CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

St. t.k.n. nr. 3. Bijlage Ontwerp herstelprogramma Bossen versie januari 2023

Commissie Ruimte en Wonen 9 oktober 2023, gemeente NunspeetBij agendapunt: Zienswijze op ontwerp-Veluwse herstelprogramma's 'Bossen', 'Heiden en Stuifzanden' en 'Vennen en venen'40.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Ontwerpherstelprogramma Bossen Natura 2000 Veluwe Januari 2023

Ontwerpherstelprogramma Bossen Natura 2000 Veluwe

Provincie Gelderland, 2023

Foto voorzijde Zwijnen in eikenbos op het Kroondomein, Els Branderhorst/Buiten-Beeld

Inhoudsopgave Samenvatting

6

1

Inleiding

Waarom natuurherstel? Natura 2000-beheerplan Veluwe Herstelprogramma’s Uniekheid Veluwse bossen Doel herstelprogramma Bossen Leeswijzer

9 10 10 10 11 12

2

Context herstelprogramma

13

3

Totstandkoming herstelprogramma

27

4

Natura 2000-doelen en -opgaven

32

5

Analyse

35

3

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5 2.2.6 2.2.7 2.2.8 2.2.9 2.2.10 2.2.11 2.2.12 2.2.13 2.2.14 2.2.15 2.2.16 2.3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 4.1 4.2 4.2.1 4.3 5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5 5.1.6

Natura 2000 en juridische status Provinciaal beleid Kwalitatief hoogwaardige natuur Ruimtelijke bescherming Natuurdoelen Watercondities Stikstofbeleid Rijk en provincies Gelders Programma Landelijk gebied (GPLG) Gelderse Maatregelen Stikstof en overgangsgebieden Landelijke Bossenstrategie ‘Bos voor de Toekomst’ Bossenstrategie Gelderland Faunabeleid en wilddruk Actieve soortenbescherming Kweek en herintroductie Invasieve exoten Klimaatverandering Preventie van natuurbranden Bestrijdingmiddelen Ecologische context Instellen beheerdersadviesgroep Uitwerken ecologisch beoordelingskader Opstellen synthesedocumenten met herstelmaatregelen Gebiedsessies over de synthesedocumenten met beheerders Uitwerking Veluwe-brede analyse Natura 2000-doelen Aanvullend onderzoek Gesprekken over randvoorwaarden beheer in kwalificerend habitat Kernopgaven en algemene doelen Doelen habitattypen Relatief belang en kernopgaven Veluwse habitatbossen Doelen Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten Knelpunten Vermesting en verzuring Verlies aan ruimtelijke samenhang en versnippering Vervuiling met gebiedsvreemde stoffen Beheer Wilde hoefdieren Klimaatverandering en toenemende droogte

9

13 16 16 17 17 17 17 18 18 19 19 20 21 22 22 23 23 24 25 27 27 28 29 29 30 31 32 33 33 34 35 35 37 38 39 47 51

5.1.7 5.1.8 5.1.9 5.1.10 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.6 5.2.7 5.2.8 5.2.9 5.2.10 5.2.11 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4 5.3.5 5.3.6 5.3.7 5.3.8 5.3.9 5.3.10

6

6.1 6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4 6.1.5 6.1.6 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.5 6.2.6 6.2.7 6.3 6.3.1 6.3.2 6.3.3 6.4 6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.4.4

4

Verdroging 53 Verstoring 53 Invasieve exoten 53 Beleidsmatige knelpunten 54 Sleutelfactoren 56 Verlagen stikstofdepositie 56 Verbeteren buffercapaciteit en vitaliteit bosbodem 56 Oppervlaktevergroting habitatbossen 56 Versterken van refugia en hotspots van karakteristieke soorten 57 Verminderen externe beïnvloeding gebiedsvreemde stoffen 57 Uitfaseren houtproductiefunctie/houtoogst habitatbossen en beoogde uitbreidingslocaties 58 Optimalisatie beheer 58 Verwijderen invasieve uitheemse boom- en struiksoorten 58 Voorlichting t.a.v. Natura 2000-doelen en karakteristieke soorten 59 (Lokaal) verlagen van graas- en wroetdruk 59 Stroomlijnen beleid 60 Kennisleemten 60 Duurzaam bodemherstel in bos 60 Duurzaamheid steenmeel 61 Versnippering van leefgebied zwarte specht en vliegend hert 61 Afname van wespen in relatie tot broedsucces van de wespendief 61 Staat van instandhouding kenmerkende en karakteristieke soorten 62 Aanwezigheid en abundantie karakteristieke soortgroepen van oude loofbossen62 Grootschalige vitaliteitsproblemen van boomsoorten als gevolg van klimaatverandering 63 Continuïteit in bosverjonging door graas- en wroetdruk 63 Effectieve en doelmatige bestrijding van Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik 64 Nader inventariseren habitattypenkaart Zuid Veluwe 64

Maatregelen

Randvoorwaarden herstelprogramma Zorgvuldige planvorming beheerenherstelmaatregelen Bosbeheer in kwalificerende boshabitats Bosbeheer buiten kwalificerende boshabitats Bodemherstel Herintroductie en zaaien en bijplaatsen soorten Wildkerende rasters Herstelmaatregelen Herstel historische boscomplexen Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen Landschapsbrede exotenbestrijding Beperken zwijnendruk Herstel hardhoutooiboszone Regionaal verlagen omvang wilde hoefdierpopulaties Overige maatregelen Soortspecifieke maatregelen Vliegend hert Wespendief Zwarte specht Revitaliseringsmaatregelen Hydrologisch herstel Rasteren t.b.v. bosverjonging en weren wroetactiviteiten Kleinschalige aanplant loofbomen Netwerk oude, aftakelende en dode bomen (NOAD)

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

65 65 65 65 68 68 69 70 70 71 73 75 76 76 77 77 78 78 79 79 79 79 81 82 83

6.5 6.5.1 6.5.2 6.5.3 6.6 6.6.1 6.6.2 6.6.3 6.6.4 6.6.5 6.6.6 6.6.7 6.6.8 6.6.9 6.6.10

Generieke maatregelen 83 Exotenbestrijding op oude bosgroeiplaatsen en kraaihei-dennenbossen 84 Natuurtechnisch boomveiligheidsbeheer op oude bosgroeiplaatsen 85 (Voormalige PAS-)maatregelen uit het beheerplan 86 Beleidsopgaven 88 Wet natuurbescherming – houtopstanden 88 Verantwoording ontwikkeling en aftakeling oude eikenbossen in open kwalificerend habitat 88 Verhogen doelmatigheid van faunabeheer en -beleid i.r.t. Natura 2000-doelen 89 Uitwerken financiële compensatie houtoogstbeperkingen voor boseigenaren 89 Beoordelen bosbeheeractiviteiten in leefgebied samen met eigenaren 90 Beoordelen effecten landbouwkundig gebruik binnen Natura 2000 begrenzing 90 Voorlichting kleinere boseigenaren 90 Voorlichting particulieren met vliegend hert in tuin 90 Toetsen brandveiligheidsplannen 90 Lerend netwerk en ondersteuning experts 91

7

Monitoring

92

8

Uitvoering herstelprogramma

96

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6

Uitgangspunten voor monitoring vanuit het Natura 2000-beheerplan Veluwe 92 VHR-doelen 92 Habitattype 92 VHR-soorten 94 Gewenste systeemherstel 94 Voortgang van de uitvoering van de herstelprogramma’s 95 Effect van de herstelmaatregelen 95 Monitoringsstrategie 95 Realisatie maatregelen herstelprogramma Rollen en verantwoordelijkheid Vooronderzoek Subsidie Communicatie Na afloop

Geraadpleegde bronnen 99 Bijlagen 105

Bijlage 1: Deelnemers beheerdersadvies groep Bijlage 2: Kaarten locaties boshabitats oude-eikenbossen en beuken-eikenbossen met hulst Bijlage 3: Randvoorwaarden bijplaatsen en herintroductie Bijlage 4: Herstelmaatregelen per deelgebied Bijlage 5: Herstelmaatregelen op kaart Bijlage 6: Perspectiefkaarten

