CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsprogramma ODVeluwe 2026

Commissie Algemeen Bestuur 12 februari 2026, gemeente NunspeetBij agendapunt: a. Mededelingen (burgemeester), college en commissie. b. Informatievoorziening en verantwoording gemeenschappelijke regelingen.15.480 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.3 Luchtkwaliteit en geurhinder Schone lucht is een basisvoorwaarde voor gezondheid. In de regio Veluwe komen bronnen van luchtverontreiniging samen: verkeer, industrie, landbouw en houtstook. ODVeluwe werkt aan het verminderen van uitstoot van fijnstof, stikstofoxiden en geurhinder via vergunningverlening, toezicht en advisering. Daarbij wordt samengewerkt met GGD, gemeenten en provincie om hotspots in kaart te brengen en structurele verbeteringen te realiseren. Een betere luchtkwaliteit draagt direct bij aan de gezondheid van inwoners, aan een aantrekkelijke woon- en werkomgeving en aan het imago van de Veluwe als schone en

24

gezonde regio. Ook ondersteunt dit de verduurzaming van bedrijvigheid en mobiliteit, en versterkt het de recreatieve aantrekkingskracht van de regio. Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie in relatie tot luchtkwaliteit en geurhinder Nummer 4.2.1 4.2.2. 4.2.3.

4.2.4

Doelstelling Gezondheid en leefomgevingskwaliteit structureel meenemen in het omgevingsplan, de ruimtelijke ontwikkeling, beleid en inrichting van de openbare ruimte. Voldoende inzicht hebben van de druk op de gezondheid in de leefomgeving. Bedrijven voldoen minimaal aan de gezondheidseisen die in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het omgevingsplan van een gemeente zijn gesteld. Meer specifiek waar het gaat om geur, geluid, luchtkwaliteit, (de emissie van) zeer zorgwekkende stoffen, bodem en water. De ‘hotspots’ met structurele gezondheidsrisico’s en/of waar de leefbaarheid onder druk staat worden aangepakt.

Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026 De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van luchtkwaliteit en geurhinder is als volgt:

1. Inzicht in bronnen en trends. In 2026 komt voor het werkgebied een actueel beeld beschikbaar van de belangrijkste emissiebronnen en geurknelpunten. Deze gegevens worden gebruikt voor prioritering van toezicht, advisering bij ruimtelijke plannen en beleidsontwikkeling door gemeenten en provincie. 2. Actuele vergunningen. Bedrijven beschikken over vergunningen die voldoen aan de nieuwste eisen uit het Bal en de Beste Beschikbare Technieken (BBT). 3. Strikt toezicht en strikte handhaving. Focus op de hotspots met veel geurklachten. 4. Structurele borging van luchtkwaliteit en geur in de planvorming. Gemeenten betrekken luchtkwaliteit en geur bij de beoordeling van woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en mobiliteitsprojecten. ODVeluwe ondersteunt met deskundig advies, waardoor nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot verslechtering van de leefomgeving. 5. Vermindering van geuroverlast in de regio. ODVeluwe richt vergunningverlening en toezicht risicogericht in op bedrijven met relevante luchtemissies of geurklachten. Hierdoor wordt de uitstoot van fijnstof, stikstofoxiden en geurbronnen aantoonbaar teruggedrongen. Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat dat die inzet moet opleveren als volgt. Programma

Inzet en activiteiten 2026

Beoogd resultaat

Vergunningverlening

• Toetsen van luchtemissies en geurbronnen bij vergunningverzoeken en meldingen. • Opnemen van voorschriften over emissiebeperkende maatregelen (BBT) en luchtwassers. • Nadrukkelijk aandacht voor relevante luchtemissies zoals fijnstof, NOx en geur bij het actualiseren van vergunningen. • Toetsen van ruimtelijke plannen aan luchtkwaliteitsnormen en opnemen van adviezen in omgevingsplannen. • Aspectcontroles bij bedrijven met relevante luchtemissies of geurklachten.

• Vergunningen bevatten actuele voorschriften die emissies beperken. • Bedrijven voldoen aan de normen voor luchtkwaliteit en geur. • Nieuwe ontwikkelingen leiden niet tot verslechtering van de luchtkwaliteit in woongebieden.

Toezicht en Handhaving

• Overtredingen worden tijdig hersteld; naleefgedrag stijgt op termijn naar minimaal 85 %. • Vermindering van overlast door geur en stof bij prioritaire bedrijven.

25

Advies

Projecten en Programma’s

• Controle op werking van emissiebeperkende technieken (zoals luchtwassers en filters). • Handhaving bij overschrijding van emissiegrenswaarden of geuroverlast. • Opvolging van klachten over geur of luchtkwaliteit en terugkoppeling aan gemeenten. • Adviseren van gemeenten bij omgevingsplannen, gebiedsontwikkelingen en BOPA’s over luchtkwaliteit en geur. • Ondersteuning bij beleid voor houtstook, verkeer en agrarische emissies. • Inbrengen van kennis over gezondheidseffecten en cumulatie van emissies bij ruimtelijke keuzes. • Adviseren over lokaal geurbeleid en de implementatie daarvan. • Ontwikkelen van een regionaal geurbeleid in samenwerking met gemeenten en provincie. • Uitvoeren van gezamenlijke projecten gericht op reductie van fijnstof en emissies in kwetsbare gebieden. • Rapportage van trends en hotspots voor luchtkwaliteit en geurhinder.

• Betere naleving van emissievoorschriften draagt bij aan schonere lucht.

• Luchtkwaliteit en geur worden structureel meegewogen in gemeentelijke plannen. • Gemeenten beschikken over actuele en onderbouwde adviezen voor beleid en vergunningverlening. • Verbeterde afstemming tussen ruimtelijke ontwikkeling en milieukwaliteit.

• Gemeenten beschikken over een gezamenlijk kader voor geurbeleid en handhaving. • Betere onderbouwing van ruimtelijke en gezondheidsbeslissingen. • Structureel inzicht in luchtkwaliteit en geurhinder in de regio Veluwe.

Monitoring De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op:

• • • •

Aantal vergunningen en meldingen waarin luchtemissies zijn beoordeeld. Aantal uitgevoerde aspectcontroles en bevindingen. Ontwikkeling van klachten en meldingen over geur en luchtkwaliteit. Indicatoren over naleving en reductie van emissies bij prioritaire bedrijven.

Doorkijk 2027-2028 De nationale en Europese beleidskaders voor luchtkwaliteit worden in 2027–2028 verder aangescherpt, onder andere door het Europese Zero Pollution Action Plan en de herziening van de EU-luchtkwaliteitsrichtlijn. De grenswaarden voor fijnstof en stikstofoxiden worden fors verlaagd. Ook de aanpak van geurhinder bij agrarische bedrijven en industrie wordt herzien, met meer ruimte voor gebiedsgericht beleid en innovatieve emissiereductietechnieken. Voor ODVeluwe betekent dit een toename van monitoring, dataverzameling en advisering bij ruimtelijke plannen. De dienst zal nadrukkelijker bijdragen aan gezonde woningbouwlocaties, duurzame mobiliteit, en de verduurzaming van bedrijvigheid binnen de regio

26

5 Samen werken aan natuurbehoud en biodiversiteit De Veluwe is van groot ecologisch, landschappelijk en maatschappelijk belang. Het behoud en herstel van natuurwaarden vraagt om een samenhangende aanpak van waterkwaliteit, stikstofbelasting en ecologische samenhang. ODVeluwe levert hieraan een directe bijdrage via vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies. In 2026 ligt de nadruk op twee thema’s: indirecte lozingen en stikstof en ecologie. Beide zijn bepalend voor de kwaliteit van bodem, water en lucht – en daarmee voor de gezondheid van natuur, landbouw en inwoners. De aandacht voor indirecte lozingen is belangrijk omdat deze emissies via het riool of oppervlaktewater de ecologische waterkwaliteit kunnen aantasten en het behalen van de doelen uit de Kaderrichtlijn Water in gevaar brengen. Samen met de waterschappen en provincie werkt ODVeluwe aan een gezamenlijke aanpak om risico’s in kaart te brengen en lozingen te verminderen. Het thema stikstof en ecologie richt zich op het behouden van natuurwaarden in en rond de Natura 2000-gebieden van de Veluwe. Door het actualiseren van vergunningen, toezicht op emissies en ecologische advisering ondersteunt ODVeluwe de provincie en gemeenten bij de uitvoering van het stikstof- en natuurbeleid. Deze inzet draagt bij aan herstel van biodiversiteit, verantwoorde woningbouw en een duurzame landbouwtransitie.

