Bijlage Raadsinformatiebrief Inclusief Groep rapport onderzoek toekomstbestendigheid IG
Tekst van het document
Ook worden de creatieve oplossingen met het oog op een efficiënte uitvoering, binnen de kaders van het gekozen scenario in deze fase concreet gemaakt. Dit noemen we het bedrijfsplan. Het bedrijfsplan wordt door de gemeenten vastgesteld en geldt als een onomkeerbaar besluit. Na vaststelling van het bedrijfsplan vindt de implementatiefase plaats. Hoe de implementatiefase eruit ziet is afhankelijk van de keuzes die zijn gemaakt in het bedrijfsplan. De afspraken in het
46/64
bedrijfsplan worden concreet uitgewerkt in verschillende uitvoeringsplannen. De uitvoeringsplannen vormen de basis voor de uitvoering en implementatie voor de betrokken uitvoeringsmanagers. Ons advies is om de intentionele fase af te sluiten met het besluit dat gestart wordt met de strategische fase, waarin de hiervoor genoemde scenario’s verder worden uitgewerkt en gekomen wordt tot één voorkeursscenario. Ten behoeve van de strategie-fase wordt aan de gezamenlijke bestuurders gevraagd om zoveel mogelijk richting en houvast te geven.
5.5
Intentionele fase
Ons advies is om de intentionele fase af te sluiten met een besluit over de te hanteren uitgangspunten en nader uit te werken scenario’s. Daartoe grijpen we terug op de brede infrastructuur, zoals hiervoor reeds besproken.
E. Uitstroom naar regulier werk
D. Werkgversbenadering: - Advies -Netwerken F. Aan de slag met LKS e/o begeleiding bij reguliere werkgever
A. Vinden, herkennen en diagnose van kandidaten, waaronder poortwachter
B. Ontwikkelen werknemersvaardigheden: startklaar maken van mensen
C. Matching
G. Dienstverlening aan mensen zonder indicatie beschut, nog niet in dienst bij reguliere werkgever
J. Wsw
H. Aan de slag op een beschutte werkplek
I. Sociale activiering
Hierna formuleren wij eerst de set uitgangspunten. Daarna gaan wij dieper in op de uit te werken scenario’s.
5.5.1
Algemene uitgangspunten
Voor de strategiefase adviseren wij de deelnemende gemeenten om zich te committeren aan een aantal uitgangspunten. Op basis van ons onderzoek komen wij tot de volgende uitgangspunten: •
Voor een goed functionerende arbeidsmarkt moeten voor het aan de slag helpen van mensen die het zelf niet redden, de functionaliteiten A tot en met I in onderlinge samenhang worden uitgevoerd.
47/64
•
Gemeenten zitten in verschillende arbeidsmarktregio’s. Het te kiezen scenario sluit aan bij de keuzes die gemeenten maken in de eigen arbeidsmarktregio.
•
Naast de keuze voor een scenario, moeten (nadere) maatregelen genomen worden om de financiële knelpunten uit de evaluatie op te lossen. Het gaat onder meer om de kosten van beschut werk en de groep zonder indicatie beschut die (nog) niet bij reguliere werkgevers aan de slag komt.
•
IG moet met het veranderen van de doelgroep een transitie door om op de lange termijn te voldoen aan de eisen die vanuit de Participatiewet aan beleid en uitvoering worden gesteld. De best passende oplossing voor de inwoners is leidend.
•
Gemeenten willen de Wsw blijven laten uitvoeren door IG.
•
De deelnemende gemeenten willen (tenminste delen van) de Participatiewet ook in de toekomst door IG laten uitvoeren.
•
Het huidige cafetariamodel is geen houdbaar model voor de toekomst van IG.
•
Voor een gezonde en houdbare toekomst van IG is er een duidelijke en meerjarige, gezamenlijke opdracht van (tenminste een substantieel deel van) de deelnemende gemeenten nodig, waaronder de bijbehorende financiering.
•
Mensen worden zo snel en zo regulier mogelijk aan de slag geholpen.
Hierna geven we een eerste, nadere uitwerking van de scenario’s die wij hebben opgemaakt na ons onderzoek.
5.5.2
Scenario 1: Werkbedrijf voor beschutte arbeid
Deze variant betekent dat IG toegroeit naar een bedrijf voor beschutte arbeid. De Wsw bouwt af naar uiteindelijk nul. Daarnaast realiseert IG werkplekken voor mensen met een indicatie beschut werk. De kerntaak van IG is gericht op werkvoorzieningschap. De aandeelhoudende gemeenten leggen deze opdracht exclusief neer bij IG. IG heeft in de regio de exclusieve verantwoordelijkheid voor de functionaliteiten H en J. Gemeenten en IG maken meerjarige, gemeenschappelijke afspraken over de financiering. In deze variant committeren gemeenten zich eraan dat het werkgenot van de medewerkers vanuit de doelgroep (Wsw, Participatiewet, beschut werk) op voldoende niveau blijft. Voordelen van dit scenario: •
IG heeft een duidelijke afgebakende opdracht en een duidelijk afgebakende doelgroep. De organisatie en de medewerkers weten waar ze aan toe zijn.
•
IG kan zich focussen op één duidelijke taak en zich hierin specialiseren.
•
Het gaat hier om een lage variant, waarop – schatten wij in – tenminste alle thans deelnemende gemeenten elkaar kunnen vinden.
•
IG en de medewerkers (waaronder de mensen uit de doelgroep) weten waar ze aan toe zijn.
Nadelen van dit scenario: •
IG moet flink krimpen, waardoor waardevolle infrastructuur verloren gaat. Gemeenten hebben daardoor minder infrastructuur beschikbaar om mensen – vanuit welke doelgroepen of regeling dan ook – snel te kunnen opvangen in een werkomgeving.
•
Krimp kost geld. Naast de krimp moet elders nieuwe infrastructuur worden opgebouwd voor de nieuwe, groeiende doelgroep.
•
Schaal-, synergie- en scopevoordelen20 worden minder.
Scopevoordelen zijn voordelen die ontstaan doordat voorzieningen uit de kerntaak kunnen worden ingezet voor andere voorzieningen, zoals leerwerktrajecten, stages voor scholieren, inburgeringstrajecten, trajecten voor gedetineerden en dergelijke. 20
48/64
•
De taken die IG niet meer uitvoert, moeten de gemeenten voortaan zelf uitvoeren.
