Bijlage 1 bij RM d.d. 25 juni 2021 Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan De Geesten 2021 Z-18-118551 Oegstgeest
Tekst van het document
persoonlijke dienstverlening: kapper, pedicure, manicure, schoonheidsspecialiste; ambachtelijke bedrijvigheid; medische/therapeutische dienstverlening; kunstzinnige activiteiten: ateliers.
Het karakter van een aan-huis-gebonden (bedrijfs)activiteit dient te zijn: kleinschalig, uitgeoefend door de bewoner; de functie kan meer publieksgericht zijn dan een aan-huis-gebonden beroepen kan een
66
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan De Geesten zekere verkeersaantrekkende werking hebben. In de afwijkingsbepaling voor aan-huis-gebonden (bedrijfs)activiteiten van de bestemming Wonen is door middel van expliciete voorwaarden effectief een grens gesteld aan deze publieksgerichtheid en aan deze verkeersaantrekkende werking. Voor zowel aan-huis-gebonden beroepen als aan-huis-gebonden (bedrijfs)activiteiten geldt dat deze uitsluitend zijn toegestaan indien de woonfunctie blijft prevaleren en geen hinder optreedt voor de woonomgeving.
Artikel 20 Leiding - Olie Ter bescherming van de in het plangebied aanwezige planologisch relevante brandstof transportleiding, is de bestemming 'Leiding - Olie' opgenomen. Het betreft hier een dubbelbestemming. Naast deze bestemming van Leiding is er ook een andere bestemming van kracht. Ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemmingen mag, met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken. Nieuwbouw is slechts mogelijk op basis van een door burgemeester en wethouders verleende omgevingsvergunning, waarbij getoetst wordt aan het belang van de leiding. Voor het uitvoeren vaneen aantal werkzaamheden en werken, geen gebouwen zijnde is een vergunningplicht opgenomen. De werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar voor zover het leidingbelang niet onevenredig wordt geschaad. De leidingbeheerder brengt hierover voorafgaand advies uit aan burgemeester en wethouders.
Archeologie De dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie - 2', 'Waarde - Archeologie - 3' en 'Waarde Archeologie - 6' zijn opgenomen ter bescherming van de (mogelijk) aanwezige archeologische waarden. Om archeologische waarden te waarborgen is een dubbelbestemming Waarde-Archeologie opgenomen. Bouwwerken op gronden met samenvallende bestemmingen kunnen weliswaar worden gerealiseerd, maar dan met inachtneming van de in de regels opgenomen voorwaarden. Daarvoor is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Is er blijkens onderzoek geen sprake van archeologische waarden, dan kunnen de werken en bouwwerken met een omgevingsvergunning worden uitgevoerd en gerealiseerd. In het kader van de bescherming van de archeologische waarden is voor een aantal werken, niet zijnde bouwwerken, en werkzaamheden een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen. Archeologische waarden kunnen ook worden bedreigd door grondwerkzaamheden die samengaan met de aanleg van bijvoorbeeld wegen, bebouwing en watergangen. Ook ingrijpende agrarische werkzaamheden (diep ploegen, onder bemalen) kunnen het bodemarchief onherstelbaar beschadigen en de daarin opgeslagen informatie verloren doen gaan. Deze gronden worden derhalve mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de aanwezige archeologische waarden.
Bouwen ten behoeve van samenvallende bestemmingen is via een omgevingsvergunning alleen toegestaan voor zover de archeologische waarde niet worden geschaad, en genoemde werken en werkzaamheden zijn zonder omgevingsvergunning niet toegestaan. Artikel 21 Waarde - Archeologie - 2 Waar een hoge archeologische verwachting geldt, is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2' van toepassing. Dit betreft een streng beschermingsregime. Artikel 22 Waarde - Archeologie - 3 In gebieden met een gematigde verwachting is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3' van toepassing. Dit betreft een gematigd beschermingsregime, met meer mogelijkheden voor werkzaamheden zonder vergunningsplicht.
Toelichting (ontwerp)
67
bestemmingsplan De Geesten
Artikel 23 Waarde - Archeologie - 6 Daar waar archeologische waarden aanwezig zijn, is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 6' van toepassing. Dit betreft het strengste beschermingsregime.
Artikel 24 Waarde - Cultuurhistorie Het grootste deel van het plangebied ligt binnen het beschermd dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten. Het bestemmingsplan vervult voor het beschermd dorpsgezicht een beheers- en gebruiksfunctie. In dat kader is de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' opgenomen. Teneinde de in de aanwijzing van het Rijk tot beschermd dorpsgezicht beschreven plicht de bestaande structuur en ruimtelijke kwaliteit van dit gebied zo goed mogelijk te behouden, is gekozen voor een hoofdzakelijk gedetailleerde planvorm. Op deze manier is het mogelijk de reeds aanwezige functies te voorzien van een gedetailleerde bestemmingsregeling waardoor de ruimtelijke kwaliteiten het gebied kan worden beheerd en behouden en de cultuurhistorische waarden waar mogelijk kunnen worden versterkt. Ter bescherming van het beschermd dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten is tevens een omgevingsvergunningstelsel opgenomen. Het is verboden binnen het beschermd dorpsgezicht zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werkzaamheden te verrichten zoals bijvoorbeeld het bestraten of herstraten, het geheel of gedeeltelijk vergraven of dempen van waterlopen, het bebossen of aanbrengen van houtachtige gewassen en het slopen van gebouwen of delen van gebouwen.
