St. t.k.n. nr. 2. Bijlage RES NOORD-VELUWE VOORTGANGSDOCUMENT 2023
Tekst van het document
2.4 Voortgang ten opzichte van het regionale bod uit RES 1.0 – Duurzame elektriciteit Verwachting in RES 1.0 en realisatie in 2023 Gebaseerd op cijfers van 2019 verwachtte de regio dat in 2030 ongeveer 59,4% van alle elektriciteit die wordt gebruikt, op een duurzame manier in de regio wordt opgewekt13. Op dit moment (peildatum 1 maart 2023) wordt 13,76% van de regionale elektriciteitsvraag duurzaam opgewekt. Daarmee haalt de regio niet het tussentijdse GEA-doel van 16% hernieuwbare opwekking in 2023.
2.5 Voortgang verankering RES in omgevingsbeleid De vaststelling van de RES 1.0 was een belangrijke mijlpaal voor de regio. Het gaf en geeft richting aan de regionale energietransitie. Ook bevatte de RES 1.0 een set aan afspraken waarmee de gemeente, de provincie en andere partners mee aan de slag zijn gegaan. In de RES 1.0 heeft de regio afgesproken dat elke gemeente, maar ook de provincie Gelderland, de gemaakte afspraken in de RES 1.0 verankerd in beleid. Belangrijk om zien is dat de provincie en de meeste gemeenten ook voor het vaststellen van de RES 1.0 al beschikten over ruimtelijke kaders op basis waarvan zij vergunningen konden verlenen aan initiatieven voor opwek van duurzame energie. Een aantal gemeenten heeft daarom parallelle sporen bewandeld: enerzijds hebben zij vergunningen verleend voor realisatie van zonneparken, anderzijds hebben zij de RES-afspraken verankerd in hun lokale beleid. Gemeenten hebben dit gedaan door gebruik te maken van instrumenten binnen de Omgevingsvisie, maar ook in zelfstandige beleidsinstrumenten zoals uitnodigingskaders voor grootschalige opwek van duurzame elektriciteit. Ook de provincie heeft stappen gezet om de RES-afspraken te verankeren in haar provinciale beleid. In onderstaande paragrafen wordt ingegaan op de stappen die gezet zijn sinds de vaststelling van de RES 1.0.
2.5.1 RES-verankering in provinciaal beleid Provinciale verordening – regels voor zonnevelden en windparken Op 6 juli 2022 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening onder de Omgevingswet vastgesteld. Daarom vernieuwde de provincie haar omgevingsverordening in 2021 met actualisatieplan 8. In deze verordening staan regels over hoe we met de buitenruimte, onze leefomgeving, omgaan. Aan die regels moet iedereen zich houden. Actualisatieplan 8 bestaat uit 2 delen. Het ene deel geldt sinds 1 februari 2022. Hierin staan onder andere nieuwe regels op het gebied van zonnevelden en windparken. Het andere deel gaat pas gelden als de Omgevingswet in werking treedt. Dit is op 1 januari 2024.
13 Hierin wordt ook de zonne-energie op kleine daken meegeteld. De opwek op kleine daken telt niet mee in het
regionale RES-bod. Daarin wordt alleen grootschalige opwek met zon op dak, zon op land en wind op land geteld.
Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe
25
Herijking provinciale windbeleid Door de vaststelling van de zes Gelderse RES’en 1.0 door Provinciale Staten van Gelderland ontstond er een situatie waarbij in het vigerende provinciale windbeleid en de RES’en elkaar op punten tegenspraken. In het provinciale windbeleid waren gebieden opgenomen waar windparken ontwikkeld konden worden, terwijl in de RES’en – na zorgvuldige afweging van verschillende criteria en in overleg met belanghebbenden waaronder de provincie - zoekgebieden waren opgenomen op plaatsen waar windparken volgens het provinciale beleid niet ontwikkeld konden worden. Tegelijkertijd waren er ook gebieden waarvan in het RES-proces was geconstateerd daar juist géén windparken moesten komen, terwijl dat volgens het provinciaal beleid wel mogelijk zou zijn. De provincie Gelderland heeft daarom besloten haar windbeleid te herijken. Plan-m.e.r. windbeleid RES’en Herijking van het windbeleid vereist een milieueffectrapportage voor het gehele grondgebied van Gelderland. De Gelderse regio’s zijn gevraagd om mee te doen in de plan-m.e.r. voor windbeleid en RES provincie Gelderland. De regio Noord-Veluwe doet actief mee te doen in dit traject. De provincie startte met het opstellen van een uitgangspuntennotitie. In het eerste kwartaal van 2023 heeft de provincie een Notitie Reikwijdte en Detail (NRD) ter inzage gelegd.
Naar verwachting wordt de planMER opgeleverd tegen de zomer van 2023. Restricties voor wind op en rond de Veluwe Eind december 2022 heeft Gedeputeerde Staten besloten dat er op en direct rond de Veluwe de komende jaren geen windparken mogen worden gebouwd. Deze maatregel heeft de provincie Gelderland genomen om te voorkomen dat de kwetsbare wespendief, een roofvogel die lijkt op de buizerd, in aanvaring komt met de wieken van een windmolen. De wespendief staat symbool voor veel meer kwetsbare dieren en planten op de Veluwe. Het Veluwse ecosysteem staat onder druk. Ook in een zone van 1 tot 8 kilometer buiten het natuurgebied mogen er de komende jaren minder windparken gebouwd worden. Daar mogen één tot maximaal twee windparken komen. Het initiatief voor windpark Horst en Telgt (in gemeenten Ermelo en Putten) is één van de windparken waar de provincie positief over is. Dit initiatief kan daarom door met de ruimtelijke procedures. Het besluit over vergunningverlening staat begin 2024 gepland. Het besluit van de provincie Gelderland heeft wel impact op de onderzoeksgebieden voor windenergie die zijn opgenomen in de RES 1.0 van de regio: onderzoekgebied Veluwemeerkust en onderzoeksgebied nabij knooppunt Hattemerbroek. Plan-m.e.r.