5.1 Indirecte lozingen De kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater is van groot belang voor natuur, landbouw en volksgezondheid. Bedrijven kunnen via het riool stoffen lozen die de werking van rioolwaterzuiveringsinstallaties of de ecologische kwaliteit van het water beïnvloeden. De inzet van ODVeluwe is gericht op het realiseren van de KRW-doelen voor een goede chemische en ecologische waterkwaliteit. Door indirecte lozingen te beperken en emissies te verminderen, wordt bijgedragen aan het herstel van schoon oppervlakte- en grondwater en daarmee aan een gezonde leefomgeving en biodiversiteit. ODVeluwe werkt daarom samen met waterschap en provincie aan het in beeld brengen en verminderen van deze indirecte lozingen. De aanpak richt zich op risicovolle sectoren, het actualiseren van vergunningen en gezamenlijke controles met het waterschap. Zo draagt dit thema bij aan schone water- en bodemsystemen, die cruciaal zijn voor de landbouwtransitie, natuurherstel en klimaatadaptieve gebiedsontwikkeling. Een goede waterkwaliteit is bovendien een voorwaarde voor een aantrekkelijke recreatieve omgeving op en rond de Veluwe. Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie voor de aanpak van indirecte lozingen Nummer 4.3.1. 4.3.3.

Doelstelling Behouden en versterken van natuurwaarden en biodiversiteit. Zorgdragen voor een goede waterkwaliteit in het gebied, ook met het oog op de biodiversiteit.

Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026 De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van indirecte lozingen is als volgt: 1. Start van een systematische inventarisatie van indirecte lozingen in het werkgebied. In 2026 wordt begonnen met het in kaart brengen van bedrijven en locaties die via het riool lozen op de rioolwaterzuivering. Deze inventarisatie vormt de basis voor inzicht in aard, omvang en samenstelling van de lozingen, met bijzondere aandacht voor Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) en andere stoffen die risico’s vormen voor de ecologische en chemische waterkwaliteit.

27

2. Risicoanalyse als basis voor prioritering en vervolgaanpak. De uitvoering start met een risicoanalyse om vast te stellen welke sectoren, bedrijven en gebieden de grootste druk op de waterkwaliteit veroorzaken. Op basis hiervan worden prioriteiten gesteld voor toezicht, vergunningverlening en gezamenlijke handhaving. 3. Pilot voor gezamenlijke aanpak met ketenpartners. De inventarisatie in 2026 heeft ook het karakter van een pilot, waarin ODVeluwe samenwerkt met gemeenten, provincie, waterschappen en drinkwaterbedrijven. Doel is een gezamenlijke werkwijze te ontwikkelen voor het verzamelen, beoordelen en delen van gegevens over indirecte lozingen en hun effecten op de waterkwaliteit. 4. Verbetering van informatie-uitwisseling en kennisontwikkeling. Door gegevens te koppelen tussen partijen ontstaat een beter beeld van de lozingsstromen en de milieueffecten daarvan. Dit leidt tot meer kennisontwikkeling in de regio en vormt de basis voor een structurele, integrale aanpak vanaf 2027. 5. Borging in de reguliere uitvoering. Naast de pilot worden vergunningen waar nodig geactualiseerd met lozingsvoorschriften conform het Bal en de Kaderrichtlijn Water (KRW). Bedrijven worden gecontroleerd op naleving en bij overtredingen wordt handhavend opgetreden. Zo wordt gewerkt aan een duurzame verbetering van de waterkwaliteit en aan bescherming van natuur en biodiversiteit.

Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat dat die inzet moet opleveren als volgt.

Programma

Inzet en activiteiten 2026

Beoogd resultaat

Vergunningverlening

• Actualiseren van vergunningen van bedrijven die via het riool lozen op de rioolwaterzuivering (indirecte lozingen). • Beoordelen van lozingsvoorschriften op basis van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Bal. • Opnemen van emissiegrenswaarden en controlevoorschriften in vergunningen. • Afstemmen met waterschappen en provincie over lozingsrisico’s en vergunningvoorwaarden. • Uitvoeren van een pilot voor toezicht op indirecte lozingen in samenwerking met waterschappen. • Toezicht op naleving van lozingsvoorschriften en herkomst van afvalwaterstromen. • Handhaving bij overtredingen die risico’s vormen voor de werking van rioolwaterzuiveringen of de ecologische waterkwaliteit. • Registreren en analyseren van toezichtbevindingen voor verdere prioritering. • Adviseren van gemeenten over indirecte lozingen bij bedrijventerreinen en nieuwe initiatieven. • Ondersteunen van waterschappen bij de beoordeling van lozingsvergunningen en saneringsplannen. • Inbrengen van kennis over waterkwaliteit en emissiereductie in ruimtelijke plannen en beleidsontwikkeling.

• Vergunningen voldoen aan de KRWdoelstellingen en landelijke emissienormen. • Bedrijven beschikken over duidelijke voorschriften om verontreiniging van water te voorkomen. • Betere afstemming tussen ODVeluwe, waterschappen en provincie in lozingsbeleid.

Toezicht en Handhaving

Advies

• Beter inzicht in aard, omvang en samenstelling van indirecte lozingen in de regio. • Verbetering van naleefgedrag bij lozingsplichtige bedrijven. • Vermindering van schadelijke stoffen in afvalwater en oppervlaktewater.

• Gemeenten en waterschappen beschikken over actuele en uitvoerbare adviezen over lozingen. • Indirecte lozingen worden structureel meegenomen in ruimtelijke en milieubeleidsafwegingen. • Verbeterde samenwerking en kennisuitwisseling in de waterketen.

28

Projecten en Programma’s

• Adviseren over ketenaanpak voor stoffen die de rioolwaterzuivering verstoren (ZZS, medicijnresten, microplastics). • Starten van een gezamenlijke inventarisatie van indirecte lozingen in het werkgebied (pilot 2026). • Uitvoeren van gezamenlijke controles met waterschappen en provincie. • Ontwikkelen van een structurele aanpak en gegevensuitwisseling voor indirecte lozingen. • Rapporteren van bevindingen aan gemeenten, waterschappen en provincie als basis voor vervolgacties.

• ODVeluwe beschikt eind 2026 over een systematisch inzicht in indirecte lozingen in de regio. • Basis gelegd voor structurele aanpak en regionale samenwerking in waterkwaliteit. • Informatiepositie en kennisniveau over lozingen substantieel verbeterd.

Monitoring De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op: • • •

Voortgang in het opstellen en uitvoeren van gezamenlijke aanpak. Aantal (gezamenlijke) controles (in het kader van de pilot) met de waterschappen en de inhoudelijke bevindingen daaruit. Het aantal vergunningen dat is geactualiseerd

Doorkijk na 2026 De komende jaren wordt de aanpak van indirecte lozingen versterkt door uitvoering van het Landelijk programma aanpak opkomende stoffen en medicijnresten en de actualisatie van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Verwacht wordt dat de emissiegrenswaarden voor industriële lozingen worden aangescherpt en dat er meer nadruk komt op ketensamenwerking tussen bedrijven, omgevingsdiensten en waterschappen. ODVeluwe zal haar toezichtmethodiek daarop aanpassen en gebruikmaken van nieuwe data-instrumenten om lozingen beter te monitoren.

