ook nieuwe inzichten vanuit regionaal risicoprofiel, brandonderzoek en multi-inzetevaluatie moeten worden betrokken bij onze advisering op dit thema. Het herijken van onze afspraken op basis van de introductie van de Omgevingswet kent zodoende onzekerheden die momenteel in deze begroting nog niet nader kunnen worden geduid.

Raming van de baten en lasten Risico- en Crisisbeheersing

Risico -en Crisisbeheersing (bedragen x € 1.000,00)

Realisatie

Begroting

Begroting (in €)

2020

2021

2022

Meerjarenramingen 2023

2024

2025

Exploitatielasten

4.844

5.388

5.390.070

5.390

5.390

5.390

Salarislasten

4.383

4.727

4.715.150

4.715

4.715

4.715

Opleiden en oefenen

-

275

-

-

-

-

461

386

674.920

675

675

675

4.844

5.388

5.390.070

5.390

5.390

5.390

Onttrekking reserves

-

-

-

-

-

-

Storting reserves

-

-

-

-

-

-

4.844

5.388

5.390.070

5.390

5.390

5.390

Overige lasten Geraamde saldo baten en lasten

Geraamde resultaat

Het expliciet toerekenen van baten aan de programmataak Risico- en Crisisbeheersing binnen het Programma Fysieke Veiligheid is achterwege gelaten in verband met de zeer nauwe verwevenheid van de programmataak Brandweerzorg. ■  In 2021 zijn de Impulsgelden omgevingsveiligheid komen te vervallen, deze zijn in de begroting 2022 niet verder opgenomen en worden intern gecompenseerd. ■  De in 2021 ontwikkelde website hollandsmiddenveilig.nl is grotendeels operationeel en in 2022 zal verder worden gewerkt aan het verfijnen en verbeteren van de website. ■  De introductie van de Omgevingswet laat nogmaals op zich wachten, ter realisatie van onze daarin veranderende rol blijven wij investeren in de ontwikkeling van ons personeel. ■  De operationele voorbereiding RijnlandRoute leidt in 2021 tot een e-learning programma. De provincie Zuid-Holland is hierbij bereid gevonden om dit project mede te financieren voor een maximum bedrag van € 100.000,-. Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

31

2.3 Programmataak Risico -en Crisisbeheersing

De impact van de politieke besluitvorming op dit dossier is momenteel nog te onduidelijk om hier de consequenties nader te kunnen bepalen.De meerjarige invoering van de Omgevingswet (2022-2029) herbergt voor de toekomst nog een aantal onbekende factoren.

2.4 Programmataak GHOR

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

32

Claire Verhaar / GHOR Hollands Midden

‘We komen meer aan de voorkant’ ‘Met elkaar in gesprek’ “Waar we voorheen aan initiatiefnemers standaard veel maatregelen oplegden, als een soort afvinklijstje, gaan we steeds meer adviseren op basis van de risico’s die wij zien. Dat vergt een andere manier van werken. We gaan meer met elkaar in gesprek. Daarvoor is het uiteraard nodig dat ik al aan de voorkant kan meekijken. In de planvormfase van nieuwe ontwikkelingen schuif ik aan om te adviseren en waar nodig bij te sturen. Ik kijk dan uiteraard ook door de bril van onze zorgpartners: wat betekent dit plan voor de RAV of voor onze ziekenhuizen? Ook breng ik mogelijke keteneffecten in kaart: als jij iets niet doet, wat heeft dat dan voor effect op anderen?”

‘Meer aan de voorkant’

‘Vernieuwing’ “Een verkenning en vernieuwing van risico- en crisisbeheersing én in kaart brengen wat dat voor het zorgnetwerk en voor ons betekent: dat is het hoofddoel van de GHOR voor 2022. Meer aan de voorkant komen is één van de aspecten van die beoogde vernieuwing.”

‘Geneeskundige adviezen’ “Het is mijn taak om geneeskundige adviezen te geven rondom risicovolle evenementen in de regio. Namens de GGD kijk ik bovendien naar de technische hygiënezorg: zijn er voldoende toiletten? En namens de RAV kijk ik naar de bereikbaarheid van het evenemententerrein: kunnen ambulances hun werk doen? Daarnaast geef ik adviezen rondom infrastructurele vraagstukken. Bij veranderingen van bestemmingsplannen, bijvoorbeeld als een kantoor een woningbestemming wordt of omtrent de verbreding van de A4. Ik doe dat namens de witte kolom.”

“De nieuwe Omgevingswet komt eraan. En die maakt het nog belangrijker dat wij meer aan de voorkant komen. Met die wet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Zodat het straks bijvoorbeeld makkelijker is om bouwprojecten te starten. Daarbij spreekt de wet over initiatieftafels, waar op strategisch niveau wordt onderzocht of bepaalde ontwikkelingen wel of niet passend zijn. Ook zijn er zogenaamde mutitafels met belanghebbenden. GHOR gaat ervoor zorgen dat wij telkens aanschuiven om al vroeg ons perspectief in te kunnen brengen.”

‘Minder slachtoffers’ “In feite zijn wij bij de GHOR informatiemakelaars, met als belangrijke taak betrokkenen zo goed mogelijk te informeren over mogelijke risico’s. Zodat zij vervolgens zelf beargumenteerd kunnen kiezen hoe zij zich daarop voorbereiden. Het beoogde maatschappelijke effect is minder slachtoffers, een groter veiligheidsgevoel en – als het dan toch mis gaat - voldoende beschikbaarheid van toegankelijke en passende zorg.”

