CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

Ter kennisname Koopstromen Oost-Nederland Hoofdrapport

Commissie Algemeen Bestuur 21 mei 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Koopstromenonderzoek.24.936 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Koopstromen detailhandel en horeca Oost-Nederland 2023

Binnenstad Nijmegen

Koopstromen Oost-Nederland 2023

Uitgave Ipsos I&O Zuiderval 70 7543 EZ Enschede Rapportnummer 2024/18 Datum februari 2024 Opdrachtgevers Provincie Drenthe Provincie Flevoland Provincie Gelderland Provincie Overijssel 82 gemeenten in deze provincies

Colofon

Begeleidingscommissie Vertegenwoordigers van: Provincie Drenthe Provincie Flevoland Provincie Gelderland Provincie Overijssel Gemeente Enschede Gemeente Hoogeveen Gemeente Lochem Gemeente Meppel Gemeente Nijmegen Gemeente Oldenzaal Gemeente Putten Auteurs Mark ten Hoopen (Goudappel) Ralf ten Hove (Ipsos I&O) Tim van Huffelen (Goudappel) Rutger Koop (BRO) Thijs Lenderink (Ipsos I&O) Robin van Lieshout (BRO) Copyright Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits u de bron duidelijk vermeldt.

2

Voorwoord Traditie

Koopstromenonderzoek biedt in Nederland al tientallen jaren informatie over consumentengedrag in de detailhandel. Waar koopt men wat? Wat vindt men van deze aankooplocaties? Dit onderzoek over 2023 is inmiddels de negende editie voor het onderzoeksgebied Oost-Nederland. Het vorige koopstromenonderzoek in OostNederland vond plaats in 2019. Ten opzichte van toen is het onderzoeksgebied vergroot en doen alle gemeenten mee in de provincies Drenthe, Overijssel, Gelderland en Flevoland. Uitzonderingen zijn de gemeenten in het Rivierenland in Gelderland en de gemeenten Almere en Lelystad in Flevoland. Deze zijn onderdeel van het onderzoeksgebied Randstad/ Noord-Brabant, dat nog in 2021 is onderzocht. Gemeenten en andere partijen gebruikten de resultaten voor ladderonderbouwingen/ distributieplanologisch onderzoek (DPO), voor dienstenrichtlijnonderbouwingen, voor beleids­ kaders, voor monitoring van beleid/instrumenten en voor lokale centrumvisies en actieplannen.

Verbreding: horeca en toerisme

Elk nieuw koopstromenonderzoek brengt verbetering en vernieuwing met zich mee. Ook deze editie. De basis blijft gelijk om trends te duiden.

We gebruiken de methodologie volgens het Afsprakenkader landelijke richtlijnen Koopstromen­ onderzoek van het IPO en de Retailagenda uit 2019. Nieuw is dat we dit keer ook de (kwantitatieve) bestedingsstromen in de horeca weergeven op lokaal niveau. Dit vergroot de toepassingsmogelijkheden van het onderzoek aanzienlijk. Bovendien is de toevloeiing dit keer veel breder ingericht. We kijken niet alleen naar toevloeiing op basis van het onderzoeksgebied en het randgebied, maar ook naar toeristisch verblijfstoerisme én dagtoerisme uit zowel binnen- als buitenland (Duitse bezoekers). Dit laatste baseren we voor het eerst op GPS-data (bewerkt door Perfect Place). Daarmee geeft dit onderzoek meer inzicht in de toeristische impact op bestedingen in winkelgebieden.

Dank

Dank aan de provincies Drenthe, Gelderland, Overijssel en Flevoland voor hun stimulerende en faciliterende rol. Zij en enkele gemeenten participeerden bovendien in de begeleidingscommissie van het onderzoek. Wij hopen dat het onderzoek bijdraagt aan beter onderbouwde beslissingen van (samenwerkende) overheden en andere belanghebbenden. Team KSO2023

Koopstromen KoopstromenOost-Nederland Oost-Nederland 2023 3

Conclusies en reflectie

■ Detailhandel en horeca in onzekere tijden

Sinds 2019 is het nodige gebeurd in de winkelgebieden. De coronacrisis heeft een forse impact gehad op de detailhandel en de horeca. Sommige ondernemers profiteerden, zoals supermarkten en versspeciaalzaken. Anderen kregen te maken met een fors oplopende schuldenlast, zoals winkels in kleding en de horecasector. Ondanks dat het aantal faillissementen de laatste jaren laag bleef, staan veel branches onder druk. De laatste twee jaar is in de meeste winkelbranches sprake van een daling van de volumeverkoop. Als gevolg van de hoge inflatie en het lage consumentenvertrouwen houden consumenten vaker de hand op de knip. Bovendien is de daling van de volumeverkopen sterker in de sectoren die geprofiteerd hebben van corona, zoals bouwmarkten, woonwinkels én webwinkels. De winkelomzet blijft redelijk op peil, maar dit beeld is vertekend door de hoge inflatie. De zorgen zijn nog niet voorbij. Met name de niet-dagelijkse detailhandel heeft te maken met forse (corona) schulden, hogere kosten en dalende volumes. Mogelijk leidt deze ‘perfect storm’ tot meerdere

bedrijfsbeëindiging. Voorbeelden hiervan zijn de ketens BCC en Perry Sport. Bovendien is een gebrek aan opvolging voor retailers een belangrijk zorgpunt. In de horeca is het beeld vooralsnog positiever. Ondanks de forse coronadip, opgebouwde schuldenlast en de stijgende kosten, nemen de volumeverkopen hier wel nog sterk toe. Dit past in het beeld van een veranderend consumentengedrag. Is eten en drinken het nieuwe winkelen? We zien een duidelijk onderscheid in leeftijdsgroepen: ouderen komen vaak nog doelgericht naar een (winkel)centrum, terwijl jongeren veel vaker voor een combinatie bezoek komen van verschillende functies waaronder een horecabezoek. ■ Leegstand daalde

Ondanks het feit dat het winkelaanbod onder druk staat, daalde de leegstand in Nederland. In Oost-Nederland is de leegstand de afgelopen jaren nóg sneller gedaald dan in Nederland gemiddeld, zowel op het totaal van de omvang van de leegstandsmeters (40% afname) als het aantal

panden (27% afname). Inmiddels is de leegstand in OostNederland vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde (het leegstandscijfer lag in Oost-Nederland traditioneel hoger). De daling van de leegstand heeft meerdere oorzaken. Veel winkelpanden zijn getransformeerd naar horeca, supermarkten betrekken vaak (leegstaande) panden om aan schaalvergroting te doen en ook binnen de detailhandel is nog steeds dynamiek. Specifiek voor Oost-Nederland is al jaren veel aandacht voor de leegstandsaanpak. Het concentratiebeleid in combinatie met gerichte acties en stimuleringsmaatregelen heeft duidelijk effect gehad. Er is veel geïnvesteerd in transformatie van winkelpanden naar wonen. We benadrukken dat er in Oost-Nederland nog steeds plekken zijn met hardnekkige structurele leegstand van vaak grootschalige panden en/of overdekte winkelcentra. De daling van de leegstand betekent niet dat er tijd is om achterover te leunen. Dezelfde energie en aandacht van de afgelopen jaren is ook voor de komende jaren nodig om leegstand blijvend aan te pakken.

Koopstromen KoopstromenOost-Nederland Oost-Nederland 2023 4

Online kooporiëntatie steeg maar lijkt wat te stabiliseren Uit de online kooporiëntatiecijfers in Oost-Nederland blijkt dat in vrijwel alle artikelgroepen in de detailhandel anno 2023 sprake is van een forse groei ten opzichte van 2019. Uitzondering zijn de artikelgroepen doe-hetzelf, tuinartikelen en media en hobby. Hier is sprake van stabilisatie. Niet gemeten tijdens dit onderzoek, maar wel waarschijnlijk, is dat de huidige online afvloeiing iets lager ligt dan in de coronajaren 2020 of 2021. Gemak en efficiëntie blijven belangrijke randvoorwaarden voor consumenten om ergens iets te kopen. Online voorziet daarin. Signalen uit de markt laten zien dan in veel gevallen een evenwicht ontstaat tussen fysiek en online. Dit betekent dat de groei van online zeker niet altijd ten koste gaat van de fysieke winkels, maar dit vaak versterkt (omnichannel).

