CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

St. t.k.n. nr. 2. Bijlage RES NOORD-VELUWE VOORTGANGSDOCUMENT 2023

Commissie Ruimte en Wonen 12 juni 2023, gemeente NunspeetBij agendapunt: Regionale Energie Strategie (RES) voortgangsdocument.16.662 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

23 mei 2023

Voortgangsdocument 2023

Colofon RES Noord-Veluwe Voortgangsdocument 2023 © RES-regio Noord-Veluwe Contact: Marnix Brongers (Procesregisseur RES Noord-Veluwe - Adviesbureau Over Morgen): marnix.brongers@overmorgen.nl Met dank aan: Hettie Tychon-Kwakkel (gemeente Elburg), Marcella van Wagensveld (gemeente Ermelo), Marieke Bouwhuis(gemeente Harderwijk), Jorrit Immerzeel (gemeente Hattem), Jaap Schoonhoven (gemeente Nunspeet), Jeroen Korte (gemeente Oldebroek), Guido Wiersum (gemeente Putten), Rico Grol (provincie Gelderland), Annelies van der Ham (waterschap Vallei en Veluwe), Rob Vonk (Liander), Ton Marechal (ESNV), Pieter Hartsteen (Uwoon), Rob Dal (VNO-NCW), en Diederik Hoefsmit (Natuur en Milieu Gelderland), Peter Schoeman (RES-regio Noord-Veluwe). Energie-analyse: Adviesbureau Over Morgen Eindredactie: Marnix Brongers (Adviesbureau Over Morgen) De RES-regio Noord-Veluwe is een samenwerkingsverband van zeven Noord-Veluwse gemeenten, de provincie Gelderland, waterschap Vallei en Veluwe en netbeheerder Liander.

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

2

Voorwoord Beste lezer, De regio Noord-Veluwe werkt hard aan het verduurzamen van de leefomgeving. Zeven gemeenten, provincie Gelderland, waterschap Vallei en Veluwe, Liander, energiecoöperaties, woningcorporaties, Natuur en Milieu Gelderland en bedrijven werken samen aan het energiesysteem van de toekomst. Meer opwek van duurzame energie in de vorm van elektriciteit, duurzame warmte, minder verbruik van energie, opslag en/of conversie van energie en uitbreiding en versterking van de regionale energie-infrastructuur. Dit proces vindt plaats op het niveau van de regio en krijgt richting via de Regionale Energie Strategie (hierna: RES). De regionale afspraken, ook wel het RES-bod genoemd, zijn in 2021 democratisch gelegitimeerd door gemeenteraden, provinciale staten en het algemene bestuur van het waterschap. De regio Noord-Veluwe heeft in haar RES 1.0 van 2021 een realistisch en gedragen bod van 0,53 TWh aan duurzame elektriciteit gedaan. Dit bod is met betrokkenheid van maatschappelijke partners, inwoners en ondernemers tot stand gekomen en past in het energiesysteem en de leefomgeving. De Noord-Veluwe is een prachtige regio waar mensen fijn wonen, werken en recreëren. De unieke kwaliteiten van de regio willen we behouden en tegelijkertijd realistische en betekenisvolle stappen zetten naar een schone en betaalbare energievoorziening.

In het nationale Klimaatakkoord van 2019 is afgesproken elke twee jaar te kijken hoe de voortgang in de regio’s is. Zo kan tijdig worden bepaald of moet worden bijgestuurd. Technologische, maar ook andere ontwikkelingen gaan zo snel dat we voortdurend onze plannen moet blijven aanpassen. Niet alles is te plannen. In dit voortgangsdocument kunt u lezen welke stappen de regio afgelopen twee jaar heeft gezet. Het document beschrijft de kwantitatieve voortgang: hoeveel duurzame elektriciteit wordt opgewekt en via welke techniek, en wat zit er nog in de pijplijn. Daarnaast leest u wat de regio heeft gedaan en nog gaat doen, tegen welke belemmeringen de regio aanloopt en welke vraagstukken nog moeten worden opgelost. Naast de plannen voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit, werkt de regio ook aan de warmtetransitie: het aardgasvrij maken van onze gebouwde omgeving. Op regionaal niveau hebben we in de RSW 1.0 in 2021 geïnventariseerd hoe de warmtevraag zich gaat ontwikkelen, welke warmtebronnen er beschikbaar zijn, hoe die ingezet kunnen worden en welke infrastructuur daarvoor nodig is. Op lokaal niveau werken de gemeente aan de warmtetransitie. Dat willen en kunnen de gemeenten niet alleen. Daarom zijn de gemeenten samen met en voor de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in gesprek en aan de slag. In de RES 1.0 zijn de doelen voor 2030 beschreven.

Gelukkig hoeven we niet alles vandaag af te hebben. Tegelijkertijd heeft de energietransitie de afgelopen jaren – mede door de Coronapandemie, de Oekraïne-oorlog en de stijging van de energieprijzen – een enorme versnelling gekregen. De groei van duurzame elektriciteit gaat inmiddels zo snel dat ons elektriciteitsnetwerk het niet meer kan bijbenen. Willen we de regionale ambities voor wonen, werken en verduurzaming waarmaken, dan moeten we met elkaar deze belemmering wegnemen om tempo te kunnen blijven maken.

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

3

In de Noord-Veluwe worden we geconfronteerd met de vraag: hoe kun je de energietransitie vormgeven zonder negatieve impact op de natuur? Dit dilemma is in de Noord-Veluwe nog duidelijker dan in andere regio’s in het land. Windmolens en wespendieven gaan moeilijk samen. Uitbreiding van de onderstations lopen vast door stikstofuitstoot tijdens de bouwfase. We willen structureel verduurzamen, maar om dat te kunnen doen, moeten we eerst nog wat incidentele schade accepteren. De kosten gaan hier voor de (veel grotere) baten uit, maar investeren in een natuurinclusieve energietransitie is lastig en het vraagt om een nieuwe manier van kijken. Nog niet zo lang geleden was energietransitie een thema voor een beperkte groep mensen. Subsidies waren nodig om de transitie op gang te brengen. Dat is inmiddels wel anders. Inwoners en ondernemers in de regio voelen de noodzaak en willen stappen zetten. De technische oplossingen zijn meer beschikbaar en vaak beter betaalbaar. Soms zijn subsidies niet eens meer nodig. Voor de gemeenten betekent dit, dat we de initiatieven die ontstaan, mogelijk helpen maken. Het bruist in de regio: Inwoners leggen hun daken vol met zonnepanelen en isoleren hun huizen. De Noord-Veluwse energiecoöperaties hebben zich verenigd en realiseren steeds meer projecten. De regionale doelen zijn bekend.

We zien de transities als uitdagingen die consequenties hebben en waar we als overheid een actieve taak in hebben. Willen we de energietransitie in de regio een succes maken, dan moeten we ook zorgen voor een sociaal rechtvaardige – en dus inclusieve – aanpak. Lokaal zetten gemeenten en woningcorporaties stappen om zo snel mogelijk slecht geïsoleerde woningen aan te pakken. Met bedrijven werken gemeenten en netbeheerder om lokaal aanbod van en vraag naar duurzaam opgewekte energie te verbinden en smart energy hubs op te richten. Er zit energie in de regio, dat is fijn en moeten we koesteren. We hebben afgelopen twee jaar stappen in de goede richting gezet. Maar, we zijn er nog niet!

Beerd Flier Wethouder Oldebroek Voorzitter stuurgroep Regionale Energie Strategie Noord-Veluwe

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

4

Inhoud Leeswijzer

7

Publiekssamenvatting

8

1. Inleiding

12

1.1

Aanleiding en achtergrond – RES 1.0

12

1.1.1 Regionale ambitie: een realistisch en gedragen regionale bijdrage

12

1.1.2 Afwegingskader

13

1.1.3 Duurzame warmte in de regio

13

1.2 Van RES 1.0 naar de RES 2.0 (Voortgangsdocument)

14

1.3 Doel van het RES Noord-Veluwe Voortgangsdocument 2023

14

2. Voortgang in grip op uitvoering medio 2023 2.1

Wat hebben we geleerd van RES 1.0?

