St. t.k.n. nr. 3. Bijlage Ontwerp herstelprogramma Bossen versie januari 2023
Tekst van het document
Bestrijding van uitheemse soorten moet zich in ieder geval richten op soorten die als uitheems worden beschouwd volgens de SNL (Bron: Van der Werf, 1991). Of Europees inheemse soorten zoals gewone esdoorn, tamme kastanje en fijnspar ook worden bestreden is aan de beoordeling van de terreinbeheerders. Het is voorstelbaar dat deze soorten in het kader van klimaatadaptatie gehandhaafd worden, zolang deze geen bedreiging vormen voor de typische en karakteristieke soorten van de boshabitats.
84
Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023
6.5.2
Natuurtechnisch boomveiligheidsbeheer op oude bosgroeiplaatsen
Habitattypen
H9120 beuken-eikenbossen met hulst, H9190 oude eikenbossen en H91E0C* vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
VHR-soorten
-
Overig
Kraaihei-dennenbossen
Type maatregel
Kwaliteitsverbetering en (potentieel uitbreiding)
Sleutelfactoren
Verwijderen van invasieve boom- en struiksoorten
Gebieden
Oude bosgroeiplaatsen en kraaihei-dennenbossen
Boomveiligheidsbeheer kan een knelpunt vormen voor het halen van de Natura 2000-doelen wanneer dit leidt tot het grootschalig verwijderen van risicovolle, niet-vitale, oude en/of dode bomen langs wandelpaden op oude bosgroeiplaatsen (de kwalificerende boshabitats en omliggende potentiële uitbreidingsgebieden). Boomveiligheidsbeheer is onderdeel van de SNL-beheersubsidie, maar de hoogte van deze subsidie is ontoereikend om bij grootschalige aanwezigheid van oude, aftakelende en dode bomen voldoende maatwerk te kunnen leveren om deze belangrijke boomhabitats veilig en zo lang mogelijk te kunnen behouden. Boomveiligheidsbeheer in bossen zal in veel gevallen gericht zijn op het vellen van risicovolle bomen (zie ook § 5.1.4 Beheer - Boomveiligheidsbeheer). Vanuit de Natura 2000-doelen zijn op oude bosgroeiplaatsen meer natuurtechnische maatregelen gewenst zoals het omleggen van paden of snoeien (bij voorkeur uitgevoerd aan de hand van breuksnoei (Bron: Van Beek et al., 2014.)) of omtrekken in plaats van vellen. Aan de liggende boomresten, inclusief wortelkluit en boomkroon, dient minimaal gezaagd en opgeruimd te worden. De provincie ondersteunt natuurtechnische boomveiligheidsmaatregelen binnen bossen gelegen op oude bosgroeiplaatsen, aanvullend op het regulier boomveiligheidsbeheer.
Wandelaars in de bossen op de Veluwezoom
85
Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023
6.5.3
(Voormalige PAS-)maatregelen uit het beheerplan
Habitattypen
H9120 beuken-eikenbossen met hulst, H9190 oude eikenbossen en H91E0C* vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
VHR-soorten
Vliegend hert, zwarte specht
Overig
-
Type maatregel
Kwaliteitsverbetering
Sleutelfactoren
Optimalisatie van beheer
Gebieden
Oude bosgroeiplaatsen
In het Natura 2000-beheerplan Veluwe is een onderscheid gemaakt tussen drie typen maatregelen: PAS-herstelmaatregelen, natuurbeheer en overige maatregelen. De PAS-herstelmaatregelen, zoals beschreven in paragraaf 6.2 van het beheerplan, zijn specifiek bedoeld om de achteruitgang van natuurwaarden door stikstofdepositie tegen te gaan. Voor bossen betreffen dit de volgende maatregelen: M4b Terugdringen beuk in oude eikenbossen, M4c Exoten verwijderen en M5 Geleidelijke omvorming dennenbos naar loofbos op oude bosgronden. Deze PASherstelmaatregelen waren ook opgenomen in het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State uitgesproken dat het PAS niet voldoet aan de natuurwetgeving en niet langer gebruikt mag worden. Met het vervallen van het PAS blijft de noodzaak deze herstelmaatregelen uit te voeren echter bestaan. Het Natura 2000-beheerplan Veluwe is een plan op hoofdlijnen. In het plan staat dat de herstelmaatregelen om de instandhoudingsdoelen voor de Veluwe te behalen verder worden uitgewerkt in herstelprogramma’s (locatiespecifiek). De herstelprogramma’s moeten in de eerste beheerplanperiode worden opgesteld, het uitvoeren ervan vindt plaats in zowel de eerste beheerplanperiode als de daaropvolgende.
Gezien de noodzaak van het behoud en herstel van stikstofgevoelige natuur, is al begonnen met uitvoering van de PAS-herstelmaatregelen vóór het gereedkomen van de herstelprogramma’s. Sinds 2015 hebben terreineigenaren een groot deel van deze PAS-herstelmaatregelen voor de eerste PAS-periode (2015 t/m 2021) uitgevoerd, enkele zijn nog in uitvoering. Ook na deze uitvoering blijven de meeste, met name cyclische maatregelen noodzakelijk zolang de stikstofdepositie te hoog blijft. De voormalige PAS-herstelmaatregelen, zoals genoemd in paragraaf 6.2 van het Natura 2000-beheerplan Veluwe, blijven grotendeels bestaan, maar worden in enkele gevallen gewijzigd. Ze vormen een aanvulling op de maatregelen in dit herstelprogramma omdat ook doorlopende maatregelen noodzakelijk blijven, zoals extra beheer als gevolg van een te hoge stikstofdepositie. Deze maatregelen zijn (in sommige gevallen licht aangepast en/of uitgebreid) hieronder nader toegelicht. Onderstaande maatregelen betreffen zowel de voormalige PAS-herstelmaatregelen, natuurbeheer als overige maatregelen voor bos uit het beheerplan.
