CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij RV d.d. 02 febr 2020 Parkeernota Oegstgeest 2021 Z-20-136623 Oegstgeest

Oordeelsvorming Ruimte 9 maart 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Parkeernota14.122 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Parkeernota 2021 Gemeente Oegstgeest Concept versie 3.7 3 februari 2021

1 Parkeernota Oegstgeest 2021

INHOUDSOPGAVE Samenvatting........................................................................................................................................... 4 1

2

3

Inleiding ........................................................................................................................................... 6 1.1

Aanleiding .............................................................................................................................. 6

1.2

Doelstelling van parkeernota 2021 ........................................................................................ 6

1.3

Proces totstandkoming parkeernota ..................................................................................... 6

1.4

Leeswijzer............................................................................................................................... 7

Relevante beleidskaders ................................................................................................................. 9 2.1

Externe beleidskaders ............................................................................................................ 9

2.2

Interne beleidskaders .......................................................................................................... 10

Huidige parkeersituatie en knelpunten ......................................................................................... 12 3.1

Parkeerdrukonderzoek 2019 ............................................................................................... 12

3.2

Knelpunten aangedragen door bewoners en stakeholders................................................. 12

3.3

Knelpunten vanuit andere gemeentelijke disciplines .......................................................... 13

3.4

Parkeerregulering ................................................................................................................ 13

3.5

Handhaving .......................................................................................................................... 15

4

Ontwikkelingen en trends ............................................................................................................. 16

5

Monitoring ..................................................................................................................................... 19

Deel 2 Parkeerbeleid, parkeernormen en eisen aan parkeervoorzieningen ........................................ 20 6

7

8

Parkeerbeleid en parkeernormen ................................................................................................. 21 6.1

Hoogte parkeernormen auto’s ............................................................................................ 21

6.2

Reductie parkeernormen ..................................................................................................... 22

6.3

Parkeernormen fiets en scooters......................................................................................... 23

6.4

Juridische verankering ......................................................................................................... 27

Algemeen parkeerbeleid ............................................................................................................... 29 7.1

Parkeren versus openbaar groen en klimaatbestendigheid ................................................ 29

7.2

parkeerbehoefte bij bestaande voorzieningen.................................................................... 30

7.3

ontwerpeisen parkeerplaatsen ............................................................................................ 32

Specifiek parkeerbeleid voor doelgroepen ................................................................................... 35 8.1

Mindervaliden ...................................................................................................................... 35

8.2

Bewoners ............................................................................................................................. 37

8.3

Bezoekers ............................................................................................................................. 38

8.4

Werkgerelateerde parkeerplaatsen ..................................................................................... 40

8.5

Deelauto’s (autodate) .......................................................................................................... 43

Inhoudsopgave – bijlagen...................................................................................................................... 44 2 Parkeernota Oegstgeest 2021

Bijlage 1: Parkeernormen auto.......................................................................................................... 44 Bijlage 2: Parkeernormen fiets .......................................................................................................... 44 Bijlage 3: Parkeernormen scooter ..................................................................................................... 44 Bijlage 4: Stappenplan toetsing parkeernormen............................................................................... 44 Bijlage 5: Verslagen informatieavond stakeholders .......................................................................... 44 Bijlage 6: Samenvatting knelpunten per thema n.a.v. de bewonersavond ...................................... 44 Bijlage 7: Toelichting en resultaten parkeerdrukonderzoek 2019 .................................................... 44

3 Parkeernota Oegstgeest 2021

SAMENVATTING Voorliggende parkeernota borduurt voort op de vigerende nota uit 2004. De belangrijkste redenen om deze te actualiseren, zijn: 1) Fietsparkeren was nog niet geregeld; 2) Het laadpalenbeleid uit 2015 was toe aan actualisatie; 3) De wens om inzicht te krijgen in de huidige parkeersituatie en relevante ontwikkelingen. Om een goed beeld van de huidige parkeersituatie te krijgen, zijn zowel de bewoners als belangenorganisaties tijdens inloopbijeenkomsten gevraagd om knelpunten met de gemeente te delen. Verder is het beleid afgestemd met de verschillende disciplines binnen de gemeente die te maken hebben met het onderwerp parkeren. Daarnaast is een parkeeronderzoek uitgevoerd om een beeld te krijgen van de parkeerdruk. Deze meting laat zien dat er verspreid over Oegstgeest veel straten zijn waar ’s nachts de parkeerdruk hoog is. Deze worden echter afgewisseld met straten met een veel lagere parkeerdruk. Over het algemeen zal men dus een parkeerplaats kunnen vinden binnen een acceptabele loopafstand. Als in de toekomst de parkeerdruk in de buurten die grenzen aan gereguleerd gebied in Leiden te hoog wordt, dan moet worden onderzocht of parkeerregulering met vergunningen een oplossing biedt.

De belangrijkste veranderingen die nu worden voorgesteld, zijn: 1) Volledig actualiseren en bieden van een totaaloverzicht van de parkeernormen; 2) Verlagen van de parkeernormen voor sociale woningen en goedkope en middeldure appartementen met 0,3 ten opzichte van het gemiddelde van de kencijfers uit de literatuur; 3) Toevoegen van parkeerbeleid en parkeernormen voor fietsen, afwijkende fietsmodellen (bakfietsen, mandfietsen) en scooters; 4) Hanteren van een met maximaal 10 procent verlaagde parkeereis voor auto’s als een bouwplan voor een appartementencomplex voorziet in goede fietsparkeervoorzieningen; 5) Aanvullen van het laadpalenbeleid: naast laadpalen in woonstraten binnen een straal van 200 meter, zetten we ons in om, samen met onder meer de netbeheerder, geschikte locaties te zoeken voor geconcentreerde (snel)laadvoorzieningen; 6) Onderzoeken of voor het bestaande openbare parkeerterreinen voor vrachtwagens aan de Apollolaan een alternatieve locatie kan worden gevonden; 7) Bij herbestrating onderzoeken of het verhard oppervlak kan worden gereduceerd, of dat de waterdoorlatendheid kan worden vergroot, ten gunste van groen en klimaatbestendigheid; 8) Bij een bezettingsgraad onder 65% kan overwogen worden om parkeerplaatsen op te heffen ten behoeve van het vergroenen; 9) In principe wordt geen openbaar groen opgeofferd voor extra parkeerplaatsen; 10) Het beleid voor het

eventueel aanwijzen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken is duidelijker verwoord en ook afhankelijk van de parkeerdruk; 11) Er komen duidelijke parkeerverwijzingen naar locaties waar de gemeente wil dat bezoekers parkeren; 12) Parkeerplaatsen worden vormgegeven conform de meest recente ontwerprichtlijnen en NEN2443; 13) Langs 50 km/u wegen worden geen nieuwe parkeerplaatsen direct langs de rijbaan aangelegd. 4 Parkeernota Oegstgeest 2021

5 Parkeernota Oegstgeest 2021

1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING De vigerende parkeernota uit 2004 is gedateerd. In 2010 is een nieuwe parkeernota opgesteld, maar die is niet vastgesteld omdat eerst een integraal mobiliteitsplan gewenst was. Dit Mobiliteitsplan is in 2017 vastgesteld en hierin is parkeren benoemd als belangrijk aandachtspunt. In het uitvoeringsprogramma van het Mobiliteitsplan is vervolgens opgenomen dat het parkeerbeleid wordt geactualiseerd. Het vigerende beleid heeft een paar nadelen en manco’s, zoals:    

Fietsparkeren en het parkeren van scooters is niet geregeld, wat kan leiden tot overlast en in elk geval niet bijdraagt aan het bevorderen van het fietsgebruik; Onze parkeernormen zijn gebaseerd op het gemiddelde van de bandbreedte uit de literatuur, maar met name voor sociale woningen zijn die aan de hoge kant; Weinig aandacht voor maatwerkoplossingen; Ontwikkelingen zoals de opkomst van de elektrische auto, de daarmee samenhangende laadinfrastructuur, elektrische fiets en bijzondere fietsmodellen zoals de bakfiets waren destijds nog niet aan de orde, maar zijn nu actueel.

Het voorgaande heeft geleid tot de wens van het college van Burgemeester en Wethouders en de gemeenteraad om de bestaande parkeernota te herijken. De voorliggende Parkeernota Oegstgeest 2021 beschrijft het parkeerbeleid dat we de komende jaren willen voeren en vervangt de Parkeernota Oegstgeest vastgesteld 22 april 2002, gewijzigd 28 oktober 2004.

