CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8

Raadsvergadering 25 maart 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: Afgifte verklaring van geen bedenkingen Elspeterweg 12 in Nunspeet11.073 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet Beoordeling van effecten op wettelijk beschermde natuurwaarden

Slaa + Van Asselt architecten BNA

Definitief

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet Beoordeling van effecten op wettelijk beschermde natuurwaarden

19-291

2 november 2020

Definitief

H. (Harma) Scholten & A. (Anton) Alberts

M. (Mariska) Salomons

Slaa + Van Asselt architecten BNA

© Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Scholten, H. & A. Alberts (2020). Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet. Beoordeling van effecten op wettelijk beschermde natuurwaarden. Rapport 19-291. Ecogroen bv Zwolle.

Inhoud Samenvatting

1

1.

Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkelingen 1.3 Onderzoeksmethode 1.4 Wettelijk kader

3 3 4 5 6

2.

Soorten (H3 Wet natuurbescherming) 2.1 Flora 2.2 Zoogdieren 2.3 Broedvogels 2.4 Reptielen 2.5 Overige soorten 2.6 Conclusies

9 9 9 11 12 12 12

3.

Natura 2000 (H2 Wet natuurbescherming) 3.1 Inleiding 3.2 Beschermde waarden Veluwe 3.3 Bepaling mogelijke effecten 3.4 Effectbeoordeling verstoring 3.5 Effectbeoordeling stikstofdepositie

14 14 15 15 16 21

4.

Natuurnetwerk Nederland en houtopstanden 4.1 Inleiding 4.2 Het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelzone 4.3 Beschermde waarden 4.4 Bepaling mogelijke effecten 4.5 Effectbeoordeling Groene ontwikkelzone Gelderland 4.6 Conclusie Nee, tenzij … toets 4.7 Houtopstanden (H4 Wet natuurbescherming)

25 25 25 26 27 27 29 29

5.

Geraadpleegde bronnen

31

Bijlagen Bijlage 1 - Beschermde waarden binnen Natura 2000-gebied Veluwe Bijlage 2 – Regels ter bescherming van de Groene Ontwikkelzone

Samenvatting Inleiding DG Vastgoed III B.V is voornemens de locatie aan de Elspeterweg 12 in Nunspeet te herontwikkelen. Het bestaande kantoorgebouw wordt afgebroken ten gunste van de bestemming wonen. De bestemming maakt de nieuwbouw van 33 kleinschalige appartementen mogelijk. Met een Omgevingsvergunning zal worden afgeweken van het vigerend bestemmingsplan. De ontwikkelingen gaan mogelijk gepaard met effecten op beschermde natuurwaarden. Daarom is beoordeeld of conflicten (kunnen) ontstaan met de wettelijke bescherming van natuurwaarden. Voorliggende rapportage bevat een beschrijving van de gevolgde werkwijze en de resultaten van de effectbeoordeling of toets.

Soortbescherming • Het plangebied biedt geen (onmisbaar) geschikt biotoop voor beschermde soorten. • Er is geen beschermde flora aanwezig. Behoudens enkele algemene broedvogels van bos en tuinen zijn geen (potentiële) nestlocaties van broedvogels met jaarrond beschermde nesten aanwezig. In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van beschermde zoogdieren, amfibieën, reptielen, ongewervelden en vissen aangetroffen of te verwachten anders dan van soorten waarvoor provinciale vrijstelling geldt. • Werkzaamheden die nestplaatsen van aanwezige vogels beschadigen dienen te worden voorkomen. Dit is voor de meeste soorten mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten in de periode voor half maart of na eind juli. • De Wet natuurbescherming -onderdeel soorten- staat vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.

Natura 2000 • Het plangebied valt niet binnen, maar grenst aan Natura 2000-gebied Veluwe. • Het project voortvloeiend uit de bestemmingsplanwijziging leidt niet tot (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied Veluwe. De Wet natuurbescherming staat vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.

Natuurnetwerk Nederland en houtopstanden Het Natuurnetwerk Nederland is in Gelderland verdeeld over het Gelders natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelzone (GO). Op het GNN of de GO treden alleen onderstaande effecten op: • Per saldo gaat maximaal 69 m2 van de GO verloren onder de nieuwbouw. Daarvoor geldt compensatieplicht. • Voor realisatie worden binnen de GO bomen uit een houtopstand -zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming- geveld. Daarvoor geldt compensatieplicht. Hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van houtopstanden.

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

01

•

•

Er geldt meld- en herplantplicht voor het kappen van (een deel van) de houtopstand. Omdat herplant niet kan plaatsvinden op (exact) dezelfde locatie van de gevelde houtopstand dient een ontheffing Houtopstanden te worden aangevraagd. Vanuit de bescherming van de GO wordt een groter aandeel herplant geëist dan vanuit de bescherming van houtopstanden (H4 Wet natuurbescherming).

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

02

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling DG Vastgoed III B.V (hierna: de initiatiefnemer) is voornemens de locatie aan de Elspeterweg 12 in Nunspeet te herontwikkelen (zie figuur 1.1). Daarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan. De ontwikkeling gaat mogelijk gepaard met effecten op beschermde natuurwaarden. Daarom is beoordeeld of conflicten (kunnen) ontstaan met de wettelijke bescherming van natuurwaarden.

Figuur 1.1. Ligging plangebied (rood omlijnd) ten zuiden van Nunspeet.

Voorliggend rapport gaat in op de beoogde ontwikkeling (§1.2) gevolgd door de onderzoeksmethodiek en het gehanteerde wettelijk kader. Vervolgens wordt de effectanalyse en -beoordeling beschreven ten aanzien van beschermde soorten (hoofdstuk 2), ten aanzien van Natura 2000 (hoofdstuk 3) en het Natuurnetwerk Nederland (hoofdstuk 4).

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

03

1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkelingen Het plangebied betreft het perceel Elspeterweg 12 in Nunspeet. Het perceel ligt ten zuiden van de dorpskern in een bosrijk gebied en grenst aan het Natura 2000-gebied Veluwe. De hiernavolgende beschrijving van de huidige situatie en de voorgenomen ontwikkeling is ontleend aan de Quickscan Ruimtelijke Ontwikkeling (Slaa + van Asselt 2018) en het veldbezoek van 28 juni 2018 (zie paragraaf 1.3).

Huidige situatie Het vigerend bestemmingsplan “Spoorzone” is door de gemeenteraad van Nunspeet vastgesteld op 27 november 2014. Voor de locatie geldt de bestemming “Werken: dienstverlening”. De huidige bebouwing bestaat uit een monumentaal pand (voormalige woning) met een aangebouwde bedrijfsruimte (zie foto voorblad en figuur 1.2). Beide zijn als kantoorruimte in gebruik. Het te slopen kantoor met de globale afmetingen van 21,5 meter bij 21,5 meter en de verbindende hal omvat een bouwoppervlak van circa 500 m2 (bouwtekening SBV.0010942). Het erf is (half)verhard met klinkers of grind. Op het erf is tuinbeplanting aanwezig en er staan solitaire beukenbomen. Parkeren vond plaats op eigen terrein. De parkeernorm resulteerde in 33 parkeerplaatsen voor het voormalig kantoorgebruik. In en direct om het plangebied zijn geen vijvers of andere vormen van open water aanwezig. Rondom het pand en erf staat gemengd bos. Het perceel is uitgerasterd.

Figuur 1.2 Huidige situatie (bron: Slaa + van Asselt architecten BNA).