en wijkcentra het over het algemeen bijzonder goed. Supermarkten investeren hier nog steeds veel, het niet-dagelijks winkelaanbod blijft vaak goed op peil en de leegstand is beperkt. In combinatie met een goede bereikbaarheid, betekent dit een aantrekkelijke aankooplocatie. De omzetten zijn hier de laatste jaren fors gestegen. In sommige situaties zijn ze zelfs reële alternatieve voor de binnensteden, met een ruim en divers winkel- én horeca aanbod. Denk aan winkelcentrum Kronenburg in Arnhem of winkelcentrum Zwolle-Zuid. Dit trekt met name de gezinnen met kinderen en ouderen aan. Naast de wijkcentra behouden in Oost-Nederland ook veel dorpscentra met een compleet boodschappencluster hun sterke positie. Vaak hebben deze naast supermarkten voldoende aantrekkingskracht met overige winkels en horeca.

 oodschappen doen en buurt- en wijkcentra B steeds populairder Aankooplocaties die zich focussen op frequent benodigde aankopen, zoals de dagelijkse boodschappen, blijven in marktaandeel winnen. In Oost-Nederland doen de buurt-

Uit de binding en toevloeiing aan horeca-aanbod, blijkt dat inwoners in gemeenten in Oost-Nederland redelijk sterk op het eigen aanbod georiënteerd zijn, ook als dit aanbod versnipperd aanwezig is. Lokale en unieke horeca trekt een sterk eigen publiek aan, zowel in kleine dorpen als in

■

■ Lokale horeca bedient inwoners

grote steden. Doelgericht bezoek is gebruikelijk, terwijl dit bij detailhandel veel minder het geval is. Hierdoor liggen de bindingscijfers in de horeca over het algemeen hoger dan bij de detailhandel. Alleen voor écht onderscheidende en unieke horeca is men bereid verder te reizen. Denk daarbij ook aan de combinatie winkelen en horeca in een grote binnenstad of horeca nabij toeristisch-recreatieve trekkers. ■ Grootste binnensteden blijven sterk,

middelgrote centra vragen nog steeds aandacht Uit de resultaten van het Koopstromenonderzoek blijkt dat de grootste centra in Oost-Nederland hun sterke positie behouden. Zowel in voorzieningenaanbod, verzorgingsgebied als in waarderingen waardoor de aantrekkingskracht groot blijft. Dit gaat om Nijmegen, Zwolle, Enschede, Arnhem, maar ook Deventer. Voor de categorie daaronder zijn de verschillen en uitdagingen groter. Een aantal middelgrote centra verliezen terrein ten opzichte van wijkcentra en omliggende kernen. Het zoeken naar een onderscheidend karakter en gerichte investeringen is nodig. Dit heeft bijvoorbeeld in centra als Hengelo en Emmen inmiddels tot een aantal plusjes geleid.

Koopstromen KoopstromenOost-Nederland Oost-Nederland 2023 5 ■ Grootschalige concentraties behouden stevige positie

De grootschalige winkelconcentraties zoals de meubelboulevards hebben een relatief sterke positie behouden. Vooral de IKEA-locaties kennen een enorme aantrekkingskracht (Duiven, Hengelo, Zwolle), maar ook andere grote concentraties van vaak woonwinkels en steeds vaker ook meer sport- en vrijetijdsvoorzieningen hebben een sterke positie. Zo heeft De Voorwaarts in Apeldoorn terrein gewonnen. Voor meer artikelgroepen kiezen consumenten voor deze locaties dan voorheen. Voor relatief kleine meubelclusters met een beperkte kritische massa staat de functie wel onder druk. Tot slot heeft Oost-Nederland een aantal opvallend grote solitaire modewinkels in dorpen, zoals in Enter en Wilp. Ook deze locaties behouden over het algemeen een sterke positie. ■ Grensoverschrijdende koopstromen namen toe

Grensoverschrijdende koopstromen zijn in met name de gemeenten nabij de Duitse grens van invloed op het koopgedrag. Ten opzichte van 2019 is de afvloeiing van detailhandelsbestedingen uit Nederland naar Duitsland bijna verdubbeld. Deze verdubbeling komt bijna volledig door de artikelgroep boodschappen. Het is bekend dat veel levensmiddelen en huishoudelijke artikelen veel goedkoper zijn in Duitsland. Met de forse inflatie is boodschappen doen in Duitsland voor Nederlanders nóg aantrekkelijker. Daar komt bij dat Nederlanders nabij de Duitse grens de boodschappen ook vaak combineren met goedkoop tanken. Andersom is ook sprake van forse koopstromen, namelijk Duitsers die in Nederland kopen. Aangezien in dit onderzoek geen enquêteonderzoek is gedaan onder Duitsers, maken we de vergelijking in bestedingen niet. Wel blijkt uit bezoekersinformatie

via GPS-data, dat met name de grensgemeenten een relatief hoog aandeel Duitse dagbezoekers hebben in het totaal aantal bezoekers. Dit is niet alleen in de grote binnensteden zichtbaar, zoals Enschede, maar ook in de kleinere aankooplocaties net aan de grens die vaak ook specifieke winkels hebben gericht op Duitse bezoekers. Denk aan de formule Medicamente die Grenze. ■ De consument is kritisch, doelgericht maar ook trouw

Het is al langer bekend dat de consument steeds kritischer is. Dit onderzoek laat zien dat de consument inmiddels nóg kritischer is dan in 2019. De koopstromen laten zien dat de binding in veel gevallen is gedaald en de toevloeiing is gestegen. Dit betekent dat consumenten verder reizen om dingen te kopen en zoeken naar makkelijke alternatieven zoals online. Aan de andere kant is, als we langdurig (meer dan 10 jaar) terugkijken in Oost-Nederland, ook een sterke mate van stabiliteit zichtbaar. Afstand, gemak en efficiëntie zijn nog steeds belangrijk en de marktpositie van de meeste winkelcentra verandert weinig. Als we inzoomen op de beoordeling van winkelgebieden is er over de gehele linie sprake van een lichte daling. Vooral de beoordeling van faciliteiten, bereikbaarheid per openbaar vervoer en aanbod van horeca is relatief achteruit­ gegaan. Wat betreft de horeca zit dit mogelijk in de daling van de waardering op gastvrijheid en prijs-kwaliteit, wat misschien samenhangt met het personeelstekort en de inflatie. Aanwezigheid van groen en parkeermogelijkheden auto zijn wel iets gestegen in beoordeling. Hoewel met name de grotere centra een lichte toename van de verblijfsduur laten zien, is het algemeen beeld toch dat mensen vooral doelgericht kopen en iets minder lang verblijven.

■ Aandacht voor verschillende vervoersmiddelen

Reistijd/afstand, gemak en efficiëntie zijn -zoals gezegdbelangrijke bezoekmotieven voor de consument, ongeacht het vervoersmiddel. De bezoekbeleving dient goed te zijn. De bereikbaarheid van een centrumgebied heeft daar veel invloed op. Fietsers en voetgangers komen gemiddeld het vaakst naar een centrum, vaak dichtbij, verblijven kort en besteden relatief minder per bezoek. Bezoekers met de auto komen minder vaak, wonen vaak verder weg, maar verblijven langer en besteden ook meer per bezoek. OV speelt over het algemeen een beperkte rol in het bezoek aan centrumgebieden in Oost-Nederland uitgezonderd enkele grote steden als Arnhem en Enschede. Het verschil in bezoekgedrag per type winkellocatie is groot, waardoor ook de verdeling naar vervoersmiddel grote verschillen kent. Investeren in een goede bereikbaarheid loont, zoals blijkt uit de rapportcijfers. Waarbij in elk centrum aandacht nodig is voor de voetganger en aantrekkelijke looproutes van en naar de bronpunten.

Inhoudsopgave Voorwoord. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2 Conclusies en reflectie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 1

Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

2

3

Inleiding. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17 Aanbod detailhandel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17 Aanbod horeca. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21 Leegstand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26 Verschuiving functiemix centra . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28 Werkgelegenheid detailhandel en horeca . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30

Koopstromen inwoners . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32 4.1 4.2 4.3

5

7

8

Inleiding. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32 Binding en afvloeiing detailhandel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32 Binding en afvloeiing horeca . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36

Koopstromen bezoekers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39 5.1 5.2 5.3

Inleiding. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39 Toevloeiing detailhandel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39 Toevloeiing horeca. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43

Inleiding. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55 Toevloeiing dagtoerisme . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55 Toevloeiing verblijfstoerisme . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56

Bezoekgedrag en beoordeling van gebieden . . . . . . . . . . 60 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6

9

Inleiding. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46 Marktaandelen detailhandel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46 Ontwikkeling marktaandelen detailhandel. . . . . . . . . . . . . . . . . . 49 Marktaandelen horeca. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52

Toevloeiing dag- en verblijfstoerisme. . . . . . . . . . . . . . . . . 55 7.1 7.2 7.3

Aanbod en werkgelegenheid. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

4

Inleiding. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 Bevolkings- en inkomensontwikkeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 Inflatie en consumentenvertrouwen