1.2 DOELSTELLING VAN PARKEERNOTA 2021 Op hoofdlijnen dient de nieuwe parkeernota te zorgen voor een betere afstemming tussen de vraag naar en het aanbod van parkeren, zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid en de kwaliteit van de openbare buitenruimte. Met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2021 is het van belang om richting te geven aan het parkeerbeleid. Het beleidsterrein parkeren maakt nu nog onderdeel uit van ‘de goede ruimtelijke ordening’. Onder de Omgevingswet zal het parkeerdomein moeten bijdragen aan een ‘goede fysieke leefomgeving’. Samenvattend heeft de parkeernota de volgende doelen: 1) Formuleren van beleid en parkeernormen om het parkeren van fietsen en scooters te regelen; 2) Actualiseren van het laadpalenbeleid uit 2015; 3) Inzicht geven in de huidige parkeersituatie en relevante ontwikkelingen.

1.3 PROCES TOTSTANDKOMING PARKEERNOTA De basis voor de nieuwe parkeernota was een niet vastgestelde parkeernota uit 2010. Om te komen tot gedragen parkeerbeleid, is tijdens het opstellen van de nieuwe parkeernota gesproken en 6 Parkeernota Oegstgeest 2021

afgestem md met verscchillende stakeholders zooals inwonerrs, ondernem mers en stakeeholders binnen de gemeentte.

•Integralee afstemming vakdiscip plines •Geregisttreerde meldingen

Ophalen knelpunten •Bewon nersavond •Belang genorganisaties

Bestuurlijke vaststellin ng •Colllege •Raaad

Concept parkeernotta

In nventarisatie

Septem mber 2019

•Interne toetsing •Teruggkoppeiling

Novvember 2019

December 2020

Maart 2021

Figuur 1: Proccesschema totstand dkoming parkeernota

Tijdens ttwee informaatieavonden zijn de besttaande knelp punten opgeh haald bij belaangenorganiisaties en bewo oners: op 12 november 2019 2 voor beelangenorgan nisaties zoalss de winkelieersvereniginggen, VVN en hulpd diensten, op 19 novembe er 2019 voorr inwoners. De D verslagen zijn terug tee vinden in bijlage 5. In bijlagee 6 is een sam menvatting van v de opgehhaalde knelp punten per th hema opgennomen. Om tot integraal beleid te komen n zijn intern vakdiscipline es geraadple eegd die te m maken hebbe en met parkeren hebben mett de uitwerking van deze nota. Daartooe zijn in n of directe raakvlakken r oktober//november 2019 2 onder andere a belei dsadviseurs voor ruimtelijke ordeninng, handhaving, openbaaar groen, de wegbeheerd der en econoomie benade erd.

1.4 LEESWIJZER Deze notta is opgedeeld in twee delen. d Deel 1 gaat in op de d bestaande situatie enn relevante ontwikkeelingen, deel 2 gaat in op p het beleid. Hoofdstu uk 2 gaat in op o relevante e beleidsplannnen. Hoofdsstuk 3 beschrijft de huidiige situatie. In I hoofdstu uk 4 beschrijft relevante trends en onntwikkelinge en. Hoofdstuk 5 gaat in oop monitoringg. Deel 2 uk 6 gaat in op o parkeernormen, hooffdstuk 7 op algemeen a parkeerbeleid en hoofdstu uk 8 op Hoofdstu parkeren n voor speciffieke doelgro oepen.

7 Parkeern nota Oegstge eest 2021

DEEL 1 INFORMATIE OM TOT NIEUW BELEID TE KOMEN: RELEVANTE BELEIDSNOTA’S, HUIDIGE PARKEERSITUATIE EN RELEVANTE TRENDS EN ONTWIKKELINGEN

8 Parkeernota Oegstgeest 2021

2 RELEVANTE BELEIDSKADERS Om tot actueel parkeerbeleid te komen, is gekeken naar relevante beleidsnota’s, zowel intern als van andere overheden; gemeente Leiden, de provincie Zuid‐Holland en de Rijksoverheid. Ook is afgestemd met andere ruimtelijke beleidsterreinen zoals wonen en groen om tot integraal beleid te komen. In het onderstaande schema is de samenhang met andere sectorale beleidsplannen weergegeven.

Externe beleidskaders Interne beleidskaders

Landelijk  NOVI

Provinciaal  omgevingsbeleid Regionaal RVVP

Parkeernota

Landelijk  Omgevingswet

Mobiliteitsplan Oegstgeest Groenvisie Nota Duurzaamheidsbeleid

Gem. Leiden  parkeerbeleid Figuur 2: overzicht externe en interne beleidskaders

2.1 EXTERNE BELEIDSKADERS In deze paragraaf is een beknopte toelichting opgenomen van de beleidsplannen van andere overheden die samenhangen met deze parkeernota. Landelijk beleid: NOVI – SVIR: De nationale omgevingsvisie geeft een beeld van hoe het ministerie van Infrastructuur&Waterstaat wenst dat de leefomgeving in Nederland er over 30 jaar uitziet. De horizon van de NOVI ligt op 2050 en geeft prioriteit aan: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Daarnaast zijn er drie afwegingsprincipes die beschreven worden: 1. Combinatie van functies gaat voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het Oegstgeester beleid moet aansluiten bij deze prioriteiten en de afwegingsprincipes. Provinciaal beleid: Omgevingsbeleid van Zuid‐Holland: Het Omgevingsbeleid van Zuid‐Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het programma beschrijft de doelen en concrete maatregelen. Voor mobiliteit heeft de provincie de volgende drie strategische doelen: 1. Op orde brengen van het mobiliteitsnetwerk, zodat mensen en goederen doelmatig de juiste plaats kunnen bereiken;

9 Parkeernota Oegstgeest 2021

2. Verbeteren van de balans tussen mobiliteit en de kwaliteit van de omgeving, zodat mobiliteit veilig is, de omgeving leefbaar is en bijgedragen wordt aan ruimtelijke kwaliteit; 3. Beter aansluiten van het aanbod van openbaar vervoer bij de maatschappelijke vraag. Deze doelen hebben invloed op het parkeerbeleid van Oegstgeest. Omgevingswet: De verwachting is dat de Omgevingswet in 2022 in werking treedt. Onder de Omgevingswet zal het parkeerdomein moeten bijdragen aan een ‘goede fysieke leefomgeving’. Ultiem vormt de parkeernota 2020 één van de ‘lagen’ die deel uitmaakt van de Omgevingsvisie die in 2021 dient te worden vastgesteld. De voor u liggende parkeernota is zodanig opgesteld dat deze past binnen de omgevingswet. Regionaal beleid: RVVP: Oegstgeest maakt onderdeel uit van het regionale samenwerkingsverband Holland Rijnland, dat een Regionaal Verkeer en Vervoer Plan (RVVP) heeft opgesteld.

Hierin zijn drie doelen geformuleerd:  Bereikbaarheid: ‘Door te werken aan een kwalitatief hoogwaardig netwerk van infrastructuur voor openbaar vervoer, fiets, auto’s en vrachtverkeer moet de bereikbaarheid van werk‐ en woongebieden verbeteren.’  Ruimtelijke ordening: ‘Vervoerstromen moeten zoveel mogelijk worden gebundeld door ruimtelijke ontwikkelingen en vervoersnetwerken op elkaar aan te laten sluiten.’  Leefbaarheid en veiligheid: ‘Terugdringen van het aantal verkeersongevallen, reductie van de uitstoot van schadelijke gassen en aanpak van geluidsoverlast.’ Deze doelen hebben invloed op het parkeerbeleid. Onder meer doordat de meest duurzame vervoerwijze, zoals fiets en openbaar vervoer, extra worden gestimuleerd. De fiets is een goed alternatief voor de auto op korte afstand. Zowel geparkeerd als rijdend neemt de fiets minder ruimte in beslag. Hiermee ontstaan minder bereikbaarheids‐ en parkeerproblemen. Op dit moment is de regio bezig om een regionale strategie Mobiliteit op te stellen. Parkeervisie 2020 – 2030 Gemeente Leiden: In delen van Leiden die grenzen aan Oegstgeest, namelijk Leiden Bio Science Park (LBSP) en in de Vogelwijk, geldt parkeerregulering waardoor in Oegstgeest overlast ontstaat als gevolg van uitwijkgedrag door parkerende bezoekers. Gemeente Leiden heeft onlangs de parkeervisie 2020 ‐ 2030 vastgesteld.

