CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij RV d.d. 13 april 2021 Integraal huisvestingsplan Oegstgeest 2021-2037 Z-20-137885 Oegstgeest

Besluitvormende raadsbijeenkomst 7 juni 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan Oegstgeest 2021-203716.648 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2021 - 2037

Inhoud Inleiding

3

Leeswijzer

4

Deel 1 - Systematiek en proces

5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Uitgangspunten IHP Beleidskaders IHP Verordening Voorzieningen huisvesting onderwijs Vierjarig Uitvoeringsprogramma Programma en Overzicht Voorzieningen huisvesting onderwijs Verankering van afspraken

Deel 2 - Voorzieningen 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Voorzieningen die in aanmerking komen voor opname in het IHP Haalbaarheidsonderzoek Nieuwbouw, uitbreiding en vervangende nieuwbouw Renovatie Eerste inrichting inventaris, leermiddelen en meubilair

6 7 8 9 9 9 10

11

14

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

16 16 16 16 17

Systematiek Kwaliteitsmeting schoolgebouwen Vaststellen maatregelen Prioritering van voorzieningen Vaststellen investeringsraming Berekenen bijdrage gemeente en schoolbesturen Businesscase Planning van de uitvoering Randvoorwaarden voor succes

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

22 22

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

12 12

15

21

Leerlingenprognoses en ruimtebehoefte Rekenmethode Waar volgen de leerlingen uit Oegstgeest basisonderwijs? Ontwikkeling van het aantal leerlingen in het basisonderwijs Waar volgen de leerlingen uit Oegstgeest voortgezet onderwijs? Ontwikkeling van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs Ontwikkeling van het aantal leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs Ruimtebehoefte basisonderwijs Ruimtebehoefte voortgezet onderwijs Ruimtebehoefte (voortgezet) speciaal onderwijs

Deel 5 - Meerjaren Investeringsraming 2021-2036

12 12

Deel 3 - Voorzieningen

Deel 4 - Uitvoeringsplan

Quickscan schoolgebouwen Kwaliteitsanalyse basisscholen Kwaliteitsanalyse scholen voor voortgezet onderwijs Kwaliteitsanalyse scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs Prioritering Overzicht

Bijlagen 1. 2. 3.

18 19 19 19

2

Format businesscase verduurzaming scholen / Green Deal Meerjaren investeringsraming 2021-2036 Financieel overzicht inkomsten en uitgaven onderwijshuisvesting 2020 -2021

22 23 23 23 24 25 26 26

27 28 28 33 34 35 36

37

38 44

46

Inleiding andere kwaliteitsaspecten zijn beoordeeld, is het te verwachten dat daar niet aan wordt voldaan.

Oegstgeest biedt een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor haar inwoners, jong en oud. Dat blijkt ook uit het jaarlijkse onderzoek van Elsevier Weekblad naar de beste gemeenten van Nederland. Bij een prettige woon-, werk- en leefomgeving hoort goed onderwijs, zodat jeugdigen voldoende kansen hebben zich te ontwikkelen tot zelfredzame burgers met een goede kans op de arbeidsmarkt. Deze beleidsdoelen zijn opgenomen in het Sociaal domeinplan 1. ‘Met elkaar voor elkaar 2017-2020’.

Goede en duurzame onderwijshuisvesting Dit nieuwe IHP is een breuk met het verleden omdat nu de ambitie is dat het onderwijshuisvestingsbeleid actief bijdraagt aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit door te streven naar goede en duurzame onderwijshuisvesting. Voorheen was dit niet het geval en werd onderwijshuisvesting alleen beoordeeld op de bouwkundige kwaliteit.

Een belangrijke bouwsteen voor goed onderwijs is goede onderwijshuisvesting d.w.z.: • Een goede geografische spreiding van de scholen in de gemeente; • Een zo divers mogelijk aanbod van onderwijs qua methode en levensbeschouwing; • Goede kwaliteit onderwijsgebouwen (d.w.z. voldoende ruimte, een gezond klimaat en een indeling die past bij het hedendaagse onderwijs).

De nieuwe ambitie wordt al volgt vorm gegeven: • Het IHP geeft voor de geplande projecten een doorkijk naar 2035 waarbij in de periode 2021-2024 een flinke stap gezet moet worden. • Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) en vooral de uitvoering ervan, zorgt, samen met de aangepaste verordening Voorzieningen huisvesting onderwijs, er voor dat bij levensduur verlengende maatregelen de onderwijshuisvesting in Oegstgeest ondersteunend is aan de onderwijsvisie van de school zodat deze in staat is tot het geven van goed en modern onderwijs • Het IHP is een samenhangend lange termijnplan voor de huisvesting van de 14 scholen voor primair, voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs in Oegstgeest. Het is gemaakt in nauw overleg met de schoolbesturen. Deze hebben al eerder bij de raad aangedrongen op de totstandkoming van het definitieve IHP, de daarvoor noodzakelijke aanpassingen van de verordening,en de uitvoering van het indicatief meerjarig investeringsplan 3. .

In Oegstgeest zijn nagenoeg alle onderwijsmethoden en levensbeschouwingen vertegenwoordigd 2. en in iedere buurt zijn één of meerdere scholen gevestigd. Uit de website https://allecijfers.nl/ basisscholen/oegstgeest/ blijkt dat de scholen lukt om leerlingen succesvol te laten zijn op het niveau dat bij het kind past. De kwaliteit van de onderwijsgebouwen laat echter nog te wensen over. In 2018 zijn alle schoolgebouwen door middel van een quick scan op hun kwaliteit beoordeeld. Hierbij is niet alleen de technische staat van de gebouwen beoordeeld, maar ook of zij voldoen aan de onderwijseisen van deze tijd. Uit de quick scan is gebleken dat een aantal onderwijsgebouwen in Oegstgeest technisch en/of functioneel niet voldoet aan deze eisen. Deze uitkomst kwam niet onverwacht, omdat tot dan toe het gemeentelijk beleid er op was gericht om te voldoen aan de wettelijke zorgplicht. Deze zorgplicht bestaat er uit dat schoolbesturen een beperkt aantal voorzieningen in de huisvesting kunnen aanvragen die in aanmerking komen voor bekostiging door de gemeente. Voor vervangende bouw moet een schoolbestuur aantonen dat onderhoud en aanpassingen bij een schoolgebouw niet leiden tot een (technische) levensduurverlenging van 20 jaar. Doordat de schoolgebouwen in de quick scan ook op

De uitgangspunten voor dit nieuwe IHP zijn al eerder door de raad vastgesteld 4. en kwamen voort uit de Uitgangspuntennotitie Integraal huisvestingsplan Onderwijs die het college in samenwerking met de schoolbesturen heeft opgesteld en die door alle schoolbesturen wordt ondersteund. 5.

1. Er wordt nu geschreven aan een nieuw Sociaal

Domeinplan 2021-2024 2. Alleen het Freynetmethode is niet vertegenwoordigd 3. Gezamenlijke brief aan de raad d.d. 5 november 2019 4. Gemeenteraadsvergadering van 28 november 2019 5. Gezamenlijke brief aan de raad d.d. 5 november 2019

3

Leeswijzer De lokale situatie

Dit nieuwe IHP bestaat uit twee delen:

In het tweede deel (hoofdstukken 4, 5, 6 en 7) is vervolgens de nieuwe systematiek toegepast op de lokale situatie. Daarbij is voor de kwaliteitsbeoordeling van de schoolgebouwen gebruik gemaakt van de analyse uit het Uitvoeringsplan en is dit evenzo gebeurd voor het vaststellen van de te treffen maatregel en de noodzaak voor het uitvoeren ervan. Dit resulteert in een indicatief huisvestingsplan voor de komende vier jaar en een doorkijk naar zestien jaar en de daarbij behorende investeringsraming.Indicatief huisvestingsplan

Systematiek en processen In het eerste deel zijn de systematiek en de processen uitgewerkt op basis van de uitgangspunten voor het integraal huisvestingsplan onderwijs op basis van het raadsbesluit van 28 november 2019. Deze zijn verwerkt in de hoofdstukken 2 en 3. Er wordt daarin aangegeven hoe besluitvorming tot stand komt en tenslotte wordt vastgelegd in een beschikking / afsprakenbrief. Ook wordt de procedure voor de uitvoering van toe te kennen voorzieningen toegelicht en wordt er uitleg gegeven over de methode voor kwaliteitsmeting van schoolgebouwen en hoe de resultaten van de kwaliteitsmeting leiden tot een urgentiescore. Tenslotte wordt ingegaan op de bekostiging van toe te kennen voorzieningen en op de wijze waarop een eventuele eigen bijdrage van het schoolbestuur hierbij kan worden vastgesteld. Deze werkwijze is vastgelegd in de verordening Voorzieningen huisvesting onderwijs waarvan de besluitvorming separaat plaatsvindt

Het indicatieve meerjarig huisvestingsplan bevat de voorzieningen die in aanmerking komen voor bekostiging door de gemeente. Dit huisvestingsplan wordt opgesteld op basis van nationale en lokale ontwikkelingen, leerlingenprognoses etc. en is bedoeld als beleidsinstrument dat eens per vier jaar wordt vastgesteld door de raad. Dit deel is voorzien van een financiële paragraaf waarin de jaarlasten van de voorgestelde investeringen zijn aangegeven. Tevens wordt globaal inzicht gegeven in de middelen die de gemeente uit het gemeentefonds ontvangt voor het uitvoeren van deze zorgtaak.

