CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische vragen LOKAAL Gebiedsvisie 2021 compleet

Besluitvormende raadsbijeenkomst 7 juni 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Stukken26.025 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Technische Vragen d.d. 17 mei 2021 Fractie: LOKAAL Vragensteller: Eelke van den Ouweelen Onderwerp: Gebiedsvisie De Geesten 2021 Zaaknummer: Z/18/118551/281383 RAADSVOORSTEL # Paginanummer Vraag 1

De in 2020 gepresenteerde Gebiedsvisie is gedateerd 24 april 2020 en de in 2021 gepresenteerde Gebiedsvisie is gedateerd 4 mei 2021. Waarom heeft dit proces zo veel tijd in beslag genomen?

2

Op welke wijze is de koopovereenkomst Leo Kanner VSO aan de Hazenboslaan met Oudendal een vertragende factor geweest in de voortgang van het proces? Heeft de gemeente in het kader van de voorgenomen koopovereenkomst van de Leo Kanner VSO aan de Hazenboslaan met Oudendal een onderzoek laten verrichten naar de geldende Europese regels met betrekking tot Staatssteun? Hoe verhoudt de vastgestelde Gebiedsvisie van 24 april 2020 zich tot de vast te stellen Gebiedsvisie van 4 mei 2021?

3 4

5

Vervangt de “geactualiseerde” Gebiedsvisie van 4 mei 2021 de Gebiedsvisie van 24 april 2020?

Antwoord In de afgelopen periode hebben er een aantal ontwikkelingen plaats gevonden die hebben geleid tot aanpassing van de gebiedsvisie. Met name het schrappen van de wijzigingsbevoegdheid naar wonen en de zeer kleine kans op een Provinciale ontheffing voor de bouw op de TD2-locatie hebben een rol gespeeld in de aanpassing. Het verwerken van de bovenstaande ontwikkelingen in de gebiedsvisie (in overleg met zowel interne collega’s als externe partijen) kostte tijd. Tevens nam het verklaren van de verkeerde metingen van de huidige bebouwde oppervlaktes en de niet meegenomen uitbreidingsmogelijkheden extra tijd in beslag. Deze heeft niet geleid tot vertraging

Ja.

De vastgestelde Gebiedsvisie dateert van 28 mei 2020 (en niet van 24 april 2020). De voorliggende gebiedsvisie is zoveel mogelijk onveranderd gebleven en geactualiseerd op basis van de eerder genoemde ontwikkelingen (zie antwoord op vraag 1). De geactualiseerde gebiedsvisie van 4 mei 2021 vervangt de Gebiedsvisie van 28 mei 2020.

6

De “in de voorgaande Gebiedsvisie” opgenomen wijzigingsbevoegdheid (functiewijziging Maatschappelijk II (M2) naar Wonen) is komen te vervallen. Wat is de inhoud van de in de voorliggende Gebiedsvisie 2021 voorgestelde wijzigingsbevoegdheid voor het westelijk bouwvlak? Bevat de categorie Maatschappelijk II ook Bedrijven uit de categorie “Life Sciences & Health”?

De bevoegdheid tot het verplaatsen van het westelijk bouwvlak naar het zuiden in verband met de zichtlijn van het kasteel.

8

Met welke belanghebbenden en betrokkenen is in het afgelopen jaar gesproken?

9

Hebben er in het afgelopen jaar werkateliers/ ambtelijke werkgroepen van gemeente Oegstgeest, gemeente Leiden en Provincie Zuid-Holland plaatsgevonden? Hebben er in het afgelopen jaar overleggen binnen de stuurgroep van gemeente Oegstgeest, gemeente Leiden en Provincie Zuid-Holland plaatsgevonden? Op welke is de raad het afgelopen jaar bij het proces betrokken geweest?

Deze vraag is beantwoord tijdens de beeldvormende raadsvergadering op 28 april jl. Zie ook toelichting van Raadsvoorstel Nee, het om een actualisatie gaat van een eerder vastgestelde gebiedsvisie.

7

10 11 12

De Gebiedsvisie had als doel een integrale visie op het gebied Endegeest en Overgeest neer te leggen. Waarom is die integrale benadering het afgelopen jaar niet gerealiseerd?

13

In het kader van de monumentenstatus van diverse gebouwen wordt gesproken wordt over de cultuurhistorische notitie van Erfgoed Leiden. Kan de raad deze notitie nog voor de oordeelsvormende vergadering van 20 mei 2021 ontvangen? Wat adviseert Erfgoed Leiden ten aanzien het TD-gebouw?

14 15

Op welke wijze zijn te onderzoeken ontwikkelingen op de Julianaschoollocatie meegenomen in het percentage bebouwing (footprint)?

Ja

Er hebben geen overleggen meer plaatsgevonden binnen de stuurgroep. Wel hebben er overleggen plaats gevonden met de PZH over het TD2 gebouw. De raad is gedurende het afgelopen jaar enkele malen mondeling en schriftelijk geïnformeerd over de voortgang van de Gebiedsvisie. Voor het gebied Overgeest is het van belang dat de ontwikkeling ruimtelijk integraal wordt beschouwd in samenhang met Endegeest. Dit is in het kader van de Gebiedsvisie De Geesten gebeurd. Omdat er nog steeds geen duidelijkheid is over de ontwikkeling van Overgeest wordt het gebied voorlopig conserverend bestemd. Voor Overgeest wordt in overweging gegeven, door een postzegelbestemmingsplan, een functiewijziging naar wonen mogelijk te maken, waarbij het gebied beter wordt aangesloten bij Rhijngeest en Endegeest. Voor 7 gebouwen in het gebied is een cultuurhistorische notitie opgesteld door Erfgoed Leiden. Deze worden als bijlage toegevoegd. Zie bijlage 1 t/m 7 In de notitie wordt geen advies gegeven, het betreft een omschrijving van de cultuurhistorische waarde in brede zin. Zie bijlage 5 De footprint van de te ontwikkelen Leo Kannerschool op de Julianalocatie is meegenomen in het percentage bebouwing.

16

17

Kan in een tabel worden aangegeven waar concreet het verschil tussen 10,3% bebouwingspercentage zoals gepresenteerd in Gebiedsvisie 2020 en het werkelijke bebouwingspercentage van 11,78% (verschil 1,48%) vandaan komen? Ten aanzien van het kostenverhaal wordt aangegeven dat een en ander wordt vastgelegd in anterieure overeenkomsten. Zijn de afspraken zoals gepresenteerd in de geactualiseerde Gebiedsvisie 2021 reeds ondertekend? Zo ja, wanneer?

18

Is het college voornemens het ontwerpbestemmingsplan tijdens de zomervakantie ter inzage te leggen?

19

Wanneer wordt de raad geïnformeerd over het nieuwe beeldkwaliteitsplan?

Zie bijlage 8

Nee, de anterieure overeenkomst (AO) wordt naar verwachting begin juni vastgesteld door het college en ondertekend, voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. De concept AO zal bij de griffie ter inzage gelegd worden. Zoals aangegeven tijdens de beeldvormende raad is de ter inzage legging gepland in week 23 of 24. Het nieuwe BKP zal, als te doen gebruikelijk, gelijk met het OBP ter inzage worden gelegd.

Technische Vragen d.d. 17 mei 2021 Fractie: LOKAAL Vragensteller: Eelke van den Ouweelen Onderwerp: Gebiedsvisie De Geesten 2021 Zaaknummer: Z/18/118551/281383 GEBIEDSVISIE (bijlage 1) # Paginanummer Vraag

Antwoord

20 4

“Voor u ligt een geactualiseerde versie van de Gebiedsvisie de Geesten (mei 2021). In juni 2020 is een eerste versie van de Gebiedsvisie de Geesten vastgesteld.” Wat is de status van de eerste versie na vaststelling van de geactualiseerde versie? “Wijzigingsbevoegdheid blijft voor westelijk bouwvlak.” Welke wijzigingsbevoegdheid wordt beoogd?

Zie de beantwoording van vragen 4 en 5.

22 7

“Andere gebouwen op het terrein behouden hun maatschappelijke bestemming, voor een aantal gebouwen wordt de Maatschappelijke bestemming verruimd.“ Betekent het verruimen van de maatschappelijke bestemming (M1) naar een maatschappelijke bestemming (M2) dat dat Bedrijven in de categorie “Life Sciences & Health” mogelijk worden?

Ja

23 7

Maatschappelijke bestemming (M1) en maatschappelijke bestemming (M2) zijn deels overlappende categorieën. Waarom wordt Maatschappelijk (M2) niet omschreven als Bedrijven (B)?

In het gebied worden maatschappelijke bestemmingen voorzien of bedrijven hieraan gerelateerd. Het begrip ‘Bedrijven’ is te ruim omschreven voor dit gebied.