Illustratie van mogelijke financiële effecten Voor het inschatten van de financiële bijdrage van gemeenten aan IG in dit scenario maken we een indicatieve berekening, op basis van de gemiddelde bedragen. We kiezen willekeurig één gemeente. De bedragen zijn niet per se gelijk aan de werkelijk betaalde bedragen door Elburg. Het indicatieve beeld voor Elburg kan er als volgt uitzien: Aantal Wsw Beschut werk LKS-bij Re-integratie
2022 100 7 14 98
2023 92 9 16 70
2024 89 12 15 0
2025 81 14 14 0
2026 79 17 13 0
2027 73 20 12 0
2028 67 23 11 0
Struct 0 48 0 0
x€1.000,Wsw Beschut werk LKS-bij Re-integratie Krimp Totaal
2022 3.086 57 18 193 0 3.354
2023 3.138 74 16 137 0 3.365
2024 3.011 135 158 0 90 3.394
2025 2.840 167 147 0 90 3.244
2026 2.829 198 137 0 90 3.254
2027 2.701 230 127 0 90 3.148
2028 2.309 261 117 0 90 2.777
Struct 0 550 0 0 90 640
Toelichting: •
De Wsw blijft uitgevoerd worden tegen de huidige afspraken. De rijksbijdrage wordt vergoed aan IG. Er zijn geen financiële gevolgen. De bijdrage gaat elk jaar omlaag in verband met de krimp van de doelgroep Wsw.
•
Gemeenten brengen in dit scenario beschut werk onder bij IG. Het aantal groeit toe naar de taakstelling in 2008 en blijft vervolgens op taakstellingsniveau. Gemeenten betalen vanaf 2024 een bedrag aan IG gelijk aan de benchmark. Dat is € 11.500,- per persoon. Nu wordt circa € 8.100,- per persoon betaald. Het aantal mensen op een beschutte werkplek voor gemeente Elburg groeit toe van 7 in 2022 naar 23 in 2028 en 48 in de structurele situatie. De loonkostensubsidie staat niet in het bovenstaand beeld.
•
LKS-bij wordt afgebouwd. We gaan ervan uit dat de mensen die nu een dienstbetrekking hebben niet ontslagen worden en terug gaan naar de gemeenten. Maar, er komen geen nieuwe kandidaten anders dan beschut bij op een dienstbetrekking. We veronderstellen dat de afbouw gelijk is aan de afbouw Wsw. Vanaf 2024 betalen gemeenten per kandidaat het bedrag in de benchmark voor begeleiding. Dat is € 10.500,- per persoon per jaar. De gemiddelde vergoeding voor begeleiding is nu rond € 1.000,- per persoon per jaar. Daarom gaat de bijdrage in 2024 aan IG omhoog. De loonkostensubsidie staat niet in het bovenstaand beeld.
•
Gemeenten laten vanaf 2024 geen re-integratietrajecten meer uitvoeren bij IG. De bestedingen zijn vanaf dat jaar gelijk aan nul.
•
Krimp: Het aantal mensen in dienst bij IG wordt elk jaar kleiner. Eerdere berekeningen van Cedris lieten zien dat rekening gehouden moet worden met een kostenpost van € 30.000,- per plek waarmee het bedrijf krimpt. Uitgaand van de krimp van het aantal mensen met een dienstbetrekking uit Elburg, in deze variant, gaan we uit van een betaling van Elburg aan IG van € 90.000,- per jaar.
In deze variant wordt de re-integratie die nu door IG wordt uitgevoerd, vanaf 2024 elders uitgevoerd. Dat betekent dat de vergoeding aan IG omlaag gaat naar nul, maar afhankelijk van de keuzes van de gemeente, kunnen de kosten naar elders verplaatst worden. Indien de gemeente ervoor kiest om mensen zonder indicatie beschut die nog niet bij reguliere werkgevers aan de slag kunnen, elders een dienstbetrekking aan te bieden, dan worden de kosten
49/64
die voorheen bij IG werden gemaakt, verschoven naar een andere partij. In dat geval verdwijnen de kosten niet.
5.5.3
Scenario 2: Geïntegreerd werkbedrijf
In deze variant is IG verantwoordelijk voor de gehele infrastructuur voor de werk- en reintegratietaken in het kader van de Participatiewet. Het gaat om alle functionaliteiten van A tot en met I. Ten aanzien van functionaliteit A kunnen IG en gemeenten afspreken om gezamenlijk de triage uit te voeren. Onderdeel van de opdracht is dat in de uitvoering couleur locale zichtbaar is en dat uitvoering waar mogelijk lokaal plaatsvindt. In deze variant gaan we ervan uit dat de reintegratieafdelingen/teams van gemeenten en/of Meerinzicht worden overgeheveld naar IG. Op basis van de gesprekken die wij voerden met de gemeenten gaan we ervan uit dat deze variant voor tenminste een deel van de gemeenten te ver gaat. Voor een verder uit te werken scenario 2, is het denkbaar dat een kerngroep van gemeenten kiest voor een geïntegreerd werkbedrijf en dat een perifere groep kiest voor inkoop op basis van een DVO bij het geïntegreerde werkbedrijf, bijvoorbeeld voor beschut werk. Als gemeenten uittreden uit een samenwerkingsverband, zien we dat de uittredende gemeenten vaak een vergoeding betalen, bijvoorbeeld, samenhangend met de uittreding of de risico’s die achterblijven in het samenwerkingsverband. Hier worden op basis van overleg/onderhandeling afspraken over gemaakt. Voordelen: •
De afstemproblemen die nu bestaan tussen sociale dienst en IG zullen in deze variant een stuk minder zijn. Er is een integrale benadering mogelijk.
•
Eén organisatie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de gehele infrastructuur. Bestuurders spreken hier één ‘ambtelijk’ eindverantwoordelijke (de directeur van IG) op aan.
•
Gemeenten die deelnemen aan het integrale deel poolen de risico’s van het alleen zelf uitvoeren van de taken. Gedacht kan worden aan het vinden van goed personeel in een steeds krappere arbeidsmarkt.
•
Gemeenten die kiezen voor integraliteit profiteren van schaal- en scopevoordelen.
•
Eén duidelijk en gezagvol aanspreekpunt in de regio voor met name onderwijsinstellingen, UWV en werkgevers.
•
Voor de kerngroep ligt het realiseren van de krimpopgave (Wsw) en de groeiopgave (nieuwe doelgroepen in de Participatiewet) in één hand. De transitie (die sowieso nodig is) kan op deze manier soepeler vormgegeven worden.
Nadelen: •
Veel organisatorische impact (overhevelen van teams/afdelingen van de ene organisatie naar de andere organisatie).
•
Het ligt voor de hand om de huidige juridische organisatievorm (de huidige BV-constructie) aan te passen en als kerngroep bijvoorbeeld te gaan samenwerken in een gemeenschappelijke regeling21.