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

33

2.4 Programmataak GHOR Wat doen we

Wij verbinden Organisaties en netwerken in zorg, veiligheid en bestuur zijn verschillende werelden. Het is onze taak deze werelden te kennen en deze op elkaar te laten aansluiten. Dat doen wij door netwerksamenwerking. Hierin hebben wij aandacht voor inhoud, en ook voor onderliggende processen, dilemma’s, belangen, verwachtingen en conflicten van organisaties en personen in deze netwerken. Onze netwerken zijn dynamisch; afhankelijk van het onderwerp gaan wij nieuwe relaties met belanghebbende organisaties aan en investeren hierin. Wij netwerken vanuit het overstijgend belang en een gezamenlijke ambitie. Wij begrijpen dat keteneffecten optreden als één van de partners niet mee kan gaan in de samenwerking. Onze netwerksamenwerking heeft een stevige basis. Wij onderhouden individuele relaties door periodieke gesprekken met crisisfunctionarissen in het zorgnetwerk en door deel te nemen aan georganiseerde overleggen in de zorgketen waaronder het Regionaal Overleg Acute Zorg regio West. Wij organiseren netwerkbijeenkomsten waarbij wij de verbinding in samenwerking en inhoud zoeken.

Wij brengen informatie samen; wij organiseren regie Samenwerking en ieders taken zijn vastgelegd in overeenkomsten tussen de veiligheidsregio en zorgpartners. Wij onderhouden deze schriftelijke afspraken. Onze focus ligt op het bevorderen van de consistentie tussen de crisisvoorbereiding en -beheersing van de zorgpartners en de algemene crisisstructuur van de veiligheidsregio. Wij willen informatie hierover samenbrengen.

Crisisplannen van zorgpartners laten wij aansluiten op de operationele voorbereidingen van de veiligheidsregio. Wij bevorderen dat crisisfunctionarissen van zorgpartners samen met crisisfunctionarissen GHOR c.q. VRHM blijven leren. Wij hebben een crisisorganisatie GHOR die paraat en vakbekwaam is. Deze crisisorganisatie monitort en signaleert in crisissituaties knelpunten en dilemma’s in het zorgnetwerk en de veiligheidsregio en gevolgen ervan voor de regie op de geneeskundige hulpverlening. Voor 24/7 bereikbaarheid van crisisfunctionarissen van de zorginstellingen gebruiken wij GHOR4all met gegevens over alle zorginstellingen.

Wij adviseren Op het gebied van veiligheid en zorg maken wij de vertaling wat crises betekenen voor zorgcontinuïteit, zelfredzaamheid en fysieke veiligheid. Naar de veiligheidsregio adviseren wij over gezondheidskundige aspecten van omgevingsvisies en -plannen, evenementenveiligheid en fysieke veiligheid. Op het gebied van risico- en crisisbeheersing adviseren wij naar het zorgnetwerk en naar gemeenten samen met politie en brandweer. Wij geven hiermee invulling aan onze rol van adviseur met een overall blik op veiligheid, zorg, bestuur en bevoegd gezag. Wij leveren onze bijdragen en adviezen aan de multidisciplinaire werkgroepen van de veiligheidsregio op het gebied van risicobeheersing, evenementenveiligheid, planvorming, informatiemanagement, risicocommunicatie, strategie en beleid, en opleiden, trainen en oefenen

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

34

2.4 Programmataak GHOR

2.4.2

2.4.3

Wat gaan we verbeteren

Wij verbinden Het evaluatierapport Wet veiligheidsregio’s constateert een overlap van taken tussen veiligheidsregio, GGD, het Netwerk Acute Zorg en het overleg niet-acute zorg. Deze overlap is ook gebleken uit tussenevaluaties van de coronacrisis van de veiligheidsregio en het IFV. Zichtbaarheid en positie van GHOR zijn niet altijd duidelijk. Wij willen de meerwaarde in onze netwerken duiden. Wij willen bereiken dat partners weten waar wij wel van zijn, wat onze meerwaarde is en wat zij van ons kunnen verwachten. Samen met GHOR Haaglanden willen wij onze positie duiden in het Netwerk Acute Zorg West. Wat gehandhaafd zal blijven is onze verbindende rol in deze netwerken gericht op de organisatie van de regie op de geneeskundige hulpverlening.

Wij willen in de netwerksamenwerking meer aandacht geven aan onderliggende mechanismen, dilemma’s en conflicten en deze juist belichten. Wat maakt dat de samenwerking met andere partijen al dan niet soepel verloopt? Welke factoren bevorderen of belemmeren de coördinatie en communicatie in crisissituaties?

Samenbrengen van informatie: wij organiseren regie Het evaluatierapport Wet veiligheidsregio’s adviseert een wijziging van deze wet in een Wet crisisbeheersing en brandweerzorg. De uitwerking in wetgeving over de geneeskundige hulpverlening in de veiligheidsregio zal gevolgen hebben voor de huidige schriftelijke afspraken tussen de veiligheidsregio en de zorgpartners over samenwerking en ieders taken in de geneeskundige hulpverlening. Wij ondersteunen in het actualiseren van deze schriftelijke afspraken. Wij zijn altijd op zoek hoe wij risico- en crisisbeheersing van het zorgnetwerk en de aansluiting ervan op de crisisorganisatie van de veiligheidsregio kunnen versterken. En omgekeerd: hoe wij de voorbereiding van de veiligheidsregio kunnen versterken. Concreet willen wij het zorgnetwerk bewust maken van risico’s uit het risicoprofiel en nieuw ontstane risico’s en bevorderen dat zij maatregelen nemen om het effect van risico’s te beperken. Wij willen inventariseren: wat leeft er, welke knelpunten zijn er, welke informatiebehoefte is in het zorgnetwerk het grootst? Wij maken afspraken met organisaties die beschikken over relevante gegevens (bij een inzet) van individuele en groepen verminderd zelfredzame burgers in de regio.

