CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij RV d.d. 13 april 2021 Integraal huisvestingsplan Oegstgeest 2021-2037 Z-20-137885 Oegstgeest

Besluitvormende raadsbijeenkomst 7 juni 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan Oegstgeest 2021-203716.648 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op het Rijnlands lyceum en het Teylingen College is de toestroom van leerlingen van buiten de gemeente ten opzichte van de leerlingen uit Oegstgeest groot. Bij het Teylingen college is circa 23 % (132 leerlingen van de 574 leerlingen) afkomstig uit Oegstgeest en bij het Rijnlands lyceum is dat circa 30 % ( 410 leerlingen van de 1.367 leerlingen). Ook bij deze scholen heeft deze instroom van leerlingen van buiten Oegstgeest een verschillende achtergrond. Bij het Rijnlands lyceum is de toestroom uit andere gemeenten met name het gevolg van de aanwezigheid van een internationale afdeling en internationaal onderwijs per definitie een regionale functie heeft. Voor het Teylingencollege speelt dat de leerlingen van buiten Oegstgeest afkomstig zijn uit de buurgemeenten waarbij sprake is van al langdurige leerlingenstromen.

4.7 Ontwikkeling van het aantal leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs Voor het SO en het VSO van de Leo Kannerschool is het voedingsgebied de Leidse regio en de bollenstreek. Op beide scholen wordt onderwijs aangeboden aan leerlingen waarbij sprake is van een stoornis binnen het autismespectrum.

Curium-LUMC De Educatieve therapie, School- en Beroepsoriëntatie (ESB) is een afdeling Behandelonderwijs voor leerlingen met psychiatrische problematiek die opgenomen zijn voor dag-klinische of klinische behandeling in kinder- en jeugdpsychiatrisch centrum Curium-LUMC in de leeftijd van 5 t/m 18 jaar. De lesplaats, onderdeel van de Leo Kannerschool, biedt onderwijs met als doel dat leerlingen (weer) tot leren komen en na de behandeling een passende onderwijsplek krijgen. Jaarlijks krijgen ca. 85 kinderen bij het Curium een combinatie van therapie en onderwijs. Zij stromen, na het beëindigen van de behandeling op het Curium, door naar speciaal onderwijs, onderwijs-zorgcombinaties, dagbesteding en in een aantal gevallen weer terug naar regulier onderwijs. Voor de leerlingen varieert de periode dat zij onderwijs volgen op deze locatie van 8 weken tot 1 jaar. De ESB is landelijk een unieke voorziening waarbij de benodigde capaciteit voor de onderwijshuisvesting gerelateerd is aan het aantal kinderen dat in therapie is.

SO Voor de SO geldt dat de capaciteit van het gebouw bepalend is voor het aantal leerlingen dat kan worden ingeschreven. Die capaciteit is echter te klein om te kunnen voorzien in de behoefte. Het samenwerkingsverband heeft de verplichting om kinderen met een toelatingsverklaring binnen zes weken te plaatsen. Dit lukt al enige jaren niet meer. Voor de kinderen die niet kunnen worden geplaatst zijn er weinig alternatieven. De Leo Kannerschool SO is in deze regio de enige school voor primair speciaal onderwijs die specifiek gericht is op kinderen met een autisme spectrum- stoornis. Voor deze specifieke doelgroep in de basisschoolleeftijd is er binnen de regio dus geen alternatief aanbod.

24

Tabel 3. Leerlingenprognose (voortgezet) speciaal onderwijs Leo Kanner

Teldatum 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2029

2034

SO

154

154

153

152

152

152

160

166

VSO

275

282

284

282

280

284

276

284

Curium-LUMC

69

67

67

67

67

67

68

70

totaal

498

503

504

501

499

503

504

520

4.8 Ruimtebehoefte basisonderwijs

Het gebouw van De Lichtwijzer wordt voor een deel (150 m2) verhuurd aan een organisatie voor kinderopvang. Bij de toelichting van de gebouwelijke situatie per school wordt op deze casus nader ingegaan.

Op basis van de leerlingenprognoses is in tabel 4 in m2 het bruto vloeroppervlak berekend van de ruimtebehoefte voor de korte en lange termijn. Er kan sprake zijn van uitbreiding als het ruimtetekort meer dan 50 m2 bruto vloeroppervlak bedraagt. Er is derhalve sprake van een verwacht ruimtetekort voor de korte en lange termijn bij De Lichtwijzer, de Gevers DT en voor de korte termijn bij Het Dok. Op basis van het in § 3.3 aangegeven aanname beleid van de school is de verwachting dat uitbreiding van de huisvesting toereikend is om de verwachte groei van leerlingen uit deze wijk te huisvesten. Bij Het Dok is de uitbreiding van 1.500 m2 al meegerekend bij de aanwezige capaciteit. De uitbreiding wordt naar verwachting medio 2021 opgeleverd. Met het schoolbestuur zal de ontwikkeling van de ruimtebehoefte voor de korte termijn worden gemonitord.

Bij de Joris de Witteschool is sprake van een substantieel en structureel ruimte overschot. De school wil deze ruimte graag voor een deel verhuren dan wel in medegebruik geven en zoekt hiervoor een geschikte partij. Voor De Vogels geldt dat er in eerdere jaren sprake was van een ruimtetekort. Dit tekort is opgelost door een oppervlak van 222 m2, welke is verhuurd aan de buitenschoolse opvang, door beide partijen gezamenlijk te laten gebruiken. Als hiertoe geen noodzaak meer is, wordt dit gezamenlijk gebruik beëindigd. Daarnaast geldt voor één lokaal een beperkt gebruik omdat de school in de nabijheid ligt van hoogspanningsmasten. Deze beperking komt omdat verschillende regelgeving voor verschillende bouwdelen vigerend zijn. Voor het deel van het gebouw dat is gerealiseerd in 2002 is een andere regelgeving van toepassing dan voor de uitbreiding in 2012.

Voor de Gevers DT geldt dat van de huidige gebouwcapaciteit 150 m2 bruto vloeroppervlak van de eerste verdieping niet is meegeteld omdat deze niet voor onderwijskundige doeleinden kan worden ingezet, wel is de noodhuisvesting van 140 m2 bruto vloeroppervlak meegerekend. Er vindt momenteel een onderzoek plaats naar de huisvestingssituatie van de school.

Tabel 4. Ruimtebehoefteberekening basisonderwijs school

Aanwezig bvo

2020

2021

2022

2023

2024

+/-

2029

2034

+/-

De Lichtwijzer

1.050

1.241

1.292

1.307

1.327

1.337

-287

1.382

1.397

-347

De Vogels

1.697

1.618

1.568

1.558

1.518

1.468

229

1.427

1.478

219

Gevers DT

1.824

2.202

2.212

2.207

2.177

2.182

-358

2.162

2.172

-348

Hofdijck

1.307

1.347

1.347

1.337

1.317

1.317

-10

1.307

1.312

-5

J. de Witte

1.863

1.256

1.266

1.221

1.216

1.236

627

1.246

1.256

607

BS De Kring

2.547

2.303

2.313

2.343

2.373

2.373

174

2.413

2.348

199

Montessori

2.868

2.745

2.765

2.785

2.785

2.785

83

2.841

2.826

42

OBS Dalton

1.235

1.134

1.140

1.108

1.108

1.098

137

1.108

1.113

122

BS Het Dok

2.831

2.257

2.469

2.725

2.931

3.052

-221

3.268

2.876

-45

totaal

15.822

16.103

16.372

16.591

16.752

16.848

17.154

16.778

25

Tabel 5. Ruimtebehoefteberekening voortgezet onderwijs School

Aanwezig bvo

2019

2020

2021

2022

2023

2024

+/-

2029

2034

+/-

Teylingen College

6.406

4.573

4.473

4.479

4.498

4.529

4.541

1.865

4.454

4.560

1.877

Rijnlands Lyceum

12.967

9.124

9.041

9.064

9.171

9.259

9.295

3.672

9.111

9.301

3.666

totaal

1.939

13.697

13.514

13.543

13.669

13.788

1.940

5.537

13.565

13.861

5.543

4.9 Ruimtebehoefte voortgezet onderwijs

Om te kunnen voorzien in de ruimtebehoefte voor de lange termijn zal naar een meer structurele oplossing worden gezocht. Nieuwbouw op de huidige locatie ligt daarbij niet voor de hand vanwege de nabijheid van de A4. Andere mogelijkheden voor huisvesting zullen worden onderzocht bij de verdere ontwikkeling van het plangebied De Geesten.