5

96 96 97 97 98 98

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

106 107 120 122 199 212

Samenvatting De Veluwe is het grootste bosgebied van Nederland. De bossen zijn het leefgebied van veel bijzondere dieren en planten, waaronder het vliegend hert, de wespendief en zwarte specht. Ook de aanwezigheid van edelhert en wild zwijn, en de daarmee gepaarde ecologische processen, binnen de Veluwse bossen is uniek. De oudste bossen op de Veluwe – hoofdzakelijk oude malebossen – zijn in veel gevallen meer dan duizend jaar oud en behoren zonder twijfel tot de meest bijzondere bossen van Nederland. Deze oude loofbossen herbergen veel bijzondere soorten die nergens anders in Nederland voorkomen. Soorten van deze bossen zijn afhankelijk van voldoende omvangrijk leefgebied met inheems loofbos en veel dikke, oude aftakelende en dode bomen. Behoud en uitbreiding van deze soortpopulaties, bijvoorbeeld om populaties minder kwetsbaar te maken voor klimaatverandering, is enkel mogelijk vanuit de bestaande oude bosrelicten op de Veluwe. Met dit herstelprogramma zetten we in op ecologisch herstel en adequaat beheer van deze bossen, zodat de bijzondere planten en dieren van deze bossen behouden blijven. Het herstelprogramma is een uitwerking van het Natura 2000-beheerplan Veluwe. Deze uitwerking bevat een analyse van de oorzaken waardoor de instandhoudingsdoelen voor de bossen nog niet behaald kunnen worden en maatregelen die moeten leiden tot herstel van de bossen.

Ook zijn de randvoorwaarden beschreven voor de maatregelen om de Natura-2000-instandhoudingsdoelen te kunnen behalen.

Natura 2000-doelen voor de habitattypen: H9190

Oude eikenbossen, uitbreiding oppervlakte en kwaliteitsverbetering

H9120

Beuken-eikenbossen met hulst, uitbreiding oppervlakte en kwaliteitsverbetering

H91E0C

Vochtige alluviale bossen, kwaliteitsverbetering

Natura 2000-doelen voor de habitat- en vogelrichtlijnsoorten:

6

H1083

Vliegend Hert, uitbreiding leefgebied en kwaliteitsverbetering

A236

Zwarte specht, omvang leefgebied en kwaliteit in stand houden, ten minste 400 broedparen

A072

Wespendief, omvang leefgebied en kwaliteit in stand houden, ten minste 100 broedparen

A233

Draaihals, toename omvang leefgebied en kwaliteit, hervestiging van vaste broedpopulatie

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

Zwarte specht met jongen (fotografie: Els Branderhorst/Buiten-Beeld)

Analyse Eén van de belangrijkste knelpunten op de Veluwe is verzuring en vermesting door stikstofdepositie. Om verdere verslechtering van de natuurkwaliteit te stoppen is het essentieel de depositie te verlagen. De beschermde habitatbossen worden gevormd door de restanten van de oude loofbossen op de Veluwe. Grote delen van deze historische bossen zijn in het verleden omgevormd naar naaldbossen, waardoor de resterende loofbossen nu sterk versnipperd over het boslandschap liggen. Hierdoor bevinden zich praktisch geen grote aaneengesloten oppervlakten inheems loofbos van ecologisch relevante omvang op de Veluwe. Voldoende omvang van deze bossen is echter van groot belang om alle bosontwikkelingsfasen, in ruimte en tijd, duurzaam in stand te kunnen houden. Dit is echter essentieel voor de instandhouding van de bijzondere soorten van deze bossen. Ook dient voor veel van deze bijzondere soorten continue voldoende oude, aftakelende en dode bomen aanwezig te zijn, voldoende verspreid over het gehele boslandschap. De hoeveelheid dood hout in het bos is een belangrijke indicatie of de processen van veroudering, natuurlijke aftakeling en afsterven van bomen en windworp voldoende plaatsvinden om bijzondere soorten die hiervan afhankelijk zijn te kunnen behouden.

Voor de habitatbossen op de Veluwe worden de gewenste hoeveelheden dood hout nu niet gehaald blijkt uit uitgebreide bosinventarisaties. Door uitvoering van dunning, kap en afvoer van bomen en het opruimen van omgewaaide bomen en uitgescheurde kroondelen blijft in de bossen te weinig ruimte over voor de processen van natuurlijke aftakeling. Wild Wilde hoefdieren zoals edelhert, damhert, wild zwijn en ree zijn een belangrijk en waardevol onderdeel van het bosecosysteem op de Veluwe. Een structureel hoge graasdruk op landschapsschaal belemmert echter de continuïteit van verjonging van loofbomen in de beoogde uitbreidingsgebieden voor de habitatbossen. Ook kunnen populaties van bomen en struiken zich door het achterblijven van voldoende verjonging onvoldoende aanpassen aan het veranderend klimaat. Daarnaast is frequente en intensieve bodemroering door zwijnen funest voor lokale populaties van karakteristieke flora en kleine fauna, inclusief soorten van dood hout en wortelkluiten.

7

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

Invasieve soorten Plaatselijk kunnen (invasieve) uitheemse boom- en struiksoorten knelpunten opleveren voor het behalen van de Natura 2000-doelen en is bestrijding noodzakelijk. Grootschalige aanwezigheid van uitheemse soorten in de habitatbossen en hun omgeving zorgt voor een blijvende zaaddruk, waardoor continu beheer noodzakelijk blijft. De belangrijkste probleemsoorten zijn de Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, Douglasspar en Japanse lariks.

Maatregelen en randvoorwaarden De maatregelen uit het herstelprogramma zijn in onderstaande typen te onderscheiden:

Herstelmaatregelen • Grootschalig bosherstel in historische boscomplexen door o.a. oppervlaktevergroting, het uitfaseren van de houtproductie/houtoogst, het verwijderen van invasieve uitheemse boom- en struiksoorten en het inrichten van grazige open ruimtes voor oudbosflora en mantel- en zoomvegetaties. • Herstel en uitbreiding van de eikenstrubbenboscomplexen eveneens door o.a. vergroten van oppervlakte, uitfaseren houtproductie en houtoogst en verwijderen van invasieve uitheemse boom- en struiksoorten. • Landschapsbrede exotenbestrijding van met name Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik binnen en rondom oude eikenbossen. • Herstel van hardhoutooibossen op de zuidflank van de Veluwe langs de Rijn door uitbreiding, aanplant autochtoon materiaal en verwijderen van invasieve uitheemse soorten. • Beperken zwijnendruk in oude eikenbossen door op korte termijn het plaatsen van zwijnenwerende rasters en op langere termijn het verlagen van de populatiedichtheid. • Regionaal verlagen van de omvang van wilde hoefdierpopulaties binnen de terreinen van eigenaren die het knelpunt van hoge graas- en wroetdruk t.a.v. Natura 2000-doelbereik het sterkst ervaren. • Soortspecifieke maatregelen voor vliegend hert, wespendief en zwarte specht. • Overige maatregelen specifiek gericht op het versterken van leefgebied van karakteristieke soorten zoals bijv. bosanemoon en grote muur.

En verder: • Revitaliseringsmaatregelen, gericht op het versterken van de vitaliteit en klimaatbestendigheid van alle bossen op de Veluwe. Het betreft o.a. het plaatsen van rasters ten behoeve van bosverjonging, kleinschalige aanplant van loofbomen buiten de habitatbossen en het opzetten van een ruimtelijk netwerk van oude, aftakelende en dode bomen (NOAD) over de gehele Veluwe. • Generieke beheermaatregelen. • Beleidsopgaven die door de provincie zelf worden opgepakt. Niet voor alle knelpunten is voldoende kennis aanwezig om tot doelmatige en duurzame herstel- of beheermaatregelen te komen. Deze kennisleemten zijn in het herstelprogramma benoemd. Nader onderzoek in de komende beheerplanperioden is noodzakelijk om deze kennisleemten op te vullen en tot effectief natuurherstel op de Veluwe te komen. De maatregelen om de knelpunten voor het behalen van de Natura 2000-doelen op te lossen zijn effectief als wordt voldaan aan een aantal randvoorwaarden. Een belangrijke randvoorwaarde is adequaat bosbeheer in kwalificerende boshabitats en de uitbreidingsgebieden die voortvloeien uit de herstelmaatregelen. Om de processen van veroudering, aftakeling en natuurlijke sterfte van bomen te beschermen is houtoogst in genoemde gebieden niet meer mogelijk.