21 7

Zie antwoord vraag 6

24 7

25 7

“Voor de huisvesting van het Internationaal Georiënteerd Basisonderwijs (IGBO) wordt buiten het plangebied naar een geschikte locatie gezocht. De enig daarvoor beschikbare locatie leek het gebied te zijn dat nu in gebruik is bij het ponycentrum.” Voor de IGBO is deze locatie nooit in beeld geweest. Een tweetal andere locaties voor de IGBO is in beeld geweest: Manege Moedig Voorwaarts en de La France locatie. Waarom wordt hier opeens het Ponycentrum opgevoerd? “Om lange onzekerheid te voorkomen was de bereidheid van de gemeente gekoppeld aan onderzoekstermijn van 2 jaar na het ter inzage leggen van het eerste ontwerpbestemmingsplan. Hiervan is nu één jaar verstreken. Daarom zal het onderzoekstermijn nog een jaar geldig zijn bij het nieuwe ontwerpbestemmingsplan.” Bereidheid van de gemeente Oegstgeest naar wie? Onder verantwoordelijkheid van welke partij/ gemeente wordt dit onderzoek verricht?

Dit klopt, hier is per abuis tekst weggevallen in de gebiedsvisie. Dit zal gecorrigeerd worden.

In de besprekingen met de zorgpartijen en betrokken overheden in het gebied, is de wenselijkheid van verdere versterking van het zorgcluster aan de orde gekomen. Hierbij zijn, in het plangebied gevestigde, zorggerichte onderwijs- en onderzoeksactiviteiten betrokken. De gemeente Oegstgeest heeft zich bereid verklaard medewerking te verlenen aan een nader onderzoek van de daaruit eventueel resulterende ruimtevraag. Tot dusver zijn wij niet geïnformeerd over verdergaande initiatieven. Er is tot op heden hier geen onderzoek naar gedaan. De aanwezigheid van de bijzondere (mogelijk beschermde) paddenstoelen moet door middel van onderzoek worden vastgesteld. Om die reden is de tekst gewijzigd. Dit betreft een omissie. Wij verwijzen naar pagina 33 van de gebiedsvisie. Per abuis is de titulatuur in de kaart in de gebiedsvisie van 28 mei 2020 hier niet op aangepast. Het schoolgebouw bestaat uit meerdere gebouwen, die oppervlaktes moeten bij elkaar opgeteld worden. De 458 m2 betreft 1 gebouw, de 1.786 m2 betreft alle gebouwen. De metingen zijn in eerste instantie globaler gedaan. Zoals ook toegelicht in de beeldvormende raad van 28 april 2021. Het is bekend dat deze bebouwing op termijn wordt gesloopt en om die reden niet vermeld.

26 KAART

Waarom is Prioritaire Zone 1 – topnatuur voor paddestoelen aangepast tot Prioritaire Zone 1 – onderzoeksgebied paddenstoelen?

27 KAART

Waarom is Prioritaire Zone 2 – landgoed met bijzondere en kenmerkende ondergroei aangepast tot Prioritaire Zone 2 – landgoed oost van het kasteel?

28 39

Hoe zijn de verschillen te verklaren tussen de oude en nieuwe cijfers bebouwingsoppervlakte? Verschillen zijn soms zeer fors (bv. 5-6 schoolgebouw: 1.786m2  458m2, 20 Kliniek: 1.695m2  1.479m2, 24 kliniek: 1.719m2  1.520m2)

29 39

Waarom is bebouwing Centrum 45 niet benoemd?

30 39

Waarom is Hoefijzergebouw (Wieglia) niet opgenomen?

Het is bekend dat deze bebouwing op termijn wordt gesloopt en om die reden niet vermeld.

31 39

Waarom is Ponycentrum nu wel opgenomen en in versie 2020 niet?

Deze is in de 2020-versie van de Gebiedsvisie per abuis niet opgenomen. Wij hebben dit nu gecorrigeerd.

32 39

Waarom is buitenopslag 250m2 komen te vervallen (wel in GV2020, niet in GV2021)?

33 39

Hoe kan prieeltje van 26m2 opeens 34m2 zijn geworden?

De buitenopslag is geen gebouw, slechts een verharde ondergrond. Deze hebben wij ten onrechte in 2020 aangemerkt als ‘bebouwing’ en nu gecorrigeerd. Zie antwoord vraag 28.

Technische Vragen d.d. 17 mei 2021 Fractie: LOKAAL Vragensteller: Eelke van den Ouweelen Onderwerp: Gebiedsvisie De Geesten 2021 Zaaknummer: Z/18/118551/281383 ADVIES MONUMENTENCOMMISSIE (bijlage 2) # Paginanummer Vraag

Antwoord

34

Welk standpunt neemt het college in ten aanzien van het advies van de monumentencommissie?

35

Welke inhoudelijke reactie heeft het college gegeven op het advies van de monumentencommissie?

36

Op 9 maart 2021 was er een presentatie door EGM Architecten voor de monumentencommissie. Waarom is de raad hier niet voor uitgenodigd? Kan de raad deze presentatie voor 20 mei 2021 ontvangen?

37

Kan de raad voor 20 mei 2021 beschikken over het advies van EGM architecten?

38

Hoe staat het college tegenover de aanbeveling van de monumentencommissie om een onafhankelijk kwaliteitsteam in te stellen?

39

Hoe staat het college tegenover het advies van de monumentencommissie om Eigenaar Oudendal heeft een technisch rapport laten het TD-gebouw als monument te behouden? opstellen over de staat van het TD-gebouw. Het rapport geeft aan dat het gebouw in een zeer slechte bouwkundige staat is. Het college wenst een contraexpertise hierop uit te laten voeren. Waarna in

Het college heeft naar aanleiding van overleggen met de Monumentencommissie de gebiedsvisie aangepast. Verder is het advies om het prieel te behouden ook overgenomen. Zie antwoord vraag 34. Normaliter wordt de gemeenteraad niet uitgenodigd bij een presentatie van een private partij aan de monumentencommissie. Presentatie EGM is bijgevoegd in bijlage 9 Zie antwoord vraag 36. Hierover heeft het college nog geen standpunt ingenomen,

vervolgoverleg met de eigenaar wordt getreden. 40

41

Hoe staat het college tegenover het advies van de monumentencommissie om Het college heeft het advies om het prieel te behouden het prieel aan de Spechtlaan als monument te behouden? overgenomen. Het college heeft geen aanvraag ontvangen tot het aanwijzen van het prieel tot gemeentelijk monument. Zijn er afspraken/ toezeggingen over ondergronds parkeren bij nieuwbouw? Voor beide vragen is het antwoord nee. Zit dit in de voorgestelde wijzigingsbevoegdheid bij het westelijk bouwvlak?

CULTUURHISTORISCHE NOTITIE Paviljoen E, Kasteellaan 5, 7

I PASPOORTGEGEVENS Plaats

Oegstgeest

Straat/huisnummer

Kasteellaan 5, 7

Postcode

2342 EG

Kadastrale aanduiding

3312

Datering object

1897

Architect/ontwerper

Gemeentewerken Leiden, gemeentearchitect H. Paul

Opdrachtgever

Gemeente Leiden

Uitvoerder

Aannemer H. Timmer

Objectnaam

Paviljoen E

Oorspronkelijke functie

Paviljoen voor onrustigen (mannen), krankzinnigengesticht Endegeest

Voormalige functie

Onderdeel van GGZ-instelling

Huidige functie

Tijdelijke verhuur

Typologie gebouw

Paviljoen met middengang, onderdeel van paviljoenstelsel

Bouwstijl

Neorenaissance

Pasfoto

Opsteller(s) omschrijving

Dolf Broekhuizen architectuurhistoricus

Datum

2 november 2020

Opmerking terminologie

In dit rapport zal om historische redenen zo nu en dan het oorspronkelijke woord gesticht en krankzinnigengesticht gebruikt worden. De huidige term is instelling voor geestelijke gezondheidszorg: GGZ.

II HERKENNINGSGEGEVENS: Situering

Vrijstaand paviljoen, gelegen in park

Bouwdelen

Tweelaags hoofdvolume, met lagere aanbouwen

Hoofdvorm bouwdelen

Vrijwel symmetrisch rechthoekig hoofdvolume, in hoofdzakelijk twee lagen met pannendak, opgemetseld uit baksteen met lichtgekleurde banden, en een oorspronkelijke eenlaagse aanbouw links en een latere lagere aanbouw rechts en aan achterzijde.

III SPECIFIEKE BIJZONDERE ONDERDELEN Exterieur

Symmetrisch hoofdvolume, met een centraal risalerend middendeel met topgevel. Horizontale indruk paviljoen versterkt door lichtgekleurde banden in metselwerk. Gevelopeningen aangezet met gebogen strek. Dak bedekt met grijze gesmoorde pannen, slechts onderbroken door enkele zeer kleine dakramen.

Interieur

In het interieur zijn de oorspronkelijke hoofdtrap en centrale middengang op de begane grond nog herkenbaar. Het centrale trappenhuis ligt aansluitend op de hoofdentree. Op de verdieping is het centrale trappenhuis eveneens herkenbaar. (Door latere modernisering zijn de afwerkingen en detailleringen en indeling voor een groot deel niet meer oorspronkelijk.)

