CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

St. t.k.n. nr. 2 Bijlage Herstelprogramma Vennen en venen GS mei 2023

Commissie Ruimte en Wonen 9 oktober 2023, gemeente NunspeetBij agendapunt: Herstelprogramma Natura2000. thema vennen34.937 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Herstelprogramma Vennen en venen Natura 2000 Veluwe Mei 2023

Herstelprogramma Vennen en venen

Natura 2000 Veluwe

Provincie Gelderland, 2023

Inhoudsopgave

Samenvatting

5

1

Inleiding

Waarom natuurherstel Natura 2000-beheerplan Veluwe Herstelprogramma’s Uniekheid Veluwse vennen en venen Doel herstelprogramma Leeswijzer

8

8 9 9 10 11 12

2

Context herstelprogramma

13

3

Totstandkoming van het herstelprogramma

26

4

Natura 2000-doelen & opgaven

29

5

Analyse

36

3

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5 2.2.6 2.2.7 2.2.8 2.2.9 2.2.10 2.2.11 2.2.12 2.2.13 2.2.14 2.2.15 2.2.16 2.2.17 2.2.18 2.2.19 2.3 3.1 3.2 4.1 4.2 4.3 5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5 5.1.6 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.3

Natura 2000 en juridische status Provinciaal beleid Kwalitatief hoogwaardige natuur Ruimtelijke bescherming Natuurdoelen Watercondities Stikstofbeleid Rijk en provincies Gebiedsprogramma voor Gelderland voor het NPLG Gelderse Maatregelen Stikstof en overgangsgebieden Landelijke Bossenstrategie ‘Bos voor de Toekomst’ Bossenstrategie Gelderland Agenda Natuurinclusief Aanvalsplan Landschap Faunabeleid en wilddruk Rasterbeleid Actieve soortenbescherming Kweek en herintroductie Invasieve exoten Klimaatverandering Preventie van natuurbranden Bestrijdingmiddelen Ecologische context Voorbereiding Clusteraanpak

Algemene doelen Doelen habitattypen Doelen habitatrichtlijnsoorten

Knelpunten Verdroging Verzuring en vermesting Ruimtelijke samenhang en versnippering Klimaatverandering Gebiedsvreemde stoffen Gebiedsvreemde soorten Sleutelprocessen Terugdraaien verdroging Herstel buffering en baggeren Opheffen versnippering Bestrijding gebiedsvreemde soorten Kennisleemten

13 15 15 15 15 16 16 17 17 17 18 18 18 19 20 20 20 21 21 22 23 24 26 28 29 29 33

36 36 38 39 40 41 41 42 42 43 44 45 45

6.

Maatregelen

48

7

Monitoring

79

8

Realisatie herstelprogramma

82

Geraadpleegde bronnen

85

6.1 6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.2 6.3 6.4 6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.4.4 6.4.5 6.4.6 6.4.7 6.4.8 6.4.9 6.4.10 6.4.11 6.4.12 6.4.13 6.5 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7

Uitgangspunten Grondige systeemanalyse Venherstel is systeemherstel Prioritering PAS-maatregelen SPUK-maatregelen Maatregelen per cluster Tongerense heide Wisselse Veen De Ginkel Hoge Veluwe Nunspeetse vennen Staverden Kroondomein Het Loo RVB- en Defensieterreinen Vennen Staatsbosbeheer Klein Zwitserland Cluster Hattem Cluster Wageningen Cluster Hulshorst Doelbereik van dit herstelprogramma Uitgangspunten voor monitoring VHR-doelen VHR-soorten Gewenst systeemherstel Voortgang van de uitvoering van de herstelprogramma’s Effect van de herstelmaatregelen Monitoringsstrategie Realisatie maatregelen herstelprogramma Rollen en verantwoordelijkheid Uitvoering van maatregelen Vooronderzoek Subsidie Communicatie Na afloop

Bijlagen

4

Bijlage 1: Randvoorwaarden bijplaatsen en herintroductie Bijlage 2: Begrippenlijst Bijlage 3: Maatregelentabel

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

48 48 49 49 50 51 52 52 54 55 56 58 62 64 67 70 71 72 72 73 74

79 79 80 80 81 81 81 82 82 83 83 84 84 84

87

88 90 91

Samenvatting Vennen en venen hebben een belangrijke rol in de, overwegend droge, Veluwe. Het zijn vaak de laatste plekken waar dieren hun water kunnen vinden als alle regenplassen zijn opgedroogd en de regionale grondwaterstand tientallen meters onder maaiveld is weggezakt. Deze watertjes zijn bovendien het domein van ware fijnproevers: planten en dieren die met heel weinig toe kunnen en al snel verdrongen worden door algemene woekerende soorten zodra het delicate evenwicht verstoord raakt. Het doel van het herstelprogramma Vennen en venen is om vast te stellen waar in het Natura 2000-gebied Veluwe welke maatregelen nodig zijn om deze bijzondere habitats en soorten te behouden en te versterken. Op basis van die maatregelen kan dan een raming van de kosten voor de komende beheerplanperioden worden gemaakt. Onderstaande tabel geeft weer welke specifieke Natura 2000-doelen aan bod komen in dit programma en wat, op grond van het Aanwijzingsbesluit, de exacte opgave is voor dit doel. Habitattype

Code

Verspreiding

Omvang

Kwaliteit

Zwakgebufferde vennen

H3130

=

=

=

Zure vennen

H3160

=

=

+

Blauwgraslanden

H6410

0

+

+

Actieve hoogvenen (heideveentjes)

H7110_B*

=

+

+

Overgangs- en trilvenen (trilvenen)

H7140A

0

=

=

Kalkmoerassen

H7230

0

=

=

Hoogveenbossen

H91DO

0

=

=

Soort

Code

Verspreiding leefgebied

Omvang leefgebied

Kwaliteit leefgebied

Gevlekte witsnuitlibel

H1042

+

+

+

Kamsalamander

H1160

=

=

=

Drijvende waterweegbree

H1831

=

=

=

Het doel is gericht op behoud (=) of op verbetering (+). Soms is geen doelstelling geformuleerd (0). Een * achter het habittattype geeft aan dat de doelstelling prioritair is.

5

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

Het herstelprogramma kijkt naar plekken binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied Veluwe die geschikt zijn voor één of meerdere van bovengenoemde habitattypen en soorten. Deze doelen worden door een aantal factoren bedreigd. Dat zijn verdroging, vermesting en verzuring, versnippering, klimaatverandering, gebiedsvreemde stoffen en soorten en de algemene achteruitgang van kenmerkende soorten. Voor een efficiënte prioritering en gebiedsgerichte aanpak zijn dertien clusters benoemd. Het herstelprogramma geeft per cluster een beschrijving van de feitelijke situatie, de gesignaleerde problemen en de voorgestelde aanpak. Waar mogelijk en noodzakelijk wordt ook de relatie met andere herstelprogramma’s benoemd. Venherstel is systeemherstel. Dit houdt in dat duurzaam behoud en beheer van habitattypen alleen mogelijk is wanneer het hele samenspel van ondergrond, bodem, water en soorten zo natuurlijk mogelijk functioneert en er voldoende ruimte is voor variatie in deze factoren. Binnen de Natura 2000-begrenzing van de Veluwe zijn minstens 336 verschillende locaties met oppervlaktewater te onderscheiden. Het is praktisch niet mogelijk om die in één planperiode aan te pakken. Daarnaast zijn ook niet al deze locaties even kansrijk.