86
Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023
M4b Terugdringen beuk in oude eikenbossen
Habitattypen
H9190 oude eikenbossen
VHR-soorten
-
Overig
-
Type maatregel
Kwaliteitsverbetering
Sleutelfactoren
Optimalisatie van beheer
Gebieden
H9190 oude eikenbossen
Beukenverjonging kan binnen de oude eikenbossen (H9190) eiken verdringen. Op de schaal van de Veluwe is dit geen knelpunt (Bron: Vereniging wildbeheer Veluwe, 2019), mogelijk dat dit lokaal wel leidt tot het verdwijnen van typische of karakteristieke soorten van de oude eikenbossen. Of beuk in deze bossen wordt bestreden is aan de beoordeling van de terreinbeheerders. Deze maatregel blijft als afzonderlijk maatregel bestaan en kan indien nodig (na overleg) worden ingezet.
M4c Exoten verwijderen Deze maatregel is nader toegelicht onder § 6.5.1 Exotenbestrijding op oude bosgroeiplaatsen en kraaihei-dennenbossen. Deze maatregel blijft als gevolg van dit herstelprogramma derhalve niet bestaan.
M5 Geleidelijke omvorming dennenbos naar loofbos op oude bosgronden De ontwikkeling van kwalificerend habitat vanuit open grovedennenbossen heeft op verschillende manieren een plek binnen dit herstelprogramma, o.a. in de herstelmaatregelen (§ 6.2.1 en 6.2.2) als in de revitaliseringsmaatregelen (§ 6.4.2 Rasteren ten behoeven van bosverjonging en weren wroetactiviteiten). Vellen van grove den in deze bossen als ‘administratieve’ habitatuitbreiding is ongewenst en brengt schade toe aan het doelbereik van habitattypen bos en aan het leefgebied van VHR-soort zwarte specht. Deze maatregel blijft als gevolg van dit herstelprogramma derhalve niet bestaan.
M4f Dood hout Deze maatregel is binnen dit herstelprogramma verwerkt in de randvoorwaarden voor bosbeheer in kwalificerend habitat (§ 6.1), in de herstelmaatregelen (§ 6.2.1 en 6.2.2), in de revitaliseringsmaatregelen (§ 6.4.4 Netwerk oude, aftakelende en dode bomen (NOAD)) en als aanvullende generieke maatregel (§ 6.5.2 Natuurtechnisch boomveiligheidsbeheer). Deze maatregel blijft als gevolg van dit herstelprogramma derhalve niet bestaan.
M11 Uitrasteren natuurlijke verjonging c.q. individuele bescherming plantmateriaal Deze maatregel is opgenomen als revitaliseringsmaatregel (§ 6.4.2 Rasteren ten behoeven van bosverjonging en weren wroetactiviteiten). M11 als opzichzelfstaande maatregel vervalt daarmee.
M16 Bescherming voortplantingsbiotoop vliegend hert Alle maatregelen gericht op de duurzame instandhouding van vliegend hert op de Veluwe zijn opgenomen onder § 6.3.1 Vliegend hert. Deze vallen volledig onder de M16 maatregel uit het beheerplan en blijft als afzonderlijke maatregel bestaan.
87
Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023
6.6 Beleidsopgaven Beleidsopgaven dienen door de provincie zelf opgepakt te worden.
6.6.1
Wet natuurbescherming – houtopstanden Zoals toegelicht in § 5.1.10 vormt de herplantplicht die voortkomt uit de Wet natuurbescherming in sommige gevallen een knelpunt voor de kwaliteit van de habitatbossen, met name binnen open ruimtes in de oude eikenbossen (H9190). De herplantplicht is hier in sommige gevallen strijdig met de natuurlijke kenmerken en instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000. Bij de beoordeling van de herplantplicht is het aan het bevoegd gezag om een afweging te maken tussen deze verplichtingen.
Habitattypen
H9190 oude eikenbossen
VHR-soorten
-
Overig
O.a. bosparelmoervlinder
Type maatregel
Kwaliteitsverbetering
Sleutelfactoren
Stroomlijnen beleid
Gebieden
H9190 oude eikenbossen
6.6.2
Verantwoording ontwikkeling en aftakeling oude eikenbossen in open kwalificerend habitat
Habitattypen
H9190 oude eikenbossen
VHR-soorten
-
Overig
Diverse open habitattypen
Type maatregel
Uitbreiding
Sleutelfactoren
Stroomlijnen beleid
Gebieden
H9190 oude eikenbossen
Zoals toegelicht in § 5.1.10 zal uitbreiding van oude eikenbossen (H9190) hoofdzakelijk plaats moeten vinden buiten het bos, ten koste van open kwalificerende habitats, met name wanneer dit eikenstrubbenbossen moeten worden. Daarnaast zullen, als gevolg van natuurlijke successie, soms oude eikenbossen lokaal verdwijnen. Er zal nader uitgewerkt moeten worden hoe we deze interne verschuivingen tussen habitattypen wegen in het perspectief van de Veluwe-brede Natura 2000doelen voor de verschillende kwalificerende habitats. Hierbij moeten we enerzijds het halen van de (uitbreidings)doelen voor de verschillende habitats borgen, maar anderzijds voldoende recht doen aan de dynamiek en veranderlijkheid van de natuurlijke systemen op de Veluwe.