De essentie daarvan is dat het parkeerbeleid strenger wordt: tarieven voor betaald parkeren gaan omhoog en het aantal vergunningen wordt gelimiteerd. Voor Oegstgeest betekent dit concreet dat in aangrenzende gebieden de parkeerdruk mogelijk toeneemt. Voor het gebied Nieuw‐ Rhijngeest Zuid en het gebied rond de Warmonderweg moet daarom worden nagedacht over het parkeerregime. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het onderwerp parkeerregulering.

2.2 INTERNE BELEIDSKADERS In deze paragraaf is een beknopte toelichting opgenomen van de interne beleidsplannen die samenhangen met deze parkeernota. Mobiliteitsplan Oegstgeest 2017‐2027: Hoofddoelen daarin: 1. Verkeersveilig: ‘niet alleen objectief, maar vooral subjectief; het gevoel dat Oegstgeest een verkeersveilige omgeving is. Dit bereiken we door het principe ‘Duurzaam Veilig’ te hanteren voor het categoriseren van wegen en een bijpassende vormgeving van het wegennet te realiseren.’ 2. Bereikbaar: ‘woon‐, werk‐ en winkellocaties dienen voor (vracht)auto en fiets snel en betrouwbaar zijn te bereiken. De hoofdstructuren voor fiets, auto en bus zijn goed bereikbaar, 10 Parkeernota Oegstgeest 2021

aantrekkelijk en stromen goed door. Omdat we duurzame mobiliteit belangrijk vinden, is het OV goed toegerust.’ 3. Leefbaar: ‘de fiets en andere duurzame vervoerwijzen moeten we stimuleren en faciliteren.’ Het toevoegen van fietsparkeren in deze parkeernota draagt bij aan het stimuleren van fietsen en het verbeteren van de bereikbaarheid en leefbaarheid.

Groenvisie 2011‐2015 De Groenvisie heeft als uitgangspunt het in stand houden en uitbreiden van de groenstructuur. De aanwezigheid van groen in een woonstraat verhoogt de belevingswaarde. Daarnaast zijn groen en bomen van belang bij het klimaatadaptief inrichten van woonstraten. Bij het herinrichten van een straat moet dus rekening worden gehouden met de aanwezigheid en uitbreiding van groen.

Nota duurzaamheidsbeleid 2013‐2017 Duurzaamheid is als rode draad stevig verankerd in de Toekomstvisie 2020. Doelstellingen:  Duurzaamheid integraal in het gemeentelijk beleid verankeren;  Creëren van een duurzame werkomgeving, bedrijfsvoering en organisatie en daarin duurzaam gedrag mogelijk maken en stimuleren;  Gemeentelijke taken duurzaam uitvoeren;  Het verduurzamen van dagelijkse zaken, door duurzame initiatieven van en met externe partners te stimuleren. Duurzaamheid komt in deze parkeernota bijvoorbeeld terug door de aandacht voor fietsparkeren en laadpalen.

11 Parkeernota Oegstgeest 2021

3 HUIDIGE PARKEERSITUATIE EN KNELPUNTEN In de loop der jaren is het autobezit in Nederland steeds verder toegenomen, hoewel die toename lijkt af te vlakken. Hierdoor, en door inbreiding‐ en uitbreidingsplannen, is de parkeerdruk op veel plaatsen toegenomen. Dit blijkt ook uit de tellingen die de gemeente Oegstgeest de afgelopen jaren heeft laten uitvoeren. Het gevolg is dat het voor sommige inwoners soms lastig is om dicht bij de woning/bestemming een vrije parkeerplaats te vinden. Dit geldt overigens niet specifiek voor Oegstgeest, maar voor de meeste gemeenten. In dit hoofdstuk gaan we in op de huidige parkeersituatie en op de knelpunten die zijn aangedragen tijdens de informatieavonden.

3.1 PARKEERDRUKONDERZOEK 2019 In oktober 2019 is een parkeerdrukmeting uitgevoerd. Het onderzoek toont aan dat er verspreid over Oegstgeest veel straten zijn met een hoge parkeerdruk, maar ook dat deze worden afgewisseld met aangrenzende straten met een veel lagere parkeerdruk. Over het algemeen kan dus binnen een redelijke loopafstand een vrije parkeerplaats worden gevonden. In bijlage 7 staat een uitgebreide toelichting over de wijze waarop het parkeeronderzoek is uitgevoerd en staan ook de resultaten. In het Mobiliteitsplan is vastgelegd wat als een redelijke loopafstand wordt gezien, gebaseerd op landelijke richtlijnen:  

Bij een parkeerdruk tot 95% een afstand van 100 m. van de parkeerplek tot de woning; Bij een parkeerdruk gelijk aan of hoger dan 95% een afstand van 150 m.

In Oegstgeest wordt op de meeste locaties aan deze voorwaarden voldaan. Op een aantal locaties zoals rondom de Kerckwervelaan en Frederik Hendriklaan kan aan deze uitgangspunten niet altijd worden voldaan. Hiermee kan op verschillende wijzen worden omgegaan:  

Accepteren dat de loopafstand soms groter is dan gewenst. Dit is praktisch, maar leidt mogelijk tot (meer) foutparkeren; Vergroten van de parkeercapaciteit. Hierbij moet worden getoetst of dit ten koste gaat van ruimte voor groen of spelen en moet een integrale afweging plaatsvinden; Invoeren van parkeerregulering. Dit kan op verschillende manieren, zoals met een blauwe zone of het invoeren van een vergunningensysteem. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op mogelijkheden voor parkeerregulering.

3.2 KNELPUNTEN AANGEDRAGEN DOOR BEWONERS EN STAKEHOLDERS Om een goed beeld te krijgen hoe de inwoners van Oegstgeest en stakeholders zoals de fietsersbond en ondernemersverenigingen de huidige parkeersituatie ervaren en welke verbeteringen zij hierin zien, is een informatieavond georganiseerd. Daarbij is gevraagd om met de gemeente mee te denken over de verschillende parkeeraspecten. De belangrijkste knelpunten, wensen en suggesties zijn hier samengevat. In bijlage 3 is het volledige verslag opgenomen. 1. Parkeerdruk. De grootste zorg is de parkeerdruk en de moeite die het kost om (in de buurt van de woning) een vrije parkeerplaats te vinden. Dit leidt tot gevaarlijke situaties onder andere door foutparkeren. 2. Laadpalen. De meningen zijn verdeeld over hoe om te gaan met de toename van elektrische auto’s en de openbare oplaadplaatsen. Sommigen willen een limiet in aantal 12 Parkeernota Oegstgeest 2021

oplaadparkeerplaatsen omdat de parkeerdruk al hoog is en een gereserveerde parkeerplaats voor elektrische voertuigen dit verhoogt. Anderen vinden dat het elektrische vervoer moet worden gestimuleerd en gefaciliteerd door voldoende oplaadlocaties aan te bieden. 3. Fietsparkeren. Het aantal plaatsen waar fietsen gestald kunnen worden, met name in het centrum, wordt als onvoldoende ervaren. Meer parkeerplaatsen voor fietsen betekent ook dat mensen sneller de fiets zullen nemen. 4. Vrachtwagenparkeren en bevoorrading. Tot slot is ook het vrachtwagenparkeren in het dorp een veel genoemd knelpunt. Het parkeren wordt liever gezien buiten het dorp. Voor de logistieke bevoorrading ziet men graag dat wordt overgegaan op een logistieke hub met bevoorrading via kleinere en schonere voertuigen.