Bij de formulering van maatregelen is een prioritering van locaties aangebracht op grond van de volgende aspecten: • locaties die potentie hebben voor de ontwikkeling of versterking van het prioritaire habitattype heideveentje; • zwakgebufferde wateren die tevens kansen bieden voor populaties van doelsoorten; • zure vennen met voldoende omvang (0,5 ha of meer oppervlakte voor een ven of een mozaïek van vennen). Het herstelprogramma Vennen en venen beperkt zich tot lokale maatregelen. Het is niet mogelijk om met 100 procent zekerheid aan te geven of de doelen gehaald zullen worden, als dit herstelprogramma in zijn geheel wordt uitgevoerd. Ook bovenlokale maatregelen zijn immers van invloed op het slagen van de maatregelen. De volgende conclusies kunnen per habitattype getrokken worden: • Voor heideveentjes (H7110_B) zijn op alle kansrijke locaties maatregelen gestart of in voorbereiding. Daarbij gaat het vooral om verwijderen van bomen en struiken die te dicht op de oever staan. Voor andere locaties worden onderzoeken gestart om de lokale knelpunten volledig in beeld te krijgen. • Bij zwak gebufferde vennen (H3130) worden nadere analyses uitgevoerd om vast te stellen welke maatregelen effectief zijn om belasting met stikstof en fosfor te verminderen en buffering te verbeteren.

Voor zwakgebufferde vennen in Hoge Veluwe en Leemputten zijn al concrete maatregelen in beeld om natuurlijke waterhuishouding te herstellen en zo de waterkwaliteit te verbeteren. • Voor zure vennen (H3160) is op circa 50 % van de kansrijke locaties geen verdere verbetering mogelijk omdat hier alleen nog knelpunten liggen die voortkomen uit hoge atmosferische depositie van stikstof en klimaatverandering. Voor de andere helft van de kansrijke locaties is verwijdering van bomen en struiken de belangrijkste ingreep. Daarnaast stelt het programma ook nader onderzoek voor naar mogelijkheden om lekkages in de ondoorlatende ondergrond op natuurlijke wijze te herstellen. • Hoogveenbossen (H91DO) komen nu voor in Uddelermeer en Bleeke Meer. Om omvang en kwaliteit op beide locaties te behouden is het nodig om de nutriëntenbelasting te stoppen. • Voor blauwgraslanden (H6410) zijn mogelijkheden om omvang en kwaliteit te verbeteren zeer beperkt. Dit habitattype komt nu alleen voor in de Leemputten

6

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

•

•

•

•

van Staverden. Dit herstelprogramma voorziet in antiverdrogings–maatregelen en plaatselijke bekalking waardoor het huidige blauwgrasland behouden kan blijven. In het Renkums beekdal zijn hooilanden aanwezig die zich richting blauwgrasland lijken te ontwikkelen. De mogelijkheden om de kwaliteit van die hooilanden te versterken, maken deel uit van een integrale systeemanalyse van het Renkums beekdal, maatregel MBERe3 uit het herstelprogramma Beken. Overgangs- en trilveen (H7140A) binnen de Veluwe kan versterkt worden door antiverdrogingsmaatregelen in het Wisselse Veen. Deze maatregelen starten eind 2023. Voor de gevlekte witsnuitlibel zullen na realisatie van dit herstelprogramma vier geschikte leefgebieden ontstaan. Naar verwachting is dat voldoende voor een duurzame populatie op de gehele Veluwe. Alle kansrijke deelpopulaties met puur inheemse kamsalamander worden versterkt door aanleg van extra voortplantingsbiotoop en verbetering van de poelen die nu gebruikt worden. Tevens wordt een onderzoek gestart naar de haalbaarheid van verwijdering van Italiaanse kamsalamander en hybriden. Voor de drijvende waterweegbree worden alle kansen benut, met name door leemputten te baggeren en boom- en struikopslag te verwijderen. Daarnaast liggen op de Veluwe ook nog kansen in beekdalen.

De kans is groot dat uiterlijk in 2024 in ieder geval zes locaties zullen gaan kwalificeren. Dat zijn het Mosterdveen, het Kootwijkerveen, de Zandenbosvennen (althans 2 van de 3), het Watergraafsmeertje en de Gerritsfles. Daarmee is doelstelling M21 uit het Natura 2000-beheerplan Veluwe gerealiseerd.

7

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

1 Inleiding 1.1

Waarom natuurherstel? De natuur op de Veluwe is zeer waardevol. De uitgestrekte zandverstuivingen, heidevelden, bossen, vennen, venen en beken zijn van internationaal belang. De Veluwe is ook een fijne plek om te wonen en werken, een populaire vakantiebestemming en een plek waar van oudsher veel bedrijvigheid plaatsvindt in allerlei sectoren zoals landbouw en industrie. Het gaat al een lange tijd niet goed met de natuur op de Veluwe, veel plant- en diersoorten hebben het moeilijk. Dit heeft verschillende oorzaken. Het Veluwse systeem is al gevoelig door de eeuwenlange overexploitatie van de bodem. Door te veel stikstof – afkomstig van bijvoorbeeld agrarische bedrijven, verkeer en industrie – wordt de bodem voedselrijker. Kenmerkende planten en dieren die juist houden van een voedselarme grond kunnen zich daardoor niet ontwikkelen. Stikstof zorgt ook voor verzuring van de bodem, waardoor belangrijke mineralen uitspoelen. De Veluwe trekt daarnaast veel bezoekers die op plekken de natuur verstoren, waardoor dieren moeilijker voedsel vinden en hun jongen moeilijker groot kunnen brengen. Wegen en bouwwerken versnipperen de leefgebieden. In vergelijking met vroeger staan er op de Veluwe veel meer bomen, die ook water gebruiken.

Hierdoor is de Veluwe al droger dan vroeger, daar komt de laatste jaren ook extra verdroging en droogte bij als gevolg van onttrekking van grondwater en een veranderend klimaat. Om de unieke natuur te beschermen heeft de toenmalige minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie een groot deel van de Veluwe in 2014 aangewezen als Natura 2000-gebied. Natura 2000-gebieden zijn Europees beschermde natuurgebieden. In deze gebieden worden bepaalde plant- en diersoorten en habitattypen beschermd: soorten en habitats die zijn opgenomen in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn (zie kader). In het aanwijzingsbesluit voor de Veluwe staan de grenzen van en de instandhoudingsdoelstellingen voor de Veluwe. Het gaat om instandhoudingsdoelen voor achttien habitattypen, zeven Habitatrichtlijnsoorten en tien Vogelrichtlijnsoorten. Natura 2000-gebied Veluwe is ruim 88 duizend hectare groot en het grootste Natura 2000-gebied op land in Noordwest-Europa en daarmee van grote internationale betekenis.

De Habitatrichtlijn, de Vogelrichtlijn en Natura 2000 Internationaal hebben landen afspraken gemaakt over het behoud en duurzaam gebruik van planten, dieren en micro-organismen. In de Europese Unie zijn deze afspraken onder meer uitgewerkt in de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Europese Vogelrichtlijn beschermt alle in het wild levende vogelsoorten en hun leefgebieden. De Europese Habitatrichtlijn beschermt de planten en dieren (biologische diversiteit) door hun natuurlijke leefgebieden in stand te houden. Europa heeft regels opgesteld om deze vogels, planten en dieren te beschermen. In dat kader wijzen lidstaten beschermingszones aan. Deze beschermingszones vormen samen een netwerk van beschermde Natura 2000-gebieden. Europa heeft bijna 26 duizend Natura 2000-gebieden, Nederland 162. De lidstaten hebben de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verwerkt. In Nederland is dat de Wet natuurbescherming.

8

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

1.2

Natura 2000-beheerplan Veluwe Voor ieder Natura 2000-gebied stelt de voortouwnemer een beheerplan op. Meestal is dit een provincie, zoals bij de Veluwe, maar in sommige gevallen het Rijk. In het aanwijsbesluit staan de doelen per Natura 2000-gebied genoemd, die de basis vormt voor elk Natura 2000-beheerplan waarin wordt uitgewerkt hoe de aanwezige natuur het beste beschermd en verder ontwikkeld kan worden. Het beheerplan maakt inzichtelijk welke activiteiten wel en niet zijn toegestaan in het Natura 2000-gebied en onder welke condities. Daarnaast staat in het beheerplan welke maatregelen noodzakelijk zijn om de natuur te herstellen en om de knelpunten op te lossen. Begin 2018 hebben Gedeputeerde Staten het Natura 2000-beheerplan Veluwe vastgesteld.

