Uitvoeringsprogramma ODVeluwe 2026
Tekst van het document
Uitvoeringsprogramma 2026 w
Vergunningverlening, toezicht, handhaving, advies, projecten en programma’s
14/01/2026 2
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Takenpakket van ODVeluwe
5
3
4
5
6
7
2.1
Basistaken .......................................................................................... 5
2.2
Plustaken ............................................................................................ 8
2.3
Van taakuitvoering naar bijdrage aan de bredere opgaven ......................... 9
Samen werken aan een veilige leefomgeving
11
3.1
Externe veiligheid ............................................................................... 11
3.2
Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) ......................................................... 13
3.3
Asbest ............................................................................................... 16
3.4
Ondermijning en milieucriminaliteit ........................................................ 18
Samen werken aan een gezonde leefomgeving
20
4.1
Bodem- en grondwaterbescherming ....................................................... 20
4.2
Geluidoverlast .................................................................................... 22
4.3
Luchtkwaliteit en geurhinder ................................................................. 24
Samen werken aan natuurbehoud en biodiversiteit
27
5.1
Indirecte lozingen ............................................................................... 27
5.2
Natuur .............................................................................................. 29
Samen werken aan verduurzaming
32
6.1
Energietransitie en klimaatadaptie ......................................................... 32
6.2
Circulaire economie ............................................................................. 34
Organisatie en ontwikkeling
37
7.1
Capaciteit en middelen ........................................................................ 37
7.2
Kwaliteitsborging ................................................................................ 37
7.3
Organisatieontwikkeling ....................................................................... 39
7.4
Samenwerking.................................................................................... 40
Bijlagen Bijlage 1: samenvatting SWO Bijlage 2: ontwikkeling risicomodel Bijlage 3: ontwikkeling monitoring Bijlage 4: gebruikte afkortingen en begrippen
3
1 Inleiding De regiogemeenten en de provincie hebben de gezamenlijke ambitie uitgesproken om te werken aan een gezonde, veilige, duurzame en groene leefomgeving. Deze afspraken zijn vastgelegd in de gezamenlijke Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&H-strategie), die (na instemming door het Algemeen Bestuur van ODVeluwe op 11 september 2025) door alle colleges is of wordt vastgesteld. De strategie vormt het kader, dit uitvoeringsprogramma vertaalt dat kader naar concrete inzet en activiteiten in 2026. Voor u ligt het uitvoeringsprogramma 2026 van de Omgevingsdienst Veluwe (ODVeluwe). Hierin staat welke werkzaamheden en producten de dienst in 2026 uitvoert. ODVeluwe vervult haar wettelijke milieutaken en draagt zo bij aan een veilige, gezonde, natuurinclusieve en duurzame leefomgeving. Het uitvoeringsprogramma is onderdeel van de regionale beleidscyclus en vormt de schakel tussen de strategische koers en de dagelijkse uitvoering, dat wil zeggen de werkvoorbereiding. Conform artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit legt het programma het volgende vast: welke activiteiten worden uitgevoerd, wat die activiteiten bijdragen aan de doelstellingen uit de U&H-strategie, welke prioriteiten (in 2026) worden gesteld, wat de daarvoor in te zetten middelen zijn en waarop wordt samengewerkt. De uitvoeringsstrategie van ODVeluwe is risicogericht en opgavegericht is.
Dat betekent dat de inzet van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering plaatsvindt waar de risico’s voor mens en milieu het grootst zijn én dat de uitvoering zichtbaar bijdraagt aan regionale en lokale opgaven zoals woningbouw, landbouwtransitie en herstel van biodiversiteit. Binnen die koers zijn vier inhoudelijke speerpunten benoemd: omgevingsveiligheid, gezonde leefomgeving, natuur en biodiversiteit en verduurzaming. Daarnaast levert de omgevingsdienst met haar werkzaamheden een directe bijdrage aan bredere maatschappelijke opgaven zoals de woningbouw, de landbouwtransitie, ontwikkeling van recreatie en toerisme en een vitaal ondernemersklimaat. Om te kunnen volgen of de uitvoering en het beoogde resultaat op koers liggen, wordt de uitvoering gemonitord. Daarvoor is betrouwbare data nodig; omdat die nog niet overal beschikbaar is, werkt ODVeluwe aan verdere versterking van databeheer en outcome-gerichte verantwoording (zie ook bijlagen 2 en 3). Het programma is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 geeft een overzicht van de taken die ODVeluwe onder mandaat van twaalf Veluwse gemeenten (Apeldoorn, Brummen, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek, Putten en Voorst) en de provincie Gelderland uitvoert.
In de hoofdstukken 3 tot en met 6 zijn de prioriteiten van de vier speerpunten uit de U&H-strategie vertaald naar de concrete doelstellingen voor 2026: wat willen we in 2026 bereiken? Daarbij wordt ook een doorkijk gemaakt naar de jaren erna. Het programma sluit in hoofdstuk 7 af met de (financiële) randvoorwaarden en organisatie waarbinnen en waarmee het programma wordt gerealiseerd. Daarnaast geeft hoofdstuk 7 aan wat belangrijke aandachtspunten zijn in de ontwikkeling van de organisatie.
4
2 Takenpakket van ODVeluwe ODVeluwe voert een breed pakket aan taken uit voor gemeenten en provincie. Deze taken vormen de kern van onze organisatie en zijn stevig verankerd in wet- en regelgeving. Het gaat enerzijds om de wettelijke basistaken die iedere omgevingsdienst in Nederland uitvoert, en anderzijds om de facultatieve plus-taken die wij in overleg met onze opdrachtgevers oppakken. Door basistaken en plus-taken in samenhang te benaderen, laten we zien dat onze bijdrage niet alleen bestaat uit het naleven en handhaven van regels, maar ook uit het ondersteunen van bredere maatschappelijke opgaven van onze gemeenten en provincie. Vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies leveren zo niet alleen een bijdrage aan een veilige en gezonde leefomgeving, maar ook aan woningbouw, landbouwtransitie, recreatie, een vitaal ondernemersklimaat en de aanpak van ondermijning. De volgende paragrafen werken dit uit: • •
Basistaken – vergunningverlening, toezicht en handhaving; Plus-taken – advisering, projecten en programma’s.
De resultaten van deze inzet zijn niet alleen zichtbaar in de uitgevoerde aantallen, maar dragen ook concreet bij aan de speerpunten en doelstellingen uit de gezamenlijke U&Hstrategie. Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de samenwerkingsovereenkomsten (SWO’s) die voor 2026 zijn afgesloten (zie ook bijlage 1)1. De verbinding tussen enerzijds de basistaken en plustaken en anderzijds de speerpunten wordt in de hoofdstukken 3 tot en met 6 verder uitgewerkt.
2.1 Basistaken Vergunningverlening en behandeling meldingen Vergunningverlening is één van de kerntaken van de omgevingsdienst. Wij behandelen verzoeken om omgevingsververgunningen voor milieubelastende activiteiten en meldingen van bedrijven, voeren vooroverleggen, toetsen vergunningverzoeken aan wet- en regelgeving en formuleren maatwerkvoorschriften. De nadruk ligt op het voorkomen of beperken van emissies naar lucht, bodem en water, het borgen van veiligheid en het bevorderen van duurzame bedrijfsvoering. De inzet bij vergunningverlening is tweeledig: • •
Bedrijven de ruimte bieden om binnen de kaders van de wet verantwoord te ondernemen; Zorgdragen voor een veilige en gezonde leefomgeving voor inwoners.
Daarbij wordt gezocht naar mogelijkheden om milieuwinst te combineren met economische ontwikkeling op basis van de uitgangspunten van de Omgevingswet.
1
De cijfers in dit hoofdstuk zijn overgenomen uit de vastgestelde begroting 2026 en bieden de basis voor de Samenwerkingsovereenkomsten (SWO’s) vanuit ODVeluwe richting de deelnemende gemeenten. Het proces voor de begroting 2026 is eind 2024 / begin 2025 al opgestart en inmiddels zijn (in het najaar van 2025) meer ervaringscijfers bekend. De vastgestelde getallen zijn ongewijzigd overgenomen in dit uitvoeringsprogramma, maar ODVeluwe verwacht uiterlijk begin 2026 een addendum op te stellen met een concretisering van deze getallen te komen, zodat deze ook de bijgestelde basis kunnen bieden voor een realistische monitoring en rapportage.