Artikel 25 Waterstaat - Waterkering De waterkering ter hoogte van de Rijnzichtweg heeft de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Deze gronden hebben een waterkerende functie of zijn van invloed op de waterkering. Er is sprake van samenvallende bestemmingen, waarbij de met Waterstaat - Waterkering samenvallende bestemmingen ondergeschikt zijn. Dit uitgangspunt is verwerkt in de betreffende bouwregels. Langs de bestemming Waterstaat - Waterkering zijn beschermingszones aanwezig waarop de Keur van het Hoogheemraadschap van Rijnland van toepassing is. Voor het uitvoeren van werkzaamheden binnen de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering en in de beschermingszone is een ontheffing van de Keur van het Hoogheemraadschap vereist.
6.2.3
Algemene regels
De algemene regels bevatten regels die in beginsel op meerdere bestemmingen van toepassing zijn. Naast de wettelijk verplichte anti-dubbeltelregel die onder de algemene regels moet worden geplaatst, zijn in dit bestemmingsplan algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en overige regels opgenomen. Een voorbeeld zijn de algemene bouwregels. Hierin is onder andere een regeling ten aanzien van ondergronds bouwen opgenomen. Ook is het toegestaan bouwgrenzen en bestemmingsgrenzen te overschrijden ten behoeve van ondergeschikte bouwdelen. In de overige regels is een parkeerbepaling opgenomen. Deze regeling borgt dat in voldoende parkeergelegenheid voorzien moet zijn voordat een omgevingsvergunning verleend kan worden. Deze parkeergelegenheid moet tevens in stand gehouden worden. In dit onderdeel van de regels komen algemene regels aan de orde die gelden voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan. De algemene regels bestaan uit de volgende artikelen.
Artikel 26 Anti-dubbeltelregel Een anti-dubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het
68
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan De Geesten opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De formulering van de anti-dubbeltelregel is bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.4 Bro).
Artikel 27 Algemene bouwregels De aangegeven bouwgrenzen mogen worden overschreden met kleine bouwdelen. In dit artikel is geregeld hoe groot de overschrijding mag zijn en onder welke voorwaarden. Tevens zijn regels voor ondergronds bouwen bepaald.
Artikel 28 Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is bepaald wat er in ieder geval onder strijdig gebruik van gronden en gebouwen wordt verstaan.
Artikel 29 Algemene aanduidingsregels Natuurnetwerk Nederland (NNN) Een aanzienlijk deel van het plangebied maakt deel uit van het gebied van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan is het onderhavige bestemmingsplan aangevuld met de gebiedsaanduiding 'overige zone - Natuurnetwerk Nederland'. De gronden binnen het plangebied die behoren bij het Natuurnetwerk Nederland (NNN) krijgen een extra bescherming in de vorm van een gebiedsaanduiding. De waarden van het NNN worden met deze nieuwe aanduiding met regeling, planologisch beschermd. In het kader van het NNN zijn nadere bouwregels opgenomen. Voor het bouwen op of in de gronden binnen de aanduiding 'overige zone - Natuurnetwerk Nederland' geldt dat: nieuwe gebouwen zijn niet toegestaan, met uitzondering van nieuwe gebouwen die bestaande gebouwen, op dezelfde locatie en met hetzelfde bebouwd oppervlak, vervangen; nieuwe bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijn toegestaan, met uitzondering van wildrasters en terreinafscheidingen, en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die in het belang zijn van de natuur, de veiligheid, de openbare orde en het algemeen maatschappelijk functioneren, waarbij nadere voorwaarden van toepassing zijn.
Voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden op of in de gronden binnen de aanduiding 'overige zone - Natuurnetwerk Nederland' is in veel gevallen een omgevingsvergunning benodigd.
Artikel 30 Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan kan worden afgeweken middels het verlenen van een omgevingsvergunning. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om af te wijken van regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Deze bepaling geldt niet ter plaatse van enkele percelen met de 'specifieke bouwaanduiding - 3'.
Artikel 31 Algemene wijzigingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarmee door middel van een wijzigingsbevoegdheid ex artikel 3.6 Wro het mogelijk is enige flexibiliteit in het plan aan te brengen. Het gaat hierbij om een bevoegdheid en houdt geen verplichting in. Deze bevoegdheid mag nadrukkelijk niet worden gebruikt om zodanig aanzienlijke wijzigingen van bestemmingen te bewerkstelligen, dat daarmee de essentie van het plan wezenlijk wordt veranderd. In de wijzigingsregels is een wijzigingsbevoegdheid met betrekking tot de overschrijding van bestemmingsgrenzen opgenomen.