Veluwegebied-wespendief De provincie moet haar besluit over windenergie op en rond de Veluwe vastleggen in haar Beleidslijn Windenergie (provinciaal beleid voor windenergie) en omgevingsverordening. Dit beleid is een bindend kader voor vergunningen en bestemmingsplannen voor provincie en voor andere overheden. De provincie is verplicht een officiële milieueffectrapportage op te stellen: planMER windenergie Veluwe-wespendief. Daarbij gebruiken we uiteraard de eerdere ecologische onderzoeken die er nu al liggen. Voor alle duidelijkheid, de planMER windenergie Veluwe-wespendief, start later dan en loopt naast de eerder genoemde planMER windbeleid RES’en.
Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe
26
De provincie streeft ernaar dat het plan-m.e.r.-proces in juni 2023 van start gaat. Eind 2023 verwacht de provincie de planMER windenergie Veluwe-wespendief af te ronden en de beleidsregels vast te stellen. De besluitvorming voor windparken binnen de 1-8 km zone is hiervan afhankelijk. In de RES 1.0 leek er, op basis van een analyse van belemmeringen, technische ruimte te bestaan voor het realiseren van windmolens in het buitengebied van Elburg (onderzoeksgebied Veluwemeerkust). Het voornemen was om nader onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van o.a. de wespendief en met belanghebbenden in het gebied te verkennen of, en zo ja hoe, er daadwerkelijk mogelijkheden zijn voor realisatie van windmolens in dit zoekgebied. Daarnaast leek er ten tijde van de RES 1.0, op basis van de analyse van belemmeringen, in onderzoeksgebied nabij knooppunt Hattemerbroek in potentie enige ruimte te zijn voor additionele windturbines. Gedacht werd aan het verlengen van de in aanbouw zijnde lijnopstelling met een turbine (in afstemming en samenwerking met gemeente Kampen). Een andere denkrichting was om richting het zuidwesten een nieuwe lijnopstelling met vier of vijf windturbines te realiseren. Beide onderzoeksgebieden liggen in de 1-8 km-zone waar na het besluit van Gedeputeerde Staten voorlopig geen windparken kunnen worden gerealiseerd.
De planMER Veluwegebied-wespendief en de planMER wind RES’en gaan naar verwachting objectieve milieu-informatie opleveren die gebruikt kan worden door de regio. Dit inzicht bepaalt of, en zo ja waar, (nog) kansen liggen voor windparken in de regio. De gemeenten willen daarom in elk geval over de twee eerder genoemde onderzoeksgebieden met de provincie in gesprek blijven. Ondanks het windmolenverbod op en rond de Veluwe hoeft de regio Noord-Veluwe voorlopig haar RES-bod niet te verlagen. Het windpark Horst en Telgt zit nog steeds in procedure waardoor er een kans is dat het kan worden gerealiseerd en de twee genoemde onderzoeksgebieden maakten geen deel uit van het regionale bod. De provincie Gelderland heeft een voorkeursalternatief vastgesteld met 5+2 windturbines. De twee oostelijke turbines zijn alleen toegestaan als er mogelijkheden zijn op basis van het toekomstige beleid over de Wespendief óf als er juridische mogelijkheden zijn om de twee posities nu alvast onder voorwaarden te vergunnen en pas later te bouwen (bijvoorbeeld als camera-detectie mogelijk is).
Dilemma: energietransitie en natuurbescherming Windparken in de nabijheid van de Veluwe kunnen impact hebben op de instandhouding van de wespendief. Zonder mitigerende maatregelen kunnen windparken daarom niet worden ontwikkeld. Op dit moment is alleen een stilstand van windmolens een bewezen maatregel. Echter, het overdag stilzetten van een windmolens gedurende een langere periode heeft financiële consequenties en zijn daardoor wellicht (nog) niet haalbaar, omdat de exploitanten dan gecompenseerd moeten worden voor gederfde inkomsten. Gerichte stilstand door middel van cameradetectiesystemen kan op middellange termijn mogelijk worden, maar is op dit moment nog geen bewezen maatregel. Ook het zwart schilderen van een rotorblad zou de vogels kunnen waarschuwen, maar ook daar moet eerst meer onderzoek naar worden verricht voordat het als maatregel kan worden ingezet. De provincie onderzoekt mogelijkheden voor detectiesystemen en zwarte wiek. De provincie en de regio zijn in gesprek met het Rijk om technische en/of financiële mogelijkheden te onderzoeken waardoor windparken gerealiseerd kunnen worden zonder negatieve impact op de natuur.
Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe
27
2.5.2 RES-verankering in gemeentelijk beleid Verschillende gemeenten hebben de afspraken uit de RES 1.0 verankerd in hun omgevingsbeleid of werken daaraan. Zij hebben of krijgen daarmee een juridische basis om over te kunnen gaan op vergunningverlening. Sommige gemeenten hadden al beleid waardoor zij hun beleid niet hoefden aan te passen na de RES 1.0. Zij hadden als juridische basis om over te kunnen gaan op vergunningverlening. De ambities zijn er in elke gemeente, de route ernaartoe is echter nog niet altijd even duidelijk uitgestippeld. Een aantal gemeenten werkt in 2023 aan de nieuwe omgevingsvisie (Harderwijk, Putten) of herijking van een bestaande omgevingsvisie (Elburg, Oldebroek, Nunspeet). Decentrale overheid
Omgevingsvisie / omgevingsplan
Specifiek beleid wind- en
(jaar van (verwachte*) vaststelling)
zonne-energie
Elburg
Omgevingsvisie – herijking in 2023 (naar verwachting afgerond in 2024)
Afwegingskader energieopwekking (2022)
Ermelo
Omgevingsvisie (2022)
Uitnodigingskader grootschalige opwek (2021)14
Harderwijk
Structuurvisie (2013), Omgevingsvisie (2023*)
Beleid inpassing zonnepanelen (2022)
Hattem
Omgevingsvisie (2022)
Beleidskader hernieuwbare energie (2020)
Nunspeet
Omgevingsvisie (2018) – herijking start in 2023
Beleidskader zonne-energie (2020)15, beleidskader kleinschalig wind.
Oldebroek
Omgevingsvisie (2018) – herijking 2023*
Beleidskader grootschalige energieopwekking (2022)
Putten
Structuurvisie 2015, Omgevingsvisie (2023*)
Beleidskader grootschalige energieopwekking 2.0 (2021)
Stand van zaken van verankering RES in lokaal omgevingsbeleid (per 1 januari 2023).