5.2 Natuur De Veluwe is het grootste aaneengesloten natuurgebied van Nederland en van groot ecologisch én maatschappelijk belang. Daarbij gaat het om natuurbescherming in de breedste zin van het woord: soortenbescherming, gebiedsbescherming en bescherming van landschap, groen en houtopstanden. De hoge stikstofdepositie vormt nog steeds een bedreiging voor de instandhouding van kwetsbare natuurtypen. Maar ook de druk op de ruimte door alle opgaven vormt een risico voor de achteruitgang van natuur en biodiversiteit. De provincie is het bevoegd gezag waar het gaat natuurbescherming. ODVeluwe ondersteunt gemeenten en provincie bij vergunningverlening, toezicht en ecologisch advies, en zorgt voor een actueel overzicht van emissiegegevens en vergunningen van agrarische bedrijven. Daarmee wordt gewerkt aan een evenwicht tussen natuurbehoud, landbouwtransitie en ruimtelijke ontwikkeling. De kennis en gegevens die ODVeluwe verzamelt dragen bij aan gebiedsgerichte maatregelen voor herstel van biodiversiteit, het mogelijk maken van verantwoorde woningbouw en het bevorderen van duurzame economische ontwikkeling binnen de randzones van de Veluwe.

29

Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie voor het behoud van de natuur: Nummer 4.3.1. 4.3.2. 4.3.4. 4.3.5.

Doelstelling Behouden en versterken van natuurwaarden en biodiversiteit. Beperken van de stikstofbelasting in kwetsbare natuurgebieden. Het beheersen van de recreatiedruk en het beschermen van rustgebieden. Voorbereid zijn op de effecten van klimaatverandering op natuur (droogte).

Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026 De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van natuur is als volgt: 1. Beter zicht op regionale natuurdruk en verlies van biodiversiteit. Door het uitvoeren van een groene risicoanalyse een beter regionaal inzicht in de factoren die leiden tot verlies van natuurwaarden — zoals stikstofdepositie, recreatiedruk, houtkap en verstedelijking. Dit inzicht vormt de basis voor het stellen van regionale prioriteiten in toezicht en vergunningverlening. 2. Structurele koppeling tussen natuur, landbouw en ruimtelijke ontwikkeling. De uitvoering draagt bij aan een meer integrale aanpak waarin natuurbehoud, landbouwtransitie en verantwoorde ruimtelijke ontwikkeling in balans worden gebracht, in samenwerking met provincie, gemeenten en ketenpartners. 3. Verkenning van de rol van toezicht en handhaving in natuurbehoud. Samen met gemeenten en provincie onderzoekt ODVeluwe in 2026 de (mogelijke) rol die toezicht en handhaving, waaronder de inzet van Groene BOA’s, kunnen spelen bij het tegengaan van natuurverlies. Het toezicht Recreatiezonering (op maatregelen in het kader van Natura2000) voor de gehele Veluwe wordt georganiseerd door ODVeluwe.

Ook kan op basis lokale behoefte en maatwerkafspraken met groene handhaving worden bijgedragen aan gemeentelijke natuurbelangen, zoals het behoud van houtwallen, het naleven van erfinrichtingsplannen en het beperken van verstoring door recreatie. Vanaf 2026 wordt het regiocoördinatorschap vanuit het provinciale programma Samen sterk in Gelderland (SSiG) voor alle Gelderse regio’s belegd bij ODVeluwe. Met deze inzet wordt een bijdrage geleverd aan de leefbaarheid, veiligheid en flora & fauna in het buitengebied en natuurgebieden (bijvoorbeeld gericht op illegale activiteiten zoals stroperij, afvaldumping en illegale evenementen; 4. Bescherming en herstel van biodiversiteit. De inzet van Groene BOA’s in het kader van recreatiezonering wordt benut om de druk op kwetsbare natuurgebieden te verminderen en bij te dragen aan herstel van biodiversiteit, waaronder de toename van zogeheten ‘rode lijstsoorten’. Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat dat die inzet moet opleveren als volgt. Programma

Inzet en activiteiten 2026

Beoogd resultaat

Vergunningverlening

• Actualiseren van vergunningen van agrarische en industriële bedrijven met mogelijke effecten op natuur en stikstofdepositie. • Beoordelen van vergunningverzoeken op naleving van natuurwetgeving en soortenbescherming. • Intrekken van verouderde of nietbenutte vergunningen om emissieruimte te beperken. • Integreren van natuur- en stikstofaspecten in gebiedsontwikkelingen en ruimtelijke plannen.

• Vergunningen zijn actueel en afgestemd op de doelen voor natuurbehoud en stikstofreductie. • Onnodige emissieruimte wordt verminderd door intrekking van verouderde vergunningen. • Bedrijven en projecten voldoen aan de vereisten van de Wet natuurbescherming en Omgevingswet.

30

Toezicht en Handhaving

Advies

Projecten en Programma’s

• Toezicht op emissies bij agrarische en industriële bedrijven met invloed op natuur en Natura 2000-gebieden. • Toezicht en handhaving op naleving van soortenbescherming bij sloop, bouw en recreatie. • Toezicht door groene BOA’s in het buitengebied op overtredingen van natuurregels en recreatiedruk. • Uitvoeren van toezichtprojecten gericht op stikstofreductie en bescherming van rustgebieden. • Adviseren van gemeenten en provincie over natuur en ecologie bij ruimtelijke plannen en vergunningen. • Inbrengen van ecologische kennis bij herontwikkeling, woningbouw en landbouwtransitie. • Adviseren over recreatiezonering, groenstructuren en biodiversiteitsherstel. • Ondersteunen van beleidsontwikkeling rond natuurbescherming en stikstof. • Uitvoeren van een groene risicoanalyse in samenwerking met provincie en gemeenten (drukfactoren natuur, recreatie, woningbouw, defensie). • Projecten gericht op toezicht en handhaving door groene BOA’s bij natuur- en recreatiegebieden. • Uitvoeren van projecten in samenwerking met NVWA, provincie en waterschappen gericht op stikstofreductie. • Monitoring van biodiversiteit en trends in rode-lijstsoorten.

• Betere naleving van natuurwetgeving en vermindering van overtredingen in natuurgebieden. • Bescherming van kwetsbare soorten en habitats is versterkt. Verbeterd naleefgedrag in de agrarische en recreatieve sector.

• Gemeenten beschikken over actuele en uitvoerbare adviezen bij ruimtelijke en ecologische afwegingen. • Ecologische waarden worden structureel meegenomen in planvorming. • Verbeterde integratie van natuur- en ruimtelijk beleid op regionaal niveau.

• Betere prioritering in toezicht en handhaving op basis van natuurdruk en risico’s. • Meer samenhang in regionale inzet op natuurbehoud, landbouwtransitie en recreatie. Bijdrage aan herstel van biodiversiteit en toename van beschermde soorten.

Monitoring De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op: • • • • • •

Het aantal geactualiseerde en ingetrokken vergunningen met betrekking tot voor de natuur schadelijke emissies; Aantal uitgevoerde bedrijfsbezoeken, inclusief bevindingen; Resultaten van toezichtprojecten en ecologische advisering. Aantal juridische zaken aangespannen vanuit ‘Samen sterk in Gelderland’ Toe- of afname van soorten (‘rode lijst soorten’ en nationaal beschermde soorten) Aantal klachten over natuurverstoring.