15 15

2.2 Welke stappen hebben we gezet in proces en inhoud sinds 2021?

19

2.2.1 Ruimte geven aan uitbreiding van energie-infrastructuur

19

2.2.2 Uitbreiding zon op dak en ontwikkeling Smart Energy Hubs

19

2.2.3 Integraal programmeren (van energiesysteem)

20

2.3 Voortgang ten opzichte van het regionale bod RES 1.0 – duurzame elektriciteit

21

2.3.1 Gerealiseerde projecten – onderdeel van reële deel van het regionale bod

23

2.3.2 Pijplijn – vergunde projecten – onderdeel van reële deel van het regionale bod

23

2.3.3 Resterend - het ambitie onderdeel van het regionale bod

24

2.3.4 Verantwoording en monitoring ten behoeve van PBL-monitor

24

2.4 Voortgang ten opzichte van het regionale bod uit RES 1.0 – Duurzame elektriciteit

25

2.5

Voortgang verankering RES in omgevingsbeleid

25

2.5.1 RES-verankering in provinciaal beleid

25

2.5.2 RES-verankering in gemeentelijk beleid

28

2.5.3 Kaders vanuit volksvertegenwoordigers

28

RES en warmtetransitie in de regio

31

2.6

3. Vooruitblik naar 2023-2025

32

3.1 Uitdagingen en dilemma’s in de energietransitie in Noord-Veluwe

32

3.2

33

Aanpassing regionale bod ten opzichte van RES 1.0

3.3 RES in het samenhangend regionale energiesysteem: opgaven bij elektriciteit en warmte

33

3.3.1 Gebiedsgerichte aanpak en innovatieve oplossingen voor het ontlasten van het netwerk

33

3.3.2 Programmeren en prioriteren op ruimtelijke ontwikkelingen op regionale schaal (met regionale energiesysteem als ordenend principe) 3.4 RES in de leefomgeving: opgaven en knelpunten bij integrale aanpak en verankering in beleid

34 34

3.4.1 RES in relatie tot integrale gebiedsgerichte aanpak (stikstof, energie, woningbouw, bedrijvigheid, etc.)

34

3.4.2 Vervolg richting 2025 – Integraal gebiedsgericht werken vanuit Ruimtelijk Perspectief Gelderland/ 3.5

Noord-Veluwe

36

Doorkijk naar 2050

36

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

5

Bijlagen

37

Bijlage 1 – Voortgang per gemeente (gerealiseerde energieprojecten, pijplijnprojecten en resterende ambitie)

37

Bijlage 1a Elburg

38

Bijlage 1b Ermelo

39

Bijlage 1c Harderwijk

40

Bijlage 1d Hattem

41

Bijlage 1e Nunspeet

42

Bijlage 1f Oldebroek

43

Bijlage 1g Putten

44

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

6

Leeswijzer Voor u ligt het RES Noord-Veluwe Voortgangsdocument 2023. In dit document beschrijft de RES-regio Noord-Veluwe in woord en beeld hoe zij op koers ligt om te komen tot realisatie van de ambities die zij in haar Regionale Energiestrategie 1.0 (2021) heeft vastgesteld. Is de RES nieuw voor u? Neemt u dan vooral de moeite om de RES 1.0 van de regio Noord-Veluwe te lezen. Bent u bekend met de RES 1.0 van de regio Noord-Veluwe en bent u benieuwd waar de RES-regio op dit moment staat ten opzichte van haar ambitie? Dan nodigen wij u van harte uit kennis te nemen van dit document. In hoofdstuk 1 vind u de inleiding, waarin aanleiding en doel van dit document worden toegelicht. Hoofdstuk 2 gaat in op de kwantitatieve voortgang van de realisatie van de ambitie voor duurzame opwekking van elektriciteit in de regio. Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op uitdagingen en dilemma’s waarvoor de regio zich ziet gesteld. Ook wordt ingegaan op randvoorwaarden die moeten worden ingevuld om de energietransitie mogelijk te maken.

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

7

Publiekssamenvatting In de regio Noord-Veluwe werken zeven gemeenten, provincie Gelderland, waterschap Vallei en Veluwe, Liander, energiecoöperaties, woningcorporaties, Natuur en Milieu Gelderland en bedrijven samen aan het energiesysteem van de toekomst:

• Meer opwek van duurzame energie in de vorm van elektriciteit of warmte, • Minder verbruik van energie, • Opslag en/of conversie van energie, • Uitbreiding en versterking van de regionale energie-netwerk. Dit proces vindt plaats op regionaal niveau onder de naam Regionale Energie Strategie (RES). De regionale afspraken, ook wel het RES-bod genoemd, zijn in 2021 vastgesteld door de gemeenteraden, provinciale staten en het algemene bestuur van het waterschap. De regio Noord-Veluwe heeft in haar RES 1.0 van 2021 een realistisch bod van 0,53 TWh aan duurzame elektriciteit gedaan. Dit bod is met betrokkenheid van maatschappelijke partners, inwoners en ondernemers tot stand gekomen en past dat in het energiesysteem en de leefomgeving. In het nationale Klimaatakkoord van 2019 is afgesproken elke twee jaar te kijken hoe de voortgang in de regio’s is. In dit voortgangsdocument kunt u lezen welke stappen de regio afgelopen twee jaar heeft gezet en welke voortgang er is geboekt. Kwantitatieve voortgang Hoeveel duurzame elektriciteit wordt inmiddels opgewekt en via welke techniek? En wat zit er nog in de pijplijn? Gerealiseerde energieprojecten Sinds 2021 is het aantal energieprojecten (windparken, zonneparken op land en grote zonnedaken) hard gegroeid. In 2021 waren er 140 gerealiseerde energieprojecten, inmiddels zijn dat er 757.

In 2021 werd er 0,0314 TWh duurzame elektriciteit opgewekt, inmiddels is 0,1147 TWh. Een stijging van 265% 1. Hoewel er flinke vooruitgang is geboekt, moet de regio nog stappen zetten om haar doelstelling van 0,53 TWh te realiseren. Regio Noord-Veluwe - Gerealiseerde energieprojecten RES 1.0 (2021)

RES voortgangsdocument 2023

Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)

Aantal projecten

Opwek (TWh)

Aantal projecten

Opwek (TWh)

Groei/afname (TWh)

Groei/ afname (%)

Windparken

0

0

1

0,0397

0,0397

-

Zon op land

0

0

8

0,0108

0,0108

-

Zon op grote daken

140

0,0314

748

0,0641

0,0328

104%

Totaal

140

0,0314

757

0,1147

0,0833

265%

Stand van zaken op 1 maart 2023.

1

Het aantal energieprojecten is harder gestegen dan de hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit. Dat betekent dat de gemiddeld opwek van een energieproject kleiner wordt. Dat is te verklaren doordat veel grote daken in een vroeg stadium al zijn benut voor zonne-energie. De laatste jaren worden in toenemende mate ook de kleinere grote daken voor zonne-energie benut.

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

8

Projecten in ontwikkeling In 2021 bestond de pijplijn – projecten in ontwikkeling – uit 199 projecten. Dit aantal is teruggelopen tot 55 projecten. Toch is in absolute zin de omvang van de pijplijn toegenomen. In 2021 bestond de pijplijn uit 0,1441 TWh, inmiddels zit er 0,2356 TWh in de pijplijn. Een stijging van 63%. Regio Noord-Veluwe - Energieprojecten in de pijplijn RES 1.0 (2021)

RES voortgangsdocument 2023

Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)

Aantal projecten

Opwek (TWh)

Aantal projecten

Pijplijn 1 (TWh)2

Pijplijn 2 (TWh)

Groei/ afname (TWh)

Groei/ afname (%)

Windparken

1

0,0390

33

0,0380

0,0829

0,0819

210%

Zon op land

13

0,0476

19

0,0315

0,0665

0,0504

106%

Zon op grote daken

185

0,0575

33

0,0167

0

-0,0408

-71%

Totaal

199

0,1441

55

0,0862

0,1494

0,0915

63%

0,2356 Stand van zaken op 1 maart 2023.

Ambitie Om het regionale doel van 0,53 TWh te kunnen realiseren, resteert er nog een deel. Ervan uitgaande dat de gerealiseerde projecten blijven bestaan en de pijplijnprojecten worden gerealiseerd resteert er nog 0,1802 TWh. In 2021 was dit nog 0,355 TWh. In twee jaar tijd zijn er meer initiatieven ontwikkeld, die ofwel in de pijplijn zijn opgenomen of inmiddels als zijn gerealiseerd. De resterende ambitie is daarom 49% lager dan in 2021. Regio Noord-Veluwe - Resterende ambitie voor energieprojecten RES 1.0 (2021)

Energie– projecten nader te bepalen

RES voortgangsdocument 2023

Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)

Aantal projecten

Opwek (TWh)

Aantal projecten

Opwek (TWh)

Groei/afname (TWh)

Groei/ afname (%)

-

0,355

-

0,1803

-0,1747

-49%

Stand van zaken op 1 maart 2023.