Marktaandeel van de winkelgebieden . . . . . . . . . . . . . . . . 46 6.1 6.2 6.3 6.4

8

Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 Onderzoeksgebied. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 Vergelijking met 2019 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 Koopstromen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 Sectoren en type winkelgebieden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10

Vraag. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 2.1 2.2 2.3

6

Inleiding. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60 Bezoekredenen en bezochte voorzieningen. . . . . . . . . . . . . . . . 60 Waardering winkelgebieden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 63 Waardering horeca. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66 Verblijfsduur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68 Combinatiebezoek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 69

Verdiepingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5

Inleiding. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73 Grensoverschrijdende koopstromen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73 Relatie vervoersmiddel en bestedingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 74 Positie van de warenmarkt. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78 Bestedingen op zondag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79

10 Bijlagen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81 10.1 Benchmarkindeling gemeenten en winkelgebieden . . . . . . . . . 81 10.2 Legendakaart met gemeentenamen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104

Inleiding

De Brink, Deventer

Koopstromen Detailhandel en Horeca Oost-Nederland 2023

1

Koopstromen Oost-Nederland 2023 8

1 Inleiding 1.1 Inleiding

De coronaperiode was een tijd van (relatieve) winnaars en verliezers. Sommige winkels deden het goed, zoals supermarkten en bouwmarkten. Andere winkels en sectoren hadden het zwaar, zoals kledingwinkels en de gehele horecasector. Na een korte periode van stijgende bestedingen en een opleving van de economie, zijn we momenteel beland in tijden van onzekerheid. De extreme inflatie van de afgelopen twee jaar zorgt ervoor dat consumenten meer de hand op de knip houden. Het consumentenvertrouwen is sterk gedaald en de bestedingen nemen voor het eerst in tijden af. Tegelijkertijd hebben ondernemers te maken met verlies van winstgevendheid door teruglopende volumeomzet en stijgende kosten op het gebied van met name energie en loon en het terugbetalen van coronasteun. Gelukkig is de werkloosheid nog steeds laag en blijft dynamiek plaatsvinden in de detailhandel en horeca. Mensen trekken er nog steeds op uit. De aanpak om winkelgebieden aantrekkelijker en vitaler te maken komt in Oost-Nederland op stoom. Er is door gemeenten, ondernemers en vastgoedeigenaren veel gedaan de afgelopen jaren. Investeren in verblijven, vergroening en een goede functiemix blijkt succesvol. Gemakkelijk, efficiënt en doelgericht winkelen of horecabezoek blijft ook een

Figuur 1.1 Onderzoeksgebied en randgebied KSO 2023

belangrijk aspect. Dit staat soms op gespannen voet met de transitie van winkelgebieden en hangt samen met mobiliteit en duurzaamheid. Het gaat niet langer uitsluitend over de detailhandel. In dit eerste hoofdstuk kijken we naar het onderzoeksgebied, de definitie van koopstromen, de vergelijking met 2019, de sectoren en typen winkelgebieden waarop het onderzoek zich richt en de indeling van de hoofdstukken van het rapport.

1.2 Onderzoeksgebied

Het vorige koopstromenonderzoek in OostNederland vond plaats in 2019 (het voorlaatste in 2015). Ten opzichte van 2019 is het onderzoeksgebied vergroot en deden nu zo goed als alle gemeenten mee in de provincies Drenthe, Overijssel, Gelderland en Flevoland (zie figuur 1.1 met daarin licht gekleurd het randgebied). Uitzonderingen zijn de gemeenten in het Rivierenland in Gelderland en de gemeenten Almere en Lelystad in Flevoland. Deze uitzonderingen waren onderdeel van het Koopstromenonderzoek Randstad/ Noord-Brabant uit 2021 (zie tabel 1.1). In een drietal gemeenten in het onderzoeksgebied zijn wel data verzameld maar minder uitgebreid dan elders omdat de gemeenten niet participeerden in het onderzoek (Epe, Mook

Koopstromen Oost-Nederland 2023 9

en Middelaar1 en Zwartewaterland). Zie voor de beschrijving van de dataverzameling de separate onderzoekverantwoording waarin ook beschreven staat hoe d.m.v. analsyse van GSM-data en van CBS-data berekend is welke koopstromen van dag- en verblijfsgasten van buiten het onderzoeksen randgebied komen (inclusief Duitsland).2

Tabel 1.1 Deelname koopstromenonderzoeken 2015-2023

Provincie/gemeente Drenthe Drenthe gemeente Westerveld Flevoland gemeenten Zeewolde en Dronten Flevoland gemeenten NOP en Urk

1.3 Vergelijking met 2019

Bij de beschrijving van de resultaten ligt de focus op 2023. Als we een historische vergelijking maken is dat in de regel tussen 2019-2023 (en af en toe ook met 2015). Die vergelijking is de meest robuuste vergelijking die mogelijk is. Het is belangrijk om te realiseren dat bij de vergelijking 2019-2023 dus niet het volledige 2023 onderzoeksgebied meedraait3. In de bijlage staat per gemeente of men meegaat in die vergelijking 2019-2023 of niet.

Flevoland gemeenten Almere en Lelystad Gelderland regio Rivierenland Gelderland regio Foodvalley Gelderland regio Arnhem-Nijmegen Gelderland Stedendriehoek / Noord-Veluwe Gelderland regio Achterhoek Gelderland gemeenten Brummen, Ermelo, Nunspeet en Putten Overijssel

In het rapport gebruiken we twee verschillende icoontjes om aan te geven of het om resultaten uitsluitend over 2023 gaat (rode kaartje links) of dat het om de vergelijking 2019-2023 gaat (blauwe kaartje rechts).

1

2023

2019 | 2023

Provincie Limburg, maar ook onderdeel van de metropoolregio Arnhem-Nijmegen. 2 Belangrijk om te weten: het veldwerk vond plaats in september/ oktober 2023 en de Locatus peildatum was steeds 1 oktober. 3 Met uitzondering van de beschrijving van de ontwikkeling van het aanbod op basis van Locatus. Daarvoor zijn wel volledig dekkende data voor 2019 beschikbaar.

KSO 2023

KSO 2021

KSO 2019

KSO 2018

KSO 2016

KSO 2015

Koopstromen Oost-Nederland 2023 10

1.4 Koopstromen

Figuur 1.2 Toevloeiing, binding en afvloeiing

Het gaat bij koopstromen om de oriëntatie van bestedingen van inwoners van een bepaald gebied. We drukken de kooporiëntatie van bewoners uit in de volgende begrippen (zie figuur 1.2): ■

■

ONDERZOEKSGEMEENTE ANDERE GEMEENTE

ANDERE GEMEENTE

Binding: het aandeel van het totale bestedingspotentieel dat bewoners besteden bij aanbod in de eigen gemeente (of kern).

@

Afvloeiing: het aandeel het totale bestedingspotentieel dat bewoners besteden buiten de eigen gemeente (of kern). Zowel fysiek als online.

Koopkrachttoevloeiing

Figuur 1.3 Branches en artikelgroepen Branches KSO

Binding en afvloeiing tellen gezamenlijk altijd op tot 100% (totale bestedingspotentieel). Toevloeiing: het aandeel van de omzet van winkels in de gemeente afkomstig van bezoekers van buiten de gemeente. Daarbij is er een onderscheid tussen bestedingen vanuit het onderzoeksgebied/randgebied en door toeristen van buiten dit gebied. Toeristen verdelen we onder in verblijfstoeristen (die ook in het onderzoeksgebied overnachten) en dagtoeristen.

1.5 Sectoren en type winkelgebieden

Sectoren: in het rapport maken we de detailhandel een onderscheid in drie sectoren, namelijk de sector ‘dagelijks’, de sector ‘recreatief’ en de sector ‘doelgericht’. Deze indeling is een verbijzondering ten opzichte van de klassieke indeling ‘dagelijks/

Sector Dagelijks Dagelijks

Sector Recreatief Sector niet-dagelijks

■

TOERISTEN

Mode & Luxe Vrije tijd

Sector Doelgericht In & om het huis

Detailhandel overig

Artikelgroepen Levensmiddelen Persoonlijke verzorging

Mode Huishoudelijk Sport- en spel Media en hobby Elektronica Doe-het-zelf Woninginrichting Tuinartikelen en planten Detailhandel overig

Bron: Locatus - bewerking Ipsos I&O en BRO

Sector Horeca Horeca

Dranken Eten Fastfood Koffie en desserts Horeca overig

Koopkrachtbinding

Koopkrachtafvloeiing fysiek

@

Koopkrachtafvloeiing online

In hoofdstuk 2 behandelen we (de ont­ wikkeling van) de vraag en in hoofdstuk 3 (de ontwikkeling van) het aanbod van detailhandel en horeca. Ook kijken we in hoofdstuk 3 naar de werkgelegenheid die met detailhandel, diensten en horeca is gemoeid.