5
Prioriteiten 2026 • • • • •
Branchegerichte actualisatie van vergunningen op basis van de meest recente wet- en regelgeving (onder meer BBT, stikstof en energie); Vermindering van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) en betere borging van emissiearme technieken; Vergunningverlening rond afval, circulaire processen en indirecte lozingen; Actualisatie van het vergunningenbestand voor veehouderijen; Afhandeling van meldingen op het vlak van sloop, bodem en bedrijfsmatige activiteiten binnen vastgestelde termijnen volgens de regionale samenwerkingsafspraken Omgevingswet Veluwe.
De vergunningverlening is enerzijds vraag gestuurd. Dat betekent dat vooraf niet precies is te voorspellen hoeveel en welke (qua inhoud) vergunningprocedures moeten worden doorlopen of meldingen moeten worden behandeld. Anderzijds beoordeelt de omgevingsdienst bij het toezicht ook of vergunningen nog wel actueel zijn. Is dat niet het geval kan de omgevingsdienst zelf (ambtshalve) tot actualisering van een vergunning overgaan. In 2024 is gestart met een actualiseringsprogramma. De prioriteit ligt daarbij onder andere bij de meest complexe bedrijven en specifieke thema’s als LPG-tankstations (in relatie tot de veiligheid in de woonomgeving), afval, stikstof en ZZS en verouderde vergunningen. De prognose voor de werkvoorraad in 2026 en de beschikbare uren in 2026 zijn als volgt: Programma vergunningverlening
Raming aantal in 2026
Beschikbare uren
65
1.040
Melding MBA – sloop
2.830
5.660
Melding MBA – bodem
350
1.750
Melding MBA – bedrijven
455
4.550
Vergunning MBA - regulier
212
4.664
Vergunning MBA - uitgebreid (inclusief actualisatie)
157
10.205
Informatieplicht
1.245
4.980
Advies compact
730
2.920
Totaal
6.044
35.769
Vooroverleg
Toezicht en handhaving Toezicht en handhaving vormen het sluitstuk van een goed functionerende uitvoeringsketen. ODVeluwe ziet erop toe dat bedrijven de milieuvoorschriften naleven en dat overtredingen tijdig en proportioneel worden aangepakt. Er wordt gewerkt met drie toezichtvormen: • • •
Risicogestuurd – planmatig op basis van een risicoanalyse; Branchegericht – afgestemd op specifieke bedrijfstakken zoals afvalverwerking, automotive, diervoeders en voedingsmiddelen; Gebiedsgericht – afgestemd op lokale vraagstukken en bestuurlijke prioriteiten.
Het toezicht wordt jaarlijks geprogrammeerd op basis van een risicoanalyse. Daarmee worden bedrijven en activiteiten ingedeeld naar risico en naleefgedrag. Op die manier richten we de beschikbare capaciteit daar waar de risico’s voor mens en milieu het grootst zijn.
6
Prioriteiten 2026 • • • • • • •
Cyclisch toezicht bij risicovolle en complexe bedrijven, inclusief beoordeling milieujaarverslagen; Branchegerichte controles in de afval- en metaalverwerkende sector, steenfabrieken, asfaltcentrales en slachterijen; Toezicht op energiebesparings- en onderzoeksplicht (Wet milieubeheer)2; Aspectcontroles gericht op circulariteit; Toezicht op asbestverwijdering en opsporen van illegale sloop; Ketentoezicht op grondstromen, mest, e-waste en co-vergisting; Toezicht op signalen van ondermijning en milieucriminaliteit.
Bij overtredingen treedt de omgevingsdienst op volgens de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Iedere overtreding krijgt een passende reactie: van waarschuwing en hersteltermijn tot last onder dwangsom of bestuursdwang. Het team Juridische Zaken ondersteunt deze uitvoering met: • • • • •
Het opstellen van handhavingsbesluiten; Behandeling van handhavingsverzoeken van burgers en bedrijven; Opstellen ambtelijke waarschuwingsbrieven; Bezwaar- en beroepsprocedures; Juridische advisering in het kader van de vergunningverlening en het toezicht.
De prognose voor de werkvoorraad in 2026 en de in 2026 beschikbare uren zijn als volg: Programma toezicht en handhaving
Raming aantal in 2026
Beschikbare uren
Geplande integrale controle - normaal
1.409
18.317
Geplande integrale controle - groot
362
11.584
Geplande aspectcontrole - normaal
718
5.744
Geplande aspectcontrole - groot
21
336
Niet geplande aspectcontrole - compact
741
3.705
Niet geplande aspectcontrole - normaal
1.360
10.880
Niet geplande aspectcontrole - groot
27
432
Incidentmelding
405
1.620
Handhavingsbesluit
195
6.825
Juridisch advies verstrekken
146
3.650
Handhavingsverzoek
23
805
Bereikbaarheidsregeling (piket)
-
325
BOA inzet (grijs)
-
2.640
Kennisontwikkeling expertises en thema's
-
2.400
5.407
69.263
Diensten (verantwoording in uren)
Totaal
2
Dit gebeurt onder ander met extra middelen van rijk, dat wil zeggen een specifieke uitkering (SPUK) voor toezicht en handhaving op energie.
7
2.2 Plustaken Naast de wettelijke basistaken voert ODVeluwe plustaken uit die voortkomen uit lokale en regionale beleidsopgaven. Hiermee ondersteunen we gemeenten en provincie bij de uitvoering van hun duurzaamheids- en ontwikkelagenda’s. Advisering ODVeluwe beschikt over specialistische kennis op het gebied van bodem, lucht, geluid, geur, veiligheid, ecologie, energie, circulariteit en juridische milieuwetgeving. Deze deskundigheid wordt ingezet bij de advisering over vergunningverlening, ruimtelijke plannen en beleidsontwikkeling. Door de inzet van multidisciplinaire teams en nauwe samenwerking met partners in het Gelders Stelsel en de regio wordt een hoog kwaliteitsniveau geborgd. Zo kunnen gemeenten en provincie rekenen op onderbouwde, actuele en uitvoerbare milieukundige adviezen. Dit gebeurt in de vorm van: • • •
Enkelvoudige adviezen: Gericht op één thema of aspect, bijvoorbeeld geluid, geur, bodem of externe veiligheid. Integrale adviezen: Samengevoegde beoordeling van meerdere aspecten, bijvoorbeeld bij woningbouw, bedrijventerreinen of gebiedsontwikkelingen. Strategische advisering: Ondersteuning van gemeenten en provincie bij beleidsontwikkeling (omgevingsplannen, omgevingsvisies, RES, beleid ter bevordering van de circulaire economie, etc.).
De belangrijkste kenmerken van de advisering zijn: • • •
Vraaggestuurd werken: initiatieven, vergunningverzoeken en meldingen leiden tot adviesverzoeken; Onderwerpen zijn o.a. geluid, trillingen, luchtkwaliteit, bodem, omgevingsveiligheid, ecologie, stikstof, geur, bestrijdingsmiddelen en elektromagnetische straling; Binnen de dienstverlening zijn afspraken gemaakt over doorlooptijden en termijnen; deze zijn vastgelegd in de regionale samenwerkingsafspraken.