2

Bij het verstellen van de RES 1.0 bestond er slechts 1 pijplijn. Op verzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving, moet in de RES 2.0 (Voortgangsdocument) de pijplijn worden uitgesplitst. Als een energieproject verder in ontwikkeling is, wordt een groter percentage van de te verwachten energieopbrengst in pijplijn 1 geteld en hoe lager het percentage in pijplijn 2 wordt.

3

Windpark Horst en Telgt komt in zowel gemeente Ermelo als Putten. Daarom is dit project als 2 projecten geteld. Feitelijk gaat het dus om hetzelfde windpark. Daarnaast is windpark Lorentz in Harderwijk onderdeel van de regionale pijplijn.

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

9

De provincie en de gemeenten in de RES-regio Noord-Veluwe streven naar 55% CO2-reductie ten opzichte van 1990, zoals vastgelegd in het Gelders Energie Akkoord (GEA). In de RES 1.0 verwachtte de regio - gebaseerd op cijfers van 2019 - dat in 2030 ongeveer 59,4% van alle elektriciteit die wordt gebruikt in de regio, op een duurzame manier in de regio wordt opgewekt4. De doorgetrokken rode lijn laat zien welke elektriciteitsvraag in 2030 door de regio werd verwacht. Ten opzichte van de meest recent bekende elektriciteitsvraag vindt naar verwachting een stijging plaats van de elektriciteitsvraag

Elektriciteitsaanbod- en vraag in 2030 in Noord-Veluwe 1 0,9 0,8 0,7

in 2030. Naar verwachting bedraagt

0,6

Ambitie

de stijging 9,5%, wat overeenkomt

0,5

Pijplijn 2

met de landelijke prognoses vanuit de

0,4

Pijplijn 1

klimaat- en energieverkenning 20225.

0,3

Gerealiseerd

De voornaamste oorzaken zijn een

0,2

verwachte stijging van het aantal elek-

0,1

trische auto’s, warmtepompen en de elektrificatie van de industrie.

0

Elektriciteitsvraag

RES 1.0

2023

Noord-Veluwe

Kwalitatieve voortgang Nieuw beleid De vaststelling van de RES 1.0 in 2021 was een belangrijke mijlpaal voor de regio. Het gaf en geeft richting aan de regionale energietransitie. Ook bevatte de RES 1.0 een set aan afspraken waarmee de gemeente, de provincie en andere partners mee aan de slag zijn gegaan. In de RES 1.0 heeft de regio afgesproken dat elke gemeente, maar ook de provincie Gelderland, de gemaakte afspraken in de RES 1.0 verwerken in beleid. Ook voor het vaststellen van de RES 1.0 beschikten de provincie en de meeste gemeenten over ruimtelijke kaders op basis waarvan zij vergunningen konden verlenen aan initiatieven voor opwek van duurzame energie. Een aantal gemeenten heeft daarom parallelle sporen bewandeld: enerzijds hebben zij vergunningen verleend voor realisatie van zonneparken, anderzijds hebben zij de RES-afspraken verwerkt in hun lokale beleid. Gemeenten hebben dit gedaan door gebruik te maken van instrumenten binnen de Omgevingsvisie, maar ook in zelfstandige beleidsinstrumenten zoals uitnodigingskaders voor grootschalige opwek van duurzame elektriciteit. Ook de provincie heeft stappen gezet om de RES-afspraken te verankeren in haar provinciale beleid. Op 6 juli 2022 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening onder de Omgevingswet vastgesteld. Daarom vernieuwde de provincie haar omgevingsverordening in 2021 (actualisatieplan 8).

In deze verordening staan regels over hoe we met de buitenruimte, onze leefomgeving, omgaan. Aan die regels moet iedereen zich houden. Actualisatieplan 8 bestaat uit 2 delen. Het ene deel geldt sinds 1 februari 2022. Hierin staan onder andere nieuwe regels op het gebied van zonnevelden en windparken. Het andere deel gaat pas gelden als de Omgevingswet in werking treedt. Dit is op 1 januari 2024.

Hierin wordt ook de zonne-energie op kleine daken meegeteld. De opwek op kleine daken telt niet mee in het regionale RES-bod. Daarin wordt alleen grootschalige opwek met zon op dak, zon op land en wind op land geteld. 5 De procentuele stijging van 9,5% is gebaseerd op de waarden uit tabel 16 van de klimaat- en energieverkenning 2022 en is van toepassing op de periode van 2021 tot 2030. 2021 is aangehouden omdat dit het meest recente jaartal is waarvan het elektriciteitsverbruik bekend is. 4

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

10

Door de vaststelling van de zes Gelderse RES’en 1.0 door Provinciale Staten van Gelderland ontstond er een situatie waarbij in het geldende provinciale windbeleid en de RES’en elkaar op punten tegenspraken. In het provinciale windbeleid waren gebieden opgenomen waar windparken ontwikkeld konden worden, terwijl in de RES’en – na zorgvuldige afweging van verschillende criteria en in overleg met belanghebbenden waaronder de provincie - zoekgebieden waren opgenomen op plaatsen waar windparken volgens het provinciale beleid niet ontwikkeld konden worden. Tegelijkertijd waren er ook gebieden waarvan in het RES-proces was geconstateerd daar juist géén windparken moesten komen, terwijl dat volgens het provinciaal beleid wel mogelijk zou zijn. De provincie Gelderland heeft daarom besloten haar windbeleid te herijken. Daarom werkt de provincie samen met de Gelderse RES-regio’s aan een plan-m.e.r. windbeleid RES’en. Daarnaast start in 2023 een plan-m.e.r. Veluwegebied-wespendief. Verschillende gemeenten hebben de afspraken uit de RES 1.0 verwerkt in hun omgevingsbeleid of werken daaraan. Zij hebben of krijgen daarmee een juridische basis om vergunningen te kunnen verlenen. Sommige gemeenten hadden al beleid waardoor zij hun beleid niet hoefden aan te passen na de RES 1.0. Zij hadden als juridische basis om over te kunnen gaan op vergunningverlening.

De ambities zijn er in elke gemeente, de route ernaartoe is echter nog niet altijd even duidelijk uitgestippeld. Een aantal gemeenten werkt in 2023 aan de nieuwe omgevingsvisie (Harderwijk, Putten) of herijking van een bestaande omgevingsvisie (Elburg, Oldebroek, Nunspeet). Netcongestie In de regio Noord-Veluwe zorgt netcongestie voor een vertraging in de energietransitie. Zowel levering van stroom aan het net als afname van stroom vanuit het net zijn op dit moment beperkt. Nieuwe grootver– bruikersaansluitingen voor levering van stroom worden niet gerealiseerd. Met name bedrijven worden daardoor beperkt in verduurzaming en groei. Teruglevering van stroom aan het net is op dit moment niet mogelijk. Nieuwe zonnedaken en zonneparken op land kunnen daardoor niet worden aangesloten. Om netcongestie op te lossen werkt de netbeheerder aan het versterken en uitbreiden van het elektriciteitsnet. Alle drie de onderstations in de regio (Harderwijk, Nunspeet en Hattem) moeten worden uitgebreid. Uitbreiding van onderstation Harderwijk – het grootste onderstation en belangrijkste elektriciteitsrotonde6 in de regio – ligt stil doordat er geen vergunning kan worden verleend als gevolg van de stikstof die tijdens de bouwfase wordt uitgestoten. Als deze belemmering niet wordt opgelost, komt de verduurzaming en bredere ontwikkeling van de regio (bedrijvigheid en woningbouw) in gevaar.

Omdat het probleem van netcongestie nu al wordt gevoeld, werkt de regio samen met gemeenten, net–beheerders en bedrijvenkringen aan de ontwikkeling van smart energy hubs. Hiermee wordt vraag, aanbod, opslag/conversie en energie-infrastructuur lokaal met elkaar in balans wordt gebracht. Zo zet de regio stappen om de druk op het elektriciteitsnet te verkleinen en de verduurzaming en ontwikkeling van bedrijven mogelijk te maken. Ruimtelijke ‘puzzel’ De energietransitie is belangrijk, maar is tegelijkertijd ‘slechts’ één van de grote maatschappelijk vraagstukken van deze tijd. Verstedelijking/woningbouw, stikstof, vitaal platteland, natuurontwikkeling, biodiversiteit, bodem/water en andere vraagstukken vragen ook aandacht. Het is niet langer mogelijk om deze vraagstukken los van elkaar te zien. De Noord-Veluwse gemeenten werken samen met de provincie en het waterschap aan het opstellen van Regionale Ruimtelijke Perspectieven. Gemeenten Hattem, Oldebroek, Elburg en Nunspeet doen dit samen met gemeente Heerde in de regio Kop van de Veluwe. Harderwijk, Ermelo en Putten werken samen met Zeewolde. Het energie en energie-infrastructuur vraagstuk is integraal onderdeel van deze ruimtelijk ‘puzzel’.