Voor zowel het Teylingen college als het Rijnlands Lyceum geldt dat er sprake is van een substantieel ruimteoverschot (tabel 5). Deze oppervlakte is echter niet zondermeer in te zetten voor een andere functie. Voor het Teylingen college is in 2019 echter wel overwogen om hen twee lokalen, die zij vrij konden maken, in medegebruik te laten geven aan de Gevers DT om te voorzien in het ruimtetekort van de basisschool. De raad besloot echter dat in dit specifieke geval een vermenging van de VO- en de BO stroom onwenselijk is. De kosten voor de bouwkundige aanpassingen die nodig waren om deze stromen te scheiden, waren echter dermate hoog dat is gekozen voor de plaatsing van tijdelijke huisvesting op het terrein van de Gevers D T.

VSO De huidige huisvesting van de school aan de Hazenboslaan voldoet niet meer aan de te stellen eisen. In de begroting in € 15 miljoen gereserveerd voor nieuwbouw. Er wordt onderzocht of er nieuwbouw kan worden gerealiseerd in het plangebied De Geesten op het perceel van de voormalige Julianaschool en het naastgelegen parkeerterrein aan de Endegeesterstraatweg.

Het Rijnlands Lyceum heeft in 2019 besloten tot uitbreiding van het gebouw met 475 m2 voor specifieke onderwijsruimten ten behoeve van de afdeling internationaal onderwijs. Op basis van een afstemming tussen gemeente en schoolbestuur is besloten deze ruimten, die de school met eigen middelen financiert, te beschouwen als reguliere onderwijshuisvesting en de oppervlakte is daarom meegerekend bij het bruto vloeroppervlak.

Curium-LUMC De gemeente is met Curium-LUMC in 2018 een huisvestingsovereenkomst aangegaan voor het beschikbaar stellen van 737 m2 bruto vloeroppervlak aan de Leo Kannerschool. Er worden op deze locatie nu 65 leerlingen gehuisvest, onderverdeeld in 34 SO leerlingen en 31 VSO leerlingen. Op basis van dit aantal leerlingen heeft de school een normatieve ruimtebehoefte van 1.092 m2 bvo. Er is dus sprake van een normatief ruimte tekort van 357 m2 bvo. Daarbij zijn de huidige gebouwen sterk verouderd (verouderde installaties, schimmel), gehorig, niet functioneel en daarom niet meer geschikt om deze complexe doelgroep onderwijs verantwoord te huisvesten.

4.10 Ruimtebehoefte (voortgezet) speciaal onderwijs SO De capaciteit van het gebouw wordt in 2020 uitgebreid met één extra lokaal. Deze uitbreiding is al meegeteld in het aanwezig bvo. Op deze locatie is het niet mogelijk om het gebouw nog verder uit te breiden.

Tabel 6. Ruimtebehoefteberekening (v)so school

aanwezig bvo

2020

2021

2022

2023

2024

+/-

2029

2034

+/-

SO

1.684

1.725

1.716

1.708

1.708

1.708

-24

1.796

1.831

-147

VSO

4.280

3.810

3.835

3.810

3.786

3.835

445

3.737

3.835

445

Curium

737

1.092

1.092

1.092

1.092

1.092

-355

1.102

1.124

-387

26

5. Meerjaren Investeringsraming 2021 - 2036

27

5.1 Quickscan schoolgebouwen

dien er in de tussenliggend periode ten aanzien van de huisvesting wijzigingen hebben plaatsgevonden worden deze vermeld. In de nieuwe update van het IHP in 2022 zal de situatie van alle schoolgebouwen opnieuw worden beoordeeld. Tevens wordt bij de schoolgebouwen waarbij sprake is van ruimtetekort ingegaan op de mogelijkheid tot uitbreiding.

De kwaliteitsmeting van de schoolgebouwen is gebaseerd op de quick scan die in 2018 is uitgevoerd door Stichting Het Beheercollectief Scholen voor het Uitwerkingsplan. De kwaliteitsmeting is tot stand gekomen op basis van een kwalitatief – en kwantitatief onderzoek. De kwalitatieve gegevens zijn gebaseerd op vragenlijsten die zijn ingevuld door zowel het schoolmanagement als de gebruikers. De in de vragenlijsten te beoordelen kwaliteitscriteria zijn overgenomen van het Kwaliteitskader huisvesting: kwaliteitscriteria voor onderwijsvoorzieningen in het primair basisonderwijs onderliggende kwaliteitscriteria verdeeld over drie hoofdthema’s: Beleving, Gebruik en Techniek. In dit IHP zijn de uitkomsten van de metingen uit 2018 overgenomen. De rangorde van de 17 schoolgebouwen is daarom in de basis gelijk gebleven. Omdat de uitbreiding van basisschool Het Dok inmiddels is toegekend, zijn alle overige schoolgebouwen qua urgentie één plaats opgeschoven.

5.2 Kwaliteitsanalyse basisscholen In dit hoofdstuk wordt van elk schoolgebouw de uitkomst van de in 2018 uitgevoerde kwaliteitsanalyse aangegeven en eventueel aangevuld met wijzigingen die speelden na het moment van meting. De volgorde van de schoolgebouwen is op basis van urgentie conform het Uitwerkingsplan uit 2018. Dit geldt ook voor de voorgestelde maatregelen. In 2022 wordt een nieuwe kwaliteitsmeting uitgevoerd. Het is mogelijk dat deze meting voor schoolgebouwen leidt tot een ander advies ten aanzien van de uit te voeren maatregelen. Een gewijzigd advies heeft met name effect op de bedragen in de meerjaring investeringsraming omdat dan wordt gerekend met andere normbedragen. Voor de uit te voeren maatregel zal dit minder gevolg hebben omdat voorafgaande aan de besluitvorming een huisvestingsonderzoek wordt uitgevoerd. Hierbij wordt

De kwantitatieve informatie is gebaseerd op de leerlingenprognoses, het meerjaren onderhoudsplan (MOP) voor het schoolgebouw, de exploitatielasten (gas, water, elektra) en de materiele bekostiging. In-

28

2. BASISSCHOOL GEVERS DEUTZ TERWEE

de kwaliteit van de huidige huisvesting beoordeelt aan de hand van een Programma van Eisen en zal op basis van de uitkomst scenario’s worden geschreven om te komen tot goede onderwijshuisvesting.

Het gebouw is in 1930 gerealiseerd en is in fases gerenoveerd en verbouwd. In 2001 is de school met één lokaal uitgebreid. Het gebouw staat als 4e op de urgentielijst. Uit de quick scan blijkt dat het gebouw goed scoort op herkenbaarheid en uitstraling. Ook het buitenterrein scoort voldoende. Op de overige kwaliteitscriteria scoort het gebouw echter onvoldoende. Het gebouw heeft te veel kleine ruimten, een tekort aan ondersteunende ruimten en een slecht binnenklimaat. De school is als gevolg van de leerlingengroei in 2019 uitgebreid met twee noodlokalen. Het gaat om een tijdelijke omgevingsvergunning met een duur van vier jaar.