3.3 KNELPUNTEN VANUIT ANDERE GEMEENTELIJKE DISCIPLINES De vigerende parkeernota wordt intern door meerdere disciplines gebruikt. Daarbij is gebleken dat de oude nota onvolledig is of niet op de juiste manier kan worden toegepast. Parkeernormen in relatie tot bestemmingsplannen: In bestemmingplannen legt de gemeente vast hoe we de beschikbare ruimte willen gebruiken. In alle bestemmingplannen is vastgelegd welke ruimte beschikbaar is voor verkeer en hieronder valt ook parkeren. Daarvoor zijn parkeernormen opgenomen, maar niet voor alle typen woningen en functies. Dat leidt soms tot onduidelijkheid. Dit is opgelost door de parkeernormen voor alle functies in deze nota op te nemen. Handhaving door BOA’s: Handhaving op parkeren is noodzakelijk om overlast en verkeersonveiligheid te voorkomen. Hierbij is het plaatsen van begrijpelijke, zichtbare bebording en markering een belangrijke voorwaarde. Parkeerovertredingen komen regelmatig voor en leiden vaak tot irritatie en overlast bij andere weggebruikers en omwonenden. Zowel de politie als de BOA’s (buitengewoon opsporingsambtenaar) kunnen hierop handhaven, maar feitelijk is deze taak overgedragen aan de BOA’s. Groen bij herinrichting: Bij de herinrichting van bestaande situaties ontstaan vaak dilemma’s tussen groen en parkeren. Vaak is sprake van een hoge parkeerdruk en wil de omgeving groen inruilen voor parkeren.

In het groenbeleidsplan wordt echter gestreefd naar meer groen. Ook om de ruimtelijke omgeving meer klimaatadaptief in te richten, is de komst van meer parkeerplaatsen niet wenselijk. Verderop in deze nota is aangegeven hoe we hier mee omgaan.

3.4 PARKEERREGULERING In het Mobiliteitsplan 2017‐2027 staat benoemd dat Oegstgeest een gastvrije gemeente wil zijn voor inwoners en bezoekers. Het onbetaald parkeren in geheel Oegstgeest is daar een voorbeeld van. Als de parkeerdruk op bepaalde plaatsen onacceptabel hoog wordt en het niet mogelijk of onwenselijk is om voldoende extra parkeerplaatsen te realiseren, dan is parkeerregulering een optie. Dit is op drie plaatsen gedaan met blauwe zones en ontheffingen voor de bewoners. Deze zones liggen op de Kempenaerstraat/Terweeplein/Geversstraat, Lange Voort en bij het gemeentehuis. De eerste twee gelden van maandag tot en met zaterdag, die bij het gemeentehuis van maandag tot en met vrijdag. Door het strengere parkeerbeleid in Leiden, waar wel sprake is van betaald parkeren, neemt mogelijk in de aangrenzende gebieden in Oegstgeest de parkeerdruk toe. Figuur 5 toont de betaalde zones van Leiden op dit moment. Het betaald parkeren lijkt te zorgen voor een ‘waterbedeffect’. Wij ontvangen geluiden dat bezoekers gratis parkeren in Oegstgeest om vervolgens elders naar toe te fietsen. Dit speelt momenteel rondom LBSP en de Warmonderweg. Als de parkeerproblemen hier

13 Parkeernota Oegstgeest 2021

verder toenemen, dan kan overwogen worden om een vorm van, al dan niet betaald, gereguleerd parkeren in te voeren voor deze specifieke gebieden. Gemeente Leiden heeft begin 2020 een nieuwe Parkeervisie vastgesteld. De essentie daarvan is dat het parkeerbeleid in Leiden strenger wordt. De kans dat hierdoor de parkeerdruk in Oegstgeest toeneemt, is reëel. Overigens is er binnen onze gemeentegrenzen wel degelijk betaald parkeren, maar dat is op eigen terrein en dus niet op de openbare weg, namelijk bij Corpus. Ook is de universiteit Leiden voornemens om op het Oegstgeester deel van LBSP een vorm van betaald parkeren te hanteren voor bezoekers, in de centrale parkeergarage die daar moet komen, ook hier op eigen terrein.

Figuur 5 Betaald parkeren in Leiden nabij gemeente Oegstgeest (bron: gemeente Leiden)

Voor‐ en nadelen van parkeerregulering Niet alleen de wens om de parkeerdruk te verlagen kan een reden zijn om verdergaande parkeerregulering met vergunninghoudersparkeren te overwegen. Andere redenen kunnen zijn: 1) De wens om sturend parkeerbeleid te voeren; 2) De wens om flexibeler met parkeernormen om te gaan en nieuwe woningen zonder of met een gering aantal parkeerplaatsen mogelijk te maken. Vergunninghoudersparkeren is hiervoor een voorwaarde. Woningen zonder parkeerplaatsen realiseren klinkt wellicht vreemd, maar er komen steeds meer voorbeelden van bouwplannen in en rond stadscentra waar weinig of geen parkeerplaatsen worden gerealiseerd en de bewoners ook niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning. Het grote voordeel is dat het bepaalde bouwplannen fysiek inpasbaar of financieel haalbaar maakt. Ook maakt het meer programma en sterkere stedelijke verdichting mogelijk. Aan vergunninghoudersparkeren zitten echter ook grote nadelen, die deels al genoemd zijn: 1) Het kan voor parkeeroverlast zorgen in de aangrenzende gebieden waar geen vergunninghoudersparkeren geldt, het eerder genoemde waterbedeffect; 2) Het vraagt veel ambtelijke inzet voor administratie, handhaving en bezwaarafhandeling, naar schatting 1 fte. 14 Parkeernota Oegstgeest 2021

Overigens hoeven er voor de burger geen kosten aan verbonden te zijn. Het staat de gemeente vrij om de tarieven te bepalen. Bijvoorbeeld per huishouden de eerste vergunning gratis, de tweede tegen kostprijs en een derde tegen een hogere prijs.

3.5 HANDHAVING Handhaving is nodig voor de naleving van de regels en zodoende het tegengaan van onveilige situaties en overlast. Hierbij is het van belang dat de (parkeer)bebording duidelijk aangeeft wat de bedoeling is. Dit voorkomt discussies over een overtreding. Daarnaast worden overtredingen vaak bewust gemaakt omdat men niet bereid is om wat verder te lopen. Overlast door foutparkeren is dan ook meerdere keren genoemd tijdens de informatieavond. Het fysiek onmogelijk maken van foutparkeren, door bijvoorbeeld paaltjes en hekjes te plaatsen, heeft niet de voorkeur. Dit wordt daarom alleen toegepast als het echt dringend is gewenst vanwege veiligheid of verkeershinder. In verband met prioritering van de inzetbare uren, wordt er regelmatig gehandhaafd in de blauwe zone, maar in de woonwijken slechts naar aanleiding van een melding op een specifieke locatie. Het handhaven van parkeerovertredingen vergt veel tijd en andere handhavingstaken leiden hieronder. Als het wenselijk is om in de toekomst in de hele gemeente structureel te handhaven op parkeerovertredingen, dan zal daarvoor de personele capaciteit moeten worden uitgebreid met naar schatting 2 fte.

15 Parkeernota Oegstgeest 2021

4 ONTWIKKELINGEN EN TRENDS De volgende trends en ontwikkelingen zijn van invloed op het parkeerbeleid. Toenemend voertuigbezit Het gemiddelde autobezit per huishouden is in Oegstgeest tussen 2000 en 2019 toegenomen van 0,93 naar 0,98. Op straat vertaalt zich dat in een toename van de parkeerdruk. Ook is het scooterbezit en gebruik van bakfietsen sterk toegenomen. Oegstgeest Inwoners Huishoudens Personenauto’s

Personenauto’s Personenauto’s / inwoners / huishouden

2000

20.785

8.609

8.042

0,387

0,934

2010

22.597

9.753

9.479

0,419

0,972

2019

24.426

10.657

10.494

0,430

0,985

Tabel 1 Toename inwoners en het aantal personenauto’s in Oegstgeest

Toename elektrische auto’s De rijksoverheid heeft met een enorme financiële impuls de afgelopen jaren de aanschaf en het gebruik van elektrische auto’s bevorderd. Dit leidde landelijk tot een toename van 40 duizend volledig elektrische auto’s eind 2018 tot 110 duizend eind 2019. De groei is overigens tijdelijk sterk afgenomen door soberder subsidies vanaf 1 januari 2020. Het aantal elektrische auto’s in Oegstgeest is niet bekend, dat wordt nog niet bijgehouden door het CBS. Om het elektrisch rijden te faciliteren, zijn oplaadvoorzieningen nodig. Wie dat kan, laadt op eigen terrein want dat is praktisch en goedkoop. Voor wie dat niet kan, lag en ligt er een rol bij de overheid. Door de beperkte actieradius en laadsnelheid van de eerste elektrische auto’s, en door het beperkte aantal laadpalen in Nederland, was een laadpaal op loopafstand van de woning noodzakelijk. Daarom hebben wij als gemeente gezorgd voor openbare oplaadplekken, die zijn gereserveerd voor elektrische voertuigen. De verwachting is dat dit een tijdelijke situatie is, omdat elektrische auto’s geleidelijk een groter bereik krijgen en steeds sneller kunnen opladen en over enkele jaren gewoon bij de ‘pomp’ kunnen gaan ‘tanken’. Ook ontstaat er een steeds groter netwerk van (snel)laadvoorzieningen van commerciële partijen zoals Shell, McDonalds, Fastned en Van der Valk.