4

1. Systematiek en proces

5

1.1 Uitgangspunten IHP 7.

Bij de realisatie van nieuwbouw het Landelijk Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting uitgangpunt te laten zijn. Bij renovatie van bestaande schoolgebouwen maatwerk te hanteren in verband met de haalbaarheid. 8. Bij nieuwbouw en bij renovatie de raad twee keuzes voor te leggen waarbij voorstellen worden gedaan waarbij (1) alleen het wettelijk vereiste wordt voorgelegd en (2) voorstellen worden gedaan met toepassing van punt 7 (ook uitgedrukt in euro’s). 9. Renovatie van schoolgebouwen als voorziening in aanmerking te laten komen voor bekostiging door de gemeente. 10. De normbedragen voor vergoeding en indexering voor nieuwbouw, uitbreiding en renovatie te baseren op de BDB-index voor onderwijshuisvesting. 11. Bij het toekennen van een financiële bijdrage door de gemeente voor de voorziening renovatie uit te gaan van een eigen bijdrage van de schoolbesturen waarbij in de verordening een transparant kader vormgegeven wordt dat zoveel mogelijk recht doet aan de bestaande (wettelijke) verantwoordelijkheden en bijbehorende bekostiging van school en gemeente.

In dit IHP zijn de door de raad op 28 november 2019 vastgestelde uitgangspunten verwerkt. Daarbij is voortgeborduurd op de in dit kader al eerder opgestelde stukken: • Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2018-2022: Startnota, 2017 (hierna te noemen de Startnota), • IHP 2018-2022: Uitwerkingsplan onderwijshuisvesting, 2018 (hierna te noemen Uitwerkingsplan), • Uitgangspuntennotitie Integraal Huisvestingsplan onderwijs gemeente Oegstgeest, 2019 (hierna te noemen Uitgangspuntennota).

Deze uitgangspunten zijn: 1. Naast de huidige jaarcyclus te werken op grond van een vierjarig integraal huisvestings- en investeringsplan (IHP) met een doorkijk naar 16 jaar. 2. Een indicatief meerjarig investerings- en uitvoeringsplan voor nieuwbouw, uitbreiding, renovatie en eerste inrichting (inventaris en leermiddelen) elke vier jaar vast te stellen. 3. Ten behoeve van de voorzieningen voor nieuwbouw, uitbreiding en renovatie, die zijn opgenomen in het vastgestelde indicatieve meerjarig investeringsplan en die binnen een periode van vier jaar in aanmerking komen voor opname in het jaarlijks vast te stellen Programma voorzieningen huisvesting onderwijs, gemeente Oegstgeest, te starten met een voorbereidend onderzoek ter ondersteuning van de definitieve besluitvorming. 4. Voorzieningen die in het vastgestelde indicatief meerjarig investeringsplan zijn opgenomen en waarvoor een uitvoeringsplan beschikbaar is, zonder verdere aanvraagprocedure, in beginsel conform de geplande uitvoering op te nemen in het jaarlijks vast te stellen Programma voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Oegstgeest. 5. De kwaliteitsmeting van schoolgebouwen in Oegstgeest te baseren op de criteria van het Landelijk Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting. 6. De prioriteit van een aangevraagde voorziening mede vast te stellen op basis van de uitkomsten van de kwaliteitsmeting van het schoolgebouw.

De raad geeft voor deze besluitvorming de volgende overwegingen aan: • De raad wenst in te stemmen met de gewijzigde verordening waarbij in de verordening nog kan worden bepaald of het college dan wel de gemeenteraad de meerjarige investeringsraming periodiek vaststelt. • De gezamenlijke verantwoordelijkheid bij renovatie moet leiden tot co-creatie en mag niet leiden tot verschuiving van (wettelijke) verantwoordelijkheden tussen partijen. • Momenteel in Oegstgeest Frisse scholen en vanaf 2020 6. bouwen met BENG de norm is. • Het Landelijk kwaliteitskader onderwijshuisvesting ambitieus is, maar (zeker bij renovatie van schoolgebouwen) moet worden bezien of deze ambities wel haalbaar zijn.

6. De ingangsdatum van deze regeling is verschoven naar

1 januari 2021

6

1.2 Beleidskaders

• Goed inzicht bij de toepassing van het Landelijk Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting betreffende de kosten en de bovenwettelijke kosten. Dit om de wenselijkheid van een voorstel te kunnen bepalen waarbij inzichtelijk is wat wettelijk is vereist. • De uitgangspunten in beginsel een basis vormen voor komende Integrale Huisvestingsplannen (IHP’s).

In de startnota uit 2017 zijn de beleidskaders die op onderwijshuisvesting van toepassing zijn reeds beschreven. Een deel van de toen beschreven beleidskaders zijn verwerkt in de uitgangspunten (zie § 1.1). De overige nog steeds relevante beleidskaders zijn te beschouwen als flankerend beleid: 1. De gemeente stimuleert multifunctioneel gebruik van bestaande onderwijsgebouwen, 2. Investeringen voor de realisatie van voorzieningen ten behoeve van buitenschoolse opvang in een schoolgebouw dienen kostenneutraal te zijn en de exploitatie van de te verhuren ruimten dient te voldoen aan de uitgangspunten van de beleidsagenda maatschappelijk vastgoed, 2017. 3. Voor het verduurzamen van schoolgebouwen, voor zover dit niet wettelijk is vereist, is de duurzaamheidsagenda gemeente Oegstgeest van toepassing, 4. Voor voorzieningen ten behoeve van verkeersveiligheid rond schoolgebouwen is het Mobiliteitsplan van toepassing, 5. Voorzieningen in de onderwijshuisvesting die in het kader van de jeugdzorg worden gerealiseerd, vinden plaats op basis van besluitvorming op dit beleidsterrein.

Bij de behandeling van de uitgangspuntennota is door de voltallige raad in een amendement aangegeven dat zij de ‘voorlopige prioritering van urgentie van de uit te voeren maatregelen’ onderschrijft. De raad constateert dat een IHP met een visie op onderwijshuisvesting in Oegstgeest invulling moet geven aan de in de Uitgangspuntennotitie geschetste opgaves waarbij de vigerende verordening aan het gewenste beleid dient te worden aangepast. Tussentijdse aanpassingen op basis van verandering school of gebouw Voor het berekenen van de toekomstige ruimtebehoefte is een nieuwe leerlingenprognose opgesteld op basis van de leerlingentelling op 1 oktober 2019. Voor het vaststellen van de gebouwkwaliteit en de prioritering van de urgentie zijn in eerste instantie de uitkomsten van het Uitwerkingsplan overgenomen. Voor de toekomst geldt dat als er sprake is van een belangrijke verandering in de situatie van een school en/of haar gebouw dit kan leiden tot een aanpassing van de eerder vastgestelde kwaliteitsmeting.

ad 1: De gemeente werkt in beginsel mee als een school een deel van haar gebouw wil verhuren ten behoeve van een maatschappelijk doel. Zij zal indien zij hiertoe een verzoek van het schoolbestuur ontvangt, binnen haar mogelijkheden meewerken.