IV HISTORISCHE CONTEXT Cultuurhistorische waarden in de brede zin Cultuurhistorische context Inleiding ‘Paviljoen E voor onrustige mannen’ is oorspronkelijk gebouwd in 1897 als onderdeel van het Krankzinnigengesticht Endegeest. Daarmee behoort het tot de eerste bouwfase van het complex. Vanaf 1897 ontstond in fases de instelling voor geestelijke gezondheidszorg aan de Endegeesterstaatweg in Oegstgeest. Het bestond uit drie afdelingen die alle drie waren opgebouwd uit meerdere paviljoens op een eigen terrein: 1. Het ‘krankzinnigengesticht Endegeest’ (vanaf 1897); 2. Het ‘sanatorium voor zenuwlijders Rhijngeest’ vanaf 1901; en 3, als laatste ‘de afdeling voor jeugdige idioten Voorgeest’, geopend in 1912. De onderdelen lagen naast elkaar. De voorziening bleek geen statisch complex. Na de start zouden de oorspronkelijke gebouwen meerdere malen worden aangepast en nieuwe gebouwen toegevoegd. Tevens zijn gebouwen gesloopt. Van de eerste bouwfase uit 1897/1898 resteren thans (oktober 2020) nog slechts drie gebouwen. Paviljoen E voor onrustige mannen is het enige patiëntenpaviljoen dat van die vroege fase nog resteert en waardoor het hoofdvolume met een grote mate van gaafheid een patiëntenverblijf op deze voormalige GGZ-locatie Endegeest zichtbaar maakt. Daarnaast zijn het mortuarium (1897) nog bestaand en de houten kolenloods uit 1898 (ten westen van de centrale werkplaats uit 1919).

Paviljoenstelsel Kenmerkend voor de opzet van Endegeest, waartoe ook Paviljoen E behoort, is de bouw in de vorm van meerdere paviljoens in een park, waarbij elk paviljoen was bestemd voor specifieke functies. Zowel reguliere ziekenhuizen als GGZ-instellingen werden rond 1900 in Nederland (en ook daarbuiten in de westerse wereld) geregeld opgezet met een paviljoenstelsel (Mens 2003, p. 93 vv.; Oosthuis & Gijswijt-Hofstra 2008, p. 96-100). Het concept voor het paviljoenstelsel was onder meer afkomstig uit Duitsland, waar het rond de jaren zestig en zeventig van de negentiende eeuw ontstond. In Nederland werd het voor het eerst toegepast voor de bouw van het gesticht Veldwijk te Ermelo, in 1884. Het idee achter het paviljoenstelsel had betrekking op de behandeling (Mens e.a. 2003). Patiënten werden in groepen verdeeld, die bij elkaar pasten, en in kleine overzichtelijke afdelingen behandeld en ondergebracht. Ze leefden in kleine, min of meer huiselijke groepen, met eigen voorzieningen. Alsof het een grote familie betrof, met aan het hoofd artsen en zusters. Elk paviljoen had eigen voorzieningen als eet- en slaapruimtes, dagbestedingsruimtes, en een eigen stuk tuin. In die tijd waren vrouwen en mannen gescheiden, in eigen delen van de instelling.

Specifiek voor Endegeest was de opbouw in verschillende groepen patiënten, variërend van paviljoens voor ‘zieken’, ‘rustigen’ en ‘halfrustigen en onzindelijken’ en ‘onrustigen’. Dat werd ook ruimtelijk vertaald. Dicht bij het op de hoofdas gelegen centrale paviljoen (langs de Endegeesterstraatweg), lagen de paviljoens voor de rustigste en zieke patiënten. Verder verwijderd daarvandaan, omgeven door meer bomen en dus meer beschut, lagen de paviljoens voor onrustige patiënten. Zij werden ook wel ‘storenden’ genoemd. Zij hadden meer rust gedurende de behandeling nodig. Paviljoen E voor onrustige mannen lag in de oorspronkelijke opzet relatief ver weg van het centrale hoofdgebouw, en werd omgeven door veel bomen (Blok Vijselaar 1998). Bij deze patiëntenpaviljoens voor mannen en vrouwen, hoorden in 1897 ook enkele collectieve paviljoens. Collectieve paviljoens zijn bijv. het centrale paviljoen (hoofd- en administratiegebouw), een keukengebouw, washuis en barak voor besmettelijke ziekten. Het kasteel had eveneens een ondersteunende functie in de verpleging. Het mortuarium, dat nog bestaat, is er daar ook een van. Hier werden overleden patiënten opgebaard als voorbereiding op de begrafenis of crematie (ELO: PV288000-1). Van dit ontwerp uit 1897 verscheen een gedrukte uitgave waarbij situatie en de paviljoens in elf bladen werden getekend (ELO: PV288000-1-11).

Het paviljoen voor onrustige mannen kwam als type overeen met het paviljoen voor onrustige vrouwen. Die paviljoens waren identiek, maar spiegelbeeldig uitgevoerd (PV28800.7 en PV28800.8). Park Endegeest, Rhijngeest en Voorgeest Een ander kenmerk (naast het paviljoenstelsel) van Endegeest was de keuze voor een zogeheten buitengesticht, dat wil zeggen dat de instelling gerealiseerd is buiten de stad, buiten de drukke stedelijke omgeving, in een rustige, landelijke omgeving. Daarvoor waren zogeheten ‘stadsgestichten’ gebruikelijk, gebouwd in een stedelijke omgeving. In dit geval werd gekozen voor een park, min of meer aangelegd in een landschapsstijl, met gebogen

paden en paviljoens gesitueerd tussen bomen en enkele open grasvelden. Endegeest is gerealiseerd op een voormalig buiten, Endegeest, dat bestond uit een kasteel met een groot omliggend park. De oorsprong van buitenplaats Endegeest gaat terug tot omstreeks 1650, toen het kasteel werd herbouwd, en een buitenplaats werd gerealiseerd (RDMZ 2006). Tegelijk met de oprichting van het gesticht (krankzinnigengesticht, psychiatrisch ziekenhuis) Endegeest dat in 1897 werd geopend, werd ook de naastgelegen buiten Rhijngeest aangekocht, en onderdeel van het GGZ-complex. Rhijngeest werd in 1895-1899 door de gemeente Leiden aangekocht, het landgoed inclusief percelen weilanden. Hier werd een sanatorium gesticht, sanatorium Rhijngeest (de latere Jelgersmakliniek, sinds 1999 in gebruik als gemeentehuis). In 1901 opende het nieuwe sanatorium-deel met meerdere paviljoens. Met de realisatie van een nieuw onderdeel, gesticht Voorgeest, geopend in 1912, werd de bouw van paviljoens voortgezet. Voorgeest was een nieuwe afdeling bij Endegeest en Rhijngeest. Gesticht Voorgeest was een specifieke jeugdinstelling, bestemd voor kinderen met een GGZ-indicatie: in die tijd ‘jeugdige idioten’ genoemd. Op een compact terrein lagen bij elkaar gegroepeerd, een jongens- en meisjespaviljoen en een school, en een enkele jaren later gebouwde gymzaal (1919) tegenover de school.

Gemeente Leiden en Universiteit en de bevolking Opdrachtgever voor het gesticht was de gemeente Leiden. Dat was op zich bijzonder omdat de opvang van patiënten in de geestelijke gezondheidszorg wettelijk een provinciale taak betrof. Endegeest was echter niet uniek in dit opzicht. Ook het in 1909 opgerichte Maasoord van de Gemeente Rotterdam, was een gemeentelijk initiatief. Specifiek voor Endegeest was de nauwe band met de universiteit. De Rijksuniversiteit Leiden was nauw betrokken bij de oprichting en verdere ontwikkeling van het gesticht. Endegeest had een universitaire kliniek, waaraan universitair onderzoek en onderwijsfuncties verbonden waren. Zo werd universitair onderwijs gegeven in ruimtes van de instelling. In een studie over de geschiedenis van het Endegeest-complex wordt het omschreven als ‘een voor Nederland unieke combinatie van een krankzinnigengesticht, een universitaire kliniek en een zwakzinnigeninrichting, alle onder een beheer’ (Blok Vijselaar 1998, p. 13). Gesticht Endegeest was onder de bevolking uit de omgeving vele jaren zeer bekend als GGZinstelling. Bouwgeschiedenis Oorspronkelijke bouw Gebouw E voor onrustige mannen is op 30 december 1897 geopend, als onderdeel van krankzinnigengesticht (de latere GGZ-instelling) Endegeest dat was opgezet als een paviljoenstelsel.