Om concurrentievervalsing te voorkomen, moeten de openbare oplaadplaatsen die wij tot nu toe gratis ter beschikking stelden, wellicht worden beprijsd. Wie niet op eigen terrein kan opladen en nog geen laadpaal heeft binnen een afstand van hemelsbreed 200 meter van de woning of werkplek, kan een laadpaal aanvragen. Er zijn nu 27 openbare laadpalen in Oegstgeest, met elk twee aansluitingen. Als een laadpaal veel gebruikt wordt, dan kan dus een tweede parkeerplaats worden gereserveerd voor opladen. Op enkele locaties in Oegstgeest zijn meer dan twee parkeerplaatsen gereserveerd doordat een tweede laadpaal is gerealiseerd, bijvoorbeeld langs de Lijtweg en de Jac. P. Thijsselaan. Dit heeft tot gevolg dat in woonstraten steeds meer parkeerplaatsen gereserveerd worden voor het opladen van elektrische voertuigen, waardoor andere voertuigen hier niet kunnen parkeren. Dit heeft tot gevolg dat de parkeerdruk in woonstraten, en de weerstand tegen laadpalen, toeneemt. Daarnaast zorgt vraagvolgend laadpalenbeleid in woonstraten voor een verrommeling van de openbare ruimte. Deze nadelen zullen worden meegewogen in het beleid voor laadinfrastructuur, dat momenteel separaat wordt uitgewerkt. Uit de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) volgt dat iedere gemeente 16 Parkeernota Oegstgeest 2021

wordt geacht voor einde 2020 een integrale visie op laadinfrastructuur te ontwikkelen waarin onder meer snellaad‐locaties worden aangewezen. De ‘uitrol’ van deze laadinfrastructuur dient te worden geborgd in de Regionale Energiestrategie (RES).

Figuur 3 Oplaadpunten gemeente Oegstgeest 2021 (bron: openbaarladen.nl)

Toename fietsen Ruim een kwart van alle verplaatsingen in Nederland gaat per fiets. Sinds 2005 zijn de afgelegde fietskilometers in Nederland met ongeveer 12% toegenomen. Dit komt door de groei van het aantal mensen dat fietst en door de toegenomen mobiliteit per persoon.1 Het fietsgebruik in Oegstgeest is hoog: 45 procent pakt voor een afstand kleiner dan 7,5 km de fiets.2 Het ligt in de verwachting dat dit nog sterk toeneemt; gemeente Leiden gaat uit van een toename van het aantal fietsers met 40 procent tot 2030. In deze cijfers is nog geen rekening gehouden met de effecten van Corona voor het fietsgebruik! Daarnaast is het gebruik van de elektrisch fiets steeds populairder voor woon‐werkverkeer. Hierdoor kan steeds gemakkelijker een grotere afstand met de fiets worden afgelegd. Een aandachtspunt daarbij is dat die door hun gewicht en het vaak grote stuur, niet altijd boven in een dubbellaags fietsrek passen. Door de groei van het gebruik van allerlei typen fietsen en scooters neemt de fietsparkeerdruk bij voorzieningen en winkelgebieden toe. Wanneer fietsparkeerplaatsen niet te realiseren zijn binnen de beschikbare ruimte, kan worden overwogen om hiervoor een autoparkeerplaats te gebruiken. Klimaatbestendige inrichting Het aantal fikse buien neemt steeds meer toe in Nederland. De riolering moet dan gedurende een korte periode veel water afvoeren.

Bij overbelasting blijft water op straat staan. Om deze piekmomenten zo goed mogelijk op te vangen, worden verschillende maatregelen genomen zoals tijdelijke waterberging of verharding vervangen door groen. Juist deze laatste maatregel is moeilijk realiseerbaar op plekken waar sprake is van een hoge parkeerdruk. Daarvoor zullen keuzes moeten

1

Fietsfeiten – KiM 2018 Zorgatlas, https://www.volksgezondheidenzorg.info/sport/sportopdekaart/beweegnormen‐en‐wekelijkse‐ sporters#node‐fietsgebruik‐gemeente 2

17 Parkeernota Oegstgeest 2021

worden gemaakt. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het toepassen van minder verharding op hetzelfde oppervlak.

Figuur 4 voorbeelden van klimaatbestendig inrichten

Autodelen Het fenomeen van autodelen is volop in ontwikkeling. Ongeveer 20 jaar geleden kwam het op via commerciële aanbieders, waarvan Greenwheels de bekendste is. Inmiddels bestaat er ook het semi‐ privaat autodelen, waarbij een particulier een auto te huur aanbiedt via platforms zoals SnappCar. In Oegstgeest neemt dit nog geen hoge vlucht, maar er moet zeker nog worden gekeken naar de praktische en juridische haken en ogen die er aan zitten. De commerciële aanbieders wijzen overigens steevast op de vermeende voordelen van deelauto’s – minder autobezit en minder autogebruik – maar de realiteit is dat zelfs in Amsterdam, dat hierin enorm voorop loopt en grootschalig inzet op autodelen, niets concreets bekend is over deze effecten. Als een bouwplan voorziet in deelauto’s is dat dus nog niet automatisch een reden om af te wijken van de parkeereis. Op dit moment zijn er in Oegstgeest vijf locaties waar een deelauto van Greenwheels geparkeerd staat: Mauritslaan, Marelaan, Papaverlaan (winkelcentrum Lange Voort), Jac. P. Thijsselaan en de Morsebellaan. Deze parkeerplaatsen zijn voorzien van een bord E04 inclusief onderbord met de tekst: Autodate. Op steeds meer plaatsen in Nederland werken deelauto‐aanbieders met ‘freefloating’, waarbij de auto’s overal binnen een bepaalde buurt geparkeerd mogen worden. Ze kunnen tegenwoordig immers eenvoudig worden gevonden met een App.

Het beleid voor autodelen moet, los van deze parkeernota, worden geëvalueerd en mogelijk worden bijgesteld.

18 Parkeernota Oegstgeest 2021

5 MONITORIN NG doelmatigheid van het ge evoerde beleeid te toetsen n en waar no odig te kunneen bijstellen, moet af Om de d en toe de parkeersituatie worden gemonitorrd. Hiermee volgen v we ee en proces vaan continue kwaliteittsverbeteringg (zie figuur 6).

Actt

Plan P

Checck

Do

Figuur 6 Demiing cirkel van kwalitteitsverbetering

bare gegeven ns zijn onmissbaar bij het nemen van (beleids)besslissingen op het Actuele en betrouwb n. Het parkee eronderzoek van 2019 ge eeft een obje ectief beeld vvan de gebied vvan parkeren parkeerssituatie in Oeegstgeest. Da aarnaast is dde input vanu uit de bewon ners en andeere stakehold ders meegeno omen bij hett opstellen van de beleiddspunten in deel d 2. In de komende peeriode zal mo oeten blijken w welke effecteen die met zich meebrenggt. Ook actuele zaken zo oals de gevolggen van de uitbraak u van het C COVID‐19 virrus zijn niet te t voorspelleen maar heb bben wel invloed op ons vverplaatsingsgedrag. Door kom mende jaren n parkeerond derzoeken tee doen, trend ds en ontwikkelingen ronndom parkerren te blijven vvolgen en de ervaring van n de inwonerrs op te halen, kan worden bepaald i n hoeverre het h gevoerde parkeerbeleid het beoo ogde effect ooplevert. Daarnaast is he et voor speciifieke gebied den en bouwplaannen zinvol om kleinere e aanvullendee parkeeronderzoeken uit u te voeren..