Nieuwe verordening Voorzieningen huisvesting onderwijs In samenhang met het opstellen van dit IHP is ook een wijziging van de verordening Voorzieningen huisvesting onderwijs, gemeente Oegstgeest voorbereid. De gewijzigde verordening wordt de raad separaat maar gelijktijdig voor besluitvorming aangeboden. De wijzigingen in de verordening hebben allereerst betrekking op het verwerken van de door de raad vastgestelde uitgangspunten zodat deze op basis van een wettelijke grondslag kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast is ook een actualisatie van de verordening doorgevoerd. Onze lokale verordening is voor het laatst gewijzigd in 2014 en in de tussenliggende jaren heeft de VNG enige technische aanpassingen van de modelverordening gepubliceerd. De VNG heeft in november 2020 een wijziging op de modelverordening gepubliceerd. Deze is nog niet verwerkt in de Oegstgeester verordening. De reden hiervoor is dat de wijzigingen beleidsrijk zijn en er voor is gekozen om deze wijzigingen in een apart voorstel te verwerken. .

ad 2: De gemeente Oegstgeest ondersteunt de ontwikkeling van brede scholen en IKC’s binnen haar mogelijkheden. De huisvesting van kinderopvangorganisaties is echter geen gemeentelijke zorgplicht en de gemeente bekostigt een dergelijke voorziening niet uit haar eigen middelen. Indien een school binnen haar gebouw ruimte beschikbaar wil stellen voor een vorm van kinderopvang kan zij hier een voorstel voor indienen. Dit voorstel zal worden getoetst aan de uitgangspunten van de beleidsagenda maatschappelijk vastgoed, 2017. ad 3: Het verduurzamen van de bestaande schoolgebouwen is voor de gemeente Oegstgeest geen wettelijke plicht. Niettemin heeft de gemeente Oegstgeest wel de ambitie om de verduurzaming van (school)gebouwen te stimuleren. In de duurzaamheidsagenda is beschreven op welke wijze dat gebeurd. ad 4: Een veilige verkeerssituatie rondom schoolgebouwen vindt de gemeente belangrijk. De ambities op dit vlak zijn beschreven in het Mobiliteitsplan.

7

ad 5: Voorzieningen voor de onderwijshuisvesting die van belang zijn voor de uitvoering van de jeugdzorg dienen ook in dit kader te worden beoordeeld.

de doorkijk van de twaalf daarop volgende jaren zijn de projecten opgenomen die op basis van noodzaak en urgentie gedurende deze periode in aanmerking kunnen komen voor bekostiging.

1.3 IHP Het Integrale HuisvestingsPlan onderwijs (IHP) is vooral een beleidsinstrument waarin wordt gefocust op een periode van 4 jaar. Deze periode start in het kalenderjaar volgend op het jaar waarin het IHP is vastgesteld, met een globale uitwerking voor de daaropvolgende periode van 12 jaar. In het IHP wordt op basis van ontwikkelingen op landelijk en lokaal niveau het bestaande beleid geëvalueerd en geactualiseerd. Er kunnen geen rechten worden ontleend aan het IHP. Het IHP wordt in afstemming met de schoolbesturen opgesteld en de afzonderlijke schoolbesturen geven een (instemmings)verklaring over het IHP. De raad stelt eens in de vier jaar het IHP vast.

In eerste instantie komen de volgende voorzieningen in aanmerking voor opname in de meerjaren investeringsraming: haalbaarheidsonderzoek, (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, renovatie, eerste inrichting, verplaatsing van een of meer bestaande noodlokalen ten behoeve van de huisvesting van een school en het beschikbaar stellen van een terrein voor zover nodig om een van de hiervoor genoemde voorzieningen te realiseren. Separaat aan het IHP stelt de raad ook de verordening Voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Oegstgeest vast. In de verordening worden de systematiek en procedures voor het opnemen van een voorziening in de onderwijshuisvesting in het vierjarig Uitvoeringsprogramma vastgelegd in een wetgevende regeling.

Onderdeel van het IHP is een meerjaren investeringsraming waarin voor een periode van 16 jaar een indicatieve planning is opgenomen van de wenselijke investeringen op het gebied van onderwijshuisvesting. Voor de voorzieningen die in de meerjaren investeringsraming zijn opgenomen geldt dat de voorzieningen waarvan de uitvoering in de eerste vier jaar is gepland, in beginsel worden uitgevoerd. In

Voor de uitvoering van het beleid stelt het college van burgemeester en wethouders jaarlijks het (voortschrijdend) vierjarig Uitvoeringsprogramma vast. In het Uitvoeringsprogramma is de meerjaren investeringsraming verder uitgewerkt conform de regels

8

overleg met de schoolbesturen over het tot stand komen hiervan wordt opgenomen in de verordening en zal grotendeels gelijk zijn aan de wijze waarop dit nu ook is opgenomen. Het jaarlijkse Programma voorzieningen huisvesting onderwijs bevat de voorzieningen die de gemeente in het eerstvolgende kalenderjaar bekostigt. Conform de onderwijswetgeving is de gemeente verplicht het Programma uit te voeren voor zover het jaarlijks eveneens door het college vast te stellen bekostigingsplafond dit toelaat.

die zijn gesteld in de verordening. In het vierjarig Uitvoeringsprogramma kunnen ook voorzieningen worden opgenomen waarvoor een schoolbestuur een aanvraag heeft ingediend. De procedure die hiervoor geldt, is gelijk aan de vigerende verordening.

1.4 Verordening Voorzieningen huisvesting onderwijs Een gemeente is op basis van de onderwijswetgeving verplicht om een verordening vast te stellen opdat kan worden voldaan aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in de gemeente stelt. De vigerende verordening wordt zodanig aangepast dat uitvoering kan worden gegeven aan de door de raad vastgestelde uitgangspunten en wordt voldaan aan de door de wetgever gestelde eisen. Als gevolg van het verwerken van de in § 1.1 opgesomde uitgangspunten wijkt de tekst van de verordening op onderdelen af van de modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs zoals die is opgesteld door de VNG. Het is daarom de taak van de gemeente Oegstgeest om deze verordening zelf actueel te houden.

Tegelijkertijd met het vaststellen van het huisvestingsprogramma stelt het college, indien dit relevant is, eveneens het jaarlijkse Overzicht vast met voorzieningen die voor dat jaar zijn aangevraagd maar niet op het jaarlijks uitvoeringsprogramma zijn opgenomen en voorzieningen die voor dat jaar in het vigerende vierjarige huisvestingsprogramma staan opgenomen maar niet in het nieuw vast te stellen jaarlijkse huisvestingsprogramma terecht zijn gekomen. De laatst genoemde voorzieningen worden dan waarschijnlijk voor een later jaar ingepland. Op basis van de onderwijswetgeving kunnen scholen voor voorzieningen die niet in het IHP zijn opgenomen, jaarlijks een aanvraag indienen voor opname in het Programma voorzieningen huisvesting onderwijs. Het gaat hierbij om voorzieningen, die op basis van de onderwijswetgeving in aanmerking komen voor bekostiging door de gemeente. Voor deze voorzieningen blijft de jaarlijkse aanvraagprocedure als de hiervoor geëigende weg gelden.

Het gaat hierbij om de volgende voorzieningen: medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een gebouw dat in gebruik is bij een andere school, herstel van een constructiefout, herstel en vervanging in verband met schade aan een gebouw of inrichting in geval van bijzondere omstandigheden, huur van een sportterrein dat niet in eigendom is van een bevoegd gezag voor een school voor voortgezet onderwijs ten behoeve van het onderwijs in lichamelijke oefening en aanvragen met een spoedeisend karakter.

1.5 Vierjarig Uitvoeringsprogramma Het college stelt jaarlijks het (voortschrijdend) vierjarig Uitvoeringsprogramma voorzieningen huisvesting onderwijs vast en verzoekt de raad om wensen en bedenkingen op dit Uitvoeringsprogramma te uiten. Het vierjarig Uitvoeringsprogramma vloeit voort uit het door de raad vastgestelde IHP. Het college neemt de in het vierjarig Uitvoeringsprogramma opgenomen investeringen op in de begroting. Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om de begroting vast te stellen. Hoewel het vierjarig Uitvoeringsprogramma in beginsel zal worden uitgevoerd, zijn geen rechten te ontlenen aan de plaatsing erop. Voor de voorzieningen die in het vierjarig Uitvoeringsprogramma zijn opgenomen, kunnen gemeente en schoolbesturen afspraken maken en starten met voorbereidingen zodat er snelheid kan worden gegenereerd als de voorziening in een later jaar wordt toegekend. Deze wederzijdse afspraken worden vastgelegd in een beschikking of een afsprakenbrief.