Het ontwerp van het complex, en waarschijnlijk ook van dit gebouw, is van de gemeentearchitect H. Paul die van 1892 tot 1897 aan het hoofd stond van de Dienst Gemeentewerken van Leiden (Driessen 1941). Inmiddels ‘gewezen gemeentearchitect’ was Paul wel aanwezig bij de officiële opening (Leidsch Dagblad, 30 december 1897). Als aannemer

vermeldde ditzelfde krantenbericht H. Timmer. Bij de opening werden de reinheid en ordelijkheid van het complex onderstreept: ‘alles ademt reinheid, netheid en orde’ tekende de redacteur op. De inrichting was ‘streng eenvoudig’ (Leidsch Dagblad, 30 december 1897). Latere aanpassingen Na de opening in 1897 is het paviljoen diverse malen aangepast. Enkele belangrijke worden hieronder genoemd (niet uitputtend). In 1929, en in 1956, zijn de veranda’s aan de tuinzijde, oostelijk, verbouwd, waarbij de luifel werd verlaagd, waardoor meer licht via bovenlichten in de vertrekken viel, en de veranda meer besloten werd. Deze veranderde in een serre. Nog enkele oorspronkelijke hoge vensters zijn aanwezig. In 1943 is aan de noordzijde een vleugel toegevoegd, met onder meer separeerruimtes. Deze (nieuwe) afdeling had een eigen entree aan de westzijde, en werd ‘heren F’ genoemd. Deze vleugel is thans afgebroken. In 1973-1974 is aan de zuidzijde een volume aangebouwd met nieuw sanitair. Tevens werd de hoofdentree gemoderniseerd en vergroot. In 1974 werden de slaapzalen aangepast door tussen de bedden scheidingswanden te plaatsen. De privacy van de patiënten vergrootte daardoor. Bij een latere modernisering is het interieur verder aangepast, waardoor de indeling is veranderd en binnenmuren zijn gemoderniseerd en verlaagde plafonds zijn aangebracht.

In een van de dagbestedingsruimtes is een nieuwe spiltrap is toegevoegd, als extra trap, vanwege brandveiligheid. Op de begane grond is onder meer de laagbouw met isoleervertrekken en badtherapieruimte gemoderniseerd waardoor de schuine wanden verdwenen en de indeling veranderde. Aan de tuinzijde is de indeling van de dagbestedingsruimtes aangepast door het inpassen van meerdere tussenwanden met een verdere onderverdeling. Tevens is de indeling van de slaapverdieping veranderd, door het invoegen van een centrale gang en verdere onderverdeling waardoor de vier grote slaapzalen niet meer herkenbaar zijn. Aan de tuinzijde (oost) een vleugel aangebouwd (nog bestaand), met een gevelcompositie en materiaaltoepassing die niet aansluit bij de oorspronkelijke bouw. Stedenbouwkundige context De landgoederen Endegeest en Rhijngeest, dat wil zeggen de buitens met park, bos en omliggende weilanden, werden voor een groot deel in 1895-1899 in fases aangekocht, door de gemeente Leiden. Daarna werden in de loop der jaren steeds nieuwe gebouwen op het terrein gerealiseerd, aangepast, en enkele zijn inmiddels ook weer verdwenen. Zowel Endegeest, Voorgeest als Rhijngeest waren opgezet volgens het paviljoenstelsel, en lagen naast elkaar. De hoofdontsluiting vond plaats via de

Endegeesterstraatweg/Rhijngeesterstraatweg, op dat moment de Straatweg geheten tussen Amsterdam en Den Haag. Het complex werd door de min of meer noord-zuid lopende Straatweg in tweeën gedeeld. Zuidoostelijk van de weg lagen de hoofdonderdelen van Endegeest en Voorgeest. Noordwestelijk van de weg lag voornamelijk sanatorium Rhijngeeest. In 1910 lag de hoofdtoegang tot Endegeest centraal op de hoofdas van het hoofdpaviljoen. De entree tot Rhijngeest lag noordelijker, in het verlengde van een as van een zijweg dwars op de straatweg. Paviljoen E voor onrustige mannen maakte onderdeel uit van het eerste complex dat gesticht Endegeest vormde. Bij het kasteel Endegeest verrezen een hoofdgebouw, acht paviljoens, een keuken, wasplaats, lijkenhuis en een barak voor besmettelijke ziekten (PV.28800). Dat complex, ontworpen door H. Paul, werd in 1897 geopend. Gebouw A, het hoofdgebouw, aan de noordzijde, langs de Endegeesterstraatweg, vormde een centrale middenas. Georiënteerd op die as, ten zuiden, lagen de andere paviljoens. Relatief daarvan afgelegen, in verband met de behandelmethode, lag paviljoen E voor onrustige mannen, zuidoostelijk, omgeven door bomen. Aan de achterzijde van het gebouw lag, aangrenzend aan het gebouw, een afgeschermde tuin. Die tuin was met een hek of muur afgeschermd van de rest van het complex.

Hier konden patiënten van het paviljoen in de tuin verblijven, zonder dat ze van het verblijfspaviljoen konden weglopen. Aanpassing gebied Thans (oktober 2020) is een groot deel van de paviljoens van Endegeest en Voorgeest afgebroken. Van de eerste opzet voor Endegeest uit 1897/1898 resteren slechts nog drie paviljoens (naast het kasteel): paviljoen E voor mannen en het lijkenhuisje. Ook de kolenloods die een jaar na de opening werd gebouwd is nog aanwezig. Verder zijn meerdere later gebouwde paviljoens, na 1897 gebouwd, bewaard. Voorbeelden daarvan (niet uitputtend) zijn het relatief nabijgelegen gymnastiekgebouw, weidepaviljoen, centrale werkplaats, transformatorhuis, recreatiegebouw, en natuurlijk het kasteel, dat ook een functie had in de opzet van de instelling. Sanatorium Rhijngeest ligt minder op zichtafstand, relatief verder weg (Lameris 2006, p. 142-155). De rustige ligging van het paviljoen E is in de loop der tijd wel veranderd, doordat de omgeving veranderde. Het merendeel van de paviljoens uit 1897 zijn zoals gezegd inmiddels afgebroken. En ook de afgezonderde ligging door boombeplanting kan niet meer in de oorspronkelijke bedoeling worden ervaren door verandering van de parkaanleg. Het paviljoenstelsel is nog wel te ervaren doordat andere paviljoens nog resteren.

Ook ligt het pand nog steeds aan een pad in het park, waardoor de oorspronkelijke voorkant nog als voorkant functioneert. En aan de achterzijde is nog de beslotenheid van een tuin te ervaren, georiënteerd op het gebouw. Alhoewel hier de latere aanbouw wel het tuinkarakter verstoort. In het Rijksbeschermd dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten wordt het pand op de waarderingskaart aangeduid als ‘beeldbepalende bebouwing’ (RDMZ 2007, kaart 4).

Typologie Het paviljoen werd in 1897 in twee bouwlagen opgetrokken, spiegelbeeldig identiek aan het paviljoen voor onrustige vrouwen (ELO: PV28800.7 en 8). Kenmerkend voor het oorspronkelijke ontwerp was de opzet met een centraal trappenhuis, op de begane grond een middengang, met aan twee zijden ruimtes voor behandeling en verblijf. Op de begane grond lagen de dagverblijven en behandelruimtes. Aan de voorzijde, waar ook de entree ligt, waren kleinere dienstruimtes zoals een kantoor, keuken, garderobe, magazijn en een isoleerkamer. Aan de tuinzijde lagen grotere ruimtes zoals een dagverblijf en een eetzaal, verbonden door schuifdeuren. Deze grensden aan een veranda, met een afdak waarin ruiten zijn aangebracht (oorspronkelijk ruw spiegelglas). In een eenlaagse aanbouw noordelijk, aansluitend aan de centrale gang, lagen nog vier isoleerkamers en een ruimte voor hydrotherapie. Op de verdieping lagen op symmetrische wijze, aan weerszijde van de centrale trap, ondermeer vier slaapzalen en sanitair in kleine uitbouwen. Daarboven, onder de grote kap, was hoofdzakelijk berging, verlicht door een centraal venster in de risalerende topgevel en twee kleine dakkapellen (ELO: A7-C-038). Het paviljoen was bestemd voor 40 tot 50 patiënten. De ruimte voor hydrotherapie, waar badkuipen stonden, twee douches en twee wasbakken, was bestemd voor de behandelmethode met water.

In een krantenbericht over de opening is sprake van ‘getempereerde douches en afsproeiingen’ (Leidsch Dagblad, 17 januari 1898). Op tekeningen uit 1974 worden ook badkuipen aangegeven, waar langdurige badkuren konden worden gegeven (therapeutische badtherapie). Patiënten kregen hier op individuele basis een behandeling, onder toezicht van de begeleiders en verpleging. Extreem onrustige patiënten konden in de isoleerkamers worden verpleegd. Verblijf in die isoleervertrekken was bij voorkeur op kortstondige basis. De dagruimtes waren voor eenvoudige dagbesteding. Ook de met een hek omgeven tuin, naast het paviljoen, werd ingezet voor de behandeling: hier konden patiënten verblijven, waarbij het tuinkarakter de gezondheid, behandeling en indien mogelijk genezingsproces gunstig kon beïnvloeden. In de slaapzalen op de verdieping, elke zaal bestemd voor 10 tot 11 patiënten, waren langs de rand wasbakken. In uitgebouwde volumes, vanuit het oogpunt van hygiëne, was sanitair (privaten) ondergebracht. Op deze verdieping was ook een naaikamer voor eenvoudig herstelwerk. Architectonische verschijningsvorm (exterieur en interieur) Zoals veel paviljoens voor patiënten in de geestelijke gezondheidszorg was ook paviljoen E niet alleen met een heldere oriëntatie opgezet, maar ook robuust uitgevoerd. De sterkte was op onzorgvuldige omgang van onrustige patiënten berekend.