1. BASISSCHOOL HET DOK Het gebouw is uit 2014. Het stond als 1ste op de urgentie vanwege het ruimtetekort. Doordat dit jaar wordt gestart met de uitbreiding van de huisvesting vervalt deze urgentie. Het huidige gebouw scoort op alle kwaliteitscriteria voldoende, aandachtspunten zijn akoestiek en wintertemperatuur. De bekostiging is toereikend voor het dekken van de kosten voor onderhoud en exploitatie. Toekomstbeeld Bij de uitbreiding wordt er rekening mee gehouden dat deze op termijn (na 15 jaar) niet meer noodzakelijk zal zijn en dat de school geheel in het huidige gebouw kan worden gehuisvest. Na de uitbreiding is de verwachting dat voor de lange termijn er geen verdere investeringen noodzakelijk zijn.

Het gebouw komt gezien de conditie en de leeftijd, in aanmerking voor vervangende nieuwbouw. Omdat de leerlingen grotendeels afkomstig zijn uit de directe omgeving is verplaatsing uit de wijk geen optie. Er zijn in de directe omgeving echter geen locaties voorhanden waarop nieuwbouw kan worden gerealiseerd. De school dient derhalve op haar huidige locatie te blijven / worden ge(her)huisvest.

Maatregel: Doorexploitatie

29

Mogelijkheden voor uitbreiding Gezien de status van het gebouw van gemeentelijk monument en beschermd dorpsgezicht, heeft het de voorkeur om eerst de mogelijkheid van transformatie met uitbreiding te onderzoeken voordat er sprake kan zijn van vervangende nieuwbouw. Momenteel wordt dit onderzoek uitgevoerd. Hierbij wordt ook de mogelijkheid om het gebouw uit te breiden onderzocht.

routing), ligging en buitenruimte. Aandachtpunten zijn het slechte binnenklimaat, het feit dat ruimten moeilijk multifunctioneel zijn te gebruiken en de verkeersveiligheid. Vanwege de nabijheid van een hoogspanningsmast heeft op advies van de Raad van State een beperkt gebruik mogelijk en is niet te gebruiken als onderwijsruimte met een permanent gebruik. Toekomstbeeld Op basis van de leerlingenprognose is het de verwachting dat het leerlingenaantal de komende jaren licht daalt en daarna op de lange termijn stabiel blijft. De school maakt nu nog medegebruik van ruimten die zijn verhuurd aan de naschoolse opvang. Dit zal vanaf 2024 niet meer nodig zijn.

Toekomstbeeld Op basis van de leerlingenprognose is de verwachting dat het leerlingenaantal voor de korte en lange termijn stabiel is. Na renovatie en uitbreiding of nieuwbouw beschikt de school over een adequaat gebouw dat toereikend is om het te verwachte aantal leerlingen op de lange termijn te huisvesten.

Maatregel: Upgrade

Maatregel: Transformatie en uitbreiding of nieuwbouw 3. BASISSCHOOL DE VOGELS

4. BASISSCHOOL DE KRING, LOCATIE WILLIBRORD

Het gebouw van basisschool De Vogels stamt uit 2002 en is in 2012 uitgebreid. Het gebouw is als 6e geplaatst op de urgentielijst. Het is een multifunctioneel gebouw (mfa) met gymzaal en een buitenschoolse opvang. Het gebouw scoort voldoende op exterieur (uitstraling, entree, zichtlijnen) en interieur (kleurgebruik, trappen,

Het oudste deel van het gebouw heeft als stichtingsjaar 1887 en in 2002 heeft er een uitbreiding plaatsgevonden. Het gebouw staat als 7e op de urgentielijst. Ondanks zijn leeftijd scoort het gebouw op veel beoordelingscriteria een voldoende. Onvoldoende

30

scoren de hygiëne, flexibiliteit, toegankelijkheid en de functionaliteit van de ondersteunende ruimten. Ook is de bekostiging voor het gebouwonderhoud en de exploitatie niet toereikend.

Toekomstbeeld Het grootste probleem van de school is de structurele leegstand. De school heeft dit jaar een verhuurbeleid opgesteld waarin tot doel wordt gesteld om een gebruiker voor de leegstand te vinden. Als de school haar exploitatiekosten op orde krijgt kan het gebouw worden door geëxploiteerd.

Toekomstbeeld Het gebouw heeft voldoende kwaliteit om het voor de lange termijn in stand te houden. Wel zijn er maatregelen nodig om de hygiëne te verbeteren en de onderhoudskosten te verlagen. Daarnaast is het wenselijk dat de functionaliteit van de ruimten voor het overblijven worden verbeterd.

Maatregel: Verduurzaming

6. BASISSCHOOL DALTON Maatregel: Upgrade

Het gebouw dateert uit 1989 en is als 12e geplaats op de urgentielijst. In het kwaliteitsonderzoek scoort het gebouw met name op de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit) onvoldoende. Wel scoort het binnenklimaat en het onderhoud (afwerkingsniveau) voldoende. De bekostiging voor onderhoud en exploitatie is toereikend.

5. BASISSCHOOL JORIS DE WITTE Het gebouw stamt uit 1990 en is in 2006 uitgebreid. Het gebouw staat op de 9e plaats qua urgentie. Het gebouw scoort voldoende op functionaliteit en binnenmilieu en is technisch in een goede staat. De school heeft echter te kampen met een structurele leegstand van circa 600 m2. Als gevolg van de leegstand komt de school niet uit met de exploitatievergoeding.

Toekomstbeeld Doordat de school samen met de Joris de Witteschool in één gebouw is gehuisvest kan de functionaliteit worden verbeterd door de verdeling en inrichting van

31

32

8. BASISSCHOOL HOFDIJCK

de ruimten te verbeteren door gebruik te maken van de leegstand van de Joris de Witteschool. Het heeft daarom de voorkeur om het onderzoek naar de huisvesting van de beide scholen gelijktijdig op te pakken.

Het gebouw is gesticht in 1954, uitbreidingen vonden plaats in 1989 en 2001. Het gebouw is als 14e geplaatst op de urgentielijst. Uit de quickscan komt naar voren dat het gebouw technisch in een redelijke staat verkeert, qua onderhoudskosten redelijk scoort maar dat de bekostiging ontoereikend is om de exploitatiekosten te dekken. Ook is de functionaliteit van het gebouw een probleem. Er is weliswaar voldoende ruimte maar er is sprake van een ongunstige bruto / netto verhouding. Dit vertaalt zich in een multifunctioneel gebruik van de gang en kleine volle leslokalen.

Maatregel: Verduurzaming

7. BASISSCHOOL MONTESSORI Het schoolgebouw is gesticht in 1970 en in 2003 uitgebreid. Het gebouw scoort op alle kwaliteitscriteria voldoende. Aandachtpunten zijn luchtkwaliteit, temperatuur (winter en zomer) en de milieuprestaties. De bekostiging is toereikend voor de exploitatiekosten maar op korte termijn zijn er onderhoudskosten die daar niet uit kunnen worden gedekt. Toekomstbeeld Het gebouw heeft een goede kwaliteit zowel technisch als functioneel. Het binnenklimaat kan grotendeels door inzet van eigen middelen worden verbeterd. Verduurzaming zal waarschijnlijk ook een positief effect hebben op de hoogte van de exploitatiekosten.

Toekomstbeeld Het beleid van de Hofdijckschool is om te werken met een stabiel aantal leerlingen. De school hanteert een maximum aantal toelatingen. Hierbij is de vraag groter dan het aanbod. De leerlingenprognoses laten een stabiel aantal leerlingen zien voor de korte en lange termijn. De omvang van het gebouw is toereikend voor het huisvesten van de te verwachten leerlingen. Het gebouw heeft voldoende kwaliteit om het voor de lange termijn in stand te houden maar daarvoor is wel een verbeteringsslag nodig.