2.5.3 Kaders vanuit volksvertegenwoordigers Alle gemeenteraden, provinciale staten en verenigde vergadering van het waterschap hebben de RES 1.0 vastgesteld. Moties en amendementen op RES 1.0 Eén gemeenteraad (Hattem) heeft een amendement aangenomen op de RES 1.0:
• Het amendement stelt dat de Hattemer Poort als bouwsteen ‘zon op land in combinatie met gebiedsopgaven’ (zoekgebied zon op land) niet in de RES 1.0 kan worden opgenomen zonder een nadere verkenning en uitwerking vooraf met stakeholders en belanghebbenden. Daarnaast stelt het amendement dat ‘haast’ geen drijfveer is maar ‘zorgvuldigheid’ juist wel, hetgeen betekent dat dit zoekgebied afhankelijk van de nadere verkenning en uitwerking altijd nog in RES 2.0 of later opgenomen kan worden.
14 College hanteert moratorium op nieuwe zon- en windparken. Er gaat vanaf januari 2023 gewerkt worden aan een nieuw uitnodigingskader. 15 Nunspeet gaat nog een evaluatie uitvoeren naar de afwijzing van pilots voor kleinschalig zon op land en haar beleidskader zonneenergie. Tot die tijd neemt de gemeente Nunspeet geen aanvragen voor zonne-velden in behandeling.
Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe
28
Betekenis/duiding voor de regio: Het zoekgebied (Hattemerpoort) voor de bouwsteen ‘zon op land in combinatie met gebiedsopgaven’ is daardoor afgevallen voor de RES 1.0. Afhankelijk van een nadere verkenning en uitwerking met stakeholders en belanghebbenden kan dit zoekgebied eventueel in een latere versie van de RES opgenomen worden. Eén gemeente (Oldebroek) heeft een motie aangenomen bij de RES 1.0:
• Het college van B&W wordt verzocht om in gesprek te gaan met Energie Samen Noord-Veluwe i.o. en te onderzoeken hoe zij elkaar kunnen aanvullen als pleitbezorger van de gewenste energietransitie in de gemeente Oldebroek. Ook wordt het college verzocht te onderzoek of, en zo ja op welke manier, de RES-gemeenten ‘Energie Samen Noord-Veluwe i.o.’ kunnen ondersteunen bij haar taak. Betekenis/duiding voor de regio: In de motie wordt nog gesproken over de ESNV i.o. Na vaststelling van de RES hebben de zes energiecoöperaties in de Noord-Veluwe zich verenigd in de ESNV: Energie Samen Noord-Veluwe. Op die manier willen de energiecoöperaties meer slagkracht ontwikkelen, meer kennis delen en de mogelijkheid bieden aan leden om te participeren in energie– projecten in de gehele regio Noord-Veluwe. De ESNV is zowel vertegenwoordigd in de ambtelijke werkgroep als de stuurgroep van de RES Noord-Veluwe. Provinciale Staten van Gelderland heeft bij de vaststelling van de RES 1.0 vijf moties aangenomen. Aangezien de provincie Gelderland zes RES-regio’s heeft en er tussen de regio’s grote verschillen zitten, kunnen de moties in meer of minder mate betrekking hebben op de Noord-Veluwe. Daarom lopen we de moties even langs en geven we een duiding van de betekenis/duiding van de motie voor de regio:
• Meer ruimte voor innovaties (21M35) De motie roept Gedeputeerde Staten (GS) op nieuwe innovaties te stimuleren en te benutten als die als ‘bewezen technologie’ kunnen worden aangemerkt. Kansen en voordelen van energieclusters en cable-pooling zijn groot en moeten worden gestimuleerd voor een betaalbaar en stabieler net. Betekenis/duiding voor de regio: Daar waar nieuwe innovaties hebben bewezen effectief te zijn, kunnen deze uiteraard worden ingezet. Bij het enige windpark dat is gerealiseerd in de regio wordt optimaal gebruik gemaakt van cablepooling. Ook de kabels van het vergunde windpark Lorentz en het initiatief windpark Horst en Telgt16 gaan optimaal worden gebruikt door naast wind- ook zonne-energie te transporteren. De regio heeft innovaties hard nodig zeker daar waar het gaat om mitigerende maatregelen waarmee aanvaringen van wespendieven met windmolens kunnen voorkomen zoals cameradetectiesystemen en/of het gebruik van zwarte wieken. Ook innovaties waardoor smart energy hubs kunnen worden gerealiseerd zijn zeer gewenst. Op verschillende plaatsen werkt de regio aan ontwikkeling van smart energy hubs (energieclusters). Daar waar de regio kan, stimuleert zij innovaties. De regio wil graag pilot-regio zijn waar nieuwe technieken kunnen worden getest en ingezet.
• Belang van decentrale netwerken (21M36) De motie roept Gedeputeerde Staten (GS) op met de netbeheerder(s) en andere relevante partijen voor 2021 de mogelijkheden van decentrale netwerken, al dan niet gekoppeld aan het centrale netwerk, te verkennen. Tevens wordt GS verzocht de wenselijkheid van een aanvullend plan met het rijk bespreek te maken.
16
Dit moet nog worden ontwikkeld, maar is wel het streven.
Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe
29
Betekenis/duiding voor de regio: In de motie wordt terecht gewezen op het belang van decentrale netwerken. Enerzijds om de kosten van de energietransitie in de hand te houden, anderzijds om het – nog vooral centralistische energiesysteem – te ontlasten. De regio wordt en blijft voorlopig ook nog geconfronteerd worden met netcongestieproblematiek op het centrale netwerk. Eén van de oplossingen waar de regio daarom graag fors op inzet is het stimuleren van smart energy hubs (decentrale netwerken). De meeste potentie daarvoor ziet de regio op bedrijventerreinen. Op verschillende bedrijventerreinen lopen initiatieven om smart energy hubs te realiseren. Gemeenten, bedrijvenkringen en netbeheerder zijn daarover nadrukkelijk met elkaar in gesprek. Bedrijventerrein Lorentz in Harderwijk is één van de tien pilots in Oost-Nederland die vanuit de provincies Gelderland en Overijssel worden ondersteund (via OostNL). De regio heeft in 2022 ook een netcongestiegebiedsanalyse gedaan in een specifiek gebied in het buitengebied van Ermelo/Putten. Daar is gekeken naar mogelijkheden om de capaciteit van het ‘dunne’ netwerk in het buitengebied beter te benutten, zodat er meer stroom kan worden teruggeleverd. Daarbij is onder andere onderzocht onder welke randvoorwaarden een decentraal netwerk ontwikkeld kan worden.