6

Het onderstation Harderwijk is de plaats waar elektriciteit de regio binnenkomt via het hoogspanningsnet van TenneT. Van het onderstation wordt de elektriciteit verder de regio in gebracht (o.a. naar onderstation Nunspeet). Het verzorgingsgebied van onderstation Harderwijk bestaat uit de gemeenten Putten, Ermelo, Harderwijk, Putten, Elburg en een deel van Oldebroek.

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

11

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en achtergrond – RES 1.0 In juni 2021 stelde zeven Noord-Veluwse gemeenteraden, provinciale Staten van Gelderland en de Verenigde Vergadering van Waterschap Vallei en Veluwe de Regionale Energie Strategie 1.0 van de RES-regio Noord-Veluwe vast. In deze RES 1.0 beschreef de RES-regio Noord-Veluwe welke bijdrage zij dacht te kunnen leveren aan het behalen van de nationale klimaatdoelstellingen op het gebied van opwekking van duurzame elektriciteit en gebruik van duurzame warmte voor de gebouwde omgeving. Na een zorgvuldig traject met tal van belanghebbenden heeft de RES-regio Noord-Veluwe aangegeven dat zij denkt 0,53 TWh aan duurzame elektriciteit op te kunnen wekken in 2030. De RES-regio heeft dit als regionaal bod (zie paragraaf 2.1) ingediend bij het Nationaal Programma RES. In de RES 1.0 zijn naast de al lopende projecten, zoekgebieden voor windenergie in beeld gebracht, bouwstenen voor zonne-energie opgenomen en gebieden benoemd waar deze bouwstenen kunnen worden ingezet. Hiermee biedt de RES 1.0 een goede basis om richting 2030 invulling te geven aan de energietransitie in de regio. Naast de verduurzaming van de elektriciteitsproductie geeft de RES 1.0 ook inzicht in de beschikbaarheid van regionale warmtebronnen en de verdeling daarvan in de regio.

Op lokaal niveau werkten en werken alle Noord-Veluwse gemeenten aan de warmtetransitie en de daaruit volgende wijkuitvoeringsplannen. Zo zet de regio stappen richting een aardgasvrije gebouwde omgeving. 1.1.1 Regionale ambitie: een realistisch en gedragen regionale bijdrage In 2019 heeft de RES-regio in een Bestuurlijke Startnotitie haar ambitie voor de RES 1.0 vastgesteld:

De provincie en de gemeenten in de RES-regio Noord-Veluwe streven naar het halen van de ambitie van 55% CO2-reductie ten opzichte van 1990 zoals vastgelegd in het Gelders Energie Akkoord (GEA), en committeren zich aan een realistische regionale bijdrage aan de nationale doelen die tot stand komt via een zorgvuldig proces met stakeholders in de regio.

Verder wil de RES-regio Noord-Veluwe in 2050 energieneutraal zijn. Dit betekent dat de energiebehoefte, ofwel het energiegebruik, van de regio binnen de grenzen van RES-regio Noord-Veluwe opgewekt wordt met hernieuwbare bronnen. Binnen de context van de Noord-Veluwe, waar relatief weinig ruimte is voor wind- en zonne-energie leidt dit tot een groot dilemma, dat de regio niet zonder steun van provincie, Rijk en EU kan oplossen. Naast de afspraken die gemeenten hebben gemaakt in regionaal verband hebben de gemeenten ook eigen ambities. Lokale ambities kunnen hoger liggen dan de landelijke of regionale ambities. Waterschap Vallei en Veluwe is sinds 2020 energieneutraal.

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

12

1.1.2 Afwegingskader Hoewel de term Regionale Energiestrategie alléén lijkt te gaan over de energietransitie, heeft de regio Noord-Veluwe ervoor gekozen een brede, integrale blik te hanteren. De energietransitie is immers één van de grote maatschappelijke opgaven van deze tijd, maar zeker niet de enige. Bij het ontwikkelen van de RES 1.0 en het regionale bod heeft de regio daarom een integrale afweging gemaakt tussen enkele belangrijke criteria7:

• Kwantiteit: Hoeveel duurzame elektriciteit kunnen we opwekken in de regio? • Ruimtegebruik: Waar kunnen we dat doen? • Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak: Vinden we die gebieden/locaties logische en acceptabel? • Systeemefficiëntie: Zijn onze oplossingen betaalbaar en te realiseren voor 2030? Daarnaast houdt de regio ook rekening met:

• Belemmeringen/beleid: In Nederland en zeker ook in de regio Noord-Veluwe is de ruimte beperkt. In de regio hebben we te maken met allerlei activiteiten (o.a. laagvliegroutes van defensie) en waarden (o.a. natuur- of landschapswaarden) die maken dat niet overal ruimte is om energieprojecten te realiseren.

• Daarnaast zijn er andere maatschappelijk opgaven die een claim leggen op de ruimte. Daarom hebben we in de regio nauwkeurig gekeken naar mogelijkheden om ruimte voor meer dan één doel te gebruiken: koppelkansen. 1.1.3 Duurzame warmte in de regio De Regionale Structuur Warmte (RSW) is een belangrijk onderdeel van de Regionale Energie Strategie (RES) Noord-Veluwe. In de RSW is de warmtevraag, het warmteaanbod en de benodigde energie-infrastructuur inzichtelijk gemaakt en biedt zo in vogelvluchtperspectief de kansen en knelpunten in de regio. Op deze manier wordt duidelijk waar de gemeenten en partijen elkaar nodig hebben, hoe ze van elkaar kunnen leren en voor welke warmtebronnen ze moeten samenwerken. In 2019 was de verwachting dat de warmtevraag in de regio Noord-Veluwe in 2030 door energiebesparende maatregelen licht zal dalen ten opzichte van de toenmalige vraag. Er zijn geen warmtebronnen in de regio die de grenzen van een gemeente overstijgen om in te zetten als bron voor de gebouwde omgeving. Het algemene beeld voor de regio is dat de voorkeursoplossing voor de gebouwde omgeving vanuit het vastgoed bekeken grotendeels richting individuele all-electric oplossingen neigt. Met een aantal plekken (in de centra van de grotere kernen) waar kleinschalige, lokale warmtenetten het meest kansrijk en betaalbaar lijken. Harderwijk is hierop een uitzondering.

Daar zijn verhoudingsgewijs de meeste kansen voor de ontwikkeling van een warmtenet naast buurten waar all-electric het beste lijkt te passen. De bronnen waarmee de warmtenetten gevoed zullen gaan worden, zullen naar verwachting lokaal met name ingevuld worden met lage temperatuur warmtebronnen zoals omgevingswarmte (bijv. aquathermie of lage temperatuur aardwarmte) naast biomassa als tijdelijke bron. Gevolg hiervan is dat de elektriciteitsvraag gaat stijgen in de regio, omdat een groot gedeelte van de gebouwde omgeving naar verwachting overgaat op all-electric warmteoplossingen. Dit heeft dan ook consequenties voor de elektriciteitsnetten. Bovendien wordt de behoefte aan duurzaam opgewekte elektriciteit groter. De RSW laat zien dat er regionaal kansen liggen voor biogas of groen gas. Er is een aanzienlijke – weliswaar nu nog theoretische – potentie om een deel van de gebouwde omgeving hiermee te verwarmen. Momenteel wordt er ook al biogas en groen gas geproduceerd in de regio bij de RWZI’s in Harderwijk en Elburg. Inzet hiervan ligt vooral voor de hand daar waar isoleren van het vastgoed niet of alleen tegen zeer hoge kosten mogelijk is zoals in de vestingen van Elburg en Hattem, in het omvangrijke buitengebied en in de industrie.

7

Deze vier criteria zijn gebaseerd op de Handreiking 1.1 van het Nationaal Programma RES.