Doorkijk 2027-2028 Het landelijke stikstof- en natuurbeleid bevindt zich in een overgangsfase: wetgeving wordt heroverwogen en de uitvoering van het Programma Landelijk Gebied kent nog onzekerheden. In afwachting van definitieve keuzes blijft ODVeluwe werken aan de basis: het actueel houden van vergunningen en emissiegegevens, het uitvoeren van gericht toezicht bij agrarische en industriële bedrijven, en het delen van ecologische kennis met gemeenten en provincie. Zo blijft de regio voorbereid op verschillende landelijke beleidskeuzes. Ongeacht de uitkomst blijft de inzet gericht op het versterken van biodiversiteit en het verbinden van natuur, landbouw en ruimtelijke ontwikkeling op de Veluwe — pragmatisch, datagedreven en in nauwe samenwerking met de gebiedspartners. ODVeluwe is op basis van de reeds aanwezige kennis op het gebied van ecologie, bodem/water en groene handhaving een volwaardige provinciale VTH-partner voor deze thema’s. 31

6 Samen werken aan verduurzaming De verduurzaming van de regio Veluwe vraagt om een integrale benadering waarin energie, klimaat, economie en leefomgeving met elkaar in balans worden gebracht. De gemeenten en de provincie streven gezamenlijk naar een klimaatneutrale en circulaire regio in 2050. ODVeluwe draagt daaraan bij door haar uitvoeringskracht te richten op twee samenhangende thema’s: energietransitie en klimaatadaptatie en circulaire economie. De energietransitie vraagt om versnelling van energiebesparing, veilige toepassing van nieuwe energiedragers en een klimaatbestendige inrichting van de leefomgeving. In 2026 ondersteunt ODVeluwe de gemeenten en bedrijven bij de uitvoering van de energiebesparingsplicht, het toezicht op duurzame installaties en het adviseren over klimaatadaptieve gebiedsontwikkeling. Daarmee wordt niet alleen bijgedragen aan de landelijke en regionale klimaatdoelen, maar ook aan gezonde woningbouwlocaties, duurzame bedrijventerreinen en weerbare infrastructuur. De circulaire economie is een tweede pijler van verduurzaming. Hergebruik van materialen, afvalpreventie en emissiebeperking bij productieprocessen verminderen de druk op het milieu en maken grondstofketens veiliger.

In 2026 richt ODVeluwe zich op toezicht bij recycling- en verwerkingsbedrijven, het voorkomen van risico’s door Zeer Zorgwekkende Stoffen en het stimuleren van circulaire bouwinitiatieven. Daarmee draagt de dienst bij aan een vitaal ondernemersklimaat, duurzame woningbouw en de kwaliteitsverbetering van de recreatieve en economische functies in de regio.

6.1 Energietransitie en klimaatadaptie De Veluwe en de IJsselvallei zijn niet alleen een waardevol natuurgebied, maar ook een regio waar klimaatverandering en duurzaamheid steeds nadrukkelijker invloed hebben op de leefomgeving. De gemeenten in het Veluwegebied en de provincie Gelderland zetten allemaal in op verduurzaming. Bedrijven moeten energie besparen, overstappen op duurzame bronnen en omgaan met nieuwe risico’s, zoals de opslag van batterijen en waterstof. Tegelijk vraagt klimaatverandering om een klimaatbestendige inrichting van steden, dorpen en het buitengebied — met aandacht voor waterberging, droogte en hittestress. ODVeluwe levert hieraan een bijdrage via vergunningverlening, toezicht en advies: door toezicht te houden op de naleving van de energiebesparingsplicht en te adviseren over duurzame en ook veilige gebiedsontwikkeling en het verduurzamen van erfgoed. Daarmee ondersteunt de dienst de woningbouwopgave (door energiezuinige bouw en veilige netaansluitingen), de verduurzaming van agrarische bedrijven, en de ontwikkeling van een schoon en toekomstbestendig ondernemersklimaat in de regio. Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie met betrekking tot de energietransitie en klimaatadaptie: Nummer 4.4.1. 4.4.2. 4.4.4.

Doelstelling Een duurzame en klimaat-adaptieve gebiedsontwikkeling. Het in 2050 CO2-neutraal zijn en het daartoe versnellen van de energietransitie en verduurzaming bij bedrijven. Ondersteunen van de uitvoering van het Klimaatakkoord en het Regionale programma energievoorziening.

32

Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026 De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van energietransitie en klimaatadaptie is als volgt: 1. Hoog naleefgedrag bij bedrijven op het gebied van energiebesparing. Bedrijven voldoen aantoonbaar beter aan hun verplichtingen op grond van de onderzoeksplicht (energiebesparende maatregelen), de informatieplicht, het uitvoeren van energieonderzoeken (EED), de rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit (voor bedrijven met meer dan 250 werknemers) en de energielabelplicht voor kantoren. Het naleefgedrag stijgt op termijn naar minimaal 85 %. 2. Structurele borging van energiebesparing in het toezicht. Toezicht en handhaving worden risicogestuurd ingezet, gericht op bedrijven met de grootste potentiële besparingswinst. 3. Integrale advisering over duurzame gebiedsontwikkeling. ODVeluwe adviseert gemeenten structureel over energie, klimaat en duurzaamheid bij ruimtelijke plannen, omgevingsvisies en gebiedsontwikkelingen. Hierdoor worden duurzame energievoorzieningen, klimaatadaptieve inrichting en natuurinclusief bouwen vroegtijdig meegenomen. De aandacht voor veiligheid is daar integraal onderdeel van. 4. Verkenning van effectmeting energiebesparing.

In 2026 wordt onderzocht hoe meer inzicht kan worden verkregen in de vraag wat energiebesparende maatregelen, mede door de inzet van VTH-instrumenten, daadwerkelijk opleveren in termen van energiebesparing. Deze kennis vormt de basis voor effectgerichte monitoring vanaf 2027/2028. Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat dat die inzet moet opleveren als volgt.

Programma

Inzet en activiteiten 2026

Beoogd resultaat

Vergunningverlening

• Toetsen van energie- en duurzaamheidsaspecten bij vergunningverzoeken. • Opnemen van voorschriften over energiebesparing, duurzame installaties en klimaatadaptieve maatregelen. • Ruimte bieden aan veilige innovaties. • Actualiseren van vergunningen zodat energiebesparings- en onderzoeksplichten (EED, informatieplicht) zijn geborgd. • Beoordelen van opslaginstallaties voor waterstof en batterijen op veiligheid en milieueffecten. • Toezicht op naleving van energiebesparingsplicht, informatieplicht en onderzoeksplicht. • Controles op uitvoering van energieonderzoeken (EED) en rapportage werkgebonden personenmobiliteit. • Gerichte handhaving bij bedrijven die onvoldoende maatregelen treffen of rapportages indienen. • Aspectcontroles op veiligheid en milieu bij nieuwe energiedragers (waterstof, batterijen). • Adviseren van gemeenten over energie, duurzaamheid en

• Vergunningen ondersteunen verduurzaming van bedrijven en voldoen aan actuele energieregelgeving. • Nieuwe initiatieven dragen bij aan CO₂-reductie en veilige toepassing van nieuwe energiedragers. • Klimaatadaptieve maatregelen zijn geïntegreerd in de vergunningverlening.

Toezicht en Handhaving

Advies

• Naleving van de informatieplicht en de energiebesparings- en onderzoeksplicht stijgt op termijn naar minimaal 85 %. • CO₂-reductie door uitgevoerde energiemaatregelen. • Veiligheid bij opslag en toepassing van nieuwe energiedragers is geborgd.

• Gemeenten beschikken over actuele en uitvoerbare adviezen over energie en klimaat.