Maatregel: Verduurzaming

Maatregel: Verduurzaming

33

9. BASISSCHOOL DE LICHTWIJZER

korte termijn een ruimtetekort verwacht van 287 m2 bvo en voor de lange termijn een ruimtetekort van 347 m2 bvo.

Het gebouw van basisschool De Lichtwijzer is een modern gebouw uit 2012 dat als 15e is gerangschikt in de prioriteitenlijst. De school scoort op de meeste punten een voldoende maar heeft problemen met het binnenklimaat. Ook is er voor een jong gebouw sprake van hoge exploitatiekosten. Als gevolg van een groeiend aantal leerlingen kampt de school met een normatief ruimtetekort en komt in aanmerking voor uitbreiding.

Een deel van het gebouw (150 m2) wordt verhuurd aan een naschoolse opvang. Aan dit deel kan eventueel een onderwijsbestemming worden gegeven. Er is dan nog steeds sprake van een ruimtetekort. De mogelijkheid om op het terrein van de school uit te breiden is nog niet onderzocht. Toekomstbeeld Op korte termijn wordt er een overleg gestart met het schoolbestuur over het leerlingenaannamebeleid. Het schoolgebouw zit vol en de leerlingenprognoses laten een verdere groeiverwachting zien. De snelste manier om hierin (voor een deel) te kunnen voorzien is door de huurovereenkomst met de kinderopvang te beëindigen. Het schoolbestuur heeft echter eerder aangegeven een voorstander te zijn om de huidige situatie met verhuur aan de kinderopvang te willen voortzetten.

Mogelijkheden tot uitbreiding: Het bruto vloeroppervlak van de school is vanwege het stijgende leerlingenaantal van 900 m2 opgehoogd naar 1.050 m2. Hiervoor is het gebouwoppervlak dat op verzoek van het schoolbestuur bij de nieuwbouw extra is gerealiseerd en waarvan het schoolbestuur de jaarlijkse kapitaalslasten bekostigde uit eigen middelen, toegevoegd aan het schooldeel. Op de teldatum 2019 heeft de school 197 leerlingen ingeschreven. Dit correspondeert met een normatieve ruimtebehoefte van 1.191 m2 bruto vloeroppervlak. De school heeft nu een normatief ruimtetekort van 141 m2 bruto vloeroppervlak (1.191 m2 -1.050 m2). Op basis van de leerlingenprognose wordt voor de

Maatregel: Doorexploitatie

34

5.3 Kwaliteitsanalyse scholen voor voortgezet onderwijs

10. BASISSCHOOL DE KRING, LOCATIE REMBRANDT

1. RIJNLANDS LYCEUM

Het gebouw staat als 16e op de prioriteitenlijst. Het is in 1974 opgeleverd en uitgebreid in 2000 en 2009. Het gebouw scoort op alle onderdelen voldoende tot ruim voldoende. Aandachtspunten zijn de duurzaamheid en het tekort aan ondersteunende ruimten (sanitair en garderobe). De bekostiging is toereikend voor het gebouwonderhoud en exploitatie.

Het gebouw dateert uit1968 en is gerenoveerd en/ of uitgebreid in 2005, 2010 en 2020. Het gebouw staat 8e op de prioriteitenlijst. Hoewel de oudbouw bouwfysisch en ruimtelijk eigenlijk niet meer aan de huidige eisen voldoet, scoort het gebouw in de beoordeling door management en gebruikers voldoende tot ruim voldoende op alle kwaliteitscriteria. Aandachtpunten zijn daarbij wel verbeteringen in de horizontale routing en de temperatuur in de zomer. Qua exploitatie en onderhoud is de bekostiging voor materiele instandhouding ontoereikend om de kosten te dekken. In deze berekening zijn echter de extra inkomsten van de internationale afdeling niet meegenomen. Er is sprake van een normatief ruimteoverschot dat wordt vergroot door de nieuwe uitbreiding. Anderzijds is de uitbreiding in 2020 wel specifiek bedoeld voor de internationale afdeling waarvoor de school extra inkomsten ontvangt. Voor de internationale afdeling speelt dat zij formeel (en dus ook in onze verordening) dezelfde normatieve ruimtebehoefte hebben als het regulier onderwijs maar dat in de praktijk dit type

Toekomstbeeld Het gebouw heeft zowel bouwkundig als functioneel een goede kwaliteit. In het deel dat in 2001 is uitgebreid, spelen problemen met het binnenklimaat. Bij de leerlingenprognose wordt de huisvestingsbehoefte van de gehele school berekend, dus voor de beide locaties samen. Op basis van de prognose kan wel veronderstelt dat het gebouwoppervlak voor de locatie Rembrandt toereikend is voor het te verwachten aantal leerlingen op de lange termijn. Maatregel: Doorexploitatie

35

vatie en uitbreiding van het gebouw. De focus zal in de toekomst met name zijn gericht op het verlagen van de kosten van exploitatie en onderhoud te verlagen en het verbeteren van de functionaliteit.

onderwijs een extra ruimtebehoefte heeft omdat zij werkt met kleinere klassen voor leerlingen met uiteenlopende voertalen. Daarom moet nog nader worden onderzocht of er in de praktijk werkelijk sprake is van een ruimteoverschot.

Maatregel: Verduurzamen

Het gebouwdeel uit 1968 is ontworpen door architect R.D. Bleeker en heeft volgens de monumentencommissie specifieke architectonische, cultuurhistorische en stedenbouwkundige kwaliteiten die het waard zijn om te behouden. Het heeft daarom de voorkeur met deze kwaliteiten rekening te houden als voor de school een huisvestingsvisie wordt ontwikkeld.

2. TEYLINGENCOLLEGE Het Teylingencollege is gebouwd in 1960 en in 2001 uitgebreid met semi permanente huisvesting. Het gebouw staat als 10e op de prioriteitenlijst. Het gebouw scoort op bijna alle kwaliteitscriteria voldoende. Het scoort een onvoldoende op duurzaamheid en op subcriteria als flexibiliteit en binnenklimaat. De bekostiging is ontoereikend voor het dekken van de kosten van exploitatie en onderhoud.

Toekomstbeeld Ondanks de kritiekpunten is het gebouw zowel technisch als functioneel nog steeds goed. De uitbreiding is nog relatief jong en de oudbouw heeft voldoende kwaliteit om deze te renoveren. Gemeente en schoolbestuur hebben beide de afgelopen jaren in het gebouw geïnvesteerd. De gemeente heeft middelen beschikbaar gesteld voor het herstel van de vloeren van het oudste deel en een gemeentegarantie verstrekt voor een lening door het bestuur voor een uitbreiding ten behoeve van de internationale afdeling. Het schoolbestuur heeft in 2010 en in 2019 geïnvesteerd in reno-

Toekomstbeeld Zowel technisch als functioneel voldoet het gebouw nog goed en kan voor de middellange termijn in stand worden gehouden. Het gebouw is echter wel verouderd en met name de exploitatiekosten zouden omlaag moeten. In geval van renovatie moet er wel rekening

36

mee worden gehouden dat een deel van het gebouw semipermanent is en daarom in de aard niet geschikt is voor renovatie (verlenging van de levensduur met minimaal 25 jaar).

Toekomstbeeld Het gebouw komt in aanmerking voor nieuwbouw. De huidige locatie is vanwege de nabijheid van de snelweg ongeschikt voor herbouw. Er is echter in Oegstgeest vooralsnog geen geschikte locatie beschikbaar om deze te realiseren. Er wordt bij de uitwerking van het bestemmingsplan De Geesten onderzocht of deze voorziening in dit gebied is te realiseren. Bij deze afspraak is het schoolbestuur betrokken.

