St. t.k.n. nr. 3. TAM-omgevingsplan Schotkampweg 159, Hoofdstuk 22m
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Schotkampweg 159, Hoofdstuk 22m
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schotkampweg 159, Hoofdstuk 22m (concept)
Inhoudsopgave
Motivering
3
Regels
31
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
32
Artikel 1 Toepassingsbereik
32
Artikel 2 Begripsbepalingen
33
Artikel 3 Aanvullende begripsbepalingen
34
Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen
38
Artikel 5 Algemeen gebruiksverbod
39
Artikel 6 Aanvraagvereisten
40
Hoofdstuk 2
41
Functies
Artikel 7 Agrarisch
41
Artikel 8 Groen
44
Artikel 9 Wonen
45
Artikel 10
Waarde - Archeologie 2
50
Hoofdstuk 3
Algemene regels voor activiteiten
52
Artikel 11
Anti-dubbeltelregel
52
Artikel 12
Algemene beoordelingsregels bouwactiviteiten
53
Artikel 13
Algemene beoordelingsregels gebruiksactiviteiten
54
Artikel 14
Algemene beoordelingscriteria overige activiteiten
60
Artikel 15
Overige regels
62
Hoofdstuk 4
Overgangsrechtbepalingen
63
Artikel 16
Overgangsrecht
63
Bijlagen bij de regels
65
Bijlage 1 Verbeelding
66
Bijlage 2 Landschappelijke inpassing Schotkampweg 159
68
Bijlage 3 Overzicht en tabel te behouden en te slopen bebouwing
70
2
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schotkampweg 159, Hoofdstuk 22m (concept)
Motivering
3
Motivering TAM-omgevingsplan Schotkampweg 159 in Elspeet
-2-
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding voor dit TAM-omgevingsplan De gemeenteraad van Nunspeet is in maart 2025 akkoord gegaan met de strategische aankoop van de vrijstaande woning aan de Schotkampweg 159 op één hectare grond en een aangrenzend perceel agrarische grond van bijna twee hectare. De aankoop is vooral bestemd om op de gronden de bouw van een nieuwe schaapskooi mogelijk te maken. Met de aankoop wordt het mogelijk te onderzoeken of op de twee hectare grond een nieuwe schaapskooi met bedrijfswoning kan worden gebouwd. Het realiseren van de nieuwe schaapskooi betreft een separaat traject. De huidige bedrijfswoning wordt middels dit TAM-omgevingsplan gewijzigd in een burgerwoning, waarna deze wordt doorverkocht. 1.2 Ligging plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Nunspeet, aan de Schotkampweg 159 in Elspeet. Het bevindt zich ten noordwesten van de kern Elspeet. Direct naast de woning ligt een woonfunctie (Schotkampweg 161), agrarische gronden en heidegebied. Op de volgende afbeeldingen is globaal de ligging van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing van plangebied wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit plan.
Luchtfoto van het plangebied e.o. van de locatie Schotkampweg 159 te Elspeet (bron: Cyclomedia)
-3-
1.3 Oude bestemmingplan De locatie ligt binnen het gebied van het oude bestemmingsplan Buitengebied Agrarische Enclave. Het perceel heeft daarin de bestemming Bedrijven (ah) agrarische hulpbedrijven.
Schotkampweg 159, Buitengebied Agrarische Enclave. Vanwege onder meer de onduidelijkheid over het toekomstige gebruik kon er lange tijd (vanaf 2010 tot 2023) geen partiële herziening van het bestemmingsplan worden vastgesteld en daarom werd het perceel destijds niet opgenomen in de bestemmingsplannen Buitengebied 2010, Buitengebied 2015, Buitengebied 2016, Buitengebied 2018, Buitengebied 2019 en Buitengebied 2023. 1.5 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de omgevingsplanwijziging die deze motivering mogelijk maakt. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving en analyse van de huidige ruimtelijk-functionele situatie. In Hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de gewenste situatie, de beoogde ontwikkeling en de strijdigheid met het geldend omgevingsplan. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de voorbereiding en participatie van onderhavig plan. In Hoofdstuk 5 wordt het Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In Hoofdstuk 6 wordt inzicht gegeven in diverse planologische en milieuaspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. In Hoofdstuk 7 wordt ingegaan op mogelijke beperkingengebieden die in het plangebied gelden. In Hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Tot slot wordt in Hoofdstuk 9 ingegaan op de juridische uitvoerbaarheid van het plan.
-4-
Hoofdstuk 2 Beschrijving huidige situatie Er staat op het perceel een aantal opstallen die gebruikt werden ten behoeve van grondverzetactiviteiten. Deze activiteiten zijn gestaakt. Daarnaast bevindt zich aan de noordzijde van het perceel de bestaande bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken en tuin. Aan de zuidzijde van het plangebied is een stuk (onbebouwde) agrarische grond. Direct ten noorden van het plangebied staat een bomenrij, waarna het heidegebied begint, dat valt binnen Natura 2000-gebied en ook is aangeduid als Gelders Natuurnetwerk. De volgende afbeeldingen tonen een impressie van de huidige situatie binnen het plangebied.