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

04

Voorgenomen ontwikkeling De initiatiefnemer heeft het voornemen om de locatie te ontwikkelen naar de bestemming “Wonen: kleinschalige appartementen voor begeleid en beschermd wonen”. De initiatiefnemer wil 33 kleinschalige huurappartementen realiseren voor mensen met een licht verstandelijke beperking en een indicatie voor 24-uurs zorg in de directe nabijheid. Het monumentale pand blijft bestaan, maar wordt gerenoveerd en geschikt gemaakt voor kantoren en algemene ruimten voor de zorgaanbieder en drie appartementen. Hier vinden alleen inpandig werkzaamheden plaats. De aanbouw wordt gesloopt. Aan de achterzijde van het gebouw wordt het bos gedund en worden enkele bomen (Grove den, Beuk en Zomereik) en ondergroei gekapt. Het raster blijft behouden. Vervolgens worden hier 30 nieuwe appartementen gerealiseerd (zie figuur 1.3). Het totaal oppervlak nieuwbouw met de afmeting van 30,5 meter en 18,6 meter beslaat een oppervlak van circa 569 m2 (op basis van de bij de uitvraag geleverde bouwtekeningen met kenmerk 1819-do05). Verwacht wordt dat voor parkeren niet meer ruimte nodig is dan 25 parkeerplaatsen.

Figuur 1.3 Schets van de beoogde situatie (bron: Slaa+van Asselt architecten BNA).

1.3 Onderzoeksmethode Gestart is met literatuuronderzoek om na te gaan of beschermde soorten of habitats voorkomen in en rondom het plangebied. Onder andere de NDFF, het aanwijsbesluit Veluwe, het Natura 2000-beheerplan Veluwe en rapportages over eerder uitgevoerd onderzoek in de omgeving zijn geraadpleegd.

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

05

De verzamelde informatie vormt de basis voor de veldbezoeken die zijn uitgevoerd op • 28 juni 2018, droog, helder, 24°C, weinig wind, • 5 juni 2020, droog, bewolkt, 15°C, weinig wind en • 14 oktober 2020, droog, bewolkt, 12°C, weinig wind. Het plangebied en de directe omgeving (zone van 50 meter) is onderzocht door een ecoloog van Ecogroen. Er is gezocht naar exemplaren en leefgebied van alle bij de wet beschermde planten- en diersoorten. Speciale aandacht is besteed aan zoogdieren (vleermuizen, Boommarter en Eekhoorn) en jaarrond beschermde vogelnesten. Beoordeeld is welke beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn. Op 14 oktober 2020 is de binnenzijde van de bebouwing geïnspecteerd op sporen van gebouwbewonende beschermde soorten. Vervolgens is -op basis van het voornemen- bepaald of en zo ja welke effecten kunnen optreden op beschermde natuurwaarden en of vervolgstappen (zoals nader onderzoek, vergunning- of ontheffingsaanvraag) vereist zijn. Daarbij hanteren we de Wet natuurbescherming, de Provinciale verordening en het bestemmingsplan als toetsingskader (zie volgende paragraaf).

1.4 Wettelijk kader Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Staatsblad 2016) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden. De volledige wettekst van de Wet natuurbescherming (Wnb) is te vinden op: http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/. In kader 1.1 (volgende pagina) is de samenvatting van de relevante wetteksten te vinden.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN; de voormalige EHS) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro: Stb 2016 nr. 351) en uitgewerkt in provinciale verordeningen. In het Barro staat dat -via provinciale verordening- gebieden moeten worden aangewezen die het Natuurnetwerk Nederland vormen. De ligging van die gebieden wordt geometrisch vastgelegd. In de provinciale verordening worden -in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden- regels gesteld aan bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Kader 1.1 Wet natuurbescherming Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet natuurbescherming (ook: Wnb) kent een zorgplicht voor natuur en soorten. De zorgplicht is altijd van kracht, ook ten aanzien van niet beschermde natuur. Artikel 1.11 schrijft voor dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor beschermde gebieden, in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn/haar handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een beschermd gebied of voor

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

06

in het wild levende soorten, laat deze handelingen achterwege of voorkomt de gevolgen. Dit laatste kan door het treffen van maatregelen ter voorkoming van schade of -als zelfs dat niet kan- de ontstane schade zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Een voorbeeld van voorzorg is het werken in de minst kwetsbare periode van soorten. Natura 2000 (hoofdstuk 2) Hoofdstuk 2 regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Habitatrichtlijngebieden (HR) en Vogelrichtlijngebieden (VR). Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor de bescherming van natuurlijke habitats, habitats van soorten en leefgebieden van vogels. Artikelen 2.1 tot en met 2.11 van de Wet regelen de bescherming van (de doelen voor) Natura 2000-gebieden. Artikel 2.7 verplicht om vooraf te beoordelen of plannen en projecten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden geformuleerde doelen. Als uit de beoordeling blijkt dat geen significant negatieve effecten optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project niet nodig. Zijn significant negatieve effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling nodig. Artikel 2.8 bevat de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor het vaststellen van een plan of het verlenen van een vergunning.

Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of handeling plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Soorten (hoofdstuk 3) Hoofdstuk 3 regelt de bescherming van soorten. De bescherming van soorten is verdeeld over de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10. Het betreft de bescherming van: • Vogels zoals genoemd in de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), in de praktijk vaak onderverdeeld in: – Vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, gierzwaluw en buizerd. – Overige vogels, waarvan nesten alleen tijdens het broedseizoen zijn beschermd (periode van nestbouw, ei-leg, broeden en voeren van de jongen op het nest). • Soorten (exclusief vogels) van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I), zoals bedoeld in artikel 3.5. • Andere soorten (artikel 3.10), onderverdeeld in: – Soorten waarvoor op grond van art. 3.10 Wnb een ontheffing vereist kan zijn. – Soorten waarvoor -op basis van de betreffende provinciale verordening- vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt. Indien overtreding van de verbodsbepaling(en) niet zijn uit te sluiten moet -voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden/handelingen- een ontheffing worden aangevraagd of dient de natuurtoestemming aan te haken bij de omgevingsvergunning.

Als er (bij ruimtelijke ingrepen) verbodsbepalingen worden overtreden dan is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen bij het bevoegd gezag, tenzij gewerkt kan worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of activiteit plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Voor een project als dit zijn gedeputeerde staten van de provincie bevoegd gezag. Voor het verkrijgen van een ontheffing moet zijn beschreven hoe de initiatiefnemer er voor zorgt dat schade aan beschermde soorten tot een minimum beperkt blijft, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn, dat alternatieven ontbreken en aan welk wettelijk belang wordt voldaan en dat de staat van instandhouding van de betreffende soort niet in gevaar komt. Houtopstanden (hoofdstuk 4) Hoofdstuk 4 regelt de bescherming van houtopstanden. Een bij Wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend buiten de bebouwde kom, die een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt meld- (artikel 4.2) en herplantplicht (artikel 4.3).

Er geldt een verbod op de kap als het voornemen daartoe niet (maximaal een jaar en minimaal een maand) vooraf is gemeld bij bevoegd gezag. Binnen drie jaar moet dezelfde grond op bosbouwkundig verantwoorde wijze zijn herbeplant. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vast. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Provinciale staten kunnen in de provinciale verordening regels opnemen over de melding en de herplant, zoals herplant op andere gronden dan waar de (deels) gevelde opstand stond.

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

07

Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee, tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet toegestaan is. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen. De bescherming van het NNN is met behulp van planregels verankerd in bestemmingsplannen. De regels ter bescherming van het NNN hebben betrekking op een bestemmingswijziging. Het voornemen zal vermoedelijk met een Omgevingsvergunning -waarmee wordt afgeweken van het bestemmingsplanmogelijk worden gemaakt. Daarom is effect van het initiatief beoordeeld.