De prognose voor de advisering in 2026 is als volgt: Programma advies
Raming aantal in 2026
Beschikbare uren
Advies enkelvoudig
1.290
12.900
Advies meervoudig
702
14.040
Informatieverstrekking
-
3.630
Productontwikkeling, programma’s VTHA en PDC
-
660
Accountmanagement partners
-
660
Kennisontwikkeling expertises en thema's
-
660
1.992
32.550
Diensten (verantwoording in uren)
Totaal
Projecten en programma’s Naast vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies voert ODVeluwe ook projecten en programma’s uit. Deze zijn vaak gericht op bredere beleids- of ontwikkelopgaven bij 8
gemeenten en provincie, waar milieu en duurzaamheid een integraal onderdeel van vormen. Projecten en programma’s hebben de volgende kenmerken:
• •
•
Ze zijn meestal vraaggestuurd en ontstaan uit gemeentelijke, regionale of provinciale plannen en visies. De thema’s sluiten aan bij de speerpunten uit de U&H-strategie: geluid, luchtkwaliteit, bodem & ondergrond, omgevingsveiligheid, ecologie, stikstof, geur, klimaat, energie en duurzaamheid. Voor ieder project of programma worden vooraf afspraken gemaakt over inzet, doorlooptijd en resultaten.
Door deelname aan projecten en programma’s levert ODVeluwe een zichtbare bijdrage aan de brede maatschappelijke opgaven van gemeenten en provincie. De opgedane kennis en ervaring wordt ook gebruikt voor zelfreflectie op de uitvoering, waardoor een lerende en samenhangende werkwijze ontstaat. Een deel van de projecten en programma’s zijn gekoppeld aan de samenwerkingsopgave omgevingsrecht (SWO). Daarnaast zijn er projecten die buiten de SWO worden uitgevoerd en waarvoor aparte raamovereenkomsten worden afgesloten en reguliere VTH- en adviestaken die projectmatig worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld in de vorm van een pilotproject in het kader van het toezicht. De prognose voor de inzet bij programma’s en projecten in het kader van de SWO in 2026 is als volgt:
Programma projecten en programma’s
Raming aantal in 2026
Beschikbare uren
Projecten
-
6.995
Totaal
-
6.995
De inzet voor een projectmatige uitvoering van reguliere taken valt binnen de beschikbare uren voor basis- en plustaken binnen de SWO.
2.3 Van taakuitvoering naar bijdrage aan de bredere opgaven Met dit uitvoeringsprogramma geven we voor de eerste keer invulling aan de prioriteiten en ambities uit de in 2025 vastgestelde U&H-strategie. In de hoofdstukken 3 tot en met 6 worden die vertaald in concrete thema’s, doelstellingen en activiteiten in 2026. Dat wil zeggen: Hoofdstuk 3: Hoofdstuk 4: Hoofdstuk 5: Hoofdstuk 6:
Samenwerken aan een veilige leefomgeving; Samenwerken aan een gezonde leefomgeving; Samenwerken aan natuurbehoud en biodiversiteit; Samenwerken aan verduurzaming.
Voor elk van prioriteiten en ambities wordt benoemd wat de relevantie is voor de kwaliteit van de leefomgeving en wat de relatie is met de bredere maatschappelijke opgaven in de regio: de woningbouw, de transitie van de landbouw, de ontwikkeling van recreatie en toerisme en een vitaal ondernemersklimaat. Elke prioriteit wordt nader uitgewerkt in een aantal milieuthema’s waar de uitvoering in 2026 zich specifiek op richt. Per thema wordt een antwoord gegeven op de volgende vragen: • • • •
Doelstelling: wat op het thema concreet bereiken of realiseren in 2026? Activiteiten: wat gaat ODVeluwe in 2026 doen? Doorkijk: wat zijn de verwachtingen voor na 2026? Monitoring: hoe de uitvoering volgen en zichtbaar maken wat wordt bereikt? 9
Het monitoren gebeurt volgens een groeimodel. In het uitvoeringsprogramma zelf staan enkele basisindicatoren. Lopende het jaar zal de monitor – waar nodig ook in samenspraak met de deelnemers – worden verfijnd. Vooral ook waar het gaat om de realisatie van de doelstellingen (zie ook bijlage 3).
10
3 Samen werken aan een veilige leefomgeving Een veilige leefomgeving is de basis voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van de Veluwe. Gemeenten, provincie en ODVeluwe werken samen om risico’s voor mens en milieu te voorkomen, te beperken en waar nodig te beheersen. De uitvoering in 2026 richt zich op drie samenhangende thema’s: externe veiligheid, zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) waaronder specifiek asbest. Deze thema’s raken direct aan de kwaliteit van de leefomgeving én aan de maatschappelijke opgaven voor woningbouw, energietransitie, landbouw en een vitaal ondernemersklimaat. Externe veiligheid richt zich op het beperken van risico’s rond bedrijven en activiteiten waarbij gevaarlijke stoffen worden opgeslagen, gebruikt of vervoerd. ODVeluwe adviseert over veilige ruimtelijke inpassing van nieuwe risicobronnen, actualiseert vergunningen en voert toezicht uit bij risicovolle activiteiten. Daarmee wordt voorkomen dat woningbouw, bedrijvigheid of energie-initiatieven leiden tot onaanvaardbare risico’s voor inwoners. Het terugdringen van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) is belangrijk om de veiligheid van mens, natuur en water te waarborgen. Door vergunningen te actualiseren, minimalisatieplannen te toetsen en samen met bedrijven te zoeken naar veilige alternatieven, draagt ODVeluwe bij aan de beperking van de verspreiding van schadelijke stoffen.
Dit draagt bij aan een schone en circulaire economie en maakt duurzame gebiedsontwikkeling mogelijk. Asbest blijft een belangrijk aandachtspunt, vooral bij sloop, herontwikkeling en agrarische bebouwing. Door toezicht op veilige sanering en handhaving bij overtredingen zorgt ODVeluwe ervoor dat verontreiniging en blootstelling worden beperkt. Zo kan de dienst bijdragen aan een veilige leefomgeving bij sloop, de ontwikkeling nieuwe woonlocaties en de herontwikkeling van stedelijke en agrarische bebouwing. Asbest en ZZS zijn onder de prioriteit ‘veilige leefomgeving’ geplaatst omdat de uitvoering zich richt op het voorkomen en beheersen van risico’s en emissies aan de bron, waarbij veiligheid het handelingskader vormt en gezondheid het uiteindelijke doel Bij elk thema worden kort de relevantie voor de kwaliteit van de leefomgeving, de rol van VTHA en wat de strategische doelstellingen uit de U&H-strategie samengevat. Die doelstellingen geconcretiseerd naar een inzet en beoogd resultaat in 2026. Gevolgd door de indicatoren waarop wordt gemonitord. In 2026 gaat we in eerste instantie uit van indicatoren die kunnen worden gemeten op basis van bestaande informatie. Deze zullen de komende jaren worden verfijnd (zie ook bijlage 3).
3.1 Externe veiligheid De bescherming van inwoners tegen risico’s van gebruik, transport en opslag van gevaarlijke stoffen vormt de kern van een veilige leefomgeving. ODVeluwe toetst en adviseert over externe veiligheid bij vergunningverlening, ruimtelijke plannen en nieuwe ontwikkelingen, zoals bedrijventerreinen, energieopslag of waterstofprojecten. Ook wordt toezicht gehouden op bedrijven met risicovolle activiteiten en worden gegevens actueel gehouden in het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV). In de regio komen stedelijke groei, bedrijvigheid en energietransitie samen: nieuwe woningen, batterijopslag, biogasinstallaties en transportcorridors brengen kansen maar ook veiligheidsuitdagingen. Door vroegtijdig te adviseren over ruimtelijke keuzes en veiligheidsafstanden draagt ODVeluwe bij aan verantwoorde woningbouw, een veilig ondernemersklimaat en duurzame energieinitiatieven die passen binnen de leefomgeving. Samenwerking met de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) en gemeenten is daarbij cruciaal om risico’s integraal te beoordelen en goed te communiceren met inwoners. Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie voor externe veiligheid 11
Nummer 4.1.1. 4.1.2. 4.1.3.
Doelstelling Het borgen van de omgevingsveiligheid bij de ruimtelijke ontwikkeling. Het borgen van de omgevingsveiligheid op het niveau van individuele bedrijven en milieubelastende activiteiten. Het voorkomen van het ontstaan van nieuwe risico’s door de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie.
Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026 De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van externe veiligheid is als volgt: 1. Voorkomen van nieuwe veiligheidsrisico’s bij ruimtelijke en technologische ontwikkelingen. Bij vergunningverlening en planvorming worden risico’s van gebruik, opslag en transport van gevaarlijke stoffen structureel meegewogen, zodat nieuwe initiatieven niet leiden tot onaanvaardbare risico’s voor inwoners of milieu. Nieuwe risico’s van de energietransitie – zoals batterijopslag, biogas, waterstof en ammoniak – zijn in beeld gebracht en tijdig betrokken bij toezicht en vergunningverlening. 2. Volledig en actueel inzicht in risicobronnen. Het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV) is in 2030 volledig geactualiseerd en vormt een betrouwbaar informatieinstrument voor gemeenten, provincie en de Veiligheidsregio Noord- en OostGelderland (VNOG) bij ruimtelijke afwegingen en bestuurlijke besluitvorming. 3. Hoge naleving van veiligheidsvoorschriften bij bedrijven. Bedrijven met risicovolle activiteiten voldoen de actuele veiligheidsvoorschriften en beschikken over up-to-date vergunningen en noodvoorzieningen. De naleving stijgt op termijn naar minimaal 85%, mede door gericht toezicht en handhaving conform de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO).
Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat dat die inzet moet opleveren als volgt. Programma
Inzet en activiteiten 2026
Beoogd resultaat
Vergunningverlening
• Toetsing van vergunningverzoeken bij risicovolle bedrijven (zoals chemie, opslag gevaarlijke stoffen, biogas- en waterstofinstallaties). • Actualisatie van vergunningen om te voldoen aan de actuele veiligheidsvoorschriften uit het Bal en het Bkl. • Integrale beoordeling van nieuwe initiatieven op cumulatie van veiligheidsrisico’s en nabijheid van kwetsbare functies. • Borgen van noodvoorzieningen, veiligheidsafstanden en risicocommunicatie in vergunningen. • Cyclisch toezicht op risicovolle bedrijven in samenwerking met veiligheidsregio en waterschap. • Aspectcontroles gericht op gebruik, opslag en transport van gevaarlijke stoffen, brandveiligheid en noodvoorzieningen. • Handhaving bij overtredingen van veiligheidsvoorschriften conform de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). • Beoordelen en opvolgen van incidentmeldingen binnen 24 uur.
• Bedrijven met risicovolle activiteiten beschikken over actuele vergunningen die voldoen aan de laatste veiligheidseisen. • Nieuwe ontwikkelingen leiden niet tot onaanvaardbare risico’s voor inwoners of milieu. • Vergunningverlening draagt bij aan een voorspelbare, veilige en transparante bedrijfsvoering.
Toezicht en Handhaving
• Veiligheidsrisico’s zijn beter beheerst; naleefgedrag stijgt op termijn naar minimaal 85 %. • Incidenten worden sneller opgespoord en adequaat opgevolgd. • Betere afstemming tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving.
12
Advies
Projecten en Programma’s
• Adviseren van gemeenten over externe veiligheid bij omgevingsplannen, woningbouw, bedrijventerreinen en energieprojecten. • Beoordeling van veiligheidscontouren en aandachtsgebieden (zoals bij spoor, wegen, pijpleidingen en andere risicovolle activiteiten). • Inbrengen van expertise over ruimtelijke inpassing bij beleidsontwikkeling. • Beheer en actualisatie van het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV). • Kennisdeling en kennisontwikkeling met Veiligheidsregio Noord- en OostGelderland (VNOG), andere Gelderse OD’s, gemeenten en provincie.
• Gemeenten beschikken over goed onderbouwde adviezen voor veilige ruimtelijke keuzes. • Nieuwe risico’s worden tijdig herkend en betrokken bij planvorming. • Veiligheidsafstanden en risicocontouren zijn structureel meegenomen in planvorming. • Integrale afweging tussen veiligheid, ruimtelijke kwaliteit en energietransitie. • Er is een volgende stap gezet in de actualisering van het REV; gemeenten en provincie beschikken eind 2026 over meer betrouwbare veiligheidsinformatie. • Verbeterde samenwerking in de veiligheidsketen en beter risicobewustzijn binnen de regio.
Monitor De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op:
• • •
het percentage risicovolle bedrijven met actuele vergunning en REV-registratie; het aantal nieuwe ruimtelijke plannen waarbij externe veiligheid is meegewogen; het aantal interne adviezen over externe veiligheid.
Doorkijk 2027-2028 De komende jaren zal de aandacht voor externe veiligheid verder toenemen, mede door de opkomst van nieuwe energiedragers (waterstof, batterijen, ammoniak) en de groei van energiehubs en logistieke knooppunten in de regio. Tegelijk wordt gewerkt aan actualisatie van landelijke normen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor ODVeluwe betekent dit dat kennis over nieuwe risico’s wordt verdiept en de samenwerking met VNOG, provincie en gemeenten verder wordt uitgebouwd. Ook wordt gewerkt aan het verbeteren van gegevenskwaliteit in het REV, zodat veiligheidsinformatie sneller beschikbaar is voor planvorming en toezicht. De nadruk verschuift naar integraal veiligheidsmanagement, waarin ruimtelijke ontwikkeling, energietransitie en omgevingsveiligheid hand in hand gaan.
3.2 Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) Binnen het werkgebied van ODVeluwe bevinden zich verschillende industriële bedrijven die met chemische grondstoffen werken, waaronder de voedingsmiddelen-, metaal- en papierverwerkende industrie. Bij deze bedrijven kunnen Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) vrijkomen die risico’s opleveren voor mens, milieu en waterkwaliteit. Dat wil zeggen via de lucht, afvalwater en afvalstromen. ZZS kan ook aanwezig zijn in sloopafval, waarvan de bekendste ZZS. Dat betekent dat op hun beurt ook afvalverwerkende bedrijven met ZZS te maken krijgen en dat ZZS kan voorkomen in secundaire grondstoffen. Het streven is dat ZZS zoveel mogelijk uit de leefomgeving worden geweerd. ODVeluwe zet in op het terugdringen van deze emissies door actualisering van vergunningen, bedrijven houden aan de informatieplicht, het beoordelen van vermijdings- en reductieplannen en door gerichte toezichtprojecten. Door ZZS te beperken ontstaat ruimte voor verantwoord hergebruik van materialen en circulair bouwen zonder schadelijke stoffen, een verantwoorde herontwikkeling 13
van bedrijfsterreinen en woningbouwlocaties en wordt bijgedragen aan een vitaal ondernemersklimaat, waarin innovatie en veiligheid hand in hand gaan. Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie voor de aanpak van ZZS Nummer 4.1.1. 4.1.2. 4.1.3.
Doelstelling Het borgen van de omgevingsveiligheid bij de ruimtelijke ontwikkeling. Het borgen van de omgevingsveiligheid op het niveau van individuele bedrijven en milieubelastende activiteiten. Het voorkomen van het ontstaan van nieuwe risico’s door de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie.
Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026 De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van ZZS is als volgt: 1. Beter inzicht in ZZS-emissies binnen de regio. Eind 2026 beschikt ODVeluwe over een eerste meer systematisch beeld van de mogelijke emissies van ZZS bij producenten en afvalverwerkende bedrijven. In het bijzonder op locaties waar deze in de nabijheid van woningen of gevoelige functies voorkomen. Hiervoor wordt samengewerkt met de GGD en andere omgevingsdiensten. Dit inzicht vormt de basis voor verdere prioritering in toezicht en vergunningverlening. 2. Uitvoering van een pilot gericht op ZZS-emissies en naleefgedrag. In 2026 wordt een eerste toezichtproject uitgevoerd waarin emissies bij geselecteerde bedrijven worden geïnventariseerd en beoordeeld. De pilot levert kennis op over de feitelijke emissies, de handhaafbaarheid van de minimalisatieplicht en de wijze waarop toezicht op ZZSemissies kan worden versterkt. 3. Toetsing van informatieplicht en minimalisatieplannen. In de reguliere uitvoering toetst ODVeluwe of bedrijven voldoen aan hun vijfjaarlijkse informatieplicht en of vermijdings- en reductieplannen voldoen aan de minimalisatieplicht. 4. Verbetering van handhaafbaarheid en kennisdeling.