19 Parkeern nota Oegstge eest 2021

Deel 2 Parkeerbeleid, parkeernormen en eisen aan parkeervoorzieningen Om de wijzigingen in het beleid duidelijk te maken, hanteren we naast de toelichting onderstaande tabel. Parkeernota 2004: Bestaand beleid zoals vastgesteld in de parkeernota 2004. Reden wijziging: Nieuw parkeerbeleid: Nieuwe parkeerbeleid. Een verandering of toevoeging.

20 Parkeernota Oegstgeest 2021

6 PARKEERBELEID EN PARKEERNORMEN Het belangrijkste aspect van parkeerbeleid is parkeren bij nieuwbouw omdat daar een wettelijke taak voor de gemeente ligt. Nieuwe ontwikkelingen moeten op eigen terrein zorgen voor voldoende parkeerplaatsen, volgens de door de gemeente vastgestelde parkeernormen. Vervolgens moet de gemeente bouwplannen daarop toetsen. In dit hoofdstuk lichten we toe hoe deze normen worden toegepast. Parkeernota 2004:  In ruimtelijke plannen (nieuwbouw/verbouw/herontwikkeling) op verschillende schaalniveaus het parkeren goed op elkaar afstemmen. Reden wijziging: Beleid is te ruim genomen/vaag Nieuw parkeerbeleid:  Voor nieuwbouw/verbouw/herontwikkeling dient gebruik te worden gemaakt van de parkeernormen en de benodigde berekening zoals nader toegelicht in dit hoofdstuk en in de bijlagen 1 tot en met 4.

6.1 HOOGTE PARKEERNORMEN AUTO’S De resultaten van de parkeerdrukmeting in bijlage 7 laten zien dat de parkeernormen die in het verleden zijn gehanteerd, heden ten dage te laag zijn. Dit uit zich in een hoge bezettingsgraad. In de loop der tijd zijn de toe te passen parkeernormen volgens de richtlijnen van de CROW behoorlijk opgehoogd. Wel is er behoefte om per functie of type woning een aparte norm te hanteren. Dat was tot nu toe onvoldoende uitgewerkt, waardoor voor bijvoorbeeld een appartement soms dezelfde parkeernorm geldt als voor een vrijstaande woning terwijl in de praktijk blijkt dat voor een vrijstaande woning een hogere norm moet worden gehanteerd. De wijze waarop we de parkeernormen voor Oegstgeest bepalen, blijft hetzelfde: we hanteren het gemiddelde van de range die de CROW aangeeft en beschouwen geheel Oegstgeest als ‘rest van de bebouwde kom’. Als stedelijkheidstype, geldt op basis van de adresdichtheid ‘sterk stedelijk’. Een (te) hoge parkeernorm beperkt door het ruimtegebruik het aantal woningen dat gerealiseerd kan worden en kan het lastig maken om sociale en middeldure woningen te kunnen realiseren. In het recente verleden is voor sociale woningen in Oegstgeest aan de Rijn daarom de parkeernorm verlaagd, wat vooralsnog niet tot problemen leidt.

Parkeernota 2004: De parkeernorm is het gemiddelde van de bandbreedte volgens richtlijnen CROW, bij stedelijkheidstype matig stedelijk. Reden wijziging: Normen zijn soms te ruim en te vaag Nieuw parkeerbeleid:  De parkeernorm is het gemiddelde van de bandbreedte volgens richtlijnen CROW, bij stedelijkheidstype sterk stedelijk;  Voor sociale woningen en goedkope en middeldure appartementen verlagen we de norm met 0,3 ten opzichte van de CROW‐richtlijnen, omdat de indruk is dat de betreffende normen anders onnodig hoog zijn;  Als in/bij een appartementencomplex goede fietsparkeervoorzieningen worden gerealiseerd, dan mag de autoparkeernorm met 10% worden verlaagd; 21 Parkeernota Oegstgeest 2021

6.2 REDUCTIE PARKEERNORMEN Diverse omstandigheden kunnen er voor zorgen dat de parkeerbehoefte bij een nieuwe ontwikkeling lager uitpakt. Redenen om een reductie op de parkeereis toe te passen, zijn: 1. Er is sprake van functiemenging (wonen/werken) met gezamenlijk gebruik van parkeerplaatsen; 2. Er worden goede fiets(parkeer)voorzieningen aangeboden, te bepalen met de kwaliteitseisen in §6.4.

Reductie parkeereis door gezamenlijk gebruik van parkeerplaatsen Daar waar binnen een redelijke loopafstand van openbare parkeervoorzieningen diverse functies in een gebied aanwezig zijn – bijvoorbeeld kantoren en woningen – bestaat de mogelijkheid van dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Op verschillende momenten van de dag wordt een parkeervoorziening door meerdere functies gebruikt. Door dit dubbelgebruik kan een reductie op de parkeereis worden toegepast. Die reductie kan aanzienlijk zijn bij een gunstige mix van functies. De reductie, of beter gezegd het optimale benodigde aantal parkeerplaatsen, wordt bepaald met aanwezigheidspercentages, die zijn opgenomen in bijlage 5. Centrale parkeervoorzieningen waarbij is geregeld dat diverse bouwplannen/functies naar rato van de overeengekomen parkeereis daarvan gebruikmaken, hebben voordelen ten opzichte van de situatie dat elk bouwplan in zijn eigen (inpandige) parkeervoorziening voorziet en zijn essentieel voor het bereiken van stedelijke verdichting met een kwalitatief hoogwaardige en aantrekkelijke leefomgeving. Voordelen:    

Per saldo zijn minder plaatsen nodig; Optimale benutting van de parkeervoorzieningen; Parkeren op enige afstand ontmoedigt het autogebruik en bevordert zo indirect het lopen, fietsen en gebruik van openbaar vervoer; Slechts 1 entree naar een centrale parkeervoorziening, in plaats van elk bouwplan zijn eigen garage of parkeerterrein met entree. Dit draagt bij aan de leefkwaliteit van het gebied en met name de kwaliteit van de plint van de bebouwing; Een centrale parkeergarage kan eenvoudiger, goedkoper en toekomstbestendiger worden uitgevoerd dan een inpandige garage als onderdeel van een gebouw, vooral als voor een modulaire constructie wordt gekozen; In een centrale parkeervoorziening is het efficiënter om gedeelde voorzieningen zoals deelauto’s, deelfietsen en oplaadvoorzieningen aan te bieden en om ruimte te bieden voor het parkeren van scooters, fietsen en motoren.

Een voorwaarde is wel dat er eisen worden gesteld aan de parkeervoorziening om tot een aantrekkelijke oplossing te komen met de gewenste kwaliteit en uitstraling en eventuele voorzieningen zoals het aanbieden van deelfietsen.

Overigens is er momenteel, buiten Leiden Bio Science Park, geen zicht op (her)ontwikkelingen waar sprake is van een gezamenlijke parkeervoorziening. Gezien de voordelen ervan kan het als aandachtspunt worden meegenomen bij de actualisatie van bestemmingsplannen.

22 Parkeernota Oegstgeest 2021

Reductie vanwege goede fietsparkeervoorzieningen of aanbod van deelfietsen bij appartementencomplexen In hoofdstuk 8.2 en bijlage 7 is uitgewerkt hoe met goede fietsparkeervoorzieningen of het aanbieden van deelfietsen, het fietsgebruik kan worden bevorderd. Dit kan slechts in beperkte mate worden afgedwongen. Als een ontwikkelaar echter goede fietsvoorzieningen realiseert ‐ zoals een aantrekkelijke grote fietsenberging op de begane grond ‐ die fietsgebruik bevordert, dan mag daardoor een reductie van het aantal parkeerplaatsen voor auto’s worden toegepast ter grootte van maximaal 10 procent. Verderop is uitgewerkt aan welke kwaliteitseisen een goede fietsparkeervoorziening voldoet.

6.3 PARKEERNORMEN FIETS EN SCOOTERS Het doel van het introduceren van deze normen is meerledig:    

Het bevorderen van fietsgebruik en de concurrentiepositie van de fiets; Nieuwbouw en transformatieprojecten voorzien van voldoende en goede parkeervoorzieningen voor fiets en scooter; Bijdragen aan een aantrekkelijk straatbeeld en goede toegankelijkheid ; Het verminderen van het risico op diefstal, vandalisme en beschadigen van fietsen en scooters.