Naast houtoogst zijn ook het berijden van de bosbodem, bodembewerking, aanplant met niet-autochtoon plantmateriaal en grootschalige laanverjonging in kwalificerend boshabitat niet meer toegestaan.

8

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

1 Inleiding 1.1

Waarom natuurherstel? De natuur op de Veluwe is zeer waardevol. De uitgestrekte zandverstuivingen, heidevelden, bossen, vennen, venen en beken zijn van internationaal belang. De Veluwe is ook een fijne plek om te wonen en werken, een populaire vakantiebestemming en een plek waar van oudsher veel bedrijvigheid plaatsvindt in allerlei sectoren zoals landbouw en industrie. Het gaat al een lange tijd niet goed met de natuur op de Veluwe, veel plant- en diersoorten hebben het moeilijk. Dit heeft verschillende oorzaken. Het Veluwse systeem is al gevoelig door de eeuwenlange overexploitatie van de bodem. Door te veel stikstof – afkomstig van bijvoorbeeld agrarische bedrijven, verkeer en industrie – wordt de bodem voedselrijker. Kenmerkende planten en dieren die juist houden van een voedselarme grond kunnen zich daardoor niet ontwikkelen. Stikstof zorgt ook voor verzuring van de bodem, waardoor belangrijke mineralen uitspoelen. De Veluwe trekt daarnaast veel bezoekers die op plekken de natuur verstoren, waardoor dieren moeilijker voedsel vinden en hun jongen moeilijker groot kunnen brengen. Wegen en bouwwerken versnipperen de leefgebieden. In vergelijking met vroeger staan er op de Veluwe veel meer bomen, die ook water gebruiken.

Hierdoor is de Veluwe al droger dan vroeger, daar komt de laatste jaren ook extra verdroging en droogte bij als gevolg van onttrekking van grondwater en een veranderend klimaat. Om de unieke natuur te beschermen heeft de toenmalig Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) een groot deel van de Veluwe in 2014 aangewezen als Natura 2000-gebied. Natura 2000-gebieden zijn Europees beschermde natuurgebieden. In deze gebieden worden bepaalde plant- en diersoorten en habitattypen beschermd: soorten en habitats die zijn opgenomen in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn (zie kader). In het aanwijzingsbesluit voor de Veluwe staan de grenzen van en de instandhoudingsdoelstellingen voor de Veluwe. Het gaat om instandhoudingsdoelen voor achttien habitattypen, zeven Habitatrichtlijnsoorten en tien Vogelrichtlijnsoorten. Natura 2000-gebied Veluwe is ruim 88 duizend hectare groot en het grootste Natura 2000-gebied op land in Noordwest-Europa en daarmee van grote internationale betekenis.

De Habitatrichtlijn, de Vogelrichtlijn en Natura 2000 Internationaal hebben landen afspraken gemaakt over het behoud en duurzaam gebruik van planten, dieren en micro-organismen. In de Europese Unie zijn deze afspraken onder meer uitgewerkt in de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Europese Vogelrichtlijn beschermt alle in het wild levende vogelsoorten en hun leefgebieden. De Europese Habitatrichtlijn beschermt de planten en dieren (biologische diversiteit) door hun natuurlijke leefgebieden in stand te houden. Europa heeft regels opgesteld om deze vogels, planten en dieren te beschermen. In dat kader wijzen lidstaten beschermingszones aan. Deze beschermingszones vormen samen een netwerk van beschermde Natura 2000-gebieden. Europa heeft bijna 26 duizend Natura 2000-gebieden, Nederland 162. De lidstaten hebben de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verwerkt. In Nederland is dat de Wet natuurbescherming.

9

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

1.2

Natura 2000-beheerplan Veluwe Voor ieder Natura 2000-gebied stelt de voortouwnemer een beheerplan op. Meestal is dit een provincie, zoals bij de Veluwe, maar in sommige gevallen het Rijk. In het aanwijsbesluit staan de doelen per Natura 2000-gebied genoemd, die de basis vormt voor elk Natura 2000-beheerplan waarin wordt uitgewerkt hoe de aanwezige natuur het beste beschermd en verder ontwikkeld kan worden. Het beheerplan maakt inzichtelijk welke activiteiten wel en niet zijn toegestaan in het Natura 2000-gebied en onder welke condities. Daarnaast staat in het beheerplan welke maatregelen noodzakelijk zijn om de natuur te herstellen en om de knelpunten op te lossen. Begin 2018 hebben Gedeputeerde Staten het Natura 2000-beheerplan Veluwe vastgesteld.

1.3

Herstelprogramma’s Een belangrijke maatregel uit het Natura 2000-beheerplan Veluwe is het opstellen en uitvoeren van vijf herstelprogramma’s voor de Veluwse natuur en de bijbehorende soorten. Het gaat dan om herstelprogramma’s voor de habitats en soorten van heide en stuifzanden, de bossen, de vennen en venen, de beken en een recreatiezoneringsplan. De afgelopen jaren hebben terreineigenaren en -beheerders op de Veluwe al diverse maatregelen genomen om de natuur te herstellen. De herstelprogramma’s brengen, over terreingrenzen heen, voor de totale Veluwe in beeld welke maatregelen nodig zijn om habitats en de leefgebieden van soorten te herstellen en te versterken. In de herstelprogramma’s staan concrete maatregelen voor specifieke locaties om de knelpunten op te lossen. Dit kunnen maatregelen zijn binnen, maar ook buiten het Natura 2000-gebied. In sommige gevallen gaat het om onderzoeksmaatregelen: locatiespecifiek omdat kennis ontbreekt, of Veluwebreed om het systeem beter te begrijpen. Het doel van de herstelprogramma’s is om de instandhoudingsdoelstellingen voor de Veluwse natuur (habitats en soorten) te bereiken. Soorten en habitats kunnen dan duurzaam op de Veluwe voortbestaan. Samen met de betrokken partijen van de Veluwe voert de provincie de herstelprogramma’s uit.

Ook bronmaatregelen – zoals bijvoorbeeld maatregelen om de stikstofuitstoot tegen te gaan – zijn heel belangrijk om de knelpunten voor de natuur op te lossen. De bronmaatregelen zijn echter geen onderdeel van deze herstelprogramma’s, maar van het programma Gelderse Maatregelen Stikstof (GMS) en van de structurele aanpak van het Rijk.

1.4

Uniekheid Veluwse bossen Ruim 64.000 hectare, ofwel 65% van de Veluwe bestaat uit bos. Daarmee is de Veluwe het grootste aaneengesloten bosgebied van Nederland en vormt 17% van het landelijke bosareaal. De bossen zijn onder andere het leefgebied van de Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten (VHR-soorten) vliegend hert, wespendief en zwarte specht, maar ook van andere bijzondere dieren en planten. Verschillende van deze soorten komen enkel op de Veluwe voor. Ook de grootschalige aanwezigheid van edelhert en wild zwijn binnen de Veluwse bossen is uniek. Deze wil de hoefdieren hebben verscheidene effecten op de natuurlijke bosontwikkeling en soortensamenstelling van de Veluwe, waardoor de Veluwe een unieke biodiversiteit heeft.

10

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

Ca. 12% van de Veluwse bossen wordt gevormd door beschermde habitatbossen. Dit zijn oude loofbossen op bosgronden die al minimaal honderd jaar bebost zijn, maar in veel gevallen nog veel langer. De oudste bossen op de Veluwe – hoofdzakelijk oude malebossen – zijn in sommige gevallen meer dan duizend jaar oud en zijn in deze periode continu in enige vorm bebost geweest. Voorbeelden hiervan zijn het Speulderbos, het Elspeterbos, het Otterlose bos en het Edese bos. Deze bossen behoren zonder twijfel tot de meest bijzondere bossen van Nederland en herbergen veel bijzondere soorten die nergens anders in Nederland gevonden worden. Soorten van deze oude bossen hebben een trage verspreiding en zijn daardoor afhankelijk van locaties die eeuwenlang in enige vorm bebost blijven en waar bijvoorbeeld heel veel dikke, oude aftakelende en dode bomen voorkomen. Behoud en uitbreiding van deze soorten, bijvoorbeeld om populaties minder kwetsbaar te maken voor klimaatverandering, is enkel mogelijk vanuit deze oude bosrelicten. Wanneer we onzorgvuldig omgaan met deze bossen raken we de soorten voorgoed kwijt voor Gelderland én voor Nederland.