1.3

Herstelprogramma’s Belangrijke maatregelen uit het Natura 2000-beheerplan Veluwe zijn het opstellen en uitvoeren van vijf herstelprogramma’s voor de Veluwse natuur en de bijbehorende soorten. Het gaat dan om herstelprogramma’s voor de habitats en soorten van heiden en stuifzanden, de bossen, de vennen en venen, de beken en een recreatiezoneringsplan. De afgelopen jaren hebben terreineigenaren en -beheerders op de Veluwe al diverse maatregelen genomen om de natuur te herstellen. De herstelprogramma’s brengen, over terreingrenzen heen, voor de totale Veluwe in beeld welke maatregelen nodig zijn om habitats en de leefgebieden van soorten te herstellen en te versterken. In de herstelprogramma’s staan concrete maatregelen voor specifieke locaties om de knelpunten op te lossen. In sommige gevallen gaat het om onderzoeksmaatregelen: locatiespecifiek omdat kennis ontbreekt, of Veluwebreed om het systeem beter te begrijpen. Het doel van de herstelprogramma’s is om de instandhoudingsdoelstellingen voor de Veluwse natuur (habitats en soorten) te bereiken. Soorten en habitats kunnen dan duurzaam op de Veluwe voortbestaan. Samen met de betrokken partijen van de Veluwe voert de provincie de herstelprogramma’s uit.

Het uitvoeren van de herstelmaatregelen in de herstelprogramma's heeft en houdt alleen het gewenste resultaat als er op korte termijn ook bronmaatregelen worden genomen om de stikstofdepositie te verminderen. Gebeurt dat niet op korte termijn, dan kunnen de natuurmaatregelen zoals opgenomen in dit herstelprogramma de achteruitgang van soorten en habitats wel vertragen, maar zullen de instandhoudingsdoelen naar alle waarschijnlijkheid niet worden gehaald. Bronmaatregelen voor reductie van stikstofdepositie zijn geen onderdeel van deze herstelprogramma’s, maar van het programma Vitaal landelijk gebied Gelderland, Gelderse Maatregelen Stikstof (GMS) en van de Structurele Aanpak van het Rijk.

9

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

1.4

Uniekheid Veluwse vennen en venen Vennen en venen bestaan bij de gratie van voldoende water en een zeer beperkte hoeveelheid buffering en voedingstoffen. Deze watertjes zijn dan ook het domein van ware fijnproevers: planten en dieren die met heel weinig toe kunnen en al snel verdrongen worden door algemene woekerende soorten zodra het delicate evenwicht verstoord raakt. Karakteristieke planten zoals ronde zonnedauw of veenbloembies en libellen zoals maanwaterjuffer en venglazenmaker zijn dan ook erg zeldzaam, niet alleen binnen Gelderland, maar in heel Nederland. Alleen dit al maakt het de moeite waard om vennen en venen zoveel mogelijk te versterken. Een extra reden is de belangrijke rol voor de gehele, overwegend droge, Veluwe. Het zijn vaak de laatste plekken waar dieren hun water kunnen vinden als alle regenplassen zijn opgedroogd en de regionale grondwaterstand tientallen meters onder maaiveld is weggezakt. Vennen en venen zijn ook leefgebied voor gevlekte witsnuitlibel, drijvende waterweegbree en kamsalamander, soorten die Europese bescherming genieten en waarvan Nederland een belangrijk deel van de populatie herbergt.

Kamsalamander (fotografie Saxifraga-Kees Marijnissen)

10

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

1.5

Doel herstelprogramma Dit herstelprogramma Vennen en venen geeft invulling aan de uitwerking van de maatregel M20 en M21 uit het Natura 2000-beheerplan Veluwe. Dit herstelprogramma heeft tot doel om vast te stellen waar welke maatregelen nodig zijn om de specifieke watergebonden habitatdoelen en doelsoorten van het Natura 2000-gebied Veluwe ecologisch maximaal te ontwikkelen. Die benodigde maatregelen vormen de basis voor een raming van de kosten voor de komende beheerplanperioden. De specifieke watergebonden habitattypen die hier aan de orde komen zijn: • zwakgebufferde vennen (H3130); • zure vennen (H3160); • actieve hoogvenen met als subtype heideveentjes (H7110_B*); • overgangs- en trilvenen (H7140A); • hoogveenbos (H91DO); • kalkmoeras (H7230); • blauwgrasland (H6410). Daarnaast richt het programma zich ook expliciet op de volgende drie habitatrichtlijnsoorten: • kamsalamander (H1166); • gevlekte witsnuitlibel (H1042); • drijvende waterweegbree (H1831). Het herstelprogramma richt zich op plekken binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied Veluwe die (potentieel) geschikt zijn voor één of meerdere van bovengenoemde habitattypen en/of -richtlijnsoorten. Dit zijn alle locaties waar de gewenste habitattypen of populaties van doelsoorten al minder of meer ontwikkeld zijn én locaties die op grond van landschappelijke positie en bodemopbouw potentieel kansrijk zijn.

Voor de te nemen maatregelen geldt geen beperking door de Natura 2000-begrenzing. Maatregelen die buiten de begrenzing liggen maar effectief zijn om binnen de begrenzing doelen te halen, komen dus ook aan de orde. In het vervolg van dit programma worden al die locaties als ‘vennen en venen’ aangeduid, maar dit omvat meer dan alleen heideveentjes en zure of zwakgebufferde vennen in natuurlijke laagtes. Gegraven plassen en/of leemputten, bijvoorbeeld, doen ook mee als daar mogelijkheden liggen om de bovengenoemde Natura 2000-doelen te versterken of te realiseren. Waterpartijen waarbij echter sprake is van een kunstmatige scheiding tussen water en ondergrond, bijvoorbeeld vijvers met plastic folie, vallen buiten de reikwijdte van dit programma. Hierbij geldt een uitzondering voor Hubertusvijvers op de Hoge Veluwe, aangezien hier plannen zijn om de kunstmatige ondergrond van bitumen te vervangen door een meer natuurlijke leemlaag. In voorliggend herstelprogramma wordt de problematiek rondom vennen en venen in beeld gebracht. Op basis daarvan wordt inzichtelijk gemaakt wat nodig is om de soortenrijkdom in deze gebieden te behouden. Het maatregelprogramma dat onderdeel is van dit deelprogramma moet daaraan bijdragen.

Dit document is in de eerste plaats bedoeld voor de ecologische professionals en beleidsmakers die voor de grote opgave staan om vennen en venen met al hun soortenrijkdom overeind te houden. Het bevat daarom verwijzingen naar de meest actuele wetenschappelijke inzichten.

11

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

1.6 Leeswijzer Dit herstelprogramma Vennen en venen is een uitwerking van het Natura 2000beheerplan Veluwe. Het herstelprogramma is een feitelijke invulling van maatregel M20 uit dit beheerplan. De relevante onderdelen uit het beheerplan worden kort toegelicht in hoofdstuk 4. Het complete overzicht van habitats, Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten, de begrenzing, de Natura 2000-doelen, relevante analyses en afwegingen staat in het Natura 2000-beheerplan Veluwe (2018). Sinds het verschijnen van het beheerplan zijn nieuwe inzichten opgedaan over oorzaken van achteruitgang, oplossingen en maatregelen. Deze laatste inzichten zijn verwerkt in het herstelprogramma. Het gaat hier nadrukkelijk niet om nieuw beleid, maar om een uitwerking en concretisering ervan. In hoofdstuk 2 staat de juridische status van dit herstelprogramma en het provinciaal beleid. Daarna volgt een beschrijving van de totstandkoming van dit herstelprogramma en een korte samenvatting van de voor vennen en venen relevante Natura 2000-doelen (hoofdstuk 4). Hoofdstuk 5 analyseert de knelpunten om de doelen te halen en benoemt kennisleemten met betrekking tot herstel van vennen en venen. Daarna volgen in hoofdstuk 6 de concrete maatregelen voor natuurherstel. Deze maatregelen worden per cluster beschreven en apart in bijlage 3 gepresenteerd.

Hoofdstuk 7 gaat over monitoring: het volgen van de effecten van de maatregelen en het opvullen van algemene kennisleemten. Hoofdstuk 8 gaat in op de manier waarop het herstelprogramma zal worden gerealiseerd. Herstelmaatregelen voor de habitats en soorten die niet in dit herstelprogramma staan beschreven, zijn te vinden in de overige herstelprogramma’s en in het beheerplan. Bijlage 2 geeft daarnaast een volledig overzicht van de gehanteerde afkortingen.