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

13

1.2 Van RES 1.0 naar de RES 2.0 (Voortgangsdocument) Het Nationaal Programma RES (hierna NPRES) heeft in het najaar van 2021 een ‘Handreiking RES 2.0’ gepubliceerd ter ondersteuning voor de verdere uitwerking en uitvoering van de RES’en 1.0 en het opstellen en vaststellen van de RES 2.0. Omdat telkens nieuwe ontwikkelingen en inzichten ontstaan is de Handreiking RES 2.0 een levend document. Eén van de nieuwe inzichten die in het voorjaar van 2022 is ontstaan, heeft betrekking op de vraag of de RES 1.0 een milieu-effectrapportage-verplichting heeft (ofwel plan-m.e.r-plichtig is). Op verzoek van de minister van Economische Zaken en Klimaat (hierna EZK), is hierover advies uitgebracht. Besloten is, dat de RES 1.0 niet plan-m.e.r.-plichtig is/was, maar ook dat – door de mogelijke inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 20248 – de RES 2.0 in veel gevallen wél plan-m.e.r.-plichtig is. Om de regio’s, waar plan-m.e.r.-plicht speelt, de tijd te geven om hun proces goed in te richten, is geadviseerd om de RES 2.0 op te knippen in 2 documenten: 1. RES Voortgangsdocument 2023 – deadline 1 juli 2023; 2. RES 2.0, Herijkingsdocument – deadline nader te bepalen afhankelijk van regio-specifieke keuzes. Naar aanleiding van dit advies is de Handreiking RES 2.0 aangepast.

RES-regio Noord-Veluwe volgt de handreiking, maar houdt daarbij wel rekening met de specifieke context van de regio. Gezien het proces dat RES-regio Noord-Veluwe volgt, is het logisch om uiterlijk 1 juli 2023 een RES 2.0, Voortgangsdocument in te dienen bij het NPRES. In de RES-regio Noord-Veluwe speelt een groot aantal maatschappelijke vraagstukken. De regio kijkt vanuit een integraal perspectief en werkt daarom aan een regionaal ruimtelijk perspectief (zie paragrafen 2.1 en 3.4.2). Afhankelijk van de uitkomsten van dat proces moet blijken of een RES 2.0 Herijkingsdocument nodig is of dat energie en energie-infrastructuur onderdeel wordt van een ander beleidsdocument zoals bijvoorbeeld een integraal gebiedsprogramma (zie paragraaf 3.4.1).

1.3 Doel van het RES Noord-Veluwe Voortgangsdocument 2023 Om het proces richting 2030 zorgvuldig te organiseren is het essentieel om de voortgang op de verschillende sporen te monitoren en – indien nodig – tijdig de benodigde besluiten en/of bij te sturen. Dit document beschrijft waar de regio staat ten opzichte van de afspraken uit de RES 1.0. Aangezien projecten voor zon op land en wind op land ruimtelijke impact hebben zijn deze projecten vergunningsplichtig. Zorgvuldige afweging van belangen is daarom cruciaal en tijdrovend. Daarom is in het Klimaatakkoord afgesproken dat vergunningverlening voor de projecten, die nodig zijn om de regionale RES-doelstelling te halen, vóór 2025 moeten zijn verleend. Zo is er ruimte voor eventuele bezwaar- en beroepsprocedures, tijd om de vereiste versterking en/of uitbreiding van de elektriciteits-infrastructuur te realiseren én tijd om de energieprojecten te realiseren vóór 2030.

8

Inmiddels is bekend dat de Omgevingswet per 1 januari 2024 in werking treedt.

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

14

2. Voortgang in grip op uitvoering medio 2023 In de regio Noord-Veluwe werken zeven gemeenten, provincie Gelderland, waterschap Vallei en Veluwe, Liander, energiecoöperaties, woningcorporaties, Natuur en Milieu Gelderland en bedrijven samen aan het energiesysteem van de toekomst. Meer opwek van duurzame energie in de vorm van elektriciteit of warmte, minder verbruik van energie, opslag en/of conversie van energie en uitbreiding en versterking van de regionale energie-infrastructuur. Dit proces vindt plaats op het niveau van de regio en krijgt richting via de Regionale Energie Strategie (hierna: RES). De regionale afspraken, ook wel het RES-bod genoemd, zijn in 2021 democratisch gelegitimeerd door gemeenteraden, provinciale staten en het algemene bestuur van het waterschap. De regio Noord-Veluwe heeft in haar RES 1.0 van 2021 een realistisch en gedragen bod van 0,53 TWh aan duurzame elektriciteit gedaan dat in het energiesysteem en de leefomgeving past en met betrokkenheid van maatschappelijke partners, inwoners en ondernemers tot stand is gekomen.

2.1 Wat hebben we geleerd van RES 1.0? De afgelopen jaren hebben laten zien dat de ontwikkelingen snel gaan. De Coronapandemie heeft grote invloed gehad om ons leven en daarmee ook op ons energieverbruik. De oorlog in Oekraïne heeft duidelijk gemaakt dat we te afhankelijk zijn van fossiele energie én te afhankelijk van één land als leverancier. Door de snel stijgende prijzen voor energie in 2022 gaan burgers en bedrijven steeds bewuster met energie om en zijn ze op zoek gegaan naar alternatieven. Waar bedrijven eerder aangaven in 2030 van het gas af te willen, zetten ze nu het liefst morgen al die stap. Ook aan de aanbodzijde groeit het aantal zonneparken (op land en dak) en windparken. De energietransitie waar we al in zaten heeft daardoor nog een extra versnelling gekregen. In de regio Noord-Veluwe zijn we tegen de grenzen aangelopen van de netcapaciteit, zowel voor teruglevering van stroom aan het als afname van stroom vanuit het net. De wens om van het gas te gaan en te verduurzamen verhoogt de vraag naar elektriciteit en infrastructuur om de elektriciteit te transporteren. Om onze landelijke en regionale klimaatdoelstelling te halen en voor iedereen genoeg duurzame elektriciteit te produceren, moeten we op alle fronten extra inzetten.

Extra energiebesparing, meer opwek uit zon en wind op land, extra opwek uit windturbines op zee en de verdere ontwikkeling en inzet van nieuwe technieken. Het regionale RES-bod van 0,53 TWh biedt een duidelijk doel en richting voor 2030. Aangezien dit democratisch gelegitimeerde afspraken betreft, is het aan alle partners in de regio om de daad bij het woord te voegen. Dat betekent gezamenlijk de schouders eronder zetten om het RES-bod om te zetten naar realiteit. Het realiseren van het RES-bod is niet zonder uitdagingen, zo hebben we ervaren. De energietransitie kan alleen slagen wanneer belangrijke randvoorwaarden worden ingevuld en we op een andere manier gaan kijken naar ons energiesysteem. Sinds de zomer van 2021 ziet de regio zich geconfronteerd met de volgende uitdagingen: Netcongestie – code rood Zowel de vraag naar elektriciteit als het aanbod van duurzame elektriciteit groeit sneller dan verwacht. Enerzijds is dat heel fijn, want het geeft aan dat we stappen zetten in de energietransitie. Anderzijds lopen we daardoor tegen de grenzen aan van ons huidige energiesysteem. Net als op veel andere

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

15

plaatsen in Nederland is ook de netcapaciteit in de Noord-Veluwe (nog) onvoldoende groot om de gewenste duurzaam opgewekte elektriciteit in te voeden. Zonneparken op land of op grote daken kunnen daardoor niet zo snel als gewenst worden gerealiseerd. Daarnaast is voorlopig ook de levering van elektriciteit aan grootverbruikers beperkt. Bedrijven die willen elektrificeren kunnen dit (soms) niet, omdat zij wel een aansluiting, maar (voorlopig) geen stroom geleverd krijgen. Het is onzeker of er tijdig genoeg netcapaciteit gaat zijn om (meer dan) de 0,53 TWh uit de RES aan te sluiten op het net voor 2030. Het aansluiten van 0,53 TWh is al een hele uitdaging. Kort na de vaststelling van de RES 1.0 kondigde TenneT netcongestie af voor teruglevering van stroom aan het net. Een netcongestiemanagementonderzoek werd gestart. Teruglevering van stroom aan het net is voorlopig niet mogelijk. In november van 2022 kondigde TenneT netcongestie af voor levering van elektriciteit aan grootverbruikers. Wanneer de netcongestieproblematiek is opgelost is onduidelijk. Een nieuwe kijk op het landelijke en regionale energiesysteem is een belangrijke randvoorwaarde voor het oplossen van deze uitdaging. Geen systeem meer dat 24/7 transport garandeert van de locatie waar elektriciteit wordt opgewekt naar de locatie waar het gevraagd wordt.