-5-
Hoofdstuk 3 Voorgenomen ontwikkeling 3.1 Wat houdt de ontwikkeling in? In de toekomstige situatie zal een aantal opstallen worden gesloopt, waarna de bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning. Deze woning wordt niet aangepast. 3.2 Strijdigheid omgevingsplan 3.2.1 Geldend omgevingsplan Voor het plangebied geldt het (tijdelijk deel van het) Omgevingsplan gemeente Nunspeet, met onderliggend het bestemmingsplan Buitengebied Agrarische Enclave. Op basis van het Omgevingsplan is de locatie van het plangebied bestemd als Bedrijf (ah), agrarische hulpbedrijven. 3.2.2 Strijdigheid geldend omgevingsplan Allereerst is wonen ter plaatse van de bestemming Bedrijf (ah) niet toegestaan. Alleen bedrijfswoningen zijn toegestaan, met een maximum aantal van één. Het initiatief voorziet in het omzetten van de bedrijfswoning in een woonbestemming, en het slopen van een aantal bedrijfsopstallen. Deze functiewijziging is specifiek toegesneden op dit initiatief. Om het initiatief op deze locatie mogelijk te maken is het noodzakelijk het omgevingsplan te wijzigen. 3.3 Medewerking opheffen strijdigheid De gemeenteraad van Nunspeet is in maart 2025 akkoord gegaan met de strategische aankoop van de vrijstaande woning aan de Schotkampweg 159 op één hectare grond en een aangrenzend perceel agrarische grond van bijna twee hectare.
De aankoop is vooral bestemd om op de gronden de bouw van een nieuwe schaapskooi mogelijk te maken. Met de aankoop wordt het mogelijk te onderzoeken of op de twee hectare grond een nieuwe schaapskooi met bedrijfswoning kan worden gebouwd. De realiseren van een nieuwe schaapskooi betreft een separaat traject. De huidige bedrijfswoning wordt middels dit TAM-omgevingsplan gewijzigd in een burgerwoning, waarna deze wordt doorverkocht. Aan deze functiewijziging worden wel een aantal eisen gesteld. Zo moet een aantal agrarische opstallen worden verwijderd, en ook wordt er een (landschappelijk) inpassingsplan opgesteld, waarmee het landelijk beeld van de locatie wordt gewaarborgd. 3.4 Conclusie Alles overwegende draagt de ontwikkeling bij aan een goede fysieke leefomgeving. Uit voorliggende motivering blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met het Besluit kwaliteit leefomgeving, Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid, en dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
-6-
Hoofdstuk 4 Voorbereiding en participatie Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van het wijzigen van het omgevingsplan. Dit komt omdat een omgevingsplan niet alleen invloed heeft op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. In dit hoofdstuk zal hier verder op worden ingegaan. 4.1 Participatie omgeving De directe omgeving, Schotkampweg 161, is op de hoogte van de plannen. Er heeft geen verdere participatie plaatsgevonden, omdat er geen verdere buren zijn in de directe omgeving van het plangebied.
-7-
Hoofdstuk 5 Beleid en regelgeving 5.1 Rijksbeleid en Rijksregels 5.1.1 Beleid: Nationale omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De NOVI is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan: − periodes van droogte afgewisseld met extreme regenval; − de zeespiegelstijging; − de overgang naar duurzame energie; − de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen; − de bouw van nieuwe woningen om het nationale woningtekort op te lossen; − de groei en het bereikbaar houden van steden; − plekken voor distributiecentra; − het versterken van de natuur en biodiversiteit; − het behoud van het landschap; − de vitaliteit van de landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes.
Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk dus een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken met als doel om het land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Toetsing Ten aanzien van dit plan wordt er ingespeeld op de opgave van het bouwen van woningen om het nationale woningtekort op te lossen. Met de realisatie van het initiatief wordt een bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Tevens wordt er, al zij het op microniveau, een bijdrage geleverd aan het sterker en leefbaarder maken van steden/dorpen en regio's. Tot slot wordt een agrarisch hulpbedrijf definitief beëindigd. Dit bedrijf ligt tegen het Natura 2000-gebied de Veluwe aan. Met de beëindiging van de dit bedrijf zal tevens de stikstofuitstoot op het Natura 2000-gebied worden verminderd. Hiermee kan de natuur die gevoelig is voor stikstofuitstoot mogelijk weer herstellen. Het kabinet wil ervoor zorgen dat in 2030 minimaal de helft van de natuur in beschermde Natura 2000-gebieden op een gezond stikstofniveau zit. Hiermee draagt het initiatief bij aan de benodigde stikstofreductie in Natura 2000-gebieden.
5.1.2 Regels: Instructieregels Rijk (AMvB's) De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
-8-
In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: − De dienstenrichtlijn (artikel 5.1a Bkl); − Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); − Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); − Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); − Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); − Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl); − Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); − Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen.
In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Toetsing Voor het plan zijn, anders dan de instructieregels die in deze motivering aan bod komen, geen specifieke instructieregels van toepassing. De mogelijke belemmeringen vanuit de instructieregels op het plan, worden in de verschillende milieu paragrafen in Hoofdstuk 6 afzonderlijk getoetst. Op basis van deze paragrafen wordt geconcludeerd dat de instructieregels geen belemmering op het plan vormen. 5.1.3 Conclusie rijksbeleid Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven, past de wijziging binnen de doelstellingen en het beleid en de regels van het Rijk. 5.2 Provinciaal beleid en provinciale regels 5.2.1 Beleid: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland.
Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: − Energietransitie; − Klimaatadaptatie; − Circulaire economie; − Biodiversiteit; − Bereikbaarheid; − Vestigingsklimaat;
-9-
−
Woon- en leefklimaat.