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

08

2. Soorten (H3 Wet natuurbescherming) 2.1 Flora Tijdens het veldbezoek is in het plangebied geen beschermde flora aangetroffen. Waarnemingen van beschermde flora in het plangebied en omgeving zijn niet bekend (NDFF 2020). Op basis van de aangetroffen terreingesteldheid, bekende verspreidingsgegevens en de waargenomen soortensamenstelling is aanwezigheid van beschermde flora uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van (beschermde) flora zijn niet nodig.

2.2 Zoogdieren Vleermuizen Het leefgebied van beschermde vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden (zie ook kader 2.1). Hieronder zijn deze onderdelen nader beschreven. Kader 2.1 Vleermuizen Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in donkere en voor vleermuizen bereikbare ruimten in bomen, huizen, kelders et cetera en kunnen aanwezig zijn in de vorm van kraamverblijven / zomerverblijven, baltslocaties / paarverblijven en winterverblijven. Verstoring, beschadiging, vernietiging of het verwijderen van deze verblijfplaatsen is verboden. Vliegroutes Voor oriëntatie tijdens de trek van en naar hun verblijfplaatsen en foerageergebieden gebruiken vleermuizen veelal jarenlang dezelfde structuren. Vanwege dit traditiegetrouwe gedrag van vleermuizen vormen bepaalde lijnvormige structuren (bijvoorbeeld rijen woningen, watergangen en bomenrijen) een belangrijk onderdeel van een vliegroute. Wanneer alternatieve structuren ontbreken zijn dergelijke structuren ‘onmisbaar’ en zodoende beschermd. Foerageergebied Locaties waar insecten aanwezig zijn, bijvoorbeeld langs randen van bossen, bomenrijen of boven water zijn van belang als foerageergebied voor vleermuizen. Foerageergebied van vleermuizen geniet binnen de Wet natuurbescherming echter geen juridische bescherming, tenzij het onmisbaar is voor het voortbestaan van een populatie.

Verblijfplaatsen De aangetroffen bouwkundige constructie van te slopen gebouwen is niet geschikt voor verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen als de gewone dwergvleermuis en laatvlieger, omdat geen geschikte holten, kieren of gaten aanwezig zijn die kunnen dienen als (toegang tot) vaste verblijfplaats voor vleermuizen. De spouwmuur is bovendien gevuld met glaswol en daarmee ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Ook in de te kappen bomen zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig, omdat in deze bomen geen holen, spleten of gaten zijn aangetroffen. Vervolgstappen zijn niet aan de orde. Vliegroutes en foerageergebied Binnen het plangebied zijn lijnvormige elementen aanwezig in de vorm van de bebouwing en bosrand, die kunnen fungeren als vliegroute. Omdat echter overal geleidende structuren aanwezig zijn, zijn deze niet

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

09

onmisbaar en zodoende niet beschermd. Het plangebied en de omgeving zijn geschikt als foerageergebied voor vleermuissoorten als de Gewone- en Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger en Rosse vleermuis. Vanwege de beperkte omvang van het plangebied en de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied in de directe omgeving in de vorm van bos, tuinen en beplanting, betreft het geen essentieel foerageergebied. Vervolgstappen voor vliegroutes en foerageergebied voor vleermuizen zijn niet aan de orde.

Boommarter Er zijn enkele waarnemingen bekend van de boommarter in de omgeving van het plangebied (NDFF 2020). Tijdens het veldbezoek in 2018 zijn op het dak prooiresten aangetroffen van (waarschijnlijk) een boommarter. Het gaat om afgebeten vogelveren van een lijster en een grote bonte specht, waarbij de afgebeten veerschachten duiden op het werk van een zoogdier en de locatie op een hoog dak duidt op een boommarter. Er zijn in het gebouw of te kappen bomen geen verblijfplaats van de boommarter aanwezig omdat geen geschikte holten, kieren of gaten aanwezig zijn die kunnen dienen als (toegang tot) vaste verblijfplaats voor boommarter. Tijdens het veldbezoek op 14 oktober 2020 zijn ook geen sporen of andere aanwijzingen in het gebouw aangetroffen. Ook in de te kappen bomen zijn geen verblijfplaatsen van boommarter aanwezig omdat in deze bomen geen holen, spleten of gaten zijn aangetroffen. Verwacht wordt dat de boommarter alleen incidenteel foerageert in het bosgebied rondom het plangebied. Er is wegens de grote actieradius van de soort geen sprake van aantasting van essentieel foerageergebied. Daarnaast blijven in de omgeving voldoende alternatief foerageergebied voorhanden. Vervolgstappen voor de soort zijn zodoende niet aan de orde.

Eekhoorn Er zijn enkele waarnemingen bekend van de eekhoorn in de omgeving van het plangebied (NDFF 2020). Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten, exemplaren of sporen aangetroffen van de eekhoorn. Het bosgebied rondom het plangebied biedt potentieel leefgebied voor eekhoorn. Gezien het ontbreken van nesten in de te kappen bomen en de bosrand rondom het gebouw zijn vaste verblijfplaatsen van de eekhoorn in het plangebied uitgesloten. Door de beperkte omvang van het plangebied is geen sprake van aantasting van essentieel foerageergebied. Daarnaast blijft in de omgeving voldoende alternatief foerageergebied voorhanden. Vervolgstappen voor de soort zijn niet aan de orde.

Overige zoogdieren Op basis van het veldbezoek, de aangetroffen terreinkenmerken, de habitateisen van overige beschermde soorten en bekende verspreidingsgegevens (o.a. NDFF 2020) is aanwezigheid uitgesloten van verblijfplaatsen van overige zoogdieren die zijn genoemd in de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn (zoals otter) en overige zoogdieren die nationaal beschermd zijn (zonder provinciale vrijstelling) zoals das, hermelijn, bunzing en wezel. Wel zijn vaste verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdiersoorten aangetroffen en/of te verwachten in de groenstructuren en bosrand. Dit zijn onder andere huisspitsmuis, bosmuis, egel en rosse woelmuis. Bij de uitvoering van het plan kunnen enkele exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt in de provincie Gelderland een vrijstelling van verbodsartikelen uit

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

10

de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen, behalve invulling geven aan de zorgplicht, niet aan de orde is.

2.3 Vogels Vogels met jaarrond beschermde nesten Van veel vogels zijn nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat de nestlocaties inclusief de functionele omgeving jaarrond beschermd zijn (kader 2.2). Kader 2.2 Broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen Onder jaarrond beschermde nesten van broedvogels wordt verstaan: in functie zijnde nesten van de Ooievaar, Boomvalk, Buizerd, Havik, Ransuil, Roek, Wespendief, Zwarte wouw, Slechtvalk, Sperwer, Steenuil, Kerkuil, Oehoe, Gierzwaluw, Grote gele kwikstaart en Huismus. Voor sommige andere soorten geldt dat de nesten jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen (Min. LNV 2009).

In en rondom het plangebied zijn geen territorium- of nest indicerende waarnemingen bekend van broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen (NDFF 2020). Ook tijdens het veldbezoek zijn geen sporen of exemplaren van broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen aangetroffen in de bebouwing of aangrenzende bos, zoals huismus, uilen en buizerd. Op basis van de bekende verspreidingsgegevens, het veldbezoek, habitateisen en terrein- en gebouwkenmerken wordt de aanwezigheid van nesten van broedvogels met jaarrond beschermde nesten uitgesloten. Vervolgstappen zijn niet aan de orde.