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

35

2.4 Programmataak GHOR

Prestaties: ■ >95% aan GHOR gevraagde adviezen over evenementenveiligheid zijn binnen 10 werkdagen verstrekt. ■  >90% van GHOR-crisisfunctionarissen is op 31-12-2022 opgeleid, getraind en geoefend volgens de GHOR-jaarplanning 2022 OTO dat is afgestemd op het jaarplan 2022 VRHM OTO. ■  >95% van het totaalaantal gealarmeerde crisisfunctionarissen GHOR bij GRIP-inzetten (vanaf GRIP 1) voldoen aan vastgestelde verplichte opkomsttijden. ■ Alle GRIP-inzetten zijn door ons geanalyseerd.

2.4.4 Door onze inzet voor de COVID-19 crisis in 2020 en 2021 verschuift het doel uit de begroting 2021 naar 2022: wij willen in 2022 een GHOR beleid voor informatieveiligheid opstellen. Onze ambitie is het GHOR informatieveiligheid op landelijk niveau te brengen.

Adviseren Wij willen meer data verzamelen en analyseren dat ons ondersteunt in de onderbouwing van beleid en nemen van maatregelen. Nog te vaak adviseren wij bijvoorbeeld aan organisatoren van evenementen op basis van landelijke regels, die te weinig gebaseerd zijn op data-analyses. Omdat wij een kleine organisatie zijn, maken wij hiervoor landelijke en bovenregionale afspraken. Data onderbouwing moet ons zo helpen de goede dingen te doen, zowel in de voorbereiding als bij een inzet. Om de rol van bewust, bekwaam en betrouwbaar GHOR-adviseur goed te vervullen, willen wij competenties in kaart brengen, zoals netwerkvaardigheid, overtuigingskracht, omgevingsbewustzijn, samenwerken, creativiteit, communicatieve vaardigheden en politiekbestuurlijke sensitiviteit. Prestaties: ■  Actuele schriftelijke afspraken tussen zorgpartners en veiligheidsregio over samenwerking op het gebied van geneeskundige hulpverlening en voorbereiding op continuïteit van zorg. ■  Bekendheid bij crisisfunctionarissen van zorgpartners over rol en taken van GHOR, GGD en veiligheidsregio. ■  Ontwikkelafspraken zijn gemaakt om te voldoen aan de adviescompetenties van GHOR-adviseurs.

Wat gaan we oppakken

Vernieuwen informatiedeling Samenbrengen van informatie: wij organiseren regie Wij zetten ons in voor het versterken en het vernieuwen van de informatiedeling tussen de zorgketen en de crisisorganisatie van de veiligheidsregio in de lauwe en warme fase. Het gaat om snelle toegang tot informatie om de zorgketen beter te kunnen laten samenwerken in een crisisorganisatie en met veiligheidspartners. Wij bevorderen het netcentrisch samenwerken binnen het zorgnetwerk in de regio Hollands Midden en acteren op een gedeeld en actueel geneeskundig beeld. Wij trekken samen op met GHOR-regio Haaglanden en de daar gevestigde zorgorganisaties. Wij willen inventariseren: welke informatiebehoefte is in het zorgnetwerk nu het grootst? Ook in een niet-opgeschaalde situatie. Voor deze radarfunctie voor mogelijke crises blijven wij samen met onze partners op zoek naar flexibele en efficiënte werkwijzen. Wij willen leren van ervaringen uit andere regio’s en van onze partners en deze omzetten in informatie en adviezen aan het zorgnetwerk. Wij willen inzicht krijgen in de rol en de belasting van de crisisfunctionarissen GHOR, zowel in de warme fase als in de koude fase nu netcentrisch samenwerken in de zorgsector in de regio zijn vorm krijgt. Prestaties: ■  Inventarisatie bekendheid en ervaringen zorgnetwerk met het netcentrisch samenwerken.

■  Tussenevaluatie introductieproces netcentrisch samenwerken in het zorgnetwerk: volgen wij de juiste aanpak?

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

36

Nu wij gestart zijn met de aansluiting van het zorgnetwerk op LCMSgeneeskundige zorg, het landelijke crisismanagementsysteem, willen wij verkennen wat vernieuwing van risico- en crisisbeheersing voor ons betekent. Wij sluiten hiervoor aan bij de aandachtspunten uit het regionaal beleidsplan en het kabinetstandpunt van 3 februari 2021 op de aanbevelingen van de evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s.

Prestaties: ■  Met zorgpartners is verkend wat nieuwe risico’s voor hen zijn, welke maatregelen mogelijk zijn en wat wij van elkaar kunnen leren.

Wat betekent risico- en crisisbeheersing als cyclisch proces voor onze netwerkpartners in de zorg? In dit proces benaderen wij risico’s vanuit hun verwevenheid met elkaar en samen onderzoeken wij wat dit inhoudt voor het leveren van toegankelijke en bereikbare passende zorg bij crises. Samen met de veiligheidsregio en onze zorgpartners willen wij verkennen wat deze zogenaamde all hazard benadering betekent voor de risico’s uit het regionaal risicoprofiel. Is er overlap met de risico’s die onze zorgpartners zien voor hun eigen zorgorganisatie? Welke risico’s zien zij in hun directe omgeving en zijn zij daarop voorbereid? Wat kunnen zij zelf aan deze risico’s gaan doen en waar kunnen we van elkaar leren? Nieuwe aandachtsgebieden voor de veiligheidsregio zijn de ontwikkeling van energietransitie en klimaatadaptatie. Welke geneeskundige (fysieke) risico’s ontstaan hierbij? Wij willen bijdragen aan het ontsluiten van kennis om burgers, hulpverleners en zorgpartners om hen bewust te maken van deze risico’s.