Type winkelgebieden: in het rapport maken we ook een onderscheid in drie typen winkelgebieden, namelijk centrale, ondersteunende en grootschalige winkelgebieden. In figuur 1.4 staat dit weergegeven. ■

■

■

Figuur 1.4 Drie typen winkelgebieden

Centrale winkelgebieden Ondersteunende winkelgebieden

Grootschalige winkelgebieden

Centrale winkelgebieden: het centrale winkelgebied van een plaats. Ondersteunende winkelgebieden: wijk-, buurten stadsdeelcentra veelal sterk gericht op dagelijkse boodschappen. Grootschalige winkelgebieden: winkelgebieden met grootschalig winkelaanbod veelal in doelgerichte branches (zoals woonboulevards).

In hoofdstuk 7 kijken we naar de aanvullende koopstromen die afkomstig zijn van enerzijds dagjestoeristen vanuit Nederland (van buiten het onderzoeksgebied/randgebied) en vanuit Duitsland. En anderzijds van Nederlandse en buitenlandse verblijfstoeristen in het onderzoeksgebied. Deze stromen tellen we dus niet mee bij de marktaandelen.

Daarnaast maken we binnen de drie typen onderscheid naar de omvang van het voorzieningen­ aanbod. In de bijlage “Benchmarkindeling gemeenten en winkelgebieden” staan alle relevante winkelgebieden naar type en omvang van het voorzieningenaanbod opgesomd.

Leeswijzer

niet-dagelijks’, zoals deze ook gebruikt is in het Koopstromenonderzoek 2019. In de praktijk blijkt een onderscheid in drie sectoren het meest recht te doen aan de wijze waarop de consument zijn/haar aankopen doet. In figuur 1.3 staan de artikelgroepen die binnen deze sectoren vallen. Omdat we ook horecastromen meenemen is horeca eveneens opgenomen in de figuur. Bij de beschrijving van het horeca aanbod (hoofdstuk 2) maken we het onderscheid tussen drankverstrekkers, fastservice en restaurants.

In hoofdstuk 4 en 5 beschrijven we de koopstromen van de inwoners van het onderzoeksgebied (+ randgebied), zowel voor de detailhandel als de horeca. In hoofdstuk 6 vertalen we die stromen naar marktaandelen van winkelgebieden.

In hoofdstuk 8 kijken we naar bezoek­gedrag door consumenten en hun waardering voor de winkelgebieden. En in hoofdstuk 9 komt tot slot een aantal verdiepende resultaten aan bod zoals grensoverschrijdende koopstromen en bestedingen per vervoermiddel. _ Via de zoekfunctie van de browser (ctrl+f) kan het rapport doorzocht worden. Bijvoorbeeld op trefwoord of gemeentenaam. _ Alle genoemde bedragen in dit rapport zijn in euro’s en exclusief BTW. Uitzondering zijn de bedragen in figuur 9.6 (bestedingen per vervoermiddel) die inclusief BTW zijn (zelfrapportage van respondenten).

Vraag

Binnenstad Apeldoorn

Koopstromen Detailhandel en Horeca Oost-Nederland 2023

2

Koopstromen Oost-Nederland 2023 13

2 Vraag 2.1 Inleiding

In dit hoofdstuk kijken we naar de vraagkant van koopstromen. Hoeveel potentiële koper zijn er (bijgekomen)? Wat hebben zij te besteden en wat was de ontwikkeling van prijzen (en inflatie) en het consumentenvertrouwen? Bij de vraagkant gaat het ook om dag- en verblijfstoeristen die voor sommige centra ook belangrijk zijn voor het economisch draagvlak. Dat komt in hoofdstuk 7 aan bod.

2.2 Bevolkings- en inkomensontwikkeling Hoe heeft het aantal inwoners zich de afgelopen jaren ontwikkeld? In het totale onderzoeksgebied van Oost-Nederland wonen 2023 anno 2023 ruim 3,7 miljoen inwoners. Dit is een toename van ongeveer 100.000 inwoners sinds 2019 (+3%). Ter illustratie: dit staat gelijk aan het aantal inwoners in de gemeente Deventer. Het aandeel 65-plussers is sinds 2019 iets toegenomen en ligt anno 2023 op 21% van de totale bevolking. Hetzelfde geldt voor het aantal eenpersoonshuishoudens. Dit ligt anno 2023 op 36,5% van het totaal aantal huishoudens. Een toename van 1%-punt ten opzichte van 2019.

Figuur 2.1 Ontwikkeling inwonertal 2019-2023, per gemeente

Wel zijn er veel lokale en regionale verschillen zichtbaar op de kaartbeelden. Het volgende valt op. ■

■

De bevolkingsgroei is met name zichtbaar is de stedelijke gemeenten in groeiregio’s. In landelijke gemeenten is sprake van stabilisatie of beperkte krimp, dit uit zich vooral in de meer perifeer gelegen gebieden in de grensstreek (zie figuur 2.1). Ook is hier sprake van vergijzing.

-1,5% tot 0% 0% tot 2% 2% tot 4% 4% en meer

De huishoudensverdunning is vooral zichtbaar in steden waar veel jongeren aanwezig zijn én in gemeenten waar veel ouderen zijn. Huishoudensverdunning is daardoor een fenomeen dat meerdere doelgroepen raakt.

 at is het inkomensniveau per gemeente en hoe W heeft zich dat de afgelopen jaren ontwikkeld? Het gemiddeld inkomen per inwoner in 2022 in Oost-Nederland ligt gemiddeld ongeveer 6% lager dan het landelijk gemiddelde. Dit betekent dat ook het besteedbaar inkomen lager ligt en men hierdoor in absolute zin hoogswaarschijnlijk minder geld uitgeeft in de detailhandel en horeca. Dit uit zich het sterkst in de landelijke en perifeer gelegen gemeenten van het onderzoeksgebied. Vanuit de grote steden valt met name de lagere koopkracht van inwoners in Enschede op. De gemeenten ten Bron: CBS - bewerking Ipsos I&O en BRO

Koopstromen Oost-Nederland 2023 14

Figuur 2.2 Gemiddeld inkomen van inwoners 2022, per gemeente

westen van Arnhem en Nijmegen, zoals Heumen, Beuningen, Overbetuwe en Renkum zijn relatief koopkrachtig (zie figuur 2.2). Wel is het gemiddeld inkomen in de meeste gemeenten tussen 2019 en 2022 gestegen. Dit heeft vooral ook te maken met de inflatie.

2.3 Inflatie en consumentenvertrouwen ■ Bovengemiddelde inflatie

Sinds 2019 is sprake geweest van een bovengemiddelde inflatie. Dit had verschillende oorzaken, zoals het stijgen van energie en grondstofprijzen. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat de omzetten in veel sectoren fors zijn gestegen. Dit geldt voor de meeste branches in de detailhandel en nóg sterker voor de horeca. Meer omzet betekent echter niet dat het beter gaan. In dit geval is de omzetgroei het gevolg van de hoge inflatie. Als we inzoomen op de volumeontwikkeling, ofwel het aantal verkochte producten, is in de detailhandel sinds corona (2020) in veel gevallen een daling te zien. Opvallend is dat na jaren van extreme groei webwinkels een scherpe daling laten zien. Ook is voor het eerst in jaren een lichte daling van de volumes te zien in winkels in

dagelijkse artikelen, zoals supermarkten. Alleen kledingwinkels blijven qua volume redelijk op peil. Deze hebben binnen de detailhandel echter het meest geleden onder de coronacrisis, met een forse dip in 2020 en 2021 (zie figuur 2.3). ■ Omzet horeca inmiddels boven 2019

tot 28.000 euro 28.000 tot 30.000 euro 30.000 tot 32.000 euro 32.000 tot 35.000

In de horeca heeft de inflatie ook invloed op de omzet (zie figuur 2.4) , maar daar stijgen in tegenstelling tot de detailhandel de volumes wel. Na de forse coronadip eten en drinken mensen weer meer buiten de deur en ligt het niveau van de bestedingen inmiddels boven 2019. Dit heeft niet alleen te maken met de groei van het horeca aanbod de afgelopen jaren, maar ook het feit dat de eet- en drinkcultuur in Nederland verandert. Mensen eten en drinken vaker buiten huis. ■ Consumentenvertrouwen en koopbereidheid

Sinds 2017 laat het consumentenvertrouwen en de koopbereidheid een dalende trend zien (figuur 2.5). Dit heeft lange tijd niet tot een daadwerkelijke daling van de bestedingen geleid, tot de laatste twee jaar. Positief is dat het algeheel economisch sentiment van consumenten iets lijkt te kantelen. Dit leidt echter in de detailhandel nog niet tot direct meer bestedingen. In de horeca is dit wel duidelijk zichtbaar. Bron: CBS - bewerking Ipsos I&O en BRO

Koopstromen Oost-Nederland 2023 15

Figuur 2.3 Omzet (volume) ontwikkeling detailhandel (index 2015 = 100)

Figuur 2.4 Horeca omzet (exclusief hotels) per hoofd per jaar (in euro excl. BTW)

300

€ 800

40 30

€ 700

250

20

€ 600 200

Figuur 2.5 Ontwikkeling consumentenvertrouwen en koopbereidheid

10

€ 500

0 € 400

150

-10 € 300

100

-20

€ 200 50

0

-30

€ 100

2010

‘11

‘12

‘13

‘14

‘15

‘16

‘17

‘18

‘19

‘20

‘21

‘22

‘23

Winkels in voedingsmiddelen

Winkels in consumentenelektronica

Winkels in overige huishoudwaren

Winkels in doe-het-zelfartikelen

Winkels in meubels, woninginrichting alg.