In samenwerking met andere omgevingsdiensten en landelijke partners wordt gewerkt aan verbetering van de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van het ZZS-beleid. Bevindingen uit de praktijk worden gedeeld en verwerkt in landelijke kennisprogramma’s. Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat daarvan als volgt.
Programma
Inzet en activiteiten 2026
Beoogd resultaat
Vergunningverlening
• Verwerken van bevindingen uit rapportages en vermijdings- en reductieplannen in vergunningen. • Nadrukkelijk aandacht voor ZZSemissies en de minimalisatieplicht bij het actualiseren van vergunningen. • Beoordelen van emissiearme technieken en opnemen van passende voorschriften. • Het in ODNL-verband verkennen van de noodzaak en mogelijkheden van de
• Vergunningen bevatten actuele voorschriften waarmee emissies van ZZS worden beperkt tot het laagst haalbare niveau. • Bedrijven voldoen aan de informatieplicht en de minimalisatieplicht. • Nieuwe initiatieven dragen bij aan een circulaire en schone economie zonder ZZS-uitstoot. • Voorkomen van hoge kosten voor gemeenten als een afvalverwe nog afvalstoffen met een negatieve restwaarde resteren op het terrein.
14
Toezicht en Handhaving
Advies
Projecten en Programma’s
inzet van het instrument financiële zekerheidstelling3. • Inventariseren van bedrijven die onder artikelen 5.23 en 5.24 van het Bal vallen. • Opvragen en beoordelen van vijfjaarlijkse rapportages over ZZSemissies. • Toetsen van vermijdings- en reductieplannen en beoordelen van naleving van de minimalisatieplicht. • Uitvoeren van aspectcontroles bij bedrijven waar ZZS-emissies worden verwacht. • Handhavend optreden bij overtredingen of onvoldoende naleving van de informatieplicht. • Adviseren van gemeenten en provincie over trends, risico’s en emissiebronnen van ZZS. • Ondersteunen bij beleidsontwikkeling rond circulaire economie en chemische veiligheid. • Inbrengen van ZZS-kennis bij omgevingsplannen, gebiedsontwikkeling en vergunningverlening. • Kennisdeling met andere omgevingsdiensten en GGD over gezondheidseffecten van ZZS. • Uitvoeren van een pilotproject voor toezicht op ZZS-emissies in samenwerking met andere omgevingsdiensten. • Opstellen van een regionale risicoanalyse op basis van verzamelde data uit toezicht en vergunningverlening. • Kennisontwikkeling over handhaafbaarheid en monitoring van ZZS. • Rapporteren van trends en resultaten richting gemeenten, provincie en landelijke programma’s.
• Inzicht in aard en omvang van ZZSemissies binnen het werkgebied. • Bedrijven passen de minimalisatieplicht aantoonbaar toe en reduceren emissies. • Nieuwe ZZS-lozingen worden waar mogelijk voorkomen, in geval beperkt en bestaande emissies verlaagd. • Betere registratie van toezicht- en handhavingsresultaten, voor inzicht in naleefgedrag en risicogestuurd toezicht.
• Gemeenten en provincie beschikken over actueel inzicht in ZZS-risico’s en kunnen beleid hierop afstemmen. • Kennis en ervaring binnen de regio worden gedeeld, wat leidt tot uniforme aanpak. • Beleidsmatige borging van de ZZSaanpak binnen regionale programma’s.
• ODVeluwe beschikt over een eerste aanzet voor risicokaart van bedrijven met ZZS-emissies. • Verbeterde samenwerking en kennisdeling binnen het Gelders Stelsel en landelijk netwerk. • Steviger basis voor structurele reductie van ZZS-emissies in de regio Veluwe.
Monitor De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op:
• • •
Aantal bedrijven dat onder de vijfjaarlijkse informatieplicht valt. Aantal ingediende en beoordeelde vermijdings- en reductieplannen. Aantal vergunningen waarin ZZS-voorschriften zijn opgenomen.
Doorkijk 2027-2028
3
Financiële zekerheidstelling is de bevoegdheid om bij bepaalde categorieën van bedrijven in de vergunning op te nemen dat een bedrijf een
financiële zekerheid moet stellen die buiten een eventuele faillissementsboedel moet blijven. Bedoeld om eventuele kosten die door het bevoegd gezag moeten worden gemaakt om afvalstoffen met een negatieve restwaarde die zijn achtergebleven af te voeren en te verwerken.
15
De komende jaren wordt verdere aanscherping van de regelgeving rond Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) verwacht, in lijn met het Europese Chemicals Strategy for Sustainability en de nationale aanpak ZZS. Nieuwe stoffen zullen aan de lijst worden toegevoegd en de eisen voor registratie, monitoring en minimalisatie worden uitgebreid. Ook neemt de aandacht toe voor ZZS in bouwmaterialen en circulaire ketens, om veilig hergebruik van grondstoffen mogelijk te maken. Voor ODVeluwe betekent dit meer nadruk op actualisatie van vergunningen, toetsing van minimalisatieplannen en samenwerking met bedrijven en gemeenten om vervanging door veilige alternatieven te stimuleren. En mogelijk een adviesrol waar het gaat om het circulair bouwen en het vermijden van ZZS in secundaire bouwmaterialen.
3.3 Asbest Asbest vormt nog altijd een risico voor de volksgezondheid, vooral bij sloop en herontwikkeling van gebouwen en terreinen. ODVeluwe ziet toe op zorgvuldige sanering en handhaaft bij overtredingen om blootstelling te beperken. Het toezicht op en de handhaving van asbestverwijdering draagt bij aan een veilige milieu en een gezonde werk- en leefomgeving. Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie in relatie tot asbest. Nummer 4.1.1. 4.1.2. 4.1.3.
Doelstelling Het borgen van de omgevingsveiligheid bij de ruimtelijke ontwikkeling. Het borgen van de omgevingsveiligheid op het niveau van individuele bedrijven en milieubelastende activiteiten. Het voorkomen van het ontstaan van nieuwe risico’s door de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie.
Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026 De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van asbest is als volgt: 1. Beperken van gezondheidsrisico’s door blootstelling aan asbestvezels. ODVeluwe ziet in 2026 toe op zorgvuldige sanering en veilige verwijdering van asbest, met nadruk op sloop en herontwikkeling van agrarische en stedelijke bebouwing. Blootstelling aan asbest in woon- en werkomgeving wordt daarmee zoveel mogelijk voorkomen. 2. Snelle opsporing van illegale saneringen. Via risicogestuurd toezicht, veldcontroles en projecten zoals het containerproject en inspecties bij tussenopslaglocaties worden illegale sloopactiviteiten en niet-gemelde saneringen eerder opgespoord en beëindigd. 3. Behoud goede naleving van regelgeving door gecertificeerde bedrijven. Saneringsbedrijven en uitvoerders voldoen aan de geldende veiligheids- en certificeringsnormen. Het streven is om uiteindelijk tot een naleefgedrag van minimaal 85 % te komen door gerichte controles en handhaving. 4. Verbeteren van naleefgedrag van regelgeving bij particulieren en aannemersbedrijven. De meeste handhavingszaken zijn gericht op sloopactiviteiten door particulieren en aannemings- en klusbedrijven. Door voorlichting, toezicht en handhaving wordt het naleefgedrag verbeterd. Doelstelling om ook bij hen op termijn op een naleefgedrag van 85% te komen.
Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat daarvan als volgt. Programma
Inzet en activiteiten 2026
Beoogd resultaat
Vergunningverlening Toezicht en Handhaving
• n.v.t. • Beoordelen van alle sloopmeldingen waarin asbestinventarisaties zijn opgenomen.
• n.v.t. • Meldingen zijn zorgvuldig beoordeeld op asbestrisico’s en sloopveiligheid.