een crises nog extra inzet van wordt gevraagd, kunnen dilemma’s geven voor regionale zorgcontinuïteit en ketensamenwerking. Aan ons de taak om met onze partners aandacht te blijven houden voor opgeschaalde zorg en regionale continuïteit van zorg. ■  De evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s vindt dat de zorgsector goed in staat is zichzelf te organiseren. De commissie adviseert om uit te gaan van de eigen verantwoordelijkheid van de zorgsector voor crisisbeheersing. Daarbij adviseert de commissie dat de veiligheidsregio een regisserende taak krijgt voor geneeskundige hulpverlening. Met regie wordt bedoeld het bevorderen van consistentie tussen de crisisvoorbereiding en -beheersing van partners en het samenbrengen van informatie daarover. Een separate GHORorganisatie is niet nodig volgens de evaluatiecommissie. Indien het advies van de evaluatiecommissie door het kabinet wordt overgenomen, ontstaat het risico van verlies van specialistische netwerkkennis, nodig voor aansluiting van de crisisbeheersing van de veiligheidsregio op die van het zorgnetwerk. ■  Een langdurig incident of crisis zoals bijvoorbeeld de corona pandemie en/of gelijktijdige incidenten leggen een zware druk op de GHOR-crisisorganisatie, die vooral bestaat uit bureaumedewerkers.

Ook gelijktijdige uitstroom en/of langdurig zieken bij GHOR kan leiden tot verlies van specialistische dossierkennis en discontinuïteit in relatiemanagement in het GHOR-netwerk. Externe inhuur ter ondersteuning van de GHOR zal leiden tot niet begrote kosten in de begroting GHOR.

Een bijzonder aandachtspunt is cybersecurity: wat betekent cybersecurity voor de hele keten, als er sprake is van opgeschaalde situaties? De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen is al langer bezig met dit onderwerp. De NVZ zet zich in voor een brede samenwerking tussen ziekenhuizen, zorgaanbieders en verzekeraars en is medeoprichter van het expertisecentrum op het gebied van cybersecurity in de zorg en ondersteunt zorgverleners op het moment dat ze worden getroffen door een incident. Voor de veiligheidsregio is cybersecurity nog een relatief nieuw vraagstuk, waar wij samen antwoorden op kunnen vinden.

2.4.5

Risico’s

■  De toenemende zorgdruk en -zwaarte in de zorgketen, waar tijdens

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

37

2.4 Programmataak GHOR

Verkenning vernieuwing risico- en crisisbeheersing

2.4.6

Raming van de baten en lasten GHOR Realisatie Begroting Begroting (in €)

Meerjarenramingen

(bedragen x € 1.000,00)

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Exploitatiebaten

-1.976

-2.229

-2.256.100

-2.257

-2.257

-2.257

Gemeentelijke bijdrage

-2.097

-2.224

-2.253.600

-2.254

-2.254

-2.254

121

-5

-2.500

-3

-3

-3

Derden Exploitatielasten

1.876

2.249

2.296.100

2.297

2.257

2.257

Salarislasten

1180

1.370

1.395.200

1.395

1.395

1.395

Overige personele lasten

243

254

247.000

247

239

239

Kapitaallasten

49

30

73.000

73

73

73

Huisvesting

47

51

48.600

49

49

49

Overige lasten

357

544

532.300

533

501

501

Geraamde saldo baten en lasten

-100

20

40.000

40

-

-

Onttrekking reserves

-28

-20

-40.000

-40

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Storting reserves Geraamde resultaat

-128

-

In de realisatie 2020 heeft RDOG Hollands Midden de verrekening met het Rijk verwerkt van het positief effect van het programma GHOR van de COVID-19-inzet met de verplichte opgave aan VWS van de door RDOG hiervoor gemaakte kosten. Het positief effect was € 135.000. Het COVID-19-effect is voornamelijk veroorzaakt door een beperkte uitvoering en deels in een andere opzet van het GHOR jaarprogramma 2020 opleiden, trainen en oefenen. Het positief resultaat van € 100.000 in 2020 wordt vnl. veroorzaakt door het niet invullen van vacatures in 2020. Voor de programmataak GHOR (onderdeel van de begroting RDOG Hollands Midden) is een gewogen indexering van 1,34% t.o.v. 2021 gehanteerd, gebaseerd op de verhouding bij de RDOG Hollands Midden van 80% personele kosten en 20% overige kosten. In het algemeen bestuur RDOG Hollands Midden van 9 december 2020 is deze indexering vastgesteld. In het algemeen bestuur RDOG Hollands Midden van 7 april 2021 worden de uitgangspunten voor de begroting 2022 RDOG Hollands Midden vastgesteld.

De onttrekking uit de bestemmingsreserve Instroom nieuwe OvDG’en - bedoeld voor de initiële kosten van werving, selectie, opleiding en training van nieuwe crisisfunctionarissen GHOR - bedraagt in 2022 € 40.000. In 2022 en 2023 wordt een verwachte uitstroom van 6 van 14 beschikbare en vakbekwame Officieren van Dienst Geneeskundig (OvDG’en) verwacht. In de overige lasten in 2022 en in de meerjarenramingen is een post Onvoorzien opgenomen van € 19.000. De kapitaallasten stijgen in 2022 door de vervangingsinvestering in piketvoertuigen voor crisisfunctionarissen GHOR en investering in werkkleding voor de OvDG’en, conform landelijke afspraken.