Maatregel: Verduurzaming (met in achtneming van de resterende levensduur)

5.4 Kwaliteitsanalyse scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs

Maatregel: Nieuwbouw en uitbreiding

1. LEO KANNER SPECIAAL ONDERWIJS 2. LEO KANNER VOORTGEZET SPECIAAL ONDERWIJS

Het gebouw dateert uit 1978 en is uitgebreid in 1982 en 2020. Het staat als 4e op de prioriteitenlijst. In het kwaliteitsonderzoek scoort het gebouw goed op het criterium omgeving maar onvoldoende op de andere kwaliteitscriteria. Het gebouw is op alle onderdelen gedateerd. De bekostiging is ontoereikend voor het dekken van de kosten voor exploitatie en gebouwonderhoud.

De huisvesting aan de Hazenboslaan / Frans Halslaan is sterk verouderd en voldoet niet aan de eisen die het hedendaags onderwijs. In de begroting is € 15 miljoen opgenomen voor nieuwbouw vso Leo Kanner. De raad heeft in december 2019 ingestemd om € 395.000 beschikbaar te stellen om een voorlopig ontwerp uit te werken voor de huisvesting van het VSO in de Geesten. De raad heeft het bestemmingsplan De Geesten goedgekeurd en er lopen nu procedures die moeten worden afgerond voordat het bestemmingsplan onherroepelijk kan worden vastgesteld.

Het gebouw ligt binnen de 300 meterzone die geldt voor gevoelige bestemmingen. Dit houdt in dat er nader onderzoek moet worden uitgevoerd naar de luchtkwaliteit. In een eerder uitgevoerd onderzoek op een nabij gelegen kavel adviseerde de Omgevingsdienst negatief om op die plek onderwijshuisvesting te realiseren.

37

um-LUMC tegen een vergoeding de Leo Kannerschool onderwijshuisvesting aanbiedt. De gemeente investeert daarom niet zelf in de onderwijshuisvesting van de school. Het college is wel samen met de Leo Kanner in gesprek met Curium-LUMC over het verbeteren van de kwaliteit van de huisvesting.

Het college is met een projectontwikkelaar een koopen anterieure overeenkomst aangegaan. Hierin zijn onder andere afspraken opgenomen over de aankoop van de voormalige Julianaschool met het naastliggende parkeerterrein. Toekomstbeeld Dit dossier heeft binnen de onderwijshuisvestingsportefeuille de hoogste prioriteit. Ondanks alle activiteiten heeft dit nog niet geleid tot een definitief besluit over de huisvesting van de VSO. Vooralsnog zijn alle inspanningen er op gericht om de school in het plangebied De Geesten te huisvesten.

Toekomstbeeld Curium-LUMC geeft aan dat in de zorg de toekomst altijd ongewis is vanwege het veelvuldig wijzigen van wet- en regelgeving. De instelling investeert echter ook zelf in de huisvesting van het zorgdeel van de ESB. Hoewel bij het investeren in vastgoed ten behoeve van een combinatie van zorg en onderwijs de hiervoor geldende wet- en regelgeving zichzelf soms in de weg zit, is het uitgangspunt om met scherp oog voor ieders taak en rol te komen tot een marktconforme overeenkomst voor het beschikbaar krijgen van kwalitatief goede onderwijshuisvesting.

Maatregel: Nieuwbouw

3. LEO KANNER ESB (CURIUM-LUMC)

Maatregel: Geen. De huisvesting wordt buiten het IHP geregeld.

De beide onderwijsgebouwen van de ESB staat op de prioriteitenlijst op de2e en de 12e plek. In § 3.4. is aangegeven dat het college een overeenkomst is aangegaan met Curium-LUMC voor het huisvesten van de ESB-leerlingen. Deze overeenkomst houdt in dat Curi-

38

Tabel 7. Prioriteitenoverzicht onderwijshuisvesting urgentie

school

maatregel

urgentiescore

1

VSO Leo Kanner

vervangende nieuwbouw

117,28

2

SO Leo Kanner

vervangende nieuwbouw en uitbreiding

108,06

3

GD Terwee

transformatie en uitbreiding

106,98

4

De Vogels

upgrade

64,01

5

De Kring Willibrord

upgrade

62,26

6

Rijnlands Lyceum

verduurzamen

53,78

7

Joris de Witteschool

verduurzamen

51,95

8

Teylingencollege

verduurzamen

48,61

9

Daltonschool

verduurzamen

38,21

10

Montessorischool

verduurzamen

19,44

11

Hofdijckschool

upgrade

18,88

12

De Lichtwijzer

doorexploitatie

15,53

13

De Kring Rembrandt

doorexploitatie

13,88

14

Het Dok

doorexploitatie

ntb

5.5 Prioritering

den tot verplichtingen. Scholen kunnen geen rechten ontlenen als in de meerjarenraming in een van de latere jaren een bedrag is opgenomen voor de bekostiging van een voorziening.

De onderstaande prioriteitenoverzicht is gebaseerd op de quick scan uit 2018. Hierin is basisschool Het Dok nu onderaan de lijst geplaatst omdat wordt voorzien in de uitbreiding. Tevens is de huisvesting van de ESB van de prioriteringslijst gehaald omdat daar op een andere wijze mee wordt omgegaan . De prioriteiten zijn gekoppeld aan de geadviseerde maatregel met het daarbij behorende investeringsbedrag. De hoogte van de investeringen zijn gebaseerd op normbedragen. De gebouwonderzoeken zijn in dit overzicht niet opgenomen.

De onderstaande meerjaren investeringsraming (tabel 8) is gebaseerd op de urgentielijst zoals deze is vastgesteld in 2018. In deze urgentielijst is vooral gekeken naar de noodzakelijkheid van een voorziening en in mindere mate naar de urgentie. Dit aspect wordt na vaststelling van dit IHP uitgewerkt in 2021. Dat kan er toe leiden dat schoolgebouwen een andere prioriteit krijgen toegekend en in een eerder dan wel later jaar van uitvoering worden geplaatst. De SO Leo Kanner is vanwege de grote urgentie geplaatst voor 2025. Hierbij geldt wel een voorbehoud dat er een locatie beschikbaar is. In bijlage 1 zijn de kapitaalslasten aangegeven en is er toelichting op de hoogte van de investeringen.

5.6 Overzicht Voor het IHP heeft de meerjaren investeringsraming betrekking op een periode van 16 jaar. Scholen kunnen geen rechten ontlenen aan voorzieningen die in enig jaar zijn opgenomen in het huisvestingsprogramma. Dit houdt in dat investeringen die zijn opgenomen in het eerste jaar van de meerjaren begrotingsraming lei-

39

Tabel 8. Meerjaren investeringsraming 2021-2036 jaar

school

voorziening

investering

2021

VSO Leo Kanner

nieuwbouw

15.000.000

2022

De Vogels

onderzoek huisvesting

30.000

2022

SO Leo Kanner

onderzoek huisvesting

30.000

2023

De Kring Willibrord

onderzoek huisvesting

30.000

2024

GD Terwee

renovatie /uitbreiding

7.800.000

2024

Rijnlands Lyceum

onderzoek huisvesting

30.000

2025

De Vogels

upgrade

1.830.000

2025

SO Leo Kanner

Nieuwbouw / uitbreiding

5.400.000

2025

J. de Witte / Dalton

onderzoek huisvesting

60.000

2026

De Kring: Willibrord

upgrade

1.440.000

2027

Rijnlands Lyceum

verduurzaming

4.850.000

2027

Teylingen college

onderzoek huisvesting

2028

J. de Witte/Dalton

verduurzaming

2028

Montessorischool

onderzoek huisvesting

30.000

2029

Hofdijckschool

onderzoek huisvesting

30.000

2030

Teylingen college

verduurzaming

2030

De Lichtwijzer

gebouwonderzoek

2031

Montessorischool

verduurzaming

2031

De Kring: Rembrandt

gebouwonderzoek

30.000

2031

SO Leo Kanner

gebouwonderzoek

30.000

2032

Hofdijckschool

upgrade

2033

Het Dok

gebouwonderzoek

30.000

2033

De Lichtwijzer

verduurzaming

680.000

2034

De Kring: Rembrandt

upgrade

30.000 1.590.000

2.470.000 30.000 1.680.000

1.640.000

1.778.000

40

Bijlagen

41

BIJLAGE 1

BIJLAGE: Format businesscase verduurzaming scholen Een business case is maatwerk en voor iedere situatie weer anders. Wel kent deze een vergelijkbare opbouw. Om als schoolbestuur op een verantwoorde wijze een investeringsbeslissing te kunnen nemen dienen (minimaal) de volgende zaken onderdeel uit te maken van de integrale ‘businesscase’.