Themakaarten Bij de visie is een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: − ruimtelijk beleid; − waterbeleid; − milieubeleid; − natuur- en landschapsbeleid. Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Op de themakaart milieubeleid staan geen aspecten die betrekking hebben op de gemeente Nunspeet. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: − Regionaal waterprogramma; − Handreiking plussenbeleid; − Beleidslijn windenergie. Toetsing Ten aanzien van dit plan voorziet het initiatief in de beëindiging en sloop van een agrarisch hulpbedrijf (grondverzetbedrijf) en het omzetten van de bedrijfswoning in een reguliere woning. Het beëindigen van het bedrijf draagt bij aan het verbeteren van de woon- en leefomgeving. Tevens draagt het bij aan de verbetering van de natuur. Hiermee sluit de ontwikkeling aan bij de provinciale Omgevingsvisie. 5.2.2 Regels: Omgevingsverordening provincie Gelderland Het provinciale beleid en regelgeving wordt geboden door de ‘Omgevingsvisie’ en de ‘Omgevingsverordening’. De omgevingsvisie is uitsluitend bindend voor de provincie. In deze provinciale ‘visie op de toekomst’ schetst de provincie de gewenste ontwikkelingsrichtingen voor gebieden en te beschermen kwaliteiten (milieu, natuur et cetera.).
Dit ‘toekomstbeeld’ van het provinciale grondgebied wordt geborgd door de verordening. De verordening is juridisch bindend voor alle ontwikkelingen binnen de provincie Gelderland (die middels uitgebreide omgevingsvergunningen en het omgevingsplan) mogelijk worden gemaakt. De Verordening biedt regels voor ontwikkelingen ten einde het toekomstbeeld uit de omgevingsvisie te realiseren en/of te beschermen. Om deze reden (en gezien de aard van onderhavig plan) wordt dit plan uitsluitend aan de regels uit de omgevingsverordening getoetst. In de provinciale omgevingsvisie en -verordening worden geen concrete uitspraken gedaan over de mogelijkheden voor vrijkomende agrarische bedrijven of functieverandering naar wonen. Wel geeft de provincie in de omgevingsvisie aan dat ze het landschap open en groen wil houden en leegstand wil voorkomen. Het plangebied ligt conform de Omgevingsverordening binnen de voor het onderhavige plan relevante zone ‘Nationaal landschap buiten GNN,GO en NHW’. Daarnaast is het beleid met betrekking tot ‘wonen’ van belang.
- 10 -
Paragraaf 5.7.1.'Woonlocaties en recreatiewoningen', doorwerking regionale woonagenda (art. 5.64) In de verordening wordt aangegeven dat een omgevingsplan alleen nieuwe woningen toelaat als die ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de regionale woonagenda, kan een omgevingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda die ontwikkeling toch toelaten als: a. de gemeentebesturen in de regio in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze daarover naar voren te brengen; en b. Gedeputeerde Staten met deze ontwikkeling instemmen. Paragraaf 5.2.1 'Gelders natuurnetwerk', instructieregel beschermen kwaliteit Gelders natuurnetwerk (art. 5.5) In de verordening wordt aangegeven dat, voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties in het Gelders natuurnetwerk, een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen wordt toegelaten als uit onderzoek blijkt dat die geen nadelige gevolgen kan hebben voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van het Gelders natuurnetwerk als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone. Er is geen sprake van nadelige gevolgen voor de oppervlakte als die in overeenstemming met de artikelen 5.12 tot en met 5.18 worden gecompenseerd: a. in de nabijheid van het Gelders natuurnetwerk; of b.
in het Gelders natuurnetwerk op gronden die op de ambitiekaart bij het Natuurbeheerplan Provincie Gelderland zijn aangeduid met code N00.01 Afdeling 5.3 'instructieregels omgevingsplan: Landschap (art. 5.33) Als een omgevingsplan een activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten, in het bijzonder de nationale landschappen. Als een activiteit of ontwikkeling leidt tot een aantasting van de kernkwaliteiten, laat het omgevingsplan die alleen toe als uit de toelichting op het omgevingsplan blijkt dat: a. per saldo sprake is van versterking van het landschap in lijn met de ontwikkeldoelen, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap die in de betreffende Gelderse streek van toepassing zijn; en b. de versterking en de uitvoering hiervan worden vastgelegd. 5.2.3 Beperkingengebied stikstofemissie Provinciale Staten hebben ingestemd met het voorbereidingsbesluit voor de stroken (zones) van maximaal 500 meter rondom stikstofgevoelige natuur in de Natura 2000-gebieden Veluwe, landgoederen Brummen en Willinks Weust en Bekendelle bij Winterswijk. Met dit voorbereidingsbesluit zijn alle nieuwe activiteiten die stikstof uitstoten in deze stroken voor de komende 1,5 jaar niet toegestaan.
Het gaat om activiteiten waarvoor een natuurvergunning nodig is. Er zijn een paar uitzonderingen. Zo mogen bestaande activiteiten blijven doorgaan, uitbreiding ervan kan niet. Het perceel Schotkampweg 159 in Elspeet ligt buiten het beperkingengebied stikstofemissie, zoals te zien is op onderstaande afbeelding:
- 11 -
Uitsnede beperkingengebied stikstofemissie (bron: Provincie Gelderland)
5.2.4 Conclusie provinciaal beleid en provinciale regels Zoals hierboven is beschreven, past het TAM-omgevingsplan Schotkampweg 159 binnen de doelstellingen, het beleid en de regels van de provincie Gelderland. Het betreft geen nieuwe ontwikkeling, aangezien de aanwezige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en de huidige bedrijfswoning wordt omgezet in een reguliere woning. Er wordt dus geen nieuwe ontwikkeling mogelijk gemaakt. Toetsing Voorliggende ontwikkeling voorziet het omzetten van de bedrijfswoning in een reguliere woning. Dit draagt beperkt bij aan het nationale woningbouw tekort. Daarbij zal gezorgd worden voor een goed woon- en leefklimaat en waar mogelijk zal er, middels de landschappelijke inpassing, ook een bijdrage geleverd worden aan de biodiversiteit en aan het landschap. De regionale woonagenda kent geen specifieke regels ten aanzien van dit voorgestelde plan. Er worden geen ontwikkelingen beoogd op deze locatie. Nadere toetsing aan de omgevingsverordening op dit aspect is dan ook niet noodzakelijk. Er wordt een agrarisch hulpbedrijf (grondverzet) beëindigd. Ook ligt het perceel Schotkampweg 159 niet binnen het beperkingengebied stikstofemissie. 5.3 Gemeentelijk beleid 5.3.1 Beleid: Omgevingsvisie Nunspeet De gemeenteraad van Nunspeet heeft op 29 november 2018 de Omgevingsvisie Nunspeet vastgesteld.