•
Gemeenten gaan zich op verschillende manieren tot elkaar verhouden en tot IG: de ene groep gemeenten laat alle functionaliteiten integraal uitvoeren door IG, terwijl de andere groep alleen een deel, in het bijzonder beschut werk, laat uitvoeren door IG. Daardoor ligt het risico van discussie en meningsverschillen tussen gemeenten en met IG op de loer.
•
Vaak betalen gemeenten die uittreden een vergoeding, bijvoorbeeld samenhangend met de krimp en de risico’s die achterblijven in het samenwerkingsverband. Hier moeten betrokken
Dit is in een dergelijke constructie het meest voorkomende model. IG zou dan wel in een BV kunnen blijven bestaan, maar de betreffende gemeenten geven gezamenlijk vanuit de GR een opdracht aan de BV. Nader onderzoek zou moeten uitwijzen wat de meest wenselijke constructie is. 21
50/64
gemeenten op basis van onderhandeling/overleg afspraken over maken. Betrokken gemeenten moeten voortaan zelf (als ze geen samenwerkingsverbanden aangaan met andere gemeenten) oplossingen vinden voor (een deel van) de re-integratie. Illustratie van mogelijke financiële effecten voor een gemeente in de kerngroep We geven een illustratie van mogelijke financiële effecten van de integrale variant voor een gemeente die behoort tot de kerngroep. Uiteraard zijn de precieze financiële gevolgen de uitkomst van afspraken die worden gemaakt. We gaan uit van de gemeente Harderwijk. Eerst geven we een schets van de mogelijke aantallen: Aantal Wsw Beschut werk LKS-bij Re-integratie
2023 136 13 26 232
2024 132 16 28 1.089
2025 127 18 30 1.193
2026 118 20 32 1.288
2027 109 23 34 1.386
2028 100 25 36 1.383
Struct 0 54 80 1.255
Toelichting: •
De Wsw-aantallen blijven gelijk aan de huidige raming. IG voert deze volledig uit.
•
IG voert beschut werk uit. We gaan uit van de huidige aantallen, die groeien met de huidige snelheid. De trend zet zich voort.
•
Voor LKS-bij maken we dezelfde veronderstelling als voor beschut werk.
•
Voor re-integratie maken we een andere veronderstelling. IG wordt voor de kerngroep het integrale werkbedrijf waarbij alle re-integratie wordt uitgevoerd. Hier vallen ook de mensen onder die werkzaam zijn bij reguliere werkgevers en door IG worden begeleid (jobcoaching). Daardoor neemt in 2024 – de veronderstelde start van het integrale werkbedrijf – het aantal uitgevoerde re-integratietrajecten fors toe. We gaan uit van € 2.000,- per traject (de huidige gemiddelde kostprijs) en het totaal beschikbare budget dat gemeente Harderwijk ontvangt in het gemeentefonds.
Voor de betalingen aan het integrale werkbedrijf gaan we uit van de volgende veronderstellingen: x€1.000,Wsw Beschut werk LKS-bij Re-integratie Totaal
2023 4.641 181 143 464 5.430
2024 4.139 215 155 2.392 6.901
2025 4.095 245 166 2.481 6.988
2026 3.901 276 178 2.548 6.903
2027 3.718 307 189 2.628 6.842
2028 3.434 337 200 2.628 6.600
Struct 0 736 438 2.628 3.803
Toelichting: •
De rijksbijdrage wordt vergoed aan IG. Er zijn geen financiële gevolgen ten opzichte van de huidige situatie. De bijdrage gaat elk jaar omlaag in verband met de krimp van de doelgroep Wsw.
•
Voor beschut werkt wordt aan het integrale werkbedijf het integrale budget voor beschut werk overgemaakt. Het gaat om € 8.100,- in het begeleidingsbudget nieuw beschut werk en € 5.500,- per plek in het gemeentefonds. Per beschut werkplek ontvangt IG in deze situatie € 13.600,- van de gemeente.
•
Voor LKS-bij ontvangt IG (naast de LKS, die niet in de tabel staat) € 5.500,- euro per plek. Dat bedrag ontvangt de gemeente per gerealiseerde LKS, in het gemeentefonds. Het bedrag wordt doorgesluisd naar IG.
•
Gemeenten ontvangen re-integratiemiddelen via het GF. Gemeenten ontvangen geld voor de ontwikkeling en matching van mensen. Ze ontvangen ook middelen voor de begeleiding van mensen die bij reguliere werkgevers aan de slag zijn. Het totaal van deze middelen voor de
51/64
gemeente Harderwijk staan in bovenstaande tabel. Voor een toelichting op de berekening van deze bedragen verwijzen wij naar de bijlagen. •
Het totale bedrag gaat naar IG. Het bedrag wordt volledig en doelmatig door IG besteed. Voor het berekenen van de aantallen in de eerdere tabel, gaan wij voor Wsw, beschut werk en LKSbij uit van een kostenniveau conform de benchmark. Op basis daarvan berekenen we de aantallen re-integratietrajecten.
Illustratie van mogelijke financiële effecten voor een gemeente in de perifere groep Als illustratie van de effecten voor een perifere gemeente, gaan we uit van gemeente Oldebroek. Oldebroek doet dus niet mee met de integrale overheveling van de uitvoering van werk en reintegratie naar IG. De ontwikkeling van de aantallen van Oldebroek staan in de volgende tabel: Aantal Wsw Beschut werk LKS-bij Re-integratie
2023 57 6 11 76
2024 53 7 11 61
2025 47 8 10 46
2026 43 9 10 31
2027 40 10 9 15
2028 37 11 8 0
Struct 0 23 0 0
Toelichting: •
De Wsw ontwikkelt zich conform verwachting. IG blijft de Wsw uitvoeren voor Oldebroek.
•
Voor beschut werk veronderstellen we dat de huidige ontwikkeling van het aantal zich voortzet. In de structurele situatie doet IG voor Oldebroek alleen nog beschut werk.
•
Voor LKS-bij veronderstellen wij afbouw. We gaan uit van dezelfde krimp als bij de Wsw. We gaan ervan uit dat er in de structurele situatie geen mensen meer vanuit Oldebroek, anders dan beschut, werkzaam zijn bij IG.
•
Voor re-integratie veronderstellen we ook afbouw, tot nul in 2028.
De bijdragen zien er in deze (hypotetische) situatie als volgt uit: x€1.000,Wsw Beschut werk LKS-bij Re-integratie Krimp Totaal
2023 84 46 11 153 0 294
2024 91 78 112 122 61 404
2025 98 89 103 92 61 382
2026 104 100 100 61 61 366
2027 111 111 92 31 61 345
2028 118 122 85 0 61 326
Struct 258 267 0 0 61 525
Toelichting: •
Voor de Wsw wordt de rijksbijdrage overgeboekt.