0.

Voorblad (met naam business case en de namen van de opsteller(s))

1.

Managementsamenvatting

2.

Aanleiding (beschrijving achtergrond)

3.

Ambitie (beschrijving motivatie)

4.

Investeringsvoorstel (financiële analyse) > Zie bijlage x

Een samenvatting van de business case, speciaal geschreven voor het management wat beslist over het uitvoeren van de investering. Waarom moet dit project worden uitgevoerd?

Achtergrond van de business case. Wat zijn redenen voor starten van de business case? Relatie met strategische positionering binnen de organisatie en gemeentelijke IHP Relatie maatschappelijke opgave gemeenten/ Rijksoverheid Klimaatafspraken 2030-2050 Focus op probleem- en oplossingsrichtingen (opties) die in beeld zijn

Onderbouwing/ rechtvaardiging noodzaak van de business case. Wat wil het bestuur met deze investering bereiken? Denk aan kostenbeperking, kwaliteitsverbetering (fris, bij de tijd, flexibel naar toekomst) of noodzaak (wetgeving). Wat is (beoogde) effect van te nemen maatregelen (bv reductie uitgaven energie- beheer en onderhoud; maatschappelijke effecten, onderwijskundige effecten).

1. Uitgangssituatie (projectgegevens - oude situatie) 2. Toekomstperspectief (projectambities - nieuwe situatie) 3. Investeringsplan (projectkosten - vereiste investering) 4. Financieringsplan (dekkingsplan - benodigde financiering)

5.

Conclusie (met beschrijving vervolgstappen)

6.

Bijlagen

Beschrijving van de te nemen vervolgstappen. Aanpak intern-extern (opzet projectteam/ leiding/ hulpbronnen) Communicatie en commitment stakeholders (betrokkenheid/ draagvlak/ mogelijke weerstand). Wie wil je wanneer waar over bereiken?

BIJLAGE: Format businesscase verduurzaming Scholen 42

Bijlage X: Opbouw Investeringsvoorstel 1. Uitgangssituatie (projectgegevens - oude situatie) a. Leerlingenaantal b. Oppervlakte (m2 BVO) c. Bouwjaar d. Ontvangen MI-Rijksvergoeding onderhoud (bi + bu) e. Ontvangen MI-Rijksvergoeding energie f. Jaarverbruik elektra (kWh) g. Jaarverbruik gas (m3) h. Energielasten elektra (incl. EB/ BTW en vastrecht) i. Energielasten gas (incl. EB/ BTW en vastrecht)

Indien aanwezig, aanvullende informatie als:  Opgenomen bedragen in Meerjarenonderhoudsplan  Nulmeting- Quick-scan of Binnenmilieu-klasse  Energielabel en-of Energiescan  Asbestinventarisatie  Huidige boekwaarde (gemeente)  Totale jaarbegroting (financiële positie schoolbestuur)

2. Toekomstperspectief (projectambities - nieuwe situatie)

a. Demografische ontwikkelingen (leerling prognoses, ruimtebehoefte) b. Beoogde levensduurverlenging (10- 25 jaar/ relatie IHP) c. Beoogde kwaliteitsverbetering (duurzaamheid, onderwijskundig, binnenmilieu) Indien bekend en relevant:  Maatschappelijke ontwikkelingen (buurtfunctie, jeugdhulp, visie op onderwijs, klimaatbeleid)

3. Investeringsplan (projectkosten - vereiste investering)

a. Totale investeringskosten (bouw + advies + inrichting = st. kosten incl. BTW) Indien bekend en relevant:  Analyse jaarlijkse onderhoudskosten (incl. vervanging) na verduurzaming (incl. BTW)  Vergelijking / benchmark alternatief nieuwbouw (st. kosten incl. BTW)  Risico analyse (Garanties, zekerheden, kwaliteitsborging en monitoring)

4. Financieringsplan (dekkingsplan - benodigde financiering)

a. uit opgebouwde reservering school b. uit lopende exploitatie school (MOP) c. uit eigen vermogen school d. uit bekostigingsbijdrage gemeente e. uit subsidies (SDE, Provincie) f. externe financiering met terugbetalingsverplichting/ looptijd (bank, fonds, esco, crowdfunding)

BIJLAGE: Format businesscase verduurzaming Scholen 43

Hoe kom ik tot een sluitende businesscase?

De kunst van een goede businesscase is om de kosten van de huidige werkwijze af te zetten tegen de baten van de verbeterde werkwijze. Het maken van een business case vereist inzicht in de problematiek en de organisatie. Om schoolbesturen te helpen met het krijgen van inzicht op de eigen opgave stelde wij vanuit de Green Deal Scholen een eenduidig invul-format samen. Dit invulformat is getest bij de twintig projecten uit de steekproef onder de 85 praktijkervaringen. Voor vijftien projecten was de benodigde informatie te achterhalen. Het proces om te komen tot een businesscase wordt doorgaans gesplitst in drie fasen. De fase van analyseren (1), de fase van uitwerken (2) en de fase van communiceren (3). Fase Analyseren:

helder beeld van de problematiek in een bredere context

Fase Uitwerken:

gemotiveerde aanpak potentiële oplossing incl. dekkingsplan

Fase Communiceren:

implementatie met gerichte communicatie naar doelgroepen

Output fase 1 > Inzicht in huidige situatie (bestaand Kwaliteitsniveau) Bij voorkeur integrale nulmeting op basis Kwaliteitskader Huisvesting (architectonische, functionele en technische kwaliteit van bestaande huisvesting) of GPR-Gebouw in combinatie NEN 2767, oa. inzicht in energetische kwaliteit, bouwkundige en functionele kwaliteit van het gebouw) Output fase 2 > Inzicht in Benefits (verbeterpotentieel) Optimalisatie van de kosten-baten vormen de essentie van een businesscase. Wat zijn de te verwachten voordelen en besparingen die met het project kunnen worden behaald? Welke alternatieve oplossingen (bijvoorbeeld nieuwbouw of ‘niets doen’ scenario) zijn in beeld om een juiste investeringsbeslissing te kunnen nemen. Output fase 3 > Inzicht in Commitment (draagvlak) Wat is de toegevoegde waarde voor direct betrokkenen? Wat is voordeel voor gemeente en het schoolbestuur?