De regio is in het kader van het Gelders Energie Infra Systeem (GEIS) in overleg met netbeheerders, provincie en andere belanghebbenden zoals bedrijven. Samen kijken we naar oplossingen, waaronder decentrale netwerken, voor de krapte op het elektriciteitsnetwerk.
• Evenwichtige verdeling zon op dak, zon op land en wind in de energietransitie Gelderland naar RES 2.0 (21M37) De motie verzoekt Gedeputeerde Staten (GS) samen met de regio’s in te zetten op een evenwichtige verdeling in zon op land, zon op dak en wind in Gelderland naar de RES 2.0 in 2023. Betekenis/duiding voor de regio: Bij de totstandkoming van de RES 1.0 heeft de regio Noord-Veluwe al veel oog gehad voor systeem– efficiëntie. Mede daarom is er een evenwichtige balans gevonden tussen zon op dak, zon op land en wind in de regio. Netbeheerder Liander heeft een impactanalyse uitgevoerd op het regionale bod van de regio Noord-Veluwe en geconstateerd dat de zon-wind balans evenwichtig is. De regio blijft zich inzetten voor een evenwichtige balans tussen zon en wind. Aangezien de mogelijkheden voor windenergie in de regio beperkt zijn, staat of valt alles bij het kunnen realiseren van voldoende windenergie. Zonder het windpark Horst en Telgt wordt het vrijwel onmogelijk om de evenwichtige verdeling te realiseren. Sterker nog, alleen als het windpark wordt gerealiseerd kan ook zonne-energie worden aangesloten. Alleen zonne-energie zou het netwerk overbelasten.
• Efficiëntie in de energietransitie (21M38) De motie verzoekt Gedeputeerde Staten (GS) om in het vervolgtraject van implementatie en RES 2.0 het initiatief te nemen met betrekking tot het transparant maken van de maatschappelijke kosten voor infrastructurele aanpassingen, en daarbij met netbeheerders samen te werken om de kosten van mogelijke alternatieven inzichtelijk te maken, ter ondersteuning van een integrale afweging in de regio’s. En, per RES helder aan te geven wat een hogere kostenefficiëntie burger en belanghebbenden kan opleveren, en met voorstellen aan PS en stuurgroepen te komen om de kostenefficiëntie per RES-gebied te optimaliseren. Betekenis/duiding voor de regio: Het zo laag mogelijk houden van maatschappelijke kosten van de energietransitie is voor de regio van groot belang. Het streven naar systeemefficiëntie was bij de totstandkoming van de RES 1.0 één van
Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe
30
de afwegingen in het afwegingskader. Netbeheerder Liander heeft gedurende het proces laten zien welke consequenties eventuele keuzes zouden hebben op de systeemefficiëntie. Daarom heeft de regio Noord-Veluwe gezocht naar mogelijkheden om nieuw aanbod van duurzame elektriciteit zo veel te realiseren in gebieden waar ook een elektriciteitsvraag is. (voorbeelden: windpark Hattemerbroek in combinatie met zonneparken (cable-pooling) in nabijheid van bedrijventerrein. Windpark en zon op grote daken op bedrijventerrein Lorentz in Harderwijk). Transport van elektriciteit wordt zo beperkt. Ook heeft de regio ervoor gekozen om wind- en zonneparken te combineren waar mogelijk.
• Aandacht voor draagvlak richting RES 2.0 (21M39) De motie verzoekt Gedeputeerde Staten (GS) om de komende jaren, samen met de RES-partners, actief in te zetten op het vergroten van draagvlak naar de RES’en 2.0 in 2023, gemeenten hierin bij te staan, te adviseren en te faciliteren waar dat kan. En, een voorstel te doen hoe, in de periode naar de RES 2.0, meer draagvlak en acceptatie onder Gelderse inwoners kan worden bereikt. Betekenis/duiding voor de regio: In de regio Noord-Veluwe zijn het de gemeenten die aan de lat staan om samen met hun inwoners en andere belanghebbenden zorgvuldige gebiedsprocessen en vergunningsverleningstrajecten te doorlopen. Gemeenten hebben ook hun eigen participatiebeleid. Vanuit de regio bieden we ondersteuning aan de gemeenten waar nodig. We staan in nauw contact met het Nationaal Programma RES (NPRES), dat voor gemeenten en regio’s kennis en informatie ontsluit en handreikingen biedt in de vorm van praktische communicatie- en participatiemiddelen. Lokaal eigenaarschap In het beleid van de gemeenten staat lokale participatie en lokaal eigenaarschap (streven minimaal 50%) hoog in het vaandel. Alle zeven gemeenten hebben dit opgenomen in hun lokale beleid. Lokaal eigenaarschap kan betekenen dat bijvoorbeeld energiecoöperaties (mede-)eigenaar zijn. In de Noord-Veluwe is een aantal energieprojecten geheel of deels in publieke handen.
Zo is gemeente Harderwijk meerderheidsaandeelhouder (51%) in een zonnepark, terwijl de energiecoöperatie en particulieren de andere 49% van de aandelen bezit. Gemeente Harderwijk en waterschap Vallei en Veluwe ontwikkelen samen windpark Lorentz. Dat windpark komt dus voor 100% in publieke handen.