De Omgevingsvisie van Nunspeet beschrijft de gewenste toekomstige ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de gemeente. De visie is opgesteld met inbreng van verschillende belanghebbenden, zoals inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. De omgevingsvisie heeft een aantal bijzondere kenmerken, die sterk medebepalend zijn voor het karakter, namelijk: 1. Grensoverschrijdend. De gemeenten Nunspeet, Elburg en Oldebroek (NEO) hebben de gezamenlijke opgaven gedefinieerd die grensoverschrijdend zijn. Dit heeft geleid tot de Gebiedsagenda NEO; 2. Uitnodigend. De omgevingsvisie wil uitnodigend zijn. De koers is in nauw overleg met de inwoners tot stand gekomen. De gemeente wil via deze visie inwoners en ondernemers uitnodigen om initiatieven op te pakken, waarvoor de visie de kaders aangeeft; 3. Brede aanpak. Inzet van de visie is om de ontwikkelingen breed op te pakken met economische, sociale, ruimtelijke en milieuthema's. Inzet is het behouden en versterken van vitaliteit en leefbaarheid.
- 12 -
Voor de gemeente Nunspeet is de uitdaging om te blijven streven naar een goede onderlinge balans tussen dynamiek en rust, tussen wonen, bedrijvigheid en infrastructuur enerzijds en natuur en landschap anderzijds. Om alle aanwezige kwaliteiten te behouden is hier en daar ook verandering noodzakelijk. Het plangebied ligt in 'deelgebied 7 Kern en agrarische enclave Elspeet'. Elspeet is gelegen in een agrarische enclave. De agrarische enclaves vormen open, duidelijk omkaderde ruimtes, binnen het zeer besloten bosgebied van de Veluwe. De enclave is een halfopen gebied met veel verspreide bebouwing en opgaande beplanting. Het kampen- en essenlandschap rondom het dorp bestaat uit een open complex van aaneengesloten akkers in een kleinschalige structuur van bosschages, houtwallen, singels en gemengd agrarisch gebruik. Rondom het dorp zijn er, met respect voor de waarden, mogelijkheden voor versterking van het gemengde karakter (zonder verder dichtslibben), bijvoorbeeld ter plaatse van vrijkomende agrarische bebouwing.
De uitgangspunten kwaliteit voor Elspeet zijn: • Openheid tussen kern en bosrand waarborgen (voormalig beschermd dorpsgezicht) • Behoud agrarische- en dorpse karakteristiek, zoals de ruimtelijke structuur van wegen, de beeldkwaliteit en belevingswaarde van aanwezige bebouwing en inrichting van openbare ruimte • Behoud van markante plekken, monumenten en karakteristieke bebouwing, zoals de brink, de schaapskooi en omgeving, de molen De Hoop en omgeving • Behoud van de doorzichten binnen het dorp en naar het buitengebied (bossen, en akkers) • Het is in het algemeen van belang dat zorgvuldig omgegaan wordt met de ligging in het Veluws natuurgebied Toetsing Voorliggende ontwikkeling voorziet in de sloop van vrijgekomen voormalige bedrijfsbebouwing en het omzetten van de bedrijfswoning in een reguliere woning. Hierdoor behoudt het gebied het gemengde karakter zonder dat het verder dichtslibt. Hiermee wordt de openheid tussen de kern en de bosrand gewaarborgd. Tot slot dient zorgvuldig omgegaan te worden met het natuurgebied de Veluwe. Er stopt een agrarisch hulpbedrijf (grondverzet) aan de rand van dit natuurgebied, wat zorgt voor minder effecten op dit natuurgebied. Dit wordt als positief beschouwd voor het natuurgebied.
5.3.2 Beleid: Woonvisie Nunspeet 2020-2025'Goed wonen in de gemeente Nunspeet' Sinds de vaststelling van de vorige woonvisie in 2015 is de woningmarkt sterk veranderd. Denk aan de recent toegenomen druk op de woningmarkt en de gestegen koopprijs. Door de voortzettende vergrijzing en huishoudensverdunning ziet de gemeente dat de vraag naar het type woningen veranderd. De recente herleving van de bouwproductie heeft het vestigingstekort omgebogen in een vestigingsoverschot. Dit heeft de prognose van de behoefte aan woningen veranderd. Tot en met 2025 moeten 670 woningen worden toegevoegd. Daarbij blijft Nunspeet inzetten op passende prestatieafspraken met Omnia Wonen en huurdersorganisatie SHOW. De vraag naar zowel koop als (sociale) huurwoningen is momenteel groot. Naast het invullen van uitbreidingslocaties wil de gemeente plannen ten aanzien van nieuwbouw en transformatie binnen bestaand stedelijk gebied zoveel mogelijk faciliteren en ondersteunen ('Woningbouw op maat'). Deze aanpak biedt ruimte voor starters, waaronder jongeren en jonge gezinnen, en geeft nieuwe dynamiek in de omgeving. Ook wil de gemeente huisvesting voor ouderen dichtbij benodigde voorzieningen zo veel mogelijk ondersteunen. Verder wordt de succesvolle aanpak ten aanzien van het Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) gecontinueerd.