33

Projecten en Programma’s

klimaatadaptatie in omgevingsplannen en gebiedsontwikkelingen. • Inbrengen van kennis over duurzame bouw, energie-efficiëntie, waterberging en hittestress. • Ondersteunen van gemeenten bij het opstellen van Soortenmanagementplannen (SMP’s) ter bevordering van natuurinclusieve isolatie. • Advies over verduurzaming van erfgoed, rekening houdend met het behoud van de monumentwaarde. • Strategische advisering over verduurzaming van gemeentelijk vastgoed en bedrijventerreinen. • Uitvoeren van toezichtprojecten met SPUK THE-middelen gericht op energiebesparing bij bedrijven. • Ontwikkelen van regionaal plan van aanpak voor toezicht op werkgebonden personenmobiliteit. • Meewerken aan gemeentelijke en regionale programma’s voor klimaatadaptieve gebiedsontwikkeling. • Data-analyse en monitoring van effecten van energiemaatregelen.

• Klimaatadaptatie wordt standaard meegenomen in ruimtelijke plannen. • Soortenmanagementplannen ondersteunen biodiversiteit en versnellen de na-isolatieopgave.

• Verbeterd inzicht in energiebesparing en mobiliteitsgedrag bij bedrijven. • Betere samenwerking tussen gemeenten, provincie en ODVeluwe bij uitvoering klimaatdoelen. • Structurele koppeling tussen vergunningverlening, toezicht en monitoring van verduurzaming.

Monitoring De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op: • • •

Aantal bedrijven waarbij via de vergunningverlening of advisering ruimte is geboden voor duurzame innovaties; Het aantal uitgevoerde controles op energiemaatregelen en het daarbij geconstateerde naleefgedrag; Aantal soortenmanagementplannen (SMP’s) dat door gemeenten is vastgesteld.

Doorkijk 2027-2028 De komende jaren blijft het beleidskader voor de energietransitie in beweging, onder meer door aanpassingen in de Energiebesparingsplicht en de verdere uitrol van de Regionale Energiestrategieën (RES’en). ODVeluwe verwacht een groeiende vraag naar ondersteuning bij de uitvoering, monitoring en vergunningverlening rond duurzame energieopwekking, elektrificatie en opslag. Tegelijk krijgt klimaatadaptatie meer gewicht in ruimtelijke plannen, mede door het toenemende belang van waterbeheer en hittestress.

6.2 Circulaire economie De overgang naar een circulaire economie vraagt om een andere omgang met grondstoffen, afval en productieprocessen. ODVeluwe speelt hierin een sleutelrol door bij vergunningverlening, toezicht en advisering te letten op hergebruik, afvalscheiding en emissies van schadelijke stoffen. Ook worden gemeenten ondersteund bij circulaire gebiedsontwikkeling, aanbestedingen en bouwinitiatieven. Het stimuleren van circulaire bedrijfsvoering draagt direct bij aan een vitaal ondernemersklimaat, vermindert milieubelasting en voorkomt nieuwe risico’s door Zeer Zorgwekkende Stoffen. Daarnaast sluit circulair bouwen aan bij de woningbouwopgave en het hergebruik van bestaande gebouwen, en biedt het kansen voor duurzame recreatieve ontwikkelingen in de regio.

34

Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie met betrekking tot de circulaire economie: Nummer 4.4.3.

Doelstelling Bijdragen aan een circulaire economie (landelijke doelstelling 100% circulair in 2050) en een reductie van afvalstromen.

Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026 De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van de circulaire economie is als volgt: 1. Verantwoorde verwerking van afvalstoffen en hoog naleefgedrag. Op termijn voldoet minimaal 85 % van de bedrijven aan de wet- en regelgeving voor afvalverwerking, hergebruik en scheiding van materiaalstromen. Toezicht en vergunningverlening worden ingezet om risico’s op milieuvervuiling of illegale afvalstromen te beperken. 2. Ruimte voor circulaire innovatie. ODVeluwe biedt, onder strikte voorwaarden, bedrijven de mogelijkheid om in een proefperiode secundaire (circulaire) toepassingen van afvalstoffen toe te passen. Deze ruimte stimuleert innovatie en kennisontwikkeling in de regio, terwijl milieuhygiënische veiligheid en naleving zijn gewaarborgd. 3. Sluiten van de beleids- en uitvoeringscyclus. In 2026 wordt nadrukkelijk gewerkt aan het koppelen van beleid, uitvoering en monitoring. Inhoudelijke bevindingen uit toezicht en vergunningverlening worden geëvalueerd, regionaal gedeeld en benut voor verdere beleidsontwikkeling. Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat dat die inzet moet opleveren als volgt. Programma

Inzet en activiteiten 2026

Beoogd resultaat

Vergunningverlening

• Benutten van vergunningen en maatwerkvoorschriften om circulaire initiatieven mogelijk te maken. • Toetsen van circulaire toepassingen op milieuhygiënische veiligheid en het beperken van ZZS-emissies. • Nadrukkelijk aandacht voor grondstofgebruik bij bekende ‘grootverbruik-sectoren (bouw, maakindustrie, afvalverwerking). • Verlenen van tijdelijke vergunningen of proefontheffingen voor innovatieve circulaire processen. • Toezichtprojecten in sectoren met hoge grondstofstromen (bouw, maakindustrie, afvalverwerking). • Controle op naleving van voorschriften bij hergebruik, afvalscheiding en verwerking van secundaire materialen. • Handhaving bij overtredingen die leiden tot milieuvervuiling of misbruik van circulaire vrijstellingen. • Analyse van toezichtdata om trends en knelpunten in circulaire bedrijfsvoering te signaleren. • Adviseren van gemeenten over circulaire gebiedsontwikkeling en duurzame aanbestedingen. • Ondersteunen bij beleid voor hergebruik, materiaalstromen en afvalpreventie. Inbrengen van kennis over ZZS, emissies en milieueffecten van circulaire toepassingen.

• Bedrijven kunnen veilig experimenteren met circulaire toepassingen binnen duidelijke kaders. • Vergunningen stimuleren hergebruik en afvalreductie. • Risico’s door ZZS of emissies bij circulaire processen worden beperkt.

Toezicht en Handhaving

Advies

• Het naleefgedrag bij afvalverwerking en inzet secundaire materialen is op termijn minimaal 85%. Vermindering van afvalstromen en milieu-impact van productieprocessen. • Betere risicobeheersing bij gebruik van secundaire grondstoffen.

• Gemeenten beschikken over actuele adviezen om circulaire principes te verankeren in beleid en uitvoering. • Betere afstemming tussen economische ontwikkeling en milieubescherming. • Circulaire economie wordt structureel onderdeel van omgevingsbeleid.

35

Projecten en Programma’s

• Strategisch advies over koppeling tussen circulaire economie, energietransitie en duurzaamheid. • Deelname aan het project ‘Circulariteit in de Maakindustrie’ met andere Gelderse omgevingsdiensten. • Uitvoeren van regionale projecten gericht op afvalpreventie en veilig hergebruik van materialen. • Ontwikkelen van opleidings- en kennisprogramma’s voor medewerkers over circulaire bedrijfsvoering. • Monitoren en rapporteren van effecten van circulaire initiatieven in de regio.

• ODVeluwe draagt bij aan de realisatie van de landelijke doelstelling: 100 % circulair in 2050. • Verbeterde kennis en samenwerking in de regio over circulaire bedrijfsvoering. • Inzicht in milieueffecten en succesfactoren van circulaire initiatieven.

Monitoring De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op: • • • •

Aantal vergunningen en adviezen waarin circulaire maatregelen of voorwaarden zijn opgenomen. Aantal uitgevoerde controles bij bedrijven met circulaire processen. Resultaten van het gezamenlijke project met Gelderse OD’s (bereik, naleefgedrag, effecten). Inzicht in trends en knelpunten, opgenomen in de jaarlijkse evaluatie.