Winkels in kleding

Winkels in recreatieartikelen

Postorderbedrijven, webwinkels

Bron: CBS - bewerking Ipsos I&O en BRO

-40 -50

€2010

‘11

‘12

‘13

Drankensector

‘14

‘15

‘16

‘17

‘18

Fastservicesector

Bron: CBS - bewerking Ipsos I&O en BRO

‘19

‘20

‘21

‘22

Restaurantsector

‘23

2010

‘11

‘12

‘13

‘14

‘15

Consumentenvertrouwen

‘16

‘17

‘18

‘19

Koopbereidheid

Bron: CBS - bewerking Ipsos I&O en BRO

‘20

‘21

‘22

‘23

Aanbod en werkgelegenheid

Binnenstad Almelo

Koopstromen Detailhandel en Horeca Oost-Nederland 2023

3

Koopstromen Oost-Nederland 2023 17

3 Aanbod en werkgelegenheid 3.1 Inleiding

Met de aanbodkant bedoelen we de fysiek aanwezige winkel, horeca, diensten en leisure aanbod en de leegstand van deze publieksfuncties. De ontwikkeling heeft primair betrekking op de periode 2019 – 2023. We hebben voor deze periode gekozen, omdat dit de vergelijking is met het vorige koopstromenonderzoek en omdat Locatus de oppervlakten van horeca, diensten en leisure sinds 2018 apart meet. In sommige gevallen geven we een breder perspectief, door ook de vergelijking met 2015 te maken. Alle aanbod- en leegstands­ cijfers hebben betrekking op de stand per oktober in het betreffende jaar.

3.2 Aanbod detailhandel Hoe heeft het detailhandels­ aanbod zich de laatste jaren ontwikkeld? Op 1 oktober 2023 telde het onderzoeksgebied ongeveer 2023 17.800 winkels, met een totale omvang van ongeveer 6.500.000 m² winkelvloer­ oppervlak (wvo). Ten opzichte van 2019 is het winkelaanbod afgenomen met ongeveer 1.500 winkels, terwijl de omvang van de winkelruimte nagenoeg gelijk is gebleven.

Figuur 3.1 Ontwikkeling totale winkelaanbod Oost-Nederland 2019-2023, per gemeente

Dit is het saldo van zowel nieuwe winkels als verdwenen winkels. De verklaring voor dit verschil is de schaalvergroting van winkels de afgelopen jaren. Waar een winkel in 2019 nog een gemiddelde grootte had van 337 m² wvo, lag dit anno 2023 op 366 m² wvo per winkel. Tussen gemeenten (figuur 3.1) en type winkelgebieden (figuur 3.2) zijn er verschillen in de ontwikkeling van het aantal meters. Die verschillen zijn er ook voor branches. Het volgende valt op: ■

tot -5% -5% tot 0% 0% tot 5% 5% en meer

Het winkelaanbod in de dagelijkse sector ten aanzien van boodschappen doen is gestegen (zie figuur 3.3 en 3.4). In bijna alle type winkelgebieden is sprake van groei van de winkelruimte, met name in de buurten wijkcentra en de middelgrote centrale winkelgebieden die een (steeds) sterkere boodschappenfunctie vervullen. De groei van het boodschappenaanbod volgt de demografische trend. Opvallend is dat ook in de verspreide bewinkeling sprake is van enige groei tussen 2019 en 2023 van de winkelruimte (3%). Met name in de supermarktbranche is nog steeds sprake van schaalvergroting. Zo bedroeg de gemiddelde omvang van een supermarkt in 2019 nog 958 m² wvo, in 2023 steeg de gemiddelde omvang van een supermarkt naar 1.016 m² wvo. Bron: CBS - bewerking Ipsos I&O en BRO

Koopstromen Oost-Nederland 2023 18

Het doelgerichte winkelaanbod is per saldo redelijk stabiel gebleven, maar er is wel een duidelijke geografische verschuiving zichtbaar (zie figuur 3.7 en 3.8). De groei van de winkelruimte heeft vooral plaatsgevonden op grootschalige winkelgebieden tot 20.000 m² wvo (+6%) en 20.000 – 40.000 m² wvo (+7%). De krimp zit met name in de centrale winkelgebieden. Dit volgt een langjarige trend.

Centrale winkelgebieden

Figuur 3.2 Ontwikkeling totale winkelaanbod Oost-Nederland 2015-2019-2023, naar type winkelgebied tot 5.000 m² wvo 5.000-10.000 m² wvo 10.000-20.000 m² wvo 20.000-40.000 m² wvo 40.000-60.000 m² wvo 60.000-100.000 m² wvo

Grootschalige Ondersteunende winkelgebieden winkelgebieden

100.000-200.000 m² wvo tot 2.500 m² wvo 2.500-5.000 m² wvo 5.000-10.000 m² wvo vanaf 10.000 m² wvo tot 20.000 m² wvo 20.000-40.000 m² wvo vanaf 40.000 m² wvo Verspreide bewinkeling 0

2015

1.000.000 2019

1.500.000

2.000.000

2.500.000

2023

Figuur 3.3 Ontwikkeling dagelijks winkelaanbod Oost-Nederland 2015-2019-2023, naar type winkelgebied tot 5.000 m² wvo 5.000-10.000 m² wvo 10.000-20.000 m² wvo 20.000-40.000 m² wvo 40.000-60.000 m² wvo 60.000-100.000 m² wvo 100.000-200.000 m² wvo tot 2.500 m² wvo 2.500-5.000 m² wvo 5.000-10.000 m² wvo vanaf 10.000 m² wvo tot 20.000 m² wvo 20.000-40.000 m² wvo vanaf 40.000 m² wvo Verspreide bewinkeling 0

4 BCC had in totaal 7 vestigingen verspreid over het onderzoeksgebied. MediaMarkt neemt een deel van deze vestingen over, zoals de voormalige BCC vestiging in Nijmegen.

500.000

Bron Locatus – bewerking BRO

Centrale winkelgebieden

■

De krimp van het winkelaanbod uit zich vooral in de centrale winkelgebieden (zie figuur 3.5 en 3.6) en het recreatieve winkelaanbod. Sinds 2019 heeft de krimp met name plaatsgevonden in de centrale winkelgebieden van 40.000 – 60.000 en 60.000 – 100.000 m² wvo (-7% wvo). In de grotere centrale winkelgebieden (100.000 – 200.000 m² wvo) had de grootste krimp al tussen 2015 en 2019 plaatsgevonden. Dit volgt voor een belangrijk deel de landelijke trend, maar ook de beleidsmatige trend. Het betreft vooral winkels in bruin- en witgoed die sterk zijn afgenomen, met recent nog het faillissement van BCC4. In veel van deze centra is de laatste jaren ingezet op het creëren van compactere centra en transformatie van (recreatieve) winkelpanden naar andere functies. Opvallend is de geografische verschuiving van het recreatieve winkelaanbod. Ook in de ondersteunende winkelgebieden neemt het recreatieve winkelaanbod af. Buiten de centra op verspreide locaties neemt dit winkelaanbod sterk toe sinds 2019 (+7% wvo), terwijl het tussen 2015 en 2019 nog afnam.