Toelichting (ontwerp)
69
bestemmingsplan De Geesten
Artikel 32 Overige regels Verwijzing naar, en werking van, andere wettelijke regelingen In de regels van een bestemmingsplan wordt in een (toenemend) aantal gevallen met verwijzing naar een (andere) wettelijke regeling een procedure, begrip en/of functie uit die andere regeling van toepassing verklaard. De van toepassing verklaarde wettelijke regeling geldt zoals deze luidt op het moment van de terinzagelegging van het tweede ontwerpbestemmingsplan. Wijziging van de wettelijke regeling na de terinzagelegging voor zienswijzen (en na vaststelling) van het bestemmingsplan zou anders zonder Wro-procedure een wijziging van het bestemmingsplan met zich mee kunnen brengen. Parkeren In de regels van het vigerende bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren' is vastgelegd dat een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, niet kan worden gebouwd wanneer op eigen terrein niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden, zoals bedoeld in de Parkeernotitie Oegstgeest, danwel de opvolger daarvan. In het kader van deze parkeerregels is in het onderhavige bestemmingsplan de volgende regeling opgenomen. a.
Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, kan niet worden gebouwd of van functie worden gewijzigd, wanneer op eigen terrein niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden, waarbij (onverminderd de benodigde voldoende parkeergelegenheid) de parkeervoorzieningen op het betreffende deel van het eigen terrein volgens de bestemmingsregels dienen te zijn toegestaan; b. Bij een omgevingsvergunning, vereist voor een bouwwerk bedoeld onder a., wordt aan de hand van de op dat moment van toepassing zijnde beleidsregel 'Parkeernotitie Oegstgeest' bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Indien de beleidsregel inzake parkeren gedurende de planperiode wijzigt, wordt er rekening gehouden met de wijziging bij het bepalen of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid; c. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a. en b., en worden toegestaan dat in minder parkeergelegenheid wordt voorzien, mits het specifieke gebruik en/of de structuur van de omgeving daartoe aanleiding geven en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en de parkeersituatie. 6.2.4
Overgangs- en slotregel
In het afsluitende onderdeel van de regels komen de overgangs- en slotregels aan de orde.
Artikel 33 Overgangsrecht In artikel 3.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan.
Artikel 34 Slotregel Deze regel bevat de titel van het bestemmingsplan.
70
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan De Geesten
Hoofdstuk 7 7.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de Toelichting inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12 eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), wordt, in artikel 6.2.1 van het Bro, onder meer aangewezen, een bouwplan voor de bouw van een hoofdgebouw. Bij het onderhavige bestemmingsplan "De Geesten" is sprake van meerdere bouwplannen ex artikel 6.2.1 Bro. Indien sprake is van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro is de gemeente verplicht een exploitatieplan op te stellen. De gemeenteraad kan op basis van artikel 6.12, tweede lid Wro echter besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen wanneer: a. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of de vergunning begrepen gronden anderszins verzekerd is; b. het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13 eerste lid, onder c, 4° onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is, en c. het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.
Het kostenverhaal kan worden verzekerd via bijvoorbeeld een gemeentelijke grondexploitatie, waarbij sprake moet zijn van gemeentelijke gronduitgifte, of via een anterieure overeenkomst met de grondeigenaar over de ontwikkeling. Het kostenverhaal, met betrekking tot de bouwplanontwikkelingen, ten aanzien van het bestemmingsplan "De Geesten" is verzekerd middels anterieure overeenkomsten. De gemeente heeft een anterieure overeenkomst gesloten met de ontwikkelaars, zijn de enige eigenaren van de betreffende ontwikkelgebieden in het plangebied van het onderhavige bestemmingsplan. De gemeentelijke kosten worden op basis van de overeenkomst verhaald op de ontwikkelaars/eigenaren. Op basis van de anterieure overeenkomsten is het onderhavige bestemmingsplan economisch uitvoerbaar.
Nieuwbouw Leo Kannerschool De nieuwbouwlocatie voor de school wordt zodra dit bestemmingsplan in werking is getreden door de gemeente Oegstgeest overgenomen; daartoe is een overeenkomst gesloten met de huidige grondeigenaar. Voor de ontwikkeling van de nieuwe Leo Kannerschool zijn door de gemeente reeds financiële middelen gereserveerd. De ontwikkeling van de school is economisch uitvoerbaar.