16
Advies
Projecten en Programma’s
• Opnemen van voorschriften over veilige asbestsanering bij vergunningverlening. • Integreren van asbestaspecten in ruimtelijke plannen en herontwikkelingslocaties (woningbouw, bedrijventerreinen). • Risicogestuurd toezicht op sloop en asbestsaneringen. • Controle op naleving bij gecertificeerde saneringsbedrijven, aannemers en particulieren. • Opsporen en handhaven bij illegale sloop en niet-gemelde asbestverwijderingen. • Toezicht op tussenopslag en afvoer van asbesthoudend materiaal (o.a. containerproject, veldcontroles). • Adviseren van gemeenten over omgang met asbest bij herontwikkeling en gebiedsvernieuwing. • Ondersteunen bij het actualiseren van beleid en procedures voor veilige sanering. • Kennisdeling over nieuwe Europese regelgeving en meetmethoden. • Stimuleren en initiëren van actieve communicatie en voorlichting naar burgers en bedrijven over asbestverwijdering. • Samenwerking met provincie, waterschappen en politie bij de aanpak van overtredingen in het buitengebied. • Evalueren van toezichtresultaten om prioriteiten te stellen voor 2027– 2028. • Asbestdakenproject om particulieren te stimuleren hun golfplaten asbestdak te verwijderen • Voorlichtingscampagne in samenwerking met gemeenten om kennis over sloop en asbestregels te vergroten.
• Veilig slopen en saneren van asbest wordt geborgd door zorgvuldig toetsen van meldingen. • Blootstelling aan asbestvezels in de leefomgeving wordt beperkt. • Illegale sloop en asbestverwijdering worden tijdig opgespoord en beëindigd. • Naleving van regels voor veilige sanering is op termijn minimaal 85 %. • Betere registratie van toezicht- en handhavingsresultaten, voor inzicht in naleefgedrag en risicogestuurd toezicht. Ook ten behoeve van een goede evaluatie.
• Gemeenten beschikken over actuele kennis en adviezen voor veilige omgang met asbest. • Asbestbeleid is afgestemd op nieuwe wet- en regelgeving. • Betere publieksvoorlichting en minder onbewuste overtredingen.
• ODVeluwe beschikt over actueel inzicht in risicolocaties en trends in illegale saneringen. • Verbeterde samenwerking en gegevensuitwisseling met ketenpartners. • Vermindering van incidenten en toename van meldingsbereidheid bij bedrijven en burgers.
Monitoring De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op:
• • •
Aantal afgedane sloopmeldingen en beoordeelde inventarisatierapporten. Aantal uitgevoerde controles en verhouding met geconstateerde overtredingen. Aantal opgespoorde en beëindigde illegale saneringen.
Doorkijk 2027-2028 In 2027–2028 wordt een ingrijpende wijziging van de asbestregelgeving verwacht door implementatie van de nieuwe Europese richtlijn. De nationale wetgeving zal strengere blootstellingsnormen, uitgebreidere certificerings- en vergunningseisen en verbeterde meetmethoden voorschrijven. ODVeluwe is vertegenwoordigd bij ODNL via Tactische Kamer en Werkkamer Asbest, denkt en spreekt via dit kanaal mee over de invoering van deze wetgeving en koppeling naar toezicht en handhaving.
17
3.4 Ondermijning en milieucriminaliteit Milieucriminaliteit en ondermijning tasten de leefbaarheid, veiligheid en rechtvaardigheid in de regio aan. Illegale afvalstromen, mestfraude of lozingen veroorzaken milieuschade en oneerlijke concurrentie. ODVeluwe werkt samen met gemeenten, politie, OM en waterschappen om signalen vroeg te herkennen en effectief op te treden. Daarmee bevordert de dienst een veilig en betrouwbaar ondernemersklimaat, beschermt zij de kwaliteit van natuur- en recreatiegebieden tegen illegale activiteiten en draagt ze bij aan de integriteit van de landbouwsector. Een weerbare regio, vrij van ondermijning, vormt bovendien de basis voor duurzame investeringen in wonen, werken en recreatie. Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie voor de aanpak van ondermijning en milieucriminaliteit Nummer 4.1.4a 4.1.4b 4.1.4c
Doelstelling Vroegsignalering van mogelijk ondermijnende activiteiten Een effectieve samenwerking tussen de bestuurlijke en strafrechtelijke partners bij de aanpak van milieucriminaliteit Een weerbare regio zijn tegen ondermijning; het niet onbedoeld faciliteren van criminelen door het hen verlenen van vergunningen.
Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026 De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van milieucriminaliteit en ondermijning is als volgt:
1. Versterking van de informatiepositie en vroegsignalering van milieucriminaliteit. ODVeluwe ontwikkelt in 2026 haar “oor- en oogfunctie” verder door signalen van illegale activiteiten (zoals afvalstromen, mestfraude, illegale lozingen en sloop) beter te registreren, te duiden en te delen. De informatiepositie binnen de organisatie en met ketenpartners (politie, OM, RIEC, ILT, andere OD’s) wordt structureel verbeterd. Hierdoor kunnen signalen eerder worden opgepakt door partners (gemeente, politie, etc.). 2. Vergroten van de weerbaarheid en voorkomen van het onbedoeld faciliteren van criminelen. Medewerkers worden getraind om signalen van ondermijning te herkennen en veilig te melden. Stimuleren van de inzet van Bibob bij vergunningverzoeken door bedrijven en sectoren die gevoelig zijn voor ondermijning, zoals afvalverwerking, transport en grondstoffenhandel. Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat daarvan als volgt. Programma
Inzet en activiteiten 2026
Beoogd resultaat
Vergunningverlening
• ODVeluwe informeert gemeenten als er sprake is van een vergunningverzoek dat valt binnen een categorie in het door de gemeente vastgesteld Bibobbeleid. • Prioritering in de risicoanalyse mede op basis van het risicoprofiel van branches en locaties waar het gaat om milieucriminaliteit (onderdeel risicoanalyse). • Signaleren en doorgeven van mogelijke ondermijningsactiviteiten aan politie, OM en gemeenten. • Stimuleren van de harmonisatie en waar nodig actualisatie (m.b.t. voor ondermijning gevoelige branches met MNA’s, waaronder afvalverwerkende bedrijven) van het Bibob-beleid en het
• Voorkomen dat criminelen onbedoeld worden gefaciliteerd door het hen verstrekken van een vergunning.
Toezicht en Handhaving
Advies
• •
Vroegtijdige herkenning van ondermijnende en criminele activiteiten. Verbeterd regionaal informatiebeeld en vroegsignalering van criminele patronen.
• Vergroten regionale bestuurlijke weerbaarheid tegen criminele beïnvloeding.
18
Projecten en Programma’s
gebruik van het instrument binnen de regio. • Delen van kennis en signalen in bestuurlijke overleggen en veiligheidsoverleggen. • Op basis van lokale of provinciale behoefte en maatwerkafspraken uitvoering van thematische integrale controles op bedrijventerreinen. Vanuit het provinciale programma Samen sterk in Gelderland (SSiG) is het regiocoördinatorschap voor de Gelderse regio’s belegd bij ODVeluwe en vanuit die rol worden integrale controles geïnitieerd die gericht zijn op het buitengebied en natuurgebieden.
• Sterkere ketensamenwerking in de aanpak van milieucriminaliteit. • Vergrote effectiviteit van gezamenlijke controles en interventies.
Monitoring De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op:
• • • •
Aantal keren dat een gemeente is geïnformeerd over een vergunningaanvraag door een bedrijf uit een voor ondermijning gevoelige branche; Aantal naar aanleiding daarvan uitgevoerde Bibob-onderzoeken door gemeenten; Aantal signalen van ondermijning dat is doorgegeven aan gemeenten en ketenpartners. Aantal integrale controles en samenwerkingsacties waar ODVeluwe aan deelneemt.
Doorkijk 2027-2028 De aanpak van milieucriminaliteit en ondermijning blijft de komende jaren een groeiend aandachtspunt, vooral in het buitengebied en op bedrijventerreinen. Landelijk wordt gewerkt aan een versterking van de integrale toezicht- en handhavingsketen, met betere informatieuitwisseling tussen omgevingsdiensten, politie, ILT en het Openbaar Ministerie. Voor ODVeluwe betekent dit een nadrukkelijkere rol in signalering en gegevensdeling. Extra aandacht gaat uit naar illegale afvalstromen, mestfraude en misbruik van leegstaande panden, die ook invloed hebben op natuur, landbouw en het ondernemersklimaat.