88
Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023
6.6.3
Verhogen doelmatigheid van faunabeheer en -beleid i.r.t. Natura 2000-doelen
Habitattypen
H9120 beuken-eikenbossen met hulst, H9190 oude eikenbossen en H91E0C* vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
VHR-soorten
Vliegend hert, wespendief, zwarte specht
Overig
-
Type maatregel
Kwaliteitsverbetering en uitbreiding
Sleutelfactoren
Verbeteren buffercapaciteit en vitaliteit bosbodem, (lokaal) verlagen van graas- en wroetdruk, stroomlijnen beleid
Gebieden
Gehele Natura 2000-begrenzing
Het faunabeheer op de Veluwe wordt gecoördineerd door de Faunabeheereenheid Gelderland. De provincie zal in overleg treden met de Faunabeheereenheid over de vraag hoe het behalen van de Natura 2000-doelen en het herstelprogramma beter ingebed kunnen worden in het huidige faunabeheer (zie ook § 6.2.6 Regionaal verlagen omvang wilde hoefdierpopulaties). Een belangrijk onderdeel hiervan is het formuleren en evalueren van de doelen aan de hand van het effect van de hoefdierpopulaties op de Natura 2000-doelen. Invulling, bijsturing en monitoring van het faunabeheer op de Veluwe wordt bij voorkeur zoveel mogelijk gedaan op basis van de effectmonitoring uit het netwerk graasdrukmonitor van de Faunabeheereenheid Gelderland. Zo kunnen de effecten op het Natura 2000doelbereik goed gevolgd worden en ook tussentijds worden bijgestuurd, bijvoorbeeld vanwege toenemende effecten van de wolf op de omvang en het gedrag van de hoefdierpopulaties. Wanneer de graasdrukmonitor hiervoor (nog) onvoldoende is toegerust zal samen met de Faunabeheereenheid worden gekeken hoe de bruikbaarheid verbeterd kan worden. Daarnaast worden de gewenste voorjaarstanden uit het huidige faunabeheerplan in de praktijk niet gehaald.
Dit komt omdat het daarvoor benodigde afschot niet wordt gerealiseerd, zowel qua aantallen als de verdeling over mannelijke en vrouwelijke dieren en gewichts- en leeftijdsklassen (Bron: Vereniging wildbeheer Veluwe, 2019). Ook hier kijkt de provincie samen met de Faunabeheereenheid naar wat nodig is om het beoogde afschot wel te halen. Dit kan gaan over de organisatorische aspecten van het faunabeheer, maar mogelijk ook over de methodes om het afschot te realiseren.
6.6.4
Uitwerken financiële compensatie houtoogstbeperkingen voor boseigenaren De houtoogstbeperkingen in het kwalificerend habitat en als gevolg van de herstelmaatregelen hebben financiële consequenties voor boseigenaren. We willen hier op een zorgvuldige en billijke manier mee omgaan. Hoe we deze compensatie vorm gaan geven dient nader uitgewerkt te worden.
89
Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023
6.6.5
Beoordelen bosbeheeractiviteiten in leefgebied samen met eigenaren Gangbaar bosbeheer buiten kwalificerend habitat wordt beschouwd als bestaand gebruik conform het huidige Natura 2000-beheerplan Veluwe. Bij het beheer dient wel voldoende rekening gehouden te worden met de VHR-soorten vliegend hert, wespendief en zwarte specht. Grootschalige vlaktekap (vlaktekap >0,5 ha of schermkap >2 hectare (Bron: Den Ouden & Mohren, 2020)) en het uitvoeren van zomervellingen heeft negatieve effecten op de wespendief (Bron: Nijssen et al., 2014; Bijlsma et al. 2022). Deze activiteiten zijn onder het huidige beheerplan toegestaan. De provincie wil in gesprek met bosbeheerders over deze maatregelen en andere maatregelen die mogelijk problemen opleveren voor de duurzame instandhouding van de VHR-soorten op de Veluwe.
6.6.6
Beoordelen effecten landbouwkundig gebruik binnen Natura 2000 begrenzing Binnen de Natura 2000 begrenzing Veluwe liggen percelen die landbouwkundig in gebruik zijn, maar die geen onderdeel zijn van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Deze percelen zijn niet geëxclaveerd als Natura 2000-gebied en daarom maken zij geen onderdeel uit van het overgangsgebied van Natura 2000 Veluwe. Er zal een analyse worden gedaan van de ligging van deze percelen en de mate van impact van het gebruik van deze percelen op het realiseren van de instandhoudingsdoelen.
6.6.7
Voorlichting kleinere boseigenaren Om te zorgen dat alle eigenaren met kwalificerend boshabitat in bezit zich voldoende bewust zijn van de waarden en het noodzakelijke beheer in deze bossen, zal de provincie een gerichte informatiecampagne organiseren.
6.6.8
Voorlichting particulieren met vliegend hert in tuin Ook binnen bebouwde gebieden kan vliegend hert voorkomen. Voorbeelden op de Veluwe zijn Apeldoorn, Elspeet, Hoog Soeren en Vierhouten. De dieren zullen de tuinen voor een deel vanuit aanliggende biotopen bezoeken, maar een deel plant zich ook daadwerkelijk in deze tuinen voort, in de aanwezige eiken of in de bielzen die voor de tuinaanleg gebruikt zijn. Om te zorgen dat tuineigenaren zorgvuldig omgaan met deze populaties en met de structuren waar deze populaties van afhankelijk zijn, zal de provincie een gerichte informatiecampagne organiseren.
6.6.9
Toetsen brandveiligheidsplannen Voor verschillende delen van de Veluwe worden brandveiligheidsplannen geformuleerd. Deze moeten getoetst worden aan de Natura 2000-doelen en dit herstelprogramma om te zorgen dat uitvoering van deze plannen niet ten kosten gaat van het behalen van de Natura 2000-doelen. Hierbij moet niet enkel worden gekeken naar de inrichting van het terrein, maar tevens naar de logistiek van eventuele brandbestrijding en te gebruiken blusmiddelen. Wanneer er knelpunten optreden tussen de brandveiligheid en de Natura 2000-doelen voor de bossen op de Veluwe kijkt de provincie in overleg met de boseigenaar en de veiligheidsregio naar mogelijke oplossingen.
90
Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023
6.6.10
Lerend netwerk en ondersteuning experts Samen met de beheerders wil de provincie onderzoeken voor welke onderwerpen er behoefte is aan delen van kennis en ervaringen, en in welke vorm dit het beste kan. Daarbij is ook aandacht voor het oprichten van groepen experts voor diverse onderwerpen, die beheerders kunnen ondersteunen bij het uitwerken van beheeren inrichtingsmaatregelen.