Historisch malebos in het Vierhoutense bos (fotografie: Els Branderhorst/Buiten-Beeld)

1.5

Doel herstelprogramma Bossen Met het herstelprogramma Bossen worden de volgende maatregelen uit het Natura 2000-beheerplan Veluwe uitgewerkt: • M17a Opstellen herstelprogramma boshabitats en boshabitatsoorten; • M17b Uitvoeren herstelprogramma bos. Voor de droge bossen is in het Beheerplan Veluwe de volgende opgave geformuleerd: “Uitbreiden van beuken-eikenbos met hulst (H9120) en oude eikenbossen (H9190) op de daarvoor geschikte bodems en de kwaliteit van deze habitats vergroten door bevorderen van afstervend en dood hout. Soorten als vliegend hert en vogelsoorten als zwarte specht en draaihals profiteren hiervan. Daarnaast zijn veel kwaliteitssoorten (“typische soorten”) meer of minder afhankelijk van dood hout” Herstelmaatregelen van de beekbegeleidende bossen (H91E0C) op de Veluwe zijn alleen meegenomen binnen dit herstelprogramma wanneer deze maatregelen het bosbeheer raken. Maatregelen gericht op waterkwaliteit, hydrologisch herstel en het verkleinen van ongewenste externe beïnvloeding zijn opgenomen in het herstelprogramma Beken.

11

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

In voorliggend herstelprogramma wordt de problematiek in de bossen in beeld gebracht. Op basis daarvan wordt inzichtelijk gemaakt welke herstelmaatregelen nodig zijn voor het behalen van de Natura 2000-instandhoudingsdoelen en welke randvoorwaarden nodig zijn om de gewenste effectiviteit van deze maatregelen te bereiken. Dit document is in de eerste plaats bedoeld voor de ecologische professionals, beheerders en beleidsmakers die voor de opgave staan om de beschermde bossen met hun soortenrijkdom op de Veluwe in stand te houden. Het bevat daarom verwijzingen naar de meest actuele wetenschappelijke inzichten.

1.6

Leeswijzer Dit herstelprogramma is een uitwerking van het Natura 2000-beheerplan Veluwe. Het herstelprogramma is een feitelijke invulling van maatregel M17a uit dit beheerplan. We lichten relevante onderdelen uit het beheerplan kort toe in hoofdstuk 4. Voor het complete overzicht van habitats, Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten, de begrenzing, de Natura 2000-doelen, relevante analyses en afwegingen verwijzen we u graag naar het Natura 2000-beheerplan Veluwe (2017). Sinds het verschijnen van het beheerplan zijn nieuwe inzichten opgedaan over oorzaken van achteruitgang, oplossingen en maatregelen. Deze laatste inzichten zijn verwerkt in het herstelprogramma. Het gaat hier nadrukkelijk niet om nieuw beleid, maar om een uitwerking en concretisering ervan. In hoofdstuk 2 staat de juridische status van dit herstelprogramma en het provinciaal beleid. De manier waarop dit herstelprogramma in de samenwerking met terreineigenaren tot stand is gekomen is verantwoord in hoofdstuk 3. Daarna volgt een korte samenvatting van de voor bossen relevante Natura 2000-doelen (hoofdstuk 4). Hoofdstuk 5 analyseert de knelpunten om de doelen te halen. Vervolgens geeft hoofdstuk 6 een indeling van de verschillende typen maatregelen en maatregelpakketten. Deze maatregelen worden gepresenteerd in een tabel en op kaart, en daarna verder beschreven.

Tevens benoemt dit hoofdstuk nader uit te werken (beleids)opgaven voor de komende jaren. De opgenomen maatregelen staan niet op zichzelf. Daarom beschrijft hoofdstuk 6 tevens aan welke voorwaarden moet worden voldaan om met de maatregelen de doelen te halen. Hoofdstuk 7 gaat over monitoring en onderzoek: het volgen van de effecten van de maatregelen en het opvullen van kennisleemten. Hoofdstuk 8 gaat in op de manier waarop het herstelprogramma zal worden gerealiseerd. De herstelmaatregelen voor de habitats en soorten die niet in dit herstelprogramma staan beschreven, zijn te vinden in de andere herstelprogramma’s en in het beheerplan.

12

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

2 Context herstelprogramma 2.1

Natura 2000 en juridische status De Wet natuurbescherming (Wnb) beschermt de Natura 2000-gebieden. Dit doet de wet op twee manieren: • door het stellen van regels om de natuur te beschermen. In de wet staat bijvoorbeeld welke activiteiten niet zijn toegestaan en • door het voorschrijven van maatregelen die genomen moeten worden om de natuur te behouden, te beschermen en te verbeteren. De Wet natuurbescherming bepaalt in artikel 2.3 dat er voor elk Natura 2000-gebied een beheerplan moet worden opgesteld. Het Natura 2000-beheerplan Veluwe is dan ook een plan zoals bedoeld in artikel 2.3 Wnb. In dit artikel staat beschreven dat Gedeputeerde Staten op grond van waar het Natura 2000-gebied is gelegen een Natura 2000-beheerplan moet vaststellen. Op grond hiervan hebben Gedeputeerde Staten van Gelderland op 23 januari 2018 het Natura 2000-beheerplan Veluwe vastgesteld na een uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht). Op grond van artikel 2.10 uit de Wet Natuurbescherming hebben de ministeries van defensie en LNV in maart 2018 ingestemd met het Natura-2000-beheerplan Veluwe. Het ministerie van Defensie vanwege de ligging van een militair terrein binnen de begrenzing van het Natura 2000gebied Veluwe, Het ministerie van LNV vanwege de ligging van de Kroon-en Staatdomeinen binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied Veluwe.

Het Natura 2000-beheerplan beschrijft de noodzakelijke maatregelen die genomen moeten worden om de instandhoudingsdoelen voor de Veluwe te realiseren. Het beheerplan zoals dat in 2018 is vastgesteld, bevat een aantal maatregelen die uitgewerkt moeten worden. Dat is met dit herstelprogramma gebeurd, namelijk de uitwerking van herstelmaatregel M17a en M17b met maatregelen om de betreffende knelpunten op te lossen. Dit herstelprogramma is geen algehele actualisatie van het Natura 2000-beheerplan. De actualisatie vindt op een later moment plaats als de eerste planperiode van het beheerplan is afgelopen. Wel kan het zijn dat in dit herstelprogramma een verduidelijking wordt gegeven van wat al in het Natura 2000-beheerplan Veluwe staat, maar in de praktijk tot onduidelijkheid leidt omdat het nog niet concreet genoeg is benoemd. Hierdoor biedt het herstelprogramma een handvat voor vergunningverlening en handhaving van de Wet natuurbescherming. Het gaat nadrukkelijk niet om nieuwe regels of beleid maar een uitwerking van hetgeen al in het beheerplan staat. Met dit herstelprogramma wordt als nadere uitwerking van het Natura-2000beheerplan: • de instandhoudingsdoelstellingen uit het aanwijzingsbesluit uitgewerkt in omvang, ruimte en tijd, • instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen uitgewerkt die nodig zijn om deze instandhoudingsdoelstellingen te realiseren.

Het herstelprogramma vormt een wezenlijke uitwerking van het eerder vastgestelde beheerplan. Dit herstelprogramma en de maatregelen die daarin genoemd staan, worden daarmee onderdeel van het beheerplan Veluwe en vallen onder de werking van de Wet natuurbescherming (Wnb). Dit betekent dat de maatregelen in dit herstelprogramma juridisch dezelfde status hebben als de maatregelen in het beheerplan zelf. Omdat de maatregelen in het herstelprogramma noodzakelijk zijn voor het halen van de instandhoudingsdoelen voor de Veluwe, zijn ze niet vrijblijvend. Het bevoegd gezag heeft dan ook de wettelijke verplichting om de noodzakelijke maatregelen uit te voeren om de instandhoudingsdoelen te realiseren.