De normen hebben betrekking op nieuwbouw en herontwikkeling. Dat neemt niet weg dat ook in bestaande situaties het parkeren van fietsen, scooters en bakfietsen beter moet worden geregeld. Dat geldt bijvoorbeeld voor de winkelgebieden en bij bushaltes. De parkeernormen voor fietsen bij niet‐woonfuncties zijn bindend/afdwingbaar in tegenstelling tot die voor scooters of fietsen bij woonfuncties. Voor de laatste twee zijn daarom richtlijnen opgesteld. De mate waarin een ontwikkeling aan die richtlijnen voldoet, kan worden meegewogen als reductiefactor bij de uiteindelijke parkeereis of eventuele vrijstelling daarvan. Ook kan dit worden meegewogen als een ontwikkeling niet past binnen de bestaande bestemming.

Beleid

Om bouwplannen te kunnen toetsen aan de fietsparkeernormen of ‐richtlijnen, verwijzen we in bestemmingsplannen naar voorliggende nota.

1. Fietsparkeernormen (eis) voor niet‐woonfuncties Niet‐woonfuncties zijn bijvoorbeeld horeca, kantoren en bedrijven of sportcentra. De van toepassing zijnde normen, zoals weergegeven in bijlage 2, zijn overgenomen uit CROW‐publicatie 291 ‘Leidraad fietsparkeren’.

Parkeernota 2004: ‐ Nieuw parkeerbeleid:  De fietsparkeernormen voor niet‐woonfuncties zijn bindend en bepalen het minimale aantal fietsparkeerplekken voor niet‐woonfuncties; 23 Parkeernota Oegstgeest 2021

Initiatiefnemers/projectontwikkelaars zijn verplicht het vereiste aantal fietsparkeerplekken in principe op eigen terrein te realiseren. Het Bouwbesluit staat niet toe dat gemeenten extra eisen stellen aan stallingsruimte voor niet‐ woonfuncties en woningen. We hanteren daarom niet‐bindende aanbevelingen voor een goede kwaliteit van de stallingen om te zorgen voor goede toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid. 2. Richtlijnen fietsparkeren bij woonfuncties Het Bouwbesluit 2012 schrijft een individuele (fietsen‐)berging bij nieuwbouw van woningen voor van minimaal 5 m2. Het Bouwbesluit biedt gemeenten de mogelijkheid voor gelijkwaardige oplossingen, maar staat niet toe deze af te dwingen. Parkeernota 2004: ‐ Nieuw parkeerbeleid:  De gemeente Oegstgeest heeft, in elk geval voor appartementen, voorkeur voor het realiseren van een gezamenlijke stalling in plaats van individuele (fietsen) bergingen;  De parkeerbehoefte wordt bepaald met de tabel, op basis van het aantal vierkante meters gebruiksoppervlak;  Aanvullend is voor bezoekers van woningen minimaal 0,25 fietsparkeerplek per woning nodig. Bij studentenwoningen is dat 1,0. De bezoekersparkeerplaatsen worden doorgaans buiten nabij de ingang gerealiseerd;  Dubbellaags parkeren is toegestaan, maar er moeten per woning altijd minimaal twee plekken in een laag rek beschikbaar zijn.

Daarnaast is goede bereikbaarheid vanaf het maaiveld voorwaarde voor het toestaan van de gemeenschappelijke fietsenberging en stelt het Bouwbesluit eisen aan het beheer van de stalling;  Volgens de toelichting op het Bouwbesluit is de individuele berging ook bedoeld voor andere zaken. Bij de keuze voor een gezamenlijke fietsenberging is het daarnaast verplicht om een individuele berging van minimaal 2,7 m2 in of bij de woning te realiseren. Aantal fietsen per woning bij gezamenlijke stalling

Woonoppervlakte

Aantal fietsen

Oppervlakte m2

< 50 m2

2

4,1 (haaks)

50 – 75 m2

3

5,8 (haaks)

75 – 100 m2

4

7,3 (45º)

100 – 125 m2

5

8,4 (45º)

> 125 m2

6

9,5 (45º)

3. Richtlijnen scooterparkeren voor alle functies Het gebruik van de scooter (snorfietsen en bromfietsen) is sterk toegenomen. In Oegstgeest groeide het scooterbezit van 635 in 2007 naar 1435 in 2019, ruim 0,13 per huishouden (Bron: CBS). Met die groei is ook de behoefte aan parkeerplekken voor scooters sterk toegenomen, zowel bij woningen als andere functies. De impact van geparkeerde scooters is soms groot en goed zichtbaar. Om bij nieuwbouw, herontwikkeling en herinrichting van de openbare ruimte te zorgen voor voldoende parkeerruimte, zijn ook voor de scooter parkeernormen ontwikkeld. Op basis daarvan bepalen we de parkeerbehoefte voor scooters. Deze passen we op dezelfde wijze toe als de normen voor fietsparkeren. De normen voor scooterparkeren zijn niet bindend. We geven deze normen mee als advies in de vorm van richtlijnen. 24 Parkeernota Oegstgeest 2021

Voor het parkeren van scooters zijn geen CROW‐kencijfers. De kencijfers zijn afgeleid van de kencijfers die gemeente Amsterdam in haar Fietsnota 2018 heeft opgenomen. De parkeernorm bij woningen is gebaseerd op het gemiddelde scooterbezit per woning in Oegstgeest. Aan de bestemmingskant bepalen we de parkeernorm op basis van de verhouding tussen fiets‐ en scootergebruik in de ‘modal split’ (de verdeling tussen vervoerwijzen: auto, fiets, snor/bromfiets, lopen, openbaar vervoer). Parkeernota 2004: ‐ Nieuw parkeerbeleid:  De richtlijnen voor scooterparkeren zijn niet‐bindend;  De parkeerbehoefte bij woningen is gebaseerd op het gemiddelde scooterbezit per woning in Oegstgeest, 0,13;  De parkeerbehoefte voor overige functies wordt bepaald op basis van de kencijfers in bijlage 3;  De parkeervoorzieningen komen altijd op eigen terrein, al dan niet inpandig, tenzij een andere oplossing wordt overeengekomen;  Bij appartementen heeft een gezamenlijke stalling de voorkeur;  Stallingen voldoen, naast de wettelijke minimumeisen, aan de in §5 beschreven kwaliteitseisen;  In de openbare ruimte worden met markering aangewezen parkeerplaatsen voor scooters en bakfietsen gerealiseerd, zo mogelijk met een (lage) beugel als vastbindmogelijkheid. 4.

Parkeren bijzondere fietsmodellen en elektrische fietsen Het aantal bijzondere fietsen, zoals bakfietsen, mandfietsen en driewielers groeit snel. Hetzelfde geldt voor elektrische fietsen. Tot op heden wordt in het algemeen weinig of geen rekening gehouden met deze bijzondere fietsen als het gaat om parkeren. Daarom de volgende aanbevelingen en uitgangspunten bij aanleg of aanpassing van fietsparkeervoorzieningen: 

Bij de realisatie van fietsenstallingen moet, indien gebruik wordt gemaakt van (dubbellaags) rekken, rekening worden gehouden met het feit dat elektrische fietsen vaak niet passen in de onderste laag en (te) zwaar zijn om in de bovenste laag te zetten. Oplossingen: o Elektrische fietsen worden los geparkeerd; o De fietsenrekken, of een deel daarvan, zijn geschikt voor zware fietsen/hoge sturen. Bij parkeren op maaiveld worden meestal uitsluitend fietsparkeervoorzieningen toegepast die slechts geschikt zijn voor ‘gewone’ fietsen. Bakfietsen en scooters staan daar vaak zodanig tussen, dat ze twee plaatsen in beslag nemen. Oplossing: o Naast de fietsparkeervoorziening voor reguliere fietsen, een ruimte markeren voor het parkeren van afwijkende fietsen en scooters; o Haaks daarop een beugel aanbrengen, als vastbindmogelijkheid.