Met deze woonvisie legt de gemeente een nieuw fundament voor voldoende aantrekkelijke woningen voor iedereen, een kwalitatief en energetisch hoogwaardige woningvoorraad, waar iedereen in elke levensfase, met of zonder zorgbehoefte, kan (blijven) wonen.
- 13 -
Drie ambities voor 2020-2025 staan in de woonvisie centraal: • een gezonde woningmarkt met passende woningen, voor nu en later; • ambitieus in energietransitie; • evenwichtige en zorgzame wijken. Toetsing De ontwikkeling betreft het omzetten van de bedrijfswoning in een reguliere woning. Met het plan wordt beperkt bijgedragen aan de woningbouwbehoefte binnen de gemeente Nunspeet. 5.4 Omgevingswaarden De gemeente Nunspeet heeft voorlopig geen gebruik gemaakt van de in het Bkl verankerde bevoegdheid tot het vastleggen van facultatieve omgevingswaarden. Toetsing hieraan is daarom niet mogelijk.
- 14 -
Hoofdstuk 6 Omgevingsaspecten In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de ontwikkeling rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onderzocht is wat de gevolgen van de nieuwe ontwikkelingen zijn op het onderzochte omgevingsaspect. 6.1 Geluid Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geluid. 6.1.1 (Wettelijk) kader De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor milieubelastende activiteiten die geluid voortbrengen.
Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid, het Aanvullingsbesluit geluid en de Aanvullingsregeling geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. De geluidinhoudelijke doelstellingen zijn: Het voorkomen van een onbeheerste groei van de geluidsbelasting op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties; Het reduceren van geluidbelastingen op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties die blootstaan aan zeer hoge geluidsbelastingen; Het bevorderen van bronmaatregelen; Het scheppen van een beter toegankelijk en minder complex geheel van regels; Het beperken van de lasten bij de uitvoering van de regels. Onder de Omgevingswet wordt gewerkt met geluidaandachtsgebieden. De geluidaandachtsgebieden worden rekenkundig afgeleid van geluidproductieplafonds en basisgeluidemissies. De geluidaandachtsgebieden moeten op termijn digitaal op kaart worden ontsloten in de Centrale Voorziening Geluidgegevens. De geluidnormen zijn opgenomen in het Bkl.
Er moet ook rekening worden gehouden met cumulatie van alle relevante geluidbronnen. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw of locatie binnen een geluidaandachtsgebied moet het aspect geluid beoordeeld worden. Overigens moet ook waar geen sprake is van een geluidaandachtsgebied in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties het aspect geluid afgewogen worden. 6.1.2 Onderzoek Het initiatief bestaat uit de sloop van de huidige bedrijfsbebouwing en het omzetten van de bedrijfswoning in een reguliere woning. De huidige woning staat nabij één geluidsbron, namelijk de Schotkampweg. Gezien de verkeersintensiteiten op deze weg (circa 1.100 motorvoertuigen per etmaal) wordt naar alle waarschijnlijkheid voldaan aan de voorkeurswaarde van 53 dB. Er is voor gekozen geen akoestisch onderzoek uit te voeren voor dit TAM-omgevingsplan.
- 15 -
Eindconclusie Bkl Uit de 'Atlas Leefomgeving' blijkt dat ter plaatse van het adres de maximale geluidbelasting minder dan 45 dB bedraagt. Voor gemeentewegen geldt een streefwaarde van maximaal 53 dB. De streefwaarde wordt dus ruimschoots gehaald. Een nadere toetsing aan het aspect geluid is dan ook niet noodzakelijk. Eindconclusie Bbl Op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) dient een akoestische binnenwaarde van 33 dB gegarandeerd te worden. Volgens artikel 4.102 van het Bbl bezit een standaard gevelconstructie een minimale geluidsisolatie van 20 dB. Gezien het feit dat de gevelbelasting op de woning onder de 53 dB ligt, is het uitvoeren van een aanvullend bouwakoestisch onderzoek niet noodzakelijk. 6.1.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect geluid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling. 6.2 Luchtkwaliteit In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect luchtkwaliteit. 6.2.1 (Wettelijk) kader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl.
Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2 ) en fijnstof (PM10 en PM2,5). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3 . Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1. Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze 'standaardgevallen NIBM' vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl.
Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden; 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Met de NIBM-tool kan op een eenvoudige en snelle manier berekend worden of een project in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool.
- 16 -
Buiten de zogenaamde aandachtsgebieden (die liggen in de grotere stedelijke agglomeraties) blijft toetsing aan het onderwerp luchtkwaliteit in het omgevingsplan beperkt tot de aanleg van auto(snel)wegen en langere tunnelbuistrajecten. De rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit gelden niet voor arbeidsplaatsen. Daartoe behoren bijvoorbeeld bedrijventerreinen, maar ook bedrijfswoningen. Ten slotte moet in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet afgewogen worden of de luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief aanvaardbaar is om een (nieuwe) woning te realiseren. 6.2.2 Toetsing plan Het voorgenomen initiatief voorziet in de sloop van bedrijfsbebouwing en het omzetten van een bedrijfswoning in een reguliere woning. Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een bouwplan met minder dan 1.500 woningen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Toetsing aan de grenswaarden is derhalve niet noodzakelijk. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is de lokale luchtkwaliteit onderzocht, zodat onacceptabele gezondheidsrisico's kunnen worden uitgesloten. Hiertoe is het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van de rijksoverheid geraadpleegd.