Maar een veel lokaler, intelligenter en flexibeler systeem waarin we sturen op en kiezen voor locaties en vormen van opwek die het net zo min mogelijk belasten, waarin we de ontwikkeling van lokale semi-autonome energiegebieden (smart energy hubs) stimuleren, en waarvoor we tijdig voldoende ruimte reserveren. Dat laatste moeten we doen door het programmeren van ruimtelijke ontwikkelingen (woningbouw, bedrijvigheid, laadinfra, warmtetransitie) en inclusief opwek, opslag/conversie en de benodigde infrastructuur en het prioriteren van netuitbreidingen op de korte termijn gebruik makend van de kennis van RES-regio’s en netbeheerders. Meerdere gemeenten in de regio zijn hier al mee bezig, ondersteund door Liander en de provincie. De regio speelt hierin, via de projectleider Zon op Dak en Smart Energy Hubs, een verbindende en aan– jagende rol door partijen aan elkaar te verbinden op dit, relatief nieuwe, onderwerp. Stikstof en de energietransitie Netbeheerder Liander werkt hard aan de versterking en uitbreiding van de elektriciteitsinfrastructuur in de regio. Alle onderstations en regelstations in de regio worden onder handen genomen. Dit betekent dat er bouwwerkzaamheden moeten plaatsvinden. Dat kan alleen wanneer er fysieke ruimte beschikbaar is en omgevingsvergunningen zijn verleend.

Aangezien er in de regio zoveel kwetsbare N2000-gebieden zijn, mag er tijdens de bouw geen stikstofuitstoot plaatsvinden. Het verkrijgen van de juiste vergunningen is daarom complex en lijkt zelfs onmogelijk. Gevolg is dat noodzakelijke uitbreidingen van de elektriciteitsinfrastructuur daardoor vertraging oplopen.

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

16

Onderstation Harderwijk is hét energieknooppunt van de regio Noord-Veluwe Het grootste onderstation in de regio Noord-Veluwe ligt in Harderwijk. Uitbreiding is voor de regio Noord-Veluwe absoluut cruciaal voor de energietransitie (duurzame opwek) en verduurzaming van de bestaande gebouwde omgeving (warmtetransitie), maar ook om ontwikkelingen op bedrijventerreinen (verduurzaming, nieuwe bedrijvigheid), woningbouw en laadinfrastructuur doorgang te kunnen laten vinden. Gemeenten Ermelo, Putten en Harderwijk worden gevoed van dit onderstation. Onderstation Nunspeet wordt gevoed vanuit onderstation Harderwijk. Uitbreiding van onderstation Harderwijk bepaalt hoeveel elektriciteit naar onderstation Nunspeet kan. Op die manier is onderstation Harderwijk van invloed op de gemeenten Nunspeet en Elburg en ongeveer de helft van de gemeente Oldebroek. Alleen de gemeente Hattem, de andere helft van de gemeente Oldebroek en gemeente Heerde (regio Stedendriehoek) worden gevoed vanuit onderstation Hattem.

Eind 2022 werd duidelijk dat de uitbreiding van het onderstation Harderwijk niet volgens planning kon starten, omdat er geen vergunning voor de bouw kan worden afgegeven vanwege de stikstofdepositie die tijdens de bouw plaatsvindt. Het onderstation (rode pointer) ligt zeer dicht bij N2000-gebied (groen).

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

17

Energietransitie en natuurbescherming De regio koestert de waarde en kwaliteiten van de natuur in de Noord-Veluwe. Initiatieven voor opwekking van energie, maar ook uitbreidingen en versterkingen van het elektriciteitsnet hebben impact op onze leefomgeving. De provincie Gelderland beoordeelt initiatieven daarom op hun effect aan de hand van kaders uit de Wet natuurbescherming. De Wet Natuurbescherming borgt dat natuurgebieden (Natura2000 en Natuur Netwerk Nederland) en natuurwaarden worden beschermd. Op basis van de Wet natuurbescherming constateren we dat duurzame opwek alleen mogelijk is, als wordt aangetoond dat beschermde soorten en gebieden niet worden aangetast. Vanwege deze kaders en de daarmee samenhangende complexiteit en procedurele risico’s zag de regio in de RES 1.0 nauwelijks mogelijkheden voor ontwikkelingen in bestaande natuurgebieden. Eind 2022 heeft Gedeputeerde Staten – met uitzondering van twee initiatieven voor windparken besloten tot een geheel verbod voor windmolens op en binnen 1 kilometer van de Veluwe. Daarnaast heeft zij besloten tot een tijdelijk verbod op nieuwe windparken in de zone tussen 1 en 8 kilometer rondom de Veluwe. Voor regio Noord-Veluwe betekent dit dat het proces rondom vergunningverlening voor windpark Horst en Telgt (gemeenten Ermelo en Putten) wel doorgezet kan worden9.

Dit windpark is één van twee windparken binnen de 1-8km-zone die een uitzonderingspositie hebben, waardoor de ruimtelijke procedure wel doorgang kan vinden. Het windpark Lorentz dat op bedrijventerrein Lorentz in de gemeente Harderwijk heeft een vergunning, maar wachten op een uitspraak van de Raad van State. Integraal gebiedsgericht werken De druk op de ruimte in Nederland is groot. Verschillende maatschappelijk vraagstukken vragen om ruimte. Energietransitie is één van deze vraagstukken, maar ook woningbouw, de landbouwtransitie, klimaatadaptatie, natuurherstel en -ontwikkeling hebben ruimte nodig. Landelijk staat regie op de ruimtelijke ordening weer vol in de belangstelling. Ontwikkelingen kunnen niet langer los van elkaar worden gezien. We staan voor een grote ruimtelijke ‘puzzel’. In de Noord-Veluwe zagen we dit al eerder. Daarom heeft de regio bij het opstellen van de RES 1.0 haar regionale kwaliteiten als vertrekpunt genomen. Mensen op de Noord-Veluwe zijn trots op de omgeving waarin ze wonen, werken en recreëren. In de zoektocht naar mogelijkheden voor energieprojecten in de regio heeft de regio er bewust voor gekozen om te vertrekken vanuit een regionaal en integraal perspectief. Door gebieden centraal te stellen en gelijk over gemeentegrenzen heen te kijken is de identiteit van gebieden als uitgangspunt genomen.

De regio heeft gekeken naar de belangen van mensen in die gebieden. Deze integrale benadering staat aan de basis van de Noord-Veluwse RES. Gedurende het hele proces hebben alle belanghebbenden, ambtenaren en bestuurders met een integrale blik gekeken naar de energietransitie. Duurzame energieopwekking is een belangrijke maatschappelijke opgave, maar niet de enige. Door integraal te kijken kon over sectoren en belangen heen gekeken worden. Door de energietransitie te verbinden met andere maatschappelijke opgaven, zoals woningbouw, verduurzaming van bedrijven, het versterken van de natuur en biodiversiteit, herstel van het landschap en cultureel erfgoed, de stikstofproblematiek en de landbouwtransitie, klimaatadaptatie (droogte) en recreatie. Daardoor ontstonden kansen om de beperkte ruimte meervoudig te gebruiken in plaats van enkelvoudig: de regio heeft gezocht naar koppelkansen. Integraal werken moet het nieuwe normaal worden. Van alle regio’s wordt verwacht energietransitie, woningbouw en de stikstofproblematiek in samenhang te bekijken, vast te leggen in een ruimtelijk perspectief en aan te pakken. Voor het GPLG (Gelders Programma Landelijk Gebied) zijn water en bodem 9

Volgens de huidige planning (1-1-2023) wordt vergunningverlening verwacht in 2024.

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

18

leidende principes, voor RES/GEIS (Gelders Energie Infra Systeem) is het energiesysteem een ordenend principe. Elk van deze vraagstukken is op zichzelf al complex. Toch is het mogelijk en zelfs noodzakelijk om ze met elkaar te verbinden. Nieuwe woningen en bedrijven kunnen alleen worden gerealiseerd als er ook elektriciteit geleverd kan worden. Energieopwekking of uitbreiding van energie-infrastructuur kan alleen wanneer er fysieke ruimte is om dat te doen. Bovendien is er stikstofruimte nodig. Ook voor de transitie van de landbouw is ruimte nodig om extensiever te kunnen boeren. Het integraal afwegen van belangen vraagt om maatwerk en keuzes drie verschillende schaalniveaus: op regionale schaal, op gebiedsniveau en op locatieniveau. De provincies zijn door de Minister van Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvestiging gevraagd om de nationale opgaven op het gebied van verstedelijking, energietransitie en in het landelijke gebied te combineren met regionale opgaven en om hiermee te komen tot een concreet ruimtelijk voorstel richting het Rijk. De regio Noord-Veluwe werkt samen met de provincie, het waterschap en belanghebbenden aan regioarrangementen en een ruimtelijk voorstel. Integraal ‘puzzelen’ stelt de regio voor een uitdaging, zowel inhoudelijk is de ’puzzel’ complex, maar ook qua besluitvorming.

Aanleiding daarvoor is dat in Noord-Veluwe een gesprek wordt gevoerd over de meest passende regio/gebiedsindeling.