13

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

Maatregelen buiten de Natura 2000-begrenzing Uit onderzoeken, rapportages en input van deskundigen en experts die aan de herstelprogramma’s ten grondslag liggen, blijkt dat het nemen van sommige maatregelen buiten de Natura 2000-begrenzing ook ecologisch noodzakelijk is voor het halen van de instandhoudingsdoelen op de Veluwe. De ecologische sleutelfactoren om Veluwse natuur te herstellen, liggen namelijk niet uitsluitend binnen de Natura 2000-begrenzing. Ook maatregelen buiten de Natura 2000-begrenzing hebben een directe relatie met het bereiken van de Natura 2000-doelen. Dit kunnen maatregelen zijn op gronden buiten de Natura 2000-begrenzing die in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) liggen. Of op gronden die niet begrensd zijn als GNN. Deze gronden liggen bijvoorbeeld direct tegen het Natura 2000-gebied aan. De maatregelen zijn nodig om natuur te versterken, bijvoorbeeld door het herstellen van de hydrologie, het verminderen van de nutriëntenbelasting of het creëren van overgangen tussen voedselarmere en rijkere delen van de Veluwe en het verbinden van natuurgebieden. Deze gronden liggen in de gebieden rondom het Natura 2000-gebied Veluwe of in enclaves binnen het Natura 2000-gebied die niet begrensd zijn als Natura 2000-gebied.

Op het moment van vaststelling van de (ontwerp-)herstelprogramma’s zijn er nog veel ontwikkelingen te verwachten in de gebieden rondom het Natura 2000gebied Veluwe vanuit het Gelders Programma Landelijk Gebied (GPLG) als Gelderse uitwerking van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Ook is er nog onvoldoende zicht op een duurzaam landbouwperspectief. Daarom zijn de maatregelen buiten de Natura 2000-begrenzing Veluwe op dit moment geen onderdeel van dit herstelprogramma. De maatregelen die nodig zijn buiten de Natura 2000-begrenzing Veluwe staan op een aparte perspectiefkaart, zie bijlage 6. We kiezen ervoor om die maatregelen onderdeel te laten zijn van het integrale gebiedsproces voor het GPLG en zetten in op vrijwilligheid. De maatregelen op deze gronden op de perspectiefkaart zijn daarmee indicatief. De doelen c.q. maatregelen op de gronden die op deze perspectiefkaart staan, worden ingebracht in het nog uit te werken beleid en opgaven voor de overgangsgebieden Natura 2000 Veluwe en de bredere opgaven vanuit het GPLG.

De uitwerking en realisatie van deze maatregelen wordt de komende tijd in gebiedsprocessen uitgewerkt en opgepakt samen met de opgaven en ambities voor: • het verbeteren van de (grond)waterkwaliteit zoals beschreven in de kaderrichtlijn water; • het tegengaan van droogte door water vast te houden en het grondwaterpeil te verhogen; • het reduceren van de stikstof- en CO2-uitstoot in de industrie, bouw, landbouw en mobiliteit; • de landbouwtransitie en het streven naar een duurzame landbouw met toekomstperspectief. Het resultaat van gebiedsproces GPLG met de uitwerking van de maatregelen op de perspectiefkaart uit dit herstelprogramma verwerken we op termijn in de actualisatie van het Natura 2000-beheerplan Veluwe. Door de onderzoeken die aan de herstelprogramma’s ten grondslag liggen, weten we op welke percelen in de overgangsgebieden de inzet van de maatregelen de grootste bijdrage kan leveren aan het doelbereik voor Natura 2000.

14

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

Vooruitlopend op het uitvoeringsprogramma van het GPLG geldt dat toekomstig nieuw of gewijzigd gebruik van de percelen op de perspectiefkaart die een significant negatief effect hebben op het halen van de instandhoudings­ doelen, getoetst zal worden aan het Natura 2000-beheerplan Veluwe (waar dit herstelprogramma onderdeel van is). Dat kan er bijvoorbeeld toe leiden dat dit nieuwe of gewijzigde gebruik niet mogelijk is, als dit het Natura 2000-doelbereik onmogelijk maakt. Deze werkwijze is niet anders dan nu al het geval is bij het toetsen van nieuw en gewijzigd ruimtegebruik in een zone rond Natura 2000-gebieden, op basis van de Wet natuurbescherming (externe werking, principe geen verslechtering). De uitvoering van herstelmaatregelen buiten de Natura 2000-begrenzing Veluwe betekent niet dat de Natura 2000-begrenzing van het gebied wordt aangepast. Het gaat vooral om maatregelen die de natuur binnen het Natura 2000-gebied ‘helpen’. Voorbereidingsprocedure Om het herstelprogramma vast te stellen volgt de provincie in het voortraject een uitgebreide voorbereidingsprocedure, zoals dat ook voor het beheerplan is gedaan. De procedure is als volgt: 1 Het bevoegd gezag, het college van Gedeputeerde Staten, stelt een ontwerpherstelprogramma vast. 2 De provincie legt het ontwerp-herstelprogramma ter visie en eenieder kan een zienswijze indienen.

De provincie beoordeelt de zienswijzen en past het herstelprogramma indien nodig aan. 3 Het college van Gedeputeerde Staten stelt het herstelprogramma definitief vast. 4 Belanghebbenden kunnen tegen het herstelprogramma in beroep gaan. Een dergelijk beroep kan ingevolge artikel 8.1, lid 2 Wet natuurbescherming enkel betrekking hebben op beschrijvingen van activiteiten die door opname in het herstelprogramma/het beheerplan geen vergunning meer nodig hebben.

15

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

Provincie Gelderland stelt de herstelprogramma’s op in afstemming met grondeigenaren, terreinbeherende organisaties en andere belanghebbenden. Het bevoegd gezag moet ervoor zorgen dat de maatregelen in het herstelprogramma tijdig (redelijk en billijk binnen de beheerplanperiode) worden uitgevoerd. Als maatregelen niet of niet tijdig worden uitgevoerd hebben Gedeputeerde Staten de mogelijkheid om de uitvoering af te dwingen door het opleggen van een gedoogplicht op grond van artikel 2.6 Wnb.

Paarse Veluwe

2.2 Provinciaal beleid Veel van de natuur in de provincie Gelderland is van betekenis op Europees niveau. Het Gelderse provinciebestuur onderschrijft dat dit verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Natuur is ook een belangrijke economische factor voor recreatie en toerisme en draagt bij aan een prettig en gezond vestigingsklimaat om te wonen en te werken. De bescherming van de natuur is daarom niet alleen van ecologisch, maar ook van economisch belang. Hieronder beschrijven we in het kort het provinciale beleid en soms ook landelijk beleid dat gerelateerd is aan natuur. Sommige beleidsthema’s kwamen als knelpunt in het Natura 2000-beheerplan Veluwe al aan bod. In deze paragraaf worden deze thema’s slechts op hoofdlijnen beschreven. Indien van toepassing worden ze in hoofdstuk 5 bij de Analyse verder uitgewerkt.

2.2.1

Kwalitatief hoogwaardige natuur In het provinciale natuurbeleid hebben de internationale natuurdoelen de hoogste prioriteit. Dat betekent dat alle provinciale middelen en instrumenten voor natuur met voorrang op deze doelen worden ingezet. Het gaat dan om middelen en instrumenten zoals functieverandering, inrichting en beheer van natuur, vergunningverlening, toezicht en handhaving. De provincie Gelderland heeft hierbij voorkeur voor systeemherstel op landschapsniveau: herstel van robuuste natuurlijke systemen in hun landschappelijke en cultuurhistorische samenhang. Alleen op deze manier kan de gewenste doelen voor de habitattypen en soorten worden gehaald en duurzaam worden gegarandeerd.

16

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

2.2.2

Ruimtelijke bescherming De ruimtelijke bescherming van de Gelderse natuur, het Gelders natuurnetwerk (GNN), is vastgelegd in de provinciale omgevingsvisie Gaaf Gelderland (2018) en de bijbehorende omgevingsverordening. De Natura 2000-gebieden maken deel uit van dit Gelders natuurnetwerk. Daarnaast is een Groene ontwikkelingszone (GO) vastgesteld. Deze bestaat uit gebieden rond het GNN en (ecologische) verbindingen tussen delen van het GNN.