Indien de toekenning van een van bovengenoemde voorzieningen wel noodzakelijk maar niet urgent wordt geacht, kan het college deze voorziening opnemen in het vierjarig Uitvoeringsprogramma voor een later jaar dan het eerste volgende kalenderjaar. De facto wordt een dergelijke aanvraag voor opname in het Programma voorzieningen huisvesting onderwijs weliswaar afgewezen maar hoeft het schoolbestuur in het daarop volgende jaar geen nieuwe aanvraag meer in te dienen.

1.6 Programma en Overzicht Voorzieningen huisvesting onderwijs Naast het voortschrijdend vierjarig Uitvoeringsprogramma stelt het college jaarlijks het Programma voorzieningen in de huisvesting (huisvestingsprogramma) vast. De jaarlijkse vaststelling van het huisvestingsprogramma is een wettelijke verplichting die valt onder de bevoegdheden van het college. Het

9

1.7 Verankering van afspraken

in het IHP opgenomen voorzieningen over een reeks van jaren en daarmee tevens over de uitvoering van het meerjarig onderhoudsplan voor de in stand houding van het schoolgebouw. Omdat de afspraken een wederkerig karakter hebben, kunnen ook verplichtingen van de schoolbesturen worden vastgelegd, zoals een (eigen) financiële bijdrage.

De status van het vierjarig Uitvoeringsprogramma zal juridisch moeten worden verankerd. Gemeente en schoolbesturen kunnen hiervoor in een aanvullende afsprakenbrief een bindende afspraak met elkaar aangaan. Partijen verkrijgen op deze wijze meer zekerheid over (de omvang en de aard van) de bekostiging van de

Schema verankering afspraken over huisvestingsvoorzieningen

IHP

Akkoord raad en schoolbesturen

Vierjarig uitvoeringsprogramma

Huisvestingsprogramma

Afsprakenbrief

Beschikking

schikking kan een werkingsduur voor meerdere jaren worden toegekend maar heeft alleen betrekking op de vierjarige periode van het Uitvoeringsprogramma.

Toelichting op bovenstaand schema: • Het Integraal huisvestingsplan (IHP) Het IHP is allereerst bedoeld als beleidsinstrument dat zich focust op de eerstkomende periode van 4 jaar met een globale uitwerking voor de daaropvolgende periode van 12 jaar. Onderdeel van het IHP is een meerjaren investeringsraming. Het IHP wordt opgesteld in afstemming met de schoolbesturen en vastgesteld door de gemeenteraad.

De afspraken kunnen betrekking hebben op het bouwheerschap, de omvang en de locatie van de te realiseren voorziening als ook de te volgen aanbestedingsprocedure. De gemeente heeft hierbij vooral een toetsende rol. Een bouwproject kent in grote lijnen een aantal fases. De fasering van bekostiging zal hierop aansluiten. Iedere bouwfase wordt afgesloten met een fasedocument waarop het college akkoord moet geven, voordat begonnen wordt aan de volgende fase.

• Akkoordverklaring schoolbesturen Schoolbesturen verklaren akkoord te zijn met de uitgangspunten, toegepaste methoden en uitkomsten van het IHP.

• Huisvestingsprogramma Jaarlijks stelt het college het Programma voorzieningen huisvesting onderwijs (huisvestingsprogramma) vast. Dit is een verplichting die voortvloeit uit de onderwijswetgeving. De plaatsing van een voorziening in dit programma geeft een school recht op uitvoering. Het huisvestingsprogramma is te beschouwen als een bundeling van beschikkingen.

• Vierjarig Uitvoeringsprogramma Het voortschrijdend vierjarig Uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks door het college vastgesteld en heeft betrekking op de eerstkomende vier jaar. Het vierjarig Uitvoeringsprogramma is in feite de uitwerking van (een deel van) de meerjaren investeringsraming. • Afsprakenbrief/Uitvoeringsbeschikking Voor de voorzieningen die zijn opgenomen in het vierjarig Uitvoeringsprogramma worden door het college in afstemming met het schoolbestuur afspraken vastgelegd over uit te voeren onderzoeken, inkopen en aanbestedingen, vastlegging budget en de voorwaarden per project. Dit gebeurt in een afsprakenbrief / uitvoeringsbeschikking. Aan de be-

• Beschikking In de beschikking wordt voortgeborduurd op wat is vastgelegd in de afsprakenbrief. Het grote verschil is dat in de afsprakenbrief afspraken werden vastgelegd ter voorbereiding op de besluitvorming en dat in de beschikking de afspraken betrekking hebben op de uitvoering.

10

2. Voorzieningen

11

2.1 Voorzieningen die in aanmerking komen voor opname in het IHP

overeenkomen dat de gemeente het bouwheerschap op zich neemt. Dit kan onder andere het geval zijn bij een bouwproject waarin meerdere voorzieningen (o.a. meerdere basisscholen, gymzaal, kinderopvang) worden geclusterd.

In dit hoofdstuk worden alle voorzieningen die in aanmerking komen voor opname in het IHP toegelicht. Hierbij wordt een omschrijving van de voorziening gegeven, worden de verantwoordelijkheden / bevoegdheden beschreven en wordt aangegeven op welke wijze en onder welke voorwaarden een voorziening wordt bekostigd.

Bekostiging De gemeente bekostigt nieuwbouw en uitbreiding op basis van een actuele calculatie opgesteld door een bouwbureau en het vastgelegde kwaliteitsniveau. De in de gemeentebegroting opgenomen VNG normbedragen worden zodoende, in een haalbaarheidsonderzoek, geverifieerd op realiteit. Indien een schoolbestuur een hogere bouwkwaliteit wil dan in dit IHP is opgenomen, blijkt dat een specifieke behoefte van het schoolbestuur leidt tot hogere bouwkosten of het schoolbestuur een groter volume wil realiseren dan waar zij op basis van de verordening recht op heeft, dient het schoolbestuur zelf het verschil van de stichtingskosten te dragen . De gemeente kan slecht bekostiging voor nieuwbouw / uitbreiding toekennen indien deze is opgenomen in het vierjarig Uitvoeringsprogramma.

2.2 Haalbaarheidsonderzoek Omschrijving Voordat een budget voor een bouwproject (nieuwbouw, uitbreiding of renovatie) wordt toegekend, voert de gemeente in samenwerking met het schoolbestuur een haalbaarheidsonderzoek uit. Hiertoe wordt een functioneel en ruimtelijk programma van eisen opgesteld. Onderzoek vindt plaats naar de benodigde omvang van de voorziening, de beoogde locatie, mogelijkheden voor tijdelijke huisvesting, de totale investeringskosten en de financiële dekking van de stichtingskosten waaronder de eventuele eigen bijdrage van een schoolbestuur. De kosten van het haalbaarheidsonderzoek maken geen deel uit van het bouwbudget.

2.4 Renovatie Voor ‘renovatie’ wordt in de verordening een afzonderlijke bepaling opgenomen. Omdat in de onderwijswetgeving voor renovatie geen wettelijke omschrijving is opgenomen, wordt de in de wet opgenomen voorziening ‘vervangende nieuwbouw’ uitgebreid met het begrip ‘renovatie’. Hierdoor is in de gemeentelijke verordening vastgelegd dat deze voorziening in aanmerking komt voor bekostiging door de gemeente en het schoolbestuur hiervoor een aanvraag voor (een bijdrage in de) bekostiging kan indienen.

Verantwoordelijkheden / bevoegdheden Het onderzoek vindt plaats in opdracht van de gemeente en in afstemming met het schoolbestuur. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek kan het college de raad een onderbouwd voorstel voorleggen voor het beschikbaar stellen van de benodigde investering. Bekostiging De gemeente bekostigt het haalbaarheidsonderzoek.

In de verordening wordt het begrip ‘renovatie’ als volgt geformuleerd: het (gedeeltelijk) kwalitatief verbeteren van een bestaand schoolgebouw waarbij de maatstaven en normen zoals opgenomen in de Landelijk Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting als uitgangspunt worden genomen en waarbij de levensduur met tenminste 25 jaar wordt verlengd.

