St. t.k.n. nr 1. Bijlage TAM-omgevingsplan Wijziging diverse percelen, Hoofdstuk 22p
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Wijziging diverse percelen, Hoofdstuk 22p
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Wijziging diverse percelen, Hoofdstuk 22p (ontwerp)
Inhoudsopgave
Motivering
5
Bijlagen bij de motivering
25
Bijlage 1 Nunspeet
26
Quickscan cultuurhistorische waarden en landschapsanalyse gemeente
Bijlage 2 Aanvullend welstandsbeleid bij nieuwbouw en uitbreiding van agrarische bedrijven in de gemeente Nunspeet
113
Bijlage 3
140
Erf Nachtegaal
Regels Hoofdstuk 1
161 Inleidende regels
162
Artikel 1 Toepassingsbereik
162
Artikel 2 Begripsbepalingen
163
Artikel 3 Aanvullende begripsbepalingen
164
Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen
169
Artikel 5 Algemeen gebruiksverbod
170
Artikel 6 Aanvraagvereisten
171
Hoofdstuk 2
172
Functies en gebiedsaanwijzingen
Artikel 7 Agrarisch
172
Artikel 8 Agrarisch - Agrarisch bedrijf
175
Artikel 9 Natuur - Landschap
182
Artikel 10
Tuin
184
Artikel 11
Wonen
185
Artikel 12
Waarde - Archeologie 2
190
Artikel 13
Waarde - Archeologie 3
192
Artikel 14
Waarde - Jonge heideontginning
194
Artikel 15
Overige zone - bestaande splitsing
195
Artikel 16
Waarde - Randmeerkust
196
Artikel 17
Overige zone - gelders natuurnetwerk
197
Artikel 18
Overige zone - groene ontwikkelingszone
198
Artikel 19
Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied
199
Artikel 20
Reconstructiewetzone - verwevingsgebied
200
Artikel 21
Vrijwaringszone - molenbiotoop
201
Hoofdstuk 3
Algemene regels voor activiteiten
202
Artikel 22
Anti-dubbeltelregel
202
Artikel 23
Algemene beoordelingscriteria bouwactiviteiten
203
Artikel 24
Algemene beoordelingscriteria gebruiksactiviteiten
204
Artikel 25
Algemene beoordelingscriteria overig activiteiten
210
Artikel 26
Overige regels
212
Hoofdstuk 4
Overgangsrecht en slotbepalingen
213
Artikel 27
Overgangsrecht
213
Verbeelding
215
Bijlage 1 Verbeelding
216
2
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Wijziging diverse percelen, Hoofdstuk 22p (ontwerp)
3
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Wijziging diverse percelen, Hoofdstuk 22p (ontwerp)
4
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Wijziging diverse percelen, Hoofdstuk 22p (ontwerp)
Motivering
5
TAM-omgevingsplan Wijziging diverse percelen, Hoofdstuk 22p Motivering wijziging omgevingsplan
Inhoudsopgave 1. Inleiding
3
1.1 Aanleiding tot het wijzigen van het omgevingsplan
3
1.2 Ligging besluitgebied
3
2. Planbeschrijving Te wijzigen percelen
3 3
3. Participatie
5
4. Beleid en regelgeving
5
5. Toetsing omgevingsaspecten
5
6. Verbeeldingen
6
Bovenweg 21
6
Compensatie GNN
7
Essenburgweg 14
8
Hullerweg 16
9
Kleine Kolonieweg 100
10
Krommeweg 18
11
Maatweg 67
12
Molenbergweg 106
13
Molenbergweg 142
14
Onder de Bos 141a
15
Percelen Natuur – Landschap
16
Vierhouterweg 103a
17
Vreeweg 107
18
Waterweg 41b
19
1.
Inleiding
1.1 Aanleiding tot het wijzigen van het omgevingsplan Dit TAM-omgevingsplan Wijziging diverse percelen, Hoofdstuk p, is opgesteld om een aantal percelen in de gemeente Nunspeet te wijzigen. Het gaat daarbij veelal om ondergeschikte wijzigingen. Overigens liggen alle percelen in het buitengebied. 1.2 Ligging besluitgebied Het besluitgebied bestaat uit een aantal afzonderlijke percelen. In hoofdstuk 2 wordt nader uiteengezet welke percelen het betreft en welke wijzigingen worden doorgevoerd.
2.
Planbeschrijving
Te wijzigen percelen
Zoals eerder is aangegeven, wordt met dit plan beoogd een aantal wijzigingen door te voeren op een aantal percelen. De verbeeldingen die bij deze wijzigingen horen, staan onder aan dit document in Hoofdstuk 5 Verbeeldingen. Het gaat daarbij om de onderstaande wijzigingen. 1. Bovenweg 21 in Nunspeet (perceel A.5984 ged.) Een gedeelte van het perceel aan de Bovenweg 21 (perceel sectie A, nummer 5984 ged.) is verkocht aan het naastgelegen agrarische bedrijf. Op deze locatie wordt een draaicirkel ten behoeve van het bedrijf gerealiseerd. Om die reden wordt, naast de bestaande functie Agrarisch, de activiteit ‘specifieke vorm van verkeer – draaicirkel ten behoeve van agrarisch bedrijf’ op dit gedeelte van het perceel gelegd (zie bijlage Bovenweg 21). 2. Compensatie GNN in verband met het plan Belvédèrelaan 24 in Nunspeet Een gedeelte van het perceel Uddelerweg 96 (sectie F, nummer 6739) is aangewezen als compensatiegebied. Om die reden wordt er op dit perceel een aanduiding GNN gelegd (zie bijlage Compensatie F6739). 3. Essenburgweg 14 in Hulshorst Bij een eerdere wijziging van het bestemmingsplan hebben de drie percelen een woonbestemming gekregen. Dit is later om onduidelijke reden gewijzigd in een bestemming Wonen – Landgoed. De drie percelen die nu de bestemming Wonen – Landgoed hebben, krijgen opnieuw de functie Wonen.
De overige (maatvoerings)aanduidingen blijven ongewijzigd (zie bijlage Essenburgweg 14). 4. Hullerweg 16 in Nunspeet Dit betreft het legaliseren van een sinds langere tijd bewoonde recreatiewoning. Het perceel heeft een woonfunctie, maar daar is al een woning aanwezig, waardoor een tweede woning niet mogelijk is. De voormalige recreatiewoning krijgt daarom de functie Wonen, met daarbij een bouwaanduiding ‘afwijkende maatvoering’, waardoor het een kleine woning blijft (zie bijlage Hullerweg 16).
5. Kleine Kolonieweg 100 in Elspeet Gebleken is dat de wijziging waartoe de gemeenteraad eerder had besloten, niet correct is overgenomen. Om die reden wordt het TAM-omgevingsplan voor het adres Kleine Kolonieweg 100 in overeenstemming gebracht met dat wat eerder is besloten (zie bijlage Kleine Kolonieweg 100). 6. Gedeelte perceel achter Krommeweg 18 in Nunspeet Een gedeelte van het perceel had in plaats van de functie Wonen, een functie Agrarisch moeten krijgen. Dit wordt hersteld en het gedeelte van het perceel achter Krommeweg 18 in Nunspeet krijg een functie Agrarisch (zie bijlage Krommeweg 18). 7. Maatweg 67 in Elspeet In een eerder bestemmingsplan is de functieaanduiding ‘stallen van vrachtauto’s’ al verwijderd. Om onduidelijke redenen is die functieaanduiding er later weer op gelegd. De functieaanduiding wordt weer verwijderd (zie bijlage Maatweg 67). 8. Molenbergweg 106 in Elspeet De bestaande paardenbak komt binnen de functie Wonen te liggen door de vorm van het vlak van de functie Wonen te wijzigen. Daarbij wordt het vlak niet vergroot, maar betreft het enkel een wijziging van de vorm (zie bijlage Molenbergweg 106). 9. Molenbergweg 142 in Elspeet Het perceel heeft de functie Agrarisch – Agrarisch bedrijf.
Omdat op dit perceel echter al jaren geen agrarisch bedrijf meer aanwezig is en, gezien de naastgelegen functie Wonen het ook niet meer mogelijk is een agrarisch bedrijf te exploiteren op deze locatie, wordt de feitelijke situatie bestemd en daarmee de functie van het perceel omgezet in Wonen. De voormalige bedrijfswoning wordt daardoor een reguliere burgerwoning (zie bijlage Molenbergweg 142). 10. Onder de Bos 141a in Hulshorst Op het perceel ligt een maatvoering ‘Maximum oppervlakte bijgebouwen: 335 m2´. Dit is niet correct omdat oorspronkelijk de maatvoering ‘Maximum inhoud bijgebouwen: 335 m3‘ is opgenomen. Dit wordt hersteld en er wordt opnieuw een maatvoering ‘Maximum inhoud bijgebouwen: 335 m3’ opgenomen (zie bijlage Onder de Bos 141a). 11. Percelen sectie H, nummers 2655, 3433, 2550, 2454, 3437, 3438 en 3448 Deze percelen hebben op dit moment een functie Agrarisch. Al eerder is verzocht medewerking te verlenen aan het voorzien van deze percelen van een functie Natuur – Landschap (zie bijlage Diverse percelen Natuur – Landschap). 12. Vierhouterweg 103a in Elspeet Dit perceel heeft een functie Recreatie – Recreatiewoning. In het verleden zijn de naastgelegen recreatiewoningen voorzien van een woonfunctie. Dit perceel is daarbij niet meegenomen vanwege de ligging naast een agrarisch bedrijf.