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

38

2.4 Programmataak GHOR

GHOR

2.5 Programmataak Bevolkingszorg

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

39

Anna van Hoven (Kaag en Braassem) en Sanne van Velzen (Katwijk) / Bevolkingszorg

‘Focus op herziening crisisorganisatie’ ‘Scenario’s schrijven’ “Met een werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van clusters van gemeenten binnen onze regio, zijn we scenario’s aan het schrijven. Hoe doen we het? Waar liggen kansen? Wat zijn de knelpunten als we naar een andere, wellicht slankere organisatievariant gaan? Hoe zit het met de financiële component? En wat vinden onze bestuurders daarvan? De volgende stap is dat we in uitgebreidere werksessies de verdieping zoeken en samen vaststellen welke varianties er mogelijk zijn.”

‘Samenwerking definiëren’ “We kijken ook naar wat Bevolkingszorg niet meer per se zelf hoeft te doen. Zo hebben organisaties als Stichting Salvage en het Rode Kruis al bepaalde taken van ons overgenomen. Dat doen we met behulp van onze partnerprofielen, waarin we – met het Regionaal Risicoprofiel als onderlegger - per partner de ideale samenwerking definiëren.”

‘Waar liggen kansen?’ “Komende periode gaan we binnen Bevolkingszorg werken aan een herziening van de gemeentelijke crisisorganisatie. Centraal staat de vraag: waar liggen kansen? Wat kunnen we in de toekomst regionaal organiseren en wat kunnen gemeenten beter zelf doen? Dat is nodig, want de organisatie is nu best fors van omvang. Voor alle functies zijn opleidingen, trainingen en oefeningen nodig.”

‘Kritisch zijn’ “Het moment om dit te doen lijkt wellicht niet ideaal. Immers: we zitten volop in de coronacrisis. Aan de andere kant is dat juist een mooie aanleiding. We leren veel over hoe we de huidige crisisorganisatie hebben ingericht en zien ook wat er beter kan. We worden als gemeente immers flink getest. Dat wil overigens niet zeggen dat wat we nu doen niet werkt. Maar wel dat we kritisch zijn op ons eigen functioneren en alert blijven op ontwikkelingen.”

‘Draagvlak verwerven’ “Belangrijke uitdaging is om straks voldoende draagvlak te verwerven in alle 18 gemeenten. Zij hebben immers allemaal hun eigen kleur. De keuzes die we voorleggen moeten daarom transparant zijn: waarom kiezen we ervoor iets wel of juist niet meer te doen? En laten we vooral ook niet vergeten om echt aan de slag te gaan. In de vorm van een pilot bijvoorbeeld.”

‘Betrouwbare partner’ “Dit is een meerjarenplan. In cluster-overleggen bespreken we de voortgang van de herziening. Bestuurders nemen we mee via de Regiegroep van gemeentesecretarissen. Ook zijn er regelmatig MOV-middagen, waar vertegenwoordigers van alle gemeenten aanschuiven. Vast onderdeel op die agenda is de herziening van de crisisorganisatie. We zetten met dit proces vol in op het versterken van de kwaliteit van Bevolkingszorg. Dat doen we door steeds te blijven kijken naar wat wel en wat niet werkt. En door te blijven zoeken naar een optimum. Doel is uiteindelijk dat Bevolkingszorg gezien wordt als een zichtbare en betrouwbare partner.”

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

40

2.5 Programmataak Bevolkingszorg Wat doen we

Tijdens een ramp of crisis is de gemeente verantwoordelijk voor de bevolkingszorgtaken: crisiscommunicatie (voorlichting aan de bevolking), acute bevolkingszorg (voorzien in opvang/verzorging van de bevolking) en herstelzorg (nazorg). De taak bevolkingszorg is ondergebracht bij de veiligheidsregio en wordt uitgevoerd door het Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing (BGC) in nauwe samenwerking met de adviseurs crisisbeheersing (ACB-ers) van de achttien gemeenten en onder ambtelijke eindverantwoordelijkheid van de coördinerend functionaris. De coördinerend functionaris is belast met de coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen met het oog op een ramp of crisis. Binnen BGC zijn de volgende taken/processen ondergebracht: ■  Het stimuleren van de samenwerking tussen gemeenten en clusters van gemeenten die de gemeentelijke crisisbeheersing uitvoeren door kennisdeling, toegang tot expertise en het faciliteren van gezamenlijke afspraken en processen; ■  Het uitvoering geven aan het vakbekwaamheidsprogramma voor circa 1.500 gemeentelijke crisisfunctionarissen waarin de thema’s uit het risicoprofiel en de lessen uit evaluaties worden meegenomen.

We onderhouden de examinering van zeven gemeentelijke crisisfuncties; ■  Het, indien nodig, aanpassen van crisisplannen en uitvoeringsprocedures voor de gemeentelijke crisisorganisatie en het vertegenwoordigen van gemeenten (als crisispartner) binnen de veiligheidsregio bij het opstellen van multidisciplinaire plannen en programma’s zoals waterveiligheid en cybersecurity/digitale weerbaarheid. ■  Het borgen van de 24x7-inzetbaarheid van gemeentelijke crisisteams en -functionarissen (piketbeheer) door periodieke werving en selectie, het vakbekwaamheidsprogramma en het onderhoud van de crisisfaciliteiten.

(piket app-groepen, beheer OOV-alert/gemeentelijke alarmering, crisisapp ‘Bevolkingszorg Hollands Midden’, piketcoördinatie van informatiecoördinatoren en crisiscommunicatiefunctionarissen). ■  Het rapporteren op basis van de inzichten die ontstaan door de jaarlijkse evaluatie van het functioneren van de gemeentelijke crisisorganisatie (systeemtest) aan de Inspectie van Justitie en Veiligheid en waar nodig doorvoeren hiervan in de gemeentelijke crisisorganisatie. Om een indruk te geven van onze prestaties: we verzorgen jaarlijks circa 50 opleidingen en trainingen, in de afgelopen beleidsplanperiode hebben 500 crisisfunctionarissen de basiscursus crisisbeheersing voor bevolkingszorg gevolgd. Voor zeven crisisfuncties binnen bevolkingszorg verzorgen wij een formele examinering. Ook organiseren we trainingen en examens voor de circa 50 communicatieadviseurs van de gemeenten die een rol in de taakorganisatie crisiscommunicatie vervullen.