2.3 Nieuwbouw, uitbreiding en vervangende nieuwbouw Omschrijving Nieuwbouw, uitbreiding en vervangende nieuwbouw zijn voorzieningen die conform de onderwijswetgeving nu ook al in aanmerking komen voor bekostiging door de gemeente

In de Uitgangspuntennotitie uit 2018 is beschreven dat het toekennen van ‘renovatie’ mogelijk is op drie niveaus: 1. vernieuwbouw / transformatie 2. upgrade 3. verduurzaming

Verantwoordelijkheden Voor de realisatie van een bouwproject ligt het bouwheerschap, in lijn met de onderwijswetgeving, in principe bij het schoolbestuur. Als het schoolbestuur over onvoldoende deskundigheid beschikt of een project te complex is, kunnen schoolbestuur en gemeente

12

Renovatieniveaus 1. Vernieuwbouw of transformatie

schoolbestuur de voorziening met aanvulling van haar eigen middelen, die zij heeft gereserveerd voor uitvoering van het meerjaren onderhoudsprogramma, bekostigt. Voor het bedrag dat de schoolbesturen zelf moeten investeren wordt voorgesteld dat zij, voor zover zij hiervoor niet voldoende hebben kunnen reserveren, een gemeentelijke garantstelling kunnen aanvragen voor het aangaan van een lening.

Deze voorziening is bedoeld voor gebouwen die een onvoldoende scoren op technische kwaliteit (o.a. duurzaamheid en binnenklimaat), functionele kwaliteit en economische kwaliteit (onderhoud- en exploitatiekosten) maar wel voldoende kwaliteit hebben om de levensduur met 40 jaar te verlengen. Deze voorziening heeft als doel om een bestaand gebouw, geheel of gedeeltelijk, minimaal 40 jaar langer in stand te houden en is zo een alternatief voor vervangende nieuwbouw. Hiervoor komen gebouwen in aanmerking die minimaal 40 jaar oud zijn. De gemeentelijke bijdrage en de eigen bijdrage van het schoolbestuur zijn samen toereikend om de voorziening te bekostigen. Voor het bedrag dat een schoolbestuur zelf moet investeren wordt voorgesteld dat hij, voor zover het voor hem niet mogelijk was om hiervoor voldoende te kunnen reserveren, een gemeentelijke garantstelling kan aanvragen voor het aangaan van een lening.

3. Verduurzaming Deze voorziening is bedoeld voor gebouwen die minimaal 10 jaar oud zijn en weliswaar technisch, functioneel en economisch kwalitatief goed zijn maar onvoldoende scoren op binnenklimaat en energiezuinigheid. Het doel is dat schoolbesturen op korte termijn de duurzaamheidsmaatregelen kunnen realiseren die zichzelf in een aantal jaar terug verdienen door besparingen in de exploitatie en/of de functionele kwaliteit van het gebouw verhoogt. De uit te voeren maatregelen komen voort uit een hiertoe uit te voeren energiescan die door de gemeente wordt aangeboden. De voorziening bestaat uit een bijdrage van de gemeente en gaat er van uit dat het schoolbestuur de voorziening met aanvulling van zijn eigen middelen bekostigt. Voor het bedrag dat de schoolbesturen zelf moeten investeren wordt voorgesteld dat deze, voor zover hij hiervoor niet voldoende hebben kunnen reserveren, een gemeentelijke garantstelling kunnen aanvragen voor het aangaan van een lening.

2. Upgrade / renovatie Deze voorziening is bedoeld voor gebouwen die weliswaar kwalitatief goed zijn maar op onderdelen onvoldoende scoren. Hiervoor komen gebouwen in aanmerking die minimaal 20 jaar oud zijn en na uitvoering van de maatregelen minimaal 25 jaar langer in stand blijven. Deze voorziening heeft als doel om vervangende nieuwbouw uit te stellen. De voorziening bestaat uit een bijdrage van de gemeente en gaat er van uit dat het

Bekostiging Voor de gemeente is het uitgangspunt dat het schoolbestuur verantwoordelijk is voor de uitvoering en de bekostiging van de renovatie. De gemeente stelt hiervoor een financiële bijdrage beschikbaar op basis van een calculatie door een bouwbureau. De reden voor dit uitgangspunt is dat zowel gemeente als schoolbestuur voor deze taak bekostiging ontvangen. De gemeente ontvangt voor haar wettelijke zorgplicht om te voorzien in adequate huisvesting voor scholen voor primair- en voortgezet onderwijs, een bijdrage uit het gemeentefonds. Een schoolbestuur ontvangt voor gebouwonderhoud en exploitatiekosten vanuit het rijk een MI-bekostiging ( materiële instandhouding). Een bijdrage van de gemeente kan slechts worden

toegekend indien een renovatie is opgenomen in het vierjarig Uitvoeringsprogramma. In te brengen middelen door het schoolbestuur Voor elk project zal worden onderzocht welke werkzaamheden moeten worden uitgevoerd en wat de kosten van de renovatie zijn. Vervolgens wordt bekeken voor welk deel een schoolbestuur geacht kan worden te hebben gereserveerd en/ of wat voor hem de financiële besparing is. Omdat dit maatwerk vereist, is het (vooralsnog) niet mogelijk om in de verordening of in dit IHP, voor renovatie een vaste rekenmethode te hanteren voor het vaststellen van de middelen het schoolbestuur zelf inbrengt. Wel zal bij het toekennen van een financiële bijdrage door de

13

gemeente zoveel als mogelijk recht worden gedaan aan de bestaande en nieuwe (wettelijke) verantwoordelijkheden en bijbehorende bekostiging van school en gemeente. Als handvatten kunnen hierbij de volgende uitgaven dienen: 1. Greendeal scholen: Bewezen aanpakken voor verduurzamen scholen financieel onderzocht, en 2. Aardgasvrije scholen: Verkenning: ‘mogelijkheden om te investeren in verduurzaming van schoolgebouwen (zie bijlagen).

2.5 Eerste inrichting inventaris, leermiddelen en meubilair Omschrijving Eerste inrichting inventaris, leermiddelen en meubilair is een voorziening die nu ook al in aanmerking komt voor bekostiging door de gemeente. De hoogte van de bekostiging is gebaseerd op het normbedrag dat hiervoor is opgenomen in de verordening en wordt vastge-

steld aan de hand van het aanwezige aantal leerlingen dat aanwezig is en op de korte termijn aanwezig zal blijven (omgerekend naar het daarbij behorende bruto vloeroppervlak) minus het aantal leerlingen waarvoor de school reeds een bekostiging heeft ontvangen. Verantwoordelijkheden Het schoolbestuur schaft de middelen aan en krijgt op basis van ingediende facturen, maximaal het toegekend bedrag uitgekeerd. De ingediende facturen moeten betrekking hebben op de toegekende voorziening. Indien de facturen geen betrekking hebben op het uitvoeren van de toegekende voorziening, komen deze niet voor vergoeding in aanmerking. Bekostiging De gemeente bekostigt inventaris, leermiddelen en meubilair op basis van normbedragen. De normbedragen zijn conform de door de VNG hiervoor gepubliceerde bedragen.

14

3. Systematiek

15

3.1 Systematiek

Op basis van de hierboven beschreven methodes is voor elk schoolgebouw een kwaliteitsscore berekend. Hierbij heeft de eerste orde van weging de hoogste urgentie en worden de uitkomsten van de 2e orde van weging en 3e orde van weging even zwaar meegeteld. Deze scores zijn met alle schoolbesturen individueel besproken en zij zijn akkoord met de kwaliteitsscore van hun gebouw.

In dit hoofdstuk wordt de systematiek beschreven die wordt gehanteerd voor de kwaliteitsmeting van de schoolgebouwen. Op basis van de uitkomst van de kwaliteitsmeting kan worden vastgesteld welke maatregelen van toepassing zijn om tot de beoogde kwaliteitsverbetering te komen. Tenslotte wordt ingegaan op de bekostiging van de maatregelen en de mate waarin gemeente en schoolbesturen hieraan bij dienen te dragen.

Niettemin blijkt dat de totstandkoming van de kwaliteitsmeting nog verdere uitwerking behoeft. In de scores wordt bij de beoordeling nog onvoldoende ingegaan op de aspecten ‘noodzakelijkheid’ en ‘urgentie’. Het voorstel is daarom om vooralsnog uit te gaan van de uitkomsten van de meting van het Uitwerkingsplan uit 2018 en de systematiek en de beschrijving op basis waarvan de gebouwscore wordt gemeten in 2021 in samenspraak met de schoolbesturen verder uit te werken.