Dit agrarische bedrijf is echter niet meer in bedrijf, waardoor de recreatiewoning nu wel een woonfunctie kan krijgen. Overigens wordt daarbij, net als bij de andere voormalige recreatiewoningen, een afwijkende maatvoering van maximaal 600 m3 opgenomen (zie bijlage Vierhouterweg 103a). 13. Vreeweg 107 in Nunspeet In 2017 is er vergunning verleend om de oude boerderij met drie wooneenheden te vervangen door een dubbele (aaneengebouwde) bedrijfswoning, 107 en 107a. Dat is de feitelijke situatie. Door dit in dit TAMomgevingsplan op te nemen, wordt het geheel in overeenstemming gebracht met deze vergunning.
Om deze reden wordt de “Maatvoering maximum aantal wooneenheden: 3’ gewijzigd in “Maatvoering maximum aantal wooneenheden: 2”. (zie bijlage Vreeweg 107). 14. Waterweg 41b in Nunspeet Om onduidelijke redenen is de woonfunctie van dit perceel gewijzigd naar één woonfunctie, terwijl het er twee waren. Dit wordt hersteld door opnieuw twee woonfuncties op te nemen. De vorm van het vlak van de functie Wonen blijft daarbij ongewijzigd (zie bijlage Waterweg 41b).
3.
Participatie
Omdat dit ondergeschikte wijzigingen en/of wijzigingen zijn die zien op herstel van onvolkomenheden in het plan, heeft er geen participatie plaatsgevonden. Van de terinzagelegging van het ontwerp van het TAM-omgevingsplan Wijziging diverse percelen, Hoofdstuk 22p, wordt op de gebruikelijke manier kennisgegeven.
4.
Beleid en regelgeving
Omdat dit ondergeschikte wijzigingen en/of wijzigingen zijn die zien op herstel van onvolkomenheden in het plan, heeft er geen verdere toetsing plaatsgevonden aan rijksbeleid, provinciaal beleid of gemeentelijk beleid.
5.
Toetsing omgevingsaspecten
Wanneer een omgevingsplan wordt gewijzigd, worden de daarin beschreven wijzigingen getoetst aan een aantal omgevingsaspecten, zoals archeologie, bedrijvigheid in de nabije omgeving, bodem, erfgoed, flora en fauna, geluid, geur, en verkeer/parkeren. Bij alle onder Hoofdstuk 2 genoemde wijzigingen is kort onderzocht of deze mogelijk effecten kunnen hebben op de hierboven genoemde omgevingsaspecten. Omdat de wijzingen echter meer zien op het herstel van omissies in het plan, wordt tot de conclusie gekomen dat er geen of geen significante effecten zijn op de omgevingsaspecten te verwachten zijn.
6.
Verbeeldingen
Van de wijzigingen van het omgevingsplan die in Hoofdstuk 2 genoemd worden, staan hieronder de bijbehorende verbeeldingen. Bovenweg 21
Compensatie GNN
Essenburgweg 14
Hullerweg 16
Kleine Kolonieweg 100
Krommeweg 18
Maatweg 67
Molenbergweg 106
Molenbergweg 142
Onder de Bos 141a
Percelen Natuur – Landschap
Vierhouterweg 103a
Vreeweg 107
Waterweg 41b
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Wijziging diverse percelen, Hoofdstuk 22p (ontwerp)
Bijlagen bij de motivering
25
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Wijziging diverse percelen, Hoofdstuk 22p (ontwerp)
Bijlage 1 Quickscan cultuurhistorische waarden en landschapsanalyse gemeente Nunspeet
26
QuickScan cultuurhistorische waarden en landschapsanalyse
Augustus 2011
Quickscan Gemeente Nunspeet
COLOFON Nunspeet QuickScan cultuurhistorische waarden en landschapsanalyse Gelders Genootschap In opdracht van gemeente Nunspeet Augustus 2011
Titel Nunspeet / QuickScan cultuurhistorische waarden en landschapsanalyse Projectnummer CH-NUN-04 Opdrachtgever gemeente Nunspeet (contactpersoon dhr. A. Dickhof) Auteur E.F.M. van Winden MSc MA, m.m.v. drs. J. Westerman Fotografie Gelders Genootschap Cartografie C. van Oorschot
INHOUD 1
Inleiding
04
2
Het oude Nunspeet
06
3 3.1
Type cultuurlandschappen Inleiding
13 13
3.2
Het oude kustgebied 3.2.1 Strandwallen 3.2.2 Laagland 3.2.3 Oude bouwlanden – Rug van Wessinge
16 16 18 20
3.3
Overgangszone 3.3.1 Tussenzone 3.3.2 Oude bouwlanden – Gordel
22 22 24
3.4
Het zandgebied 3.4.1 Stuifzand 3.4.2 Heide 3.4.3 Oude bouwlanden – enclaves 3.4.4 Jonge heideontginning 3.4.5 Oud bos 3.4.6 Jong bos
26 26 28 30 32 34 36
4
Waardevolle ensembles – dubbelbestemmingen
39
5
Waardevolle karakteristieke panden
59
6
Kaart met begrenzing Cultuurhistorisch waardevolle gebieden en plekken
74
7
Aanbevelingen
77
8
Bronnen
85
Augustus 2011 |
Gelders Genootschap
3
1. INLEIDING 1.1 INLEIDING Gemeente Nunspeet werkt aan een nieuw bestemmingsplan buitengebied. In dit bestemmingsplan wil de gemeente cultuurhistorische waarden opnemen. Deze ambitie sluit goed aan bij het actuele gedachtegoed van de modernisering van de Monumentenzorg (MoMo). De vernieuwde monumentenzorg pleit ervoor om naast de bescherming van objecten, ook borging en ontwikkelingsmogelijkheden te bieden aan cultuurhistorische waarden, door gebruik te maken van de instrumenten binnen de ruimtelijke ordening. In andere woorden wordt geprobeerd om met behulp van bestemmingsplannen en structuurvisies cultuurhistorische waarden te verankeren en versterken, wanneer dit meer ruimtelijke kwaliteit oplevert. De MoMo is een traject. Concreet heeft de modernisering een doorwerking in Bro (Besluit ruimtelijke ordening 3.6.1.lid 2). 1.2 CULTUURHISTORIE IN DE RUIMTELIJKE ORDENING De veranderingen die doorgevoerd worden met de inwerkingtreding van het nieuwe Bro hebben betrekking op de verplichting aan de opstellers en vaststellers van bestemmingsplannen om breder te kijken dan de archeologie. Vanaf 2012 is het de bedoeling dat ook historische (stede)bouwkunde en historische geografie meegenomen worden in de belangenafweging. Het gaat dan niet alleen om beschermde, maar ook om andere waardevolle objecten en structuren.
4
Quickscan cultuurhistorische waarden Nunspeet
De ruimtelijke ordening biedt meerdere mogelijkheden om cultuurhistorisch erfgoed op te nemen. Sommige maatregelen zijn verplicht, andere worden overgelaten aan de gemeente die zelf regels in de erfgoedverordening opneemt. Twee beleidsdocumenten waarin cultuurhistorische waarden geïntegreerd kunnen worden zijn de structuurvisie en het bestemmingsplan. Erfgoed in het bestemmingsplan Een bestemmingsplan heeft twee functies; 1) om dat wat er is vast te leggen en te beheren en 2) om een nieuwe ontwikkeling mogelijk te maken en daar kaders voor aan te geven. Voor erfgoed gelden drie verplichtingen als het gaat om integratie in het bestemmingsplan. Ten eerste zal in de toelichting een beschrijving opgenomen moeten worden waarin beschreven staat hoe de gemeente met de archeologische waarden en met de te verwachten monumenten omgaat in het gebied. Ten tweede moeten de beschermde stads- en dorpsgezichten op de verbeelding (kaart), in de toelichting en in de planregels opgenomen en beschreven worden. Ten derde zal wanneer dat nodig is, een omgevingsvergunningstelsel voor aanlegactiviteiten moeten worden opgenomen in de planregels als het gaat om bodemingrepen. In het bestemmingsplan moet worden aangegeven voor welke ingrepen een omgevingsvergunning verplicht is.