Het CIMLK geeft inzicht in de concentraties stikstofdioxide (NO2 ) en fijnstof (PM10 en PM2,5) in het projectgebied tussen 2023 en 2030. Het CIMLK maakt duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2023, 2025 en 2030 in het projectgebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. Het rekenpunt (51468751_15577099) dat het dichtst bij het perceel ligt kent de volgende gemeten waarden voor NO2, PM10 en PM2,5 in 2024: NO2: 7,9369 µg/m3 PM10: 13,7185 µg/m3 PM2,5: 7,3261 µg/m3. Voor NO2 en PM10 verbindingen geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 . Voor PM2,5 geldt een grenswaarde van 20 µg/m3. De hoeveelheid NO2 , PM10 en PM2,5 in het plangebied blijft ruimschoots onder de gestelde grenswaarden. De monitoringstool maakt dus duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2023, 2025 en 2030 in het plangebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's.
6.2.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied. 6.3 Geur In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geur. 6.3.1 (Wettelijk) kader De instructieregels van het Bkl voor geur afkomstig van rioolwaterzuiveringen en landbouwhuisdieren zijn gericht op aangewezen geurgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geurgevoelige gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan gedacht worden aan wonen, onderwijs of zorg. Voor overige gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van geurbescherming. Dat doet de gemeente vanuit haar taak van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties. Op industrieen bedrijventerreinen kunnen bedrijfsmatige activiteiten voorkomen die geurhinder veroorzaken. Die activiteiten zijn dan zelf een relevante geurbron.
- 17 -
Het bevoegd gezag bepaalt echter zelf welke mate van geurhinder ze aanvaardbaar vindt. Er moet dus worden beoordeeld of de geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar is. Gemeentelijk geurbeleid De gemeente Nunspeet heeft gemeentelijk geurbeleid vastgesteld. Door middel van de geurverordening heeft de gemeente Nunspeet afwijkende geur- en afstandsnormen vastgesteld dan de normen uit het Bkl voor woningen binnen de bebouwde kom van de kernen in de gemeente Nunspeet. Voor de woningen buiten de bebouwde kom zijn geen afwijkende geurnormen opgenomen. 6.3.2 Onderzoek Met de komst van de Omgevingswet is de Wet geurhinder en veehouderij opgenomen in het Bkl met instructieregels. De toetsingswaarden in het Bkl zijn gelijk aan die van de voormalige Wgv. Nabij de voormalige bedrijfswoningen ligt één agrarisch bedrijf (een intensieve veehouderij) op meer dan 200 meter afstand (Stakenbergweg 184). Vanwege de afstand van de om te zetten bedrijfswoning en het feit dat het een bestaande woning betreft, is geen verder onderzoek naar geur gedaan. 6.3.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect geur geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied. 6.4 Bodemkwaliteit Bij iedere ontwikkeling met betrekking tot de fysieke leefomgeving is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie.
Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen gezondheidsrisico oplevert voor de gebruikers van de bodem. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect bodem. 6.4.1 (Wettelijk) kader Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het Aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang: • Beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; • Evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • Duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en -aantastingen. Conclusie Er worden geen nieuwe, rechtstreeks toegestane planologische mogelijkheden geschapen.
Enkel de bedrijfswoning wordt omgezet in een reguliere woning. Er is dan ook geen nader onderzoek naar de kwaliteit van de bodem gedaan. Vanuit het aspect bodem bestaan er geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het projectgebied.
- 18 -
6.5 Water In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect water. 6.5.1 (Wettelijk) kader In artikel 5.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is een instructieregel voor het meewegen van het waterbelang opgenomen. In paragraaf 5.2.3 is het beleid van het waterschap beschreven. Het voorgenomen initiatief in overeenstemming is met het beleid van het waterschap. 6.5.2 Onderzoek Omdat het de sloop van bedrijfsopstallen betreft en er geen nieuwe woningen mogelijk worden gemaakt, maar enkel de bestaande bedrijfswoning wordt omgezet in een reguliere woning, is er geen onderzoek gedaan naar het aspect water. 6.5.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect water geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied. 6.6 Mobiliteit en parkeren In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met de aspecten verkeer en parkeren. 6.6.1 (Wettelijk) kader In de Omgevingswet is geen regelgeving opgenomen met betrekking tot mobiliteit en parkeren. De verkeersveiligheid is primair geborgd in de weg- en verkeerswetgeving, waaronder de Wegenverkeerswet. Daarnaast zijn richtlijnen opgenomen in het ASVV (Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen Binnen de Bebouwde Kom).
Wel kan een verandering van functies zorgen voor een verkeersaantrekkende werking. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto's, fietsen en/of scooters. Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn. De gemeente Nunspeet heeft parkeerbeleid opgesteld met daarin parkeernormen waaraan nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen. Omdat het geen nieuwe activiteit betreft, is niet aan het gemeentelijk beleid getoetst. 6.6.2 Onderzoek Verkeer Naar het aspect verkeer is geen onderzoek gedaan, aangezien het hier geen nieuwe ontwikkeling betreft die kan leiden tot een toename van het aantal verkeersbewegingen. Parkeren Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het initiatief voorziet. Het perceel Schotkampweg 159 is voldoende ruim om de parkeerbehoefte op eigen terrein op te vangen. Om die reden is onderzoek naar parkeren achterwege gelaten. 6.6.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect mobiliteit en parkeren geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het projectgebied.
- 19 -
6.7 Omgevingsveiligheid In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit de omgevingsveiligheid gewaarborgd wordt. Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Ook wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. 6.7.1 (Wettelijk) kader De hoofdlijnen van het (Wettelijk) kader voor de omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: • Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; • Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); • Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; • Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.