Zo was bijvoorbeeld het glas in de isoleerkamers uitgevoerd in 1,5 cm dik spiegelglas (was extra sterk, thans vernieuwd). Maar ook de vloer in de isoleerkamers was sterk, uitgevoerd in ‘eiken parket in asphalt’. De wanden zijn op een hoogte van twee meter gecementeerd en geschilderd. In de afgeschuinde hoeken waren een ventilatie voorziening ondergebracht en een stoomketel (afschuiningen niet meer aanwezig). De andere ruimtes waren grotendeels rechthoekig en symmetrisch opgezet, vaak

met een entree in de as van de ruimte. De centrale gang, het centrale trappenhuis en de schuifdeuren gaven overzicht en boden visueel verbindingen. De verschijningsvorm van het exterieur was eveneens symmetrisch en rustig met repeterende vormen, zoals reeksen vensters, en een centrale entree partij in de risalerende middenpartij. De vensters, voorzien van roedenverdeling, waren ruim en hoog en boden veel mogelijkheid om daglicht en verse lucht toe te laten in de verpleegruimtes. De gevels zijn opgemetseld uit een donkere baksten, met lichte banden die voor verlevendiging en ritmering zorgen. De stenen hebben een gesneden voeg. Bij de gemetselde strekken zijn de bovendorpels voorzien van geknipt lood, wat getuigt van ambachtelijke werkwijzen. De latere aanbouwen aan het huidige gebouw, met de modernisering van hoofdentree, latere aanbouw aan de rechter zijkant, en de vleugel aan de achterzijde, zijn niet van cultuurhistorisch hoge waarde (de oorspronkelijke vleugel met isoleervertrekken als volume wel). De uitbouw aan achterzijde heeft een storende waarde. Ensemble Het gebouw is door stijl, bouwperiode en oorspronkelijke functionele samenhang een ensemble met het gelijktijdig gebouwde mortuarium (Kasteellaan 11). Bovendien is het pand gesitueerd in het Rijksbeschermd dorpsgezicht ‘Wilhelminapark en Geesten’ in de gemeenten Oegstgeest en Leiden (RDMZ 2007).

V BEELDDOCUMENTATIE

1.Locatie, object bij stip-markering (bron: PDOK-view, 5 okt 2020)

2.Paviljoen in park

3.Voorgevel

4.Voorgevel met links uitbouw voormalige isoleervertrekken

5.Achtergevel

6.Achtergevel

7.Aanbouw aan zuidzijde

8.Lage vleugel aan noordzijde en deel van latere achterbouw

9.Bekroning middenrisaliet

10.Vensters in aanbouw noordzijde

11.Vernieuwde entree

12.Vensters in middenrisaliet met geknipte loodslab

13.Een van de voormalige dagbestedingsruimtes tuinzijde

14.Gang voormalige isoleervertrekken in eenlaagse aanbouw

15.Centrale gang verdieping

16.Interieur centrale hal verdieping

17.Centrale trap op verdieping

18.Detail tegellambrisering hoofdtrap

19.Situatie Endegeest in 1913, locatie Paviljoen E heren omcirkeld (bron: Blok Vijslaar 1998, p. 22, bewerking auteur)

20.Situatie Endegeest, 1897. (ELO: PV28800.1 Maker onbekend)

21.Paviljoen E heren, bestaande toestand voor verbouwing en restauratie 1970-1973, (ELO A7-C-038, maker: Gemeente Leiden, tekenkamer)

22.Paviljoen E heren, toestand verbouwing en restauratie tweede fase, 1973, (ELO A7-C056, maker: Gemeente Leiden, tekenkamer)

23.Een slaapzaal voor mannen in Endegeest (in een onbekend paviljoen), reeksen individuele bedden langs een middenpad, 1947 (Blok Vijselaar 1998, p. 146)

24.Ruimte voor badtherapie, afdeling permanente baden in paviljoen voor onrustige vrouwen uit 1904. (Foto H. Jonker 1907, in: Blok Vijselaar 1998, p. 48)

3

2

1

25.Locatie in groter verband, op hoofdlijnen. Legenda: 1=Endegeest; 2=Voorgeest; 3=Rhijngeest; (bron: situatie 1914, 1927: ELO A8-G-14, maker gemeente Leiden, tekenkamer. bewerking auteur.)

VI BRONNEN -Beeldbank ELO; Bestektekeningen gemeente werken Leiden PV nummers o.a.: PV28800.111; A7-C-003A; A7-C-029; A7-C-040 en 040A; A7-C-042A; A7-C-056; A7-C-0400 -Bouwtekeningen Bouwarchief gemeente Leiden; dossier 1010A -Oegstgeest, bouwvergunningen, dossier Endegeest op nummer - Fotocollectie ELO (beeldbank) - Krantendatabase ELO/Delpher -Redactie, ‘De officiële opening van het krankzinnigengesticht Endegeest’, in: Leidsch Dagblad, 30 december 1897. -Redactie, ‘Het krankzinnigengesticht Endegeest’, in: Leidsch Dagblad, 15 januari 1898 -Redactie, ‘Het krankzinnigengesticht Endegeest (slot)’, in: Leidsch Dagblad, 17 januari 1898 -Redactie, ‘Opening van het gesticht voor jeugdige idioten Voorgeest’, in: De courant, 24 januari 1912

Bronnen en literatuur: -G. Blok, J. Vijselaar, Terug naar Endegeest. Patiënten en hun behandeling in het psychiatrisch ziekenhuis Endegeest 1897-1997, Nijmegen 1998 -G.L. Driessen, Openbare werken der stad Leiden 1809-1931, Leiden 1941 -M. Lameris, Mooi gebouwd. Monumenten van Oegstgeest, Gemeente Oegstgeest/Tast 2006 -N. Mens, G. Andela, D. Broekhuizen (e.a.), De architectuur van het psychiatrisch ziekenhuis, Wormer 2003 -H. Oosthuis, M. Gijswijt-Hofstra, Verward van geest en ander ongerief. Psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg in Nederland (1870-2005), Deel 1, Houten 2008

-Rijksdienst voor de monumentenzorg (RDMZ), Toelichting bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten, gemeenten Oegstgeest en Leiden, Zeist 2007 -N. Rooymans-Donszelmann, Voorheen Voorgeest. Het verhaal van 70 jaar zwakzinnigenzorg in Voorgeest, van 1912 tot 1982, Krommenie 1982 -E. Starkenburg, Voorbereiding Endegeest, Leiden ELO 2020

VII cultuurhistorische waarden, Cultuurhistorische waarde -Het pand is van cultuurhistorische waarde als element uit de geschiedenis van de geestelijke gezondheidszorg in Nederland; -Het heeft een bijzondere cultuurhistorische waarde als onderdeel van een instelling die een universiteitsfunctie had en oorspronkelijk een gemeentelijk gesticht was, wat uniek was in Nederland; Architectuurhistorische waarde -Het pand heeft architectuurhistorische waarde als een van de weinige restanten van een paviljoenstelsel van een voormalige GGZ-instelling; -Het heeft typologische waarde als steeds zeldzamer worden voorbeeld van een patiëntenpaviljoen van een GGZ-instelling uit de bouwtijd (1897) Stedenbouwkundige waarden / ensemblewaarden -Als paviljoen in het park op zichtafstand gelegen langs de openbare weg, de Endegeesterstraatweg; -Door de vormgeving een geheel vormend met het nog bestaande voormalige mortuarium; Gaafheid / authenticiteit -Vanwege de redelijke mate van gaafheid van hoofdvolume, materialen en detaillering van vooral het exterieur; Zeldzaamheid -Het pand heeft zeldzaamheidswaarde als enige nog bestaande gebouw met de functie van patiëntenverblijf (slapen, eten, wassen, behandeling) uit de eerste bouwfase (1897) op het voormalige terrein van Endegeest.

CULTUURHISTORISCHE NOTITIE Voormalig Mortuarium, Kasteellaan 11

I PASPOORTGEGEVENS Plaats

Oegstgeest

Straat/huisnummer

Kasteellaan 11

Postcode

2342 EG

Kadastrale aanduiding

3271

Datering object

1897

Architect/ontwerper

Gemeentewerken Leiden, gemeentearchitect H. Paul

Opdrachtgever

Gemeente Leiden

Uitvoerder

Aannemer H. Timmer

Objectnaam

Voormalig mortuarium

Oorspronkelijke functie

Lijkenhuisje krankzinnigengesticht Endegeest

Voormalige functie

Mortuarium

Huidige functie

Tijdelijke verhuur

Typologie gebouw

Paviljoen, onderdeel van paviljoenstelsel

Bouwstijl

Neorenaissance

Pasfoto

Opsteller(s) omschrijving

Dolf Broekhuizen architectuurhistoricus

Datum

2 november 2020

Opmerking terminologie

In dit rapport zal zo nu en dan het oorspronkelijke woord gesticht en krankzinnigengesticht gebruikt worden. De latere term is instelling voor geestelijke gezondheidszorg: GGZ.