Erfgoed in de structuurvisie Een ruimtelijke vertaling van het gemeentelijk erfgoedbeleid kan onderdeel zijn van een structuurvisie. Een bestemmingsplan dient te
voldoen aan de richting die de structuurvisie aangeeft. Dit is ook een mogelijkheid om erfgoedbeleid te laten doorwerken in de omgeving. 1.3 OPDRACHT De opdracht vanuit gemeente Nunspeet bestaat uit drie onderdelen: 1. Verfijnen van dubbelbestemmingen (cultuurhistorie), als precisering van een voorstel voor een indeling van gemeente Nunspeet in cultuurlandschappen 2. Opstellen lijst van waardevolle ensembles 3. Opstellen van een lijst met cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, waarvan de hoofdvorm bewaard moet blijven Het eindresultaat bestaat uit een rapport met kaart en een lijst met objecten. Het rapport is gebaseerd op de drie onderdelen van de opdracht: cultuurlandschapstypering, karakteristieke groepen gebouwen en karakteristieke gebouwen. 1.4 WERKWIJZE Cultuurhistorische waarden bestaan ruimtelijk gezien uit objecten & elementen, structuren en vlakken (terreinen). Kortom, het gaat niet alleen om landschapstypen, maar ook om bijvoorbeeld oude verbindingswegen en gebouwen. Alle onderdelen vormen in samenhang met elkaar het karakter van een gebied. Om die specifieke eigenheid te kunnen beschrijven is het van belang om een inventarisatie uit te voeren van cultuurhistorische waarden, vanuit cultuurlandschappelijk perspectief. Welke cultuurlandschappen bevinden zich in Nunspeet? En wat zijn de kenmerken van dat type?
Welke gebouwen komen daar voor? Hoe zien de wegen en het landschap er uit? Om zoveel mogelijk gebruik te maken van gebiedskennis, is ervoor gekozen om samen te werken met een klankbordgroep, bestaande uit inwoners van Nunspeet. De leden zijn lid van oudheidkundige verenigingen of landschapsverenigingen, of werkzaam bij het lokale archief. Ook is contact gelegd met de regioarcheoloog van de regio Noord-Veluwe. Daarnaast wordt afgestemd met de monumentencommissie van Nunspeet. Het proces is als volgt ingericht: 1. Kennismaking, samenstelling klankbordgroep en procesafspraken. 2. Voorstel indeling in cultuurlandschappen met eerste feedbackronde 3. Veldwerk historisch geograaf + architectuurhistoricus 4. Voorstel aan de gemeente voor een lijst met waardevolle gebouwen 5. Tweede feedbackronde op bijgewerkte kaart cultuurlandschappen 6. Vraagronde waardevolle ensembles klankbordgroep 7. Rapportage/toelichting op de kaart 1.5 LEESWIJZER De toelichting op het cultuurhistorische verhaal en de bijbehorende sporen en waarden is van groot naar klein beschreven. Het verhaal begint met een uiteenzetting van ‘Oud Nunspeet’. Hierin komt de landschappelijke ontstaansgeschiedenis aan de orde,
gevolgd door de ontwikkelingen door de tijd heen. Uit deze grote context komt een aantal tijdlagen naar voren. In elke tijdlaag zijn gebeurtenissen voorgekomen die hun sporen hebben achtergelaten in het Nunspeetse landschap. Die sporen herinneren ons aan een onderdeel en periode uit de geschiedenis van dit gebied. Ze kunnen gezien worden als ingrediënten van het grotere verhaal.
Het gaat hier om een beperkte inventarisatie, gerelateerd aan de eerder genoemde landschapstypen en tijdlagen. Ze hebben in deze QuickScan nog vooral een voorbeeldfunctie.
Hoofdstuk drie verdeelt het gemeentelijk grondgebied in drie hoofdlandschapstypen, die weer verdeeld worden in sublandschapstypen. Bij elk type worden de specifieke kenmerken beschreven waaraan het type te herkennen is.
Gaandeweg de uitvoering van deze QuickScan zijn ontdekkingen gedaan die nader onderzoek behoeven. De conclusies en aanbevelingen zijn beschreven in hoofdstuk zeven.
In hoofdstuk zes is een kaart met typen cultuurlandschappen en waardevolle ensembles opgenomen.
Hoofdstuk vier gaat nog een stap verder. In Nunspeet komen plekken voor waarin de sporen uit de geschiedenis zichtbaar zijn. Tegelijkertijd bevatten zij ruimtelijke kwaliteit. Deze gebieden noemen we waardevolle ensembles. Zij worden als het ware genomineerd voor meer aandacht – bescherming – in de ruimtelijke plannen, bijvoorbeeld door deze gebieden een dubbelbestemming te geven. Het gaat hier om gebieden die verbonden zijn met zowel de ontginningsgeschiedenis als om thematische ontwikkelingen die karakteristiek zijn voor Nunspeet. Een voorbeeld hiervan zijn de middeleeuwse enken, maar ook bijvoorbeeld recreatiepark de Paasheuvel. Hoofdstuk vijf gaat opnieuw een stap de diepte in. We komen nu bij specifieke gebouwen of elementen die karakteristiek zijn voor Nunspeet en die nog geen bescherming hebben gekregen.
Augustus 2011 |
Gelders Genootschap
5
2. HET OUDE NUNSPEET 2.1 INLEIDING Om het huidige landschap te begrijpen, is een duik in de geschiedenis van Nunspeet noodzakelijk. In dit hoofdstuk wordt in grote stappen door de tijd, het ontstaan van Nunspeet uitgelegd. Het verhaal bevat de context van de bijzondere plekken die in de volgende hoofdstukken worden beschreven. Het verhaal begint met de vorming van het land. Daarna wordt beschreven hoe de mens zijn intrede deed en veranderingen aanbracht in het landschap. Uiteindelijk wordt het verhaal samengevat in een aantal tijdlagen die garant staan voor belangrijke ontwikkelingen die Nunspeet karakter hebben gegeven. 2.2 DE VORMING VAN HET LAND Het meest kenmerkende aan het Nunspeetse landschap is de overgang van laag kustgebied in het westen naar de hoge stuwwallen van de Veluwe in het oosten. Dit landschap is ontstaan in de periode dat ijs vanuit Scandinavië doordrong tot Midden-Nederland. De koude periode waarin dit gebeurde wordt het Saalien genoemd (238.000 tot 128.000 jaar geleden). Het ijs drong in de zand- en grindafzetttingen die de Rijn en de Maas eerder hadden afgezet in Midden-Nederland. Waar de gletsjertongen wegsmolten kwamen het dal van de Leuvenumse beek en het IJsseldal te liggen. Het smelten had verder tot gevolg dat door erosie
6
Quickscan cultuurhistorische waarden Nunspeet
zand versleept werd. Hierdoor werden laagten weer opgevuld. De minder gevoelige grind- en leembanken bleven als hogere ruggen in het landschap liggen. Na het Saalien volgden nog vele perioden met extreme koude tot subtropische temperaturen. Momenteel leven we in het geologische tijdvak Holoceen. Het Holoceen begon rond 9700 v. Chr. Door een warme en vochtige luchtstroom werd het klimaat aangenamer. Het land raakte begroeid met berken, wilgen en dennen, gevolgd door de hazelaar, eik en andere loofbomen. De begroeiing zorgde er voor dat een einde kwam aan de erosie en de veranderingen in het reliëf. Met het warmer worden steeg zowel de zeespiegel als de grondwaterstand. Hierdoor werd het achterland tussen de zee en de Veluwe steeds natter. Het gevolg hiervan was dat er grote veenmoerassen ontstonden ten noordwesten van de Veluwe. Tussen Bergen aan zee en de Veluwe lag ook een groot merencomplex met aan de randen veengebieden. Het complex werd door de Romeinen het Flevus Lacum (Flevomeer) genoemd. Vanaf de jaartelling brak onder invloed van stormvloeden, de zee steeds vaker door tot het Flevomeer. Het meer verbreedde zich en veranderde in een brak meer. Dit meer werd vanaf de middeleeuwen ‘Almere’ genoemd. In de 12de en 13de eeuw volgden een aantal stormrampen elkaar op. De stormen woedden zo hevig dat een beschermende duinenrij tussen Texel en Callantsoog wegsloeg.
De zee drong door en het Almere groeide uit tot de Zuiderzee. De zee liet zand en klei achter aan de kust. In 1932 werd met de aanleg van de Afsluitdijk, de Zuiderzee afgedamd. Het zout verdween en het water wordt sindsdien IJsselmeer genoemd.