91
Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023
7 Monitoring 7.1
Uitgangspunten voor monitoring vanuit het Natura 2000-beheerplan Veluwe De provincie is verantwoordelijk voor de evaluatie van het beheerplan. Monitoring is hierin een belangrijk instrument. Het doel van de monitoring is het verzamelen van gegevens die nodig zijn om het beheerplan aan het eind van de planperiode te kunnen evalueren. Aan de hand van deze gegevens moet bepaald kunnen worden of de instandhoudingsdoelstellingen uit het aanwijzingsbesluit zijn gerealiseerd (effectmonitoring) en wat de voortgang is van de in het beheerplan beschreven maatregelen (prestatiemonitoring). Ook moet er informatie worden geleverd aan de minister van LNV ten behoeve van de landelijke en gebiedsgerichte rapportages aan de Europese Commissie. Als blijkt dat ontwikkelingen onvoldoende of ongewenst verlopen, zal bij de herziening of actualisatie van het Natura 2000-beheerplan Veluwe worden bezien of beleid, maatregelen en beheer voortgezet of bijgestuurd moeten worden. De bedoeling van de maatregelen uit voorliggend herstelprogramma is een positief effect op de ontwikkeling van de doelen. Door middel van monitoring houdt de provincie de ontwikkeling in de gaten. Ze onderscheidt hierbij de volgende door monitoring (en onderzoek) te beantwoorden vragen: 1. Hoe gaat het met de Vogel- en Habitatrichtlijndoelen (VHR) waarvoor de Veluwe is aangewezen? 2. Treedt het gewenste systeemherstel op? 3.
Hoe gaat het met de voortgang van de uitvoering van de herstelprogramma’s? 4. Wat is het effect van de herstelmaatregelen?
7.2
VHR-doelen Doel van de monitoring: • rapportage aan Rijk, Provinciale Staten en Standaard Data Formulier; • evaluatie beheerplan, bijsturing. De opzet van de monitoring wordt in een monitoringsplan uitgewerkt. Hierbij sluiten we zo veel mogelijk aan bij lopende monitoring en monitoringsafspraken.
7.3
Habitattype
Ligging en omvang Conform landelijke afspraken stelt de provincie Gelderland een habitattypenkaart op en actualiseert deze. Op basis hiervan wordt de ontwikkeling van de habitattypen in omvang en ligging vastgesteld. De uitgangssituatie is vastgelegd in een T0-habitattypenkaart, de habitattypenkaart die de situatie weergeeft in het jaar van definitieve aanwijzing van het Natura 2000-gebied (2013). De habitattypenkaart wordt voor elk terrein eens in de twaalf jaar geactualiseerd op basis van een vegetatiekartering. In de tussenliggende periode worden evidente veranderingen op basis van bijvoorbeeld luchtfoto’s of gerichte veldbezoeken aangepast. De meest recente habitattypenkaart is niet opgenomen in het beheerplan, maar beschikbaar via de website van de provincie Gelderland.
92
Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023
Basis voor de actualisatie van de habitattypenkaart vormen de vegetatiekarteringen die in het kader van de Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer worden uitgevoerd. Deze vegetatiekarteringen vallen veelal onder verantwoordelijkheid van de terreinbeheerder. Van belang hierbij is dat terreinbeheerder(s) en provincie planning en opzet van de vegetatiekartering afstemmen. Soms zijn ook aanvullende karteringen of aanvullende veldbezoeken nodig ten behoeve van de habitattypenkaart. De provincie is verantwoordelijk voor het overleg hierover met de terreinbeheerder(s).
Oud eikenbos op het Kroondomein (fotografie: Els Branderhorst/Buiten-Beeld)
Kwaliteit Er is (nog) geen eenduidige landelijke methodiek beschikbaar voor de beoordeling van de kwaliteit(sontwikkeling) van habitattypen. Voor de kwaliteitsbeoordeling zal de provincie Gelderland een eigen aanpak ontwikkelen. Hierbij wordt, indien mogelijk, afgestemd op landelijke ontwikkelingen. Wageningen Environmental Research heeft voor de herstelprogramma’s ecologische beoordelingskaders voor alle habitattypen opgesteld (WENR, 2021). Voor de ontwikkeling van een systematiek om de kwaliteit van habitattypen en relevante drukfactoren te beoordelen en monitoren, zal de provincie aansluiten bij de criteria uit de beoordelingsformats.
Monitoring binnen de Grote Eenheid Natuur (GEN) Momenteel is onvoldoende in beeld hoe de ontwikkeling van de habitats en daaraan gebonden soorten zich ontwikkelingen binnen de GEN (zie ook H 5.1.4 Beheer – Grote Eenheid Natuur). Omdat binnen het gehele Natura 2000-gebied nog niet voldoende habitat is en de VHR-soorten nog niet boven de gestelde doelen zitten, zal dus ook binnen de GEN moeten worden gevolgd wat er met de verschillende habitattypen en soorten gebeurt. Waar echter bij een aangewezen habitattype de begrenzing vast ligt en de criteria voor instandhouding binnen die grenzen kunnen worden beoordeeld, ligt dat voor habitattypen binnen een GEN anders. Voor GEN zouden de criteria voor de GEN als geheel moeten gelden en niet voor het afzonderlijk daarbinnen begrensde habitat. De trend van de VHR-soorten wordt ook op de schaal van de GEN beoordeeld.
93
Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023
Voor de gehele GEN dient daarom structurele en systematische monitoring plaats te vinden van de habitats en de aan de habitattypen gelieerde soorten. Wanneer (1.) kenmerkende soorten van een bepaald habitattype verdwijnen en/of (2.) de oppervlakte bos dat als habitat gekwalificeerd kan worden afneemt, dient te worden ingegrepen, bijvoorbeeld door een aanpassing van het beheer.