Het werken met aandachtsgebieden voor omgevingsveiligheidsrisico's is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. In een deelplan dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het deelplan kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: • Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); • Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); • Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); • Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl). 6.7.2 Onderzoek Het voorgenomen initiatief voorziet in het omzetten van een bestaande bedrijfswoning in een reguliere woning. Deze woning is aangemerkt als 'kwetsbaar object'. Hiermee voorziet de ontwikkeling in nieuw kwetsbare objecten. De navolgende afbeelding bevat een fragment van de Risicokaart Nederland (Bron: Atlas leefomgeving). De globale ligging van het projectgebied is hierop aangeduid.
- 20 -
Het plangebied ligt niet binnen een PR 10-6 risicocontour. Tevens is het plangebied niet gelegen in een brand-, explosie- of gifwolkaandachtsgebied. Er is daarom geen (beperkte) verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. 6.7.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect omgevingsveiligheid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied. 6.8 Bedrijven en milieuzonering Indien door middel van een plan nieuwe, gevoelige functies of milieuhinderveroorzakende functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu binnen en buiten het projectgebied mogelijk is. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van nieuwe gevoelige functies. 6.8.1 (Wettelijk) kader Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor.
Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningen, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de aanbevolen richtafstanden met één stap worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf de grens van de locatie van de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies. 6.8.2 Onderzoek Het projectgebied en haar omgeving maakt gezien de aanwezige functies deel uit van een 'rustig buitengebied'.
- 21 -
Hinderveroorzakende functies in het plangebied Binnen het plangebied worden geen functies gerealiseerd die milieuhinder veroorzaken. De al bestaande bedrijfswoning die wordt omgezet in een reguliere woning kan worden aangemerkt als milieuhindergevoelig. Hinderveroorzakende functies in de omgeving van het plangebied Naast voorgenoemde toetsing moet onderzocht worden of de functies in het projectgebied hinder ondervinden van hinderveroorzakende functies in de omgeving van het projectgebied. Er ligt op ruim 200 meter van Schotkampweg 159 één intensieve veehouderij. 6.8.3 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoering van het voorgenomen initiatief. 6.9 Natuur In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect natuur en de gevolgen voor de omliggende natuur door stikstofdepositie. 6.9.1 (Wettelijk) kader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten en diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden (buiten bebouwingscontour en erven).
Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). 6.9.2 Onderzoek Er is geen quickscan uitgevoerd. Dit omdat het een omzetten betreft van de bedrijfswoning in een reguliere woning. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe, dat op een afstand van 10 meter ligt van de locatie Schotkampweg 159. Andere Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand. Gezien het feit dat het gaat om het omzetten van de bedrijfswoning in een reguliere woning en de ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden zijn er geen negatieve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten. Het projectgebied ligt op 10 meter afstand van, maar wel buiten het Gelders Natuurnetwerk (GNN), en circa 500 meter van de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GNN en de GO niet aangetast. Stikstof Er is geen stikstofonderzoek uitgevoerd, aangezien het enkel gaat om het omzetten van de bedrijfswoning in een reguliere woning.
Daarbij wordt de planologische mogelijkheid om een agrarisch hulpbedrijf uit te oefenen geschrapt, wat als een afname van stikstof kan worden beschouwd.
- 22 -
6.9.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect natuur geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied. 6.10 Cultureel erfgoed Gemeenten moeten in hun omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met binnen of buiten de locatie van de activiteit aanwezige archeologische of cultuurhistorische waarde. Gezien de aspecten archeologie en cultuurhistorie vaak met elkaar verweven zijn, worden deze hier gezamenlijk besproken. 6.10.1 (Wettelijk) kader Bij het beschermen van cultureel erfgoed in het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met bepaalde uitgangspunten. Het Rijk geeft hiervoor instructieregels (artikel 5.130 lid 2 Bkl). Deze gaan over: • Ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; • Verplaatsing van beschermde monumenten; • Gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; • Aantasting van de omgeving van een beschermd monument; • Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten. 6.10.2 Onderzoek Archeologie Er worden geen bodemingrepen gedaan. De bestaande bedrijfsopstallen worden gesloopt en een bedrijfswoning wordt omgezet in een reguliere woning. De gronden zijn in de huidige situatie dus al bebouwd.
Er is dus ook geen reden om archeologisch onderzoek te verlangen. Dit is omdat de bodem verstoord zal zijn ter plaatse van de nu nog aanwezige bedrijfsopstallen, waardoor de kans op het verstoren van archeologische waarden zeer gering is. Cultuurhistorie De bestaande bedrijfswoning en de bedrijfsopstallen hebben geen specifieke cultuurhistorische waarde. Het voorgenomen initiatief heeft eveneens geen negatief effect op eventuele cultuurhistorisch waardevolle elementen in de omgeving. Om deze reden is verdere toetsing aan het aspect cultuurhistorie niet noodzakelijk. 6.10.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect cultureel erfgoed geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.
- 23 -
Hoofdstuk 7 Beperkingengebieden 7.1 Beperkingengebieden Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Kortgezegd zijn dit de gebieden rondom (spoor)wegen en waterstaatswerken waar beperkingen gelden. Dit betekent dat er beperkingen gelden voor activiteiten van derden, zowel ter plaatse van de weg of het waterstaatswerk alsook in de daaraan grenzende (beschermings)zones.
7.2 Conclusie Het projectgebied ligt niet in een beperkingengebied. Nadere toetsing aan dit aspect is dan ook niet noodzakelijk.