12

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

2 Context herstelprogramma 2.1

Natura 2000 en juridische status De Wet natuurbescherming (Wnb) beschermt de Natura 2000-gebieden. Dit doet de wet op twee manieren: • door het stellen van regels om de natuur te beschermen. In de wet staat bijvoorbeeld welke activiteiten niet zijn toegestaan en • door het voorschrijven van maatregelen die genomen moeten worden om de natuur te behouden, te beschermen en te verbeteren. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wijst op grond van artikel 2.1 van de Wnb een Natura 2000-gebied aan in een aanwijzingsbesluit. In zo'n besluit staat: • wat beschermd wordt (welke habitattypen en diersoorten en hun leefgebieden); • welke doelen gerealiseerd moeten worden (behoud, verbetering, uitbreiding); • de exacte begrenzing van het te beschermen gebied. Als de aanwezigheid van habitattypen of soorten of de begrenzing wijzigt, is het aan de minister van LNV om het aanwijzingsbesluit aan te passen. Gedeputeerde Staten zijn daartoe niet bevoegd. De Wnb bepaalt in artikel 2.3 dat er voor elk Natura 2000-gebied een beheerplan moet worden opgesteld. Het Natura 2000-beheerplan Veluwe is dan ook een plan zoals bedoeld in artikel 2.3 Wnb. In dit artikel staat beschreven dat Gedeputeerde Staten op gronden waar het Natura 2000-gebied is gelegen een Natura 2000beheerplan moet vaststellen.

Op basis hiervan hebben Gedeputeerde Staten van Gelderland op 23 januari 2018 het Natura 2000-beheerplan Veluwe vastgesteld na een uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht). Op grond van artikel 2.10 uit de Wet Natuurbescherming hebben de ministeries van Defensie en LNV in maart 2018 ingestemd met het Natura-2000 beheerplan Veluwe. Het ministerie van Defensie vanwege de ligging van een militair terrein binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied Veluwe, het ministerie van LNV vanwege de ligging van de Kroon-en Staatdomeinen binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied Veluwe.

Paarse Veluwe

13

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

Het Natura 2000-beheerplan beschrijft de noodzakelijke maatregelen die genomen moeten worden om de instandhoudingsdoelen voor de Veluwe te realiseren. Het beheerplan zoals dat in 2018 is vastgesteld, bevat een aantal maatregelen die uitgewerkt moeten worden. Dat is met dit herstelprogramma gebeurd, namelijk de uitwerking van herstelmaatregel M20, opstellen vennenherstelprogramma. Dit herstelprogramma is geen algehele actualisatie van het Natura 2000-beheerplan. De actualisatie vindt op een later moment plaats als de eerste planperiode van het beheerplan is afgelopen. Wel kan het zijn dat in dit herstelprogramma een verduidelijking wordt gegeven van wat al in het Natura 2000-beheerplan Veluwe staat, maar in de praktijk tot onduidelijkheid leidt omdat het nog niet concreet genoeg is benoemd. Hierdoor biedt het herstelprogramma een handvat voor vergunningverlening en handhaving van de Wnb. Het gaat nadrukkelijk niet om nieuwe regels of beleid maar een uitwerking van hetgeen al in het beheerplan staat. Met dit herstelprogramma worden als nadere uitwerking van het Natura 2000beheerplan: • de instandhoudingsdoelstellingen uit het aanwijzingsbesluit uitgewerkt in omvang, ruimte en tijd, • instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen uitgewerkt die nodig zijn om deze instandhoudingsdoelstellingen te realiseren.

Het herstelprogramma vormt een wezenlijke uitwerking van het eerder vastgestelde beheerplan. Dit herstelprogramma en de maatregelen die daarin genoemd staan, worden daarmee onderdeel van het beheerplan Veluwe en vallen onder de werking van de Wnb. Dit betekent dat de maatregelen in dit herstelprogramma juridisch dezelfde status hebben als de maatregelen in het beheerplan zelf. Omdat de maatregelen in het herstelprogramma noodzakelijk zijn voor het halen van de instandhoudingsdoelen voor de Veluwe, zijn ze niet vrijblijvend. Het bevoegd gezag heeft dan ook de wettelijke verplichting om de noodzakelijke maatregelen uit te voeren om de instandhoudingsdoelen te realiseren. Voorbereidingsprocedure Om het herstelprogramma vast te stellen volgt de provincie in het voortraject een uitgebreide voorbereidingsprocedure, zoals dat ook voor het beheerplan is gedaan. De procedure is als volgt: 1 Het bevoegd gezag, het college van Gedeputeerde Staten, stelt een ontwerpherstelprogramma vast. 2 De provincie legt het ontwerp-herstelprogramma ter visie en eenieder kan een zienswijze indienen. De provincie beoordeelt de zienswijzen en past het herstelprogramma indien nodig aan. 3 Het college van Gedeputeerde Staten stelt het herstelprogramma definitief vast. 4 Belanghebbenden kunnen tegen het herstelprogramma in beroep gaan.

Een dergelijk beroep kan ingevolge artikel 8.1, lid 2 Wnb enkel betrekking hebben op beschrijvingen van activiteiten die door opname in het herstelprogramma/het beheerplan geen vergunning meer nodig hebben. Provincie Gelderland stelt de herstelprogramma’s op in afstemming met grondeigenaren, terreinbeherende organisaties en andere belanghebbenden. Het bevoegd gezag moet ervoor zorgen dat de maatregelen in het herstelprogramma tijdig (redelijk en billijk binnen de beheerplanperiode) worden uitgevoerd. Als maatregelen niet of niet tijdig worden uitgevoerd hebben Gedeputeerde Staten de mogelijkheid om de uitvoering af te dwingen door het opleggen van een gedoogplicht op grond van artikel 2.6 Wnb.

14

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

2.2

Provinciaal beleid Veel van de natuur in de provincie Gelderland is van betekenis op Europees niveau. Het Gelderse provinciebestuur onderschrijft dat dit verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Natuur is ook een belangrijke economische factor voor recreatie en toerisme en draagt bij aan een prettig en gezond vestigingsklimaat om te wonen en te werken. De bescherming van de natuur is daarom niet alleen van ecologisch, maar ook van economisch belang. Hieronder beschrijven we in het kort het provinciale beleid en soms ook landelijk beleid dat gerelateerd is aan natuur. Sommige beleidsthema’s kwamen als knelpunt in het Natura 2000-beheerplan Veluwe al aan bod. In deze paragraaf worden deze thema’s slechts op hoofdlijnen beschreven. Indien van toepassing worden ze in hoofdstuk 5 bij de Analyse verder uitgewerkt.

2.2.1

Kwalitatief hoogwaardige natuur In het provinciale natuurbeleid hebben de internationale natuurdoelen de hoogste prioriteit. Dat betekent dat alle provinciale middelen en instrumenten voor natuur met voorrang op deze doelen worden ingezet. Het gaat dan om middelen en instrumenten zoals functieverandering, inrichting en beheer van natuur, vergunningverlening, toezicht en handhaving. Provincie Gelderland heeft hierbij voorkeur voor systeemherstel op landschapsniveau: herstel van robuuste natuurlijke systemen in hun landschappelijke en cultuurhistorische samenhang. Alleen op deze manier kunnen de gewenste doelen voor de habitattypen en soorten worden gehaald en duurzaam worden gegarandeerd.

2.2.2

Ruimtelijke bescherming De ruimtelijke bescherming van de Gelderse natuur, het Gelders natuurnetwerk (GNN), is vastgelegd in de provinciale omgevingsvisie Gaaf Gelderland (2018) en de bijbehorende omgevingsverordening. De Natura 2000-gebieden maken deel uit van dit GNN. Daarnaast is een Groene ontwikkelingszone (GO) vastgesteld. Deze bestaat uit gebieden rond het GNN en (ecologische) verbindingen tussen delen van het GNN.