Grootschalige Ondersteunende winkelgebieden winkelgebieden

■

Bron Locatus – bewerking BRO

50.000

100.000 2015

2019

150.000 2023

200.000

250.000

Koopstromen Oost-Nederland 2023 19 Figuur 3.4 Ontwikkeling dagelijks winkelaanbod Oost-Nederland 2019-2023, per gemeente

Figuur 3.5 Ontwikkeling recreatief winkelaanbod Oost-Nederland 2015-2019-2023, naar type winkelgebied

tot -4% -4% tot 0% 0% tot 4%

Centrale winkelgebieden

tot 5.000 m² wvo

Grootschalige Ondersteunende winkelgebieden winkelgebieden

4% en meer

5.000-10.000 m² wvo 10.000-20.000 m² wvo 20.000-40.000 m² wvo 40.000-60.000 m² wvo 60.000-100.000 m² wvo 100.000-200.000 m² wvo tot 2.500 m² wvo 2.500-5.000 m² wvo 5.000-10.000 m² wvo vanaf 10.000 m² wvo tot 20.000 m² wvo 20.000-40.000 m² wvo vanaf 40.000 m² wvo Verspreide bewinkeling 0

Bron Locatus – bewerking BRO

Bron Locatus – bewerking BRO

50.000

100.000

150.000

200.000

2015

2019

2023

250.000

300.000

350.000

Koopstromen Oost-Nederland 2023 20 Figuur 3.6 Ontwikkeling recreatief winkelaanbod Oost-Nederland 2019-2023, per gemeente

Figuur 3.7 Ontwikkeling doelgericht winkelaanbod Oost-Nederland 2015-2019-2023, naar type winkelgebied

tot -1% -1% tot 0% 0% tot 5%

Centrale winkelgebieden

tot 5.000 m² wvo 5.000-10.000 m² wvo 10.000-20.000 m² wvo 20.000-40.000 m² wvo 40.000-60.000 m² wvo 60.000-100.000 m² wvo 100.000-200.000 m² wvo Grootschalige Ondersteunende winkelgebieden winkelgebieden

5% en meer

tot 2.500 m² wvo 2.500-5.000 m² wvo 5.000-10.000 m² wvo vanaf 10.000 m² wvo tot 20.000 m² wvo 20.000-40.000 m² wvo vanaf 40.000 m² wvo Verspreide bewinkeling 0

Bron Locatus – bewerking BRO

Bron Locatus – bewerking BRO

500.000 2015

1.000.000 2019

2023

1.500.000

2.000.000

Koopstromen Oost-Nederland 2023 21 Figuur 3.8 Ontwikkeling doelgericht winkelaanbod Oost-Nederland 2019-2023, per gemeente

Hoe heeft de filialiseringsgraad zich ontwikkeld?

tot -15% -15% tot 0% 0% tot 5% 5% en meer

De afgelopen jaren is het aantal filiaal bedrijven in de detailhandel ten opzichte van het totale winkelaanbod (filialiseringsgraad) in gemeenten iets toegenomen. Gemiddeld genomen bedraagt de filialiseringsgraad in winkelgebieden momenteel 42%.

het onderzoeksgebied. Dit is het saldo van nieuwe zaken minus verdwenen zaken (zie figuur 3.9 en 3.10). Ten opzichte van het landelijk gemiddelde was de groei van horeca in het onderzoeksgebied met minder dan 1% relatief beperkt. Wel is sprake van een duidelijke verschuiving in type horeca en type locatie. Het volgende valt op: ■

In de centra van Apeldoorn en Assen is een tegengestelde beweging te zien. Het aantal filiaalbedrijven nam in beide centra af. Enerzijds doordat er minder retail functies zijn, anderzijds door het vertrek van ketens. Op grootschalige winkelgebieden, zoals woonboulevards, steeg de filialiseringsgraad van 57% in 2016 naar 63% in 2023.

3.3 Aanbod horeca

2019 | 2023 Bron Locatus – bewerking BRO

Hoe heeft het horeca-aanbod zich de laatste jaren ontwikkeld? Eind 2023 telde het onderzoeksgebied 7.288 horecazaken (exclusief hotels en coffeeshops). Ten opzichte van 2019 is het horeca-aanbod met 75 zaken toegenomen in

■

De fastservice horeca, veelal gericht op lunchrooms, fastfood en afhalen/bezorgen, is met 9% gegroeid sinds 2019 (figuur 3.11 en 3.12), terwijl het aantal drankverstrekkers met ongeveer 6% is gedaald (figuur 3.13 en 3.14). Dit volgt de landelijke trend hetgeen samenhangt met een veranderend consumentengedrag. Klassieke cafés en discotheken zijn steeds minder in trek, zeker onder jongeren. Deze activiteiten verschuiven naar het verenigingsleven (paracommerciële horeca), evenementen en/of thuis. Het aantal restaurants is redelijk stabiel gebleven (figuur 3.15 en 3.16). Opvallend is dat het aantal drankverstrekkers in centrale winkelgebieden van 100.000 – 200.000 m² wvo sterk is afgenomen, terwijl dit in centrale winkelgebieden van 60.000 tot 100.000 m² wvo is toegenomen. Mogelijke verklaring is dat met name de middelgrote centrale winkelgebieden een sterke inhaalslag hebben gemaakt van pure ‘koopcentra’ naar ‘belevingscentra’ met

Koopstromen Oost-Nederland 2023 22

dus minder winkels en meer horeca. De grotere centrale winkelgebieden hebben van oudsher al een sterk horeca-aanbod. ■

■

De groei van het aantal horecazaken in de fastservice sector is in bijna alle typen winkelgebieden zichtbaar. Wat opvalt is dat de groei in kleine tot middelgrote centrale winkelgebieden het sterkst was. Hier was de krimp in recreatief winkelaanbod ook relatief groot. Het komt regelmatig voor dat leegstaande detailhandel invulling krijgt met fastservice horeca. Ook in buurt- en wijkcentra is groei van horeca zichtbaar.

Het aantal solitaire horecazaken is de laatste jaren afgenomen, met name als gevolg van sluitingen van drankverstrekkers. Wel zijn er per saldo meer fastservice zaken teruggekomen op verspreide locaties. De mate waarin de horeca zich concentreert is echter wel toegenomen.

Figuur 3.10 Ontwikkeling totale horeca aanbod Oost-Nederland 2019-2023, per gemeente

tot -10% -10% tot 0% 0% tot 5% 5% of meer

Figuur 3.9 Ontwikkeling totale horeca aanbod Oost-Nederland 2019-2023, naar type winkelgebied

Centrale winkelgebieden

tot 5.000 m² wvo 5.000-10.000 m² wvo 10.000-20.000 m² wvo 20.000-40.000 m² wvo 40.000-60.000 m² wvo 60.000-100.000 m² wvo

Grootschalige winkelgebieden

Ondersteunende winkelgebieden

100.000-200.000 m² wvo tot 2.500 m² wvo 2.500-5.000 m² wvo 5.000-10.000 m² wvo vanaf 10.000 m² wvo tot 20.000 m² wvo 20.000-40.000 m² wvo vanaf 40.000 m² wvo Verspreide locaties

0 Bron Locatus – bewerking BRO

500

1.000 2019

1.500 2023

2.000

2.500

3.000

Bron: CBS - bewerking Ipsos I&O en BRO

Koopstromen Oost-Nederland 2023 23 Figuur 3.11 Ontwikkeling aanbod fastservice Oost-Nederland 2019-2023, naar type winkelgebied

Figuur 3.12 Ontwikkeling aanbod fastservice Oost-Nederland 2019-2023, per gemeente

Centrale winkelgebieden

tot 5.000 m² wvo 5.000-10.000 m² wvo 10.000-20.000 m² wvo 20.000-40.000 m² wvo tot -10%

40.000-60.000 m² wvo

10% tot 0%

60.000-100.000 m² wvo

0% tot 20% 20% en meer

Grootschalige winkelgebieden

Ondersteunende winkelgebieden

100.000-200.000 m² wvo tot 2.500 m² wvo 2.500-5.000 m² wvo 5.000-10.000 m² wvo vanaf 10.000 m² wvo tot 20.000 m² wvo 20.000-40.000 m² wvo vanaf 40.000 m² wvo Verspreide locaties

0 Bron Locatus – bewerking BRO

200

400 2019

600

800

1.000

2023

Bron: CBS - bewerking Ipsos I&O en BRO

Koopstromen Oost-Nederland 2023 24 Figuur 3.13 Ontwikkeling aanbod drankverstrekkers Oost-Nederland 2019-2023, naar type winkelgebied

Figuur 3.14 Ontwikkeling aanbod drankverstrekkers Oost-Nederland 2019-2023, per gemeente

Centrale winkelgebieden

tot 5.000 m² wvo 5.000-10.000 m² wvo 10.000-20.000 m² wvo 20.000-40.000 m² wvo tot -20%

40.000-60.000 m² wvo

-20% tot 0%

60.000-100.000 m² wvo

0% tot 20% 20% en meer

Grootschalige winkelgebieden

Ondersteunende winkelgebieden

100.000-200.000 m² wvo tot 2.500 m² wvo 2.500-5.000 m² wvo 5.000-10.000 m² wvo vanaf 10.000 m² wvo tot 20.000 m² wvo 20.000-40.000 m² wvo vanaf 40.000 m² wvo Verspreide locaties