19
4 Samen werken aan een gezonde leefomgeving Een gezonde leefomgeving is een basisvoorwaarde voor het welzijn van inwoners, de vitaliteit van bedrijven en de aantrekkelijkheid van de Veluwe als woon- en recreatieregio. De kwaliteit van lucht, bodem, water en geluid bepaalt in hoge mate hoe prettig en veilig mensen wonen, werken en recreëren. ODVeluwe levert hieraan een directe bijdrage via vergunningverlening, toezicht en advisering, met bijzondere aandacht voor bodem- en grondwaterbescherming, geluid, en luchtkwaliteit en geurhinder. De aandacht voor bodem- en grondwaterbescherming is van belang omdat een schone bodem en goed grondwater essentieel zijn voor drinkwaterwinning, landbouw en natuur. Door verontreiniging te voorkomen bij bedrijven, tankstations en agrarische activiteiten, werkt ODVeluwe aan een duurzame basis voor landbouwtransitie en klimaatbestendig waterbeheer. Geluid is een van de meest ervaren vormen van milieuhinder. Een goede balans tussen bedrijvigheid en leefkwaliteit is daarom cruciaal. ODVeluwe ondersteunt gemeenten bij het beheersen van geluidsbelasting, onder meer bij woningbouw, bedrijventerreinen en evenementen. Zo draagt de dienst bij aan gezonde en aantrekkelijke woon- en recreatiegebieden. Een derde aandachtsveld is luchtkwaliteit en geurhinder, die rechtstreeks invloed hebben op de gezondheid van inwoners.
Door emissies van verkeer, industrie en landbouw te beperken en structureel samen te werken met GGD, waterschappen en gemeenten, levert ODVeluwe een bijdrage aan gezondere woonomgevingen, duurzame mobiliteit en een schoon ondernemersklimaat.
4.1 Bodem- en grondwaterbescherming Een schone bodem en gezond grondwater zijn essentieel voor een veilige en duurzame leefomgeving. Verontreinigingen hebben vaak een langdurige impact op drinkwater, natuur en gezondheid. Steeds nadrukkelijker geldt daarbij het principe dat water en bodem richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Een veerkrachtige bodem en goed functionerend watersysteem vormen de basis voor een klimaatbestendige regio. OD Veluwe ondersteunt gemeenten bij het vertalen van deze uitgangspunten naar hun omgevingsvisies en plannen, en richt zich op het voorkomen van nieuwe verontreinigingen door toezicht bij risicovolle activiteiten en het actualiseren van vergunningen. Deze inzet beschermt de drinkwaterbronnen, ondersteunt de landbouwtransitie en maakt duurzame woningbouw en gebiedsontwikkeling mogelijk. Een schone bodem vormt zo de basis voor gezonde natuur en recreatie op de Veluwe. Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie in relatie tot bodem- en grondwaterbescherming Nummer 4.2.1 4.2.2. 4.2.3.
4.2.4
Doelstelling Gezondheid en leefomgevingskwaliteit structureel meenemen in het omgevingsplan, de ruimtelijke ontwikkeling, beleid en inrichting van de openbare ruimte. Voldoende inzicht hebben in de druk op de gezondheid in de leefomgeving. Bedrijven voldoen minimaal aan de gezondheidseisen die in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het omgevingsplan van een gemeente zijn gesteld. Meer specifiek waar het gaat om geur, geluid, luchtkwaliteit, (de emissie van) zeer zorgwekkende stoffen, bodem en water. De ‘hotspots’ met structurele gezondheidsrisico’s en/of waar de leefbaarheid onder druk staat worden aangepakt.
20
Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026 De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van bodem- en grondwaterbescherming is als volgt:
1. Beter inzicht in de bodem- en grondwatersituatie binnen het werkgebied van ODVeluwe, met een inventarisatie van de belangrijkste risicolocaties en bodembedreigende activiteiten. Dit vormt de basis voor een meer risicogestuurde inzet van vergunningverlening, toezicht en handhaving. 2. Structurele borging van bodem- en grondwaterbescherming in beleid en uitvoering door actualisatie van vergunningen met bodembeschermende voorschriften en samenwerking met waterschappen, provincie en drinkwaterbedrijven in grondwaterbeschermingsgebieden. 3. Goed naleefgedrag bij bedrijven met bodembedreigende activiteiten; op termijn voldoet minimaal 85 % aan de voorschriften uit vergunningen en het Bal. Daarmee worden nieuwe bodemverontreinigingen grotendeels voorkomen en bestaande risico’s beheerst. Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat daarvan als volgt. Programma
Inzet en activiteiten 2026
Beoogd resultaat
Vergunningverlening
• Nadrukkelijk aandacht voor bodembedreigende activitieten bij het actualiseren van vergunningen (o.a. tankstations, metaal- en agrarische bedrijven). • Opnemen van bodembeschermende maatregelen en voorschriften conform BBT en het Bal. • Toetsen van nieuwe initiatieven op risico’s voor bodem en grondwater, met bijzondere aandacht voor locaties nabij grondwaterbeschermingsgebieden. • Risicogestuurd toezicht bij bedrijven met opslag, overslag of gebruik van vloeistoffen en chemicaliën. • Gerichte controles bij tankstations, metaalbedrijven en agrarische bedrijven op naleving van bodembeschermende voorschriften. • Handhaving bij overtredingen die risico’s opleveren voor bodem of grondwater. • Samenwerking met provincie, waterschap en drinkwaterbedrijven bij signalering van incidenten. • Adviseren van gemeenten bij omgevingsplannen, gebiedsontwikkelingen en omgevingsvergunningen over bodem en grondwater. • Ondersteuning bij beleidsontwikkeling over grondwaterbeschermingsgebieden en bodemsanering. • Inbrengen van kennis over bodemkwaliteit bij woningbouwlocaties, herontwikkelingen en agrarische initiatieven.
• Vergunningen bevatten actuele voorschriften die bodemverontreiniging voorkomen. • Nieuwe ontwikkelingen leiden niet tot extra risico’s voor bodem of grondwater. • Bodem- en grondwaterbescherming is structureel geborgd in de vergunningverlening.
Toezicht en Handhaving
Advies
• Nieuwe bodemverontreinigingen worden voorkomen. • Naleefgedrag stijgt op termijn naar minimaal 85 %. • Betere bescherming van kwetsbare grondwatergebieden en drinkwaterbronnen.
• Bodem- en grondwaterthema’s worden structureel meegenomen in planvorming. • Gemeenten beschikken over actuele en uitvoerbare adviezen voor duurzaam bodembeheer. • Betere koppeling tussen beleid, vergunningverlening en uitvoering.
21
Projecten en Programma’s
• Uitvoeren van toezichtprojecten gericht op verbetering van naleefgedrag bij bodembedreigende bedrijven. • Opzetten van een regionale inventarisatie van risico’s in grondwaterbeschermingsgebieden (in samenwerking met waterschappen en provincie). • Ontwikkelen van kennis- en opleidingsprogramma’s voor toezichthouders over bodembescherming. • Integratie van bodem- en grondwaterthema’s in gebiedsgerichte projecten rond landbouwtransitie en klimaatadaptatie.
• Verbeterd inzicht in bodembedreigende activiteiten en risico’s in de regio. • Betere samenwerking tussen ODVeluwe, gemeenten, waterschappen en provincie. • Bodem- en grondwaterbescherming stevig verankerd in regionale programma’s en beleid.
Monitor De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op:
• • •
Aantal uitgevoerde bodemcontroles en geconstateerde overtredingen. Aantal vergunningen en maatwerkvoorschriften waarin bodem- en grondwaterbescherming is opgenomen. Aantal meldingen en incidenten uit grondwaterbeschermingsgebieden.