2.2.3

Natuurdoelen Het Natura 2000-beheerplan Veluwe gaat over de Natura 2000-doelen en -kaders zoals beschreven in het aanwijzingsbesluit. Daarnaast kent de provincie nog andere natuurbeheerdoelen en natuurontwikkelingsdoelen zoals voor het Gelders natuurnetwerk (GNN). Deze doelen worden jaarlijks vastgelegd in het Natuurbeheerplan. Het Natuurbeheerplan beschrijft de beleidsdoelen en de subsidiemogelijkheden voor ontwikkeling en beheer van (agrarische) natuurgebieden, landschaps- en waterelementen in de provincie Gelderland. Het Natuurbeheerplan vormt tevens het subsidiekader voor de Subsidieregeling Natuur en Landschap 2016 en de Regels Ruimte voor Gelderland 2016. Het Natuurbeheerplan geeft ook aan voor welke doelen nieuwe natuur ingericht moet worden. De beheerpakketten en ontwikkeldoelen in het Natuurbeheerplan zijn zoveel mogelijk afgestemd op de Natura 2000-doelen.

2.2.4

Watercondities Om watercondities voor de natuurdoelen te behouden en versterken werken provincies (via de provinciale omgevingsvisie) en waterschappen aan robuuste watersystemen. Het tegengaan van verdroging heeft, mede gezien klimaatverandering, een hoge prioriteit. In sommige gebieden heeft verdroging extra aandacht nodig. Deze gebieden zijn in de omgevingsvisie aangeduid als ‘natte landnatuur’. Waar noodzakelijk hebben provincie en waterschap hier beschermingszones voor grondwater aangewezen. In het addendum van het 7de actieprogramma Nitraatrichtlijn staat dat brede bufferstroken voor beken nodig zijn om de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) te halen. Dan moet er niet alleen gekeken worden naar het KRWwaterlichaam zelf maar ook naar de zijbeken en bovenlopen en waar mogelijk koppelingen gemaakt worden naar de Natura 2000-doelen. Maatregelen ten behoeve van Natura 2000-doelen kunnen ook onderdeel zijn van het maatregelenpakket van de Kaderrichtlijn Water. Net als de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn Rijk, provincie en waterschappen verplicht de doelen van de Kaderrichtlijn Water te realiseren.

2.2.5

Stikstofbeleid Rijk en provincies Sinds de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 is het niet meer mogelijk om met het Programma Aanpak Stikstof vergunningen te verlenen. Het Rijk werkt daarom in nauw overleg met de provincies aan nieuw beleid en regelgeving om Natura 2000 te beschermen en de stikstofuitstoot terug te dringen. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden. In 2025 moet het stikstofniveau in 40% van de stikstofgevoelige hectares natuur onder de kritische depositiewaarde (KDW) zijn gebracht. In 2030 is dit 50% en in 2035 74%.

17

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

Om dat te bereiken werkt het Rijk een programma met maatregelen uit, het zogenoemde “Programma stikstofreductie en natuurverbetering (PSN)”. Het gaat dan om maatregelen die stikstofuitstoot verminderen (zogenaamde bronmaatregelen) en om maatregelen die de natuur verder verbeteren (instandhoudingsmaatregelen). Door deze natuurherstelmaatregelen in het Natura 2000beheerplan op te nemen ontstaat de verplichting om de maatregelen uit te voeren. Bij de uitwerking van zowel de brongerichte als de natuurgerichte maatregelen zijn provincies nauw betrokken. De gebiedsgerichte aanpak van de provincies zal gebiedsplannen opleveren met voorgenomen/voorgestelde maatregelen die op de gebieden zijn afgestemd. Deze gebiedsplannen leveren gebiedsspecifieke noodzakelijke informatie op voor het PSN. Stikstofreductie en natuurverbetering zijn belangrijk om de doelen vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn te bereiken, maar ook voor het klimaat en water zijn maatregelen nodig. Om al deze doelen te bereiken, is het nodig om ze in samenhang te bekijken en ook de maatregelen in samenhang (integraal) te bedenken en uit te voeren. Dat voorkomt dat maatregelen wel goed zijn voor het ene doel, maar tegelijkertijd slecht voor het andere. Daarom werken het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen aan de invulling van het Nationaal Programma Landelijk gebied (NPLG).

Daarin worden de doelen en opgaven voor natuur, water, bodem en klimaat samengebracht en samen uitgewerkt.

2.2.6

Gelders Programma Landelijk gebied (GPLG) Het Gelders Programma Landelijk Gebied (GPLG) is de Gelderse uitwerking van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Met het GPLG geven we voor 2024-2035 een invulling aan de doelen en ambities in het landelijk gebied voor natuur, water, klimaat en landbouw. We delen Gelderland in het GPLG als volgt in: • Veluwe met de omliggende valleien • Achterhoek & Liemers • Rivierengebied Dit zijn de meest kenmerkende landschappelijke eenheden (bodem-watersystemen). Het GPLG wordt een belangrijke bouwsteen voor de transitie in het landelijk gebied. Samen met onder andere de Gelderse ambities voor verstedelijking, energietransitie en -infrastructuur vormt het de ruimtelijke puzzel voor Gelderland. Hierbij beoordelen we of alle ambities ruimtelijk haalbaar zijn. De ambities worden samen met andere overheden uitgewerkt in regioarrangementen en in lokale gebiedsprocessen.

2.2.7

Gelderse Maatregelen Stikstof en overgangsgebieden De helft van de stikstofgevoelige Natura 2000-natuur van Nederland ligt in Gelderland. De impact van de stikstofproblematiek is met name op de Veluwe groot: dat is mede aanleiding voor een Gelderse aanpak. Vanuit de Gelderse Maatregelen Stikstof voert de provincie Gelderland regie op de stikstofopgave in Gelderland. Het doel is een hernieuwde balans tussen economische ontwikkeling en draagkracht van de natuur. De provincie werkt aan het sterker maken van de natuur, omlaag brengen van de stikstofuitstoot en verduurzamen van wonen en werken.

18

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

Op basis van een ecologische systeemanalyse werkt zij tevens een maatregelenpakket uit voor de gebieden rondom de Natura 2000-gebieden. Voor de Veluwe gaat het om onder andere een zone rondom het Natura 2000-gebied de Veluwe en de agrarische enclaves binnen de Veluwe. De maatregelen in deze overgangsgebieden dragen bij aan het robuust systeemherstel, meer biodiversiteit rondom het Natura 2000-gebied en een verbeterde staat van instandhouding van de stikstofgevoelige natuur. De provincie kijkt daarbij onder meer naar de hydrologie, natuurversterking door aanleg van nieuwe natuur en landschapselementen en de mogelijkheden voor natuurinclusieve landbouw (Ambitiedocument Natuur, ambitie 2).

2.2.8

Landelijke Bossenstrategie ‘Bos voor de Toekomst’ In de landelijke Bossenstrategie geven Rijk en provincies aan hoe de gezamenlijke ambities met betrekking tot het bos in Nederland tot 2030 concreet zijn uitgewerkt in acties en doelen. Daarbij gaat het om de thema’s meer bos, vitaal bos, meer bomen buiten bos en duurzaam gebruik van bomen en bos. De ambitie is om in de periode tot 2030 10% meer bos te realiseren. Dat betekent een toename van ongeveer 37.000 hectare bos in heel Nederland. Voor het herstel van stikstofgevoelige natuur en het realiseren van de instandhoudingsdoelen voor de Vogelrichtliin- en de Habitatrichtlijnsoorten is het soms noodzakelijk om bos in Natura 2000-gebieden om te zetten naar andere natuurtypen. Dit is vastgelegd in het Natura 2000-beheerplan Veluwe en is dus in deze herstelprogramma’s uitgewerkt. In de Wet natuurbescherming is boskap in het kader van Natura 2000 vrijgesteld van de herplantplicht. Omdat boskap leidt tot verlies van koolstofopslag en tot maatschappelijke onrust, hebben het ministerie van LNV en de gezamenlijke provincies in de landelijke Bossenstrategie aangekondigd dat genoemde boskap volledig zal worden gecompenseerd met bosaanleg. Dit gebeurt zoveel mogelijk buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Het is bedoeling dat de uitzondering van de herplantplicht voor Natura 2000-maatregelen in de Wet natuurbescherming (en straks in de Omgevingswet) komt te vervallen. Daarvoor zal een wetswijziging worden voorbereid.