3.2 Kwaliteitsmeting schoolgebouwen In het Uitwerkingsplan is beschreven dat Stichting Het Beheercollectief Scholen in 2018 een op basis van een quick scan een kwaliteitsmeting heeft uitgevoerd bij alle schoolgebouwen op basis van het Kwaliteitskader huisvesting 7. . Deze kwaliteitsmeting bestaat uit een meting op basis van kwantitatieve gegevens zoals leerlingenprognoses, exploitatievergoeding versus -kosten, constructieve gebreken en ruimtetekorten.

3.3 Vaststellen maatregelen

De weging is gebaseerd op twee verschillende methodes om de kwaliteit van een schoolgebouw te meten en op eisen voortkomend uit de wettelijke zorgplicht van de gemeente. Voor het vaststellen van de gebouwkwaliteit heeft elk van deze methodes een eigen weging gekregen:

De noodzaak van de uit te voeren maatregelen wordt in eerste instantie bepaald aan de hand van een quick scan op de kwantitatieve en kwalitatieve aspecten. Hierbij wordt vervolgens onderbouwd op welke termijn een maatregel moet worden uitgevoerd. Een definitieve vaststelling van de te treffen maatregel vindt plaats bij het haalbaarheidsonderzoek.

3.4 Prioritering van voorzieningen

• De 1e orde van weging vloeit voort uit de wettelijke zorgplicht van een gemeente om te voorzien in adequate huisvesting. Deze zorgplicht heeft betrekking op de voorzieningen nieuwbouw, uitbreiding en het verhelpen van constructieve gebreken.

De prioritering van de uit te voeren maatregelen is in het Uitwerkingsplan gebaseerd op de gebouwscores. Deze gebouwscores komen tot stand op basis van een kwaliteitsbeoordeling waarbij wordt beoordeeld op noodzakelijkheid maar niet op urgentie. Door het aspect urgentie in de kwaliteitsbeoordeling te verwerken kan dit ook gevolgen hebben voor de prioritering van de gebouwen. Weliswaar wordt in de 1e orde van weging vastgesteld of er sprake is van een wettelijke verplichting maar niet duidelijk is hoe de urgentie van de scores wordt bepaald om daarmee duidelijkheid te verkrijgen over de termijn waarbinnen een voorziening moet worden uitgevoerd.

• De 2e orde van weging is gebaseerd op de criteria uit het Kwaliteitskader waarmee de beleving en het functioneren/presteren van het desbetreffende gebouw in kaart worden gebracht. Dit gebeurt op basis van een online enquête en een excel-invulvragenlijst. • De 3e orde van weging maakt gebruik van kwantitatieve criteria waarbij de kosten van onderhoud en exploitatie inzichtelijk zijn gemaakt. Deze criteria zijn: • Gebouwoppervlak in relatie met de normatieve ruimtebehoefte, • Onderhoudskosten in relatie tot bekostiging, • Jaarlijkse kosten energie (gas/warmteverbruik, elektra en water), • Jaarlijkse schoonmaakkosten, • Jaarlijkse kosten dagelijks onderhoud (niet-planmatig).

7. Deze kwaliteitsmeting is opgenomen in het

softwareprogramma G4NET van Pronexus, een op webtechnologie gebaseerd informatiesysteem voor accommodatieplanning op het gebied van onderwijs en welzijn

16

met een suppletie voor de dekking van extra kosten als tijdelijke huisvesting, verhuiskosten en onvermijdelijke kosten bij de bouw die niet tot de bouwkosten worden gerekend. Voor de kosten van renovatie is gerekend met een percentage van de stichtingskosten voor nieuwbouw. Deze berekeningen van de investeringskosten zijn allereerst bedoeld als indicatie voor de lange termijnuitgaven ten behoeve van de gemeentebegroting.

Het voorstel is om hier op twee manieren mee om te gaan; • de maatregelen die in het vierjarig Uitvoeringsplan als eerste staan gepland en waarvoor is gestart met een haalbaarheidsonderzoek, te weten VSO Leo Kanner en Gevers Deutz Terweeschool op basis van uit te werken plannen te beoordelen. • voor de overige voorzieningen de methodiek van de kwaliteitsmeting nog verder uit te werken met name op het punt van urgentie.

Als er op basis van het haalbaarheidsonderzoek een meer verfijndere kostenberekening beschikbaar is, wordt deze in het vervolg als investeringsraming gehanteerd. De investeringen die zijn opgenomen voor de komende vier jaar worden verwerkt in de gemeentebegroting als reservering. Voor bouwprojecten zullen deze investeringen zijn gebaseerd op een uitgewerkt voorstel.

3.5 Vaststellen investeringsraming Voor de meerjaren investeringsraming wordt in eerste instantie gerekend met de VNG normbedragen van de Modelverordening Voorzieningen huisvesting onderwijs. Deze normbedragen hebben betrekking op de bouwkosten en zijn aangepast aan de kwaliteitseisen met betrekking tot BENG uit het Bouwbesluit en de kostenontwikkeling via het systeem van de prijsbijstelling zoals beschreven in de Model Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Om een betere berekening van de stichtingskosten kosten te krijgen zijn de genormeerde bouwkosten opgehoogd

Onderstaand wordt de hoogte van de normbedragen voor de verschillende voorzieningen toegelicht. In hoofdstuk 2 zijn alle voorzieningen die in aanmerking komen voor opname in het IHP toegelicht.

17

nieuwbouw/uitbreiding/renovatie In het IHP en het vierjarig uitvoeringsprogramma zijn de investeringen gebaseerd op normbedragen voor nieuwbouw. Tot de bouwkosten behoren: a. de bouwkosten van het gebouw, inclusief fundering, en b. de kosten van de aanleg en inrichting van het schoolterrein.

Uit de analyse van Green deal blijkt dat een integrale aanpak (op het niveau maatregelen, bekostiging en het proces) een kansrijk perspectief biedt om bestaande schoolgebouwen te verduurzamen. De traditionele benadering in de onderwijshuisvesting is dat investering en exploitatie van het vastgoed strikt gescheiden (verantwoordelijkheden) zijn waarvan de verantwoordelijkheid is verdeeld over gemeente en schoolbesturen. Een investering in verduurzaming kan voor een gemeente interessant zijn wanneer er sprake is van levensduur verlengende maatregelen. Een aanpak waarmee bestaande geldstromen meer vanuit een meerjarig perspectief worden ingezet. Daardoor ligt niet de focus op de omvang van de investering maar zijn kwaliteitsverbetering en jaarlijks terugkerende kosten (TCO-benadering) leidend bij te nemen (investerings-) beslissingen.

Projectspecifieke omstandigheden, bijvoorbeeld als gevolg van de ligging van een object, kunnen er voor zorgen dat de bouwkosten afwijken van de kosten van de hier gekozen standaard. Per situatie zal er gekeken moeten worden naar de afwijking ten opzichte van de referentie wettelijk minimum. Dit gebeurt in het haalbaarheidsonderzoek. Nieuwbouw/ transformatie: Er wordt gerekend met het normbedrag voor nieuwbouw en eventueel een surplus voor extra kosten voor sloop, tijdelijke huisvesting, etc. Als de kwaliteitseisen voor nieuwbouw als gevolg van wettelijke maatregelen wijzigen, wordt de hoogte van de te bekostigen stichtingskosten hierop aangepast.

De gekozen aanpak blijkt in de praktijk sterk afhankelijk te zijn van de vraag of er behoefte is aan een integrale kwaliteitsverbetering. Het moment dat kozijnen in een schoolgebouw vervangen worden, is bij een aantal praktijkervaringen de aanleiding geweest om verder te kijken dan alleen het onderhoud.

Upgrade: De hoogte van het normbedrag bedraagt maximaal 42 % van de stichtingskosten. Dit percentage van de nieuwbouwkosten is afkomstig uit een marktonderzoek van Arcadis welke is gevalideerd door BDB bouw(kosten)data. Bij deze maatregel wordt ervan uitgegaan dat het schoolbestuur gelijktijdig het geplande groot onderhoud uitvoert.