Overige vogels Door de aanwezigheid van loof- en naaldbos en tuinen is in en rondom het plangebied broedbiotoop aanwezig voor algemene vogelsoorten als vink, boomklever, gaai, roodborst, merel, goudhaan, grote bonte specht en winterkoning. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen half maart en eind juli worden aangehouden als broedseizoen. Wanneer werkzaamheden binnen deze perioden worden uitgevoerd adviseren we om een broedvogelcontrole door een ter zake deskundige uit te laten voeren. Tijdens de broedvogelcontrole wordt gekeken of zich broedende vogels ophouden binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden.

Bij uitvoering van de werkzaamheden in de periodes tussen half februari – half maart en eind juli – half november, adviseren we na te gaan of nog bewoonde nesten van de vroeg of laat in het seizoen broedende soorten, zoals de Houtduif, aanwezig zijn binnen het plangebied. Bij het onverwacht aantreffen van

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

11

nesten van broedvogels dienen de betreffende werkzaamheden direct te worden gestaakt en direct contact te worden gezocht met de ecologisch toezichthouder (of uitvoerder). Vervolgens wordt in overleg bepaald hoe de werkzaamheden op een zorgvuldige wijze binnen de kaders van de Wet natuurbescherming kunnen worden uitgevoerd.

2.4 Reptielen Hazelworm In de omgeving van het plangebied is de hazelworm bekend (NDFF 2020). Tijdens het veldbezoek is de soort niet aangetroffen. Het plangebied biedt ook geen geschikt leefgebied voor hazelworm, omdat het erf grotendeels is verhard en potentiële plekken ontbreken waar de hazelworm zich kan ophouden, zoals (rotte) liggende boomstammen. Ook zijn door de bomen en bos geen open zonnige plekken in het plangebied of omgeving aanwezig waar de hazelworm kan opwarmen. Zodoende zijn geen vervolgstappen ten aanzien van Hazelworm aan de orde.

Overige reptielen Verblijfplaatsen van overige reptielen (ringslang, adder, gladde slang, levendbarende hagedis en zandhagedis) in het plangebied op basis van habitateisen, terreinkenmerken (besloten, donker terrein en grotendeels verhard), bekende verspreidingsgegevens en het veldbezoek uitgesloten. Het meest nabij gelegen biotoop voor reptielen ligt ongeveer 600 meter ten zuiden van het plangebied. Een ecologische relatie tussen deze locatie en het plangebied ontbreekt. Vervolgstappen ten aanzien van overige reptielen zijn niet aan de orde.

2.5 Overige soorten Op basis van het veldbezoek, de aangetroffen terreinkenmerken -waaronder het ontbreken van oppervlaktewater in het plangebied en omgeving-, de habitateisen van overige beschermde soorten en bekende verspreidingsgegevens (o.a. NDFF 2020) worden in het plangebied geen voortplanting of vaste verblijfplaatsen verwacht van beschermde vissen, amfibieën en ongewervelden. Het nemen van vervolgstappen ten aanzien van overige soorten is niet aan de orde.

2.6 Conclusies • Aanwezigheid van nesten van broedvogels met jaarrond beschermde nesten is uitgesloten. Vervolgstappen zijn niet aan de orde. • Aangezien de uitvoeringsperiode nog niet bekend is, is niet uit te sluiten dat negatief effect optreedt voor de overige broedende vogels. In de regel wordt geen ontheffing verleend voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels, omdat werken buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. Mocht er toch gewerkt worden in of rondom de broedperiode, dan adviseren we kort tevoren na te (laten) gaan of bewoonde nesten aanwezig zijn.

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

12

• Vervolgstappen ten aanzien van (beschermde) flora, zoogdieren, reptielen en overige soorten zijn niet nodig. • Wel dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht, bijvoorbeeld door vaste werkroutes te gebruiken en delen van het bos waar geen werkzaamheden plaatsvinden niet te betreden.

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

13

3. Natura 2000 (H2 Wet natuurbescherming) 3.1 Inleiding Het plangebied valt niet binnen, maar grenst aan Natura 2000-gebied Veluwe (zie figuur 4.1). Andere Natura 2000-gebieden liggen op (relatief) grote afstand. Het meest nabij gelegen ander Natura 2000-gebied is Veluwerandmeren, op meer dan 4,5 kilometer afstand. Die afstand is groter dan effectafstanden van sloop- en bouwactiviteiten (Vegte et al. 2014), met uitzondering van de effectafstand van stikstofdepositie. Met uitzondering van stikstofdepositie zijn effecten op instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-gebieden -anders dan Veluwe- op voorhand uitgesloten. Daarbij is rekening gehouden met de aard van het voornemen, de afstand tussen plangebied en het Natura 2000-gebied en tussenliggende infrastructuur en bebouwing. Effecten op instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-gebied Veluwe zijn niet op voorhand uit te sluiten. Aanvullend is onderzocht of en in hoeverre het voornemen negatief effect op instandhoudingdoelen voor Natura 2000-gebied Veluwe veroorzaakt. Een stikstofberekening met het rekenmodel AERIUS is hier onderdeel van.

Figuur 3.1 Ligging plangebied (rood omlijnd) in relatie tot Natura 2000-gebied Veluwe (groen).

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

14

3.2 Beschermde waarden Veluwe Het Natura 2000-gebied Veluwe is aangewezen als speciale beschermingszone voor 19 habitattypen, zeven habitatrichtlijnsoorten en tien broedvogels (zie kader 3.1 en bijlage 1). Voor deze beschermde waarden zijn zogenoemde instandhoudingsdoelen geformuleerd. Kader 3.1 Beschermde habitattypen en soorten binnen Natura 2000-gebied Veluwe Habitattypen Stuifzandheiden met struikhei Binnenlandse kraaiheibegroeiingen Zandverstuivingen Zwakgebufferde vennen Zure vennen Beken en rivieren met waterplanten (waterranonkels) Vochtige heiden (hogere zandgronden) Droge heiden Jeneverbesstruwelen Heischrale graslanden Blauwgraslanden Actieve hoogvenen (heideveentjes) Overgangs- en trilvenen Pioniervegetaties met snavelbiezen Kalkmoerassen Beuken-eikenbossen met hulst Oude eikenbossen Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

Habitatrichtlijnsoorten Gevlekte witsnuitlibel Vliegend hert Beekprik Rivierdonderpad Kamsalamander Meervleermuis Drijvende waterweegbree Broedvogels Wespendief Nachtzwaluw IJsvogel Draaihals Zwarte Specht Boomleeuwerik Duinpieper Roodborsttapuit Tapuit Grauwe Klauwier

3.3 Bepaling mogelijke effecten Bij de beoordeling van effecten wordt onderscheid gemaakt in de aanleg- en de gebruiksfase. Op basis van de effectenindicator (Broekmeyer 2010), de bekende dosis-effectrelaties (Vegte et al. 2014), de aard van het project (zie H1) en expert judgement is beoordeeld welke effecten kunnen optreden.

Aanlegfase Tijdens de aanlegfase wordt een pand gesloopt, worden enkele bomen en delen van begroeiing verwijderd, wordt het monumentale pand gerenoveerd tot algemene ruimte en drie appartementen en wordt nieuwbouw van 30 kleinschalige appartementen gerealiseerd. Er wordt niet binnen het Natura 2000-gebied gewerkt. Tijdens de aanlegfase kan effect door externe werking in de vorm van verstoring optreden door geluid, licht en aanwezigheid van mensen en machines (Vegte et al. 2014). Daarnaast kan uitstoot van stikstofdepositie optreden. Daarom zijn effecten door tijdelijke toename van stikstofdepositie op habitattypen en leefgebieden niet op voorhand uit te sluiten. Genoemde effecten zijn in H3.4 en H3.5 uitgewerkt.