2.2.3

Natuurdoelen Het Natura 2000-beheerplan Veluwe gaat over de Natura 2000-doelen en -kaders zoals beschreven in het aanwijzingsbesluit. Ook kent de provincie nog andere natuurbeheer- en natuurontwikkelingsdoelen, met name voor het GNN. Deze doelen worden jaarlijks vastgelegd in het Natuurbeheerplan. Het Natuurbeheerplan beschrijft de beleidsdoelen en de subsidiemogelijkheden voor ontwikkeling en beheer van (agrarische) natuurgebieden, landschaps- en waterelementen in de provincie Gelderland. Het Natuurbeheerplan vormt tevens het subsidiekader voor de Subsidieregeling Natuur en Landschap 2016 (SNL) en de Regels Ruimte voor Gelderland 2016 (RRvG). Het Natuurbeheerplan geeft ook aan voor welke doelen nieuwe natuur ingericht moet worden. De beheerpakketten en ontwikkeldoelen in het Natuurbeheerplan zijn zoveel mogelijk afgestemd op de Natura 2000-doelen.

15

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

2.2.4

Watercondities Om watercondities voor de (grond)waterafhankelijke natuurdoelen te behouden en versterken werken provincies (via de provinciale omgevingsvisie) en waterschappen aan robuuste watersystemen. Het tegengaan van verdroging (menselijke ingrepen) en droogte (klimaatverandering) heeft een hoge prioriteit. In sommige gebieden heeft verdroging extra aandacht nodig. Deze gebieden zijn in de omgevingsvisie aangeduid als ‘natte landnatuur’ en ‘natuur water’. Waar noodzakelijk hebben provincie en waterschap voor deze speciale natuur beschermingszones voor grondwater aangewezen. In het addendum van het 7de actieprogramma Nitraatrichtlijn staat dat brede bufferstroken voor beken nodig zijn om de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) te halen. Dan moet er niet alleen gekeken worden naar het KRWwaterlichaam zelf maar ook naar de zijbeken en bovenlopen en waar mogelijk koppelingen gemaakt worden naar de Natura 2000-doelen. Maatregelen ten behoeve van Natura 2000-doelen kunnen ook onderdeel zijn van het maatregelenpakket van de KRW. Net als de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn Rijk, provincie en waterschappen verplicht de doelen van de KRW te realiseren. In het nog te maken programma Vitaal landelijk gebied Gelderland komen deze opgaven samen met de andere opgaven in het landelijk gebied. De uitwerking van dit programma gebeurt in gebiedsprocessen.

2.2.5

Stikstofbeleid Rijk en provincies Sinds de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 is het niet meer mogelijk om met het Programma Aanpak Stikstof vergunningen te verlenen. Het Rijk werkt daarom in nauw overleg met de provincies aan nieuw beleid en regelgeving om Natura 2000 te beschermen en de stikstofuitstoot terug te dringen. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden. In 2025 moet het stikstofniveau in 40% van de stikstofgevoelige hectares natuur onder de kritische depositiewaarde (KDW) zijn gebracht. In 2030 is dit 50% en in 2035 is dit 74%. Om dat te bereiken werkt het Rijk een programma met maatregelen uit, het Programma stikstofreductie en natuurverbetering (PSN). Het gaat dan om maatregelen die stikstofuitstoot verminderen (zogenaamde bronmaatregelen) en om maatregelen die de natuur verder verbeteren (instandhoudingsmaatregelen). Door deze natuurherstelmaatregelen in het Natura 2000-beheerplan op te nemen ontstaat de verplichting om de maatregelen uit te voeren. Bij de uitwerking van zowel de brongerichte als de natuurgerichte maatregelen zijn provincies nauw betrokken. De gebiedsgerichte aanpak van de provincies zal gebiedsplannen opleveren met voorgenomen/voorgestelde maatregelen die op de gebieden zijn afgestemd. Deze gebiedsplannen leveren gebiedsspecifieke noodzakelijke informatie op voor het PSN.

Stikstofreductie en natuurverbetering zijn belangrijk om de doelen vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn te bereiken, maar ook voor het klimaat en water zijn maatregelen nodig. Om al deze doelen te bereiken, is het nodig om ze in samenhang te bekijken en ook de maatregelen in samenhang (integraal) te bedenken en uit te voeren. Dat voorkomt dat maatregelen wel goed zijn voor het ene doel, maar tegelijkertijd slecht voor het andere. Daarom werken het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen aan de invulling van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Daarin worden de doelen en opgaven voor natuur, water, klimaat en landbouw samengebracht en samen uitgewerkt.

16

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

2.2.6

Gebiedsprogramma voor Gelderland voor het NPLG Het Gelderse gebiedsprogramma voor het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) wordt uitgewerkt in het programma Vitaal landelijk gebied Gelderland. Met dit gebiedsprogramma wordt voor de periode 2024-2035 een invulling gegeven aan de doelen en ambities in het landelijk gebied voor natuur, water, klimaat en landbouw. Hierin wordt de volgende gebiedsindeling opgenomen: • Veluwe met de omliggende valleien; • Achterhoek & Liemers; • Rivierengebied. Dit zijn de meest kenmerkende landschappelijke eenheden in Gelderland voor wat betreft de bodem en watersystemen. Dit gebiedsprogramma wordt een belangrijke bouwsteen voor de transitie in het landelijk gebied. Samen met onder andere de Gelderse ambities voor verstedelijking, energietransitie en -infrastructuur vormt het de ruimtelijke puzzel voor Gelderland. Hierbij wordt beoordeeld in welke mate ambities ruimtelijk haalbaar zijn. De ambities worden samen met andere overheden uitgewerkt in regioarrangementen en in lokale gebiedsprocessen.

2.2.7

Gelderse Maatregelen Stikstof en overgangsgebieden De helft van de stikstofgevoelige Natura 2000-natuur van Nederland ligt in Gelderland. De impact van stikstof is met name op de Veluwe groot: dat is mede aanleiding voor een Gelderse aanpak. Vanuit het programma GMS voert provincie Gelderland regie op de stikstofopgave in Gelderland. Het doel is een hernieuwde balans tussen economische ontwikkeling en draagkracht van de natuur. De provincie werkt aan versterking van de natuur, omlaag brengen van de stikstofuitstoot en verduurzamen van wonen en werken. Op basis van een ecologische systeemanalyse werkt zij een maatregelenpakket uit voor de gebieden rondom de Natura 2000-gebieden. Voor de Veluwe gaat het om onder andere een zone rondom het Natura 2000-gebied de Veluwe en de agrarische enclaves binnen de Veluwe. De maatregelen in deze overgangsgebieden dragen bij aan het robuust systeemherstel, meer biodiversiteit rondom het Natura 2000-gebied en een verbeterde staat van instandhouding van de stikstofgevoelige natuur. De provincie kijkt daarbij onder meer naar de hydrologie, natuurversterking door aanleg van nieuwe natuur en landschapselementen en de mogelijkheden voor natuurinclusieve landbouw (Ambitiedocument Natuur, ambitie 2).

2.2.8

Landelijke Bossenstrategie ‘Bos voor de Toekomst’ In de landelijke Bossenstrategie geven Rijk en provincies aan hoe de gezamenlijke ambities met betrekking tot het bos in Nederland tot 2030 concreet zijn uitgewerkt in acties en doelen. Daarbij gaat het om de thema’s meer bos, vitaal bos, meer bomen buiten bos en duurzaam gebruik van bomen en bos. De ambitie is om in de periode tot 2030 10% meer bos te realiseren. Dat betekent een toename van ongeveer 37.000 hectare bos in heel Nederland. Voor het herstel van stikstofgevoelige natuur en het realiseren van de instandhoudingsdoelen voor de Vogelrichtlijn- en de Habitatrichtlijnsoorten is het soms noodzakelijk om bos in Natura 2000-gebieden om te zetten naar andere natuurtypen. Dit is vastgelegd in het Natura 2000-beheerplan Veluwe en is dus in deze herstelprogramma’s uitgewerkt.