Afbeelding 2.1 Geomorfologie (landschapsvorming) van Nunspeet Op de kaart is met donkerroze aangegeven waar de hogere stuwwallen liggen. Drie stuwwalgebieden bevinden zich in de hoek ten zuidoosten van Vierhouten en ten oosten van Elspeet, ten zuidoosten van Nunspeet en ten zuidwesten van Nunspeet. Langs de stuwwallen liggen smeltwaterterrassen en smeltwaterglooiingen. Als aders in het landschap liggen droge beekdalen, zoals bij Elspeet en Vierhouten. Blijkbaar stroomde hier het water van de hogere wallen naar lagere vlaktes. Wat meer naar het noorden en tussen de stuwwallen door ligt het dekzandgebied met verspreid voorkomende opgewaaide dekzandruggen en landduinen. Aan de voormalige Zuiderzeekust komen strandwallen en getijdeafzettingen voor. FFMet lichtgroen is een dekzandvlakte aangegeven waarover veen of overstromingsmateriaal is komen te liggen. Dit is het zogenaamde ‘laagland’. Ook in het laagland komen zandruggen voor. Een opvallend voorbeeld in de gemeente Nunspeet is de Rug van Wessinge, die zich uitstrekt ten noordwesten van Nunspeet. De verhoging van het land is met het oog goed te zien in het lage kustland. De paarse vlakten in het laagland zijn ontgonnen veenvlaktes met klei of zand.
Augustus 2011 |
Gelders Genootschap
7
2.3 BEWONING EN DE GROEI VAN NEDERZETTINGEN De mens bracht geleidelijk veranderingen aan in het landschap. De oudste vondsten van menselijk gebruik zijn aangetroffen aan de oever van een oude beekloop bij Elspeet, de ‘Droge Beek’. De sporen dateren van net voor het aanbreken van het Holoceen (ca. 12.000 jaar geleden). Het klimaat was nog vergelijkbaar met dat van een toendralandschap. Mensen trokken op zoek naar voedsel door het land en lieten sporen achter. Bij de Droge beek zijn vuurstenen werktuigen gevonden van rendierjagers. In de omgeving van Elspeet zijn ook vondsten gedaan van jagers uit een jongere periode. De mensen kozen voor de aanleg van kampen bij voorkeur de hoger gelegen plekken bij water. Het Beekhuizer en Hulshorsterzand, die beide in de bovenloop van de Staverdense beek liggen, waren bijvoorbeeld aantrekkelijke verblijfsplaatsen. Blijvende veranderingen in het landschap kwamen op gang toen de mensen zich gingen vestigen voor langere tijd. Dit had te maken met de aanleg van akkers. De eerste ‘boeren’ in gemeente Nunspeet vallen onder de ‘hunebedbouwers’ of’ Trechterbekercultuur’ (3400-2800 v. Chr.). Bij gebrek aan grote veldkeien begroeven de mensen hun overledenen hier in grafkuilen. De Trechterbekers woonden het liefste bij de bovenloop van beken, waar water voorradig was en bij goed te gebruiken hogere zandgronden.
Bij Elspeet lagen vier beekdalen die voldeden aan deze eisen. Zichtbare overblijfselen van menselijk handelen uit dit tijdvak zijn de grafheuvels. Dit zijn grafkuilen die afgedekt zijn met zand en plaggen. Het begraven van doden op deze manier heeft 2000 jaar geduurd. Op de Veluwe komen ca. 670 grafheuvels voor, waarvan er ongeveer 50 liggen in gemeente Nunspeet.
8
Quickscan cultuurhistorische waarden Nunspeet
Langdurige bewoning De landbouw ontwikkelde zich gestaag. Nazaten van de eerste vaste bewoners bleven op dezelfde plek wonen. Dit is te merken aan de vele grafheuvels die voorkomen op hooggelegen plekken, langs oude wegen en op plaatsen waar beken werden overgestoken. Clusters van grafheuvels liggen in het Vierhouterbos, Elspeterbos en ten noordwesten van Elspeet. Behalve de grafheuvels, zijn ook andere sporen teruggevonden van de vroege landbouwers in gemeente Nunspeet. In 2009 kwamen ten zuidwesten van Elspeet de contouren tevoorschijn van een boerderij uit de Bronstijd. Het gebouw dateert uit 3300-3200 jaar geleden en bestond uit drie delen, verdeeld over een oppervlak met een lengte van 26 meter. Op hetzelfde terrein is een huisplattegrond gevonden uit 300-200 v. Chr. Het is aannemelijk dat Elspeet ontstaan is vanuit deze plek. Bij de Schotkamp zijn sporen gevonden van een akkercomplex uit de IJzertijd (ca. 800 v. Chr. tot het begin van de jaartelling), een zogeheten ‘Celtic Field’. De akkers bestonden uit kleine vierkante en rechthoekige percelen, omgeven door aarden wallen. De veldjes werden gebruikt als akker, maar ook als weide en erf. Archeologie maakt ons duidelijk dat bewoning en landgebruik al voorkwam rond Elspeet en Vierhouten voor de middeleeuwen.
De eerste nederzettingen op de zandgronden Vanaf de vroege middeleeuwen (500 – 1000) begon het landschap zichtbaar te veranderen. In de vroege middeleeuwen waren de nederzettingen waarschijnlijk nog niet meer dan verspreid, maar bij elkaar liggende boerderijen. Via zandwegen bereikte men elkaar, maar ook de bossen en heidevelden. De bossen waren eerst nog in grote oppervlakten aanwezig. Het bosareaal slonk echter aanzienlijk met de toename van bewoning.
Hout werd gekapt om plaats te maken voor akkers, maar ook omdat men bouwmateriaal en brandstof nodig had. Het bos veranderde eerst in heide. De heide was om twee redenen van belang in het landbouwsysteem dat lange tijd toegepast werd op de Veluwe. Het werd in de eerste plaats gebruikt voor het weiden van schapen. Ten tweede kon men de heideplaggen afsteken. De plaggen, vermengd met mest, waren zeer geschikt om akkers vruchtbaarder te maken. Het is niet moeilijk voor te stellen, dat het onderliggende zand als gevolg van overbewerking steeds meer vat kreeg op het land. Grote stuifzandgebieden waren het gevolg. Het Hulshorster- en Beekhuizerzand zijn hier overblijfselen van. Om het zand te weren, werden wildwallen aangelegd. Dit zijn wallen van aarde met daarop gevlochten hekwerk of ze werden beplant met doornige planten. De benaming heeft overigens te maken met het tweeledige doel. De wallen beschermden de gewassen tegen het wild dat vrij rondliep op de Veluwe. Bij Elspeet zijn hier nog resten van te vinden. Nederzettingen, buurtschappen en dorpen Elspeet groeide door de eeuwen heen geleidelijk uit tussen en rond de oude verspreid liggende boerderijen op rand van de stuwwal. In de late middeleeuwen werd een kerk gebouwd in Elspeet. De omgeving van de kerk trok bebouwing aan, waardoor het dorp verdichtte. Het dorp groeide niet zoals Nunspeet dat wel deed.
Nunspeet lag strategisch in een gunstiger gebied met verbindingen naar Harderwijk en Elburg. Dit zorgde voor de vestiging van ambachtslieden en herbergen. De dorpskern van Nunspeet valt buiten deze snelle inventarisatie. In grote lijnen valt te vermelden dat het aannemelijk is dat Nunspeet net als Hulshorst en andere plaatsen op de gordel van oude bouwlanden
is ontstaan in de volle middeleeuwen, omstreeks de 12de eeuw. Het oude deel van Nunspeet ligt tussen de Dorpsstraat, Laan, Brinkersweg en Marktstraat. Dit gebied behoorde tot de kerk, die al in het begin van de 14de eeuw werd genoemd in bronnen. Later is de bebouwing gegroeid langs de Dorpsstraat. Het was lange tijd geen grote nederzetting. In 1700 telde Nunspeet ca. zestien huizen. Vierhouten kreeg geen eigen kerk. De nederzetting bleef bestaan uit verspreid liggende agrarische bebouwing.
– is later onderverdeeld in stroken. Uit bronnen is bekend dat de ‘enken’ voor 1500 in gebruik waren. In die tijd schreef men ook over het land op de zoom naar het zand. (RAAP, P. 51). Op de overgang van het cultuurland naar de woeste grond, lag een wildwal. De oude bouwlanden zijn door de eeuwen heen opgehoogd met plaggen, huisafval en mest. Deze laag wordt ook wel ‘bouwlanddek’ genoemd. Bij Nunspeet lag een groot open bouwlandcomplex of ‘enk’. De enk was verdeeld in blokken die weer opgesplitst waren in stroken.