2.2.9

Bossenstrategie Gelderland Het uitvoeringsprogramma Bomen en Bos is de provinciale uitwerking van de landelijke Bossenstrategie. In het uitvoeringsprogramma is de ambitie uitgesproken om het bosareaal in Gelderland met 1.700 hectare uit te breiden in de periode tot 2030. Tevens streeft de provincie naar vergroting van het areaal natuurbos met ca. 10% en meer vitaliteit en biodiversiteit van de bestaande bossen in Gelderland. In lijn met de ambitie uit de landelijke Bossenstrategie wordt alle boskap gecompenseerd die noodzakelijk is voor het nemen van Natura 2000-herstelmaatregelen. Ongeveer twee derde van het Gelderse bosareaal ligt op de Veluwe. Daarom ligt het voor de hand dat verhoudingsgewijs veel van de voorgenomen ambities en opgaven uit het uitvoeringsprogramma Bomen en Bos ook op de Veluwe worden uitgevoerd.

19

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

2.2.10

Faunabeleid en wilddruk Het faunabeleid, verankerd in de Wet natuurbescherming, is onderdeel van het natuurbeleid. Het bevorderen van de biodiversiteit staat dus voorop. Goed faunabeheer is een investering in de kwaliteit van de natuur en bovendien noodzakelijk om de natuurkwaliteit in stand te houden. Specifiek draait het binnen Natura 2000-gebieden om het herstel, in stand houden en verbeteren van de natuurlijke habitats. Wilde hoefdieren zoals edelhert, damhert, wild zwijn en ree zijn een belangrijk onderdeel van de ecosystemen op de Veluwe. Wilde hoefdieren hebben een grote invloed op hun omgeving door begrazing, wroeten en vegen van jonge bomen en faciliteren daarmee het voorkomen van verschillende andere soorten. In het Natura 2000 staat beschreven dat begrazing tot op een zekere hoogte een positief effect heeft op de verjonging van bos. Op diverse plaatsen vormt de (graasdruk) wilddruk echter een knelpunt, omdat de verjonging van met name loofbomen, en dus ook de ontwikkeling van boshabitats, niet verder dan het kiemstadium komt. Daarnaast kunnen zwijnen lokaal problemen veroorzaken, bijvoorbeeld omdat ze larven van het vliegend hert prederen of oevers van vennen en venen betreden.

Soorten als het edelherten leveren in principe een positieve bijdrage leveren aan het vegetatiebeheer, maar wanneer de groep te groot wordt ontstaat overbegrazing en te sterke betreding en dat gaat ten koste van het kwetsbare habitattype en de bijzondere soorten. Populatiebeheer zorgt ervoor dat schade aan kwetsbare natuur, veroorzaakt door deze dieren, zoveel mogelijk beperkt blijft. De gewenste omvang wordt dus bepaald mede op basis van ecologische principes, waarbij gegarandeerd wordt dat een gezonde en levensvatbare populatie in stand blijft. In haar Faunabeheerplan Grote Hoefdieren 2019-2025 heeft de Faunabeheereenheid (FBE) deze belangen goed afgewogen en daaruit gewenste ofwel doelstanden vastgelegd. De deelnemers aan de FBE hebben afgesproken deze doelstanden na te komen. De provincie heeft het plan goedgekeurd. Het naleven van doelstanden uit het vigerende Faunabeheerplan Grote Hoefdieren blijkt in de praktijk niet vanzelfsprekend. De FBE heeft zich tot doel gesteld om gedurende de looptijd van het faunabeheerplan deze doelstand te verlagen tot 1.440 dieren. Er blijft dan een gezonde populatie over en er is sprake van een goed evenwicht en bovendien een beter beheersbare situatie. De FBE brengt jaarlijks een verslag uit over de realisatie in het voorgaande jaar en de tellingen van het lopende jaar, daaruit volgt steeds het benodigde afschot in de komende periode.

Het realiseren van de Natura 2000-doelstellingen verdient nadrukkelijker aandacht in het faunabeheer. Daarom onderzoekt de provincie de relatie tussen de populatiegroottes van hoefdieren en de kwaliteit van de belangrijkste Natura 2000-doelen op de Veluwe. Ook wordt gekeken naar een betere effectmonitoring, zodat de effecten op het Natura 2000-doelbereik goed gevolgd en tussentijds bijgestuurd kunnen worden, bijvoorbeeld vanwege toenemende effecten van de wolf op de omvang en het gedrag van de hoefdierpopulaties. Het resultaat wordt ingebracht bij het opstellen van het nieuwe faunabeheerplan voor grote hoefdieren. Terreinbeheerders voeren zelf ook graasdrukmonitoring uit door topvraat te meten en de verschillende exclosures te bepalen.

Rasterbeleid Wildrasters komen in verschillende vormen verspreid over de Veluwe voor. De afgelopen decennia heeft de provincie Gelderland beleid gevoerd om het aantal rasters te verminderen. Wildkerende rasters tasten namelijk de landschappelijke en recreatieve kwaliteiten van de Veluwe aan en hebben negatieve effecten op dieren. Het kritisch afwegen van de noodzaak van bestaande faunarasters past ook in het denken over ontsnippering. Met minder rasters ontstaat één groot leefgebied en kunnen edelherten, damherten en wilde zwijnen vrij migreren.

20

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

Een belangrijk uitgangspunt is dat faunarasters op de Veluwe nooit de noodzaak wegnemen om de standen van de grote hoefdieren op orde te houden met goed populatiebeheer. Er zijn echter plekken op de Veluwe waar bosverjonging door een te hoge wilddruk niet of moeilijk op gang komt. In het Natura 2000-beheerplan Veluwe is al benoemd dat een tijdelijke uitrastering in dat geval noodzakelijk kan zijn, wanneer de te hoge wilddruk niet door beheer kan worden teruggedrongen. De provincie is hier zeer terughoudend in en doet dit alleen als het populatiebeheer op orde is (omdat het onderliggende probleem van teveel dieren anders verschuift en niet wordt opgelost) of wanneer uitrasteren noodzakelijk is voor het realiseren van de instandhoudingsdoelen.

2.2.11

Actieve soortenbescherming Naast een gebiedsgericht spoor kent de Wet natuurbescherming ook een soortgericht spoor. Bepaalde soorten zijn wettelijk beschermd, ongeacht waar deze voorkomen. De provincie is in veel gevallen het bevoegd gezag als het gaat om ingrepen die schadelijk zijn voor deze soorten. In dat geval spreken we van passieve soortenbescherming. Provincies zijn ook verantwoordelijk voor het stimuleren van maatregelen die de staat van instandhouding van deze soorten verbeteren. In dat geval spreken van actieve soortenbescherming. Het Gelders beleid is opgenomen in de nota Actieve soortenbescherming Gelderland. Onze provincie kent tal van soorten, focus aanbrengen is daarom noodzakelijk. De provincie Gelderland heeft een groep van 75 prioritaire soorten onderscheiden waarvoor op korte termijn maatregelen nodig zijn, omdat zij anders dreigen te verdwijnen. Voor deze soorten is een subsidieregeling gemaakt om maatregelen dan wel onderzoek te bekostigen. Daar waar maatregelen voor deze prioritaire soorten in een herstelprogramma kunnen worden meegenomen, doen we dat ook.

Bosparelmoervlinder (fotografie: Els Branderhorst/Buiten-Beeld)

21

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

2.2.12

Kweek en herintroductie Bij herintroductie gaat het om het loslaten of uitzetten van dieren of planten in gebieden waar de soort voorkwam, maar waar de populatie is uitgestorven. Herintroductie kan noodzakelijk zijn om een bijdrage te leveren aan de instandhouding van de soort in een bepaald gebied, of als een soort een sleutelrol vervult in het functioneren van het ecosysteem. Het kweken van soorten ten behoeve van herintroductie kan nodig zijn. Bij officiële herintroducties, zeker als het gaat om dieren, is een goede onderbouwing en een onderzoek voorafgaand nodig om te bezien hoe een introductie succesvol kan worden uitgevoerd. Uitgangspunten voor herintroductie en kweek binnen de provincie staan beschreven in de Uitvoeringsregels Wet natuurbescherming Gelderland (2018). Vanuit de herstelprogramma’s is hier in de bijlagen nog een nadere invulling aangegeven. Deze regels zijn gebaseerd op de regels van de International Union for Conservation of Nature (IUCN).