2.5.3

Wat gaan we verbeteren

In 2021 zijn (kritische) prestatie-indicatoren voor de gemeentelijke crisisorganisatie opgenomen in een dashboard. In 2022 gaan we verder met het monitoren van deze prestatie-indicatoren en zo nodig aanvullen van deze indicatoren. Inzetten van de gemeentelijke crisisorganisatie in de warme fase worden geëvalueerd aan de hand van de monodisciplinaire evaluatiemethode. Daarnaast zal het prestatiekader en de prestatiemeting Bevolkingszorg doorontwikkeld worden. Eind 2022 evalueren we het gebruik van de prestatieindicatoren, dashboard en evaluatiemethode. We borgen de vakbekwaamheidsregistratie in de ontwikkelde digitale omgeving en evalueren het op gebruiksgemak en effectiviteit. De samenwerking tussen crisiscommunicatie en risicocommunicatie wordt gemonitord en geëvalueerd.

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

41

2.5 Programmataak Bevolkingszorg

2.5.2

Wat gaan we oppakken

Wij werken aan en voor een meer slagvaardige gemeentelijke crisisorganisatie In de afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in de gemeentelijke crisisbeheersing (bevolkingszorg). De laatste tijd zien wij, ondanks de grote taakverantwoordelijkheid van de crisisfunctionarissen, een afnemende belangstelling en verschuiving van de capacitaire inzet naar andere veiligheidstaakvelden binnen gemeenten in de koude fase. Echter heeft de COVID-19 crisis hier verandering in teweeg gebracht. Gemeenten hebben harder dan ooit gewerkt aan de crisisbeheersing en de rol van bevolkingszorg is zichtbaar, echter is het nog onduidelijk hoe zich dit zal ontwikkelen na de crisis: hoe zal het nieuwe normaal er uit zien? Tegelijkertijd zien wij bij hulpdiensten en partners steeds meer behoefte aan een 24/7 gemeentelijke ingang voor afstemming met of acties van de gemeente. Andersom geldt dit ook: gemeenten hebben behoefte aan afstemming met en informatievoorziening van de hulpdiensten. Het afschalen van een crisissituatie naar een reguliere situatie (i.c.m. de overdracht van de crisisorganisatie naar de staande gemeentelijke organisatie) en de verdere nazorgfase, blijft kwetsbaar.

Vakbekwaamheid en paraatheid van de gemeentelijke crisisorganisatie en -functionarissen is een grote opgave als gevolg van het aantal crisisfunctionarissen (circa 1.500 in 2021), het beperkt aantal inzetten (en ervaring beperkt blijft), het hoge verloop en de begrensde capaciteit. In 2021 heeft onze monodisciplinaire werkgroep Herziening Crisisorganisatie een plan opgeleverd voor een nieuwe inrichting van onze crisisorganisatie.

Doel was om te komen tot een meer wendbare, efficiënte en effectieve gemeentelijke crisisorganisatie. In 2022 werken we toe naar deze aangepaste organisatie: piketpools worden aangepast, functies vallen samen en de samenwerking tussen gemeenten wordt versterkt. Ook zien we dat de behoeften voor het vakbekwaamheidsprogramma in verandering is, als ook de vakbekwaamheidsmethoden. Doel is, om samen met gemeenten, te komen tot een meer slagvaardige en flexibele gemeentelijke crisisorganisatie. Hierin slagen wij in als:

■  we de huidige manier van meten (het prestatiekader) verbeteren en de prestaties transparant en overzichtelijk voor gemeenten zijn;

■  er een partnerprofiel is voor bevolkingszorgtaken met daarin

duidelijke samenwerkingsafspraken (o.a. over de rol van de Officier van Dienst Bevolkingszorg en het uitwisselen van informatie in de koude, lauwe en warme fase, ook bij nieuwe crisistypen); ■  we in gezamenlijkheid hebben gekozen voor een nieuwe koers voor de inrichting van de gemeentelijke crisisorganisatie. We actualiseren het partnerprofiel en werken het bij aan de hand van nieuwe inzichten (o.a. onderzoek inrichting hoofdstructuur n.a.v. nieuwe crisistypen). Op basis van het voorwerk in 2021 (onderzoek, themabijeenkomsten) bereiden we in 2022 besluitvorming voor over de herziening van de gemeentelijke crisisorganisatie en de rol van deze crisisorganisatie in niet-opgeschaalde situaties binnen gemeenten. Deze koers zal bepalend zijn voor de toekomst.

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

42

2.5 Programmataak Bevolkingszorg

2.5.4

Over bevolkingszorg en crisisbeheersing is veel informatie beschikbaar. Deze informatie is voor gemeenten niet altijd goed bereikbaar of te ontsluiten. Op verschillende niveaus wordt (fysieke) veiligheidsbeleid ontwikkeld en opgesteld. De afstemming hierop en hiertussen is fragmentarisch, terwijl er wel samenhang is. Doel is het Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing te ontwikkelen tot een (kennis) knooppunt voor gemeenten en partners. Hierin slagen wij in als: ■  wij relevante (operationele) informatie, kennis en expertise verzameld en ontsloten hebben voor gemeenten; ■  er in een vroegtijdig stadium afstemming is tussen het regionaal en lokaal (fysiek) veiligheidsbeleid en veiligheidsdoelen op elkaar worden afgestemd in een afgestemde beleidscyclus. In 2020 is een kennisbank voor bevolkingszorg gerealiseerd. Relevante (operationele) informatie, kennis en expertise zijn hiermee ontsloten voor gemeenten. In 2021 is het gebruik en de werkwijze geoptimaliseerd. In 2022 evalueren we de kennisbank en voeren waar mogelijk verbeterpunten door. We leveren actief input aan gemeenten die in 2022 hun Integraal Veiligheidsplan opstellen zodat we in staat zijn om gezamenlijke veiligheidsdoelen en prioriteiten vast te stellen als veiligheidsregio en gemeenten (voor bevolkingszorg, maar ook voor thema’s als advisering omgevingsveiligheid, evenementen, Veilig Leven, toezicht en handhaving).