Doorkijk 2027-2028 De komende jaren krijgt bodem- en grondwaterbescherming een steviger plaats binnen de uitvoering van de Omgevingswet en de Europese Kaderrichtlijn Water. Provincies en waterschappen scherpen hun normen aan voor grondwaterbeschermingsgebieden en bodembedreigende activiteiten. Voor ODVeluwe betekent dit meer nadruk op samenwerking met deze partners en het verder ontwikkelen van risicogestuurd toezicht bij bedrijven die met vloeistoffen of chemicaliën werken. Ook de toename van klimaatadaptieve maatregelen, zoals infiltratie en hergebruik van hemelwater, vraagt om aandacht voor bodemkwaliteit. Zo groeit het thema uit tot een belangrijke schakel tussen gezondheid, waterkwaliteit en duurzame gebiedsontwikkeling. Daarnaast zal ook de nieuwe Richtlijn Bodemmonitoring een rol gaan spelen bij het verbeteren van de veerkracht van de bodem en zorgen voor een beter beheer van verontreinigde locaties. Die zal ook zijn doorwerking (moeten) hebben in de omgevingsplannen.
4.2 Geluidoverlast Geluidsoverlast is een van de meest ervaren vormen van milieuhinder en heeft directe invloed op de gezondheid en leefkwaliteit van inwoners. ODVeluwe zet in op het beperken van geluidsoverschrijdingen door bedrijven en bij evenementen, en adviseert gemeenten bij ruimtelijke plannen over een goede balans tussen bedrijvigheid en woonkwaliteit. De uitvoering van het Basisgeluidemissieproject (BGE) helpt gemeenten om gebiedsgericht inzicht te krijgen in cumulatie van geluidbronnen. Door geluid beter te beheersen wordt een gezonde leefomgeving bevorderd, komt er ruimte voor woningbouw op verantwoorde locaties, en wordt bijgedragen aan een aantrekkelijke en stille recreatieve regio waar inwoners en bezoekers prettig kunnen verblijven.
22
Relevante doelstellingen uit de U&H-strategie in relatie tot geluidhinder Nummer 4.2.1 4.2.2. 4.2.3.
4.2.4
Doelstelling Gezondheid en leefomgevingskwaliteit structureel meenemen in het omgevingsplan, de ruimtelijke ontwikkeling, beleid en inrichting van de openbare ruimte. Voldoende inzicht hebben van de druk op de gezondheid in de leefomgeving. Bedrijven voldoen minimaal aan de gezondheidseisen die in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het omgevingsplan van een gemeente zijn gesteld. Meer specifiek waar het gaat om geur, geluid, luchtkwaliteit, (de emissie van) zeer zorgwekkende stoffen, bodem en water. De ‘hotspots’ met structurele gezondheidsrisico’s en/of waar de leefbaarheid onder druk staat worden aangepakt.
Doelstelling, inzet en beoogde resultaten in 2026 De doelstelling van het uitvoeringsprogramma 2026 ten aanzien van geluidoverlast is als volgt:
1. Actueel en gebiedsdekkend inzicht in geluidbelasting. Met de uitvoering van het Basisgeluidemissieproject (BGE) en de actualisatie van verkeers- en bedrijvengeluidkaarten beschikken alle deelnemende gemeenten eind 2026 over een betrouwbaar overzicht van geluidbronnen en cumulatie. Dat vormt de basis voor nieuw geluidbeleid en gebiedsgerichte actieplannen. 2. Structurele borging van geluid in ruimtelijke plannen en vergunningen. Geluid wordt in 2026 standaard meegenomen in de beoordeling van nieuwe woningbouw- en herontwikkelingslocaties, bedrijventerreinen en evenementen. Daarmee ontstaat een evenwicht tussen economische ontwikkeling en gezondheid. 3. Beperking van geluidsoverschrijdingen en hinder in woon- en recreatiegebieden. ODVeluwe richt toezicht en vergunningverlening risicogericht in en pakt geluidsknelpunten aan bij bedrijven en evenementen. Hierdoor neemt de ervaren geluidhinder af en verbetert de leefkwaliteit in stedelijke en recreatieve kernen. Meer specifiek is de inzet van ODVeluwe en het resultaat dat die inzet moet opleveren als volgt. Programma
Inzet en activiteiten 2026
Vergunningverlening
• Beoordelen van geluidaspecten bij omgevingsvergunningen, meldingen en transformatielocaties. • Opstellen en actualiseren van maatwerkvoorschriften volgens Bal en BBT. • Integreren van cumulatieve geluidbelasting bij woningbouw en bedrijventerreinen. • Uitvoeren van geluidmetingen en aspectcontroles bij bedrijven. • Toezicht in horecagebieden en op locaties met structurele klachten (‘hotspots’). • Handhaving bij overschrijdingen van geluidnormen conform de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). • Analyse en opvolging van geluidklachten en meldingen.
Toezicht en Handhaving
Beoogd resultaat • Vergunningen zijn actueel en bevatten duidelijke, handhaafbare geluidvoorschriften. • Nieuwe initiatieven leiden niet tot extra hinder of gezondheidsrisico’s. • Bedrijven weten beter welke geluidsnormen gelden en hoe die worden toegepast. • Geluidsovertredingen en herhaalde klachten nemen af. • Naleefgedrag stijgt op termijn naar minimaal 85 %. • Geluidsoverlast door milieubelastende activiteiten in woon- en recreatiegebieden wordt verminderd.
23
Advies
Projecten en Programma’s
• Adviseren van gemeenten over geluid in omgevingsplannen, omgevingsvergunningen, woningbouwlocaties en evenementenbeleid. • Ondersteunen bij planologische afwegingen over zonering en cumulatie van geluidbronnen. • Inbrengen van gezondheidsaspecten bij ruimtelijke en economische ontwikkelingen. • Uitvoering van het Basisgeluidemissieproject (BGE) voor alle deelnemende gemeenten. • Opstellen van gezamenlijke verkeersmilieukaarten (inclusief cumulatie van bronnen). • Projectmatige aanpak van geluid in horecagebieden en stedelijke zones. • Analyse van gebiedsgegevens als basis voor toekomstige actieplannen in het kader van de Omgevingslawaairichtlijn.
• Geluid wordt structureel en vroegtijdig meegewogen in ruimtelijke plannen. • Gemeenten beschikken over goed onderbouwde adviezen voor beleid en besluitvorming. • Betere balans tussen bedrijvigheid en leefkwaliteit.
• Gemeenten beschikken eind 2026 over een volledig en actueel inzicht in geluidbronnen en cumulatie. • Basis gelegd voor gebiedsgerichte geluidactieplannen (2027–2028). • Beleids- en uitvoeringslijnen tussen gemeenten en ODVeluwe zijn beter op elkaar afgestemd.
Monitoring De monitoring van de uitvoering richt zich in 2026 op:
• • •
Aantal/patronen geluidklachten, aantal uitgevoerde controles naar aanleiding daarvan, uitgevoerde geluidmetingen, aantal/percentage overtredingen geluidnormen; Aantal vergunningen en plannen waarin geluidvoorschriften of -adviezen zijn opgenomen. Kwalitatieve terugkoppeling van trends en knelpunten (evaluatierapportage) richting gemeenten.
Doorkijk 2027-2028 Vanaf 2027 treedt de Europese Omgevingslawaairichtlijn in een nieuwe uitvoeringsfase, waardoor gemeenten en omgevingsdiensten meer verantwoordelijk worden voor gebiedsgerichte geluidskaarten en actieplannen. ODVeluwe bereidt zich hierop voor door de resultaten van het Basisgeluidemissieproject (BGE) verder te gebruiken bij vergunningverlening en toezicht. Daarnaast krijgt het thema trillingen meer aandacht, onder meer bij spoor- en industriële activiteiten. De nadruk verschuift van enkel normtoetsing naar integrale gebiedsgerichte afwegingen tussen geluid, gezondheid en ruimtelijke ontwikkeling. Daarmee ondersteunt ODVeluwe gemeenten bij verantwoorde woningbouw en stille recreatiegebieden met behoud van leefkwaliteit.