Doorkijk 2027-2028 Het landelijke uitvoeringsprogramma Nederland Circulair 2050 krijgt in 2027–2028 een volgende fase, met nadruk op het reduceren van primaire grondstoffen en het veilig hergebruik van materialen. De komst van een nieuwe Circulaire Materialenstrategie (CMP) en de verdere integratie van circulariteit in de Omgevingswet vragen om meer afstemming tussen beleid en uitvoering. Voor ODVeluwe betekent dit dat toezicht en advisering zich sterker gaan richten op veilige recycling, circulair bouwen en emissiebeperking van ZZS in materiaalstromen. Ook zal naar verwachting de samenwerking met gemeenten rond circulaire aanbesteding en gebiedsontwikkeling worden versterkt.

36

7 Organisatie en ontwikkeling Een sterke uitvoering vraagt om een stevige organisatie. ODVeluwe werkt aan de verdere ontwikkeling van haar organisatie, mensen en middelen. De dienst groeit toe naar een datagedreven, lerende en wendbare organisatie die haar inzet baseert op inzicht in risico’s, naleefgedrag en effecten. Daarbij staan kwaliteit, samenwerking en transparantie centraal.

7.1 Capaciteit en middelen Omgevingsdienst Veluwe heeft circa 150 medewerkers in dienst en is als volgt georganiseerd.

De financiële middelen voor de uitvoering zijn geborgd in de meerjarenbegroting. Voor de periode 2026-2029 is de begroting als volgt. Deze begroting wordt jaarlijks opgesteld en aangepast. 2026

2027

2028

2029

Personele lasten primair proces

€ 12.035.900

€ 12.517.400

€ 13.018.100

€ 13.538.900

Materiële lasten primair proces

€ 850.300

€ 868.800

€ 887.900

€ 907.400

Materiële lasten specifieke deelnemer

€ 112.900

€ 117.400

€ 122.100

€ 127.000

Samenwerking omgevingsdiensten

€ 175.300

€ 182.300

€ 189.600

€ 197.100

Personele lasten overhead

€ 2.219.000

€ 2.082.500

€ 2.165.800

€ 2.252.500

Materiële lasten overhead

€ 1.943.200

€ 2.003.700

€ 2.069.500

€ 2.137.500

Overige lasten

€ 227.300

€ 233.700

€ 242.500

€ 251.700

€ 17.563.900

€ 18.005.800

€ 18.695.500

€ 19.412.100

Totaal

In de begroting is conform de financiële robuustheidscriteria 3% van de loonsom opgenomen voor vorming en opleiding. De dienst voldoet ook aan de robuustheidseis dat de begroting van een omgevingsdienst voor de uitvoering van de VTH-milieu minimaal € 15 mln bedraagt. In de gemeenschappelijke regeling is afgesproken dat de deelnemers er te allen tijde zorg voor dragen dat Omgevingsdienst Veluwe over voldoende middelen beschikt om aan de financiële verplichtingen te kunnen voldoen.

7.2 Kwaliteitsborging Algemene uitgangspunten De organisatie is zodanig ingericht dat de uitvoering van het VTHA-beleid gewaarborgd is. Voor een goede uitvoering zijn kwaliteit, deskundigheid, dienstverlening en ketengericht 37

werken essentieel. Daarmee dragen we bij aan een leefbare, veilige en aantrekkelijke regio. Dit doen we door:

•

•

Dienstverlening van hoge kwaliteit: vergunningen en besluiten voldoen aan wettelijke eisen, zijn begrijpelijk geschreven en worden tijdig afgehandeld. Bedrijven en inwoners hebben één aanspreekpunt en krijgen maatwerk waar dat kan. Meer toezicht, minder handhaving: toezichthouders zijn zichtbaar, leggen regels uit en zoeken samen naar oplossingen. Waar dat niet lukt treedt ODVeluwe proportioneel en conform de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) op.

Voldoen aan de kwaliteitscriteria De Omgevingswet vraagt een integrale benadering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Landelijk zijn hiervoor kwaliteitscriteria ontwikkeld. ODVeluwe voldoet aan de Kwaliteitscriteria 3.0 voor de kritieke massa (deskundigheid en ervaring) op de basistaken. Door de uitbreiding van het werkgebied en de komst van meer complexe taken (per 1 januari 2024) voldoet ODVeluwe ook op dit punt. Door de implementatie van de regionale beleidscyclus voldoet ODVeluwe ook aan de procescriteria zoals die in het Omgevingsbesluit zijn vastgelegd.

Monitoren en bijsturen op kwaliteit Naast de inhoudelijke monitoring per thema is het belangrijk om ook de kwaliteit van de organisatie zelf zichtbaar te maken. Gemeenten en provincie moeten kunnen vertrouwen op een omgevingsdienst die tijdig en zorgvuldig levert wat is afgesproken, en die voldoet aan de landelijke kwaliteitscriteria. ODVeluwe werkt daarom met een set van algemene KPI’s die antwoord geven op de vraag: levert de organisatie de producten die aan het begin van het jaar zijn afgesproken? Voorbeelden hiervan zijn:

• • • •

het percentage tijdig afgehandelde vergunningverzoeken en meldingen, het aandeel uitgevoerde controles ten opzichte van de planning, klanttevredenheid bij inwoners en bedrijven, interne doorlooptijden en efficiency.

Daarnaast wordt in 2026 gebruikgemaakt van MyForms, een instrument dat inzicht geeft in de mate waarin ODVeluwe voldoet aan de kwaliteitscriteria VTH 3.0. Deze criteria hebben betrekking op de inrichting van processen, de deskundigheid van medewerkers en de borging van kritische massa. Het gebruik van MyForms maakt het mogelijk om periodiek te rapporteren welk percentage van de organisatie aan de kwaliteitscriteria voldoet. De resultaten hiervan geven niet alleen inzicht in de kwaliteit en robuustheid van de organisatie, maar vormen ook input voor de inzet van het opleidingsbudget (3% van de begroting, conform robuustheidscriteria) en professionaliseringsprogramma’s. Op die manier draagt monitoring van de organisatiekwaliteit direct bij aan het versterken van kennis, kunde en dienstverlening.

Communicatie Communicatie is een belangrijk instrument om verbinding te maken met inwoners en bedrijven. Naast algemene informatievoorziening via klantcontactcentra, de website en folders, richt ODVeluwe zich nadrukkelijk op proactieve communicatie. Ook die draagt bij aan de kwaliteit van de uitvoering: 38

• • • •

Benaderbaar zijn en overleg stimuleren voorafgaand aan initiatieven. Inwoners en bedrijven tijdig en goed informeren over vereisten, zodat vergunningverzoeken en meldingen completer zijn en doorlooptijden korter worden. Tijdens procedures actief informatie delen over voortgang, overwegingen en uitkomsten, zodat niemand verrast wordt door besluiten. Na vergunningverlening persoonlijk toelichten welke voorwaarden gelden en waarom die van toepassing zijn.

7.3 Organisatieontwikkeling Risico module ODVeluwe ontwikkelt zich stap voor stap tot een organisatie die haar inzet baseert op inzicht in risico’s, effecten en naleefgedrag. Omdat de beschikbare middelen beperkt zijn, is het essentieel om toezicht en handhaving daar in te zetten waar de risico’s voor mens en milieu het grootst zijn. De risicomodule vormt daarbij het fundament. In 2026 wordt dit instrument vernieuwd en verfijnd, zodat het niet alleen inzicht geeft op branche- of themaniveau, maar ook voor ieder individueel bedrijf een actueel risicoprofiel kan opleveren. Deze ontwikkeling maakt het mogelijk om de inzet van vergunningverlening, toezicht en handhaving meer datagedreven en programmatisch te sturen. In plaats van algemene prioritering wordt steeds vaker gewerkt met concrete risicoprofielen die rekening houden met factoren als milieubelasting, aanwezigheid van ZZS, toezichtshistorie en naleefgedrag. Dit vergroot de effectiviteit van de uitvoering en maakt het mogelijk om resultaten beter te monitoren en bestuurlijk te verantwoorden. De vernieuwing van de risicomodule vraagt voorafgaand ook om organisatieontwikkeling: het op orde brengen van gegevensbestanden, het koppelen van systemen, en het trainen van medewerkers in het gebruik en duiden van risicodata.