7.4 VHR-soorten
Aantal en verspreiding Elke soort waarvoor de Veluwe een instandhoudingsdoelstelling heeft, wordt gemonitord. Zo kan de provincie volgen hoe het binnen Natura 2000-gebied Veluwe met de betreffende soort gaat. Het landelijke Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) vormt de basis voor deze monitoring. Voor enkele Vogelrichtlijnsoorten (wespendief, en in mindere mate ijsvogel en draaihals) en alle Habitatrichtlijnsoorten heeft de provincie aanvullende monitoringprojecten opgezet. De NEM-monitoring is met name gericht op inzicht in omvang en ontwikkeling (trend) van de populatie van de soorten. Voor de meeste soorten levert deze lopende monitoring ook al een goed beeld van de (ontwikkeling van de) verspreiding; waar nodig zal hieraan nog extra aandacht worden besteed bij de monitoringprojecten van de provincie.
Kwaliteit leefgebied Voor de beoordeling van de kwaliteit (sontwikkeling) van leefgebieden van VHR-soorten is er, net als bij de habitattypen, (nog) geen eenduidige landelijke methodiek beschikbaar. Ook hier zal de provincie, zo mogelijk in afstemming met landelijke ontwikkelingen, een eigen aanpak uitwerken. Deze aanpak zal aansluiten op de beschikbare ecologische beoordelingskaders van WENR voor VHR-soorten.
7.5
Gewenste systeemherstel Om de vraag in hoeverre het gewenste systeemherstel optreedt te beantwoorden zal de provincie een monitorings- en beoordelingssystematiek ontwerpen. De eerder genoemde WENR-beoordelingskaders geven hieraan richting. De ontwikkeling van karakteristieke soorten wordt beschouwd als een belangrijke indicator voor systeemherstel. Voor de ontwikkeling van de systematiek wordt in eerste instantie uitgegaan van monitoring en beoordeling op deelgebiedniveau. Per beoordelingsgebied zal onderscheiden worden wat de belangrijkste indicatoren voor systeemherstel zijn en hoe die gemonitord en beoordeeld worden.
94
Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023
7.6
Voortgang van de uitvoering van de herstelprogramma’s Doel van monitoring: • voortgangsrapportage aan Rijk en Provinciale Staten; • sturing herstelprogramma’s Veluwe; • vastleggen uitgevoerde maatregelen t.b.v. effectstudies. De provincie ontwerpt een maatregelenregistratie om vast te leggen welke maatregelen uit de herstelprogramma’s zijn uitgevoerd. De uitvoerders van de maatregelen zullen informatie over de voortgang moeten aanleveren. De provincie zal bij de opdrachtverlening of bij het contracteren van maatregelen hierover afspraken maken met de uitvoerende partijen.
7.7
Effect van de herstelmaatregelen Van bewezen en ‘frequent toegepaste’ herstelmaatregelen worden de effecten niet in beeld gebracht. Van niet eerder uitgevoerde of experimentele maatregelen worden de effecten wel onderzocht. Over deze maatregelen bestaan nog kennisvragen of onzekerheden over het effect, waardoor mogelijk bijsturing noodzakelijk is. De provincie vraagt initiatiefnemers van herstelmaatregelen aan te geven wanneer en waarom effectmonitoring gewenst is en hiervoor een voorstel op te nemen in het projectvoorstel. De initiatiefnemer draagt zorg voor deze monitoring en de bijbehorende rapportage.
7.8
Monitoringsstrategie Vanuit bovengenoemde vraagstellingen en informatiebehoefte werkt de provincie een monitoringsstrategie uit. Deze omvat een visie en aanpak voor de monitoring van de Veluwse Natura 2000-soorten en -habitats. Daarbij worden ook deelproducten uitgewerkt zoals monitoringsplannen, een planning en de organisatie. Tot slot wordt ook in beeld gebracht hoe de gegevensproductie en -verwerking vorm krijgen en hoe de beoordeling en rapportage worden uitgevoerd. De provincie ontwikkelt een (provinciebrede) systematiek om gegevens in te winnen bij initiatiefnemers. De provincie betrekt gebiedspartners bij het opstellen van de monitoringsplannen. Daarbij zoekt de provincie zoveel mogelijk aansluiting bij bestaande monitoringssystemen en verantwoordelijkheden van terreinbeheerders en de waterschappen. Ten aanzien van terreinbeheerders betekent dit dat zo veel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de monitoring in het kader van de SNL. Het waterschap kan een leidende rol spelen bij de monitoring en beoordeling van beken. De provincie zal hierover afspraken maken met deze partijen. De provincie stelt één of meerdere monitoringsplannen op voor de beoordeling van het doelbereik van VHR-doelen en het systeemherstel. Hierin wordt uitgewerkt: meetvragen, indicatoren, meetnetten, meetwijzen, meetfrequentie en beoordelingssystematieken.
Het monitoringsplan en de systematiek daarin worden zo eenduidig uitvoerbaar, waardoor de uitkomsten van elk rapport (eens in de zes jaar voor de Europese Commissie) vergelijkbaar zijn.
95
Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023
8 Uitvoering herstelprogramma 8.1
Realisatie maatregelen herstelprogramma De herstelprogramma’s zijn onderdeel van het Natura 2000-beheerplan Veluwe. Ze beschrijven maatregelen die genomen moeten worden om de Natura 2000instandhoudingsdoelen te bereiken, zodat de natuur van de Veluwe weer gezond en veerkrachtig wordt. Dit kunnen maatregelen zijn binnen de bestaande natuur, maar ook daarbuiten. De maatregelen moeten worden uitgevoerd in de huidige beheerplanperiode (2018-2024) of de toekomstige beheerplanperioden (2024-2030 en 2030-2036).