Toelichting (ontwerp)
71
bestemmingsplan De Geesten
72
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan De Geesten
Regels
Regels (ontwerp)
73
bestemmingsplan De Geesten
Hoofdstuk 1
Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan De Geesten met identificatienummer NL.IMRO.0579.BPDeGeesten-ON02 van de gemeente Oegstgeest. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aan- en uitbouw
een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw of deel van een hoofdgebouw dat door zijn verschijningsvorm een ondergeschikte bouwmassa vormt dan wel in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6
aan-huis-gebonden beroep
een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.7
aan-huis-gebonden (bedrijfs)activiteiten
het al dan niet bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen bedrijvigheid, waarvan de omvang en uitstraling zodanig zijn dat de activiteit in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. 1.8
achtererf
de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevellijn van het hoofdgebouw of achter de denkbeeldige lijn van het verlengde daarvan. 1.9
agrarische bedrijfsvoering
een bedrijfsvoering, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: a. akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen sier-, fruit- en bollenteelt; b. grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond; c. sierteelt: de teelt van tuin- en potplanten en/of bomen, al dan niet met behulp van kassen en al dan niet gecombineerd met de handel in deze gewassen; d. fruitteelt: de teelt van fruit op open grond; e. bollenteelt: de teelt van bloembollen in samenhang met de teelt van bolbloemen; f. een paardenfokkerij.
74
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan De Geesten
1.10
antenne-installatie
installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.11
archeologisch deskundige
een dienst of instelling die beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de Erfgoedwet. 1.12
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de Erfgoedwet. 1.13
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.14
bebouwingspercentage
het percentage dat de grootte van het bouwvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd, tenzij in de regels anders is bepaald. 1.15
bedrijf
een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen. 1.16
bedrijfs- of dienstwoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein. 1.17
bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen
afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet. 1.18
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.19
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.20
Bevi-inrichtingen
bedrijven zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.21
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.22
bouwgrens
de grens van een bouwvlak.
Regels (ontwerp)
75
bestemmingsplan De Geesten
1.23
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen. 1.24
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.25
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.26
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.27
bijgebouw
een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.28
café
een horecabedrijf, niet zijnde een discotheek of bar/dancing, uitsluitend of overwegend gericht op het verstrekken van dranken voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van kleine etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid. 1.29
cultuurhistorischewaarde
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en gaafheid. 1.30
dakkapel
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de onderkant en bovenkant van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de bovenste daklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst. 1.31
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.32
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren en bankfilialen. 1.33
dove gevel
een bouwkundige constructie als bedoeld in artikel 1b, lid 4 van de Wet geluidhinder. 1.34
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
76
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan De Geesten
1.35
geluidsgevoelige functie
bewoning of een andere geluidsgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder of het Besluit geluidhinder. 1.36
geluidsgevoelig gebouw
een gebouw welke dient ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidsgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder of het Besluit geluidhinder. 1.37
geluidshinderlijke inrichtingen
bedrijven, zoals bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken. 1.38
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.39
horecabedrijf
een onderneming gericht op één of meer van de navolgende activiteiten: a. het verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken; b. het exploiteren van zaalaccommodatie; c. het verstrekken van nachtverblijf. 1.40
ijskelder
een losstaande kelder, met cultuurhistorische waarde, waarin ijs werd/wordt opgeslagen, met een plaatselijke verhoging van het maaiveld (voor de toegang van de kelder), die tegenwoordig dienst kan doen als berging. 1.41
instelling
een instituut, instantie of organisatie, niet zijnde een bedrijf of commerciële onderneming. 1.42
kantoor
voorzieningen gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.43
kassencomplex
een complex van bouwwerken van glas of ander lichtdoorlatend materiaal (ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering) met een hoogte van 1,5 m of meer, trek-, tunnel-, schaduw-, boog- en gaaskassen daaronder begrepen en daarbij bijbehorende voorzieningen zoals een kantine en kleedruimte. 1.44
landschappelijke waarde
de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet-levende natuur. 1.45
manege
een bedrijf dat gericht is op het lesgeven in paardrijden en daarvoor paarden en/of pony's houdt, in combinatie met een of meer van de volgende hiermee samenhangende activiteiten of voorzieningen: het in pension houden van paarden en/of pony's, horeca (kantine, foyer en dergelijke), verenigingsaccommodatie en het houden van wedstrijden of andere evenementen.
Regels (ontwerp)
77
bestemmingsplan De Geesten
1.46
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, elektrische laadpalen, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.47
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met aan ten hoogste één zijde een gesloten wand. 1.48
peil
een horizontaal referentievlak, van waaruit verticale afstanden worden gemeten, dat als volgt wordt bepaald: a. b. c. d.
bij ligging aan de weg: de kruin van de weg; bij ligging aan een anderszins verhard terrein: de bovenkant van dat terrein; bij ligging anders dan aan een weg of verhard terrein: het maaiveld; bij ligging in of op het water: het Normaal Amsterdams Peil dan wel een ander plaatselijk aan te houden oppervlaktewaterpeil.
1.49
platte afdekking
een horizontaal vlak, ter afdekking van een gebouw, dat meer dan tweederde van het grondoppervlak van het gebouw beslaat. 1.50
seksinrichting
het bedrijfsmatig - of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt - gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een vaartuig, verrichten van seksuele handelingen. 1.51
Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging'
de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' die van deze regels deel uitmaakt. 1.52
Staat van Horeca-activiteiten
de Staat van Horeca-activiteiten die van deze regels deel uitmaakt. 1.53
Staat van Instellingen en Bedrijven 'Life Science & Health'
de Staat van Instellingen en Bedrijven 'Life Science & Health' die van deze regels deel uitmaakt. 1.54
voorgevel
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of 'uitstraling' als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.55
waterhuishoudkundige voorzieningen
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede bereikbaarheid over water, wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, infiltratie voorzieningen, gemalen, inlaten, kademuren, bruggen/brugconstructies en andere daarmee gelijk te stellen voorzieningen. 1.56
zijerf
de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel.