Actuele en complete data (MBAgebaseerd) zijn de essentiële en voorwaardelijke basis voor een vernieuwde risicomodule. Door kennis en ervaring van medewerkers te combineren met actuele data groeit ODVeluwe toe naar een lerende en wendbare organisatie, die haar inzet voortdurend kan afstemmen op maatschappelijke ontwikkelingen en bestuurlijke prioriteiten. Zo wordt risicogestuurd werken niet alleen een hulpmiddel, maar een vast onderdeel van de cultuur en werkwijze van de organisatie (zie ook bijlage 2)

Outcome-gerichte monitoring De ontwikkeling van risicogestuurd werken sluit direct aan op de bredere beweging naar outcome-gerichte monitoring. Waar ODVeluwe nu vooral rapporteert over aantallen vergunningen, controles en handhavingsacties, komt de nadruk steeds meer te liggen op de effecten van die inzet: welke risico’s zijn verminderd, waar is milieuwinst geboekt en hoe draagt dat bij aan de regionale doelstellingen voor veiligheid, gezondheid en duurzaamheid? Door risicoprofielen te koppelen aan meetbare resultaten ontstaat inzicht in zowel de doeltreffendheid als de doelmatigheid van het werk. Dat maakt het mogelijk om beleid en uitvoering jaarlijks beter op elkaar af te stemmen en om deelnemers transparant te informeren over de maatschappelijke waarde van de gezamenlijke VTH-inzet. In bijlage 3 is nader uitgewerkt hoe ODVeluwe de ontwikkeling van monitoring inzet.

39

7.4 Samenwerking Samenspel tussen gemeenten, provincie en omgevingsdienst De kracht van ODVeluwe ligt in de gezamenlijke uitvoering van VTHA-taken namens de twaalf regiogemeenten en de provincie Gelderland. In de komende jaren ontwikkelt die samenwerking zich verder binnen de regionale beleidscyclus, waarin strategie, uitvoering en monitoring steeds beter op elkaar worden afgestemd. De strategie is vastgesteld. Die krijgt jaarlijks een concrete vertaling in het uitvoeringsprogramma. Monitoring en evaluatie maken in toenemende mate niet alleen inzichtelijk wat de prestaties van ODVeluwe zijn, maar ook wat die voor de leefomgeving en de bredere opgaven opleveren. ODVeluwe is op basis van de reeds aanwezige kennis op het gebied van ecologie, bodem/water en groene handhaving een volwaardige provinciale VTH-partner voor deze thema’s.

Samenspel met de ketenpartners Naast de samenwerking met de deelnemers wordt ook het netwerk met ketenpartners verder versterkt. Belangrijke partners zijn onder meer de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG), de Waterschappen Vallei en Veluwe en Rijn en IJssel, de GGD Noord- en OostGelderland, de Nederlandse Arbeidsinspectie, de ILT, de politie en het Openbaar Ministerie, en de andere Gelderse omgevingsdiensten binnen het Gelders Stelsel. Met deze partners werkt ODVeluwe aan een integrale benadering van veiligheid, gezondheid, natuur en duurzaamheid. De ontwikkeling gaat richting een regionaal samenwerkingsmodel waarin gegevens, expertise en uitvoeringskracht worden gedeeld, zodat het geheel meer oplevert dan de som der delen.

Naar een nog robuustere dienst? De ODVeluwe is een robuuste omgevingsdienst en heeft de potentie om nog verder te groeien. In 2025 is gestart met een verkenning naar een mogelijke samenvoeging van de Omgevingsdienst Veluwe en de Omgevingsdienst Achterhoek. Een fusie kan kansen bieden voor bundeling van expertise, efficiëntere bedrijfsvoering en een steviger positie in de regio. Tegelijk vraagt dit om aandacht voor behoud van regionale nabijheid, bestuurlijke betrokkenheid en een herkenbare dienstverlening aan gemeenten, inwoners en bedrijven. De verkenning wordt in 2026 verder uitgewerkt in nauwe samenspraak met de deelnemende gemeenten en provincie. Uitgangspunt blijft een organisatie die inhoudelijk sterk, wendbaar en regionaal verankerd is, en die vanuit samenwerking effectief bijdraagt aan de gezamenlijke ambities voor een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving.

40

Bijlagen

41

Bijlage 1 aantal producten per gemeente

42

Bijlage 2: Ontwikkeling risicomodule Inleiding De middelen van ODVeluwe zijn beperkt. Daarom is het belangrijk om toezicht en handhaving in te zetten waar de risico’s voor mens en milieu het grootst zijn. De risicomodule vormt daarbij het fundament: dit instrument helpt bepalen welke bedrijven of activiteiten prioriteit krijgen. Tot nu toe gebeurde dit op branche- en themaniveau.

Doelstelling De U&H-strategie stelt dat de risicoanalyse de komende jaren verfijnd moet worden, zodat:

• •

voor ieder individueel bedrijf een risicoprofiel kan worden opgesteld; de inzet verschuift van algemene prioritering naar gerichte inzet op bedrijfsniveau.

Activiteiten In 2026 werkt ODVeluwe aan de volgende stappen: 1. Inventariseren van risicomodellen die andere omgevingsdiensten gebruiken en bepalen wat aansluit bij onze praktijk. 2. In kaart brengen van het bedrijvenbestand, met indicatoren zoals aanwezigheid van ZZS, MBA’s, naleefgedrag en toezichtshistorie (cross-reference met de Kamer van Koophandel). 3. Ophalen van input bij gemeenten en interne teams: welke risico’s vragen om prioriteit? 4. Keuze en aanschaf van een passend model, en eerste toepassing op het bedrijvenbestand. 5. Koppeling van praktijkdata aan de module, zodat actualisatie automatisch kan plaatsvinden. 6. Opstellen van een handleiding voor medewerkers. 7. Implementatie in het systeem Open Wave en bredere toepassing in de organisatie.

Monitor De voortgang wordt bewaakt aan de hand van de realisatie van de bovenstaande stappen. Concrete indicatoren zijn: -

Beschikbaarheid van een operationele risicomodule per eind 2026. Aantal bedrijven waarvoor een actueel risicoprofiel is opgesteld. Gebruik van risicoprofielen bij de programmering van toezicht en handhaving. Aantal trainingen of handleidingen die medewerkers hebben gevolgd of toegepast. Aan de hand van het nieuwe risicomodel zal ook concreet worden gerapporteerd over de inzet om risico’s te beperken. [kan dat met het systeem]

43

Bijlage 3: Ontwikkeling monitoring Inleiding Met dit uitvoeringsprogramma geven we voor het eerst invulling aan de doelstellingen uit de regionale U&H-strategie. Een belangrijk onderdeel daarvan is het zichtbaar maken van de bijdrage van ODVeluwe via monitoring. Op dit moment is het echter nog niet in alle gevallen mogelijk om volledig aan te sluiten bij de indicatoren uit de strategie. Voor veel thema’s beschikken we al over data (zoals aantallen vergunningen, meldingen en controles), maar ontbreekt nog informatie om de effecten op milieu en leefomgeving concreet te meten. Daarom kiezen we voor een groeipad: we laten zien wat we nu al kunnen monitoren, welke vervolgstappen we zetten en waar we uiteindelijk naartoe werken. Dit groeipad bestaat uit drie niveaus: 1. Huidige rapportage (2026) – wat kunnen we met de huidige data betrouwbaar laten zien? 2. Vervolgstap (2027-2028) – hoe breiden we dit uit in de komende jaren? 3. Einddoel (2030 of later) – hoe ziet een volwaardige monitor eruit die aansluit bij de doelstellingen uit de U&H-strategie? Door dit groeipad per thema uit te werken, ontstaat een realistisch en transparant beeld: we rapporteren nu al over wat mogelijk is, én we laten zien hoe we toewerken naar een volwaardige monitor die daadwerkelijk de milieuwinst en maatschappelijke effecten zichtbaar maakt.