•
Voor beschut werk wordt vanaf 2024 een bedrag betaald, gelijk aan de benchmark. Dat is € 11.500,- per persoon per jaar.
•
Voor LKS-bij geldt vanaf 2024 eveneens een bijdrage gelijk aan de benchmark. Dat is € 10.500,- per persoon per jaar.
•
Voor re-integratie betaalt Oldebroek een bedrag van gemiddeld € 2.000,- per traject, afhankelijk van de inhoud van het traject.
•
Doordat elk jaar minder mensen vanuit Oldebroek werkzaam zijn bij IG, ontstaan krimpkosten. Uitgaand van de krimp van het aantal mensen met een dienstbetrekking uitOldebroek, gaan we uit van een betaling van Oldebroek van € 61.000,- per jaar aan IG.
In deze variant gaat de hoeveelheid re-integratie die door IG wordt uitgevoerd elk jaar omlaag. Dat betekent dat de vergoeding aan IG omlaag gaat naar nul, maar afhankelijk van de keuzes van de gemeente, kunnen de kosten naar elders verplaatst worden.
52/64
Indien de gemeente ervoor kiest om mensen zonder indicatie beschut die nog niet bij reguliere werkgevers aan de slag kunnen, elders een dienstbetrekking aan te bieden, dan worden de kosten die voorheen bij IG werden gemaakt, verschoven naar een andere partij. In dat geval verdwijnen de kosten niet.
5.5.4
Scenario 3: Partieel werkbedrijf
In dit scenario blijven gemeenten een vergelijkbaar pakket inkopen zoals nu. Het gaat met name om de functionaliteiten B tot en met J voor zover IG toegevoegde waarde biedt aan de afdelingen Werk en Inkomen en Meerinzicht. De triage (functionaliteit A) kan gezamenlijk worden uitgevoerd. Het gaat om werk voor mensen die het zelfstandig niet redden en om ontwikkeltrajecten, waaraan een werkcomponent zit. IG krijgt niet de integrale verantwoordelijkheid voor de werk- en reintegratietaken in de Participatiewet. De uitvoering vindt plaats naast de uitvoering door de afdelingen Werk en Inkomen en Meerinzicht. Ten opzichte van de huidige situatie worden wel de huidige knelpunten aangepakt (maar de structuur blijft hetzelfde). Er komt een gezamenlijke opdracht aan IG. Er worden meerjarenafspraken gemaakt over het aantal te realiseren trajecten en werkplekken en over de financiering daarvan. Er komt een gezamenlijke opdracht aan IG en de gemeenten maken afspraken over de samenwerking en de wijze waarop ze het aandeelhouderschap en het opdrachtgeverschap met elkaar organiseren. Voordelen: •
Gemeentelijke verhoudingen veranderen niet, waardoor er geen ingewikkelde discussies hoeven te worden gevoerd, waarvan de uitkomst ongewis is.
•
Er hoeven geen ingewikkelde organisatorische stappen gezet te worden, zoals met name in scenario 2.
•
Er komt duidelijkheid richting IG en richting de instellingen waarmee IG moet samenwerken. Met name IG en de medewerkers (waaronder de medewerkers vanuit de doelgroep) weten waar ze aan toe zijn.
Nadelen: •
Gemeenten moeten tot een gezamenlijke afspraak komen over één pakket in te kopen voorzieningen. Een duidelijke opdracht en afbakening is lastiger dan het lijkt (dat is ingewikkelder dan bijvoorbeeld de volledige taak overhevelen of een betrekkelijk eenvoudige/overzichtelijke taak, zoals beschut werk).
•
Deze constructie laat zich op papier wellicht goed uitwerken. Echter, zij blijft kwetsbaar en in de praktijk zal de uitdaging voor een goede afstemming tussen enerzijds Meerinzicht en de afdelingen Werk en Inkomen en anderzijds IG blijven bestaan.
•
Er ontbreekt de facto een samenwerkingsconstruct (evenals in de huidige situatie). Gemeenten zijn met elkaar eigenaar van een BV, maar de samenwerking moet steeds weer vanuit de gemeenten zelf worden georganiseerd (de samenwerking is bijvoorbeeld niet georganiseerd in een GR, waardoor een kader voor de samenwerking ontbreekt).
Illustratie van mogelijke financiële effecten Voor het inschatten van de mogelijke financiële bijdrage – die volledig afhankelijk is van de keuzes die gemaakt gaan worden – van gemeenten aan IG in dit scenario maken we een indicatieve berekening, op basis van de gemiddelde bedragen. We kiezen willekeurig één gemeente. De bedragen zijn niet per se gelijk aan de werkelijk betaalde bedragen door in dit geval gemeente Nunspeet. We laten eerst de ontwikkeling van de aantallen bij IG zien. Daarna tonen we de bijdragen aan IG. Het indicatieve beeld voor Nunspeet kan er als volgt uitzien:
53/64
Aantallen Wsw Beschut werk LKS-bij Re-integratie
2023 103 10 15 79
2024 99 12 16 79
2025 92 14 17 79
2026 85 15 18 79
2027 79 17 19 79
2028 Struct 73 0 19 41 19 41 79 79
x€1.000,Wsw Beschut werk LKS-bij Re-integratie Krimp Totaal
2023 3.512 82 15 159 0 3.768
2024 3.372 138 168 159 0 3.837
2025 3.223 157 179 159 42 3.760
2026 3.070 177 189 159 42 3.638
2027 2.926 197 200 159 42 3.524
2028 Struct 2.496 0 216 472 200 435 159 159 42 42 3.113 1.108
Toelichting: •
De Wsw blijft uitgevoerd worden tegen de huidige afspraken. De rijksbijdrage wordt vergoed aan IG. Er zijn geen financiële gevolgen. De bijdrage gaat elk jaar omlaag in verband met de krimp van de doelgroep Wsw.
•
Gemeenten brengen in dit scenario beschut werk onder bij IG. We gaan uit van de ontwikkeling van het beschut-volume, tot nu toe. Gemeenten betalen vanaf 2024 een bedrag voor de begeleiding aan IG gelijk aan de benchmark. Dat is € 11.500,- per persoon per jaar. Nu gaat het om circa € 8.100,- . De loonkostensubsidie staat niet in het bovenstaand beeld.
•
We gaan er voorts vanuit dat het aantal LKS-bij in de toekomst minder snel groeit dan nu en dat het aantal in de structurele situatie gelijk is aan het aantal beschut werk. Vanaf 2024 betalen gemeenten per kandidaat het bedrag in de benchmark voor begeleiding. Dat is € 10.500,- per persoon per jaar. De gemiddelde vergoeding voor begeleiding is nu rond € 1.000,- per persoon per jaar. Daarom gaat de bijdrage in 2024 aan IG extra omhoog (prijseffect + volume-effect). De loonkostensubsidie staat niet in het bovenstaand beeld.