II HERKENNINGSGEGEVENS: Situering

Vrijstaand paviljoen, gelegen in park

Bouwdelen

Eenlaags hoofdvolume

Hoofdvorm bouwdelen

Rechthoekig hoofdvolume, in hoofdzakelijk een laag met vrijwel plat dak, opgemetseld uit baksteen met lichtgekleurde banden, en een niet-oorspronkelijke erker.

III SPECIFIEKE BIJZONDERE ONDERDELEN Exterieur

Vrijwel symmetrisch hoofdvolume, met een centrale entree aan voorgevel, afgesloten door een geprononceerde daklijst. Horizontale indruk paviljoen versterkt door lichtgekleurde speklagen in metselwerk. Dakbedekking niet zichtbaar door flauwe hellinghoek.

Interieur

Het interieur is grotendeels vernieuwd. Alleen het portaal achter hoofdentree verwijst in structuur nog naar oorspronkelijke indeling. (De interieurschouw vond plaats van buitenaf via vensters. Een groot deel (niet alle) ruimtes waren zichtbaar. Om privacy-redenen zijn geen interieurfoto’s geplaatst: in gebruik als woning)

IV HISTORISCHE CONTEXT Cultuurhistorische waarden in de brede zin Cultuurhistorische context Inleiding Het voormalige mortuarium is oorspronkelijk in 1897 gebouwd als onderdeel van het Krankzinnigengesticht Endegeest. Daarmee behoort het tot de eerste bouwfase van het complex. Vanaf 1897 ontstond in fases de instelling voor geestelijke gezondheidszorg aan de Endegeesterstaatweg in Oegstgeest. Het bestond uit drie afdelingen die alle drie waren opgebouwd uit meerdere paviljoens op een eigen terrein: 1. Het ‘krankzinnigengesticht Endegeest’ (vanaf 1897); 2. Het ‘sanatorium voor zenuwlijders Rhijngeest’ vanaf 1901; en 3, als laatste ‘de afdeling voor jeugdige idioten Voorgeest’, geopend in 1912. De onderdelen lagen naast elkaar. De voorziening bleek geen statisch complex. Na de start zouden de oorspronkelijke gebouwen meerdere malen worden aangepast en nieuwe gebouwen toegevoegd. Tevens zijn gebouwen gesloopt. Van de eerste bouwfase 1897/1898 resteren thans (oktober 2020) nog slechts drie gebouwen. Dit mortuarium, Paviljoen E voor onrustige mannen uit 1897 (Kasteellaan 5, 7) en de kolenloods uit 1898 (ten westen van de centrale werkplaats uit 1919). Paviljoenstelsel Kenmerkend voor de opzet van Endegeest was de bouw in de vorm van meerdere paviljoens in een park, waarbij elk paviljoen bestemd was voor specifieke functies.

Zowel reguliere ziekenhuizen als GGZ-instellingen werden rond 1900 in Nederland (en ook daarbuiten in de westerse wereld) geregeld opgezet met een paviljoenstelsel (Mens 2003, p. 93 v.v., 106-107; Oosthuis & Gijswijt-Hofstra 2008, p. 96-100). Het concept voor het paviljoenstelsel was onder meer afkomstig uit Duitsland, waar het rond de jaren zestig en zeventig van de negentiende eeuw ontstond. In Nederland werd het voor het eerst toegepast voor de bouw van het gesticht Veldwijk te Ermelo, in 1884. Het idee achter het paviljoenstelsel had betrekking op de

behandeling. Patiënten werden in groepen verdeeld, die bij elkaar pasten, en in kleine overzichtelijke afdelingen behandeld en ondergebracht. Ze leefden in kleine, min of meer huiselijke groepen, met eigen voorzieningen. Alsof het een grote familie betrof. Met artsen en zusters aan het hoofd. En in het paviljoen eigen voorzieningen als eet- en slaapruimtes, en dagbestedingsruimtes. En een eigen stuk tuin. In die tijd waren vrouwen en mannen gescheiden, in eigen delen van de instelling. Specifiek voor Endegeest was de opbouw in verschillende groepen patiënten, variërend van paviljoens voor ‘zieken’, ‘rustigen’ en ‘halfrustigen en onzindelijken’ en ‘onrustigen’. Dat werd ook ruimtelijk vertaald. Dicht bij het op de hoofdas gelegen centrale paviljoen (langs de Endegeesterstraatweg), lagen de paviljoens voor de rustigste en zieke patiënten. Verder verwijderd daarvandaan, omgeven door meer bomen en dus meer beschut, lagen de paviljoens voor onrustige patiënten. Zij werden ook wel ‘storenden’ genoemd. Zij hadden meer rust gedurende de behandeling nodig (Blok Vijselaar 1998). Bij deze patiëntenpaviljoens voor mannen en vrouwen, hoorden ook enkele collectieve paviljoens. Het mortuarium is er daar een van. Hier werden overleden patiënten opgebaard als voorbereiding op de begrafenis of crematie. Andere collectieve paviljoens in 1897 zijn bijv.

het centrale paviljoen (hoofd- en administratiegebouw), een keukengebouw, washuis en barak voor besmettelijke ziekten. Ook het kasteel kreeg een ondersteunende functie in de verpleging (ELO: PV288000-1). Bij de opening werden de reinheid en ordelijkheid van het complex onderstreept: ‘alles ademt reinheid, netheid en orde’ tekende de redacteur op. De inrichting was ‘streng eenvoudig’ (Leidsch Dagblad, 30 december 1897). Van dit ontwerp uit 1897 verscheen een gedrukte uitgave waarbij situatie en de paviljoens in elf bladen werden getekend. Een serie van elf bladen in steendruk (ELO: PV288000-1-11). Park Endegeest, Rhijngeest en Voorgeest Een ander kenmerk (naast het paviljoenstelsel) van Endegeest was de keuze voor een zogeheten buitengesticht, dat wil zeggen dat de instelling gerealiseerd is buiten de stad, buiten de drukke stedelijke omgeving, in een rustige, landelijke omgeving. Daarvoor waren zogeheten ‘stadsgestichten’ gebruikelijk, gebouwd in een stedelijke omgeving. In dit geval werd gekozen voor een park, min of meer aangelegd in een landschapsstijl, met gebogen paden en paviljoens gesitueerd tussen bomen en enkele open grasvelden. Endegeest is gerealiseerd op een voormalig buiten, Endegeest, dat bestond uit een kasteel met een groot omliggend park.

De oorsprong van buitenplaats Endegeest gaat terug tot omstreeks 1650, toen het kasteel werd herbouwd, en een buitenplaats werd gerealiseerd (RDMZ 2006). Tegelijk met de oprichting van het gesticht (krankzinnigengesticht, psychiatrisch ziekenhuis) Endegeest dat in 1897 werd geopend, werd ook de naastgelegen buiten Rhijngeest aangekocht, en onderdeel van het GGZ-complex. Rhijngeest werd in 1895-1899 door de gemeente Leiden aangekocht, het landgoed inclusief percelen weilanden. Hier werd een sanatorium gesticht (de latere Jelgersmakliniek, sinds 1999 gemeentehuis). In 1901 opende het nieuwe sanatorium-deel met meerdere paviljoens (Lameris 2006, p. 142-155).

Met de realisatie van Voorgeest, geopend in 1912, werd de bouw van paviljoens voortgezet. Voorgeest was een nieuwe afdeling bij Endegeest en Rhijngeest. Gesticht Voorgeest was een specifieke jeugdinstelling, bestemd voor kinderen met een GGZ-indicatie: in die tijd ‘jeugdige idioten’ genoemd. Op een compact terrein lagen bij elkaar gegroepeerd, een jongens- en meisjespaviljoen en een school, en een enkele jaren later gebouwde gymzaal (1919) tegenover de school. Gemeente Leiden en Universiteit en bevolking Opdrachtgever voor het gesticht was de gemeente Leiden. Dat was op zich bijzonder omdat de opvang van patiënten in de geestelijke gezondheidszorg wettelijk een provinciale taak betrof. Endegeest was echter niet uniek in dit opzicht. Ook het in 1909 opgerichte Maasoord, van de Gemeente Rotterdam, was een gemeentelijk initiatief. Specifiek voor Endegeest was de nauwe band met de universiteit. De Rijksuniversiteit Leiden was nauw betrokken bij de oprichting en verdere ontwikkeling van het gesticht. Endegeest had een universitaire kliniek, waaraan universitair onderzoek en onderwijsfuncties verbonden waren. Zo werd universitair onderwijs gegeven in ruimtes van de GGZ-instelling.