Voorbeeld: Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) Huidige rapportage (2026)

• • •

Aantal bedrijven dat onder de vijfjaarlijkse informatieplicht valt. Aantal ingediende en beoordeelde vermijdings- en reductieplannen. Aantal vergunningen waarin ZZS-voorschriften zijn opgenomen.

Vervolgstap (2027-2028)

• • • •

Inzicht in naleefgedrag: hoeveel reductieplannen daadwerkelijk leiden tot maatregelen. Vergelijking van sectoren/branches (chemie, metaal, zorginstellingen) om prioriteit te bepalen. Opstellen van trends en analyses: welke stoffen en processen leveren de grootste risico’s. Betere koppeling van toezichtdata aan landelijke en provinciale ZZS-programma’s.

Einddoel (2030 of later)

• • • •

Rapportage over feitelijke reductie van ZZS-emissies (kg of % per sector). Integrale monitoring van de bijdrage van ODVeluwe aan de KRW-doelen en landelijke ZZS-aanpak. Effecten zichtbaar maken in milieukwaliteit (water, bodem, lucht). Transparante rapportage over regionale voortgang richting een ZZS-vrije leefomgeving. 44

Bijlage 4: Gebruikte afkortingen en begrippen Gebruikte afkortingen AB – Algemeen Bestuur BBT – Beste Beschikbare Technieken Bbk – Besluit bodemkwaliteit Bkl – Besluit kwaliteit leefomgeving Bal – Besluit activiteiten leefomgeving Bbl – Besluit bouwwerken leefomgeving BOA – Buitengewoon Opsporingsambtenaar B&W – Burgemeester en Wethouders GGD – Gemeentelijke Gezondheidsdienst GS – Gedeputeerde Staten IBP VTH – Interbestuurlijk Programma Versterking Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving IPPC – Integrated Pollution Prevention and Control (Europese richtlijn industriële emissies) LHSO – Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht MBA – Milieubelastende Activiteit MKB – Midden- en Kleinbedrijf MNA – Milieuneutrale Activiteit ODVeluwe – Omgevingsdienst Veluwe ODNL – Omgevingsdiensten Nederland OM – Openbaar Ministerie REV – Register Externe Veiligheidsrisico’s RIEC – Regionaal Informatie- en Expertise Centrum RGT – Risicogericht Toezicht RIS – Risicoanalyse Inrichtingen Systeem SPUK THE – Specifieke Uitkering Toezicht, Handhaving en Evaluatie (rijksmiddelen voor energiebesparingstoezicht) SWO – Samenwerkingsovereenkomst Omgevingsrecht TUG – Tijdelijke Uitzondering Gebruiksvergunning (luchtvaart) U&H-strategie – Uitvoerings- en Handhavingsstrategie VTH – Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving VTHA – Vergunningverlening, Toezicht, Handhaving en Advisering VNOG –

Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Wbb – Wet bodembescherming ZZS – Zeer Zorgwekkende Stoffen 45

Gebruikte begrippen Activiteit – Een handeling of proces die invloed heeft op de fysieke leefomgeving, zoals bouwen, slopen, lozen of het exploiteren van een bedrijf. Basistaken – De wettelijk verplichte VTH-taken die gemeenten en provincies via de omgevingsdienst laten uitvoeren (zoals vergunningverlening, toezicht en handhaving van milieubelastende activiteiten). Bevoegd gezag – Het bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht en het toepassen van handhaving. Best Beschikbare Technieken (BBT) – De meest effectieve en geavanceerde technieken om emissies en milieuschade te voorkomen of te beperken, gelet op haalbaarheid en kosten. Big-8 cyclus – De beleidscyclus binnen het VTH-stelsel, bestaande uit acht stappen van beleid, strategie, programma, uitvoering, monitoring en evaluatie. Branchegericht toezicht – Een vorm van toezicht waarbij bedrijven worden ingedeeld naar sector (branche) en controles worden afgestemd op branchespecifieke risico’s. Cyclisch toezicht – Planmatig toezicht met vaste tussenpozen, gericht op het periodiek beoordelen van naleving bij bedrijven met vergelijkbare risico’s. Datagestuurd werken – Werkwijze waarbij informatie en data over vergunningen, toezicht en handhaving systematisch worden verzameld, geanalyseerd en gebruikt voor sturing en prioritering.

Gedoogstrategie – De manier waarop het bevoegd gezag omgaat met situaties waarin (tijdelijk) wordt afgezien van handhavend optreden, onder voorwaarden en met motivering. Handhaving – Het optreden van de overheid om naleving van wet- en regelgeving af te dwingen. Kan zowel bestuursrechtelijk (dwangsom, bestuursdwang) als strafrechtelijk plaatsvinden. Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) – Uniform landelijk kader voor het bepalen van de passende bestuurlijke reactie bij overtredingen van de Omgevingswet. Maatwerkvoorschriften – Voorschriften die het bevoegd gezag kan opnemen in een vergunning of besluit, waarmee wordt afgeweken van algemene regels als de situatie dat vereist. Naleefgedrag – De mate waarin bedrijven en burgers zich houden aan de geldende wet- en regelgeving. Omgevingsbesluit – Uitvoeringsbesluit bij de Omgevingswet waarin regels zijn opgenomen over de VTH-organisatie, kwaliteitscriteria en de verplichting tot een uniforme U&H-strategie. Omgevingsplan – Het gemeentelijk plan waarin alle regels voor de fysieke leefomgeving zijn opgenomen; vervangt bestemmingsplannen en milieuregels op lokaal niveau. Omgevingsverordening – Het provinciale regelinstrument onder de Omgevingswet waarin provinciale belangen en regels voor de fysieke leefomgeving zijn vastgelegd.

Opgavegericht werken – Een werkwijze waarin VTH-inzet niet alleen is gericht op naleving, maar ook op bijdragen aan maatschappelijke opgaven (zoals energietransitie, woningbouw, natuurherstel). Preventiestrategie – De aanpak die gericht is op het voorkomen van overtredingen door voorlichting, gedragsbeïnvloeding en vroegtijdige advisering.

46

Programma (uitvoeringsprogramma) – Het document waarin jaarlijks wordt vastgelegd welke werkzaamheden en projecten de omgevingsdienst uitvoert om de strategische doelen te realiseren. Risicogericht toezicht (RGT) – Een aanpak waarbij toezichtinzet wordt bepaald op basis van een risicoanalyse: de kans op en het effect van overtredingen. Sanctiestrategie – De wijze waarop het bevoegd gezag bestuurlijke sancties inzet bij overtredingen, afgestemd op ernst en gedrag van de overtreder. Toezicht – Het controleren of activiteiten voldoen aan wettelijke regels, vergunningvoorschriften of beleidskaders. Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&H-strategie) – Het strategisch beleidsdocument waarin gemeenten en provincie gezamenlijk vastleggen hoe zij de VTHtaken laten uitvoeren door de omgevingsdienst. Vergunningverlening – Het beoordelen van aanvragen en meldingen voor milieubelastende activiteiten, met als doel te bepalen of en onder welke voorwaarden activiteiten zijn toegestaan. Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht – Het besluit van gemeenteraden en Provinciale Staten waarin de kwaliteitseisen en beleidsmatige kaders voor VTH zijn vastgelegd. Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) – Chemische stoffen die een hoog risico vormen voor mens en milieu, zoals kankerverwekkende of hormoonverstorende stoffen.

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16579334/1