•
We gaan ervan uit dat gemeenten het huidige aantal re-integratietrajecten bij IG blijven uitvoeren. Het aantal en de betalingen zijn jaarlijks gelijk aan het verwachte aantal en de betaling in 2023.
•
Krimp: Het aantal mensen in dienst bij IG wordt elk jaar kleiner. Eerdere berekeningen van Cedris lieten zien dat rekening gehouden moet worden met een kostenpost van € 30.000,- per plek waarmee het bedrijf krimpt. Uitgaand van de krimp van het aantal mensen met een dienstbetrekking uit Nunspeet, gaan we uit van een betaling van Nunspeet van € 42.000,- per jaar aan IG.
54/64
HOOFDSTUK 6
Conclusies en aanbevelingen 6.1
Conclusies
1. Inclusief Groep voert de Wsw uit en biedt werkplekken aan aan nieuwe doelgroepen. De organisatie krimpt met circa 25 werkplekken per jaar, doordat niet alle vrijvallende Wswplekken worden opgevuld met nieuwe doelgroepen. Dat laat onverlet dat de IG-gemeenten het goed doen met het – qua aantallen – aan de slag helpen van mensen met verminderde loonwaarde. Er zijn relatief veel mensen bij IG aan de slag geholpen. 2. Het aantal werkplekken en trajecten was in de afgelopen jaren bij IG kleiner dan waarmee vooraf rekening werd gehouden. Dat leidde tot hogere kosten per eenheid en minder inkomsten dan verwacht. Financiële dekking vond plaats vanuit het eigen vermogen. 3. De netto kosten van IG zitten grosso modo op het niveau van de benchmark. Vanuit dat perspectief worden de taken door IG doelmatig uitgevoerd. 4. De financiële tekorten worden bij extrapolatie van de huidige werkzaamheden steeds groter en lopen bij ongewijzigd beleid op naar 1,9 mln euro in 2028 tot naar verwachting 4,9 mln euro per jaar in de structurele situatie (dat is rond 2048, als alle Wsw-ers zijn uitgestroomd). 5. Ook als de gemeenten alle rijksmiddelen inzetten, kunnen de tekorten op de langere termijn niet worden gedekt22.
Voor een financieel houdbare situatie moeten gemeenten en IG keuzes maken ten aanzien van het aantal mensen dat wordt ondersteund, het in te zetten instrumentarium en de verdere transitie van IG. 6. Er zijn grote verschillen in de mate waarin gemeenten diensten bij IG afnemen. Gemeenten hebben verschillende wensen en behoeften. Er bestaan geen centrale, gemeenschappelijke afspraken hierover. De verwachtingen worden niet gerealiseerd. Mede daardoor ontstaan tekorten en is er voor IG geen duidelijk perspectief voor hoe de organisatie zich moet ontwikkelen. IG kan in deze situatie geen stabiel aanbod voor de gemeenten en de doelgroep ontwikkelen. 7. Alle gemeenten zien de IG als belangrijke partner voor de uitvoering van de Wsw en Participatiewet, nu en in de toekomst. Over de uitvoering van de Wsw en Nieuw Beschut zijn alle gemeenten tevreden. Het overige re-integratieaanbod sluit niet altijd aan bij de wensen en behoeften van individuele gemeenten. Enkele gemeenten hebben in toenemende mate de behoefte om meer taken (ook) zelf uit te voeren of elders te beleggen.
De meicirculaire die in juni beschikbaar komt, geeft meer en beter inzicht in de meerjarige ontwikkeling van de rijksmiddelen. De meerjarencijfers wijken af van het (thans bekende) beeld in de septembercirculaire 2022 waar we in deze rapportage vanuit zijn gegaan. Met name inflatie en cao-ontwikkelingen leiden tot onzekerheid. 22
55/64
8. Gemeenten hebben nog niet volledig duidelijk welke taken ze nu en in de toekomst bij IG willen (blijven) laten uitvoeren en welke voorwaarden ze daaraan verbinden. De input die aan Berenschot is gegeven, is verwerkt in de beschreven scenario’s. 9. Los van de Wsw ervaren gemeenten geen doorleefd gemeenschappelijk belang voor het bezitten van één uitvoeringsorganisatie voor het uitvoeren van (delen van) de Participatiewet. Daardoor ontbreekt een belangrijke pijler voor de toekomstige levensvatbaarheid van IG. 10. Onze hoofdconclusie is dat op basis van de huidige afspraken, Inclusief Groep op termijn niet levensvatbaar is, omdat sprake is van te grote oplopende financiële tekorten, een gezamenlijke opdracht met financiële kaders ontbreekt en omdat het gezamenlijke belang van één bedrijf voor het bereiken van de Participatiewet-doelen deels niet of onvoldoende wordt gezien.
6.2 1.
Aanbevelingen
Stel gezamenlijk - als Inclusief Groep en als in IG deelnemende gemeenten - de conclusies vast van deze evaluatie en spreek af om met elkaar te komen tot een oplossing langs de lijnen van de scenario’s 1 tot en met 3.
2.
Onderzoek met elkaar welke taken de gemeenten gezamenlijk willen uitvoeren bij IG. Ga daarbij uit van de volgende scenario’s: (1) bedrijf voor beschutte arbeid, (2) geïntegreerd werkbedrijf en (3) partieel werkbedrijf. Stel de hiervoor geformuleerde uitgangspunten vast voor de verdere uitwerking van deze scenario’s (zie hiervoor). Zoals in de scenario’s opgenomen, kan sprake zijn van een kerngroep en een perifere groep.
3.
Start daarvoor een fasegewijs proces op – conform het Ruitmodel – waarin wordt toegewerkt naar een gemeenschappelijke opdracht aan IG en de implementatie daarvan. We zitten nu in de intentionele fase en zorg in de strategiefase dat toegewerkt wordt naar één voorkeursvariant.
4.
Zorg dat in het voorkeursscenario een meerjarige oplossing is opgenomen voor de huidige financiële situatie van IG. De oplossing heeft betrekking op het aantal mensen dat kan worden ondersteund, de inhoud van de ondersteuning (creatieve oplossingen) en de wijze van uitvoering. Het gaat in het bijzonder om de doelgroep beschut werk en de mensen met een loonkostensubsidie die bij IG in dienst zijn. Kom daarmee tot een businesscase voor de lange(re) termijn.