2.6 RES en warmtetransitie in de regio De Noord-Veluwse gemeenten beschikken allemaal over een vastgestelde Transitievisie Warmte (hierna TVW). De TVW geeft richting aan hoe de aanpak van de warmtetransitie per gemeente eruit kan zien. Alle Noord-Veluwse gemeente werken momenteel aan de warmtetransitie via wijk- of dorpsuitvoeringsplannen. In de RSW 1.0 en de TVW’s is gebleken dat in de Noord-Veluwe weinig alternatieve warmtebronnen beschikbaar zijn waardoor “all-electric” warmte-oplossingen in veel gevallen de oplossing met de laagste maatschappelijke kosten zullen zijn. Deze oplossingen gaan veel elektriciteit vragen, die ook moet worden opgewekt en via de netinfrastructuur moet worden getransporteerd. Waar mogelijk worden ook alternatieven onderzocht (biogas, aquathermie of geothermie, warmtebuffering). In Elburg bijvoorbeeld is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar duurzame warmte-oplossingen om de historische vesting aardgasvrij te maken. Eén van de onderzochte mogelijkheden is het gebruik van biogas uit de nabijgelegen RWZI van het waterschap Vallei en Veluwe. In Harderwijk wordt gebruikt gemaakt van aquathermie. Voor aquathermie is nog steeds elektriciteit nodig, maar minder dan met reguliere warmtepomp zonder aquathermie. Het gebruik van geothermie wordt ook onderzocht.
Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe
31
3. Vooruitblik naar 2023-2025 3.1 Uitdagingen en dilemma’s in de energietransitie in NoordVeluwe De uitdagingen en dilemma’s waar de regio sinds de zomer van 2021 mee is geconfronteerd, blijven ook richting 2025 bestaan. Netcongestie Netbeheerder TenneT voert in samenwerking met Liander en diverse brancheorganisaties een nationale marktconsultatie uit. Doel van deze consultatie is te onderzoeken of het mogelijk is om het net te ontlasten op momenten dat de capaciteitsvraag te groot is om zo de beschikbare capaciteit op het net zo optimaal mogelijk te gebruiken. Het onderzoek moet meer inzicht geven waar extra ruimte op het bestaande net kan worden gevonden door flexibiliteit in te zetten. Uitkomsten van dit onderzoek worden in de zomer van 2023 verwacht. De verwachting is niet dat er voldoende flexibele ruimte kan worden gevonden om volledig in voorzien in de capaciteitsbehoefte. De komende jaren zal er wachtrij blijven voor levering en teruglevering van elektriciteit. Smart Energy Hubs De regio blijft werken aan de realisatie van zoveel mogelijk zon op dak. Het is daarvoor noodzakelijk om lokaal (gebiedsgericht) een nieuw slim en flexibel energiesysteem te ontwikkelen, de zogenoemde smart energy hubs. Dit kan bijdragen op de druk op het elektriciteitsnet enigszins te ontlasten. De regio werkt nu met gemeenten, netbeheerder en bedrijventerreinen samen op een aantal locaties.
De regio kijkt of het aantal bedrijventerreinen kan worden uitgebreid. Uitvoeringsstrategie Zon op Dak De regio en gemeenten zijn in gesprek met het NPRES over ondersteuning om te komen tot een uitvoeringsstrategie Zon op Dak en objecten. In de loop van 2023 start de regio met het opstellen van een uitvoeringsstrategie. Programma OER (Opwekking Energie op Rijksgronden) De regio is in gesprek met het Programma OER om te onderzoeken of, en zo ja waar en hoe, duurzame energie kan worden opgewekt op rijksgronden. Het gaat om de gronden van Rijkswaterstaat, ProRail, het Rijksvastgoedbedrijf, Defensie en Staatsbosbeheer. Natuurbescherming, energietransitie en stikstof Projecten voor energieopwekking – en dan met name ontwikkeling van windparken en uitbreiding van onderstations van de netbeheerder - kunnen impact hebben op beschermde natuurgebieden. In de Noord-Veluwe hebben we te maken met een dilemma: Om de wespendief te beschermen, zijn veel windmolenplannen rond de Veluwe niet meer mogelijk. Bouwwerkzaamheden bedoeld om onderstations uit te breiden leiden tot stikstofuitstoot in nabijgelegen beschermde N2000-gebieden.
Bescherming van natuur is belangrijk, maar dat is de energietransitie óók.
Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe
32
Integraal gebiedsgericht werken De provincie Gelderland werkt, mede op verzoek van de minister voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting, aan een Ruimtelijk Perspectief voor de provincie. Zij doet dit samen met de regio’s.
3.2 Aanpassing regionale bod ten opzichte van RES 1.0 Er is op dit moment geen aanleiding om het bod van de RES Noord-Veluwe bij te stellen. Bijstelling van het bod (zowel naar boven als beneden) vereist een herijking van de RES. En dus een planm.e.r. Op verzoek van het NPRES heeft Greetje Bos17 een advies uitgebracht waarin staat dat de 35 TWh doelstelling niet hoeft te worden verhoogd, maar dat moeten worden ingezet op het invullen van randvoorwaarden zodat de regionale biedingen realiteit kunnen worden. Op dit moment hoeft de regio haar bod niet te verhogen. Op dit moment zijn er ook geen gemeenten die hun lokale beleid aanscherpen waardoor er meer duurzame opwek gaat plaatsvinden die kan landen in de RES. Ook provinciaal is dat niet het geval. Tegelijkertijd is er ook nog geen reden om het bod naar beneden bij te stellen, omdat er nog geen grote energieprojecten (bijv. windpark Horst en Telgt) geen doorgang kunnen vinden, waardoor ons bod niet meer gehaald kan worden of andere energieprojecten moeten worden ontwikkeld ter vervanging van afgevallen projecten. Het regionale doel van 0,53 TWh aan duurzame opwek van elektriciteit in 2030 blijft staan. Zoals eerder geconstateerd heeft de regio wel een zorgen over de netcongestie die het halen van het doel onder druk zet.
Zonder spoedige uitbreiding van de netinfrastructuur (onderstation Harderwijk, cluster Nunspeet en onderstation Hattem) kunnen energieprojecten niet tijdig worden aangesloten. De ontwikkeling van smart energy hubs kan lokaal de negatieve gevolgen van netcongestie verlichten, maar uitbreiding van de netinfrastructuur is onvermijdelijk.