Gordel van oude bouwlanden Aan de rand van het oude hogere zandlandschap, ligt een gordel van oude bouwlanden (enken). De gordel ligt als een lange strook op de noordwestelijke Veluwezoom. Op de gordel liggen Hulshorst en Nunspeet. De strook strekt zich buiten de gemeentegrenzen verder uit richting gemeente Harderwijk en gemeente Elburg. In Hulshorst zijn sporen gevonden van bewoning in de 11de en 12de eeuw. Dit past in de algemene ontstaansgeschiedenis van oude bouwlanden op de rand van hoge zandgronden zoals de Veluwe. De wegen van waar de ingebruikname van het land begon waren de Oudeweg, Harderwijkerweg en Hullerweg. Ten zuiden van deze wegen werden de woeste gronden in stroken verdeeld en ontgonnen. Bij Hulshorst waren de stroken 110 tot 250 meter breed en 400 tot 500 meter lang. Ze werden afgescheiden door houtwallen. De strookvormige bouwlanden worden strookkampen genoemd. Naast de stroken komen ook blokvormige kampen of kavels voor. Ten zuiden van de strookverkaveling ligt de Klarenweg. Daar ligt de scheiding tussen de vroegere huiserven met strookkampen en de enken (grote open bouwlandcomplexen) Een aantal enken – Jan Nukkenenk, Vlakkenenk en Oosterenk
Het lage kustgebied Tussen de voormalige Zuiderzeekust met laagland en de gordel met oude bouwlanden (strookkampen en enken) ligt een tussenzone. Dit ‘slagenlandschap’ ligt op de overgang van nat naar droog gebied. Het type landschap kenmerkt zich door hoevestroken van ca. 600 meter lang en 75 tot 175 meter breed. Bij Hulshorst begint het slagenlandschap ten noorden van de Bovenweg. De achtergrens ligt bij de gegraven waterloop ‘De Slenke’. Het land was zeer waarschijnlijk al in gebruik genomen voordat het systematisch in stroken werd verdeeld. Dit vermoeden is afkomstig van het voorkomen van afwijkende verkavelingen bij oude herengoederen zoals de hofsteden Klarenbeek en Vinkersgoed. De goederen die behoorden tot de hertog van Gelre waren daar al in de volle middeleeuwen (ca. 1250). Het westelijk deel van het slagenlandschap is door blokverkaveling anders van karakter dan het oostelijke deel. Achter de strandwallen van de voormalige Zuiderzee ligt het laagland. In dit gebied komen zowel planmatige blokvormige kavels voor als onregelmatige blokverkaveling. Bij Hulshorst ligt een gebied dat van oudsher gebruikt werd
als broekgebied (Hierderbroek). Uit bronnen is bekend dat dit gebied in 1335 werd verdeeld onder toeziend oog van Harderwijk. Het gebied buiten het broek, kende wat bewoning op de strandwallen, dekzandkoppen of opgeworpen hoogtes (pollen). Een voorbeeld van een nederzetting op hoogten langs de kust is Hoophuizen. Daar lagen de erven Kollert en De Pol. Door het laagland stromen kronkelige beekjes van de Veluwe naar de voormalige Zuiderzee. Aan de rand van de kust komt onregelmatige blokverkaveling voor. In het laagland ligt een zandrug; de zogenaamde Rug van ‘Wessinge’. De rug is vermoedelijk al in de middeleeuwen in gebruik genomen. De rug eindigt bij Bijssel. Bijssel was een bisschoppelijk horig goed, dat behoorde tot het Hof te Averhoff bij Hattem. Het goed wordt in 1424 genoemd in bronnen. Het bestond toen vermoedelijk al geruime tijd. 2.4 IN GROTE LIJNEN Nunspeet bestaat in grote lijnen uit drie gebieden: het lage kustgebied, de overgangszone en het hoge zandgebied. Langs de voormalige kust is het open en vlak. Bewoning is vrij recentelijk. Op de overgangszone bevinden zich van oudsher de oudere bouwlanden met oudere bebouwing. Vermoedelijk is de rand van de Veluwe in gebruik genomen in de volle middeleeuwen (11de – 12de eeuw).
Het hoge zandgebied is het eerst bewoond geraakt, maar door de ontbossing die met het landgebruik gepaard ging, raakte het land bedolven onder stuifzanden en arme heidegronden. Bij Elspeet en Vierhouten liggen restanten van prehistorische bewoning. In grote lijnen kan gezegd worden dat de mens in de loop der eeuwen van hoog naar laag trok. Deze rode draad is door de sporen die mensen in bepaalde perioden achterlieten, te herkennen in het
Augustus 2011 |
Gelders Genootschap
9
landschap. Die sporen hebben Nunspeet karakter gegeven. Perioden of historische lagen waarin belangrijke ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvonden zijn voor Nunspeet: - Prehistorie: grafheuvels en vondsten van bewoning op de hoge zandgronden - Agrarische ontginning in de middeleeuwen: enken/ bouwlanden, hoevestroken - Landgoederen en stuifzanden in de nieuwe tijd (1500-1850) - Ontsluiting en ontwikkeling (1850-1950): productiebossen, spoorweg, straatweg, zorginstellingen, militaire terreinen, recreatie, jonge heideontginning - Schaalvergroting en uitbreiding (20ste eeuw): ruilverkaveling, verdwijnen van houtsingels en houtwallen, intensieve veehouderij, grote stallen, woonwijken. Als de gemeente Nunspeet haar eigenheid wil versterken zal zij zorg moeten dragen voor de waardevolle overblijfselen uit de verschillende ontwikkelingsfasen. Samen vertellen zij een verhaal: het verhaal van oud Nunspeet. Vanuit die wortels kan zij verder groeien naar het Nunspeet van de toekomst.
10
Quickscan cultuurhistorische waarden Nunspeet
Afb. 2.2 Twee grafheuvels aan de Molenbergweg bij Elspeet
Augustus 2011 |
Gelders Genootschap
11
3. TYPE CULTUURLANDSCHAPPEN 3.1 INLEIDING Op grote schaal valt het landschap in gemeente Nunspeet in te delen in het oude kustgebied van de Zuiderzee in het westen, het overgangsgebied van de lage kust naar de hoge Veluwe en het hoge zandgebied van de Veluwe in het oosten. Op kleinere schaal valt het landschap verder onder te verdelen in deellandschappen met eigen karakteristieke kenmerken. Zo bestaat er een zichtbaar verschil tussen de reliëfrijke strandwallen en het vlakke zeepoldergebied, terwijl ze beide onderdeel zijn van het oude kustgebied. In dit hoofdstuk is gestreefd naar een indeling die gebaseerd is op de kenmerken van het gebied die typerend en onderscheidend zijn van andere gebieden. Die typische kenmerken hebben meestal een rol gespeeld in de cultuurhistorie. Het gebruik van het land heeft het gebied vervolgens nog sterker een eigen karakter gegeven. In dit hoofdstuk wordt van elke categorie een omschrijving gegeven. Puntsgewijs volgen de kenmerken waaraan het type landschap te herkennen is. Vervolgens is aangegeven welke specifieke plek in dit gebied waardevol is. Bij de waardering is gelet op herkenbaarheid van het landschapstype, gaafheid, samenhang met de bebouwing, authenticiteit en zeldzaamheid. In andere woorden, is het belangrijk dat op die plek de geschiedenis leesbaar is.
Tenslotte wordt per type kernachtig weergegeven welke de kernkwaliteiten zijn die aandacht verdienen in het ruimtelijke ordeningsbeleid. Het doel hierbij is te komen tot beleid dat landschapsversterkend werkt. Daarmee wordt op lange termijn aan de kwaliteit van de omgeving en de herkenbaarheid van de geschiedenis van de omgeving gewerkt. Hieraan dient te worden toegevoegd dat uitzonderingen op het overheersende beeld vanuit cultuurhistorisch oogpunt lang niet altijd verstorend zijn. Een goed voorbeeld hiervan is een open plek in het bos. Deze kan vanwege zijn geschiedenis van grote cultuurhistorische waarde zijn. Een prominent voorbeeld daarvan is het Soerel. In zulke gevallen is aanvullend (historisch) onderzoek nodig om de cultuurhistorische kwaliteit van deze uitzondering te kunnen beoordelen. Aan de hand van de uitkomsten kan dan bepaald worden of dit ‘uitzonderingsbeeld’ gehandhaafd dient te worden of juist een correctie verdient.
Augustus 2011 |
Gelders Genootschap
13
HET OUDE KUSTGEBIED
Strandwallen
Randmeerkust
OVERGANGSZONE
Slagenlandschap
14
Quickscan cultuurhistorische waarden Nunspeet
Oude bouwlanden-gordel
Dekzandrug –Rug van Wessinge
ZANDGEBIED
Stuifzand
Heide
Oud bos
Oude bouwlanden-enclaves
Jonge heideontginningen
Jong bos
Augustus 2011 |
Gelders Genootschap
15
3.2 HET OUDE KUSTGEBIED Het oude kustgebied bestaat uit strandwallen, zandruggen, landduinen en huispollen in een uitgestrekt open weidegebied.