- 24 -
Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid 8.1 Economische uitvoerbaarheid 8.1.1 Financieel-economische haalbaarheid De gemeente is eigenaar van het perceel inclusief de aanwezige opstallen. De kosten voor de procedure van het TAM-omgevingsplan Schotkampweg 159 komen voor rekening van de gemeente. De gemeente zal de woning daarna verkopen. Het plan is volledig financieel-economisch haalbaar. 8.1.2 Kostenverhaal De voorliggende ontwikkeling wordt gerealiseerd op initiatief van de gemeente. De kosten die uit de voorgenomen ontwikkeling voorvloeien, komen ten laste van de gemeente. 8.1.3 Nadeelcompensatie In geval voor realisatie van het onderhavige initiatief een schadeveroorzakend besluit nodig is als bedoeld in artikel 15.1, eerst lid van de Omgevingswet, kan dit tot voor vergoeding in aanmerking komende nadeelcompensatie leiden. 8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.2.1 Vooroverleg Dit plan wordt in het kader van vooroverleg toegestuurd naar de vooroverlegpartners (waaronder provincie Gelderland). 8.2.2 Participatie De eigenaren van het naastgelegen perceel Stakenbergweg 161 zijn op de hoogte van de voorgenomen ontwikkeling op het perceel Stakenbergweg 159. Omdat er in de directe nabijheid van het adres verder geen woningen liggen, heeft er geen verdere participatie plaatsgevonden.
8.2.3 Zienswijzen Het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan Schotkampweg 159 wordt op grond van artikel 3:11 van Algemene wet bestuursrecht gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegd en het wordt tegelijkertijd elektronisch beschikbaar gesteld via de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB). Voorafgaand wordt hiervan mededeling gedaan in het Gemeenteblad. Gedurende deze periode kan eenieder een zienswijze over het ontwerpbesluit bij de gemeenteraad naar voren brengen.
- 25 -
Hoofdstuk 9 Juridische uitvoerbaarheid 9.1 Algemeen In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de relevante milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van dit TAM-IMRO Omgevingsplan, bestaande uit een plankaart (verbeelding) en regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit TAM-IMRO omgevingsplan. Met het TAM-omgevingsplan Schotkampweg 159 wordt de herstructurering van het plangebied mogelijk gemaakt. Deze wijziging op het tijdelijk deel van het 'Omgevingsplan gemeente Nunspeet' is technisch opgesteld conform het InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO) op basis van de voormalige Wet ruimtelijke ordening (Wro), maar inhoudelijk uitgewerkt op basis van de vereisten volgens de Omgevingswet. Omgevingsplan Op 1 januari 2024 is het 'Omgevingsplan gemeente Nunspeet' van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan.
Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen. Toepassing TAM-IMRO De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij de uitvoering van de Omgevingswet. Het bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de – onder de Wro gebruikte – IMRO-standaard en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Werkingsgebied De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op het werkingsgebied, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0302.TAM0022m, zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
9.2 Toedelen van functies aan locaties 9.2.1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat bepalingen die gelden voor het gehele projectgebied en bestaat uit: Artikel 1: In dit artikel is opgenomen dat het TAM-omgevingsplan gelezen moet worden als hoofdstuk in het 'Omgevingsplan gemeente Nunspeet' en de artikelen als paragrafen van dat hoofdstuk. Dit om onduidelijkheden met het omgevingsplan van rechtswege te voorkomen. Het artikel geeft aan voor welk werkingsgebied de regels van toepassing zijn. Tevens wordt aangegeven dat specifieke artikelen uit de Omgevingswet en het omgevingsplan van rechtswege niet van toepassing zijn, indien strijdigheid bestaat met de regels uit het TAM- omgevingsplan.
- 26 -
Artikel 2 en 3: In deze artikelen zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. Artikel 4: In dit artikel zijn de meet- en rekenbepalingen opgenomen. Artikel 5 regelt het algemene gebruiksverbod, wat betekent dat het verboden is gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en activiteiten. Artikel 6 regelt dat ook de aanvraagvereisten die in artikel 22.5.2 van de bruidsschat staan, van overeenkomstige toepassing zijn op een omgevingsvergunning die vereist is op grond van dit hoofdstuk. 9.2.2 Specifieke regels over functies In Hoofdstuk 2 is opgenomen welke functies binnen het projectgebied zijn toegestaan. Per toegestane functie is aangegeven waar en hoe bouwen ten behoeve van de functie is toegestaan. In dit TAM-omgevingsplan zijn de functies 'Agrarisch', ‘Groen’. 'Wonen' en ‘Archeologie 2’ opgenomen. Hierna worden de regels die zijn opgenomen voor deze functies nader toegelicht.
Agrarisch (Artikel 7) De gronden met de functie 'Agrarisch' zijn bestemd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf, het weiden van vee, bos- en of natuurelementen, bestaande wegen, wandel-, fiets- en ruiterpaden en toegangswegen, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, teeltondersteunende voorzieningen en het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarde en de landschappelijke waarde van de gronden. Er mogen op deze gronden geen gebouwen worden gebouwd. Wel zijn teeltondersteunende voorzieningen met een bouwhoogte van niet meer dan 0,3 meter toegestaan en bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een bouwhoogte van niet meer dan 1,5 meter. Binnen de functie 'Agrarisch' is een aantal omgevingsplanactiviteiten opgenomen. De omgevingsplanactiviteiten zijn in de huidige situatie ook al mogelijk op gronden die bestemd zijn als 'Agrarisch'. Om deze reden worden deze omgevingsplanactiviteiten hier niet nader toegelicht. Groen (Artikel 8) De gronden met de functie ‘Groen’ zijn bestemd voor groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplantingen, fiets- en voetpaden, watergangen en waterpartijen, kunstobjecten en speeltoestellen, landschappelijke inpassing en/of erfbeplanting. Op gronden met de functie ‘Groen’ mogen geen gebouwen worden gebouwd.