• Vier gemeenten in de Noord-Veluwe (Hattem, Oldebroek, Elburg, Nunspeet) vormen samen met gemeente Heerde (RES-regio Stedendriehoek) de Kop van de Veluwe, die op haar beurt weer sub-regio is van verstedelijkingsregio en NOVI-gebied Zwolle.

• Twee andere gemeente (Ermelo en Harderwijk) werken in EHZ-verband ambtelijk samen met gemeente Zeewolde (Flevoland) op tal van onderwerpen. Voor het leggen van de ruimtelijke ‘puzzel’, haakt gemeente Putten aan bij de regio EHZ. Provincie Gelderland heeft voorgesteld om twee integrerende tafels te gebruiken, namelijk de verstedelijkingstafels van de Kop van de Veluwe en de EHZ+P. Het energiesysteem houdt zich niet aan die bestuurlijke grenzen. Hoewel er geen sprake is van ‘opdelen’ van de RES-regio, is het voor de RES-regio wel lastig om samenhang in het energiesysteem te brengen als er op meerdere tafels tegelijk over integratie wordt gesproken. Inhoudelijke stappen op het gebied van integraal gebiedsgericht uitwerken van RES-zoekgebieden loopt daardoor vertraging op.

2.2 Welke stappen hebben we gezet in proces en inhoud sinds 2021? 2.2.1 Ruimte geven aan uitbreiding van energie-infrastructuur Alle onderstations en regelstations in de Noord-Veluwe moeten worden versterkt en uitgebreid. Liander werkt daar hard aan. Om de benodigde bouwactiviteiten te kunnen verrichten is niet alleen fysieke ruimte nodig, maar ook vergunningen. Liander is hierover in gesprek met alle gemeenten. Hoewel de bereidheid en samenwerking goed loopt, heeft de stikstofproblematiek in 2022 wel roet in het eten gegooid. Aangezien alle onderstations en regelstations in de Noord-Veluwe in de nabijheid zijn van kwetsbare N2000-gebieden, blijft het verkrijgen van bouwvergunning lastig vanwege de stikstofuitstoot die tijdens de bouw plaatsvindt. Gevolg is dat noodzakelijke uitbreidingen van de elektriciteitsinfrastructuur daardoor vertraging (kunnen) oplopen. 2.2.2 Uitbreiding zon op dak en ontwikkeling Smart Energy Hubs De regio streeft naar zo veel mogelijk zon op dak. Vanwege de netcongestie voor teruglevering en afname van elektriciteit in de hele regio, is uitbreiding van (grootschalig) zon op dak alleen mogelijk wanneer er tegelijkertijd ook aan andere vraagstukken wordt gewerkt. Het vergroten van de opwek van

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

19

duurzame elektriciteit alleen, kan niet. Het is noodzakelijk om lokaal (gebiedsgericht) een nieuw slim en flexibel energiesysteem te ontwikkelen. In de regio zijn ondernemers actief betrokken bij het vormgeven van Smart Energy Hubs – slimme energiegebieden - op bedrijventerreinen. Door op zoek te gaan naar ruimte op het elektriciteitsnet en welke onderlinge afspraken er gemaakt zouden kunnen worden om piekbelasting op het net te verminderen. Deze aanpak sluit goed aan bij de afspraken in het Landelijke Actieprogramma Netcongestie om lokale groepen van bedrijven hierin te faciliteren. De inzet van slimme technologie en opslag van energie kan de aanpak verstevigen. Tegelijkertijd is het van belang dat afnemers van energie zich ook meer bewust worden van de impact van hun gedrag op de energievoorziening. Het is gewenst om elektriciteit te gebruiken wanneer het beschikbaar is. Vraag een aanbod moeten niet alleen zoveel mogelijk worden gekoppeld in plaats, maar ook in tijd. In de regio werken verschillende gemeenten samen met bedrijvenkringen aan de ontwikkeling van Smart Energy Hubs waar aanbod, vraag, opslag en infrastructuur in samenhang worden gebracht: in Nunspeet op bedrijventerrein De Kolk en in Oldebroek op bedrijventerrein H2O. In Harderwijk loopt een pilot die onder andere vanuit OostNL (samenwerking provincies Gelderland en Overijssel) wordt ondersteund.

Ook gemeente Harderwijk en de RES-regio ondersteunen dit project. In Ermelo is een Green Deal gesloten tussen gemeente, Liander en bedrijven. De Green Deal is een samenwerkingsovereenkomst voor de ontwikkeling van een smart energy hub op bedrijventerrein Veldzicht. 2.2.3 Integraal programmeren (van energiesysteem) Ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw, verduurzaming van de gebouwde omgeving (warmte– transitie), ontwikkeling en verduurzaming van bedrijven(terreinen) en aanleg van laadinfrastructuur moet in toenemende mate worden bekeken vanuit het perspectief van het energiesysteem. Daar waar er vraag naar energie ontstaat, moet ook aanbod van energie worden georganiseerd. Ook daarvoor moet dus tijdig ruimte voor worden gereserveerd. Dat laatste moeten we doen door al die ruimtelijke ontwikkelingen te programmeren, waarbij we energiesysteem en -infrastructuur als ordenend principe hanteren én tegelijkertijd ook water en bodem als leidende principes hanteren (zoals is vastgelegd in het Gelders Programma Landelijk Gebied – GPLG). Ook in het energiesysteem van de toekomst blijft landelijke en bovenregionale elektriciteitsinfrastructuur bestaan. Ontwikkelingen buiten de Noord-Veluwe kunnen impact hebben op de regio en vice versa.

Daarom werken in de provincie Gelderland de RES-regio’s, de provincie en de netbeheerders Liander en TenneT samen aan GEIS (Gelders Energie Infra Systeem) en de p-MIEK (Provinciale Meerjaren Investeringsprogramma Energie en Klimaat). Dit gebeurt zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau.

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

20

2.3 Voortgang ten opzichte van het regionale bod RES 1.0 – duurzame elektriciteit In de RES 1.0 is vastgelegd dat de regio Noord-Veluwe in 2030 in totaal 0,53 TWh aan duurzame elektriciteit wil opwekken. Opbouw van het bod Het regionale bod van de Noord-Veluwe is opgebouwd uit twee onderdelen:

• Een reëel onderdeel: projecten die een grote realisatiekans hebben of al gerealiseerd zijn. Het gaat dan om projecten die – op 1 juli 2021 - al gerealiseerd waren en projecten waarvoor al een vergunning en/of een SDE subsidie was toegekend. In de regio waren al veel zonprojecten gerealiseerd, liepen veel initiatieven en was/is potentie om meer te doen. In totaal bestaat het reële onderdeel van het regionale bod uit 0,20 TWh. NB: Bij het vaststellen van de RES 1.0 bestond er slechts 1 pijplijn. Op verzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving, moet in de RES 2.0 (Voortgangsdocument) de pijplijn worden uitgesplitst. Afhankelijk van de fase van een project, moet een percentage van de te verwachten energieopbrengst worden geteld.

Projectfase

Pijplijn 1

Pijplijn 2

Voortraject

10%

90%

Vergunningaanvraag

60%

40%

Vergunningverlening

90%

10%

Subsidiebeschikking en bouw

95%

5%

VOORBEELD: Het meest omvangrijke initiatief in de pijplijn is het windpark Horst en Telgt. Dit initiatief bevindt zich nu in de voortraject fase. Daarom rekenen we in dit stadium 10% van de te verwachten opbrengst toe aan pijplijn 1. De overige 90% rekenen we toe aan pijplijn 2. Een toelichting op de percentages per projectfase is gegeven in onderstaande tabel. Als dit windpark een vergunning krijgt en wordt gerealiseerd, dan levert dit naar verwachting 0,0885 TWh op aan duurzaam opgewekte elektriciteit. Als het windpark in gebruik genomen wordt voor 2030 dan levert dit dus een enorme bijdrage aan het behalen van het regionale bod.

• Een ambitie onderdeel: kansen voor zonne- en windenergie in zoekgebieden die haalbaar geacht worden, maar nog in de initiatief - of ideefase zijn. Verdere uitwerking hiervan is nodig in de vorm van maatwerk en gebiedsgerichte aanpakken. Dit ambitie onderdeel bevat de regionale verhaallijn, met een selectie van de meest kansrijke zoekgebieden voor wind en bouwstenen voor zon. Dit ambitie-bod is waar de regio voor wil gaan en waarvoor zij met de stakeholders de komende jaren een nadere uitwerking gaat maken tot concrete projecten. In totaal bestaat het ambitie onderdeel van het regionale bod uit 0,33 TWh.