78
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan De Geesten
1.57
zorgkwekerij
het bieden van de mogelijkheid tot zorg aan personen bij een kwekerij, door middel van een werkgemeenschap van sociaaltherapeutische aard en in de vorm van dagopvang, waarbij de zorgbehoevenden arbeid verrichten. 1.58
zorgwonen
wonen in de vorm van aanleunwoningen (groepsverblijf), beschermd-wonen en/of geschakelde woningen, waarbij het zorgaspect voldoende aanwezig en verzekerd kan zijn, als: a. b. c. d. e.
er sprake is van 24-uurs zorg; er een verplichting bestaat tot het afnemen van zorg (zorg mag dus niet vrijblijvend zijn); het om bewoners gaat met een zorgindicatie; de behandeling in de woning c.q. het gebouw plaatsvindt; en/of er sprake is van (nagenoeg) permanent toezicht of begeleiding.
Regels (ontwerp)
79
bestemmingsplan De Geesten
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstanden
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2
bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
breedte, lengte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.4
vloeroppervlakte
de gebruiksoppervlakte volgens NEN 2580, en bij kantoren het verhuurbaar oppervlak volgens NEN 2580. 2.5
bruto vloeroppervlakte van een bouwwerk
de oppervlakte gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies die de betreffende ruimten of bouwlagen omhullen, en voor het bouwwerk als geheel de som van deze vloeroppervlakte(s) van alle bouwlagen gemeten langs de buitenomtrek, daarbij niet inbegrepen de ruimten voor parkeervoorzieningen in het bouwwerk. 2.6
bruto vloeroppervlakte van een functie
de totale vloeroppervlakte van ruimten die ten dienste staan van een functie, met inbegrip van daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies die de betreffende ruimten of bouwlagen omhullen, daarbij niet inbegrepen de ruimten voor parkeervoorzieningen ten behoeve van de functie. 2.7
goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.8
inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9
oppervlakte van een bouwwerk
de oppervlakte tussen de buitenwerkse gevelvlakken, en/of het hart van de scheidingsmuren in het geval van een gedeelte van het bouwwerk, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
80
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan De Geesten
Hoofdstuk 2
Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
3.2
agrarische bedrijfsvoering; voet- en fietspaden, en agrarische paden; nutsvoorzieningen; de bij deze bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen zoals groen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d.
op deze gronden mogen gebouwen worden gebouwd met een oppervlakte van ten hoogste 20 m2; de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1,5 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
Regels (ontwerp)
81
bestemmingsplan De Geesten
Artikel 4 4.1
Agrarisch - Kwekerij
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch - Kwekerij' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
kwekerijen en/of zorgkwekerijen; ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin': tevens volkstuinen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bassin': tevens een waterbassin; voet- en fietspaden, en agrarische paden; nutsvoorzieningen; de bij deze bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen zoals parkeervoorzieningen, groen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd, behoudens ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 6'; b. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 1' mag uitsluitend een kassencomplex worden gebouwd; c. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 6' mogen gebouwen worden gebouwd met een oppervlakte van ten hoogste 20 m2 en een bouwhoogte van ten hoogste 2 m; d. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 7' mogen uitsluitend een loods, schuur en/of kassencomplex worden gebouwd; e. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte, met uitzondering van de bouwhoogte bepaald onder c.; f. de goothoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte; g. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak. 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
82
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan De Geesten
Artikel 5 5.1
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf ten hoogste categorie B': bedrijven uit ten hoogste categorie B van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging'; b. de bij deze bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen zoals groen, water, (ontsluitings)wegen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en (ondergrondse) afvalinzamelpunten. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; c. de goothoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen op minder dan 1 m van het openbaar gebied bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt ten hoogste 6 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 5.3
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. b. c. d.
Bevi-inrichtingen zijn niet toegestaan; opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan; geluidshinderlijke inrichtingen in de zin van de Wet geluidhinder zijn niet toegestaan; activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage zijn niet toegestaan; e. per bedrijf is kantoor-vloeroppervlakte die meer bedraagt dan 50% van de bruto vloeroppervlakte niet toegestaan, en kantoor-vloeroppervlakte van meer dan 3.000 m2 per bedrijf is in geen geval toegestaan; f. opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 m is op onbebouwde gronden niet toegestaan; g. verkooppunten voor motorbrandstoffen zijn niet toegestaan.
Regels (ontwerp)
83
bestemmingsplan De Geesten
Artikel 6 6.1
Detailhandel
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel in de vorm van een bloemenkiosk; b. bij deze bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; c. de goothoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte; d. het bepaalde in artikel 30 is niet van toepassing ter plaatse van gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3'. 6.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen op minder dan 1 m afstand van het openbaar gebied bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 6.3
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan.