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

15

Andere effecten als oppervlakteverlies, verdroging, vernatting en verontreiniging treden niet op. Gedurende de aanlegfase is namelijk geen bronbemaling of drainage nodig, worden geen waterlichamen gedempt of gegraven waardoor geen sprake is van hydrologische effecten. Verontreiniging treedt niet op, omdat geen verontreinigende, gebiedsvreemde stoffen in het milieu worden gebracht. Evenmin is sprake van verandering in dynamiek substraat en / of mechanische effecten, omdat niet in het Natura 2000-gebied wordt gewerkt.

Gebruiksfase Gedurende de gebruiksfase worden de gerenoveerde of nieuwbouw gebruikt voor de huisvesting van 33 mensen, betreft wonen in het sociaal/maatschappelijk segment (zelfstandig wonen met ambulante zorg/begeleiding). Het monumentale pand is in gebruik als algemene ruimten voor de zorgaanbieder. Voor parkeren is niet meer ruimte nodig dan 25 parkeerplaatsen (acht minder dan voorheen). Het gebruik vindt plaats buiten het Natura 2000-gebied: er wordt niet in Natura 2000-gebied gewerkt of verbleven. Effecten door externe werking in de vorm van verstoring kan optreden door geluid, licht en aanwezigheid van mensen (Vegte et al. 2014). Daarnaast zijn mogelijke effecten door toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden door het gewijzigde gebruik niet op voorhand uit te sluiten. Genoemde effecten zijn in H3.4 en H3.5 uitgewerkt. Effecten door oppervlakteverlies, verdroging, vernatting, verontreiniging en dergelijke treden niet op. Er wordt geen bemaling of drainage toegepast, waardoor geen sprake is van hydrologische effecten. Verontreiniging treedt niet op omdat geen verontreinigende, gebiedsvreemde stoffen in het milieu worden gebracht. Evenmin is sprake van verandering in dynamiek substraat en/of mechanische effecten omdat de panden en parkeerplaatsen zich niet binnen Natura 2000-gebied bevinden en het perceel is uitgerasterd.

Conclusie Zowel gedurende de aanleg- als de gebruiksfase kan verstoring optreden door geluid, licht en aanwezigheid van mensen en machines. Daarnaast zijn effecten door een tijdelijke toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden niet op voorhand uit te sluiten.

3.4 Effectbeoordeling verstoring Of negatieve effecten door verstoring optreden, is afhankelijk van de intensiteit, duur en frequentie van de werkzaamheden, reeds aanwezige verstoring, maar ook overlap met kwetsbare perioden van soorten en locatie (afstand tussen leefgebied en verstoringsbron). Verstoringsgevoeligheid wordt uitgedrukt in verstoringsafstand. Het effect van visuele verstoring door aanwezigheid van mensen en machines en het effect van geluid (bijvoorbeeld door draaiende machines of pratende mensen) zijn niet goed te scheiden (Krijgsveld et al. 2008). Verstoringsafstanden omvatten dus een combinatie van visuele en geluidsverstoring en verschillen per soort.

Habitattypen en -soorten Habitattypen en planten als drijvende waterweegbree zijn ongevoelig voor verstoring. Een negatief effect door verstoring op instandhoudingsdoelen voor habitattypen en drijvende waterweegbree is uitgesloten.

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

16

Een aantal van de habitatsoorten waarvoor de Veluwe is aangewezen, zijn gebonden aan biotopen met oppervlaktewater. Door het ontbreken van natuurlijk oppervlaktewater in of binnen de verstoringsafstand rond het plangebied kunnen effecten op instandhoudingsdoelen voor beekprik, rivierdonderpad, meervleermuis, gevlekte witsnuitlibel en kamsalamander op voorhand uitgesloten worden. Vliegend hert komt hier niet voor: het ontbreekt aan oude of kwijnende eiken in of in de directe omgeving van het plangebied. Daarnaast is de soort vrij ongevoelig voor verstoring: andere factoren als beschikbaarheid van oude en kwijnende eiken, verbindingen tussen leefgebieden en het verkeer hebben een veel grotere impact op het voorkomen en voortbestaan van de soort (onder andere Smit & Krekels 2008). Van verstoring van habitatsoorten is daarom geen sprake. Op basis van bovenstaande zijn (significant) negatieve effecten door verstoring tijdens zowel de aanlegals gebruiksfase op de instandhoudingsdoelen voor habitattypen en habitatsoorten op voorhand uitgesloten.

Broedvogels Voor de meeste broedvogels bedragen de verstoringsafstanden tussen 25 tot 300 meter (Krijgsveld et al. 2008). Vanwege het ontbreken van heide en heideranden, duinen, struweel en (open) water binnen 300 meter van het plangebied is er geen (potentieel) geschikt leefgebied voor nachtzwaluw, draaihals, roodborsttapuit, tapuit, duinpieper, grauwe klauwier en ijsvogel. Van deze soorten zijn dan ook geen waarnemingen bekend binnen de verstoringsafstand van 300 meter (NDFF 2020). Effecten door verstoring tijdens zowel de aanleg- als gebruiksfase op de instandhoudingsdoelen voor de broedvogels nachtzwaluw, draaihals, roodborsttapuit, tapuit, duinpieper, grauwe klauwier en ijsvogel zijn uitgesloten. De omgeving van het plangebied bestaat met name uit bebost gebied. Voor bosbewoners zwarte specht en wespendief zijn negatieve effecten op instandhoudingsdoelen niet op voorhand uit te sluiten. Beide soorten zijn in de volgende paragraaf nader behandeld.

Zwarte specht en wespendief Ecologie en voorkomen zwarte specht Voor zwarte specht geldt een behoudsdoel: De Veluwe heeft voldoende draagkracht voor de instandhouding van tenminste 400 broedparen (Min. EZ 2014; Sierdsema et al. 2008). Volgens het Natura 2000-beheerplan is de stand van de zwarte Specht de afgelopen jaren teruggezakt tot onder de 400 broedparen. Dat betekent dat de gunstige staat van instandhouding uit beeld is geraakt. Met de juiste maatregelen zal de gunstige staat van instandhouding gedurende de 1e of 2e planperiode kunnen worden hersteld (Provincie Gelderland 2018a). Het gemiddelde aantal broedparen bedraagt 393 (Sovon.nl). Er is geen sprake van een uitbreidingsdoel. Zwarte specht komt voor in uitgestrekte oudere gemengde bossen. De soort prefereert nestbomen met lange gladde stam (beuk, in mindere mate Amerikaanse eik), grove den en lariks (Sovon.nl). De kwaliteit van het leefgebied wordt bepaald door het volume dood hout (vooral staand dood hout en stobben) en daarmee het voedselaanbod (m.n. keverlarven en mieren). In de broedtijd leeft de zwarte specht in oude bossen van minimaal 100 hectare. In de winterperiode wordt het oppervlak leefgebied uitgebreid tot 400 hectare. De soort heeft een teruggetrokken levenswijze en mijdt bebouwing. Terreindelen met veel men-