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

21

Naast het bod, dat alleen onderdelen bevat waarvan de regio meent dat ze gerealiseerd kunnen zijn in 2030, zijn er ook zoekgebieden die op termijn kansrijk kunnen zijn, maar waar in 2019 nog te weinig kennis over was:

• Een nader onderzoek onderdeel: gebieden waar in principe technische ruimte is (of lijkt te zijn) voor ontwikkelingen, maar waarbij er nog veel onzekerheden of waarden zijn. Realisatie van projecten in deze zoekgebieden of bouwstenen lijkt mogelijk, maar vraagt nog veel afstemming en onderzoek, waarbij de kans bestaat dat onderdelen uiteindelijk afvallen. De regio wil samen met stakeholders verder onderzoeken of, en hoe, ontwikkeling van duurzame opwek in deze gebieden mogelijk is.

0,53 TWh duurzame elektriciteit

De basis van het bod is een stevige inzet op de mogelijkheden van zonnepanelen op grote (bedrijfs-)daken10. Dit levert een bijdrage van 0,19

23%

TWh aan het regionale bod. Binnen de regionale

zon op land

42%

windturbines

35%

zon op dak

zoekgebieden leveren de bouwstenen voor zonneenergie op land 0,12 TWh en windturbines 0,22 TWh. De verhouding wind- en zonne-energie (dak en land) is in 2030 58% versus 42%. Ten tijde van de indiening van de RES 1.0 werd ca. 0,11 TWh (meest recente data Klimaatmonitor 2019) aan duurzame elektriciteit in de regio opgewekt.

Verhouding zon/wind op de Noord-Veluwe

10 Conform afspraken in het Klimaatakkoord worden in het RES-bod alleen zonnepanelen op grote daken

meegeteld. Zonnepanelen op kleine daken zijn uiteraard ook belangrijk in de energietransitie, maar worden op aan andere manier – buiten de RES – meegenomen in landelijke cijfers.

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

22

2.3.1 Gerealiseerde projecten – onderdeel van reële deel van het regionale bod Op 1 maart 2023 zijn er in de regio Noord-Veluwe 757 gerealiseerde energieprojecten. Daarnaast zijn er veel grote daken benut voor de opwek van zonne-energie. Gezamenlijk leveren alle projecten 0,1147 TWh. Ten opzichte van 1 juli 2021 – het moment van indiening RES 1.0 – is dit een stijging van 265%. Regio Noord-Veluwe - Gerealiseerde energieprojecten RES 1.0 (2021)

RES voortgangsdocument 2023

Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)

Aantal projecten

Opwek (TWh)

Aantal projecten

Opwek (TWh)

Groei/ afname (TWh)

Groei/ afname (%)

Windparken

0

0

1

0,0397

0,0397

-

Zon op land

0

0

8

0,0108

0,0108

-

Zon op grote daken

140

0,0314

748

0,0641

0,0328

104%

Totaal

140

0,0314

757

0,1147

0,0833

265%

Stand van zaken op 1 maart 2023.

In bijlage 1 is een uitsplitsing per gemeente opgenomen. Belangrijk aandachtspunt daarbij is dat elke gemeente een bijdrage levert aan het behalen van de regionale doelstelling. Lokale ambities zijn niet overal gelijk. Dit betekent bijvoorbeeld dat Ermelo – waar een lokale doelstelling bestond om in 2030 energieneutraal te zijn – sneller stappen heeft gezet dan andere gemeenten11, waar wordt gewerkt aan energie- of klimaatneutraliteit in 2050. Tegelijkertijd verschilt de context per gemeente. In sommige gemeenten is het – bijvoorbeeld vanwege restricties als gevolg van natuurbescherming – lastiger dan in andere gemeenten om zon- en/of windprojecten te realiseren. 2.3.2 Pijplijn – vergunde projecten – onderdeel van reële deel van het regionale bod Op 1 maart 2023 zitten er in de regio Noord-Veluwe 55 energieprojecten in de pijplijn. Dit wil zeggen dat de projecten beschikken over een vergunning (en een SDE-subsidie12). Als deze projecten worden gerealiseerd, dan leveren zij gezamenlijk 0,236 TWh in 2030. Ten opzichte van 1 juli 2021 – het moment van indiening RES 1.0 – is de gecombineerde pijplijn 1 + 2 toegenomen met 63,5%. Een toelichting op de uitsplitsing van de pijplijn naar pijplijn 1 en pijplijn 2 is gegeven in de sectie “opbouw van het bod”. Een – voor de regio belangrijk – initiatief is vergund, maar wacht op een uitspraak van de Raad van State.

Het betreft het windpark Lorentz in Harderwijk. Als de Raad van State positief oordeelt, dan kan het windpark worden gerealiseerd en dan levert dit naar verwachting ongeveer 0,032 TWh op aan duurzaam opgewekte elektriciteit voor 2030. Bij een negatief oordeel door de Raad van State kan, afhankelijk van de uitspraak, het behalen van het regionale bod onder druk komen te staan.

Ermelo heeft besloten haar lokale doelstellingen opnieuw te bekijken. In 2023 worden nieuwe ambities en doelstellingen geformuleerd. 12 Landelijk is er ontwikkeling gaande dat energieprojecten ook zonder SDE-subsidie worden gerealiseerd. Het hebben van een SDE-beschikking is daarom steeds minder relevant. 11

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

23

Regio Noord-Veluwe - Gerealiseerde energieprojecten RES 1.0 (2021)

RES voortgangsdocument 2023

Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)

Aantal projecten

Opwek (TWh)

Aantal projecten

Pijplijn 1 (TWh)

Pijplijn 2 (TWh)

Groei/ afname (TWh)

Groei/ afname (%)

Windparken

1

0,0390

3

0,0380

0,0829

0,0819

210%

Zon op land

13

0,0476

19

0,0315

0,0665

0,0504

106%

Zon op grote daken

185

0,0575

33

0,0167

0

-0,0408

-71%

Totaal

199

0,1441

55

0,0862

0,1494

0,0915

63%

Stand van zaken op 1 maart 2023.

2.3.3 Resterend - het ambitie onderdeel van het regionale bod Als de projecten uit de pijplijn worden gerealiseerd en de bestaande energieprojecten blijven bestaan, dan levert de regio in 2030 in totaal 0,35 TWh. Dit is dus het reële deel van het regionale bod. Om het RES-bod waar te maken moet er nog 0,18 TWh gerealiseerd voor 2030. Er is dus nog 1/3-deel van het regionale bod niet ingevuld. Dit is dus het resterende ambitiedeel van het regionale bod. Regio Noord-Veluwe - Resterende ambitie voor energieprojecten RES 1.0 (2021)

Enegie– projecten, type nader te bepalen

RES voortgangsdocument 2023

Groei/afname (verschil RES 1.0 en 2023)

Aantal projecten

Opwek (TWh)

Aantal projecten

Opwek (TWh)

Groei/ afname (TWh)

Groei/ afname (%)

-

0,355

-

0,1803

-0,1747

-49%

Stand van zaken op 1 maart 2023.

2.3.4 Verantwoording en monitoring ten behoeve van PBL-monitor De regio Noord-Veluwe maakt gebruik van het Ninox-platform. In dit platform is het landelijk begrippenkader van VIVET/NPRES en de landelijke rekenmethodiek opgenomen. Bij oplevering van dit RES NoordVeluwe Voortgangsdocument 2023 wordt ook de dataset en geo-informatie aan NPRES beschikbaar gesteld. Het Planbureau voor de Leefomgeving kan zo de data over de voortgang in de Noord-Veluwe één-op-één gebruiken voor het opstellen van de landelijke PBL-monitor. Om de getallen in dit voortgangsdocument te berekenen zijn verschillende vollasturen toegepast. Voor wind op land is op basis van de windsnelheid per gemeente gerekend met een aantal vollasturen. Voor windpark Lorentz zijn dat 2570 vollasturen, voor windpark Horst en Telgt 2950 vollasturen en voor windpark Hattemerbroek gaat het om 2760 vollasturen. Bij zon op land rekenen we met 950 vollasturen

Voortgangsdocument RES Noord-Veluwe

24

en bij zon op dak met 900. Tot slot is er om de opwek uit zon op dak te berekenen gebruik gemaakt van meerdere bronnen. Vanuit de landelijke dataset van het NPRES is de opwek tot en met peildatum 1 april 2021 berekend. Vanuit de SDE is daar een aanvulling op gedaan met de projecten tot en met 1 januari 2023. Indien bekend is daar een aanvulling op gedaan door de gemeentes voor projecten die geen gebruik maken van de SDE-subsidie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12799234/1