84
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan De Geesten
Artikel 7 7.1
Gemengd
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel en dienstverlening; b. kantoren; a. bibliotheken, gezondheidszorg, jeugd- en kinderopvang, onderwijs, openbare dienstverlening, verenigingsleven; b. wonen, met aan-huis-gebonden beroepen; c. bij deze bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 7.2
Bouwregels
7.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; c. de goothoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte; d. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak. 7.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen op minder dan 1 m afstand van het openbaar gebied bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 7.3
Specifieke gebruiksregels
7.3.1
Algemene gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan; b. verkooppunten voor motorbrandstoffen zijn niet toegestaan. 7.3.2
Gebruiksregels aan-huis-verbonden beroepen
Gebruik van ruimten binnen de woning ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. ten hoogste 40% van het vloeroppervlak van de woning tot ten hoogste 30 m2 wordt gebruikt voor het aan-huis-gebonden beroep; b. degene die het aan-huis-gebonden beroep in de woning uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. door degene die het aan-huis-gebonden beroep uitoefent, kan worden aangetoond dat de uitoefening
Regels (ontwerp)
85
bestemmingsplan De Geesten van het beroep geen extra parkeerruimte vereist binnen het openbaar gebied; d. er mag geen detailhandel, groothandel of horeca plaatsvinden. 7.4
Afwijken van de gebruiksregels
7.4.1
Afwijkingsmogelijkheid aan-huis-verbonden (bedrijfs)activiteiten
Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen van het bepaalde in lid 7.3.2 voor het gebruik van ruimten binnen de woning en op het erf voor aan-huis-gebonden (bedrijfs)activiteiten, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. ten hoogste 40% van het vloeroppervlak van - bij elkaar geteld - de woning en de bijgebouwen, tot ten hoogste 50 m2, mag worden gebruikt voor het aan-huis-gebonden bedrijf; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. de noodzakelijke parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gesitueerd; d. het bedrijf dient qua aard, milieubelasting en uitstraling te passen in een woonomgeving; e. de activiteit mag niet milieuvergunningplichtig zijn; f. er mag geen detailhandel, groothandel of horeca plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit in verband met de aan-huis-gebonden activiteit.
86
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan De Geesten
Artikel 8 8.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen, water, speelvoorzieningen, voetpaden en fietspaden; b. waterhuishoudkundige voorzieningen; c. ondergeschikte functies, zoals parkeren, ten behoeve van de bestemmingen 'Maatschappelijk'; 'Maatschappelijk - 1' en 'Maatschappelijk - 2', met dien verstande dat: 1. deze functies binnen 10 m van de gebouwen gelegen zijn; 2. dat parkeerplaatsen tevens kunnen zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'; d. nutsvoorzieningen; e. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein': tevens een parkeerterrein; f. ter plaatse van de aanduiding 'fietsenstalling': tevens fietsenbergingen en/of fietsenstallingen; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - 1': tevens een zorgkwekerij; h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - 2': tevens tuinen; i. ter plaatse van de aanduiding 'sportveld': tevens sportvelden; j. ter plaatse van de aanduiding 'tennisbaan': tevens een tennisbaan; k. ter plaatse van de aanduiding 'tuin': tevens tuinen ten behoeve van de aangrenzende bestemming 'Wonen', waarin zwembaden niet zijn toegestaan; l. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landgoed': tevens een landgoed, en tuinen ten behoeve van de aangrenzende bestemming 'Wonen', met een zwembad uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'zwembad'; m.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - tuinhuis'; tevens een tuinhuis; n. veranda's en vlonders uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'tuin' en 'specifieke vorm van groen landgoed', waarin een veranda of vlonder uitsluitend toegestaan is direct aansluitend op de de aangrenzende bestemming 'Wonen'; o. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - berging'; tevens bergingen, schuren en tuinhuizen; p. ter plaatse van de aanduiding 'kas'; tevens kassen; q. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - ijskelder': uitsluitend een ijskelder en groen; r. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - carport': tevens een carport; s. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - uitweg': tevens een uitweg of inrit/uitrit; t. ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarde': het behoud, herstel en verdere ontwikkeling van het parkgebied waarbij de profilering en indeling van de open ruimte dienen aan te sluiten op de cultuurhistorische karakteristiek van het beschermd dorpsgezicht; u. bij deze bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen. 8.2
Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van: 1. fietsenbergingen ter plaatse van de aanduiding 'fietsenstalling'; 2. een tuinhuis ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - tuinhuis'; 3. kassen ter plaatse van de aanduiding 'kas'; 4. gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - berging', met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 40 m2; 5. een enkel gebouw ter plaatse van de aanduiding 'tennisbaan', met een oppervlakte van ten hoogste 22 m2; b. de bouwhoogte van gebouwen, voor zover toegestaan onder a., bedraagt ten hoogste 2,5 m en bedraagt voor kassen ten hoogste 3 m; c. de oppervlakte van veranda's en vlonders bedraagt ten hoogste 25 m2; d. de bouwhoogte van speeltoestellen bedraagt ten hoogste 3 m;
Regels (ontwerp)
87
bestemmingsplan De Geesten e. f. g. h.