8.2
Rollen en verantwoordelijkheid De instandhoudingsdoelen staan beschreven in het aanwijzingsbesluit van de minister van LNV, maar het natuurbeheer in het kader van Natura 2000 is een provinciale taak. Het initiatief voor het opstellen van de herstelprogramma’s ligt daarom bij de provincie Gelderland, in goed overleg met de beheerders en eigenaren van de grond. De uitvoering van de maatregelen ligt vaak bij de grondeigenaar of een terreinbeherende organisatie. Soms is de provincie zelf opdrachtgever voor de uitvoering. Op basis van de maatregelen in het herstelprogramma kunnen de partners projectvoorstellen maken en subsidieaanvragen indienen. De provincie geeft vervolgens opdracht voor de uitvoering ervan. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de maatregelen uit het Natura 2000-beheerplan en de herstelprogramma’s ligt bij de daartoe bevoegde bestuursorganen. Dit geldt ook voor de herstelmaatregelen buiten de Natura 2000-gebieden. De verantwoordelijkheid voor een tijdige uitvoering van de maatregelen kan ook bij een ander bestuursorgaan gelegd worden, zoals het dagelijks bestuur van een waterschap, indien dit heeft ingestemd met de maatregelen. Gedeputeerde Staten kunnen partners/eigenaren ook verplichten een herstelmaatregel te treffen of hiervoor een gedoogplicht opleggen. Dit is bij wet geregeld.
Primair staat de terreineigenaar aan de lat voor de uitvoering van de voorgenomen maatregelen zoals beschreven in het beheerplan of de herstelprogramma’s. De terreineigenaar maakt een keuze over de voorbereiding, organisatie en de wijze van uitvoering passend binnen de beschrijving van de voorgenomen maatregelen. Bij de meeste maatregelen kan dit in een plan van aanpak worden uitgewerkt. Soms zijn een gebiedsproces en een inrichtingsplan noodzakelijk. Bij deze uitwerking is ook participatie vanuit de omgeving aan de orde. Voor de uitvoering kunnen vergunningen of ontheffingen nodig zijn op grond van geldende wet- en regelgeving. Een vergunning of ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet nodig: voor de uitvoering van maatregelen die nodig zijn voor het beheer van een Natura 2000-gebied geldt geen vergunningplicht (artikel 2.7 Wnb). De provincie Gelderland verleent ondersteuning door inbreng van kennis, het delen van informatie of door het ontwikkelen van een (gezamenlijke) communicatielijn.
96
Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023
8.3
Vooronderzoek Bij uitvoering van fysieke maatregelen kunnen negatieve effecten ontstaan op bestaande waarden. Om dit zoveel mogelijk te beperken, is het belangrijk goed vooronderzoek te doen naar de aanwezigheid van (bedreigde) karakteristieke soorten en hun gebruik van het maatregelgebied en pas te starten als de resultaten van het vooronderzoek zijn geïntegreerd in de plannen. Bij ingrepen waar de bodem geroerd wordt is vooronderzoek nodig naar: • bodemchemie, om eventuele giften van bufferstoffen dan wel natuurpotentie te bepalen, • geomorfologie, om bijvoorbeeld te bepalen of er nog voldoende verstuifbaar zand aanwezig is dan wel om landschapsvormen te behouden, • archeologische en cultuurhistorische waarden, zoals raatakkers, houtskoolmeilers, et cetera.
8.4
Subsidie Voor de uitvoering van de herstelmaatregelen stelt de provincie Gelderland subsidie beschikbaar. De provincie Gelderland beoordeelt aanvragen, verleent de subsidies en gaat het gesprek aan over de voortgang van de uitvoering. In dat verband kunnen eventueel aanvullende besluiten worden genomen. Als bevoegd gezag zal de provincie de voorgenomen uitvoering toetsen aan de vigerende wet- en regelgeving. Een aantal maatregelen is al financieel ondersteund via de rijksmiddelen die aan de provincies zijn toegekend in het kader van het Natuurpact uit 2013. Andere maatregelen zijn of worden ondersteund via de specifieke uitkering van het Rijk voor stikstofreductie en natuurherstel (SPUK-middelen). Het toekennen van middelen gebeurt via de Regeling Ruimte voor Gelderland.
SPUK-maatregelen Via het Programma Natuur stelt het Rijk tot 2030 middelen beschikbaar voor robuust natuurherstel met het oog op een duurzame instandhouding van de overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden en leefgebieden van soorten. Maatregelen die in de herstelprogramma’s staan zullen hieruit worden gefinancierd. In het Programma Natuur worden twee perioden onderscheiden om maatregelen uit te voeren en te financieren. In de eerste fase (2021-2023) heeft het Rijk middelen aan provincie Gelderland beschikbaar gesteld met een specifieke uitkering (SPUK). Om de stikstofgevoelige natuur op de Veluwe versneld te kunnen herstellen, heeft de provincie vooruitlopend op de herstelprogramma’s eind 2021 al een SPUK-subsidieregeling opengesteld. De maatregelen waarvoor inmiddels SPUK-subsidie is aangevraagd lopen dus vooruit op de herstelprogramma’s. Sommige aanvragen waarvoor SPUK-subsidie wordt verleend zijn al verwerkt in het herstelprogramma. Er kan ook subsidie worden aangevraagd voor herstelmaatregelen die op dit moment nog niet in het herstelprogramma zijn verwerkt, maar waarvan wel ecologisch is beoordeeld dat ze bijdragen aan de duurzame instandhouding van het Natura 2000-gebied Veluwe.
97
Rijksregeling versneld natuurherstel Naast het Programma Natuur en de bijbehorende specifieke natuuruitkering van het Rijk, heeft het ministerie van LNV zelf ook nog een subsidieregeling ‘Versneld natuurherstel’. Hiervoor maakt het ministerie zelf direct afspraken met terreineigenaren van natuurgronden.
Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023
8.5
Communicatie Er is meer begrip en draagvlak voor herstelmaatregelen als er ook voldoende aandacht wordt besteed aan de communicatie. Zeker als er sprake is van zaken die gevoelig liggen bij het publiek, zoals wanneer bomen worden gekapt om ven of stuifzand te herstellen of bij sommige recreatiezoneringsmaatregelen. Bij de communicatie over het natuurherstel op de Veluwe richten we ons op drie niveaus. Allereerst vinden we het belangrijk om communicatie in te zetten om mensen bewust te maken van de slechte staat van de natuur en de noodzaak van natuurherstel (het waarom). De provincie wil inwoners bewust maken van de schoonheid en kwetsbaarheid van de Veluwe, ons grootste natuurgebied waar we trots en zuinig op zijn. Ten tweede willen we mensen informeren over hoe we de natuur willen herstellen en beschermen en waarom we een Natura 2000-beheerplan Veluwe hebben waar de vijf herstelprogramma’s onderdeel van uitmaken (het hoe). De provincie communiceert over de herstelprogramma’s, de inhoud en het nut en de noodzaak ervan -ook als opmaat naar de uitvoering van de herstelmaatregelen. Tot slot zullen we rond de uitvoering van een herstelmaatregel in een gebied, lokaal de mensen goed informeren over wat de concrete maatregelen inhouden. De uitvoeringscommunicatie over concrete herstelmaatregelen is vooral aan de terreineigenaren, waar nodig ondersteund door de provincie Gelderland.
Daarbij zijn gezamenlijke uitgangspunten en boodschappen van de provincie en de terrein beherende organisaties handig en verstandig. De communicatieadviseurs van de betrokken organisaties stemmen deze met elkaar af.
8.6
Na afloop Na uitvoering van de maatregelen is de terreineigenaar verantwoordelijk voor de subsidieverplichtingen (rapportage en monitoring) en voor het reguliere beheer en onderhoud. Het reguliere beheer valt onder de financiering van het bestaande Subsidiestelstel Natuur en Landschap (SNL). Op grond van bijvoorbeeld kennisuitwisseling, voortschrijdend inzicht en nieuwe wet- of regelgeving kan de uitvoering in de toekomst worden aangepast.
98
Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023
Geraadpleegde bronnen • Barendregt, A., Zeegers, T., van Steenis, W., & Jongejans, E., 2022. Forest hoverfly community collapse: Abundance and species richness drop over four decades. Insect Conservation and Diversity. • Bässler, C. & Müller, J., 2020. Importance of natural disturbance for recovery of the rare polypore Antrodiella citrinella. Fungal biology, no. 114 129-133. • Bertrand, R., J. Lenoir, C. Piedallu, G. Riofrio-Dillon, P. de Ruffray, C. Vidal, J.C. Pierrar, Gegout, J.C., 2011. Changes in plant community composition lag behind climate warming in lowland forests. Nature. 479 (7374), 517-520. • Bijlsma R.G., 2020. Invloed van grootschalige boskap op broedende roofvogels. De Takkeling 28: 200-270. • Bijlsma R.G., 2020. Trends en broedresultaten van roofvogels in Nederland in 2019. De Takkeling, 28(1), 5–47. • Bijlsma R.G. & van Manen, 2021. Problemen bij reproductie van de Wespendief. Ongepubliceerd. • Bijlsma, R.J., H. van Blitterswijk, A.P.P.M. Clerkx & J.J. de Jong, 2002. Bospaden: een vertrouwd vangnet voor bosplanten. Ned. Bosbouwtijdschrift 74 (2002), 1: 10-15. • Bijlsma, R.J. & Janssen, J.A.M., met medewerking van G. Bos, G.W.A. Ottburg, & H. Sierdsema, 2021. Ecologisch beoordelingskader voor doelbereik in Natura 2000gebieden, Wageningen, Wageningen Environmental Research, Rapport 3068. • Bijlsma, R. J., Aptroot, A. van Dort, K.W. Haveman, R. van Herk, C.M.
Kooijman, A.M. Sparrius, L.B. Weeda, E.J., 2009. Preadvies Mossen En Korstmossen. Rapport Dk, Nr. 2008/dk104-O. Ede: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Directie Kennis. • Bijlsma, R.J., G.J. van Dorland, D. Bal & J.A.M. Janssen, 2010. Oude bossen en oude bosgroeiplaatsen. Een referentiebestand voor het karteren van de habitattypen Beuken-eikenbossen met hulst en Oude eikenbossen. Alterra-rapport 1967, Wageningen. • Bijlsma, R.J., J.A.M. Janssen, M. Nijssen, A.S.J. van Proosdij & H. Sierdsema, 2022. Herstelprogramma’s Natura 2000 Veluwe. Synthesedocument. Deelgebied 1 Petrea-De Dellen-Welna. Wageningen Environmental Research, SOVON en Stichting Bargerveen. Wageningen. • Bijlsma, R.J., J.A.M. Janssen, M. Nijssen, A.S.J. van Proosdij & H. Sierdsema, 2022. Herstelprogramma’s Natura 2000 Veluwe. Synthesedocument. Deelgebied 2 ASK ’t Harde-Wezepse Heide. Wageningen Environmental Research, SOVON en Stichting Bargerveen. Wageningen. • Bijlsma, R.J., J.A.M. Janssen, M. Nijssen, A.S.J. van Proosdij & H. Sierdsema, 2022. Herstelprogramma’s Natura 2000 Veluwe. Synthesedocument. Deelgebied 3 Elspeetse Heide-Vierhouten. Wageningen Environmental Research, SOVON en Stichting Bargerveen. Wageningen. • Bijlsma, R.J., J.A.M. Janssen, M. Nijssen, A.S.J. van Proosdij & H. Sierdsema, 2022. Herstelprogramma’s Natura 2000 Veluwe. Synthesedocument.
Deelgebied 4 Leuvenumse bos-Hulshorsterzand. Wageningen Environmental Research, SOVON en Stichting Bargerveen. Wageningen. • Bijlsma, R.J., J.A.M. Janssen, M. Nijssen, A.S.J. van Proosdij & H. Sierdsema, 2022. Herstelprogramma’s Natura 2000 Veluwe. Synthesedocument. Deelgebied 5 Kroondomein Het Loo-Tongerense Heide. Wageningen Environmental Research, SOVON en Stichting Bargerveen. Wageningen. • Bijlsma, R.J., J.A.M. Janssen, M. Nijssen, A.S.J. van Proosdij & H. Sierdsema, 2022f. Herstelprogramma’s Natura 2000 Veluwe. Synthesedocument. Deelgebied 6 Ermelose Heide-Staverden-Houtdorperveld. Wageningen Environmental Research, SOVON en Stichting Bargerveen. Wageningen. • Bijlsma, R.J., J.A.M. Janssen, M. Nijssen, A.S.J. van Proosdij & H. Sierdsema, 2022. Herstelprogramma’s Natura 2000 Veluwe. Synthesedocument. Deelgebied 7 Speulder- en Sprielderbos-Kootwijkerveen. Wageningen Environmental Research, SOVON en Stichting Bargerveen. Wageningen.