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

17

selijke activiteit, zoals recreatieterreinen en bebouwing, worden niet gebruikt als broedgebied. De spechten zijn schuw en vliegen snel weg zodra ze een mens waarnemen, of blijven uit het zicht aan de andere kant van de boom. Matige recreatie wordt niet gemeden: zo zijn nestholen bekend langs zandwegen en fietspaden. De zwarte specht is matig tot gemiddeld gevoelig voor verstoring (verstoring bij < 100-300 m afstand). Uit onderzoek naar de verspreiding en territoria van zwarte specht komt naar voren dat de directe omgeving van het plangebied als beperkt geschikt leefgebied wordt beschouwd (Sierdsema 2015). Er zijn geen waarnemingen van (nestelende) zwarte spechten in de nabijheid (500 meter) van het plangebied bekend (Sierdsema 2008; NDFF 2020). Ecologie en voorkomen wespendief Voor wespendief geldt een behoudsdoel voor de instandhouding van tenminste 100 broedparen (Min EZ 2013; Van Manen et al. 2011; Sierdsema et al. 2008). Volgens het Beheerplan omvat de huidige populatie op de Veluwe ca. 100 broedparen. Dit komt overeen met de gewenste draagkracht voor het leefgebied van deze soort (Provincie Gelderland 2018a). Wespendief komt voor in uitgestrekt gesloten bos, bosfragmenten in halfopen landschap en heeft een voorkeur voor minimaal 250 ha grote en minstens 40 jaar oude bossen op zandgrond. De minimale grootte van het gebied rond het nest bedraagt ongeveer 1.400 ha.

De soort foerageert vooral in bos en open plekken waar in de grond nestelende wespen voorkomen. Vooral randzones en reliëfrijke terreinen zijn geschikt. Wespendief is matig verstoringsgevoelig (verstoring bij < 100 m afstand). Vooral de landrecreatie zoals wandelen en fietsen kan de rust van wespendief verstoren. Uit zenderonderzoek bij wespendief op de Veluwe is gebleken dat de soort (bos en bosranden nabij) bebouwing mijdt (Van Manen et al. 2011). Op basis van onderzoek naar de wespendief op de Veluwe en bekende verspreidingsgegevens zijn geen territoria of waarnemingen in of in de directe nabijheid (500 meter) van het plangebied aanwezig (Van Manen et al. 2011; NDFF 2020). Effectbeoordeling In de huidige situatie is reeds sprake van bedrijvigheid, menselijke activiteit, licht en geluid rond het plangebied en langs de gehele Elspeterweg tussen spoor en A28. Het gebruik van het bestaande pand als kantoor veroorzaakte eveneens verstoring door geluid, menselijke activiteit en licht (buitenverlichting: zie figuur 3.2). Door het achterliggende Hendriksbos -binnen de grenzen van Natura 2000-gebied Veluweliggen diverse wandelroutes die veelvuldig worden gebruikt door wandelende (hondenbezitters en) recreanten uit Nunspeet. Ook ligt in het achterliggende Hendriksbos een crossbaan, verantwoordelijk voor veel geluidsproductie.

De te verwachten extra verstoring door realisatie en gebruik van het initiatief wordt aan de huidige situatie afgemeten. De omgeving van het plangebied (500 meter) is matig tot niet geschikt broedbiotoop voor beide soorten: daarvoor is in de huidige situatie immers al te veel sprake van verstoring. Er zijn ook geen waarnemingen van nestplaatsen bekend (NDFF 2020). Door de reeds aanwezige verstoring is eveneens sprake van matig geschikt foerageerbiotoop.

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

18

Figuur 3.2 Voorbeelden buitenverlichting huidige situatie.

Gedurende de aanlegfase is sprake van afwijkend geluid en aanwezigheid van mens en machines door vel-, sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden. Deze activiteiten duren verhoudingsgewijs kort en zijn tijdelijk. Tijdens de werkzaamheden -die vermoedelijk maar niet zeker buiten het broedseizoen worden uitgevoerd- is voor beide soorten voldoende (meer) geschikt foerageergebied in de omgeving beschikbaar, waar naartoe kan worden uitgeweken. In de winter is de wespendief niet in Nederland en de zwarte specht heeft dan een veel groter territorium ten opzichte van broedseizoen. Gezien het bovenstaande treedt tijdens de aanlegfase geen (significant) negatief effect op, op de draagkracht van de Veluwe voor de instandhoudingsdoelen van zwarte specht en wespendief. Significant negatief effect is uitgesloten. Gedurende de gebruiksfase is de mate van verstoring gelijk aan de verstoring die optrad tijdens het huidige gebruik: het betreft mensen in en om het pand en aan- en afrijden van auto’s (medewerkers, klanten / bewoners, bezoekers). De eventueel optredende extra verstoring betreft het licht en geluid dat tijdens

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

19

de nacht vanuit de appartementen naar het Natura 2000-gebied uitstraalt. Het gaat dan om indirecte uitstraling aangezien aan de zijde van het Natura 2000-gebied geen glas is voorzien (zie figuur 3.3). Bovendien betreft het incidentele gevallen, als de gordijnen open zijn en er sprake is van nachtactiviteit in de appartementen, bijvoorbeeld tijdens de verzorging van de bewoners (licht aan). Er is echter niet of nauwelijks sprake van extra lichtuitstraling, omdat het huidige pand aan de buitenzijde is verlicht (zie figuur 3.2) wat een meer uitstralende invloed dan binnenverlichting heeft. Eventuele nachtelijke lichtuitstraling naar het Natura 2000-gebied gedurende de gebruiksfase is tevens zeer beperkt door de afschermende werking van het bos in het plangebied tussen gebouw en het Natura 2000-gebied. zwarte specht en wespendief zijn dag actieve soorten. Kortom: Er is in de gebruiksfase met zekerheid geen sprake van (significant) negatief effect op de draagkracht van de Veluwe voor beide instandhoudingsdoelen van de zwarte specht en wespendief.

Eindconclusie effectbeoordeling verstoring Effecten van verstoring (zowel gedurende de aanleg- als de gebruiksfase) op de instandhoudingsdoelen voor kwalificerende habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en de meeste broedvogels zijn op voorhand uitgesloten: habitattypen en geschikt leefgebied voor habitatrichtlijnsoorten en de meeste broedvogels ontbreken binnen de verstoringsafstand van het plangebied. De functionaliteit van het foerageergebied van zwarte specht en wespendief wordt niet aangetast. Effecten op de instandhoudingsdoelen voor zwarte specht en wespendief zijn na nadere beoordeling daarom uitgesloten. Er is met zekerheid geen sprake van (significant) negatief effect op de draagkracht van Natura 2000-gebied Veluwe voor het behalen van de instandhoudingsdoelen.

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

20

Figuur 3.3 Ontwerptekening appartementen (niet op schaal).

3.5 Effectbeoordeling stikstofdepositie Stikstofdepositie kan een verzurend en vermestend effect veroorzaken op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten. Toename van stikstofdepositie kan tot op ruime afstand van de bron plaatsvinden.

Toetsingskader De regels waaraan stikstofberekeningen moeten voldoen waren tot voor kort vastgelegd in het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en verankerd in de Wet natuurbescherming. De Raad van State zette in 2019 een streep door het PAS, waarmee (het overgrote deel van) het toetsingskader is komen te vervallen. De centrale vraag in een toetsing aan de Wet natuurbescherming, onderdeel Natura 2000 is of (uitvoering van) een plan kan leiden tot significant negatieve effecten op een Natura 2000-gebied. De PASuitspraak heeft tot gevolg dat dit voor het onderwerp stikstofdepositie in veel gevallen bij een toename (>0,00 mol/ha/jaar) zo is. Volgens vaste jurisprudentie bestaat deze toets bij bestemmingsplan(wijziging)en uit een vergelijking tussen de feitelijke, planologisch legale situatie en de maximale plansituatie. De maximale planinvulling bestaat in voorliggend geval uit een modellering van de aanlegfase en de gebruiksfase. Deze twee fasen zullen in de praktijk niet (geheel) in hetzelfde jaar plaatsvinden, waardoor een worst-case benadering is gevolgd.