3.3 RES in het samenhangend regionale energiesysteem: opgaven bij elektriciteit en warmte 3.3.1 Gebiedsgerichte aanpak en innovatieve oplossingen voor het ontlasten van het netwerk De transitie naar het energiesysteem van de toekomst vereist stappen op tal van onderdelen van het energiesysteem. Vraag en aanbod van energie moeten letterlijk dichter bij elkaar worden gebracht, zodat lokaal semi-autonome gebieden ontstaan waar vraag en aanbod meestal in balans zijn. Op momenten waar deze balans lokaal niet mogelijk is, kan energie van buiten het gebied naar het gebied worden getransporteerd. Om te komen tot zulke decentrale semi-autonome gebieden, moeten we op een heel andere manier naar ons energiesysteem kijken. Het vraagt om een combinatie van gebiedsgericht werken en energyoriented development: daar waar energie beschikbaar is, kunnen nieuwe woningen worden gebouwd en kan nieuwe bedrijvigheid gaan plaatsvinden. En omgekeerd, daar waar nu al woningen staan en bedrijvigheid plaatsvindt, moet óók duurzame elektriciteit en warmte opgewekt gaan worden en worden opgeslagen. Deze opslag van energie, kan in batterijen, in gassen (bijv. waterstof) of in warmte. Een andere naam voor een semi-autonome energiegebieden is een Smart Energy Hub. Voor momenten waarop lokaal vraag en aanbod niet in balans zijn, moet energie kunnen worden aangevoerd.
Hiervoor is het noodzakelijk dat het elektriciteitsnetwerk wordt uitgebreid.
17 Greetje Bos is voormalig bestuurlijk trekker van de energieregio West-Brabant en wethouder Breda. Zij is nu
raadsheer bij het Gerechtshof in Den Bosch.
Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe
33
3.3.2 Programmeren en prioriteren op ruimtelijke ontwikkelingen op regionale schaal (met regionale energiesysteem als ordenend principe) Gebiedsgerichte ontwikkeling vanuit een perspectief waarbij lokale energiebeschikbaarheid een belangrijk uitgangspunt is, vraagt dus om programmeren en prioriteren. Het vereist ook een andere manier van werken, namelijk een waarbij ruimtelijke ontwikkelingen met elkaar in samenhang worden bekeken en op een logische manier in de tijd worden gezet. De traditionele manier van werken waarbij energiebeschikbaarheid eigenlijk nooit een vraagstuk was, is niet langer houdbaar. Programmeren en prioriteren moet dus niet ‘alleen’ gaan over het energiesysteem, maar over samenhang in ruimtelijke ontwikkelingen. Dit vereist een integralere manier van werken dan waaraan we de afgelopen jaren gewend zijn geraakt. Dit is complex, omdat er daardoor ogenschijnlijk meer afhankelijkheden worden gecreëerd, meer kennis nodig is op tal van thema’s en meer belanghebbenden betrokken moeten worden. Hoewel dit waar is, hebben we de afgelopen paar jaar gezien dat het niet langer mogelijk is om vraagstukken los van elkaar op te lossen. De afhankelijkheden zijn er, kennis op tal van terreinen in nodig en ja, ook steeds meer belanghebbenden willen betrokken worden bij het vinden van oplossingen.
Ogenschijnlijk voor de hand liggende en makkelijke oplossingen blijken toch complex. Denk alleen al aan het benutten van grote daken voor zonnepanelen; door netcongestie kunnen ze niet worden aangesloten en door stikstof kan het onderstation niet worden uitgebreid.
3.4 RES in de leefomgeving: opgaven en knelpunten bij integrale aanpak en verankering in beleid 3.4.1 RES in relatie tot integrale gebiedsgerichte aanpak (stikstof, energie, woningbouw, bedrijvigheid, etc.) Een integrale gebiedsgerichte aanpak waarin stikstof, energie en woningbouw en andere ruimtelijke maatschappelijke vraagstukken in samenhang worden bekeken is nodig. Integraal omgevingsprogramma De nieuwe Omgevingswet (invoeringsdatum 1 januari 2024) biedt een interessant instrument om vorm te geven aan samenhang in een gebied: een integraal omgevingsprogramma. In tegenstelling tot een thematisch omgevingsprogramma waarin de focus ligt op één specifiek thema, kan in een integraal omgevingsprogramma een samenhangend pakket aan maatregelen worden afgesproken. Zo kan gebiedsgericht invulling worden gegeven aan een nieuw integraal perspectief voor een specifiek gebied in een gemeente of zelfs over gemeentegrenzen heen. Vanuit het besef dat de stikstofproblematiek en het energiesysteem niet ophoudt bij gemeentegrenzen, evenals het landschap en de natuur, kan het gebruik van integrale omgevingsprogramma’s, eventueel naast thematische omgevingsprogramma’s, interessant zijn. Integrale omgevingsprogramma’s kunnen ook interbestuurlijk zijn.
Eén of meer gemeenten kunnen zo met elkaar en/of samen met provincie en/of waterschap, bindende en samenhangende afspraken maken voor een gebied en zich langjarig aan committeren aan het nemen van de maatregelen om de gebiedsdoelen te realiseren. Zo kan een gebied perspectief worden geboden.
Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe
34
Best practice: Integraal Omgevingsprogramma: Gemeente Oldebroek heeft in het najaar van 2022 een integraal omgevingsprogramma Vitaal Platteland Oldebroek vastgesteld. Het programma kan worden aangemerkt als ‘vrijwillig programma’ onder de Omgevingswet. Met het Programma Vitaal Platteland Oldebroek biedt de gemeente een programma aan om de Omgevingsvisie voor het buitengebied uit te kunnen voeren. Het programma moet de gebruikers van het buitengebied uitnodigen om met initiatieven en ideeën te komen die passen binnen de koers van dat deelgebied. Het programma vloeit voor uit de nadrukkelijke wens van de gemeente om waardevolle natuur en de leefbaarheid van het buitengebied te behouden. Het programma biedt ruimte om maatregelen te nemen onder meer op het gebied van biodiversiteit, circulaire economie en klimaatadaptatie. De insteek van het programma is daarmee breed en niet vooraf beperkt op thema’s. Van belang is een balans te vinden tussen de diverse gebruikers en activiteiten, zodat ze elkaar niet belemmeren, maar waar mogelijk versterken. Met het Programma Vitaal Platteland Oldebroek is een koers ontwikkeld om te komen tot een samenhangende uitvoering van haar Omgevingsvisie voor het buitengebied, waarbij de gemeente de regie houdt.