99
Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023
• Bijlsma, R.J., J.A.M. Janssen, M. Nijssen, A.S.J. van Proosdij & H. Sierdsema, 2022. Herstelprogramma’s Natura 2000 Veluwe. Synthesedocument. Deelgebied 8 Kootwijkerzand-Harskamp-Spelderholt. Wageningen Environmental Research, SOVON en Stichting Bargerveen. Wageningen. • Bijlsma, R.J., J.A.M. Janssen, M. Nijssen, A.S.J. van Proosdij & H. Sierdsema, 2022. Herstelprogramma’s Natura 2000 Veluwe. Synthesedocument. Deelgebied 9 Veluwezoom-Deelerwoud-Loenense Bos. Wageningen Environmental Research, SOVON en Stichting Bargerveen. Wageningen. • Bijlsma, R.J., J.A.M. Janssen, M. Nijssen, A.S.J. van Proosdij & H. Sierdsema, 2022. Herstelprogramma’s Natura 2000 Veluwe. Synthesedocument. Deelgebied 10 NP De Hoge Veluwe e.o. Wageningen Environmental Research, SOVON en Stichting Bargerveen. Wageningen. • Bijlsma, R.J., J.A.M. Janssen, M. Nijssen, A.S.J. van Proosdij & H. Sierdsema, 2022. Herstelprogramma’s Natura 2000 Veluwe. Synthesedocument. Deelgebied 11 Wekeromse Zand-Planken Wambuis. Wageningen Environmental Research, SOVON en Stichting Bargerveen. Wageningen. • Bijlsma, R.J., J.A.M. Janssen, M. Nijssen, A.S.J. van Proosdij & H. Sierdsema, 2022. Herstelprogramma’s Natura 2000 Veluwe. Synthesedocument. Deelgebied 12 Quadenoord-Wolfhezerheide-Warnsborn. Wageningen Environmental Research, SOVON en Stichting Bargerveen. Wageningen. • Bijlsma, R.J., J.A.M. Janssen, M. Nijssen, A.S.J.
van Proosdij & H. Sierdsema, 2022. Veluwse Natura 2000-doelen bos, heide, stuifzand. Wageningen Environmental Research, SOVON en Stichting Bargerveen. Wageningen. • Bijlsma, R.J., S.P.J. van Delft & J.J. de Jong, 2020. Natura 2000-habitattypen droge bossen in Drenthe. Onderzoek naar de kwaliteit van bodem, vegetatie en stamhout van eik in oude bossen. WENR-rapport 3029. Wageningen Environmental Research, Wageningen • Beringen, R. en F. Bijmold, 2019. Herstel Berghertshooi in de Soerelse leemkuil. Planten, Nummer 10, Volume 5 – Issue 2. • Bobbink, R., G. van Dijk, E. Remke & H. Tomassen, 2022. Herstelbaarheid van door stikstofdepositie aangetaste Natura 2000-habitattypen: een overzicht. 2022 Onderzoekcentrum B-WARE, Nijmegen. Rapportnummer RP-21.117.21.95. • Buras, A., U. Sass-Klaassen, I. Verbeek & P. Copini, 2020. Provenance selection and site conditions determine growth performance of pedunculate oak. Dendrochronologia. Vol. 61. https://doi.org/10.1016/j.dendro.2020.125705 • Byholm P., Mäkeläinen S., Santangeli A. & Goulson D., 2018. First evidence of neonicotinoid residues in a long-distance migratory raptor, the European honey buzzard (Pernis apivorus). Science of the Total Environment 639: 929-933. • Copini, P., J. Buiteveld, U. Sass-Klaassen & J. den Ouden, 2006. Eikenclusters op de Veluwe. Vakblad Natuur Bos Landschap 9(3): 24-27. • Cornelis, J. 2007.
Bosplantengemeenschappen in Vlaanderen: Een Typologie Van Bossen Op Basis Van De Kruidachtige Vegetatie. Rapport / Instituut Voor Natuur- En Bosonderzoek, Inbo. R.2007.1. Geraardsbergen: Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. • De Keersmaeker, L., H. Cosyns, A. Thomaes & K. Vandekerkhove, 2017. Kan houtoogst stikstofdepositie mitigeren? Landschap 34: 5-13. • De Vries, W., M.J. Weijters, J.J. de Jong, S.P.J. van Delft, J. Bloem, A. van den Burg, G.A. van Duinen, E. Verbaarschot & R. Bobbink, 2019. Verzuring van loofbossen op droge zandgronden en herstelmogelijkheden door steenmeeltoediening. Rapport OBN229-DZ. Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE), Driebergen. • De Vries, W., P. Bolhuis, A. van den Burg & R. Bobbink, 2017. Doorgaande verzuring van bosbodems. Oorzaken en gevolgen voor het bosecosysteem. Vakblad Natuur Bos Landschap september 2017: 32-35. • Delforterie, W., 2020. Uitgangspunten Van Klimaatslim Bosbeheer: Planmatig En Zonder Paniek Naar Klimaatbestendig Bos. Vakblad Natuur Bos Landschap 17 (167): 5 – 7. • Den Ouden, J.; Lammertsma, D.; Jansman, H.; Lammertsma, D.; Jansman, H. Effecten Van Hoefdieren Op Natura 2000-Boshabitattypen Op De Veluwe; Rapport / Wageningen Environmental Research, 3013; Wageningen Environmental Research: Wageningen, 2020.
100
Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023