88
de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt ten hoogste 6 m; de bouwhoogte van geluidswerende voorzieningen bedraagt ten hoogste 3 m; de bouwhoogte van een carport bedraagt ten hoogste 3 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt ten hoogste 2 m.
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan De Geesten
Artikel 9 9.1
Horeca
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 1': horecabedrijven uit categorie 1 van de Staat van Horeca-activiteiten; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1': tevens een café uit categorie 2 van de Staat van Horeca-activiteiten; c. wonen ondergeschikt aan de horeca; d. bij deze bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen zoals groen, water, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 9.2
Bouwregels
9.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; c. de goothoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte. 9.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. uitsluitend erfafscheidingen mogen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen op ten minder dan 1 m afstand van het openbaar gebied bedraagt ten hoogste 1 m; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m. 9.3
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. wonen op de verdiepingen is toegestaan. 9.4
Afwijken van de gebruiksregels
9.4.1
Afwijkingsmogelijkheid Staat van Horeca-activiteiten
Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.1: a. om horecabedrijven toe te laten in één categorie hoger dan in lid 9.1, voor zover het betrokken horecabedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of de bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën zoals in lid 9.1 genoemd; b. om horecabedrijven toe te laten die niet in de Staat van Horeca-activiteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken horecabedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de horecacategorieën, zoals in lid 9.1 genoemd.
Regels (ontwerp)
89
bestemmingsplan De Geesten
Artikel 10 10.1
Kantoor
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. kantoren; b. bij deze bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 10.2
Bouwregels
10.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; c. de goothoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte. 10.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen op minder dan 1 m afstand van het openbaar gebied bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 10.3
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan.
90
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan De Geesten
Artikel 11 11.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bibliotheken, gezondheidszorg, jeugd- en kinderopvang, onderwijs, openbare dienstverlening, verenigingsleven; b. ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 2': tevens horeca uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Horeca-activiteiten; c. ter plaatse van de aanduiding 'woongebied': tevens wonen met zorg, (in een woning) in een verzorgingshuis, dan wel in aanleunwoningen en/of geschakelde woningen; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - zorgwonen': tevens zorgwonen; e. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening': uitsluitend nutsvoorzieningen ten behoeve van elektrische installaties, en groen; f. ter plaatse van de aanduiding 'fietsenstalling': uitsluitend fietsenbergingen en/of fietsenstallingen, en groen; g. ondergeschikt gebruik van kantoren behorende bij de voorgenoemde functies van deze bestemming; h. bij deze bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 11.2
Bouwregels
11.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. het maximum aantal zorgwoningen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal; c. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; d. de goothoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte; e. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak, en indien geen bebouwingspercentage is aangegeven dan geldt een maximum bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak of de aangegeven oppervlakte als bedoeld onder f.; f. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' aangegeven oppervlakte; g. de totale bruto vloeroppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bruto vloeroppervlakte, bvo (m2)' aangegeven oppervlakte; h. het bepaalde in artikel 30 is niet van toepassing ter plaatse van gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3'; i.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kap, dakkapel en goothoogte' geldt dat vanaf 10,5 m hoogte vanaf peil een schuine kap met een hellingshoek tussen de 30 en 50 graden dient te worden gerealiseerd bij tenminste twee gevels van een gebouw, waarbij in de kap voor 50% van het dakvlak dakkapellen mogen worden gerealiseerd, en waarbij in afwijking van artikel 2 een boeibord niet wordt beschouwd in de goothoogte, en waarbij een dakkapel tot ten hoogste 0,5 m onder de bovenkant van het dak wordt gerealiseerd; j. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening' mogen uitsluitend gebouwen voor nutsvoorzieningen ten behoeve van elektrische installaties worden gebouwen; k. ter plaatse van de aanduiding 'fietsenstalling' mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van fietsenbergingen en/of fietsenstallingen worden gebouwd.