2.2.13

Invasieve exoten Door menselijke invloed komen steeds meer plant- en diersoorten naar ons land die hier van nature niet thuishoren. Wanneer zij zich snel vermenigvuldigen en verspreiden spreken we van invasieve exoten. Deze soorten kunnen inheemse soorten verdringen en vormen daarom een probleem voor onze inheemse biodiversiteit. In het Plan van aanpak invasieve exoten Gelderland (2018) staat hoe de provincie in Gelderland met deze soorten omgaat. De provincies zijn aan zet als het gaat om bestrijding van invasieve exoten. Uitgangspunt vormt de EU-verordening en daarbij behorende Unielijst. Aan deze lijst heeft de provincie vanuit Gelders perspectief nog een aantal soorten toegevoegd. Alle soorten zijn in drie categorieën ingedeeld: 1) ze kunnen zich binnenkort gaan vestigen; 2) we hebben ze maar in beperkte mate; 3) ze zijn al wijdverspreid. In de eerste twee gevallen heeft de provincie de ambitie om deze soorten nog volledig te elimineren. Bij een melding van een nieuwvestiging gaat de provincie in overleg met de terreineigenaar om tot bestrijding over te gaan. Bij soorten die een beperkte verspreiding hebben loopt de provincie de bekende vindplaatsen na en gaat wederom in overleg met de terreineigenaar om tot bestrijding over te gaan. Voor invasieve uitheemse vogels en zoogdieren heeft ook de Faunabeheereenheid de opdracht om te acteren.

Voor de derde categorie, de soorten in de categorie wijdverspreid, is de ambitie ‘beheersen waar mogelijk’. Echter voor een aantal wijdverspreide soorten bestaat geen handelingsperspectief meer. Voor deze soorten zoekt de provincie vooral naar een natuurlijke bestrijding via een aanpak in het systeem, bijvoorbeeld aangepast bosbeheer of het inbrengen van inheemse planten na verwijdering van de exoot. Dit is nader uitgewerkt in § 5.1.9 Invasieve exoten. In de Natura 2000-gebieden neemt de provincie de verantwoordelijkheid voor het lokaal bestrijden van een aantal wijdverspreide soorten. Terreinbeheerders kunnen voor de bestrijding van een aantal soorten subsidie krijgen. Het gaat dan met name om soorten als de Aziatische duizendknopen, de beide guldenroedes, de reuzenbereklauw, de reuzenbalsemien en de zonnebaars. Ook zijn er subsidiemogelijkheden voor soorten als watercrassula en dijkviltbraam. Belangrijk in dat verband is dat terreinbeheerders maatregelen treffen die gericht zijn op de bescherming van de kwalificerende habitats.

22

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

2.2.14

Klimaatverandering Het klimaat bepaalt voor een belangrijk deel welke dieren en planten kunnen overleven. Klimaatverandering heeft dan ook ingrijpende gevolgen voor de natuur. Het warmere klimaat zorgt ervoor dat bepaalde diersoorten af- en andere juist toenemen. Maar ook extremere weersomstandigheden, zoals droogte of juist hevige neerslag hebben nu al een zichtbaar effect op de natuur. Soorten die mobiel zijn kunnen zich relatief eenvoudig verplaatsen naar een geschikte klimaatzone. Voor minder mobiele soorten gaat klimaatverandering te snel, waardoor ze verdwijnen. Het tegengaan van verdere klimaatverandering is essentieel voor het voortbestaan van kwetsbare plant- en diersoorten. Een uitgebreid overzicht van de effecten van klimaatverandering op de Natura 2000-bossen is opgenomen in § 5.1.6 Klimaatverandering en toenemende droogte. Er zijn internationaal, nationaal en provinciaal afspraken gemaakt om klimaatverandering tegen te gaan. In het provinciaal Beleidsprogramma Klimaat, het ‘Gelders Klimaatplan 2021-2030’ en het uitvoeringsprogramma Bomen en Bos werkt Provincie Gelderland de klimaatmaatregelen verder uit. De bosuitbreiding zoals opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Bomen en Bos vloeit rechtstreeks voort uit het Klimaatakkoord. In de huidige Natura 2000-doelensystematiek is klimaatverandering nog niet opgenomen.

Dit geeft soms spanning, omdat het vanwege het veranderend klimaat moeilijker wordt sommige soorten en habitats in de benen te houden. Klimaatverandering en hoe daarmee om te gaan is een van de belangrijkste factoren bij herijking van de Natura 2000-doelensystematiek. Klimaatverandering vraagt ons om nog meer nadruk te leggen op systeemherstel zodat de veerkracht van de natuur wordt vergoot. De overlevingskansen voor soorten zijn groter in natuurgebieden met voldoende oppervlakte, met voldoende verbindingen tussen deze gebieden en in natuurgebieden en verbindingszones met een goede milieukwaliteit. Deze drie factoren staan nu vaak onder druk. Vanuit het Programma Natuur werken de provincies en het Rijk al samen aan het robuuster maken van deze natuur. Vanuit het ‘Uitvoeringsprogramma bomen en bos’ worden daarnaast revitaliseringsmaatregelen ondersteund. Dit zijn maatregelen in bos die de veerkracht van de bossen in Gelderland moet versterken tegen klimaatverandering en andere drukfactoren. (zie ook § 6.4 Revitaliseringsmaatregelen). Meer vitale natuur betekent ook meer koolstofvastlegging (CO2). Soms zijn er conflicten tussen natuurbeleid en klimaatbeleid, bijvoorbeeld als het gaat om ruimtegebruik en het effect van windmolens en zonneparken.

Ook is het soms nodig bos te kappen om de instandhoudingsdoelen voor heide en stuifzanden te bereiken, terwijl dat ten koste gaat van het vastleggen van CO2. Daarom worden gekapte bossen elders gecompenseerd.

2.2.15

Preventie van natuurbranden De verandering van het klimaat en de hoge neerslag van stikstof zorgen voor een hogere productiviteit van kruiden en een vertraagde strooiselafbraak. Hierdoor neemt de brandbaarheid en dus ook het risico op oncontroleerbare natuurbranden steeds verder toe. Dat heeft grote consequenties voor de veiligheid en voor de biodiversiteit. In het Natura 2000-beheerplan Veluwe staat dat niet kan worden uitgesloten dat op plekken met verhoogd risico aanvullende maatregelen moeten worden genomen. Daarnaast wordt aangegeven dat Natura 2000-doelen samen kunnen gaan met doelen voor brandpreventie, door bijvoorbeeld de aanleg van heidecorridors of omvorming van naald- naar loofhout op strategische plekken.

23

Ontwerp-herstelprogramma Bossen | Natura 2000 Veluwe | Januari 2023

In 2019 zijn de provincie en de veiligheidsregio’s met een gebiedsgerichte aanpak begonnen om het bewustzijn van deze risico’s te vergroten, om risicovolle locaties en maatregelen in beeld te brengen en hierover richting eigenaren te adviseren. Vanuit dit project wordt gewerkt aan een hoofdcompartimentering van de Veluwe. Deze hoofdcompartimentering is bedoeld om te voorkomen dat natuurbranden van het ene naar het andere deelgebied doorslaan. Veelal zal dat neerkomen op de aanleg van brandgangen en brandsingels in de vorm van loofhout. Tevens zal gekeken worden of in bepaalde gevallen sub-compartimentering gewenst is ten behoeve van aanwezige natuurwaarden of kwetsbare objecten. Daarbij zal ook gekeken worden naar de nog te realiseren verbindingen tussen heideterreinen. De resultaten van dit project zullen worden verwerkt in de actualisatie van het Natura 2000beheerplan Veluwe. De ontwikkeling van een natuurlijker loofbostype met meer dood hout en meer ondergroei leidt doorgaans niet tot een hoger brandrisico, omdat in een bos met staand en liggend dood hout per saldo meer vocht in het bos is opgeslagen dan zonder dood hout.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13188906/1