0 Bron Locatus – bewerking BRO

100

200 2019

300

400

500

2023

Bron: CBS - bewerking Ipsos I&O en BRO

Koopstromen Oost-Nederland 2023 25 Figuur 3.15 Ontwikkeling aanbod restaurants Oost-Nederland 2019-2023, naar type winkelgebied

Figuur 3.16 Ontwikkeling aanbod restaurants Oost-Nederland 2019-2023, per gemeente

Centrale winkelgebieden

tot 5.000 m² wvo 5.000-10.000 m² wvo 10.000-20.000 m² wvo 20.000-40.000 m² wvo tot -10%

40.000-60.000 m² wvo

-10% tot 0%

60.000-100.000 m² wvo

0% tot 5% 5% en meer

Grootschalige Ondersteunende winkelgebieden winkelgebieden

100.000-200.000 m² wvo tot 2.500 m² wvo 2.500-5.000 m² wvo 5.000-10.000 m² wvo vanaf 10.000 m² wvo tot 20.000 m² wvo 20.000-40.000 m² wvo vanaf 40.000 m² wvo Verspreide locaties

0 Bron Locatus – bewerking BRO

200

400

600 2019

800

1.000

1.200

1.400

2023

Bron: CBS - bewerking Ipsos I&O en BRO

Koopstromen Oost-Nederland 2023 26

3.4 Leegstand Hoe heeft de leegstand zich de laatste jaren ontwikkeld? Eind 2023 telde het onderzoeksgebied 2.546 leegstaande panden, met een totale omvang van ongeveer 483.680 m² wvo. Ten opzichte van 2019 is de leegstand fors gedaald met 962 panden, met een totale omvang van per saldo ongeveer 320.190 m² wvo. In 2019 bedroeg de leegstand nog 3.508 panden en 803.880 m² wvo. Op het totaal is zowel de omvang van de leegstandsmeters (40%) als het aantal panden (27%) zeer fors gedaald. Deze daling is bovendien relatief veel groter dan het landelijk gemiddelde5. Oost-Nederland is daarmee koploper van Nederland in het terugdringen van de leegstand. Een deel van de verklaring voor de leegstandsafname ligt in de autonome trend. Landelijk is ook sprake van een daling van de leegstand. Een ander deel van de verklaring ligt in het feit dat het leegstandspercentage, namelijk het aandeel van de leegstand ten opzichte van het totale aanbod, in Oost-Nederland al jaren bovengemiddeld is. De urgentie om de leegstand terug te dringen, centra compacter 5 In Nederland daalde in dezelfde periode tussen 2019 en 2023 de leegstand met 20% in aantallen en met 32% in m² wvo. 6 Het leegstandspercentage anno 2023 in Nederland bedraagt op basis van het aantal panden 6,2% en 5,5% op basis van het wvo.

en aantrekkelijker te maken én te transformeren speelt in dit onderzoeksgebied al langer. Er is de laatste jaren veel energie en geld gestoken in de leegstandsbestrijding, en dus met succes. Het leegstandspercentage in Oost-Nederland ligt inmiddels op 6% van het aantal panden en 5% van het aantal m² wvo. Deze verhouding ligt meer in lijn met het landelijk gemiddelde6. Verder valt het volgende op. ■

■

De daling van de leegstand is in alle typen winkelgebieden aanwezig, maar het sterkst in de centrale winkelgebieden. Dit is opvallend, aangezien het recreatief winkelaanbod in deze centra wel sterk afnam. De groei van horeca en dagelijks winkelaanbod heeft dit grotendeels gecompenseerd. Ook transformatie naar andere functies, zoals wonen in is in deze centrale winkelgebieden sterk aan de orde geweest. Hierdoor is ondanks het verlies van recreatief winkelaanbod, de leegstand per saldo fors gedaald. De leegstand in de buurt- en wijkcentra is in veel gevallen gehalveerd of bijna helemaal verdwenen. Meestal ligt de leegstand onder frictieniveau. Dit is een indicatie van het gunstige vestigingsklimaat van de ondersteunende winkelgebieden en het succes van de boodschappenfunctie.

■

Verder valt op dat de leegstand in de verspreide bewinkeling eveneens fors is gedaald. Uit eerdere paragrafen blijkt dat dit vaak is ingevuld met andere winkels en/of horeca. Ook hier is soms sprake van transformatie. Deze panden staan gelijk aan relatief veel meters. Per saldo is er sinds 2019 ruim 108.000 m² wvo leegstand heringevuld en/of getransformeerd op verspreide locaties.

Hoe heeft de verhuurbaarheid van winkelpanden naar pandgrootte zich ontwikkeld? De leegstand is in algemene zin fors gedaald tussen 2019 en 2023. Als we inzoomen op verschillende pandgroottes valt op, dat deze daling zich in winkelgebieden overal heeft gemanifesteerd behalve bij panden tussen de 800 tot 1.200 m² wvo. Hieruit maken we op dat de verhuurbaarheid van deze relatief grootschalige winkelpanden mogelijk achteruitgaat en/of dat de sluiting van bruinen witgoedwinkels mogelijk veel in dit type pandgrootte zitten. Mogelijk zijn ze te klein voor een supermarkt op de betreffende locaties en te groot voor andere formules?

Koopstromen Oost-Nederland 2023 27 Figuur 3.17 Ontwikkeling leegstand Oost-Nederland 2015-2019-2023 (aantal m2 wvo), naar type winkelgebied

Figuur 3.18 Ontwikkeling leegstand Oost-Nederland 2019-2023 (aantal m2 wvo), per gemeente

Grootschalige Ondersteunende winkelgebieden winkelgebieden

Centrale winkelgebieden

tot 5.000 m² wvo 5.000-10.000 m² wvo 10.000-20.000 m² wvo 20.000-40.000 m² wvo 40.000-60.000 m² wvo

tot -50%

60.000-100.000 m² wvo

-50% tot 0% 0% tot 50%

100.000-200.000 m² wvo

50% en meer

tot 2.500 m² wvo 2.500-5.000 m² wvo 5.000-10.000 m² wvo vanaf 10.000 m² wvo tot 20.000 m² wvo 20.000-40.000 m² wvo vanaf 40.000 m² wvo

Verspreide bewinkeling

0 Bron Locatus – bewerking BRO

50.000

100.000 2015

Hoe zijn de lokale verschillen in de ontwikkeling van de leegstand? Uiteraard zijn er lokale verschillen in mate waarin de leegstand zich heeft ontwikkeld. In alle delen van het onderzoeksgebied daalt de leegstand. In de grensgemeenten in Noord-Twente is een opvallend sterke daling zichtbaar, evenals in diverse gemeenten in Drenthe. In de Achterhoek daalt de leegstand eveneens, maar iets minder sterk dan de rest van Oost-Nederland.

150.000

2019

200.000

250.000

300.000

2023

Hoe verhoudt de relatieve leegstand zich tot de winkelomzet? De relatieve leegstand is te bepalen door de leegstand in een gemeente af te zetten tegen het totale aanbod in een gemeente. Zegt dat cijfer iets over de totale winkelomzet? Figuur 3.19 toont een lichte trend. De relatieve leegstand in Enschede, Apeldoorn en Arnhem liggen rondom de trendlijn, Zwolle en Nijmegen liggen eronder In onder andere Assen, Almelo en Hengelo ligt de relatieve leegstand duidelijk boven de trendlijn.

Bron: CBS - bewerking Ipsos I&O en BRO

Koopstromen Oost-Nederland 2023 28 Figuur 3.19 Totale winkelomzet gemeente en relatieve leegstand

3.5 Verschuiving functiemix centra

14%

12%

Oldenzaal

Hengelo

Almelo

Aalten

10% Relatieve leegstand in gemeente

Assen

Westervoort

Duiven Emmen

Doetinchem

Doesburg 8%

Enschede

Deventer

Hoogeveen

Harderwijk Hardenberg

Arnhem

Ede

Apeldoorn

Zutphen 6%

Nijmegen

Lingewaard

Westerveld 4%

Zwolle

Hoe heeft de functiemix van de centrale winkelgebieden zich ontwikkeld? ■ Hoe groter het centrale winkelgebied, hoe groter het aandeel recreatief winkelaanbod (figuur 3.20). Hoe kleiner het centrale winkelgebied, hoe groter het aandeel dagelijks winkelaanbod. In de kleinere centrale winkelgebieden is de daling van de leegstand in de functiemix vooral gecompenseerd met meer dagelijks winkelaanbod. In de middelgrote en grote centrale winkelgebieden zit dit vooral in meer voorzieningen op het gebied van horeca, cultuur en ontspanning. Het aandeel dienstverlening blijft overal in de functiemix redelijk stabiel.