Het aanpassen van de gebouwschil blijkt ook een kans om op meerdere aspecten uit het Kwaliteitskader Huisvesting een kwaliteitsslag te maken. Het vervangen van de kozijnen heeft zo direct effect op kwaliteitsaspecten als de uitstraling, entrees, zichtlijnen, toegankelijkheid, buitenruimte, daglicht, kunstlicht, luchtverversing, luchtkwaliteit, zomertemperatuur, wintertemperatuur, groenkwaliteit, energieprestatie, materialisatie en de hygiëne. Al deze zaken komen samen met een goed ontwerp van de gebouwschil.

Verduurzaming: De hoogte van het bedrag bedraagt maximaal 21 % van de normkosten voor nieuwbouw.

Een integrale aanpak, waarbij ook wordt geïnvesteerd in een algehele kwaliteitsverbetering (uitstraling, onderwijskundig en frisse school), blijkt alleen te realiseren wanneer ook een gemeente of externe partij bereid is mee te financieren.

3.6 Berekenen bijdrage gemeente en schoolbesturen In het haalbaarheidsonderzoek wordt de financiële bijdrage van gemeente en schoolbestuur uitgewerkt. Een handvat hiervoor is een onderzoek gepubliceerd door Green deal scholen 8. uit 2018. Hierin zijn de resultaten gepubliceerd van een onderzoek naar de financiële aanpak bij vijftien praktijkvoorbeelden van scholen die hun gebouw hebben verduurzaamd. 9. Als handvat is als bijlage een standaard ‘format’ voor een businesscase opgenomen voor het opstellen van een investeringsplan. Dit plan kan als basis worden gebruikt in het overleg tussen partijen die betrokken zijn bij de financiering en exploitatie van een project.

8. Een project waarbij onder andere VNG, PO-raad en

VO-raad partner waren en dat als doel stelling had om een gezonde leer- en werkomgeving te realiseren in een voor schoolbesturen betaalbaar gebouw, 9. Analyse kengetallen 15 praktijkervaringen - Green Deal Scholen - mei 2018

18

3.7 Businesscase Motivatie Er moet een duidelijk beeld zijn van het toekomstperspectief. Op basis van de uitgangssituatie moet helder zijn waar de essentie van het aan te pakken probleem ligt (1) hoe deze aansluit bij de organisatiedoelstellingen en het bestaansrecht voor de huisvesting (2) in de komende 10-15 jaar (visie en taakstelling).

Met het opstellen van een businesscase kan de financieringsbehoefte van een plan om het schoolgebouw te verduurzamen in kaart worden gebracht. In veel andere sectoren is een businesscase en het daarin opgenomen investeringsvoorstel belangrijke input zijn voor de onderhandeling tussen partijen die betrokken zijn bij de financiering en exploitatie van een project. Om structuur aan te brengen in de te voeren gesprekken heeft de Green Deal Scholen samen met de Dutch Green Building Council (DGBC) een standaard ‘format’ voor de businesscase ontwikkeld. Dit format is als bijlage toegevoegd.

Eigenaarschap In het proces dient er een duidelijk mandaat te zijn. Wie voert de regie en is daarmee eigenaar van het besluitvormingsproces (rollen en bevoegdheden)?

3.8 Planning van de uitvoering Uiteindelijk resteert de vraag: wanneer komt een plan tot uitvoering? Dit zal worden gebaseerd op een aantal indicatoren zoals de prioritering, de afspraken in de businesscase en de financiële mogelijkheden van schoolbestuur en gemeente. In de businesscase zullen deze aspecten worden betrokken. Nadat gemeente en schoolbestuur een besluit hebben genomen over het beschikbaar stellen van de financiële middelen kan in samenhang met het haalbaarheidsplan besloten worden over het jaar van uitvoering.

Deskundigheid Professionalisering van de vastgoedexploitatie en het opdrachtgeverschap is essentieel om verantwoord te kunnen investeren in kwaliteitsverbetering. Houding Doorslaggevend in het laten slagen van de businesscase is de bereidheid om op een andere manier naar de renovatieopgave te kijken. Een integrale aanpak houdt ook andere manieren van organiseren en samenwerken in. Soms moeten bestaande processen en methodieken terzijde worden geschoven. Partijen dienen zich daarbij te realiseren dat een ander proces soms meer tijd en inspanning van alle betrokkenen vraagt.

3.9 Randvoorwaarden voor succes De analyse van de Green deal scholen laat zien dat er een aantal randvoorwaarden is waar aan voldaan moet worden om tot een goed onderbouwde businesscase voor het verduurzamen van scholen te komen. In het hele proces van het haalbaarheidsonderzoek zullen deze randvoorwaarden verder worden uitgewerkt. Deze voorwaarden zijn:

Financiering In een goede onderbouwing wordt niet alleen naar de portemonnee (kort geld) gekeken, maar ook geredeneerd vanuit de jaarlijks terugkerende kosten (levensduur) en opbrengsten. Het zichtbaar maken van de kosten in het geval er niets gedaan wordt, kan de kans op een haalbare businesscase vergroten.

Samenwerking De wil en bereidheid van schoolbesturen en gemeente om vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid te komen tot een verdeling van kosten. Een duurzame renovatie is alleen mogelijk als beide partijen een deel van de kosten voor hun rekening nemen. Gebouwinzicht Voor het nemen van een investeringsbeslissing is goed inzicht in de uitgangssituatie vereist. Projectgegevens zoals vierkante meters, technische data, jaarlijks energieverbruik, ontvangen rijksvergoedingen, lopende contracten, exploitatiegegevens, leerlingenprognoses en reserveringen in het meerjarig onderhoudsplan dienen duidelijk in beeld te zijn.

19

4. Uitvoeringsplan

21

4.1 Leerlingenprognoses en ruimtebehoefte

PVG beschouwt de wijk als een bestaande wijk waarbij met de nieuwbouw tegen Rijnsburg aan al tien jaar geleden is gestart. De basisgeneratie uit de eerste nieuwbouwwoningen gaat alweer naar het voortgezet onderwijs.

Voor de leerlingenprognoses is dit jaar voor het eerst gebruik gemaakt van twee bureaus. In § 4.2 wordt toegelicht waarom hiervoor is gekozen. In de navolgende paragrafen wordt ingegaan in welke gemeente de leerlingen uit Oegstgeest basisonderwijs volgen en uit welke andere gemeenten leerlingen afkomstig zijn die in Oegstgeest basisonderwijs volgen. § 4.4 behandelt de leerlingenprognoses voor het basisonderwijs. In § 4.5 en § 4.6 worden ingegaan op de leerlingenprognoses voor het voortgezet onderwijs. In § 4.7 gaat in op de leerlingenprognoses voor het voortgezet speciaal onderwijs, het speciaal onderwijs en de ESB Curium-LUMC. In de § 4.8 tot en met § 4.10 wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de ruimtebehoefte van de verschillende onderwijssoorten.

Beide bureaus hanteren vanwege dit verschillende uitgangspunt een andere rekenmethodiek. In dit Uitvoeringsplan wordt met een gemiddelde van beide berekeningen gerekend. Het voornemen is om in ieder geval voor de korte termijn van de beide bureaus prognoses af te nemen om er zicht op te krijgen hoe de beide benaderingswijzen zich vertalen in de praktijk.

4.3 Waar volgen de leerlingen uit Oegstgeest basisonderwijs? Op 1-10-2019 wonen er in Oegstgeest 2.557 kinderen in de basisschoolleeftijd. Hiervan volgen 2.157 kinderen ofwel 83,2% onderwijs op een school in Oegstgeest, een lichte daling van 0,6% t.o.v. 2018. Er is derhalve sprake van een uitstroom van Oegstgeester kinderen in de basisschoolleeftijd naar scholen buiten Oegstgeest. Dit aantal is in de afgelopen 10 jaar gegroeid van circa 200 kinderen in 2011 naar 400 kinderen op 1-10-2019.

4.2 Rekenmethode De gemeente Oegstgeest maakt voor het opstellen van leerlingenprognoses al sinds lange tijd gebruik van de diensten van het bureau Planning verband Groningen. Omdat de gemeente onlangs het softwareprogramma G4net van bureau Pronexus heeft aangeschaft om de kwaliteitsmeting van de schoolgebouwen op een transparante wijze te kunnen vastleggen, zijn in 2019 van dit bureau eveneens leerlingenprognoses afgenomen. De prognoses van de beide bureaus laten voor het basisonderwijs echter onderling een groot verschil zien in het aantal te verwachten leerlingen. Dit verschil loopt vanaf 2024 met 64 leerlingen op tot 560 leerlingen in 2037.