3.2.1 STRANDWALLEN Plaatsomschrijving De strandwallen zijn een tastbaar overblijfsel van de aanwezigheid van de Zuiderzee. Voorheen bevonden zich langs de kust havens, zoals ook Harderwijk en Elburg Zuiderzeehavens kenden. De bewoners van het kustgebied hadden in het verleden regelmatig te maken met stormschade. Een groot deel van de bevolking van Hoophuizen is om die reden vertrokken. De strandwallen zijn tegenwoordig niet overal zichtbaar. Op een aantal plaatsen is in het verleden de duinenrij zelfs afgegraven in het kader van de werkverschaffing. Met het zand werd nieuw land aangewonnen. Op een aantal plaatsen is een flauwe verhoging en glooiing in het landschap te zien langs het water. Ook aan de droogte bestendige begroeiing is te zien dat de het hier om een kleinschalig duingebied gaat. Overigens is deze vegetatie plaatselijk gecombineerd met begroeiing die voorkwam in de lager gelegen strandvlakte die aan de zee lag. In de 20ste eeuw zijn op de strandwallen campings gevestigd met surfstranden. Op de recreatieterreinen De Oude Pol en Polsmaten zijn nog bouwwerken te vinden die herinneren aan de tijd van strandpaviljoens aan zee. De recreatiebedrijven trokken naar dit gebied rond 1900. Kenmerken Zand Glooiend Duin- en strandvlaktevegetatie.
16
Quickscan cultuurhistorische waarden Nunspeet
Waardevol - Duingebied tussen Bad Hoophuizen en De Oude Pol aan het einde van de Bredeweg. Het is waardevol omdat het zeldzame sporen bevat van de tijd dat Nunspeet aan zee lag. Daarbij gaat het om bouwwerken, maar ook om de landschappelijke ligging op oude strandwallen. De historie is onderdeel van een periode waarin de zee aantrekkingskracht uitoefende op de bevolking vanwege handel en recreatie. Conclusie/ toetsingscriteria - Handhaven uiterlijke verschijningsvorm, inclusief open karakter - Bij natuurontwikkeling inzetten op duin- en strandvegetatie - Geen zandwinning toestaan (handhaven duinen) - Streven naar morfologisch contrast met de directe omgeving (randmeerkust) - Door de relatieve openheid van dit gebied heeft erfbeplanting een grote invloed op de beleving en kwaliteit van de omgeving Deze verdient dan ook zorgvuldige aanpak middels een voor de locatie op maat gemaakt advies Egalisatie niet toegestaan.
STRANDWALLEN
Afb. Een lichte verhoging aan de uiterste westkust van het laagland duidt op de aanwezigheid van strandwallen.
Afb. Voormalige Zuiderzeekust met strandwallen. Nu voornamelijk gekenmerkt door recreatieparken.
Afb. Struiken verhullen een ondergrond bestaande uit strandwallen, in tegenstelling tot het laagland dat bestaat uit veen en klei.
Augustus 2011 |
Gelders Genootschap
17
3.2.2 RANDMEERKUST Plaatsomschrijving Met laagland wordt het gebied aangeduid tussen strandwallen en het overgangsgebied met bouwlanden. Dit vlakke en weidse gebied stond eeuwenlang onder invloed van de Zuiderzee. Het ligt relatief laag en de ondergrond bevat veen, zand en klei/ zavel. Veen is niet in die omvang aanwezig geweest dat het voor turfwinning werd afgestoken. Het meeste veen is door ontwatering verdroogd en verdwenen. Door dit laagland, stromen kronkelige beken die van de hogere zandgronden naar de voormalige Zuiderzee stromen. Sloten hebben de afwatering op kleiner niveau verbeterd. Het laagland is langdurig in gebruik als grasland. Tot 1830 woonden er vrijwel geen mensen, waarschijnlijk vanwege de drassigheid. In het zuidwesten komt planmatige blokverkaveling voor. Meer naar het noordwesten komt onregelmatige blokverkaveling voor, die kenmerkend is voor kustgebieden. Kenmerkend voor dit gebied zijn de oude wegen die van de hogere zandgronden en bouwlanden in het oosten naar de voormalige Zuiderzee lopen. Deze wegen verbonden de lage weidegebieden met de bewoning langs de bouwlanden. Ze worden ook wel aangeduid met hooiwegen of ‘stegen’. Voorbeelden zijn de Beekweg, Bredeweg, Killenbeekweg, Vreeweg en Varelseweg. Behalve ‘hooiweg’, functioneerde de wegen ook als ontginningsas. Bebouwing in het laagland is te vinden aan deze wegen. Een ander kenmerk is de openheid.
Er was een periode waarin houtwallen langs de perceelsgrenzen, het gebied een halfopen aanblik gaf. Resten van deze houtwallen zijn nog te vinden in het laagland. Cultuurhistorisch gezien zijn houtwallen voornamelijk een verschijnsel uit de
18
Quickscan cultuurhistorische waarden Nunspeet
18de, 19de en 20ste eeuw. In de tijden daarvoor was het land waarschijnlijk open en/ of begroeid met broekbos. Hakhoutbossen zijn nog aanwezig in het gebied, bijvoorbeeld aan de zuidwestzijde. Opvallend is de hoge Rug van Wessinge. Deze zandrug slingert van oost naar west door het laagland, ten noorden van Nunspeet. Kenmerken - Langs de kust komt oudere onregelmatige blokvormige verkaveling voor. \ - Wat verder van de kust af komt planmatige regelmatige verkaveling voor haaks op de beeklopen - Kronkelige oost-west stromende beken - Rechte sloten - Oost-west georiënteerde wegen tussen laagland en hoogland - Zandrug ‘Rug van Wessinge’ ligt zichtbaar hoog en slingerend in het laagland - Weidegebied, groen en open Restanten van houtsingels en hakhoutbossen. Waardevol - Omgeving Bredeweg, Varelseweg, Killenbeekweg. Hier is de openheid goed te ervaren. Een aantal restanten van houtsingels herinnert aan de periode waarin singels de perceelsgrenzen aangaven. De oost-west gerichte wegen van het hoog- naar laagland liggen hier herkenbaar in het landschap. Conclusie/ toetsingscriteria - Streven naar behoud en versterking van open karakter - Nieuwe wegen en waterlopen dienen zich in de bestaande verkavelingsstructuur te voegen en het karakter daarvan te versterken
- Alle vormen van rationalisatie van natuurlijke waterlopen dienen terughoudend te worden aangepakt - Vanaf de weg zouden verticale objecten, elementen of structuren het contact met en de doorzichten richting de kust, de Rug van Wessinge en/of de strandwallen niet mogen verstoren - Houtwallen kunnen alleen verplaatst worden indien zij het karakter van dit gebied versterken. Dat is een lastige opgave - Door de openheid van dit gebied heeft erfbeplanting een grote invloed op de beleving en kwaliteit van de omgeving. Deze verdient dan ook zorgvuldige aanpak middels een voor de locatie op maat gemaakt advies - Eventuele bebouwing concentreren aan de hooiwegen, maar deze zeker niet ‘dichtzetten’.
LAAGLAND
Afb. Van hoog naar laag en oost naar west gerichte wegen, richting het water.
Afb. Verkaveling haaks op de beeklopen.
Afb. Aan de niet rechte greppel is te zien dat hier onregelmatige blokverkaveling voorkomt.
Afb. Onregelmatige blokverkaveling in het laagland.
Augustus 2011 |
Gelders Genootschap
19
3.2.3 DEKZANDRUG – RUG VAN WESSINGE Plaatsomschrijving De zandrug ‘Rug van Wessinge’ ligt ten noorden van de gordel van bouwlanden waar Nunspeet op ligt. De rug komt bij Oosteinde de gemeente Nunspeet binnen en verloopt slingerend langs de Molenbeek naar Hooge Bijssel. Vanuit het laagland is te zien dat bij Bijssel een verhoging begint. Over de rug loopt een oude weg met oude boerderijen. Kenmerken Verhoging in het landschap - Slingerende oude weg (Kolmansweg en Bovenweg) over de zandrug, begeleid door de Molenbeek - Oude boerderijen staan op de rug of aan de randen van de rug - Van oudsher liggen bouwlanden op de rug, tegenwoordig zijn dit veelal weilanden - Molen De Duif. De molen was oorspronkelijk een korenmolen, die bekend stond onder de naam ‘Vaelhorstermolen’. De hoogte waarop de molen staat heet Veelhorst.
20
Quickscan cultuurhistorische waarden Nunspeet
Waardevol - De Bovenweg behoort tot de oudste wegen in Nunspeet. Langs deze weg kwam in de middeleeuwen de ontginning van het laagland en de overgangszone op gang. In de omgeving van de Bovenweg ten oosten van Nunspeet is duidelijk te zien dat langs de weg hoog bouwland ligt. Deze enk grond is ooit opgehoogd met mest en heideplaggen uit potstallen. De oude agrarische bebouwing staat in samenhang met de enk aan de randen. De bebouwing staat - in tegenstelling tot jonge bebouwing - niet in een rechte lijn, maar volgt de natuurlijke (cultuur)landschappelijke situatie. Boerderijen staan met de deelzijde naar de enk. Via paden zijn de boerderijen met elkaar verbonden. Conclusie/ toetsingscriteria Ruimtelijk handelen op of aan de flanken van de rug moet erop gericht zijn de herkenbaarheid ervan te versterken (een ‘eiland’ in zee) - Vanuit het oogpunt van landschap en cultuurhistorie is ontgronding, afgraven of egaliseren dan ook ongewenst - Beplanting en wegen en de inrichting daarvan dienen zich in de context van een langgerekte rug in een open landschap te voegen - Door de prominente ligging in het landschap van de rug heeft erfbeplanting een grote invloed op de beleving en kwaliteit van de omgeving. Deze verdient dan ook zorgvuldige aanpak middels een voor de locatie op maat gemaakt advies - Zeer terughoudend met bebouwing op de Oude Enk.