Ook onderzoeken we met gemeenten de behoeften aan (een aangepaste) invulling van het accounthouderschap in de koude en lauwe fase.

2.5.5

Nieuwe ontwikkelingen

Toenemende inzet van BGC op een coördinerende en regisserende rol met gelijktijdige versterking en professionalisering van de intergemeentelijke samenwerkingsclusters die (een deel van) de bevolkingszorgstaken voorbereiden en uitvoeren. Binnen de clusters wordt intensiever samen gewerkt en het onderling leren wordt bevorderd door overleg tussen de cluster(voorzitter)s onderling en met het BGC. De kennisbank maakt relevante informatie en kennis laagdrempelig beschikbaar. Hierdoor verschuift de rol van BGC steeds meer naar een coördinerende en regisserende rol (bijvoorbeeld het vervullen van een bemiddelingsfunctie als gemeenten projectleiding nafase zoeken) en vindt uitvoering van de taken voor een belangrijk deel plaats in de clusters. Een aantal veiligheidsregio’s in het land heeft er voor gekozen om de omvang van de gemeentelijke crisisorganisatie te verkleinen om de vakbekwaamheid te kunnen waarborgen en om de slagkracht te vergroten. Het aantal incidenten waarbij de gemeentelijke crisisorganisatie ingezet wordt, is beperkt. Hierdoor blijft de ervaring met inzetten ook beperkt. Opleidingsactiviteiten (OTO activiteiten) zijn dus van groot belang om de vakbekwaamheid te kunnen garanderen. Door de omvang van de gemeentelijke crisisorganisatie af te bakenen, kan deze groep intensiever en op andere manieren getraind worden.

En ligt de nadruk op kwaliteit in plaats van kwantiteit. Mocht eenzelfde besluit in de VRHM genomen worden, zal dit vermoedelijk consequenties hebben voor het aantal en soort OTOactiviteiten dat aangeboden wordt (verminderen). En mogelijkerwijs ook voor de wijze waarop dit aangeboden wordt. Momenteel wordt een beperkt deel van de OTO-activiteiten door BGC zelf georganiseerd. Als het proces in gang wordt gezet om het aantal gemeentelijke crisisfunctionarissen te verkleinen, kan er mogelijkerwijs ook overgegaan worden om, samen met de ACB-ers, meer OTOactiviteiten te organiseren en daardoor meer maatwerk te leveren, dan wel om meer gericht in te kopen.

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

43

2.5 Programmataak Bevolkingszorg

Wij zijn het (kennis)knooppunt tussen gemeenten en veiligheidsregio

De COVID-19 crisis heeft ook onze crisisorganisatie beïnvloed. De taken vanuit de gemeenten stonden centraal in het uitvoeren van landelijke, regionale en lokale maatregelen. Afhankelijk van de evaluaties zullen de ervaringen rondom COVID-19 invloed hebben op onze taakopvatting en positie binnen de Veiligheidsregio. Daarnaast laat COVID-19 ook zien dat een langdurige crisis dagelijks van invloed is op onze reguliere werkzaamheden waarin keuzes moeten worden gemaakt om de continuïteit de waarborgen. De Evaluatie Wet veiligheidsregio’s kan ook invloed hebben op de processen afhankelijk van de stappen die gezet worden op landelijk en regionaal niveau. Op dit moment is het moeilijk om te voorspellen welke bewegingen van meeste invloed zijn op het uitvoeren van onze bevolkingszorgtaken.

2.5.6

Risico’s

De inzet van ACB-ers voor de uitvoering van het regionaal beleidsplan in de toekomst is ongewis. Ondanks een grote taakverantwoordelijkheid van de crisisfunctionarissen, zien we een regelmatig verschuiving van de capacitaire inzet naar andere veiligheidstaakvelden binnen gemeenten. Dit legt in de toekomst wellicht een grotere claim op de toch al beperkte capaciteit van BGC. Van invloed op de capaciteit is ook crisisbeheersing zelf, in tijden van bijvoorbeeld een langdurige inzet zoals de beheersing van de COVID-19 pandemie.

We zien hierbij dat de Adviseur Crisisbeheersing, bij iedere gemeente de beleidsmedewerker voor bevolkingszorg thema’s, ook veel verantwoording draagt voor de beheersing van de crisis in de warme fase. Hierdoor is de continuïteit van de koude fase in het geding. Omdat het aantal inzetten bij flitsincidenten vanuit Bevolkingszorg gering is, Bevolkingszorg een neventaak is van gemeentefunctionarissen en vanwege het verloop, blijft het lastig om de belangstelling voor fysieke veiligheid vast te houden en piketrollen te vullen. Wellicht dat de COVID-19 pandemie hier een positieve invloed op heeft om het onderwerp actueel te houden. Landelijk en ook regionaal is er een steeds grotere roep om interregionale samenwerking. Mede met het oog op het kunnen afhandelen van nieuwe risico’s in de samenleving (bijvoorbeeld cyberdreigingen). De Veiligheidsregio Hollands Midden en de Veiligheidsregio Haaglanden stemmen op diverse dossiers de operationele voorbereiding met elkaar af. Voor Bevolkingszorgprocessen is dit een uitdaging omdat de structuur van bevolkingszorg niet gelijkluidend is/ overeenkomt in beide regio’s. Dit geldt ook voor andere omliggende regio’s. Ervaring laat zien dat er een grote informatiebehoefte bij gemeenten is bij dreigende situaties (LCMS vullen zonder dat het GRIP is). Dit zorgt mogelijk voor een zwaardere belasting van de huidige piketfunctionarissen.