Ontwikkeling P-budget
Omvang P-budget
Ga a t de komende Neemt toe va n net Bl i jft de komende boven de 3 ml n na a r ja ren oml a a g na a r ja ren op vergel i jkba a r ni vea u. rui m 3,5 ml n i n 2027. rui m 4 ml n i n 2027.
Li chte da l i ng a gv kri mp Ws w (excl s ti jgi ng BUIG a .g.v. LKS)
tegen de 4,5 ml n
rui m 2,5 ml n per ja a r. Li chte ja a rl i jks e da l i ng a gv kri mp Ws w (excl s ti jgi ng LKS i n BUIG).
Li chte ja a rl i jks e da l i ng a gv kri mp Ws w (excl s ti jgi ng LKS i n BUIG).
Er i s s pra ke va n een l i chte ja a rl i jks e s ti jgi ng tot kra p 1,2 ml n i n 2027.
Rui m 2,5 ml n i n 2023. 1 ml n i n 2023.
70K pos i ti ef i n 2021. Merendeel va n de Structurel e Voora l nega ti ef s a l do. In 2021 €430K tekortgemeente. 70K Ja a rl i jks wi s s el end ja ren zi jn pos i ti ef. beel d. tekort i n 2021. nega ti ef. Oorza a k: da l end budget- en s ti jgend ui tga vena a ndeel . In 2022 en 2023 rel a ti ef s terke s ti jgi ng va n het budgeta a ndeel .
Rond 6,5 ml n
net boven 3 ml n
40K tekort i n 2021. Bes pa ri ngen en tekorten wi s s el en el ka a r a f.
Rui m 4 ml n i n 2023.
Structurel e tekortgemeente. In 2021 140K tekort.
Bijlage 1.
Tegen de 4 ml n i n 2023 Li chte da l i ng a gv kri mp Ws w (excl s ti jgi ng BUIG a .g.v. LKS)
Trendma ti ge s ti jgi ng Trendma ti ge s ti jgi ng Trendma ti ge s ti jgi ng Trendma ti ge s ti jgi ng Trendma ti ge s ti jgi ng Trendma ti ge s ti jgi ng Trendma ti ge s ti jgi ng Aa ndeel BUIG neemt ja a rl i jks mi n of meer ui tga ven- en ui tga ven- en ui tga ven- en ui tga ven- en ui tga ven- en ui tga ven- en va n ui tga ven- en toe. budgeta a ndeel . budgeta a ndeel . budgeta a ndeel . budgeta a ndeel . budgeta a ndeel . budgeta a ndeel . budgeta a ndeel . Ui tga vena a ndeel Fors e s ti jgi ng Houden el ka a r mi n Ga a t gel i jk op. Fors e bl i jft va na f 2018 budgeta a ndeel i n of meer i n s ti jgi ng ja a rl i jks mi n of meer 2022 en 2023. evenwi cht. budgeta a ndeel i n gel i jk cq l a a t een 2022. l i chte kri mp zi en.
Ontwikkeling BUIG
Onder de 2%. Fors e s ti jgi ng tot 2014. Da a rna fors e da l i ng. In 2020 en 2021 s ti jgi ng.
ci rca 2,5%. Na de cri s i s meer da n een verdubbel i ng. Fors e da l i ng i n 2018 en 2019. Da a rna beperkte a fna me.
Structurel e tekortgemeente: €90K i n 2021.
ci rca 2,5%. Rel a ti ef fors e da l i ng va na f 2014. Ni vea u i s nu ci rca 90% va n ni vea u i n 2011.
zeven pers onen
conform verwa chti ng.
Tekort i n 2021 a gv s ti jgende ui tga ven en da l end budget.
Mi n of meer gel i jkma ti ge ja a rl i jks e s ti jgi ng.
Om en na bi j de Ondergemi ddel d. verwa chti ng. Onder de ta a ks tel l i ng. Net boven 2%. Net boven 2% ci rca 3,5% Bi jzonder verl oop. In Rui m 15% hoger da n Ni vea u 10% hoger 2022 40% hoger da n i n 2011. Na 2015 een da n i n 2011. da l i ng. Opva l l ende i n 2011. Sti jgi ng i n Vergel i jkba a r met referenti egemeente 2016 en 2020 (rel a ti e s ti jgi ng bi js ta d i n 2019 en 2020. n. Na de cri s i s s teeg met ontwi kkel i ng bi js ta nds a fha nkel i jk LKS, zi e hi erboven). In 2021 en 2022 een hei d s nel l er da n l a ndel i jk gemi ddel d. rel a ti ef fors e da l i ng. De a fna me i s nu gel i jk a a n l a ndel i jk gemi ddel de.
Vergel i jkba a r met l a ndel i jk. Ma a r i n i n 2017 en 2020 extra s ti jgi ng. enkel e pers onen
Saldo BUIG (excl macroaandeel)
Aantal beschut
Ontwikkeling LKS
Vergel i jkba a r met l a ndel i jke ontwi kkel i ng.
Bijstandsdichtheid Ontwikkeling bijstand
Enkel e pers onen
Ja a rl i jks e rel a ti ef fors e toena me.
Ja a rl i jks rel a ti ef s terke s ti jgi ng.
Zeewolde Ga a t om ci rca 20 LKSers . Ma a r, da t i s meer da n NLgemi ddel d. In 2019 s ti jgi ng.
Putten Fors hoger da n verwa cht.
Oldebroek Rel a ti ef hoog
Bovengemi ddel d. Onder de ta a ks tel l i ng. Net onder de 3% Na de cri s i s i n 2008 s teeg het ni vea u meer da n gemi ddel d. Ni vea u ci rca 15% hoger da n i n 2011. Vol gt de l a ndel i jke da l ende trend s i nds 2016.
Nunspeet Nijkerk Rel a ti ef hoge Op rel a ti ef hoog ni vea u. M.n. s ti jgi ng s ti jgi ng a a nta l LKS i n 2020.
Bovengemi ddel d. Onder de ta a ks tel l i ng. Net boven de 2% Ni vea u 40% hoger da n i n 2011. Vol gt ni et de da l ende l a ndel i jke trend na 2016.
Harderwijk Op gemi ddel d ni vea u
Ermelo Bovengemi ddel d. Ui ts troom Ws w ni et vol l edi g gecompens eerd Vers nel l i ng i n 2018 en 2019. Da a rna da l i ng.
Elburg Bovengemi ddel d. Ui ts troom Ws w ni et vol l edi g gecompens eerd Inzet LKS voora l na 2017 op ga ng gekomen.