5. Kwaliteitseisen stallingen De aanwezigheid van een fietsenstalling op zich is geen garantie dat hij goed wordt gebruikt. Het succes van een stalling hangt sterk af van de aantrekkelijkheid ervan, die wordt bepaald door kwaliteit, de toegankelijkheid en het comfort ervan. Er kunnen diverse redenen zijn voor tegenvallend gebruik van een stalling. Naast slechte vindbaarheid speelt slechte toegankelijkheid per fiets vaak een rol: bijvoorbeeld een moeizaam openende toegangsdeur, te steile hellingbaan of te steile trap met fietsgoot of lastig te nemen 25 Parkeernota Oegstgeest 2021

bochten. Ook de routing binnen de stalling, de sociale veiligheid en de afmeting van de parkeerplekken beïnvloeden het gebruik, evenals de mogelijkheid om fietsen met bijzondere afmetingen te stallen en hoe stabiel gebruikers hun fiets kunnen parkeren in de voorziening De Leidraad Fietsparkeren (CROW publicatie 291, hoofdstuk 6) gaat uitgebreid in op de kwaliteitseisen voor fietsenstallingen. Hieronder staan de belangrijkste kwaliteitseisen voor toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid. Toegankelijkheid    

  

Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de stalling duidelijk zichtbaar (‘s avonds en ’s nachts goed verlicht) en herkenbaar, gezien vanaf de aanrijroute richting bestemming; De stalling heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de eindbestemming; De afstand mag maximaal ca. 75 meter zijn van de stalling tot de hoofd‐/neven‐ /personeelsingang van de bestemmingen en/of functies waarvoor de stalling is bestemd; De toegang vanaf de weg naar een stalling op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen, bakfietsen, elektrische fietsen en fietsen met afwijkende maten (kratten, brede sturen, brede banden, lange fietsen, etc.); Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22% ; een trap heeft ideaal een hellingspercentage van 18%, met een aantrede van 500 mm en een optrede van 90 mm of met een aantrede van 600 mm en een optrede van 100 mm; Naast een trap horen fietsgoten, bij voorkeur aan beide zijden (zie verder de ‘Leidraad Fietsparkeren’) (zie Leidraad Fietsparkeren, CROW publicatie 291, p.

77); Een gebruiker moet de toegang van een stalling gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een makkelijk te bedienen drukknop of chipkaartlezer; Voor bestemmingen voor kinderen gelden andere of extra eisen, waarin rekening gehouden wordt met het feit dat ze kleiner en minder sterk zijn dan volwassenen. Denk bijvoorbeeld aan het hellingspercentage van de trap; Om een goede toegankelijkheid voor mensen met een beperking te bevorderen wordt aanbevolen de richtlijnen van het Handboek Toegankelijkheid (Handboek voor toegankelijkheid, over de ergonomie van buitenruimten, gebouwen en woningen, M. Wijk, 2013) te gebruiken.

Inrichting en bruikbaarheid  

  

De stalling moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld; De route in en vanuit de stalling naar de bestemming is logisch, snel en eenvoudig. Bij voorkeur kan men vanuit de stalling rechtstreeks (liefst binnendoor) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de stalling; De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichting en bij voorkeur daglichttoetreding. Als een stalling openbaar toegankelijk is kan (camera) toezicht of bewaking overwogen worden; Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de stalling kunnen passeren. Stallingssystemen voldoen aan de eisen van ‘Fietsparkeur’ (zie www.fietsparkeur.nl voor meer informatie) of zijn gelijkwaardig daaraan, met een hart op hart afstand van minimaal 400 mm; De minimale vrije hoogte in een gebouwde stalling is 2900 mm om dubbellaags rekken te kunnen plaatsen. Bij gebouwen voor kinderen kan dit 2300 mm zijn, want dubbellaags rekken zijn ongeschikt voor kinderen;

26 Parkeernota Oegstgeest 2021

     

  

De hart‐op‐hart‐afstand tussen twee fietsparkeerplekken bij een stallingssysteem op gelijk niveau is minimaal 800 mm breed; De hart‐op‐hart‐afstand tussen twee fietsparkeerplekken bij een hoog/laag fietsparkeersysteem is minimaal 400 mm breed voor zowel onder‐ als bovenlaag; De gangpaden in de stalling zijn minimaal 2100 mm breed en een hoofdgangpad is minimaal3000 mm breed, zowel voor fiets als scooter; De stalling moet voldoende parkeermogelijkheden bieden voor fietsen die afwijken van de standaard maten; Minimaal 5% van de plekken is geschikt voor bakfietsen of andere fietsen met sterk afwijkende maten (vakken minimaal 100 mm breed ); Minimaal 15% van de plekken is geschikt voor fietsen die niet in een standaard fietsenrek passen(hart‐op‐hart afstand minimaal 500 mm) (Percentages ontleend aan ‘Buitenmodel fietsen in station stallingen’, p. 8 (CROW Fietsberaad, juni 2016); Een parkeersysteem waarin naast standaardfietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur. Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc.

Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waarin afwijkende maten fietsen op hun standaard kunnen worden gesteld; De stalling biedt oplaadmogelijkheden voor elektrische tweewielers; De netto‐afmetingen van een scooterparkeerplek in een gebouwde stalling zijn minimaal 75 cm breed x 180 cm lang; Stallingen waar scooters met verbrandingsmotoren mogen staan, moeten aan de geldende milieu‐en bouwvoorschriften voldoen, waaronder eisen aan de veiligheid (brand), aan installaties (ventilatie van rookgassen) en aan de kwaliteit van de vloerafwerking (vloeistofdichtheid).

6.4 JURIDISCHE VERANKERING Eisen en wensen over parkeren moeten worden vastgelegd in het bestemmingsplan, of het bestemmingsplan moet naar voorliggende parkeernota verwijzen. Het is wenselijk dat het nieuwe parkeerbeleid direct voor alle bestemmingsplannen geldt. Dat wordt geregeld met een nieuw paraplu‐bestemmingsplan dat parallel met deze parkeernota wordt opgesteld. Zowel door initiatiefnemers als door de gemeente kunnen met inachtneming van het voorgaande nieuwe ontwikkelingen worden getoetst op het aantal benodigde parkeerplaatsen. De parkeernormen zijn verder uitgewerkt en opgenomen in bijlage 5. De werkwijze is dan globaal als volgt: 1) Voor een nieuwe ontwikkeling wordt per functie de parkeerbehoefte berekend. De initiatiefnemer moet daartoe de nodige informatie, zoals type woningen, doorgeven; 2) Als dubbelgebruik mogelijk is, bijvoorbeeld als een parkeerplaats overdag wordt gebruikt voor winkelbezoek en ’s avonds door bewoners, dan wordt de berekende parkeerbehoefte hierop aangepast door het toepassen van een reductiefactor op basis van aanwezigheidspercentages. Niet‐openbare parkeervoorzieningen blijven daarbij buiten beschouwing. De gemaakte keuzes worden gemotiveerd; 3) Als er goede fietsparkeervoorzieningen worden gerealiseerd, dan kan een reductie van 10 procent worden toegepast; 27 Parkeernota Oegstgeest 2021

4) Indien van toepassing, moet juridisch zijn geregeld dat een parkeerplaats is gekoppeld aan een woning en dat ook in de toekomst blijft.

28 Parkeernota Oegstgeest 2021

7 ALGEMEEN PARKEERBELEID

7.1 PARKEREN VERSUS OPENBAAR GROEN EN KLIMAATBESTENDIGHEID De verwachting is nu dat door klimaatverandering het aantal piekbuien fors zal toenemen. De huidige riolering is hier niet op berekend, waardoor de kans op overstromingen in de stedelijke gebieden groter wordt. Dit houdt in dat het toevoegen van verhard oppervlak niet wenselijk is, omdat het riool daardoor nog meer wordt belast. Door de parkeervakken klimaatadaptief in te richten kan dit deels worden voorkomen. Bij herbestrating moet de wens om het verhard oppervlak te beperken, worden meegenomen. De uitkomsten van de klimaatstresstest worden hierin meegewogen. Door bewoners wordt soms voorgesteld bestaand groen om te bouwen tot parkeervak. Gezien de gewenste verduurzaming van de openbare ruimte en de nadrukkelijk wens om deze klimaatadaptief in te richten, is dit niet wenselijk. Bij groen dat geen onderdeel uitmaakt van de ecologische verbindingszone, zal per situatie moeten worden bekeken of het realiseren van parkeervakken ten koste van dit groen acceptabel is. Afwegingsfactoren hierbij zijn de hoogte van de parkeerdruk, de (belevings)waarde van het groen conform de groenkaart, andere oplossingsmogelijkheden, mogelijkheden voor het elders compenseren van groen en ruimtelijke argumenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9747553/1