17

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

In de Wet natuurbescherming is het vellen van houtopstanden (‘boskap’) ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel - zoals concreet beschreven in deze herstelprogramma’s en het Natura 2000-beheerplan - vrijgesteld van de herplantplicht. Omdat boskap leidt tot verlies van koolstofopslag en tot maatschappelijke onrust, hebben het ministerie van LNV en de gezamenlijke provincies in de landelijke Bossenstrategie aangekondigd dat genoemde boskap ter uitvoering van de instandhoudingsmaatregelen zoals beschreven in de Natura 2000-beheerplannen volledig zal worden gecompenseerd met bosaanleg. Dit gebeurt zoveel mogelijk buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het is de bedoeling dat de uit- zondering van de herplantplicht voor Natura 2000-maatregelen in de Wnb (en straks in de Omgevingswet) komt te vervallen. Daarvoor zal een wetswijziging worden voorbereid.

2.2.9

Bossenstrategie Gelderland Het uitvoeringsprogramma Bomen en Bos is de provinciale uitwerking van de landelijke bossenstrategie. In het uitvoeringsprogramma is de ambitie uitgesproken om het bosareaal in Gelderland met 1.700 hectare uit te breiden in de periode tot 2030. Tevens streeft de provincie naar vergroting van het areaal natuurbos met ca. 10% en meer vitaliteit en biodiversiteit van de bestaande bossen in Gelderland. In lijn met de ambitie uit de landelijke Bossenstrategie wordt alle boskap gecompenseerd die noodzakelijk is voor Natura 2000-herstelmaatregelen. Ongeveer twee derde van het bosareaal ligt op de Veluwe. Daarom ligt het voor de hand dat verhoudingsgewijs veel van de voorgenomen ambities en opgaven uit het uitvoeringsprogramma Bomen en Bos ook op de Veluwe worden uitgevoerd.

2.2.10

Agenda Natuurinclusief

Landelijk De Agenda Natuurinclusief is een gezamenlijk document van het Rijk (LNV) en de provincies en is erop gericht de transitie naar de natuurinclusieve samenleving te bevorderen. Beschermen van de natuur in natuurgebieden is onvoldoende om de biodiversiteit te herstellen. Dat lukt alleen als in het hele land soortenrijkdom wordt hersteld, verbeterd en vergroot, en zowel in steden als in het landelijke gebied wordt gewerkt aan vergroening en aan de basiskwaliteit natuur. De Agenda Natuurinclusief heeft een helder doel: een natuurinclusieve samenleving waarin de natuur wordt gezien als basis van onze gezondheid en economie. Provinciaal Natuurinclusief werken is een ambitie uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. In lijn daarmee heeft provincie Gelderland zich in 2022 gecommitteerd aan de Agenda Natuurinclusief. De provincie heeft maatregelen voor een natuurinclusieve samenleving uitgewerkt in het Beleids- en Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit.

2.2.11

Aanvalsplan Landschap Het Aanvalsplan Landschap, dat in 2022 is verschenen, vraagt aandacht voor meer groenblauwe dooradering van het landschap. Hiermee worden de biodiversiteit, de waterkwaliteit en CO2-vastlegging verbeterd. De provincie maakt nu een uitwerking van het NPLG-doel van 10% groenblauwe dooradering voor het Gelderse gebiedsprogramma voor het NPLG. In die uitwerking wordt duidelijk in welke mate de provincie met haar gebiedsprogramma aan deze doelstelling kan bijdragen.

18

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

2.2.12

Faunabeleid en wilddruk Het faunabeleid, verankerd in de Wet natuurbescherming, is onderdeel van het natuurbeleid. Het bevorderen van de biodiversiteit staat dus voorop. Goed faunabeheer is een investering in de kwaliteit van de natuur en bovendien noodzakelijk om de natuurkwaliteit in stand te houden. Specifiek draait het binnen Natura 2000-gebieden om het herstel, in stand houden en verbeteren van de natuurlijke habitats. Wilde hoefdieren zoals edelhert, damhert, wild zwijn en ree zijn een belangrijk onderdeel van de ecosystemen op de Veluwe. Wilde hoefdieren hebben een grote invloed op hun omgeving door begrazing, wroeten en vegen van jonge bomen en faciliteren daarmee het voorkomen van verschillende andere soorten. In het Natura 2000-beheerplan staat beschreven dat begrazing tot op een zekere hoogte een positief effect heeft op de verjonging van bos. Op diverse plaatsen vormt de (graasdruk) wilddruk echter een knelpunt, omdat de verjonging van met name loofbomen, en dus ook de ontwikkeling van boshabitats, niet verder dan het kiemstadium komt. Daarnaast kunnen zwijnen lokaal problemen veroorzaken, bijvoorbeeld omdat ze mogelijk grootschalig larven van het vliegend hert prederen of oevers van vennen en venen of kwetsbare delen van beken betreden.

Soorten als het edelhert leveren in principe een positieve bijdrage aan het vegetatiebeheer, maar wanneer de groep te groot wordt ontstaat een continue hoge graasdruk en te sterke betreding en dat gaat ten koste van het kwetsbare habitattype en de bijzondere soorten. Populatiebeheer zorgt ervoor dat schade aan kwetsbare natuur, veroorzaakt door deze dieren, zoveel mogelijk beperkt blijft. De gewenste omvang wordt dus bepaald mede op basis van ecologische principes, waarbij gegarandeerd wordt dat een gezonde en levensvatbare populatie in stand blijft. In haar Faunabeheerplan Grote Hoefdieren 2019-2025 heeft de Faunabeheereenheid (FBE) deze belangen goed afgewogen en daaruit gewenste ofwel doelstanden vastgelegd. De deelnemers aan de FBE hebben afgesproken deze doelstanden na te komen. De provincie heeft het plan goedgekeurd. Het naleven van doelstanden uit het vigerende Faunabeheerplan Grote Hoefdieren blijkt in de praktijk niet vanzelf– sprekend. De FBE heeft zich tot doel gesteld om gedurende de looptijd van het faunabeheerplan deze doelstand van de edelherten te verlagen tot 1.440 dieren. Er blijft dan een gezonde populatie over en er is sprake van een goed evenwicht en bovendien een beter beheersbare situatie.

De FBE brengt jaarlijks een verslag uit over de realisatie in het voorgaande jaar en de tellingen van het lopende jaar, daaruit volgt steeds het benodigde afschot in de komende periode. Het realiseren van de Natura 2000-doelstellingen verdient nadrukkelijker aandacht in het faunabeheer. Daarom onderzoekt de provincie de relatie tussen de populatiegroottes van hoefdieren en de kwaliteit van de belangrijkste Natura 2000-doelen op de Veluwe. Ons beleid en onze ontheffing aan de FBE maken functiegericht faunabeheer mogelijk, dat wil zeggen variatie in de aanwezigheid van grote hoefdieren in tijd en ruimte door daarop sturende bejaging. Wij staan daar achter zolang de doelstellingen Veluwe-breed niet in gevaar komen en de keuze van een terreineigenaar geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor de buren. De coördinatie van de uitvoering van het Faunabeheer wordt verzorgd door de FBE in samenwerking met de lokale wildbeheereenheden. Eigenaren die hiermee ervaring willen opdoen kunnen dat met hen afstemmen. Ook wordt gekeken naar een betere effectmonitoring, zodat de effecten op het Natura 2000-doelbereik goed gevolgd en tussentijds bijgestuurd kunnen worden, bijvoorbeeld vanwege toenemende effecten van de wolf op de omvang en het gedrag van de hoefdierpopulaties. Waar de wolf een groter aandeel krijgt, neemt de opgave voor de jager af.

De FBE is een verkenning gestart om tot structureel onderzoek te komen en daarmee een nog beter inzicht te krijgen in de relatie tussen wolf en het populatiebeheer op hoefdieren op de Veluwe. Dit doet de FBE samen met deskundigen die zijn verbonden aan de Zoogdiervereniging en ARK Natuurontwikkeling. Het resultaat wordt ingebracht

19

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

bij het opstellen van het nieuwe faunabeheerplan voor grote hoefdieren. Terreinbeheerders voeren zelf ook graasdrukmonitoring uit door topvraat te meten en de verschillende exclosures te bepalen.