Fase analyseren: (inzicht in uitgangssituatie) Inzicht in project specifieke kenmerken. Waar hebben wij het over? Wat zijn de specifieke kenmerken/ gegevens van het project? Wat kan gezegd worden over de lopende exploitatie? Fase uitwerken: (bepalen toekomstperspectief met investeringsplan en financieringsbehoefte) In deze fase wordt de investeringsvraag van de voorgenomen ambitie(s) onderzocht. Voor het bepalen van de investeringsvraag is het cruciaal te kijken naar de bredere context van het onderwijs. Bedenk steeds: Wat is het toekomstperspectief (meerjarenperspectief/ bestaansrecht) van de school? Wat zegt dit toekomstperspectief over de huidige situatie? Wat zijn relevante ontwikkelingen/ verwachtingen tav levensduur, leerlingaantallen (prognoses), onderwijsontwikkeling en medegebruik/ verhuur buiten schooltijd? Wanneer is er sprake van/ zicht op eventuele

BIJLAGE: Format businesscase verduurzaming Scholen 44

(vervangende) nieuwbouw? Welke afspraken zij hierover gemaakt in het IHP/ SHP? Met andere woorden, wat is de tijdspanne waarop de investering betrekking heeft (10-20-30 jaar) en wat is de met de investering beoogde kwaliteitsverbetering? Bij het maken van plannen voor een renovatie moet gekeken worden naar optimalisatie van de ruimten (terugdringen overcapaciteit), het onderhoud (verduurzaming van materialen) als ook de energiekosten (monitoring, beheer, gedrag, besparing, inkoop, opwekking). Vervolgens moet er dekking voor de gemaakte plannen worden gevonden. Welke dekking kan het schoolbestuur vinden vanuit zijn eigen kaststomen (MI- reserveringen). Welke bijdrage is gemeente bereid te leveren? Bepalend voor het rondkrijgen van de businesscase, vanuit perspectief van de schoolbestuurder, is de zekerheid op toekomstige inkomsten. Voor het schoolbestuur wordt deze gekenmerkt door een op leerlingaantallen gestuurde bekostiging. De toekomstige leerlingenstroom vormt zodoende de basis voor de investeringsruimte voor het schoolbestuur. Deze leerlingenstroom is dynamisch (tegenwoordig 3 tot 4 postcodegebieden). Met het bouwen aan de businesscase kan de (externe) financieringsbehoefte van het schoolbestuur duidelijk worden gemaakt.

De financieringsbehoefte heeft betrekking op dat deel van de investeringsvraag waarvoor geen dekking mogelijk is uit de MI vergoeding/ opgebouwde reserveringen en-of eigen vermogen van het schoolbestuur of kan worden gerekend met een dekking vanuit de gemeente. De financieringsmogelijkheden die een Schoolbestuur heeft om in zijn financieringsbehoefte te voorzien staat uitgebreid beschreven op de website GreenDealScholen.nl Voor het bepalen van de investeringsvraag worden een aantal variabelen gehanteerd. Denk aan; - Wijze van indexeren (inflatie/ energie/ Londo) - Looptijd (externe) verplichtingen (lopende afschrijvingen/ contracten met duur 5-10-20-30 jr) - Af te dekken risico’s Wijze van indexeren: Op welke wijze is er rekening gehouden met eventuele indexering? De toe te passen wijze van indexeren kan een sterk bepalende conditie zijn binnen de te bouwen businesscase. In de te bouwen businesscase is het goed te benoemen hoe hier mee wordt omgegaan. Indexering op basis van het verleden bieden immers geen enkele zekerheid voor de toekomst. Om rekenkundige schijnzekerheden te voorkomen, is een indexering op langere termijn dan ook niet altijd zinnig. Niemand kan voorzien wat bijvoorbeeld de prijs voor energiekosten zal gaan doen in de komende 20 tot 40 jaar.

Om bij het opstellen van een businesscase hiermee rekening te houden kan het uitgangspunt worden gehanteerd dat de indexering van ontvangsten gelijk oploopt met de kosten. Advies: Bekijk vanuit perspectief over 5 jaar. Benoemen dat je in de uitwerking te maken krijgt met indexering van kosten. Op korte termijn (perspectief vijf jaar) is de te verwachte indexering te overzien.

BIJLAGE: Format businesscase verduurzaming Scholen 45

Looptijd (externe) verplichtingen: Zijn lopende afschrijvingen en contracten onderzocht? Welke (grote) investeringen in de huisvesting hebben de laatste 10-15 jaar reeds plaatsgevonden (bv. investeringen in ketels, ventilatiesysteem etc). Op welke wijze ondersteunen zij nieuwe investeringen of staat het deze in de weg?

Af te dekken risico’s: (wie heeft invloed op deze risico’s?) - Onduidelijkheden in aangeleverde informatie (energiecijfers, status, BTW, prijspeil etc), - Achterstallig (vermeden) onderhoud waarvoor geen reservering aanwezig is, - Reeds eerder gedane investeringen in verbetermaatregelen, - Kwaliteit/ up-to-date zijn van Meerjaren Onderhouds Plan, - Rekentarief voor Energiekosten (waar rekenen we mee?), - Normatieve overcapaciteit; ongunstige verhouding aantal m2 in relatie tot leerlingaantal, - Stijgende bouwkosten/ marktontwikkeling (schaarste op bouwmarkt), - Wijzigingen in Rijksbekostiging (aanspraak toekomstige geldstromen; berekening MI-vergoeding is nml. per kalenderjaar), - Lopende verplichtingen/ onderhoudscontracten, - Wegvallen saldering duurzame energieopwekking, - Onvoorziene tekortkomingen bestaande bouw (asbest, capaciteit aansluiting e-w), - Niet na (kunnen) komen prestatieafspraken bij faillissement, - Draagvlak intern en extern (commitment eindgebruikers), - Afhankelijkheid van dekkingsmiddelen/ bijdrage vanuit gemeente (bereidheid), - Noodzaak en mogelijkheden tijdelijke huisvesting, - Ontbreken tijd- capaciteit- prioriteit- deskundigheid bij opdrachtgever, - Ontbreken know-how voor benodigde innovatie bij marktpartijen (prestatie ipv productgericht), - Toekomstige ontwikkeling investeringsverbod en terughoudendheid accountant.

BIJLAGE: Format businesscase verduurzaming Scholen 46

10 ingrediënten voor een geslaagde businesscase

Belangrijkste aspect van een businesscase is inzicht in de benodigde investering (per m2/ leerling) afgezet tegen het beoogde resultaat/ effect. Voor een schoolbestuur kan beoogde resultaat betrekking hebben op verbetering; - leeropbrengsten (leerprestaties) - leercomfort en leefbaarheid (aantrekkingskracht/ beleving, waardering, welbevinden) - gezondheid en welzijn (ziekteverzuim, werknemerstevredenheid en binnenklimaat) - inkomsten (lumpsum agv leerlingengroei/ middelen uit verhuur) - vermeden kosten (reductie ziekteverzuim en personele capaciteit interne organisatie) - exploitatielasten (kostendeel onderhoud en energie) per m2/ leerling Voor gemeenten/ rijksoverheid komen daar nog deze aspecten bij: - kapitaallasten (kostendeel onderwijsvastgoed) per m2 - levensduurverwachting huisvesting (functionele afschrijving) - gebruiksuren (bezettingsgraad/ openingstijden) - klimaatlasten (CO2 reductie/ energiebesparing) - werkgelegenheid (macro-niveau) (bron: bouwagenda; 1 fte = € 130.000,- bouwkosten) - inkomsten (Belastingdruk ca.

35%/ reductie ziekteverzuim) Toetsingscriteria businesscase: (‘Checklist’ waarop te toetsen) ? - Compleetheid (alle bouwstenen aanwezig/ opgenomen) - Inzicht in huidige situatie/ problematiek (omvang opgave) - Verlenging levensduur (looptijd waarop investering betrekking heeft) - Duidelijke KPI-s (taakstelling aansluitend op behoefte schoolbestuur/ beleid gemeente) - Integraliteit (afweging in bredere context; TCO; gez. perspectief gemeente/ schoolbestuur) - Solide onderbouwing (effect op kosten-baten / toegevoegde waarde) - Realistische aannames (besparingspotentieel) - Betaalbaarheid (exploitatie-neutraliteit; effect op onderhoud - energie- schoonmaak) - Financierbaarheid (wijze van financiering / return on investment/ kapitaallasten) - Weerleggen van risico’s (risico-inventarisatie/ garanties/ verplichtingen) - Deskundigheid betrokken partijen (vertrouwen match vraag-aanbod) - Borging prestaties (monitoring/ wijze van contracteren/ nakomen afspraken)

Deze bijlage maakt onderdeel uit van de Rapportage ‘Analyse kengetallen 15 praktijkervaringen’ welke is opgesteld in opdracht van de Green Deal Scholen.