In een studie over de geschiedenis van het Endegeest-complex wordt het omschreven als ‘een voor Nederland unieke combinatie van een krankzinnigengesticht, een universitaire kliniek en een zwakzinnigeninrichting, alle onder een beheer’ (Blok Vijselaar 1998, p. 13). Gesticht Endegeest was onder de bevolking uit de omgeving vele jaren zeer bekend als GGZinstelling. Bouwgeschiedenis Oorspronkelijke bouw Het voormalig mortuarium is op 30 december 1897 geopend, als onderdeel van krankzinnigengesticht (de latere GGZ-instelling) Endegeest dat was opgezet als een paviljoenstelsel. Het ontwerp van het complex, en waarschijnlijk ook van dit gebouw, is gemaakt door de gemeentearchitect H. Paul, van de Dienst Gemeentewerken (Driessen 1941). Hij wordt als ‘de gewezen gemeentearchitect H. Paul’ genoemd ‘die het gesticht ontworpen’ heeft in het krantenbericht over de officiële opening (Leidsch Dagblad, 30 december 1897). Als aannemer vermeldde hetzelfde krantenbericht H. Timmer. Het ontwerp voor het mortuarium komt op de situatietekening voor het gehele complex met de nieuwe paviljoens uit 1897 (PV28800.1). Het is gebouw H: ‘Lijkenhuis’. Het lijkenhuis is op de serie van 11 bladen getekend op het blad gezamenlijk met de barak voor besmettelijke ziekten (PV. 28800.11). In het gebouw werden overleden patiënten binnen het gestichtsterrein opgebaard en was gelegenheid tot afscheid nemen.

Er was ook een sectiekamer. Latere aanpassingen

Na de opening in 1897 is het exterieur van het paviljoen in geringe mate aangepast. Het interieur daarentegen is vrijwel geheel recent. De nieuwe indeling heeft een moderne en cultuurhistorisch niet-waardevolle afwerking van wanden, plafond en vloer aan zichtzijde. De belangrijke exterieuraanpassingen worden hieronder genoemd. -Een belangrijke aanpassing die aan het exterieur zichtbaar is, is de toevoeging van een erker in de rechter zijgevel. Hier is een oorspronkelijke blinde muur van de linnenkamer voorzien van een erker. -De gevelindeling is verder in grote lijnen niet aangepast. De indeling van de vensters in zes ruiten (schuifvensters) is nog bestaand. De hoofdeur, aan voorgevel, oogt nog als de oorspronkelijke dubbele paneeldeur. Wel is de dubbele houten deur aan de linker gevel, oorspronkelijk toegang gevend tot een berging, later voorzien van een dubbele deur met twee ruiten (de bovenste twee panelen zijn vervangen door glas). -Mogelijk zijn de dakconstructie en dakafwerking geheel vernieuwd, tegelijk met de vernieuwing van de binnenwanden. -Deze wijzigingen sluiten aan bij nieuw gebruik: thans is het gebouw in gebruik als woning. Stedenbouwkundige context De landgoederen Endegeest en Rhijngeest, dat wil zeggen de buitens met park, bos en omliggende weilanden, werden voor een groot deel in 1895-1899 in fases aangekocht, door de gemeente Leiden.

Daarna werden in de loop der jaren steeds nieuwe gebouwen op het terrein gerealiseerd, aangepast, en enkele gebouwen zijn inmiddels ook weer verdwenen. Zowel Endegeest, Voorgeest als Rhijngeest waren opgezet volgens het paviljoenstelsel, en lagen naast elkaar. De hoofdontsluiting vond plaats via de Endegeesterstraatweg/Rhijngeesterstraatweg, op dat moment de Straatweg geheten tussen Amsterdam en Den Haag. Het complex werd door de min of meer noord-zuid lopende straatweg in tweeën gedeeld. Zuidoostelijk van de weg lagen de hoofdonderdelen van Endegeest en Voorgeest. Noordwestelijk van de weg lag voornamelijk sanatorium Rhijngeeest. In 1910 lag de hoofdtoegang tot Endegeest centraal op de hoofdas van het hoofdpaviljoen. De entree tot Rhijngeest lag noordelijker, in het verlengde van een as van een zijweg dwars op de straatweg. Het mortuarium maakte onderdeel uit van het eerste complex dat gesticht Endegeest vormde. Bij het kasteel Endegeest verrezen een hoofdgebouw, acht paviljoens, een keuken, wasplaats, het lijkenhuis en een barak voor besmettelijke ziekten (PV.28800). Dat complex, ontworpen door H. Paul, werd in 1897 geopend. Gebouw A, het hoofdgebouw, aan de noordzijde, langs de Endegeesterstraatweg, vormde een centrale middenas. Georiënteerd op die as, ten zuiden, lagen de andere paviljoens. Relatief afgelegen daarvan lag het mortuarium.

Het wordt iets dichter bij de straatweg gebouwd, dan op de situatietekening (1897) wordt aangeduid (PV28800.1). Enigszins uit het

blikveld, langs de rand, aan de noordwestzijde van het terrein. Wel lag het goed bereikbaar voor het verkeer aan de Endegeesterstraatweg. Vlakbij lag een nevenentree tot het terrein, noordelijk van het paviljoen gelegen, langs het hoofdpad dat in een gebogen vorm over het gehele complex liep (nog steeds bestaat dit pad). Aanpassing gebied Thans (oktober 2020) is een groot deel van de paviljoens van Endegeest en Voorgeest afgebroken. Van de eerste opzet van Endegeest uit 1897 resteren slechts nog twee paviljoens (naast het kasteel): paviljoen E voor mannen en dit lijkenhuisje. Wel zijn meerdere later gebouwde paviljoens, na 1897 gebouwd, bewaard. Voorbeelden daarvan (niet uitputtend) zijn het gymnastiekgebouw, weidepaviljoen, centrale werkplaats, transformatorhuis, recreatiegebouw, en natuurlijk het kasteel, dat ook een functie had in de opzet van de instelling. Sanatorium Rhijngeest ligt minder op zichtafstand, relatief verder weg. De rustige ligging van het mortuarium is in de loop der tijd wel veranderd, doordat de omgeving veranderde. Het merendeel van de paviljoens uit 1897 is zoals gezegd inmiddels afgebroken. Het paviljoenstelsel is nog wel te ervaren doordat andere paviljoens nog wel resteren. Ook ligt het pand nog steeds aan het hoofdpad in het park, de Kasteellaan, waardoor de oorspronkelijke voorkant nog steeds zo functioneert.

Van de parkaanleg is het gebogen hoofdpad over het park, langs het kasteel en mortuarium nog bestaand. Er loopt een pad vanaf het hoofdpad naar het gebouw. Typologie In het lijkenhuis waren de belangrijkste functies zoals die op het ontwerp staan aangegeven: een sectiekamer, linnenkamer en wachtkamer voor familieleden (PV28800.11). De sectiekamer was eenvoudig rechthoekig van vorm maar ook min of meer voornaam, met een symmetrisch geplaatste grote schoorsteen, en vensters aan meerdere zijden. Centraal achter de voordeur lag een gang, die alle ruimtes ontsloot. Alleen een bergplaats, aan achterzijde, was toegankelijk via een eigen toegang aan de zijgevel. In een krantenbericht over de opening werden de functies iets anders omschreven. Het bericht noemde de sectiekamer en een rouwkamer. Mogelijk had de ruimte een dubbelfunctie (Leidsch Dagblad, 17 januari 1898). Architectonische verschijningsvorm (exterieur en interieur) Het paviljoen is in 1897 in een bouwlaag opgetrokken. Het wordt afgedekt door een heel licht hellend dak, nauwelijks zichtbaar vanaf de openbare weg. Een gemetselde schoorsteen en een ontluchtingskanaal van de sectiekamer steken boven het dakvlak uit (thans vervangen door een moderne schorsteen).

De houten lijst, onder het overstek van de dakplaat, is voorzien van een regelmatige reeks opengewerkte vormen, in de vorm van een klavertje drie (mogelijk zijn dat ventilatiegaten van de oorspronkelijke ruimte tussen het plafond en het dak). Het dak is op de oorspronkelijke ontwerptekening aangeduid met een constructie van ‘houtcementdaken’ (PV28800-11). De ‘barak voor besmettelijke ziekten’ was ook van zo’n dak voorzien.