2.2.13

Rasterbeleid Wildrasters komen in verschillende vormen verspreid over de Veluwe voor. De afgelopen decennia heeft provincie Gelderland beleid gevoerd om het aantal rasters te verminderen. Wildkerende rasters tasten namelijk de landschappelijke en recreatieve kwaliteiten van de Veluwe aan en hebben negatieve effecten op dieren. Het kritisch afwegen van de noodzaak van bestaande faunarasters past ook in het denken over ontsnippering. Met minder rasters ontstaat één groot leefgebied en kunnen edelherten, damherten en wilde zwijnen vrij migreren. Een belangrijk uitgangspunt is dat faunarasters op de Veluwe nooit de noodzaak wegnemen om de standen van de grote hoefdieren op orde te houden met goed populatiebeheer. Er zijn echter plekken op de Veluwe waar gewenste populaties en habitats sterk te lijden hebben van de hoge wilddruk. In het Natura 2000-beheerplan Veluwe is al benoemd dat een tijdelijke uitrastering in dat geval noodzakelijk kan zijn, wanneer de te hoge wilddruk niet door beheer kan worden teruggedrongen. De provincie is hier zeer terughoudend in en doet dit alleen als het populatiebeheer op orde is (omdat het onderliggende probleem van teveel dieren anders verschuift en niet wordt opgelost) of wanneer uitrasteren noodzakelijk is voor het realiseren van de instandhoudingsdoelen.

2.2.14

Actieve soortenbescherming Naast een gebiedsgericht spoor kent de Wnb ook een soortgericht spoor. Bepaalde soorten zijn wettelijk beschermd, ongeacht waar deze voorkomen. De provincie is in veel gevallen het bevoegd gezag als het gaat om ingrepen die schadelijk zijn voor deze soorten. In dat geval spreken we van passieve soortenbescherming. Provincies zijn ook verantwoordelijk voor het stimuleren van maatregelen die de staat van instandhouding van deze soorten verbeteren. In dat geval wordt gesproken van actieve soortenbescherming. Het Gelders beleid is opgenomen in de nota Actieve soortenbescherming Gelderland. Onze provincie kent tal van soorten, focus aanbrengen is daarom noodzakelijk. Provincie Gelderland heeft een groep van 75 prioritaire soorten onderscheiden waarvoor op korte termijn maatregelen nodig zijn, omdat zij anders dreigen te verdwijnen. Voor deze soorten is een subsidieregeling gemaakt om maatregelen dan wel onderzoek te bekostigen. Daar waar maatregelen voor deze prioritaire soorten in een herstelprogramma kunnen worden meegenomen, gebeurt dat ook.

2.2.15

Kweek en herintroductie Bij herintroductie gaat het om het loslaten of uitzetten van dieren of planten in gebieden waar de soort voorkwam, maar waar de populatie is uitgestorven. Herintroductie kan noodzakelijk zijn om een bijdrage te leveren aan de instandhouding van de soort in een bepaald gebied, of als een soort een sleutelrol vervult in het functioneren van het ecosysteem. Het kweken van soorten ten behoeve van herintroductie kan nodig zijn. Bij officiële herintroducties, zeker als het gaat om dieren, is een goede onderbouwing en een onderzoek voorafgaand nodig om te bezien hoe een introductie succesvol kan worden uitgevoerd. Uitgangspunten voor herintroductie en kweek binnen de provincie staan beschreven in de Uitvoeringsregels Wet natuurbescherming Gelderland (2018). Vanuit de herstelprogramma’s is hier in de bijlage 1 nog een nadere invulling aangegeven. Deze regels zijn gebaseerd op de regels van de International Union for Conservation of Nature (IUCN).

20

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

2.2.16

Invasieve exoten Door menselijke invloed komen steeds meer plant- en diersoorten naar ons land die hier van nature niet thuishoren. Wanneer zij zich snel vermenigvuldigen en verspreiden spreken we van invasieve exoten. Deze soorten kunnen inheemse soorten verdringen en vormen daarom een probleem voor onze inheemse biodiversiteit. In het Plan van aanpak invasieve exoten Gelderland (2018) staat hoe provincie in Gelderland met deze soorten omgaat. De provincies zijn aan zet als het gaat om bestrijding van invasieve exoten. Uitgangspunt vormt de EU-verordening en daarbij behorende Unielijst. Aan deze lijst heeft de provincie vanuit Gelders perspectief nog een aantal soorten toegevoegd. Alle soorten zijn in drie categorieën ingedeeld: 1) ze kunnen zich binnenkort gaan vestigen; 2) we hebben ze maar in beperkte mate; 3) ze zijn al wijdverspreid. In de eerste twee gevallen heeft de provincie de ambitie om deze soorten volledig te elimineren. Bij een melding van een nieuwe vestiging (categorie 1) gaat de provincie in overleg met de terreineigenaar om tot bestrijding over te gaan. Bij soorten die een beperkte verspreiding hebben (categorie 2) loopt de provincie de bekende vindplaatsen na en gaat wederom in overleg met de terreineigenaar om tot bestrijding over te gaan. Voor invasieve uitheemse vogels en zoogdieren heeft ook de FBE de opdracht om te acteren.

Voor de derde categorie, de soorten in de categorie wijdverspreid, is de ambitie ‘beheersen waar mogelijk’. Echter voor een aantal wijdverspreide soorten bestaat geen handelingsperspectief meer. Voor deze soorten zoekt de provincie vooral naar een natuurlijke bestrijding via een aanpak in het systeem, bijvoorbeeld aangepast bosbeheer of het inbrengen van inheemse planten na verwijdering van de exoot. In de Natura 2000-gebieden neemt de provincie de verantwoordelijkheid voor het lokaal bestrijden van een aantal wijdverspreide soorten. Terreinbeheerders kunnen voor de bestrijding van een aantal soorten subsidie krijgen. Het gaat dan met name om soorten als de Aziatische duizendknopen, late en Canadese guldenroede, de reuzenbereklauw, de reuzenbalsemien en de zonnebaars. Ook zijn er subsidiemogelijkheden voor soorten als watercrassula en dijkviltbraam. Belangrijk in dat verband is dat terreinbeheerders maatregelen treffen die gericht zijn op de bescherming van de kwalificerende habitats.

2.2.17

Klimaatverandering Het klimaat bepaalt voor een belangrijk deel welke dieren en planten kunnen overleven. Klimaatverandering heeft dan ook ingrijpende gevolgen voor de natuur. Het warmere klimaat zorgt ervoor dat bepaalde diersoorten af- en andere juist toenemen. Maar ook extremere weersomstandigheden, zoals droogte of juist hevige neerslag hebben nu al een zichtbaar effect op de natuur. Soorten die mobiel zijn kunnen zich relatief eenvoudig verplaatsen naar een geschikte klimaatzone. Voor minder mobiele soorten gaat klimaatverandering te snel, waardoor ze verdwijnen. Het tegengaan van verdere klimaatverandering is essentieel voor het voortbestaan van kwetsbare plant– en diersoorten. Er zijn internationaal, nationaal en provinciaal afspraken gemaakt om klimaatverandering tegen te gaan. In het provinciaal Beleidsprogramma Klimaat, het ‘Gelders Klimaatplan 2021-2030’ en het Uitvoeringsprogramma bomen en bos werkt Provincie Gelderland de klimaatmaatregelen uit het Klimaatakkoord verder uit. In de huidige Natura 2000-doelensystematiek is klimaatverandering nog niet opgenomen. Dit geeft soms spanning, omdat het vanwege het veranderend klimaat moeilijker wordt sommige soorten en habitats in de benen te houden. Klimaatverandering en hoe daarmee om te gaan is een van de belangrijkste factoren bij herijking van de Natura 2000-doelensystematiek.