De VRHM onderzoekt in 2021 wie dit kan oppakken (politie/meldkamer, de afdeling crisisbeheersing). Daarnaast vraagt dit een gerichte investering van de veiligheidsregio in haar netwerkpartners om haar rol in het veiligheidsdomein te kunnen borgen. En om goede informatievoorziening zodat in tijden van dreiging meteen de gewenste, operationele informatie ontsloten kan worden (bijv. analyses polders).

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

44

2.5 Programmataak Bevolkingszorg

Landelijk is een trend zichtbaar bij gemeenten om zich te concentreren op de beleidsvorming en uitvoeringstaken uit te besteden. In het fysieke veiligheidsdomein is die trend ook zichtbaar. Sommige gemeenten hebben ervoor gekozen om gemeentelijke taken uit te besteden aan bijvoorbeeld het Rode Kruis of Salvage. Binnen de VRHM zullen in het kader van het partnerprofiel nieuwe afspraken worden gemaakt met deze en andere partners.

2.5.7

Raming van de baten en lasten Bevolkingszorg

Bevolkingszorg (bedragen x € 1.000,00)

Realisatie Begroting Begroting (in €)

Meerjarenramingen

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Exploitatiebaten

-688

-694

-701.690

-702

-702

-702

Gemeentelijke bijdrage

-609

-628

-635.690

-636

-636

-636

Rijksbijdrage (BDUR)

-66

-66

-66.000

-66

-66

-66

Exploitatielasten

554

626

636.990

637

637

637

Salarislasten

277

250

259.200

259

259

259

Opleiden en oefenen

136

116

117.000

117

117

117

Overige lasten

141

260

260.790

261

261

261

Geraamde saldo baten en lasten

-134

-68

-64.700

-65

-65

-65

-134

-68

-64.700

-65

-65

-65

Onttrekking reserves Storting reserves Geraamde resultaat

Het onderdeel Opleiden en oefenen voor een totaalbedrag van € 117.000,- zal in 2022 als zijn verdeeld: Bevolkingszorg Informatiemanagement

€ 16.000,-

Officier van Bevolkingszorg COPI

€ 30.000,-

Crisiscommunicatie

€ 30.000,-

E-Learning

€ 4.000,-

Team Bevolkingszorg

€ 27.000,-

Continue learning + Overige

€ 8.000,-

Bestuur OTO

€ 2.000,-

De overige uitgaven hebben betrekking op de Piket vergoeding van de piketten ten behoeve van de bevolkingszorg functionarissen voor een totaal van € 141.090,- aan gevuld met de verschillende afdrachten aan het IFV en het Nederlandse Rode Kruis voor een totaal bedrag van € 60.250,-.

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

45

2.6 Programmataak Brandweerzorg

Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023 - 2025

46

Sytze Coorens / Brandweerzorg

‘Op weg naar risicogerichte slagkracht’ Passen die investeringen binnen alle toekomstscenario’s? En zijn die ook geschikt voor nieuwe typen incidenten? Rondom buurtbatterijen, zonnepanelen en alternatieve energiebronnen bijvoorbeeld? Ingewikkelde afwegingen, die we steeds gebaseerd op kennis zullen moeten maken.”

‘Risicogerichte slagkracht’

Paraatheid op maat’ “Paraatheid op maat: dat onderwerp vraagt constant om onze aandacht. Dan bedoel ik niet alleen persoonlijke paraatheid, ofwel de beschikbaarheid van mensen, maar ook van middelen. Hoe organiseren we het zo dat we onze eigen continuïteit verbeteren en daarmee de maatschappij optimaal blijven bedienen? Waarbij meteen aangetekend dat wij moeten kiezen waar we ons op concentreren. We kunnen niet alles. En dus is het belangrijk dat we onze risico’s goed kennen. Zodat we weten hoe we onze muntjes het beste kunnen inzetten.”

‘Toekomstscenario’s’ “Als het gaat om middelen en nieuw materiaal vergt dat bijna altijd grote investeringen voor langere tijd. We moet voor vijftien jaar of soms zelfs langer vooruit kijken. Neem de aanbesteding van nieuwe tankautospuiten of de WTS 500. Dat zijn echt andere voertuigen dan die we nu in de remise hebben staan. Ze passen beter bij een nieuwe kijk op brand, waarbij we meer water op het vuur brengen.

“In 2022 beschikken we over een nieuw dekkingsplan, uitgaande van gebiedsgerichte opkomsttijden. Een nieuwe ontwikkeling waar wij meedoen aan de landelijke pilot. Doel is uiteindelijk de inbreng van brandweerzorg aan het begin van de keten te vergroten met – wat ik dan noem risicogerichte slagkracht. Dat betekent dat het materiaal (de slagkracht) wat we inzetten, afgestemd is op de soort en de omvang van het risico. Het streven is om optimaal gebruik te maken van de aanwezige kennis in lokale gemeenschappen. Daar weten ze immers wat de risico’s zijn. De uitdaging is de optimale balans te vinden tussen een slagkracht gebaseerd op generieke risico’s en lokaal maatwerk.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10260257/1