OUDE BOUWLANDEN-RUG VAN WESSINGE
Afb. Bewoning op wat hogere plaatsen in het landschap
Afb. Google Earth. Vanuit de lucht is het slingerende patroon van de zandrug te herkennen.
Afb. Hier bij de Bovenweg ten oosten van Nunspeet, is de opgehoogde akker goed te zien.
Afb. Kaart uit ca. 1900 met daarop het laagland langs de oude kust en de slingerend zandrug van Wessinge langs de Bijsselse Beek. Aan de witte vlakken is te zien dat op de rug bouwlanden liggen, in tegenstelling tot de graslanden in de omgeving. De oude bebouwing is te vinden op de zandrug, maar ook bij De Pol.
Afb. Oude bouwlanden - Rug van Wessinge, met aan de randen oude boerderijen.
Augustus 2011 |
Gelders Genootschap
21
3.3 OVERGANGSZONE In de zone tussen laag- en hoogland ligt het slagenlandschap en de gordel van oude bouwlanden. De oude bouwlanden zijn weer onder te verdelen in strookkampen, blokkampen en enken. 3.3.1 TUSSENZONE Plaatsomschrijving Tussen het lage kustland en de oude bouwlanden ligt een zone waarin hoevestroken voorkomen. Dit type landschap wordt ook wel ‘slagenlandschap’ genoemd. In dit gebied komen cultuurhistorische ‘Herengoederen’ voor. Dit waren boerderijen die door belangrijke lieden verpacht werden aan boeren. De Bovenweg die door dit gebied loopt is cultuurhistorisch interessant. De weg was de as waarlangs de oude ontginningen plaatsvonden. Een andere opvallende lijn in dit landschap is de Zuiderzeestraatweg. Deze weg volgt voor een groot deel wegen die daar voor de aanleg van de 19de eeuwse straatweg al lagen. De verbinding zorgde er samen met de aanleg van de spoorweg voor dat Nunspeet in de 19de en 20ste eeuw beter bereikbaar werd. Nunspeet werd vanaf die tijd interessant voor zorginstellingen. Dit kwam niet alleen door de betere bereikbaarheid, maar ook vanwege de toen heersende gedachte dat bos- en zeelucht zuiverend werkte. Het gebied had vanwege de zee en de heide ook een aantrekkingskracht op toeristen. Langs de Zuiderzeestraatweg staat een groot aantal 19de en begin 20ste eeuwse boerderijen.
De oude hoevestroken liggen met name ten noorden van deze hoofdverbinding. Zowel de Bovenweg als de Zuiderzeestraatweg zijn in dit gebied van belang geweest voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nunspeet.
22
Quickscan cultuurhistorische waarden Nunspeet
Kenmerken - De Bovenweg ligt en een Laat-Middeleeuws slagenlandschap met langgerekte hoevestroken, haaks georiënteerd op de 19de eeuwse Zuiderzeestraatweg - Landgoed Hulshorst op voormalig erf Hulshorst. De buitenplaats is aangelegd in de 17de of 18de eeuw, als buitenverblijf van belangrijke lieden uit de stad Harderwijk. Bij het huis was een stervormig bos aangelegd - Tussen de Hierderbeek en het kruispunt van de Oudeweg en Harderwijkerweg waren de hoevestroken breder en minder planmatig dan elders in het slagenlandschap - Landgoed Groeneveld. Dit is een vrij jonge buitenplaats, ontstaan rond 1840 - In de 19de eeuw en begin 20ste eeuw kwamen hier veel houtsingels voor. Tegenwoordig zijn nog enkele restanten te herkennen Hoogstamboomgaarden, oude erven en historische boerentuinen. Waardevol - Landgoederen. Zij herinneren aan de landadel die hier invloed uitoefende op de ruimte. Niet alleen door de pachtboerderijen en bijbehorende ontginningen, maar ook vanwege de aanleg van de landgoederen. - Bovenweg en Zuiderzeestraatweg als belangrijke ontwikkelingsassen De Bovenweg is gerelateerd aan de oude agrarische ontginning. De Zuiderzeestraatweg was van positieve invloed op de ontwikkeling van Nunspeet als aantrekkelijk gebied voor toeristen en zorgbehoevenden vanaf de 19de eeuw - Hoevestroken. De langgerekte percelen met bebouwing aan de ontginningsassen vertellen
het verhaal van de agrarische ontginning vanaf de 13de eeuw - Zichtlijnen vanaf de ontginningswegen naar het laagland en naar de andere zijde; het hogere bouwland. Conclusie/ toetsingscriteria - Behouden en versterken houtwallen, zonder het landschap dicht te zetten - Behouden en versterken kenmerken en kwaliteiten landgoederenlandschap. Sleutelbegrippen zijn hierbij variatie op alle schaalniveaus en menging van functies zonder dat de ruimtelijke samenhang gevaar loopt - (agrarische) rationalisatie van het landschap dient zich binnen de bestaande structuur te voegen - Zichtlijnen richting en vanaf de Zuiderzeestraatweg dienen in stand gehouden te worden - Door de smalle langgerekte vorm van dit gebied en de relatie (functioneel en visueel) met andere landschapstypen heeft erfbeplanting een grote invloed op de beleving en kwaliteit van de omgeving. Deze verdient dan ook zorgvuldige aanpak middels een voor de locatie op maat gemaakt advies.
TUSSENZONE
Afb. Kaart van omstreeks 1900. Tussen de gordel met bouwlanden langs de Zuiderzeestraatweg en het open kustlandschap, ligt een zone met langwerpige kavels. Dit zijn de hoevestroken. Samen vormen zij het ‘slagenlandschap’. Opvallend in dit kaartbeeld is de overwegend noordoost/zuidwestelijke (dus haaks op de wegen lopende) richting van de percelen
Augustus 2011 |
Gelders Genootschap
23
3.3.2 OUDE BOUWLANDEN Plaatsomschrijving De gordel van oude bouwlanden is te vinden op de overgang van hoog naar laag. Hier bevonden zich de akkers. Zij werden opgehoogd met mest, heideplaggen en heidestrooisel. De overgangszone was een praktische plek voor het aanleggen van akkerland. Aan de zuidzijde kon men het bos en de heide bereiken en aan de noordzijde lagen wegen richting het grasland en de kust. Het bouwland was, economisch gezien, de belangrijkste grond. Binnen de gordel zijn kleine verschillen waar te nemen in de kavelstructuren. Er waren grote open enken, waar meerdere eigenaren gebruik van maakten, maar er waren ook strookvormige en blokvormige kampen die bij een erf hoorden. Als kavelscheiding werden houtwallen aangelegd. Ter bescherming van de gewassen tegen wild, werd een wildwal aangelegd aan de bosrand. Aan de randen van de bouwlanden stonden de boerderijen. Kenmerken - Open bouwlandcomplex bij Hulshorst aan de rand van de Veluwezoom - Hulshorst was een buurschap van enkele boerderijen aan de bouwlanden. Het groeide in de 20ste eeuw uit tot een dorp. Het heeft pas sinds 1950 een eigen (hervormde) kapel - Restanten van de wildwal aan de bosrand van de Vlakkenenk (Hulshorster enk) - Oude boerderijen, sommige zelfs met een oorsprong in de middeleeuwen toen hier herengoederen voorkwamen - Station Hulshorst als relict van de halte Hulshorst.
24
Quickscan cultuurhistorische waarden Nunspeet
Waardevol - Hulshorster enk. Van de gehele gordel aan bouwlanden is de enk bij Hulshorst het meest gaaf gebleven. Andere gebieden zijn in de afgelopen eeuw bebouwd geraakt De Hulshorster enk, bestaande uit meerdere oude enken, vormt daarom een herkenbare verwijzing naar de ontstaansgeschiedenis van gemeente Nunspeet. Hier is het gebied nog open. De openheid wordt geaccentueerd door de bebouwing aan de randen. Aan de zuidzijde is duidelijk te zien waar het bos- en heidegebied begint. De verkaveling vertoont de sporen van de verdeling van de enk. Dit ging vaak gepaard met erfdeling - Zichtlijnen vanaf de Zuiderzeestraatweg naar het laagland en/ of naar de oude bouwlanden en hoge zandgronden. Conclusie/ toetsingscriteria - Behoud reliëf en morfologie Handhaaf of versterk de relatie tussen omliggende boerderijen en bouwland (ongeacht de functionele relatie tussen beide) - Op de bouwlanden is geen ruimte voor nieuwe verticale elementen (inclusief bebouwing) en waterwegen. Met de aanleg van paden en wegen dient zeer terughoudend om te worden gegaan - Handhaaf bestaande houtwallen, ga terughoudend om met het plaatsen van nieuwe - Streef bij landschapverandering naar een zeer duidelijk herkenbaar contrast tussen bos(rand) en bouwland
- Door grote landschappelijke afwisseling op korte afstanden in dit gebied heeft erfbeplanting een grote invloed op de beleving en kwaliteit van de omgeving. Deze verdient dan ook zorgvuldige aanpak middels een voor de locatie op maat gemaakt advies.