Hier tegenover staat ook een instroom van leerlingen van buiten Oegstgeest. Van de leerlingen die op de teldatum 1 oktober 2019 staan ingeschreven bij een basisschool in Oegstgeest zijn 578 leerlingen van buiten Oegstgeest afkomstig. Het aantal leerlingen van buiten Oegstgeest is in de afgelopen 10 jaar sterk gestegen van 325 leerlingen op 1-10-2011 tot het huidige aantal leerlingen.

Pronexus ( zij verwachten het hoogste aantal leerlingen), heeft aan hun prognose een scenario toegevoegd voor basisschool Het Dok waarbij de belangstelling van leerlingen buiten de gemeente Oegstgeest naar 0 is toegerekend. Hierdoor is het verwachte aantal leerlingen lager; in 2025 een verschil van 55 leerlingen en in 2035 een verschil van 400 leerlingen met de prognoses van PVG.

In Oegstgeest staan op de basisscholen 178 leerlingen meer ingeschreven dan het aantal kinderen dat in deze leeftijdsgroep in de gemeente woont. Een deel van deze extra leerlingen is het gevolg van de keuze voor een specifieke denominatie (De Lichtwijzer) of onderwijsmethode (Montessori). Op de Montessorischool staan ook relatief veel kinderen van expats ingeschreven. Ook voor Het Dok geldt dat de aangeboden onderwijsmethode leidt tot instroom van leerlingen uit het naastgelegen Valkenburg (Duyfrak), gemeente Katwijk. Voor De Vogels geldt dat de school gunstig is gelegen ten opzichte van de naastgelegen Leidse wijk.

Aan beide bureaus is gevraagd om het grote verschil in leerlingenaantallen tussen beide prognoses te duiden. Het verschil in aantal leerlingen op termijn is vooral het gevolg van een verschillende kijk op de wijk Nieuw Rhijngeest. Pronexus beschouwt het gebied als een nieuwbouwgebied omdat de woningvoorraad in dit gebied meer dan verdubbelt; van 1.260 woningen naar 2.574 woningen. Dit heeft tot gevolg dat de geboortes gaan stijgen in dit gebied en dat de doorstroom van leeftijden in de basisgeneratie positief is. Dat geeft een stijging in de basisgeneratie.

Op zich is een leerlingenstroom naar en uit Oegstgeest niet ongewoon en als beide stromen zich min of meer in gelijke grootte tot elkaar verhouden ook acceptabel. Een discussie over dit fenomeen zal met name spelen als er bij een van deze scholen sprake is

22

rischool is 44 % van de leerlingen afkomstig uit een naast gelegen gemeente. De ontwikkeling van Het Dok in Nieuw Rhijngeest loopt in de pas met de ontwikkeling van een school in een nieuwbouwgebied waarvoor op korte termijn ook een nóg grotere bouwproductie (+175 woningen ) wordt verwacht. Op de teldatum zijn 379 leerlingen geteld. De ontwikkeling van Het Dok is in een groeiversnelling geraakt: Het Dok ontvangt een groeiend aantal leerlingen uit de aangrenzende nieuwbouwwijk het Duyfrak in Rijnsburg, van 20 leerlingen in 2014 naar 76 leerlingen in de recentste telling. Het schoolbestuur hanteert wel een aannamebeleid voor nieuwe leerlingen waarbij leerlingen afkomstig uit de wijk voorrang krijgen boven andere leerlingen.

van ruimtetekort en er behoefte bestaat aan gebouwelijke uitbreiding. Omdat de achtergrond bij elke school waar dit speelt anders is, wordt dit onderwerp, als dit actueel is, schoolspecifiek behandeld.

4.4 Ontwikkeling van het aantal leerlingen in het basisonderwijs In tabel 1 zijn de leerlingenprognoses voor de korte en lange termijn weergegeven. De daarbij geselecteerde jaren 2019 en 2034 corresponderen met de korte en lange termijn zoals die in de verordening staan weergegeven en die de maatstaf zijn voor het toekennen van tijdelijke respectievelijk permanente huisvestingsvoorzieningen. Bij basisscholen De Lichtwijzer, Montessori, De Kring en Het Dok is sprake van een verwachte leerlingengroei. Bij de Gevers DT, Hofdijckschool en J. de Witteschool blijft het aantal leerlingen op de korte en lange termijn grosso modo stabiel. Bij OBS Dalton in de verwachting dat het aantal leerlingen licht daalt. Voor basisschool De Vogels is wel de verwachting dat er sprake zal zijn van een duidelijke daling van het aantal leerlingen op de korte en lange termijn.

4.5 Waar volgen de leerlingen uit Oegstgeest voortgezet onderwijs? Circa 70 % van de kinderen uit Oegstgeest volgt voortgezet onderwijs buiten de gemeente. Dit aantal is ongeveer gelijk aan het aantal kinderen dat afkomstig is van buiten Oegstgeest en in Oegstgeest voortgezet onderwijs volgt. Een school voor voortgezet onderwijs is echter, veel meer dan een basisschool, bedoeld als een regionale voorziening. Deze leerlingenstromen passen in dat beeld.

Voor het beoordelen van de leerlingenontwikkeling is uitgegaan van teldatum 1 oktober 2019. Uit de leerlingengegevens blijkt dat bij De Kring , De Gevers DT, de Hofdijck, OBS Dalton, De Vogels, Het Dok en Joris de Witte circa 70% of meer van hun leerlingen uit hun voedingsgebied afkomstig is. Basisschool De Vogels ontvangt daarnaast 32% van zijn leerlingen uit het naastgelegen Leiden. Bij de Lichtwijzer is 71 % van de leerlingen afkomstig uit Katwijk en 25 % afkomstig uit Oegstgeest. Bij de Montesso-

4.6 Ontwikkeling van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs Voor het Teylingencollege is de verwachting voor de korte en de lange termijn dat het huidige aantal leerlingen, weliswaar met kleine ups en downs, stabiel blijft. Voor het Rijnlands Lyceum is de prognose dat voor de korte termijn het aantal leerlingen licht groeit en daarna op de lange termijn stabiel blijft (tabel 2).

Tabel 1. Leerlingenprognose basisonderwijs School

Teldatum 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2029

2034

De Lichtwijzer

197

207

217

220

224

226

235

238

De Vogels

296

282

272

270

262

252

244

254

Gevers DT

381

398

400

399

393

394

390

392

Hofdijck

226

228

228

226

222

222

220

221

J. de Witte

210

210

212

203

202

206

208

210

BS De Kring

414

418

420

426

432

432

440

427

Montessori

490

506

510

514

514

514

525

522

OBS Dalton

185

183

184

178

178

176

178

179

BS Het Dok

346

409

451

502

543

567

610

532

Totaal

2745

2841

2894

2938

2970

2989

3050

2975

23

Tabel 2. Leerlingenprognose voortgezet onderwijs School

Teldatum 2019

2020

2021

2022

2023

2024

2029

2034

Teylingen College

577

561

562

565

570

572

558

575

Rijnlands Lyceum

1378

1364

1368

1386

1401

1407

1376

1408

totaal

1939

1939

1925

1930

1951

1971

1934

1979

VSO Bij het VSO staan op de teldatum (1 oktober 2019) 278 leerlingen ingeschreven. De Leo Kannerschool gaat er in haar beleid van uit dat de komende 5 tot 10 jaar er nog druk zal blijven bestaan om een groeiend aantal leerlingen te bedienen binnen het speciaal onderwijs. Na deze termijn verwachten zij dat die druk zal afnemen en zal omslaan in een lichte daling van het leerlingenaantal. Deze verwachting hangt ook samen met de tendens die de school ziet dat steeds vaker onderwijsoplossingen buiten de setting van de scholen gezocht worden. Hierbij kan worden gedacht aan onderwijs/zorg combinaties bij een zorg- of begeleid wonen voorziening, voorzieningen in samenwerking met en op reguliere scholen of op andere locaties, combinaties met stagebedrijven etc. Met andere woorden: de groei van het aantal leerlingen dat behoefte heeft aan speciaal voortgezet onderwijs zal niet altijd leiden tot een behoefte aan uitbreiding van de gebouwcapaciteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10067345/1