BIJLAGE: Format businesscase verduurzaming Scholen 47

BIJLAGE 2

Meerjaren investeringsraming 2021 - 2036 jaar

school

voorziening

investering

Afschrijvingstermijn

Afschrijving

Rente

Kapitaalslasten

2021

VSO Leo Kanner

nieuwbouw

15.000.000

40

375.000

210.000

585.000

2022

De Vogels

onderzoek huisvesting

30.000

2022

SO Leo Kanner

onderzoek huisvesting

30.000

2023

De Kring Willibrord

onderzoek huisvesting

30.000

2024

GD Terwee

renovatie /uitbreiding

7.800.000

40

195.000

101.400

296.400

2024

Rijnlands Lyceum

onderzoek huisvesting

30.000

2025

De Vogels

upgrade

1.830.000

40

45.750

25.620

71.370

2025

SO Leo Kanner

Nieuwbouw / uitbreiding

5.400.000

40

135.000

75.600

210.600

2025

J. de Witte / Dalton

onderzoek huisvesting

60.000

2026

De Kring: Willibrord

upgrade

1.440.000

40

45.750

25.620

71.370

2027

Rijnlands Lyceum

verduurzaming

4..850.000

40

121.2500

67.900

189.150

2027

Teylingen college

onderzoek huisvesting

2028

J. de Witte/Dalton

verduurzaming

40

39.750

22.260

62.010

2028

Montessorischool

onderzoek huisvesting

30.000

2029

Hofdijckschool

onderzoek huisvesting

30.000

2030

Teylingen college

verduurzaming

40

61.750

34.580

96.330

2030

De Lichtwijzer

gebouwonderzoek

2031

Montessorischool

verduurzaming

40

42.000

23.520

65.520

2031

De Kring: Rembrandt

gebouwonderzoek

2032

Hofdijckschool

upgrade

40

41.000

22.960

63.960

2033

Het Dok

gebouwonderzoek

30.000

2033

De Lichtwijzer

verduurzaming

680.000

40

17.000

9.520

26.520

2034

De Kring: Rembrandt

upgrade

1.778.000

40

36.000

20.160

56.160

30.000 1.590.000

2.470.000 30.000 1.680.000 30.000 1.640.000

48

Toelichting

Bij de maatregelen upgrade en verduurzaming wordt er van uit gegaan dat het schoolbestuur gelijktijdig het geplande groot onderhoud uitvoert.

De normbedragen: de normbedragen voor de bouwkosten voor nieuwbouw en renovatie zijn gebaseerd op de normbedragen 2020 van de VNG. Deze normbedragen staan vermeld opgenomen in bijlage IV van de bijgestelde verordening Voorzieningen huisvesting onderwijs 2021. Voor het berekening van de investeringskosten zijn de genormeerde bouwkosten opgehoogd met een suppletie van € 420 / m2 . Deze suppletie is bedoeld voor de dekking van extra kosten als tijdelijke huisvesting, verhuiskosten en onvermijdelijke kosten bij de bouw die niet tot de bouwkosten worden gerekend.

Gebouwonderzoek Om voor ieder schoolgebouw een goed plan te ontwikkelen wordt voordat de definitieve voorziening wordt toegekend een gebouwonderzoek uitgevoerd, te starten in 2022. In het jaar voorafgaande aan het onderzoek worden afspraken gemaakt over de aard en omvang van het onderzoek en een kostenberekening van het onderzoek opgesteld. In het onderzoek wordt een Programma van Eisen opgesteld en een bouwkundige kwaliteitsmeting van het schoolgebouw. Tevens wordt een plan opgesteld voor de te realiseren voorziening met een grove berekening van de investeringskosten. Na vaststelling van het plan worden de voor het plan berekende investeringskosten verwerkt in de meerjaren investeringsraming en de gemeentelijke begroting.

Er is gerekend met de volgende investeringsbedragen: Nieuwbouw / transformatie: 100 % normkosten plus suppletie Upgrade: 42 % normkosten plus suppletie Verduurzaming: 21 % normkosten plus suppletie

49

BIJLAGE 3

Financieel overzicht inkomsten en uitgaven onderwijshuisvesting 2020 - 2021 In onderstaande tabellen wordt inzicht gegeven in de gemeentelijke inkomsten en uitgaven voor onderwijshuisvesting. Deze cijfers zijn gebaseerd op globale berekeningen en geven de inkomsten en uitgaven bij benadering weer.

• Voor (V)SO en VO zijn de inkomsten berekend op basis van de leerlingentelling per 1 oktober 2019. inzake de berekening van de uitgaven: • De uitgaven zijn gebaseerd op de meerjarige gemeentebegroting. Omdat de gemeentebegroting grofmazig van opzet is, zijn de beschikbare gegevens bewerkt om een realistisch beeld te krijgen van de uitgaven voor onderwijshuisvesting. • In de begroting wordt gerekend met een omslagrente van 1,4 % en is dus uitzonderlijk laag is. De rentelasten bedragen nu circa 18-20 % van de uitgaven. Hoewel voor de korte termijn geen renteverhoging is te voorzien, zal een renteverhoging wel snel leiden tot veel hogere kapitaalslasten.

inzake de berekening van de inkomsten: • Gemeenten ontvangen een algemene uitkering uit het gemeentefonds. Een gemeente is vrij om deze middelen naar eigen inzicht in te zetten. De parameters waarop deze uitkering is gebaseerd behoeven daarom geen relatie te hebben met de wijze waarop een gemeente deze middelen inzet. • De berekening welk deel van de uitkering uit het gemeentefonds is toe te rekenen aan de zorgplicht voor onderwijshuisvesting is afkomstig van een rekenmodel van de PO raad. Dit is het enig bekende instrument waarin deze berekening wordt uitgevoerd.

50

Berekend bedrag uit gemeentefonds voor onderwijshuisvesting

2020

2021

Berekening, (V)SO

664.977

674.033

Berekening VO

978.368

991.691

Berekening Basisscholen

2.118.315

2.147.333

Totale uitkering voor onderwijshuisvesting

3.761.660

3.813.057

2020

2021

321.177

365.380

1.024.249

1.097.375

Onderhoud schoolgebouwen/beveiliging e.d.

192.537

143.697

Kosten vandalisme

22.153

22.153

Kosten verzekering (opstal en inboedel)

65.200

65.200

Kosten onroerend zaak belasting

156.650

195.650

Kosten energie

26.263

26.262

Huuropbrengst

-4.750

-4.750

1.8034.479

1.910.968

Huur gymnastieklokalen - sporthallen

72.549

72.549

Sub-totaal lokalen bewegingsonderwijs

72.549

72.549

C. Personeelskosten (doorberekende uren Maatschappij en B&O incl. opslag indirecte kosten)

76.315

81.204

Totaal lasten onderwijshuisvesting

1.952.343

2.064.721

Verschil totaal inkomsten minus verschil lasten

1.809.317

1.748.356

Uitgaven onderwijshuisvesting incl. bewegingsonderwijs Rente Afschrijving

Sub-totaal schoolgebouwen

B. Uitgaven - lokalen bewegingsonderwijs

51

GE M E ENTEHU IS Rhijngeesterstraatweg 13 POSTADRE S Postbus 1270 I

2340 BG Oegstgeest TE L E FOON 14 071 I N TE R N E T www.oegstgeest.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10067345/1