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

21

Daarnaast is het in het kader van de aanvraag Omgevingsvergunning van belang om te beoordelen of het plan of project - ten opzichte van de referentiesituatie - per saldo leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden (intern salderen). De referentiesituatie is de laagste (vergunde) situatie vanaf de datum waarop artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn van toepassing werd op een Natura 2000-gebied (de referentiedatum). Voor de Veluwe geldt 24 maart 2000 als referentiedatum, omdat het gebied op die datum is aangewezen als Vogelrichtlijngebied. Het is aannemelijk dat de stikstofemissie ten opzichte van de huidig feitelijke situatie gelijk of lager is op de referentiedatum voor de Veluwe. Het gebruik van het plangebied is sinds de referentiedatum namelijk niet wezenlijk gewijzigd en de emissiefactoren voor gebouwemissies (stookinstallaties/CV-ketels) en verkeer waren in deze periode hoger (o.a. VROM 2007, RIVM 2017, Kok 2014 en Sipa & Rietkerk 2016). Uitgaande van een worst-case benadering is de NOx-emissie op de referentiedatum zodoende gelijk gesteld aan de huidig feitelijke situatie. Onderstaand wordt op de uitgangspunten van de berekening en het resultaat ingegaan. De berekening is als losse bijlage bij dit rapport gevoegd.

Uitgangspunten AERIUS-berekening Huidige situatie In de huidige situatie is sprake van gebouwemissies en emissies door verkeersbewegingen. Op basis van kengetallen en het bruto vloeroppervlak (BVO) van het huidige kantoor is becijferd hoe groot de bijdrage van de bestaande situatie is. Voor de berekening van de stikstofemissie is aangenomen dat gebruik is gemaakt van conventionele gasgestookte CV-installaties. Het BVO van het huidige kantoor bedraagt minimaal 800 m2. In de rapportage van Sipma & Rietkerk (2016) is het energieverbruik van 24 gebouwtypen in de dienstensector en 12 industriële sectoren beschreven. Voor kantoren geldt een jaarlijks energieverbruik van 17 m3 gas per m2 BVO kantoorruimte. Op basis hiervan is bepaald dat het huidige kantoor met een BVO van 800 m2 circa 13.600 m3 gas per jaar verbruikt. Dat leidt jaarlijks tot een emissie1 van circa 8,5 kg NOx. Deze emissie is toebedeeld aan het plangebied dat als een vlak is ingetekend in AERIUS Calculator. Verder is sprake van verkeersbewegingen door personeel, leveranciers en dienstverleners, bewoners en bezoekers. Bij het bepalen van het aantal te verwachten verkeersbewegingen is gebruik gemaakt van de rapportage Toekomstbestendig parkeren (CROW 2018). Uitgegaan is van een kantoor zonder baliefunctie in een weinig stedelijke omgeving, in de schil rond het centrum.

Dat leidt tot een minimale verkeersgeneratie van 7,4 voertuigbewegingen per etmaal per 100 m 2 BVO. Deze intensiteit mag worden gezien als een worst-case-scenario omdat de ermee samenhangende emissie en dus depositie in mindering wordt gebracht op de depositie van de beoogde situatie. Het kengetal resulteert in 8 (van 800 m 2 BVO) * 7,4 = 59,2 voertuigbewegingen per etmaal. Conform de toelichting bij het kengetal betreft het verkeer inclusief

1 Emissienorm 70 mg/Nm3 en een rookgasfactor van 8,99 Nm3 rookgas per Nm3 aardgas.

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

22

de verkeersgeneratie van medewerkers en bezoekers. Voor toeleverende diensten, pakketbezorging, verhuisbewegingen en dergelijke is aanvullend één vrachtwagen per dag, dus twee ritten zwaar vrachtverkeer per dag (heen en terug), in de berekening meegenomen. Het verkeer is gemodelleerd vanaf de bouwlocatie tot op de N310, vanwaar het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. Ook is aangenomen dat aan- en afvoer over dezelfde route plaatsvindt. De route is zodoende als één lijn gemodelleerd. Aanlegfase In de aanlegfase wordt gebruik gemaakt van mobiele werktuigen en werkverkeer. Opdrachtgever gaat alleen elektrisch aangedreven mobiele werktuigen gebruiken. Hierdoor vormt alleen verkeer door bouwpersoneel en transport van materialen en materieel een bron van emissie tijdens de aanlegfase: • Transport aan- en afvoer van materiaal: gemiddeld één rit met zwaar vrachtverkeer per dag, gedurende het gehele jaar. • Transport personeel: vier ritten met licht verkeer per dag (twee heen en twee terug), gedurende een jaar. Het verkeer (transport en personenauto’s) is gemodelleerd vanaf de bouwlocatie tot op de N310. Hier gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Ook is aangenomen dat aan- en afvoer over dezelfde route plaatsvindt en is zodoende als één lijn gemodelleerd.

Gebruiksfase In de toekomstige situatie is ook alleen sprake van emissies door verkeersbewegingen, aangezien de nieuwbouw gasloos wordt. Voor de verkeersbewegingen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Personeel, bewoners en bezoekers: Bij het bepalen van het aantal te verwachten verkeersbewegingen is gebruik gemaakt van de rapportage Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie (CROW 2018). Conform de rapportage over de Quickscan Ruimtelijke ordening van Slaa + van Asselt (2018) is, gezien de doelgroep, uitgegaan van de verkeersgeneratie behorende bij de categorie Kamerverhuur, zelfstandig. Worst case is daarbij uitgegaan van de hoogste verkeersgeneratie van 2,4 voertuigbewegingen per etmaal per appartement / kamer. Bij 33 appartementen resulteert dat in 33*2,4=79,2 voertuigbewegingen per etmaal. Conform de berekening van de parkeerkencijfers voor verpleeg- en verzorgingstehuizen is ervan uitgegaan dat daarbij de verkeersbewegingen van personeel zijn inbegrepen. • Voor toeleverende diensten, pakketbezorging, verhuisbewegingen en dergelijke is aanvullend uitgegaan van één vrachtwagen per dag, dus twee ritten zwaar vrachtverkeer per dag (heen en terug). Gezien het beoogde startmoment is de berekening voor het rekenjaar 2020 met de nieuwste versie van AERIUS Calculator (2020) uitgevoerd.

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

23

Resultaat en conclusie AERIUS berekent voor de beoogde situatie (aanleg- + gebruiksfase) een maximale bijdrage van 0,10 mol N / ha / jr op (een zoekgebied voor) leefgebied van het type Bos van arme zandgronden. In de huidige situatie berekent AERIUS hier een bijdrage van 0,20 mol N / ha / jr. Per saldo berekent AERIUS dus een afname van 0,10 mol N / ha / jr op (zie figuur 3.4). Het project leidt daarmee niet tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de Veluwe. De Wet natuurbescherming staat vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg, omdat negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen zijn uitgesloten en het project vergunbaar is middels instrument intern salderen. De berekening (met kenmerk: RWHf3hqxBnSC) is een losse bijlage bij dit rapport.

Figuur 3.4 Resultaat AERIUS-verschilberekening. Het resultaat op de locatie met de maximale afname is uitgelicht en links van de figuur weergegeven.