OUDE BOUWLANDEN GORDEL
Afb. Hulshorster enk.
Afb. Tussen het lage grasland (noordwest) en het hoge zandlandschap (zuidoost), ligt de gordel van oude bouwlanden (enken of kampen). Bij Hulshorst is een grote enk te zien die deels is opgesplitst in stroken. Bewoning vond plaats aan de randen van de enken. Op deze kaart van omstreeks 1900 is slechts een deel te zien van een lange gordel op de westelijke rand van Veluwe.
Afb. Google Earth Afb. Op de kaart van De Man van omstreeks 1800 zijn de verschillen tussen het woeste heidegebied (onder), de bouwlandgordel (midden) en de zuidzijde van het slagenlandschap (boven) duidelijk zichtbaar.
Augustus 2011 |
Gelders Genootschap
25
3.4 HET ZANDGEBIED Het zandgebied van Nunspeet bestaat uit stuifzanden, heidevelden, enclaves van oude bouwlanden, oude en jonge bossen en jonge heideontginningen. 3.4.1 Stuifzand Plaatsomschrijving De stuifzanden die tegenwoordig zo gewaardeerd worden door recreanten, waren eeuwenlang een vijand voor de lokale bewoners. Het kappen van bos zorgde voor grote lege heidevelden. Door overbegrazing kreeg het zand vrij spel. Dit moet vrij hevig zijn geweest, want in historische publicaties wordt geschreven over verstoven en verplaatste dorpen. Men ging het zand te lijf door houtwallen aan te leggen. Later is men overgegaan tot bosbouw. Op kaarten uit de 19de en begin 20ste eeuw is te zien dat in Nunspeet grote stuifzanden lagen, bijvoorbeeld het Hulshorsterzand, op de Oosteindse heide en de Vierhouter heide. Kenmerken Kaal Zand Kaal gewaaide en scheefgegroeide bomen. Waardevol - Hulshorsterzand. Hier bevindt zich een van de weinig overgebleven stuifzanden die ooit zo talrijk waren in Nunspeet. Voorheen werd het stuifzand gezien als een negatief verschijnsel van het landgebruik in het verleden. Tegenwoordig is een stuifzandgebied niet alleen zeldzaam, maar het heeft ook een grote aantrekkingskracht op toeristen die genieten
26
Quickscan cultuurhistorische waarden Nunspeet
van de natuur, openheid, rust en ruigheid. Daarnaast is het stuifzand cultuurhistorisch gezien een belangrijk onderdeel van het cultuurhistorisch verhaal van Nunspeet. Het herinnert aan de tijden waarin de heide ontbost en begraasd werd. Conclusie/ toetsingscriteria - Dit gebied is reeds beschermd. Er is hier geen ruimte voor ruimtelijke ontwikkelingen - Ingrepen in het kader van natuurbehoud en -ontwikkeling zouden gericht moeten zijn op de strijd en samenwerking tussen mens en zand en deze inzichtelijk moeten maken - Beheer moet actief gericht zijn op behoud stuifzanden.
STUIFZAND
Afb. Hulshorster zand 2011.
Afb. Hulshorster zand vanuit de lucht (Google Earth, 2011).
Afb. Kaal gewaaide bomen op het Hulshorster zand.
Afb. Het Hulshorster zand was rond 1900 veel groter dan tegenwoordig.
Augustus 2011 |
Gelders Genootschap
27
3.4.2 HEIDE Plaatsomschrijving Kenmerkend voor Nunspeet zijn de uitgestrekte heidevelden. Ze zijn het resultaat van het agrarisch gebruik van de zandgronden vanaf de vroege middeleeuwen tot in de 20ste eeuw. De heide is ontstaan door ontbossing ten behoeve van brandhout, akkerland en bouwmateriaal. Na het verdwijnen van de bomen, zijn de heidevelden gebruikt voor het weiden van schapen. Dit gebruik is nog te herkennen aan de veedriften die over de heide gaan en de schaapskooien die er in grote getalen voorkwamen. Enkele schaapskooien zijn te vinden bij Elspeet. In de schaapskooien verzamelde men mest dat weer werd gebruikt om de bouwlanden te bemesten. Op die manier werd het heidelandschap kaler en de bouwlanden werden hoger en boller. Kenmerken - Vergezichten van lichtglooiende open landschappen met heide - Rust en stilte Grafheuvels - Veedriften, karresporen, oude verbindingswegen Onverharde wegen, fietspaden en ruiterpaden. Waardevol Elspeetse heide aan weerskanten van de weg Nunspeet-Elspeet Noorderheide Schotkamp Westeindse heide.
28
Quickscan cultuurhistorische waarden Nunspeet
Conclusie/ toetsingscriteria - Ruimtelijke initiatieven moeten zich logisch in dit voornamelijk historische landschap voegen - Sta hier weinig anders toe dan het zo verantwoord mogelijk onderhouden van het landschap - Beheer dient gericht te zijn op het in standhouden van grootschalige heidegronden. Bebossing en natuurlijke ontwikkeling van opgaande beplanting moet worden voorkomen.
HEIDE
Afb. Elspeetse heide; vergezichten met onverharde voeten ruiterpaden en verharde fietspaden
Afb. De Elspeetse heide was omstreeks 1900 een groot leeg gebied ten noorden van Elspeet. Veedriften leiden vanuit het noordwesten van Elspeet naar de heide.
Afb. Schapendrift
Afb. Vierhouten
Augustus 2011 |
Gelders Genootschap
29
3.4.3 OUDE BOUWLANDEN-ENCLAVES Midden in het zandgebied liggen de agrarische enclaves Elspeet en Vierhouten. Vermoedelijk zijn beide dorpen ontstaan uit de prehistorische bewoning langs oude beekdalen. Toen mensen akkers gingen aanleggen, trokken zij naar gebieden die wat hoger lagen. Zowel Elspeet als Vierhouten liggen op de flank van stuwwallen. Hier zijn bouwlanden tegen elkaar aangelegd en later uitgebreid. De inwoners gebruikten het oude bos voor het winnen van hakhout. De heide was te gebruiken als weidegrond voor de schapen. De drie landschapstypen liggen bij beide enclaves zichtbaar in het landschap. De bouwlanden zijn echter niet overal meer in gebruik als akker. De bouwlanden worden gebruikt als weide of ze zijn bebouwd geraakt. Aan de randen van de enclaves Vierhouten en Elspeet stonden schaapskooien. In verband hiermee zijn nog tracés te herkennen van oude veedriften. Deze lopen van de nederzettingen naar de open heidevelden. Een voorbeeld is de Schapendrift in het noordwesten van Elspeet. Zowel Vierhouten als Elspeet breidden in de 19de eeuw uit. In Elspeet is dit goed te zien op oude kaarten. Aan de west- en zuidwestzijde zijn de Grote en Kleine kolonie ontgonnen. Dit gebied komt ter sprake bij de jonge heideontginningen. Overigens hebben jonge ontginningen niet alleen betrekking op landbouwgrond, maar ook op productiebos.
Het jonge productiebos komt in de categorie ‘jong bos’ aan de orde.
30
Quickscan cultuurhistorische waarden Nunspeet
Kenmerken - Schaapskooien en veedriften aan de randen van de bouwlanden - Liggen beide tegen oude bossen aan; Elspeterbos en Vierhouterbos - In de nabijheid van prehistorische grafheuvels - Oude verbindingswegen komen samen in de enclaves - Oude boerderijen van het Veluwse type; hallehuizen met rieten zadeldaken met wolfeind en lage goten. Ze lijken gestrooid en verspreid in het dorp te staan, soms dicht op de weg, soms verderaf. Conclusie/ toetsingscriteria - Respecteer de open ruimte tussen dorp en bos. Sta hier geen of zeer transparante verticale elementen toe - Plaats de aanleg van nieuwe en de rationalisatie van bestaande wegen en waterlopen in historisch context door deze nauw te laten aansluiten op het natuurlijk reliëf. Verlang een onderbouwing op dit vlak - Borg een helder contrast tussen bouwland en bosrand - (Veranderen van) Erfbeplanting is goed mogelijk, mits de nieuwe situatie zich goed in het karakter voegt. Een voor deze locatie op maat gemaakt plan is daarbij van grote waarde.