Barneveld Noordoostpolder Overbetuwe

Dalfsen

■

Wijchen 2%

0%

€-

Scherpenzeel

Tynaarlo

€ 200.000.000

€ 400.000.000

€ 600.000.000

€ 800.000.000

€ 1.000.000.000

€ 1.200.000.000

Totale winkelomzet gemeente ■

Voor ondersteunende winkelgebieden geldt eveneens dat naarmate het centrum groter is het aandeel dagelijkse winkels kleiner is (figuur 3.21). De daling van de leegstand is hier vooral opgevangen door groei van dagelijks winkelaanbod, met name als gevolg van schaalvergroting van supermarkten. In de grote wijk- en stadsdeelcentra is, vergelijkbaar met de centrale winkelgebieden, een groei van het aandeel horeca, cultuur en ontspanning zichtbaar. Deze centra veranderen daarmee, net als de centrale winkelgebieden, ook in belevingscentra waar je naast de boodschappen ook veel andere aankopen en activiteiten doet. Logischerwijs is het aandeel doelgericht winkelaanbod het grootst op grootschalige winkelgebieden (figuur 3.22). Wat opvalt is dat de grotere winkelgebieden vanaf 40.000 m² wvo de meest ‘zuivere’ branchering kennen op het gebied van in/ om huis. Op kleinere grootschalige winkelgebieden is sprake van meer brancheverbreding. Deze brancheverbreding is niet substantieel toegenomen, wat mogelijk te verklaren is door het brancheringsbeleid van zowel de provincies als gemeenten.

Koopstromen Oost-Nederland 2023 29

Figuur 3.20 Ontwikkeling functiemix centrale winkelgebieden

2019 2023

2019 2023

Figuur 3.21 Ontwikkeling functiemix ondersteunende winkelgebieden 2019

Oost-Nederland 2019-2023, naar omvang (m2 wvo)

2019

5.00010.000 m² wvo

2023

2019 2023

2019 2023

0%

20%

40%

60%

80%

Oost-Nederland 2019-2023, naar omvang (m2 wvo)

2023

2019

tot 20.000 m² wvo

2.500-5.000 m² wvo

2023

Figuur 3.22 Ontwikkeling functiemix grootschalige winkelgebieden 2019

2023

2019

20.00040.000m² wvo

2019

2023

2019

vanaf 40.000 m² wvo

tot 2.500 m² wvo

2023

vanaf 10.000 m² wvo

100.000200.000 m² wvo

60.000100.000 m² wvo

40.00060.000 m² wvo

20.00040.000 m² wvo

10.00020.000 m² wvo

5.000-10.000 m² wvo

tot 5.000 m² wvo

Oost-Nederland 2019-2023, naar omvang (m2 wvo)

2023

100%

0%

20%

40%

60%

80%

2019 2023

2019 2023

2019 2023

100%

0%

20%

40%

60%

80%

100%

Leegstand

Dagelijks

Mode & Luxe

Vrije Tijd

Leegstand

Dagelijks

Mode & Luxe

Vrije Tijd

Leegstand

Dagelijks

Mode & Luxe

Vrije Tijd

Detailhandel Overig

Transport&Brandstof

Cultuur & Ontspanning

Horeca

Detailhandel Overig

Transport&Brandstof

Cultuur & Ontspanning

Horeca

Detailhandel Overig

Transport&Brandstof

Cultuur & Ontspanning

Horeca

In/Om Huis

Diensten

In/Om Huis

Diensten

In/Om Huis

Diensten

Bron Locatus – bewerking BRO

Bron Locatus – bewerking BRO

Bron Locatus – bewerking BRO

Koopstromen Oost-Nederland 2023 30

3.6 Werkgelegenheid detailhandel en horeca Hoe heeft de werkgelegenheid zich ontwikkeld? De ontwikkeling van de werkgelegenheid hangt deels samen met de ontwikkeling van het aanbod, maar ook met de schaalvergroting en algehele economische situatie. Het aantal banen in de detailhandel in Oost-Nederland is tussen 2019 en 20227 per saldo met 0,4% afgenomen (figuur 3.23). Daar waar sprake was van krimp van het recreatieve winkelaanbod is ook een afname van het aantal banen zichtbaar. In Zwolle en Enschede komt dit neer op een verlies van meer dan 5%. In diverse meer landelijke gemeenten is het aantal banen stabiel gebleven of zelfs toenemen. Dit hangt enerzijds samen met toerisme en de focus op boodschappenaanbod, dat in de meeste gemeente is toegenomen. In de horeca is het aantal banen sterker afgenomen (figuur 3.24). Dit staat los van de ontwikkeling van het aanbod, maar heeft als oorzaak de coronaperiode (veel banen zijn verloren gegaan) en het feit dat personeelstekorten nog altijd groot zijn in met name de landelijke en perifeer gelegen gemeenten.

Figuur 3.23 Ontwikkeling werkgelegenheid detailhandel Oost-Nederland

Figuur 3.24 Ontwikkeling werkgelegenheid horeca Oost-Nederland

2019-2022, per gemeente

2019-2022, per gemeente

-10% tot -5%

-37% tot -7%

-5% tot 0%

-7% tot 0%

0% tot 5%

0% tot 7%

5% tot 20%

7% tot 37%

Cijfers voor 2023 zijn voor dit rapport nog niet beschikbaar. Vraag is dus of de detailhandel en horeca in (Oost-) Nederland inmiddels weer op (of zelfs boven) het niveau van werkgelegenheid van voor corona zit.7 7 In Nederland daalde in dezelfde periode tussen 2019 en 2023 de leegstand met 20% in aantallen en met 32% in m² wvo.

Bron LISA – bewerking Ipsos I&O

Bron LISA – bewerking Ipsos I&O

Koopstromen inwoners

Beursstraat, Emmeloord

Koopstromen Detailhandel en Horeca Oost-Nederland 2023

4

Koopstromen Oost-Nederland 2023 32

4 Koopstromen inwoners 4.1 Inleiding

In dit hoofdstuk staan de koopstromen van inwoners van de gemeenten in het onderzoeksgebied voor detailhandel en horeca centraal. We gaan eerst in op binding en afvloeiing van detailhandel. Daarna bekijken we binding en afvloeiing van horeca. In hoofdstuk 5 kijken we naar toevloeiing.

4.2 Binding en afvloeiing detailhandel Wat is anno 2023 de binding en afvloeiing voor detailhandel? En wat valt op? Anno 2023 ligt de gemiddelde binding op gemeenteniveau voor 2023 dagelijkse artikelen op 85% (zie figuur 4.1). Voor recreatieve artikelen ligt dit op 41% en voor doelgerichte artikelen op 47%. Vergelijkbaar met 2019 en andere onderzoeksgebieden in Nederland hangt het aandeel binding samen met het aantal inwoners en het winkelaanbod. Hoe groter de gemeente of kern naar aantal inwoners, hoe hoger de binding. De gemeenten met grote binnensteden staan logischerwijs hoog in een lijstje binding voor recreatief winkelaanbod. Deze centra scoren ook wat betreft de waardering relatief hoog op keuzemogelijkheden en diversiteit.

De negatieve spiraal in het landelijk gebied: relatie voorzieningenaanbod en koopstromen Er bestaat een duidelijk verband tussen aanbod een koopstromen. Winkel en horeca aanbod heeft economisch draagvlak nodig om te functioneren. Dit uit zich, los van toerisme, primair in het aantal inwoners. In diverse dorpen in het landelijk gebied van Oost-Nederland is sprake van krimp en vergrijzing van de demografie. Dit leidt tot minder economisch draagvlak. Voorzieningen verdwijnen hierdoor, waardoor inwoners genoodzaakt zijn elders aankopen en bestedingen te doen (afvloeiing). Dit op zichzelf zorgt ook weer voor minder bestedingen bij bestaande voorzieningen in het eigen dorp, al dan niet door verlies van combinatiebezoek. Dit resulteert in veel gevallen in een negatieve spiraal, met als resultaat verlies van leefbaarheid in het landelijk gebied en de dorpen. In het onderzoeksgebied zijn meerdere voorbeelden te vinden. Het zijn vooral de kleinschalige dorpssupermarkten die verdwijnen, zoals in Barchem (gemeente Lochem), Halle (gemeente Bronckhorst) en Nieuw Wehl (gemeente Doetinchem).

Figuur 4.1 Koopkrachtbinding Oost-Nederland naar sector 2023, per gemeentecategorie 0%

20%

40%

60%

80%

100%

tot 20.000 inwoners

20.000-35.000 inwoners

35.000-50.000 inwoners

50.000-100.000 inwoners

100.000-200.000 inwoners

Totaal

Boodschappen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14090768/1