Het programma is tot stand gekomen op participatieve wijze, waarbij gesprekken zijn gevoerd met beleidsmakers van provincie, waterschap en Regio Zwolle, maar ook met inwoners.(agrarische) ondernemers in het buitengebied. Belangrijke uitgangspunten daarbij waren: meer verantwoordelijkheid en zelfsturing van onze samenleving. Samenwerken aan een sterke en leefbare samenleving met bestaande en nieuwe manieren.
Thematisch omgevingsprogramma In een thematisch omgevingsprogramma ligt de focus op één specifiek thema, bijvoorbeeld grootschalige energieopwekking, energie-infrastructuur, stikstof of wonen/woningbouw. Vaak wordt de term ‘gebiedsgericht werken’ gehanteerd. Daarbij is dan het idee om één vraagstuk gebiedsgericht aan te pakken. Hierdoor kan gericht worden gewerkt aan dat ene thema, maar de keerzijde is dat de samenhang met andere (ruimtelijke) maatschappelijke vraagstukken, niet automatisch wordt meegenomen. Zo kan het gebeuren dat in één gebied meerdere thematische omgevingsprogramma’s lopen.
Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe
35
3.4.2 Vervolg richting 2025 – Integraal gebiedsgericht werken vanuit Ruimtelijk Perspectief Gelderland/ Noord-Veluwe De provincie Gelderland werkt op verzoek van de minister van VRO aan het opstellen van een Ruimtelijk Perspectief. Zij doet dit door eerst in zeven regio’s een regionaal ruimtelijk perspectief op te stellen. Vier gemeenten uit de Noord-Veluwe (Hattem, Oldebroek, Elburg en Nunspeet) vormen samen met gemeente Heerde (regio Stedendriehoek) de regio Kop van de Veluwe). De Kop van de Veluwe is sub-regio van de verstedelijkingsregio en NOVI-gebied Zwolle. Drie gemeenten uit de Noord-Veluwe (Harderwijk, Ermelo en Putten) vormen samen met de gemeente Zeewolde (regio Flevoland) de regio ‘EHZ-P’. Ermelo, Harderwijk en Zeewolde werken al langer samen in een samenwerkingsverband EHZ. De RES-regio Noord-Veluwe werkt mee aan de totstandkoming van de ruimtelijke perspectieven voor beide regio’s om het perspectief energie (RES) en -infrastructuur (GEIS/p-MIEK) in te brengen in het integrale ruimtelijke perspectief van de regio’s. Na het opstellen van de ruimtelijke perspectieven gaat de provincie met het Rijk afspraken maken die worden vastgelegd in regio-arrangementen.
3.5 Doorkijk naar 2050 Met het bod van 0,53 TWh meent de regio een mooie bijdrage te kunnen leveren aan het halen van de nationale klimaatdoelen voor 2030. De zoektocht naar meer kansrijke zoekgebieden voor windenergie en gebieden waar zonne-energie opgewekt kan worden opgewekt is lastig. Als gevolg van natuurbeschermingsregelgeving is er weinig technische ruimte voor wind- en zonne-energie. Ook vanuit systeemefficiëntie is de regio uitdagend. Het elektriciteitsnet is dun en versterking/uitbreiding leidt tot hoge maatschappelijke kosten. Slimme decentrale energiegebieden bieden mogelijkheden om zowel de schaarste in ruimte als geld het hoofd te bieden. In deze RES worden gebieden genoemd waar onderzocht kan worden of, en zo ja hoe, windmolens zouden kunnen worden ontwikkeld. Vanwege de aanwezigheid van Natura2000-gebieden Veluwe en de Randmerenkust is het allerminst zeker dat, naast in de gebieden die in het reële deel van deze RES zijn genoemd, nog windmolens kunnen komen. De kans bestaat dat, wanneer wordt vastgehouden aan de huidig geldende natuurwetgeving en er geen mitigerende maatregelen genomen kunnen worden, geen extra windmolens kunnen worden gerealiseerd in de Noord-Veluwe. Het vervolgproces naar aanleiding van de bestuurlijke afspraken windenergie op en rondom de Veluwe kan dit perspectief wijzigen of concretiseren.
Dit leidt tot een dilemma dat vraagt om heldere keuzes: moet er ruimte worden gecreëerd binnen het natuurbeleid, zodat gemeenten en regio na 2030 meer kunnen bijdragen aan het halen van de nationale klimaatdoelen? Of accepteren we dat de regio Noord-Veluwe binnen haar mogelijkheden doet wat zij kan en dat daarmee de bijdrage van de regio aan het behalen van de provinciale en nationale klimaatdoelen voor wat betreft de opwekking van hernieuwbare elektriciteit, zeer beperkt blijft?
Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe
36
Bijlagen 1 Voortgang per gemeente (gerealiseerde energieprojecten, pijplijnprojecten en resterende ambitie) Elektriciteitsaanbod- en vraag per gemeente in 2030 0,25
0,2
0,15 Ambitie Pijplijn 2 Pijplijn 1
0,1
Gerealiseerd Elektriciteitsvraag
0,05
0 RES 1.0 Elburg
2023
RES 1.0
2023
Ermelo
RES 1.0
2023
Harderwijk
Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe
RES 1.0
2023
Hattem
RES 1.0
2023
Nunspeet
RES 1.0
2023
Oldebroek
RES 1.0
2023
Putten
37
Bijlage 1a Elburg Elburg – gerealiseerde energieprojecten RES 1.0 (2021)
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
Windparken
0
0
0
0
0
-
Zon op land
0
0
0
0
0
-
Zon op grote daken
13
0,004
0
0,0068
0,0028
71%
Totaal
13
0,004
0
0,0068
0,0028
71%
Elburg – pijplijn energieprojecten RES 1.0 (2021)
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Pijplijn 1 (TWh)
Pijplijn 2 (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
Windparken
0
0
0
0
0
0
-
Zon op land
0
0
1
0,0014
0,0129
0,0143
-
Zon op grote daken
18
0,0048
0
0,0019
-
-0,0029
-60%
Totaal
0
0,0048
0
0,0033
0,0129
0,0114
238%
Elburg - Resterende ambitie voor energieprojecten RES 1.0 (2021)
Energie– projecten, type nader te bepalen
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
-
0,03
-
0,0157
-0,0143
-48%
Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe
38
Bijlage 1b Ermelo Ermelo – gerealiseerde energieprojecten RES 1.0 (2021)
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
Windparken
0
0
0
0
0
-
Zon op land
0
0
2
0,0072
0,0072
-
Zon op grote daken
33
0,0084
149
0,0090
0,0006
7%
Totaal
33
0,0084
151
0,0162
0,0078
93%
Ermelo – pijplijn energieprojecten RES 1.0 (2021)
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Pijplijn 1 (TWh)
Pijplijn 2 (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
Windparken
0
0
1
0,0071
0,0637
0,0708
-
Zon op land
5
0,0154
1
0,0004
0
-0,0149
-97%
Zon op grote daken
23
0,0040
6
0,0023
0
-0,0017
-42%
Totaal
28
0,0194
8
0,0099
0,0638
0,0542
280%
Ermelo - Resterende ambitie voor energieprojecten RES 1.0 (2021)
Energie– projecten, type nader te bepalen
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
-
0,15
-
0,0880
-0,0620
-41%
Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe
39
Bijlage 1c Harderwijk Harderwijk – gerealiseerde energieprojecten RES 1.0 (2021)
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
Windparken
0
0
0
0
0
-
Zon op land
0
0
1
0,0023
0,0023
-
Zon op grote daken
35
0,0081
134
0,0184
0,0103
128%
Totaal
35
0,0081
135
0,0207
0,0126
156%
Harderwijk – pijplijn energieprojecten RES 1.0 (2021)
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Pijplijn 1 (TWh)
Pijplijn 2 (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
Wind– parken
0
0
1
0,0291
0,0032
0,0324
-
Zon op land
3
0,0010
0
0
0
-0,0010
-100%
Zon op grote daken
38
0,0147
6
0,0017
0
-0,0130
-88%
Totaal
41
0,0157
7
0,0308
0,0032
0,0184
117%
Harderwijk - Resterende ambitie voor energieprojecten RES 1.0 (2021)
Energie– projecten, type nader te bepalen
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
-
0,45
-
0,0140
-0,0310
-69%
Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe
40
Bijlage 1d Hattem Hattem – gerealiseerde energieprojecten RES 1.0 (2021)
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
Windparken
0
0
0
0
0
-
Zon op land
0
0
0
0
0
-
Zon op grote daken
2
0,0002
37
0,0017
0,0015
838%
Totaal
2
0,0002
37
0,0017
0,0015
838%
Hattem – pijplijn energieprojecten RES 1.0 (2021)
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Pijplijn 1 (TWh)
Pijplijn 2 (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
Windparken
0
0
0
0
0
0
-
Zon op land
2
0,0112
4
0,0019
0,0191
0,0098
87%
Zon op grote daken
7
0,0020
1
0,0005
0
-0,0015
-75%
Totaal
9
0,0132
5
0,0024
0,0191
0,0083
62%
Hattem - Resterende ambitie voor energieprojecten RES 1.0 (2021)
Energie– projecten, type nader te bepalen
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
-
0,015
-
0,0052
-0,0098
-65%
Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe
41
Bijlage 1e Nunspeet Nunspeet – gerealiseerde energieprojecten RES 1.0 (2021)
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
Windparken
0
0
0
0
0
-
Zon op land
0
0
1
0,0014
0,0014
-
Zon op grote daken
13
0,0017
88
0,0055
0,0039
231%
Totaal
13
0,0017
89
0,0069
0,0052
306%
Nunspeet – pijplijn energieprojecten RES 1.0 (2021)
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Pijplijn 1 (TWh)
Pijplijn 2 (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
Windparken
0
0
0
0
0
0
-
Zon op land
2
0,0010
0
0
0
-0,0010
-100%
Zon op grote daken
26
0,0076
6
0,0046
0
-0,0030
-40%
Totaal
28
0,0086
6
0,0046
0
-0,0040
-47%
Nunspeet - Resterende ambitie voor energieprojecten RES 1.0 (2021)
Energie– projecten, type nader te bepalen
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
-
0,035
-
0,038
-0,0012
-3%
Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe
42
Bijlage 1f Oldebroek Oldebroek – gerealiseerde energieprojecten RES 1.0 (2021)
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
Windparken
0
0
1
0,0397
0,0397
-
Zon op land
0
0
0
0
0
-
Zon op grote daken
20
0,005
128
0,0111
0,0061
121%
Totaal
20
0,005
129
0,0508
0,0458
916%
Oldebroek – pijplijn energieprojecten RES 1.0 (2021)
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Pijplijn 1 (TWh)
Pijplijn 2 (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
Windparken
1
0,0390
0
0
0
-0,0390
-100%
Zon op land
3
0,0190
4
0,0211
0,0060
0,0081
43%
Zon op grote daken
39
0,0110
3
0,0008
0
-0,0102
-93%
Totaal
43
0,0690
7
0,0219
0,0060
-0,0412
-60%
Oldebroek - Resterende ambitie voor energieprojecten RES 1.0 (2021)
Energie– projecten, type nader te bepalen
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
-
0,025
-
0,0204
-0,0046
-19%
Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe
43
Bijlage 1g Putten Putten – gerealiseerde energieprojecten RES 1.0 (2021)
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
Windparken
0
0
0
0
0
-
Zon op land
0
0
0
0
0
-
Zon op grote daken
24
0,004
143
0,0115
0,0075
188%
Totaal
24
0,004
143
0,0115
0,0075
188%
Putten – pijplijn energieprojecten RES 1.0 (2021)
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Pijplijn 1 (TWh)
Pijplijn 2 (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
Windparken
0
0
1
0,0018
0,0159
0,0177
-
Zon op land
0
0
4
0,0067
0,0285
0,0352
-
Zon op grote daken
34
0,0134
6
0,0049
0
-0,0085
-63%
Totaal
34
0,0134
11
0,0133
0,0444
0,0444
331%
Putten - Resterende ambitie voor energieprojecten RES 1.0 (2021)
Energie– projecten, type nader te bepalen
RES voortgangsdocument 2023
Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Aantal projecten
Opwek (TWh)
Groei/ afname (TWh)
Groei/ afname (%)
-
0,055
-
0,0031
-0,0519
-94%
Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe
44