21

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

Klimaatverandering vraagt ons nog meer nadruk te leggen op systeemherstel zodat de veerkracht van de natuur wordt vergoot. De overlevingskansen voor soorten zijn groter in natuurgebieden met voldoende oppervlakte, met voldoende verbindingen tussen deze gebieden en in natuurgebieden en verbindingszones met een goede milieukwaliteit. Deze drie factoren staan nu vaak onder druk. Vanuit het Programma Natuur werken de provincies en het Rijk al samen aan het robuuster maken van deze natuur. Vanuit het Uitvoeringsprogramma bomen en bos worden daarnaast revitaliseringsmaatregelen ondersteund. Dit zijn maatregelen in bos die de veerkracht van de bossen in Gelderland moeten versterken tegen klimaatverandering en andere drukfactoren. Meer vitale natuur betekent ook meer koolstofvastlegging (CO2). Soms zijn er conflicten tussen natuurbeleid en klimaatbeleid, bijvoorbeeld als het gaat om ruimtegebruik en het effect van windmolens en zonneparken. Ook is het soms nodig bos te kappen om de instandhoudingsdoelen voor heiden en stuifzanden te bereiken, terwijl dat ten koste gaat van het vastleggen van CO2. Daarom wordt gekapt bos elders gecompenseerd.

2.2.18

Preventie van natuurbranden De verandering van het klimaat en de hoge neerslag van stikstof zorgen voor een hogere productiviteit van planten en een vertraagde strooiselafbraak. Hierdoor neemt de brandbaarheid en dus ook het risico op oncontroleerbare natuurbranden steeds verder toe. Dat heeft grote consequenties voor de veiligheid en voor de biodiversiteit. In het Natura 2000-beheerplan Veluwe staat dat niet kan worden uitgesloten dat op plekken met verhoogd risico aanvullende maatregelen moeten worden genomen. Daarnaast wordt aangegeven dat Natura 2000-doelen samen kunnen gaan met doelen voor brandpreventie, door bijvoorbeeld de aanleg van heidecorridors of omvorming van naald- naar loofhout op strategische plekken. In 2019 zijn de provincie en de veiligheidsregio's met een gebiedsgerichte aanpak begonnen om het bewustzijn van deze risico’s te vergroten, om risicovolle locaties en maatregelen in beeld te brengen en hierover richting eigenaren te adviseren. Vanuit dit project wordt gewerkt aan een hoofdcompartimentering van de Veluwe. Deze hoofdcompartimentering is bedoeld om te voorkomen dat natuurbranden van het ene naar het andere deelgebied overslaan. Veelal zal dat neerkomen op de aanleg van brandgangen en brandsingels in de vorm van loofhout.

Tevens zal gekeken worden of in bepaalde gevallen sub-compartimentering gewenst is ten behoeve van aanwezige natuurwaarden of kwetsbare objecten. Daarbij zal ook gekeken worden naar de nog te realiseren verbindingen tussen heideterreinen. De resultaten van dit project zullen worden verwerkt in de actualisatie van het Natura 2000-beheerplan Veluwe. De ontwikkeling van een natuurlijker loofbostype met meer dood hout en meer ondergroei leidt doorgaans niet tot een hoger brandrisico, omdat in een bos met staand en liggend dood hout per saldo meer vocht in het bos is opgeslagen dan zonder dood hout.

22

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

2.2.19

Bestrijdingmiddelen Bestrijdingsmiddelen worden toegepast om gewassen te beschermen tegen ziekten en plagen. Voordat een middel wordt toegelaten is het beoordeeld op effectiviteit en schadelijkheid. Hoewel bij de beoordeling absolute veiligheidsnormen in acht worden genomen, betekent het niet dat neveneffecten op het leven in bodem, lucht en water (oppervlakte- en grondwater) in de nabijheid van de locatie waar het middel wordt gebruikt, zijn uitgesloten. Sterker nog, neveneffecten zijn er, maar verschillen tussen de verschillende middelen. De wijze waarop middelen worden gebruikt, bepaalt in belangrijke mate de verspreiding naar de omgeving (via water en lucht). De gebruikswijze in de landbouw is de afgelopen decennia verbeterd waardoor de verspreiding door de lucht en de afspoeling naar het (oppervlakte)water is afgenomen. Daarnaast worden alternatieven zoals natuurinclusieve landbouw gestimuleerd. Uit onderzoek blijkt ook dat er meerdere bronnen zijn van waaruit middelen zich verspreiden, bijvoorbeeld van sportvelden, golfterreinen of tuinen. Door drift en verdamping van middelen komen zij – in (zeer) lage concentraties – voor op grote afstanden van de locatie waar middelen worden gebruikt. De provincie heeft zelf geen provinciaal beleid op het gebied van bestrijdingsmiddelen. De richtlijnen omtrent het gebruik van bestrijdingsmiddelen worden landelijk bepaald.

Op grond van de Wnb is het verboden zonder vergunning activiteiten uit te voeren die een negatief effect kunnen veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Jurisprudentie laat zien dat de inzet van bestrijdingsmiddelen in de omgeving van Natura 2000-gebieden niet is toegestaan zonder vergunning (bijvoorbeeld rechtbank Noord-Nederland: ECLI:NL:RBNNE:2021:2483). Dat geldt in principe ook voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen: bij twijfel moet worden aangetoond dat het geen negatief effect heeft voor Natura 2000-gebieden. Of iets een significant negatief effect heeft, hangt af van de activiteit, de factoren die een rol spelen en de invloed op de aanwezige natuurwaarden. In het Natura 2000-beheerplan Veluwe staat dat in de eerste beheerplanperiode het effect van bestrijdingsmiddelen op de instandhoudingsdoelen nader dient te worden onderzocht en dat op grond van het voorzorgprincipe de komende planperiode een toename van de belasting door bestrijdingsmiddelen wordt tegengegaan. Het terugdringen van bestrijdingsmiddelen in het water is van groot belang, dat geldt met name voor beken te midden van intensief agrarisch gebied. In het beheerplan Veluwe is al een herstelmaatregel opgenomen voor het monitoren van de beken op bestrijdingsmiddelen en meststoffen. Daarnaast is aangegeven dat bloembollenteelt op een perceel grenzend aan een beek vergunningplichtig is.

Het beheerplan noemt ook de grote zorgen over de afname van de insectenpopulatie voor soorten als de nachtzwaluw en wespendief omdat die vooral grote insecten eten. Het vermoeden is dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen en antiwormmiddelen bij de insectenafname een rol speelt. Het beheerplan noemt nog geen concrete maatregelen om deze kennisleemte op te lossen. Hoewel aanvullend onderzoek nodig is naar de precieze impact van deze middelen en het effect en de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in Natura 2000-gebieden zijn er al onderzoeken die aantonen dat het gebruik leidt tot insectensterfte (verspreiding over grotere afstanden, tot in ieder geval 2 km). Het ligt voor de hand dat door het Rijk nader onderzoek naar het effect van landelijke toegestane middelen op de Natura 2000-doelen wordt gedaan.

23

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

2.3

Ecologische context De Veluwe is niet zorgeloos. We kennen de problemen van te veel stikstof, verzuurde bodems, verdroging, versnippering en een hoge recreatiedruk. Jarenlange (over) exploitatie heeft de Veluwe gevormd, maar kwetsbaar gemaakt. In de afgelopen jaren waren de inspanningen om het verlies aan biodiversiteit tegen te gaan met name gericht op het behoud van de verschillende natuurtypen door het op orde brengen van natuurgebieden. Daar zijn goede resultaten geboekt. Zolang de natuurkwaliteit van het omringende landschap echter achteruit blijft gaan en de onderliggende natuurlijke processen op landschapsschaal onvoldoende hersteld zijn, blijft het herstel achter. De klimaatverandering gaat door en de economische activiteiten, zoals vraag naar woningbouw en de landbouwtransitie, hebben ook invloed op de Veluwe. De herstelprogramma’s staan daarmee ook in de ecologische context van een Veluwe die nu nog niet veerkrachtig genoeg is om al deze veranderingen op te vangen. Dat wordt inmiddels breed onderkend en met het Natura 2000-beheerplan en de uitwerking van voorliggende herstelprogramma’s wordt de basis voor een robuust herstel van de natuur op de Veluwe verder uitgewerkt. In een dialoog met een brede groep experts en gebiedskenners is een begrip van de werking van de fysische systemen besproken die de onderlegger vormen voor het realiseren van de natuurdoelen (o.a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13185485/1