Regels (ontwerp)
91
bestemmingsplan De Geesten
11.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen op minder dan 1 m afstand van het openbaar gebied bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 5' ten hoogste 0,25 m boven de hoogte van de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw tot een maximum van 4 m, en bedraagt voor het overige ten hoogste 3 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 11.2.3 Dakterrassen a. ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 2' is een dakterras toegestaan ten behoeve van de maatschappelijke voorzieningen als bedoeld in lid 10.1; b. de bouwhoogte van hekwerken op het dakterras bedraagt ten hoogste 2 m. 11.3
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - geluidsgevoelige functies uitgesloten of onder voorwaarden' zijn geluidsgevoelige functies niet toegestaan of dient ten behoeve van gebruik als geluidsgevoelige functie een dove gevel te zijn gerealiseerd of dient ten behoeve van gebruik als geluidsgevoelige functie de maximale toegestane snelheid van het gemotoriseerd verkeer op de Endegeesterstraatweg en Rhijngeesterstraatweg binnen een afstand van 200 m van het aanduidingsvlak naar 30 km/u te zijn ingesteld door het bevoegd gezag; b. voor de functies bibliotheken, gezondheidszorg, jeugd- en kinderopvang, openbare dienstverlening en verenigingsleven, is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 5' gezamenlijk ten hoogste 2.400 m2 bruto vloeroppervlakte toegestaan; c. voor de functie onderwijs is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 5' gezamenlijk ten hoogste 6.000 m2 bruto vloeroppervlakte toegestaan; d.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 5' geldt dat het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een nieuwe onderwijsfunctie niet is toegestaan, tenzij ter plaatse van de locatie Hazenboslaan 101 te Oegstgeest de bestaande onderwijsfunctie is beëindigd en deze beëindigd blijft, waarbij ten aanzien van de ingebruikname en beëindiging een overlappende periode van ten hoogste een halfjaar mogelijk is, en een-en-ander met uitzondering van hervatting van het bedoelde gebruik op basis van een eventuele planologische wijziging ter plaatse van de locatie Hazenboslaan 101 na inwerkingtreding van het plan.
92
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan De Geesten
Artikel 12 12.1
Maatschappelijk - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bibliotheken, gezondheidszorg, jeugd- en kinderopvang, onderwijs, openbare dienstverlening, verenigingsleven; b. zorgwonen; c. ondergeschikt gebruik van kantoren behorende bij de voorgenoemde functies van deze bestemming; d. bij deze bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 12.2
Bouwregels
12.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; c. de goothoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte; d. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' aangegeven oppervlakte. 12.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen op minder dan 1 m afstand van het openbaar gebied bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 0,25 m boven de hoogte van de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw tot een maximum van 4 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 12.3
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. voor de functie zorgwonen zijn in de bestemmingen 'Maatschappelijk - 1' en 'Maatschappelijk - 2' gezamenlijk ten hoogste 150 zorgwoningen toegestaan.
Regels (ontwerp)
93
bestemmingsplan De Geesten
Artikel 13 13.1
Maatschappelijk - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bibliotheken, gezondheidszorg, jeugd- en kinderopvang, onderwijs, openbare dienstverlening, verenigingsleven; b. zorgwonen; c. voorzieningen ten behoeve van middelbaar en hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; d. voorzieningen ten dienste van wetenschappelijke instellingen en instituten op zowel onderzoeks- en ontwikkelingsgebied en ook kantoorfuncties in de dienstverlenende sector; e. voorzieningen ten behoeve van centrale diensten en maatschappelijke dienstverlening van het onderwijs, zoals een bestuurscentrum en rekencentrum; f. instellingen en bedrijven voor Life Science & Health van de Staat van Instellingen en Bedrijven 'Life Science & Health'; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - gemengd': tevens horeca tot en met categorie 1b van de Staat van Horeca-activiteiten; h. bij deze bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 13.2
Bouwregels
13.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; c. de goothoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte; d. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' aangegeven oppervlakte, en indien geen oppervlakte is aangegeven dan geldt een maximum bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak; e. de totale bruto vloeroppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bruto vloeroppervlakte, bvo (m2)' aangegeven oppervlakte; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - A' mag uitsluitend een gebouw worden gebouwd als ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - B' geen gebouw is gebouwd of ingevolge een omgevingsvergunning kan worden gebouwd; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - B' mag uitsluitend een gebouw worden gebouwd als ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - A' geen gebouw is gebouwd of ingevolge een omgevingsvergunning kan worden gebouwd.
13.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen op minder dan 1 m afstand van het openbaar gebied bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 0,25 m boven de hoogte van de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw tot een maximum van 4 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
94
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan De Geesten
13.3
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. voor de functies bibliotheken, gezondheidszorg, jeugd- en kinderopvang, onderwijs, openbare dienstverlening en verenigingsleven, is gezamenlijk ten hoogste 10.400 m2 bruto vloeroppervlakte toegestaan, met dien verstande dat voor de functie onderwijs er aanvullend m2 bruto vloeroppervlakte mogelijk is namelijk zoals volgens het bepaalde onder b.; b. voor de voorzieningen ten behoeve van middelbaar en hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en de voorzieningen ten dienste van wetenschappelijke instellingen en instituten op zowel onderzoeks- en ontwikkelingsgebied en ook kantoorfuncties in de dienstverlenende sector, en de voorzieningen ten behoeve van centrale diensten en maatschappelijke dienstverlening van het onderwijs, zoals een bestuurscentrum en rekencentrum, is gezamenlijk ten hoogste 8.000 m2 bruto vloeroppervlakte toegestaan; c. voor de instellingen en bedrijven voor Life Science & Health van de Staat van Instellingen en Bedrijven 'Life Science & Health' geldt dat de bruto vloeroppervlakte van die bedrijven onderdeel dient uit te maken van de gezamenlijke maximum bruto vloeroppervlakte zoals genoemd onder a.