Aantal LKS
56/64
Resultaten per gemeente
% saldo BUIG
0,3%
4,0%
4,3%
2006
5,1%
6,6%
0,1%
2005
2,2%
0,8%
3,0%
0,6%
1,8%
2,4%
2011
2012
2014
2,4% 0,1%
-1,2% -1,9% -6,0% -6,0%
-6,9% -8,9% -2,7% -3,1% -7,2% -9,3% -3,3% -2,9%
-2,6% -9,1% -16,8% -0,7% 2,2%
0,5%
2,6%
4,4%
1,1%
3,8%
0,0%
2021
0,8%
0,1%
1,0%
2023 45,1
2023
2022 44,4 44,0 0,4 0,06 0,36 1,0% 0,1% 0,8%
2022
2021 44,6 44,5 0,0 1,69 -1,68 0,0% 3,8% -3,8%
-0,2% -3,3% -3,8%
0,8%
0,6%
2020 43,9 43,4 0,5 1,95 -1,45 1,1% 4,4% -3,3%
2020
2019 42,0 41,7 0,2 0,34 -0,10 0,6% 0,8% -0,2%
2019
2018 43,2 42,1 1,1 0,16 0,97 2,6% 0,5% 2,2%
2018
2017 39,3 41,6 -2,3 -2,34 0,03 -5,9% -6,0% 0,1%
2017
2016 35,6 38,8 -3,2 -2,14 -1,04 -8,9% -6,0% -2,9%
2016
2015 33,8 35,5 -1,7 -0,63 -1,11 -5,2% -1,9% -3,3%
2015
2013 2014 30,0 31,6 31,5 34,9 -1,5 -3,3 0,71 -0,37 -2,17 -2,94 -4,9% -10,5% 2,4% -1,2% -7,2% -9,3%
2013
2012 26,6 27,6 -1,0 -0,19 -0,83 -3,8% -0,7% -3,1%
-9,5% -18,0% -19,6% -3,8% -4,9% -10,5% -5,2% -8,9% -5,9%
2010
2009 2010 2011 18,7 20,7 21,7 20,5 24,4 26,0 -1,8 -3,7 -4,3 -0,48 -1,88 -3,66 -1,29 -1,84 -0,60 -9,5% -18,0% -19,6% -2,6% -9,1% -16,8% -6,9% -8,9% -2,7%
2009
2008 19,2 18,7 0,5 0,35 0,11 2,4% 1,8% 0,6%
2008
2007 19,4 18,8 0,6 0,15 0,43 3,0% 0,8% 2,2%
2007
2006 21,1 20,2 0,9 0,05 0,86 4,3% 0,3% 4,0%
Verdeling -10,2% -5,0%
Macro
2004
-3,6%
Totaal
2005 20,6 20,6 0,0 1,05 -1,03 0,1% 5,1% -5,0%
Bijlage 2.
-25,0%
-20,0%
-15,0%
-10,0%
-5,0%
0,0%
5,0%
10,0%
mln € 2004 Bijstandsbudget 19,3 Netto bijstandsuitgaven 20,0 Saldo -0,7 agv macro-overschot of -tekort 1,27 agv verdeling -1,97 % Saldo -3,6% % agv macro-overschot of tekort 6,6% % agv verdeling -10,2%
57/64
Saldo BUIG
In het volgende overzicht wordt het saldo BUIG uitgesplitst in een deel dat verklaard wordt door
het saldo op macroniveau en een deel dat verklaard wordt op gemeenteniveau.
58/64
Bijlage 3.
Literatuurlijst
Oprichtingstukken en verantwoordingsinformatie Inclusief Groep •
Statuten Inclusief Groep
•
Register van aandeelhouders
•
Jaarrekeningen Inclusief Groep 2018-2021
•
Beleidsplannen en begroting Inclusief Groep 2020-2022
Overige informatie Inclusief Groep •
Afspraken Beschut Werken tussen gemeenten en Inclusief Groep, 2020
•
AVA verslagen
•
Berenschot, Vervolgonderzoek mogelijkheden toekomstige sw-uitvoering Noord Veluwse gemeenten, 2015
•
DVO Sociale Werkvoorziening 2022
•
MBCF, Profiel Inclusief Groep, 2015
•
Overeenkomst Inclusief Groep – Meerinzicht 2022
•
Projectgroep ‘Toekomst SW Noord Veluwe’, Vervolgrapportage transformatie Sociale werkvoorziening Noord Veluwe, 2016
Overige •
Gemeente Elburg, Beleidsplan sociaal domein gemeente Elburg 2020-2023
•
Nederlandse Arbeidsinspectie, Kansen op de arbeidsmarkt: de regionale werkgeversservicepunten aan zet, 2022
•
Gemeente Putten, Participatieplan 2023
•
ROA, Arbeidsmarktprognoses Noordwest Veluwe 2021-2026, 2022
•
Samenwerkingsagenda Kop van de Veluwe 2024-2028
59/64
Bijlage 4.
Ambtelijke werkgroep
De ambtelijke werkgroep bestond uit de volgende leden: •
Roos Wolff (EHZ)
•
Liza Hurkens (Gemeente Nijkerk)
•
Stefan Fiddelaar (Gemeente Putten)
•
Derk Kok (Gemeente Nunspeet)
•
Rienk Snippe (Gemeente Oldebroek)
•
Bas Disco (Gemeente Oldebroek)
•
Marieke de Vries (Gemeente Elburg)
Vanuit Inclusief Groep: •
Arjo van der Knaap
•
Chantal Vos
•
Gert-Jan Gerrits, directeur
•
Risco Balkenende, algemeen directeur
Vanuit Berenschot: •
Martin Heekelaar (projectleider)
•
Johannes ten Hoor
•
Jurian van der Ree
60/64
Bijlage 5.
Herijking gemeentefonds
In 2023 vond de herijking van het Gemeentefonds plaats. Middelen op het terrein van re-integratie die voorheen apart zichtbaar waren, zitten nu in de algemene uitkering in het gemeentefonds. De middelen die gemeenten ontvangen voor de uitvoering van de Participatiewet zijn nog wel zichtbaar, maar gemeenten moeten meer moeite doen om deze in beeld te krijgen. De volgende figuur toont de veranderingen die met de herijking zijn doorgevoerd. We brengen de totale financiering van de Participatiewet in beeld, waar het gemeentefonds onderdeel van uit maakt.
Toelichting: •
Het blauw/grijze deel van het diagram toont de geldstromen van het Rijk naar de gemeenten tot en met 2022. Het rode gedeelte toont de geldstromen vanaf 2023.
•
Via het BUIG-budget ontvangen gemeenten middelen voor het betalen van bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Het deel van de uitkeringen wordt geheel of gedeeltelijk historisch of objectief verdeeld, afhankelijk van de gemeentegrootte. Het deel voor de loonkostensubsidies wordt vanaf 2022 verdeeld op basis van realisatie: het budgetaandeel is gelijk aan het gerealiseerde aandeel in de LKS-uitgaven in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. Het macrobudget LKS is gelijk aan de gerealiseerde uitgaven in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar plus de verwachte macrotoename van de LKS-uitgaven.