Het paviljoen is gebouwd in de stijl die overeenkwam met andere paviljoens uit deze eerste opzet (1897). De verschijningsvorm van het exterieur was symmetrisch en rustig met repeterende vormen, zoals reeksen vensters, en een centrale entree partij in de voorgevel. De vensters, voorzien van roedenverdeling met zes ruiten, waren opgebouwd als schuifvenster met bovenlicht. De gevels zijn opgemetseld uit een donkere baksten, met lichte banden die voor verlevendiging en ritmering zorgen. De strekken hebben lichte aanzetstenen. Bij de gemetselde strekken zijn de bovendorpels voorzien van geknipt lood, wat getuigt van ambachtelijke werkwijzen. De voordeur en zijdeur hebben een tweeruits bovenlicht. De voordeur oogt nog als de oorspronkelijke dubbele houten paneeldeur. De dubbele zijdeur links is zoals gezegd later gedeeltelijk voorzien van glasruiten. De later gerealiseerde erker aan de zijgevel is niet van cultuurhistorisch hoge waarde. Ensemble Het gebouw is door stijl, bouwperiode en oorspronkelijke functionele samenhang een ensemble met het gelijktijdig gebouwde Paviljoen E voor onrustige mannen (Kasteellaan 5, 7), nog bestaand. Bovendien is het pand gesitueerd in het Rijksbeschermd dorpsgezicht ‘Wilhelminapark en Geesten’ in de gemeenten Oegstgeest en Leiden (RDMZ 2007).

Omdat er geen overzicht is van bewaard gebleven lijkenhuisjes in Nederland op terreinen van GGZ-instellingen gebouwd voor 1940 is het lastig de nationale zeldzaamheidswaarde aan te geven.

V BEELDDOCUMENTATIE

1.Locatie, object bij stip-markering (bron: PDOK-view, 5 okt 2020)

2.Paviljoen in park

3.Voorgevel

4.Hoofdentree voorgevel

5.Linker zijgevel

6.Achtergevel

7.Gesneden gootklampen

8.Openingen in lijst voorgevel

9.Rechter zijgevel

10.Latere erker

11.Situatie Endegeest in 1913, locatie lijkenhuis omcirkeld (bewerking auteur) (bron: Blok Vijslaar 1998, p. 22)

12.Situatie Endegeest, 1897. Het lijkenhuisje wordt op een net iets andere plaats getekend, dan uiteindelijke realisatie. Het wordt dichter bij de straatweg gebouwd. (ELO: PV28800.1 Maker onbekend)

VI BRONNEN - Beeldbank ELO; Bestektekeningen gemeente werken Leiden PV nummers - Bouwtekeningen Bouwarchief gemeente Leiden; dossier 1010A - Fotocollectie ELO (beeldbank) - Krantendatabase ELO/Delpher; -Redactie, ‘De officiele opening van het krankzinnigengesticht Endegeest’, in: Leidsch Dagblad, 30 december 1897 -Redactie, ‘Het krankzinnigengesticht Endegeest’, in: Leidsch Dagblad, 15 januari 1898 -Redactie, ‘Het krankzinnigengesticht Endegeest (slot)’, in: Leidsch Dagblad, 17 januari 1898 -Redactie, ‘Opening van het gesticht voor jeugdige idioten Voorgeest’, in: De courant, 24 januari 1912

Bronnen en literatuur: -G. Blok, J. Vijselaar, Terug naar Endegeest. Patiënten en hun behandeling in het psychiatrisch ziekenhuis Endegeest 1897-1997, Nijmegen 1998 -G.L. Driessen, Openbare werken der stad Leiden 1809-1931, Leiden 1941 -M. Lameris, Mooi gebouwd. Monumenten van Oegstgeest, Gemeente Oegstgeest/Tast 2006 -N. Mens, G. Andela, D. Broekhuizen (e.a.), De architectuur van het psychiatrisch ziekenhuis, Wormer 2003 -H. Oosthuis, M. Gijswijt-Hofstra, Verward van geest en ander ongerief. Psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg in Nederland (1870-2005), Deel 1, Houten 2008 -Rijksdienst voor de monumentenzorg (RDMZ), Toelichting bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten, gemeenten Oegstgeest en Leiden, Zeist 2007 -N. Rooymans-Donszelmann, Voorheen Voorgeest. Het verhaal van 70 jaar zwakzinnigenzorg in Voorgeest, van 1912 tot 1982, Krommenie 1982 -E. Starkenburg, Voorbereiding Endegeest, Leiden ELO 2020

VII cultuurhistorische waarden, Cultuurhistorische waarde -Het pand is van cultuurhistorische waarde als element uit de geschiedenis van de geestelijke gezondheidszorg in Nederland; -Het heeft een bijzondere cultuurhistorische waarde als onderdeel van een instelling die een universiteitsfunctie had en oorspronkelijk een gemeentelijk gesticht was, wat uniek was in Nederland; Architectuurhistorische waarde -Het pand heeft architectuurhistorische waarde als onderdeel van een paviljoenstelsel; -Het heeft typologische waarde als voorbeeld van een mortuarium van een GGZ-instelling uit de bouwtijd (1897); Stedenbouwkundige waarden / ensemblewaarden -Als paviljoen in het park op zichtafstand gelegen langs de openbare weg, de Endegeesterstraatweg; -Door de vormgeving een geheel vormend met het nog bestaande paviljoen Heren E.; -Vanwege de situering in het beschermd dorpsgezicht ‘Wilhelminapark en Geesten’ in de gemeenten Oegstgeest en Leiden; Gaafheid / authenticiteit -Vanwege de overwegend grote mate van gaafheid van hoofdvolume, materialen en detaillering van vooral het exterieur;

Zeldzaamheid -Het pand heeft zeldzaamheidswaarde als enige gebouw met de functie van mortuarium op het terrein van Endegeest uit de eerste bouwfase (1897).

CULTUURHISTORISCHE NOTITIE Transformatorhuis, Kasteellaan 1t

I PASPOORTGEGEVENS Plaats

Oegstgeest

Straat/huisnummer

Kasteellaan 1t

Postcode

2342 EG

Kadastrale aanduiding

3311

Datering object

1912-1913

Architect/ontwerper

Gemeentewerken Leiden

Opdrachtgever

Gemeente Leiden

Uitvoerder Objectnaam

Transformatorhuis

Oorspronkelijke functie

Transformatorhuis

Voormalige functie Huidige functie

Nog steeds in gebruik als transformatorhuis

Typologie gebouw

Transformatorhuis

Bouwstijl

Eclecticisme

Pasfoto

Opsteller(s) omschrijving

Dolf Broekhuizen architectuurhistoricus

Datum

30 oktober 2020

Opmerking terminologie

In dit rapport zal om historische redenen zo nu en dan het oorspronkelijke woord gesticht en krankzinnigengesticht gebruikt worden. De latere term is instelling voor geestelijke gezondheidszorg: GGZ.

II HERKENNINGSGEGEVENS: Situering

Vrijstaand paviljoen, gelegen in een park

Bouwdelen

Rechthoekig volume

Hoofdvorm bouwdelen

Eenlaags hoofdvolume met afgewolfd zadeldak, gedekt met pannen.

III SPECIFIEKE BIJZONDERE ONDERDELEN

Exterieur

Gemetselde gevel, bij de vensters voorzien van oranjekleurige sierbanden. Gevel heeft rustige gevelcompositie met herhaalde gevelopeningen en symmetrisch ingedeelde kopgevels met gemetseld fries, lisenen en terugliggende velden. Het rode pannendak heeft bij de afgewolfde einden een piron. De overstek van het dak is geprononceerd en heeft zorgvuldig vormgegeven houten klossen.

Interieur

Het interieur van dit nog functionerende trafohuis is voor deze beschrijving niet geschouwd (uit veiligheidsoverwegingen). Mogelijk staat een elektrische installatie in het pand, die gemoderniseerd is. Op een ongedateerde ontwerptekening wordt aangegeven dat een hoofdruimte toegankelijk is via de deur in de zijgevel, en een indeling met een kleinere ruimte achter de deur aan de kopgevel.

IV HISTORISCHE CONTEXT Cultuurhistorische waarden in de brede zin Cultuurhistorische context Inleiding Het transformatorhuis is omstreeks 1912-1913 gebouwd, oorspronkelijk als onderdeel van de afdelingen Endegeest, Voorgeest en Rhijngeest. De bouw valt samen met de realisatie van de vroegste paviljoens voor de jeugdinstelling Voorgeest, die in 1912 werd geopend. Het is enkele jaren na de aanleg van elektriciteitsvoorzieningen in Oegstgeest een vroeg voorbeeld van de geleidelijke elektrificatie van de gemeente. Het complex voor geestelijke gezondheidszorg aan de Endegeesterstaatweg in Oegstgeest is vanaf 1897 ontstaan. Het bestond uit drie hoofdafdelingen die alle drie waren opgebouwd uit meerdere paviljoens op een eigen terrein: 1. Het ‘krankzinnigengesticht Endegeest’ (vanaf 1897); 2. Het ‘sanatorium voor zenuwlijders Rhijngeest’ vanaf 1901; en 3, als laatste ‘de afdeling voor jeugdige idioten Voorgeest’, geopend in 1912. De onderdelen lagen naast elkaar. De voorziening bleek geen statisch complex. Na de start zouden de oorspronkelijke gebouwen meerdere malen worden aangepast en nieuwe gebouwen toegevoegd. Tevens zijn gebouwen gesloopt. Paviljoenstelsel Kenmerkend voor de opzet van Endegeest is de bouw in de vorm van meerdere paviljoens in een park, waarbij elk paviljoen bestemd was voor specifieke functies.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10154408/1