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

24

4. Natuurnetwerk Nederland en houtopstanden 4.1 Inleiding Voor de ontwikkeling wordt afgeweken van het vigerend bestemmingsplan. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door middel van een Omgevingsvergunning. Bij een eerstvolgende actualisatie van het vigerende bestemmingsplan wordt de nieuwe functie (indien volledig gerealiseerd) geformaliseerd. Omdat met de Omgevingsvergunning van het bestemmingsplan afgeweken wordt en het plangebied binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt, is het nodig om -in het kader van goede ruimtelijke ordening- te waarborgen dat het voorgenomen plan de kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het NNN niet aantast. Goede ruimtelijke ordening houdt kortweg in dat naastgelegen functies elkaar niet hinderen. Een aanvullende beoordeling of te wel een Nee, tenzij … toets in het kader van GNN en GO is nodig. Bevoegd gezag bepaalt vervolgens of het plan kan worden gerealiseerd en of compensatie-eisen worden gesteld.

4.2 Het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelzone Provincie Gelderland heeft het Natuurnetwerk Nederland verdeeld in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene ontwikkelzone (GO). De GO is een zone met bestemmingen anders dan bos of natuur, maar is ruimtelijk gezien vervlochten met het GNN. Het plangebied grenst aan het GNN, ligt binnen de GO (zie figuur 4.2) en buiten de bebouwde kom Wet natuurbescherming (Voorheen Boswet; Boswetkaart Nunspeet, tekeningnummer 141002_boswetkaarten.dwg, 2 oktober 2014).

Figuur 4.1 Ligging plangebied (rood omlijnd), het Gelders natuurnetwerk (donkergroen) en de Groene ontwikkelzone (lichtgroen).

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

25

Voor het GNN en de GO zijn in de Omgevingsverordening Gelderland kernkwaliteiten omschreven die beschermd en ontwikkeld moeten worden (Provincie Gelderland 2018). Het plangebied ligt in de GO, binnen deelgebied 138 Noordrand Veluwe. De bescherming van het GO is verankerd in artikel 2.7.2.1 (en volgende) van de Omgevingsverordening Gelderland (2018). De relevante artikelen zijn overgenomen in bijlage 2. Bij de beoordeling is ervan uitgegaan dat het voornemen geen grootschalige ontwikkeling betreft. Desondanks is mogelijk sprake van de volgende voorwaarden voor uitzondering van verbod op grootschalige ontwikkeling: • Er is geen reëel alternatief aanwezig. De bestaande bebouwing is in slechte staat, incourant en zeer moeilijk verhuurbaar. Daarom is herontwikkeling van de locatie zeer wenselijk (Slaa + van Asselt 2018). • Er is sprake is van redenen van groot openbaar belang. De ontwikkeling past in de beleidsregels Wonen op Maat van gemeente Nunspeet. Inmiddels heeft meermalen overleg plaatsgevonden tussen gemeente en initiatiefnemer en heeft gemeente medewerking toegezegd. • Negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang worden zoveel mogelijk beperkt. Er is enkel sprake van een gering oppervlak verlies (zie vervolg van dit hoofdstuk).

Het geringe oppervlakverlies kan bij verdere uitwerking van het voornemen worden opgeheven, bijvoorbeeld door het verhard oppervlak te verkleinen. • Er is geen sprake van overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten en de samenhang.

4.3 Beschermde waarden In de Omgevingsverordening Gelderland (2018) staan de wezenlijke kenmerken en waarden van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelzone (GO) als kernwaarden en ontwikkeldoelen beschreven. De waarden voor deelgebied 138 Noordflank Veluwe zijn weergegeven in figuur 4.2: het betreft een uitsnede van de tabel met kernwaarden en ontwikkeldoelen uit bijlage 7 van de Omgevingsverordening Gelderland. Naast de wezenlijke kenmerken en waarden zijn (behoud van) oppervlak en samenhang van belang (artikel 2.7.2.1 van de verordening). Tot slot zijn houtopstanden binnen de GO beschermd. Voor de bescherming van houtopstanden geldt dat In een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden gelegen binnen de GO wordt een functie, ten behoeve waarvan een houtopstand als bedoeld in de Boswet dient te worden verwijderd, anders dan in het kader van de normale bosexploitatie, slechts mogelijk gemaakt indien wordt voorzien in een extra compensatie voor het areaal bos dat verloren gaat.

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

26

Figuur 4.2 Wezenlijke kenmerken en waarden GNN en GO (Bron: Omgevingsverordening Gelderland 2018).

4.4 Bepaling mogelijke effecten Door realisatie van het initiatief is -gedurende de sloop en nieuwbouw- tijdelijk sprake van verstoring (zie H3). Tijdens de gebruiksfase is sprake van een verlies van oppervlak, omdat de nieuwbouw een grotere voetafdruk heeft (ca. 569 m2) dan de bestaande te slopen bebouwing (ca. 500 m2). Enkele bomen uit de houtopstand op het perceel moeten worden geveld.

4.5 Effectbeoordeling Groene ontwikkelzone Gelderland Wezenlijke kenmerken en waarden, ook wel kernkwaliteiten Er is geen sprake van effect op een van de wezenlijke kenmerken en waarden (in Gelderland ook Kernkwaliteiten genoemd). Puntsgewijs is dat hieronder uiteengezet: • De gradiënt Veluwe - Randmeren: droog - nat, voedselarm - voedselrijk, gesloten - open; kwel uit de Veluwe wordt niet aangetast. Er is geen sprake van negatief effect op deze kernwaarde. • Het plangebied is en blijft onderdeel van Nationaal Landschap Veluwe. Er is geen sprake van negatief effect op deze kernwaarde. • Er vindt geen afbreuk plaats aan Natura 2000-gebied Veluwe met de bijbehorende habitats en soorten (zie H3). Er is geen sprake van negatief effect op deze kernwaarde.

Natuurtoets sloop en nieuwbouw Elspeterweg 12, Nunspeet

27

• •

• • • • • • •

Het plangebied ligt ver van de ecologische verbindingszone Hierdensche Beek als laaglandbeek en als poort tussen de Veluwe en Flevoland. Er is geen sprake van negatief effect op deze kernwaarde. Het plangebied ligt ver van andere verbindingen naar de Randmeerkust: m.n. bij de landgoederen: Wessinge, Zwaluwenburg, Mullegen, Oldhorst, IJsselvliet. Er is geen sprake van negatief effect op deze kernwaarde. In H2 is effect op leefgebied van beschermde soorten als das en steenuil uitgesloten. Het plangebied ligt ver van kleinere beken. Er is geen sprake van negatief effect op deze kernwaarde. Het plangebied ligt ver van landgoederen in de gradiënt. Er is geen sprake van negatief effect op deze kernwaarde. Het plangebied ligt ver van kleinschalig landschap langs de voet van de Veluwe; houtsingels en graslanden. Er is geen sprake van negatief effect op deze kernwaarde. Het voornemen beïnvloedt de lintbebouwing parallel aan de hoogtelijnen (dekzandruggen) niet. Er is geen sprake van negatief effect op deze kernwaarde. Het plangebied ligt ver van vroegmiddeleeuwse ontginningen bij Doornspijk en Wessinge. Er is geen sprake van negatief effect op deze kernwaarde. Het plangebied ligt ver van gave ontwateringspatronen en grenst aan een oud ontsluitingspatroon (Provincie Gelderland 2020). Dit ontsluitingspatroon wordt niet beïnvloed door de plannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9900949/1