•
De middelen in het Participatiebudget kennen hun eigen financieringssystematiek: -
Gemeenten ontvangen participatiemiddelen voor de nieuwe doelgroep in de Participatiewet. Het bedrag wordt vanwege de groep van deze groep, elk jaar groter. In de financiering wordt onderscheid gemaakt tussen de begeleidingsmiddelen voor de doelgroep beschut en de doelgroep ‘regulier’. Voor de mensen die voorheen in de Wajong zouden zijn terecht gekomen, ontvangen gemeenten de participatiemiddelen die voorheen beschikbaar waren voor het UWV. De middelen worden verdeeld op basis van de instroom in de wachtlijst Wsw
61/64
en de instroom in de werkregeling Wajong in de jaren voorafgaand aan de invoering van de Participatiewet. -
De rijksbijdrage Wsw gaat met het krimpen van de doelgroep Wsw, elk jaar omlaag. Het budget wordt verdeeld op basis van het historisch aandeel in de uitgaven, gecorrigeerd voor de verwachte stijging of daling van het aandeel.
-
Het klassieke re-integratiebudget is een landelijk vast budget dat op gemeenteniveau vooral meebeweegt met het aantal bijstandsgerechtigden en is bedoeld voor de reintegratie, die voorheen (voor de invoering van de Participatiewet) werd uitgevoerd in het kader van de Wet werk en bijstand
-
De herijking heeft vooral betrekking op het cluster Participatie in het gemeentefonds. Een deel van de participatiemiddelen wordt vanaf 2023 overgeheveld naar het cluster Participatie.
-
De middelen in het cluster Participatie (voor herijking) zijn gebaseerd op de apparaatslasten van gemeenten voor inkomensdienstverlening, de apparaatslasten participatie, voor zover die niet uit andere geldstromen gefinancierd worden. Daarnaast valt het minimabeleid, waaronder schuldhulpverlening, onder dit cluster. Het cluster wordt verdeeld op basis van zeven verdeelkenmerken, waaronder het aantal bijstandsgerechtigden, het aantal huishoudens met een laag inkomen en het aantal inwoners. In bijlage 3 zijn de taken gespecificeerd die onder dit cluster vallen.
-
Na de herijking worden, naast de hiervoor genoemde posten, de volledige participatiemiddelen overgeheveld naar het cluster, met uitzondering van de begeleidingsmiddelen beschut en de Wsw. De verdeling is herijkt. Het cluster wordt verdeeld op basis van vier verdeelkenmerken: bijstandsontvangers, aantal loonkostensubsidies, huishoudens met een laag inkomen en het aantal inschrijvingen in het doelgroepregister.
62/64
Bijlage 6.
Bedragen per eenheid
Gemeenten ontvangen via de algemene uitkering in het Gemeentefonds middelen voor de uitvoering van de Participatiewet en middelen voor het minimabeleid. De middelen in de algemene uitkering zijn vrij besteedbaar. Vanaf 2023 worden het klassieke re-integratiebudget en de participatiemiddelen voor de nieuwe doelgroepen begeleiding regulier en voormalig Wajong overgeheveld naar de algemene uitkering in het Gemeentefonds. De middelen voor uitvoering Participatiewet, minimabeleid, klassieke re integratie en participatie nieuwe doelgroepen zijn vanaf 2023 niet (meer) apart zichtbaar. De volgende tabel laat de bedragen per verdeelfactor zien, die gemeenten ontvangen in het cluster Participatie in het gemeentefonds (Bron: handreiking herijking gemeentefonds Participatie, Cedris, Divosa, 2022). De bedragen zijn voor gemeenten vrij besteedbaar. Ze hoeven dus niet aan de Participatiewet te worden uitgeven, maar ze geven wel een beeld van het bedrag dat gemeenten gemiddeld aan de Participatiewet besteden.
Aantal bijstandsontvangers Doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep Huishoudens met een laag inkomen met drempel Aantal verstrekte loonkostensubsidies
Uitvoering € 4.200
Begeleiding
€ 1.983
€ 4.600
Re-integratie Minimabeleid € 1.200 € 1.183 € 1.332 € 452
Totaal BPE € 6.583 € 1.332 € 452 € 6.583
Toelichting: •
Aantal bijstandsontvangers: Gemeenten ontvangen in het cluster Participatie vanuit het gemeentefonds per bijstandsgerechtigde € 6.583,- per jaar (BPE = bedrag per eenheid). Dat bedrag beweegt mee met het trap-op-trap-af mechanisme. Dat bedrag kan worden onderverdeeld in € 4.200,- voor de uitvoeringskosten (beheer uitkeringen, klantmanagement inkomen en re-integratie, handhaving, en dergelijke). Daarnaast zit er in het bedrag € 1.200,per bijstandsgerechtigde voor re-integratie en € 1.183,- voor het minimabeleid.
•
Doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep: Gemeenten ontvangen voor elke persoon die vanuit de doelgroep Participatiewet staat ingeschreven in het doelgroepenregister € 1.332,- per jaar. Het bedrag is voor de re-integratie van de doelgroep van de Participatiewet.
•
Huishoudens met een laag inkomen met drempel: Per huishouden met een laag inkomen, ontvangen gemeenten vanuit het gemeentefonds € 452,- euro per jaar. Dat bedrag hangt samen met de kosten die gemeenten maken voor het minimabeleid, waaronder bijzondere bijstand en schuldhulpverlening.
•
Aantal verstrekte loonkostensubsidies: Per verstrekte loonkostensubsidie – voor zover betrokkenen daarnaast geen bijstandsuitkering ontvangen – ontvangen gemeenten € 6.583,per jaar. Dat bedrag bestaat voor € 1.983,- uitvoeringskosten en voor € 4.600,- euro per jaar aan begeleidingsvergoeding.
63/64
Bijlage 7.
Trajecten per gemeente
64/64
WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG Nederland is continu in ontwikkeling. Maatschappelijk, economisch en organisatorisch verandert er veel. Al meer dan tachtig jaar volgen wij als adviesbureau deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. De behoefte om iets fundamenteels te betekenen voor mens en maatschappij zit in onze genen. Met onze adviezen en oplossingen hebben we dan ook actief meegebouwd aan het Nederland van vandaag. We zoeken altijd naar duurzame vooruitgang. En gaan pas naar huis als het is opgelost.
Berenschot B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG UTRECHT Postbus 8039, 3503 RA UTRECHT 030 2 916 916 www.berenschot.nl